Voorjaarsbrief Sport en Bewegen 2026
Brontekst
Versie 16476c4d57228c53 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 234Toekomstig sportbeleidNr. 442 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2026In het coalitieakkoord «Aan de slag»1 staat de ambitie beschreven om tebouwen aan de gezondste generatie ooit. Gezondheid begint niet in hetziekenhuis, maar in het dagelijks leven: thuis, op school, én op desportclub. «Met een gezonde leefomgeving en een stevige sociale basishelpen we mensen om langer gezond te blijven. Dat vergroot de kwaliteitvan leven en draagt bij aan een sterke en veerkrachtige samenleving».Sport en bewegen speelt een belangrijke en onmisbare rol in dezeambitie.In het afgelopen jaar voldeed 47 procent van de Nederlandse bevolkingaan de beweegrichtlijnen.2 Vooral jongeren (12 t/m 17 jaar) en ouderen(65-plussers) bewegen relatief weinig. Slechts 41 procent van dezegroepen voldoet aan de beweegrichtlijnen. Ruim de helft van de Neder-landers beweegt daarmee onvoldoende. En dat is zonde. Want mensendie sporten en bewegen zijn over het algemeen fysiek en mentaal fitter.Bovendien brengt sport mensen samen op een unieke manier. Genoegreden om de andere helft van de mensen in Nederland ook te latenprofiteren van de voordelen van sport en bewegen.Sinds mijn start als Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport ervaarik dagelijks de enorme inzet en energie die wordt gestoken in hetorganiseren van sport en bewegen. Of het nu de vrijwilligers achter de barzijn of de trainers voor de groep. Ik zie hoe organisaties alles tot in depuntjes geregeld hebben. Bij de Koningsspelen in Zeewolde of deParalympische Spelen in Cortina. En overal werkt die energie ronduitaanstekelijk. Waar mogelijk draag ik daar graag mijn steentje aan bij. Ditnajaar kunt u daarom van mij een Kamerbrief verwachten waarin ik mijnambities presenteer.1Kamerstukken II 2025–2026, «Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland». Coalitieakkoord2026–2030 D66, VVD en CDA.2Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS en het RIVM (2014–2025) kst-30234-442ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4421 In de voorliggende brief ga ik in op de voortgang van diverse onder-werpen op het beleidsterrein van sport en bewegen. Ik geef opvolging aande toezeggingen van mijn voorgangers. Daarnaast behandel ik actuelemoties en verzoeken van uw commissie. Tenslotte bied ik u met deze briefhet advies Niemand aan de zijlijn aan van de NLsportraad over Kansenge-lijkheid (bijlage 1). Een inhoudelijke beleidsreactie hierop kunt u van mij inhet najaar verwachten.U vindt in deze brief de volgende onderwerpen:Sterke sport- en beweegsector–Reactie op het commissieverzoek over het Nationaal Sportakkoord–Voortgang op het beleidsplan «Toekomstbestendige sportinfrastruc-tuur en ruimte voor sport en bewegen»–Subsidieregeling «Stimulering bouw en onderhoud sportaccommoda-ties (BOSA)»Passend sport- en beweegaanbod–Clubondersteuning–Reactie commissieverzoek over het Landelijk ImpactonderzoekSportverenigingen van de RVBB–Voortgang programmaplan Jeugdsport en Talentontwikkeling–Stand van zaken internationale topsportevenementen in NederlandVeilige sport–Stand van zaken hersenschade in de sport–Monitor OVIVI/OCIVI–Aanbieding rapport «Prevalentieonderzoek grensoverschrijdendgedrag in de sport»Bovenstaande onderwerpen behandel ik tegen de achtergrond van delopende gesprekken over de exacte invulling van de middelen uit hetcoalitieakkoord3 met partners en experts uit het veld. In het coalitieak-koord is vanaf 2028 een structureel bedrag van 50 miljoen euroopgenomen voor onder andere de BOSA (33 miljoen euro in 2027). Overde exacte invulling moet nog besluitvorming plaatsvinden.Met het oog op «de gezondste generatie ooit» willen wij als kabinet sporten bewegen in het dagelijks leven stimuleren, voor mensen met en zonderhandicap. Bouwen aan een gezonde generatie gaat voor ons verder danalleen jeugd. Sporten en bewegen helpen jongeren, ouderen, en iedereendaartussenin een leven lang, tot aan het pensioen en ver daar voorbij.Dit betekent toegankelijke sport- en beweegmogelijkheden, dichtbij, slimgeorganiseerd en veilig. We werken aan het fundament voor sport enbewegen. Het is van belang dat we dit samen met gemeenten en partijenuit het veld doen, die zich elke dag inzetten voor een solide en toekomst-bestendige sport- en beweegsector. Daarom willen we onder andererenovatie en nieuwbouw van sportaccommodaties en speelplekkenstimuleren, gemeenten steunen bij het formuleren van lokaal sport- enbeweegbeleid, investeren in veilige sport en data gedreven werken.Zoals hierboven aangekondigd zal ik uw Kamer in het najaar verderinformeren over de wijze waarop ik dit vanaf 2027 samen met partnersvorm zal geven. Hierin neem ik de aanbevelingen vanuit de evaluaties vanhet Sportakkoord II en Actieplan Nederland Beweegt mee.3Kamerstukken II 2025–2026, «Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland». Coalitieakkoord2026–2030 D66, VVD en CDA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4422 In de bijlage treft u de volgende documenten aan:1.Advies Niemand aan de zijlijn van de Nederlandse Sportraad2.Evaluatie OVIVI3.Evaluatie OCIVI4.Prevalentieonderzoek grensoverschrijdend gedrag in de sportSterke sport en beweegsectorReactie op het commissieverzoek met betrekking tot hetNationaal SportakkoordUw commissie heeft mij gevraagd te reageren op berichtgeving in mediaover de zorgen rondom het aflopen van het Nationaal Sportakkoord.4 Ikbegrijp waar de zorgen van partijen zitten. De bezuinigingen, die in devorige kabinetsperiode aangekondigd zijn, zullen effect hebben op desportsector.Het kabinet wil in de komende kabinetsperiode komen tot een stabiel entoekomstbestendige sport- en beweegsector. Hierbij is het doel desuccesvolle onderdelen van het Sportakkoord, zoals de kracht vansamenwerking, te behouden en voort te zetten. Door een verdereverkenning naar structurele beleidsinbedding, duidelijke rollen enstructurele financiering in plaats van kortlopende projectfinanciering. Hetsysteem moet voldoende wendbaar blijven om in te spelen opmaatschappelijke veranderingen en groepen die nu nog onvoldoendeworden bereikt. Deze ambities werk ik op dit moment uit met relevantepartners en gemeenten. Hierover zal ik uw Kamer in het najaarinformeren.Voortgang op het beleidsplan «Toekomstbestendige sportinfra-structuur en ruimte voor sport en bewegen»In 2025 ontving uw Kamer het beleidsplan Toekomstbestendige sportinfra-structuur en ruimte voor sport en bewegen.5 In dit plan is uiteengezet hoewe, gezamenlijk met partners, willen bijdragen aan voldoende ruimte voorsport en bewegen en een toekomstbestendige sportinfrastructuur. Zoalstoegezegd in de begeleidende brief bij dit plan informeer ik uw Kamerover de voortgang op de acties binnen dit beleidsplan.Ruimte voor sport en bewegenDe aangekondigde richtlijn voor ruimte voor sport, bewegen en spelen isin ontwikkeling. Het Mulier Instituut en het Rijksinstituut voor Volksge-zondheid en Milieu (RIVM) werken hier aan. De richtlijn gaat uit tweedelen bestaan. Het eerste deel richt zich op de gewenste hoeveelheidruimte voor sport, bewegen en spelen op speelplekken of openbaargroen. Het tweede deel gaat over de gewenste afstand tot verschillendetypen sportaccommodaties. Het betreft een nationale ontwerprichtlijn diegemeenten kunnen toepassen bij lokale afwegingen in de ruimtelijkeordening.Naar aanleiding van de motie Zalinyan6 is uw Kamer door de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geïnformeerd over verschil-lende keuzes in de definitieve Nota Ruimte.7 De teksten die gaan over4Trouw: «Het Nationaal Sportakkoord moest Nederland gezonder maken. Nu dreigt het teverdwijnen».5Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 4316Kamerstukken II 2025/26, 29 435, nr. 2907Kamerstukken II 2025/26, 29 435, nr. 320Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4423 complete en prettige leefomgevingen worden aangevuld met passagesover het belang van sport, bewegen en spelen. Hiermee stimuleert hetkabinet gemeenten om sport en bewegen mee te nemen bij het makenvan ruimtelijke afwegingen.Kenniscentrum Sport & Bewegen, Platform31 en Urhahn ontwikkelen eenhandleiding om gemeenten te ondersteunen ruimte voor sport, bewegenen spelen te realiseren met behulp van de Omgevingswet. Dezehandleiding bevat toegankelijke informatie over de huidige wet- enregelgeving, relevante financiële instrumenten en regelingen. Dehandreiking wordt in samenwerking met een community of practiceont-wikkeld waarin meerdere gemeenten vertegenwoordigd zijn.8 Het gaatdaarbij om beleidsmedewerkers uit zowel het fysieke als sociale domein.De genoemde richtlijn voor ruimte voor sport, bewegen en spelen wordtook opgenomen in deze handreiking.Financieel instrumentarium per 2027De Specifieke Uitkering (SPUK) Stimulering Sport wordt ingezet voorinvesteringen in sportinfrastructuur. Middelen vanuit de Brede RegelingCombinatiefuncties (BRC) worden door gemeenten benut om professi-onals zoals buurtsportcoaches in te zetten. Deze professionals proberensport, bewegen en cultuur structureel te verbinden aan andere sectoren,zoals onderwijs, zorg en welzijn. De Brede SPUK en de bestuurlijkeafspraken die ten grondslag liggen aan de BRC lopen tot en met 2026. Ookde SPUK Stimulering Sport loopt aan het einde van dit jaar af. Vanaf 2027staat er 83 miljoen op de begroting voor de BRC9 en voor SPUK Stimu-lering Sport staat er 174 miljoen euro op de begroting van VWS voorgemeenten om hen ook komende jaren te ondersteunen bij investeringenin de sportinfrastructuur en de bemensing van de sport- en beweegsector.Er moet nog een keuze worden gemaakt via welk financieringsinstrumentgemeenten deze middelen ontvangen.Integrale Huisvestingsplannen Sport en BewegenMeerdere gemeenten zijn op eigen initiatief al aan de slag met integralehuisvestingsplannen sport en bewegen (IHPSB). Ik ervaar dan ook veelenthousiasme vanuit gemeenten om hier lokaal werk van te maken. Het isvan belang gemeenten hierin te ondersteunen. Samen met VSG,NOC*NSF en Kenniscentrum Sport en Bewegen is een handreikinguitgewerkt die gemeenten helpt bij het opstellen van deze plannen. Wezijn in gesprek met gemeenten hoe verdere ondersteuning vorm moetkrijgen.Subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud van sportac-commodaties (BOSA), inclusief reactie op commissieverzoekenbrieven over de «BOSA-subsidie 2026»Uw commissie heeft mij via twee commissiebrieven gevraagd te reagerenop meerdere burgerbrieven over de «BOSA-subsidie 2026».10, 11 Met dezebrief reageer ik op de commissiebrieven. Daarnaast zal ik elke ontvangenburgerbrief individueel beantwoorden.8Een «community of practice» is een groep mensen die vanuit verschillende werkvelden,achtergronden en gezichtspunten werken aan een ingewikkeld probleem.965 miljoen op de begroting van VWS, 18 miljoen op de begroting van OCW10Kamerstukken II 2025/26, 2026Z0980111Kamerstukken II 2025/26, 2026Z11768Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4424 Aanvragers van de subsidieregeling BOSA hebben door een storing vanhet aanvraagportaal niet allemaal een eerlijke en gelijke kans gehad tothet indienen van hun subsidieaanvraag. Hier is uw Kamer over geïnfor-meerd in de verzamelbrief Sport en Bewegen van april 2026.12 Daarom isbesloten de verdeelwijze van het beschikbare budget van de BOSA aan tepassen. In plaats van rangschikking van de aanvragen op volgorde vanbinnenkomst is gekozen voor een verdeling op basis van loting.Zoals eerder aangegeven betreur ik met u en de auteurs van de brievendat deze storing heeft plaatsgevonden. Ik zal er alles aan doen om dit inde toekomst beter vorm te geven. Daarom neem ik de lessen mee in devormgeving van de regeling voor komend jaar. Zowel de gebruiksvriende-lijkheid van het portaal als de verdeelwijze van het beschikbare budget zalhierbij tegen het licht gehouden worden. Ik zal u daar in het najaar overinformeren.Het besluit om de verdeelwijze van het budget op volgorde van binnen-komst van complete aanvragen los te laten is niet lichtzinnig genomen.Aanvragers hebben door de storing niet allemaal een eerlijke en gelijkekans gehad tot het indienen van hun subsidieaanvraag. Om iedereen eengelijke kans te geven heb ik daarom besloten de verdeelwijze aan tepassen.De loting zal sommige aanvragers verheugen en anderen teleurstellen. Ikben me ervan bewust dat de nieuwe volgorde vervelende situatiesoplevert, dat betreur ik. Maar ook bij verdeling op volgorde van binnen-komst hadden zich ongelukkige situaties voorgedaan.Werkgroep financiering bouw en onderhoud sportaccommodatiesHet kabinet Schoof heeft een taakstelling op de BOSA doorgevoerd. Vanaf2028 is structureel nog 25 miljoen euro per jaar beschikbaar voor dezesubsidieregeling. In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet zalinvesteren in bouw en onderhoud van sportaccommodaties. Debeschikbare middelen voor de BOSA-regeling wil ik zo goed mogelijkinzetten.Daarom stel ik samen met NOC*NSF en Stichting Waarborgfonds Sport(SWS) een werkgroep «financiering bouw en onderhoud sportaccommo-daties» in. Deze werkgroep zal in kaart brengen hoe de middelen voorbouw en onderhoud van sportaccommodaties vanaf 2028 kunnen wordeningezet. Daarbij wordt ook de verkenning naar een revolverend fondsbetrokken, zoals eerder aangekondigd in het beleidsplan Toekomstbe-stendige sportinfrastructuur en ruimte voor sport en bewegen.13 Dewerkgroep levert eind van het jaar het resultaat op. Ik zal uw Kamer hierdan ook over informeren.Passend sport- en beweegaanbodClubondersteuningSportverenigingen hebben een grote maatschappelijke waarde. Ze biedenmiljoenen Nederlanders, in het bijzonder kinderen en jongeren, demogelijkheid om te sporten, elkaar te ontmoeten en zich sociaal enmentaal te ontwikkelen. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals individua-lisering, vergrijzing, veranderende sportvoorkeuren en druk op de ruimteleiden ertoe dat steeds meer van verenigingen wordt gevraagd. Daarnaast12Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 43913Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 431Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4425 worden sportclubs geconfronteerd met aanvullende eisen op het gebiedvan sociale veiligheid, verduurzaming, regelgeving en vergunningen.Om toekomstbestendig te blijven, moeten sportverenigingen zichaanpassen aan deze veranderingen en voor een deel van de verenigingenis dit moeilijk. Daarom werk ik samen met NOC*NSF en de VSG aan vitalesportverenigingen, onder andere door clubondersteuning. Het kabinetvindt het belangrijk om clubs bij al die uitdagingen te ondersteunen, zodatzij ook in de toekomst hun maatschappelijke rol kunnen blijven vervullen.Ook uw Kamer heeft diverse moties aangenomen om aandacht te vragenvoor het ondersteunen van sportverenigingen en het ontlasten vanvrijwilligers.14, 15, 16, 17In het Commissiedebat Sport en Bewegen van 1 juli 2025 heeft het lidMohandis gevraagd naar de inzet van het kabinet op clubondersteuning.Mijn voorganger heeft gezegd te willen kijken hoe we clubondersteuningvanaf 2027 passend kunnen vormgeven, waarbij we de opgehaaldeleerpunten uit het Sportakkoord meenemen. Dit sluit ook aan bij hetDeltaplan, waar het lid van Nispen om vraagt.18Huidige inzet op clubondersteuningMet het Nationaal Sportakkoord II is de afgelopen jaren ingezet opclubondersteuning via directe ondersteuning aan verenigingen,versterking van de lokale ondersteuningsstructuur en landelijke samen-werking tussen partners. Een belangrijke ontwikkeling is de oprichting vansport- en beweegloketten. Bij deze sport- en beweegloketten kunnensportclubs terecht met hulpvragen over bijvoorbeeld bestuur en vrijwil-ligers, trainers en coaches, accommodaties, verduurzaming, socialeveiligheid, regelgeving en samenwerking in de wijk.Afhankelijk van de behoefte die een club heeft, wordt daar passendeondersteuning aan gekoppeld. NOC*NSF verwacht dat eind 2026 in 85 tot90 procent van de gemeenten sport- en beweegloketten actief of inontwikkeling zijn.19Deze sport- en beweegloketten zijn een belangrijke basis om clubonder-steuning lokaal en regionaal effectiever te organiseren. Het MulierInstituut heeft onderzoek gedaan naar clubondersteuning en de werkingvan de sport- en beweegloketten.20 De onderzoekers geven aan datclubondersteuning door de opzet van de sport -en beweeglokettenefficiënter is georganiseerd. Daarnaast hebben de sport- en beweeglo-ketten ervoor gezorgd dat meer lokale organisaties (gemeenten en lokaleuitvoeringsorganisaties) en landelijke organisaties (sportbonden)structureel samenwerken. En daarbij weten steeds meer sportvereni-gingen ondersteuning te vinden en wordt het ondersteuningsaanbodbeter gestroomlijnd. Tevens is de samenwerking tussen gemeenten,sportbonden en andere ondersteunings-organisaties verbeterd.14Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 13415Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 42116Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 8917Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 9018Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 42119«Sport en Beweegloketten in het land», Sportakkoord.nl20Hoeijmakers, R. c.s., (2026) Clubondersteuning in Nederland steeds professioneler, maarkwetsbaar, Mulier Instituut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4426 Uitdagingen van de huidige inzetHet Sportakkoord II loopt eind 2026 af. Hoewel de basis is gelegd, zijn nogniet alle sport- en beweegloketten voldoende geborgd om duurzaam teworden voortgezet vanaf 2027. Ik signaleer de volgende uitdagingen:–Clubondersteuning is op sommige plekken nog versnipperd georgani-seerd. De toegankelijkheid en vindbaarheid van de opgezette sport- enbeweegloketten kunnen beter. Het is voor sportclubs nog niet altijdduidelijk waar zij terecht kunnen met hun hulpvraag.–De samenwerkingsafspraken tussen de ondersteunende partijenbinnen een loket zijn (nog) niet overal optimaal geborgd.–De kwaliteit van de clubondersteuning is een aandachtspunt. Zekergezien het feit dat sportverenigingen te maken krijgen met complexerevraagstukken. Dat vraagt om kwaliteitsbewaking van clubondersteu-ning en aandacht voor specifieke competenties van clubondersteunersdie werkzaam zijn binnen een sport- en beweegloket.–Het vrijblijvende karakter van clubondersteuning is een aandachtspunt.De financiering van clubondersteuning is onzeker en niet structureel.Dat maakt de organisatie van clubondersteuning kwetsbaar. Afsprakenover rollen, taken en verantwoordelijkheden van landelijke partijenover structurele financiering ontbreken.Inzet vanaf 2027 en verderHet uitgangspunt is dat de uitvoering van clubondersteuning primairplaatsvindt op lokaal en regionaal niveau. Waar de lokale context enspecifieke behoefte van sportverenigingen het beste kunnen wordenherkend. Samen met NOC*NSF en de VSG gaan we vanaf 2027 aan deslag met de volgende acties:–Landelijk dekkend netwerk van sport- en beweegloketten: we vergrotende toegankelijkheid van clubondersteuning door de vindbaarheid vande bestaande sport- en beweegloketten te verbeteren. Bij deze lokettenkunnen clubs ook terecht voor vragen rondom bouw, onderhoud enverduurzaming.21–Landelijk ondersteuningspunt: we ontwikkelen een landelijk ondersteu-ningspunt om de kwaliteit en kennis van de lokale sport- en beweeglo-ketten te versterken.–Kwaliteit verbeteren: we zetten een kwaliteitszorgsysteem op, metonder andere erkende functieprofielen voor clubondersteuners,kwaliteitskaders per expertise, kennisborging, monitoring en intervisie.–Kennis bevorderen: we verbeteren kennisontwikkeling en kennisdelingop het gebied van clubondersteuning, bijvoorbeeld door de mogelijk-heden te verkennen rondom de inzet van AI.–Afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden: we makenafspraken met NOC*NSF en de VSG over rollen, taken en verantwoor-delijkheden om clubondersteuning in de toekomst duurzaam teorganiseren.Op 3 maart 2026 is door uw Kamer een motie aangenomen over hetborgen van een ombudsfunctie voor sportverenigingen.22 De motie roeptop om, in samenspraak met NOC*NSF en het RVVB, deze functie teversterken en voor de toekomst te borgen. Uit gesprekken met debelangrijkste stakeholders blijkt dat het op dit moment ontbreekt aan eenduidelijke definitie wat een ombudsfunctie voor sportverenigingeninhoudt, of deze al bestaat, en waar behoefte aan is. Ik zal dit de komendetijd verder in beeld laten brengen.21Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 6322Kamerstukken II 2026, 36 800 XVI, nr. 89Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4427 Tenslotte zijn er diverse moties en toezeggingen rondom regeldrukingediend.23, 24, 25 De voortgang van deze moties en toezeggingen komenallen terug in de brief Contouren Sport- en beweegwetgeving d.d. 24 juni2026 die naar de Kamer is verzonden. In deze brief is de voortgang van derijksbrede Aanpak Regeldruk gedeeld, waarbij ik ook toelicht wat ik doeom regeldruk te verminderen.Later dit jaar informeer ik uw Kamer over de voortgang en de concreteuitwerking van het plan clubondersteuning. In het voorjaar van 2027 volgteen concreet voorstel om invulling te geven aan de ombudsfunctie. Omde signalen uit het veld goed te benutten, ga ik daarbij ook met diversesportverenigingen in gesprek om de inzet op clubondersteuning teversterken.Reactie commissieverzoek over het Landelijk ImpactonderzoekSportverenigingen van de RVBBUw commissie heeft mij gevraagd te reageren op het Landelijk Impacton-derzoek Sportverenigingen van de RVVB.26 Hierbij ontvangt u mijnschriftelijke reactie.Allereerst wil ik de RVVB en de Grote Clubactie hartelijk danken. De inzeten tijd die zij gestoken hebben in dit onderzoek is bijzonder waardevol. Inhet coalitieakkoord «Aan de slag» beschrijft dit kabinet de waarde vansportverenigingen als volgt: «Verenigingen zijn cruciaal voor ontmoetingen betrokkenheid». Dit is al vaker aangetoond in meerdere nationale eninternationale onderzoeken. Tegelijkertijd is het onderzoeken en metenvan deze (economische) waarde zeer complex.De maatschappelijke waarde van sportverenigingen staat voor mijonomstotelijk vast. Om deze waarde op een verantwoorde manier in kaartte brengen, is het essentieel om te werken met een betrouwbare,transparante en breed gedragen onderzoeksmethode. Alleen zo kunnenwe gericht werken aan het versterken van de vitale rol die sportvereni-gingen spelen in onze samenleving. Ik hanteer daarom het Social Returnon Investment (SROI)-cijfer27 uit 2024 van Kenniscentrum Sport enBewegen28.De SROI is een internationaal erkende methode, die in verschillendelanden wordt toegepast om inzicht te krijgen in de maatschappelijkewaarde van sport en bewegen. Alhoewel de SROI niet specifiek iets zegtover de waarde van sportverenigingen, wordt dit wel meegewogen. HetSROI-cijfer is gebaseerd op openbare landelijke en gemeentelijke data enhoudt rekening met zowel positieve als negatieve effecten. Denk daarbijaan de financiële gevolgen van gezondheidswinst, maar ook aan dekosten van blessures en verzuim. Dit cijfer geeft daarom een betrouwbaaren breed gedragen inzicht van de waarde van sport en bewegen, al is ditook gebaseerd op onderbouwde aannames. Momenteel is de SROI 2,76.Dit geeft aan dat de maatschappelijke opbrengsten van sport en bewegen2,76 keer hoger zijn dan de kosten.23TZ202602-05224Kamerstukken II 25/26, 36 800 XVI, nr. 6625Kamerstukken II 24/25, 30 234, nr. 416262026Z0866327Rebel, & Mulier Instituut (2024). SROI sport en bewegen 2024: wat is het maatschappelijkrendement van sport en bewegen?. Utrecht: Kenniscentrum Sport & Bewegen.28SROI sport en bewegen 2024 (2024) – Kenniscentrum Sport en BewegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4428 Het onderzoek van de RVVB en de Grote Clubactie concludeert datsportverenigingen een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen van14 miljard euro. Daarmee bevestigt dit onderzoek mijn beeld dat sportver-enigingen een grote waarde hebben voor Nederland.Dit laat onverlet dat ik ook een aantal aandachtspunten bij dit onderzoekheb. Allereerst met betrekking tot de onderzoeksmethode. Het onderzoekmaakt gebruik van de «Social Handprint-methode». Deze methode isgebaseerd op zelfrapportage van honderd sportverenigingen. Het risicovan zelfrapportage is dat de ingevulde data subjectief kunnen zijn.Daarnaast is niet duidelijk hoe de genoemde bedragen, die wordttoegekend aan de activiteiten van deze honderd sportverenigingen totstand zijn gekomen. Bovendien houdt deze methode geen rekening meteventuele negatieve effecten. Nu zijn er enkel positieve baten toegekend.Tenslotte is de doorrekening van de steekproef in dit onderzoek naarlandelijke cijfers niet voldoende onderbouwd. Zo zou Nederland volgensdeze methode ruim 13 miljoen verenigingsleden hebben, terwijl dit inwerkelijkheid nog geen 5 miljoen is.29Kenniscentrum Sport en Bewegen benadrukt dat de conclusies van deRVVB niet vergelijkbaar zijn met de SROI door eerdergenoemde methodo-logische keuzes.Programmaplan jeugdsport en talentontwikkelingOp dit moment werk ik samen met NOC*NSF, VSG, POS en kennis-partners Mulier Instituut en Kenniscentrum Sport en Bewegen aan eenprogrammaplan dat zich richt op een gezamenlijke inzet op jeugdsport entalentontwikkeling de komende jaren. Hierbij is onder andere aandachtvoor het scholen van kader en passend sportaanbod. Mijn voorgangerverwachtte dit plan rond de zomer naar uw Kamer te kunnen sturen.30Deze brief komt echter te vroeg. Daarom zal dit plan meegezondenworden met de brief in het najaar, die ik u eerder in deze briefaankondigde.Stand van zaken internationale topsportevenementen inNederlandOnderstaande tabel toont hoe het Ministerie van VWS de financiëlemiddelen voor internationale topsportevenementen heeft besteed in 2026,vanuit de subsidieregeling topsportevenementen 2024–2028. Het betreftde totale subsidie voor topsportevenementen die per evenementgedurende de looptijd van de projecten is verleend. De daadwerkelijkebetaling kan daarbij plaatsvinden in andere jaren dan 2026.Ik bied u tegen het einde van dit jaar de rapportage «TopsportpodiumNederland» aan over het jaar 2026. Dit is een rapportage over topsporte-venementen in Nederland. Waarbij ook de maatschappelijke waarde vantopsportevenementen aandacht krijgt. Met deze rapportage en onder-staande tabel kom ik tegemoet aan de toezegging om uw Kamer tweekeer per jaar te infomeren over de stand van zaken op het gebied vantopsportevenementen.3129Op de kaart: Sportlidmaatschappen | Sport en bewegen in cijfers.30Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 43431Kamerstukken II 2020/21, 30 234, nr. 257Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4429 Gesubsidieerde topsportevenementen 2026Verleende subsidieEK Volleybal U22 vrouwen€ 372.120WK Beachvolleybal U19€ 430.330WK Veldrijden€ 1.450.295Solheim Cup€ 2.500.000WK Turnen€ 2.500.000WK (Para)roeien€ 3.000.000WK Paracycling track€ 832.000WK Hockey mannen en vrouwen€ 2.500.000WK Waterski€ 161.525WJK Under 21 Dansen Standaard€ 124.230Totaal€ 13.870.500 Veilige sportVoortgang van de inspanningen rondom het voorkomen vanhersenschade als gevolg van herhaald hoofdcontact in de sportIn september vorig jaar heeft u van mijn voorganger een advies van deNederlandse Sportraad ontvangen.32 In dit rapport stonden diverseaanbevelingen voor de sport om hersenschade in de sport te voorkomen.In de beleidsreactie beschreef mijn voorganger hoe de Rijksoverheid dezeadviezen wilde opvolgen.33 Zoals toegezegd informeer ik uw Kamer overde voortgang.1.Ik ben, zoals aangekondigd, in gesprek gegaan met de sportbondenen sportkoepel NOC*NSF. Het eerste gesprek heeft mijn voorgangergevoerd op 13 oktober 2025. Op 6 juli heb ik een vervolggesprekmet dezelfde partijen.2.Op 4 november 2025 is het onderwerp hersenschade besprokentijdens het periodieke overleg van de Human Capital Agenda(HCA)-tafel Sport en Bewegen. Daaruit bleek dat in opleidingen vantechnisch kader beperkt aandacht is voor (de omgang met)hersenschade in de sport. In sommige gevallen is deze aandacht erwel in de opleidingen voor arbitrage («wat te doen bij een hersen-schudding»). Ik zal het belang van dit onderwerp blijven benadruk-ken bij de opleiders van kader die aan deze tafel zitting hebben.3.Tijdens de Europese Sportraad op 12 mei jl. heb ik het onderwerphersenschade in de sport internationaal geagendeerd. Ik vroegdaarbij in het bijzonder aandacht voor het risico dat kinderen lopenop chronisch letsel later in hun leven. Deze oproep was volgend opde internationale uitvraag die ik heb gedaan bij collega-lidstaten. Ikvroeg hen naar hun ervaringen met het voorkomen van hersen-schade in de sport. Hierbij kwam naar voren dat veel lidstatenvooral kennis verzamelen. Tegelijk hebben weinig lidstaten ervaringmet maatregelen om herhaald hoofdcontact te voorkomen. Hiermeelijkt een opening richting de toekomst te zijn ontstaan om samenmet andere lidstaten op te trekken. Zodat we binnen Europa dejeugd beter kunnen beschermen tegen hersenschade als gevolg vansport.4.Ik ben in gesprek met VeiligheidNL en NOC*NSF over de registratievan maatregelen en de opvolging daarvan. Ik verwacht later dit jaarnadere afspraken hierover te kunnen maken.5.Daarnaast ben ik ook met VeiligheidNL in overleg over het coördine-rende expertisecentrum. De wijze waarop VeiligheidNL hier invullingaan zou kunnen geven is nog onderwerp van gesprek.32Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 42633Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 429Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 44210 6.In bovengenoemde geplande gesprek met sportbonden enNOC*NSF op 6 juli is ook aandacht voor de registratie van trauma-tisch hersenletsel en eenduidige richtlijnen voor een veiligeterugkeer in de sport.Bovenstaande inzet is vooral gericht op het georganiseerde deel van de«sportwereld». Maar die sportwereld is veel groter. Veel mensen sportenen spelen gewoon buiten op straat, buiten het zicht van een sportbond,een club of trainer. Daarom roep ik in het bijzonder kinderen en hunouders op om herhaaldelijke klappen tegen het hoofd zo veel mogelijk tevoorkomen en hersenschade serieus te nemen.Monitor OVIVI/OCIVIBinnen het beleidsprogramma «Ons Voetbal Is van Iedereen» (OVIVI) werkik samen met de KNVB en de Ministeries van JenV, SZW en OCW aan hettegengaan van discriminatie en racisme in het voetbal. Discriminatie kanleiden tot uitsluiting, ongelijkheid en onrechtvaardige behandeling vanindividuen of groepen op basis van kenmerken zoals genderidentiteit,seksuele oriëntatie, religie, of andere persoonlijke kenmerken. Het isbelangrijk om discriminatie te voorkomen, te signaleren en aan te pakken.In het regeerakkoord geeft het kabinet aan dat er voor racisme endiscriminatie geen plek is in Nederland. Met de aanpak van OVIVI geefthet kabinet invulling aan het doel om discriminatie en racisme in hetvoetbal tegen te gaan. Voorbeelden van maatregelen binnen OVIVI zijnonder andere de Fair Play projecten (interactieve workshops voorjongeren), het inzetten van slimme technologie zoals Persoonlijke DigitaleToegang bij stadions en de campagne «Discriminatie=Kansloos». Ookstellen de betaald voetbalorganisaties schriftelijke plannen op tegendiscriminatie en racisme, en voor inclusie en een sociaal veilig klimaat.Zoals gebruikelijk ontvangt u jaarlijks de monitor «Ons voetbal Is vanIedereen» (OVIVI) en de monitor «Onze Club Is Van Iedereen» (OCIVI).Hieronder neem ik u mee in de resultaten over het jaar 2025.De monitor OVIVI 2025 laat zien dat de aanpak van racisme en discrimi-natie in het voetbal voortgang boekt, onder meer dankzij de campagne«Discriminatie=Kansloos», trainingen voor staf en kader, meldstructuren,technologische innovatie en een nauwe samenwerking tussen departners. Zo is het aantal meldingen van discriminatie binnen hetamateurvoetbal gestegen, mede door een verruimde definitie enverbeterde signalering. Tegelijkertijd is er nog ruimte voor verbetering. Zoworden er door betrokkenen drempels ervaren om een melding te doen,of men weet niet goed waar ze incidenten kunnen melden.De monitor concludeert dat verdere voortgang vraagt om een meerstructurele en verplichtende aanpak. Daarbij is het van belang clubsconcreter te ondersteunen én aan te spreken op het ontwikkelen vanbeleid, gekoppeld aan de thema’s sociale veiligheid en diversiteit. Ook ismeer maatschappelijke en bestuurlijke druk nodig om binnen het betaaldvoetbal duurzame gedragsverandering en bewustwording te realiseren.NOC*NSF is in 2023 het beleidsprogramma «Onze Club Is Van Iedereen»(OCIVI) gestart met als doelstelling inclusie binnen de Nederlandsesportorganisaties te bevorderen en discriminatie aan te pakken. Demonitor OCIVI 2025 laat zien dat het programma richting sportclubs ensportorganisaties een impuls heeft gegeven om aandacht te besteden aandiscriminatie, racisme en inclusie. Tegelijkertijd blijven deze thema’sbinnen veel sportorganisaties beperkt geïmplementeerd en krijgen zij, metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 44211 name op bestuurlijk niveau, onvoldoende prioriteit. De uitvoering blijktvaak afhankelijk van individuele kartrekkers, waardoor duurzame borgingkwetsbaar is.Het is positief dat meer interventies vanuit OCIVI via gemeenten zijningezet dan in voorgaande jaren. Op clubniveau blijft structureleopvolging echter achter. Veel verenigingen ervaren weinig urgentie,herkennen discriminatie onvoldoende binnen de eigen organisatie enmaken beperkt gebruik van beschikbare interventies. De monitorconcludeert dat een voornamelijk vrijblijvende aanpak onvoldoendeeffectief is om discriminatie en racisme duurzaam tegen te gaan.Aanbevolen wordt om te komen tot een meer integrale en mindervrijblijvende aanpak, waarbij maatregelen tegen racisme en discriminatiesterker worden verbonden aan sociale veiligheid en diversiteit. Daarbij ishet van belang clubs concreter te ondersteunen én waar nodig teverplichten tot het ontwikkelen en uitvoeren van beleid, inclusiefduidelijke kaders, praktische handvatten en structurele monitoring. Eenvoorbeeld van het afdwingen van een verplichting op discriminatiebeleidis via licentie-eisen waar een voetbalclub aan moet voldoen om aan(betaalde) competitie mee te mogen doen.In de tweede helft van 2026 ga ik daarom samen met de betrokkenbewindspersonen van de hierboven genoemde ministeries en de KNVBdoor met maatregelen zoals de campagne «Discriminatie=Kansloos», deMeldingsapp en de Persoonlijke Digitale Toegang bij een stadionbezoek inhet betaald voetbal. Parallel hieraan vinden gesprekken plaats over deinvulling van de aanpak OVIVI en OCIVI vanaf 2027.Uitkomsten prevalentieonderzoek grensoverschrijdend gedrag inde sportSportverenigingen worden over het algemeen als sociaal veilig, welkomen inclusief ervaren. Tegelijkertijd sluit dit positieve algemene klimaat nietuit dat grensoverschrijdend gedrag zich voordoet. Uit het onderzoek dat isuitgevoerd door Arch Safeguarding, in opdracht van NOC*NSF en hetCentrum Veilige Sport Nederland, blijkt dat ruim één op de drie sportersvan 16 jaar en ouder grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren binnen desportvereniging. Psychisch grensoverschrijdend gedrag kwam het meestvoor (27%) en betreft onder meer vernederende of kwetsende opmer-kingen. Daarnaast rapporteerden sporters ervaringen met fysiek (17%),seksueel (12%) waarvan het grootste deel verbaal (10%) en instrumenteel(7%) grensoverschrijdend gedrag, zoals het onder druk zetten van sportersten behoeve van prestaties.Meer dan de helft van de betrokken sporters heeft deze ervaringen nietgemeld of besproken. Daar waar werd gemeld, gebeurde dit voornamelijkbinnen de sportvereniging of in de privéomgeving. De meest voorko-mende reden om niet te melden is dat sporters hun ervaring niet ernstiggenoeg achten. Dat een groot deel van de ervaringen niet wordt gemeld,benadrukt het belang van een open meldcultuur en laagdrempeligeondersteuning binnen de sport. Integriteitskwesties zoals wedstrijdmani-pulatie, drugs en doping worden door de meerderheid niet ervaren, maarwanneer zij zich voordoen, hangen zij samen met andere vormen vangrensoverschrijdend gedrag.Ondanks de negatieve ervaringen beoordelen sporters de veiligheidbinnen hun vereniging gemiddeld als hoog. De resultaten laten daarmeeeen gemengd beeld zien: enerzijds ervaren veel sporters hun verenigingals veilig, anderzijds komt grensoverschrijdend gedrag in de sport nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 44212 steeds voor. Het huidige onderzoek bevestigt daarmee de uitkomsten uithet onderzoek uit 2020 dat grensoverschrijdend gedrag in de sport nogsteeds voorkomt en dat een blijvende inzet hiertegen noodzakelijk is. Desportsector is primair zelf verantwoordelijk voor het realiseren van eensociaal veilige en eerlijke sport. Echter, uit het onderzoek blijkt ook dat desportsector dit niet alleen kan en ondersteuning noodzakelijk is.Het prevalentieonderzoek naar grensoverschrijdend gedrag en ervarensociale veiligheid in de georganiseerde verenigingssport in sportseizoen2024–2025 is als bijlage bij deze brief gevoegd. Hiermee geef ik invullingaan de toezegging die mijn voorganger op 30 juni 2020 aan u heeftgedaan.34Sport moet voor iedereen een veilige omgeving zijn waarin met plezier enrespect kan worden gesport. Het is daarom van groot belang dat denormen helder zijn en signalen en incidenten worden gemeld enbesproken. Dat zou ik graag terugzien binnen de vereniging en via dedaarvoor beschikbare meldstructuren.In dat kader ondersteun ik de sportsector met de inzet op het stimulerenvan het werken met de vier V’s: een verenigingsbrede gedragscode, eenvertrouwenscontactpersoon, een Verklaring Omtrent het Gedrag voorvrijwilligers en trainers en vakkundig geschoolde trainers. Daarnaast werkik aan het wetsvoorstel Wet integere sport dat onder meer de oprichtingvan een onafhankelijk integriteitscentrum regelt.Tot slotMet deze brief informeer ik u over enkele actuele zaken in het sport- enbeweegbeleid. Het is u vast niet ontgaan dat we ons bevinden in eenperiode van grote veranderingen. Sportakkoord II en de huidige deBRC-regeling lopen af, we werken aan de oprichting van het integriteits-centrum en hebben het proces rondom het verkennen van sport- enbeweegwetgeving hernomen.35In onze beleving bieden die grote veranderingen kansen om samen hetsport- en beweegbeleid van de toekomst vorm te geven. Bovendienhebben we als kabinet in het huidige coalitieakkoord extra middelengereserveerd voor sport en bewegen. Zodra er meer duidelijkheid is overde besteding daarvan zal ik ingaan op de voorgenomen inzet om tekomen tot een toegankelijk, veilig en toekomstbestendige sport- enbeweegsector. Zodat iedereen, groen of grijs, de grote maatschappelijkewaarde van sport en bewegen kan benutten.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk34Kamerstukken II 2019/20, 30 234, nr. 25135Een toelichting op dit proces is te lezen in de brief Contouren Sport- en beweegwetgeving d.d.24 juni 2026 die naar de Kamer is verzondenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 44213
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.