KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over de vergunningverlening aan URENCO

21 jun 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie dbe489af9f1bd112 · officiële bron

kst-32645-25ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 645Kernenergie Nr. 25 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 21 juni 2011 De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1) heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake de vergunningverlening URENCO (2011Z12711/2011D31406). De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 20 april 2011. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie,Van der Ham De griffier van de commissie,Franke 1 Samenstelling:Leden: Dijksma, S.A.M. (PvdA), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), Verburg, G. (CDA), Koopmans, G.P.J. (CDA), Ham, B. van der (D66), voorzitter, Smeets, P.E. (PvdA), Samsom, D.M. (PvdA), Jansen, P.F.C. (SP), ondervoorzitter, Jacobi, L. (PvdA), Koppejan, A.J. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Thieme, M.L. (PvdD), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Tongeren, L. van (GL), Ziengs, E. (VVD), Braakhuis, B.A.M. (GL), Gerbrands, K. (PVV), Lodders, W.J.H. (VVD), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Schaart, A.H.M. (VVD) en Verhoeven, K. (D66).Plv. leden: Jadnanansing, T.M. (PvdA), Elias, T.M.Ch. (VVD), Ormel, H.J. (CDA), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Koolmees, W. (D66), Dikkers, S.W. (PvdA), Dekken, T.R. van (PvdA), Irrgang, E. (SP), Groot, V.A. (PvdA), Werf, M.C.I. van der (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Ouwehand, E. (PvdD), Gerven, H.P.J. van (SP), Schouten, C.J. (CU), Gent, W. van (GL), Leegte, R.W. (VVD), Grashoff, H.J. (GL), Mos, R. de (PVV), Taverne, J. (VVD), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Houwers, J. (VVD) en Veldhoven, S. van (D66).Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 645, nr. 251 1 In welke fase bevindt zich de vergunningsprocedure? Ik ben voornemens om nog deze maand mijn besluit over de ontwerpbe-schikking kenbaar te maken. 2 Hoeveel zienswijzen zijn er op de milieueffectrapportage (MER) ingediend? Zijn die overwegend positief of negatief? In totaal zijn 29 zienswijzen op het MER ontvangen. Van deze zienswijzen zijn er 7 uniek. De overige gelijkluidende zienswijzen zijn ondertekend door 2 035 personen. De gelijkluidende zienswijzen laten zich overwegend negatief uit over de voorgenomen uitbreiding bij Urenco. Uit bestudering van deze zienswijzen is af te leiden dat dit vooral gedreven wordt doordat deze indieners tegen het gebruik van kernenergie in het algemeen zijn. 3 Wanneer verwacht u een besluit te nemen over de vergunningverlening? Ik verwacht dit najaar een besluit over de vergunningverlening te zullen nemen. 4 Verwacht u positief of negatief te oordelen over de vergunningverlening en waarom? Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het ontwerpvergunning-besluit. Ik vind het onzorgvuldig om vooruitlopend op de bekendmaking van dit besluit al mededeling over de inhoud en de strekking te doen. Wel kan ik aangeven dat de door Urenco aangevraagde wijzigingen in het ontwerp-vergunningbesluit getoetst zullen worden aan alle beginselen van stralingsbeschermingsbeleid, zoals rechtvaardiging, alara en dosisli-mieten, en dat alle zienswijzen op het MER serieus worden meegenomen. 5 Wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen (eventuele veiligheidsri-sico’s) van uitbreiding van de huidige capaciteit van URENCO? Uraniumverrijking houdt in het geschikt maken van uranium voor het gebruik als brandstof in een kernreactor. De uitbreiding van Urenco kan voordelen met zich meebrengen voor economie en maatschappij. Zo worden de natuurlijke voorraden (beter) benut en vindt er toelevering plaats van brandstof aan kerncentrales, waarmee elektriciteit kan worden geproduceerd. Dat de toenemende behoefte aan brandstof voor kerncen-trales wereldwijd juist in belangrijke mate bij Urenco kan plaatsvinden, is ook in het kader van non-proliferatie van belang. De ultracentrifugetechnologie is de laatste stand der techniek voor uraniumverrijking, omdat het een schone en veilige methode betreft en economisch ook de beste resultaten oplevert. Uit het bij de vergunningaanvraag gevoegde veiligheidsrapport en het MER blijkt dat de aangevraagde uitbreiding van de capaciteit met 25% naar 6 200 tSW/jaar en de evenredige vergroting van de maximaal aanwezige hoeveelheid UF6 geen nieuwe of bijzondere risico’s met zich mee zal brengen ten opzichte van de huidige vergunde situatie. Dit geldt ook voor de beoogde overige wijzigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 645, nr. 252

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2048633dac3f1c83

14 okt 2026 · 56659ccb9cc99e37

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie