KamerkringInloggen
Kamerbrief

Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden

17 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b15e819a9f4ac5c7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 875 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2026Om vooruit te komen in de maatschappij is (steen)goed onderwijs nodig.Goed kunnen lezen, schrijven en rekenen is cruciaal. Dat geldt ook voor debasisvaardigheden digitale geletterdheid en burgerschap. Leraren,onderwijsassistenten, schoolleiders en bestuurders zetten zich iedere dagin om hun leerlingen een solide basis mee te geven. Ik constateer dat deambitie om de basisvaardigheden te verbeteren op scholen en in demaatschappij breed wordt gedeeld. Dit komt mede door de inzet via hetMasterplan basisvaardigheden die de urgentie heeft aangescherpt enscholen helpt om tot verbeteringen te komen. Daar gaan we de komendejaren dan ook mee door. Tegelijkertijd zie ik de noodzaak om de aanpakaan te scherpen met een Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardig-heden. Het zijn de taalprestaties die het meest onder druk staan, terwijltaal juist de basis is voor al het leren. Taal is nodig om de leraar tebegrijpen, kennis op te doen via boeken en in gesprek met anderen teleren. In deze brief zet ik mijn voornemens hiertoe op hoofdlijnen uiteen.De huidige aanpak via het Masterplan basisvaardighedenHet Masterplan basisvaardigheden is in 2022 van start gegaan vanwegede dalende prestaties van leerlingen voor taal en rekenen-wiskunde. Diedalende trend was al voor de coronapandemie ingezet en is daarna in eenstroomversnelling terechtgekomen. Aan het Masterplan basisvaardig-heden zijn concrete en ambitieuze doelen verbonden. Zo is beoogd dataan het einde van schooljaar 2027/2028 voor leerlingen zowel de basis oporde is als de aansluiting richting het vervolgonderwijs. Met de basis oporde wordt bedoeld dat alle leerlingen het fundamentele niveau behalen;aan het einde van het primair onderwijs (po) is dat het referentieniveau 1F,aan het einde van het voortgezet onderwijs (vo) is dat 2F. In de praktijkbetekent dit dat iedere brugklasser eenvoudige teksten kan lezen overalledaagse onderwerpen en iedere eindexamenleerling in staat is ombijvoorbeeld de bijlsluiter van medicijnen te begrijpen. Naast eentijdelijke, meerjarige investering via het Nationaal Programma Onderwijs kst-31293-875ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8751 om de coronavertragingen van leerlingen in te lopen, volgde in 2022 eenstructurele investering van 1 miljard euro voor het verbeteren vanonderwijskwaliteit en basisvaardigheden. Een deel daarvan is naar hetMasterplan basisvaardigheden gegaan.In de eerste jaren van het Masterplan basisvaardigheden lag de nadruk opsubsidie en concrete ondersteuning voor scholen, zodat deze een snellestart konden maken met het verbeteren van de basisvaardigheden.Daarnaast is er de afgelopen periode een breed pakket aan beleidsmaatre-gelen ingezet om de basisvaardigheden van leerlingen duurzaam teverbeteren door:1)extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren te creëren;2)breder gebruik van evidence-informed aanpakken op school testimuleren, zodat kennis uit onderzoek, de onderwijspraktijk en decontext van de school beter benut wordt;3)het versterken van de taal- en leeromgeving van kinderen, zoals desamenwerking tussen bibliotheken en scholen;4)beter zicht te krijgen op de basisvaardigheden via geïntensiveerdemonitoring op leerprestaties;5)een duidelijke opdracht aan scholen via het vernieuwde curriculummet focus op de basisvaardigheden. Recent heeft de Eerste Kamerhet wetsvoorstel hiervoor aangenomen, waardoor scholen vanafkomend jaar al intensief aan de slag kunnen met het naar de klasbrengen van de nieuwe kerndoelen.Door deze inzet is het fundament om te werken aan betere basisvaardig-heden op scholen voor leerlingen versterkt.Stand van zaken: nog niet het gewenste effectDe uitdagingen op de prestaties op basisvaardigheden zijn niet kleinergeworden. Er zijn verschillende bronnen die inzicht geven in de prestatiesvan leerlingen op de basisvaardigheden en de ontwikkeling daarvan.1 Debelangrijkste conclusie is helder: de prestaties van leerlingen op taal enrekenen-wiskunde staan op dit moment nog steeds onder druk.Kijken we naar taal, dan laat PISA zien dat Nederland rond 2012 internati-onaal gezien nog één van de voorlopers was op het gebied van lezen.Tussen 2012 en 2022 daalde de gemiddelde leesvaardigheid van Neder-landse leerlingen fors met 52 punten van 511 naar 459 punten en scoortNederland duidelijk lager dan het OESO-gemiddelde. In geen enkel anderEuropees land was de daling van de leesprestaties zo groot.2 Bij rekenenzien we ook een daling, maar op dit vlak presteren Nederlandse leerlingenop 15-jarige leeftijd in 2022 nog steeds iets boven het internationaalgemiddelde.De achteruitgang van prestaties in het vo is zorgelijker dan in het po. In deonderbouw van het vo zien we dat de prestaties sinds het begin vancorona ieder jaar nog verder achteruitgaan, met name op het gebied vantaal. In het po zien we daarentegen dat de extra leervertragingen die zijn1In het najaar worden de meeste recente onderzoeksuitkomsten samengebracht in de Monitorbasisvaardigheden. Het gaat om de volgende bronnen die van jaar op jaar een beeld geven:leerlingvolgsystemen po (groep 3 t/m7), doorstroomtoets po, leerlingvolgsystemen onderbouwvo, eindexamens vo. Daarnaast benutten we de peilonderzoeken van de inspectie en interna-tionale peilingen als PISA, TIMSS en PIRLS. Zie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap (2025). Monitor basisvaardigheden 2025.2Dit blijkt uit de PISA-rapportages over 2012, 2015, 2018 en 2002. PISA staat voor Programmefor International Student Assessment. PISA is het grootste internationaal vergelijkendeonderzoek naar de prestaties van 15-jarige leerlingen op het gebied van wiskunde, lezen ennatuurwetenschappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8752 ontstaan tijdens corona weer zijn ingehaald. In groep 3 van het po issprake van een lichte stijging van de prestaties.3 Dat betekent niet dat erin het po niets nodig is, het beeld is alleen minder zorgelijk. Het Interna-tional Early Learning and Child Well-Being Study (IELS) dat onlangsverschenen is, laat zien dat ook op jonge leeftijd versterking nodig is. Uitdit internationale onderzoek naar de kennis en vaardigheden van 5-jarigenblijkt dat Nederlandse leerlingen op verschillende gebieden achterblijven.4In het najaar ontvangt uw Kamer een uitgebreidere reactie op dit rapport.Voor het vo geldt dat de achterblijvende prestaties in het vmbo het meestzorgelijk zijn: verschillende bronnen laten zien dat de daling daar hetgrootst is. Maar liefst een derde van alle middelbare schoolleerlingenbehaalt op 15-jarige leeftijd voor lezen nog niet het basisniveau. In hetvmbo ligt dit percentage nog veel hoger.5We zien ook op andere terreinen uitdagingen. Zo laten verschillendebronnen al langer zien dat meisjes slechter presteren bij rekenen-wiskunde en jongens het slechter doen bij lezen. De verschillen tussenjongens en meisjes zijn de afgelopen jaren gegroeid, doordat jongens bijtaal vaak net wat meer achteruitgingen dan meisjes en meisjes juist bijrekenen-wiskunde wat meer achteruitgingen.6 Daarnaast zien weduidelijke verschillen tussen scholen. Op scholen met veel leerlingen dieopgroeien in een minder kansrijke omgeving zijn de resultaten doorgaansnog minder goed.7 Maar ook bij scholen met een uitdagende populatie,met veel leerlingen uit achterstandsposities, zijn er scholen die heel goederesultaten behalen. De verschillen in kwaliteit en resultaten tussen scholenzijn te groot, terwijl goede voorbeelden aantonen dat goede prestaties ookin een ingewikkelde context mogelijk zijn.8Noodzaak tot Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardig-hedenOndanks alle inspanningen van de afgelopen vier jaar verlaten nog steedste veel leerlingen het onderwijs zonder dat zij de basis voldoendebeheersen om goed mee te kunnen doen en vooruit te komen in onzemaatschappij. Vanzelfsprekend kost het tijd voordat de inzet van scholenen de impact van beleid volledig terug te zien zijn in de onderwijspres-taties, maar na vier jaar hadden de resultaten echt beter moeten zijn. Ditkabinet is ambitieus als het gaat om de basisvaardigheden en hoopt datook schoolleiders, leraren, ouders en andere betrokkenen met elkaar dehanden ineenslaan voor verbetering. Deze achteruitgang kunnen we onsimmers niet permitteren. Nu is het moment om nog meer focus aan tebrengen.De onderzoeksresultaten bevestigen voor mij dat de noodzaak groot is omnu taal echt op de eerste plaats te zetten en de bestaande aanpak vanuithet Masterplan op dit punt aan te scherpen. Taal is essentieel voor deontwikkeling van leerlingen, ook om zich op andere vlakken te kunnenontplooien. Leerlingen hebben taal nodig om instructies te begrijpen,3NCO (2025), Factsheets basisvaardigheden, op: https://www.nationaalcohortonderzoek.nl/factsheets-basisvaardigheden4OECD (2026). International Early Learning and Child Well-being Study. https://www.oecd.org/en/about/projects/international-early-learning-and-child-well-being-study.html5Meelissen, M (et al), Resultaten PISA-2022 in vogelvlucht.6De ontwikkeling van de prestaties in de onderbouw worden gevolgd aan de hand van data uithet leerlingvolgsysteem van Cito BV: Seton, B., Koops, J.,& Frissen, S. (2025). Trends in hetvoortgezet onderwijs 2025.7NCO (2025), Factsheets basisvaardigheden, op: https://www.nationaalcohortonderzoek.nl/factsheets-basisvaardigheden; CPB (2025). Verschillen in leerwinst tussen basisscholen.8El Hadioui, I. (2026). Zwarte zwanen scholen: Ik, wij en de cultuur van hoge verwachtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8753 kennis op te bouwen en zich vaardigheden op het gebied van burgerschapen digitale geletterdheid eigen te maken. We kunnen het ons simpelwegniet permitteren dat de basis van taal van de leerlingen van nu en devolwassenen van straks niet op orde is.Daarom werk ik de komende tijd een Versterkingsagenda Taal en andereBasisvaardigheden uit. Het is mijn ambitie een trendbreuk te realiseren inde resultaten op taal die PISA onder andere laat zien. Met de Versterkings-agenda komt taal op één te staan en werken alle betrokkenen vanuit eensamenhangende visie en duidelijk doel aan de taalvaardigheid vanNederland. Daarover ga ik met onderwijspartners, leraren, leerlingen,ouders en andere experts in gesprek over wat er nodig is om de taalbasisvan alle leerlingen sterker te maken dan die nu is. Zo biedt het vernieuwdecurriculum, met aandacht voor taal in alle leergebieden, een uitgelezenkans voor scholen om de komende jaren hun taalonderwijs te versterken.Ook wil ik kijken hoe de kennis en vaardigheden van leraren op deopleiding en gedurende de loopbaan verder versterkt kunnen worden, deinzichten over effectief leesonderwijs beter landen in de klas en we de(thuis)omgeving beter kunnen benutten, ook die van kinderen op jonge(voorschoolse) leeftijd. Daarnaast zal ik de bestaande inzet vanuit hetMasterplan voortzetten, want de basisvaardigheden rekenen-wiskunde,digitale geletterdheid en burgerschap verdienen de aandacht voor debrede talentontwikkeling.In de komende periode worden voor de Versterkingsagenda Taal enandere Basisvaardigheden de doelstellingen, concrete plannen en hetbijhorende tijdspad uitgewerkt. Daarbij gelden onder andere de volgendeuitgangspunten:1)Taal wordt op school niet alleen aangepakt in de taallessen maarverweven in alles. De vastgestelde kerndoelen vormen een goedfundament daarvoor.2)De basis wordt gelegd in de klas, waarbij evidence-informedonderwijs stevige handvatten biedt.3)Goede lerarenteams maken samen het verschil tussen scholenkleiner.U kunt van mij in het najaar een verdere uitwerking van de Versterkingsa-genda Taal en andere Basisvaardigheden verwachten.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8754 MOTIE MOORMAN OVER ELKE SCHOOL EEN SCHOOLBIBLIO-THEEKIn lijn met de motie Moorman c.s.9 ga ik hier in op de vraag op welkemanier ervoor gezorgd kan worden dat elke school kan beschikken overeen toegankelijke bibliotheekvoorziening en deskundige begeleiding. Demotie wordt hiermee afgedaan.Allereerst komt er vanaf 2027 structureel geld voor leesbevordering opschool. In het kader van het Masterplan basisvaardigheden is in deperiode 2023–2026 al € 74 miljoen vrijgemaakt voor de Bibliotheek opschool en BoekStart in de kinderopvang. Dankzij deze impulssubsidie ishet aantal scholen en kinderopvangvoorzieningen dat structureel samenmet de bibliotheek aan leesbevordering werkt sterk gegroeid. Het aantalpo-scholen nam toe van 3.334 in 2023 naar 4.250 in 2025. Ook het aantalvo-scholen is toegenomen van 292 in 2023 naar 482 in 2025.10 Met destructurele financiering kunnen scholen en bibliotheken op deze basisvoortbouwen.Ook treden volgend schooljaar de vernieuwde kerndoelen Nederlands inwerking. Hierin is expliciet opgenomen dat scholen een rijke leesom-geving moeten verzorgen. Tegelijkertijd wordt de Wet stelsel openbarebibliotheekvoorzieningen (Wsob) gewijzigd. In deze gewijzigde wet krijgenbibliotheken de wettelijke taak om scholen te ondersteunen bijleesbevordering.9Kamerstuk 36 699 nr. 27: «Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe elke school in hetfunderend onderwijs kan beschikken over een toegankelijke bibliotheekvoorziening die past bijde schoolcontext, met een actuele collectie en deskundige begeleiding».10Bibliotheeknetwerk. (2026). Lezen en leesbevordering voor kinderen van 4 tot 18 jaar.BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8755

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3716f1ab6f511b9c

14 okt 2026 · f8103b9d0424d17f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.