KamerkringInloggen
Kamerbrief

Resultaten PISA-2025

8 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e72ee7aae37a61f8 · officiële bron

31 289 Voortgezet Onderwijs 31 332 Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen Nr. 617 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 september 2026 Goed onderwijs is het fundament waarmee kinderen de wereld veroveren. Neem een kind dat op school goed leert lezen. Dat kind heeft de sleutel in handen waarmee het later zelfstandig contracten begrijpt, nepnieuws doorziet en de wereld om zich heen snapt. Wie goed leert rekenen, kan later moeiteloos een recept volgen en de eigen inkomsten en uitgaven berekenen. Goede basisvaardigheden zijn simpelweg de motor die ervoor zorgt dat een kind later niet langs de zijlijn staat, maar volop kan bouwen aan de eigen toekomst, die van onze samenleving en de economie. Het is belangrijk dat we weten hoe het gaat met deze vaardigheden. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat elke scholier leert wat nodig is. PISA (Programme for International Student Assessment) is één van de onderzoeken die hier inzicht in bieden. Vandaag publiceert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de resultaten van PISA-2025. In deze brief ga ik in op de hoofdpunten uit het onderzoek en geef ik mijn reactie daarop. Ook ontvangt u het Nederlandse rapport Resultaten PISA-2025 in vogelvlucht. In dat rapport zijn meer uitkomsten te vinden, waaronder resultaten per onderwijssoort. Wat is PISA? PISA is het grootste internationaal vergelijkende onderzoek naar de prestaties van 15-jarigen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Het meet de vaardigheden waarover scholieren moeten beschikken om zich te redden in het dagelijks leven, nu én in de toekomst. De kennis en vaardigheden die in PISA-2025 worden getoetst komen deels overeen met ons curriculum, maar PISA toetst ook zaken die hier niet in terugkomen. In PISA-2025 kijkt de OESO ook naar de invloed van digitalisering op het onderwijs en op de leerprestaties van scholieren. In het voorjaar van 2025 namen ruim 760 duizend 15-jarigen uit 91 landen deel aan PISA-2025. In Nederland gaat het om 6.636 15-jarigen op 177 scholen voor praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Zij nemen vrijwillig aan dit onderzoek deel. Er zitten voor scholieren en scholen daarom geen consequenties aan de uitslag. Het volgende PISA-onderzoek wordt uitgevoerd in 2029. Belangrijkste bevindingen Leesvaardigheid Nederlandse scholieren daalt opnieuw PISA toetst hoe goed scholieren informatie op kunnen zoeken in een tekst, of zij teksten begrijpen en in hoeverre zij kunnen evalueren en reflecteren op de vorm en inhoud ervan. Nederlandse 15-jarigen haalden hier in 2025 een lagere score voor dan in 2022. De score daalde van 459 naar 441 punten (-18 punten). Deze daling is helaas niet nieuw. Tussen 2003 en 2012 was de leesvaardigheid van Nederlandse scholieren nog stabiel en behoorden de Nederlandse prestaties tot de beste in de OESO, maar vanaf 2012 zette een neerwaartse trend in. In 2022 scoorde Nederland voor het eerst zelfs onder het OESO-gemiddelde. Ook in veel andere OESO-landen daalt de leesvaardigheid. Tussen 2022 en 2025 daalde de leesvaardigheid in de OESO gemiddeld net zo sterk als in Nederland. De resultaten van Nederlandse scholieren bevinden zich in 2025 wederom onder het gemiddelde van de OESO (461) en EU[voetnoot 1] (464). Gemiddelde toetsscores leesvaardigheid PISA-2003 t/m PISA-2025 (EU14, Nederland, OESO) Naast dalende leesvaardigheidsscores, laat PISA-2025 ook zien dat meer Nederlandse scholieren het fundamentele niveau 2 niet halen. Dit is het niveau dat scholieren volgens de OESO nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Deze groep groeit sinds de start van PISA fors, niet alleen in Nederland maar ook in andere OESO-landen. In 2025 haalde 39% van de Nederlandse 15-jarigen dit niveau niet (OESO: 31%, EU: 29%). Nederlandse wiskundescore boven OESO- en EU-gemiddelde Naast leesvaardigheid toetst PISA ook in hoeverre scholieren wiskundig kunnen redeneren en hun wiskundige vermogen gebruiken om problemen in verschillende situaties op te lossen. Tussen 2022 en 2025 daalden ook deze scores: van 493 naar 483 (-10 punten). Deze daling is echter niet significant. Nederlandse scholieren presteren dus beter op dit domein dan op lezen. Ook zijn de scores van Nederlandse scholieren hoger dan gemiddeld in de OESO (463) en EU (467). Gemiddelde toetsscores wiskunde PISA-2003 t/m PISA-2025 (EU14, Nederland, OESO) Ook bij wiskunde halen meer scholieren het fundamentele niveau (niveau 2) niet. In 2025 haalde 30% dit niveau niet, in 2022 gold dit nog voor 27% van de scholieren. Dit is minder dan gemiddeld in de OESO (35% in 2025) en vergelijkbaar met de EU (32% in 2025). Maar liefst 13% van de leerlingen is een toppresteerder in wiskunde. Nederland is hierdoor één van 13 landen waar dit percentage hoger is dan 10%. Stabiele score voor natuurwetenschappen In ieder PISA-onderzoek krijgt één domein extra aandacht. Dit keer ligt de focus op natuurwetenschappen: natuur- en scheikunde, biologie en het thema ‘aarde en ruimte’. Nederlandse 15-jarigen halen nagenoeg dezelfde score voor dit domein: 485 punten in 2025 ten opzichte van 488 in 2022. Deze score is ook (nagenoeg) gelijk aan het gemiddelde van alle deelnemende OESO-landen (482) en de EU (485). Dit geldt ook voor het aandeel scholieren dat het fundamentele niveau 2 niet haalt (Nederland: 27%, OESO: 26% en EU: 25%). De digitale wereld komt steeds meer het klaslokaal in PISA-2025 kijkt ook naar in de mate waarin digitalisering het klaslokaal bereikt, bijvoorbeeld door schermgebruik of het gebruik van AI-chatbots. Hieruit blijkt dat scholieren hun telefoon (of een ander digitaal apparaat) onder schooltijd nog vaak gebruiken voor niet-schoolse activiteiten: gemiddeld ongeveer 1 uur per dag. Dit leidt scholieren af en gaat direct ten koste van hun leerprestaties. PISA-2025 laat zien dat scholieren die vaak worden afgeleid een lagere score halen voor het hoofddomein natuurwetenschappen.[voetnoot 2] Er is gelukkig ook goed nieuws: maatregelen op school helpen om dit tegen te gaan. Scholieren op scholen met een mobieltjesverbod zijn 27% minder vaak afgeleid dan scholieren op scholen zonder verbod. PISA-2025 maakt duidelijk dat we samen aan de slag moeten PISA-2025 laat zien dat de uitdagingen waar we voor staan onverminderd groot zijn. Dat is helaas geen verrassing. Ook andere onderzoeken laten zien dat de leesvaardigheid van scholieren blijft dalen. PISA-2025 laat zien dat brede maatschappelijke ontwikkelingen de basisvaardigheden extra onder druk zetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor ontwikkelingen zoals ontlezing, de opkomst van sociale media en generatieve AI. Ook in veel andere landen zien we deze ontwikkelingen en staan de basisvaardigheden onder druk. Deze constatering doet niks af aan het harde werk dat wordt verzet door leraren, schoolleiders en andere onderwijsprofessionals. Maar het laat wel zien dat we scherper moeten beoordelen welke (beleids)inzet effectief is en welke niet, en dat we deze kennis ook in de klas moeten laten landen. We kunnen het ons niet permitteren dat de lees- en taalvaardigheid van scholieren verder daalt. Taal is nodig bij alle vakken, in het vervolgonderwijs, op het werk en in onze samenleving. Het nieuwe curriculum, dat voor het eerst sinds twintig jaar geactualiseerd is, biedt een uitgelezen kans voor scholen om deze broodnodige omslag te maken. Misschien lukt dit niet van de ene op de andere dag, maar het kan wél. Resultaten uit andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, laten zien dat verbetering mogelijk is. Daarom werk ik samen met alle betrokken organisaties in het onderwijs aan de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden. De Versterkingsagenda heeft een samenhangende visie op en duidelijk doel voor betere basisvaardigheden van scholieren, met een focus op de meest kansrijke aanpakken. Taal is de moeder van alle vaardigheden. Taal krijgt in de Versterkingsagenda daarom extra aandacht. Betere basisvaardigheden bereiken we alleen als we stelselmatig hogere verwachtingen hebben: van scholieren, de leraar voor de klas, scholen en ons stelsel. Hoge verwachtingen – en bijpassende ondersteuning om hiermee aan de slag te gaan - staan daarom centraal in de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden. In de Versterkingsagenda richten we ons op wat nodig is in het klaslokaal, met oog voor de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd. De sleutel tot betere taalvaardigheid ligt immers niet op één plek: het is een samenspel tussen wat gebeurt binnen de muren van de school, in de vrije tijd en thuis. PISA-2025 benadrukt bijvoorbeeld hoe belangrijk het is om de digitale afleiding van scholieren te beperken, op school en thuis, en dat ouders betrokken zijn bij hun kinderen. Dat hoeft niet moeilijk te zijn: elke dag een kwartier samen lezen en simpelweg vragen wat een kind die dag geleerd heeft op school, versterken de taalvaardigheid van scholieren. De Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden bied ik in het najaar aan uw Kamer aan. Vanzelfsprekend ga ik ook door met de maatregelen uit het Coalitieakkoord. Er komt bijvoorbeeld een staatscommissie, die de uitdagingen waar we voor staan verder onderzoekt. Ook wordt de mobieltjesrichtlijn voor scholen aangescherpt. De ambitie staat vast: we willen allemaal dat scholieren de komende jaren veel taalvaardiger worden. Dit betekent dat we een trendbreuk willen in de Nederlandse PISA-scores.[voetnoot 3] Ik ben optimistisch dat we deze trendbreuk samen kunnen bereiken. Voor de leerlingen van nu, de werknemers van de toekomst en voor onze samenleving. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen Bij vergelijkingen met de EU gaat het om de 14 oorspronkelijke EU-landen die aan alle PISA-edities hebben meegedaan. Dit is alleen onderzocht voor het hoofddomein en daarom niet voor de domeinen lezen en wiskunde. Ook tussentijds wordt gemonitord hoe het gaat met de basisvaardigheden van leerlingen. Dat gebeurt onder andere via landelijke toetsen, zoals de Doorstroomtoets, LVS-toetsen en nationale en internationale peilingsonderzoeken.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 426336ae48354cba

14 okt 2026 · 93ef922a748d8481

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.