Reactie op AVOZ-studie en beleid onbedoelde en/of ongewenste zwangerschappen vanaf 2026
Brontekst
Versie 216f2c9108dbb3d7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 279Zorg rond zwangerschap en geboorteNr. 268 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 november 2025Een onbedoelde of ongewenste zwangerschap kan iedereen overkomen.Een onbedoelde zwangerschap is niet altijd ongewenst, en omgekeerdkan een in eerste instantie gewenste zwangerschap toch ongewenstblijken. Om vrouwen en eventuele partners die te maken krijgen met eenonbedoelde zwangerschap goed te kunnen ondersteunen, is het belangrijkom aandachtig te luisteren naar hun vragen, bijvoorbeeld over anticon-ceptie of kinderwens in het algemeen.Op 30 juni 2025 heb ik uw Kamer het rapport «Het begint met luisteren»aangeboden.1 Dit rapport bevat het tweede deel van de resultaten van destudie Aanvullende Vragen Onbedoelde Zwangerschap (AVOZ).2 Hetrapport «Dit is mijn verhaal» over de tweede deelvraag van deze studie isop 14 maart 2024 al met uw Kamer gedeeld.3 De studie levert waardevolleinzichten op over omstandigheden en zorgervaringen rondom eenonbedoelde en/of ongewenste zwangerschap.In deze brief vat ik eerst de bevindingen en aanbevelingen uit het rapportkort samen. Vervolgens beschrijf ik hoe ik, samen met betrokkenorganisaties en beroepsgroepen, de aanbevelingen opvolg en hoe hetbeleid er per 2026 uit ziet.Samenvatting van de bevindingenDe studie geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen.1.Welke factoren dragen bij aan een onbedoelde zwangerschap?1Kamerstuk 32 279, nr. 264.2De AVOZ-studie is onderdeel van het ZonMw-programma Onbedoelde Zwangerschap enKwetsbaar (jong) Ouderschap: https://www.zonmw.nl/nl/programma/onbedoelde-zwangerschap-en-kwetsbaar-jong-ouderschap3Kamerstuk 32 279, nr. 252. kst-32279-268ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2681 Enerzijds tonen de (kwantitatieve) resultaten samenhang tussen de kansop onbedoelde zwangerschappen en factoren gerelateerd aan socialeongelijkheid en kwetsbare omstandigheden (zoals laag inkomen of eerdermeegemaakt seksueel geweld). Anderzijds blijkt dat onbedoelde zwanger-schappen juist vaker voorkomen bij mensen met een stabiele relatie, diesoms al kinderen hebben. Veel mensen zijn ontevreden over anticoncep-tiemethoden en stellen anticonceptiekeuzes uit.2.Welke omstandigheden dragen bij aan het besluit om een onbedoeldezwangerschap uit te dragen dan wel af te breken?Uit het deelrapport «Dit is mijn verhaal» blijkt dat het besluit over eenonbedoelde zwangerschap wordt beïnvloed door een samenspel vanmeerdere motieven, emoties, waarden en intuïties. Dat is zeer persoonsaf-hankelijk en is in iedere situatie anders. Het is daarom niet zinvol en nietpassend om de keuze terug te brengen tot een rijtje redenen. Veelge-noemde motieven voor een zwangerschapsafbreking zijn timing,kinderwens/gezinsplanning en de partnerrelatie. Als mensen kiezen voorhet uitdragen van een zwangerschap blijkt dat dezelfde motieven andersworden gewogen en vaker waarden, lotsmotieven en geloofsmotievenworden genoemd. De onderzoekers adviseren daarom om niet naarredenen te vragen maar naar ervaringen, gevoelens en behoeften.3.Wat zijn ervaringen met zorg en ondersteuning bij een onbedoeldezwangerschap?Mensen die gebruik maken van keuzehulpverlening via het landelijkdekkend netwerk keuzehulp blijken over het algemeen zeer tevreden.Professionals in de abortuszorg worden over het algemeen als oordeelvrijen steunend ervaren. Een belangrijk verbeterpunt is de vergroting vanbekendheid van keuzehulpverlening.Verschillende thema’s zijn van belang: onduidelijkheid over het zorgpad,het belang van oordeelvrijheid in bejegening4 en onvervulde zorgbe-hoeften bij partners. Er blijkt weinig aandacht te zijn voor onbedoeldouderschap in de geboortezorg en gesprekken over anticonceptie sluitenniet altijd aan bij behoeften. Partners hebben zelf ook aandacht enbegeleiding nodig, en krijgen dit niet altijd.Samenvatting van de aanbevelingenVoortbordurend op de bevindingen die uit de eerste drie onderzoeks-vragen volgen, is een aantal aanbevelingen geformuleerd.Voor zorgverleners en organisaties die zorg verlenen1.Bevorder een luisterende, oordeelvrije en cliëntgerichte houding vanprofessionals.2.Besteed meer aandacht aan de partner.3.Benut kansen op het juiste moment – proactief afstemmen.Voor beleidsmakers, middenveld, media en maatschappij4.Betere randvoorwaarden in de anticonceptiezorg.5.Informatievoorziening rond onbedoelde zwangerschap beter latenaansluiten bij behoeften.6.Realistischer beeldvorming en destigmatiserende taal rond onbe-doelde zwangerschap.4Deze werd in de abortuszorg en bij de keuzehulpverlening opgemerkt en als prettig ervaren.Wanneer zo’n houding ontbreekt wordt dit sterk gevoeld. Dit heeft er mee te maken datonbedoelde zwangerschappen in potentie stigmatizing moments zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2682 Van aanbevelingen naar (zorg)praktijk en beleidIk ben verheugd dat uit het onderzoek blijkt dat mensen op veel plekken inde zorg fijne en helpende ervaringen hebben gehad. Keuzehulpverlenersen abortusprofessionals worden geprezen om hun oordeelvrije enempathische houding en hun kennis van zaken. Tegelijkertijd is er,natuurlijk, ruimte voor verbeteringen. De verbeterpunten komen duidelijknaar voren in de aanbevelingen.Ik heb de onderzoeksresultaten en aanbevelingen besproken metverschillende organisaties en beroepsgroepen.5 Zorgverleners enzorgorganisaties blijken de bevindingen grotendeels te herkennen. Zij zijngemotiveerd om de aanbevelingen waar mogelijk (nog meer) in depraktijk te brengen. Het rapport biedt waardevolle aanknopingspuntenvoor nieuwe initiatieven en voor het aanpassen, verdiepen of uitbreidenvan lopende initiatieven en beleid. Met de volgende voorbeelden illustreerik dit. Voor een aantal van deze voorbeelden maak ik per 2026 middelenvrij als onderdeel van het beleid rondom ongewenste en/of onbedoeldezwangerschappen. Verderop in deze brief geef ik meer toelichting over hetbeleid per 2026.•Beroepsgroepen hebben in brede zin aangegeven dat ze de aanbeve-lingen, waar nodig en naar eigen inzicht, meenemen in toekomstigeherzieningen van richtlijnen en opleidingen. Zo heeft het NederlandsHuisartsen Genootschap (NHG) aangegeven diverse nieuwe weten-schappelijke inzichten, waaronder deze AVOZ-studie, mee te wegen inde herziening van hun anticonceptierichtlijn. Deze richtlijn wordt nietalleen door huisartsen maar ook door abortusartsen, verloskundigenen gynaecologen gevolgd. Het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) heefteen protocollensite voor kraamverzorgenden en neemt de inzichten uitde AVOZ-studie mee in de herziening van protocollen en werkinstruc-ties. Het KCKZ en brancheorganisatie Bo Geboortezorg geven aan inbrede zin meer te willen en moeten doen in het ondersteunen enbetrekken van partners door kraamverzorgenden tijdens de kraamtijd(aanbeveling 2).•In abortuskliniek Epione loopt een pilot met zogenaamde «+1-dagen».Op een specifieke dag in de week is het toegestaan om een partner ofandere begeleider mee te nemen waar dit op andere dagen niet kan,bijvoorbeeld in de uitslaapkamer. Hiermee wordt de aandacht voor departner vergroot (aanbeveling 2). De ervaringen met de pilot zijn totdusver positief en de resultaten worden gedeeld met andere klinieken.•De beroepsgroep van abortusartsen is van plan om in 2026 deinformatievoorziening voor cliënten via onder andere websitesinhoudelijk te evalueren, ten opzichte van hun eigen richtlijnen en deinformatiebehoefte van de cliënten. De beroepsgroep zal een inhoude-lijke check uitvoeren op de websites van abortusklinieken. Kliniekenkunnen de bevindingen van de beroepsgroep gebruiken om huninformatievoorziening te verbeteren en te uniformeren (aanbeveling 5).•Fiom heeft afgelopen jaar haar aanbod voor mannen doorontwikkeld,met een aparte online zelfhulpmodules «keuzehulp bij een onbedoeldezwangerschap» en «abortusverwerking». Hiermee versterkt Fiom deinformatievoorziening en ondersteuning van partners (aanbeveling 2).Ik vind het vergroten van de bekendheid van deze modules belangrijken heb hiervoor middelen beschikbaar gesteld.•Het tegengaan van stigma en het normaliseren van een goed gesprekover anticonceptie, kinderwens en onbedoelde zwangerschap is een5Fiom, Rutgers, Nederlandse vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), KoninklijkeNederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Genootschap vanAbortusartsen (NgvA), de Huisarts Adviesgroep Seksuele Gezondheid (SeksHAG), Kennis-centrum Kraamzorg (KCKZ) en brancheorganisatie Bo Geboortezorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2683 belangrijke en bestaande taak van onze expertisecentra op het gebiedvan seksuele en reproductieve gezondheid (Rutgers en Fiom). Ik hebhen gevraagd om hier de komende jaren meer op in te zetten, metname in de vorm van publiekscommunicatie. Hiervoor zijn middelenbeschikbaar. Hiermee stimuleer ik realistischer beeldvorming endestigmatiserende taal rond onbedoelde zwangerschap (aanbeve-ling 6).•Er blijkt uit gesprekken dat er al veel (scholings)materiaal beschikbaaris om zorgverleners te ondersteunen, bijvoorbeeld de blended-learnings van Fiom waarin oordeelvrije keuzehulp, partnerparticipatieen timing van gesprekken over kinderwens en anticonceptie, aan bodkomen. Ik heb Fiom middelen beschikbaar gesteld om, samen met deberoepsgroepen, bestaande scholingsmodules voor beroepsopleidin-gen van zorgverleners (nog) geschikter te maken voor nog meerverschillende beroepsgroepen.•Het AVOZ-onderzoek toont aan dat de zorgpaden met betrekking totonbedoelde zwangerschap duidelijker moeten worden voor mensen.Er bestaan momenteel twee punten voor informatie en doorverwijzingnaar hulp rondom onbedoelde zwangerschap: het Landelijk informatie-punt onbedoelde zwangerschap6 en de (online)kanalen van expertise-centrum Fiom.7 Dit is onvoldoende duidelijk en voor sommigenverwarrend. Daarom wordt het gehele aanbod van het Landelijkinformatiepunt (website, telefoon- en chatdienst) ondergebracht Fiom.Het vinden van betrouwbare informatie over onbedoelde zwanger-schap voor publiek, doelgroep, partners en betrokken professionalswordt hiermee effectiever, eenvoudiger en transparanter (aanbeve-ling 5). Met een éénmalige financiering help ik Fiom om één heldercontactpunt te creëren én deze plek (online) te promoten. Dezepromotie komt ook de bekendheid van de keuzehulp en psychosocialehulp na abortus ten goede.•Ik wil de negatieve gevolgen van onjuiste informatie over onbedoeldeen/of ongewenste zwangerschap, abortus en anticonceptie tegen-gaan.8 Ik heb Fiom en Rutgers gevraagd om effectieve methodesdaartoe te onderzoeken en daarmee te experimenteren. Eind 2026leveren zij geëvalueerde interventies en communicatiestrategieën op,die vervolgens blijvend kunnen worden toegepast. Zo draag ik bij aanrealistische beeldvorming en vermindering van stigma (aanbeveling 6)en verbeter ik de informatievoorziening (aanbeveling 5).•De AVOZ-studie bevat verschillende bevindingen over condoomge-bruik, bijvoorbeeld dat een verminderende seksuele sensatie (van deman) een grote rol speelt bij het niet-gebruiken van condooms, datcondooms in the heat of the moment niet altijd gebruikt worden en dater niet altijd communicatie is tussen partners hierover. Soa AidsNederland deed onderzoek over effectieve interventies om condoom-gebruik te stimuleren. Op basis hiervan zet ik meerjarig in op hetpromoten van het condoom. Eind november ontvangt uw Kamer eenbrief met mijn concrete plannen.Beleid per 2026: Aanpak onbedoelde en/of ongewenstezwangerschapDe afgelopen zes jaar is gewerkt aan preventie, informatie, ondersteuningen onderzoek op het terrein van onbedoelde en ongewenste zwanger-6Met een website (https://www.infopuntonbedoeldzwanger.nl/), chat- en telefoondienst.7Met een website (https://fiom.nl/ongewenst-zwanger) en telefoonnummer.8De verspreiding van onjuiste informatie gebeurt soms onbedoeld (misinformatie) en somsdoelbewust om mensen te beïnvloeden (desinformatie). Deze onjuiste informatie kan leiden totonrust en kan het vrije en open publieke debat, op basis waarvan mensen alledaagse keuzesmaken, verstoren. Zie ook: Kamerstuk 30 821, nr. 230.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2684 schap. Van 2019 t/m 2022 was dat met het Zevenpuntenplan.9 Van 2023t/m 2025 met de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap.10De AVOZ-studie is geïnitieerd in opdracht van het vorige kabinet.Doorlopende en structurele aandacht en inzet voor seksuele en reproduc-tieve gezondheid is en blijft nodig. Om die reden verbind ik niet langereen eindtijd aan het beleid op dit terrein.Er is jaarlijks 6 miljoen euro beschikbaar. Een aantal activiteiten wordtanders ingericht. Het thema Gezonde Relaties en Seksualiteit wordt weereen regulier onderdeel van de Gezonde School-aanpak, in plaats van detijdelijke stimuleringsregeling voor scholen. Daarnaast versober ik demonitoring. Dat maakt starten met nieuwe activiteiten mogelijk.De onderzoeksuitkomsten en aanbevelingen hebben mij ook uitgedaagdom kritisch te kijken naar beleidsdoelstellingen, taalgebruik en termino-logie. Dat leg ik hieronder uit.Ik sta voor het vergroten van de reproductieve regie en autonomie. Envoor het bieden van betrouwbare informatie en goede ondersteuning:oordeelvrij en afgestemd op persoonlijke behoeftes. Opvallend in hetrapport zijn de schaamte en het schuldgevoel dat vrouwen, en hunpartners, kan overvallen op het moment dat een zwangerschap als eenverrassing komt. Het feit dat mensen zichzelf als «dom» of «stom»omschrijven, raakt mij. Zwangerschapsintenties zijn niet zwart-wit, maarvaak ambivalent. Een kinderwens is gecompliceerd en lang niet altijdexpliciet aanwezig. Bovendien kan de beleving van een zwangerschapveranderen over de tijd, ongeacht de zwangerschapsintentie. Het stigmaen de (voor)oordelen die blijkbaar en helaas nog altijd horen bij eenonbedoelde zwangerschap zijn schadelijk en pijnlijk. Daarom wil ik metmijn beleid, de doelen die ik hierin stel en de woorden die ik hiervoor kies,werken aan destigmatisering. Ik erken tegelijkertijd hoe ingewikkeld dit is.De onderzoekers beschrijven zelf hoe zij hebben moeten zoeken naar demeest passende term: onbedoeld, onverwacht, ongepland, ongewenst. Ikblijf gebruik maken van de termen onbedoeld en/of ongewenst. Ookomdat deze veelvuldig in beleid en activiteiten voorkomen en als het wareinmiddels zijn «ingeburgerd». Dat neemt niet weg dat ik mij realiseer datgeen enkel woord echt goed de lading dekt van wat mensen ervaren.Een belangrijke bevinding uit de AVOZ-studie is dat het niet zinvol en nietpassend is om de keuze voor een abortus terug te brengen tot een rijtjeredenen. Een besluit tot een zwangerschapsafbreking is een samenspelvan motieven, emoties, intuïties en waarden, dat er telkens anders uitziet.Het voeren van beleid gericht op het wegnemen van redenen voor eenabortus heeft daarom geen zin. De motie van het lid Van Dijk (SGP) omredenen voor een abortus voortaan te registreren11 is met klem ontradendoor mijn ambtsvoorganger. Dit onderschrijf ik ten zeerste. Ik zou hetonwenselijk vinden om vrouwen op die manier het gevoel te geven dat zijzichzelf moeten verantwoorden voor hun besluit. Het registreren vanredenen zal nadrukkelijk geen onderdeel zijn van mijn beleid per 2026.Als bijlage bij deze brief voeg ik de nieuwe Aanpak onbedoelde en/ofongewenste zwangerschap toe. Eerder dit jaar heeft mijn ambtsvoor-ganger uw Kamer geïnformeerd over een deel van de plannen voor dezenieuwe aanpak.12 Zoals ik heb toegelicht maak ik voor bepaalde nieuweactiviteiten middelen vrij binnen het bestaande budget. Daarnaast blijven9Kamerstuk 32 279, nr. 123.10Kamerstuk 32 279, nr. 235.11Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 167.12Kamerstuk 32 279, nr. 263Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2685 veel van de huidige activiteiten beschikbaar, omdat de onderzoeksresul-taten het belang hiervan onderstrepen. Om de regie van mensen op hunkinderwens te versterken blijft seksuele en relationele vorming voorjongeren beschikbaar via de Gezonde School. Ik continueer ook de extraanticonceptiecounseling in abortusklinieken voor mensen in een meerkwetsbare situatie. Ook blijft informatie en ondersteuning bij onbedoeldeen/of ongewenste zwangerschap toegankelijk: via het Landelijk Informa-tiepunt van Fiom, het landelijk dekkend netwerk voor keuzehulp en depsychosociale hulp na abortus. Tot slot blijf ik inzetten op kennisontwik-keling, kennisdeling en collectieve publiekscommunicatie via de expertise-centra voor seksuele en reproductieve gezondheid (Rutgers en Fiom). Inde bijgevoegde aanpak staan alle activiteiten per pijler: bestaande énnieuwe.In april 2026 ontvangt uw Kamer de laatste monitor van het RIVM over hetjaar 2025. Vanaf dat moment zal ik uw Kamer informeren als er sprake isvan relevante ontwikkelingen, aanpassingen en veranderingen binnen deAanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap.Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2686
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.