KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over brieven van de Waddenvereniging en de provincies Groningen en Friesland

10 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a57e55ce8ed5736e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529Gaswinning29 684WaddenzeebeleidNr. 1373 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 februari 2026Op 5 februari ontving het kabinet het verzoek van de commissie voorKlimaat en Groene Groei om voor het tweeminutendebat Mijnbouw datgepland staat op dinsdag 10 februari te reageren op brieven van deWaddenvereniging en de provincies Groningen en Friesland1. In deze briefgeeft het kabinet een reactie op de inhoud van deze brieven.WaddenverenigingDe waddenvereniging doet in haar brief twee suggesties richting deTweede Kamer:1.«Fracties kunnen er bij de Minister op aandringen eerst alle aanbeve-lingen uit een voorgaande evaluatie «hand aan de kraan» te latenuitvoeren voordat instemmingsbesluiten worden gegeven aan nieuwe ofgewijzigde winningsplannen bijvoorbeeld zoutwinning onder deWaddenzee.»De Kamer is op 28 juni 2021 geïnformeerd2 over de effectiviteit van de«hand-aan-de-kraan»-methodiek naar aanleiding van de evaluatie. Deaanleiding van de evaluatie was de gewijzigde motie van het lid Dik-Faberc.s.3, waarin werd verzocht om onafhankelijk advies te vragen aan eenwetenschappelijk panel over de effectiviteit van mijnbouw met de«hand-aan-de-kraan»-methodiek. Hiervoor is in 2020 het Adviescollege«hand aan de kraan»-principe Waddenzee ingesteld en zijn expertsbenoemd tot lid. Op basis van een uitgebreide en kritische review vanrelevante wetenschappelijke literatuur, haar eigen expertise, en deingebrachte informatie van partijen als de Nederlandse UnescoCommissie, de Waddenvereniging, het advies van SodM (Zeespiegelsce-1Uw kenmerken: 2026Z02532/2026D05656; 2026Z02554/2026D05658; 2026Z02556/2026D05659.2Kamerstuk 29 684, nr. 2183Kamerstuk 33 529, nr. 739 kst-33529-1373ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13731 nario 2021–2026 voor «Hand aan de Kraan»), KNMI, Deltares en deAuditcommissies gas- en zoutwinning onder de Waddenzee, heeft hetAdviescollege op 8 januari 2021 haar advies uitgebracht, getiteld «Detoekomst van de Hand aan de Kraan – omgaan met onzekerheden».Samengevat stelt het Adviescollege vast dat de «hand-aan-de-kraan»-methodiek heeft voldaan. Richting de toekomst achtte het Adviescollegeechter een betere analyse van onzekerheden op langere termijn wenselijk,met name waar het gaat om de verwachte zeespiegelstijging en denatuurlijke sedimentatie. Inmiddels hebben deze aanvullende analysesplaatsgevonden, uw Kamer is hierover geïnformeerd op 4 september20254. Hierover het volgende.Eén van de aanbevelingen was om te onderzoeken hoe een verbeterde,geïntegreerde «hand-aan-de-kraan»- methodiek kan worden ontwikkeld entoegepast, die rekening houdt met de niet geringe onzekerheden op delange(re) termijn. TNO heeft hiervoor een verkenning uitgevoerd van dehaalbaarheid van een zuiver probabilistische gebruiksruimtetoets. Deresultaten van de haalbaarheidsstudie van TNO geven aan dat de huidigemethodiek vaak eerder een overschrijding van de gebruiksruimte geeftdan methodes die rekening houden met de onzekerheden op langetermijn, uitzondering is de jaarlijkse overschrijdingskans voor dekomberging Vlie. De huidige methodiek is in vergelijking met een zuiverprobabilistische methode conservatiever en biedt daarmee meerzekerheid over de bescherming van de uitzonderlijke universele waarden(OUV) van de Waddenzee.Een andere aanbeveling van de evaluatie was om het meegroeivermogeneenduidig vast te stellen inclusief onzekerheden. Deltares heeft hiervooreen studie uitgevoerd naar het meegroeivermogen van de kombergingengerelateerd aan de kritische zeespiegelstijgingssnelheid voor verdrinkingin de Nederlandse Waddenzee. Hiermee wordt een duidelijke en transpa-rante methodiek gehanteerd om het meegroeivermogen te definiëren. Demeegroeivermogens die op deze manier zijn bepaald voor de bekkens vanMarsdiep, Vlie, Pinkegat en Zoutkamperlaag zijn respectievelijk 7,8 mm/jr;7,0 mm/jr; 10,2 mm/jr en 6,8 mm/jr. Deze liggen allen boven de huidigewaarden die in de «hand-aan-de-kraan» methodiek worden gehanteerd.Ook hiermee is dus de huidige invulling van de «hand-aan-de-kraan»-methode conservatiever.De aanbeveling over de zeespiegelstijging is uitgevoerd door experts tevragen naar een nieuw advies over zeespiegelstijging. Dit advies is in2024 opgeleverd en meegenomen in het gebruiksruimtebesluit, metdaarin een aanscherping van de gebruiksruimte voor delfstoffenwinningin de Waddenzee, van 25 april 2024.5Het kabinet heeft begrip voor de zorgen. Tegelijkertijd blijkt uit diverseonderzoeken dat de huidige «hand-aan-de-kraan»-methode voldoet en opdiverse punten zelfs conservatiever (veiliger) is dan eerder gedacht. Het isaan een volgend kabinet om te bepalen hoe om te gaan met deze nieuweinzichten die meer ruimte lijken te geven voor activiteiten in deWaddenzee dan het huidige vastgestelde «hand-aan-de-kraan»-beleid.2.«Fracties kunnen vragen of de Minister bereid is om op korte termijnbilaterale gesprekken op te starten met de Bondsrepubliek Duitsland metals inzet het behoud van de werelderfgoedstatus van de Waddenzee in4Kamerstuk 29 684, nr. 296.5Kamerstuk 29 684, nr. 273.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13732 relatie tot de winning en verwerking van zout door het Duitse bedrijf K&Suit Kassel waar ESCO/Frisia onderdeel van is.»Het kabinet bewaakt binnen bestaande wettelijke kaders dat door(vergunde en nog te vergunnen) activiteiten in en onder de Waddenzee denatuurwaarden niet worden aangetast. Op 1 mei 2024 is een wijziging vande Mijnbouwwet in werking getreden dat bepaalt dat nieuwe winning vandelfstoffen onder de Waddenzee niet langer zal worden toegestaan.Aanvragen voor (de wijziging van) winningsplannen die vóór 1 mei 2024zijn ingediend worden volgens het in de Mijnbouwwet opgenomenovergangsrecht nog afgehandeld. Ook dat kan alleen wanneer winning –van in dit geval zout – veilig en verantwoord kan.De bestaande winning van zout en gas was onderdeel van de aanvraagvan de Unesco werelderfgoedstatus van de Waddenzee in 2009. Debestaande winning en de lopende wijzigingsaanvraag van Frisia hebbenop dit moment geen invloed op die status. Sinds 1978 werkenDenemarken, Duitsland en Nederland samen om de Waddenzee als eenecologische eenheid te beschermen. Daarvoor is een bestaande overleg-structuur die op gezette momenten samenkomt. Deze samenwerking isgebaseerd op de Joint Declaration on the Protection of the Wadden Sea.6Aanvullend bilateraal overleg is daarmee niet nodig.Reactie Provincie Friesland aanvullende afspraken gaswinning oplandIn de brief van de provincie Friesland wordt namens de Friese mijnbouw-tafel waardering uitgesproken dat het sectorakkoord land verder gaat dande bestaande wet- en regelgeving. Afspraken rond het zorgvuldigbetrekken van de omgeving worden op prijs gesteld evenals inzage in demijnbouwprojecten op korte termijn. Ook de aanvullende afspraken overveiligheid rond gaswinning worden gewaardeerd.De provincie Friesland vraagt aandacht voor vier belangrijke zaken, dienaar hun oordeel onderdeel hadden moeten uitmaken van het vastge-stelde akkoord. Die vier punten betreffen:1.«Het afbouwpad betekent voor de provincie Fryslân een voortzetting vangaswinning». De provincie concludeert dat het afbouwpad afgevlakt is endat onvoldoende duidelijk is waar wel en geen gas gewonnen wordt.In reactie hierop benadrukt het kabinet dat voor de transitie naar eenklimaatneutraal energiesysteem aardgas voorlopig nodig blijft. Hetkabinet geeft daarbij de voorkeur aan aardgas met zo min mogelijkklimaatimpact en zo min mogelijk afhankelijkheid van andere landen. Hetsectorakkoord «Gaswinning in de energietransitie» en de bijbehorendeaanvullende afspraken voor gaswinning op land dragen hieraan bij. DeEBN-analyse (in bijlage II van het sectorakkoord land) laat het afbouwpadzien. Daarin is onder meer te zien dat het afbouwpad van gaswinning uitkleine velden veel sneller gaat dan de binnenlandse vraag naar aardgas(van circa 16 miljard m3 gaswinning op land in 2000 naar circa3 miljard m3 in 2024). Hierdoor neemt de importafhankelijkheid vanNederland toe. Dat wil het kabinet waar mogelijk voorkomen en daaromwordt ingezet op een verantwoorde afbouw. Onder een verantwoordeafbouw wordt verstaan het dempen ofwel tijdelijk afvlakken van deversnelde afbouw. Het gaat dus om stabilisatie van de gaswinning uitkleine velden op land voor de eerste periode ten behoeve leveringsze-6https://www.waddensea-worldheritage.org/resources/joint-declaration-protection-wadden-seaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13733 kerheid en het verkleinen van de importafhankelijkheid van Nederland eneen daling daarna. De verantwoorde afbouw van gaswinning op landdient verder bezien te worden in de context waarin al meer afspraken overafbouw gelden, zoals de in deze brief genoemde op 1 mei 2024 in werkinggetreden wijziging van de Mijnbouwwet dat bepaalt dat nieuwe winningvan delfstoffen onder de Waddenzee niet langer zal worden toegestaan.De wens van de provincie Friesland om op projectniveau inzage te krijgenin waar wel of geen gaswinning plaatsvindt is vanwege de bedrijfsvoeringen de bedrijfsvertrouwelijkheid niet mogelijk. Daarom is – in aanvulling opde EBN-analyse in bijlage II van het sectorakkoord land – met gaswin-ningsbedrijven de afspraak gemaakt om op verzoek van medeoverhedenperiodiek inzage te geven in de lopende en de op korte- en middellangetermijn voorgenomen gaswinningsprojecten. Deze afspraak draagt bij aande gevraagde duidelijkheid op projectniveau en is uitvoerbaar voorgaswinningsbedrijven. Hiermee is invulling gegeven aan de wens vanmedeoverheden om meer duidelijkheid te krijgen.2.«Kwetsbare gebieden, zoals veenweide, worden nog niet uitgesloten vangaswinning, terwijl hier wel onherstelbare schade ontstaat.» De provincieverzoekt om op grond van het voorzorgsprincipe veenweidegebieden uitte sluiten van gaswinning totdat de resultaten van onderzoek bekend zijn.Allereerst wil het kabinet benadrukken dat gaswinning alleen mogelijk isals het veilig en verantwoord gewonnen kan worden. Dat geldt ook voorkwetsbare gebieden, zoals veenweidegebieden. Daarin wordt niet alleengekeken naar het hier en nu maar worden ook waarborgen opgenomenvoor de nabije toekomst (30 jaar) waarop wordt gemonitord.Ten aanzien van het voorzorgsprincipe acht dit kabinet het niet proporti-oneel om op voorhand slechts één activiteit uit te sluiten, namelijkgaswinning, zonder daarbij ook naar alle andere activiteiten te kijken dievan invloed zijn op bodemdaling in veenweidegebieden.Dat betekent niet dat dit kabinet geen oog heeft voor de effecten en dezorgen. Die worden geadresseerd door onderzoek te blijven doen, waarbijde Friese medeoverheden ook nauw zijn en worden betrokken. De eersteonderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nu te stoppen metgaswinning in veenweidegebieden7. Of een winningsvergunning kanworden verleend of kan worden ingestemd met een winningsplan onderveenweidegebied en onder welke voorwaarden moet project specifiekworden beoordeeld. Dat gebeurt op dit moment. De resultaten pleiten welvoor vervolgonderzoek en daar werkt het Ministerie van Klimaat enGroene Groei in goede samenwerking aan met Friese medeoverheden. Zois dit jaar gestart met een meerjarig vervolgonderzoek dat wordtuitgevoerd door TNO en Deltares. Ook heeft het Wetterskip samen met deCommissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân (CBAF) een onderzoekuitgezet bij Arcadis om in beeld te brengen hoe de compensatie van denegatieve gevolgen van bodemdaling door onder meer aardgaswinning inveenweidegebied De Hegewarren kan worden opgepakt. Het gaat daarbijom een verkenning naar alternatieven voor schadebepaling en -herstel.Uitkomsten van deze en mogelijk ook toekomstig vervolgonderzoekenzullen te zijner tijd worden meegenomen in de besluitvorming. Daaropkan nu niet worden vooruitgelopen.7Kamerstuk 32 849, nr. 296; https://www.deltares.nl/expertise/publicaties/beantwoording-adviesvragen-t-b-v-belangenafweging-bij-aanvragen-voor-gaswinning-in-friesland-in-verband-met-effecten-bodemdalingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13734 3.«Het voorstel tot batendeling wordt niet gedragen door de Frieseoverheden». De provincie verzoekt een hoger percentage, namelijk 33%met daarin nadrukkelijk een bijdrage vanuit het Rijk.Het kabinet begrijpt de wens van de Provincie Friesland om mee te delenin de gasbaten. Het kabinet heeft gekeken wat mogelijk is. Dat heeft geleidtot batendeling in de vorm van een extra bijdrage vanuit de sector aan deregio.Omdat gaswinningsbedrijven al bijna 70% van de gasbaten afdragen aande overheid – in de vorm van onder meer heffingen en belastingen – iseen percentage van 33% onrealistisch en bovendien niet afdwingbaar. Hetkabinet acht de gemaakte afspraak van 5% van de netto-opbrengsten vaneen gaswinning een goede uitwerking van de wens van de regio om meete delen in de gasbaten. Aan de bijdrage vanuit het gaswinningsbedrijf inde richting van de regio betaalt de Rijksoverheid overigens indirect mee(via de deelname van EBN, benutting van de investeringsaftrek en lagerebelastinginkomsten).Het kabinet meent met deze afspraak een eerlijke en haalbare formule tehebben gevonden die de regio in de praktijk per project een paar miljoeneuro kan opleveren. Dat is veel geld dat gaswinningsbedrijven vrijwilligbijdragen aan de regio. Voor een aanvullende bijdrage vanuit het Rijkwaarop de Friese overheden lijken te doelen ziet dit kabinet binnen dehuidige begroting en begrotingssystematiek geen ruimte.4.«Het indienen van bezwaar en beroep wordt financieel afgestraft». Deprovincie verzoekt om de randvoorwaarde (die stelt dat batendeling startwanneer de vergunning onherroepelijk is) te laten vervallen.De betreffende randvoorwaarde waar de provincie Friesland naar verwijstmoet bezien worden in het samenstel van alle gemaakte afspraken enstaat de rechtsgang niet in de weg. Beroep of bezwaar blijft mogelijk ende regio blijft aanspraak maken op batendeling over het gewonnenvolume. De batendeling gaat alleen lopen vanaf het moment dat deinstemming met het winningsplan en de andere benodigde vergunningenonherroepelijk zijn. Reden om deze randvoorwaarde op te nemen heeft temaken met het risico dat een gaswinningsbedrijf loopt tijdens een beroep-of bezwaarprocedure. Dat zorgt voor grote onzekerheid en financiëlerisico’s voor het bedrijf en in die periode is batendeling, waartoegaswinningsbedrijven zich vrijwillig hebben gebonden, niet passend. Eengaswinningbedrijf staat dan voor de keuze om de beroepsprocedure af tewachten of alvast te starten met alle risico’s van dien. In beide gevallen isde verwachting dat de bedoelde randvoorwaarde geen tot slechts eenbeperkte uitwerking op de batendeling met de regio zal hebben omdateen gaswinningsbedrijf vaak een beroepsprocedure zal afwachtenalvorens grote investeringen te doen en gaswinning waarop batendelingbetrekking heeft over het algemeen pas later in of na afloop van eenberoepsprocedure daadwerkelijk zal worden gestart. Omdat de baten-deling wordt afgedragen op basis van daadwerkelijk gewonnen volumeaardgas zal het effect van deze randvoorwaarde hierdoor gering zijn.In aanvulling hierop is het goed om te beseffen dat mocht een gaswin-ningsbedrijf gebruik maken van de investeringsaftrek het genotenvoordeel te allen tijde ten goede komt aan de regio. Dus ook als dewinning uiteindelijk niet door zou gaan. Het Rijk zal de daadwerkelijkebatendeling met de regio monitoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13735 Reactie Provincie Groningen aanvullende afspraken gaswinningop landIn de brief gaat de Provincie Groningen mede namens hun overleg-platform Mijnbouwtafel Groningen in op enkele knelpunten die zesignaleren in de uitwerking van het sectorakkoord:1.«Standpunt provincie Groningen». Het standpunt van de provincie is datde gaswinning zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd omdatinwoners nog steeds te maken hebben met de effecten van degaswinning. De beving in Zeerijp vorig jaar november wordt daarbij alsvoorbeeld genoemd.Het kabinet betreurt het dat er nog steeds aardbevingen plaatsvinden. Hetkabinet realiseert zich terdege dat door deze bevingen omwonendenopnieuw kunnen worden blootgesteld aan gevoelens van onrust enonveiligheid en in sommige gevallen ook (opnieuw) geconfronteerdworden met schade aan hun woning. De Kamer is op 9 december 20258geïnformeerd over de beving in Zeerijp en de te nemen vervolgacties. Debeving in Zeerijp is niet het gevolg van gaswinning uit kleine velden maarhet gevolg van natrillingen. Hoewel de impact van de beving aanzienlijkis, staat deze los van de gaswinning in kleine velden.Het belang van gaswinning uit kleine velden in Nederland is toegenomendoor de sluiting van het Groningenveld. Op dit moment wordt er uit circa250 kleine gasvelden op land en de Noordzee gas gewonnen; waarvanongeveer 1/3 op land. Deze winning is van cruciaal belang geworden voorde leveringszekerheid en het beperken van de importafhankelijkheid vanNederland. Alle kleine velden dragen daaraan bij. Omdat de gasvoorradengeologisch zijn bepaald is het op voorhand uitsluiten van gebieden nietwenselijk.Gaswinning uit kleine velden op land zijn van een andere orde dan devoormalige gaswinning uit het Groningenveld. Dat heeft de maken met deomvang van de kleine gasvelden die al gauw een factor 100–1.000 kleinerzijn dan het Groningenveld. Hetzelfde geldt voor de mogelijk conse-quenties van gaswinning uit kleine velden: hoewel bevingen nog steedskunnen optreden, zijn zowel frequentie als schaal ervan niet vergelijkbaarmet die van het Groningenveld.Het kabinet heeft bovendien lering getrokken uit eerdere ervaringen enbelangrijke verbeteringen doorgevoerd. Zo is bijvoorbeeld de schadeaf-handeling centraal georganiseerd en wordt eventuele schade op eentoegankelijke en transparante wijze afgehandeld. De geleerde lessenworden nu toegepast bij de huidige winning uit kleine velden op land.Vanwege het belang van winning uit kleine gasvelden blijft dit kabinetgraag met de provincie Groningen in gesprek over haar belangen enzorgen zodat we gezamenlijk kunnen blijven werken aan de opgave waarwe voor staan: realiseren van de energietransitie. De diepe ondergrondspeelt daarin een cruciale rol.2.«Betrokkenheid bij de totstandkoming». De provincie geeft aan op16 oktober 2025 geïnformeerd te zijn over de status en conceptueleinhoud van het sectorakkoord en daar een brief over gestuurd te hebbenwaarvan de inhoud niet is verwerkt in het vastgestelde sectorakkoord.8Kamerstuk 33 529, nr. 1347Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13736 Het Ministerie van KGG heeft op meerdere momenten met decentraleoverheden gesproken over de totstandkoming van het sectorakkoord land.Omdat gaswinning op land gevoelig kan liggen is gekozen voor eenaanpak die medeoverheden de ruimte geeft om open en informeelinbreng te leveren. Vanaf de start was bekend dat de aanvullendeafspraken tussen het Rijk en de sector zouden worden gesloten omdatdeze onderdeel uitmaken van het op 23 april 2025 vastgestelde «Sectorak-koord gaswinning in de Energietransitie»9. Ook is meerdere keren in hettraject benadrukt dat de gemaakte afspraken extra’s zijn op de bestaandewaarborgen in wet- en regelgeving om tegemoet te komen aan zorgenvan zowel omgeving als de sector.Naar aanleiding van de bijeenkomst van 16 oktober jl. heeft het Ministerievan Klimaat en Groene Groei alle inbreng meegenomen voor de nadereuitwerking van de aanvullende afspraken. Naar aanleiding van dat overlegen de ontvangen reacties is ook bewust gekozen voor een extra overleg-moment met medeoverheden om hen te informeren wat er met huninbreng is gedaan.Dat overleg heeft op 7 januari jl. plaatsgevonden en toen is uitgebreidstilgestaan bij de ontvangen reacties en aangegeven tot welke aanpas-singen dat heeft geleid in het sectorakkoord land. In dat overleg isaangegeven dat het sectorakkoord land niet op zichzelf staat en datmedeoverheden ook in het kader van andere lopende trajecten inbrengkunnen blijven leveren. Voorbeelden hiervan zijn het programmaDuurzaam Gebruik Diepe Ondergrond, de herziening van de Mijnbouwweten de evaluatie Ekehaar. Dit omdat het sectorakkoord, dat gesloten is metsectorpartijen en zich specifiek richt op de gaswinning, zich niet leent omalles te regelen. Onderdelen van de inbreng van de provincie Groningenzullen in de genoemde andere trajecten worden betrokken. Tot slot is altijdruimte geboden om in gesprek te gaan en waar nodig een extra overleg inde plannen. De Provincie Groningen heeft van die mogelijk gebruikgemaakt.3.«Batendeling». De provincie constateert dat de batendeling zich beperkttot nieuwe gaswinning en dat bestaande gaswinning in de provincie nietin aanmerking komt voor batendeling. De provincie verzoekt om degasopslag Grijpskerk als nieuwe gaswinning te beschouwen zodat deze inaanmerking komt voor batendeling.De gemaakte afspraken rond batendeling zien op nieuwe velden ofuitbereiding van bestaande winning uit kleine velden op land. Het huidiggebruik van de gasopslagen valt daar niet onder. De mogelijke toekom-stige winning van kussengas uit een voorkomen dat nu als gasopslag ingebruik is, waaronder de gasopslag Grijpskerk, daarentegen wel. Voorprojecten die de 2 miljard kuub overschrijden worden maatwerkafsprakengemaakt. De mogelijke winning van kussengas uit voorkomens die nu alsgasopslag in gebruik zijn zal naar verwachting deze grens passeren enhiervoor geldt dus dat er, als kussengaswinning aan de orde komt,maatwerkafspraken zullen worden gemaakt met betrokken medeover-heden. Mocht het dus tot winning van kussengas komen dan kan de regiorekenen op batendeling.4.«Geen concreet afbouwpad». Volgens de provincie ontbreekt een concreetafbouwpad en is geen rekening gehouden met kwetsbare gebieden.9Kamerstuk 33 529, nr. 1293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13737 Het kabinet verwijst hier naar reactie op de punten 1 en 2 van de ProvincieFriesland, eerder in deze brief.5.«Procedureel». De provincie is van oordeel dat het kabinet geeninstemming had moeten verlenen aan het sectorakkoord in de huidigevorm en verzoekt hierover in gesprek te gaan.Het kabinet blijf graag in gesprek met medeoverheden over het gebruikvan de diepe ondergrond voor het realiseren van de energietransitie. Datdoet het kabinet ook, onder meer met het programma Duurzaam GebruikDiepe Ondergrond, maar ook met het omgevingsproces Zuidwendingwaarover in december 2025 met de provincie Groningen en de gemeentenVeendam en Pekela een intentieverklaring is getekend. Gaswinning uitkleine velden op land speelt in de energietransitie een belangrijke rol.Zoals tijdens het Commissiedebat Mijnbouw van 29 januari jl. aangegevenis het kabinet niet bereid om het sectorakkoord land ter discussie testellen. De gemaakte afspraken dragen bij aan een verantwoorde afbouwvan de gaswinning op land en zijn extra’s op de bestaande wet- enregelgeving. In overleg met betrokkenen zijn deze aanvullende afsprakengemaakt tussen het Rijk en de sector. Als betrouwbare overheid hecht ditkabinet waarde aan het nakomen van gemaakte afspraken.Met het Programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond, de herzieningvan de Mijnbouwwet en de aanvullende afspraken voor gaswinning opland beoogt het kabinet te komen tot een zorgvuldig, samenhangend entoekomstbestendig kader voor het gebruik van de diepe ondergrond inNederland. Daarbij is samenwerking met alle betrokken partijen,waaronder medeoverheden, van groot belang.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13738

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c59e65fa6c7aac44

14 okt 2026 · 44f755a8d41d7f34

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.