Antwoord op vragen van het lid Nobel over het bericht dat over vier jaar dertig procent van de huizen gebouwd moet worden van natuurlijke materialen zoals hout en vlas
Brontekst
Versie cf8eb23d72f72fa7 · officiële bronAH 306 2026Z18838 Antwoord van minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen 7 oktober 2026) Inleiding: Antwoord 5 geeft daarnaast invulling aan de motie Mooiman[voetnoot 1], waarin de regering wordt verzocht om ervoor te zorgen dat de doelstellingen omtrent circulariteit (onder meer het hergebruik van materialen en producten) de betaalbaarheid en realisatiekracht voor nieuwe woningen niet belemmeren. Vraag 1 Bent u bekend met het bericht "Bouwregels stapelen op: over vier jaar moet 30 procent van de huizen gebouwd worden van natuurlijke materialen zoals hout en vlas"? 1) Antwoord vraag 1 Ja. De kop van het bericht kan de indruk wekken dat 30 procent van de woningen van natuurlijke materialen gebouwd moet worden. Dat is niet het geval. In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB)[voetnoot 2] is de ambitie opgenomen dat in 2030 minimaal 30 procent van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 30 procent van de massa uit biobased materialen bestaat, zoals hout, vlas, hennep, stro en miscanthus. Dit is de zogenoemde 30-30-30 ambitie en geen verplichting voor (individuele) woningen. De aanpak is eind 2023 gestart onder kabinet Rutte IV en loopt door t/m 2032. Vraag 2 Klopt het dat de kosten en eisen voor biobased bouwen op dit moment hoger liggen dan die voor reguliere bouw, en zo ja, hoeveel? Antwoord vraag 2 De kosten verschillen per materiaal, bouwsysteem en project. Een deel van de toepassingen is nu nog duurder dan meer gangbare toepassingen. Hiervoor is geen algemeen percentage beschikbaar. Een deel van deze meerkosten hangt samen met de beperkte schaal waarop biobased bouwproducten worden geproduceerd en toegepast. Bij een grotere en voorspelbare vraag kan de productie worden opgeschaald en kan de kostprijs dalen. De NABB is erop gericht die opschaling op gang te brengen. Voor biobased woningen gelden dezelfde eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als voor andere woningen. Voor biobased materialen kan het aantonen dat aan die eisen wordt voldaan wel meer tijd en geld kosten, omdat er nog minder testresultaten zijn en er nog maar beperkt mee is gebouwd. De NABB ondersteunt daarom onder andere het testen, certificeren en het delen van kennis. Vraag 3 In hoeverre leidt een eventuele verplichting tot biobased bouwen ertoe dat de bouwkosten nog verder stijgen? Antwoord vraag 3 Er geldt geen verplichting om biobased te bouwen. Over de kosten van een eventuele verplichting kan geen algemene uitspraak worden gedaan. Die hangen sterk af van de vormgeving van een eventuele verplichting, de gekozen materialen en bouwmethoden en de ontwikkeling van productiecapaciteit en prijzen. Bij eventuele wijzigingen van de bouwregelgeving worden en moeten altijd de gevolgen voor onder meer bouwkosten en uitvoerbaarheid betrokken. Vraag 4 Bent u het eens dat de focus moet liggen op het snel bouwen van meer woningen, in plaats van extra regels over biobased bouwen? Antwoord vraag 4 De woningbouwopgave heeft de allerhoogste prioriteit. Dit kabinet wil sneller, meer en beter bouwen. Dat is de kern van het Actieplan Versnelling Woningbouw[voetnoot 3] dat ik op 21 september jongstleden aan uw Kamer heb gestuurd. Biobased bouwen kan juist goed samengaan met het versnellen van de woningbouw: industrieel bouwen met biobased materialen kan de woningbouw versnellen en betaalbaarder maken, met minder milieu-impact. Biobased materialen zijn daarvoor geschikt: ze zijn licht en goed in de fabriek te verwerken tot bouwelementen die op de bouwplaats snel te monteren zijn. Vraag 5 Bent u het eens dat de markt gestimuleerd kan worden om biobased te bouwen, maar dat een verplichting niet bijdraagt aan de bouw van meer woningen? Antwoord vraag 5 Ja, ik stimuleer de toepassing van biobased materialen en leg daarbij geen verplichtingen op. Zoals aangegeven is de 30%-doelstelling uit de NABB een ambitie en geen verplichting bij de bouw van (individuele) woningen. Wel geldt sinds 2018 een eis voor de milieuprestatie van gebouwen. Deze schrijft niet voor welke materialen moeten worden toegepast. Beiden zijn vormen van overheidsstimulering, die nodig zijn om de markt verder op te schalen, zorgen voor meer beschikbaarheid van bouwmaterialen en daarnaast bijdragen aan de overgang naar een circulaire (bouw-)economie. Biobased materialen zijn hernieuwbaar (groeit snel aan in de natuur) en kunnen de CO2-uitstoot van de bouw verlagen en het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen verminderen. Het bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen voor circulaire economie wordt zo ingevuld dat het de betaalbaarheid van woningen en realisatiekracht van de woningbouw niet belemmert. Daarmee geef ik invulling aan de motie Mooiman.[voetnoot 4] Vraag 6 Kunt u aangeven welk deel van de nieuwbouwwoningen op dit moment voldoet aan de norm van minimaal 30 procent biobased of circulair materiaal? Antwoord vraag 6 Er is geen dergelijke norm, wel de 30-30-30 ambitie zoals hiervoor aangegeven. Daarover is het volgende te melden: volgens de meest recente NABB-monitor[voetnoot 5] neemt de toepassing van biobased materialen toe. Vooral bij appartementen is groei zichtbaar. Exclusief de fundering bestond in 2025 ruim 5 procent van de appartementen voor minimaal 30 procent uit biobased materialen, tegen 2 procent in 2024. Voor de totale nieuwbouw gold dat in 2025 voor 1 procent van de woningen, inclusief fundering, tegen afgerond 0 procent in 2024. Ook bij de verduurzaming van bestaande woningen neemt de toepassing toe. Het aandeel biobased isolatiemateriaal bij particulieren groeide van bijna 8 procent in 2024 naar ruim 11 procent in 2025. Het aandeel circulaire materialen is hierin niet meegenomen. Vraag 7 Bent u voornemens de doelstelling van 30 procent als bindende eis in de bouwregelgeving op te nemen, of ziet u dit als een streefwaarde? Antwoord vraag 7 Nee. De 30 procent is een ambitie voor 2030 en geen bindende eis. Wel geldt een eis aan de milieuprestatie van gebouwen (mpg) en komt er een eis aan de klimaatimpact van gebouwen over de gehele levenscyclus (whole life cycle-global warming potential, wlc-gwp), als implementatie van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze eisen gaan over de milieu- en klimaatimpact van het hele gebouw en schrijven niet voor hoe daaraan moet worden voldaan. Bouwers kunnen bijvoorbeeld minder materiaal gebruiken, materialen hergebruiken of kiezen voor materialen met een lagere milieu- en klimaatimpact, waaronder biobased materialen. Vraag 8 Mogen woningen met minder dan 30 procent circulair of biologisch materiaal over vier jaar nog gebouwd worden? Antwoord vraag 8 Ja. Woningen met een lager aandeel mogen ook na 2030 worden gebouwd, mits zij voldoen aan de dan geldende bouwregelgeving. Vanaf 2028 moet de klimaatimpact over de gehele levenscyclus (wlc-gwp) voor nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m² worden berekend, en vanaf 2030 gelden er grenswaarden voor nieuwe gebouwen. Die grenswaarden worden vastgelegd in een routekaart die uiterlijk 1 januari 2027 gereed is.[voetnoot 6] Deze eis schrijft geen bepaald materiaal of aandeel biobased materiaal voor. Vraag 9 Hoe bent u überhaupt van plan dit doel te behalen als de helft van de woningfabrieken volgens het bericht niet gebruikt wordt omdat de vergunningen om de capaciteit op te schalen ontbreken? Antwoord vraag 9 In 2024 werd 21 procent van de nieuwbouwwoningen industrieel gebouwd, terwijl de beschikbare capaciteit groter is. Om deze capaciteit beter te benutten zijn voldoende en voorspelbare woningbouwprojecten nodig. Dit hangt onder meer samen met het tempo van de planfase. Daarom streef ik in het Actieplan Versnelling Woningbouw naar een halvering van het ontwerp- en vergunningstraject van 8 naar 4 jaar in 2030, onder meer door digitalisering en parallel plannen. Zie verder mijn antwoord op vraag 10. Met voldoende schaal en continuïteit kunnen fabrieken efficiënter produceren. Dat stimuleert industrieel bouwen, waaronder industriële bouw met biobased materialen. Vraag 10 Welke maatregelen gaat u de komende tijd nemen om industriële bouw te stimuleren? Antwoord vraag 10 Het kabinet heeft de doelstelling dat vanaf 2030 de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel wordt gebouwd. In het Actieplan Versnelling Woningbouw staat een pakket aan maatregelen om dat te bereiken. Via het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) is €90 miljoen beschikbaar tot 2030, aangevuld met middelen tot 2035 uit de €7 miljard voor betaalbare woningbouw. Maatregelen zijn onder andere: aanpassen van het Bbl, zodat voor industriële woningconcepten met volledige typegoedkeuring de vergunning- of meldingsplicht voor de technische bouwactiviteit wordt vervangen door een informatieplicht. Streefdatum is medio 2028; vraagbundeling en afspraken in de Woondeals, de Nationale Prestatieafspraken (herijking voorjaar 2027) en bij de grootschalige woningbouwlocaties, om minimaal 50 procent industrieel bouwen te verankeren; in het kader van de uitvoering van het IOP samenwerken met gemeenten aan meer uniforme ruimtelijke regels, bijvoorbeeld voor welstand en stedenbouwkundige eisen; samen met de markt vóór de zomer van 2027 een routekaart voor digitalisering opstellen. Met deze maatregelen wil ik zorgen voor een grotere en voorspelbare vraag naar industriële woningen, zodat de beschikbare productiecapaciteit beter wordt benut en voor stimulering van verdere investeringen. Vraag 11 Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden? Antwoord vraag 11 Ja. 1) De Telegraaf, 14 september 2026 (https://www.telegraaf.nl/financieel/bouwregels-stapelen-op-over-vier-jaa r-moet-30-procent-van-de-huizen-gebouwd-worden-van-natuurlijke-materialen-zoals-hout-envlas/ 161413350.html) Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1432 (motie Mooiman) Kamerstukken II 2023/24, 32 852, nr. 286 Zaak nummer 2026Z19304 Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1432 (motie Mooiman) Nieuwsbericht "Biobased bouwen vooral bij renovatieprojecten in opmars, verdere opschaling blijft nodig", 15 juli 2026, monitor van de NABB (nabb.databank.nl). Kamerstuk 32847, nr. 1405 (Kamerbief implementatie EPBD IV)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.