KamerkringInloggen
Antwoord op Kamervragen

Antwoord op vragen van het lid Bevers over het bericht ‘VWS floot Zorginstituut terug bij programma Uitkomstgerichte zorg’ van Zorgvisie

20 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3c2cff81f9e95324 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2872Vragen van het lid Bevers (VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport over het bericht «VWS floot Zorginstituut terug bij programmaUitkomstgerichte zorg» van Zorgvisie op 27 juni 2025 (ingezonden 1 juli 2025).Antwoord van Minister Danielle Jansen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport)(ontvangen 20 augustus 2025)Vraag 1Bent u bekend met het bericht «VWS floot Zorginstituut terug bij programmaUitkomstgerichte zorg»?1Antwoord 1Ja, ik ben hiermee bekend.Vraag 2Herkent u het geschetste beeld over het verloop van het programmaUitkomstgerichte zorg?Antwoord 2In 2017 is een samenwerking gestart tussen het Ministerie van VWS en hetZorginstituut voor de uitvoering van het programma Uitkomstgerichte Zorg.In het onderhandelaarsakkoord medisch-specialistische zorg (2019–2022) isvervolgens vastgelegd dat het Zorginstituut Nederland dit programmauitvoert «in opdracht van de Minister en in nauwe consultatie met debetrokken brancheorganisaties.»Na de start van het programma gaven de brancheorganisaties aan dat deafgesproken consultatie naar hun mening onvoldoende tot stand kwam. Zijzagen dit als een risico voor het draagvlak in het veld en voor de implemen-tatie van het programma Uitkomstgerichte Zorg. Om die reden is destijdsbesloten het programma anders in te richten, zodat het beter aansloot bij debehoeften vanuit het veld. Het Zorginstituut bleef in deze nieuwe structuurbetrokken bij het programma.Wat betreft de tijdsduur van fase I van het programma, klopt het dat dezefase een jaar later is afgerond dan oorspronkelijk gepland. Mijn ambtsvoor-1Zorgvisie, 27 juni 2025, VWS floot Zorginstituut terug bij programma Uitkomstgerichte zorg |Zorgvisie ah-tk-20242025-2872ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 gangers hebben uw Kamer destijds geïnformeerd over de vertraging, die hetgevolg was van de Covid-19-pandemie2.Vraag 3Herkent u het signaal dat er sprake is geweest van veel bestuurlijke drukte,waarbij in het overleg het doel – vijftig procent van de ziektelast transparantin 2022 – al snel uit beeld verdween?Antwoord 3Ik herken het beeld dat in eerste instantie verschillende overleggen op hetonderwerp kwaliteit plaatsvonden. Deze overleggen waren noodzakelijk omvoldoende draagvlak te creëren bij alle betrokken partijen en mensen uit hetveld. Daarbij is steeds gezocht naar de juiste balans tussen breed draagvlakenerzijds, en het realiseren van voortgang en tempo anderzijds. In totaal zijndoor de werkgroepen 33 uitkomstensets ontwikkeld, die (toevallig) betrekkinghebben op 33% van de ziektelast. Voorbeelden van aandoeningen waarvooruitkomstensets zijn ontwikkeld zijn bijvoorbeeld: chronische nierschade,inflammatoire darmziekten en knie-heupartrose.Om ziektelast transparant te maken moeten de uitkomstensets geïmplemen-teerd worden. Dit is complex, met name vanwege diverse ICT-vraagstukken.Het bestuurlijk overleg (BO) Kwaliteit3 heeft in fase II van het programmahierom besloten om de focus op implementatie van de uitkomstensets teleggen.Vraag 4Waarom heeft u ervoor gekozen om de regie bij de veldpartijen te leggen ente laten, terwijl in de loop van de tijd duidelijk werd dat er weinig tastbareresultaten werden geboekt?Antwoord 4Zoals ik hierboven heb toegelicht, is de betrokkenheid van de brancheorgani-saties bij het programma Uitkomstgerichte zorg zeer gewenst. Vanuit het(destijds) Bestuurlijk Overleg MSZ (medisch specialistische zorg) zijnverschillende taken binnen het programma bij de brancheorganisaties belegd.Waaronder de regie op het ontwikkelen van uitkomstensets.Inmiddels zijn voor 33 aandoeningen uitkomstensets ontwikkeld. Het ingebruik nemen van deze sets is complex. Bij instellingen is veel verschil inhoe (zorg)gegevens worden verzameld en worden geregistreerd. Daarnaast iser een aanzienlijk verschil in hoe ver instellingen zijn met het implementerenvan de afgesproken standaarden, waaronder de Basisgegevensset Zorg (BgZ)en (andere) Zorginformatie bouwstenen (ZIB’s). Hierdoor is het vaak nog nietmogelijk om de gegevens, die nodig zijn voor de uitkomstensets, uit desystemen van alle instellingen te halen.Vraag 5Herkent u dat de originele rol van het Zorginstituut – met doorzettingsmacht –noodzakelijk was om op passende wijze het veld te stimuleren en teondersteunen bij de implementatie?Antwoord 5Zoals ik bij vraag 2 heb toegelicht, gaven de brancheorganisaties na de startvan het programma aan dat de afgesproken consultatie naar hun meningonvoldoende tot stand kwam. Zij zagen dit als een risico voor het draagvlakin het veld voor de implementatie van het programma Uitkomstgerichte Zorg.Om die reden is destijds besloten het programma anders in te richten, zodathet beter aansloot bij de behoeften vanuit het veld.Dit staat los van de doorzettingsmacht van het Zorginstituut. Het Zorginstituutbeschikt te allen tijde over dit juridische instrument, wat zij als uiterste middelin kan zetten wanneer partijen het niet eens worden met elkaar over een22021–2022, 31 476, nr. 38.3Deelnemers aan het BO Kwaliteit zijn: FMS: Federatie Medisch Specialisten – NFU: NederlandseFederatie van Universitair Medische Centra – NVZ: Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen –PFN: Patiëntenfederatie Nederland – V&VN: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland –ZIN: Zorginstituut Nederland – ZKN: Zelfstandige Klinieken Nederland – ZN: ZorgverzekeraarsNederland en VWS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 kwaliteitsstandaard of een meetinstrument. Het Zorginstituut speelt daaromeen belangrijke rol in het bevorderen van transparantie en is vanuit diefunctie betrokken bij het BO Kwaliteit.Vraag 6Herkent u geschetste beeld van diverse hiërarchische lagen: bestuurlijkoverleg (BO) kwaliteit van HLA-partijen, kerngroepen, projectgroepen enwerkgroepen, waarbij er één werkgroep per aandoening is met vertegen-woordigers van alle HLA-partijen en adviseurs van het Zorginstituut? Herkentu de conclusie dat bij voorbaat duidelijk was dat een dergelijk bestuurlijksysteem geen (snelle) resultaten ging opleveren?Antwoord 6Ik herken het beeld dat er in eerste instantie veel verschillende overleggen ophet onderwerp kwaliteit plaatsvonden. Deze overleggen waren noodzakelijkom voldoende draagvlak te creëren bij alle betrokken partijen. Daarbij heb iksteeds gezocht naar de balans tussen brede betrokkenheid enerzijds, en hetrealiseren van voortgang en tempo anderzijds. In totaal zijn door dewerkgroepen 33 uitkomstensets ontwikkeld, die (toevallig) betrekking hebbenop 33% van de ziektelast.In januari 2023 zijn de overleggen aanzienlijk in aantal teruggebracht, om deoverleglast te verlagen. Zo zijn verschillende bestuurlijke overleggensamengevoegd tot het BO Kwaliteit, onder leiding van het Ministerie vanVWS. In dit overleg komen de onderwerpen Transparantie, Kwaliteitsregistra-ties en Uitkomstgerichte Zorg samen.Vraag 7Hoe kijkt u naar de eenheid van taal die ontbreekt, waardoor uitkomstinfor-matie moeilijk uitwisselbaar is? Op welke termijn kan de Kamer de toege-zegde wetgeving verwachten, waarmee het gebruik van SNOMED CT alsterminologiestandaard verplicht wordt gesteld?Antwoord 7Eenheid van Taal is essentieel voor het delen van uitkomstinformatie en hetinvoeren van Uitkomstgerichte zorg zonder extra administratieve lasten.Sinds 1 juli 2023 kunnen met de Wet elektronische gegevensuitwisseling inde zorg (Wegiz) zorgaanbieders verplicht worden om gegevens digitaal engestandaardiseerd te delen. De BgZ is de eerste gegevensuitwisseling dieverplicht elektronisch én gestandaardiseerd moet gaan verlopen. De BgZ iseen belangrijke informatiebron voor het programma Uitkomstgerichte Zorg.Uit de BgZ kan ongeveer 75% van de benodigde informatie voor de uitkom-stensets worden gehaald.Om de BgZ te kunnen uitwisselen zijn er afspraken gemaakt. Een van deafspraken, vastgelegd in het Informatieberaad Zorg, is het gebruik vanSNOMED CT-codes voor de registraties van diagnoses. Het gebruik vanSNOMED CT is ook onderdeel van de Europese afspraken binnen deEuropean Health Data Space, waarvan de definitieve kaders in maart 2027worden verwacht. Ik volg dit traject nauwlettend. Ik inventariseer welkeverplichtingen aanvullend mogelijk zijn op het vlak van de standaarden enhoe deze het beste uitgewerkt kunnen worden. Naast het gebruik vanSNOMED CT is een eenduidige registratie binnen zorginstellingen belangrijkom informatie effectief uit te kunnen wisselen, bijvoorbeeld voor het gebruikvan uitkomstinformatie. In de praktijk kunnen er verschillen optreden tussende beschreven standaarden en de implementatie ervan door ICT-leveranciers.Ook is er vaak een verschil in hoe zorgverleners gegevens vastleggen. Ditmaakt dat hergebruik van gegevens voor Uitkomstgerichte zorg nog beperktmogelijk is.Vraag 8Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motieTielen (18 december 2024)4 over een concreet plan hoe en op welke termijntransparantie van kwaliteit stap voor stap inzichtelijk wordt, en hiermee aande slag te gaan?4Kamerstukken 31 765, nr. 894.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Antwoord 8De motie is uitgevoerd op 30 juni 2025 door middel van de Kamerbrief «Meerweten, beter kiezen: op weg naar meer openbare begrijpelijke keuze-informatie voor patiënten in de medisch specialistische zorg» 5.Vraag 9Welke lessen trekt u uit de geschetste gang van zaken rond het programmaUitkomstgerichte zorg? Bent u voornemens om de organisatie van vergelijk-bare projecten in het vervolg op een andere manier vorm te geven?Antwoord 9Voor het programma Uitkomstgerichte zorg is het creëren van voldoendedraagvlak onder alle betrokken partijen essentieel. Zonder draagvlak vindt ergeen implementatie in praktijk plaats. Tegelijkertijd is de les dat draagvlakcreëren in het veld niet mag leiden tot stilstand. Dat betekent ook dat meeraandacht voor implementatie bij het ontwikkelen van projecten belangrijk isom daadwerkelijk stappen te maken. Ook bij andere kwaliteitsonderwerpen,zoals transparantie van kwaliteitsinformatie, vind ik het belangrijk om eengoede balans te vinden tussen breed draagvlak en het realiseren vanvoortgang en tempo. Dit vraagt inzet van zowel de overheid en het veld.Daarbij moet het duidelijk zijn hoe de rollen en taken zijn belegd en dat daarin de uitvoering aan wordt vastgehouden. Tegelijkertijd zie ik dat meer regievanuit de overheid nodig is om vaart te maken bij vergelijkbare programma’s.Transparantie is daarvan een concreet voorbeeld. Onlangs heb ik de Kamerhet stappenplan transparantie gestuurd6, waarmee we samen met het veldtoewerken naar toegankelijke, openbare keuze-informatie voor patiënten in demedisch-specialistische zorg. Om versnelling aan te brengen in het realiserenvan meer openbare en begrijpelijke keuze-informatie voor patiënten in demedisch specialistische zorg, heb ik extra afspraken binnen het AZWAgemaakt. Daarbij zullen de overheidspartijen het Ministerie van VWS, ZIN,NZa en IGJ vanuit hun eigenstandige rol uitvoering geven aan de versnellingvan de gemaakte afspraken (ondersteuning, doorzettingsmacht waar dat kanen handhaving waar dat nodig is). Tot slot bekijk ik in het traject «Herijkenkwaliteitstaken Zorginstituut» hoe te komen tot een actualisatie van dewettelijke kwaliteitstaken van het Zorginstituut om bij te kunnen dragen aanpassende zorg.5Kamerstukken II, 2024–2025, 31 476, nr. 42.6Kamerstukken II, 2024–2025, 31 476, nr. 42Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.