KamerkringInloggen
Daniëlle Jansen

Officieel Kamerprofiel

Daniëlle Jansen

65debatten
663bijdragen
246interrupties
85.549woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2025-06-18) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Dank, voorzitter. Allereerst dank aan de rapporteur voor de scherpe en zorgvuldige inbreng wat betreft het Jaarverslag. Ik zal in mijn bijdrage ingaan op de eerste drie onderwerpen die de rapporteur heeft aangestipt: de bedrijfsvoering, de onderuitputting en de Strategische Evaluatie Agenda. Daarna geef ik het woord graag aan mijn collega, de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport. Die zal reageren op de vragen die zijn gesteld en de opmerkingen die zijn gemaakt over het provinciebeleid. Voorzitter. Ik wil beginnen met het onderwerp bedrijfsvoering. Zoals de rapporteur terecht heeft benoemd, heeft het ministerie de afgelopen jaren grote stappen gezet wat betreft het verbeteren van het financieel beheer. Het is nog maar kort geleden, precies twee jaar, dat mijn ambtsvoorganger, Ernst Kuipers, hier stond, bij het wetgevingsoverleg voor het Jaarverslag over 2022. De stukken die toen voorlagen, bevatten stevige kritiek. Er waren zes onvolkomenheden, waarvan één als ernstig werd aangemerkt: het financieel beheer. Het ministerie heeft toen de handschoen opgepakt: er is met veel inzet en vasthoudendheid gewerkt om het beheer op een hoger niveau te krijgen. En met resultaat: we zijn inmiddels teruggegaan naar drie resterende onvolkomenheden, en ook daarbij zien we duidelijke vooruitgang. Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruikmaken om een groot compliment uit te spreken aan alle medewerkers binnen het ministerie die dit mogelijk hebben gemaakt. Zij hebben, vanuit een complexe uitgangspositie, deze opgave niet alleen aangepakt, maar ook weten te benutten als kans om sterker te worden dan we waren. Dat biedt vertrouwen voor de toekomst. Dit vertrouwen is niet alleen gebaseerd op wat we hebben verbeterd, maar vooral op de manier waarop we dat hebben gedaan. Veel van de ingezette verbetermaatregelen zijn inmiddels structureel ingebed in de organisatie. Zo zijn er opleidingsprogramma's ontwikkeld waarmee alle medewerkers binnen VWS hun kennis en expertise over de financiële aspecten van goed beleid kunnen vergroten. Er zijn expertisecentra ingericht waar beleidsmedewerkers terechtkunnen voor advies en ondersteuning, bijvoorbeeld bij de inrichting van complexe subsidieregelingen. Daarnaast hebben we de planning-en-controlcyclus versterkt. Daarmee stellen we zowel de ambtelijke als de politieke top beter in staat om gericht te sturen op risico's. Ook hebben we een intern controleplan ingericht dat ons in staat stelt om risico's vroegtijdig te signaleren en passende beheersmaatregelen te treffen. Dit zijn geen losse interventies, maar het zijn structurele bouwstenen van een organisatie die steeds beter in staat is om echt in control te zijn. Voorzitter. Ten slotte wil ik in dit verband nog specifiek stilstaan bij de versterking van de financiële functie binnen het ministerie. Daarmee bedoel ik de medewerkers die werken in het domein van financiën en control, zowel binnen de directie Financieel-Economische Zaken als binnen de beleidsdirecties zelf. Deze medewerkers zijn essentieel voor het op orde krijgen en houden van het financieel beheer. Zij zorgen niet alleen voor controle en kritische vragen — die mogen soms best streng zijn — maar juist ook voor ondersteuning en advies. Ze helpen hun collega's om financieel bewust, doelmatig en beheersbaar beleid te maken en uit te voeren. We hebben de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief geïnvesteerd in deze financiële functie. Daarmee staat er nu een sterk fundament, waarop we verder kunnen bouwen. Voorzitter. Zoals ook door de rapporteur is aangehaald, heb ik de Auditdienst Rijk gevraagd om een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de effecten van de herinrichting van de financiële functie binnen het ministerie. Deze herinrichting is een belangrijk onderdeel geweest van onze versterkingsaanpak. De ADR is inmiddels gestart met deze evaluatie en zal begin volgend jaar met een eindrapport komen. Tegelijkertijd heb ik de ADR ook verzocht om tussentijdse bevindingen met ons te delen zodra die beschikbaar zijn. Op die manier zijn we als ministerie in staat om tijdig bij te sturen, mocht dat nodig zijn. Straks, als ik inga op de manier waarop wij uw Kamer blijven informeren over het financieel beheer, zal ik ook toelichten op welke momenten ik de uitkomsten van deze tussentijdse evaluatie wil betrekken bij de rapportage. Dit brengt mij bij een belangrijk inzicht dat we de afgelopen jaren met elkaar hebben opgedaan: goed financieel beheer is niet alleen een verantwoordelijkheid van de financiële functie, maar het is een verantwoordelijkheid van alle medewerkers binnen het ministerie. Goed beleid begint bij de inhoud, maar eindigt nooit zonder een stevige financiële onderbouwing. Dat vraagt om financiële alertheid en verantwoordelijkheid in elke fase van het beleidsproces, en dus ook bij medewerkers die niet primair in een financiële rol zitten. We zien gelukkig dat dit denken steeds breder in de organisatie wordt gedragen. Dit raakt de cultuurverandering waar de rapporteur terecht vragen over stelt. Het besef dat je ook als beleidsmedewerker een rol hebt in financieel bewust en beheerst werken, is bij steeds meer collega's vanzelfsprekend geworden. We zetten daar actief op in, onder andere via opleidingen en trainingen die zich juist richten op collega's buiten de financiële kolom. Ook in 2025 en in de jaren daarna blijven we daar onverminderd in investeren, zodat het belang van goed financieel beheer overal in de organisatie wordt gevoeld en gedragen. Voorzitter. De rapporteur heeft specifiek een vraag gesteld over het nieuwe inkoopsysteem dat momenteel wordt geïmplementeerd binnen het ministerie. Daar reageer ik graag op. Ik ben het niet eens met de stelling dat we dit nieuwe systeem nodig hebben om van de onvolkomenheid af te komen. Ook zonder dit systeem moeten en kunnen wij als ministerie gewoon handelen conform de geldende regels voor inkoopbeheer. Ik ben het er wel mee eens dat dit systeem ons als organisatie aanzienlijk beter in staat stelt om op een goede, geïnformeerde en uniforme manier invulling te geven aan het inkoopbeheer. Het systeem biedt naar verwachting een stevige basis om processen verder te verbeteren en te stroomlijnen. We zijn nu halverwege 2025 en ongeveer de helft van de organisatie werkt inmiddels met dit nieuwe systeem. De signalen die we daarover ontvangen, zijn positief. Ik verwacht dat het hele kerndepartement dit jaar overstapt op dit nieuwe systeem, conform planning. Dat stemt mij optimistisch. Ik heb er vertrouwen in dat we ons inkoopbeheer dit jaar al naar een merkbaar hoger niveau kunnen tillen dan voorheen. Voorzitter. De rapporteur heeft ook vragen gesteld over het subsidiebeheer binnen het ministerie. Het klopt dat de Algemene Rekenkamer dit al geruime tijd aanmerkt als een onvolkomenheid. Eerlijk is eerlijk: het subsidie-instrument is mogelijk het meest complexe financiële instrument dat wij als ministerie hanteren. Dat heeft alles te maken met de aard van het veld dat we bedienen. We verstrekken subsidies aan een breed en divers scala aan partijen, van medeoverheden tot private instellingen, en het gaat om uiteenlopende soorten subsidies, zoals projectsubsidies en instellingssubsidies. Dat maakt het beheer ervan erg ingewikkeld, maar het is des te belangrijker om het proces goed op orde te hebben. De afgelopen jaren hebben we flinke stappen gezet in het beter in kaart brengen van het subsidiebeheer, van begin tot eind. We zijn beter geworden in het herkennen van risico's, bijvoorbeeld op het vlak van misbruik of oneigenlijk gebruik. Juist bij het ontwerpen van subsidieregelingen vergt dat scherpte. Die scherpte is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. In 2025 is het beleid omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik aangescherpt en is een werkwijze geïmplementeerd om risico's zo scherp mogelijk te identificeren. De lessen uit de coronapandemie hebben ons daarbij geholpen. Daardoor zijn we nu beter in staat om gericht maatregelen te nemen die het subsidiebeheer verder versterken. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we juist op dit terrein dit jaar opnieuw significante stappen kunnen zetten richting een meer beheerst, effectief en verantwoord gebruik van subsidies. Voorzitter. De rapporteur heeft terecht gevraagd hoe en wanneer wij uw Kamer blijven informeren over de voortgang op het gebied van financieel beheer. Daar ben ik uiteraard graag toe bereid. Tegelijkertijd willen we als ministerie, nu we steeds beter in control zijn, terug naar een normale situatie, waarin we gebruikmaken van de reguliere verantwoordingsmomenten in plaats van extra rapportagelijnen. Toch begrijp ik goed dat we in deze fase nog in een overgang zitten. Daarom stel ik het volgende voor. Het eerste moment waarop ik uw Kamer wil informeren over de stand van zaken rondom het financieel beheer is in oktober. Dan sturen wij, zoals gebruikelijk, het interim-auditrapport van de Auditdienst Rijk naar uw Kamer. Ik kan uw Kamer de toezegging doen dat ik aanvullend aan dit rapport de Kamer een brief stuur met de actuele stand van zaken rondom het financiële beheer. We zullen daarin ook ingaan op de voortgang van de implementatie van het nieuwe inkoopsysteem en op de eerste uitkomsten van de tussentijdse evaluatie van het herinrichten van de financiële functie. Uiteraard nemen we daar ook het subsidiebeheer in mee en gaan we in op de vraag of zich hier significante risico's in voordoen. Met uw goedvinden wil ik dit moment ook gebruiken om de door u gevraagde risico's te beschrijven voor het lopende jaar, dus voor 2025. In dit kader vroeg u mij ook om de grootste risico's voor het volgende jaar, dus 2026, op te nemen in de begroting. Hoewel ik hier uiteraard toe bereid ben, wil ik dit wel graag doen in overleg met mijn collega van het ministerie van Financiën, omdat de wijze waarop begrotingen worden opgesteld onderhevig is aan een streng regime vanuit Financiën, ook om de uniformiteit en begrijpelijkheid van alle begrotingen te waarborgen. Zo begrijp ik dat binnen het ministerie van Financiën wordt gewerkt aan een zogenaamd risicobeheersingsplan, dat mogelijk invulling kan geven aan uw behoefte. Ik sluit hier uiteraard gaarne bij aan. U noemde nog specifiek het project PALLAS als risicodossier. Zoals u weet, is PALLAS aangemerkt als een zogenaamd groot project. Uw Kamer ontvangt periodiek informatie over PALLAS. U vroeg nog naar de verschillende rollen binnen VWS voor PALLAS. Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer is per 1 maart jongstleden de aandeelhoudersrol gescheiden van de beleidsmakersrol. Deze rollen zijn ondergebracht bij verschillende directies binnen het ministerie van VWS. Het tweede moment waarop ik uw Kamer wil informeren, is bij het jaarverslag over 2025. Ik stel voor dat ik hierin in de bedrijfsvoeringsparagraaf uitgebreid stilsta bij de voortgang en de resultaten van het financieel beheer over het gehele jaar. Dan kunnen we ook het volledige evaluatierapport van de Auditdienst Rijk over de financiële functie delen met uw Kamer. Ik hoop dat we op deze wijze tegemoet kunnen komen aan de informatiebehoefte van uw Kamer. Voorzitter. Ik begon mijn bijdrage met een positieve noot over de bedrijfsvoering en ik wil ook positief eindigen. Binnen het ministerie groeit het vertrouwen — en terecht — dat we echt steeds beter in control zijn over de middelen die we beheren. Dat is maar goed ook, want het gaat om belastinggeld en daarmee moeten we uiterst prudent, zinnig en zuinig omgaan. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we dat doen en dat we het steeds beter doen. Het is uiteindelijk aan de Algemene Rekenkamer om te beoordelen of er nog onvolkomenheden resteren. Maar één ding kan ik u garanderen: wij doen er alles aan om de Rekenkamer in staat te stellen om hopelijk al dit jaar de resterende onvolkomenheden af te kunnen schalen. Dat brengt mij bij het tweede onderwerp dat de rapporteur heeft opgebracht, namelijk de onderuitputting op de VWS-begroting. De rapporteur heeft gevraagd of de onderuitputting van 2024 aanleiding geeft tot actie en of ik kan aangeven welke beleidsdoelen als gevolg hiervan niet volledig zijn gerealiseerd. Laat ik vooropstellen dat de oorzaken van onderuitputting per beleidsonderwerp verschillen. Als het gaat om de begrotingsgefinancierde uitgaven, dan zien we vaak onderschrijdingen door vertraagde uitvoering of door subsidies die uiteindelijk niet volledig zijn benut. Dat betekent in veel gevallen niet dat beleidsdoelen niet worden gehaald, maar eerder dat de realisatie is vertraagd of dat het beschikbare budget ruimer is gebleken dan nodig. Bij vertraagde uitvoering schuift de doelrealisatie in de tijd. Die komt dan later alsnog tot stand. Bij onbenutte subsidies kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de belangstelling in het veld is overschat of dat de beleidsdoelen efficiënter zijn bereikt dan vooraf gedacht. Het grootste deel van de onderuitputting betreft overigens niet de begrotingsgefinancierde uitgaven, maar de premiegefinancierde zorguitgaven. Daar zien we al enkele jaren een structurele onderschrijding, met name in de wijkverpleging. Naar deze onderschrijding zijn meerdere onderzoeken gedaan. De uitkomst laat zien dat het gaat om een combinatie van factoren. Zo is het gemiddelde aantal zorguren per cliënt de afgelopen jaren gedaald, wat wijst op meer doelmatigheid. Ook personeelstekorten spelen een rol. Toch blijkt uit diezelfde onderzoeken dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging op orde is. Mensen kunnen in de regel snel zorg krijgen wanneer dat nodig is. Voorzitter. Er is ook gevraagd waarom in de lijst met posten van onderuitputting in het jaarverslag een bedrag van circa 508 miljoen euro ontbreekt. Dat hangt samen met het feit dat zo'n 100.000 huishoudens minder dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen in 2024. Gevraagd werd of daar ook huishoudens bij zaten die wél recht hadden op zorgtoeslag. Laat ik dat kort toelichten. Daarvoor moet ik even de techniek induiken. In het jaarverslag is een overzicht opgenomen van posten die vallen onder het uitgavenkader van de rijksbegroting. De zorgtoeslag valt echter onder het inkomstenkader en wordt daarmee als niet relevant beschouwd voor dat overzicht. Vandaar dat deze post daar niet in is opgenomen. Wat betreft de inhoud: de onderuitputting bij de zorgtoeslag komt doordat er minder huishoudens dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen. In de raming van de zorgtoeslag wordt overigens al standaard rekening gehouden met een niet-gebruik van circa 10%. Daarbij gaat het om mensen die wel recht erop hebben, maar de toeslag niet aanvragen. In dit specifieke geval is de verklaring voor de lagere aantallen vooral gelegen in twee gunstige ontwikkelingen. De inkomensontwikkeling in 2024 was beter dan verwacht en de premie voor de zorgverzekering is lager uitgevallen dan in de raming was aangenomen. Daardoor vielen sommige huishoudens buiten de doelgroep voor de zorgtoeslag. We houden er overigens rekening mee dat het aantal uitkeringen alsnog kan oplopen, bijvoorbeeld door aanvragen met terugwerkende kracht, door gerichte acties om niet-gebruik terug te dringen of doordat er bij definitieve vaststellingen alsnog recht op een toeslag blijkt te bestaan. Voorzitter. De rapporteur stelde ook een vraag over de Subsidieregeling veelbelovende zorg, die al jaren te maken heeft met onderuitputting en waarvan is aangekondigd dat deze per 31 december 2025 stopt. De vraag was welke lessen wij daaruit trekken en of ik mogelijkheden zie om initiatieven op dit vlak op een andere manier te blijven stimuleren. De regeling loopt inderdaad eind 2025 af. Alle lopende onderzoeken worden gewoon afgerond en door het Zorginstituut geduid. De eerste resultaten worden nog dit jaar verwacht. De regeling zal na afloop worden geëvalueerd. Vooralsnog zijn er geen plannen om een directe opvolger voor de regeling in te richten. In de basis is het namelijk aan de veldpartijen zelf om de zorg te evalueren en te implementeren, wanneer deze effectief blijkt. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat er ook via andere kanalen aandacht is voor dit type zorg. Denk aan het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek of het bredere Kaderprogramma Passende Zorg, waarin eveneens wordt gekeken naar effectiviteit en kosteneffectiviteit. De lessen uit de regeling veelbelovende zorg zullen worden meegenomen in de bredere context van stimuleren, evalueren en implementeren van passende en doelmatige zorg. Voorzitter. De rapporteur vroeg terecht aandacht voor de forse onderuitputting in de wijkverpleging: ruim 1 miljard in 2024. Gevraagd werd wat daarmee is gebeurd. Laat ik daar helder over zijn. De Kamer is op meerdere momenten geïnformeerd over de aanwending van deze ruimte, onder meer in de brief van 16 oktober 2024 en de brieven van 18 en 28 maart 2025. Deze onderschrijding is ingezet voor het opvangen van diverse knelpunten binnen de zorgbegroting, waaronder overschrijdingen in de IZA-sectoren ggz en multidisciplinaire zorg, besparingsverliezen binnen de Wlz, onder andere binnen het kwaliteitskader behandeling meerjarig contracteren, de tranchering van het eigen risico, structurele kosten binnen de Zorgverzekeringswet en Wlz buiten het IZA en de taakstelling opleiden uit de OCW-begroting van 165 miljoen euro. Sommigen vragen zich af waarom deze middelen niet zijn teruggevloeid naar de wijkverpleging zelf. Daar is zorgvuldig naar gekeken. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om de raming en de realisatie dichter bij elkaar te brengen. Zeker met het oog op de arbeidsmarktkrapte is het vasthouden van budget alleen niet voldoende. Belangrijker nog, door deze ruimte in te zetten binnen de zorgbegroting zijn de middelen voor de zorg behouden gebleven. Tegelijkertijd blijft er voldoende groeiruimte beschikbaar voor de wijkverpleging. Naast reguliere loon- en prijsbijstellingen is er nog steeds sprake van 3,5% volumegroei per jaar en is er structureel 60 miljoen euro beschikbaar voor opleiden. Overigens zou het alsnog volledig uitgeven van de onderschrijding leiden tot een fors opwaarts effect op de nominale premie, omdat zorgverzekeraars in hun premiestelling uitgaan van het realistische uitgavenniveau. De transitieopgaven in de wijkverpleging blijven onverminderd onze aandacht houden. Binnen het IZA zetten we stevig in op het versterken van de eerstelijnszorg en daar hoort de wijkverpleging vanzelfsprekend bij. Ook de financiële ruimte is aangewezen om kansrijke initiatieven verder uit te rollen. Tot slot een korte opmerking over het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging, het IOW. In 2024 was daarvoor 50 miljoen euro beschikbaar. Daarmee is de Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging opgezet en is er een impuls gegeven aan het opleiden van extra verpleegkundig specialisten. De middelen zijn dat jaar niet volledig benut en daarover is uw Kamer op meerdere momenten geïnformeerd, waaronder bij de suppletoire begrotingen en de slotwetten. Vanaf 2025 is hiervoor 60 miljoen euro structureel beschikbaar, en met de nieuwe regelingen verwachten we betere benutting. De rapporteur vroeg ook hoe ik ervoor zorgen dat de opleidingsmiddelen voor de wijkverpleging toereikend zijn en daadwerkelijk benut worden. Daar werken we langs meerdere lijnen aan. De bestaande IOW-regeling is voor 2025 en 2026 verbreed, en omgevormd tot een nieuwe Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verplegenden, de IOHVV. Deze is op 27 juni jongstleden gepubliceerd en de doelgroep is aanzienlijk verbreed naar alle sectoren waarin helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen werken. Bovendien kunnen instellingen nu niet alleen subsidie aanvragen voor planvorming, maar ook voor uitvoering, ontwikkeling en implementatie van leertechnologie. Met deze verbreding verwacht ik dat er een aanzienlijk groter deel van de beschikbare middelen in 2025 benut zal worden. Daarnaast komt er met ingang van 2025 structureel 60 miljoen euro beschikbaar voor een tegemoetkoming in de werkgeverskosten voor opleiden in de wijkverpleging. Ik ben voornemens om dit najaar de subsidieregeling werkgeverskosten opleiden wijkverpleging, de WOW, te publiceren. Op basis van de ervaring met het Opleidingsfonds Wijkverpleging in 2024 heb ik er vertrouwen in dat we met deze nieuwe stappen de beschikbare opleidingsmiddelen in de komende jaren volledig kunnen inzetten waar ze het meest nodig zijn. Voorzitter. Dat brengt mij bij het derde onderwerp dat de rapporteur heeft opgebracht: de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Specifiek werd opgemerkt dat het overzicht van evaluaties momenteel vooral beschrijvend en opsommend is. Die observatie begrijp ik goed. Daarom neem ik de suggestie over om in toekomstige overzichten van periodieke evaluaties nadrukkelijker in te gaan op de opbrengsten van het onderzoek, de geleerde lessen en de wijze waarop de aanbevelingen worden opgevolgd. Dat maakt de SEA niet alleen informatiever maar ook bruikbaarder voor beleidsontwikkeling en parlementaire controle. Daarnaast werd er gevraagd naar enkele fiscale regelingen, waaronder de aftrek specifieke zorgkosten, het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen en hulpmiddelen en de vrijstelling van assurantiebelasting voor de verplichte zorgverzekering. Laat ik die kort langslopen. De aftrek specifieke zorgkosten is in 2022 geëvalueerd. Op korte termijn ontvangt uw Kamer een ambtelijke verkenning met voorstellen voor aanpassingen en verbeteringen. Dat gebeurt met zorgvuldigheid, juist omdat het om een complexe regeling voor een kwetsbare doelgroep gaat. Het btw-tarief op geneesmiddelen en hulpmiddelen is meegenomen in de brede evaluatie van het lage btw-tarief, uitgevoerd door Dialogic in 2022. De conclusie daaruit was dat dit instrument weinig gericht is. Het fiscale voordeel komt bij alle huishoudens terecht, en niet specifiek bij de minder draagkrachtigen. Bovendien is niet goed vast te stellen in hoeverre het verlaagde tarief daadwerkelijk de basisbehoefte aan zorg ondersteunt. Naar aanleiding hiervan is op 30 juni jongstleden een vervolgonderzoek gepubliceerd waarin is gekeken naar de effecten van tariefverhoging en verbetermogelijkheden in de uitvoering. De assurantiebelasting is in 2019 geëvalueerd. Daarbij is destijds gekozen voor een afbakening tot schadeverzekeringen, omdat de wetgever oorspronkelijk alleen die categorie wilde belasten. Zoals in de evaluatieagenda staat, is een nieuwe evaluatie gepland in 2028. Daarbij zal worden bezien of het wenselijk is om ook de vrijstelling voor de Zvw-zorgverzekering daarbij te betrekken. Tot slot vroeg de rapporteur of ik kan toezeggen om de evaluatie van fiscale regelingen als vast onderdeel op te nemen in de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Laat ik daar helder over zijn: de formele evaluatieagenda voor fiscale regelingen wordt opgesteld door het ministerie van Financiën en wordt gepubliceerd als bijlage bij de Miljoenennota. Over welke fiscale regelingen binnen het VWS-domein worden geëvalueerd, vindt altijd afstemming plaats tussen onze beide departementen. Ik zal ervoor zorgen dat de relevante fiscale evaluaties op het terrein van VWS ook structureel worden opgenomen in onze eigen Strategische Evaluatie Agenda. Daarmee borgen we de samenhang en versterken we de transparantie richting uw Kamer. Voorzitter. De rapporteur wees terecht op het belang van de jaarlijkse monitors, zoals de VWS-monitor en de Monitor Brede Welvaart van het CBS. Die geven ons een waardevol beeld van de staat van het land, van gezondheid, werk en wonen tot welzijn en verbondenheid. Inderdaad, het gaat goed met grote groepen Nederlanders, maar er zijn duidelijk nog aandachtspunten. De rapporteur noemde er twee: de toenemende eenzaamheid en beperkingen in het functioneren bij 75-plussers en de achteruitgang in brede welvaart voor jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Laat ik hier ingaan op het onderwerp eenzaamheid bij 75-plussers. Op het onderdeel jongeren zal de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport straks ingaan. Voor de 75-plussers is het beeld genuanceerd. Het beeld van toenemende eenzaamheid herken ik op basis van de meest recente cijfers niet. Integendeel, uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen uit 2024 blijkt dat het aandeel ouderen die zich eenzaam voelen, juist licht is gedaald. Dat is bemoedigend, al is dat natuurlijk geen reden om achterover te leunen. Ouderenbeleid blijft ook gericht op verbondenheid en functioneren. Voorzitter. De rapporteur heeft ook aandacht gevraagd voor de VWS-monitor.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Even de VWS-monitor. Concreet werd gevraagd waarom de Kamer dit jaar geen extra duiding bij de monitor heeft ontvangen en of ik kan toezeggen dat deze voortaan voor 1 juni wordt aangeleverd, voorzien van een toelichting op relevante trends. De VWS-monitor biedt jaarlijks een breed overzicht van de ontwikkelingen in de volksgezondheid en aanpalende domeinen. Ik herken niet dat vorig jaar in het wetgevingsoverleg over de begroting expliciet een extra duiding is toegezegd. Tegelijkertijd wil ik het belang onderstrepen van een goede trendduiding. Dat is ook waarom op de laatste pagina van de monitor al een aantal kernindicatoren zijn opgenomen, voorzien van kwalificaties, zoals "gunstige", "stabiele" of "ongunstige" trends, gebaseerd op analyses van het RIVM. In mijn beleidsvorming betrek ik deze trends uiteraard nadrukkelijk en ik informeer uw Kamer daarover op thematische momenten, bijvoorbeeld via Kamerbrieven over mentale gezondheid, preventie of ouderenzorg. Een generieke duidingsnotitie bij de VWS-monitor zou mogelijk waarde toevoegen, maar vraagt ook extra capaciteit. Zeker gezien de taakstelling op de rijksoverheid wil ik daar terughoudend in zijn en wil ik voorkomen dat een nieuw omvangrijk informatieproduct ontstaat. Daarnaast speelt mee dat het niet altijd eenvoudig is om heldere streefwaarden of beleidsdoelen te koppelen aan trends. Soms laten indicatoren maatschappelijke bewegingen zien die slechts ten dele beïnvloedbaar zijn via beleid. In andere gevallen zijn effecten moeilijk in cijfers uit te drukken, zoals bij welbevinden of sociale samenhang. Kortom, ik sta open voor het verder benutten van de VWS-monitor in onze gezamenlijke beleidsdialoog, maar ik wil dit wel op een zorgvuldige en proportionele manier doen. Ik zal verkennen hoe we in de volgende editie binnen de bestaande opzet een iets duidelijkere toelichting kunnen geven op de meest relevante trends. Voorzitter. Tot slot is er een terechte vraag gesteld over de uitvoeringstoetsen: wanneer komen de toegezegde toetsen naar de Kamer en kunnen deze voortaan structureel worden opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van VWS? Ik ga daar puntsgewijs op in. Ter geruststelling: dat is mijn laatste pagina. In de tabellen 97 en 99 van het jaarverslag ziet u welke moties en toezeggingen nog openstaan. Zo is aan de Kamer toegezegd dat zij naar aanleiding van de motie-Dobbe/Paulusma over het toetsen van nieuwe wet- en regelgeving aan het VN-verdrag Handicap voor de zomer wordt geïnformeerd over de uitvoeringstoets. Deze uitvoeringstoets maakt onderdeel uit van de werkagenda bij de nationale strategie VN-verdrag Handicap die nog naar de Kamer wordt gestuurd. Daarnaast is er een toezegging van mijn collega, de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, over de mogelijke toevoeging van OCTN2-deficiëntie aan de hielprikscreening. De uitvoeringstoets van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM wordt op korte termijn gepubliceerd en zoals toegezegd, zal de Kamer in het najaar worden geïnformeerd over het definitieve besluit, waarbij de uitkomsten van de toets uiteraard worden meegenomen. Voor de uitvoeringstoetsen rond budgetbekostiging van spoedeisendehulpposten en intensive cares geldt het volgende. De Nederlandse Zorgautoriteit levert het advies over de SEH naar verwachting op 1 juli aan. De toets voor de ic volgt in november. Daarnaast wordt de impactanalyse, zoals in december 2024 toegezegd in het commissiedebat over het Integraal Zorgakkoord, naar verwachting na het zomerreces opgeleverd. De structurele opname van uitvoeringstoetsen in begrotingen en jaarverslagen is iets wat we verder aan het verkennen zijn. In veel gevallen gaat het om interdepartementale trajecten of om beleidsdomeinen waarin de toets buiten de reguliere VWS-cyclus valt. Maar het is wel mijn inzet om, waar relevant en uitvoerbaar, bij belangrijke stelselwijzigingen of beleidsbesluiten de uitvoeringstoets structureel te betrekken in de verantwoording aan uw Kamer. Voorzitter. Tot zover mijn beantwoording. Daarmee geef ik graag het woord aan mijn collega.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Dank voor de vraag van mevrouw Paulusma. Dat blijkt uit de onderzoeken die ik heb ontvangen. Ik heb geen signalen dat het anders is.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Voorzitter. Ik ga beginnen met een algemene vraag over de zorguitgaven, dan heb ik een kopje AZWA, dan wat vragen over bedrijfsvoering en fraude en dan nog overig. Ik begin met de vraag van mevrouw Paulusma over de beheersing van de zorguitgaven. De zorguitgaven groeien het hardst van alle uitgaven op de rijksbegroting. We hebben als departement alle aandacht op het beheersen van de groei van de zorguitgaven. Een belangrijk instrument daarbij is het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord, waarin we afspraken maken om de zorg toegankelijk en beheersbaar te houden. Maar ook tal van andere beleidsinitiatieven zijn gericht op beheersing van de zorguitgaven. Dat is allereerst nodig om het arbeidsmarkttekort beheersbaar te houden. We hebben simpelweg niet de mensen om de zorguitgaven oneindig te laten groeien. Ook verdringt de zorg bij onbeheersbare groei andere uitgaven op de rijksbegroting. Tot slot draagt het beheersen van de zorguitgaven ook bij aan een beheerste lastenontwikkeling voor burgers. De beheersing van de zorguitgaven op lange termijn is wel een hele grote uitdaging. Ook internationaal stijgen de zorguitgaven fors. Dit hangt deels samen met de vergrijzing van de samenleving. Dan heb ik vragen gekregen over het AZWA. Ik heb een vraag van de heer Thiadens: waarom is het AZWA nog niet getekend, want dat lag al klaar om ondertekend te worden bij het aantreden van deze minister? Worden er door de nieuwe minister nog veranderingen doorgevoerd? Zoals ik vanochtend ook al heb gezegd, bevinden de gesprekken over het AZWA zich in de afrondende fase. Ik heb nog steeds goede hoop en blijf goede hoop hebben dat het rondkomt. In ieder geval kom ik met een brief voor het zomerreces, zoals ik heb beloofd. Dus dat is voor zaterdag. Dan kunt ook kennisnemen van de inhoud van het akkoord. Daar ga ik nog niet op vooruitlopen. Nog een vraag van de heer Thiadens, over een motie die ik recent als Kamerlid …

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Nee hoor, mevrouw Paulusma, ik ben nog niet aan het einde van het blokje. Ik ga nog even door.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Ik zal aangeven als ik het af heb. De vraag van de heer Thiadens ging over een motie die ik als Kamerlid heb ingediend en die is aangehouden, waarin ik een overzicht van doelen en resultaten vroeg en een voorstel waarmee de Kamer beter kan controleren of publieke IZA-gelden bijdragen aan de maatschappelijke opgave om passende zorg toegankelijk te houden. De heer Thiadens vroeg hoe minister Jansen hier invulling aan gaat geven. Ik kan u melden dat ik kort na het zomerreces een brief stuur aan de Kamer over de voortgang van het IZA. Daarin zal ik ingaan op de monitor, waaronder de monitor Passende Zorg. Dan wordt ook duidelijk hoe ik invulling ga geven aan de motie om beter te volgen wat de doelen van het IZA zijn en wat de resultaten ervan zijn. Mevrouw De Korte had een vraag over het jaarverslag en over de groter geworden regionale verschillen in gezondheid: regionale verschillen in de bereikbaarheid van ziekenhuizen en de huisartsen, de aanrijtijden van de ambulance en de bereikbaarheid van kraamklinieken. Ze vroeg hoe de bewindspersoon omgaat met regionale verschillen. Iedere regio kent specifieke uitdagingen en de specifieke context waarbinnen uitdagingen moeten worden aangegaan. In het IZA zijn daarom onder meer afspraken gemaakt om regiobeelden en regioplannen op te stellen. Via het regioplan kunnen regionale partijen op een onderbouwde en gedragen wijze komen tot een gerichte en afgestemde aanpak van de transformatieopgave in de regio, om zo de zorg toegankelijk te houden. De heer Thiadens had twee vragen over de aanpak van personeelstekorten in de zorg van afgelopen jaar. Ik kan melden dat het afgelopen jaar de aanpak van het arbeidsmarkttekort prioriteit heeft gehad langs drie lijnen. De eerste lijn is het verminderen van de tijd die zorgaanbieders besteden aan administratieve lasten, onder andere door slim gebruik van AI, digitale werkwijze en een standaardisatie, maar ook door deregulering en vereenvoudiging. De wetgeving wordt herzien en waar nodig verbeterd. Dat was de tweede. De derde is autonomie en vertrouwen. We zetten in op vertrouwen in zorgprofessionals om de regeldruk te verminderen. Daarnaast hebben we een efficiënte inzet van medewerkers door goede samenwerking met mantelzorgers en ondersteuning, het introduceren van arbitrage tussen zorgwetten, het stimuleren van innovaties en ook het vergroten van vakmanschap en werkplezier. Het AZWA biedt een belangrijke bijdrage voor het vormgeven en financieren van vakmanschap voor de komende jaren. Ook blijven we samen met het werkveld werken aan het terugdringen van ziekteverzuim door middel van het preventieplan. Nog een vraag van de heer Thiadens: welke inspanningen hebben zorginstellingen concreet geleverd ten gunste van personeel en waarom is er geen inzicht in de uitgaven van zorginstellingen aan de werving van personeel? VWS heeft geen inzicht in de uitgaven die zorginstellingen doen voor de werving van personeel. De werving van personeel is een verantwoordelijkheid van werkgevers in zorg en welzijn. Een vraag van mevrouw Paulusma. Neemt de minister het advies van het Zorginstituut over om structureel meer middelen naar het sociaal domein te verschuiven? Mevrouw Paulusma wijst op het belang van samenwerking tussen het sociaal domein en de zorgverleners. Ik erken het belang daarvan om die reden. Het is ook een onderwerp dat in het kader van het AZWA-akkoord met zorgpartijen en de VNG wordt besproken. Dat was mijn kopje AZWA.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Daarvoor moet ik toch verwijzen naar die regioplannen. Het voert te ver voor mij om hier op te gaan sommen wat er precies wordt gedaan binnen die regioplannen. Het is juist binnen het Integraal Zorgakkoord dat er met alle partijen en organisaties in de regio wordt gekeken wat daar de specifieke vragen zijn en ook wat er juist specifiek in die regio helpt. Wellicht dat de brief over het IZA en de voortgang binnen het IZA van na de zomer meer duidelijkheid kan geven. Het zit dus echt in de plannen die juist daarom ook per regio worden uitgevoerd.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Als ik het verhaal van mevrouw Slagt-Tichelman hoor, denk ik dat het gaat over gezondheid in alle beleidsdomeinen. Je probeert problemen op te lossen door niet alleen in het zorgdomein actie te ondernemen, want het is ook belangrijk is dat je het in andere domeinen gaat doen. Je hebt dus verschillende departementen nodig om dat op te lossen. Ik zit een beetje te zoeken naar hoe mevrouw Slagt-Tichelman die theoretische modellen, waar ik inderdaad in mijn vorige loopbaan een hele hoop kennis over heb opgedaan, precies wil integreren. Ik stel voor dat mevrouw Slagt-Tichelman en ik — misschien wil de staatssecretaris zich er ook bij aansluiten — het een keer gaan hebben over hoe zij dat precies ziet. Dan kom ik bij het kopje bedrijfsvoering. Dit is een vraag van mevrouw De Korte. Is er beleid bij VWS om ambtenaren aan te nemen met daadwerkelijke ervaring in de zorg? De selectieprocedure voor topambtelijke functies verloopt aan de hand van een vooraf vastgesteld vacatureprofiel, waarin de maatschappelijke opgave en de specifieke competenties voor de functie centraal staan. Vakinhoudelijke kennis en uitvoeringservaring zijn daarbij relevant, maar ook andere aspecten, zoals leiderschapsvaardigheden en achtergronden die een persoon inbrengt, spelen mee. We streven naar een optimale deskundigheidsmix en zoeken naar de kandidaat die past bij de opgave, de context en de organisatie. Dan een vraag van de heer Thiadens. Hoe gaat de minister naast het financieel beheer het inkoopbeheer en het subsidiebeheer van het ministerie van VWS optimaliseren? In 2025 zetten we een belangrijke stap om het financieel beheer, het subsidiebeheer en het inkoopbeheer op een hoger niveau te krijgen. Inzake het financieel beheer zetten we de ingezette koers voort. Dat doen we langs vier lijnen. De eerste lijn is expertise en advies, de tweede sturing en beheersing, de derde toezicht en de vierde financiële functie. Op basis van concrete maatregelen binnen deze vier lijnen wordt het beheer binnen VWS verder versterkt. Binnen de lijn expertise en advies worden medewerkers binnen VWS opgeleid en in staat gesteld om bij risicovolle dossiers de benodigde expertise te raadplegen. Ook wordt de bestuurlijke informatievoorziening versterkt, zodat de ambtelijke top in staat is om te sturen op beheersmatige risico's. Verder wordt ook de planning- en controlcyclus versterkt. Voor het subsidiebeheer zijn het beleid rondom misbruik en oneigenlijk gebruik en de bijgaande risicoanalyses vernieuwd en aangescherpt. Daarnaast is meer expertise beschikbaar gesteld om directies te ondersteunen. Inzake inkoopbeheer heb ik, zoals eerder gezegd, vertrouwen dat het nieuwe inkoopsysteem ons als organisatie aanzienlijk beter in staat gaat stellen om op een goede, geïnformeerde en uniforme manier invulling te geven aan dat inkoopbeheer. Het systeem biedt naar verwachting een stevige basis om processen te verbeteren en te stroomlijnen. Een vraag van mevrouw De Korte. Is het VWS-beleid erop gericht om uitvoerende zorgprofessionals, zoals verpleegkundigen, artsen en mantelzorgcoördinatoren, maar ook ervaringsdeskundigen, te betrekken bij beleidsontwikkeling? Het is inderdaad staande praktijk dat de uitvoerende zorgprofessionals zo veel als mogelijk worden betrokken bij beleidsontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de evaluatie van programma's. Nog een vraag van mevrouw De Korte. In het jaarverslag wordt geen aandacht besteed aan duidelijke communicatie, bijvoorbeeld in brieven en beschikkingen, terwijl patiëntenorganisaties hier genoeg signalen over afgeven. Hoe gaan we dat oplossen? Mevrouw De Korte noemt in algemene zin een heel belangrijk punt. Ik hecht grote waarde aan begrijpelijke communicatie, waaronder in dit jaarverslag en richting patiënten en burgers. Ik zal mij hier dus zo veel mogelijk voor inzetten. De heer Thiadens vroeg: welke meetbare doelen zijn er inmiddels gesteld ter verbetering van het financieel beheer, hoeveel publiek geld is er met dit wanbeleid verspeeld en heeft dit nog consequenties voor de verantwoordelijke functionarissen gehad? VWS heeft in 2025 een eerste intern controleplan opgesteld en met dit plan is het mogelijk om risicogericht de belangrijkste dossiers en processen te monitoren. Dit controleplan wordt onder regie van de directie FEZ uitgevoerd en de resultaten worden periodiek gerapporteerd aan het auditcomité, zodat tijdig bijgestuurd kan worden. In het plan zijn verschillende concrete doelen gesteld, bijvoorbeeld op het terrein van het volledig en juist inboeken in het financieel systeem. Dat zijn doelen met betrekking tot betalingsgedrag en kwaliteitsdoelen met betrekking tot het jaarverslag. Als het financieel beheer van het ministerie onvoldoende op orde is, kan dit ertoe leiden dat uitgaven onvoldoende kunnen worden verantwoord volgens de geldende regels voor bijvoorbeeld aanbesteding en inkoop. Uiteraard geldt wel dat de regels voor goed financieel beheer een belangrijk doel dienen. Daarom zijn we gemotiveerd om de ingezette lijn van de verbetering van het financieel beheer voort te zetten. Nog een vraag van de heer Thiadens ten aanzien van de PALLAS-reactor. De heer Thiadens vraagt naar de risico's van kostenoverschrijding en vertraging, en hoe ik ervoor zorg dat ik grip heb op deze risico's. Het is belangrijk te benadrukken dat het nieuwbouwprogramma van PALLAS een grootschalig, langdurig en complex traject betreft. Daarmee zijn vanzelfsprekend risico's gemoeid. Onvoorziene omstandigheden en bijbehorende kostenstijgingen kunnen daarom niet volledig worden uitgesloten. Tegelijkertijd worden deze risico's waar mogelijk beperkt. Zo is baseline 9 op zorgvuldige wijze opgesteld en extern getoetst, wat bijdraagt aan het beheersen van de kostenontwikkeling. In de meest recente voortgangsrapportage van april jongstleden is hier verder op ingegaan, inclusief een nadere toelichting op de belangrijkste risico's. De bevoegdheden en keuzemogelijkheden van het ministerie van VWS in het geval van substantiële kostenstijging of vertragingen binnen het PALLAS-programma zijn vastgelegd in het governanceplan. Dit plan is op 19 september 2023 met de Tweede Kamer gedeeld. Als enige aandeelhouder van NRG PALLAS BV beschikt VWS over verschillende zeggenschapsrechten. Deze omvatten onder andere het consultatierecht ten aanzien van de strategie van de onderneming, invloed op de benoeming van leden van de raad van bestuur en raad van commissarissen, het vaststellen van het dividendbeleid, de goedkeuring van de jaarrekening en winstverdeling en instemmingsrechten bij grote investeringsbesluiten. Deze mate van zeggenschap is in lijn met het geldende staatsdeelnemingenbeleid. Dat zijn de antwoorden op de vragen over de bedrijfsvoering.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Ja, op die brief staat een naam en een telefoonnummer. Dan het kopje fraude. De heer Bevers. Om zorgfraude aan te pakken is de Taskforce Integriteit Zorgsector opgericht. De heer Bevers vraagt om de stand van zaken en per wanneer de minister verwacht dat investeringen rendement opleveren. Verder wil hij weten wat ik ga doen om zorgfraude aan te pakken. Daar hebben we het vanochtend ook al over gehad. De Taskforce Integriteit Zorgsector is belangrijk in de aanpak van zorgfraude. Een goed voorbeeld is dat de samenwerking heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg, die per 1 januari 2025 in werking is getreden. Deze wet verbetert de gegevensdeling tussen betrokken TIZ-partners via de oprichting van de Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude. Ondanks dat die stichting pas recent is gestart, heeft zij toch al meer dan 300 fraudesignalen tussen de partners gedeeld. We zien dan ook dat partners elkaar dankzij de TIZ beter weten te vinden, zowel bestuurlijk als in de uitvoering. Dat was het kopje fraude. Dan overig. Hoe ziet de regering dat enerzijds effectmetingen waar mogelijk ingezet kunnen worden en anderzijds de registratiedruk niet steeds meer verhoogd mag worden? Dat was een vraag van mevrouw De Korte. De regering maakt voor de effectmeting zo veel mogelijk gebruik van bestaande registraties. De cijfers die in de verschillende rapportages aan de Kamer worden genoemd, zijn bijvoorbeeld gebaseerd op gegevens van het CBS, dat daarvoor bestaande uitvragen gebruikt. Daarnaast is via de Regiegroep Aanpak Regeldruk intensief contact met de verschillende betrokken partijen, zoals de huisartsen. Wat vinden de nieuwe bewindspersonen van het idee om een meldpunt op te zetten waar burgers onbegrijpelijke communicatie van uitvoeringsorganisaties in de zorg kunnen melden en laten herschrijven? Is het mogelijk dat brieven van VWS en de uitvoerende instanties voortaan een naam en telefoonnummer bevatten? Over dat laatste hebben we het net gehad. Uitvoeringsorganisaties zijn continu bezig hun dienstverlening aan burgers te verbeteren, ook op het gebied van toegankelijkheid en goede communicatie, bijvoorbeeld door gebruikersgroepen en klantpanels. Vanuit het rijksbrede programma Werk aan Uitvoering lopen meerdere trajecten bij uitvoeringsorganisaties, die een impuls geven om de communicatie richting burgers te verbeteren. Een extra loket doorkruist de goede initiatieven die er bij de individuele organisaties en rijksbreed via Werk aan Uitvoering lopen. Daarom acht ik zo'n loket niet wenselijk. VWS heeft responsiviteit hoog in het vaandel staan en communiceert waar mogelijk op een open en toegankelijke manier, waarbij het voor de burger duidelijk moet zijn hoe en waar men terecht kan met vragen. Vanuit praktisch oogpunt is het niet altijd mogelijk om één contactpersoon aan te wijzen. De laatste vraag voor mij komt van mevrouw Slagt-Tichelman. "Kunt u uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 een open rekentool publiceren waarmee burgers hun maximale eigen bijdrage voor meerdere jaren kunnen overzien?" Dat kan ik niet toezeggen. Door het controversieel verklaren van het wetsvoorstel vervanging abonnementstarief is het de vraag of en wanneer een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt doorgevoerd en in welke exacte vorm. Daarmee stagneren ook de voorbereidingen voor implementatie en uitvoering van de wet. Voor een betrouwbare rekentool zijn de exacte bedragen van de ivb nodig en die kunnen met de controversieelverklaring wijzigen, afhankelijk van de zienswijze van een nieuw kabinet op de ivb.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: De moties die ik oversla, zitten bij de staatssecretarissen. Ik heb de motie-Slagt-Tichelman op stuk nr. 11 voor me. Dat is een spreekt-uitmotie en ik geef dus geen appreciatie. De motie-Slagt-Tichelman op stuk nr. 12 gaat over gezond subsidiebeheer bij VWS. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik twijfelde wel of ik deze motie oordeel Kamer zou geven of ontraden, want het is niet aan mij om een onvolkomenheid uit te delen. Dat is de bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer. Het is goed dat zij dat doet. Maar de motie vraagt mij niet om een onvolkomenheid op te lossen, maar om het subsidiebeheer structureel op orde te brengen. Dat onderschrijf ik ten zeerste en daarom kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: De motie-Thiadens op stuk nr. 13 kan ik ook oordeel Kamer geven als ik die zo mag lezen dat ik dat monitoren doe met zo min mogelijk administratieve lasten en in overleg met de veldpartijen.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: De motie op stuk nr. 14. Deze motie is ook van de heer Thiadens. Ik moet die motie ontraden. We hebben het er vanmiddag in het debat ook over gehad. Nogmaals, wij herkennen niet het beeld dat chronisch zieken anders worden behandeld. Het proportioneel vormgeven van toezicht heeft wel onze continue aandacht. Maar deze motie moet ik ontraden. Dan de motie-Thiadens op stuk nr. 15. Deze motie moet ik ook ontraden. Ik zou het gevraagde wel graag willen, maar uitvoeringstechnisch is het niet mogelijk. Dat was de motie op stuk nr. 15.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Ja, dat kan ik wel. Er staat: verzoekt de regering om mensen met een chronische ziekte of handicap met structurele kosten enkel te vragen om bewijsstukken aan te leveren bij een significante wijziging in de kosten of indicatie. Dat vraagt heel erg om keuzes maken en om definiering: wat is dan een "significante wijziging"? Wanneer wel en wanneer niet te vragen om het aanleveren van bewijs is niet zwart-wit met een harde knip duidelijk te maken. Daarom is het gevraagde dus uitvoeringstechnisch niet mogelijk.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: Nou, "minder" … Dan nog moet je keuzes maken. Ook al doe je het minder of helemaal niet, je zult keuzes moeten maken. En dat vraagt veel meer reflectie.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Jansen: De motie-De Korte op stuk nr. 16 over Elke regio telt! krijgt oordeel Kamer. De motie-Paulusma op stuk nr. 18 ontraad ik. De dekking is ondeugdelijk en er is ook aangegeven dat het stagefonds niet effectief is gebleven. Maar in het IZA investeren we wel in opleidingen.

Bron, video en gesprek →
2 jul 2025 · Interruptie

Minister Jansen: Nogmaals: ik kan dat nu niet toezeggen. Daar moet ik navraag naar doen. Ik kan geen helaas geen ander antwoord geven.

Bron, video en gesprek →