KamerkringInloggen
Kamerbrief

De toekomst van de sociale advocatuur

27 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 36702f1c53051202 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 753Rechtsbijstand29 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 294 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 maart 2025Eind vorig jaar heb ik aan uw Kamer de visie voor de versterking van detoegang tot het recht gepresenteerd.1 Deze visie luidt: Iedereen inNederland kan een passende en duurzame uitkomst vinden voor een(juridisch) probleem. De sociale advocatuur levert een belangrijke bijdrageaan het realiseren van deze visie. Sociaal advocaten vervullen eenessentiële rol in onze rechtsstaat en de toegang tot het recht. Het recht oprechtsbijstand is in Nederland een grondrecht.2 Het is daarom ook vangroot belang dat de toegang tot rechtsbijstand is gegarandeerd. Sociaaladvocaat Eva Bezem ziet «de sociaal advocatuur als een fundamenteelonderdeel van een democratische rechtsstaat. Wetende dat veeladvocaten met hun achtergrond en intellectuele capaciteit bij anderebedrijven veel meer geld zouden kunnen verdienen, maar kiezen voor desociale advocatuur omdat ze dat graag willen: dat is super waardevol.»3 Ikonderschrijf deze visie en kan een keuze voor de sociale advocatuur danook alleen maar toejuichen.De afgelopen jaren is het aanbod aan sociaal advocaten gedaald.Enerzijds is dit een gevolg van de vergrijzing, anderzijds van te weiniginstroom van (jonge) sociaal advocaten.4 Daarnaast stroomt eenaanzienlijk deel van de (jongere) sociaal advocaten al na een beperktaantal jaren uit het stelsel.5 Deze dalende trend is zorgwekkend en het tijmoet gekeerd worden. De afgelopen jaren zijn al verschillende maatre-gelen genomen om de sociale advocatuur te versterken.6 Zo is met deinvoering van scenario 1 van de Commissie-Van der Meer I per 1 januari1Kamerstukken II 2024–205, 29 279, nr. 920.2Artikel 18, lid 2, van de Grondwet.3Zie Geslaagde opening foto-expositie «Sociaal advocatuur in beeld» - rvr.org.4Onderzoeksbureau Panteia, De arbeidsmarkt voor de Sociale Advocatuur, Zoetermeer,augustus 2022 (Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 264).5Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, Jonge advocaten verlaten steeds vakerhet vak, 6 juni 2024, via: https://www.rvr.org/@16678/jonge-sociaal-advocaten-verlaten-steeds/.6Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 269. kst-31753-294ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2941 2022 structureel geïnvesteerd in de sociale advocatuur en in december2023 is een eenmalige compensatie van in totaal 26 miljoen eurouitgekeerd aan rechtsbijstandverleners werkzaam in het stelsel. Verderworden sinds 2021 de kosten van de beroepsopleiding voor advocaat-stagiaires in de sociaal advocatuur vergoed. Daarnaast lopen er verschil-lende initiatieven om de aandacht voor de sociale advocatuur in hetonderwijs te vergroten.Voortbordurend op de al in gang gezette maatregelen en initiatieven zie iktwee wegen waarlangs de versterking van de sociaal advocatuur verderkan worden bevorderd: toekomstbestendigheid en een redelijkevergoeding. In deze brief ga ik in op hoe ik deze twee routes ga bewan-delen. In het kader van de toekomstbestendigheidsroute zal ik ingaan ophet visietraject voor de toekomst van de sociaal advocatuur en zal ik eenupdate geven over de verschillende (al lopende) initiatieven. Ten aanzienvan de redelijke vergoeding zal ik reageren op het onlangs verschenenadviesrapport van de commissie-Van der Meer II waarin verschillendeaanbevelingen worden gedaan om de vergoedingen voor sociaaladvocaten te verbeteren.7In deze brief reageer ik ook op het verzoek van de Vaste KamercommissieJustitie over de pilot Samen Recht Vinden.a. Toekomstbestendigheid: een duurzaam aanbod aan sociaaladvocaten: a. Visietraject toekomst van de sociale advocatuuri. Toelichting visietrajectMet het plan van aanpak voor de sociale advocatuur uit april 2023 zijnverschillende initiatieven en maatregelen in gang gezet voor met name dekorte en middellange termijn.8 Alle betrokkenen zijn bezig om maatre-gelen te bedenken en uit te voeren om de dalende trend van het aanbodsociale advocatuur te doorbreken. Tot op heden ontbreekt het echter aaneen visie op de toekomst van de sociale advocatuur. Het momentum is nuom ook te kijken naar en werken aan maatregelen en initiatieven dienoodzakelijk zijn op de lange termijn. Waar willen we over 5–10 jaarstaan? Samen met onder meer de Nederlandse orde van advocaten(NOvA), de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) en de Vereniging SocialeAdvocatuur Nederland (VSAN) wordt daarom aan een vernieuwende enconcrete visie gewerkt. Naast dit kernteam worden bij het visietraject opverschillende momenten ook andere belanghebbenden actief betrokkenzoals rechtzoekenden, eerstelijns rechtshulpverleners en rechtenstu-denten.Het visietraject bestaat uit vier fasen. Het traject bevindt zich momenteelin de onderzoeksfase, waarin de context van het vraagstuk wordtverhelderd. Deze fase bestaat onder meer uit observaties, het verzamelenvan alle reeds ingezette maatregelen en inbreng van bijvoorbeeldstudenten en rechtzoekenden en een kijkje in de keuken bij anderesectoren. Dit alles om inzichten op te doen rondom de huidige situatie vande (sociale) advocatuur.Vervolgens wordt gestart met de fase om naar de toekomst te kijken. De inde onderzoeksfase verzamelde perspectieven zullen in deze fase gebruiktworden om verschillende, vernieuwende en prikkelende toekomstscena-rio’s te vormen. Door meerdere scenario’s te verkennen wordt een breed7Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 293.8Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2942 perspectief op de mogelijkheden voor de sociale advocatuur verkregen.Hier zal ook de hierna genoemde diversiteit aan organisatievormen enkantoormodellen bij betrokken worden.Na deze twee fases waarin de volledige context duidelijk is geworden, dedoelgroepen zijn betrokken en gehoord en verschillende toekomstscena-rio’s zijn verkend, komen we toe aan de derde fase: het ontwikkelen vande visie. Het kernteam zal een gezamenlijke visie vormen die toekomstbe-stendig is en waar concrete stappen mee gezet kunnen worden. Belang-hebbenden krijgen de mogelijkheid om hierop feedback te geven. Opbasis van deze feedback zal de visie verder worden aangescherpt.Het uiteindelijke doel, in de vierde en laatste fase van het visietraject, isom te komen tot een visie die gedragen wordt door alle partijen, eentoekomstbeeld waarin iedereen zich herkent en waar men voor wil gaanstaan. En waarop concreet maatregelen kunnen worden genomen voor delange termijn.Begin februari heeft de eerste bijeenkomst van het kernteam plaatsge-vonden. Tijdens deze bijeenkomst is een stakeholdersanalyse gemaakt.Op basis daarvan wordt bepaald welke partijen in het netwerk betrokkenmoeten worden als onderdeel van het visietraject. Het streven is om hetgehele visietraject aan het begin van de zomer 2025 af te ronden, waarbijook de doelen en maatregelen geformuleerd zijn om mee aan de slag tegaan. Ik zal uw Kamer daarover vervolgens verder informeren.ii. Discussiepunten ten behoeve van het visietrajectZoals hierboven aangegeven is het visietraject met name bedoeld omover de lange(re) termijn na te denken. Daarbij zal nagedacht worden overfundamentele vraagstukken over hoe de sociale advocatuur er uit zoukunnen zien zodat deze toekomstbestendig is. De hierna volgendedenkrichtingen kunnen daarvoor als input dienen en deel ik mede tenbehoeve van het gesprek tijdens het commissiedebat gesubsidieerderechtsbijstand op 1 april a.s. met uw Kamer.– OrganisatievormenVan belang is onder meer om na te denken over hoe het werken insamenwerkingsverband, zoals kantoren, aantrekkelijk gemaakt engehouden kan worden. Daarbij betrek ook de vraag over de wenselijkheidvan de waterscheiding tussen commerciële en sociale advocatuur die inde loop der jaren in Nederland is ontstaan. Het ligt genuanceerd hoesociaal advocaten zich georganiseerd hebben en of er al dan niet ruimte isadvocaat-stagiaires aan te nemen, kantoormodernisering toe te passen enjonge advocaten in dienst te nemen. Naar de toekomst toe zie ik aankno-pingspunten in het eerdere WODC onderzoek naar alternatieve bedrijfs-structuren9 en het vervolgonderzoek hierop naar de bestaande organisa-tievormen en in hoeverre die doelgroepen bedienen, zoals vermeld in detwaalfde voortgangsrapportage stelselvernieuwing gesubsidieerderechtsbijstand.10 In de praktijk zie ik een aantal interessante organsiatie-vormen:–de samenwerking tussen éénpitters, bijvoorbeeld de samenwerking«de Haagse Zuidas»;–het opgaan van het Rotterdamse Advokatenkollektief en Op ZuidAdvocaten in de stichting Sociaal Advocaten Rotterdam;9Kamerstukken II, 2023–2024, 29 279, nr. 820.10Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 920.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2943 –De overname van sociaal advocatenkantoor Bonnier advocaten doorBrandMR.Ik acht deze verschillende organisatievormen interessant, omdat zijgericht zijn op de toekomst, ruimte en toekomstbestendigheid bieden aanjonge juristen en ook de hiervoor genoemde waterscheiding zoudenkunnen opheffen. Daarbij zie ik ook twee bewegingen voor me: die van detoevoegingspraktijk die samenwerkt met de commerciële praktijk enandersom, de commerciële praktijk die de samenwerking opzoekt met detoevoegingspraktijk. Die laatste beweging kan ik ook niet los zien van demotie Ceder/Mutluer (CU/PVDA/GL).11 Deze motie roept de regering opom met wet- of regelgeving te bewerkstelligen dat de gehele advocatuurgaat bijdragen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, door ofdoor het leveren van die rechtsbijstand dan wel het betalen van eenfinanciële bijdrage. Waar mijn voorganger deze motie vooral via dialoogwilde bereiken, wil ik toch gaan bezien of een wettelijke verplichting totmeer beweging in de maatschappelijke bijdrage van de gehele advocatuurgaat leiden.Een vraag die opkomt is of een sociaal advocaat een redelijk inkomenmoet kunnen krijgen met een volledige toevoegingspraktijk dan wel eengrote mate van toevoegingen en een klein deel betaalde zaken, vaak vanrechtzoekenden die qua inkomen en/of vermogen net boven de toevoe-gingsgrens zitten. Ook kan hierbij worden gekeken of meer samenwerkinggezocht kan worden met commerciële advocatenkantoren.12 Hierbij is welvan belang dat rekening wordt gehouden met specialisaties, verschillen inrechtsgebieden en regio’s.– Andere scenario’sDaarnaast zijn ook andere scenario’s over de organisatie van de gesubsi-dieerde rechtsbijstand denkbaar. Ik vind het interessant om in het kadervan het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur ook deoptie te verkennen van sociaal advocaten in loondienst, bijvoorbeeld bijeen (onafhankelijke) stichting. Ook kunnen scenario’s worden verkend dievergelijkbaar zijn met het Finse rechtsbijstandsstelsel. Finland kent eengemixt rechtsbijstandsstelsel dat bestaat uit zowel publieke als privaterechtsbijstandverleners. De rechtsbijstand wordt in principe verleend doorrechtsbijstandverleners in dienst van de Finse overheid. In bepaalde zakendie voor de rechter komen, kan voor het verlenen van rechtsbijstand ookeen particuliere rechtsbijstandverlener worden aangesteld, als diedaarmee instemt. Een rechtsbijstandverlener moet zich tijdens hetuitoefenen van zijn taak houden aan de reguliere gedragsregels vooradvocaten.Ook denkbaar zijn scenario’s met aspecten uit het Belgische rechtsbij-standssysteem. België kent bijvoorbeeld een begrotingsfonds voorjuridische tweedelijnsbijstand (pro Deo rechtsbijstand). De opbrengstenvan het fonds worden onder andere gebruikt voor de vergoedingen vanadvocaten belast met de juridische tweedelijnsbijstand. In bepaaldeburgerlijke en strafzaken moet een bijdrage van 26 euro worden betaaldaan het fonds. Zonder betaling van deze bijdrage wordt de rechtszaak nietgestart. Mijn ambtsvoorganger heeft eerder geschreven een fonds tenbehoeve van de sociale advocatuur te onderzoeken.13 De gedachte11Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 259.12Hiertoe roept ook de motie Mutluer/Ceder over een maatschappelijke bijdrage op, de verdereuitvoering van de motie betrek ik ook bij het visietraject (Kamerstukken II 2021–2022, 31 753,nr. 259).13Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2944 daarachter was dat de commerciële advocatuur aan een dergelijk fondszou bijdragen. Het Belgische systeem heeft mijn interesse gewekt en ik gatijdens het visietraject in gesprek over de mogelijkheden van een fondsten behoeve van de gesubsidieerde rechtsbijstand.Een ander interessant aspect van het Belgische systeem is dat advocatenin België door de Belgische Orde van Advocaten verplicht mogen wordenpro Deo op te treden. Juridische tweedelijnsbijstand of pro Deo is debijstand die wordt verleend aan rechtzoekenden met een laag inkomen enminderjarigen. Gelet op de bijzondere rol die advocaten hebben in eendemocratische rechtsstaat en de daaraan verbonden privileges, zoals hetprocesmonopolie, mag van advocaten worden verwacht dat zij bijdragenaan het goed functioneren van het rechtssysteem en derhalve aan hetvertrouwen van de rechtzoekende in een behoorlijke rechtsbedeling. Deambtshalve inschrijving van advocaten op de pro Deo lijst is gerecht-vaardigd door de noodzaak voor juridische bijstand aan on- en minvermo-genden. De Belgische overheid is gehouden om de juridische rechtsbij-stand te waarborgen voor diegenen die anders hun fundamentele rechtop toegang tot de rechter niet zouden kunnen uitoefenen.14 Een ieder dievoor het beroep van advocaat kiest wordt geacht de verplichtingen die dewet aan de beroepsgroep oplegt, te kennen en te aanvaarden, metinbegrip van de mogelijke verplichting om pro Deo rechtsbijstand teverlenen.Elke lokale Orde in België heeft een Bureau voor Juridische Bijstand (BJB)dat instaat voor de organisatie van de juridische tweedelijnsbijstand. Derechtzoekende kan zich rechtstreeks tot het BJB wenden en het BJB zal,indien betrokkene in aanmerking komt, een advocaat aanstellen. Derechtzoekende kan ook direct aan een advocaat zelf vragen om pro Deo opte treden. Advocaat-stagiaires zijn overigens verplicht om deel te nemenaan de tweedelijnsbijstand.In Nederland is in artikel 13 van de Advocatenwet bepaald dat derechtzoekende die niet of niet tijdig een advocaat bereid vindt om diegenebij te staan in een zaak, waarin vertegenwoordiging door een advocaat isvoorgeschreven dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kangeschieden, zich kan wenden tot de deken van de orde van advocaten inhet arrondissement waar de zaak moet dienen, met het verzoek eenadvocaat aan te wijzen. De deken kan het verzoek alleen wegens gegronderedenen afwijzen. De aangewezen advocaat is verplicht zijn of haardiensten te verlenen.De deken spant zich ervoor in om een advocaat aan te wijzen die met debetreffende specialisatie staat ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbij-stand ingeval de rechtzoekende in aanmerking komt voor gesubsidieerderechtsbijstand. Is dit niet gelukt en heeft de deken een advocaat aange-wezen die niet staat ingeschreven bij de RvR, dan schrijft de RvR dezeadvocaat voor deze ene zaak in.15 In de praktijk gebeurt dit laatste echterzelden, mede gelet op de waterscheiding tussen de sociale en commer-ciële advocatuur. Ik denk dat het goed is om met elkaar na te denken of inde praktijk niet meer aansluiting gezocht zou kunnen worden bij hetBelgische model zoals hiervoor omschreven. De commissie-Van de MeerII geeft in haar rapport ook in overweging in hoeverre het aanwijzingsin-strument breder en vaker zou kunnen worden ingezet.16 In het bijzonderwanneer er zich in een specifieke regio of op een specifiek rechtsgebied14Artikel 23, derde lid, sub 2 Gerechtelijk wetboek (België).15Vergelijk artikel 16 Wet op de rechtsbijstand.16Zie rapport commissie-Van der Meer II, p.47, Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2945 tekorten voordoen. Ik zal over het aanwijzingsinstrument het gesprekaangaan met de NOvA en de lokale orden.Voorts zie ik mogelijkheden in een momenteel bij de RvR in ontwikkelingzijnde proces voor de koppeling van rechtsbijstandverleners aanrechtzoekenden. De RvR en het Juridisch Loket werken per 1 juli 2024intensiever samen aan een beter systeem om rechtzoekenden in contactte brengen met een advocaat als hun probleem zich daarvoor leent, hetzogenaamde «matchen». Hierover informeerde ik uw Kamer al in deTwaalfde Voortgangsrapportage Stelselvernieuwing Rechtsbijstand.17Hiermee kan de kerntaak van de RvR om zorg te dragen voor de organi-satie van alsmede de verlening van rechtsbijstand beter vorm wordengegeven.18 Het proces van matching vanuit de RvR zou wat mij betreft ookeen belangrijke rol kunnen spelen wanneer er zich in een specifieke regioof op een specifiek rechtsgebied tekorten voordoen. Temeer nu de RvRzorg dient te dragen voor een zo evenwichtig mogelijke spreiding van hetaanbod van de verlening van rechtsbijstand in de ressorten.19– ConclusieIk acht het gerechtvaardigd dat alle advocaten zich inzetten voor eengoede rechtsbedeling en dus ook voor alle rechtzoekenden. De overheidmoet op grond van artikel 18 van de Grondwet de toegang tot het rechtborgen. Ik zie daarvoor wel een getrapte dan wel een gedeeltelijkeverantwoordelijkheid met de NOvA. De NOvA heeft immers als publiek-rechtelijk beroepsorgaan vergaande publiekrechtelijke bevoegdhedenwaar het advocaten aangaat en kan niet zonder meer uitsluitend naar derijksoverheid wijzen om maatregelen te treffen. Ik kijk er naar uit om metuw Kamer over het voorgaande in gesprek te gaan.b. Overige (lopende) initiatievenZoals hierboven vermeld lopen er op dit moment verschillende initia-tieven en maatregelen om de sociale advocatuur te versterken. Hieronderworden enkele uitgelicht.i. Sociaal advocatenkantoor van de toekomstDe NOvA is samen met de RvR het project «Sociaal Advocatenkantoor vande Toekomst» gestart. Dit project heeft als doel het schetsen vankantoormodellen die bijdragen aan een robuust en toekomstbestendigaanbod van sociaal advocaten. Idealiter hebben toekomstige sociaaladvocatenkantoren ruimte om te innoveren en te digitaliseren, mensen opte leiden en blijvend te werken aan kwalitatief goede rechtsbijstand.Met het project worden sociaal advocaten gestimuleerd om op iederemogelijke manier samen te werken. Daarvoor is het belangrijk om inzichtte krijgen in de regionale behoeften, de beschikbare mogelijkheden en debenodigde randvoorwaarden. Samenwerking is belangrijk voor het delenvan kennis, maar ook om een gezonde mix van advocaten binnenkantoren te creëren. Het is een manier om te komen tot een gezond bedrijfmet een goede bedrijfsvoering en een meerjarenplan.Er is ruimte voor variatie in samenwerkingsvormen. Denk aan samenwer-kingsverbanden waarbij de advocaten in loondienst werken, of samenwer-kingsverbanden met advocaat-ondernemers die kostendeling toepassen.17Kamerstukken II 2024–2025, 29 279, nr. 920.18Artikel 7 Wet op de rechtsbijstand.19Artikel 7a Wet op de rechtsbijstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2946 Ook het hybride werken, dus op afstand, wordt steeds gebruikelijker. DeNOvA zal in samenwerking met de RvR de verschillende modellen dekomende tijd in kaart brengen. Dit zal uiteindelijk resulteren in een rapportmet aanbevelingen en concrete handelingsperspectieven voor sociaaladvocaten.Ik moedig het project van de NOvA en RvR aan en ben benieuwd naar deresultaten. Het project sluit bovendien goed aan bij het visietraject waarde NOvA en RvR ook bij betrokken zijn.ii. Samenwerking rechtenonderwijsEr is steeds meer aandacht voor de sociale advocatuur in het (rechten)on-derwijs. Het is belangrijk om meer studenten bekend te maken met hetberoep van sociaal advocaat. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid enpartners vragen hiervoor voortdurend aandacht op universiteiten enhogescholen met een rechtenopleiding. Er zijn inmiddels mooie initia-tieven ontwikkeld. Daarover informeerde ik uw Kamer al in de TwaalfdeVoortgangsrapportage Stelselvernieuwing Rechtsbijstand.20 Er wordt eenpresentatie ontwikkeld die advocaat-gastdocenten kunnen gebruiken bijhet geven van gastcolleges aan universiteiten en hogescholen. Verderwordt geïnvesteerd in de bekendheid van de sociale advocatuur onderrechtenstudenten door middel van een informatiecampagne.Aandacht verdient ook het curriculum voor het rechtenonderwijs inNederland. De (dreigende) tekorten in de sociale advocatuur zien vooralop bepaalde specialisaties, die ook breder, buiten de sociale advocatuur,meer aandacht behoeven. Ik denk vooral aan het jeugdrecht en hetfamilierecht, en verder aan het sociale zekerheidsrecht en het vreemdelin-genrecht. Het zou voor de toekomst van de sociale advocatuur heilzaamzijn als dergelijke vakken breder aandacht krijgen in het algemenecurriculum van de rechtenopleidingen in Nederland. Hierover ben ikvoornemens het gesprek aan te gaan met de raad van decanen rechtsge-leerdheid.iii. Onderzoeken KenniscentrumHet Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand heeft onder-zocht welke drijfveren en motieven sociaal advocaten hebben voor hetwerken op basis van een toevoeging.21 Dit onderzoek bevestigt dat dezebestaan uit een samenspel van ideële overtuigingen en praktischeoverwegingen, en sluit daarmee aan bij eerdere onderzoeken naar dearbeidsmarkt voor sociaal advocaten.Het Kenniscentrum onderzoekt in opdracht van de RvR ook wat dedrijfveren en motieven zijn van sociaal advocaten die zich net hebbeningeschreven, en van sociaal advocaten die zich uitschrijven. In dekomende periode wordt een eerste rapport daarover verwacht. Deresultaten van deze onderzoeken van het Kenniscentrum zullen betrokkenworden bij het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur.iv. Subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocatenOm de instroom van advocaat-stagiaires in het stelsel van gesubsidieerderechtsbijstand te stimuleren, is in 2021 de subsidieregeling beroepsop-leiding sociaal advocaten in het leven geroepen. Het opleiden van eenadvocaat-stagiair is voor veel sociaal advocaten financieel moeilijk op te20Kamerstukken II 2024–2025, 29 279, nr. 920.21www.raadvoorrechtsbijstand.org/kenniscentrum/drijfveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2947 brengen. De subsidieregeling is per 1 mei 2024 voor de vierde keerverlengd. Per subsidieregeling is steeds ruim twee miljoen eurobeschikbaar gesteld waardoor de kosten van de beroepsopleiding voorcirca 175 advocaat-stagiaires kunnen worden bekostigd. Hierdoor wordthet voor sociaal advocaten aantrekkelijker om advocaat-stagiaires aan tenemen. De subsidieregeling is door het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidi-eerde Rechtsbijstand geëvalueerd. In december 2024 is de eerste evaluatiegepubliceerd.22De evaluatie ziet op de groep die tussen 2021 en 2023 gebruik heeftgemaakt van de regeling. Voor het vaststellen van de impact van deregeling op de toestroom van nieuwe aanwas in de sociale advocatuurkomt het moment van onderzoek te vroeg. Daadwerkelijke effecten op hetaanbod van sociaal advocaten zijn pas op langere termijn goed vast testellen. Op basis van deze evaluatie kan voorlopig geconcludeerd wordendat de subsidie een positieve bijdrage lijkt te leveren aan de aanwas vansociaal advocaten. 71 procent van de ondervraagde advocaat-stagiairsgeeft aan de verwachting te hebben om in de komende vijf jaar deel teblijven nemen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Hetonderzoek bevestigt daarnaast dat meer nodig is om voor voldoendeaanwas te zorgen. Voor een duurzame carrière in de sociale advocatuur isvolgens de patronen en advocaat-stagiairs ook verhoging van devergoedingen en verlaging van de werkdruk nodig.De uitkomsten van de evaluatie betrek ik bij de besluitvorming overmogelijk meer structurele voortzetting van de subsidieregeling. In datkader vind ik het ook van belang de samenhang van deze maatregel tebezien met andere (mogelijke) maatregelen die de aanwas van nieuwesociaal advocaten kunnen stimuleren. Voor de korte termijn bezie ik op ditmoment of de subsidieregeling nogmaals met een jaar verlengd kanworden.v. Voorstel maatregelen VSANOp 27 februari jl. heeft de VSAN een aantal maatregelen voorgesteld voorde sociale advocatuur voor de korte en lange termijn.23 Dit zijn: eenbegeleidingsvergoeding voor patroons van 15.000 euro per advocaat-stagiaire per jaar, een garantstelling van 45.000 euro per stagiaire-ondernemers en een terugkeer van de voorschotregeling voor advocaat-stagiaires. Met deze maatregelen kunnen volgens de VSAN direct 200nieuwe sociaal advocaten het veld betreden, verspreid over de oververschillende regio’s in Nederland.De maatregelen die de VSAN voorstelt vind ik interessant. Zo past eeneventuele begeleidingsvergoeding bij de al lopende maatregel van desubsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten. Verder heeft de RvRal eerder bij mij het knelpunt gesignaleerd van startende sociaaladvocaten die nog geen toevoegingen uitbetaald hebben gekregen.Daarover ben ik al in gesprek met de RvR en de NOvA. Met betrekking totde garantstelling ga ik het gesprek aan met de NOvA. Ook zie ik daarmogelijkheden voor het betrekken van de commerciële advocatuur. Ik achthet echter van groot belang om de door de VSAN voorgestelde maatre-gelen in samenhang te bezien met andere opties om de socialeadvocatuur te versterken. Deze voorstellen betrek ik daarom ook bij hethiervoor genoemde visietraject waar de VSAN, RvR en NOvA actief bijbetrokken zijn.22https://www.raadvoorrechtsbijstand.org/kenniscentrum/projecten/subsidieregeling-beroepsopleiding/.23https://vsan.nl/nieuws/2025/persbericht-27022025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2948 b. Redelijke vergoeding: Beleidsreactie rapport Commissie-Vander Meer II a. Korte weergave aanleiding rapportHet uitgangspunt van het forfaitaire stelsel van gesubsidieerde rechtsbij-stand is dat een rechtsbijstandverlener (zoals sociaal advocaten enmediators) gemiddeld genomen voor één uur werk één forfaitair puntkrijgt vergoed. De afgelopen jaren klinkt vanuit de beroepsgroep en depolitiek herhaaldelijk de roep om de vergoedingen in het stelsel teherijken. Gelet op het tijdsverloop is het aannemelijk dat er sinds devorige herijking24 (gebaseerd op tijdbestedingsgegevens uit de periode2014–2016) veranderingen in de tijdsbesteding zijn opgetreden. Om diereden heeft mijn ambtsvoorganger eind 2023 besloten een herijkingscom-missie in te stellen.25Per 1 januari 2024 is hiervoor dan ook de commissie-Van der Meer II(hierna: de commissie) ingesteld.26 De commissie had de opdracht om oponafhankelijke wijze te adviseren over de actualisatie van het aantal toe tekennen punten per zaaksoort voor alle rechtsgebieden in het stelsel vangesubsidieerde rechtsbijstand. De bestaande systematiek van forfaitairevergoedingen is daarbij een randvoorwaarde. Het tweede deel van deopdracht aan de commissie zag op het in beeld brengen of met een brutoomzet van een volledige gesubsidieerde praktijk een netto jaarinkomen ophet niveau van salarisschaal 12, trede 10 CAO Rijk kan worden behaald enindien nodig een voorstel hoe dit inkomensniveau alsnog kan wordenbereikt. Op 3 maart jl. heeft de commissie haar adviesrapport gepresen-teerd.27 Naast de aanbevelingen ten aanzien van de opdracht, heeft decommissie ook andere aanbevelingen gedaan over het rechtsbijstands-stelsel. Ik ben de commissie erkentelijk voor haar werkzaamheden.b. Aanbevelingen commissie-Van der Meer IIDe commissie doet in totaal 38 aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijnop te splitsen in twee delen: de hoofdaanbevelingen en de overigeaanbevelingen. Een nadere toelichting en eerste appreciatie van deaanbevelingen volgt hieronder. De aanbevelingen worden gecategori-seerd besproken.Financiële aanbevelingenAanpassen puntenaantallenDe commissie doet verschillende aanbevelingen om de vergoedingenvoor gesubsidieerde rechtsbijstand beter te laten aansluiten bij dewerkelijk tijdsbesteding. Een van de hoofdaanbevelingen is om depuntenaantallen voor verschillende zaken aan te passen. Deze aanbe-veling is gebaseerd op het tijdschrijfonderzoek van Cebeon.28 Over hetalgemeen wordt aanbevolen de puntenaantallen met één of twee puntente verhogen. Er zijn enkele uitschieters waar de commissie adviseert depuntenaantallen met drie of meer punten te verhogen en/of tweeverschillende zaakcodes samen te voegen, bijvoorbeeld voor zaakcodes in24Commissie evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand I, Andere tijden,oktober 2017, Kamerstukken II 2017–2018, 31 753, nr. 142.25Kamerstukken II 2022–2023, 31 753, nr. 270.26Instellingsbesluit Commissie Evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand II,Stcrt. 2024, nr. 4375.27Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 293.28Cebeon, Puntentoekenning Gesubsidieerde Rechtsbijstand, 21 januari 2025, via: https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3439.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 2949 het arbeidsrecht, huurrecht en het personen- en familierecht. Voor eenaantal zaakcodes wordt aanbevolen het puntenaantal te verlagen.Verhoging toeslagenOok stelt de commissie een algemene verhoging van de toeslagen voormet 35%. In, met name, maar niet uitsluitend, strafzaken kunnen naast deforfaitaire vergoeding extra toeslagen worden gedeclareerd voorgebeurtenissen die in de procedure hebben plaatsgevonden en waaruitextra werkzaamheden zijn voortgevloeid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan debehandeling van het bevel tot gevangenhouding of bijstand aan deverdachte bij het horen van getuigen. Uit het onderzoek van Cebeon blijktdat zaken met één of meer toeslagen en kortingen in de periode2022–2023 gemiddeld ruim de helft meer tijd kosten dan feitelijk aanpunten is toegekend. Volgens Cebeon heeft de stijging twee mogelijkeoorzaken. Extra handelingen, zoals een extra zitting, zorgen voor extratijdsbesteding. Daarnaast is het mogelijk dat zaken waarin een toeslagwordt toegekend complexer zijn dan «standaard zaken». Een groterecomplexiteit zorgt, los van de extra handelingen, eveneens voor eenhogere tijdsbesteding ten opzichte van standaard zaken.Aanpassing opvolgingstoeslagVoorts beveelt de commissie aan de opvolgingstoeslag, nu bestaande uittwee punten, te veranderen naar een percentage van 25% van het aantalpunten dat voor de betreffende zaak staat. Advocaten die een zaak vaneen andere advocaat overnemen ontvangen een dergelijke opvolgings-toeslag. De huidige toeslag in combinatie met het moeten verdelen van detotale vergoeding met de advocaat die wordt opgevolgd, wordt op ditmoment als te beperkt ervaren door advocaten. Met een percentage vanhet aantal punten per zaak, staat de vergoeding meer in verhouding tot deverrichte werkzaamheden.Aanpassing staffel samenhangende zakenDe commissie adviseert ook om de staffel voor samenhangende zaken bijmeerdere rechtzoekenden aan te passen. Voor de tweede zaak moet deadvocaat 50% van het aantal punten dat voor de zaak staat erbij krijgen envoor de derde en volgende samenhangende zaken (t/m 20 zaken) telkenseen extra vergoeding van 25% per rechtzoekende. Vanaf 21 t/m 100rechtzoekenden zou er 15% bij moeten per rechtzoekende en vanaf 101 enverder zou er 10% bij moeten per rechtzoekende. Volgens de commissie isdit evenredig aan de aanvullende bestede tijd aan zowel de extraadministratieve lasten als de voorkomende feitelijke verschillen tussen dediverse cliënten.Verhoging basispunttariefVerder beveelt de commissie aan het basispunttarief met € 1,46 exclusiefbtw te verhogen. Deze aanbeveling is gebaseerd op het onderzoek naarhet verdienvermogen van sociaal advocaten door het KenniscentrumStelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand.29 Met deze aanbeveling zoudensociaal advocaten die vanuit huis/niet in kantoorverband werken, op basisvan 1.200 gedeclareerde punten een inkomen kunnen verkrijgen op hetniveau van schaal 12, trede 10, van de CAO Rijk.29https://www.raadvoorrechtsbijstand.org/kenniscentrum/verdienvermogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29410 Reiskostenvergoeding mediationOnderdeel van de opdracht van de commissie was om in beeld te brengenin welke gevallen mediators verplicht moeten reizen naar een rechtbankvoor mediationgesprekken en hoe vaak dit per jaar gemiddeld voorkomt.Op basis van haar onderzoek beveelt de commissie aan om voormediators een algemeen geldende regeling voor reistijd- en reiskostenver-goeding te creëren, die aansluit op de regeling voor advocaten. Als in demediationverwijzing van de Rechtspraak een verplichte locatie isopgenomen, is een vergoeding voor reistijd en reiskosten volgens decommissie gerechtvaardigd.Aanpassingen voor specifieke zakenTot slot doet de commissie aanbevelingen over de vergoedingen inbepaalde specifieke zaken. Zo beveelt de commissie aan dat als doorbeide (proces-)partijen een vaststellingsovereenkomst ondertekend wordtter beëindiging van het geschil, de vergoeding voor de verleenderechtsbijstand gelijkgesteld moet worden aan de procedurevergoeding.Dit geldt alleen in het geval de vaststellingsovereenkomst wordt getekendtijdens een aanhangige gerechtelijke procedure na ontvangst van degerechtelijke oproeping, maar vóór de mondelinge behandeling. Verderbeveelt de commissie aan advocaten van slachtoffers en van verdachtengelijk te behandelen bij het toekennen van de vergoeding voor proforma-zittingen. Slachtofferadvocaten krijgen per extra bijgewoondezitting in een zaak een vergoeding van 2,5 punt. Deze zittingstoeslag geldtvoor zowel inhoudelijke als pro forma-zittingen. Voor advocaten vanverdachten is een vergoeding voor het bijwonen van een zitting waarin dezaak niet «inhoudelijk» wordt behandeld uitgesloten.KantoortoeslagVolgens de commissie zou een sociaal advocatenkantoor dat aan – naderte ontwikkelen – voorwaarden voldoet een toeslag van € 14,82 exclusiefbtw voor elk in een kalenderjaar vergoed toevoegingspunt moetenkrijgen.Eerder heb ik in antwoord op Kamervragen van het Kamerlid Van Nispenaangegeven dat ik samen met de NOvA wil toewerken naar een duurzaamkantoormodel voor sociaal advocaten dat bedrijfsmatig efficiënt is,aantrekkelijk is om in te werken voor jonge advocaten en waar de kwaliteitis geborgd.30 Zij nemen daartoe samen met de RvR al initiatieven. Deaanbevelingen van de commissie over het invoeren van een kantoor-toeslag en een (financiële) regeling voor het starten van een advocaten-kantoor zie ik ook in dit verband.Het eventueel invoeren van een dergelijke kantoortoeslag wil ik eerstnader onderzoeken. Ik betrek dit bij het eerder genoemde visietraject ende gedachten die ik heb over de verschillende kantoormodellen en devraag of met andere maatregelen hetzelfde of ene beter resultaat kanworden bereikt. Daarnaast zal ook gekeken moeten worden naar metname de voorwaarden waaronder een eventuele kantoortoeslagverkregen kan worden en de uitvoerbaarheid ervan. Ook zal desamenhang met andere maatregelen voor de aanpak van het dreigendtekort aan sociaal advocaten moeten worden bezien.Conclusie financiële aanbevelingenOp dit moment kan ik nog geen toezeggingen doen over het wel of nietdoorvoeren van de aanbevelingen van de commissie. Het geheel van de30Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 599Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29411 maatregelen beschouwend, zie ik een onderscheid tussen maatregelen diehet meest prangend zijn en redelijk eenvoudig doorgevoerd zoudenkunnen worden en aanbevelingen die ingewikkelder zijn en een naderebeleidsafweging en uitwerking behoeven. In dat licht wil ik een priori-tering aanbrengen in eventuele doorvoering van de aanbevelingen mochtdaar dekking voor gevonden worden. Deze prioritering hangt derhalve afvan de vraag of er binnen de begroting ruimte gevonden kan worden enhoe groot deze zal zijn, ik kan daar op dit moment nog geen antwoord opgeven. Indien er middelen beschikbaar zijn wil ik allereerst de aanbeve-lingen over het aanpassen van puntenaantallen en het verhogen van detoeslagen (inclusief de opvolgingstoeslag) doorvoeren en als tweede hetverhogen van het basispunttarief. Ten derde wil ik de aanbeveling over dereiskostenvergoeding voor mediators oppakken.Gelet op de voorgaande prioritering ga ik op korte termijn onderzoekenwat de mogelijkheden zijn ten aanzien van het aanpassen van depuntenaantallen en de verhoging van de toeslagen. Dat betekent niet datik de overige aanbevelingen ongemoeid zal laten. Daar waar een naderebeleidsafweging en uitwerking nodig is, ga ik daarmee aan de slag.Specifiek de kantoortoeslag betrek ik bij het visietraject voor de toekomstvan de sociale advocatuur. Aan deze te zetten stappen zijn kostenverbonden en zoals hierboven opgemerkt kan ik op dit moment nog geenantwoord geven op de dekkingsvraag. De nadere uitwerking vergtafstemming en dat kost tijd. Ik ben voornemens u vóór het zomerrecesnader te informeren over de voortgang.Tot slot nog het volgende. Ik heb goed kennisgenomen van de aanbeve-lingen omtrent het verdienvermogen van de sociale advocatuur en betrekdit ook nadrukkelijk bij de prioriteiten die ik wil stellen. Voor de langetermijn staat het uitgangspunt van een inkomen op het niveau op schaal12, trede 10, CAO Rijk wat mij betreft, gelet op de ontwikkelingen rondomhet aanbod van sociaal advocaten, niet meer op zichzelf. Het is nodig ombreder te kijken naar verschillende kantoormodellen voor de (sociale)advocatuur. Daarbij vind ik het van belang om met name te bezien hoe desociale advocatuur weer toekomstbestendig kan worden gemaakt.Daarvoor is mijns inziens meer nodig dan alleen een investering, zoals ikook uitgebreid heb toegelicht onder het deel toekomstbestendigheideerder in deze brief.Het verdienvermogen staat voor mij niet ter discussie maar ik acht hetopportuun dat er een maatschappelijk debat wordt gevoerd over het inNederland historisch gegroeide uitgangspunt dat een advocaat eenvolledig op basis van de Wet op de rechtsbijstand gefinancierde praktijkmoet (blijven) kunnen voeren. De waterscheiding tussen de commerciëlerechtspraktijk en de sociale advocatuur in Nederland heeft ongelukkigeneveneffecten.Uitgangspunten stelselDe commissie beveelt aan een tweetal uitgangspunten onderdeel temaken van het rechtsbijstandsstelsel ten behoeve van een toekomstbe-stendig stelsel. Dit zijn:–Jaarlijkse indexering van het punttarief overeenkomstig de binnen derijksoverheid gebruikelijke systematiek, die aansluit bij de wijzewaarop jaarlijks bij Voorjaarnota aan de departementen de loon- enprijsbijstelling wordt toegekend;–Periodieke herijking/evaluatie, bijvoorbeeld eens in de 3–4 jaar, van depuntenaantallen en het punttarief. Als sprake is van budgettaireeffecten van de evaluatie dan worden die ingebracht op de daartoegeëigende momenten in de rijksbrede begrotingscyclus (bij Voorjaars-nota).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29412 Het punttarief wordt al jaarlijks geïndexeerd. Momenteel werk ik aan deontwikkeling van een systeem voor periodieke evaluatie, waarbij definanciële aspecten worden afgestemd op de vastgestelde ijkmomenten.Het is hierin wel van groot belang dat er een robuuster tijdschrijfsysteemgeïmplementeerd wordt, waarbij het systeem zo betrouwbaar wordtgemaakt dat het de controle van een accountant kan doorstaan. Ik heb uwKamer daar in de twaalfde voortgangsrapportage rechtsbijstand overgeïnformeerd.31MonitoringUit het onderzoek van Cebeon blijkt dat er voor het grootste deel van detoevoegingen een helder en betrouwbaar beeld gegeven kan worden.Desalniettemin heeft de commissie op sommige onderdelen toch naderonderzoek aanbevolen, omdat er bijvoorbeeld niet voldoende dataaanwezig zijn over kleinere rechtsgebieden of onderdelen zoals piketwaarvoor helemaal geen uren worden bijgehouden. Structureel ensystematisch verzamelde gegevens over tijdsbestedingen, werkzaam-heden en geleverde kwaliteit helpen om het beeld feitelijk en meerrepresentatief te houden.Ik onderschrijf dat het voorhanden hebben van dergelijke gegevensessentieel is met het oog op monitoring ten behoeve van een duurzaamstelsel en op de mogelijkheden voor nader onderzoek. Deze gegevens zijnook belangrijk voor signalen waaruit kan blijken dat het stelsel niet goedwerkt of het signaleren van maatschappelijke veranderingen die de vraagom rechtsbijstand kunnen doen toenemen. Mede om deze redenen is hetKenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand ingesteld met alsmaatschappelijke opgave via onafhankelijk onderzoek bij te dragen aanhet goed functioneren van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstanddoor het beleid en uitvoering te voeden met data, feiten en kennis, eneventuele (dreigende) knelpunten te signaleren en agenderen.32 Over deaanbevelingen met betrekking tot monitoring zal ik verder in gesprek gaanmet het Kenniscentrum.De commissie beveelt aan om de RvR opdracht te geven om het aanbodsociale advocatuur per regio en rechtsgebied te monitoren en de RvR demiddelen te geven om indien nodig maatregelen te treffen die eropgericht zijn om bij tekorten per regio of rechtsgebied effectief bij te dragenaan de opheffing van het gesignaleerde tekort. Het Kenniscentrum houdtal gegevens bij over de ontwikkeling in het aantal sociaal advocaten in deafgelopen vijf jaar. De gegevens over sociaal advocaten zijn uitgesplitstnaar leeftijd, locatie en de verschillende rechtsgebieden. Ik onderschrijf deaanbeveling van de commissie om hiermee door te gaan. Het Kennis-centrum zal bovendien op korte termijn nader onderzoek doen naar deontwikkeling van het aanbod van sociaal advocaten. Voorafgaand aan hettreffen van specifieke maatregelen, wanneer zich bijvoorbeeld binnen eenbepaald rechtsgebied een tekort voordoet, zal steeds per maatregel eenbeleidsafweging moeten worden gemaakt inclusief de daarbij behorendekosten.Ten aanzien van de aanbeveling van de commissie om bij nieuwewetgeving enige tijd na invoering hiervan te evalueren wat de impact opde tijdsbesteding van rechtsbijstandverleners is en waar nodig bij testellen, merk ik het volgende op. In reactie op het rapport «OngekendOnrecht» is de invoeringstoets ingevoerd.33 De invoeringstoets is eenbeknopte bestudering van de werking van nieuwe regelgeving in depraktijk, met bijzondere aandacht voor de gevolgen voor de doelgroep en31Kamerstukken II 2024–2025, 29 279, nr. 920.32Stcrt. 2024, nr. 27080.33Kamerstukken II 2021–2022, 35 510, nr. 96, Kamerstukken II 2022–2023, 35 510, nr. 103 enKamerstukken II 2024–2025, 36 600 VI, nr. 12.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29413 de uitvoering. Deze toets wordt uitgevoerd op het vroegst mogelijkemoment waarop iets nuttigs gezegd kan worden over de werking vanregelgeving in de praktijk, en onderscheidt zich daarmee van de uitge-breidere en diepgaandere wetsevaluaties. Voor een volledig beeld van debeleidseffecten heeft regelgeving immers tijd nodig om in te klinken eneen zichtbaar beleidseffect teweeg te brengen. Het doel van de invoe-ringstoets is niet om te kunnen vaststellen of de nieuwe regelgeving eensucces is, hiervoor is de wetsevaluatie bedoeld. Een vermoeden van hettegenovergestelde zou echter wel aan het licht kunnen komen. Bij hetuitvoeren van de invoeringstoets is, indien aan de orde, ook aandachtvoor de impact op de tijdsbesteding van rechtsbijstandsverleners.Afhankelijk van de resultaten van de invoeringstoets kan dit mogelijkleiden tot een wijziging in de tijdsbesteding van rechtsbijstandsverleners.Ook met betrekking tot het nieuwe Wetboek van strafvordering is het vanbelang om de effecten daarvan op de rechtsbijstand in kaart te brengen.Daarom is er in 2021 een impactanalyse opgesteld. Hierbij is gekeken naarde te verwachte extra tijdsbesteding van de advocatuur naar aanleidingvan de nieuwe regelingen. Deze voorlopige bevindingen zullen dekomende tijd in samenwerking met de NOvA en de RvR worden geactuali-seerd. Daarbij is het onderzoeksbureau ingeschakeld dat het rapport van2021 heeft opgesteld. Mijn inzet is om dit onderzoek in het derde kwartaalvan 2025 gereed te hebben. In dit kader zullen vóór de zomer expertmee-tings plaatsvinden met de genoemde organisaties, advocatuur en expertsuit de wetenschap. De inzichten over de uitvoeringsconsequenties voor degefinancierde rechtsbijstand worden – tezamen met de effecten voor alle(andere) organisaties in de strafrechtketen – toegelicht in de memorie vantoelichting bij het wetsvoorstel voor de Invoeringswet voor het nieuwewetboek.MediationDe commissie doet meerdere aanbevelingen rondom mediation die nietzien op de opdracht, namelijk de aanbeveling over het uniformeren van debestaande mediationregelingen en het wettelijk reguleren van kwaliteits-borging. Ik onderschrijf het belang van publiekrechtelijke kwaliteits-borging van mediation, zeker als het gaat om mediation binnen het stelselvan gesubsidieerde rechtsbijstand die wordt betaald uit publiekemiddelen. Met het oog daarop werk ik, in afstemming met het werkveld,aan de ontwikkeling van een centraal mediatorsregister. Hierover is uwKamer eerder geïnformeerd.34 Om dit proces zorgvuldig en voortvarend tedoorlopen, heb ik een kwartiermaker en drie (andere) deskundigenaangesteld om voor de zomer tot aanbevelingen te komen, onder meerwaar het gaat om de wijze waarop het register binnen een publiekrech-telijk zelfstandig bestuursorgaan kan worden vormgegeven.35 Aan dehand van de aanbevelingen zal ik uw Kamer na de zomer berichten overde voorgenomen vervolgstappen.KwaliteitIk volg de commissie waar zij schrijft dat rechtsbijstand door eenbekwame rechtsbijstandverlener essentieel is voor een effectieve toegangtot het recht. Dit geldt in het bijzonder voor zaken waarbij sprake is vanrechtzoekenden in kwetsbare situaties en waarbij (veelal) geen sprake isvan voldoende inzicht van de rechtzoekende in de kwaliteit van dedienstverlening.De aanbevelingen die de commissie doet over kwaliteit zijn gericht aan deRvR en aan de NOvA. Ik moedig hen dan ook aan om met elkaar in34Kamerstukken II 2022–2023, 29 279, nr. 822 en Kamerstukken II 2023–2024, 29 528, nr. 17.35Kamerstukken II 2023–2024, 29 279, nr. 830.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29414 gesprek te gaan en te onderzoeken welke aanbevelingen zij over kunnennemen en op welke wijze dat kan.Stelstelvernieuwing rechtsbijstandHet programma stelselvernieuwing rechtsbijstand werkt aan een stelselvan gesubsidieerde rechtsbijstand waarin de rechtzoekende met een(juridisch) probleem vroegtijdig, laagdrempelig en adequaat geholpenwordt met de oplossing van zijn of haar probleem en waarin de rechtsbij-standverleners die binnen het stelsel werkzaam zijn zo goed mogelijk zijntoegerust op hun taken. Hiermee vormt de stelselvernieuwing rechtsbij-stand een belangrijk onderdeel van het brede traject voor de versterkingvan de toegang tot het recht.De aanbevelingen van de commissie over onder meer het innen van deeigen bijdrage en een beroep door de eerste op de tweede lijn makenreeds deel uit van de stelselvernieuwing. Eén van de ideeën van destelselvernieuwing is om de inning van de eigen bijdrage niet meer bij deadvocaat of mediator te beleggen, maar bij de RvR. Dit vergt eenaanpassing van de Wet op de rechtsbijstand. In de pilot Feyenoord/Hillesluis, die gedurende de pilotfase van de stelselvernieuwing liep, zijngoede ervaringen opgedaan met een beroep van de eerste lijn op detweede lijn. Sinds begin september 2024 is de tijdelijke subsidieregeling«werkzaamheden ten behoeve van rechtsbijstand project Rotterdam» vankracht.36 Advocaten die zich hiervoor bij de RvR hebben aangemeld,kunnen een vergoeding krijgen voor het verlenen van consulatie aaneerstelijns professionals. De komende tijd ga ik onderzoeken of hetmogelijk is om een dergelijke consultatie van de eerste op de tweede lijnlandelijk uit te rollen.Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand loopt tot en met eind2025. In de twaalfde voortgangsrapportage rechtsbijstand gaf ik al aanernaar te streven uw Kamer rond de zomer te informeren over decontouren van het wetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de rechtsbij-stand, waarvan het voorgaande naar verwachting onderdeel zal uitmaken.c. Reactie op brief Samen Recht Vinden Naar aanleiding van de voortgangsrapportage versterking toegang tot hetrecht37 heeft de Vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid van uwKamer een brief ontvangen van Samen Recht Vinden te Middelburg d.d.18 december 2024, waarin Samen Recht Vinden pleit voor (aanvullende)financiering vanuit het nader budget dat ter beschikking is gesteld voor deversterking van de toegang tot het recht. Bovengenoemde commissieheeft deze brief naar mij doorgeleid met het verzoek om een reactie.38Deze treft u hieronder aan.Samen Recht Vinden is een initiatief dat zich richt op de inwoners vanZeeland die (juridische) problemen hebben. De dienstverlening vanSamen Recht Vinden kenmerkt zich als een vernieuwende aanpak voorvroegtijdige geschiloplossing, waarbij procedures en juridische geschillendaar waar mogelijk worden voorkomen. Samen Recht Vinden zoektsamen met alle betrokkenen naar een aanvaardbare oplossing waariedereen mee verder kan. Hieraan zijn voor rechtzoekenden geen kostenverbonden.36Stcrt. 2024, nr. 28455.37Kamerstukken II 2024–2025, 29 270, nr. 920382025Z01163.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29415 Samen Recht Vinden is gestart als één van de 34 pilots die in de periode2020–2022 zijn uitgevoerd onder de vlag en met incidentele financieringvan het programma Stelselvernieuwing Rechtsbijstand ter ontwikkelingvan nieuwe werkwijzen voor onder andere het versterken van deeerstelijns rechtshulp. Na afloop van de pilotfase was het aan de pilotszelf om, waar de uitkomsten daartoe aanleiding gaven, te zorgen voorimplementatie en borging van de pilot binnen de eigen regio ofgemeente. Samen Recht Vinden had hiervoor extra tijd nodig en heeftdaarom, naast het oorspronkelijk ontvangen incidenteel budget, voor deperiode 2023–2024 een aanvullende incidentele bijdrage ontvangen.De vraag van Samen Recht Vinden om nadere financiering beoordeel iktegen de achtergrond van mijn ambitie om de laagdrempelige rechtshulpte verbeteren en mijn inzet om, gezien de motie Van Nispen/Palmen,39 tekomen tot een dekkend netwerk voor sociaaljuridische dienstverlening. Ikvind het niet wenselijk, dat de dienstverlening van Samen Recht Vindenverdwijnt alvorens het eerstelijns aanbod in kaart is gebracht als opmaatnaar een regionaal samenwerkingsnetwerk. Daarom ben ik momenteel inafwachting van een subsidieaanvraag van Samen Recht Vinden naaraanleiding waarvan ik welwillend zal bezien of ik in 2025 nog éénmaal eenoverbruggingsbijdrage toe zal kennen, zodat de bemiddeling voor burgersovereind blijft en tijd gewonnen wordt om te zoeken naar een structureleinbedding en financiering van de aanpak.Hoe de toegang tot het recht in de regio Zeeland, maar ook in andereregio’s waar dit nog onvoldoende het geval is, kan worden geborgd, zalbij de uitvoering van de motie Van Nispen/Palmen nader worden bezien.Ter uitvoering van deze motie heb ik uw Kamer op 13 december 2024bericht dat ik zal laten verkennen hoe een dergelijk netwerk van sociaalju-ridische dienstverlening het best vormgegeven kan worden.40 Mijnstreven is om daarvoor voor de zomer van 2025 een kwartiermakerbenoemd te hebben. De werving van de kwartiermaker start op kortetermijn. De kwartiermaker zal beginnen in die regio’s waar sprake is vaneen beperkt aanbod aan eerstelijns sociaaljuridische dienstverlening;hiertoe behoort ook de regio Zeeland.In dit kader noem ik graag de recente ontwikkelingen in Noord- en MiddenLimburg. Bij de laatste voortgangsrapportage schreef ik uw Kamer datdaar op regionaal niveau wordt verkend hoe de toegang tot sociaaljuri-dische dienstverlening als netwerk kan worden verbeterd. Op 6 maart jl.heb ik met de betrokken gemeenten en verschillende lokale, regionale enlandelijke organisaties een pact gesloten. Hierin is de ambitie neergelegdom in de regio tot een sluitende en integrale eerstelijns sociale enjuridische dienstverlening te komen. De komende tijd zal deze ambitie opdienstverleningsniveau worden geconcretiseerd. Ik beschouw deze regioals een koploper in het land. De geleerde lessen en inzichten kan dekwartiermaker meenemen bij de landelijke opgave.d. Slot In deze brief heb ik uw Kamer onder andere meegenomen langs de tweeroutes die ik ten aanzien van de toekomst van de sociale advocatuur gabewandelen: toekomstbestendigheid en een redelijke vergoeding. Er zijnveel positieve ontwikkelingen op het gebied van de versterking van desociale advocatuur, maar ook uitdagingen. Met het visietraject en denadere uitwerking van de aanbevelingen uit het advies van decommissie-Van der Meer II ga ik de komende tijd aan de slag. Dat doe ik39Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 VI, nr. 91.40Kamerstukken II 2024–2025, 29 279, nr. 920Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29416 niet alleen, maar samen met de betrokken partijen uit het rechtsbij-standsveld. Daarbij houd ik steeds mijn missie voor ogen dat iedereen inNederland een passende en duurzame uitkomst kan vinden voor een(juridisch) probleem. Uiteindelijk gaat het immers om de rechtzoekendeen diens toegang tot het recht.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 29417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ed654d873d1e841d

14 okt 2026 · 30ba48afd57e6a75

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.