Van passend naar inclusief onderwijs
Brontekst
Versie 9de07431ff4f6415 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 497Passend onderwijsNr. 513 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 mei 2026Onderwijs biedt kinderen vooruitgang en daar heeft elk kind1 recht op.Onderwijs begint bij contact tussen leraren en kinderen in een klas metleeftijdsgenoten. Dat blijkt niet voor alle kinderen vanzelfsprekend,doordat het huidige schoolsysteem soms onvoldoende aansluit bij hunuiteenlopende behoeften en talenten, waardoor sommige kinderenvastlopen. Dat heeft impact op de kinderen en hun ouders, maar ook opscholen en de samenleving. Het is de opdracht aan onderwijs en overheidom te zorgen dat er goed onderwijs is voor ieder kind. Idealiter biedtNederland inclusief onderwijs, waarin ieder kind op een school in de buurteen plek heeft, gezien wordt en met klasgenoten samen leert, waar nodigmet speciale ondersteuning. Voor sommige kinderen echter, zal eengespecialiseerde voorziening (en maatwerk) het best passend zijn.Werken aan inclusief onderwijs betekent vooral werken aan kwalitatiefgoed onderwijs voor alle kinderen. We verleggen de focus van hetindividu naar het collectief. Met een sterke pedagogische basis enschoolklimaat is er niet alleen ondersteuning voor kinderen die iets extra’snodig hebben: er zijn dan goede scholen voor alle kinderen.Internationaal onderzoek2 laat zien dat goed onderwijs begint met eensterk schoolklimaat.3 Met een sterk schoolklimaat wordt een pedago-gische en didactische leeromgeving bedoeld die veilig, ondersteunend enstimulerend is. Een sterk schoolklimaat wordt gekenmerkt door positieverelaties, duidelijke regels en (hoge) verwachtingen. Het doel is om eenomgeving te creëren waarin alle kinderen zich kunnen ontwikkelen. Zo’nsterk schoolklimaat leidt tot betere leerprestaties, motivatie en welbe-1Daar waar kind staat wordt ook jongere bedoeld.2Margas, N. (2023). Inclusive classroom climate development as the cornerstone of inclusiveschool building: Review and perspectives. Frontiers in Psychology.3Onderzoekskader PO/VO Inspectie van het onderwijs kst-31497-513ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5131 vinden van kinderen.4 Het draagt bovendien bij aan een prettigwerkklimaat voor leraren. Een sterk schoolklimaat maakt onderdeel uitvan een bredere pedagogische basis in en om de school. De pedago-gische basis is het geheel van sociale relaties en situaties die bijdragenaan het opgroeien en opvoeden van kinderen, zowel tijdens als naschooltijd.5In de ontwikkeling naar inclusief onderwijs is en wordt er hard gewerktaan passend onderwijs. Dat gaat met wisselend succes en stap voor stap.Vanuit de opdracht uit het Coalitieakkoord 2026–20306 Aan de slag werkenwe samen met het onderwijsveld en andere betrokkenen in het sociaaldomein aan de verbeteringen die nodig zijn om alle leerlingen zich goedte laten ontwikkelen.Ik stuur deze brief mede namens de Minister van Langdurige Zorg, Jeugden Sport. Samen werken wij aan het verstevigen van het schoolklimaat ende pedagogische basis op iedere school. Ook verbeteren we de samen-werking tussen de school en de partners rondom de school zoalskinderopvang, jeugdgezondheidszorg, welzijn en jeugdhulp en zorgen wedat de expertise van het gespecialiseerd onderwijs meer binnen descholen ingezet wordt. Zo creëren we een ondersteunende schoolcontextwaarin professionals effectief en duurzaam bijdragen aan een inclusieveleeromgeving. Bijvoorbeeld door met het wetsvoorstel ReikwijdteJeugdwet van VWS in te zetten op een wederzijdse plicht voor gemeentenen scholen om afspraken te maken over de samenwerking tussen lokaleteams en scholen.7 Daarbij investeert het Ministerie van OCW vanaf 2027650 miljoen euro per jaar in de programma’s School & Omgeving,Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden. En we werken aan kwalitatief goedonderwijs via het Masterplan Basisvaardigheden en de Nationale AanpakProfessionalisering van Leraren (NAPL).Met deze brief komt de regering tegemoet aan het verzoek van uw Kamerom de geleerde lessen uit de vele onderzoeken en rapporten te vertalen inbeleidsopties, te verankeren in wetsvoorstellen en deze samen met eenuitvoeringsagenda naar de Tweede Kamer te sturen.8 Dit geldt ook voorde toezegging om voorafgaand aan het commissiedebat passendonderwijs d.d. 27 mei 2026 een brief te sturen naar uw Kamer over onderandere de maatregelen die worden genomen over de thuiszittersproble-matiek.9LeeswijzerIKnelpunten en succesfactorenIIInclusief onderwijs in 2035IIIVerbeteraanpak passend onderwijs en samenwerkingsverbandenIVVoorkomen en terugdringen van schoolverzuimBijlages: 1. Uitwerking maatregelen passend onderwijs; 2. Overige motiesen toezeggingen en 11 bijgevoegde rapporten en onderzoeken.4Kearney, C., Sanmartín, R., Gonzálvez, C. (2020). The School Climate and Academic MindsetInventory (SCAMI): Confirmatory Factor Analysis and Invariance Across Demographic Groups5Hoex, J., Vlaardingerbroek, S., Balledux, M., Speetjens, P. en Vink, C. (2022). Opgroeien doe jesamen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.6D66, VVD en CDA (2026), Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord2026–2030, Tweede Kamer der Staten-Generaal7Initiatieven zoals het convenant Stevige lokale teams en de ontwikkeling van een bijbehorendemodule voor onderwijs en kinderopvang dragen bij aan sterke netwerken van ondersteuningen laagdrempelige jeugdhulp rond school en opvang. Het convenant bevat afspraken over water nodig is om de samenwerking te laten slagen. De module wordt uitgewerkt door de VNGsamen met onderwijs-, zorg- en kinderopvangpartijen.8Kamerstukken II, 2025–2026, 36 663, nr. 23.9TZ202603–182.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5132 I. Knelpunten en succesfactoren Het onderwijsveld loopt, samen met diverse samenwerkingspartners,dagelijks tegen verschillende knelpunten aan in het bieden van passendeondersteuning aan kinderen. Hieronder zetten we een aantal belangrijkeknelpunten op een rij:1.Een sterk schoolklimaat behoeft meer aandachtOnderzoek laat zien dat een sterk pedagogisch-didactisch schoolkli-maat met leraren die hoge verwachtingen van leerlingen hebben10bijdragen aan betere leerprestaties, meer welbevinden en hogerebetrokkenheid van leerlingen. Een minder ondersteunende omgevingzorgt voor hogere werkdruk en stress van leraren.11 12 Uit de Staatvan het onderwijs 202613 blijkt dat onvoldoende leskwaliteit in het povooral samenhangt met onvoldoende afstemming op verschillentussen kinderen. In het vo en het (v)so speelt even vaak dat hetleerklimaat niet op orde is waardoor leerlingen niet goed tot lerenkomen. In het vo gaat 30% van de lestijd verloren door onvoldoendeeffectief klassenmanagement.14 49% van de onderzochte vo-scholen,25% van de onderzochte po-scholen en 15% van de onderzochte(v)so-scholen krijgt een herstelopdracht op pedagogisch handelen.2.Leraren voelen zich onvoldoende toegerust en ondersteund om goedonderwijs te bieden aan alle leerlingen en expertise bereikt lerarenonvoldoendeLeraren geven aan dat ze tijdens en na hun opleiding niet genoegworden toegerust.15 Door gebrek aan extra capaciteit komen ze onderandere onvoldoende toe aan het bieden van extra instructie,maatwerk en differentiatie16 waardoor de kwaliteit van het onderwijsen het aanleren van basisvaardigheden onder druk staan. Ditvergroot ook het risico op uitval van (startende) leraren. Onderzoekvan de AOb, CNV en FvOv laat zien dat leraren ervaren dat op ditmoment ook professionalisering op het gebied van passend eninclusief onderwijs onder druk staat.17 Daarnaast bereikt beschikbareexpertise leraren en schoolteams onvoldoende. De kennis isversnipperd en wordt regionaal verschillend georganiseerd door degrote autonomie van samenwerkingsverbanden en schoolbesturen.18Op schoolniveau belemmeren werkdruk, organisatorische fragmenta-tie en beperkte kennisdeling het optimaal benutten van de expertise.Bovendien vindt ondersteuning door externe experts vaak plaats inadviesgesprekken na schooltijd, wat niet altijd aansluit bij debehoeften van leraren.3.Denken in labels vormt een belemmering voor inclusief onderwijsHet denken in labels, in plaats van vooral te kijken naar de contextvan het kind, en het op basis van deze labels doorverwijzen enuitsluiten is diep verankerd in systemen en praktijken binnenonderwijs, zorg en beleid. Daardoor worden verschillen vooral10Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek. (2023). Onderwijs vanuit hoge verwachtingen:Leidraad voor scholen. NRO11OECD (2022). The social and economic rationale of inclusive education.12European Agency for Special Needs and Inclusive Education (EASNIE). Inclusive SchoolLeadership. Financing Policies for Inclusive Education Systems. Supporting Inclusive SchoolDevelopment13Inspectie van het onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026.14Inspectie van het onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026.15ResearchNed, KBA Nijmegen en Expertisecentrum Nederlands (augustus 2024). Behoeften bijleraren en docenten aan ondersteuning en professionalisering bij passend en meer inclusiefonderwijs.16ResearchNed, KBA Nijmegen en Expertisecentrum Nederlands (augustus 2024). Behoeften bijleraren en docenten aan ondersteuning en professionalisering bij passend en meer inclusiefonderwijs.17https://www.aob.nl/assets/Downloads/Rapport-inclusief-onderwijs.pdf18Verschillen tussen samenwerkingsverbanden | Inspectie van het onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5133 benaderd als individuele tekortkomingen van het kind die gecompen-seerd moeten worden, in plaats van aanleiding om het onderwijs ende omgeving aan te passen.19 Dit staat de ontwikkeling van eeninclusieve schoolcultuur structureel in de weg.4.Groei en de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijsHet aantal kinderen dat gespecialiseerd onderwijs volgt groeit.20Ieder half jaar monitoren we de wachtlijsten in het gespecialiseerdonderwijs. Daarover ontvangt uw Kamer als bijlage 4 en 5 tweerapporten.21 Conform de motie Oostenbrink (BBB)22is hierbij ookgekeken naar de regionale verschillen. Momenteel vindt verdiependonderzoek plaats naar de oorzaken van de groei in het gespeciali-seerd onderwijs en worden mogelijke regionale oplossingen verkendin gesprek met samenwerkingsverbanden en scholen.23 Recentonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs (zie bijlage 6) laat ziendat het aantal leerlingen dat tussendoor vanuit het gespecialiseerdonderwijs naar het regulier onderwijs doorstroomt beperkt is.5.Grote uitdagingen in de jeugdhulpketenEr is een grote wisselwerking tussen de uitdagingen in het onderwijsen de jeugdhulp. Nog te vaak ontbreekt er een passend aanbod voorkinderen en de wachttijden in de jeugdzorgketen zijn (te) lang. Gevolgis dat leerlingen langer met (multi)problematiek blijven rondlopen,wat gevolgen heeft voor het functioneren in de klas en de druk voorde leraar vergroot.SuccesfactorenWe stellen ook vast dat dingen al goed gaan:1.De inzet van expertise van het gespecialiseerd onderwijs in het regulieronderwijsRuim honderd scholen nemen sinds schooljaar 2024–2025 deel aan debeleidsregel inclusieve leeromgeving.24 Deze beleidsregel geeftscholen in het regulier en gespecialiseerd onderwijs meer ruimte omsamen te werken. Met de beleidsregel kunnen alle (of een deel van de)leerlingen van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs ofspeciaal basisonderwijs volledig onderwijs volgen op een reguliereschool. De leerlingen krijgen extra ondersteuning uit het gespeciali-seerd onderwijs. Zo kunnen leerlingen die eerder onderwijs kregen opeen school voor gespecialiseerd onderwijs verder weg van huis nu metde juiste ondersteuning naar een school in de buurt. Dit draagt bij aanhet verbeteren van de ondersteuning van kinderen en leraren. Het is debedoeling dat het aantal deelnemende scholen de komende jarengroeit. Aan de beleidsregel is een onderzoek gekoppeld, zodat we meten van de scholen die deelnemen kunnen leren. De deelnemendescholen worden ondersteund door het Steunpunt Passend Onderwijs.2.Voorlopers inclusief onderwijsEr is een groeiende groep voorlopers die – ook buiten de beleidsregelinclusieve leeromgeving om – stappen maakt naar inclusief onderwijs.Deze voorlopers laten zien dat er al heel veel mogelijk is en dat ze hiergoede resultaten mee bereiken voor alle kinderen. Vanuit het groei-19Wienen, A. (2021). Inclusief onderwijs: Van medisch denken naar systeemverandering.Uitgeverij Pica.20https://www.ocwincijfers.nl/themas/passend-onderwijs/leerlingaantallen21Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezegging dat de Tweede Kamer voor de zomer van2026 een brief met de resultaten van het monitoronderzoek van Oberon over de wachtlijsten inhet gespecialiseerd onderwijs ontvangt (TZ202507–071).22Kamerstukken II, 2024–2025, 31 497, nr. 503.23Aansluitend bij de aanpak van de wachttijden in de jeugdzorg, zoals de motie Hagen (D66)vraagt. Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 21.24Beleidsregel Inclusieve leeromgeving | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5134 fondsprogramma Ontwikkelkracht25 fungeren een aantal inclusievescholen als expertiseschool26 en ondersteunen zij andere scholen methet creëren van een inclusieve cultuur.3.Samen werken in het sociaal domeinDe Ministeries van SZW, OCW, VWS, BZK, VRO en JenV werken samenaan een Sociale Agenda voor Nederland. Daarbij is het idee vraagstuk-ken aan te pakken op het snijvlak van onder meer jeugdhulp- en zorg,kinderopvang, schuldhulpverlening, onderwijs, veiligheid, huisvestingen geestelijke gezondheidszorg. We zijn voornemens te werken aanstructurele verbetering en toekomstbestendigheid van het bredesociaal domein. Een van de doelen vanuit onderwijs is dat ieder kindzijn of haar talent kan benutten, doordat factoren die het kind in deontwikkeling belemmeren worden aangepakt vanuit een integraleaanpak.De komende jaren verzetten we samen met de onderwijs- en zorgpar-tijen veel werk om scholen en leraren te ondersteunen in het biedenvan kwalitatief goed en inclusief onderwijs. De succesfactoren latenzien dat de eerste stappen zijn gezet, maar er is meer nodig voor detransitie van passend naar inclusief onderwijs.II. Inclusief onderwijs in 2035 De ambitie van inclusief onderwijs is uitgewerkt in het beleidskader Metelkaar voor alle kinderen en jongeren.27 De ambitie is gebaseerd opbeleidsontwikkelingen op nationaal en internationaal niveau. Ook is inputmeegenomen van vertegenwoordigers van de onderwijs- en zorgpraktijk,wetenschappers en ervaringsdeskundige jongeren uit het regulier engespecialiseerd onderwijs.Definitie inclusief onderwijs:Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen enjongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toeganghebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zichsamen ontwikkelen en samen leren en participeren.Het beleidskader is een uitwerking van het VN-Verdrag Handicap (2016) 28en het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) 29.Het sluit aan bij de Nationale strategie 30 en de Werkagenda VN verdragHandicap 31. Met het ondertekenen van de verdragen heeft Nederland zichgecommitteerd aan het bevorderen van inclusie en het realiseren vaninclusief onderwijs.Speerpunten inclusief onderwijsInclusief onderwijs betekent een verandering van het onderwijslandschap.Door kennis en expertise van het gespecialiseerd onderwijs, jeugdgezond-heidszorg, jeugdhulp en zorg32 in te zetten in reguliere scholen kunnenmeer kinderen naar een school in de buurt. Inclusief onderwijs betekentdaarbij niet simpelweg méér ondersteuning toevoegen aan het huidigesysteem, maar vraagt om het anders organiseren van goed onderwijs en25Ontwikkelkracht | Nationaal Groeifonds [924133231]26Samen bouwen aan beter onderwijs27Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2024). Met elkaar voor alle kinderen enjongeren: Beleidskader werken aan een inclusieve leeromgeving. Rijksoverheid.28VN-verdrag Handicap (2016)29Convention on the Rights of the Child | OHCHR30Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap, 202431Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025–203032Waaronder paramedische zorg van bijvoorbeeld logopedist, ergotherapeut of fysiotherapeutTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5135 om intensieve samenwerking vanuit een gedeelde visie, over de grenzenvan onderwijs, jeugdhulp en zorg heen. Voor de kinderen die dat nodighebben, blijven zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk regionaleen landelijke gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen beschikbaar.Samen met onderwijspartijen33 hebben wij drie speerpunten uitgewerktdie de komende periode leidend zijn in de transitie naar inclusiefonderwijs. We zien deze speerpunten als een eerste stap en lichten zehieronder toe. De transitie naar inclusief onderwijs vraagt daarnaast omeen transitieplan waarin de doelen, mijlpalen en activiteiten in samenhangbeschreven worden. Daar komen we later in deze brief op terug.1. Sterk schoolklimaatHet is belangrijk dat, zowel pedagogisch als didactisch, op alle scholengewerkt wordt aan een sterk schoolklimaat34 zodat alle kinderen kunnenparticiperen en leren. Een sterk schoolklimaat met schoolbrede regels enafspraken op het gebied van leren en gedrag draagt bij aan veiligheid, rusten structuur.Praktijkvoorbeeld 1:Een school met een sterk pedagogisch-didactisch schoolklimaatwerkt schoolbreed met duidelijke afspraken over klassenma-nagement. In alle groepen wordt bijvoorbeeld gewerkt met een vastdagritme, een zichtbaar dagprogramma en routines voor het startenen afsluiten van lessen. Leraren gebruiken hulpmiddelen zoals eenstoplicht of geluidmeter om zichtbaar te maken wanneer zelfstandiggewerkt wordt, wanneer overleggen mag en wanneer stilte nodig is.Ook werken alle groepen met dezelfde afspraken over binnenkomen,materiaalgebruik, hulp vragen en overgangen tussen activiteiten. Hetteam spreekt gezamenlijk af hoe instructies worden gegeven en hoeleraren reageren op gedrag. Zo geven leraren korte, duidelijkeinstructies, controleren zij of kinderen de opdracht begrijpen enbenoemen zij gewenst gedrag positief («Ik zie dat groep 6 al rustigklaar zit»). Bij ongewenst gedrag reageren leraren op eenvoorspelbare manier volgens dezelfde schoolafspraken. Kinderenweten hierdoor wat er van hen verwacht wordt en ervaren rust,veiligheid en duidelijkheid. Dit vergroot de betrokkenheid tijdens deles en helpt gedragsproblemen voorkomen.Dit is de basis voor goed onderwijs en goede ondersteuning. Met name inhet gespecialiseerd onderwijs, maar ook in het regulier onderwijs zijn erveel scholen die beschikken over een sterk schoolklimaat. Zij laten zienhoe dit in de praktijk vorm krijgt en succesvol is.2. Een interdisciplinair schoolteamDe European Agency for Special Needs and Inclusive Education35benadrukt dat inclusieve onderwijssystemen alleen effectief functionerenals alle professionals in en om de school structureel en vanuit eengedeelde visie samenwerken. Dat begint bij het benutten en versterkenvan de expertise binnen schoolteams. Daar wordt de expertise van departners om de school aan toegevoegd.33PO-Raad, VO-raad, ONSwv, Sectorraad GO, Sectorraad Pro en Vivis/Siméa34Met een sterk schoolklimaat wordt een pedagogische en didactische leeromgeving bedoelddie veilig, ondersteunend en stimulerend is, en gekenmerkt wordt door positieve relaties,duidelijke regels en (hoge) verwachtingen.35European Agency for Special Needs and Inclusive Education. (2025). Cross-sector collabo-ration and governance in inclusive education systems – Background paper. Odense, Denmark:EASNIE. Geraadpleegd van https://www.european-agency.org/resources/publications/cross-sector-collaboration-and-governance-inclusive-education-systems-background-paperTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5136 We stimuleren de schoolteams om interdisciplinair samen te werken.Waarbij multidisciplinair werken professionals vanuit hun eigen expertisenaast elkaar werken, worden bij interdisciplinair werken inzichten enmethoden geïntegreerd en dragen alle betrokkenen een gedeeldeverantwoordelijkheid. De professionals beschikken over diepgaandeexpertise op één vakgebied, zoals rekenen, gedrag of (hoog)begaafdheiden werken effectief samen met collega’s door middel van co-teaching,coaching, consultatie en samenwerking. Dit vergroot de handelingsbe-kwaamheid en creëert een onderwijscontext waarin alle kinderen tot hunrecht komen. Samenwerking met ouders is daarbij een essentieelonderdeel.Praktijkvoorbeeld 2:Een leraar met een vraag op het gebied van storend gedrag van eenkind in zijn of haar klas betrekt een collega die gedragsspecialist is.De gedragsspecialist werkt op een aantal momenten met de leraaren het kind in de klas. Samen komen ze tot de conclusie dat het kindmet name bij het zelfstandig werken door de klas roept en van zijnplek loopt, omdat hij niet goed weet wat hij moet doen en hoe hij omhulp kan vragen zonder de klas te storen. Er blijken meer kinderen tezijn die niet goed weten wat er van ze verwacht wordt. De gedrags-specialist en de leraar passen de regels en routines rondom hetzelfstandig werken aan en oefenen deze met de hele klas, zodat allekinderen weten wat er van ze verwacht wordt tijdens het zelfstandigwerken.3. Transdisciplinair samenwerken met partners in de schoolWe stimuleren de professionals vanuit het samenwerkingsverband, hetgespecialiseerd onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg,jeugdhulp of de zorg om transdisciplinair samen te werken. Dit draagt bijaan een betere ondersteuning van kinderen en leraren binnen de school.Binnen transdisciplinaire samenwerking werken professionals vanuitverschillende disciplines, samen met ouders, kinderen, het schoolteam enandere betrokkenen, over de grenzen van hun vakgebied heen aan ééngezamenlijk doel. De expertise van de verschillende professionals wordtniet alleen gedeeld maar ook geïntegreerd in één gezamenlijke aanpak.Hierdoor wordt de expertise structureel verbonden, beter benut enverandert de rol van de externe expert van de adviseur, die na schooltijdaan de leraar komt vertellen wat er anders moet, naar een partner diesamen met de leraar in de klas werkt aan het in kaart brengen en oplossenvan de hulpvraag. De leraar heeft hierbij, samen met het schoolteam ende ouders, een cruciale rol. De focus van de samenwerking ligt op dat watde leraar, de klas of het team nodig heeft om kinderen beter te onder-steunen. Door deze gezamenlijke aanpak sluit de ondersteuning beter aanbij de context van de klas, wordt deze effectiever en kan zwaardereproblematiek voorkomen worden. Hulp en ondersteuning worden dicht bijhet kind georganiseerd en waar mogelijk op school. De kwaliteitscoördi-nator (intern begeleider) coördineert samen met de schoolleider hetinterdisciplinair samenwerken, gericht op goede onderwijskwaliteitbinnen het team, en het transdisciplinair samenwerken met de externepartners.Praktijkvoorbeeld 3:De leraar en de begaafdheidsspecialist van de school slagen erondanks hun inzet en samenwerking met de ouders (en het kind zelf)onvoldoende in een hoogbegaafd kind met gedragsproblematiek inontwikkeling te brengen en te houden. Ze roepen de hulp in van eenexterne specialist. De externe specialist voert samen met de leraar,de begaafdheidsspecialist, de ouders (en het kind) een analyse uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5137 aan de hand, waarvan samen tot een onderwijs- en ondersteunings-aanbod gekomen wordt. De externe specialist ondersteunt en coachtde leraar in de klas bij het implementeren van de aanpak. De externespecialist sluit hierbij nadrukkelijk aan bij de behoeften van de leraar.School speelt een centrale rol in de pedagogische basis als plek voorontwikkeling en ontmoeting. School kan samen met partners bijdragenaan het versterken van sociale netwerken, de zelfredzaamheid en deveerkracht van gezinnen.36 Dit kan door ouders met elkaar in contact tebrengen of door hen te betrekken bij schoolactiviteiten. Samenwerkingmet lokale partners zoals kinderopvang, bibliotheken en sport- encultuurverenigingen verrijkt de leeromgeving en het netwerk rondomkinderen. Daarnaast kan de school indien noodzakelijk, voorzieningenbieden die thuis ontbreken, zoals een warme maaltijd, een plek omhuiswerk te maken of naschoolse activiteiten.Brugfunctionarissen, jeugdgezondheidszorg en professionals van lokaleteams37 kunnen kinderen en ouders laagdrempelig ondersteunen bijsignalen van bijvoorbeeld armoede, stress of onveiligheid in het gezin.Door hun hulp kunnen leraren zich dan vooral richten op lesgeven.Idealiter werken ook partners als de GGD, jeugdgezondheidszorg en kind-en jongerenwerk nauw samen met het onderwijs.Een schets van het onderwijslandschap van inclusief onderwijs in2035Samen met onderwijspartijen38 is een toekomstbeeld uitgewerkt opschool-, regionaal en landelijk niveau. In 2035 hebben alle kinderen enjongeren dichtbij huis toegang tot een inclusieve leeromgeving. Scholenbeschikken over een sterk schoolklimaat en een stevige pedagogischebasis. Het schoolteam werkt interdisciplinair, en met de partners om deschool wordt transdisciplinair samengewerkt. Hierdoor kan een flink deelvan de kinderen die op dit moment gespecialiseerd onderwijs op eenaparte locatie volgen naar een school in de buurt. Voor de kinderen diedat nodig hebben blijven regionale en landelijke specialistische onderwijs-voorzieningen beschikbaar waar zij zo kort als mogelijk en zo lang alsnoodzakelijk terecht kunnen. Het kan hierbij gaan om een aparte klas ofafdeling binnen een reguliere school of om een aparte locatie. De schoolvan herkomst blijft actief betrokken zodat het kind wanneer dat mogelijk isweer terug kan naar de eigen school.De schoolbesturen werken samen met de partners in de regio in eenregionaal ondersteuningsnetwerk. Vanuit dit netwerk wordt, ambulant ofop een andere locatie, specialistische onderwijsondersteuning aankinderen geboden. De expertise van het gespecialiseerd onderwijs gaat opin de regionale ondersteuningsnetwerken en in de landelijke specialis-tische onderwijsvoorzieningen. Deze expertise wordt vanaf 2035 groten-deels in de reguliere scholen ingezet (scholen voor iedereen). Deregionale netwerken worden versterkt met de expertise die nu nog doorde huidige samenwerkingsverbanden passend onderwijs wordt geleverd.Vanuit de regionale netwerken worden, naast ambulante ondersteuning,in elke regio één of meerdere regionale specialistische onderwijsvoorzie-ningen ingericht voor kinderen met een zware ondersteuningsbehoefte36WRR (2023). Grip. Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle. Den Haag: WRR.37Een stevig lokaal team bestaat uit professionals met brede kennis en expertise op het gebiedvan bijvoorbeeld maatschappelijk werk, opvoeden en opgroeien, ggz en schulden. RaadgeverStevige lokale teams | VNG38PO-Raad, VO-raad, ONSwv, Sectorraad GO, Sectorraad Pro en Vivis/SiméaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5138 met een hogere prevalentie39. Daarnaast blijven er, zoals dat nu ook hetgeval is, een klein aantal landelijke specialistische onderwijsvoorzieningenvoor kinderen met een zware ondersteuningsbehoefte met een lageprevalentie40 waarbij met name de zeldzaamheid en niet de zwaarte vande ondersteuningsbehoefte maakt dat het van belang is een landelijkenationale voorziening voor deze kinderen in te richten. We hebbenbovendien de intentie om toe te werken naar één nationaal expertisepunt,dat zorgt voor een structurele kennis- en ondersteuningsinfrastructuur eneen effectieve doorstroom van expertise naar de onderwijspraktijk.De transitie naar inclusief onderwijsOm daadwerkelijk de transitie naar inclusief onderwijs te maken is eenbreed gedragen transitieplan essentieel. Vertegenwoordigers uit hetonderwijs en van ouder- en leerlingenorganisaties dringen ook aan opduidelijke stappen en mijlpalen in de transitie naar inclusief onderwijs.Hierin zijn nog flinke stappen nodig, maar de bereidheid om hiergezamenlijk de schouders onder te zetten is groot. OCW neemt de regie inhet opstellen van een transitieplan samen met de onderwijssector. Hetafgelopen jaar heeft het Ministerie van OCW al intensief samengewerktmet de PO-Raad, VO-raad, Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsver-banden (ONSwv), Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs, SectorraadPraktijkonderwijs, Vivis en Siméa. De koers zoals beschreven in deel II vande brief wordt onderschreven door deze partijen. Met deze samenwerkingis een basis gelegd waar we de komende periode op verder willenbouwen met het bredere onderwijsveld. We werken daarbij intensiefsamen met leraren, schoolleiders, schoolbesturen, samenwerkingsver-banden, lerarenopleidingen, gemeenten, welzijn- en zorgpartijen,kinderopvang, ouders, jongeren en andere betrokkenen. De lerarenverte-genwoordigers hebben recent een signaal gegeven over de zorgen die zijhebben over de haalbaarheid van de ambitie richting inclusief onderwijsen de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn.41 We begrijpen diezorgen en de resultaten laten zien dat het belangrijk is om samen aan deslag te gaan. Ik vertrouw erop dat de AOb, CNV en FvOv met ons aan deslag willen om de komende periode stappen te zetten.Het beleidskader inclusief onderwijs geeft richting aan de transitie. In hettransitieplan vullen we dit verder aan op basis van praktijkervaringen eninternationale inzichten. Daarbij gebruiken we onder andere de input vande vijf themagroepen, met vertegenwoordigers uit onderwijs en zorg,wetenschappelijke experts en voorlopers uit scholen, samenwerkingsver-banden en gemeenten, die in 2025 gezamenlijk hebben gewerkt aanconcrete adviezen op thema’s als mindset en inclusieve cultuur,wetgeving, toezicht, ondersteuning in en om de school en het toerustenvan de leraar.42 Ook aansluiting bij lopende beleidsprogramma’s, zoals deHervormingsagenda Jeugd en de Werkagenda VN-verdrag Handicap enlopende wetsvoorstellen en beleidsinterventies, is cruciaal. Zo wordtgeborgd dat huidige interventies en beleidskeuzes bijdragen aan goedeondersteuning voor kinderen én de ontwikkeling van inclusief onderwijs.Gefaseerde aanpakWe streven ernaar dat in 2035 alle scholen inclusief onderwijs bieden.Voor de kinderen die dat nodig hebben blijven gespecialiseerde onder-wijsvoorzieningen beschikbaar: zo kort als mogelijk en zo lang als39Zoals kinderen met een ernstige meervoudige beperking40Zoals doofblinde kinderen41https://www.aob.nl/actueel/artikelen/onderwijspersoneel-tegen-afbraak-speciaal-onderwijs/42De adviezen worden binnenkort gepubliceerd op de rijksoverheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5139 noodzakelijk. Dit is een grote opgave die in relatief korte tijd gerealiseerdmoet worden. In deze brief is op hoofdlijnen geschetst hoe het onderwijs-landschap zich ontwikkelt in de beweging naar inclusief onderwijs. Deverdere invulling hiervan vraagt de komende periode om nadereuitwerking in samenspraak met álle betrokken partijen.43 Daarbij is hetvan groot belang om juist ook de professionals van de werkvloer zelf,leraren en schoolleiders, actief te betrekken. De beweging naar inclusiefonderwijs vraagt veel van hen in de dagelijkse praktijk en biedt tegelij-kertijd ook kansen. Door samen te werken ontstaat meer gedeeldeverantwoordelijkheid en expertise van collega’s en partners in en om deschool wordt beter benut. Zo kan ook de gezamenlijke schoolontwikkelingmeer vorm krijgen, expertise in de school worden georganiseerd enworden gewerkt aan een professionele cultuur waarin leraren elkaarondersteunen en versterken.Ik kies voor een gefaseerde aanpak met elke drie jaar een ijkmoment(2029, 2032, 2035) waarin ik samen met de veldpartijen vaststel welkevorderingen gemaakt zijn en wat nodig is om de volgende stappen tezetten. Zo wordt het transitieplan telkens voor drie jaar gevuld. Ik doe datvanuit de 5 geformuleerde doelstellingen voor inclusief onderwijs:1.Alle kinderen zijn welkom op een school dichtbij huis;2.Er is goede ondersteuning voor de kinderen en het schoolteam;3.Alle kinderen leren en ontwikkelen zich;4.Kinderen, hun ouders en het schoolteam hebben volwaardig engelijkwaardig toegang tot een inclusieve leeromgeving;5.Alle kinderen participeren.Het versterken van de ondersteuning aan kinderen en schoolteams is eennoodzakelijke randvoorwaarde voor inclusief onderwijs, beter onderwijsen sterkere basisvaardigheden. Alleen wanneer de ondersteuning voorkinderen én het schoolteam op orde is, kan voldaan worden aan deoverige doelstellingen. De focus in fase 1 ligt dan ook op doelstelling 2:goede ondersteuning voor de kinderen en het schoolteam. In deze fasewordt gewerkt aan het leggen van de basis voor de ondersteuning dienodig is om in de klas en regionaal de juiste ondersteuning te leveren dienodig is om alle kinderen mee te laten doen. In fase 2 (2029–2032) zal defocus liggen op het daadwerkelijk gaan uitvoeren van deze ondersteuningen het versnellen met realiseren van de andere doelstellingen. Fase 3(2032–2035) is de fase waarin, de realisatie van fase 1 en 2 geoptimali-seerd en duurzaam geborgd worden.Fase 1: 2026–2029De komende drie jaar wordt onder meer gewerkt aan:1.De inrichting van een aantal noodzakelijke voorwaarden.a.Huisvesting: Wat betekent inclusief onderwijs voor de onderwijs-huisvesting en welke aanpassingen zijn nodig aan schoolgebou-wen? Om dit in kaart te brengen wordt onder andere gekekennaar universele designmaatregelen, zoals beschreven in hetrapport Bouwstenen voor inclusieve scholen.44 Deze maatrege-len worden momenteel in de praktijk getoetst binnen hetInnovatieprogramma Onderwijshuisvesting van het NationaalGroeifonds, waarin wordt onderzocht hoe inclusieve, gezonde,duurzame en adaptieve schoolgebouwen gerealiseerd kunnenworden.43Leraren, schoolleiders, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, lerarenopleidingen,gemeenten, welzijn- en zorgpartijen, kinderopvang, ouders, jongeren en andere betrokkenen.44Oberon (2025). Bouwstenen voor inclusievere scholen, naar een ontwerpkader voor inclu-sievere onderwijshuisvesting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51310 b.Wetgeving: Om de beweging naar inclusief onderwijs mogelijk temaken en te bevorderen, is wijziging van wet- en regelgevingnodig.45 De verplichtingen op grond van internationale verdra-gen en de aanbevelingen van daarop toeziende VN-comités zijndaarbij een belangrijk uitgangspunt46. Om het recht op inclusiefonderwijs in een reguliere school steviger te verankeren, wordtonder andere onderzocht hoe de schotten in wet- en regelgevingtussen regulier en speciaal onderwijs kunnen worden verlaagdof opgeheven. Met de beleidsregel Inclusieve leeromgeving is aleen eerste stap gezet, maar er is meer nodig. In dat kaderworden de implicaties en de knelpunten van de beweging naarinclusief onderwijs voor in ieder geval de Wet op de expertise-centra (WEC), de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wetvoortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020) en de Leerplichtwet inkaart gebracht. Zo is het bijvoorbeeld voor een kind dat staatingeschreven op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijsmomenteel wettelijk niet toegestaan om voltijds regulieronderwijs te volgen.c.Toezicht: Inclusief onderwijs vraagt om ander toezicht voorscholen, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden enzorgpartijen. In het kader van de beweging naar inclusiefonderwijs zal samen met de betrokken inspecties worden bezienwat aanpassing van wet- en regelgeving in het kader vaninclusief onderwijs betekent voor het toezicht op onderwijs,jeugdhulp en zorg.d.Geldstromen: Wanneer meer kinderen, die nu gespecialiseerdonderwijs volgen, onderwijs gaan volgen op een reguliereschool, vraagt dit om een andere verdeling van middelen. Eendeel van de zware ondersteuningsmiddelen die nu naar hetgespecialiseerd onderwijs gaan, zal dan bijvoorbeeld ingezetmoeten worden in het reguliere onderwijs. We gaan onderzoe-ken hoe de lichte en de zware ondersteuningsmiddelen het bestekunnen worden verdeeld om inclusief onderwijs mogelijk temaken en op welke termijn.e.Transitiekosten: De transitie naar inclusief onderwijs kan kostenmet zich meebrengen. In lijn met de motie Westerveld (GL-PvdA)47 over de financiële impact van de Werkagenda inclusiefonderwijs, brengen we de transitiekosten en de gevolgen voorde bekostiging in kaart.f.Opleidingen leraren en schoolleiders: Voor het voldoendetoerusten van leraren en schoolleiders ligt een belangrijke rol bijopleidingen, zowel initieel als post-initieel. We brengen in kaartwat de startende leraar en schoolleider moeten kennen enkunnen en welke kennis en vaardigheden op welk moment in dedoorgaande professionalisering aan bod moeten komen.g.Toegankelijkheid curriculum en leermiddelen: De beweging naarinclusief onderwijs vraagt om een curriculum en leermiddelendie binnen het regulier onderwijs toegankelijk, beschikbaar enpassend zijn voor een brede groep leerlingen met en zonderondersteuningsbehoefte. De nieuwe kerndoelen voor po en voen de functionele kerndoelen voor het (voortgezet) speciaalonderwijs zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd en kunnenscholen helpen om beter en breder te differentiëren. Onderzochtmoet worden wat er nodig is om de reguliere en functionele45Motie van Meenen Kamerstukken II, 2022/23, 31 497, nr. 46046Artikel 24 VN-verdrag Handicap; artikel 23 en 28 VN-Kinderrechtenverdrag; Committee on theRights of Persons with Disabilities, Concluding observations on the initial report of theKingdom of the Netherlands, CRPD/C/NLD/CO/1 27 september 2024.47Motie Westerveld Kamerstukken II, 2022/23, 31 497, nr. 462Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51311 kerndoelen in samenhang binnen het regulier onderwijs in tekunnen zetten. Het is bij de ontwikkeling van leermiddelenbovendien van belang de diversiteit aan kinderen in de klas alsuitgangspunt te nemen en ervoor te zorgen dat de leermiddelentoegankelijk en adaptief zijn en voldoende mogelijkheden voordifferentiatie bieden.482.De ontwikkeling en/of aanpassing van beleidsmatige kaders.Hierbij wordt gedacht aan:a.Uitwerken van de doelstellingen: De hierboven genoemde 5doelstellingen voor inclusief onderwijs worden uitgewerkt inmeetbare opbrengsten en benodigde veranderingen. Aan dehand van deze uitwerking kan de verdere beleidsontwikkelingingericht worden en de voortgang worden gemonitord.b.Landelijke kaders op het gebied van ondersteuning: Deze kadersgeven richting aan wat van de scholen, schoolbesturen ensamenwerkingsverbanden verwacht mag worden bij hetversterken van de pedagogische basis en het schoolklimaat enbij de vormgeving van het interdisciplinair en transdisciplinairsamenwerken in en om de school.c.Regie, rollen en verantwoordelijkheden: De rollen en verant-woordelijkheden van de schoolleider, het schoolbestuur, hetsamenwerkingsverband, de gemeente en alle andere betrokkenpartijen moeten verder uitgewerkt worden. Denk daarbij aan wiewaarvoor verantwoordelijk is in de ondersteuning van kinderen,hoe partijen gezamenlijk besluiten nemen en hoe expertise,middelen en ondersteuning georganiseerd worden in en om deschool.3.Het ontwerpen van het regionaal ondersteuningsnetwerkZoals beschreven in deze brief gaan de huidige schoolbesturen voorregulier en gespecialiseerd funderend onderwijs samen met departners in de regio een regionaal ondersteuningsnetwerk vormenvan waaruit het onderwijs geboden wordt op de inclusieve scholen ofwaar nodig op aparte locaties specialistische onderwijsondersteu-ning. We gebruiken de komende periode om samen met de vertegen-woordigers van alle betrokken partijen een ontwerp te maken voordeze regionale structuur. Mede naar aanleiding van de motieWesterveld (GL-PvdA) en Ceder (CU)49 betrekken wij het advies vanPeeters. Hij heeft op verzoek van ONSwv en naar aanleiding van demotie Soepboer (NSC)50 een advies, genaamd Over de lijnen engrenzen aan vrijblijvendheid, geformuleerd dat u in bijlage 7aantreft.51 Dit advies is gebaseerd op 13 regiogesprekken met velevertegenwoordigers uit het onderwijsveld.52 Peeters adviseert onderandere om een inclusieve leeromgeving voor alle kinderen centraal testellen, de samenwerkingsverbanden hier een belangrijke rol in tegeven in de route naar 2035 en ze daarna als construct op te heffen. Ikonderschrijf het advies om een inclusieve leeromgeving centraal testellen en onderken dat samenwerkingsverbanden hierbij een48Zie voor meer informatie bijlage 2, punt 5.49Kamerstukken II, 2025–2026, 36 663, nr. 24.50Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 484. De motie verzoekt de regering om de werking enpositie van samenwerkingsverbanden te herzien, te sturen op één ondersteunings- enfinancieringsmodel voor samenwerkingsverbanden met heldere kaders en duidelijke wettelijketaken en te komen tot een minder gefragmenteerde spreiding van samenwerkingsverbandenover het land.51René Peeters (februari 2026). Over de lijnen52Aan de regiogesprekken namen vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden,schoolbesturen (po, vo, gespecialiseerd onderwijs), gemeenten (onderwijs en jeugd), oudersvanuit de Ondersteuningsplanraden en Raden van Toezicht in de regio deel. Daarnaast slotenvertegenwoordigers van het Ministerie van OCW, het Ministerie van VWS, de Sectorraad PRO,de PO-Raad, de VO-raad en de Sectorraad GO aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51312 belangrijke rol hebben. Die belangrijke rol zie ik echter ook voor deschoolbesturen van het regulier en gespecialiseerd onderwijs, deleraren en de schoolleiders. Op welke wijze de expertise van dehuidige samenwerkingsverbanden passend onderwijs wordttoegevoegd aan de regionale ondersteuningsnetwerken is onderdeelvan het ontwerpen van het regionaal ondersteuningsnetwerk. Omdatik hierin ook een belangrijke rol voor kinderopvang, jeugdgezond-heidszorg, welzijn en waar nodig jeugdhulpaanbieders zie, bekijk iksamen met mijn collega’s de Minister van Langdurige zorg, Jeugd enSport en Minister voor Werk en Participatie wat hiervoor nodig is.III. Verbeteraanpak passend onderwijs en samenwerkingsver-banden Er zijn de afgelopen jaren mooie stappen gezet binnen de verbeteraanpakpassend onderwijs: 12 van de 25 maatregelen zijn afgerond. De overige 13zijn in uitvoering waarvan een groot aantal de afronding nadert. Deeffecten hiervan zijn beschreven in de doelstellingenmonitor 2026 (bijlage8).53 Dit jaar ronden we de verbeteraanpak passend onderwijs af en watnodig is, nemen we mee in het transitieplan van passend naar inclusiefonderwijs.Ten opzichte van de start van de verbeteraanpak in 2021 is de inspraakvan leerlingen beter, zien ouders een verbetering in de overleggen metscholen en zien ouders en leerlingen dat informatie over passendonderwijs beter vindbaar is. Ook beoordelen zij de samenwerking tussenregulier en gespecialiseerd onderwijs als beter. Tegelijkertijd blijvenstructurele knelpunten bestaan, zoals in de belasting van leraren en deaansluiting met jeugdhulp. De komende tijd gaan we daarmee aan deslag. Specifiek richten we ons op het voorkomen en terugdringen vanschoolverzuim met het wetsvoorstel verzuim en het wetsvoorstelmaatwerk. We informeren uw Kamer in bijlage 1 van deze brief uitge-breider over de uitwerking van de maatregelen en de voortgang op enkelemoties en toezeggingen (bijlage 2). De voortgang van alle maatregelenvan de verbeteraanpak staat beschreven in de vijfde voortgangsrap-portage passend onderwijs (bijlage 3).Landelijke norm voor basisondersteuningMet een landelijke norm voor basisondersteuning verminderen deverschillen in ondersteuning tussen samenwerkingsverbanden enscholen. Dit geeft duidelijkheid aan scholen, ouders en leerlingen overwelke basisondersteuning scholen ten minste moeten bieden. Dit draagtop korte termijn bij aan goed onderwijs voor alle kinderen en geeftrichting en houvast in de beweging naar inclusief onderwijs. De AOb enOuders & Onderwijs werken voortvarend om eind 2027 een volledigelandelijke norm voor basisondersteuning op te leveren, aanvullend op hetal uitgewerkte voorstel voor de drie ondersteuningsgebieden lees-/spellingproblemen en dyslexie, (hoog)begaafdheid en taak-/werkgedrag.Het streven is om het wetsvoorstel en de bijbehorende algemenemaatregel van bestuur, die toeziet op de eerste drie uitgewerkte onder-steuningsgebieden, in 2027 in internetconsultatie te brengen. We roepenscholen en samenwerkingsverbanden op om op basis van het advies enbijbehorend rapport54 nu al met elkaar met de norm aan de slag te gaan.53SEO en Oberon (maart 2026). Eindmonitor: Doelstellingenmonitor passend onderwijs.54AOb en Ouders & Onderwijs. (2025). Op naar een landelijke norm voor basisondersteuning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51313 Zorgplicht en doorzettingsmachtDe zorgplicht passend onderwijs is een cruciale pijler in het stelsel vanpassend onderwijs. Helaas komt het in de praktijk nog te vaak voor dateen school de zorgplicht niet goed naleeft, bijvoorbeeld door niet goed teonderzoeken of zij een leerling de benodigde ondersteuning kan bieden.Of als een school zegt dat vol te zijn, terwijl leerlingen zonder ondersteu-ningsbehoefte wel een plek krijgen. Daarom nemen wij maatregelen vooreen betere naleving van de zorgplicht (bijlage 1). Ondanks deze maatre-gelen zullen er uitzonderlijke situaties voorkomen waarin partijen er nietuit komen wát voor onderwijsondersteuning nodig is om het kind hetbeste te helpen, of wáár de leerling het beste geholpen kan worden. Danis het nodig dat er een partij is die hierover een bindend besluit kannemen in het belang van de leerling: doorzettingsmacht. Conform dewens van uw Kamer55 hebben wij ter voorbereiding op een wetstraject,samen met relevante vertegenwoordigers56, een concrete vorm vandoorzettingsmacht in passend onderwijs uitgewerkt (bijlage 1). Wij willenhet wetsvoorstel in 2028 in internetconsultatie brengen.SamenwerkingsverbandenSamenwerkingsverbanden hebben regionale vrijheid om in de contextvan de regio te doen wat nodig is voor leerlingen met een extra onder-steuningsbehoefte, passend bij de uitdagingen in de regio. Dit heeft alsgevolg dat samenwerkingsverbanden op verschillende manieren zijngeorganiseerd en gepositioneerd. Inmiddels zien we dat er ookongewenste verschillen zijn ontstaan die nadelig kunnen uitpakken voorleerlingen en hun ouders. Uw Kamer vindt dat meer uniformiteit in depraktijk leidt tot meer duidelijkheid. De motie Soepboer (NSC) verzochtom de werking en positie van samenwerkingsverbanden te herzien, testuren op één ondersteunings- en financieringsmodel voor samenwer-kingsverbanden met heldere kaders en duidelijke wettelijke taken en tekomen tot een minder gefragmenteerde spreiding van samenwerkingsver-banden over het land.57 Zoals eerder toegelicht in deze brief zetten wemet het advies Over de lijnen samen met samenwerkingsverbanden enschoolbesturen in op een regionale structuur die past bij inclusiefonderwijs. Hoe dit er precies uit ziet en hoe dit kan worden gerealiseerdwordt in fase 1 van de transitie nader uitgewerkt. In bijlage 1 gaan we hiernader op in.IV. Voorkomen en terugdringen van schoolverzuim Verreweg de meeste leerlingen gaan gewoon naar school (98%).58 Hetbelang hiervan spreekt voor zich: goed onderwijs begint in het contacttussen leraar en klas, en samen met leeftijdsgenoten leren en ontwikkelendraagt daaraan bij. Helaas blijkt uit de cijfers van de leerplichttellingen vanschooljaar 2024–2025 (bijlage 9) dat het schoolverzuim opnieuw stijgt. Hetabsoluut verzuim, waarbij kinderen die leerplichtig zijn geen schoolin-schrijving hebben, is met 9% toegenomen (van 14.979 naar 16.351kinderen). Van deze groep zijn 6.662 (44%) leerlingen weer teruggeleidnaar school. Ook steeg het langdurig relatief verzuim, waarbij55Kamerstukken II, vergaderjaar 2019–2020, 31 497, nr. 35456ONSwv, vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden, Geschillencommissie PassendOnderwijs, Stichting Onderwijsconsulenten, Stichting Gedragswerk, Stem van de vso-leerling,LAKS, LBVSO, Adviesraad Eigenwijsheid, Balans, Ouders en Onderwijs, PO-raad, VO-raad,Sectorraad GO, AOb, AVS, VOS ABB, Inspectie van het Onderwijs, NJi, Steunpunt PassendOnderwijs, Ministerie van VWS.57Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 484.58Op basis van de huidige definitie van absoluut verzuim, langdurig relatief verzuim envrijstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51314 ingeschreven leerlingen meer dan vier weken ongeoorloofd afwezig zijn,met 12% (van 4.294 naar 4.804 kinderen). Van deze groep werden2.021leerlingen (42%) weer teruggeleid naar school. Bij het aantalvrijstellingen van de Leerplichtwet is eveneens een stijging zichtbaar. Devrijstellingen op grond van psychische of lichamelijke beperkingen (art. 5onder a LPW 1969) stegen met 15% (van 9.726 naar 11.194) en devrijstellingen vanwege richtingsbezwaren (art. 5 onder b LPW 1969)stegen met 16% (van 2.475 naar 2.860). Op verzoek van uw Kamer staanbovenstaande cijfers ook op het dashboard «OCW in cijfers», conform demotie Westerveld (GL-PvdA) en Rooderkerk (D66)59, aangevuld metandere relevante gegevens over passend onderwijs. Deze gegevens zullenwe met de leerplichttellingen blijven actualiseren. Ook zijn, op verzoek vanuw Kamer, de aantallen ingewilligde aanvragen voor afwijking van deonderwijstijd in kaart gebracht. Voor het schooljaar 2024/2025 waren dater in totaal 6.131.60Verzuim2023–20242024–2025 (huidigetelling)Teruggeleid naar school/geholpen in schooljaar2024–2025Absoluut verzuim totaal14.97916.351 (+ 9%)6.626 (44% van het totaal)Langdurig relatiefverzuim totaal4.2944.804 (+ 12%)2.021 (42% van het totaal) De toename van het verzuim over de afgelopen jaren wordt vrijwel geheelveroorzaakt door de stijging van het absoluut verzuim.61 Deze stijging zitmet name in de groep kinderen zonder eerdere schoolinschrijving.Belangrijke verklarende factoren zijn de oorlog in Oekraïne en de komstvan nieuwkomers in het Nederlandse onderwijs.62, 63, 64 Ook spelen dewachttijden in de jeugdhulp en de administratieve ruis in de gemeente-lijke administratie een belangrijke rol.65, 66 Daarnaast blijkt het langdurigrelatief verzuim over een langere periode (van voor de pandemie) relatiefstabiel.Wetsvoorstel Terugdringen schoolverzuimOm het tij te keren is het afgelopen jaar een aantal noodzakelijke stappengezet. Op 7 april 2026 heeft uw Kamer het wetsvoorstel Terugdringenschoolverzuim aangenomen. Dit voorstel versterkt onder meer het(preventieve) verzuimbeleid van scholen en brengt leerplichtambtenaren,samenwerkingsverbanden en gemeenten beter in positie om verzuimterug te dringen. Ook verbetert het de procedure om langdurige vrijstel-lingen (art. 5 onder a LPW 1969) te voorkomen. Daarnaast brengt hetwetsvoorstel het totaalverzuim beter in beeld, onder meer door ookgeoorloofd verzuim mee te nemen. Naar verwachting zullen de verzuim-cijfers hierdoor eerst een stijging laten zien, voordat ze een daling tonen59Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 506 en TZ202603–184.60Voor het basisonderwijs betrof dit 1.423 aanvragen en voor het speciaal basisonderwijs 317. Inhet voortgezet onderwijs ging het om 1.030 inwilligingen en in het praktijkonderwijs om 91.Voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs waren de aantallenrespectievelijk 940 en 2.330.61Sinds 2020–2021 – het jaar dat het verzuim sterk toenam – wordt 88% van de totale stijgingverklaard door het absoluut verzuim. Ten opzichte van 2018–2019 is dat zelfs 95%.62KBA Nijmegen. (2025). Beter zicht op verzuim63SEO, Sardes, CAOP en Pharos (2026). Van tijdelijke opvang naar duurzame deelname64In de gemeente Cranendonck steeg bijvoorbeeld het absoluut verzuim van 390 in 2023/2024naar 1.132 in 2024/2025. Dit bepaalt meer dan de helft van de stijging van absoluut verzuimtussen 2023/2024 en 2024/2025 in heel Nederland.65KBA Nijmegen. (2025). Beter zicht op verzuim66Gemeente Amsterdam (2026). Waarom steeds meer kinderen niet naar school gaan en hoe wedat aanpakkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51315 door inzet van de maatregelen.67 Om de stijgende verzuimtrend te keren,zijn naast de wet ook aanvullende (uitvoerings-)maatregelen nodig.Daarom gaan we scholen en andere betrokkenen ondersteunen bij deimplementatie van de wet. Dit doen we onder meer middels een meerjarigproject68, een toolkit «van wet naar mindset» voor scholen69 ene-learnings voor leraren70. In de ondersteuning aan jeugdartsen ensamenwerkingsverbanden bij de aangepaste vrijstellingsprocedure,nemen we ook de motie Claassen (PVV)71 mee.Sterk schoolklimaatScholen vervullen een sleutelrol maar onderschatten de verzuimproble-matiek en eigen rol vaak.72 Een sterk schoolklimaat en sturen op actieveschoolaanwezigheid zijn cruciaal in de aanpak van verzuim. Wijverwachten dat de inzet voor inclusief onderwijs op het versterken van hetschoolklimaat en de pedagogische basis bijdraagt aan het terugdringenvan het verzuim. Dit geldt ook voor de acties die we ondernemen voorzorgplicht en doorzettingsmacht.Wetsvoorstel MaatwerkIn lijn met het Coalitieakkoord zetten we daarnaast in op meer flexibiliteitin (onderwijs)oplossingen als kinderen dreigen uit te vallen. Dit doen wemet het wetsvoorstel Maatwerk in het funderend onderwijs waarin enkeletijdelijke maatregelen wettelijk geborgd worden: het experiment onder-wijszorgarrangementen, het Actieprogramma Digitale School73 en deinzet en initiatieven voor niet-ingeschreven kinderen. Het doel is om hetaantal jeugdigen dat, vanwege lichamelijke of psychische oorzaken, uitvaltvan onderwijs of dreigt uit te vallen fors te verminderen door hetuitbreiden van de ondersteuningsmogelijkheden voor scholen ensamenwerkingsverbanden. Om het onderwijsprogramma aan te passennaar de behoeften en het onderwijspotentieel van deze kinderen, krijgenscholen en samenwerkingsverbanden meer ruimte op het gebied vanonderwijstijd, -inhoud, -locatie en (voor alleen samenwerkingsverbanden)onderwijsbekostiging; altijd in overleg met en na instemming van ouders.Daarnaast stelt het wetsvoorstel een aantal uitgangspunten en randvoor-waarden: ten behoeve van de afbakening van de doelgroep met het oogop zorgvuldige inzet van een passend onderwijsprogramma. Hetwetsvoorstel gaat voor de zomer van 2026 in internetconsultatie. Debeoogde inwerkingtreding van de wet is in 2028.SlotHet Ministerie van OCW stelt het komend jaar samen met het Ministerievan VWS en de onderwijssector een Transitieplan van passend naarinclusief onderwijs op waarin het Ministerie van OCW de regie neemt.Deze transitie vraagt om een heldere en gedeelde visie, een gefaseerd67Een belangrijke reden hiervoor is dat met het wetsvoorstel ook (langdurig) geoorloofd verzuimen de stapeling van geoorloofd en ongeoorloofd verzuim in beeld komt.68Onder uitvoering van onder andere Ingrado, de Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland ende sectorraden. Hierbij worden ook inzichten meegenomen uit onderzoek naar belemmerendeen stimulerende factoren in de school voor het tegengaan van verzuim, dat uw Kamer in debijlage 10 vindt.69Ontwikkeld door het Steunpunt Passend Onderwijs.70Ontwikkeld door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.71Kamerstukken II, 2025–2026, 36 663, nr. 28.72KBA Nijmegen. (2025). Beter zicht op verzuim73Als bijlage 11 bij deze brief is de eerste tussenrapportage Opbrengsten digitaal afstandson-derwijs (Oberon, 2026) gevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51316 transitieplan en actieve betrokkenheid van gemotiveerde en kundigeorganisaties in en om de scholen. Het uitgangspunt is dat alle kinderen opeen school dichtbij huis goed onderwijs krijgen, vormgegeven vanuit eensterk schoolklimaat en een goede pedagogische basis op school éndaarbuiten. De focus ligt de komende periode op het versterken van deondersteuning voor kinderen en schoolteams. Hierbij wordt onder andereaan de randvoorwaarden voor inclusief onderwijs, aan de ontwikkelingvan beleidsmatige kaders en aan het ontwerpen van het regionaalondersteuningsnetwerk gewerkt. We bouwen hierbij voort op desamenwerking met de onderwijsraden en breiden deze uit met devertegenwoordigers van leraren, schoolleiders, ouders, leerlingen engemeenten. Wij willen met alle betrokkenen komen tot een ConvenantSamen werken aan een inclusieve leeromgeving, waarin we met elkaar deintentie vastleggen om de komende periode te werken aan de bewegingnaar inclusief onderwijs en afspraken te maken over wie hierin watoppakt. Hiermee markeren we de start van een nieuwe fase en onder-schrijven we dat we gezamenlijk werken aan inclusief onderwijs.Omdat de transitie naar inclusief onderwijs tijd vergt, blijft er de komendejaren ook gewerkt worden aan maatregelen om passend onderwijs, endaarmee de ondersteuning voor kinderen in de huidige situatie, verder teverbeteren.Daarnaast blijven we de komende periode onverminderd inzetten opgoede ondersteuning voor leerlingen, leraren en schoolteams – in zowelhet regulier als gespecialiseerd onderwijs – en wordt er onder andereverder gewerkt aan zorgplicht, doorzettingsmacht, meer uniformering vande samenwerkingsverbanden, de landelijke norm voor basisonder-steuning en het voorkomen en terugdringen van schoolverzuim. Daarbijzorgen we dat de maatregelen die we op de korte termijn inzetten, op delange termijn bijdragen aan een inclusieve leeromgeving voor allekinderen.Veel scholen werken samen met externe partners al aan inclusiefonderwijs. Ik nodig alle scholen, samenwerkingsverbanden, gemeentenen zorgpartners uit om, binnen de mogelijkheden die er nu al zijn,gezamenlijk stappen te zetten richting een inclusieve leeromgeving vooralle kinderen en jongeren. Ook hier kan een lokaal convenant een mooiebasis voor bieden.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 51317
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt in mei cijfers over het huidige aantal thuiszitters.
De Kamer ontvangt in mei cijfers over het huidige aantal thuiszitters.
- De Kamer ontvangt voor het commissiedebat Passend onderwijs d.d. 27 mei een brief over de ontwikkelingen betreffende leermiddelen voor het speciaal onderwijs.
De Kamer ontvangt voor het commissiedebat Passend onderwijs d.d. 27 mei een brief over de ontwikkelingen betreffende leermiddelen voor het speciaal onderwijs.
- De Kamer ontvangt voorafgaand aan het debat Passend onderwijs d.d. 27 mei 2026 een brief over o.a. de maatregelen die worden genomen betreffende de thuiszitters
De Kamer ontvangt voorafgaand aan het debat Passend onderwijs d.d. 27 mei 2026 een brief over o.a. de maatregelen die worden genomen betreffende de thuiszittersproblematiek.
- De Kamer ontvangt voorafgaand aan het commissiedebat Passend onderwijs een uitgebreide brief waarin ook wordt ingegaan op het ondersteunen van leerlingen met ee
De Kamer ontvangt voorafgaand aan het commissiedebat Passend onderwijs een uitgebreide brief waarin ook wordt ingegaan op het ondersteunen van leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte en op de werkdruk en het ziekteverzuim in het praktijkonderwijs.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.