Uitvoering Pakket voor Groene Groei
Brontekst
Versie 95365e06024657e1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 043Groene economische groei in Nederland (GreenDeal)Nr. 119 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 september 2025De klimaat- en energietransitie is één van de meest fundamenteleopgaves van deze tijd. Geopolitieke ontwikkelingen en dreigingenwereldwijd tonen eens te meer het belang van een weerbaar enbetaalbaar energiesysteem, een toekomstbestendige economie en eenenergievoorziening die minder afhankelijk is van onbetrouwbare regimes.De realiteit van 2025 is hard: spanningen in de wereld nemen toe enbondgenoten stellen vaker hun eigen belang voorop. Mede hierdoormaakt de afhankelijkheid van andere landen ons kwetsbaar. Een goeddoordachte transitie is daarmee urgenter dan ooit. Energie-, industrie- enklimaatbeleid zijn geen bijzaak, maar strategische prioriteit. Zonderenergie geen krachtige economie, geen warm huis in de winter en geendefensie. Het voedt onze welvaart, onze veiligheid en onze vrijheid.De transitie biedt volop kansen voor innovatieve bedrijven, voorhoogwaardige en blijvende werkgelegenheid, voor een gezondereleefomgeving en voor nieuwe technologie die ons concurrentievermogenvergroot. Klimaat- en energiebeleid is niet slechts een kostenpost, maareen noodzakelijke investering in strategische autonomie en economischeslagkracht: de kosten van niets doen zullen aanzienlijk hoger zijn.1Zo is een toekomstbestendige industrie van essentieel belang. Bedrijvenin Nederland beschikken over grote innovatiekracht, hebben goedopgeleide mensen in dienst en verwerken grondstoffen die onze transitiefaciliteren. De industrie is een onmisbare schakel en vergroot bovendienonze weerbaarheid en onafhankelijkheid van ons land. Het is duidelijk datde Nederlandse industrie voor een lastige verduurzamingsopgave staatomdat de randvoorwaarden nog niet overal goed op orde zijn. Voorgrootverbruikers zijn de energiekosten in Nederland, in het bijzonder de1Naar aanleiding van de motie-Rooderkerk c.s. is een notitie bij de Klimaat- en Energienotagevoegd om een beeld te schetsen van de verborgen kosten van niet handelen in klimaat- enenergiebeleid. Kamerstukken II 2024/25 29 023, nr. 579. kst-33043-119ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1191 kosten voor elektriciteit, hoger dan in omliggende landen, wat betaalbareelektrificatie belemmert en zorgt voor een ongelijk speelveld. Hierdoor zijner zorgen over de concurrentiepositie ten opzichte van landen om onsheen. Daarom is een stabiel, voorspelbaar en aantrekkelijk vestigings-klimaat voor bedrijven cruciaal. We hebben in het voorjaar maatregelenaangekondigd voor een eerlijker speelveld met onze buurlanden,versnelling van de verzwaring van het stroomnet en een impuls gegevenaan elektrificatie en de ontwikkeling van CO2-opslag. Daar gaan we meeverder. Het kabinet ondersteunt ondernemers, mensen thuis enmaatschappelijke instellingen in alle sectoren die versneld willenverduurzamen en hun uitstoot versneld willen verlagen.De klimaat- en energietransitie is complex. Plannen die een aantal jarengeleden zijn gemaakt blijken niet uitvoerbaar of niet haalbaar in hetgewenste tempo dat voorzien was. Daarnaast zijn de onderdelen van hetsysteem sterk van elkaar afhankelijk. Door de nu hoge stroomkosten ennetcongestie loopt elektrificatie van de industrie achter, dit zorgt voorachterblijvende stroomvraag, wat op zijn beurt de business case voorwindenergie op zee onder druk zet. In de sector mobiliteit zet de elektrifi-catie door, wel kan netcongestie zorgen voor een langere inzet van(bio)brandstoffen en waterstof in de komende jaren. Ook in de verduur-zaming van de gebouwde omgeving gelden zulke afhankelijkheden. Zo ishet van belang dat er voldoende goed geschoolde installateurs zijn om deisolatiemaatregelen uit te voeren en warmtepompen te plaatsen. Zondervoldoende mensen loopt de verduurzaming vertraging op. Verduurzamenvan de woningmarkt is niet alleen goed voor het klimaat, maar ookbelangrijk voor het dempen van de energierekening van huishoudens endaarmee voor het draagvlak in de maatschappij voor de transitie.Alle schakels in het systeem zijn van belang, een onderdeel weghalen ofwijzigen heeft direct gevolgen voor het geheel. In die realiteit moet hetkabinet keuzes maken, met beperkte financiële middelen, en oog opandere belangrijke thema’s, zoals onze veiligheid, onze woningmarkt ende portemonnee van mensen thuis. Ook een volgend kabinet krijgt temaken met deze ingewikkelde afwegingen – ook in budgettaire zin – omonze afgesproken doelen en ambities te realiseren. Binnen de bestaandeonzekerheden moeten keuzes gemaakt worden; wachten op volledigehelderheid vertraagt en vergroot de uitdagingen. Omgaan met onzeker-heden is inherent aan transities. Op koers blijven voor het behalen vanonze doelen vraagt daarom flexibiliteit en wendbaarheid als ontwikke-lingen anders gaan dan gepland.Met de maatregelen in deze brief zorgt het kabinet ervoor dat wevoortgang kunnen blijven maken. Zo verlengen we de IKC voor elektrifi-catie waarmee we ook de stroomvraag te stimuleren zodat de businesscase voor windenergie op zee verbetert. Zo bouwen we verder aan detransitie, waarbij we niet moeten vergeten dat er al enorme stappen zijngezet: door mensen thuis, door bedrijven en door maatschappelijkeinstellingen. Dit laat zien dat we het kunnen in Nederland, als we ons nietlaten afleiden en de schouders eronder zetten.Uitvoering Pakket voor Groene GroeiIn het voorjaar presenteerde het kabinet het Pakket voor Klimaat enGroene Groei.2 Dit pakket bevat aanvullende maatregelen voor de klimaat,energie en industrie-opgave en is gericht op het verbeteren van derandvoorwaarden voor verduurzaming. Het kabinet heeft daarbij, gegevende financiële realiteit van beperkte middelen, keuzes moeten maken die2Kamerstukken II 2024/25, 33 043, nr. 114.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1192 het beste de Nederlandse prioriteiten dienen. Die prioriteiten richten zichop de betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie voorhuishoudens en bedrijven, veiligheid, de kansen voor onze bedrijven ommondiaal te concurreren, het behalen van de klimaatdoelen en hetdraagvlak en handelingsperspectief voor verandering in de samenlevingen staan – in lijn met de motie-Eerdmans – nadrukkelijk naast elkaar.3Een aantal van de maatregelen uit het voorjaar is in de afgelopenmaanden verder uitgewerkt en hiervan doet het kabinet verder verslag indeze brief met de technische uitwerking ervan in de bijlagen. Het kabinetkondigt daarbij ook enkele maatregelen aan voor windenergie op zee, ziehiervoor een aparte brief «Actieplan windenergie op zee». Daarnaastbevat deze brief het definitieve Meerjarenprogramma 2026 met Klimaat-fondsbegroting (bijlage A), de uitwerking van de amortisatievariant om denetkosten te verdelen (bijlage C) en de CO2-heffing industrie (bijlage D).Met de maatregelen in deze brief zet het kabinet stappen die essentieelzijn om voortgang te maken.Ook biedt het kabinet de Kamer de Klimaat- en Energienota aan(bijlage B). De Klimaat- en Energienota 2025 is de eerste vollediggeïntegreerde nota waarin het klimaat- en energiebeleid in samenhangwordt gepresenteerd. In de Klimaat- en Energienota legt het kabinetverantwoording af over het gevoerde klimaat- en energiebeleid enspecifiek over de voortgang die het afgelopen jaar is geboekt. Daarbijwordt gekeken in hoeverre Nederland op koers ligt om de nationaleklimaat- en energiedoelstellingen te halen en te voldoen aan de nationaleverplichtingen die volgen uit het Europese klimaat- en energiebeleid.Daarnaast wordt bekeken of de ontwikkeling van het energiesysteem nogin lijn is met de route zoals uiteengezet in het Nationaal Plan Energie-systeem (NPE). Ook vindt, indien noodzakelijk, herijking plaats.Klimaat- en Energieverkenning (KEV)Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigt met de jaarlijkseKEV wederom dat de uitstootvermindering die we voor het tussenjaar2030 als streefdoel hebben een enorme opgave blijkt. De vorige KEV uit2024 liet zien dat de broeikasgasuitstoot in Nederland naar verwachtingdaalt met 45–52% in 2030 ten opzichte van 1990. Het doel was om het2030 doel van 55% CO2-reductie in 2030 binnen bereik te brengen. HetPBL verwacht in de KEV 2025 een CO2-reductie van 46,8–54,5% in 2030.Dat is een mooie verbetering, maar we zijn er nog niet. Er is blijvendaandacht nodig voor de transitie, ook in de komende periode. Het kabinetblijft inzetten op de uitvoering van maatregelen, het op orde brengen vande randvoorwaarden en het zetten van logische (vervolg)stappen in desectoren om te zorgen dat onze uitstoot blijft dalen en het doel dekomende jaren binnen bereik komt.Ondertussen moeten we voor ogen houden dat 2030 niet het eindpunt is.Veel maatregelen en investeringen die we nu doen, hebben pas effect ná2030. Vandaar ook dat we in het vijfjaarlijkse klimaatplan vooruitkijkennaar 2035 en we in Europa nu kijken naar wat we in 2040 voor elkaarmoeten krijgen om klimaatneutraal in 2050 te zijn.4 5 De stappen die we nuzetten zijn allemaal tussentijdse stappen op weg naar 2050. De komendejaren moeten dus ook maatregelen genomen worden die na 2030 effecthebben.3Kamerstukken II 2024/25, 30 821, nr. 280.4Klimaatplan 2025-2035 - Op weg naar een klimaatneutraal Nederland | Rapport | Rijksover-heid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1193 Randvoorwaarden verder op orde brengenDe verdere uitwerking van maatregelen is cruciaal, het gaat erom dat wede plannen omzetten in de praktijk. Zo concludeert het PBL dat een deelvan de eerder aangekondigde maatregelen nog onvoldoende zijnuitgewerkt. Het kabinet heeft afgelopen maanden doorgewerkt aanbijvoorbeeld de komende tenders voor wind op zee, middelen voor het opgang brengen van de collectieve warmtemarkt (bijvoorbeeld met deNationale Deelneming Warmte uit het Klimaatfonds) en subsidie voordoorgang van CCS-project Aramis (eveneens uit het Klimaatfonds). Ook isdoor het kabinet het startpakket «Nederland van het slot» gepresenteerdop 25 april jl., dat naast stikstofreductie ook een positief klimaateffect kent.De (effecten van) maatregelen uit augustus zijn niet meegenomen in deKEV 2025.Voortgang versnellingspakket netcongestieHet kabinet is samen met TenneT, regionale netbeheerders, provincies engemeenten gestart met de implementatie van het versnellingspakketnetcongestie dat onderdeel vormt van het Pakket voor Groene Groei vandit voorjaar.6 Nog voor de zomer is het kabinet gestart met 26 hoogspan-ningsprojecten waarbij de nieuwe werkwijze wordt toegepast endoorontwikkeld. TenneT heeft elk van deze 26 projecten grondig doorge-licht en gekeken welke projecten het meest gebaat zijn bij welke specifiekeversnellingsmaatregel. Per project wordt er een plan van aanpakopgesteld met de betrokken netbeheerders, provincies en gemeenten omde realisatie te versnellen of vertraging te voorkomen. Naar verwachtingkunnen in november definitieve afspraken per project worden gemaaktover bevoegd gezag, toepassing nieuwe werkwijze en de inzet vanversnellingsmaatregelen.Het kabinet is parallel hieraan gestart met de implementatie van deaanpak voor kortere procedures via wetgeving en beleid. Eind septemberinformeert het kabinet de Kamer uitgebreid over de voortgang. Voor hetwetgevingsprogramma netcongestie is extra juridische capaciteitgealloceerd. De komende maanden worden aanpassingen aan wet- enregelgeving in hoog tempo – en zorgvuldig – uitgewerkt. Momenteel ligthet voorstel gedoogplicht, onderdeel van de Verzamelwet Klimaat enGroene Groei, al in de Tweede Kamer. Ook gaat binnenkort het ontwerp-besluit voor de procedurele versnellingen van elektriciteitsprojecten vanaf21 kV in procedure vanwege zwaarwegend maatschappelijk belang. Hetwetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting, dat momenteel bij deEerste Kamer ligt, bevat de grondslag hiervoor.Verdere elektrificatie en amortisatieMet de uitwerking van het Pakket voor Groene Groei heeft het kabinetonderzocht welke maatregelen kunnen bijdragen aan verdere elektrificatievan productieprocessen door bedrijven en de betaalbaarheid daarvan. Hetis duidelijk dat de nettarieven de komende jaren sterk gaan toenemen; ditis een grote zorg voor (betaalbare) elektrificatie van bedrijven inNederland, de concurrentiekracht van de Nederlandse industrie en de5TNO heeft een studie uitgevoerd naar de nationale macro- economische effecten van eenversnelling van 100% reductie van broeikasgassen in Nederland in 2040 vergeleken met desituatie waarin Nederland reducties realiseert in lijn met een Europees doel van netto-90%reductie. De studie concludeert dat het bereiken van klimaatneutraliteit in Nederland in 2040een robuuste beleidsinzet vereist langs drie pijlers: negatieve emissies, versnelde elektrificatieop basis van snelle opschaling van hernieuwbare bronnen en effectieve koolstofbeprijzing. Destudie kunt u vinden in de bijlagen.6Kamerstukken II 2024/25, 33 043, nr. 114.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1194 energierekening van huishoudens. In opvolging van het Interdeparte-mentaal Beleidsonderzoek (IBO) uit het voorjaar heeft het kabinetonderzocht of amortisatie van de kosten van de noodzakelijke investe-ringen in het stroomnet mogelijk is om de netkosten voor huishoudens,bedrijven en instellingen in komende jaren te dempen; hiermee wordtinvulling gegeven aan de motie-Flach/Grinwis.7 8 Uit dit onderzoek blijkthelaas dat amortisatie van de investeringskosten maar heel beperkt kanbijdragen aan lagere tarieven. Door de beperkte en onzekere daling van detarieven is er op dit moment onvoldoende grond voor een dergelijkemajeure ingreep; de juridische en budgettaire randvoorwaarden (o.a.geen effect op het EMU-saldo) ontbreken eveneens. In bijlage C van dezebrief vindt de Kamer een verdere toelichting over amortisatie van deinvesteringskosten ten behoeve van het stroomnet en licht het kabinetdeze conclusie verder toe. Omdat dit vraagstuk urgent blijft, gaat hetkabinet alternatieve opties om de nettarieven te verlagen verderuitwerken, gericht op besluitvorming in de formatie; hiermee wordt ookopvolging gegeven aan de toezegging aan het lid de Groot, zoals gedaanin het commissiedebat Verduurzaming Industrie van 10 september jl.9 Deverwachting is echter wel dat eventuele maatregelen met een significantdempend effect op de nettarieven evenredige – en langjarige – budget-taire consequenties zullen hebben.CO2-heffing industrieHet is de brede wens van de Kamer en het kabinet om te zorgen voor eengelijker Europees speelveld. Het kabinet wil in dit krachtenveld eenbetrouwbare partner zijn, die de condities creëert waarmee de industrie inNederland daadwerkelijk kan verduurzamen en zich blijvend kan metenmet internationale spelers. De aangenomen motie-Inge van Dijk c.s.verzocht het kabinet de CO2-heffing industrie zo snel mogelijk af teschaffen. Daarnaast verzocht de motie van de leden Flach en Vermeer van2 juli jl. het kabinet om het in de Kamerbrief van 1 juli jl. aangekondigdeonderzoek naar onder andere de financiële consequenties zo snel mogelijkuit te voeren en afschaffing van de CO2-heffing als uitgangspunt te nemenom zekerheid te bieden aan de industrie.Een conclusie op basis van de door het kabinet uitgevoerde analyse is dathet haalbaar is om de internationale concurrentieverschillen die optredendoor de CO2-heffing zoveel mogelijk te vermijden. Om dit te realiserenheeft het kabinet besloten om voor ETS1-installaties en lachgasinstallatiesde belastbare uitstoot vanaf 2026 aanzienlijk te verlagen én het bedrag datover de uitstoot moet worden betaald te verminderen.De CO2-heffing op nul zetten zou een terugdraai van een van de tweemijlpalen uit het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) betekenen,wat een financiële tegenvaller voor Nederland zou betekenen vanmaximaal € 1,2 mld. (maximaal € 600 mln. per mijlpaal).10 Deze financiëletegenvaller is niet gedekt. Via de door het kabinet gekozen route komt hetkabinet alsnog tegemoet aan de Kamer en stelt het kabinet de nationaleCO2-heffing effectief buiten werking op een verantwoorde wijze. In bijlageD van deze brief vindt de Kamer een verdere toelichting over devormgeving van de CO2-heffing en een nadere uitwerking van deuitzoekpunten zoals benoemd in de Kamerbrief van 1 juli jl. Met deze briefen bijlage D worden daarmee motie-Inge van Dijk c.s. en motie-Flach en7Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 553.8Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 586.9Toezegging TZ202509-05210Hierin is vastgelegd dat Nederland een CO2-heffing introduceert en dat het minimum tarief in2026 € 82,80/ton CO2 zal bedragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1195 Vermeer afgedaan.11 12 Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan detoezegging van 3 september 2025 om de Kamer te informeren over wat deafschaffing van de nationale CO2-heffing betekent voor duurzamebedrijven.13Voor de langere termijn is een breder gesprek nodig over de verduur-zaming van de industrie, ook voor de jaren in en kort na 2030 en richting2040 en verder. In de genoemde bijlage D over de CO2-heffing zal naderworden ingegaan op het overleg met de industrie en andere stakeholdersover borgende maatregelen en verduurzaming voor de langere termijn.Dit overleg staat onder leiding van Bernard Wientjes als onafhankelijkvoorzitter. In dit overleg zijn verder deelnemers gevraagd op basis vanhun expertise. Deelnemers zijn vertegenwoordigers vanuit verschillendeindustriële ETS1-sectoren, de wetenschap, NGO’s, de RVO, de NEa enrelevante beleidsdepartementen. Met bijlage D1 is de taakopdrachtmeegezonden. Het eindrapport van deze overlegtafel wordt 1 november2025 verwacht.Het kabinet erkent de moeilijkheden om te elektrificeren binnen deindustrie en heeft daarom in het Pakket voor Groene Groei besloten deIKC-ETS met drie jaar te verlengen. Om verdere verlichting te kunnenbieden en om de elektriciteitskosten concurrerend te maken is beslotenom de IKC-ETS regeling met een extra jaar te verlengen tot en met 2028.Het kabinet stelt hiervoor € 150 mln. beschikbaar. Dit komt bovenop de€ 496,6 mln. voor 2025 tot en met 2027 uit de voorjaarsbesluitvorming.Het kabinet gaat daarnaast, zoals reeds genoemd, alternatieve opties omde netkosten en nettarieven te drukken voor huishoudens, bedrijven enmaatschappelijke instellingen verder uitwerken, gericht op besluitvormingin de formatie.14 In deze verdere uitwerking wordt ook het onderzoek innavolging van motie-Postma meegenomen waarin de elektriciteitskostenvoor de industrie in Nederland zijn vergeleken met die in buurlanden voor2025 en 2030.15 De centrale kwantitatieve resultaten van het onderzoekzijn meegenomen in de energiemonitor, een bijlage (B2) van de Klimaaten Energienota.Wind op ZeeWindenergie op zee vervult een sleutelrol in de energietransitie. Dewereldwijd verslechterde businesscase van windparken op zee kan erechter toe leiden dat – zonder ingrijpen van de overheid – de uitrol vanwindenergie op zee stokt. Het kabinet neemt met het Actieplanwindenergie op zee daarom een aantal acties om te voorkomen dat deontwikkeling van windparken op zee komend jaar stilvalt en om de aanlegvan een windpark op zee aantrekkelijker te maken. Om de slagingskansvan tenders voor windparken op zee te vergroten is het kabinetvoornemens om in 2026 2 GW aan windparken op zee met subsidie tevergunnen en treft daar momenteel alle voorbereidingen voor. Hiervoor isreeds € 948,3 mln. vrijgemaakt uit het Klimaatfonds.Daarnaast wordt in het reeds genoemde Actieplan windenergie op zeeeen overzicht gegeven van maatregelen waarmee verdere elektrificatieeen impuls kan krijgen. Dit actieplan werkt ook onderdelen uit van deActieagenda elektrificatie industrie die recent met de Kamer is gedeeld.11Kamerstukken II 2024/25, 36 725, nr. 11.12Kamerstukken II 2024/25, 36 725 XXIII, nr. 13.13Toezegging: TZ202509-01614In lijn met motie van lid Rooderkerk c.s. over de hoge energierekening en uitwerking van eenkapitaalstorting in TenneT voor investeringen voor wind op zee15Kamerstukken II 2023/24, 29 023, nr. 474.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1196 Het actieplan gaat daarnaast in op additionele maatregelen die eenvolgend kabinet kan nemen om de uitrol van windparken te continuerenen zo vertragingskosten bij TenneT te voorkomen. Die vertragingskostenzouden zich op termijn kunnen vertalen in hogere tarieven voor burgers,maatschappelijke instellingen en bedrijven. Deze maatregelen kennenmogelijk een groot budgettair beslag en zijn nog niet gedekt.Zoals eerder toegelicht kiest het kabinet ervoor niet langer op 50 GW in2040 aan te sturen vanwege de bijgestelde verwachting van de ontwik-keling van de vraag naar elektriciteit en waterstof, met name door deontwikkelingen in de industrie.16 Windenergie op zee zal naar verwachtingdoorgroeien tot 30 tot 40 GW in 2040. Het kabinet plant dus met eenrealistische blik naar wat kan én naar wat nodig is. Het tempo van deuitrol moet consistent zijn en goed in balans met zowel de ruimte op zeeen de ecologische draagkracht, als de vraagontwikkeling. Er zal daarbijeerst naar ruimte voor visserij worden gekeken. Ook bij de plannen voorwindenergie op zee is het dus van belang dat we flexibel blijven en onssnel kunnen aanpassen aan wijzigende omstandigheden in de sector enaan de vraagkant. Dit geeft investeerders en ontwikkelaars duidelijkheid,voorkomt overspanning van het elektriciteitsnet en houdt de energietran-sitie betaalbaar voor burgers en bedrijven.Advies Plastictafel en dekking budgettaire opgave plasticheffingVoor de zomer heeft het kabinet de Plastictafel om advies gevraagd om demarkt voor circulair plastic te bevorderen. Het kabinet is de Plastictafelerkentelijk voor het eindrapport met daarin voorstellen.17 Het effectuerenvan het voorgestelde maatregelenpakket is afhankelijk van de nadereuitwerking van de voorstellen en is een gedeelde opgave voor bedrijvenen overheden. In de tabel in bijlage 0.3 geeft het kabinet een eerstehandelingsrichting.18Het kabinet constateert dat de Plastictafel geen gedragen voorstellen heeftgedaan voor alternatieven op de plasticheffing, waarmee een budgettaireopbrengst van € 567 mln. vanaf 2028 werd beoogd. Het kabinet heeft, inlijn met de voorjaarsbesluitvorming, daarom gekozen voor een pakketmaatregelen in het afvaldomein om de budgettaire derving van het nietdoorgaan van de circulaire plasticheffing te dekken en om CO2-reductie terealiseren. Deze maatregelen worden opgenomen in het Belastingplan2026.Het kabinet erkent het belang van investeringszekerheid voor afvalver-brandingsinstallaties, ook gegeven de zorgen vanuit de afvalsector overde lastenstijging door de afvalmaatregelen. Een onlangs ingesteldeWerkgroep Afvalsector is verzocht om te komen tot een schriftelijkeovereenkomst die investeringszekerheid biedt voor verduurzaming vanafvalverbranding. Het kabinet biedt ook aan deze werkgroep demogelijkheid om te komen met een lijst van opties voor uitwerking van(alternatieven voor) de generieke tariefsverhoging in de afvalstoffenbe-lasting en de verhoging van de CO2-heffing voor AVI’s, binnen het domeinvan de afvalsector. Besluitvorming hierover is beoogd bij Voorjaarsnota2026.16Wind Infrastructuurplan Noordzee (2025) Hoofdstuk 2 – De rol van windenergie op zee in hetenergiesysteem; Deze analyse is gebaseerd op de scenario’s van TNO (2024); PBL (2024) enNBNL (2025).17Eindrapport Plastictafel - 1 juli 2025 | Rapport | Rijksoverheid.nl18Een overzicht van de acties die voortvloeien uit het eindrapport van de Plastictafel staat inbijlage 0.3 van deze brief. Hiermee wordt voldaan aan de Toezegging aan de heer Flach inParlementair Debat d.d. 2 juli 2025 inzake begroting KGG samenhangend met deVoorjaarsnota.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1197 GlastuinbouwVoor de glastuinbouw is dit voorjaar onder meer besloten dat de sectorper 2027 deel gaat nemen aan ETS2 en de bijmengverplichting groen gasen hiervoor wordt gecompenseerd tot de hoogte van het nieuweCO2-tarief dat nodig is om het 2030 restemissiedoel van de sector (4,3Mton) met voldoende zekerheid te halen.19 In het voorjaar van 2026 wordtgeëvalueerd of de uitgewerkte compensatie passend is. Als de voorge-stelde compensatie niet uitgevoerd kan worden wordt gekeken naaralternatieven. Als dat niet lukt, kunnen de afspraken worden herover-wogen. Het huidige pakket is verwerkt in de Miljoenennota van dit jaarmet een post voor compensatie voor de sector, de definitieve maatvoeringwordt verwerkt in de Miljoennota met Prinsjesdag 2026. De tariefstudieom de hoogte van het tarief te bepalen is inmiddels gefinaliseerd enwordt in september met uw Kamer gedeeld. Daarnaast werkt het kabinetsamen met de sector aan de verdere uitwerking van een randvoorwaar-denpakket, waarvoor € 200 mln. is gereserveerd in het Klimaatfonds. HetActieprogramma randvoorwaarden voor de glastuinbouw zal kort naPrinsjesdag met de Kamer worden gedeeld.Betaalbare energierekeningIn de augustusbesluitvorming is opnieuw gekeken naar de ontwikkelingvan lasten en de betaalbaarheid van energie. Om de kosten voor deenergierekening te dempen is in het voorjaar besloten om de belasting-vermindering in de energiebelasting incidenteel met € 200 mln. teverhogen per jaar in 2026, 2027 en 2028. Deze tijdelijke vermindering vande energiebelasting wordt nu aangepast naar een structurele vermin-dering van € 100 mln. Daarmee verschuiven we van tijdelijke impulsennaar een blijvende verlichting van de energierekening. Deze keuze past ineen realistische benadering van de transitie, in de wetenschap dat deelektriciteitskosten hoog blijven. En wie wil dat burgers de omslagsteunen, moet zorgen dat de lasten voorspelbaar en draagbaar blijven. Zoblijft ons klimaat- en energiebeleid niet alleen ambitieus, maar ook eerlijken uitvoerbaar.Daarnaast wordt de stadsverwarmingsregeling in de energiebelastingaangepast. De stadsverwarmingsregeling houdt in dat als meer dan 50%van de input in een warmtenet voor stadsverwarming bestaat uitrestwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste, vloeibare ofgasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of eenelektrische boiler, dan niet het hoogste tarief van de eerste schijf vantoepassing is op alle gasinput van het warmtebedrijf, maar de gasinput dedegressieve tariefsystematiek doorloopt. Met de aanpassing kunnenwarmtebedrijven vanaf 2026 bij een terugval van het aandeel duurzaamopgewekte warmte als gevolg van een calamiteit of vervanging van dewarmtebron, gedurende een overgangstermijn van maximaal 3 jaar, tochonder de degressieve energiebelasting vallen. Hiermee wordt voorkomendat verduurzaming van warmtenetten onrendabel wordt doordat deenergiebelasting tijdens werkzaamheden fors hoger uitvallen of dat dezekosten of die van calamiteiten doorberekend worden aan de afnemers.Met de uitbreiding met calamiteiten is geen budgettaire derving gemoeid.De budgettaire derving van de uitbreiding met de vervanging vanwarmtebronnen (€ 7 mln. per jaar) wordt structureel gedekt via hetalgemene inkomstenkader.19Momenteel werkt het kabinet aan de aanpassing van het wetsvoorstel om in het najaar aan deRaad van State aan te bieden. Zie ook Kamerstukken II 2024/25, 32 813, nr. 1524.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1198 Om de kosten voor autogebruik te beperken is besloten om de accijns-korting op benzine en diesel met 1 jaar te verlengen in 2026. De accijns-verlichting leidt in 2026 tot meer fossiele autokilometers, waardoor in datjaar het energiegebruik en de emissies van broeikasgassen toenemen.Om de administratieve lasten voor het midden- en kleinbedrijf te beperkenis besloten om het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit(Besluit WPM) aan te passen. Na die aanpassing hoeven werkgevers inhet mkb niet meer te rapporteren over de zakelijke en woon-werkreizenvan hun werknemers. Die verplichting geldt dan alleen nog voor organi-saties met 250 of meer werknemers. De doelstelling uit het besluit wordtnaar rato verlaagd naar 1,2 Mton in 2030.Het kabinet heeft ervoor gekozen om de negatieve effecten opCO2-uitstoot van de accijnskorting en aanpassing van het besluit WPMstructureel te compenseren door verhoging van de brandstoftransitiever-plichting. Naar verwachting zullen brandstofleveranciers ervoor kiezen omdie verhoging in te vullen door extra inzet van biobrandstoffen. Daarnaastlevert de pseudo-eindheffing voor fossiele brandstofauto’s uit het voorjaareen hogere CO2-reductie op dan eerder ingeschat. Ook deze reductiewordt geborgd door verhoging van de brandstoftransitieverplichting.Ten opzichte van de raming uit de Klimaat- en Energieverkenning 2025zorgt dit voor een extra CO2-reductie in de mobiliteitssector en draagt ditpositief bij aan het realiseren van de 55%-reductiedoelstelling uit deKlimaatwet. Zodra alle bovengenoemde besluiten onherroepelijk zijn, zalde brandstoftransitieverplichting voor het wegvervoer in het besluitEnergie Vervoer vanaf 2028 geleidelijk worden verhoogd, hetgeen leidt toteen extra CO2-reductie van 0,4 Mton in 2030.Daarbij gaat ook de Rode Diesel uit het Hoofdlijnenakkoord niet door terdekking van de accijnskorting, wat een positief effect heeft op emissiere-ductie. In plaats van de herinvoering van rode diesel worden er aan deuitgavenkant alternatieve maatregelen vormgegeven voor boeren,tuinders en loonwerkers.KlimaatfondsEen deel van de maatregelen die onderdeel zijn van het klimaat- enenergiebeleid wordt gefinancierd met middelen uit het Klimaatfonds. Op25 april jl. heeft de Kamer het ontwerpMeerjarenprogramma 2026 van hetKlimaatfonds ontvangen. In bijlage A van deze brief vindt u het definitieveMeerjarenprogramma 2026 en bijbehorende Klimaatfondsbegroting voor2026. Daarnaast vindt u in de bijlages (A2 en A3) de reflecties van het PBLen TNO die gebruikt zijn in de onderbouwing van de verdeling vanmiddelen.Na beoordeling en politieke besluitvorming in augustus is het voorstel omin definitieve MJP 2026 in totaal € 5,0 mld. over te hevelen voor 2026.Daarmee resteert er nog € 21,4 mld. in het fonds voor het MJP 2027.Hiervan is € 7,6 mld. toegekend onder voorwaarden of gereserveerd voorspecifieke maatregelen die nader worden uitgewerkt voor het MJP 2027.In totaal is € 13,6 mld. nog niet bestemd voor een specifieke maatregel.Deze middelen vallen vooral onder het perceel kernenergie. De middelendie afgelopen augustus zijn toegekend zijn onder andere voor de tijdigedoorgang van Aramis en de aanpak van knelpunten in de warmtetransitie.Er worden er in het Klimaatfonds middelen vrijgemaakt ten behoeve vanprioritaire dekking voor diverse problematiek Wind op zee (€ 948,3 mln.)en verlenging van de IKC-ETS tot en met 2028 (€ 150 mln.).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 1199 Deze dekking wordt gevonden in ombuiging de posten CO2-vrijeGascentrales, Demonstratieproject 1 voor offshore elektrolyse enAanlanding demonstratieproject 1. Voor de post CO2-vrije gascentralesbetekent dit dat de eerder aangekondigde bijmengsubsidie en-verplichting komen te vervallen. Tot slot wordt er met het MJP ook eenaantal moties en toezeggingen afgedaan. De exacte financiële uitwerkingvan de fiscale maatregelen is opgenomen in het Belastingplan 2026, datdoor de Minister van Financiën aan de Kamer is aangeboden. Daarnaastzijn op Prinsjesdag de ontwerpbegroting 2026 van het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei en de ontwerpbegroting 2026 van het Klimaat-fonds gepubliceerd. Budgettaire wijzigingen in het huidige jaar (2025) zijnverwerkt in de suppletoire begrotingen die ook op Prinsjesdag zijngepubliceerd. Deze begrotingsstukken (en de Miljoenennota van deMinister van Financiën) zijn te vinden op Rijksfinancien.nl.Tot slotOmdat de transitie niet mag stilvallen werkt het kabinet ook in dezedemissionaire periode door aan een weerbaar energiesysteem en eentoekomstbestendige industrie. We zetten mede naar aanleiding van deKEV een aantal extra stappen om de effectiviteit van het Pakket voorGroene Groei te vergroten en om de randvoorwaarden te verbeteren.Daarnaast wordt het steeds belangrijker dat we ook kijken naar de periodená 2030. In de tussentijd voert dit kabinet de afgesproken maatregelen uitzodat ondernemers, maatschappelijke instellingen en mensen thuis dóórkunnen. Met deze koers gaan we naar het einddoel dat we voor ogenhebben: een sterk, schoon en weerbaar Nederland.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 043, nr. 11910
Gerelateerde bronnen
- In de brief over amortisatie zal de minister ingaan op de opties om de elektriciteitskosten te verlagen.
In de brief over amortisatie zal de minister ingaan op de opties om de elektriciteitskosten te verlagen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.