Reactie op het verzoek van het lid Van den Hul, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 21 november 2019, over het vastlopen van cao onderhandelingen in het primair onderwijs
Brontekst
Versie 185234edf69838d1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 27 923Werken in het onderwijs Nr. 386 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 december 2019 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft mij op 21 november 2019 gevraagd een stand van zaken te geven naar aanleiding van het vastlopen van de cao onderhandelingen in het primair onderwijs (Handelingen II 2019/20, nr. 27, Regeling van werkzaamheden). In deze brief ga ik hierop in. Op 20 november jl. bleek dat de sociale partners de onderhandelingen hadden stilgelegd omdat ze het niet eens konden worden over een nieuwe cao. Aangezien alle partijen het belang van een nieuwe cao onderstrepen, is met ingang van 26 november 2019 mevrouw Mariëtte Hamer (voorzitter van de sociaaleconomische Raad) aangesteld als bemiddelaar. De sociale partners hopen op die manier alsnog een nieuwe cao voor het primair onderwijs overeen te komen. Met het instellen van een bemiddelaar kunnen de onderhandelingen weer gecontinueerd worden. Voor het primair onderwijs is vanaf 2019 structureel 285 miljoen euro beschikbaar vanuit de jaarlijkse kabinetsbijdrage voor de arbeidsvoor-waardenontwikkeling. Bovendien heeft dit kabinet met het afsluiten van het «Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onder-wijspersoneel in het funderend onderwijs 2020–2021» onder andere eenmalig 150 miljoen euro in 2019 beschikbaar gesteld voor de arbeids-voorwaarden van het onderwijspersoneel in het primair onderwijs. Dit geld wordt in december in de bekostiging verwerkt van de scholen. Ondanks dat er nu nog geen nieuwe cao is afgesloten, blijft dit geld onverminderd beschikbaar voor het verbeteren van de arbeidsvoor-waarden in het onderwijs. kst-27923-386ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 27 923, nr. 3861 Conform het verzoek van uw Kamer heb ik het verder versoberen van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering in het primair onderwijs inmiddels via een brief onder de aandacht van sociale partners gebracht1. Ik vind het van groot belang dat de partijen binnen afzienbare termijn tot afspraken komen, zodat de beschikbaar gestelde middelen bij de werknemers in het onderwijs kunnen landen. De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob1Kamerstuk 35 300 VIII, nr. 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 27 923, nr. 3862
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.
Bijlagen
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Bij dit hoofddocument
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie