Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid 14-15 april 2025 (Kamerstuk 21501-31-782)
Brontekst
Versie cab8f6555ae7af79 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 783 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 april 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 3 april 2025 over degeannoteerde Agenda Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid14–15 april 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 782).De vragen en opmerkingen zijn op 8 april 2025 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 10 april 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,TielenAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-21501-31-783ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7831 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie10 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda van de Informele Raad voor Werkgele-genheid en Sociaal Beleid (WSB) op 14 en 15 april te Warschau.Deze leden hebben hierover een paar vragen aan het kabinet.Uit het verslag van de Formele Raad voor WSB van 10 maart jl. teBrussel maken de leden van de PVV-fractie op dat Nederlandheeft aangegeven dat het huidige voorstel (Raadsmandaat overde Herziening van de Coördinatieverordening Sociale Zekerheid)tekortschiet in het bereiken van de gewenste modernisering. Hetvoorzitterschap beraadt zich nu dan ook op vervolgstappen. Hetkrachtenveld blijft vanuit Nederlands perspectief zeer uitdagend.Bij verdere ontwikkelingen wordt de Minister nader geïnfor-meerd. Kan het kabinet al meer duidelijkheid verschaffen overdeze ontwikkelen en/of zijn er sindsdien reeds vorderingengeweest die het kabinet kan delen? Kan het kabinet daarbij ookaangeven in hoeverre de herziening uiteindelijk wel of niet opsteun kan rekenen van Nederland?In aanvulling op het verslag van de Formele Raad van 10 maart kan ikmelden dat het Poolse voorzitterschap de herziening van de Verordeningheeft geagendeerd voor bespreking in het Coreper-overleg van 11 april.Het Poolse Voorzitterschap vraagt lidstaten om een nieuw mandaat tervoorbereiding op een triloog.1 Onderdeel van het voorstel blijft eenuitbreiding van de export van werkloosheidsuitkeringen. Om deze redenkan Nederland het voorliggende voorstel voor een nieuw mandaat nietsteunen. Op dit moment is niet bekend of de bespreking in Coreper totnieuwe stappen in dit dossier zal leiden. Conform de geldende informatie-afspraken met uw Kamer zal ik uw Kamer informeren bij relevanteontwikkelingen op dit dossier.De leden van de PVV-fractie constateren dat een van de agenda-punten van de aankomende Informele Raad voor Werkgele-genheid en Sociaal Beleid «actief integratiebeleid vanEU-lidstaten» is. Daar geeft het kabinet aan dat de Ministeraandacht wil vragen voor het bevorderen van snelle arbeids-1Graag verwijs ik u naar Delegates Portal voor het discussiestuk dat voor de bespreking inCoreper is verspreid (nr. 7688/25). Dit document heeft de markering »Limité». Dat betekent datdoor vroegtijdige openbaarmaking van het document, of onderdelen daarvan, het onderhande-lingsproces nadelig zou kunnen worden beïnvloed. De leden van de Eerste en de TweedeKamer hebben toegang tot Limité-documenten via het «Delegates Portal» wanneer dedocumenten het niveau van Coreper hebben bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7832 marktparticipatie van nieuwkomers, asielzoekers en status-houders, waarbij het kabinet taal en werk als basis van integratieziet. Ook zou dit tevens bijdragen aan het verminderen van dekrapte op de arbeidsmarkt. Dit kabinet streeft echter naar hetbeperken van onder andere arbeidsmigratie en heeft Nederland aleen groot arbeidspotentieel? Hoe rijmt het kabinet deze tweetegengestelde standpunten met elkaar? En waarom zet hetkabinet niet beter in op het verminderen van het onbenutarbeidspotentieel in Nederland in plaats van het inzetten op hetbevorderen van snellere arbeidsparticipatie van nieuwkomers?De inzet op het sneller aan het werk helpen van nieuwkomers is één vande maatregelen gericht op het vergroten van de arbeidsparticipatie vanmensen die al in Nederland zijn. Het gaat hierbij om het sneller aan hetwerk krijgen van gezinsmigranten, statushouders en – in lijn met deherziene Opvangrichtlijn die wordt geïmplementeerd – asielzoekers vanwie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen. Dit bevordert hunintegratie in de samenleving wanneer zij een status hebben gekregen enhiermee dragen zij meer bij aan de samenleving en de eigen opvang-kosten. Het kabinet onderneemt ook maatregelen om het onbenutarbeidspotentieel in de volle breedte beter te benutten. Deze maatregelenstaan beschreven in de Kamerbrief Uitwerking plannen arbeidsmarkt-krapte en brede arbeidsmarktagenda2.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belang-stelling kennisgenomen van de agenda van de Informele RaadWSB van 14–15 april. Deze leden hebben nog enkele vragen overde opstelling van de Minister.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben om te beginnenenkele vragen over algoritmisch management. Deze leden lezendat de Minister gaat inbrengen het goed te vinden om over ditthema te spreken in Europese Unie (EU)-verband en dat het vanbelang is dat werknemers en werkgevers dit thema ook samenbespreken. Deze leden vragen wat voor rol de Ministerweggelegd ziet voor de EU en wat voor initiatieven de Minister inEU-verband wil ondernemen. Deze leden lezen in de inbreng terugwat de Minister denkt over dit vraagstuk in het kader van desociale dialoog, maar nog niet in het kader van het recht opinformatie van werknemers, waar het Poolse voorzitterschap ookover wenst te spreken. Deze leden vragen wat de opstelling vande Minister is op dit gebied en of de Minister wil inbrengen dathet recht van informatie van werknemers geborgd moet worden.Tevens vragen deze leden of er ook een Europese agenda is overbewustwording van algoritmisch management.Het is van belang dat het recht op informatie van werknemers over hetgebruik van algoritmen is geborgd. Dat zal ik ook inbrengen tijdens deInformele Raad. Werknemers moeten tijdig en op passende wijze wordengeïnformeerd over zaken die hun werk en arbeidsvoorwaarden betreffen.De Algemene Verordening Gegevensbescherming verplicht organisatiesal om transparant te zijn over de verwerking van persoonsgegevens. Dezewet biedt een basis waarop werknemers zich kunnen beroepen als zijgeconfronteerd worden met (deels) geautomatiseerde besluitvorming:waaronder beoordelingen, promoties of werkplanning. Werknemers2Kamerstukken II, 2023/24, 29 544, nr. 1260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7833 hebben in principe recht op uitleg over welke gegevens wordenverzameld en verwerkt, hoe en op basis van welke criteria de besluit-vorming plaatsvindt en wat mogelijke gevolgen van de besluiten zijn.In de politieke richtsnoeren van de voorzitter van de EuropeseCommissie3 staat dat het aangekondigde actieplan ten aanzien van deimplementatie van de Europese Pijler van Sociale Rechten initiatieven zalbevatten over de impact van digitalisering (inclusief AI-management) opde wereld van werk. Zoals aangegeven in de Geannoteerde Agenda rakenalgoritmes en automatisering vele vormen en soorten van werk in allelidstaten, waarbij werk zich ook regelmatig over de landsgrenzen heenbeweegt. Daarom is het goed over dit thema in EU-verband te spreken. Bijverdere ontwikkelingen zal ik de Kamer hier nader over informeren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarnaast naarhet krachtenveld rondom het lobbypaper dat Nederland heeftingebracht omtrent herzieningsvoorstel voor Verordening 883inzake de coördinatie van sociale zekerheid. Deze leden vragennaar een actualisatie van het krachtenveld sinds de Formele RaadWSB van 10 maart. Deze leden vragen voorts of er nieuweinzichten zijn opgedaan om dit dossier verder te brengen. Dezeleden vragen tevens naar de reflectie van de Minister op het feitdat dit herzieningsvoorstel niet is opgenomen in het CommissieWerkprogramma 2025, en hoe de Minister dit wetende dit trajectverder gaat brengen.In het non-paper waarnaar de GroenLinks-PvdA-fractie verwijst roeptNederland de Commissie op om een nieuw herzieningsvoorstel in tedienen dat daadwerkelijk bijdraagt aan de modernisering van deVerordening 883/2004 inzake de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.Om deze oproep kracht bij te zetten, presenteert Nederland in het nonpaper een eerste inventarisatie van verbeterpunten en voorstellen voorvervolgstappen.In de Raadswerkgroep op 30 januari jl. heeft Nederland de voorstellen uithet non paper gepresenteerd. Hoewel het non paper bijval kreeg vanenkele (met Nederland gelijkgestemde) lidstaten, was ook een grootaantal lidstaten bereid te bezien of toch binnen afzienbare tijd een akkoordbereikt kan worden.In aanvulling op het verslag van de Formele Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid van 10 maart jl. kan ik melden dat het Poolse Voorzitter-schap de herziening van Verordening 883/2004 heeft geagendeerd voorbespreking in het Coreper-overleg van 11 april. Het Poolse Voorzitterschapvraagt lidstaten om een nieuw mandaat ter voorbereiding op een triloog.4Zoals de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie opmerken, wordt hetherzieningsvoorstel voor Verordening 883/2004 niet genoemd in hetCommissie Werkprogramma 2025 zelf. Het herzieningsvoorstel is welopgenomen in de bijlage bij het Werkprogramma met het overzicht vanvoorstellen waarover onderhandeld wordt. De Commissie heeft ook opverschillende momenten uitgedragen de komende maanden te willen3Europe’s choice, political guidelines for the next European Commission 2024–20294Graag verwijs ik u naar Delegates Portal voor het discussiestuk dat voor de bespreking inCoreper is verspreid (nr. 7688/25). Dit document heeft de markering »Limité». Dat betekent datdoor vroegtijdige openbaarmaking van het document, of onderdelen daarvan, het onderhande-lingsproces nadelig zou kunnen worden beïnvloed. De leden van de Eerste en de TweedeKamer hebben toegang tot Limité-documenten via het «Delegates Portal» wanneer dedocumenten het niveau van Coreper hebben bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7834 werken aan het bereiken van een akkoord. Zoals ook aangegeven inbovenvermeld non paper roept Nederland de Commissie op om eennieuw herzieningsvoorstel in te dienen dat wel leidt tot de gewenstemodernisering.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat deinzet van het kabinet is om aandacht te vragen voor het bevor-deren van arbeidsmarktparticipatie van nieuwkomers, asiel-zoekers en statushouders, waarbij het kabinet taal en werk alsbasis van integratie ziet. Deze leden zien hier een verschil tussenwat het kabinet in wil brengen en datgene wat daadwerkelijk inNederland gebeurt. Asielzoekers worden in Nederland nauwelijkstot niet gestimuleerd om de taal te leren in Nederland en mogenmaar zeer beperkt werken. Initiatieven of subsidies die vroegeintegratie en participatie van asielzoekers stimuleren zijn door ditkabinet juist verminderd of worden stopgezet, omdat middelenalleen gebruikt mogen worden voor statushouders. Schetst hetkabinet met zijn inbreng wel een goede weergave van hoeNederland haar beleid rondom de integratie van asielzoekersheeft vormgegeven?Vanuit het kabinet wordt ingezet op een gedegen aanpak van de integratievan nieuwkomers waaronder asielzoekers. De focus ligt hierbij op taal enwerk.Voor integratie is meedoen vanaf dag één van belang. Daarom wordtbewoners van het COA via het programma «Vroege Integratie enParticipatie» (VrIP) de mogelijkheid geboden om de taal te leren en teparticiperen. Een deel van de kansrijke asielzoekers wordt 24 uurNT2-taalles aangeboden. Bij de «Meedoenbalies» worden bewoners vanhet COA, zowel asielzoekers als statushouders, toegeleid naar participatie-activiteiten en vrijwilligerswerk. Verder wordt vanuit het programma«Wonen en leven» op een COA-locatie de training «Basaal Nederlands»geboden.Ook werk is belangrijk. Voor asielzoekers geldt dat sinds het wegvallenvan de zogenoemde «24 weken eis» steeds meer asielzoekers aan hetwerk zijn gedaan.Het kabinet wil vroegtijdige deelname aan de arbeidsmarkt blijvenstimuleren en zet zich daarom in om ook andere belemmeringen zoveelmogelijk weg te nemen, bijvoorbeeld door erkenning van diploma’s teverbeteren en BSN-nummers sneller uit te geven. Verder onderzoekt deStaatssecretaris van Participatie en Integratie de mogelijkheden omondersteuning te bieden bij de toeleiding naar werk van asielzoekers diein een AZC verblijven. Immers, onbekendheid met Nederland, deNederlandse arbeidsmarkt (en regels), taalachterstand en een gebrek aannetwerk maken het voor deze groepen lastiger om zelf werk te vinden.Een gedegen aanpak betekent echter niet dat alle initiatieven doorgangkunnen vinden. Soms kan een decentrale overheid zoals een gemeentebesluiten een bepaalde activiteit niet meer te subsidiëren omdat dezeactiviteit niet meer past bij de prioriteiten die zij willen leggen. Dezekeuzes passen bij de decentrale beleidsvrijheid van gemeenten.Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen overhet agendapunt zorgverantwoordelijkheden. Deze leden vragenhoe de Minister het rijmt dat hij gaat benadrukken dat er eengoede balans komt tussen werk en privé en het ondersteunen vanzorgverantwoordelijkheden, terwijl de Minister ook voorstelt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7835 mensen meerdere banen moeten gaan combineren. Ook vragende leden hoe het SER-advies over werk en mantelzorg rijmt metde wens om meerdere banen te combineren.Voor veel werkenden is het een uitdaging om hun werk op een goedemanier te combineren met verantwoordelijkheden in de privésfeer, zoalszorgverantwoordelijkheden. Als mensen meer uren besteden aan betaaldwerk, kan het ergens anders knellen. Waar dit kabinet zich hard voormaakt, is dat iedereen in staat wordt gesteld om deze rollen te combi-neren, zodat je voldoende kunt verdienen en tegelijkertijd kunt zorgenvoor wie dat nodig heeft. In mijn recente brief over de combinatie vanArbeid en Zorg ben ik uitgebreid ingegaan op dit thema.5Voor de meeste mensen gaan deze rollen redelijk tot goed samen, zekerals het gaat om minder intensieve zorg. Daarbij kan men gebruikmakenvan wettelijke verlofregelingen en mogelijkheden voor ondersteuning diewerkgevers bieden. Het is positief dat veel werkgevers begrip tonen voorpersoneel met (bovengemiddelde) zorgtaken en met hen bespreken hoevanuit het werk flexibiliteit kan worden geboden of hoe de werknemersanderszins kunnen worden gefaciliteerd. Los hiervan is het een feit dat erin meerdere sectoren een tekort aan arbeidsaanbod is. Daar waar erruimte voor is, kan het helpen als werkenden meer uren gaan werken ofeventueel verschillende banen combineren. Ik ben me ervan bewust datdat niet voor iedereen mogelijk is. Redelijkerwijs kan iemand met eenintensieve mantelzorgtaak nu eenmaal minder uren werken dan iemandmet weinig ingrijpende privétaken. In die zin zie ik niet in dat hier sprakezou zijn van een tegenstelling tussen het vinden van een balans tussenwerk en privé enerzijds en het combineren van banen anderzijds. Het gaatom het vinden van een optimale balans tussen werk en privé. En diebalans is voor iedereen anders, afhankelijk van werk én privésituatie.De verwachting is dat de SER voor het einde van het jaar het advies overde combinatie van werk en mantelzorg zal vaststellen. De inhoud van hetSER-advies is op dit moment dan ook nog niet bekend.Wel is in de adviesaanvraag onder meer gevraagd mee te nemen hoe deoverheid arbeidsparticipatie kan stimuleren en gelijktijdig ruimte kangeven voor de combinatie van arbeid met het verlenen van (intensievevormen van) mantelzorg.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de stand van zaken omtrent de onderhandelingenrond de herziening van Verordening 883 over de coördinatie vansocialezekerheidsstelsels. Deze leden vragen hierbij hoe hetkabinet aankijkt tegen het idee een uitzonderingsmogelijkheid tecreëren voor kortdurende detacheringen in bepaalde sectoren.Welke nadelen ziet het kabinet bij zo’n potentiële uitzondering?Voorts zijn deze leden benieuwd hoe het kabinet om zal gaan methet feit dat het huidige herzieningsvoorstel ondanks de non-papervan Nederland naar alle waarschijnlijkheid niet zal wordeningetrokken ten faveure van een aangepast voorstel. Gaat hetkabinet nu maximaal inzetten op het aanpassen van het huidigeherzieningsvoorstel op basis van de uitgangspunten uit hetnon-paper?5Kamerstukken II, 2024/25, 25 883, nr. 524.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7836 Uitzonderingen voor kortdurende detacheringenHet Europees parlement heeft voorgesteld om een systeem van «vooraf-gaande notificatie» bij detachering in te stellen, zodat de ontvangendelidstaat beter kan handhaven. Het kabinet staat achter het nagestreefdedoel van betere handhaving, maar verwacht dat de winst voorhandhaving met dit instrument in zijn huidige vormgeving klein is. Deverplichting tot voorafgaande notificatie bij detachering is door deaangebrachte uitzonderingen zodanig uitgekleed dat het vrijwel geenbescherming biedt tegen sociale dumping. Tegelijk vergroot het wel deadministratieve lasten voor burgers, bedrijven en uitvoeringsinstellingen.Eén van de uitzonderingen die wordt voorgesteld is om korte detache-ringen (korter dan 3 dagen) niet verplicht te hoeven melden. Dezeuitzondering ondermijnt de effectiviteit van het instrument. Om dit risicote beperken wordt er gesproken over de mogelijkheid om bepaalderisicosectoren, zoals de bouwsector, uit te zonderen van deze temporeleuitzondering. Voor de bouwsector zou een detachering dan wel altijd vantevoren moeten worden gemeld. Zowel werkgevers- als werknemers-organisaties hebben er ook op aangedrongen dat de verplichting totvoorafgaande notificatie onverkort zou moeten gelden voor debouwsector6. Het kabinet ziet liever geen temporele uitzondering. Als dezetemporele uitzondering er wel komt, ziet het kabinet graag dat risicosec-toren wel altijd onderworpen worden aan de voorafgaande notificatie-plicht.Inzet NederlandDe herziening van Verordening 883/2004 is een belangrijk dossier voorNederland en heeft mijn volle aandacht. Uiteraard zal ik mij op verschil-lende fronten blijven inzetten voor de Nederlandse belangen op ditdossier.Ik zal ook de Commissie blijven oproepen om een nieuw herzienings-voorstel te formuleren, voorafgegaan door een impactanalyse waarinaandacht is voor de uitgangspunten uit het Nederlandse non paper.Parallel daaraan blijf ik ook de inhoudelijke Nederlandse inzet in dehuidige onderhandelingen inbrengen.De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de stand van zaken omtrent de voorgestelde wijzi-gingen voor de ESF+ en EGF fondsen. Deze leden vragen hoe hetkabinet tegen deze wijzigingen aankijkt, zeker met het oog opeerdere kritische reflecties van voorgaande kabinetten over desubsidiariteit van de beide fondsen.Het kabinet bestudeert momenteel de recent gepubliceerde Commissie-voorstellen. De Minister van Buitenlandse Zaken zal uw Kamer namenshet kabinet de kabinetsappreciatie op de voorstellen doen toekomen in devorm van een BNC-fiche binnen de gebruikelijke termijnen, ter verdereagendering en bespreking in uw Kamer.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda en andere relevante stukken voor de6Zie deze verklaring van de sociale partners in de bouwsector: FIEC & EFBWW Joint PressRelease: Mandatory Prior Notification for Posted Workers is crucial to protect workers andpromote fair competition in construction :: FIEC; en deze verklaring van Business Europe2025-03-12_joint_employers_statement_revision_regulation.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7837 Informele Raad voor WSB op 14 en 15 april 2025. Deze ledenhebben hierover nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie lezen in het verslag van de FormeleRaad voor WSB van 10 maart 2025 dat alle lidstaten in hetbeleidsdebat over het stimuleren van arbeidsparticipatie vanouderen het belang benoemden van het investeren in scholing eneen leven lang leren om zo de (duurzame) inzetbaarheid vanouderen te vergroten. Deze leden onderstrepen dit belang. Dezeleden vragen de Minister of er concrete afspraken zijn gemaakttijdens de Formele Raad over het investeren in scholing en eenleven lang leren. En welke initiatieven neemt de EuropeseCommissie om de inzetbaarheid van ouderen te vergroten doormiddel van scholing en een leven lang leren?Net als de leden van de NSC onderstreept het kabinet het belang van hetbevorderen van de (duurzame) inzetbaarheid van ouderen en het ondermeer investeren in scholing en een leven lang leren om dit te bereiken. Dithelpt ook om ouderen in goede gezondheid de pensioenleeftijd te latenbereiken. Er zijn op de Formele Raad geen concrete afspraken gemaaktover het investeren in scholing en een leven lang leren. Het PoolsVoorzitterschap organiseerde een beleidsdebat over het stimuleren vanarbeidsparticipatie van ouderen, waarin maatregelen op nationaal niveauvan de afzonderlijke lidstaten werden gewisseld. Zo heb ik verteld overonze brede aanpak met het oog op het gezond bereiken van de pensioen-gerechtigde leeftijd voor degenen die dit kunnen, heb ik toegelicht welkeprikkels het kabinet inbouwt voor mensen om te stimuleren dat ze ook nahun pensioengerechtigde leeftijd te blijven werken, en heb ik de mogelijk-heden uiteengezet om eerder met pensioen te kunnen voor mensen inzware beroepen. Uit de uitwisseling bleek dat veel lidstaten vergelijkbareuitdagingen kennen en vergelijkbare maatregelen treffen.Om de duurzame participatie van ouderen te ondersteunen en testimuleren, heeft de Commissie eerder initiatieven gelanceerd, zoals hetActieplan «Aanpak arbeids- en vaardighedentekorten» dat in maart 2024 isgepubliceerd7. De Raad heeft hier in november 2024 Raadsconclusies overaangenomen8. Ook heeft de Commissie het Actieplan voor de EuropesePijler voor Sociale Rechten gelanceerd, die geresulteerd heeft in dePorto-doelen9. Eén van de doelen waar de lidstaten zich aan hebbengecommitteerd, is dat de participatiegraad tussen 20 en 64 jaar van deEU-beroepsbevolking in 2030 minstens 78% is. Nederland heeft zichgecommitteerd om een percentage van 82,5% te bereiken10. Dit doelkunnen we alleen bereiken als we de duurzame inzetbaarheid vanouderen bevorderen. Hierbij spelen initiatieven rondom scholing,vaardigheden en LLO een belangrijke rol. Het verhogen van de duurzameinzetbaarheid is opgenomen in het Regeerakkoord (Hoofdstuk 10b,onderdeel 4) en als vierde spoor verder uitgewerkt en opgenomen in debrief aan uw Kamer (d.d. 13 december jl.) over de uitwerking plannenarbeidsmarktkrapte en de brede arbeidsmarktagenda11.De leden van de NSC-fractie lezen in de Geannoteerde Agendadat het Poolse voorzitterschap de Coördinatieverordening Sociale7https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_24_15078https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15463-2024-INIT/en/pdf en Kamerstukken II,2024–2025, 21501–31, nr. 7729https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/policies-and-activities/european-pillar-social-rights-building-fairer-and-more-inclusive-european-union/european-pillar-social-rights-action-plan_en10Kamerstukken II, 2021–2022, 21 501-31, nr. 66911Kamerstukken II, 2024–2025, 29 544, nr. 1260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7838 Zekerheid (883/2004) heeft geagendeerd voor bespreking in hetCoreper-overleg van 11 april ter voorbereiding op een triloog.Deze leden vragen de Minister wat de aanleiding van het Poolsevoorzitterschap is geweest om de Coördinatieverordening teagenderen voor het Coreper-overleg van 11 april. En hoe beoor-deelt de Minister de brief van een twaalftal lidstaten aan Raads-voorzitter Polen waarin zij de Raadsvoorzitter tot spoed manenom tot een doorbraak te komen op het dossier, en de brief van derapporteur in het Europees parlement op de coördinatieveror-dening waarin de Raadsvoorzitter nogmaals tot spoed wordtgemaand? Deze leden vragen de Minister ten slotte welke andererelevante ontwikkelingen zich in het krachtenveld hebbenvoorgedaan sinds het oriënterende Coreper-overleg op 19 maart?De brieven waaraan de leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contractrefereren illustreren dat het krachtenveld uitdagend blijft. Zowel binnen deRaad als binnen het Europees parlement bestaat de wens om binnenafzienbare termijn tot een akkoord te komen. Er hebben zich geen andererelevante ontwikkelingen voorgedaan in het krachtenveld sinds hetoriënterende Coreper-overleg op 19 maart jl.In het Coreper-overleg van 11 april vraagt het Poolse Voorzitterschaplidstaten om een nieuw mandaat om de trilogen mee in te gaan.12Onderdeel van het voorstel blijft een uitbreiding van de export vanwerkloosheidsuitkeringen.Om deze reden kan Nederland het voorliggende voorstel voor een nieuwmandaat niet steunen. Op dit moment is niet bekend of de bespreking inCoreper tot nieuwe stappen in dit dossier zal leiden.Conform de geldende informatie-afspraken met uw Kamer zal ik uwKamer informeren bij relevante ontwikkelingen op dit dossier.De leden van de NSC-fractie maken uit de Geannoteerde Agendaop dat de Minister voornemens is de regelingen voor mantelzorgte vereenvoudigen, en dat er een SER-advies is gevraagd over decombinatie van werk en mantelzorg dat aan het einde van dit jaarwordt verwacht. Deze leden vragen de Minister of er aankno-pingspunten zijn om de regelingen voor mantelzorg te vereenvou-digen op basis van de regelingen voor mantelzorg in anderelidstaten. Deze leden vragen de Minister daarnaast welkemogelijkheden er zijn in Europees verband om goede afspraken tebevorderen op de werkvloer tussen de werkgever en werknemerop het gebied van flexibele werktijden en de mogelijkheid omthuis te werken, om mantelzorg beter te faciliteren?Zoals de leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract terechtopmerken ben ik voornemens de verlofregelingen voor mantelzorg tevereenvoudigingen. De bestaande twee regelingen voor kortdurend- enlangdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één regeling voor(mantel)zorg met één aanvraagprocedure. Ook worden de situaties waaringebruik gemaakt kan worden van dit verlof gelijkgetrokken. Daarmeewordt het mogelijk de twee weken verlof met behoud van 70% van het12Graag verwijs ik u naar Delegates Portal voor het discussiestuk dat voor de bespreking inCoreper is verspreid (nr. 7688/25). Dit document heeft de markering »Limité». Dat betekent datdoor vroegtijdige openbaarmaking van het document, of onderdelen daarvan, het onderhan-delingsproces nadelig zou kunnen worden beïnvloed. De leden van de Eerste en de TweedeKamer hebben toegang tot Limité-documenten via het «Delegates Portal» wanneer dedocumenten het niveau van Coreper hebben bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7839 loon (en tenminste het wettelijk minimumloon) ook op te nemen in gevalvan noodzakelijke verzorging bij hulpbehoevendheid. Het onderscheidtussen kortdurend en langdurend zorgverlof verdwijnt daarmee. Zoontstaat een eenvoudige regeling voor mantelzorg.Het is altijd interessant om te beoordelen of voorbeelden van mantelzorg-regelingen uit andere lidstaten ook in de Nederlandse situatie zinvolzouden kunnen zijn. Conform mijn toezegging tijdens het debat over hetrapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, hebik me verdiept in het Duitse concept «familiezorg».13 Dit is een wettelijkeregeling voor 6 maanden onbetaald zorgverlof of 24 maanden onbetaaldzorgverlof, waarbij men wel tenminste 15 uur per week moet blijvenwerken. De werknemer kan gedurende de verloftijd een renteloze leningvan de overheid krijgen. Hier ben ik uitgebreider op ingegaan, in mijnrecente brief over de combinatie van Arbeid en Zorg.14De Europese Unie heeft reeds belangrijke stappen gezet om een beterebalans tussen werk en privéleven te bevorderen, onder andere via deRichtlijn inzake een betere werk-privébalans voor ouders en mantel-zorgers15. Nederland heeft de bepalingen uit de Richtlijn inmiddels innationale wetgeving verwerkt in de «Wet betaald ouderschapsverlof».Deze wet heeft onder andere de «Wet arbeid en zorg» en de «Wet flexibelwerken» gewijzigd om te voldoen aan de bepalingen van de Richtlijn. De«Wet betaald ouderschapsverlof» is op 2 augustus 2022 in werkinggetreden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda Informele Raad WSB voor 14 en 15 april.De leden van de BBB-fractie hebben een tweetal vragen over deinzet van Nederland met betrekking tot het agendapunt «digitaleveranderingen en algoritmen in de wereld van het werk – ontwik-keling van de sociale dialoog, recht op informatie vanwerknemers». De Minister schrijft daar het volgende: «We zien inde wereld van werk dat onder meer platformbedrijven intensiefgebruik maken van algoritmisch management. Algoritmischmanagement is een diverse set van technologische hulpmiddelenen technieken om werkenden op afstand te managen, daarbijgebruikmakend van datacollectie en surveillance van werkenden,met (semi-) automatische besluitvorming als doel.»Zijn er volgens de Minister op nationaal niveau al voldoendeprivacy-waarborgen (zoals de Data protection impact assessment(DPIA)) om werkenden afdoende te beschermen tegen (automa-tische) surveillance? Wanneer is er volgens de Minister concreetsprake van hoog risico op inbreuk van rechten van werknemersdoor surveillance? Kan hij concrete situaties schetsen?De «Data Protection Impact Assessment» (DPA) volgt uit de AVG, dieorganisaties verplicht om zorgvuldig en transparant om te gaan metpersoonsgegevens. Werkgevers moeten aantonen dat alle vormen vandataverwerking, waaronder geautomatiseerde surveillance, noodzakelijken proportioneel zijn ten opzichte van het nagestreefde doel. De Autoriteit13Kamerstukken II, 2024/25, 36 600, nr. 44.14Kamerstukken II, 2024/25, 25 883, nr. 524.15https://eur-lex.europa.eu/NL/legal-content/summary/work-life-balance-for-parents-and-carers.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78310 Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op de naleving van de AVG. Zijkunnen ingrijpen als surveillancepraktijken te ver gaan, of wanneer derechten van werknemers onvoldoende worden beschermd.Daarnaast is vorig jaar de Richtlijn «verbetering van Arbeidsvoorwaardenbij Platformwerk» aangenomen, waar specifiek voor platformbedrijvenregels zijn opgenomen over het gebruik van algoritmen en databe-scherming. Zo mogen digitale arbeidsplatforms geen persoonlijke dataverzamelen over de psychische gesteldheid van een platformwerker enmag geen data worden verwerkt om bijvoorbeeld de etniciteit of seksuelevoorkeur van een platformwerker uit af te leiden. Ook moeten platform-werkers en hun vertegenwoordigers worden geïnformeerd over de inzeten het gebruik van automatische monitoring- en besluitvormingssys-temen en welke data worden verzameld door deze systemen. In gevallenwaarin door het gebruik van automatische monitoring- en besluitvor-mingssystemen een hoog risico bestaat op een inbreuk op rechten envrijheden van platformwerkers, moet een impactanalyse wordenuitgevoerd waarover platformwerkers en hun vertegenwoordigers moetenworden geconsulteerd. Besluiten die tot gevolg hebben dat het contractvan een platformwerker wordt beperkt, geschorst of beëindigd mogenenkel nog genomen worden door een mens. De lidstaten hebben tot2 december 2026 de tijd om de richtlijn te implementeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78311
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.