KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op brief LBVSO inzake participatieproces sprintsessies VN- agenda Handicap

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie caf2e35018200359 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 170GehandicaptenbeleidNr. 361 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025Op 12 maart jl. ontving de Kamercommissie van VWS een brief vanvertegenwoordigende organisatie LBVSO over het participatieproces vande sprintsessies VN-verdrag Handicap. In deze brief reageer ik op deinhoud hiervan. Ik schets eerst de processtappen die het kabinet heeftgezet om de werkagenda te ontwikkelen. Daarna ga ik in op de inhoud vande brief.Proces om de werkagenda VN-verdrag Handicap te ontwikkelenDe werkagenda VN-verdrag Handicap (hierna: de werkagenda) is eenuitwerking van de nationale strategie VN-verdrag Handicap (de strategie).1De strategie bevat zeven levensdomeinen2 met doelstellingen die uiterlijkin 2040 bereikt moeten zijn.Wie is verantwoordelijk voor de werkagendaDe werkagenda is een uitwerking van de maatregelen die het kabinetneemt om de doelstellingen te bereiken. De eerste werkagenda geldt voorde komende vijf jaar. Ieder ministerie heeft een eigen rol en verantwoor-delijkheid in de ontwikkeling en uitvoering van de werkagenda. Voor dezeeerste werkagenda zijn negen ministeries betrokken: de ministeries vanOCW, SZW, VWS, IenW, BZK, VRO, JenV, EZ en Financiën. VWS heeft hetontwikkelproces gecoördineerd. Elk ministerie, waaronder ook VWS oponderdelen, gaat zelf over de inhoud van de werkagenda.1Kamerstukken II, 2023/24, 24 170, nr. 3092Werk en inkomen, Thuis en wonen, Onderwijs en ontwikkeling, Gezondheid en ondersteuning,Vervoer en mobiliteit, Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen, Veiligheid en rechtsbe-scherming kst-24170-361ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3611 De processtappen om de werkagenda te ontwikkelenDe werkagenda is per levensdomein ontwikkeld in verschillende fasen.Globaal zag het proces er als volgt uit:1.In het voorjaar 2024 zijn twee bijeenkomsten per levensdomeingeorganiseerd. Voor deze bijeenkomsten nodigden de ministeriesbelangrijke stakeholders uit en bij elke sessie was een bredevertegenwoordiging van mensen met een beperking uitgenodigd.Deze bijeenkomsten waren bedoeld om te inventariseren en vast testellen welke drempels weggenomen moeten worden om dedoelstellingen uit de nationale strategie te bereiken. De bijeenkom-sten werden gefaciliteerd door een externe partij en inhoudelijkvoorbereid door de verantwoordelijke ministeries. Er was in dezesessies de ruimte om alle mogelijke knelpunten en andere punten inte brengen passend bij het levensdomein dat besproken werd.2.Het verslag van deze bijeenkomsten per levensdomein is gedeeld metalle deelnemers en kon schriftelijk worden aangevuld.3.De ministeries hebben op basis van de opbrengsten van de bijeen-komsten en andere belangrijke bronnen zoals de aanbevelingen vanhet VN-comité en de initiatiefnota «Ons land is beperkt», beleids-maatregelen uitgewerkt om de doelstellingen uit de nationalestrategie te realiseren.4.Dit voorstel met beleidsmaatregelen is in het najaar van 2024 envoorjaar 2025 besproken in opnieuw twee bijeenkomsten perlevensdomein. Ook hiervoor zijn belangrijke stakeholders uitgeno-digd, en bij elke sessie was een brede vertegenwoordiging vanmensen met een beperking uitgenodigd. De sessies werdengefaciliteerd door een externe partij, en de ministeries waren zelf deinhoudelijke gesprekspartners tijdens de bijeenkomst. De bijeenkom-sten waren bedoeld om de beleidsmaatregelen te bespreken, aan tescherpen en in te schatten wat een stap in de goede richting zou zijn.5.De opbrengsten van deze bijeenkomsten zijn door het kabinetverwerkt in een conceptwerkagenda. Deze conceptwerkagenda isbesproken in het bestuurlijk overleg VN-verdrag Handicap. Deelne-mers aan dit overleg waren: VNG, VGN, MKB-Nederland, AlliantieVN-verdrag Handicap (Ieder(in), MIND, LFB en Per Saldo), stichtingHet Gehandicapte Kind en JongPit.Brede vertegenwoordiging van mensen met een beperkingDe werkagenda kan alleen ontwikkeld worden samen met een bredevertegenwoordiging van mensen met een beperking. Dat was eenuitdaging gezien de enorme hoeveelheid bijeenkomsten (vier bijeen-komsten per levensdomein, dus minimaal 28 bijeenkomsten in totaal). Ikheb daarom samengewerkt met koepelorganisatie Ieder(in) om dit vormte geven.In totaal zijn twaalf groepen organisaties uitgenodigd die op hun beurtmensen met een beperking en hun naasten vertegenwoordigen. Eéngroep organisaties bestond uit meerdere organisaties die mensen meteen vergelijkbare aandoening of beperking vertegenwoordigen. Alsvoorbeeld: de groep organisaties voor en door mensen met communica-tieve beperkingen bestond uit FOSS, Stichting Support Stotteren,Patiëntenvereniging Hoofd-Hals, Nederlandse stottervereniging Demos-tenus, IsaacNF en stichting TOS. Elke groep heb ik gevraagd samen debijeenkomsten voor te bereiden en steeds één organisatie af te vaardigennamens de groep naar een bijeenkomst. Op deze manier was er een bredeen diverse inbreng, maar bleven de bijeenkomsten organiseerbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3612 Aanvullend op deze aanpak zijn er per levensdomein ervaringsdeskun-digen en vertegenwoordigende organisaties uitgenodigd die voorspecifieke beleidsterreinen belangrijke inbreng hebben. LBVSO, die uwKamer de brief stuurde, is een voorbeeld van deze organisaties.Zij vertegenwoordigen leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs,en vertegenwoordigen daarmee een belangrijke stem in de beleidsontwik-keling rondom bijvoorbeeld onderwijs en (leerlingen)vervoer.De klachten en zorgen van LBVSOIn de brief die uw Kamercommissie ontving, deelt LBVSO ernstige zorgenen klachten over het proces van de werkagenda. Zij spreken van struc-turele uitsluiting van onderwerpen en deelnemers, onveiligheid binnen debijeenkomsten, niet nagekomen toezeggingen, geen werkelijke inspraaken het belang van structurele verankering van leerlingenvervoer en anderdoelgroepen. Ik neem deze zorgen en signalen uiterst serieus en hebhierover meerdere keren met LBVSO gesproken. Intussen heeft er eenaparte bijeenkomst plaatsgevonden tussen mijn ministerie, OCW enLBVSO en andere partijen over leerlingenvervoer.De ontwikkeling van de werkagenda is een grootschalig en complextraject, zowel door de hoeveelheid betrokkenen als door de reikwijdte vande inhoud. Een dergelijke kabinetsbrede werkagenda is uniek in zijn soort.Ik zie de samenwerking met mensen met een beperking en hun vertegen-woordigende organisaties als een essentieel onderdeel van de ontwik-keling en uitvoering van de werkagenda. De ervaring leert dat dit steedsweer vraagt om aanpassingen in de praktijk. Vanuit die hoedanigheid blijfthet kabinet inzetten op samenwerking met de verschillende vertegen-woordigers. Waar relevant zal ook LBVSO daarbij betrokken worden.Bij het versturen van de werkagenda zal ik uw Kamer informeren over destructuur die het kabinet heeft afgesproken om de betrokkenheid vanmensen met een beperking te borgen in de uitvoering van dewerkagenda.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3613

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4656960800ba7985

14 okt 2026 · 4fde4c2919fc0c99

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.