KamerkringInloggen
Kamerbrief

Zonnebrief

6 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3606322a5972758b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid31 239Stimulering duurzame energieproductieNr. 1464 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 januari 2025Zonne-energie, specifiek zonnepanelen (hierna «zon-PV»), is belangrijkvoor de bouw van ons duurzame, betaalbare en betrouwbare energie-systeem. Zon-PV draagt bij in het voorzien van onze eigen energie-opwek,het verminderen van afhankelijkheden van andere landen en het behalenvan onze klimaatdoelstellingen. Het Nationaal Plan Energiesysteem1beschrijft deze belangrijke rol voor zon-PV in ons energiesysteem. Eenverantwoorde en duurzame groei van zon-PV is daarom essentieel.De sector heeft aandacht voor deze ontwikkeling en werkt steeds meer opintegrale en innovatieve wijze aan de groei van zon-PV binnen debeschikbare fysieke ruimte en ruimte op het elektriciteitsnet. Vakmensendragen zorg voor de kwaliteit van installatie en realisatie van zon-PV. Ookwordt het realiseren van zon-PV parallel aan de ontwikkeling vanconversie, (flexibele) vraag en opslag steeds belangrijker. Het kabinetstreeft daarom naar gerichte en multifunctionele inpassing van zon-PV,zoals zon-PV op daken en gevels in de gebouwde omgeving.De afgelopen 5 jaar is het totaal opgesteld vermogen van zon-PVvervijfvoudigd van 4,6 GWp in 2018 naar 23,9 GWp eind 2023.2 Inmiddelshebben ruim 3 miljoen woningen zon-PV en wordt de Regionale EnergieStrategie (RES)-doelstelling van tenminste 35 TWh in 2030 waarschijnlijkbehaald. Het behalen van het gezamenlijke RES-bod van 55TWh wordtechter onwaarschijnlijk.3 De Kamer wordt begin dit jaar hierover geïnfor-meerd middels de voortgang RES-brief.Het kabinet is zich ervan bewust dat de snelle groei van zon-PV heeftgeleid tot ingewikkelde marktomstandigheden en onzekerheden voorzowel de sector als consument. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet kan1Zie Nationaal Plan Energiesysteem Verdiepingsdocument C – Transitiepaden gebruikssectoren |Rapport | Rijksoverheid.nl2Zie Monitor Zon-PV 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl3Zie handlerdownloadfiles.ashx (regionale-energiestrategie.nl) kst-32813-1464ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14641 het tempo waarmee zon-PV wordt gerealiseerd niet volgen. Nieuwe(grootschalige) zon-PV projecten kunnen vaak op korte termijn geenaansluiting krijgen en het aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzenneemt toe. Dit terwijl op gerichte locaties, nabij (flexibele) vraag naarelektriciteit, zon-PV juist wel een oplossing kan zijn in het voorzien vanduurzame en betaalbare energie. Het verhogen van het direct eigenverbruik op zonnige momenten, bij zowel nieuwe als bestaande instal-laties, groot en klein, is daarbij van essentieel belang.Ook de komende jaren zullen de bestaande uitdagingen bij de realisatievan zon-PV van invloed blijven op een verantwoorde en duurzame groeivan zon-PV. Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de groeivan zon-PV en actuele beleidsontwikkelingen om de randvoorwaardenvoor de realisatie van zon-PV op orde te brengen:1.Ruimtelijke inpassing,2.Strategische autonomie, weerbaarheid en innovatie,3.Netcongestie en integratie in het energiesysteem,4.Financiële stimulering,5.Participatie en lokaal eigendom,6.Veilig werken en veilige installatie.Het kabinet geeft in deze brief opvolging aan de motie-Kroger/Boucke, demotie-Thijssen en de motie-Romke de Jong/Rahimi.4 5 6 Eveneens wordtinvulling gegeven aan gedane toezeggingen.71. Ruimtelijke inpassing Het kabinet zet in op het realiseren van zon-PV nabij vraag naar elektri-citeit. Zon-PV is geschikt om de gebouwde omgeving te voorzien in eendeel van het eigen verbruik en daar sluit de aangescherpte voorkeurs-volgorde zon op aan. Het kabinet geeft prioriteit aan zon-PV op daken engevels. Zon-PV op landbouw- en natuurgronden is in principe ongewenstverklaard.Aanscherping voorkeursvolgorde zonMet de aanscherping van de voorkeursvolgorde zon, zoals in oktober 2023bestuurlijk is afgesproken tussen het Rijk, Interprovinciaal Overleg (IPO),Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen(UvW) en Netbeheer Nederland (NBNL), zetten we in op zon-PV volgensde treden van de voorkeursvolgorde zon: trede 1 «zon op daken engevels», trede 2 «zon binnen bebouwd gebied», trede 3 «zon buitenbebouwd gebied», en trede 4 «zon op landbouw- en natuurgronden».8 Ditmet als doel om landbouw- en natuurgronden te ontzien van zon-PV.Slechts in specifieke gevallen kan daarop een uitzondering (nee, tenzij)worden gemaakt. De uitzonderingsgronden voor trede 4 «zon oplandbouw- en natuurgronden» betreffen 1) agri-PV, 2) transitiegronden en3) netcongestieneutrale projecten.Samen met het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NPRES) wordt ingezet om zon-PV op andere treden te stimuleren en wordtvastgehouden aan het behalen van het RES-bod van 55TWh. Hierbijonderstrepen de partijen het belang van inpassing in landschap, energie-4Motie van de leden Kroger en Boucke (Kamerstuk 36 350 XIII, nr. 5).5Motie van het lid Thijsen (Kamerstuk 36 532, nr. 9).6Motie van de leden Romke de Jong en Rahimi (Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 44).7TZ202304-085, TZ202310-144 en TZ202306-193.8Kamerbrief Verdere aanscherping voorkeursvolgorde zon, Kamerstukken 32 813 en 31 239,nr. 1310.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14642 systeem en wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom. Tot slot zijnprojecten in een vergevorderd stadium uitgezonderd in de gemaakteafspraken.Monitoring voorkeursvolgorde zonDe monitoring van de gemaakte bestuurlijke afspraken is belegd bij hetNP RES. Het NP RES maakt gebruik van de door provincies en gemeentenaangeleverde data. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat provincies engemeenten uitvoering geven aan de aangescherpte voorkeursvolgordezon. De provincies hebben de afspraken begin 2025 verwerkt in hunprovinciale verordeningen. De uitkomsten van deze bestuurlijke afsprakenzullen in de komende jaren cijfermatig zichtbaar worden in de monitoring.Op dit moment is het totaal opgesteld vermogen aan zon-op-dak groterdan zon-op-veld. De komende jaren zullen echter nog zon-op-veldprojecten worden gerealiseerd waardoor deze verhouding zal veranderen,al worden ook zon-op-dak projecten gerealiseerd. De zon-op-veldprojecten die in de komende jaren worden gerealiseerd vallen onder éénvan de uitzonderingsgronden (met name transitiegronden) of hebben eenvergunning ontvangen voordat de bestuurlijke afspraken zijn aange-scherpt (en waren daarmee in een vergevorderd stadium).De komende jaren wordt het NP RES gevraagd om de monitoring voort tezetten en te verfijnen zodat cijfermatig beter onderbouwde conclusieskunnen worden getrokken. Het kabinet zal de Kamer hierover dit jaarnader informeren. Over de voortgang van de RES-doelstelling wordt deKamer in het begin van dit jaar geïnformeerd in de jaarlijkse RES-brief.Normering zon op dakTen aanzien van trede 1 van de voorkeursvolgorde zon, zon op daken engevels, zijn er een aantal ontwikkelingen:•De subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars(SVVE) is gewijzigd om vanaf 1 januari 2025 ook subsidie aan tevragen voor advies over zon-PV op hun gebouw;•Na de afgeronde Europese onderhandelingen over de herziene richtlijnenergieprestatie van gebouwen (EPBD) volgen verplichtingen voorzonne-energie voor nieuwbouw, bestaande grote gebouwen in publiekeigendom en bij vergunningplichtige renovatie van grote utiliteits-bouw die een vergunning plichtige renovatie ondergaan.9 Debepalingen worden geïmplementeerd in nationale regelgeving, die hetkabinet momenteel uitwerkt, waarna de Kamer hierover wordtgeïnformeerd;•Een wijziging in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) tenaanzien van een maatwerkvoorschriftbevoegdheid zon-op-dak isheroverwogen en niet doorgezet als gevolg van de consultatiefase.10 Inde vorige Kamerbrief over zon-PV aan de Kamer is een voorstelaangekondigd waarbij de Minister van VRO gemeenten de mogelijk-heid geeft om eigenaren van bestaande utiliteitsgebouwen met eengebruiksoppervlakte > 250 m2 te verplichten om de dakpotentie tebenutten voor de opwek van zonne-energie via een maatwerkvoor-schriftbevoegdheid in het Bbl. Met name vanwege de beperkteaanvullende juridische mogelijkheden geboden aan het bevoegd gezagen de ervaren onduidelijkheid in relatie tot de bestaande eisen voor de9Kamerbrief Uitkomsten EPBD Onderhandelingen, Kamerstuk 22 112, nr. 3913.10Kamerbrief Voorhang ontwerpbesluit Verzamelbesluit Besluit bouwwerken leefomgeving2024, Kamerstuk 28 325, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14643 energiebesparingsplicht, de algemene maatwerkbevoegdheid en devoornoemde verplichtingen voortvloeiend uit de herziene EPBD;•De Minister van VRO heeft het besluit tot wijziging van het Bbl vooradvies naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd inhet kader van de implementatie van de herziene richtlijn hernieuwbareenergie (RED). De implementatie van de RED betreft een verplichtingvoor een minimumniveau van hernieuwbare energie bij vervangingvan het volledige verwarmingssysteem in bestaande gebouwenwanneer dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is. Deverplichte voorbeeldrol van publieke gebouwen voor de opwek vanhernieuwbare energie vult het kabinet onder meer in door hetprogramma zon op Rijksdaken en het ontzorgingsprogrammamaatschappelijk vastgoed;•Het kabinet geeft uitvoering aan de bestuurlijke afspraken om in 203080 procent van de geschikte daken van Rijksgebouwen te benuttenvoor een tweede functie, zoals de opwek van hernieuwbare energie,via het programma Zon op Rijksdaken van het Rijksvastgoedbedrijf.Inmiddels is geïnventariseerd hoeveel daken – het gaat om Rijkskanto-ren en defensiegebouwen – eind 2025 worden voorzien van zon-PV.Daarbij zijn reeds twaalf van de 70 rijkskantoren met geschikte dakenbelegd met zonnepanelen en worden er nog veertien extra dakenbelegd. Daarmee is de schatting dat ongeveer 37 procent van degeschikte kantoordaken wordt benut. Ten aanzien van het defensie-vastgoed worden 96 van de 540 panden met een geschikt dak benut(ongeveer 18 procent). Met de herziene EPBD volgen er verplichtingenvoor het benutten van gebouwen van publieke instanties voorzonne-energie opwek; de genoemde 80 procentdoelstelling wordtverder ingevuld door implementatie van de EU-verplichtingen.Voortgang motie verplichting plaatsen zonnepanelen boven parkeerter-reinenOm invulling te geven aan de cf. motie-Boulakjar/Boucke11 voorgesteldeverplichting voor zon-PV boven parkeerterreinen onderzoekt het kabinetde gevolgen van de verplichting voor het eigendomsrecht en hoe dit kanlanden binnen de Omgevingswet. Elementen als schaduwwerking,transportcapaciteit op het net, de grootte, technische mogelijkheden en deafwezigheid van mogelijkheden voor eigen gebruik van de opgewekteenergie en de opgaven vanuit de RES’en worden eveneens meegenomenin de afweging om over te gaan tot de voorgestelde verplichting. Hetkabinet informeert de Kamer dit jaar over de uitkomsten van dit onderzoeken komt dan tevens met een kabinetsstandpunt over de uitvoering vandeze motie.Inzet RijksgrondenIn het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) stelt hetRijk eigen areaal beschikbaar voor grootschalige opwek van hernieuwbareenergie om zo een substantiële bijdrage te leveren aan de energietransitieen de opgave van de RES’en. De voorbereiding van deze projecten wordtdoor de samenwerkende Rijkspartijen gedaan. Conform de filosofie vande RES’en, worden de OER-projecten in principe door de betreffendeprovincies of gemeenten ruimtelijk ingepast, waarbij zij optreden alsbevoegd gezag. Waar nodig zal het Rijk hiervoor de bevoegdheidoverdragen. Rijk zorgt tevens dat de gronden marktconform, openbaar entransparant worden getenderd, vergelijkbaar met de aanpak voor wind opzee.11Motie van de leden Boulakjar en Boucke, Kamerstuk 32 813, nr. 1181.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14644 Het programma ziet een toenemende vraag naar rijksgronden voorrealisatie van energie-opwek. Deze projecten passen goed binnen dehiervoor genoemde afspraken over de aangescherpte voorkeursvolgordezon (trede 3). Het programma is onlangs uitgebreid met gronden vanProRail en Defensie. In 2024 kent OER daarmee 45 projecten op grondenvan Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf, ProRail en Defensie. Deprojecten in de pijplijn hebben een potentiële opwekcapaciteit vanongeveer 1.000 – 2.000 MWp.Zon op zeeZonne-energie op zee is een innovatieve groene technologie die potentiebiedt om de hoeveelheid opgewekte elektriciteit binnen een windpark opzee te verhogen, middels toevoeging van drijvende zonnepanelen op deruimte tussen de windturbines. Het opwekprofiel is complementair aanwindenergie op zee waardoor het elektriciteitsnet op zee efficiënter endaarmee rendabeler benut kan worden. Hiertoe is in recente vergunning-verlening (tenders) voor windparken op zee 50 MWp aan zonne-energieop zee gestimuleerd.12In 2023 is een onderzoeksopgave ingesteld naar de haalbaarheid van3 GWp capaciteit rond 2030; deze ambitie blijkt te ambitieus op basis vangesprekken met de markt omdat de noodzakelijke techniek zich nog in eente innovatief stadium bevindt.13 Momenteel staat de business case vannieuwe windparken op zee staat onder druk; een aanvullende impuls voorzonne-energie op zee introduceert hierbij te veel additionele onzeker-heden. Daarom heeft het kabinet besloten om in de eerstvolgende tendersvoor windenergie op zee, zoals gepland voor Q3 2025, geen criterium voorzonne-energie op zee op te nemen. Voor opvolgende tenders voorwindenergie op zee zal het kabinet deze afweging opnieuw maken.Vanwege de belangrijke complementaire bijdrage die zon op zee optermijn kan leveren gaat het kabinet door met het stimuleren van deonderliggende techniekontwikkeling. Om hieraan continuïteit te biedenwordt een innovatieprogramma opgezet, met als doel de technologie teverfijnen zodat het geschikt wordt voor opschaling. Hiervoor is€ 44,5 mln. beschikbaar gesteld vanuit het Klimaatfonds.14 Daarnaastwordt ingezet op stimulering van demonstratieprojecten binnenbestaande windparken op zee, om zo opschaling, kostendaling enintegratie met windparken op zee te ondersteunen. Ook worden deactiviteiten om de ecologische effecten van zonne-energie op zeeinzichtelijk te maken voortgezet, waarbij ook de cumulatieve effecten metwindenergie op zee worden onderzocht.KennisdelingIn opdracht van het Ministerie van VRO is onderzocht wat er nodig is omde ontwikkeling van multifunctioneel ruimtegebruik ten behoeve vanefficiënte opwek van zonne-energie te versnellen. CE Delft heeft insamenwerking met de Helpdesk Zonopwek van RVO en NP RES aan dehand van kennissessies ervaringen opgehaald en mogelijke oplossings-richtingen opgesteld voor de ontwikkeling van multifunctioneel ruimtege-12Kamerbrief Uitslag vergunningverlening windenergie op zee: IJmuiden Ver kavels Alpha enBeta (4GW), Kamerstuk 33 561, nr. 65.13Kamerbrief 2e Zonnebrief over ontwikkeling zonne-energie», Kamerstukken 32 813 en 31 239,nr. 1281.14Kamerbrief – DGKE / 27070798, 26 april 2023 – «Voorjaarsbesluitvorming Klimaat» – TabelKlimaatpakket Voorjaarsbesluitvorming (Regel E11), Kamerstuk 32 813, nr. 1230.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14645 bruik en zon-PV.15 De ervaringen die zijn opgehaald zijn geanalyseerd envertaald naar vijf concrete oplossingsrichtingen die antwoord geven op devraag: «Wat is er nodig om meer zon-PV te ontwikkelen op maatschap-pelijk vastgoed, bedrijventerreinen, parkeerplaatsen en water?».In de eerdergenoemde motie van de leden Boulakjar en Boucke wordt ookingegaan op het delen van kennis en kunde via het NP RES.16 De helpdeskZonopwek biedt een uitgebreide kennisbank met onder andere informatieover solar carports en heeft ook een kennissessies georganiseerd over ditthema.172. Strategische autonomie, weerbaarheid en innovatie De energietransitie biedt kansen om Nederland grotendeels te voorzien ineigen energie-opwek en de afhankelijkheid van andere landen teverminderen. Tegelijkertijd worden nieuwe productieketens opgebouwdwaardoor afhankelijkheden kunnen ontstaan. Dit geldt ook voor deproducten voor zon-PV, waarvan het grootste deel buiten Europa wordtgeproduceerd.Al jaren ervaren de Europese en Nederlandse maakindustrie uitdagingendoor een sterk dalende kostprijs van geïmporteerde zonnepanelen. Hetkabinet zet in op de versterking van de Nederlandse en Europesezon-pv-industrie, onder andere door de implementatie van onderstaandeontwikkelingen. Eerder heeft Nederland de Solar Charter ondertekendwaarmee Nederland en ondergetekende lidstaten aangeven zich in tezetten voor het verbeteren van de concurrentiepositie van de zon-PV-waardeketen.18Net Zero Industry ActDe Europese Commissie (CIE) werkt toe naar de uitvoering van de NetZero Industry Act (NZIA) die in juni 2024 in werking is getreden. Het doelvan de NZIA is om ten minste 40% van de jaarlijkse Europese behoefteaan productiecapaciteit voor schone technologieën, waaronder zon-PV, inde EU te realiseren in 2030. Daarnaast streeft de CIE met de NZIA naar eenweerbaar Europees energiesysteem en het vergroten van haar strate-gische autonomie. De NZIA moedigt innovatie en onderzoek van netto-nultechnologieën aan, met speciale aandacht voor het opschalen vanveelbelovende nieuwe technologieën die kunnen bijdragen aan deklimaatdoelstellingen.Nederland levert input aan de CIE om de scope van de NZIA nader vormte geven. Om de toegang tot markten te vergemakkelijken zullen lidstatenrekening moeten houden met duurzaamheid, veerkracht, cyberveiligheiden andere kwalitatieve criteria bij aanbestedingsprocedures voornetto-nultechnologieën en veilingen voor de inzet van hernieuwbareenergie. De implementing act van de NZIA zal naar verwachting ditvoorjaar worden gepubliceerd.Solar NLOp 30 juni 2023 is bekend gemaakt dat het Groeifondsvoorstel SolarNL€ 135 mln. toegekend heeft gekregen en € 227 mln. voorwaardelijk; in het15Rapport Oplossingen voor de ruimtelijke inpassing van zon-PV, CE Delft, juli 2024. ZieCE_Delft_230393_Oplossingen_voor_de_ruimtelijke_inpassing_van_zon-pv_Def.pdf16Motie van de leden Boulakjar en Boucke, Kamerstuk 32 813, nr. 1181.17Zie Helpdesk Zonopwek | Helpdesk Zonopwek18Zie European Solar Charter (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14646 voorjaar van 2024 vond de formele start plaats en de eerste beschikkingenzijn ontvangen door partijen. SolarNL creëert het fundament voor hetinnovatie-ecosysteem voor lokale ontwikkeling van nieuwe zon-PV-technologieën en stimuleren van de pv-maakindustrie in Nederland.Hierbij wordt ingezet op de ontwikkeling van drie verschillende program-malijnen:•hoog-rendement zonnecellen op basis van heterojunction celtechnolo-gie;•productie en ontwikkeling van flexibele zonnefolies op basis van hetmaterieel perovskiet;•Ontwikkeling van zon-PV-producten geïntegreerd in gebouwen,voertuigen en infrastructuur.Met de Investeringssubsidie maakindustrie klimaatneutrale economie(IMKE) kan sinds vorig jaar subsidie worden aangevraagd voor investe-ringen die nodig zijn om productielijnen op te zetten voor het producerenvan batterijen, elektrolysers en zonnepanelen. Dit kunnen ook productie-lijnen zijn voor noodzakelijke onderdelen van deze producten zoalszonnecellen.CirculariteitHet kabinet streeft naar de integratie van circulariteit bij zon-PV en zet viahet Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) in op de ontwik-keling van (innovatieve) circulaire zonnepanelen, hoogwaardigeverwerking van bestaande zonnepanelen, levensduurverlenging en waarmogelijk reparatie en hergebruik.19 Circularity-by-design en het beperkenvan gevaarlijke stoffen, zoals PFAS, antimoon en lood in zonnepanelen isdaarbij essentieel. De Buyer Group Duurzame Zonnepanelen heeftaandacht voor duurzaamheidsaspecten van zon-PV en bevordert hetinkopen van duurzame zonnepanelen. De Kamer is in november 2024geïnformeerd over de PV-maakindustrie, PFAS en recycling van zon-PV inNederland middels gestelde Kamervragen door het lid Vermeer.20Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid om een robuuste en betrouwbaremethode vast te stellen om de CO2-voetafdruk van zonnepanelen teberekenen en deze te certificeren. Dit heeft als doel om transparantie tecreëren over de CO2-voetafdruk van zonnepanelen en, indien wenselijk enmogelijk, een eis op te nemen in de SDE++ omtrent een maximaaltoegestane CO2-voetafdruk van zonnepanelen voor SDE++-projecten.Tevens heeft het kabinet, recent een productteam circulaire zon-PVaangesteld, met experts uit de sector die het kabinet adviseren over eenop te stellen routekaart ter bevordering van circulariteit van zon-PV. Hetkabinet kijkt ernaar uit dit advies dit voorjaar te ontvangen.IMVO-Convenant HE en wetgevingMet het IMVO-Convenant Hernieuwbare Energie (HE), gesloten metpartijen actief in de hernieuwbare energiesector, wordt samengewerkt ommisstanden in de keten van hernieuwbare energie in kaart te brengen, teadresseren en te voorkomen. Deelnemende bedrijven worden onder-steund bij het verbeteren van hun gepaste zorgvuldigheid door onderandere het organiseren van verschillende collectieve brainstorm- enkennissessies. Daarnaast vindt aan de hand van een beoordelingskader,dat in lijn is met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen19Zie Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030 | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl20Beantwoording Kamervragen over PV-panelen en PFAS, Aanhangsel Handelingen II 2024/25,nr. 464.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14647 voor de jaarlijkse monitoring van aangesloten bedrijven plaats. In deeerste jaarrapportage wordt de voortgang van de activiteiten binnen hetConvenant beschreven.21Daarnaast draagt ook Europese IMVO-wetgeving bij aan het voorkomenvan misstanden in de keten van hernieuwbare energie:•de in 2024 in werking getreden Corporate Sustainability Due DiligenceDirective (CSDDD) verplicht grote ondernemingen die actief zijn op deEuropese markt om risico’s voor mens en milieu in hun waardeketensin kaart te brengen en waar nodig aan te pakken. Hoewel de CSDDDprimair van toepassing is op grotere bedrijven zal ook het MKB viagrote zakenpartners te maken krijgen met de verplichtingen die eruitvoortvloeien vanuit de waardeketens waarin zij zijn opgenomen;•de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vereist vanafboekjaar 2024 van beursgenoteerde bedrijven dat ze rapporteren overde impact van hun activiteiten op mens en milieu, en vanaf 2025 gaatdit ook gelden voor grote bedrijven;•13 december 2024 is de Forced Labour Regulation (FLR) in werkinggetreden; deze verbiedt het om producten die gemaakt zijn metdwangarbeid op de Europese markt te brengen of daarvandaan uit tevoeren. De landenneutrale verordening zal drie jaar later van toepas-sing zijn op alle producten, bedrijven en economische sectoren. HetMinisterie van Buitenlandse Zaken zal de Kamer informeren via dereguliere kanalen.Digitale weerbaarheid en cybersecurityDigitalisering biedt kansen om het energiesysteem efficiënter en slimmerte maken, maar de afhankelijkheid van ICT-systemen zorgt ook voordigitale kwetsbaarheden en cyberrisico’s. De Rijksdienst voor Onder-nemend Nederland (RVO) en Topsector Energie hebben onderzoek latendoen naar inzichten in de risico’s, impact en maatregelen voor cyber-weerbare zonnestroominstallaties.22 Voor zon-PV-installaties zittenkwetsbaarheden vooral in de omvormers die verbonden zijn met hetinternet. Het kabinet werkt aan wet- en regelgeving voor cybersecurityeisen voor fabrikanten van digitale producten, waaronder omvormers vanzon-PV installaties, middels de uitvoering van de herziene radioapparaten-richtlijn (of Radio Equipment Directive; RED) in 2025 en de Europeseverordening cyberweerbaarheid (of Cyber Resilience Act, CRA) in 2027.Momenteel geldt de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen(Wbni) die verplichtingen oplegt aan vitale aanbieders voor het treffen vanbeveiligingsmaatregelen om de digitale weerbaarheid te verhogen,waaronder voor beheerders van grootschalige zonneparken. Het kabinetwerkt aan de implementatie van de Europese netwerk- en informatiebe-veiligingsrichtlijn (NIS2-richtlijn) in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). DeCbw zal naar verwachting dit najaar in werking treden en vervangt deWbni. Aanvullend op de Cbw werkt het kabinet aan de Nederlandseimplementatie van de Netcode voor Cybersecurity (NCCS, hierna:Netcode), een Europese verordening die de cyberveiligheid van hetEuropese elektriciteitsnetwerk verbetert. De Netcode is op 13 juni 2024 inwerking getreden. Alle Europese lidstaten hebben vervolgens vier jaar detijd om alles gereed te hebben staan. Vanaf juni 2028 zijn de eisen onderde Netcode bindend.21Zie jaarrapportage-hernieuwbare-energie.pdf (imvoconvenanten.nl)22Zie 2024-Secura-Publicatieversie-Scenarios_en_Maatregelen_Cyberweerbare_Zonnestroo_vqXh809.pdf (topsectorenergie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14648 3. Netcongestie en integratie in het energiesysteem De realisatie van zon-PV nabij vraag naar elektriciteit zal een belangrijkerol spelen in het beperken van transportschaarste en de ontwikkeling vanhet energiesysteem. Daarbij is het van belang dat (flexibele) vraag enaanbod van zon-PV, conversie en opslag beter op elkaar wordenafgestemd.NetcongestieHet elektriciteitsnet in Nederland loopt in de huidige vorm tegen zijngrenzen aan. Netcongestie vormt een uitdaging voor de ontwikkeling vanhet energiesysteem. In toenemende mate is er meer vraag naar transport-capaciteit dan er beschikbaar is. Zolang het stroomnet nog niet voldoendeis uitgebreid en verzwaard, kunnen nieuwe aanvragen in veel situatiesniet toegekend worden en komen (nieuwe) netgebruikers, waaronderontwikkelaars van grootschalige zon-PV op de wachtlijst.Daarnaast neemt het aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen toe,met als gevolg dat zon-PV-ontwikkelaars, in met name zomermaanden opmomenten van overproductie, grootschalige zon-PV-installaties uit- ofafschakelen op basis van marktprijzen of op verzoek van netbeheerders.Door toename van zon-PV in buurlanden zullen ook deze landen steedsvaker hun eigen elektriciteitsvraag bedienen met zon-PV, waardoor deexport van in Nederland geproduceerde duurzame stroom naarbuurlanden afneemt.Ook in de laagspanningsnetten neemt de vraag naar transportcapaciteittoe. Zonnepanelen kunnen namelijk zorgen voor een grote gelijktijdigepiek in het laagspanningsnet. Omvormers schakelen automatisch uit bijeen te hoge spanning (>253V) om schade aan apparaten te voorkomen.Woningen met zonnepanelen die het verst weg van de wijktransformatorverwijderd zijn, worden door de opbouwende spanning in elektriciteits-kabels automatisch als eerste afgeschakeld.Integratie van zon-PV in het energiesysteemHet is van groot belang dat het net zo efficiënt mogelijk wordt benut omde gevolgen van transportschaarste te beperken. Dit kan door op piekenminder transport te vragen of juist effectief gebruik te maken vanrestcapaciteit. Daarbij is het belangrijk dat vraag en aanbod in hetdecentrale elektriciteitsnet lokaal beter op elkaar wordt afgestemd enparallel gaan lopen aan de ontwikkeling van conversie, (flexibele) vraag,opslag en andere hernieuwbare elektriciteitsbronnen.Efficiënte inpassing van zon-PV in het elektriciteitsnet kan langs, onderandere, de volgende manieren worden vormgegeven:–verhogen van het aandeel eigen verbruik,–plaatsen van panelen in net-efficiënte oriëntatie (e.g. oost-west),–technisch niet op maximale capaciteit aansluiten,–combineren van zon-PV en windenergie op één aansluiting (cablepooling),–energie delen,–aansluiten van een fysieke directe lijn tussen afnemer en opwekkerzonder (of door minder) gebruik te maken van het elektriciteitsnet,–bijplaatsen van opslag of conversie (e.g. groene waterstof viaelektrolyse) waarmee niet-benutte opwek uitgesteld kan wordeningevoed of anders kan worden benut,–toepassen van congestiemanagement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14649 Netcongestie mitigerende maatregelen grootschalig zon-PVOp dit moment houdt de SDE++ bij zon-PV rekening met opwekcongestie,specifiek piekbelasting, door te vereisen dat het additioneel gecontrac-teerd terugleververmogen voor zon-PV maximaal 50% van het piekver-mogen van de installatie mag zijn. Daarnaast wordt bij de subsidieaan-vraag een transportindicatie vereist, die aantoont dat het elektriciteitsnetop de geplande locatie nog niet vol zit. Er wordt doorlopend verkend of eraanvullende mogelijkheden zijn om binnen de SDE++-subsidie rekening tehouden met netcongestieproblematiek.Omdat de elektriciteitsproductie en -vraag op elk moment in evenwichtmoeten zijn, is zon-PV vooral gebaat bij toename van de flexibele vraagnaar elektriciteit. Dit voorjaar zal het kabinet hierop terugkomen in eenvisie op de benodigde opschaling van flexibiliteit in een CO2-vrijeelektriciteitsketen in Nederland. Dan zal ook nader worden ingegaan op demaatregelen die het kabinet neemt om de opschaling van flexibiliteit teversnellen.Netcongestie mitigerende maatregelen kleinschalig zon-PVIn januari 2024 is de Actieagenda Netcongestie Laagspanningsnettengepubliceerd die onderdeel is geworden van het LAN.23 NBNL doetmomenteel samen met Holland Solar en het Ministerie van KGGonderzoek naar de haalbaarheid van een (dynamische) begrenzing vanomvormers van zonnepanelen om te voorkomen dat zon-PV installatiesvolledig uitschakelen. In het voorjaar van 2025 wordt de Kamer geïnfor-meerd over de onderzoeksresultaten en eventuele vervolgacties. Hetkabinet verwacht dan ook invulling te kunnen geven aan de motie van deleden Rooderkerk en Grinwis over het flexibel instellen van nieuwe zon-PVsystemen op daken.24Zon-PV in combinatie met een (thuis)batterij kan bijdragen aan hetverhogen van het gebruik van eigen opgewekte stroom. In de huidigesituatie loont het meer om met een thuisbatterij te handelen op deonbalansmarkt. Eigen verbruik is daardoor lager en het net wordt meerbelast. Momenteel wordt gekeken naar manieren om de spelregels voorbatterijen, zodat deze minstens netcongestieneutraal worden ingepast eneigen verbruik van zelf opgewekte zonnestroom wordt verhoogd. Onlangsis de Kamer hierover geïnformeerd.25Nu is al bekend dat door zoveel mogelijk zelfopgewekte elektriciteit achterde meter te verbruiken, kan worden bijgedragen aan het verminderen vanoverbelasting van het laagspanningsnet. Milieu Centraal geeftvoorlichting over het verhogen van het eigen verbruik aan consumenten.Zo kan het eigen verbruik stijgen door apparaten zoals de vaatwasser,warmtepomp of laadpaal voor de elektrische auto op zonnige momentente gebruiken. Vóór de aanschaf van zonnepanelen kan gekeken wordennaar de opstelling van deze panelen. Bij een opstelling richting het oostenof westen zal het opwekprofiel beter aansluiten bij het verbruiksprofielvergeleken met een opstelling richting het zuiden. Dit zorgt voor eenhoger eigen verbruik.23Kamerbrief Actieagenda Netcongestie Laagspanning, Kamerstuk 29 023, nr. 458.24Motie van leden Rooderkerk en Grinwis, Kamerstuk 36 378, nr. 35.25Kamerbrief Netcongestie,Kamerstuk 29 023, nr. 526.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146410 4. Financiering Zon-PV Grootschalige zon-PVRecent heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de afgelopenopenstellingsronde 2024 van de SDE++26 en SCE27. Het aantal aanvragenvoor zon-PV was daarin lager dan in voorgaande jaren. Dit is mogelijk teverklaren door de meer uitdagende omstandigheden waar zon-PVprojecten mee te maken hebben, zoals netcongestie waardoor projectenmoeilijker gerealiseerd worden, en doordat uren met negatieve elektrici-teitsprijzen toenemen waardoor de businesscase verslechtert. Dit voorjaarzal het kabinet de Kamer informeren over de openstelling van de SDE++ in2025. Zoals eerder aangekondigd worden vanaf 2025, voor de regulierezon-op-veld installaties, alleen nog de natuurinclusieve categorieënopengesteld. Dit betekent dat, om in aanmerking te komen voor deSDE++-subsidie, in de vergunningen natuurinclusieve maatregelenmoeten zijn verwerkt. IPO en VNG hebben hiervoor voorbeeldtekstenlaten ontwikkelen om toe te passen bij vergunningverlening voor wind- enzonneparken.28 Sinds de SDE++ ronde van 2024 staat ook de categoriezon-op-dak voor zwakke daken open, waarbij kosten voor dakversterkingin de basisbedragen verwerkt zijn. Dit om, in lijn met de voorkeurs-volgorde zon, zon op dak passend te stimuleren en een groter potentieelaan daken te omsluiten.Sinds de openstellingsronde van 2024 geldt voor elektriciteit opgewekt uitzon-PV dat inkomsten bij hoge marktprijzen gedurende de subsidie-periode worden verrekend met reeds uitgekeerde of nog uit te kerensubsidie bij lage marktprijzen. Tegelijk met het invoeren van dezemaatregel is het subsidiëren van eigen verbruik vanuit de SDE++ gestopt.Eigen gebruik is een belangrijke manier om de belasting van het elektrici-teitsnet, en daarmee ook netcongestie, te verminderen. Als eigen gebruikwel subsidiabel zou zijn, dan zou de nieuwe overwinstverrekening ook vantoepassing zijn op deze elektriciteit. Aangezien eigen gebruik erg gunstigis, is het zeer waarschijnlijk dat alle vermeden kosten en/of behaaldeinkomsten uit niet-netgeleverde elektriciteit als te verrekenen overwinstzouden worden aangemerkt. Hierdoor geeft het niet subsidiëren vanniet-netgeleverde elektriciteit een grotere en wenselijke prikkel voor eigengebruik dan het wel subsidiëren hiervan.Tevens informeert het kabinet de Kamer dit voorjaar over de ontwikkelingvan de tweezijdige contracts for difference, het instrument dat de SDE++voor zon-PV en windenergie op land zal vervangen. Eind 2024 heeft hetMinisterie van KGG breed inzichten opgehaald uit de markt, waarna hetkabinet zich de komende tijd zal buigen over een besluit over de defini-tieve ontwerpkeuzes op hoofdlijnen, waarover de Kamer in het voorjaarwordt geïnformeerd.Beëindiging salderingsregeling en tegemoetkoming huurdersHet wetsvoorstel voor beëindiging van de salderingsregeling is op17 december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer. Met dezebelangrijke wetswijziging wordt de salderingsregeling per 2027 beëindigd,en ontvangt iedere actieve afnemer een redelijke vergoeding voorteruggeleverde hernieuwbare elektriciteit, conform de afspraak uit hetHoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma. In de periode tussen nu en26Kamerbrief Verloop Openstelling SDE++ 2024, Kamerstuk 31 239, nr. 401.27Kamerbrief Resultaten SCE 2024 en openstelling 2025, Kamerstuk 31 239, nr. 402.28Rapport Maatschappelijke Eisen. Voorbeeld basisteksten voor maatschappelijke eisen voorzonne- en windparken op land. Bosch&van Rijn, 1 september 2023. Zie Titel (vng.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146411 2027 wordt de voorbereiding voor de zorgvuldige implementatie van dezewet opgepakt in overleg met de betrokken partijen.Door de salderingsregeling te beëindigen, ontstaat er voor actieveafnemers een financiële prikkel om efficiënter met hernieuwbaaropgewekte elektriciteit om te gaan. Daarmee wordt het volledigeleveringstarief bespaard, en is geen btw en energiebelasting verschuldigd.De komende jaren zal meer aandacht worden besteed aan de kennis en demogelijkheden die huishoudens hebben om de door henzelf opgewekteelektriciteit zo efficiënt mogelijk in huis te benutten.29 Dit is immers in hetbelang van zowel een kortere terugverdientijd van zonnepanelen als hetverminderen van de belasting van het elektriciteitsnet. Hierbij zal hetkabinet inzetten op meer energiebewustzijn, om mensen aan te zetten omslimmer de zelf opgewekte elektriciteit te laten gebruiken. Dit is inmiddelsook onderdeel van de campagne «Zet ook de knop om», de publiekscam-pagne die vanuit de Rijksoverheid wordt gevoerd. Die communicatievanuit de overheid is aanvullend op de voorlichting die Milieu Centraal alaan mensen met zonnepanelen op hun dak geeft over de zelfopgewektestroom beter en meer zelf kunnen gebruiken. Daarbij wordt in 2025 bezienwelke extra mogelijkheden er zijn om dit via de informatievoorzieninggoed over te brengen.Met de motie-Beckerman is aan de Minister van VRO gevraagd om samenmet de Woonbond en Aedes onderzoek te doen naar hoe huurders metbestaande zonnepanelen beschermd kunnen worden tegen hogere prijzendan ze zouden hebben zonder zonnepanelen.30 Ook is verzocht met deWoonbond en Aedes onderzoek te doen naar hoe het aanleggen vannieuwe zonnepanelen voor huurders zo aantrekkelijk mogelijk kanworden. In dat onderzoek wordt ook stilgestaan bij de gevolgen vanbeëindiging van de salderingsregeling voor de huursector. Over deuitkomsten van dat onderzoek zal de Minister van VRO de Kamer dit jaarinformeren.KwaliteitsbudgetIn 2023 heeft de Kamer verzocht om € 25 mln. vrij te maken voor hetversterken van ecologie en landschapskwaliteit bij en rondom projectenvoor hernieuwbare energie op land om hiermee de kwaliteit van de natuurte versterken bij het realiseren van energieprojecten. Er is onderzoekgedaan naar mogelijkheden om het budget zo efficiënt mogelijk tebesteden.31 Op basis van de resultaten van dit onderzoek en na gesprekmet NP RES en medeoverheden wordt het budget via een DecentraleUitkering verdeeld over de RES-regio’s. De Natuur- en Milieufederaties(NMF) hebben voor beleidsmakers samen met het NP RES diversekennisbladen en een toolbox gemaakt voor een natuurinclusieveenergietransitie32 en zij geven advies aan RES-regio’s over een mogelijkinvulling van de besteding van dit budget. Via NP RES zal fit jaaruitgevraagd worden hoe de RES-regio’s dit budget besteed hebbenwaarna de Kamer begin 2026 zal worden geïnformeerd over de bestedingvan dit budget. Hiermee doe ik de motie van de leden Kroger en Boucke af29«In dit kader wordt ook samen met de sector, netbeheerders en de ACM de mogelijkhedenverkend voor het creëren van randvoorwaarden waarmee thuisbatterijen tenminste netcon-gestieneutraal worden ingepast, zonder de groei van thuisbatterijen onnodig te belemmeren.Als deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt, kan worden gekeken naar het eventuele stimulerenvan thuisbatterijen.30Motie van het lid Beckerman, Kamerstuk 36 378, nr. 79.31Bijlage 1: Adviesrapport Vormgeving kwaliteitsimpuls ecologie en landschap bij zon- enwindprojecten op land, Ecogroen, 9 september 2024.32Toolbox Natuurinclusieve Energietransitie. Zie Toolbox-Natuurinclusieve-Energietransitie.pdf(natuurenmilieufederaties.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146412 en geef ik invulling aan de toezegging om de Kamer hierover te infor-meren.33 34Klimaatfondsmiddelen multifunctionele zonprojectenIn het Klimaatfonds is voor het Meerjarenprogramma (MJP) 2026€ 150 mln. gereserveerd voor multifunctionele zonprojecten. Rekeninghoudend met de bestaande subsidies, de aanscherping van de voorkeurs-volgorde zon, de gewenste en gerichte groei en de motie van de ledenBoulakjar en Boucke wil het kabinet de middelen richten op daken, solarcarports en de doorontwikkeling van agri-PV.Het Ministerie van KGG heeft onderzoek laten doen naar de marktomstan-digheden en mogelijke financieringsopties voor solar carports35. Hieruitblijkt dat een landelijke investeringssubsidie een mogelijkheid is om desector en initiatiefnemers te ondersteunen. Het kabinet wil dit verderuitwerken en onderzoekt nu verder hoe dit ingevuld kan worden. DeKamer wordt hierover dit jaar nader geïnformeerd.Het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)laat samen met het Ministerie van KGG onderzoek doen door WageningenEnvironmental Research (WEnR) naar de huidige situatie en perspectievenvan agri-PV. WEnR heeft circa twintig projecten geïdentificeerd dieaangemerkt kunnen worden als agri-PV, veelal kleinschalige pilots, maarook enkele grotere projecten. Uit het onderzoek blijkt dat agri-PVperspectief kan bieden voor zowel de energietransitie als de doorontwik-keling van het landelijk gebied. Daarvoor zijn nog wel een aantal stappennodig en blijft een belangrijke randvoorwaarde dat de agrarischeproductie niet belemmerd wordt door plaatsing van zonnepanelen. Ditonderzoek zal begin dit jaar worden opgeleverd waarna het kabinet deKamer zal informeren.Naar aanleiding van de uitkomsten van beide onderzoeken, zullen deMinisteries van KGG, LVVN en VRO bekijken wat er nodig is om de kansenvan solar carports en agri-PV te benutten en zal het kabinet bespreken hoeverder uitwerking te geven aan de Klimaatfonds gereserveerde middelendie nog niet definitief zijn toegekend. Op zijn vroegst wordt bij deVoorjaarsnota 2025 een besluit over deze middelen genomen.5. Participatie en lokaal eigendom In het Klimaatakkoord van 2019 is een streefdoel opgenomen van 50%lokaal eigendom van productie bij hernieuwbare energieprojecten in 2030.Het kabinet houdt vast aan dit streven, omdat lokaal eigendom bijdraagtaan gelijkwaardige samenwerking tussen marktpartijen en de lokaleomgeving, en aan het vergroten van de maatschappelijke acceptatie vanhernieuwbare energieprojecten, waarmee de kans op weerstand enonnodige vertraging van de energietransitie wordt verkleind.33Motie van de leden Kroger en Boucke, Kamerstuk 36 350 XIII, nr. 5.34TZ202304-08535Bijlage 2: Rapport Marktomstandigheden en aanpak stimulering Solar Carports, Arcadis,29 november 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146413 Financiële ParticipatiemonitorIn de vernieuwde Financiële Participatiemonitor 2023 ziet het kabinet dathet lokaal eigendom bij windparken richting de 50% beweegt.36 Bijzonneparken blijft dit achter, onder andere als gevolg van de aange-scherpte voorkeursvolgorde zon en netcongestie. Van de totale productievan alle zonneparken was vorig jaar 22% in lokaal eigendom. De 80nieuwe zonneparken die in 2023 werden opgeleverd, kennen voor 26,4%een vorm van lokaal eigendom. De zonprojecten die in de pijplijn zitten,hebben naar verwachting een lokaal eigendomsbelang van 24,9%. Met dieinzet zal het aandeel lokaal eigendom bij zonneparken niet gaan stijgen inde komende jaren. Om het streefdoel nog te kunnen halen zet het kabinetzet in op het zoveel mogelijk verhogen van het aandeel lokaal eigendombij zonprojecten in de pijplijn tot 50%, en onderzoekt het kabinet demogelijkheden om lokaal eigendom bij bestaande zonneparken tevergroten.Bij zonneparken is wel een duidelijke toename zichtbaar van financiëleparticipatie zonder eigendom en van omgevingsfondsen. Ontwikkelaarsvan zonneparken geven aan dat dergelijke vormen van participatie vaakde uitkomst zijn van een participatietraject dat ze met omwonendendoorlopen. Het is van belang dat omwonenden tijdig worden betrokken inhet proces en goed worden geïnformeerd over de participatiemogelijk-heden. Als dit niet zorgvuldig gebeurt en het participatieproces alsonrechtvaardig wordt ervaren, denken omwonenden vaker negatief overfinanciële participatie (bijvoorbeeld het gevoel «afgekocht» te zijn).37Financiële participatie en omgevingsfondsen kunnen onder bepaaldevoorwaarden dus een goede manier zijn om omwonenden te betrekken bijeen zonnepark (ook in combinatie met lokaal eigendom), maar komenidealiter pas in beeld als de mogelijkheid voor lokaal eigendom zorgvuldigis verkend. Lokaal eigendom is immers de enige participatievorm waarbijsprake is van gelijkwaardige samenwerking, zoals dat in het Klimaatak-koord is vastgelegd.Lokaal eigendomHet blijft de vraag waarom het bij zonneparken, met name grootschaligezonneparken, nog niet lukt om lokaal eigendom te vergroten, terwijl dit bijlokale windparken wel al beter lukt. De verantwoordelijkheid voor hetbetrekken van bestaande lokale bewonersinitiatieven (zoals wijkraden ofenergiecoöperaties) ligt bij de projectontwikkelaars, door de samen-werking op te zoeken met lokale initiatieven. Gemeenten en provinciesspelen daarin ook een rol door tijdig zoekgebieden aan te wijzen en teborgen dat alle participatiemogelijkheden zorgvuldig worden verkend. Hetkabinet gaat daarom in gesprek met projectontwikkelaars, gemeenten,provincies, energiecoöperaties, Energie Samen, NP RES en anderebetrokkenen om te verkennen wat de belangrijkste obstakels en succesfac-toren zijn bij het realiseren van lokaal eigendom bij grote zonneparken,zodat passende maatregelen kunnen worden genomen.36Bijlage 3: Monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie Op Land 2023, ASISEARCH enBosch & van Rijn, 4 oktober 2024. De monitor brengt in kaart welke participatievormen zijntoegepast bij de zon- en windprojecten met een SDE-beschikking of een postcoderoos-regeling/SCE en die zijn gerealiseerd vanaf 2015 (alleen voor windparken) en vóór 1 januari2024. Dit jaar zijn voor het eerst ook projecten in de pijplijn meegenomen. Het onderzoek isuitgevoerd door de bureaus.37What makes local energy projects acceptable? Probing the connection between ownershipstructures and community acceptance. Energy Policy (2022), 171, 113257.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146414 Een belangrijke stap in het vergroten van lokaal eigendom ligtwaarschijnlijk in het beter borgen van lokaal eigendom bij zonprojecten inbeleid bij gemeenten. De nieuwe Energiewet geeft gemeenten eengrondslag om een inspanningsverplichting op te leggen aan projectont-wikkelaars om de mogelijkheden voor lokaal eigendom goed te onder-zoeken. Volgens onderzoek van NP RES en Energie Samen heeft 31% vande gemeenten lokaal eigendom goed in beleid geborgd.38 Het kabinetgaat daarom in gesprek met gemeenten en provincies over de belemme-ringen voor een stevige beleidsmatige borging van lokaal eigendom.Daarnaast zullen NP RES en de Participatiecoalitie de bestaande sjablonenvoor goede borging nogmaals actief aan te reiken aan gemeenten enprovincies.39 40Een andere oorzaak voor het achterblijven van lokaal eigendom is debeperkte financiële slagkracht en professionaliteit van veel (met namebeginnende) energiecoöperaties. Het kabinet verkent het opzetten van eenpool van experts die gemeenten en provincies kunnen helpen bij hetondersteunen van energiecoöperaties, en er worden opties onderzochtom het Ontwikkelfonds Opwek landelijk beschikbaar te stellen. Daarnaaststeunt het kabinet Energie Samen en het Nederlands NormalisatieInstituut (NEN) om te komen tot normen die duidelijk onderscheid makenen meer maatwerk bieden tussen de verschillende energiecoöperaties,bijvoorbeeld ten aanzien van kwaliteit en winsten die ten goede komenaan de gemeenschap. Deze acties zijn in lijn met en komen tegemoet aande aanbevelingen van klimaatstichting HIER41 en het Nationaal KlimaatPlatform.42Verder ontwikkelt het kabinet een visie op de rol van energiegemeen-schappen en geeft daarmee invulling aan de motie van het lid Thijssen.43Met deze visie wordt richting gegeven aan de rol van energiegemeen-schappen in het energiesysteem en onder welke voorwaarden hetpotentieel van energiegemeenschappen kan worden benut. Rond dezomer wordt de visie met de Kamer gedeeld.6. Veilig werken en veilige installatie Vakbekwaamheid en vakmensenDoor de grote vraag naar zon-PV in 2022 en de eerste helft van 2023 isgrote druk ontstaan op de markt, waardoor oog voor veiligheid envakbekwaamheid, soms onbewust, onvoldoende aandacht had bijinstallateurs. In 2023 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie verschillendemaatregelen genomen en is de aandacht in de sector voor vakbe-kwaamheid van personeel bij het veilig werken op hoogte verhoogd. Hetblijft belangrijk dat consumenten een erkende installateur, die in het bezitis van een InstallQ-erkende opleiding, benaderen voor de installatie vanzon-PV. Deze zijn geregistreerd en vermeld in het Centraal RegisterTechniek.44 Geregistreerde installateurs kunnen een bewijs van vakman-schap via het Vakpaspoort Techniek aantonen aan opdrachtgevers envakbedrijven.38Onderzoek Energie Samen en NP RES (2024). Zie: https://www.regionale-energiestrategie.nl/participatie/lokaal+eigendom/borging+lokaal+eigendom+in+beleid/default.aspx39Zie https://www.energieparticipatie.nl/system/files/inline/Werkblad%20Lokaal%20Eigendom.pdf40Handreiking bij OER-projecten. Zie https://werkbladen.regionale-energiestrategie.nl/lokaal-eigendom-bij-oer-projecten41Knelpunteninventarisatie energiecoöperaties, mei 2024, Klimaatstichting HIER.42Lokale daadkracht versterkt, mei 2024, Nationaal Klimaat Platform.43Motie van het lid Thijssen, Kamerstuk 36 532, nr. 9.44Zie Vind je Vakbedrijf (centraalregistertechniek.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146415 Depositie en brandveiligheidAls gevolg van branden waar zon-PV bij betrokken kan zijn, kan hetgebeuren dat zonnepanelendeeltjes in de omgeving terecht komen. Naaraanleiding van de motie van de leden Romke de Jong en Rahimi, de motievan de leden Beckerman, Peter de Groot en Boulakjar en de oproep vangemeenten, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten is in samenwerkingmet de VNG en de Minister van VRO de opdracht gegeven aan het NIPVom een handelingskader op te stellen voor medeoverheden voor denafase van branden met depositie van resten van zonnepanelen.45 46 Dit iseen eerste stap in het beperken van de risico’s bij het opruimen vandepositie van zon-PV, zoals het voorgestelde garantstellingfonds door deleden Jong en Rahimi. Deze zomer zal het rapport worden opgeleverd,waarna het kabinet de Kamer zal informeren.Tevens is in 2023, in opdracht van het Ministerie van KGG, een onderzoekuitgevoerd door TNO, NIPV, en het NEN naar de oorzaken van brand metzon-PV op gebouwen. In dit onderzoek is er onder andere een landelijkedatabase opgezet door NIPV waarin gebouwbranden met zon-PV werdengemonitord. Uit deze gegevens blijkt dat van de 10.000 gebouwbrandentussen 2022 en 2023 er 152 plaatsvonden in gebouwen met zon-PV, watongeveer 1% van het totaal aantal gebouwbranden uitmaakt. Volgens hetCBS waren in 2023 namelijk totaal 2.807.590 zon-PV installaties opgebouwen gerealiseerd in Nederland. Het onderzoek geeft aan dat deoorzaak van de brand even vaak wel, als niet, in de zon-PV-installatieontstaat. Op basis van de verzamelde data kunnen beperkt conclusiesworden getrokken, mede omdat branden met zon-PV niet vaakvoorkomen. Om die reden wil het kabinet verder inzetten op monitoring.Hiermee geeft het kabinet invulling aan de toezeggingen om de Kamer teinformeren over de resultaten van het onderzoek naar de oorzaken vanbrand met zon-PV op gebouwen.47VerzekerbaarheidHet NP RES ontvangt signalen dat verzekerbaarheid een uitdaging blijft bijsommige zon-PV projecten. Dit komt met name voor bij grote bedrijfs-daken en in specifieke gevallen. Keuringen, zoals de Scope 12, verhogende (brand)veiligheid en kwaliteit van zon-PV installaties en daarmee ookde verzekerbaarheid, maar resulteren ook in verhoogde kosten voorontwikkelaars. Op dit moment is het kabinet in gesprek met de sector, NPRES en het Verbond van Verzekeraars over bestaande belemmeringen enwordt in gezamenlijkheid eventuele vervolgacties geïnventariseerd. Hetvoortzetten van de monitoring van gebouwbranden met zon-PV vormthier ook een belangrijk onderdeel van. Hiermee geef ik opvolging aan deeerder benoemde motie van de leden Jong en Rahimi.7. Tot slot Een verantwoorde groei van zon-PV is van belang voor de ontwikkelingvan een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem. De balanstussen vraag en aanbod van elektriciteit in tijd en locatie wordt hierbijsteeds belangrijker. De betrokkenheid van overheden, bedrijven enburgers is hierbij van groot belang. Daarom zet het kabinet op acties omzon-PV door te laten groeien als onderdeel van de decentrale ontwikke-45Motie van de leden Romke de Jong en Rahimi, Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 44.46Motie van de leden Beckerman, Peter de Groot en Boulakjar, Kamerstuk 28 325, nr. 250.47TZ202310-144 en TZ202306-193Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146416 lingen in het huidige en toekomstige energiesysteem. Het kabinetinformeert de Kamer dit jaar over de decentrale doorontwikkeling van hetenergiesysteem, met aandacht voor de groei van zon-PV.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d63e56eab5523f23

14 okt 2026 · 0d5c191f66fd2df3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.