KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het WODC-rapport 'Doendenken: evaluatie van de kwaliteitseis doenvermogen van het Beleidskompas’

19 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0d9fa80ac8f51814 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2026Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2026Het is van groot belang dat wetten uitvoerbaar zijn voor mensen en in depraktijk werken zoals beoogd.1 Dit is een speerpunt van het kabinet.2 Omte zorgen dat beleid aansluit bij wat redelijkerwijs van mensen kanworden verwacht, is de zogeheten «kwaliteitseis doenvermogen»opgenomen in het Beleidskompas. De werking van deze kwaliteitseis isgeëvalueerd en de resultaten hiervan staan in het rapport «Doendenken:Evaluatie van de Kwaliteitseis Doenvermogen van het Beleidskompas» datop 19 september jl. is aangeboden aan uw Kamer.3Met deze brief reageer ik namens het kabinet op dit onderzoeksrapport.Deze kabinetsreactie gaat kort in op de aanleiding van de evaluatie.Vervolgens komen de uitkomsten uit het rapport aan bod, gevolgd doorde appreciatie van de aanbevelingen van de onderzoekers.Aanleiding evaluatieSinds 2017 zijn belangrijke stappen gezet om de doenlijkheid van beleiden uitvoering beter mee te wegen in de beleidsontwikkeling op basis vande toets en het begrippenkader van de Wetenschappelijke Raad voor hetRegeringsbeleid (WRR)4, 5, 6. Zo is de kwaliteitseis doenvermogenopgenomen in beleids- en wetgevingsprocessen zoals het Beleidskompas,de uitvoeringstoets, de invoeringstoets en de Schrijfwijzer memorie vantoelichting. Er zijn trainingen verzorgd en er is kennis uitgewisseld. Ook iser aandacht voor doenvermogen in de rijksbrede wetgevingstoetsing en1Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 471, nr. 96.2Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 31.3Kamerstukken II 2025/26, 36 800 VI, nr. 8 en Kamerstukken I 2025/26, 31 731, W.4Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29 362, nr. 308.5Kamerstukken II 2022/23, 31 066, nr. 11356Kamerstukken II 2023/24, 29 362, nr. 361 kst-36800-VI-145ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1451 in het beoordelingskader van de Afdeling advisering van de Raad vanState. Tegelijkertijd stelde de Staatscommissie Rechtsstaat eerder dat eencultuurverandering noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat er structureelaandacht is voor de doenlijkheid van een regeling voor burgers7. Alledepartementen zijn daar op hun eigen beleidsterrein verantwoordelijkvoor.Om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre de kwaliteitseis doenver-mogen wordt toegepast zoals beoogd, heeft de toenmalige Minister voorRechtsbescherming het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum(WODC) gevraagd onderzoek hiernaar te laten doen8. Het WODC heeftonderzoeksbureau EMMA opdracht gegeven een plan-, proces-, endoelbereikingsevaluatie uit te voeren. Oftewel, wat was het beoogde planbij de introductie van de kwaliteitseis, hoe is dit ingebed in de werkwijzen,en wordt dat doel bereikt? De planevaluatie is uitgevoerd op basis vandocumentenonderzoek en de proces- en doelbereikingsevaluatie zijngebaseerd op 33 interviews met Rijksambtenaren. Doel van de evaluatiewas om in kaart te brengen hoe we de kwaliteitseis doenvermogen verderkunnen ontwikkelen en verbeteren.Vrijwel gelijktijdig heeft de WRR de verkenning «Tien jaar na «Met kennisvan gedrag beleid maken» Hoe nu verder?» uitgebracht (20 augustus2025). Deze verkenning gaat ook in op de toepassing van de kwaliteitseisdoenvermogen.Uitkomsten evaluatieDe onderzoekers constateren in het WODC-rapport dat departementen enuitvoeringsorganisaties heel wisselend omgaan met het rekening houdenmet doenvermogen. Het rapport beschrijft dat de inbedding van doenver-mogen in de werkprocessen binnen overheidsorganisaties sterk verschilt.Sommige hebben een eigen werkwijze voor de doenvermogentoetsontwikkeld, terwijl andere dat niet hebben gedaan. Over het algemeenworden de werkprocessen rond het toepassen van doenvermogengekenmerkt door hun vrije karakter. Beleidsmedewerkers hebben veelvrijheid om te bepalen of en wanneer ze gebruik willen maken van deaanwezige expertise op doenvermogen, zoals gedragsadviseurs enontwerpers. In het WODC-rapport is sprake van veel vrijblijvendheid overde werkprocessen en hoe de departementen hiermee omgaan. De WRRbenadrukt in zijn verkenning dat het betrekken van deskundigheid overwat burgers weten, willen, kunnen en ervaren voorbij de vrijblijvendheidmoet gaan.Uit het evaluatierapport van het WODC blijkt dat er nog te winnen is ophet meewegen van doenvermogen en gedragskennis in de beleidsvoorbe-reiding. De aandacht daarvoor kan verminderen bij beleidstrajecten metgrote politieke druk of tijdsdruk. Bij trajecten met voldoende tijd en ruimtewordt kennis uit de praktijk, over menselijk gedrag en doenlijkheid juistwel betrokken bij de beleidsvorming. Het woord «doenvermogentoets»wekt soms verwarring over de vraag wanneer er aandacht moet wordenbesteed aan doenvermogen. De onderzoekers stellen dat de term«doenvermogentoets» in dat opzicht misleidend te noemen is. De term«toets» lijkt te duiden op een controle achteraf, in plaats van op eenanalyse vooraf als onderdeel van de beleidsanalyse.Als laatste stellen de onderzoekers dat het ontbreken van een formeleverantwoordingsstructuur het geven van een eigen interpretatie aan de7Kamerstukken II 2023/2024, 29 279, nr. 869 en Kamerstukken I 2023/24, 29 279, Y8Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VI, nr. 26Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1452 kwaliteitseis doenvermogen in de hand werkt. Dit is in lijn met deconclusie uit de voornoemde WRR-verkenning. Daarin wordt gesteld dathet wenselijk is om meer dwingende kaders te implementeren, zodatinzichten over doenvermogen en menselijk gedrag via de officiëleprocesgang van ambtelijke stukken een standaard onderdeel wordt bij deontwikkeling van beleid, wet- en regelgeving.Reactie op de aanbevelingenIk ben de onderzoekers erkentelijk voor het onderzoek dat zij hebbenuitgevoerd en de aanbevelingen die zij hebben geformuleerd. Hieronderworden de vier aanbevelingen uit het WODC-rapport kort toegelicht enwordt de opvolging daarvan beschreven.Aanbeveling over sturing op de toepassing van de kwaliteitseisdoenvermogenDe onderzoekers bevelen aan om meer te sturen op het rekening houdenmet doenlijkheid van beleid. Dit vraagt allereerst om een einddoel en plan.Onderzoekers concluderen dat deze onvoldoende scherp zijn.In de Agendabrief wetgevingskwaliteit van juni 2025 kondigde het kabinetversterkte aandacht voor de kwaliteitseis doenvermogen aan.9 Het kabinetvindt dat gedragskennis en doenlijkheid voor burgers en ondernemerssystematisch moet worden meewogen in de beleidscyclus, van voorbe-reiding tot evaluatie. Daarom zal het kabinet bij voorgenomen beleidexpliciet nagaan hoe doenlijkheid is meegewogen. Eerder is gezorgd voorinbedding in rijksbrede werkprocessen (zoals o.a. Beleidskompas,uitvoeringstoets en Schrijfwijzer memorie van toelichting). Nu zet hetkabinet in op implementatie in organisatiespecifieke cultuur en werkpro-cessen. Daardoor wordt de toepassing van de kwaliteitseis doenvermogenbeter ingebed en minder vrijblijvend.Afgesproken is dat alle ministeries een eigen strategie maken om hetmeewegen van gedragskennis en doenvermogen te verankeren in huneigen organisatie. Daarin trekken zij op met publieke dienstverleners entoezichthouders, waarvan een aantal zelf ook een eigen strategie maakt.Het einddoel is dat gedragskennis en doenvermogen over vijf jaarsystematisch worden meegewogen bij de ontwikkeling van beleid,uitvoering en toezicht. Daarmee wordt dat de standaard, tezamen met hetmeewegen van juridische en economische kennis in de beleidsvorming.Het rijksbrede Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL),ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, zalde uitwerking van die strategieën faciliteren. Deze strategieën bevatten devolgende bouwstenen:–opleiding (o.a. basiskennis over doenvermogen en menselijk gedrag)–inbedding in werkwijzen (o.a. startnotitie, uitvoeringstoets, evaluaties)–ondersteuning (o.a. handreikingen)–organisatie-inrichting (o.a. capaciteit gedragsadviseurs en ontwerpers,samenwerking beleid-uitvoering-toezicht, voldoende ruimte)–sturing (o.a. door leidinggevenden)–communicatie (o.a. motiverende voorbeelden)Bij het verder verankeren van gedragskennis en doenvermogen binnen dedepartementen wordt gelet op samenloop met gerelateerde trajecten,zoals de kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit, de doorontwikkelingvan het ambtelijk vakmanschap en het versterken van aandacht voor9Zie actiepunt 1g in Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 151.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1453 uitvoerbaarheid.10 Het instrument Beleidskompas, als de centrale maniervan beleid ontwikkelen binnen de kerndepartementen, stimuleert dat allebelanghebbenden vroegtijdig betrokken worden. Met de inbedding van dekwaliteitseis doenvermogen in het Beleidskompas gaat het daarbij ook omde uitwerking van beleid op burgers en ondernemers. Het is de bedoelingdat vanaf de ideevorming wordt meegewogen of de inrichting van beleidaansluit bij hun gedrag en doenvermogen. Want als de doelgroepenbeleid niet kunnen of gaan uitvoeren, dan zullen de doelstellingen van datbeleid ook niet worden behaald. In de Kamerbrief van 14 februari 2025heeft mijn ambtsvoorganger aangekondigd dat het kabinet de komendejaren het Beleidskompas, waarin de kwaliteitseis doenvermogen isopgenomen, verder implementeert.11Aanbevelingen over de gebruikte terminologieTwee aanbevelingen van de onderzoekers zien op de gebruikte termino-logie. Zij adviseren om onderscheid te maken tussen een doenvermogen-analyse en een doenvermogentoets, alsook om de doenlijkheid van beleidlos te koppelen van de term doenvermogen.Het kabinet is van mening dat de grootste meerwaarde van een doenver-mogentoets wordt bereikt in de beleidsvoorbereidende fase, voordat eenbeleidsinstrument is gekozen en ingericht. Omdat dan gedragsonderzoekof gedragsinzichten goed kunnen worden betrokken. In deze analysefaseheeft het departement het voortouw en kan het departement de publiekedienstverleners of toezichthouders vragen om bij te dragen aan inzichtenover het doenvermogen. Daarbij gaat het niet enkel om het doenver-mogen van de betrokken doelgroepen, maar ook om de doenlijkeinrichting van het beleid, uitvoering en toezicht in het algemeen. Naast hetdoenlijk inrichten van beleid is het van belang om oordelen en onderbou-wingen van die doenlijkheid expliciet te maken, zoals in de uitvoerings-toets.De terminologie doenvermogentoets raakt steeds beter ingebed inambtelijke werkprocessen. Een nieuw woordgebruik zal naar deovertuiging van het kabinet niet bijdragen aan een verbeterde toepassingvan de kwaliteitseis. Ook andere toetsen vinden plaats in de analyse-fase,zoals de generatietoets. Extra ambtelijke inzet op implementatie (ziehierboven) door binnen de ministeries en met publieke dienstverleners entoezichthouders gesprekken te voeren over de verantwoordelijkheidsver-deling, inbedding in werkwijzen en toepassing, zal dat wel doen.Aanbeveling over het ontwikkelen van een maatstaf voor doenlijk beleidDe onderzoekers stellen voor om een criterium of maatstaf te ontwikkelenom doenlijkheid van beleid te kunnen beoordelen. Als duidelijk wordt wat«voldoende doenlijk» is, kan worden afgestapt van «zo doenlijk mogelijk».De mate waarin de doenlijkheid van beleid in het beleidsproces wordtmeegewogen is uiteindelijk een politieke afweging. Om die afweging tekunnen maken is het nodig om niet alleen de doenlijkheid expliciet entransparant naar voren te brengen in beleidsbrieven of een memorie vantoelichting bij wetgeving, maar ook de onderbouwing daarvan. Het zouhelpen als er een algemene maatstaf zou zijn om te vatten hoe doenlijkspecifiek beleid is. Hiertoe zijn pogingen ondernomen, die zoals deonderzoekers concluderen vrij algemeen zijn. De reden hiervoor is dediversiteit tussen burgers en ondernemers, alsook tussen de verschillende10Kamerstukken I 2025/26, 31 731, AC.11Kamerstukken II 2024/25, 29 362, nr. 372.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1454 beleidsdomeinen. Beleid maken vraagt maatwerk en ambtelijk vakman-schap. Er is niet één manier die altijd werkt. Het is een bewuste keuze omin te zetten op zo doenlijk mogelijke regelgeving, zodat ook mensen meteen minder doenvermogen niet in de problemen komen. Een goedresultaat zal worden bereikt door te sturen op vooraf empirisch toetsen ofde mensen die het voorgenomen beleid aangaat dat daadwerkelijkkunnen en gaan doen.Op de website www.doenvermogentoets.nl heb ik een algemeenhandelingsperspectief, voorbeelden en de meest voorkomendeknelpunten en oplossingen in het kader van het doenvermogen geplaatst.Tot slotBeleid moet niet aan de tekentafel bedacht worden, maar ingerichtworden op basis van kennis over menselijk gedrag en hun situatie.Immers, als beleid niet aansluit bij de praktijk van burgers en onder-nemers, of als zij onverhoopt niet in staat zijn om beleid goed uit tevoeren, zullen beleidsdoelen niet worden bereikt of onwenselijkeneveneffecten optreden. De samenleving is dan ook gebaat bij eenzorgvuldige toepassing van de kwaliteitseis doenvermogen bij debeleidsvoorbereiding. Om de kwaliteit van beleid en wetgeving teverbeteren is het van belang dat beleidsmedewerkers hiervoor goedworden toegerust.Het kabinet kiest voor een aanpak waarin de departementen, publiekedienstverleners en toezichthouders samen werken aan de verdereverankering van de kwaliteitseis doenvermogen en gedragskennis in hunorganisaties en werkwijze. Deze nieuwe manier van beleid maken is eencultuurverandering die tijd kost. Hierover blijven wij graag met uw Kamerin gesprek om samen de inzet hiervan te stimuleren.12BIN NL monitort de voortgang van het opstellen van de departementalestrategieën. Samen met de Minister van Economische Zaken en Klimaatzal ik uw Kamer daarover informeren in Q1 2027, en in Q4 2028 evaluerenwe de voortgang van de implementatie. Ik bezie na de evaluatie inhoeverre verdere acties nodig zijn om de vrijblijvendheid van detoepassing van de kwaliteitseis doenvermogen te verminderen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen12De handreiking «Werken aan Wetten: Praktische handreiking wetgevingskwaliteit voorKamerleden» (2e editie, november 2025) bevat handvatten over de kwaliteitseis doenver-mogen die leden van de Tweede Kamer kunnen gebruiken bij hun taak, zie pagina’s 36 en88–89.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1455

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8cca01e11e55596f

14 okt 2026 · 8474e2138438ea3f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.