KamerkringInloggen
Kamerbrief

Perspectief Lelylijn

2 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e0c3d4751a477f21 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 67 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 september 2025In de afgelopen debatten1 hebben we het veel over de Lelylijn gehad. Datis ook goed want de Lelylijn is een belangrijk en omvangrijk project. Het isniet voor niets dat bij de start van het kabinet in het hoofdlijnenakkoord enregeerprogramma afgesproken is om op deze lijn stappen te zetten.Binnen de bestaande financiële mogelijkheden zet ik mij in om dit projectverder te brengen – en dat begint met goed overleg met de regionalepartners.Voor mijn eerste werkbezoek als Staatssecretaris van openbaar vervoer enmilieu ben ik dan ook naar Fryslân en Groningen gegaan en heb ikgesproken met de drie Commissarissen van de Koning van deze tweeprovincies en Drenthe, de gedeputeerde mobiliteit Fryslân en de burge-meester en wethouder mobiliteit van Leeuwarden. Ik heb dat bewustgedaan omdat het noorden de aandacht moet krijgen die het verdient. Inhet noorden is het Voorjaarsnotabesluit over de Lelylijn, de schuif naar deNedersaksenlijn en andere projecten, heel zwaar gevallen. Dat begrijp ikgoed. Ik heb in de gesprekken en in de Kamerdebatten ook aangegevendat deze besluitvorming en de schuif geen schoonheidsprijs verdient.De gesprekken met de regio waren voor mij een belangrijk moment om teluisteren naar de zorgen en verwachtingen. Als bewindspersoon binnendit demissionaire kabinet voel ik de verantwoordelijkheid om daarperspectief tegenover te zetten. Met deze brief hoop ik dat perspectief tebieden en beschouw ik mijn toezegging hierover, gedaan tijdens hetwetgevingsoverleg IenW van 26 juni, als afgedaan.1Wetgevingsoverleg begrotingsstaten IenW van 26 juni en Commissiedebat MIRT van 2 juli kst-36600-A-67ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 671 RealismeIk wil in dat perspectief wel realistisch zijn. We hebben deMIRT-systematiek, waarbij het noodzakelijk is om zicht te hebben opminimaal 75% financiering om een stap naar een MIRT-verkenning tekunnen zetten. Dat zou betekenen dat we ruim 10 miljard euro voor deLelylijn moeten vinden. Het beste is om voor de start van de verkenningzicht te hebben op de volledige € 14,5 miljard die nu ingeschat is en dejaarlijkse onderhoudskosten van € 200–450 miljoen. In deze demissionairefase zijn de financiële ruimte en besluitvorming beperkt. Desalnietteminwil ik mij binnen de (financiële) mogelijkheden blijven inzetten omperspectief te bieden waar dat mogelijk is. Het demissionaire kabinet wilwel vasthouden aan de 75% financiering voor MIRT-verkenningen, omdatde spelregel het Mobiliteitsfonds ook beheerst houdt. Bij één afwijkingvolgen er meer. Daarnaast bied je met het starten van deMIRT-verkenning, zonder dat er zicht is op realisatiebudget, valse hoop.De resultaten van een MIRT-verkenning zijn beperkt houdbaar. Ik denkdaarom niet dat het helpt in het vertrouwen van de overheid dat we hetonderzoek doen, zonder dat er meer zekerheid is over realisatie.PerspectiefHoe ziet het perspectief voor de Lelylijn er dan uit? Er wordt gewerkt aaneen masterplan Lelylijn. Daarin wordt gekeken naar twee zaken: inhoude-lijke uitzoekvragen, onder andere over de inpassing in Heerenveen enGroningen, maar ook een financieel masterplan. Het doel van ditfinanciële masterplan is om voldoende (beslis)informatie te verzamelendan wel te genereren die nodig is om het project Lelylijn de stap te latenmaken naar de volgende fase. Daarvoor wordt in ieder geval zichtgeboden op realistische mogelijkheden voor de bekostiging en finan-ciering van de Lelylijn, als ook de kansrijkheid daarvan. Hierdoor moet ervoldoende vertrouwen komen op het halen van de minimaal 75%financieringseis die nodig is om een MIRT-verkenning te starten voor deLelylijn.Lelylijn-gezantOver dit financieel masterplan heb ik gesproken met de gedeputeerdemobiliteit in Fryslân, Matthijs de Vries. Hij kwam met het voorstel om, inhet verlengde van het financieel masterplan, een gezaghebbend persoonals adviseur te vragen. Deze persoon geeft advies over hoe een dergelijkgroot project als de Lelylijn perspectief kan krijgen. Daarbij gaat het omeen vrij brede opdracht: bijvoorbeeld door te kijken naar andere vormenvan financiering. Of om te zien of faseren van de aanleg mogelijk is, doorbijvoorbeeld nu een eerste stuk aan te leggen. In de stuurgroep Lelylijn isvoor deze persoon vervolgens – op voordracht van de regio – eenprofielschets opgesteld.Van de Lelylijn-gezant wordt gevraagd:–Statuur om boven de partijen te kunnen staan,–Kennis van financiering en bekostiging van grote projecten,–Kennis van- of affiniteit met infrastructuur of gebiedsontwikkeling,–Kennis van (financiële) overheidsprocessen.De hoofdvragen waar de gezant naar gaat kijken zijn:–Hoe kan zicht komen op een realistische bekostiging/financiering voorde Lelylijn en de kosten daaraan. Welke constructies passen daarbij?–In hoeverre is de MIRT-systematiek geschikt voor projecten van meerdan € 10 miljard? In hoeverre passen dergelijke projecten binnen hetMobiliteitsfonds of is een andere fondsstructuur realistischer?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 672 –Welke rol kunnen bouwfaseringen hebben?–Welke rol spelen bijkomende kosten als (1) onderhouds- en exploitatie-kosten; (2) het doorrijden van de treinen van Lelystad naar Amsterdamen eventueel van Groningen naar de Duitse grens; (3) de aanvullendekosten (onrendabele toppen) die worden gemaakt om grootschaligewoningbouw langs de lijn mogelijk te maken, door bijvoorbeeldgrondsanering of verplaatsing van bestaande bedrijven(terreinen).Het advies in relatie tot de eerste fase van het masterplan moet in heteerste kwartaal van 2026 gereed zijn. Rijk en regio zijn voornemens injanuari of februari een Lelylijnconferentie te organiseren, waar deresultaten vanuit het masterplan tot dan toe worden besproken. Demogelijke punten die uit deze conferentie komen, worden meegenomenvoor een eindversie die eind Q1 2026 wordt opgeleverd. Dit zal een advieszijn aan een volgend kabinet, aangezien dergelijke bedragen in demissio-naire status niet aan de orde zijn.In de zomerperiode is intensief gezocht naar iemand die deze rol goed kanvervullen. In de zomer is er door de regionale partners – in samenspraakmet de stuurgroep Lelylijn en het Ministerie van IenW – contact gezochtmet de heer Klaas Knot (voormalig president van De NederlandscheBank). De heer Knot heeft aangegeven de rol van Lelylijn-gezant graag tewillen vervullen. Met de heer Knot wordt de komende weken besprokenhoe hij invulling wil geven aan deze rol. Ik ben blij dat de heer Knot dezebelangrijke taak op zich wil nemen en zie uit naar zijn advies.Met deze brief beschouw ik mijn toezegging gedaan tijdens het commis-siedebat MIRT van 2 juli als afgedaan2.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen2TZ202507-066Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 673

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 358db6f62ec71b44

14 okt 2026 · a24b1bac3888e3e0

13 okt 2026 · cf6822c421c93487

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.