KamerkringInloggen
Kamerstuk

Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport

18 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 77249d133b3c1f6d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 577Wijziging van de Wet hersteloperatie toeslagenen van de Wet aanvullende regelingenhersteloperatie toeslagen, houdendeaanpassingen in de hersteloperatie toeslagenvan bepaalde termijnen, van de peildatum voorbrede ondersteuning voor gedupeerden in hetbuitenland en van de nabestaandenregeling (Wetaanpassing termijnen en nabestaandenregelinghersteloperatie toeslagen)Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADERRAPPORT1 Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State d.d. 1 mei 2024 en het nader rapport d.d. 14 juni 2024,aangeboden aan de Koning door de Staatssecretaris van Financiën. Hetadvies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursiefafgedrukt.Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 12 maart2024, no. 2024000638, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling adviseringvan de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel vanwet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 1 mei2024, nr. W06.24.00053/III, bied ik U hierbij aan.Naar aanleiding van het advies, dat hieronder cursief is opgenomen, merkik het volgende op.Bij Kabinetsmissive van 12 maart 2024, no. 2024000638, heeft UweMajesteit, op voordracht van de Staatssecretaris Toeslagen en Douane, bijde Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangiggemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet hersteloperatietoeslagen en van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatietoeslagen, houdende aanpassingen in de hersteloperatie toeslagen vanbepaalde termijnen, van de peildatum voor brede ondersteuning voorgedupeerden in het buitenland en van de nabestaandenregeling (Wetaanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatietoeslagen), met memorie van toelichting.Het voorstel regelt een verlenging van een aantal beslistermijnen opaanvragen en bezwaren bij de hersteloperatie toeslagen, inclusief1De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoalsvoorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij hetCentraal Informatiepunt Tweede Kamer kst-36577-4ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 41 overgangsrecht. Daarnaast bevat het voorstel een verlenging van deindieningstermijn voor bezwaren (bezwaartermijn), inclusief overgangs-recht. Verder bevat het voorstel onder meer aanpassingen in dezogenoemde nabestaandenregeling.De Afdeling advisering van de Raad van State begrijpt dat met hetvoorstel maatregelen worden voorgesteld om de impasse te doorbrekendie in de praktijk van afhandeling van aanvragen en bezwaren bij dehersteloperatie is ontstaan. Dat de termijnen worden verlengd valt opzichzelf goed te volgen, maar de voorgestelde verlenging is juridischkwetsbaar en leidt ook niet tot een versnelling van het proces.De juridische risico’s van de gekozen oplossing zien op de redelijketermijn in bezwaar- en beroepsprocedures in het licht van artikel 17 van deGrondwet en artikel 6 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechtenvan de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Voorkomen moetworden dat in het licht van deze risico’s een nieuwe impasse ontstaat.Daar is niemand mee geholpen.Daarom adviseert de Afdeling vooral in te zetten op maatregelen die hetproces van afhandeling van aanvragen en bezwaren versnellen. Indien ditniet mogelijk is, adviseert zij dragend te motiveren waarom dit niet kan.In verband met deze opmerkingen dient het wetsvoorstel deels te wordenheroverwogen.Het aantal gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag is telkensgroter gebleken dan op voorhand ingeschat, hetgeen tot gevolg heeft dathet op dit moment niet (meer) lukt om tijdig te besluiten op de integralebeoordeling, de aanvraag voor aanvullende compensatie of aanvraagvoor aanvullende OG/S-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en deafhandeling van bezwaren op de uitkomst van de eerste toets, de integralebeoordeling of de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade. Ditleidt tot een dilemma, omdat het collectief de nadelen ondervindt vangoed te begrijpen individuele acties die op grote schaal voorkomen. Bijsommige onderdelen van de hersteloperatie voelen mensen zichgedwongen om naar de rechter te stappen om een beslissing af tedwingen waardoor dat mensen die dat niet doen daardoor (nog) langermoeten wachten. Doordat veel aanvragers bij niet tijdig beslissen door deDienst Toeslagen een beslissing bij de rechter afdwingen, is de DienstToeslagen veel tijd kwijt aan andere werkzaamheden dan het bieden vanherstel. Daarnaast beperkt het de capaciteit die nodig is om aanvragen ofbezwaren af te handelen waar sprake is van een beroep niet tijdigbeslissen, de mogelijkheden om de mensen die het langst wachten of diedat het meest nodig hebben, het eerst te helpen.Het kabinet heeft heel veel maatregelen ingezet om de hersteloperatie teverbeteren en te versnellen en blijft daarop op inzetten. Deze maatregelenzijn ook uiteengezet in de memorie van toelichting. De realiteit is dat dieer helaas niet toe leiden dat de komende tijd de beslistermijnen gehaaldworden. Het doel van het kabinet met het onderhavige voorstel van wet isom met het verlengen van bepaalde beslistermijnen de bovengenoemdeimpasse te doorbreken en te voorkomen dat ouders zich gedwongenvoelen om naar de rechter te stappen om aan de beurt te komen.Bovendien is de inzet van het kabinet dat de capaciteit van de DienstToeslagen er zoveel mogelijk op gericht is om zo snel mogelijk herstel tebieden. Voorkomen moet echter worden dat het verlengen van beslister-mijnen vanwege juridische risico’s tot nieuwe problemen leidt. Hetonderhavige advies heeft het kabinet ertoe doen besluiten het voorstel teheroverwegen en op enkele punten aan te passen. Het kabinet ziet gezienTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 42 de juridische risico’s die het met zich meebrengt af van de voorgenomenverlenging van de termijnen voor het beslissen op bezwaar en hetaanpassen van reeds lopende beslistermijnen. Dat wil overigens helaasniet zeggen dat deze termijnen door deze aanpassing van het voorstel welgehaald zullen kunnen worden.1. Het voorstel Het wetsvoorstel strekt tot verlenging van een aantal wettelijke beslister-mijnen op aanvragen en bezwaren bij de hersteloperatie toeslagen. Ditnaar aanleiding van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad van State (ABRvS).2 De ABRvS heeft aan de wetgever terugge-koppeld dat het niet de taak van de bestuursrechter is om de problemenop te lossen met het halen van de termijnen die reeds voorzien waren bijde inwerkingtreding van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het isaan de wetgever om desgewenst alsnog te voorzien in een wettelijkeregeling of een andere voorziening of oplossing. Met dit wetsvoorstelwordt in een wettelijke regeling voorzien om te komen tot termijnen dievolgens de regering realistisch en uitvoerbaar zijn. Verder wordt voorzienin een verlenging van de wettelijke bezwaartermijn. De beslistermijnen opaanvragen worden verdubbeld van nu zes tot twaalf maanden naar twaalftot vierentwintig maanden en de Awb-beslistermijnen op bezwaar van nuzes tot achttien weken worden verlengd naar beslistermijnen van twaalftot dertig maanden.Daarnaast bevat het wetsvoorstel aanpassingen van de zogenoemdenabestaandenregeling.3 Deze regeling is in de Wet aanvullende herstel-maatregelen hersteloperatie toeslagen opgenomen, maar nog niet inwerking getreden. Dit mede als gevolg van een bij die wet aangenomenamendement Leijten4 dat deze regeling ingrijpend heeft gewijzigd. Degewijzigde regeling blijkt als zodanig niet uitvoerbaar.5 Met ditwetsvoorstel worden aanpassingen in de nabestaandenregeling aange-bracht waarmee de regeling uitvoerbaar zou moeten zijn en waarmeezoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de bedoeling van hetamendement.Ook bevat het wetsvoorstel een verruiming van de termijnen om inaanmerking te komen voor brede ondersteuning in het buitenland en vooraanvullende compensatie voor werkelijke schade. Tevens worden ertechnische en redactionele wijzigingen aangebracht.2. Algemeen De hersteloperatie toeslagen heeft tot doel het leed ten gevolge van deproblemen met de kinderopvangtoeslag te erkennen, herstel te bieden engedupeerden te compenseren voor de hardheid die de wet en praktijkkenden. Kenmerkend voor de hersteloperatie is dat de praktijk steeds2Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3208en ECLI:NL:RVS:2023:3209.3Dit is een regeling waarbij een nabestaande van een overleden aanvrager van kinderopvang-toeslag de herstelmaatregelen wordt geboden waarop de overledene bij leven aanspraak hadkunnen maken.4Kamerstukken II 2022/23, 36 352, nr. 19.5Vanwege het niet kunnen samenvoegen van de onderdelen in de nabestaandenregeling in ééngesprek. Er is uiteenlopende specifieke expertise benodigd en onderdelen volgen elkaar logischop. De wettelijke bezwaartermijn op de integrale beoordeling dient te zijn verlopen voordat eenbeslissing kan worden genomen over de werkelijke schade. De uitvoering van overnameprivate schulden en/of kwijtschelding van publieke schulden ligt bij een derde partij en valt nietonder verantwoordelijkheid van UHT. Uitvoeringstoets aanpassing van de regeling voornabestaanden van overleden gedupeerden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 43 omvangrijker, diverser en ingewikkelder is dan gedacht. Ten opzichte vanhet begin van de hersteloperatie is de omvang en het karakter van dehersteloperatie veranderd. Oorspronkelijk ging het om regelingen gerichtop financieel herstel. Ondertussen wordt er ook ingezet op brede hulp enemotioneel herstel van gedupeerden.Het aantal herstel- en compensatieregelingen is fors uitgebreid, metregelingen voor ex-partners van gedupeerde aanvragers van kinderop-vangtoeslag, kinderen van gedupeerde aanvragers en van ex-partners,nabestaanden van overleden gedupeerde aanvragers en nabestaandenvan overleden kinderen van gedupeerde aanvragers. Ook de groeppotentieel gedupeerde aanvragers is fors gegroeid, van 9.200 aanvragerseind 2020 naar 68.376 potentieel gedupeerde aanvragers eind 2023.6 Omde regelingen uit te kunnen voeren is ook de Uitvoeringsorganisatieherstel toeslagen (UHT) flink gegroeid van 420 fte in januari 2021 naarruim 2.100 fte eind 2023.7 De verwachte totale kosten van de herstelope-ratie zijn opgelopen tot € 8 miljard.8 De arbeidsintensieve inzet die nodigis om recht te doen aan gedupeerden en hun individuele situatie levertspanning op met de wens om tijdig duidelijkheid te bieden aangedupeerden.De uitvoering van de hersteloperatie staat steeds onder grote druk. DeUHT blijkt ondanks pogingen om versnellingen aan te brengen om hetproces enigszins te kunnen beheersen niet in staat om binnen redelijketermijnen uitvoering te geven aan het grote en alsmaar groeiendetakenpakket. De Afdeling heeft bij de eerdere uitbreidingen opgemerkt dathet van belang is te komen tot een afronding van de hersteloperatie.9Ondanks de grootschalige inzet van mensen en middelen door de UHTtreden vertragingen op in de behandeling van aanvragen en bezwaren.Door gerechtelijke procedures wegens termijnoverschrijdingen ontstaanverdere vertragingen. Deze procedures hebben invloed op de behandel-volgorde van aanvragen en bezwaren. Door de gerechtelijke uitspraken indeze procedures krijgen de betreffende gevallen10 eerder een beschikkingdan de gevallen waarin niet een gerechtelijke procedure wordt gestart. Ditkan volgens de toelichting leiden tot een prikkel om ook te procederenwegens termijnoverschrijding, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Hetreguliere proces komt steeds verder onder druk te staan met oplopendewachttijden en onzekerheid over de termijn van afhandeling vanaanvragen en bezwaren. Er waren op 31 december 2023 7.103openstaande bezwaren. In 2023 zijn er 5.557 beroepen wegens niet tijdigbeslissen ingediend.116Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen periode september – december 2023,Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1341, blg-1128033, p.6 en memorie van toelichting,paragraaf 1.4, onderdeel 1.7Memorie van toelichting, hoofdstuk 1.8Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen periode september – december 2023,Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1341, blg-1128033, p. 40. In de Voorjaarsnota 2024 isbesloten voor de hersteloperatie toeslagen meer geld vrij te maken, in aanvulling op hetbudget van € 7,2 miljard een bedrag van € 0,4 miljard in 2024 en € 0,9 miljard in 2025.Voorjaarsnota 2024, Kamerstukken II 2023/24, 36 550, nr. 1.9Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 12 april 2023 over de Wetaanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen (W06.23.00046/III), Kamerstukken II, 2022/23,36 352, nr. 4.10Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 12 april 2023 over de Wetaanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen (W06.23.00046/III), Kamerstukken II, 2022/23,36 352, nr. 4.11Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen periode september – december 2023,Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1341, blg-1128033.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 44 Ook de bestuursrechter ondervindt hiervan de gevolgen. Hij wordtoverspoeld met procedures wegens termijnoverschrijdingen en degrenzen van wat de bestuursrechter op dit terrein aankan, zijn bereikt. Alsgevolg hiervan lopen de doorlooptijden verder op en bestaat het risico datook de rechter niet binnen de wettelijke termijn uitspraak kan doen.Volgens de ABRvS is de wetgever aan zet om de overschrijding vantermijnen te verhelpen. In de uitspraak van 23 augustus 202312 isoverwogen dat op het moment van de inwerkingtreding van de Wht alduidelijk was dat de daarin genoemde termijnen niet zouden wordengehaald, maar dat de wetgever desondanks die termijnen niet heeft willenaanpassen. Het is aan de wetgever om desgewenst alsnog te voorzien ineen wettelijke regeling of een andere voorziening of oplossing.13Gelet op het vorenstaande begrijpt de Afdeling dat met het voorliggendevoorstel maatregelen worden voorgesteld om de impasse te doorbrekendie in de wisselwerking tussen wetgever, uitvoering en rechter is ontstaanen waarvoor de oplossing in wetgeving wordt gezocht. De wetgever is nade uitspraak van de ABRvS aan zet om de voorwaarden voor deuitvoering van de hersteloperatie zo aan te passen dat deze niet alleenrecht doen aan de gerechtvaardigde verwachtingen en belangen vangedupeerden, maar ook voor de uitvoering realistisch zijn en het mogelijkmaken om daadwerkelijk tot een afronding van de hersteloperatie tekunnen komen. Daarom is het bovenal van belang dat ook de uitvoeringblijft inzetten op versnelling van en verbeterslagen in het proces vanafhandeling van aanvragen en bezwaren.Onrealistische verwachtingen en beloftes leiden uiteindelijk tot desillusieen wantrouwen, ook als zij met de beste bedoelingen zijn uitgesproken.14Gelet hierop begrijpt de Afdeling de in het wetsvoorstel gemaakte keuzes.De Afdeling wijst echter op de juridische risico’s verbonden aan devoorgestelde verlenging van termijnen (punt 3). Vervolgens wijst deAfdeling erop dat het verlengen van de beslistermijnen onverlet laat dathet nodig blijft om andere oplossingen te blijven onderzoeken die kunnenbijdragen aan versnelling van het proces en dat de toelichting hieronvoldoende aandacht aan besteedt (punt 4).2. Algemeen De hersteloperatie toeslagen is erop gericht om alle gedupeerden van detoeslagenproblematiek emotioneel en financieel herstel te bieden. Hetaantal gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag is telkens grotergebleken dan op voorhand ingeschat, hetgeen tot gevolg heeft dat het opdit moment in veel gevallen niet (meer) lukt om tijdig te besluiten. Dit leidter bij sommige onderdelen van de hersteloperatie toe dat mensen naar derechter moeten stappen om een beslissing af te dwingen, waardoormensen die dat niet doen (nog) langer moeten wachten. Doordat veelaanvragers of bezwaarmakers bij niet tijdig beslissen door de DienstToeslagen een tijdige beslissing bij de rechter afdwingen, voelen andereaanvragers zich gedwongen hetzelfde te doen. Dit gebeurt op dit momentop grote schaal door de Dienst Toeslagen in gebreke te stellen, eendwangsom te eisen en een beroep niet tijdig beslissen in te stellen.Hierdoor is de Dienst Toeslagen veel tijd kwijt aan andere werkzaamhedendan het beoordelen van de aanvragen en het bieden van herstel. Het doelvan het kabinet met het onderhavige voorstel is om deze dynamiek te12Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 augustus 2023,ECLI:NL:RVS:2023:3209.13De terugkoppeling aan de wetgever is opgenomen in r.o. 28.14Gezamenlijke gespreksnotitie van de Hoge Colleges van Staat ten behoeve van een bijeen-komst met informateurs en onderhandelaars, 28 maart 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 45 doorbreken. Met het verlengen van bepaalde beslistermijnen zou debeschikbare uitvoeringscapaciteit zich meer kunnen richten op de primairetaak. Ook streeft het kabinet naar mogelijkheden om mensen die hetlangst wachten of die dat het meest nodig hebben, het eerst te behan-delen. Daarbij hecht het kabinet groot belang aan het bieden vanrealistische verwachtingen en aan het doen van realistische beloftes. Hetkabinet is het met de Afdeling eens dat voorkomen moet worden dat hetverlengen van beslistermijnen vanwege juridische risico’s tot nieuweproblemen leidt. Het onderhavige advies heeft het kabinet er toe doenbesluiten het voorstel te heroverwegen en op enkele punten aan tepassen. Tegelijk zet het kabinet in op versnelling, zoals hieronder onder 4nader wordt toegelicht.3. Constitutionele aspecten van de verlenging van beslistermijnen opbezwaar a. Algemeen De Afdeling merkt over de constitutionele aspecten van de termijnverlen-gingen het volgende op. De regering stelt voor in veel bezwaarproceduresvan de Awb afwijkende termijnen te hanteren om te beslissen op eenbezwaar. Op grond van de Awb heeft een bestuursorgaan zes weken detijd om te beslissen met de mogelijkheid van verlenging met nog eens zesweken, terwijl bij inschakeling van een adviescommissie de termijn ookmet zes weken wordt verlengd.15 In het voorstel wordt geregeld datstandaard een beslistermijn gaat gelden van zes maanden met eenverlenging van zes maanden16 respectievelijk twaalf maanden met eenverlenging van twaalf maanden.17 Bij inschakeling van de bezwaarschrif-tenadviescommissie voor toeslagen wordt de termijn aanvullend met zesmaanden verlengd. Dit betekent dat een bezwaarmaker in sommigegevallen dertig maanden op een beslissing van de UHT moet wachten.Feitelijk worden de termijnen zodanig verlengd dat de in de praktijkgehanteerde beslistermijnen worden gecodificeerd. Voorgesteld wordt omaan te sluiten bij de (gemiddeld genomen) daadwerkelijk benodigdebehandeltijd.b. Redelijke termijn; artikel 17 van de Grondwet en artikel 6 EVRM Op grond van artikel 17 van de Grondwet en artikel 6 EVRM heeft eeniederrecht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen eenredelijke termijn.De Afdeling beoordeelt het wetsvoorstel in het licht van artikel 17 van deGrondwet en artikel 6 EVRM. Omdat artikel 17, eerste lid, van deGrondwet materieel dezelfde bescherming biedt als artikel 6 EVRM, is derechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)over artikel 6 EVRM ook van belang voor de interpretatie van artikel 17,eerste lid, van de Grondwet. Artikel 17, eerste lid, van de Grondwet biedtmaterieel geen aanvullende bescherming ten opzichte van het EVRM.Daarom wordt hierna alleen nader ingegaan op de grenzen die artikel 6EVRM in het licht van de rechtspraak van het EHRM daarover stelt aan deredelijke termijn.15Artikel 7:10 Awb.16De voorgestelde artikelen 6.10aa, tweede lid, en 6.10ab, eerste lid, Wht.17Het voorgestelde artikel 6.10aa, eerste lid, Wht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 46 Elementen van een redelijke termijnDe toelichting onderkent dat het EHRM per geval beoordeelt of de rechteren in de daaraan voorafgaande periode het bestuursorgaan een zaakbinnen een redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM heeft behandeld.Daarbij toetst het EHRM hoe complex de zaak is, hoe voortvarend debetrokkene, het bestuursorgaan en de rechter gehandeld hebben en wathet belang voor de betrokkene is. In de toelichting wordt in abstracto voorde hersteloperatie op deze elementen ingegaan. De Afdeling merkt op datdeze elementen op zichzelf en samengenomen nog niet een lange duurvan twaalf tot dertig maanden rechtvaardigen en daarmee tot eenredelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM leiden.StilliggenHet EHRM kijkt bij de beoordeling van de redelijke termijn niet alleen naarde totale duur, maar ook naar wat er gedurende die tijd door de autori-teiten in de voorliggende individuele concrete zaak aan acties is onder-nomen en hoe lang een zaak heeft stilgelegen. Daarbij acht het EHRM dehoge werklast van de autoriteiten alleen een mogelijke rechtvaardigingindien sprake is van een tijdelijke achterstand en er direct maatregelen zijngenomen om de achterstand weg te werken, bijvoorbeeld door tebesluiten om zaken te behandelen op volgorde van urgentie, gewicht ofhet belang dat voor de rechtzoekende op het spel staat.18 De gehanteerdezogenoemde first-in first-out (fifo)-systematiek19 heeft in de huidigepraktijk tot gevolg dat aanvragen en bezwaren gedurende langere tijdstilliggen zonder dat de aard van de zaak die lange behandeltijd kanrechtvaardigen. Dit vergroot de kans dat het EHRM in individuele zaken deredelijke termijn van artikel 6 EVRM geschonden zal achten.Redelijke termijn van de procedure als geheelDe verlenging van de beslistermijnen op bezwaar heeft ook gevolgen voorde totale redelijke termijn van bestuursrechtelijke procedures. Bij hetstandaard hanteren van beslistermijnen van twaalf tot vierentwintigmaanden in de bezwaarfase zal snel sprake zijn van overschrijding van deredelijke termijn van de procedure als geheel. De in het bestuursrecht inhet algemeen gehanteerde termijnen20 zijn een uitwerking van het rechtop behandeling binnen een redelijke termijn van artikel 6 EVRM. DeAfdeling merkt op dat ook als er een verlengde wettelijke beslistermijngeldt, de rechter in de regel bij de vaststelling van de redelijke termijnvasthoudt aan de vuistregel van een half jaar voor de bezwaarfase. Ditbetekent dat het twijfelachtig is of bestuursrechtelijke procedures binneneen redelijke termijn afgerond kunnen worden. Procedures die vanwegeoverschrijding van de redelijke termijn gevoerd zullen worden, kunnen deuitvoeringspraktijk en de rechterlijke praktijk verder bemoeilijken. Detoelichting gaat op deze gevolgen niet in.18Zie bijvoorbeeld EHRM 21 juli 2022, Bielin´ski t. Polen, nr. 48762/19, par. 46, EHRM 31 maart2009, Ciovica t. Roemenië, nr. 3076/02, par. 79. Zie ook de overmachtsjurisprudentie. Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2949.19De UHT behandelt aanvragen en bezwaren op volgorde van binnenkomst. Voortgangsrap-portage Hersteloperatie Toeslagen periode september – december 2023, Kamerstukken II2023/24, 31 066, nr. 1341, blg-1128033. Zie ook het signaal «Levens in de wachtstand» van deInspectie belastingen, toeslagen en douane, Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1293,blg-1111766.20Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.Hierbij staat zowel voor de bezwaar- en beroepsfase tezamen als die voor het hoger beroepeen termijn van twee jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 47 b. Redelijke termijn; artikel 17 van de Grondwet en artikel 6 EVRM Een aanpassing van de wettelijke beslistermijn zou niet leiden totverlenging van de daadwerkelijk benodigde tijd om te komen tot eenbeslissing, maar zou ertoe leiden dat in de wet wordt opgenomen welkebeslistermijn in de praktijk – ondanks de grote inzet op het versnellen vande hersteloperatie – benodigd is. Dit zou dus betekenen dat realistischetermijnen in de wet zouden worden opgenomen. Het is echter niet debedoeling dat dit vervolgens tot nieuwe gerechtelijke procedures leidt,waardoor de uitvoeringspraktijk en de rechterlijke praktijk juist verderbemoeilijkt worden. Het kabinet heeft de voorgenomen verlenging van debeslistermijnen op bezwaar naar aanleiding van het onderhavige adviesnader bezien, en het onderhavige wetsvoorstel op onderdelen gewijzigd,zoals onder 3d verder wordt toegelicht.c. Overgangsrecht beslistermijnen De wijziging van de termijnen heeft onmiddellijke werking. Dit houdt indat de voorgestelde verlengde beslistermijnen bij inwerkingtreding vandit wetsvoorstel21 ook gaan gelden voor op dat moment lopendebeslistermijnen.22 Het is hierbij de vraag of het voorstel op dit puntvoldoet aan de eisen van rechtszekerheid. In het geval van lopendebeslistermijnen wordt de termijn die gold bij aanvang van de (bezwaar-)procedure verlengd. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen noglopende verlengde termijnen en al verstreken initiële termijnen.23 Ditbetekent dat er (materieel) sprake is van terugwerkende kracht in hetnadeel van de rechtszoekende. Belastende terugwerkende kracht is slechtsbij uitzondering toegestaan en vergt een zware motivering.Artikel 6 EVRM en artikel 17 van de Grondwet staan niet per definitie in deweg aan het uitvaardigen van nieuwe wetgeving met (materieel)terugwerkende kracht, maar de regering moet daarbij wel dwingenderedenen van algemeen belang kunnen geven om, in dit geval, de nieuwetermijnen ook van toepassing te verklaren op lopende procedures. Daarbijmoet, ook als de verlenging van de termijnen een redelijk doel zou dienen,worden gewogen of de maatregel proportioneel is in verhouding tot het tebereiken doel.De in de toelichting gegeven motivering dat het ook toepassen oplopende gevallen het effect van de maatregel aanzienlijk vergroot, volstaatin dit verband niet.c. Overgangsrecht beslistermijnen Naar aanleiding van het onderhavige advies heeft het kabinet hetvoorgenomen overgangsrecht voor het aanpassen van de beslistermijnop aanvragen voor aanvullende compensatie voor de werkelijke schade,nader bezien. Het kabinet deelt de argumentatie van de Afdeling en ziet afvan het aanpassen van al lopende beslistermijnen. Het kabinet stelt vooralleen beslistermijnen aan te passen van aanvragen die vanaf inwerking-treding van het wetsvoorstel worden ingediend. Dit heeft wel tot gevolgdat het vaker zal blijven voorkomen dat de wettelijke beslistermijnen nietzullen worden gehaald.21Wanneer het voorstel tot wet verheven is.22Voor de kenbaarheid wordt dit expliciet vastgelegd in overgangsrecht, de voorgesteldeartikelen 8.9 en 8.11 Wht.23Stel dat de beslistermijn initieel zes weken en verlengd met zes weken dus totaal twaalf wekenbedraagt en de termijn bevindt zich in week acht bij inwerkingtreding van het tot wet verhevenwetsvoorstel, dan wordt de termijn verlengd naar zes maanden plus zes maanden. Ook voorde reeds verstreken initiële beslistermijn van zes weken gaat alsnog een verlengde termijn vanzes maanden gelden. In zoverre worden reeds verstreken termijnen alsnog verlengd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 48 d. Conclusie De Afdeling adviseert de verlenging van de beslistermijnen op bezwaarmede in het licht van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM en artikel 17van de Grondwet en de daarop gebaseerde bestuursrechtelijke praktijkinzake termijnoverschrijding nader te bezien. De Afdeling benadruktdaarbij het belang om tevens andere maatregelen voor versnelling van deafhandeling van bezwaar te treffen, zoals onder punt 4 naar voren wordtgebracht.De Afdeling adviseert tevens in de toelichting een dragende motivering enbelangenafweging te geven over de eerbiediging van bestaande rechtenen verwachtingen van belanghebbenden ten tijde van invoering van demaatregel en het belang van de overheid en daarbij voornoemde toetsvan artikel 6 EVRM en artikel 17 van de Grondwet in ogenschouw tenemen.d. Conclusie Het kabinet heeft de voorgenomen verlenging van de beslistermijnen opbezwaar naar aanleiding van het onderhavige advies nader bezien. Hetdoel van de voorgenomen verlenging van de beslistermijnen op bezwaarwas om ervoor te zorgen dat ouders niet langer gedwongen worden omnaar de rechter te stappen om aan de beurt te komen, zodat de capaciteitvan de uitvoering zoveel mogelijk wordt benut voor het bieden vanherstel. Zoals in de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel wordtuiteengezet, blijkt het voor de Dienst Toeslagen op dit moment in depraktijk niet mogelijk om binnen de wettelijke termijn van ten hoogsteachttien weken te beslissen op een bezwaar. Dit leidt vervolgens tot veelingebrekestellingen, dwangsommen en beroepen niet tijdig beslissen. Hetoordeel van een rechter in een beroep vanwege niet tijdig beslissen vindtdoorgaans plaats door middel van een schriftelijke procedure, tenbehoeve waarvan de Dienst Toeslagen capaciteit moet inzetten. Devoorgenomen verlenging van de wettelijke beslistermijnen op bezwaar-schriften naar ten hoogste 30 maanden zou ervoor moeten zorgen dat deDienst Toeslagen de ontstane vicieuze cirkel kan doorbreken en zich nietmeer hoeft bezig te houden met het afdoen van dergelijke beroepen niettijdig beslissen. De Dienst Toeslagen zou zo weer regie kunnen nemen opde volgorde waarin bezwaren worden afgehandeld. Dat zou ook rechtdoen aan de betrokkenen die geen beroep niet tijdig hebben ingediend eneigenlijk eerder aan de beurt zouden zijn.Naarmate een besluit van de Dienst Toeslagen langer op zich laatwachten, neemt het risico op strijd met de verplichting om binnen eenredelijke termijn te besluiten als bedoeld in de artikelen 6 EVRM en 17Grondwet toe, ongeacht de duur van de in de wet opgenomen termijnen.In het onderhavige advies wijst de Afdeling op het risico dat een nieuwevicieuze cirkel ontstaat, waarmee niemand zou zijn geholpen. Het kabineterkent dat dit risico bestaat. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om eennieuwe vicieuze cirkel te creëren, waarin veel (potentieel) gedupeerdenrechtsmiddelen instellen tegen de wettelijke verlenging van de beslister-mijnen op bezwaar, waardoor de UHT in (bodem)procedures tegenoverpotentieel gedupeerden komt te staan. Dat zou leiden tot een ongewenstejuridisering van de hersteloperatie en de inzet van mogelijk nog meercapaciteit en inzet van gekwalificeerd personeel. Het doel om herstel tebieden is daarmee niet gediend. Dergelijke (bodem)procedures zoudennaar verwachting tot meer werk leiden dan de huidige (veelal) schriftelijkewijze van afdoen van beroepen niet tijdig beslissen. Omdat de voorge-nomen verlenging van de beslistermijnen op bezwaren niet leidt totTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 49 versnelling van de hersteloperatie toeslagen, terwijl deze juridischerisico’s met zich meebrengt, ziet het kabinet nu af van de voorgenomenverlenging van de termijnen voor het beslissen op bezwaar. Er is nogbezien in hoeverre een verlenging van de termijn voor het beslissen opeen bezwaarschrift binnen de grenzen van de redelijke termijn, naar zesmaanden, de Dienst Toeslagen zou helpen. Gebleken is echter dat dit deuitvoering geen soelaas zou bieden, omdat ook met die verlenging debeslistermijnen op grote schaal niet gehaald zouden worden. Om diereden is ervoor gekozen om aansluiting te blijven zoeken bij de huidigetermijnen.4. Andere maatregelen De Afdeling merkt op dat een verlenging van de wettelijke beslistermijneneen oplossing kan bieden voor de vele procedures wegens termijnover-schrijdingen en dat de genoemde vicieuze cirkel daarmee doorbroken lijktte kunnen worden.De Afdeling begrijpt de afweging die de regering in dit kader maakt tussenhet collectieve belang van het voorkomen van extra rechtszaken en hetindividuele belang van het instellen van een procedure wegens termijn-overschrijding. Het gaat om de belangen van diegenen die via hetreguliere herstelproces wachten op een beslissing van de UHT, maar ookom de belangen van de samenleving als geheel, omdat de genoemdeprocedures gepaard gaan met een grote inzet aan capaciteit en financiëlegemeenschapsmiddelen.24 Het is van belang dat de beschikbare capaciteitzoveel mogelijk wordt ingezet voor het daadwerkelijk uitvoeren van dehersteloperatie.Daarbij moet enerzijds worden voorkomen dat in de verhouding tussenwetgever, uitvoering en rechter een situatie ontstaat waarin datgene watde uitvoering feitelijk aankan, juridisch risicovol is, terwijl wat juridischtoegestaan is, niet uitvoerbaar is. Anderzijds is het belangrijk tevoorkomen dat de voorgestelde oplossing voor nieuwe juridischecomplicaties zorgt die in de uitvoeringspraktijk en de rechtspraak totnieuwe problemen leiden waardoor mogelijk een nieuwe vicieuze cirkelontstaat. Daar is niemand mee geholpen.De Afdeling merkt op dat met de verlenging van de beslistermijnen ookgeen versnelling van het proces wordt gerealiseerd.25 De toelichting gaatniet in op andere maatregelen anders dan het verlengen van de termijnenof varianten daarop26 om verdere haperingen in het proces van beslissenop aanvraag of bezwaar te voorkomen en daarmee een bijdrage te leverenaan het oplossen van de uitvoeringsproblemen bij de UHT. Het verlengenvan de beslistermijnen laat onverlet dat het nodig blijft om andereoplossingen te blijven onderzoeken die kunnen bijdragen aan versnellingvan het proces.Zo rijst de vraag of overwogen is om bij de afhandeling van de bezwarennader te differentiëren naar de aard van de bezwaren en daarbij de doorde UHT gehanteerde fifo-systematiek los te laten. De vraag is ook of24Het totaalbedrag aan uitgekeerde dwangsommen van beroepen wegens niet tijdig beslissenbedraagt € 17,5 miljoen. Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen periode september– december 2023, Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1341, blg-1128033.25Behoudens mogelijk een meer passende behandelvolgorde – vanwege het niet of minderdoorkruisen van de volgordelijke behandeling als gevolg van procedures wegens termijnover-schrijding – zullen in de praktijk gemiddeld genomen dezelfde beslistermijnen wordengehanteerd als nu reeds feitelijk gelden.26Waaronder één vaste einddatum of verlenging voor alleen nog aan te vangen zaken, paragraaf1.5 van de memorie van toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 410 bijvoorbeeld onderzocht is of de fragmentarische aanpak van het proces,die leidt tot een veelvoud aan beschikkingen en mogelijke bezwarendaartegen, kan worden beperkt. Daartoe heeft de rechter opgeroepen.27Het hoeft niet alleen om wetgeving te gaan, het kan ook gaan ommaatregelen van meer organisatorische aard of om andere vormen vanafdoening. Ook de ABRvS heeft gewezen op andere voorzieningen ofoplossingen.Gelet op de constitutionele knelpunten bij de voorgestelde termijnver-lenging, is het van groot belang dat met andere maatregelen aanpas-singen worden doorgevoerd in de bestaande processen, met het oog opversnelling van de gehele procedure. De Afdeling adviseert om te komentot maatregelen om het beslisproces te versnellen en indien dit nietmogelijk is dragend te motiveren waarom dit niet kan.4. Andere maatregelen Het kabinet zette de afgelopen jaren in op verschillende maatregelen diemoeten leidden tot versnelling van de hersteloperatie toeslagen en zal ditook de komende tijd blijven doen. Het kabinet spant zich tot het uiterste inom zo snel mogelijk te beslissen op een aanvraag of een bezwaarschrift.Om de capaciteit te vergroten is er ingezet op een forse opschaling van deorganisatie. Daarnaast zijn ook veel verschillende acties ingezet om deopzet van de hersteloperatie te verbeteren en behandeltijden te verkorten.Het aantal brieven aan ouders is teruggebracht tot één duidelijkevooraankondiging en één definitieve beschikking. Ook worden oudersbeter betrokken bij het proces, bij het vaststellen van de feiten en bij hetvaststellen van de uitkomsten van de beoordeling; allemaal met als doelom de processen te versoepelen. Ouders die vermoedelijk niet-gedupeerdzijn krijgen bovendien een versnelde afhandeling van de integralebeoordeling waarbij de persoonlijk zaaksbehandelaren meer ruimtekrijgen in de besluitvorming en er minder administratieve handelingennoodzakelijk zijn. Daarmee wordt de wachtrij kleiner en hoeven ouders dievermoedelijk wel gedupeerd zijn minder lang te wachten.Bij de behandeling van bezwaarzaken zijn en worden belangrijke stappengezet. Allereerst is de inzet om te voorkomen dat ouders aanleidingvoelen om een bezwaar in te dienen. Daartoe worden zij beter betrokkenbij de uitkomst van de integrale beoordeling. Daarnaast is geregeld dateen aanvrager altijd de gelegenheid krijgt om op de vooraankondigingvan een beslissing door de Dienst Toeslagen te reageren met eenzienswijze, ook als de beslissing negatief is. Om de behandeling vanbezwaren te bespoedigen, is ingezet op een veel flexibeler proces waarinop verschillende manieren bezwaren worden afgedaan. Het gaat daarinom de inzet van mediation, om responsieve bezwaarbehandeling en omhet in bepaalde gevallen afdoen van bezwaren zonder bezwaarschriften-adviescommissie (BAC), Het gaat daarbij bijvoorbeeld om bezwaren op de27De Rechtbank Rotterdam heeft op 16 april 2024 negen uitspraken gedaan over de herstelope-ratie Toeslagen. Zie rechtsoverweging 12 van de uitspraak van rechtbank Rotterdam, 16 april2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3342 voor de oproep aan de wetgever. De rechter overwoog dat defragmentarische aanpak van het proces, die leidt tot een veelvoud aan beschikkingen enmogelijke bezwaren, daartegen, kan worden beperkt. Daartoe heeft de rechter opgeroepenmet als gevolg dat het herstel van gedupeerden per deelaspect in een veelheid aan proce-dures aan de orde kan komen. Dit terwijl door de wetgever bedoeld is zo breed en samen-hangend mogelijk herstel te bieden. De rechter heeft de wetgever er in deze uitsprakennadrukkelijk op gewezen dat een aanvrager niet alleen jarenlang moet wachten op primairebesluiten en beslissingen op bezwaar in de bestuurlijke fase, maar ook nog eens vele jarenverwikkeld kan zijn in allerlei beroepsprocedures bij de rechtbank en procedures in hogerberoep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Dit alles staat haaks op de doeleinden van dehersteloperatie en komt het herstel van het vertrouwen in de overheid niet ten goede, aldusdeze uitspraken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 411 eerste toets of bezwaren waarbij volledig tegemoet wordt gekomen aande ouder. De manier van werken van de bezwaarbehandelaars wordtsteeds efficiënter, waardoor ook de productiviteit per medewerker stijgt.Door bezwaren op de eerste toets versneld af te handelen is deverwachting is dat die bezwaren eind 2024 zijn afgerond.In aanvulling hierop wordt gewerkt aan meerdere, zo nodig onconventi-onele maatregelen. Om ouders met een verzoek voor aanvullendecompensatie van werkelijke schade versneld duidelijkheid te kunnenbieden, kijkt het kabinet naar mogelijkheden voor het aanbieden vannieuwe, alternatieve schaderoutes. De Tweede Kamer is hierover op31 mei 2024 per brief geïnformeerd.28Om de afhandeling van bezwaren te versnellen wordt bovenop reedsingezette acties onderzocht of bezwaren afgedaan kunnen worden meteen schikkingsvoorstel. Ook wordt ingezet op het beter sturen op devoortgang van bezwaarprocedures en wordt gewerkt aan het (extern)inhuren van complete teams voor de afhandeling van bezwaren om decapaciteit van de bezwaarafhandeling verder te kunnen vergroten. Ookwordt gekeken of en hoe bepaalde bezwaren sneller c.q. efficiënterafgedaan kunnen worden, door in specifieke gevallen af te wijken van hetsysteem van «first in, first out». Dit zou bijvoorbeeld kunnen door urgentegevallen eerder te helpen, door bepaalde types bezwaar door eenseparaat team af te laten handelen, of door waar mogelijk in te zetten opvereenvoudigde afdoening van zaken die zich daar voor lenen. Dememorie van toelichting is hierop aangevuld.5. Verlenging bezwaartermijn en overgangsrecht De regering stelt voor om de Awb-bezwaartermijn van zes weken29 teverlengen tot een termijn van zestien weken.30 Met deze verlenging wordtbeoogd belanghebbenden tegemoet te komen die moeite hebben binnende reguliere termijn een bezwaar in te dienen. Belanghebbenden krijgentien weken langer de tijd bezwaar te maken. Daartegenover staat hetvoornemen om weer te gaan toetsen op termijnoverschrijding,31 hetgeende UHT in de huidige praktijk achterwege laat.32De Afdeling begrijpt de wens om belanghebbenden meer ruimte te willenbieden om rechtsmiddelen te benutten, maar heeft enkele vragen enopmerkingen bij de voorgestelde verlenging.In de eerste plaats wijst zij erop dat bijkomend gevolg van de verlengingis dat de aanvang van de beslistermijn op bezwaar met tien weken wordtverlengd, omdat de beslistermijn aanvangt wanneer de termijn voor hetindienen van het bezwaarschrift is verstreken.3328Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1391.29Artikel 6:7 Awb.30Het voorgestelde artikel 6.10a, tweede lid, Wht. Zestien weken is de gemiddelde tijd diebelanghebbenden volgens de toelichting nodig hebben om een bezwaarschrift in te dienen.31Memorie van toelichting, hoofdstuk 3.32De toelichting vermeldt dat termijnoverschrijdingen zich regelmatig voordoen en dat ookbuiten de wettelijke termijn ingediende bezwaarschriften, zonder dat sprake is van eenverschoonbare termijnoverschrijding, inhoudelijk beoordeeld worden. Het College van Beroepvoor het bedrijfsleven (CBb), 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31 geeft in r.o. 1.1. aan dat eenstrikte, consequente en eenvormige invulling van het begrip verschoonbaarheid in algemenezin de rechtszekerheid dient. Het bevordert verder de voorspelbaarheid van de werking vanhet stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming en doet ook recht aan het gelijkheidsbe-ginsel. Het CBb oordeelt in r.o. 3.1 dat het generiek verschoonbaar achten van termijnover-schrijdingen niet binnen het bestaande wettelijke kader kan worden ingepast.33Artikel 7:10, eerste lid, Awb.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 412 In de tweede plaats merkt de Afdeling op dat belanghebbenden die deverlengde bezwaartermijn niet of nauwelijks benutten, niet gebaat zijn bijeen aanzienlijke verlenging van de bezwaartermijn, omdat dit ertoe leidtdat de beslistermijn (aanzienlijk) later aanvangt. Het is de vraag of hetwenselijk is dat bij het aanzienlijk verlengen van de bezwaartermijn wordtvastgehouden aan de huidige aanvangstermijn voor het besluit opbezwaar.34 Overwogen kan worden voor de aanvangstermijn voor hetbesluit op bezwaar aan te haken bij het moment waarop een ingediendbezwaarschrift door de UHT is ontvangen.Bij de verlenging van de bezwaartermijn tot zestien weken blijft demogelijkheid van het indienen van een pro forma bezwaarschriftonverminderd bestaan.35 Dit kan leiden tot het verder oprekken van debezwaartermijn met doorgaans vier tot zes weken.36 De vraag is of ditwenselijk is en een termijn van zestien weken niet al voldoende ruimtebiedt voor het indienen van het bezwaar en het inhoudelijk motiverendaarvan.De Afdeling merkt op dat de toelichting niet duidelijk maakt of bezien is ofbelanghebbenden op andere wijze de kans geboden kan worden om hunrechtsmiddelen te benutten zonder dat dit tot extra wachttijd op eenbeslissing op bezwaar leidt en of de mogelijkheid tot verdere termijnver-lenging via pro forma-bezwaren beperkt kan worden.In de derde plaats merkt de Afdeling op dat de wijziging van de termijnvoor het indienen van bezwaar onmiddellijke werking heeft. Dit houdt indat de voorgestelde bezwaartermijn van zestien weken bij inwerking-treding van het wetsvoorstel37 ook gaat gelden voor op dat momentlopende termijnen voor het indienen van bezwaar.38 Ook als er vóór dieinwerkingtreding van het wetsvoorstel al een bezwaarschrift is ingedienden de verlenging op zichzelf niet nodig is, leidt dit tot een latere aanvangvan de beslistermijn. Bij het verleggen van het aanvangsmoment van debeslistermijn in de bezwaarfase, zoals de Afdeling hiervoor in overweginggeeft, wordt het genoemde gevolg voorkomen. Indien de regeringvasthoudt aan de voorgestelde verlenging van de bezwaartermijn,adviseert de Afdeling om aanvullend overgangsrecht op te nemen voordeze situatie.395. Verlenging bezwaartermijn en overgangsrecht Het kabinet vindt het van belang om (potentieel) gedupeerden voldoendetijd te bieden om een bezwaar in te dienen. Daar staat tegenover dat diebezwaartermijn vervolgens wordt gehandhaafd indien die wordtoverschreden.Het kabinet wil ervoor zorgen dat de Dienst Toeslagen voldoende tijd heeftom te beslissen, maar dat de voorgestelde verlenging van de termijn voorhet indienen van een bezwaarschrift niet leidt tot een andere beslistermijn34Artikel 7:10, eerste lid, Awb. De beslistermijn vangt aan vanaf de dag na die waarop de termijnvoor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.35Artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, Awb in combinatie met artikel 6:6 Awb, het bieden vangelegenheid tot herstel van het verzuim om de gronden van het bezwaar te geven.36Een termijn van vier weken tot aanvulling van de gronden en aanvullend twee weken als degronden niet binnen de eerstgenoemde termijn zijn aangevuld.37Wanneer het voorstel tot wet verheven is.38Voor de kenbaarheid wordt dit expliciet vastgelegd in overgangsrecht, het voorgesteldeartikel 8.10, aanhef en onderdeel a, Wht.39Hiermee wordt ook een verschil in behandeling voorkomen met personen die ook vóór deinwerkingtreding van het wetsvoorstel een bezwaarschrift hebben ingediend en waarvan deAwb-bezwaartermijn wel al is verlopen, maar de voorgestelde verlengde termijn nog niet. Ditis de groep die is uitgezonderd van het in het voorgestelde artikel 8.10, aanhef en onderdeel b,Wht opgenomen overgangsrecht vanwege het al hebben ingediend van een bezwaarschrift.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 413 dan op dit moment het geval is. Om die reden wordt voorgesteld aftewijken van artikel 7:10, eerst lid, Awb, en voor de aanvang van debeslistermijn aan te haken bij het moment waarop een ingediendbezwaarschrift door de UHT is ontvangen, met dien verstande dat debeslistermijn niet eerder aanvangt dan na zes weken na aanvang van determijn voor het indienen van een bezwaarschrift, zodat in het geval eenbezwaar in de eerste zes weken van de bezwaartermijn wordt ingediend,dit niet leidt tot een eerdere start van de beslistermijn dan de zes wekendie daar in de huidige wetgeving voor geldt.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwarenbij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer derStaten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast.De vice-president van de Raad van State,Th.C. de GraafEr is, los van de al toegelichte wijzigingen naar aanleiding van hetonderhavige advies, een aantal wijzigingen in het wetsvoorstel aange-bracht. Dit betreft de volgende wijzigingen.In de regeling voor nabestaanden van overleden aanvragers vankinderopvangtoeslag wordt voorgesteld te regelen dat de beslistermijnvan zes maanden voor de Minister van Financiën bij het kwijtschelden vanschulden, in mandaat uitgevoerd door Sociale Banken Nederland (SBN),niet eerder eindigt dan zes maanden nadat vaststaat dat sprake is van eengedupeerde aanvrager van kinderopvangtoeslag die is overleden. Dit isvan belang in de situatie waarin de gedupeerdheid van de aanvrager dieis overleden nog niet is vastgesteld op het moment dat de nabestaandede aanvraag doet voor de privaatrechtelijke schuldenregeling. Hiermeewordt bewerkstelligd dat SBN voldoende tijd heeft om deze aanvragen tebeoordelen.In de regeling voor nabestaanden van overleden aanvragers vankinderopvangtoeslag is bepaald dat de kinderen van de overledenaanvrager van kinderopvangtoeslag alleen aanspraak kunnen maken opde in de wet opgenomen maatregelen als er op het moment vanoverlijden van de aanvrager geen toeslagpartner was die in aanmerkingzou komen. De kinderen kunnen ten onrechte geen aanspraak maken opde nabestaandenregeling indien de toeslagpartner voorafgaand aaninwerkingtreding van deze regeling of binnen de aanvraagtermijn isoverleden en op een of meer onderdelen van de regeling nog geentoekenning heeft plaatsgevonden. Daarom wordt voorgesteld om teregelen dat de kinderen van de nabestaande in deze situaties welaanspraak kunnen maken op de nabestaandenregeling.Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen gelden voor diverseregelingen vervaldata. Zo geldt een uiterste betaaldatum voor de DienstToeslagen inzake de regeling voor gedupeerden in de huurtoeslag,zorgtoeslag en het kindgebonden budget (HZK) van 31 januari 2025. Deincidentele noodvoorziening voor de HZK en voor aanvragers vankinderopvangtoeslag vervalt met ingang van 1 januari 2025. Ten slottevervalt de mogelijkheid tot het ambtshalve kwijtschelden van schuldendoor publieke schuldeisers die vallen onder de verantwoordelijkheid vande Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met ingang van1 januari 2026. Om te voorkomen dat het vanaf genoemde data niet meermogelijk is dat de respectievelijke regelingen kunnen worden toegepast,wordt in dit wetsvoorstel voorgesteld om deze data aan te passen.Voorgesteld wordt om de uiterste betaaldatum voor de HZK-regeling vastte stellen op ten hoogste een jaar na de datum van de beschikking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 414 Voorgesteld wordt om de einddatum van de incidentele noodvoorzieningen de mogelijkheid om genoemde ambtshalve schulden kwijt te kunnenschelden bij koninklijk besluit te bepalen.De bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) en de commissie vanonafhankelijke deskundigen hersteloperatie toeslagen (ook commissie vanwijzen genoemd) vervullen een belangrijke rol in de hersteloperatietoeslagen ten aanzien van (potentieel) gedupeerde aanvragers vankinderopvangtoeslag. De taken van deze commissies in de kindregeling,de ex-partnerregeling en de nabestaandenregeling zijn nog niet ingevuld.In dit wetsvoorstel wordt de mogelijkheid opgenomen deze commissieseen rol te geven bij de uitvoering van genoemde regelingen. Alsuitgangspunt geldt dat de werkzaamheden van de commissies zo gerichtmogelijk worden ingericht, waarbij de commissies in beginsel enkel eenrol krijgen indien sprake is van een toetsing op gedupeerdheid van de(overleden) aanvrager. De nadere invulling van de taken van decommissies wordt te zijner tijd geregeld in de Instellingsregelingbezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen en deInstellingsregeling Commissie van onafhankelijke deskundigen herstel-operatie toeslagen.Tot slot is een aantal wetstechnische en redactionele verbeteringenaangebracht.Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet ende gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer derStaten-Generaal te zenden.De Staatssecretaris van Financiën,A. de VriesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 577, nr. 415

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 820d40df26161ff5

14 okt 2026 · dca1bf57d3ea4fce

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.