KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over laatste sets kerndoelen m.b.t. de leergebieden mens en maatschappij, mens en natuur, moderne vreemde talen, kunst en cultuur en bewegen en sport, door het landelijk expertisecentrum voor het curriculum (SLO) (Kamerstuk 31293-847)

3 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c56475b171a01a33 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 867 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 februari 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 21 november 2025over laatste sets kerndoelen m.b.t. de leergebieden mens enmaatschappij, mens en natuur, moderne vreemde talen, kunst en cultuuren bewegen en sport, door het landelijk expertisecentrum voor hetcurriculum (SLO) (Kamerstuk 31 293, nr. 847).De vragen en opmerkingen zijn op 17 december 2025 aan de Staatssecre-taris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van3 februari 2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Easton kst-31293-867ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8671 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2Inbreng van de leden van de D66-fractie2Inbreng van de leden van de VVD-fractie2Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Inbreng van de leden van de CDA-fractie3Inbreng van de leden van de JA21-fractie3Inbreng van de leden van de BBB-fractie6Inbreng van de leden van de DENK-fractie7Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie7IIReactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap7 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van delaatste set kerndoelen. Deze leden steunen deze herziening en vragen hetkabinet zoveel mogelijk snelheid te maken. Zij hebben geen inhoudelijkevragen.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de laatste sets kerndoelen m.b.t. de leergebieden mens enmaatschappij, mens en natuur, moderne vreemde talen, kunst en cultuuren bewegen en sport, door het landelijk expertisecentrum voor hetcurriculum (SLO) en hebben geen verdere vragen.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de laatste sets kerndoelen m.b.t. de leergebieden mens enmaatschappij, mens en natuur, moderne vreemde talen, kunst en cultuuren bewegen en sport, door het landelijk expertisecentrum voor hetcurriculum (SLO) en de begeleidende brief. Deze leden zijn blij dat er, naeen jarenlang traject dat niet altijd even voorspoedig verliep, nu eengeactualiseerd curriculum ligt. Tevens zijn zij positief over het aannemenvan de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen, dat met enkeleamendementen in hun ogen positief is verbeterd. Deze leden hebben nogenkele vragen over de daadwerkelijk implementatie van de kerndoelen.In eerdere Kamerbrief is de Staatssecretaris uitgebreid ingegaan op deimplementatiefase van het nieuwe curriculum.1 Hij beschreef dat deimplementatieaanpak is opgebouwd rond vijf pijlers, te weten: curricu-lumbewustzijn en professionalisering, leermiddelen, toetsen, communi-catie en monitoring. Wat betreft de pijler curriculumbewustzijn enprofessionalisering baart het de leden van de GroenLinks-PvdA-fractienog steeds zorgen dat de implementatie van het nieuwe curriculum dooronderwijsprofessionals moet gebeuren in de standaard 16 uur per jaarprofessionaliseringstijd die zij hebben. Deze leden vragen zich af of dit welgenoeg tijd is voor de implementatie van het nieuwe curriculum. Heeft deStaatssecretaris overwogen om onderwijsprofessionals méér tijd te gevenom zich het nieuwe curriculum eigen te maken? Deze leden vrezen dat deschaarse professionaliseringstijd de komende jaren dan vooral wordt1Kamerstuk 31 293, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8672 gebruikt voor het doorvoeren van het nieuwe curriculum, maar datprofessionalisering op andere belangrijke terreinen stil komt te liggen.Kan de Staatssecretaris deze zorgen wegnemen door bijvoorbeeld teoverwegen meer tijd en middelen vrij te maken voor de implementatievan het curriculum?De Staatssecretaris schrijft verder in zijn brief over het nieuwe systeemvan periodiek onderhoud van het curriculum. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie delen dat het belangrijk is dat de volgendewijziging van het curriculum meer regulier en voorspelbaar plaatsvindt enniet weer twintig jaar op zich laat wachten. Dat dit niet expliciet isopgenomen in de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelenbaarde deze leden zorgen, maar dit is gelukkig nog via amendemententoegevoegd.2 Deze leden vragen zich af of de Staatssecretaris inzicht kangeven in hoe hij uitvoering gaat geven aan deze amendementen en hoedit een plek krijgt in de onderhoudskalender die SLO op dit moment aanhet ontwikkelen is.Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief met delaatste sets nieuwe kerndoelen en danken de Staatssecretaris hiervoor.Deze leden steunen een spoedige implementatie van de nieuwekerndoelen die tot stand zijn gekomen na intensief overleg met hetonderwijsveld. Deze leden steunen het voorstel om de besluiten over denieuwe kerndoelen onderhavig te maken aan een voorhangprocedure,zodat de parlementaire betrokkenheid goed gewaarborgd is.De leden van de CDA-fractie hebben nog een enkele vraag over hetvervolg. Deze leden vragen wanneer de Staatssecretaris naar verwachtingde concept-besluiten met de Kamer zal delen. Zij vragen ook wanneer hetplan voor de implementatie met de Kamer wordt gedeeld, omdat hetbelangrijk is dat leraren, leerlingen en schoolleiders goed wordenondersteund hierbij. Deze leden vragen tot slot wanneer de functionelekerndoelen voor de leergebieden mens en maatschappij, mens en natuur,moderne vreemde talen, kunst en cultuur en bewegen en sport zullenvolgen voor de leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.Inbreng van leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de laatste setskerndoelen en hebben nog een aantal opmerkingen en zorgen.De Staatssecretaris geeft aan dat hiermee is voldaan aan de motieSoepboer om het aantal kerndoelen te beperken.3 Vindt hij dat dit nuafdoende is gebeurd, ook om het gevreesde overladenheidsgevoel temitigeren? Wat is, nu de laatste sets kerndoelen beschikbaar zijn, hetresultaat als de vorige kerndoelen met de huidige worden vergeleken?Vraag 7 van de feitelijke vragen over de brief van 6 maart 2024 inzake deconceptkerndoelen burgerschap en digitale geletterdheid luidt «welkedelen van het bestaande lesprogramma worden verarmd als gevolg vande nieuwe kerndoelen?»4 Het antwoord is dat dit nu niet goed te zeggen isomdat nog niet alle kerndoelen zijn opgeleverd waardoor oud en nieuwnog niet te vergelijken zijn. Hoe zit dat nu? Welke delen van het bestaandelesprogramma worden verarmd of beperkt als gevolg van de nieuwe2Kamerstuk 36 699, nr. 21 en nr. 37.3Kamerstuk 31 293, nr. 766.4Kamerstuk 31 293, nr. 734.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8673 kerndoelen? Welke delen van het bestaande lesprogramma wordenverzwaard als gevolg van de nieuwe kerndoelen?Hoeveel tijd zijn scholen en kinderen nu kwijt aan het leren van dezekerndoelen en hoeveel vrije ruimte is er dan nog over per kerndoel, en inhoeverre verschilt dat per school?Hoe verhoudt de systematiek van deze kerndoelen, de formulering, demate van precisie en de inhoudelijke omvang van deze kerndoelen zich totde wettelijk verplichte leerstof voor dezelfde leeftijden in België, Duitslanden het Verenigd Koninkrijk? Welke analyses bestaan daarvan?Welke onderwijskundige overtuigingen of filosofieën liggen ten grondslagaan deze kerndoelen? De leden van de JA21-fractie krijgen de indruk datSLO, de stichting die belast is met het opstellen van de kerndoelen, sterkwordt beïnvloed door vormen van sociaal-constructivisme waarbijbijvoorbeeld minder de lesstof en meer de ervaringen van de leerlingcentraal staan, waarbij leren een coöperatief proces is en kennis voort-durend zou veranderen. Hoe ziet de Staatssecretaris dat?In de inleiding van het definitief concept Functionele kerndoelen burger-schap staat bijvoorbeeld dat «leerlingen kennis nodig hebben om debetekenis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat in hundirecte leefomgeving toe te passen. Over het algemeen geldt dat dezeleerlingen het beste leren als kennis wordt verbonden met alledaagsesituaties en ermee geoefend wordt in realistische contexten en praktijk-vakken.»5 De leden van de JA21-fractie vrezen dat met deze aanpakreguliere en toetsbare kennis over besluitvorming, grondrechten en deoorsprong van onze democratie in de knel komen.Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen kunst encultuur.6 Pagina 10 stelt: «met kunst geven mensen vorm en betekenis aanhun eigen ervaring en aan die van anderen.» Steeds wordt benadrukt datleerlingen met kunst leren om betekenis te «geven» aan onderwerpen,«thema’s en de wereld om ons heen.» Er zijn ook andere manieren omkunst en cultuur te begrijpen: als een diepere vorm van kennis over decondition humaine, een licht vanuit een hogere wereld die het dagelijkseleven laadt met een bijzondere, morele betekenis; en dus niet zozeer alsiets waarmee een individu een eigen betekenis «geeft», maar waar hetjuist gaat om het «herkennen» ervan. In hoeverre bieden deze kerndoelenruimte voor een meer klassieke benadering van de betekenis van kunst?Waarom komt het woord «schoonheid» niet voor in deze kerndoelen?De kerndoelen leggen veel nadruk op wat kinderen individueel moetenervaren en waarbij ze vervolgens moeten reflecteren op ervaringen en het«eigen artistiek vermogen onderzoeken». Wat als een school kinderenvooral wil leren tekenen of schilderen, of muziek maken? Niet zozeer omhun unieke eigen ervaringen uit te drukken, maar om te leren over deobjectieve wereld om hen heen?Op pagina 29 van de toelichting wordt verwezen naar de Code Diversiteiten Inclusie en de gedragscode die gericht is op diversiteit. Volgens deleden van de JA21-fractie is deze code sterk ideologisch gekleurd opgrond van nog altijd omstreden theorieën, zoals intersectionalisme.Waarom wordt naar deze code verwezen en op welke manier is dezeweerspiegeld in de kerndoelen? Als scholen daarmee willen werken en die5SLO, 17 december 2025, «Functionele kerndoelen burgerschap (definitief concept) inclusieftoelichtingsdocument» (https://www.slo.nl/zoeken/@25210/functionele-kerndoelen-bu-def-concept/).6Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47632.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8674 uitgangspunten hanteren is dat één ding, maar in hoeverre wordenscholen die hun visie op kunst berusten op andere overtuigingen hiermeegedwongen deze visie toe te passen?Zo staat in de toelichting tevens dat «de huidige onderwijspraktijk in dekunstvakken gaat over het algemeen uit van een westers perspectief opkunst. De nieuwe kerndoelen moeten «meerstemmigheid» mogelijkmaken en borgen dat het aanbod breder, meer divers en inclusiever wordt(Ros, 2021, 2023). Het mondiale perspectief maakt het toekomstigonderwijs relevanter en rijker (Hermanussen, 2022).» Ook hierbij zetten deleden van de JA21-fractie grote vraagtekens. Wat mist er dan precies in dehuidige kerndoelen dat nu gaat veranderen? Vindt de Staatssecretaris datde huidige onderwijspraktijk minder moet uitgaan van een Westersperspectief? Waarom? Is de Staatssecretaris van mening dat Nederlandzich in «het Westen» bevindt, en dat het dus logisch is dat kunstonderwijshier uitgaat van een westers perspectief, en niet van zeg, eenZuid-Aziatisch perspectief? Wat als scholen willen uitgaan bij hunkunstonderwijs van een Westers perspectief? In hoeverre zou dat dan instrijd zijn met deze kerndoelen zoals hier geformuleerd?De gedachte lijkt te zijn dat het hanteren van een Westers perspectief geenrecht zou doen aan de «diversiteit» van de samenleving, omdat er veelmensen wonen met een migratieachtergrond uit niet-Westerse landen.Volgens de leden van de JA21-fractie wonen deze mensen nu echter in hetWesten en maken onderdeel uit van het Westen, en is het juist zaak datalle kinderen kennismaken met die Westerse beschavingstraditie. Hoe zietde Staatssecretaris dit?«Het mondiale perspectief maakt het toekomstig onderwijs relevanter enrijker», staat op pagina 29 van de toelichting. Deelt de Staatssecretaris dieopvatting? Dreigt hier niet opnieuw een «gevoel van overladenheid» bijleraren als zij de taak krijgen kunst en cultuur uit alle windstreken aan bodte laten komen?Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen modernevreemde talen.7 Wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van devorige kerndoelen moderne vreemde talen?In kerndoel 36 staat: «de leerling ontwikkelt zich als taal- en cultuurbe-wuste gebruiker van de Engelse taal». Waarom moet dit onderdeel zijnvan de kerndoelen? Is het niet beter om je bij de kerndoelen te beperkentot het daadwerkelijk leren van die taal? Bij onderdeel B van kerndoel 36staat: «de leerling verkent culturele aspecten en culturele diversiteit infictie en non-fictie». Waarom wordt dat hier zo gesteld? Waarom wordtdiversiteit ook hier benadrukt, in plaats het kerndoel te beperken tottaalbeheersing, waarbij dergelijke aspecten als het ware in het kielzogdaarvan meekomen, afhankelijk van wat wordt gelezen? Dit is toch geenkerndoel antropologie? Vindt de Staatssecretaris het tot de kerndoelenbehoren bij vreemde talen, dat leerlingen stereotyperingen lerenherkennen?Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen burgerschap.8In welke mate worden de kerndoelen van het burgerschapsonderwijseenzijdig gericht op toetsbaarheid van burgerschapskennis? In welke matezal het gaan om niet-toetsbare elementen, de zogenoemde «attitudes»enerzijds en anderzijds de toetsbare kennis? Welke plaats heeft kennisover de Grondwet – dus niet het algemene belang van de Grondwet –gekregen in deze kerndoelen? Welke artikelen komen aan bod?7Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47634.8Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47631.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8675 Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen mens enmaatschappij.9 De kerndoelen 24 tot 27 zijn allemaal gericht op watleerlingen moeten onderzoeken en verkennen, van «vraagstukken overmens en samenleving, tot geografische verschijnselen, en historischeverschijnselen». Is het niet belangrijk dat kerndoelen gericht zijn op watkinderen concreter moeten leren en weten?Als voorbeeld van de overladenheid die de oude kerndoelen zoudenoproepen werd wel verwezen naar het oude kerndoel waarin stond datkinderen leren over de tijd van wereldoorlogen en waarbij wordttoegevoegd «de wereldoorlogen en de holocaust», omdat dit te weinigrichting zou geven en leraren dan niet weten of ze twintig of honderdaspecten moeten belichten. Maar in de nieuwe kerndoelen staat deTweede Wereldoorlog niet in de doelzinnen, maar alleen in de kolom «hetgaat hierbij om», als uitwerking van de doelzinnen «de leerling beschrijfthistorische ontwikkelingen» en «de leerling legt verbanden tussenhistorische ontwikkelingen en gebeurtenissen in het heden en verkentbetekenissen die mensen geven aan het verleden». Betekent dit dat lerenover de Tweede Wereldoorlog strikt genomen niet tot de kerndoelenbehoort en scholen er ook voor kunnen kiezen om hier geen les over tegeven?Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen digitalegeletterdheid.10 De leden van de JA21-fractie steunen de keuze om voorde functionele kerndoelen programmeren niet op te nemen, maar dezeleden lijkt het niet verstandig om programmeren wel op te nemen in dedefinitieve kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw vanhet voortgezet onderwijs, zeker met de opkomst van kunstmatigeintelligentie die het schrijven van code overneemt. Het zou scholenuiteraard vrij moeten staan om dit te onderwijzen als zij daar behoefte aanhebben, maar, zeker gezien het belang om overladenheid te voorkomenen te kunnen focussen op de basisvaardigheden, lijkt het niet nodig omprogrammeren op deze manier op te nemen. Waarom denkt de Staatsse-cretaris dat dit moet worden opgenomen als verplicht kerndoel? Hoeveelscholen beschikken over docenten met de expertise om leerlingen te lerenprogrammeren?Inbreng van leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken overde laatste sets kerndoelen m.b.t. de leergebieden mens en maatschappij,mens en natuur, moderne vreemde talen, kunst en cultuur en bewegen ensport, door het landelijk expertisecentrum voor het curriculum (SLO). Dezeleden hebben de volgende vraag aan de Staatssecretaris.De leden van de BBB-fractie zijn blij dat het amendement van het lidCeder, Boomsma en Van der Plas over voorhang van de algemenemaatregelen van bestuur waarmee kerndoelen worden vastgesteld isaangenomen.11 Hoe gaat de Staatssecretaris invulling geven aan ditamendement? Welke stukken worden bij de voorhangprocedure aan deKamer overgelegd, hoe wordt de vierwekentermijn bewaakt en geldt dezeprocedure ook bij toekomstige wijzigingen in het kader van periodiekonderhoud?9Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47636.10Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47630.11Kamerstuk 36 699, nr. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8676 Inbreng van de leden van de DENK-fractieDe leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de herzieningvan de kerndoelen en hebben daarbij enkele vragen. Deze leden zien in devoorstellen aanknopingspunten voor een samenhangende benaderingvan planetaire gezondheid, welzijn en welvaart, maar herkennen dit nogonvoldoende als expliciet duidend en verbindend kader. Kan de Staatsse-cretaris toelichten op welke wijze, binnen de bestaande structuur, desamenhang in de doelen en uitwerkingen duidelijker gemaakt kanworden?Daarnaast vragen de leden van de DENK-fractie waarom bij enkelevo-kerndoelen niet explicieter is gekozen voor hogere-orde leerdoelen dieleerlingen helpen om de impact van menselijk handelen op natuur,klimaat en welvaart te analyseren en om na te denken over mogelijkeoplossingsrichtingen. Kan de Staatssecretaris aangeven waarom hiervoorniet nadrukkelijker is gekozen en hoe dit binnen de huidige kerndoelen-structuur toch voldoende kan worden geborgd?Tot slot vragen de leden van de DENK-fractie hoe de Staatssecretaris dezekeuzes beoordeelt in het licht van de wettelijke burgerschapsopdracht.Acht hij de voorgestelde kerndoelen toereikend om leerlingen voldoendehouvast te geven bij het duiden en wegen van actuele vraagstukken rondklimaat, natuur, welvaart en mondiale ongelijkheid? Zo ja, op welke wijzewordt dit in de verdere uitwerking gewaarborgd?Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van delaatste sets kerndoelen. Deze leden hebben nog een enkele vraag over hetproces bij de totstandkoming van de kerndoelen.De leden van de ChristenUnie-fractie herinneren zich dat de Staatssecre-taris in het debat over de Wet herziening wettelijke grondslagenkerndoelen heeft gezegd dat de keuzes bij de ontwikkeling van kerndoelenzijn afgestemd met een brede advieskring, inclusief de vakverenigingen.Deze leden merken op dat kritiek uit het veld rondom het ontbreken vanaandacht voor duurzaamheid in de kerndoelen zich er juist op richt dat dekerndoelen niet recht doen aan de adviezen, waarbij wordt gesteld dat náafstemming nog allerlei wijzigingen zijn aangebracht. De Staatssecretarisis deze kritiek ongetwijfeld ook ter ore gekomen. Kan de Staatssecretarisreflecteren op deze kritiek en uiteenzetten op welke manier er, specifiek alshet gaat over de aandacht voor duurzaamheid, recht is gedaan aan deadviezen uit het onderwijsveld?II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap Mijn dank gaat naar de leden van de vaste commissie voor Onderwijs,Cultuur en Wetenschap voor hun inbreng in de gestelde vragen.Hieronder ga ik in op de vragen van leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, CDA-fractie, JA21-fractie, BBB-fractie, DENK-fractie en deChristenUnie-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8677 GroenLinks-PvdA-fractieIn eerdere Kamerbrief is de Staatssecretaris uitgebreid ingegaan op deimplementatiefase van het nieuwe curriculum.12 Hij beschreef dat deimplementatieaanpak is opgebouwd rond vijf pijlers, te weten: curricu-lumbewustzijn en professionalisering, leermiddelen, toetsen, communi-catie en monitoring. Wat betreft de pijler curriculumbewustzijn enprofessionalisering baart het de leden van de GroenLinks-PvdA-fractienog steeds zorgen dat de implementatie van het nieuwe curriculum dooronderwijsprofessionals moet gebeuren in de standaard 16 uur per jaarprofessionaliseringstijd die zij hebben. Deze leden vragen zich af of dit welgenoeg tijd is voor de implementatie van het nieuwe curriculum. Heeft deStaatssecretaris overwogen om onderwijsprofessionals méér tijd te gevenom zich het nieuwe curriculum eigen te maken? Deze leden vrezen dat deschaarse professionaliseringstijd de komende jaren dan vooral wordtgebruikt voor het doorvoeren van het nieuwe curriculum, maar datprofessionalisering op andere belangrijke terreinen stil komt te liggen.Kan de Staatssecretaris deze zorgen wegnemen door bijvoorbeeld teoverwegen meer tijd en middelen vrij te maken voor de implementatievan het curriculum?Ik (h)erken het belang dat leraren voldoende beschikbare professionalise-ringstijd hebben voor zowel de implementatie van het nieuwe curriculumals op andere terreinen. Daarbij onderschat ik niet dat er in het kader vande curriculumimplementatie veel van scholen en onderwijsprofessionalswordt gevraagd. Om die reden is er bewust voor gekozen om scholen enonderwijsprofessionals voldoende tijd te geven voor de invoering van deherziene kerndoelen op school. Vanaf 1 augustus 2031 wordt van allescholen verwacht dat met de herziene kerndoelen wordt gewerkt. Daarbijroepen we scholen op om zo snel mogelijk te starten met deze invoeringen al vanaf dit jaar na te denken over wat ervoor nodig is om met dezeherziene kerndoelen te werken. Dit biedt tijd voor zowel scholen alsonderwijsprofessionals om zich hiervoor te professionaliseren naast degewenste professionalisering op andere terreinen.Daarnaast is in de cao voor het voortgezet onderwijs de afspraak gemaaktdat leraren jaarlijks recht hebben op 16 uur voor professionaliseringgericht op het curriculum en basisvaardigheden. Deze uren komen bovenop de al bestaande professionaliseringsuren voor onderwijsprofessionals.In het primair onderwijs is er een teambudget voor scholing, waaroverbinnen de schoolteams en in afstemming met schoolbesturen afsprakengemaakt worden over de professionele ontwikkeling in het kader van decurriculumontwikkeling. De invoering van het geactualiseerde curriculumkan hierbij gekoppeld worden aan andere ontwikkelopgaven, zoals hetversterken van de basisvaardigheden. Zodoende blijft er ruimte voorscholen en onderwijsprofessionals om zich breder te professionaliseren.De komende jaren wordt er op ingezet dat onderwijsprofessionals,schoolleiders en schoolbesturen zo goed mogelijk ondersteund wordenbij de implementatie van het geactualiseerde curriculum. Zo wordenonder andere regionale bijeenkomsten en leernetwerken georganiseerd,wordt door SLO voorbeeldmateriaal beschikbaar gesteld, waaronderleerlijnen en wordt er ondersteuning geboden door vak- en beroepsver-enigingen. Hier is in totaal € 50 mln. beschikbaar gesteld tot en met 2031.Daarnaast monitor ik de implementatie, de ondersteuning en devoortgang hiervan.12Kamerstuk 31 293, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8678 De Staatssecretaris schrijft verder in zijn brief over het nieuwe systeemvan periodiek onderhoud van het curriculum. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie delen dat het belangrijk is dat de volgendewijziging van het curriculum meer regulier en voorspelbaar plaatsvindt enniet weer twintig jaar op zich laat wachten. Dat dit niet expliciet isopgenomen in de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelenbaarde deze leden zorgen, maar dit is gelukkig nog via amendemententoegevoegd.13 Deze leden vragen zich af of de Staatssecretaris inzicht kangeven in hoe hij uitvoering gaat geven aan deze amendementen en hoedit een plek krijgt in de onderhoudskalender die SLO op dit moment aanhet ontwikkelen is.Aan de genoemde amendementen geef ik uitvoering doordat SLO in deonderhoudskalender vastlegt dat vijf jaar na de oplevering van de eerstekerndoelen een tussenevaluatie plaatsvindt. In dezelfde periode wordtbeoogd dat de Onderwijsraad een advies uitbrengt over het functionerenen de actualiteit van het curriculum. Deze tussenevaluatie en het adviesvormen samen de basis voor eventuele bijsturing. Tien jaar na deoplevering van de eerste kerndoelen is een moment voorzien waarop,indien daartoe aanleiding is, een nieuw wet- en regelgevingstraject kanstarten voor herziening van de kerndoelen. Daarmee wordt geborgd datcurriculumontwikkeling structureel, zorgvuldig en tijdig plaatsvindt. Dit iseen terugkerende cyclus. De onderhoudskalender wordt naar verwachtingin het eerste kwartaal van 2026 gepubliceerd op de website van SLO.CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben nog een enkele vraag over hetvervolg. Deze leden vragen wanneer de Staatssecretaris naar verwachtingde concept-besluiten met de Kamer zal delen.Het ontwerpbesluit voor de kerndoelen Nederlands en rekenen enwiskunde is recent aan beide Kamers gezonden. Het ontwerpbesluitwaarin de kerndoelen voor de overige leergebieden zijn opgenomen,volgt naar verwachting in Q4 van 2026.Zij vragen ook wanneer het plan voor de implementatie met de Kamerwordt gedeeld, omdat het belangrijk is dat leraren, leerlingen en school-leiders goed worden ondersteund hierbij.Op 1 september jl. is uw Kamer geïnformeerd over de implementatie vanhet geactualiseerde curriculum, de implementatieaanpak in de verschil-lende fases en op welke wijze scholen hierbij ondersteund worden.14 Dekomende jaren wordt samen met betrokken partijen gewerkt aan eenuitvoeringsgerichte aanpak die bestaat uit activiteiten op het gebied vancurriculumbewustzijn, professionalisering, leermiddelen, toetsing,communicatie en monitoring.Deze leden vragen tot slot wanneer de functionele kerndoelen voor deleergebieden mens en maatschappij, mens en natuur, moderne vreemdetalen, kunst en cultuur en bewegen en sport zullen volgen voor deleerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.Naar verwachting worden de functionele kerndoelen voor de leergebiedenmensen en maatschappij, mens en natuur, moderne vreemde talen, kunsten cultuur en bewegen en sport gepubliceerd in het najaar van 2029.13Kamerstuk 36 699, nr. 21 en nr. 37.14Kamerstuk 31 293, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8679 JA21-fractieDe Staatssecretaris geeft aan dat met deze laatste set kerndoelen isvoldaan aan de motie Soepboer om het aantal kerndoelen te beperken.15Vindt hij dat dit nu afdoende is gebeurd, ook om het gevreesde overladen-heidsgevoel te mitigeren? Wat is, nu de laatste sets kerndoelenbeschikbaar zijn, het resultaat als de vorige kerndoelen met de huidigeworden vergeleken?Een gevoel van overladenheid kan vele oorzaken hebben, zowel binneneen curriculum (weinig richtinggevende kerndoelen) als buiten hetcurriculum (het lerarentekort). De motie Soepboer zag toe op hetterugdringen van overladenheid binnen het curriculum en droeg op omhet aantal kerndoelen te verminderen door het terug te brengen naar dekern, met een focus op lezen, schrijven en rekenen, meer samenhang aante brengen en met behoud van concrete uitwerkingen. Daar is SLO goedin geslaagd: het aantal kerndoelen is verminderd van 58 naar 40 (po) envan 58 naar 45 (vo). Er is een logischere onderverdeling en hiërarchiegemaakt door verschillende kerndoelen samen te voegen. Ook zijn erscherpe keuzes gemaakt in de inhoud van de kerndoelen. SLO heeftdaarmee uitvoering gegeven aan de zorg van uw Kamer om de overla-denheid terug te dringen. Het is nu zaak dat deze focus ook wordtdoorgevoerd in de vertaling van kerndoelen naar onderwijs. Dit zalworden meegenomen in het implementatietraject.Vraag 7 van de feitelijke vragen over de brief van 6 maart 2024 inzake deconceptkerndoelen burgerschap en digitale geletterdheid luidt «welkedelen van het bestaande lesprogramma worden verarmd als gevolg vande nieuwe kerndoelen?»16 Het antwoord is dat dit nu niet goed te zeggenis omdat nog niet alle kerndoelen zijn opgeleverd waardoor oud en nieuwnog niet te vergelijken zijn. Hoe zit dat nu? Welke delen van het bestaandelesprogramma worden verarmd of beperkt als gevolg van de nieuwekerndoelen? Welke delen van het bestaande lesprogramma wordenverzwaard als gevolg van de nieuwe kerndoelen?Dit is lastig te zeggen. Dat komt door het hoge abstractieniveau van deoude kerndoelen. Leerlingen moesten bijvoorbeeld iets leren over hetconcept «consumptie». Maar wat valt daar wel en niet onder? Dat werduiteindelijk in leermiddelen bepaald en die verschillen van school totschool. De nieuwe kerndoelen zijn concreter. Zo wordt een concept als«consumptie» nu uitgewerkt in kennis over markten, marktvormen,(internationale) handel, fiscale maatregelen, (niet-)rationele keuzes,financiële overzichten, en ontvangsten, uitgaven, bezittingen en schuldenbij huishoudens. Er zullen scholen zijn die die aspecten al aanbieden en erzullen scholen zijn die daar slechts een deel van aanbieden, of die juistmeer deden dan dat. Er zijn per leergebied wel aspecten aan te wijzen dievoor veel scholen bekend of onbekend zullen zijn, dat is namelijkbevraagd in de fase van beproeven. SLO zal de scholen hierover infor-meren tijdens de implementatieperiode. Maar daar heeft een specifiekeschool niet genoeg aan, zij zal zelf moeten bekijken hoeveel impact denieuwe kerndoelen op haar situatie heeft. SLO biedt materialen, zoalsteamgidsen, waarbij scholen vanuit verschillende perspectieven huncurriculum als team onder de loep kunnen nemen.Hoeveel tijd zijn scholen en kinderen nu kwijt aan het leren van dezekerndoelen en hoeveel vrije ruimte is er dan nog over per kerndoel, en inhoeverre verschilt dat per school?15Kamerstuk 31 293, nr. 766.16Kamerstuk 31 293, nr. 734.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86710 SLO heeft in het «kader ontwerpruimte kerndoelen» een verdeling van detijd voor de verschillende leergebieden beschreven, met ruimte voor extrainstructietijd en schooleigen keuzes. Dit model is gebruikt om deontwikkelaars een richtlijn te geven voor de omvang van hun vak, maarscholen bepalen zelf hoeveel tijd zij besteden aan ieder leergebied. Het isdaarom niet eenvoudig om uitspraken te doen over hoe veel tijd scholenen kinderen kwijt zijn aan het leren van de kerndoelen. Een anderprobleem is hoe je de tijd afbakent. Bijvoorbeeld, wanneer is een leerlingbezig met «taalonderwijs»? Uiteraard kun je onderscheid maken tussenspelling- en grammaticalessen, maar ook als leerlingen voor geschiedeniseen opstel schrijven, zijn ze bezig met taal. Verder geldt:–Hoeveel tijd leerlingen daadwerkelijk besteden aan de kerndoelen, kansterk verschillen tussen scholen en leerlingen. Sommige leerlingenhebben immers weinig tijd nodig om aan de kerndoelen te voldoen,andere leerlingen hebben meer tijd nodig.–Voor het basisonderwijs geldt dat ongeveer de helft van de onderwijs-tijd wordt toegekend voor onderwijs in taal en rekenen. In hetvoortgezet onderwijs neemt dat af omdat leerlingen dan niet meer«leren om te lezen/rekenen», maar «lezen/rekenen om te leren (inandere vakken)».–In de tabel op pagina 7 van de bijlage bij het kader ontwerpruimte is tezien dat de «overige» ruimte ongeveer 10–20% is.17 Dat is niet geheelhetzelfde als vrije ruimte, omdat scholen een deel van die vrije ruimtedus al hebben ingevuld voor bijvoorbeeld verlengde instructie.Oftewel: sommige leerlingen hebben meer tijd nodig voor het behalenvan de kerndoelen, daar wordt dan verlengde instructie voor gegeven.Hoe verhoudt de systematiek van deze kerndoelen, de formulering, demate van precisie en de inhoudelijke omvang van deze kerndoelen zich totde wettelijk verplichte leerstof voor dezelfde leeftijden in België, Duitslanden het Verenigd Koninkrijk? Welke analyses bestaan daarvan?Bij de ontwikkeling van de kerndoelen heeft SLO goed gekeken naar watomringende landen doen en wat landen doen die goed scoren opbasisvaardigheden. Deze analyse is lastig, omdat andere landen vaak nietalleen een ander curriculum hebben, maar ook een ander schoolsysteem.De keuzes die voor Nederland zijn gemaakt, sluiten aan bij recentonderzoek.18 In dit onderzoek wordt overigens ook geconcludeerd dat nietde kerndoelen zelf doorslaggevend zijn voor goede leerresultaten, maarde randvoorwaarden tijdens implementatie, zoals tijd, professionaliseringen leermiddelen. Dit zijn precies de zaken waarop ik wil gaan inzetten dekomende jaren en waarover ik eerder ook schreef.19Welke onderwijskundige overtuigingen of filosofieën liggen ten grondslagaan deze kerndoelen? De leden van de JA21-fractie krijgen de indruk datSLO, de stichting die belast is met het opstellen van de kerndoelen, sterkwordt beïnvloed door vormen van sociaal-constructivisme waarbijbijvoorbeeld minder de lesstof en meer de ervaringen van de leerlingcentraal staan, waarbij leren een coöperatief proces is en kennis voort-durend zou veranderen. Hoe ziet de Staatssecretaris dat?Er liggen geen eenzijdige onderwijskundige overtuigingen of filosofieënonder deze kerndoelen. De kerndoelen zijn met elke didactische aanpak –van directe instructie tot sociaal constructivisme – aan te leren. Dit wasook nadrukkelijk de opdracht aan SLO. In de werkopdracht – die met uw17https://www.slo.nl/@21495/kader-ontwerpruimte-kerndoelen/18International comparative review; Curriculum policy summary, Lucy Crehan, e.a., November2025, v.1.019Kamerstuk 31 289, nr. 833.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86711 Kamer is gedeeld – stond expliciet: «De conceptkerndoelen doen recht aande vrijheid van inrichting en de pedagogisch-didactische vrijheid van deschool, conform artikel 23, lid 2, van de Grondwet».20 Daar is SLO ingeslaagd.In de inleiding van het definitief concept Functionele kerndoelen burger-schap staat bijvoorbeeld dat «leerlingen kennis nodig hebben om debetekenis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat in hundirecte leefomgeving toe te passen. Over het algemeen geldt dat dezeleerlingen het beste leren als kennis wordt verbonden met alledaagsesituaties en ermee geoefend wordt in realistische contexten en praktijk-vakken.»21 De leden van de JA21-fractie vrezen dat met deze aanpakreguliere en toetsbare kennis over besluitvorming, grondrechten en deoorsprong van onze democratie in de knel komen.Het burgerschapsonderwijs is gebaseerd op de overtuiging dat alleleerlingen, passend bij hun mogelijkheden, actief kunnen deelnemen aande pluriforme, democratische Nederlandse samenleving. Daarom komende inhouden van de kerndoelen voor het po en het so, en de onderbouwvo en het vso grotendeels met elkaar overeen, juist ook waar het kennisover besluitvorming, grondrechten en de basiswaarden van de democra-tische rechtsstaat betreft. De functionele kerndoelen zijn zodanigontworpen dat ze aansluiten bij de verschillende onderwijsbehoeften vande leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs. In dit onderwijsworden zowel kennis, vaardigheden als ervaringen aangeboden, waarbijde nadruk ligt op het ontwikkelen van een handelingsperspectief datleerlingen niet alleen binnen, maar ook buiten de school toepassen. Dezefunctionele kerndoelen zijn in de fase van beproeven uitgebreid getoetstin de onderwijspraktijk. Ik heb daarmee het vertrouwen dat kennis over debasiswaarden van de democratische rechtstaat direct toe te passen is inalledaagse situaties en ook voor deze doelgroep in de praktijk totuitvoering gebracht kan worden.Pagina 10 van de definitieve conceptkerndoelen kunst en cultuur stelt:«met kunst geven mensen vorm en betekenis aan hun eigen ervaring enaan die van anderen.» Steeds wordt benadrukt dat leerlingen met kunstleren om betekenis te «geven» aan onderwerpen, «thema’s en de wereldom ons heen.» Er zijn ook andere manieren om kunst en cultuur tebegrijpen: als een diepere vorm van kennis over de condition humaine,een licht vanuit een hogere wereld die het dagelijkse leven laadt met eenbijzondere, morele betekenis; en dus niet zozeer als iets waarmee eenindividu een eigen betekenis «geeft», maar waar het juist gaat om het«herkennen» ervan. In hoeverre bieden deze kerndoelen ruimte voor eenmeer klassieke benadering van de betekenis van kunst? Waarom komt hetwoord «schoonheid» niet voor in deze kerndoelen?In de herziene kerndoelen is aandacht voor zowel de individuele ervaringvan betekenisgeving aan kunst en cultuur, als deelgenoot gemaaktworden van de bedoeling van kunst en cultuur door de maker of deomgeving. Zie bijvoorbeeld kerndoel 37 po. De kerndoelen zijn zogeformuleerd dat scholen/leraren er verschillende kanten mee op kunnen.Tijdens het beproeven van de kerndoelen is ook gebleken dat verschil-lende type scholen hier goed mee uit de voeten kunnen.20https://www.slo.nl/@22375/werkopdracht-kerndoelen-2023/21SLO, 17 december 2025, «Functionele kerndoelen burgerschap (definitief concept) inclusieftoelichtingsdocument» (https://www.slo.nl/zoeken/@25210/functionele-kerndoelen-bu-def-concept/).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86712 Het woord «schoonheid» is niet opgenomen in de kerndoelen omdat ditwoord te limitatief is, er zijn veel meer manieren waarop naar kunst encultuur gekeken kan worden. Kerndoel 37 vraagt leerlingen om tereflecteren, waardoor het onvermijdelijk is dat schoonheid behandeldwordt.De kerndoelen over kunst en cultuur leggen veel nadruk op wat kinderenindividueel moeten ervaren en waarbij ze vervolgens moeten reflecterenop ervaringen en het «eigen artistiek vermogen onderzoeken». Wat alseen school kinderen vooral wil leren tekenen of schilderen, of muziekmaken? Niet zozeer om hun unieke eigen ervaringen uit te drukken, maarom te leren over de objectieve wereld om hen heen?In de herziene kerndoelen zijn beide aspecten opgenomen: zowel hetmaken van kunst en beoefenen van cultuur als het reflecteren erop. Dat isin de huidige kerndoelen ook al zo en betekent dus geen verandering voorscholen. Het maken van kunst heeft een prominente plek in kerndoel 36.Bij dit kerndoel gaat het erom dat leerlingen gebruik maken vantechnieken en vaardigheden bij het maken van individueel en gezamenlijkwerk. Daaronder valt ook leren tekenen, schilderen en muziek maken. Hetis de keuze van de school/leraar om te kiezen op welke onderdelen van dekerndoelen ze het accent leggen en welke specifieke technieken envaardigheden ze aanleren.Op pagina 29 van de toelichting van de kerndoelen kunst en cultuur wordtverwezen naar de Code Diversiteit en Inclusie en de gedragscode diegericht is op diversiteit. Volgens de leden van de JA21-fractie is deze codesterk ideologisch gekleurd op grond van nog altijd omstreden theorieën,zoals intersectionalisme. Waarom wordt naar deze code verwezen en opwelke manier is deze weerspiegeld in de kerndoelen? Als scholendaarmee willen werken en die uitgangspunten hanteren is dat één ding,maar in hoeverre worden scholen die hun visie op kunst berusten opandere overtuigingen hiermee gedwongen deze visie toe te passen?Die visie komt niet expliciet terug in de kerndoelen, want scholen moetenhier eigen keuzes in kunnen maken. Alle visies zijn mogelijk met dezekerndoelen. Naar deze code wordt verwezen omdat deze bron terinspiratie is gebruikt voor het opstellen van de karakteristiek en dekerndoelen. Het belangrijkste element hierin was dat kunstvakkentoegankelijk moeten zijn voor alle leerlingen en verschillende kunstzinnigeuitingen mogelijk moeten maken.Zo staat in de toelichting van de kerndoelen kunst en cultuur tevens dat«de huidige onderwijspraktijk in de kunstvakken gaat over het algemeenuit van een westers perspectief op kunst. De nieuwe kerndoelen moeten«meerstemmigheid» mogelijk maken en borgen dat het aanbod breder,meer divers en inclusiever wordt (Ros, 2021, 2023). Het mondialeperspectief maakt het toekomstig onderwijs relevanter en rijker (Herma-nussen, 2022).» Ook hierbij zetten de leden van de JA21-fractie grotevraagtekens. Wat mist er dan precies in de huidige kerndoelen dat nu gaatveranderen? Vindt de Staatssecretaris dat de huidige onderwijspraktijkminder moet uitgaan van een Westers perspectief? Waarom? Is deStaatssecretaris van mening dat Nederland zich in «het Westen» bevindt,en dat het dus logisch is dat kunstonderwijs hier uitgaat van een westersperspectief, en niet van zeg, een Zuid-Aziatisch perspectief? Wat alsscholen willen uitgaan bij hun kunstonderwijs van een Westersperspectief? In hoeverre zou dat dan in strijd zijn met deze kerndoelenzoals hier geformuleerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86713 Het kerndoelenteam, de advieskring en wetenschappers geven inderdaadaan dat de huidige onderwijspraktijk over het algemeen uitgaat van eenWesters perspectief op kunst en cultuur. De herziene kerndoelen sporenaan om breder te kijken dan alleen de directe omgeving, omdat de huidigeen toekomstige generatie leerlingen opgroeien in een wereld waarbij deaanraking met andere culturen steeds meer aan de orde van de dag is. Hetis daarom belangrijk dat leerlingen zich daartoe leren verhouden. Deherziene kerndoelen zijn ontwikkeld door het onderwijsveld zelf en zijnbreed geconsulteerd bij verschillende scholen. Uit de fase van beproevenblijkt dat scholen de ruimte binnen de kerndoelen ervaren om meer vanuitverschillende perspectieven te werken, passend bij hun eigen schoolvisie.Het Westerse perspectief hoort daar vanzelfsprekend ook bij, net zoals nual gebeurt. De kerndoelen bieden ruimte om hier als school eigen keuzesin te maken. Zo zou een school met veel leerlingen met een Oekraïenseachtergrond er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om Nederlandse kunst encultuur te vergelijken met Oekraïense kunst en cultuur.De gedachte lijkt te zijn dat in de kerndoelen kunst en cultuur het hanterenvan een Westers perspectief geen recht zou doen aan de «diversiteit» vande samenleving, omdat er veel mensen wonen met een migratieachter-grond uit niet-Westerse landen. Volgens de leden van de JA21-fractiewonen deze mensen nu echter in het Westen en maken onderdeel uit vanhet Westen, en is het juist zaak dat alle kinderen kennismaken met dieWesterse beschavingstraditie. Hoe ziet de Staatssecretaris dit?De Code Diversiteit is gebruikt als een van de vele bronnen om totherziene kerndoelen te komen. Het document heeft mede geïnspireerd omin kerndoel 35 en 37 (po) en 40 en 42 (vo), elementen op te nemen als«beschouwen van kunst van uiteenlopende makers» en «verkennen vande invloed van tijd en plaats op het werk van de makers». De term«Westers perspectief» komt hierin niet terug. Ik ben het met de leden vande fractie van JA21 eens dat het zaak is dat alle leerlingen kennismakenmet Westerse kunst en cultuur. Dat doen leraren nu ook al en dat zal nietveranderen door de nieuwe kerndoelen. Dat laat echter onverlet dat hetook zinvol en waardevol is om leerlingen een bredere blik op kunst encultuur te gunnen, zowel om recht te doen aan de diversiteit in desamenleving, als om westerse kunst en cultuur in breder perspectief teleren zien.«Het mondiale perspectief maakt het toekomstig onderwijs relevanter enrijker», staat op pagina 29 van de toelichting van de kerndoelen kunst encultuur. Deelt de Staatssecretaris die opvatting? Dreigt hier niet opnieuween «gevoel van overladenheid» bij leraren als zij de taak krijgen kunst encultuur uit alle windstreken aan bod te laten komen?Uit de fase van beproeven blijkt dat scholen goed uit de voeten kunnenmet deze kerndoelen. Door slimme verbindingen te leggen, kost hetbehandelen van verschillende perspectieven geen extra tijd. Dekerndoelen schrijven niet voor om kunst en cultuur aan te bieden uit allewindstreken, slechts om breder te kijken dan één perspectief en verderdan de directe omgeving. Scholen kunnen vanuit hun professionele visieen schoolpopulatie bekijken wat zij een passende en werkbare invullingvinden. Dat doen veel scholen al, maar de nieuwe kerndoelen zijn eenkans om hier opnieuw kritisch naar te kijken.Wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorigekerndoelen moderne vreemde talen?De herziene kerndoelen moderne vreemde talen richten zich op hetbetekenisvol en samenhangend gebruiken van taal, in plaats van losseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86714 vaardigheden zoals lezen of schrijven. Minder verkaveld dus, en meersamenhangend.Naast Engels, zijn er ook doelen voor andere moderne vreemde talenontwikkeld. Dat was ook een nadrukkelijke wens van uw Kamer en devakverenigingen. Er is hierbij meer aandacht voor cultuur, meertaligheiden het taalleerproces (gebruiken van strategieën om woorden, zinnen,gesprekken beter te begrijpen), zodat leerlingen beter leren communi-ceren met mensen uit andere landen en in echte situaties.Voor elke taal is een niveau in het Europees Referentiekader (ERK)22voorgesteld om een duidelijke doorlopende leerlijn te creëren van po totbovenbouw vo. Ook zijn digitale vaardigheden, reflectie op eigen leren eninclusiviteit toegevoegd, zodat de doelen voor meer leerlingen haalbaarzijn.In kerndoel 36 staat: «de leerling ontwikkelt zich als taal- en cultuurbe-wuste gebruiker van de Engelse taal». Waarom moet dit onderdeel zijnvan de kerndoelen? Is het niet beter om je bij de kerndoelen te beperkentot het daadwerkelijk leren van die taal? Bij onderdeel B van kerndoel 36staat: «de leerling verkent culturele aspecten en culturele diversiteit infictie en non-fictie». Waarom wordt dat hier zo gesteld? Waarom wordtdiversiteit ook hier benadrukt, in plaats het kerndoel te beperken tottaalbeheersing, waarbij dergelijke aspecten als het ware in het kielzogdaarvan meekomen, afhankelijk van wat wordt gelezen? Dit is toch geenkerndoel antropologie? Vindt de Staatssecretaris het tot de kerndoelenbehoren bij vreemde talen, dat leerlingen stereotyperingen lerenherkennen?De kerndoelen moderne vreemde talen beogen dat leerlingen lerencommuniceren in vreemde talen. Het leren communiceren in vreemdetalen omvat taalvaardigheden, taalbewustzijn en interculturele communi-catieve competentie. Deze drie elementen heb je in samenhang nodig omde communicatie effectief te laten verlopen en te laten slagen. Ominformatie in een taal uit te kunnen wisselen, is het nodig om je te kunnenverbinden met mensen uit andere culturen. Zelfs als leerlingen goed Fransspreken, zullen zij niet effectief kunnen communiceren als zij bijvoorbeeldde taalkundige beleefdheidsnormen niet kennen. Als zij iemandaanspreken met het informele «tu» (jij), in plaats van het formele «vous»(u), dan kan dat het contact bemoeilijken, omdat dit als onbeleefd wordtgezien. Zoals de toelichting bij de definitieve conceptkerndoelenbenadrukt, is het leren van losse woorden of grammatica dus nietvoldoende. Taalvaardigheden en kennis van cultuur en diversiteit(interculturele competentie) zijn sterk met elkaar verbonden. Doorculturele contexten te begrijpen en taal in context te gebruiken, kunnenleerlingen teksten, situaties, woorden en uitdrukkingen beter interpre-teren. Ook het herkennen van stereotypering is een belangrijk onderdeelvan interculturele competentie. Leerlingen worden zich bewust van destereotype beelden die zij kunnen hebben bij bepaalde talen en culturenen ontwikkelen hier een genuanceerder beeld bij. Dit helpt hen om beteren doelgerichter te kunnen communiceren in de vreemde talen.Ik ben het daarom met het kerndoelenteam eens dat het hele palet aantaal- en culturele vaardigheden nodig is om leerlingen voor te bereiden opcommunicatie in vreemde talen.22Het Europees Referentiekader voor Talen (ERK) is een internationale standaard die taalvaar-digheid beschrijft op zes niveaus (A1, A2, B1, B2, C1, C2), van basisgebruiker (A1, A2) totvaardig gebruiker (C1, C2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86715 Dan een aantal vragen en opmerkingen over de kerndoelen burger-schap.23 In welke mate worden de kerndoelen van het burgerschapson-derwijs eenzijdig gericht op toetsbaarheid van burgerschapskennis? Inwelke mate zal het gaan om niet-toetsbare elementen, de zogenoemde«attitudes» enerzijds en anderzijds de toetsbare kennis?De kerndoelen specificeren wat leerlingen moeten leren en ervaren, enhebben in dat kader zowel aandacht voor zowel kennis als vaardigheden.De kerndoelen specificeren niet hoe kennis en vaardigheden getoetstmoet worden. Scholen kunnen zelf bepalen wat zij daarin passend vinden.De kerndoelen zijn zo geformuleerd dat ze geen attitudes bij leerlingenvoorschrijven. Wel wordt van scholen gevraagd om leerlingen respectvoor de basiswaarden van de democratie bij te brengen, dat past bij watde wettelijke burgerschapsopdracht van scholen vraagt.Welke plaats heeft kennis over de Grondwet – dus niet het algemenebelang van de Grondwet – gekregen in deze kerndoelen? Welke artikelenkomen aan bod?De kerndoelen verplichten dat scholen leerlingen onderwijzen in hoe deGrondwet, kinder- en mensenrechten basiswaarden van de democratischerechtsstaat mogelijk maken en hoe de basiswaarden van de democra-tische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, met elkaar opgespannen voet kunnen staan. De kerndoelen specificeren niet welkeartikelen van de Grondwet aan bod moeten komen.De kerndoelen 24 tot 27 (mens en maatschappij) zijn allemaal gericht opwat leerlingen moeten onderzoeken en verkennen, van «vraagstukkenover mens en samenleving, tot geografische verschijnselen, en histo-rische verschijnselen». Is het niet belangrijk dat kerndoelen gericht zijn opwat kinderen concreter moeten leren en weten?Het is belangrijk dat leerlingen zowel kennis op doen, als om te weten hoeze die moeten toepassen in grotere vraagstukken. Enkel kennis hebbenvan het koloniaal verleden, de Holocaust of klimaatverandering is nietgenoeg. Om mee te draaien in de hedendaagse samenleving moetenleerlingen deze kennis ook kunnen toepassen op actuele vraagstukken.Daarnaast wordt kennis bij leerlingen ook beter aangeleerd door zich teverdiepen in geografische en historische verschijnselen zoals bijvoorbeeldmigratie, ongelijkheid en verzuiling. Beide zijn belangrijk dus.Als voorbeeld van de overladenheid die de oude kerndoelen zoudenoproepen werd wel verwezen naar het oude kerndoel waarin stond datkinderen leren over de tijd van wereldoorlogen en waarbij wordttoegevoegd «de wereldoorlogen en de holocaust», omdat dit te weinigrichting zou geven en leraren dan niet weten of ze twintig of honderdaspecten moeten belichten. Maar in de nieuwe kerndoelen staat deTweede Wereldoorlog niet in de doelzinnen, maar alleen in de kolom «hetgaat hierbij om», als uitwerking van de doelzinnen «de leerling beschrijfthistorische ontwikkelingen» en «de leerling legt verbanden tussenhistorische ontwikkelingen en gebeurtenissen in het heden en verkentbetekenissen die mensen geven aan het verleden». Betekent dit dat lerenover de Tweede Wereldoorlog strikt genomen niet tot de kerndoelenbehoort en scholen er ook voor kunnen kiezen om hier geen les over tegeven?23Bijlage bij Kamerstuk 31 293, nr. 847, documentnummer 2025D47631.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86716 De herziene kerndoelen hebben voor alle verschillende leergebieden eeneenduidige architectuur. Die bestaat uit verschillende onderdelen en alleonderdelen zijn verplicht. Eerst wordt het kerndoel in algemene termenbeschreven. Bij de conceptkerndoelen voor mens en maatschappij luidtkerndoel 27 po bijvoorbeeld: «De leerling verkent historische verschijn-selen.» Vervolgens wordt dit kerndoel uitgewerkt in enkele doelzinnen. Inkerndoel 27 zijn dit er drie; doelzin A luidt: «De leerling beschrijfthistorische ontwikkelingen aan de hand van gebeurtenissen, personen envoorwerpen.» Deze doelzinnen worden vervolgens nader gespecificeerden geconcretiseerd onder het kopje «Het gaat hierbij om{». Bij doelzin Avan kerndoel 27 worden daarvan zes opgesomd, waaronder «ontwikke-lingen uit de tijd van wereldoorlogen en mensenrechten: TweedeWereldoorlog en Holocaust, dekolonisatie, verdergaande samenwerkingrond wereldproblemen, groeiende welvaart en diversiteit, ontstaan vaneen informatiesamenleving». Al deze doelzinnen en concretiseringendaarvan in de vorm van «Het gaat hierbij om{» maken integraal deel uitvan de kerndoelen en daarmee van de wettelijke opdracht aan scholen.Aangezien de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust hier expliciet ingenoemd worden, kunnen scholen er dus niet voor kiezen om hier geenles over te geven.De leden van de JA21-fractie steunen de keuze om voor de functionelekerndoelen programmeren niet op te nemen, maar deze leden lijkt het nietverstandig om programmeren wel op te nemen in de definitievekerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van hetvoortgezet onderwijs, zeker met de opkomst van kunstmatige intelligentiedie het schrijven van code overneemt. Het zou scholen uiteraard vrijmoeten staan om dit te onderwijzen als zij daar behoefte aan hebben,maar, zeker gezien het belang om overladenheid te voorkomen en tekunnen focussen op de basisvaardigheden, lijkt het niet nodig omprogrammeren op deze manier op te nemen. Waarom denkt de Staatsse-cretaris dat dit moet worden opgenomen als verplicht kerndoel? Hoeveelscholen beschikken over docenten met de expertise om leerlingen te lerenprogrammeren?De kerndoelen die te maken hebben met programmeren hebben eenzwaartepunt dat ligt bij computationele denkstrategieën, dat wil zeggen:gebruik maken van een computer om problemen op te lossen. Hetprogrammeren zelf is een belangrijk element, maar het begrijpen vanprogrammeerconcepten, invoer en uitvoer en het aanpakken en oplossenvan een probleem zijn onderliggende vaardigheden die belangrijk zullenblijven, met of zonder komst van kunstmatige intelligentie.De Monitor Digitalisering Onderwijs van 2025 laat zien dat leraren eenruime voldoende geven aan hun beheersing van computationeeldenken.24BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie zijn blij dat het amendement van het lidCeder, Boomsma en Van der Plas over voorhang van de algemenemaatregelen van bestuur waarmee kerndoelen worden vastgesteld isaangenomen.25 Hoe gaat de Staatssecretaris invulling geven aan ditamendement? Welke stukken worden bij de voorhangprocedure aan deKamer overgelegd, hoe wordt de vierwekentermijn bewaakt en geldt dezeprocedure ook bij toekomstige wijzigingen in het kader van periodiekonderhoud?24Landelijke rapportage Monitor Digitalisering Onderwijs 2025, p. 33, https://www.kennisnet.nl/app/uploads/Monitor-Digitalisering-Onderwijs-2025-pdf.pdf)25Kamerstuk 36 699, nr. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86717 Indien het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen,wordt in het vervolg een ontwerpbesluit waarin herziene kerndoelen zijnopgenomen of waarin kerndoelen worden gewijzigd enkel vastgesteldindien het betreffende besluit aan uw Kamer is aangeboden in het kadervan de voorhangprocedure. Dit biedt uw Kamer de mogelijkheid om zichuit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdelingadvisering van de Raad van State wordt voorgelegd.Daarbij wordt het ontwerpbesluit vergezeld van een nota van toelichtingaan uw Kamer gezonden. In het kader van actieve openbaarmakingworden ook de beslisnota’s over het ontwerpbesluit meegezonden aan uwKamer. De voorbereidende documentatie, zoals bijvoorbeeld deuitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets, wordt eveneens op datmoment openbaar gemaakt en is te vinden op de wetgevingskalender.De voorhangprocedure houdt in dat de voordracht aan de Koning terverkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad vanState over het ontwerpbesluit niet eerder gebeurt dan vier weken nadathet ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.Deze termijn is wettelijk verankerd. Indien meer dan een vierde deel vandie termijn binnen een recesperiode van uw Kamer valt, wordt conformafspraken tussen de Staten-Generaal en de regering de termijn in beginselzodanig verlengd dat drie vierde deel daarvan buiten die recesperiode vanuw Kamer valt. Deze procedure geldt ook bij toekomstige wijzigingen inhet kader van periodiek onderhoud.DENK-fractieDe leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de herzieningvan de kerndoelen en hebben daarbij enkele vragen. Deze leden zien in devoorstellen aanknopingspunten voor een samenhangende benaderingvan planetaire gezondheid, welzijn en welvaart, maar herkennen dit nogonvoldoende als expliciet duidend en verbindend kader. Kan de Staatsse-cretaris toelichten op welke wijze, binnen de bestaande structuur, desamenhang in de doelen en uitwerkingen duidelijker gemaakt kanworden?Er zijn veel dwarsverbanden te leggen tussen de thema’s planetairegezondheid, welzijn en welvaart, ook met andere thema’s, zoals techno-logie, ethiek en bestuur. De mogelijkheden om die in samenhang op teschrijven zijn vrijwel oneindig. De kerndoelenteams hadden dus eenuitdagende taak om daar keuzes in te maken en het te beperken tot dekern van ieder leergebied, met zo min mogelijk dubbelingen tussenleergebieden. Uit de fase van beproeven blijkt dat scholen met devoorgestelde structuur goed uit de voeten kunnen. Het staat scholen vrijom samenhang op hun eigen manier vorm te geven, passend bij eigenvisie en context, zo lang alle elementen uit de kerndoelen maar terug-komen. Om scholen hierbij te ondersteunen werkt SLO momenteel aanvoorbeeldmatige leerlijnen en uitwerkingen. In de leerlijnen wordeninhouden uit de kerndoelen in een bepaalde samenhang beschreven.Daarnaast vragen de leden van de DENK-fractie waarom bij enkelevo-kerndoelen niet explicieter is gekozen voor hogere-orde leerdoelen dieleerlingen helpen om de impact van menselijk handelen op natuur,klimaat en welvaart te analyseren en om na te denken over mogelijkeoplossingsrichtingen. Kan de Staatssecretaris aangeven waarom hiervoorniet nadrukkelijker is gekozen en hoe dit binnen de huidige kerndoelen-structuur toch voldoende kan worden geborgd?Ik herken niet dat deze leerprocessen ontbreken. Deze zijn te vinden in deuitwerkingen van de kerndoelen, bij de onderdelen van «het gaat hierbijom». Zie bijvoorbeeld kerndoel 25 (po): «onderzoeken van vraagstukken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86718 zoals duurzame ontwikkeling» en «redeneren over de samenleving van detoekomst». Dit is vrijwel niet in de klas te behandelen zonder het overproblemen en oplossingen te hebben. Dit komt terug in meerderekerndoelen in de leergebieden mens en maatschappij en mens en natuur,die over de invloed van menselijk handelen gaan op natuur, klimaat enwelvaart. Bovendien passen leerlingen in deze contexten ook dedenkwijzen van de beide leergebieden toe (zie kerndoel 24A en 29B, vo),die hogere-orde denkvaardigheden bij uitstek stimuleren.Tot slot vragen de leden van de DENK-fractie hoe de Staatssecretaris dezekeuzes beoordeelt in het licht van de wettelijke burgerschapsopdracht.Acht hij de voorgestelde kerndoelen toereikend om leerlingen voldoendehouvast te geven bij het duiden en wegen van actuele vraagstukken rondklimaat, natuur, welvaart en mondiale ongelijkheid? Zo ja, op welke wijzewordt dit in de verdere uitwerking gewaarborgd?De wettelijke burgerschapsopdracht stelt geen inhoudelijke eisen aan hetonderwijs dat scholen geven in relatie tot klimaat, welvaart en mondialeongelijkheid, maar vraagt van scholen dat ze leerlingen kennis en respectbijbrengen van en voor de basiswaarden van de democratische rechts-staat en dat ze leerlingen helpen bij het ontwikkelen van de sociale enmaatschappelijke competenties die hen in staat stellen deel uit te makenvan en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandsesamenleving. Daarbij past het dat leerlingen verkennen wat hun rol is inrelatie tot maatschappelijke vraagstukken en hoe ze kunnen bijdragen aanhet welzijn van anderen en van de natuur. Dit komt ook terug in dekerndoelen burgerschap.Ook het thema duurzaamheid komt expliciet terug in de kerndoelenburgerschap. Daarnaast komt het thema duurzaamheid en thema’s alsklimaat, welvaart en mondiale ongelijkheid duidelijk terug in anderekerndoelen binnen mens en maatschappij en mens en natuur. Uit de fasevan beproeven bleek dat scholen hier voldoende houvast aan hebben.Scholen die meer houvast willen, kunnen in de toekomst gebruik makenvan uitgewerkte leerlijnen en voorbeeldmatige uitwerkingen. Die is SLOmomenteel aan het ontwikkelen.ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie herinneren zich dat de Staatssecre-taris in het debat over de Wet herziening wettelijke grondslagenkerndoelen heeft gezegd dat de keuzes bij de ontwikkeling van kerndoelenzijn afgestemd met een brede advieskring, inclusief de vakverenigingen.Deze leden merken op dat kritiek uit het veld rondom het ontbreken vanaandacht voor duurzaamheid in de kerndoelen zich er juist op richt dat dekerndoelen niet recht doen aan de adviezen, waarbij wordt gesteld dat náafstemming nog allerlei wijzigingen zijn aangebracht. De Staatssecretarisis deze kritiek ongetwijfeld ook ter ore gekomen. Kan de Staatssecretarisreflecteren op deze kritiek en uiteenzetten op welke manier er, specifiek alshet gaat over de aandacht voor duurzaamheid, recht is gedaan aan deadviezen uit het onderwijsveld?Het onderwijsveld en maatschappelijk betrokken organisaties zijn zeerbetrokken geweest bij het opstellen, beproeven en aanscherpen van dekerndoelen. De definitieve kerndoelen zijn met de advieskring van iederleergebied besproken en er is uitgelegd wat er met adviezen is gedaan.Niet iedere mening of ieder advies kan altijd volledig worden overge-nomen: je kunt simpelweg niet iedereen tevredenstellen. Daarnaast isonderwijstijd ook beperkt en je zult soms keuzes moeten maken die pijnkunnen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86719 Het onderwerp duurzaamheid heeft een veel steviger plek gekregen in denieuwe kerndoelen dan voorheen: in verschillende leergebieden komt hetexpliciet terug en de overige leergebieden bieden veel ruimte omduurzaamheid als onderwerp te gebruiken. Denk aan het lezen vanopiniestukken over klimaatverandering bij Nederlands.Het beeld dat er na afstemming met het veld nog allerlei wijzigingenzouden zijn aangebracht zonder afstemming herken ik niet. Er zijn bij dekerndoelen die een link hebben met duurzaamheid (burgerschap, mens enmaatschappij, en mens en natuur) drie momenten met wijzigingengeweest nadat de eerste versie met de Tweede Kamer is gedeeld: 1) hetverwerken van inzichten uit de fase van beproeven 2) de motie Soepboerover het verminderen van het aantal kerndoelen en 3) alleen bij dekerndoelen burgerschap een aantal aanpassingen door het ministerie, omte zorgen voor consistentie tussen wat er op het niveau van de wettelijkeburgerschapsopdracht staat en in de kerndoelen. Bij de eerste tweeprocessen hebben de vakverenigingen en de advieskringen meegedacht.Bij de derde stap zijn de vakverenigingen en advieskringen geïnformeerd,omdat het hier een noodzakelijke stap betrof. Informatie over de aanpas-singen van de kerndoelen burgerschap zijn te vinden op de website vanSLO.2626https://slo-kerndoelen.files.svdcdn.com/production/uploads/assets/updates/Addendum-Kerndoelen-Burgerschap-sept-2024.pdf?dm=1727160465).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 86720

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f862121b9d57a73d

14 okt 2026 · 129c7f61d8fd2586

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.