Ontwerp Programma van Eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029
Brontekst
Versie caadde20dc1b8762 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202523 645Openbaar vervoerNr. 851 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 mei 2025Op dit moment bereidt het Ministerie van IenW (hierna: IenW) deconcessies voor de Friese Waddenveren vanaf 2029 voor. De huidige tweeconcessies lopen in 2029 af. Het gaat om de Concessie WaddenverenWest voor de verbindingen van en naar Vlieland en Terschelling en deConcessie Waddenveren Oost voor de verbindingen van en naar Amelanden Schiermonnikoog. IenW beoogt eind 2026 twee nieuwe concessies tegunnen middels een Europese aanbesteding. Een belangrijke stap om tekomen tot de nieuwe concessies is het opstellen van een Programma vanEisen (hierna: PvE). Het PvE bevat de minimumeisen waaraan eenvervoerder in ieder geval moet voldoen, onder andere op het gebied vande dienstregeling, kwaliteit en de tarieven.Met deze brief wordt het ontwerp Programma van Eisen (hierna:ontwerp-PvE) voor de concessies voor de Friese Waddenveren vanaf 2029,inclusief enkele bijlagen, aan de Kamer aangeboden. Dit ontwerp-PvE iseen uitwerking van de Nota van Uitgangspunten die op 8 oktober 2024met de Kamer is gedeeld.1 Het gaat hier om de consultatieversie van hetPvE en nog niet om de definitie versie. Voor de totstandkoming van hetontwerp-PvE hebben er diverse adviessessies plaatsgevonden metdecentrale overheden, consumentenorganisaties en diverse anderebetrokkenen. Mede op basis van hun inbreng tijdens deze adviessessies ishet ontwerp-PvE tot stand gekomen. Ook de eerder dit voorjaar aange-nomen moties van de Kamer over de nieuwe concessies zijn in hetontwerp-PvE verwerkt. In deze brief worden de belangrijkste onderwerpentoegelicht. Daarbij wordt, zoals op 25 maart jl. aan de Kamer toegezegd2,aangegeven op welke wijze de aangenomen moties in het ontwerp-PvEeen plek hebben gekregen.1Kamerstuk 23 645, nr. 830.2Kamerstuk 23 645, nr. 836. kst-23645-851ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8511 Het uitgangspunt voor het ontwerp-PvE is dat de veerverbindingen van ennaar de Waddeneilanden een levensaderfunctie vervullen voor deeilandbewoners en bezoekers. Het kabinet wil met de nieuwe concessieseen frequente, comfortabele en betaalbare veerdienst borgen, vooral voorhen die in grote mate van de veerverbindingen afhankelijk zijn. Deveerverbindingen zijn van groot belang voor de leefbaarheid van deWaddeneilanden, voor de bereikbaarheid van essentiële publiekevoorzieningen als zorg en onderwijs en voor het onderhouden van socialecontacten. Dat alles vraagt om goede afspraken met de rederij(en) en omeen zorgvuldig proces waarin de belangen van eilandbewoners, decen-trale overheden, consumentenorganisaties, reizigers en ondernemersgehoord worden, zowel bij de totstandkoming van de nieuwe concessiesals tijdens de nieuwe concessieperiode. Dit vormt voor het kabinet eenbelangrijke leidraad bij de totstandkoming van de nieuwe concessies.Daarnaast moet in de nieuwe concessies invulling worden gegeven aande beleidsdoelen uit de eerder genoemde Nota van Uitgangspunten.Het PvE bevat zoals gezegd de minimumeisen waaraan een vervoerder inieder geval moet voldoen. In aanvulling hierop worden inschrijvers in deaanbesteding uitgedaagd om meer te bieden dan de minimumeisen, en zomaximaal bij te dragen aan de doelen die IenW met beide concessiesnastreeft.Toelichting op het ontwerp-PvEBereikbaarheidIn bijlage 3 bij het ontwerp-PvE is een minimale dienstregeling vastgelegddie recht doet aan de levensaderfunctie die de veerverbindingen voor deeilandbewoners en bezoekers van de Waddeneilanden vervullen. Deminimale dienstregeling voorziet erin dat er het hele jaar door voldoendeafvaarten zijn, ook op momenten met een lagere vervoervraag. Op diemanier wordt geborgd dat de eilandbewoners en bezoekers, ook buitenhet toeristische seizoen, kunnen rekenen op een frequente verbinding methet vasteland. In lijn met de motie-Aukje de Vries c.s.3 zorgt de minimaledienstregeling ervoor dat de bereikbaarheid niet verslechtert ten opzichtevan de huidige dienstregeling.In de minimale dienstregeling wordt, conform de motie-Soepboer c.s.4,niet op tij gevaren. Dit betekent dat er onafhankelijk van het getij eenminimaal aanbod is. Aanvullend op de minimale dienstregeling kan derederij ervoor kiezen om extra afvaarten op te nemen in de dienstregeling.Deze moeten jaarlijks ter consultatie worden voorgelegd aan decentraleoverheden en consumentenorganisaties. Bij de verbindingen van en naarVlieland, Terschelling en Schiermonnikoog wordt op tij varen op ditmoment niet voorzien. Het kabinet moet het voorbehoud maken dat op tijvaren bij de verbinding van en naar Ameland in de toekomst niet kanworden uitgesloten. De MIRT-verkenning Bereikbaarheid Ameland5(hierna: MIRT-verkenning) loopt op dit moment nog. In deze verkenning isop tij varen vooralsnog één van de mogelijkheden die op tafel ligt. In hetontwerp-PvE kan niet op de uitkomsten van de MIRT-verkenning vooruitworden gelopen.De interinsulaire verbinding tussen Vlieland en Terschelling (de scholie-renboot) maakt conform de motie-Soepboer c.s.6 onderdeel uit van de3Kamerstuk 29 684, nr. 288.4Kamerstuk 29 684, nr. 280.5Kamerstuk 36 600 A, nr. 17.6Kamerstuk 29 684, nr. 282.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8512 minimale dienstregeling. Concreet omvat dit de verplichting aan deconcessiehouder van de nieuwe Concessie Waddenveren West om buitende schoolvakanties in de regio Noord op doordeweekse dagen vier keerper dag te varen tussen Vlieland en Terschelling: twee keer per dag vanVlieland naar Terschelling (waarvan één afvaart aan het begin van deochtend) en twee keer per dag van Terschelling naar Vlieland (waarvanéén afvaart halverwege de middag). De vertrektijden moeten wordenafgestemd op de start- en eindtijden van de scholieren. Het kabinetbenadrukt dat dit een (aanvullende) verplichting is die conform de wensvan de Kamer in het ontwerp-PvE is vastgelegd. Het betreft hier géénexclusief recht op deze verbinding. Dat komt omdat de Rijkstaak conformde wet is begrensd tot het vervoer tussen het vasteland en deWaddeneilanden.7Tot slot is in het ontwerp-PvE opgenomen dat de rederij bij het opstellenvan de dienstregeling moet overleggen met aanbieders van aansluitendopenbaar vervoer. De rederij moet samen met aangrenzende vervoerderseen afsprakenkader opstellen om het overleg over het opstellen enwijzigen van de dienstregeling te structureren. In lijn met de motie-Pierik8wordt zo geborgd dat de concessiehouder duidelijke afspraken maakt methet busvervoer om een goede aansluiting en daarmee een soepeleketenreis te realiseren.Betaalbaarheid en tarievenHet ontwerp-PvE bevat conform de motie-Aukje de Vries c.s.9 afsprakenover de betaalbaarheid van de Friese Waddenveren en biedt duidelijkheidover de jaarlijkse tariefstijgingen. Het kabinet wil de bestaande wijzewaarop de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd, voortzetten. Dit betekentconcreet dat IenW ieder jaar, op basis van een in de concessie vastge-legde index, vaststelt met welk percentage de tarieven in het daaropvol-gende jaar maximaal mogen stijgen. De concessiehouder moet zich aandie maximale tariefruimte houden. Deze tariefruimte geldt voor dezogenoemde beschermde reisrechten. Dit zijn de verreweg meestgebruikte tariefsoorten, waarvan de prijsontwikkeling vanuit de concessiewordt beschermd. Het gaat hier bijvoorbeeld om het tarief pervolwassene, per kind, per auto, per fiets en per motor. De hoofdrailnetcon-cessie kent de systematiek van beschermde reisrechten ook. Ieder jaardoet de concessiehouder in het vervoerplan een voorstel voor de hoogtevan de tarieven in het daaropvolgende kalenderjaar. Het vervoerplanwordt vervolgens ter consultatie voorgelegd aan decentrale overheden enconsumentenorganisaties. Het tariefvoorstel mag pas worden uitgevoerd,nadat IenW als concessieverlener met het vervoerplan heeft ingestemd.Met deze in het ontwerp-PvE voorgestelde systematiek houdt het kabinet,in lijn met de motie-Heutink10, grip op de jaarlijkse tariefverhoging van deveerverbindingen en daarmee de betaalbaarheid.De motie-Heutink vraagt bij tariefverhogingen van de Friese Waddenverenook om een voorhang bij de Kamer. Het kabinet wil dit onderdeel van demotie uitvoeren door in het Programma van Eisen vast te leggen dat IenWde Kamer ieder voorjaar informeert over de maximale tariefruimte voorhet daaropvolgende jaar. Het kabinet acht het inrichten van een jaarlijkse7Voor het vervoer tussen het vasteland en de Waddeneilanden is er op basis van de concessiesprake van een exclusief recht op het uitvoeren van de veerverbindingen daartussen, metschepen die geschikt zijn voor meer dan twaalf passagiers. Voor het interinsulaire vervoer,waarbij gebruik wordt gemaakt van schepen die geschikt zijn voor twaalf passagiers of minder,geldt dit exclusieve recht niet.8Kamerstuk 23 645, nr. 848.9Kamerstuk 29 684, nr. 288.10Kamerstuk 29 684, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8513 voorhangprocedure namelijk niet uitvoerbaar. Om een succesvolleaanbesteding mogelijk te maken, moet de concessiehouder erop kunnenrekenen dat de tarieven ieder jaar conform de afspraken in de concessiekunnen worden geïndexeerd. Een voorhangprocedure verzwaart derisico’s die de concessiehouder loopt en kan een drempel vormen voorpotentiële inschrijvers. Daarnaast zorgt een voorhangprocedure er ook inpraktisch opzicht voor dat de concessiehouder te weinig tijd heeft om deadviesprocedures met de consumentenorganisaties en decentraleoverheden ordentelijk te doorlopen, besluitvorming met IenW teorganiseren en de reiziger tijdig over de nieuwe hoogte van de tarieven teinformeren. Een politieke discussie over de tarieven van de FrieseWaddenveren kan ook zonder voorhang worden gevoerd. Het kabinetbeoogt de Kamer op dit punt te faciliteren door de Kamer ieder jaar actiefover de maximale tariefruimte voor het jaar daarop te informeren.Eilandbewoners kunnen op dit moment rekenen op een forse korting opde overtocht, zowel voor personen als voor voertuigen. Het kabinet wil ditin de nieuwe concessies voortzetten, zodat de betaalbaarheid van deveerverbindingen voor de eilandbewoners wordt geborgd. Daarom zijn dehuidige (gereduceerde) tarieven voor eilandbewoners in het ontwerp-PvEvastgelegd. Dit vormt de basis voor de hoogte van de tarieven in heteerste nieuwe concessiejaar (2029) en de prijsontwikkeling gedurende deconcessiejaren.Gegarandeerde plaatsen aan boord voor eilandbewonersHet is belangrijk dat eilandbewoners er zeker van kunnen zijn dat er voorhen een plaats aan boord is, met name voor de situaties dat zij onver-hoopt met spoed van de veerdiensten gebruik moeten maken. Ook demotie-Aukje de Vries c.s.11 vraagt hier aandacht voor. Daarom is in hetontwerp-PvE vastgelegd dat er voor eilandbewoners ten minste vierautoplekken tot 48 uur voor vertrek en twee autoplekken tot 24 uur voorvertrek vrij gehouden dienen te worden op de eerste afvaart van hetWaddeneiland en laatste afvaart naar het Waddeneiland. In de ConcessieWaddenveren West is dit al staande praktijk. Met de genoemde aantallenautoplekken heeft het kabinet gezocht naar een balans tussen enerzijdszekerheid voor eilandbewoners en anderzijds financiële haalbaarheid voorde rederij. Een groter aantal autoplekken vrij houden en het uitbreiden vandeze verplichting naar meer afvaarten heeft namelijk grote financiëleimpact.Voor personenplekken wil het kabinet geen verplichting opleggen omplekken vrij te houden, omdat de praktijk uitwijst dat er voor personenvrijwel altijd nog ruimte aan boord is op de reguliere veerdienst.Inspraak voor belanghebbendenHet kabinet heeft de inspraak voor belanghebbenden, zoals bewoners,decentrale overheden, ondernemersorganisaties en consumentenorgani-saties, gedurende de nieuwe concessieperiode als volgt in hetontwerp-PvE vastgelegd. De betrokken decentrale overheden en consu-mentenorganisaties krijgen (net als nu het geval is) een adviesrol richtingde rederij bij het opstellen van het jaarlijkse vervoerplan. In hetvervoerplan zijn onder meer de dienstregeling, kwaliteitsafspraken entarieven voor het daaropvolgende kalenderjaar vastgelegd. De rederijneemt de adviezen van de decentrale overheden en consumentenorgani-saties over, en als zij dat niet doet moet zij motiveren waarom niet. Ditcomply or explain-principe is vastgelegd mede naar aanleiding van de11Kamerstuk 29 684, nr. 288.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8514 motie-Soepboer c.s.12 Als gevolg van diezelfde motie is in hetontwerp-PvE ook vastgelegd dat de decentrale overheden en consumen-tenorganisaties worden betrokken bij de beleidsprioriteiten die IenW iederjaar wil meegeven aan de concessiehouder. IenW stuurt vervolgens eenbeleidsprioriteitenbrief aan de concessiehouder, waarin ook de thema’saan bod kunnen komen die door de decentrale overheden en consumen-tenorganisaties zijn ingebracht.In aanvulling op het bovenstaande bevat het ontwerp-PvE de verplichtingaan de rederij om per verbinding een klantenpanel in te stellen. Ditklantenpanel overlegt ten minste twee keer per jaar met de rederij en kansuggesties doen voor verbetering van de dienstverlening. Het kabinet wilhiermee zorgen dat de stem van de personen die afhankelijk zijn van en/ofbelanghebbend zijn bij de veerdiensten zo goed mogelijk wordt meege-nomen in de opzet en uitvoering daarvan. Naar aanleiding van demotie-Pierik13 is vastgelegd dat in ieder klantenpanel de ondernemers dieop het betreffende eiland zijn gevestigd vertegenwoordigd moeten zijn.Op die manier kan de rederij ook lering trekken uit de inbreng van delokale ondernemers. Zoals verzocht in de motie heeft hierover (op 10 apriljl.) overleg plaatsgevonden tussen de ondernemersorganisaties van deWaddeneilanden en IenW. De ondernemersorganisaties hebben daarbijaangegeven positief te staan tegenover deelname aan de klantenpanels.Wel hebben zij laten weten dat zij vinden dat de adviesrol van hetklantenpanel nog onvoldoende tot uiting komt in het ontwerp-PvE en datzij hier in de openbare consultatie kritisch op zullen zijn.Tijdens de totstandkoming van de nieuwe concessies worden lokale enregionale belanghebbenden op meerdere momenten betrokken om advieste geven. De decentrale overheden, consumentenorganisaties en andereorganisaties hebben aan de voorkant kunnen meedenken over departicipatieaanpak. Op basis hiervan heeft IenW bij de totstandkoming vanhet ontwerp-PvE, zoals aan het begin van deze brief aangegeven,verschillende adviessessies georganiseerd. In deze sessies is bij ondermeer decentrale overheden en consumentenorganisaties input opgehaaldvoor de vormgeving van de eisen in het ontwerp-PvE. Ook is naaraanleiding van de gesprekken over de participatieaanpak besloten omover het ontwerp-PvE een openbare consultatie te houden. De betrok-kenen op de Waddeneilanden zijn hier over geïnformeerd. De start van deconsultatie gaat gepaard met informatiebijeenkomsten op alle vier deWaddeneilanden, op het vasteland en digitaal. Geïnteresseerden kunnenzich abonneren op de nieuwsbrief die IenW regelmatig verspreidt. En totslot worden de stakeholders via het Platform Participatie14 op de hoogtegehouden van de stand van zaken van de nieuwe concessies. Door deadviezen van de betrokkenen op de Waddeneilanden met deze stappenmee te nemen bij de totstandkoming van de nieuwe concessies en debelanghebbenden regelmatig te informeren, wil het kabinet eenzorgvuldig participatieproces borgen en wordt ook invulling gegeven aande eerder genoemde motie-Soepboer.15Vaargeul van en naar AmelandDe toekomst van de veerverbinding van en naar Ameland kent een aantalonzekerheden. Allereerst worden de uitkomsten van de eerder genoemdeMIRT-verkenning pas na de gunning van de nieuwe concessies verwacht.Op dit moment liggen er nog verschillende varianten op tafel, die impact12Kamerstuk 31 409, nr. 472.13Kamerstuk 29 684, nr. 283.14Friese Waddenveren | Platform Participatie.15Kamerstuk 31 409, nr. 472.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8515 kunnen hebben op de locatie van de haven op het vasteland en demaatvoering van de vaargeul. Daarnaast zullen in 2028 het nieuweNationaal Water Programma en een nieuw Natura2000-beheerplanWaddenzee ingaan. Dit kan invloed hebben op de onderhoudsdimensiesvan de vaargeul. Naast deze geplande processen kan ook een onvoorzieneaanpassing van de maatvoering van de vaargeul nodig blijken. Dit kanbijvoorbeeld het geval zijn bij een wijziging van beleid, juridischeuitspraken of natuurlijke omstandigheden.Het kabinet vindt het van belang dat de nieuwe Concessie WaddenverenOost voldoende flexibiliteit bevat om op deze onzekerheden in te spelen.Daarom bevat het ontwerp-PvE voor de verbinding van en naar Amelandeen procedure voor een herziening van de concessie. Deze procedure gaatin op het moment dat duidelijk is dat de toekomstige situatie significantafwijkt van de situatie zoals voorzien tijdens de aanbesteding en dezeafwijking grote structurele (financiële) gevolgen voor de concessiehouderheeft. Op dat moment doorlopen IenW en de concessiehouder eenprocedure om te komen tot een plan om met de toekomstige situatie omte gaan en waar nodig de concessie op onderdelen aan te passen om toteen oplossing te komen die passend is bij de ontstane situatie. Dezeherzieningsprocedure is ook van toepassing bij andere majeure ontwikke-lingen. Om zekerheden voor de reiziger te borgen, is in het ontwerp-PvEopgenomen dat bij een herziening van de concessie de tarieven vooreilandbewoners niet meer stijgen dan op grond van de concessie istoegestaan, de minimaal noodzakelijke bereikbaarheid van Ameland isgegarandeerd en de financiële continuïteit van de rederij niet in gevaarkomt.Als het gaat om de vaargeulen van alle vier verbindingen, geeft hetontwerp-PvE conform de motie-Aukje de Vries c.s.16 duidelijkheid over demaatvoering, door te verwijzen naar het Nationaal Water Programma2022–202717 of diens opvolger(s).Looptijd concessiesHet kabinet kiest ervoor om, ondanks de in de vorige paragraafbeschreven onzekerheden voor de Concessie Waddenveren Oost, voorbeide concessies een looptijd van vijftien jaar te hanteren. De belang-rijkste overweging hierbij is dat een kortdurende concessie van bijvoor-beeld vijf of zeven jaar financieel minder aantrekkelijk is dan eenlangdurende concessie. Er is dan minder terugverdientijd voor investe-ringen die aan het begin van de concessieperiode nodig zijn. Dit kanleiden tot minder inschrijvingen en in het ergste geval een mislukteaanbesteding. Daarnaast is er een risico dat er over een aantal jaar ookgeen duidelijkheid bestaat over de eerder genoemde onzekerheden,waardoor het probleem slechts met een aantal jaar wordt verschoven. Totslot leidt een extra aanbesteding zowel voor IenW als voor marktpartijentot extra administratieve lasten. Het kabinet kiest voor zekerheid op delange termijn voor de reiziger, de rederij en de overige belanghebbenden.In de Concessie Waddenveren Oost worden wel voldoende maatregelenopgenomen om gedurende de looptijd van de concessie adequaat in tekunnen spelen op onzekerheden (zie vorige paragraaf).DuurzaamheidOp het gebied van duurzaamheid is in het ontwerp-PvE eenCO2-reductiepad opgenomen, waarin in zorgvuldige en haalbare stappen16Kamerstuk 29 684, nr. 288.17Kamerstuk 35 325, nr. 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8516 de CO2-uitstoot van de veerverbindingen wordt verminderd. In hetontwerp-PvE is mede naar aanleiding van zorgen uit de Kamer vastgelegddat dit niet ten koste mag gaan van de betaalbaarheid en de bereik-baarheid van de Waddeneilanden. Het voorgestelde reductiepad voldoetaan deze wens. Daarnaast maken de nieuwe concessies elektrificatie vande veerverbindingen mogelijk, maar wordt dit niet verplicht. Schepenmoeten geschikt zijn om omgebouwd te worden tot elektrischeaandrijving. Er is pas sprake van ombouw van schepen als tot elektrificatiewordt besloten en er zekerheid is over de realisatie van daarvoorbenodigde (laad)infrastructuur.Financiële transparantieIn de financiële bepalingen van de nieuwe concessies, die op dit momentnog worden uitgewerkt, zullen afspraken worden vastgelegd over definanciële transparantie die de concessiehouder in acht moet nemen. Ditmede naar aanleiding van de motie-Aukje de Vries c.s.18 Van de concessie-houder zal in ieder geval worden gevraagd om iedere jaar een financiëleverantwoording aan IenW te verstrekken, voorzien van een verklaring vande accountant. Deze financiële verantwoording biedt inzicht in de kosten,opbrengsten en het rendement dat de rederij realiseert met de uitvoeringvan de concessie. Vanwege bedrijfsvertrouwelijkheid kunnen dezegegevens niet openbaar worden gemaakt. Wel wil het kabinet aan deKamer en lokale en regionale belanghebbenden duidelijkheid geven of ermet de concessie geen overwinst wordt gerealiseerd. Daarom zullen definanciële bepalingen van de nieuwe concessies voorzien in een afspraakover de maximale winst die de concessiehouder mag realiseren, metmaatregelen die bij (dreigende) overwinst genomen moeten worden.Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het lager vaststellen vande tarieven voor de reiziger.VervolgprocesOp dit moment vindt een openbare consultatie van het ontwerp-PvEplaats. Deze duurt tot en met 20 juli. Daarna zullen de binnengekomenreacties worden verwerkt. In de zomer van 2025 zal het Programma vanEisen worden vastgesteld en eind september zal de aanbestedingspro-cedure starten. Deze mijlpalen zijn nodig om gunning van de nieuweconcessies eind 2026 mogelijk te maken. Gunning eind 2026 is noodza-kelijk om een zorgvuldige implementatieperiode tot en met de start van denieuwe concessies in 2029 te kunnen borgen.Het kabinet hecht er aan dat de Kamer vóór de vaststelling van hetProgramma van Eisen in de gelegenheid wordt gesteld om over hetontwerp-PvE in debat te gaan en/of vragen hierover te stellen. Het kabinetgaat graag met de Kamer hierover in gesprek. De Kamer wordt gevraagdom het ontwerp-PvE vóór het zomerreces van 2025 te bespreken.Daarmee heeft het kabinet voldoende tijd om de inbreng van de Kamer(samen met de inbreng vanuit de consultatie) te verwerken, hetProgramma van Eisen vast te kunnen stellen en vlak na de zomer deaanbesteding van de nieuwe concessies te kunnen starten.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. Jansen18Kamerstuk 29 684, nr. 288.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8517
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.