Kabinetsreactie oproep MVO NL en grote bedrijven om echt aan de slag te gaan met de circulaire economie
Brontekst
Versie d9ae4312463862f2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 373 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2025Zoals toegezegd in mijn brief van1 stuur ik u, mede namens de Ministervan Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Fiscaliteit,Belastingdienst en Douane, een reactie op het op 1 april jl. gepubliceerdemanifest van MVO Nederland samen met een aantal grote bedrijven,waarin zij oproepen tot circulaire actie.In het manifest worden zes actiepunten gepresenteerd:•Stop de ultra fast fashion-invasie – Voer wetgeving in tegen platformsals SHEIN en TEMU die de markt overspoelen met wegwerpkleding.•Overheid als aanjager – Maak circulair inkopen verplicht bij alleoverheidsaanbestedingen.•Verdubbel investeringen – Keer de geplande bezuinigingen om naareen verdubbeling van middelen voor circulaire economie.•Normering en fiscale prikkels – Verlaag btw op reparaties, schrapdubbele btw op tweedehands artikelen en beloon gebruik vanrecyclaat.•Innovatie versnellen – Creëer publiek-private investeringsfondsen enexperimenteerruimte voor circulaire doorbraken.•Hoogwaardige recycling stimuleren – Verscherp sorteerverplichtingenen maak verbranden duurder dan recyclen.Het kabinet heeft als doel om in 2050 een circulaire economie te reali-seren. Zoals het manifest terecht stelt: circulaire economie biedt kansenvoor ons toekomstig verdienvermogen, onze strategische autonomie ende bescherming van onze leefomgeving. Daarbij constateren de opstellersvan het Manifest ook dat de transitie van de circulaire economie nogonvoldoende op gang komt. Het PBL concludeert immers in haar IntegraleCirculaire Economie Rapportage (ICER) van februari 2025 dat het zeeronwaarschijnlijk is dat het nationale doel wordt gehaald.1Kamerstukken II 2024–2025, 32 852, nr. 357 kst-32852-373ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3731 In deze brief is de kabinetsreactie op de zes punten van het manifestopgenomen. Na de zomer stuur ik een actualisatie van het NationaalProgramma Circulaire Economie (NPCE) 2023–2030 aan de Kamer met eenoverzicht van alle maatregelen die erop gericht zijn de circulaire economiete bevorderen.Fast-fashion wetgevingHet kabinet herkent het signaal dat kleding steeds meer is verworden toteen wegwerpproduct. De grote toename aan producten gemaakt vanslechte kwaliteit en verkocht tegen lage prijzen zet circulaire ondernemersonder druk. Het beleidsprogramma circulair textiel 2025–2030 (Kamer-stukken II 2024–25, 32 852, nr. 354) is hier duidelijk over: er is eensysteemverandering nodig om de textielsector circulair te maken. Daaromzijn er verschillende onderzoeken gedaan om te bepalen welke maatre-gelen het effectiefst zijn om de problemen in de sector aan te pakken.2Daarbij is ook gekeken naar voorbeelden in andere landen, zoals de fastfashion wet in Frankrijk. De kern van het Franse voorstel is een uitbreidingvan eco-modulatie onder de uitgebreide producentenverantwoorde-lijkheid om circulaire producten minder te belasten en een verbod opreclame voor fast fashion. De behandeling van dit wetsvoorstel inFrankrijk is uitgesteld. IenW heeft contact met Frankrijk hierover om tebezien of we in Nederland vergelijkbare maatregelen kunnen treffen. Dezevraag kunnen we op dit moment nog niet beantwoorden, omdat nog nietduidelijk is hoe het Franse voorstel precies wordt uitgewerkt.Uit de onderzoeken die zijn gedaan voor het beleidsprogramma komentwee effectieve maatregelen naar voren om fast fashion tegen te gaan:minimale kwaliteitseisen voor textiel en tariefdifferentiatie onder de UPV.Vanuit Europa wordt er de komende jaren gewerkt aan producteisen voortextiel via de Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (ESPR).Door eisen te stellen aan de kwaliteit en circulariteit van textiel wordenproducten die hier niet aan voldoen van de Europese markt geweerd.Nederland is actief betrokken bij dit traject om maximale invloed tekunnen uitoefenen. Belangrijke eisen waar Nederland voor pleit zijn onderandere een verplicht percentage recyclaat en eisen aan de levensduur vantextiel.Daarnaast is tariefdifferentiatie onder de uitgebreide producentenverant-woordelijkheid (UPV) textiel een belangrijke maatregel om te zorgen datcirculaire keuzes beloond worden. Begin dit jaar is er in Europa eenpolitiek akkoord bereikt over de herziening van de Kaderrichtlijn Afval-stoffen (KRA). Het wordt daarmee voor alle Europese lidstaten verplichtom een UPV voor textiel in te voeren. Ook wordt het verplicht voorproducenten om eco-modulatie toe te passen op basis van de ESPR-eisen.Dat bekent dat tarieven die producenten betalen voor de uitvoering van deUPV worden gedifferentieerd op basis van Ecodesign eisen, zoals hettoepassen van recyclaat of levensduur. Producenten worden daarmeegestimuleerd om circulaire keuzes te maken bij het ontwerp van hunproducten. De Nederlandse UPV wordt hier naar verwachting in 2027 opaangescherpt.Tijdens het Commissiedebat van 16 april jongstleden is ook aandachtgevraagd voor een verbod op gratis retourneren. Ik heb toegezegd(Nummer:TZ202505–134) om hierover in gesprek te gaan met de Ministervan Economische Zaken (EZ) en de Kamer hier eind mei over te infor-meren. Op dit moment loopt een gezamenlijk onderzoek van IenW en EZdat inzichtelijk moet maken wat het effect is van verplichte retourkosten2Kamerstukken II 2024–25, 32 852, nr. 354Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3732 op het aantal retourzendingen van kleding in Nederland en welkemilieuwinst dat kan opleveren. Ook moet blijken of het treffen van eendergelijke maatregel juridisch haalbaar is. Het onderzoek wordt naarverwachting vlak voor het zomerreces afgerond. De Kamer wordt daaromkort na het zomerreces geïnformeerd over de uitkomsten van hetonderzoek en de uitkomsten van het gesprek met de Minister van EZ.Ten aanzien van de enorme toename van producten die verkocht wordenvia buitenlandse platforms, maak ik graag melding van het feit dat hierook op EU niveau aandacht voor is. De Europese Commissie heeft op5 februari jl. een Mededeling gepubliceerd over e-Commerce waarin zijeen brede aanpak presenteert die de problemen als gevolg van de opmarsvan niet-Europese online marktplaatsen (e-commerce) adresseert3. Deinvoering van een handling-fee voor individueel geadresseerdee-commerce zendingen noemt de Commissie als één van de oplossingendie bijdraagt aan het verminderen van deze handelsstroom. Het kabinetonderzoekt momenteel of dat voor Nederland opportuun is.Tevens wordt momenteel in de EU onderhandeld over een nieuwDouanewetboek van de Unie waarbij het kabinet inzet op het stimulerenvan bulkinvoer, zodat producten via een business to business stroomworden ingevoerd in de EU en pas na een periode van opslag in eendouane-entrepot worden doorverkocht aan consumenten. Het voordeelhiervan is dat Douane en markttoezichthouders meer tijd hebben omproducteisen te controleren en controles effectiever kunnen wordeningericht.Circulair inkopen bij overheidsaanbestedingenVoor het kabinet zijn inkopen en aanbesteden door de overheden (zowelbij het Rijk als bij medeoverheden) een belangrijke manier voor hetbereiken van een circulaire economie. De overheid heeft een belangrijkevoorbeeldrol en kan met haar inkoopkracht van circa € 115 miljard4 demarkt helpen te versnellen naar een circulaire economie. Specifiek tenaanzien van Rijksinkoop, zal het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (BZK) dit jaar de actualisatie van de Rijksinkoopstra-tegie «Inkopen met Impact» starten. Daarin worden de kansen voorhogere ambities ten aanzien van circulariteit onderzocht en meegenomen.Om de transitie naar een circulaire economie te versnellen, hebben hetRijk en de koepels van de medeoverheden op 20 maart jl. de overeen-komst Krachtenbundeling Circulaire Economie5 ondertekend. Eén van deafspraken is dat alle overheidslagen zich inspannen om hun capaciteit,kennis en netwerken over circulair inkopen te delen en circulair inkopenop uniforme wijze toe te passen.Ook in Europese product- en sectorale regelgeving worden steeds meereisen gesteld aan de overheidsinkoop, waaronder eisen voor circulaireinkoop, zoals in de eerder genoemde Ecodesignverordening of deEcolabelverordening. Daarnaast wordt, onder leiding van het Ministerievan EZ, samen met stakeholders dit jaar de inzet bepaald voor deherziening van de aanbestedingsrichtlijnen. Daarbij kunnen ook mogelijkeknelpunten voor circulair inkopen meegenomen worden. Het kabinet isechter terughoudend in het opleggen van aanvullende verplichtingen. Het3Het BNC fiche «Commissiemededeling veilige en duurzame e-commerce» is op 14 maart jl. aanUw Kamer gezonden (Kamerstuk 22 112, nr. 4008).4Monitor Aanbestedingen in Nederland 2021-2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl5Overeenkomst krachtenbundeling Rijk-regio circulaire economie 2025-2026 | Nederlandcirculair in 2050Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3733 is van belang om ruimte te laten voor de afweging van diverse belangenen om de uitvoeringslasten en kosten voor de aanbestedende diensten tebeperken. Wel is er nauw met het bedrijfsleven samengewerkt aan deuitwerking van sturing met de Milieukostenindicator (MKI) in de Grond-,Weg- en Waterbouwsector. Dit is het resultaat van diverse onderzoeken enadviezen die zowel de aanzienlijke impact van deze aanpak als hetrelatieve gemak waarmee opdrachtgevers deze eisen kunnen uitvragen,benadrukken.Financiële middelen voor Circulaire EconomieDe Rijksoverheid heeft voor het uitvoeren van het Nationale ProgrammaCirculaire Economie een aantal financieringsbronnen ter beschikking. Demiddelen op de IenW begroting voor de circulaire transitie staan opartikel 21 (circulaire economie) van de Rijksbegroting. De genoemdebedragen in het Manifest zijn hierop gebaseerd (al is 2024 als referen-tiejaar gebruikt). Een belangrijke leeswijzer is dat de Rijksbegroting veelincidentele middelen bevat, die veelal via het klimaatfonds beschikbaarzijn gesteld voor de uitvoering van specifieke maatregelen.Het klopt dat waar het manifest oproept tot een toename aan middelen erde komende jaren een terugloop is op programmamiddelen voorcirculaire economie. Wel geeft het manifest een uitvergroot beeld van deafnemende middelen. De structureel beschikbare middelen van IenWverminderen met ongeveer 15 miljoen euro vanaf 2026. Als de Klimaat-fonds middelen buiten beschouwing worden gelaten, gaat het omongeveer 20% van het beschikbare budget. Dit zal betekenen dat dekomende jaren scherpe keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien vande uitvoering op dit begrotingsartikel.De middelen op artikel 21 van IenW zijn echter niet de enige middelen dieworden ingezet om de circulaire economie te bevorderen. Ook op debegrotingen van andere departementen zijn middelen beschikbaar, maarvaak niet expliciet geoormerkt als circulair. Zie ook de passage hiervoorover Circulair inkopen bij overheidsaanbestedingen. Ook versterkt hetMinisterie van EZ de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen in denbrede via de Nationale Grondstoffenstrategie. De inzet op hergebruik encirculariteit van kritieke grondstoffen is hier onderdeel van en hangtsamen met het Nationaal Programma Circulaire Economie.Er loopt ook onderzoek naar effectieve aanvullende stimuleringsmaatre-gelen. Het PBL concludeert in de Integrale Circulaire EconomieRapportage (ICER) van februari dit jaar dat voor de benodigde versnellingingezet moet worden op beleidsinstrumenten met grote potentie. Daarbijwordt een exploitatiesubsidie genoemd gericht op het verkleinen van hetprijsverschil tussen Nederlands recyclaat en primaire grondstoffen(vergelijkbaar met de succesvolle SDE++-regeling voor de energietran-sitie). Om een dergelijke maatregel in te voeren moeten er keuzes wordengemaakt binnen de huidige begroting. Op dit moment zijn hier namelijkgeen middelen voor beschikbaar.Financiële middelen voor Circulaire Economie: Klimaatfonds enGroeifondsCirculaire maatregelen worden voor een aanzienlijk deel gefinancierd uithet Klimaatfonds, het Mobiliteitsfonds en het Groeifonds. Dit betreftincidentele middelen. Zo is de regeling Demonstratie Energie- enKlimaatinnovatie (DEI+) Circulaire Economie in januari 2025 opengesteldvoor een bedrag van 80 miljoen euro. Dit bedrag wordt bekostigd uitmiddelen voor verschillende Klimaatfondsmaatregelen. Verder is opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3734 20 mei de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI)uit het Klimaatfonds goedgekeurd door de Europese Commissie. Hetkabinet is voornemens om in september van dit jaar de regeling open testellen met een budget van € 211 miljoen.Daarnaast zijn er middelen beschikbaar uit het Groeifonds. De subsidiere-gelingen van de Nationale Groeifondsprogramma’s Circulaire Plastics(€ 220 miljoen, waarvan € 167 miljoen definitief) en Biobased Circulair(338 miljoen, waarvan 102 miljoen definitief). Een nadere toelichting opdeze regelingen is opgenomen in de paragraaf «innovatie versnellen».Normering en fiscale prikkelsHet onderzoek «Kansrijke financiële prikkels voor de circulaire economie»6is op 20 maart jl. openbaar gemaakt (Kamerstukken II, 2024–2024, 32 852nr. 357). Het kabinet benadrukt dat normering en beprijzing bij voorkeurop Europees niveau moeten worden ingevoerd om een gelijk speelveld tewaarborgen voor bedrijven binnen de EU. Dit voorkomt marktverstoringen versterkt de concurrentiepositie van Nederlandse circulaire bedrijven.Daar waar nationale maatregelen worden getroffen is het van belang omdeze zo goed mogelijk te laten aansluiten bij Europese wetgeving om eengelijk speelveld zo goed mogelijk te borgen.Het kabinet onderschrijft het belang van een aantrekkelijke circulairebusinesscase. Dit kabinet werkt dan ook aan een breder pakket vanmaatregelen om marktcreatie voor de circulaire economie te bevorderen.Dit pakket omvat onder andere:•EU-inzet op recyclaatverplichtingen: Het stimuleren van het gebruikvan gerecyclede materialen en duurzame koolstof door middel vanEuropese regelgeving.•EU anti dumpingmaatregelen: Het tegengaan van oneerlijke concur-rentie door import van goedkope, niet-duurzame materialen.•Uitbreiding en doorontwikkeling van uitgebreide producentenverant-woordelijkheid (UPV’s): Het versterken van de verantwoordelijkheidvan producenten voor de gehele levenscyclus van hun producten.•Inventarisatie afvalverbrandingsverbod: Het onderzoeken vanmogelijkheden om afvalverbranding verder te beperken en recycling testimuleren.De circulaire plasticnorm gaat niet door in de huidige vorm. De voorzienepolymerenheffing gaat ook niet door. De beoogde belastinginkomstenworden alternatief ingevuld. Daarbij kan ook worden gekeken naaralternatieve heffingen in de plasticketen. De sector is (via de «Plastictafel»)uitgenodigd om voor zowel de norm als de heffing een alternatief uit tedenken. U bent hierover per brief7 geïnformeerd (Kamerstukken II2024–2025, 33 043, nr. 114) door de Minister van Klimaat en Groene Groei.Nadere toelichting over de maatregel (IC3) staat in de bijlage bij dezehiervoor genoemde brief8.Tot slot heeft het kabinet de Kamer toegezegd9 dat het kabinet uitvoeringzal geven aan de Motie Kostic´10. Dit betekent dat het kabinet zich in deEuropese Unie actief zal inzetten om 0% btw op tweedehands productenen reparatiediensten juridisch mogelijk te maken. Momenteel maaktNederland gedeeltelijk gebruik van de bestaande mogelijkheid een6Kamerstukken II, 2024–2024, 32 852, nr. 3577Kamerstukken II 2024–2025, 33 043, nr. 1148Kamerstukken II 2024–2025, 33 043, nr. 1149Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-08, nr. 99110Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-08, nr. 977Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3735 verlaagd btw-tarief op reparatiediensten toe te passen, namelijk bij hetherstellen van bepaalde hulpmiddelen met een medische achtergrond;fietsen; schoeisel en lederwaren; kleding en huishoudlinnen. Demogelijkheid voor een verlaagd tarief op reparatie van huishoudapparatenwordt in Nederland niet toegepast omdat dit significante afbakeningspro-blematiek met zich meebrengt en de budgettaire consequenties moeilijkzijn in te schatten. Uit de evaluatie van de verlaagde btw-tarieven blijkt datdeze hooguit deels doeltreffend zijn, en over het algemeen geendoelmatig instrument is om de beoogde doelen te bereiken. Ofwel:stimuleren via de btw werkt maar beperkt en is relatief duur.Innovatie versnellenHet is essentieel dat pioniers worden geholpen door de opbouw van eensysteem voor het verkrijgen, verwerken en gebruiken van nieuwegrondstoffen. Het kabinet onderschrijft dan ook deze doelstelling uit hetmanifest en werkt hier op allerlei manieren aan. In dit kader zet hetkabinet zich in voor het wegnemen van knelpunten en het ontwikkelenvan passend beleid. Het kabinet is hier met de sector over in gesprek.Hieronder wordt generiek achtereenvolgens innovatiebeleid, subsidies, deketensamenwerking binnen het Versnellingshuis en de rol van definanciële sector beschreven.Generiek innovatiebeleidVia het Missiegedreven Innovatiebeleid, waarin circulaire economie eenvan de missies is, zetten we kabinetsbreed in op innovatie en nieuwetechnologieën. Vanaf 2026 wordt Circulaire Economie een eigenstandigthema binnen het Missie gedreven Innovatiebeleid. De Kennis- eninnovatieagenda Circulaire Economie 2024–2027 (KIA CE11) beschrijftwelke kennis- en innovatievraagstukken er zijn op het gebied vancirculariteit om de transitie naar een circulaire economie te kunnenrealiseren. Ook geeft zij richting aan de benodigde samenwerking tussenbedrijven, kennisinstellingen, overheid en ook maatschappelijke partijen(quadruple helix), zowel voor onderzoek en innovatie als voor opschaling.De laatste jaren zijn er steeds meer middelen en instrumenten bijgekomen om circulaire innovatie te bevorderen. Zo zijn er calls van deNederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO-calls)op het gebied van circulaire economie om vanuit de kennisinstellingenwetenschappelijk bij te dragen, loopt er toegepast onderzoek op hetgebied van Circulaire Economie, wordt er samengewerkt met Invest-NL enzijn PPS-middelen (Publiek-Private samenwerking) beschikbaar vanuit deverschillende Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).Middelen uit het Klimaatfonds worden ook ingezet om innovatievesamenwerkingsverbanden, producten of processen te ondersteunen,bijvoorbeeld via de Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO)Circulaire Economie en EKOO Circulair plastics regelingen. Daarnaastworden pilot- en demonstratieprojecten circulaire economie (DEI+ CE)gefinancierd en wordt er geïnvesteerd in de voor de transitie benodigdekennis, vaardigheden en gedrag.Subsidies innovatiesPioniers zijn van groot belang voor de doorbraak technologieën diecirculaire economie mogelijk moet maken. Zoals beschreven in de11https://www.topsectoren.nl/publicaties/publicaties/publicaties-2023/november/02/kia-circulaire-economie-2023-2027Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3736 Kamerbrief «Voortgang verduurzaming industrie»12 d.d. 17 maart 2025besteedt het kabinet brede aandacht aan nieuwe groene industrie waarcirculariteit een belangrijk element van is. Samengevat komt dit op hetvolgende neer:Er is een veelvoud aan subsidies voor private partijen ondergebracht bijRVO, waar zowel innovaties in samenwerkingsverbanden, processen,producten of ketens onder vallen. In de ontwikkelfase is er ondersteuningvoor bedrijven met bijvoorbeeld Innovatiekrediet. De VEKI is eeninvesteringssubsidie voor de industrie bedoeld voor de opschaling opcommerciële schaal van klimaatinvesteringen met een terugverdientijdlanger dan 5 jaar. De eerdergenoemde Nationale InvesteringsregelingKlimaatprojecten Industrie (NIKI) is bedoeld voor de grootschalige uitrolvan innovatieve verduurzamingstechnieken binnen de industrie met eenminimale subsidiebehoefte van € 30 miljoen. Deze regeling wordt dit jaaropengesteld en heeft ruimte voor circulaire projecten. Met dezeregelingen neemt de overheid een deel van het risico en de lasten vanpioniers weg.Ketensamenwerking binnen het VersnellingshuisHet Versnellingshuis Nederland Circulair ondersteunt circulaire ketensa-menwerking in verschillende fasen: vanaf de verkenning tot aan derealisatie van de projecten in de markt. Concreet gaat het om de volgendedrie instrumenten:•Subsidie Circulaire Ketenprojecten;•Moonshotprojecten (verkenningsfase); en•Ketendoorbraakprojecten (uitvoeringsfase).Steeds gaat het om bedrijven die samenwerken om hun materiaal- ofproductketen circulair te maken. De ondersteuning die geboden wordtvoor een Moonshot of Ketendoorbraakproject behelst het aanstellen vaneen ketenregisseur die samenwerkende partijen faciliteert om eencirculaire doorbraak te realiseren. De lessen uit deze projecten dienen alsvoorbeeld voor vergelijkbare ketens. Het delen van kennis over welkecirculaire oplossingen al beschikbaar zijn voor bedrijven is van grootbelang.Rol financiële sectorDe financiële sector blijft ondanks het afschaffen van de Groenregelingenper 2027 een belangrijke rol spelen in het verschaffen van financiering aancirculaire bedrijven om zo de transitie naar een circulaire economie teversnellen.Voor de omslag naar een circulaire economie is naast ambitie, innovatieen heldere regelgeving samenwerking tussen publieke en private partijennodig. Een voorbeeld van deze samenwerking die vanuit overheid wordtgeïnitieerd, is het jaarlijkse Bestuurlijk Overleg Financiering CirculaireEconomie. Daarin spreken vertegenwoordigers van banken, pensioen-fondsen, verzekeraars en de overheid met elkaar. Bij het BestuurlijkOverleg in 2024 is een statement tussen banken en overheid opgesteldom de samenwerking te versterken. Het statement geeft handvatten diede voortgang op de circulaire economie monitoren en support enmiddelen geven waar aanjagen noodzakelijk is.Ook de Kopgroep Circulair Financieren is een voorbeeld van intensievesamenwerking tussen overheid en de financiële sector om de circulaire12Kamerstukken II 2024–2025, 29 826, nr. 234Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3737 economie te versnellen. De Kopgroep heeft de Roadmap CirculairFinancieren 2030 opgesteld, waarin vier actielijnen zijn geformuleerd.Doel is om via deze actielijnen circulaire overwegingen in 2030 eenintegraal onderdeel te laten zijn in de beoordeling van financieringsaan-vragen en investeringsbeslissingen. Aan de hand van deze actielijnenwerken de deelnemers van de Kopgroep (waaronder de grote banken enInvest-NL) aan verdere concretisering om dit doel te bereiken.Een instrument dat door de Kopgroep Circulair Financieren is ontwikkeldis de Circular Risk Scorecard (CRS). Met de CRS kan een realistischeinschatting worden gemaakt van de lange termijn bedrijfsrisico’s van eenonderneming. Daarnaast biedt de CRS een manier om geanonimiseerdedata te verzamelen van circulaire én niet circulaire ondernemers,waarmee circulaire risico’s en kansen kunnen worden gekoppeld aancontinuïteit van circulaire ondernemers. Deze data stelt de financiëlesector in staat om de traditionele riskmodellen aan te vullen of aan tepassen met parameters gericht op de circulaire economie.De publiek-private samenwerking in Nederland op het gebied vanfinanciering van de circulaire economie trekt ook de aandacht van anderelanden. Op uitnodiging van de Britse overheid heeft een delegatie van deNederlandse overheid en private partijen uit de financiële sectorafgelopen maart een bezoek gebracht aan het Verenigd Koninkrijk.Hoogwaardige recycling stimulerenIn een circulaire economie worden producten zo lang mogelijk gebruikt enzo nodig gerepareerd. Wanneer dit niet meer mogelijk is en productenafval worden, is het van belang dat de materialen zo hoogwaardigmogelijk verwerkt kunnen worden. Het scheiden van afval aan de bronresulteert dan in de meest schone stromen voor hoogwaardige recyclingen zorgt ervoor dat waardevolle grondstoffen worden behouden. Daarwaar afval niet aan de bron gescheiden kan worden, is het nog mogelijkom door nascheiding veel recyclebaar materiaal uit het afval te sorteren.Het Ministerie van IenW verkent momenteel de (on)mogelijkheden vanmeer landelijke standaardisering van afvalscheiding en inzameling om tekijken of dit een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van deafvalscheiding- en inzameling in Nederland. Ook onderzoekt het Ministerieof en bij welke stromen een sorteerverplichting en eventueel eenverbrandingsverbod op recyclebaar materiaal haalbaar en realistisch is.Dit lijkt met name voor gemengd bouw- en sloopafval kansrijk. Dit zalleiden tot meer recyclen van waardevolle materialen.Het duurder maken van verbranden ten opzichte van recyclen is gunstigvoor het behouden van grondstoffen. De overheid stuurt hierop aan metverschillende fiscale maatregelen. Zo wordt er bijvoorbeeld een afvalstof-fenbelasting geheven op het verbranden of storten van afval, maar niet ophet recyclen van afval. Ook biedt de overheid subsidieregelingen aan voorinvesteringen in installaties die afval scheiden en recyclen.Voor het toepassen van recyclaat en biogebaseerde materialen wordtgewerkt aan circulaire productregelgeving. Zo wordt in regelgevingvastgelegd dat een minimumpercentage gerecycleerd of biogebaseerdmateriaal moet worden toegepast, bijvoorbeeld in deEU-verpakkingenverordening, de EU batterijenverordening, de CirculaireVoertuigen Verordening en de Ecodesign voor Duurzame ProductenVerordening (ESPR). Dit zal de komende jaren leiden tot een toename inde vraag naar gerecycleerd en biogebaseerd materiaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3738 Tot slotDe oproep van deze grote bedrijven laat zien dat het bedrijfsleven graagnog meer stappen wil zetten in de circulaire economie. Wij willen alskabinet samen met hen op blijven trekken om de circulaire economie terealiseren. Een actualisatie van het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE) wordt in september 2025 met de Kamer gedeeld, metdaarin de aanpak van het kabinet op thema’s zoals die in het manifestgenoemd worden. Graag ga ik nog voor die tijd in overleg met deopstellers van het manifest.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3739
Gerelateerde bronnen
- Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Plastic Tafel.
Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Plastic Tafel.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.