KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

16 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 77cbb99c7c645353 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026MEMORIE VAN TOELICHTINGNr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 INHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen511. Leeswijzer52.Beleidsagenda82.1Beleidsprioriteiten82.2Belangrijkste beleidsmatige mutaties212.3Openbaarheidsparagraaf282.4Strategische Evaluatie Agenda302.5Overzicht risicoregelingen403.Beleidsartikelen423.1Artikel 1. Primair onderwijs423.2Artikel 3. Voortgezet onderwijs503.3Artikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie583.4Artikel 6 en 7. Hoger onderwijs693.5Artikel 8. Internationaal beleid823.6Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid883.7Artikel 11. Studiefinanciering913.8Artikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten1023.9Artikel 13. Lesgelden1053.10Artikel 14. Cultuur1073.11Artikel 15. Media1153.12Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid1213.13Artikel 25. Emancipatie1294.Niet-beleidsartikelen1334.1Artikel 91. Nog Onverdeeld1334.2Artikel 95. Apparaat Kerndepartement1345.Begroting agentschappen1385.1Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)1385.2Agentschap Nationaal Archief (NA)1466.Bijlagen151Bijlage 1: Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen151Bijlage 2: Subsidieoverzicht156Bijlage 3: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda169Bijlage 4: Specifieke uitkeringen1882Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 57.033,116.665,516.665,512.145,712.145,76.136,96.136,94.593,84.593,87.369,27.369,227,627,6437,1437,14.612,44.612,474,774,721,521,51.418,01.418,01.306,61.306,61.779,41.779,422,222,200422,5422,51. Primair onderwijs3. Voortgezet onderwijs4. Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie6. Hoger beroepsonderwijs7. Wetenschappelijk onderwijs8. Internationaal beleid9. Arbeidsmarkt- enpersoneelsbeleid11. Studiefinanciering12. Tegemoetkomingonderwijsbijdrage en schoolkosten13. Lesgelden14. Cultuur15. Media16. Onderzoek enwetenschapsbeleid25. Emancipatie91. Nog onverdeeld95. Apparaat Kerndepartement010.0002.5005.0007.50012.50015.00017.500Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 2.481,09,29,27,47,44,74,70,00,00,00,00,10,17,07,02.005,92.005,91,91,9267,4267,411,311,3165,5165,50,10,10,00,00,00,00,50,51. Primair onderwijs3. Voortgezet onderwijs4. Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie6. Hoger beroepsonderwijs7. Wetenschappelijk onderwijs8. Internationaal beleid9. Arbeidsmarkt- enpersoneelsbeleid11. Studiefinanciering12. Tegemoetkomingonderwijsbijdrage en schoolkosten13. Lesgelden14. Cultuur15. Media16. Onderzoek enwetenschapsbeleid25. Emancipatie91. Nog onverdeeld95. Apparaat kerndepartement02505007501.0001.2501.5001.7502.0002.2503Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijks­begroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begro­tingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begro­tingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agent­schappen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. Moes4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1 1. LeeswijzerDe departementale begroting 2026 bestaat uit de volgende onderdelen:–beleidsagenda;–beleidsartikelen;–niet-beleidsartikelen;–agentschappen die een baten-lasten stelsel voeren;–verdiepingshoofdstuk;–bijlagen.GroeiparagraafVoor het opstellen van de begroting gelden de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. Op basis hiervan zijn, ten opzichte van de begroting 2025, de volgende wijzigingen doorgevoerd:–de verdiepingsbijlage en de bijlage moties en toezeggingen zijn komen te vervallen;–de bijlagen Caribisch Nederland en Nationaal Groeifonds worden vanaf nu gecentraliseerd opgenomen bij het beleidsverantwoordelijke ministerie. De bijlage Caribisch Nederland bij het Ministerie van BZK en de bijlage Nationaal Groeifonds bij het Ministerie van EZ;–in de beleidsagenda wordt bij beleidsmatige intensiveringen met een budgettaire mutatie van € 20,0 miljoen of meer verwezen of vooruitge­wezen naar een Kamerstuk dat betreffende beleidskeuzes uitlegt.In juni 2011 is de motie Schouw aangenomen (Kamerstukken II, 2010/11, 21501-20, nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landenspeci­fieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departe­mentale begrotingen. De Europese Commissie heeft voor 2025 aanbevelingen gedaan omtrent basisvaardigheden en het lerarentekort. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van deze aanbeveling.In 2015 zijn door de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (SDG’s) vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelings­agenda voor 2030. Ook Nederland heeft zich gecommitteerd om deze doelen in 2030 te behalen. Het Ministerie van OCW is verantwoordelijk voor de nationale uitvoering van:–SDG 4 Kwaliteitsonderwijs - SDG Nederland (targets 4.1 tot en met 4.7);–SDG 5 Gendergelijkheid - SDG Nederland (onder andere targets 5.1, 5.4, 5.5);–SDG 16 Vrede, justitie en sterke publieke diensten - SDG Nederland (onder andere targets 16.6, 16.7, 16.10).Informatie in de begroting en andere relevante publicatiesDe begroting en het jaarverslag zijn compacte documenten en toegespitst op de financiële informatie. Door ook in te gaan op niet-financiële informatie, wordt inzicht geboden in de impact van het beleid en de publieke middelen die daarvoor worden ingezet.Binnen de niet-financiële informatie maakt het Ministerie van OCW gebruik van de Strategische Evaluatieagenda (SEA) en van beleidsindicatoren. De SEA wordt gebruikt om strategisch monitorings- en evaluatieonderzoek 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 in te plannen over een periode van 4 tot 7 jaar. Bevindingen uit deze rapportages helpen het Ministerie van OCW om aan te sturen op doeltreffend beleid en hebben daarnaast een belangrijke rol in de publieke verantwoording. Dit gaat over maatschappelijke waarden: zijn de publieke middelen doelmatig besteed? Daarnaast worden beleidsindicatoren benut om kwantitatief de voortgang op de prioritaire doelen van het Ministerie van OCW te volgen.Voor de beleidsprioriteiten is per subthema een monitoringsmatrix beschikbaar op www.ocwincijfers.nl. Dit is een overzicht waarin informatie samenkomt: de beleidsprioriteit waarbij het subthema hoort, de belang­rijkste maatregelen die er onder vallen, de financiële middelen en beleidsindicatoren die bij de maatregelen horen, (SEA-)onderzoeken en bijbehorende beleidsbrieven. In de beleidsagenda (begroting) wordt verwezen naar deze overzichten en in het beleidsverslag (jaarverslag) worden de belangrijke uitkomsten weergegeven.Het Ministerie van OCW biedt via www.ocwincijfers.nl informatie aan over de OCW-beleidsterreinen; kerncijfers die inzicht geven van de sector en indicatoren waarmee beleidsdoelstellingen gevolgd worden. Gedurende het jaar worden bestaande indicatoren geactualiseerd, worden nieuwe indicatoren ontwikkeld en komen nieuwe versies van diverse monitors beschikbaar.De Inspectie van het Onderwijs heeft een belangrijke rol in het onder­wijsstelsel als toezichthouder, maar ook als leverancier van beleidsinfor­matie. Jaarlijks verschijnt de Staat van het Onderwijs (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VIII, nr. 171), waarin beschreven wordt wat goed gaat en wat er beter kan in het onderwijs. Op het Dashboard Financiële positie onderwijs 2024 wordt jaarlijks de financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen weergegeven.Informatievoorziening aan de Tweede KamerOp Prinsjesdag ontvangt de Tweede Kamer de begroting van het Ministerie van OCW. Gekoppeld aan de prioritaire doelen in de beleidsagenda worden de monitoringsmatrices gepubliceerd op www.ocwincijfers.nl.Gedurende het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de begrotingsuitvoering door middel van de Eerste Suppletoire Begroting (Voorjaarsnota), de Suppletoire Begroting September en de Tweede Suppletoire Begroting (Najaarsnota).Ook worden gedurende het jaar allerlei beleidsdocumenten zoals actie­plannen, beleidsevaluaties en beleidsdoorlichtingen naar de Tweede Kamer gestuurd. Wetsvoorstellen worden ter behandeling aangeboden en algemene maatregelen van bestuur worden voorgehangen.Over verschillende beleidsterreinen worden brieven naar de Tweede Kamer gestuurd, onder andere ter nadere uitwerking van de beleidsagenda en de begroting. Hierover vindt vaak separaat overleg met het parlement plaats. De actieplannen geven voor de verschillende beleidsterreinen een beeld van het beleid. SEA-onderzoeken en andere evaluaties verschaffen inzicht in de effectiviteit van beleid.De derde woensdag in mei is Verantwoordingsdag. De Tweede Kamer ontvangt dan het jaarverslag van het Ministerie van OCW met daarin de in het begrotingsjaar gemaakte voortgang op de begrotingsdoelen en 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 ambities. Ook wordt het onderwijsverslag naar de Tweede Kamer gestuurd. De monitoringsmatrices worden bijgewerkt op basis van de resultaten over het begrotingsjaar.Onderdelen begrotingBeleidsagendaIn de beleidsagenda wordt per beleidsprioriteit geschetst welke stappen het Ministerie van OCW wil zetten. Verder bevat de beleidsagenda de openbaarheidsparagraaf. Vervolgens wordt een overzichtstabel getoond waarin de belangrijkste budgettaire mutaties op de OCW-begroting worden weergegeven, de tabellen met intensiveringen en ombuigingen, een tabel met de SEA en een overzicht van de risicoregelingen.BeleidsartikelenDe beleidsartikelen bestaan uit de volgende onderdelen:–algemene doelstelling met een toelichting daarop;–rol en verantwoordelijkheid van de minister;–tabel met kengetallen die informatie over de sector bevatten;–beleidswijzigingen, waarbij wordt weergegeven welke belangrijke beleidswijzigingen zich komend jaar zullen voordoen. Ook wordt, indien van toepassing, ingegaan op beleidswijzigingen als gevolg van onderzoeken en evaluaties, voor zover deze zijn afgerond;–tabel budgettaire gevolgen van beleid. Deze tabel bevat een vaste indeling in financiële instrumenten volgens de Rijksbegrotingsvoor­schriften. Onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt een uitsplitsing van de verplichtingen en de budgetflexibiliteit van het begro­tingsjaar in percentages weergegeven;–toelichting op de instrumenten en budgetflexibiliteit.Niet-beleidsartikelenEr zijn twee zogenaamde niet-beleidsartikelen:–op artikel 91 (Nog onverdeeld) wordt een overzicht gegeven van de verdelingen van tijdelijk geparkeerde middelen, zoals de loon- en prijs­bijstelling;–op artikel 95 (Apparaat kerndepartement) zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de apparaatskosten van de inspecties en adviesraden, baten-lastenagentschappen en de zelfstandige bestuursor­ganen opgenomen.Agentschappen die een baten-lasten stelsel voerenDit onderdeel bevat de cijfermatige overzichten van de baten-lastenagent­schappen Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Nationaal Archief.BijlagenDe volgende bijlagen zijn in de begroting opgenomen:–rechtspersonen met een Wettelijke taak en Zelfstandige Bestuursor­ganen;–subsidieoverzicht;–uitwerking SEA;–specifieke uitkeringen.7Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2. Beleidsagenda2.1 BeleidsprioriteitenEen sterke basis en hoge kwaliteitNederland staat voor grote uitdagingen, daardoor zijn onze strategische autonomie en ons concurrentievermogen van groot belang. Tegelijkertijd staan de overheidsfinanciën onder druk, waardoor bezuinigingen onont­koombaar zijn. Binnen deze kaders wordt gewerkt aan onderwijs en wetenschap van hoge kwaliteit, met als doel een weerbare samenleving met voldoende en kwalitatief hoogwaardig menselijk kapitaal. Onderwijs is de sleutel om de productiviteit, en daarmee onze welvaart, aan te jagen. Leerlingen en studenten dienen de basisvaardigheden taal, lezen, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter te gaan beheersen. Mensen zijn weerbaarder wanneer zij goed kunnen lezen en schrijven, informatie kritisch kunnen verwerken en zelfstandig een afgewogen mening kunnen vormen. Daarnaast is het doel om de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek te vergroten.Een actueel en kwalitatief goed curriculum waarbinnen basisvaardigheden naar een hoger niveau worden getildHet Ministerie van OCW wil dat de basis aan het einde van schooljaar 2027/2028 bij alle leerlingen op orde is. Dit betekent dat elke leerling aan het einde van het funderend onderwijs de basisvaardigheden lezen, rekenen en schrijven op orde heeft om deel te kunnen nemen aan de maatschappij en voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs. Met de actualisatie van het curriculum wordt gezorgd voor duidelijke en eigentijdse doelen voor het onderwijs. Op deze manier zorgen we voor een duurzame verbetering en versterking van het onderwijs. Scholen in het funderend onderwijs krijgen aanvullende middelen vanuit het Ministerie van OCW voor verbetering van de basisvaardigheden. Scholen gebruiken de aanvullende middelen voor evidence-informed interventies. Dit zijn interventies waarbij een school kennis uit de wetenschap, de praktijk en de context van de eigen school gebruikt om het onderwijs in de basisvaardig­heden te verbeteren. Er is geld beschikbaar gesteld voor professionalisering van onderwijspersoneel in basisvaardigheden en voor de implementatie van het vernieuwde curriculum. Ook wordt evidence-informed onderwijs de norm gemaakt voor alle scholen door een aanpassing van de deugdelijk­heidseisen. Verder wordt met de kwaliteitsalliantie leermiddelen gewerkt aan actuele, betaalbare en goede leermiddelen, wordt de inrichting, functie en vorm van de doorstroomtoets herzien en wordt de aandacht voor het jonge kind versterkt. Voor een succesvolle implementatie moeten leermid­delen, toetsen en examens de inhoudelijke wijzigingen van het curriculum volgen en is evidence-informed werken het uitgangspunt.In het mbo wordt de komende twee studiejaren ook geïnvesteerd in extra begeleiding op taal en rekenen voor startende mbo-studenten om studie­vertraging en uitval zoveel mogelijk te voorkomen. Voor taal worden de eisen en het examen beter afgestemd op een maximale ontwikkeling van de verschillende groepen mbo-studenten. Tegelijkertijd worden docenten basisvaardigheden extra ondersteund en toegerust via nieuwe opleidings­trajecten. Ook het burgerschapsonderwijs krijgt verder vorm met nieuwe 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 kwalificatie-eisen en een instellingsexamen. Dit helpt studenten zichzelf verder te ontwikkelen en hun weg te vinden op de arbeidsmarkt en in de samenleving.Digitalisering en innovatieAan de hand van de Nationaal Groeifonds (NGF)-programma’s Npuls en Edu-V zet het Ministerie van OCW in op een (digitale) transformatie van het onderwijs en op het onderwijs toekomstbestendig te maken. Zo heeft Npuls als doel instellingen in staat te stellen om een significante versnelling aan te brengen in de (digitale) transformatie van het onderwijs door onder andere op iedere mbo-, hbo- en wo-instelling een Center for Teaching & Learning op te richten. Binnen Edu-V werken instellingen in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), mbo, en leveranciers aan het bouwen van een infrastructuur van digitale leer- en onderwijsmiddelen waar gegevens worden uitgewisseld. De stichting Edu-V gaat keurmerken afgeven aan deelnemende leveranciers die afspraken hebben geïmplementeerd. Npuls en Edu-V werken hierbij actief samen. Daarnaast ondersteunt het Ministerie van OCW de kennis- en innovatieinfrastructuur in het onderwijs, zodat onder andere docenten in staat zijn om evidence informed onderwijs te ontwikkelen en zich aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. De doorontwikkeling van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) tot een landelijk kennisinstituut draagt hieraan bij. Verder vindt er ook een verbetering plaats in de kwaliteit van practoraten op mbo-instellingen, wordt een vaste voet geïntroduceerd in het verdeelmodel voor praktijkgericht onderzoek en wordt de profes­sional doctorate op hogescholen wettelijk verankerd.Ook worden instellingen digitaal veiliger, zodat leerlingen en studenten vrij toegang houden tot het onderwijs. Hiervoor is het van belang dat de digitale weerbaarheid van instellingen verbeterd. Daardoor zijn instellingen opgewassen tegen de cyberaanvallen en dreigingen die de continuïteit en toegankelijkheid van het onderwijs ondermijnen. Dit wordt gedaan door met de instellingen afspraken te maken over hun ambities, onder andere op het gebied van de bewustwording onder studenten en docenten en het inrichten van monitoring voor verdachte activiteiten en dreigingen.Tot slot wordt gewerkt aan de digitalisering van de culturele sector (bijvoor­beeld musea, archieven en bibliotheken), onder meer via het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE) en via het National groeifondsprogramma CIIIC (Creative Industries Immersive Impact Coalition). Consistente sturing en duidelijkheid in rollen en bekostiging in het funderend onderwijsMet structurele bekostiging voor structurele taken maakt het Ministerie van OCW mogelijk dat schoolbesturen kunnen werken aan duurzaam onderwijs­beleid. De eerste stap wordt gezet met het verstrekken van de structurele middelen vanaf 2027 voor basisvaardigheden middels het nieuwe bekosti­gingsinstrument «gerichte bekostiging». Daarnaast wordt gewerkt aan één structurele aanvullende bekostigingsregeling vanaf 2029 voor school en omgeving, schoolmaaltijden en de brugfunctionaris. Al met al betekent dit dat ongeveer € 1,0 miljard aan tijdelijke subsidieregelingen wordt omgezet in structurele bekostiging. Om goed onderwijs te bieden aan elk kind in de regio wordt in de wet verduidelijkt dat het schoolbestuur het maatschap­pelijk belang mee moet wegen in beslissingen die het maakt en wordt de kleinescholentoeslag omgevormd tot een dunbevolktheidstoeslag.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Het Ministerie van OCW werkt aan meer transparantie in de besteding van de bekostiging in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs voor de buitenwereld (samenleving en politiek) en de binnenwereld (school­leiders en medezeggenschap). Daarnaast vindt het Ministerie van OCW het belangrijk dat leraren en schoolleiders een stevige stem hebben in beslissingen over de ontwikkelingen in curricula die het pedagogisch-didactisch beleid raken. Daarom wordt gewerkt aan een Wetsvoorstel versterken inspraak leraren en schoolleiders. Verder wordt gewerkt aan een Wetsvoorstel eisen stellen aan het bestuur en intern toezicht om zorg te dragen dat ook besturen en intern toezicht van kwalitatief hoog niveau zijn. Want een stevige rolinvulling, gecombineerd met heldere normen voor overhead, onderwijspersoneel en langetermijnbekostiging zijn belangrijke randvoorwaarden voor goed onderwijs.Dalende studentenaantallen in het mbo, ho en woHet Ministerie van OCW wil dat mbo-studenten nu en in de toekomst overal in Nederland voldoende keuze hebben in opleidingen die ze willen volgen, ook als er steeds minder studenten zijn. Met de Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO ontvangen instellingen met vestigingen in de elf sterkst krimpende regio’s aanvullende middelen in de periode 2025–2027. Het doel is om in deze regio’s een kwalitatief goed en divers mbo-aanbod voor studenten beschikbaar te houden. In 2026 worden de maatregelen uit de regioplannen uitgevoerd. Voor de lange termijn zet het Ministerie van OCW in op de herziening van het bekostigingsstelsel om zo de weerbaarheid en wendbaarheid te verbeteren. In 2026 wordt gestart met het wetstraject, zodat de herziene bekostigingssystematiek voor het mbo in 2029 in werking kan treden.Ook de hogescholen worden geconfronteerd met de gevolgen van demografische krimp. Om op korte termijn te voorkomen dat onomkeerbare stappen worden gezet, heeft het Ministerie van OCW extra middelen toegekend aan hogescholen in krimpregio’s. Het doel hiervan is samen een toegankelijk en gevarieerd onderwijsaanbod te behouden dat aansluit op de regionale arbeidsmarkt. De effecten van dalende studentaantallen, zoals het opheffen van opleidingen of afstudeerrichtingen, kunnen daarmee worden voorkomen of vertraagd. Verder heeft het Ministerie van OCW voor het hbo en wo een verkenning naar de bekostiging geïnitieerd. Voor de lange termijn is het doel een stelsel dat beter omgaat met krimp en groei, maar dat ook stabiliteit en rust biedt en uitnodigt tot samenwerking tussen instellingen. Voor de korte termijn wordt gewerkt aan het verankeren van praktijkgericht onderzoek in de vaste voet voor hogescholen en worden voor de komende jaren krimpmiddelen toegekend om de transitie van de hbo-sector zorgvuldig te laten verlopen. Daarnaast wordt in 2026 gewerkt aan een beleidskader om meer richting te geven aan een landelijk dekkend opleidingsaanbod en het verkennen van het in de wet verankeren van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen voor het opleidingsaanbod.Grip op internationale studentenIn het hbo en wo blijft een goede balans van belang tussen enerzijds het benutten van de grote toegevoegde waarde van internationalisering en anderzijds het behouden van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelma­tigheid van het stelsel. Om studentenstromen te kunnen sturen en beheersen en de positie van het Nederlands als onderwijs- en onder­zoekstaal te behouden en te versterken, wordt in 2026 verder gewerkt aan 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 de invoering en implementatie van de instrumenten uit het Wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB). Ook de zelfregie door hogescholen en universiteiten wordt voortgezet. Instellingen kunnen via de nieuw ingevoerde fixus op een traject gerichter sturen op de onderwijscapaciteit. In lijn met de bezuiniging resteert er een opgave om een daling in het aantal internationale studenten te realiseren. Deze opgave is grotendeels gereali­seerd door de dalende studentenaantallen op basis van de referentieraming 2025. Het resterende deel wordt in de ontwerpbegroting 2026 verwerkt en verdeeld over het hbo en wo. Via de zelfregie van de instellingen wordt ingezet op het invullen van die resterende taakstelling. Verkend wordt of zelfregie als nieuwe werkwijze bruikbaar is om ook andere opgaven in het stelsel aan te pakken.Internationale samenwerkingen en kennisveiligheidHet doel van internationale samenwerking is om de toppositie van de Nederlandse wetenschap te versterken, de Nederlandse concurrentiepo­sitie te vergroten en de brede welvaart te vergroten. Hiervoor faciliteert en stimuleert het Ministerie van OCW onder andere de deelname aan het kaderprogramma Horizon Europe. Ook wordt, ondanks de bezuini­gingen hierop, nog steeds geïnvesteerd in grootschalige wetenschappelijke infrastructuur door middel van de Roadmap Grootschalige Wetenschappe­lijke Infrastructuur (GWI) van Nederlandse Organisatie voor Wetenschap­pelijk Onderzoek (NWO) en door te investeren in infrastructuren zoals de Nederlandse AI fabriek en de Einstein Telescoop (ET). Wanneer de ET naar de Euregio Maas-Rijn komt, kan Nederland Europees koploper worden in onderzoek naar zwaartekrachtgolven.Met de aanpak kennisveiligheid wordt door het Ministerie van OCW en de kennisinstellingen samengewerkt aan het vergroten van de weerbaarheid van de wetenschap. Met het Wetsvoorstel screening kennisveiligheid wordt screening van onderzoekers en studenten die toegang willen tot gevoelige kennis en technologie mogelijk. Hiermee voorkomen we ongewenste overdracht van deze kennis naar statelijke actoren. Het Loket Kennisvei­ligheid geeft kennisinstellingen informatie en adviseert over risico's die gepaard gaan met internationale samenwerking.Kennisontwikkeling voor NederlandHet Ministerie van OCW wil de economische en maatschappelijke impact van onderzoek en wetenschap vergroten, omdat deze een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen en duiden van opgaven zoals de energie­transitie, veiligheid en gezondheid. Daarvoor moeten kennisinstellingen in verbinding staan met de samenleving en de regio. Het beleid is erop gericht dit te versterken en de economische en maatschappelijk impact van onderzoek en wetenschap te vergroten.Zo wordt met het Delta Climate Centre (DCC) in Zeeland geïnvesteerd in een kennisinstituut op het gebied van klimaat- en duurzaamheidsop­gaven. Ook met praktijkgericht onderzoek en de wettelijke verankering van het professional doctorate bij hogescholen en de Nationale Weten­schapsagenda van NWO wordt de verbinding tussen wetenschap en samenleving versterkt. We zetten ook in op publiek-private samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en bedrijven, bijvoorbeeld door het Kennis- en Innovatieconvenant van NWO. Verder vindt er financiering plaats in het kader van bijvoorbeeld het NGF met de programma’s Big Chemistry en Biotech Booster om respectievelijk chemisch onderzoek te 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 versnellen en om onderzoekers te ondersteunen bij de commercialisatie van biotechnologiekennis. Voor maatschappelijke impact is het ook van belang dat kennisinstellingen in verbinding staan met de samenleving. Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) is in 2024 opgericht om deze verbinding te versterken door middel van betere wetenschapscommunicatie. Daarnaast investeert het Ministerie van OCW, ook na de bezuinigingen, nog steeds in Open Science.Ruimte voor onderzoekers in de wetenschapOm de impact van onderzoek en wetenschap te vergroten hebben onder­zoekers ruimte nodig om ongebonden, open en vrij hun werk te doen. Dat werk bestaat niet alleen uit onderzoek, maar ook uit onderwijs, impact en leiderschap. Om verschillende talenten te benutten is er het programma Erkennen en Waarderen. Daarnaast blijven we inzetten op het verlagen van de werkdruk in de wetenschap, waarvoor de resterende middelen van de stimuleringsbeurzen worden ingezet (Kamerstukken II 2024-2025, 31288, nr. 1185).  Nationaal versterkingsplan microchipindustrieDe microchipindustrie is een van de belangrijkste pijlers van het huidige en het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Het Ministerie van OCW investeert om het ondernemingsklimaat voor de microchipindustrie in Nederland te verbeteren. Onderdeel daarvan is het Nationaal Verster­kingsplan van Microchip-talent dat als doel heeft het zo spoedig mogelijk opleiden van extra technisch talent dat kiest voor een loopbaan in de micro­chipindustrie.Klimaat en energieHet programma klimaat & energie draagt bij aan het streven van het kabinet naar een welvarend en duurzaam Nederland met de bestaande klimaat- en energiedoelen als kompas. Het programma stimuleert onder andere duurzaamheid in het onderwijs. Hierdoor worden jongeren voorbereid op de veranderende arbeidsmarkt. Daarnaast zet het Ministerie van OCW zich in voor een rechtvaardige transitie én de gevolgen van klimaatveran­dering voor de OCW-sectoren en kwetsbare groepen. Gendergelijkheid in het onderwijs en aansluiting van vrouwen op de arbeidsmarkt zijn daarin aandachtspunten. Verder zet het Ministerie van OCW zich in om de verduurzaming van scholen efficiënter aan te pakken om de beschikbare middelen doelmatiger te besteden. De kwaliteit van lesgeven en leerpres­taties van leerlingen hangen namelijk samen met de gezondheid, veiligheid en toekomstbestendigheid van schoolgebouwen. Tot slot ondersteunt het Ministerie van OCW de culturele en creatieve sector om zelf te verduurzamen. Hierdoor kan de sector bijdragen aan de transitie en haar eigen toekomstbestendigheid.Samenwerking en profilering in de wetenschapWe willen ervoor zorgen dat universiteiten de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs en onderzoek hoog houden door meer en efficiënter samen te werken tussen en binnen de universiteiten op nationaal niveau. Onder andere met de sectorplannen stimuleert het Ministerie van OCW de landelijke samenwerking waarbij duidelijker wordt welke instelling zich focust op welke kennis en vakgebieden. Hierdoor kan er rust en ruimte 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 worden gecreëerd in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek door het bieden van vaste contracten en kunnen er afspraken worden gemaakt over langdurige samenwerking en profilering.Controle uitwonendenbeursBij controles op de uitwonendenbeurs heeft in het verleden indirecte discriminatie plaatsgevonden, waarvoor excuses zijn aangeboden door de voormalig Minister van OCW. Het huidige kabinet heeft besloten om alle financiële maatregelen, die tussen 2012 en juni 2023 genomen zijn op grond van de risicogerichte controlewerkwijze, terug te draaien. Daarnaast werken het Ministerie van OCW en DUO samen aan een nieuw controleproces.Tegemoetkoming leenstelselstudentenZoals afgesproken in het hoofdlijnenakkoord ontvangen studenten die één of meer jaren onder het leenstelsel hebben gestudeerd een tegemoet­koming als zij binnen tien jaar een diploma hebben behaald. Daarnaast ontvangen studenten die tussen studiejaar 2015/2016 en 2018/2019 zijn begonnen met studeren en binnen tien jaar een diploma hebben behaald een voucher vervangende tegemoetkoming. Het Ministerie van OCW werkt nu aan een wetsvoorstel dat een aanvullende tegemoetkoming regelt, die volgens planning vanaf april 2027 uitgekeerd zal worden. DUO zal vanaf eind 2025 beginnen met het ontwikkelen van het ICT-systeem hiervoor.Goed en voldoende onderwijspersoneelAantrekkelijk werk voor leraren, schoolleiders en onderwijsonder­steunend personeelHet Ministerie van OCW zet via de lerarenstrategie in op voldoende leraren, ondersteunend personeel en schoolleiders die goed zijn opgeleid, hun vakkennis bijhouden, zich professionaliseren en met plezier in een aantrek­kelijke omgeving werken. Goed onderwijspersoneel is een randvoorwaarde voor sterke onderwijskwaliteit waarbij aandacht is voor de uitdagingen rondom de arbeidsmarktkrapte. De aantrekkelijkheid van werken in het funderend onderwijs dient te verbeteren en iedereen dient hieraan bij te dragen; overheid, werkgevers en werknemers. Dit wordt in het funderend onderwijs onder andere gedaan met de Wetsvoorstellen strategisch perso­neelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen en versterken inspraak leraren en schoolleiders. Ook wordt ingezet op voldoende goed toegeruste leraren en schoolleiders, mede door het stimuleren van samenwerking binnen de zogenaamde onderwijsregio’s, het verhogen van de zij-instroom in het po, vo en mbo en door het versterken van de kwaliteit van de lerarenoplei­dingen. Om te leren omgaan met schaarste en tegelijkertijd de continuïteit van onderwijs te waarborgen wordt in het primair onderwijs onder meer het experiment andere dag- en weekindeling in de G4 en Almere (G5) verbreed naar scholen buiten de G5. Omdat er in het po sprake is van een relatief lage werktijdfactor, worden leraren gestimuleerd meer uren te gaan werken. Hierbij richten we ons op de leraren die dat willen en kunnen. De komende drie jaar wordt de pilot meerurenmaatwerk uitgevoerd. Schoolbesturen bieden de leraren transparante financiële en niet-financiële keuzeopties aan, ter stimulering van een uren-uitbreiding of voltijdswerken. Het Ministerie van OCW onderzoekt met de pilot hoe meerurenmaatwerk effectief kan zijn in het terugdringen van het lerarentekort.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Voor het mbo is voor de Werkagenda mbo 2023-2027 aan instellingen gevraagd om concrete en ambitieuze plannen op te stellen en uit te voeren op het gebied van carrièreperspectief voor mbo-docenten: meer zicht op hogere inschaling, een vermindering van de werkdruk en meer mogelijk­heden voor ontwikkeling en professionalisering. Op basis van de midterm review die in 2025 wordt uitgevoerd, worden de plannen en ambities waar nodig aangescherpt voor 2026.Ook professionalisering van leraren draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Het doel van de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) is de doorlopende professionalisering van leraren te structureren en te stimuleren. NAPL werkt aan een infrastructuur om de professionele ontwikkeling van leraren gedurende hun gehele loopbaan continu te stimuleren. Dit draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en kan de aantrekkelijkheid van het beroep vergroten.Sociale veiligheid en gelijke behandelingHet Ministerie van OCW werkt aan sociale veiligheid en gelijke behandeling, zodat iedereen in Nederland op een vrije en volwaardige manier kan deelnemen aan de samenleving. Een sociaal veilige omgeving is voorwaardelijk voor de bevordering van kwaliteit in onderwijs, cultuur en wetenschap. In een wereld waarin fysieke en digitale veiligheid minder vanzelfsprekend zijn geworden, houdt het Ministerie van OCW ook oog voor het belang van sociale samenhang en het voorkomen van polarisatie. Onder andere met de integrale aanpak sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap en het nationaal actieplan diversiteit en inclusie hoger onderwijs en onderzoek wordt gewerkt aan die sociaal veilige omgeving. Een sterke rechtstaat met heldere normen en waarden zijn hiervoor van belang. Maar even zo goed dragen goed opgeleide, geïnformeerde en zelfbewuste burgers bij aan diezelfde sterke rechtstaat.Het Ministerie van OCW blijft zich ook inzetten tegen discriminatie en racisme, zowel op de werkvloer als binnen de beleidsterreinen. We voeren daarvoor onder andere de maatregelen uit de agenda tegen discriminatie en racisme uit en we voeren de maatregelen uit de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030 uit.Een vrij en veilig schoolklimaat voor leerlingen én personeel in het funderend onderwijsJe vrij en veilig voelen op school is een randvoorwaarde om tot leren te kunnen komen. De school vormt bij uitstek een gemeenschap waar waarden worden voorgeleefd en overgedragen en waar leerlingen leren en oefenen welke spelregels nodig zijn om vreedzaam samen te leven. Dat is de schoolcultuur. Meedoen, ergens bij horen en verschillen respecteren zijn belangrijk voor de weerbaarheid en veiligheid van leerlingen, op korte en op langere termijn. Het Ministerie van OCW streeft naar een vrij en veilig schoolklimaat want daarin krijgen leerlingen eerlijke kansen, kunnen zij zich als mens ontplooien en leren zij waarden die bijdragen aan sociale cohesie en een vreedzame samenleving. Hier wordt op ingezet met verschillende Wetsvoorstellen, namelijk vrij en veilig onderwijs, continue VOG-screening en borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs. Daarnaast krijgt de stichting school en veiligheid een instellingssubsidie om een sociaal veilige leer- en werkomgeving te bevorderen. Door bovendien betere verbindingen te maken met de organisaties om de school heen, is de school niet de plek waar alle maatschappelijke problemen moeten worden 14Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 opgelost, maar wordt de school de vertrouwde plek voor hulp en onder­steuning. Daarom wordt gewerkt aan het structureel beschikbaar stellen van de middelen van de programma’s school en omgeving, schoolmaaltijden en brugfunctionaris in één aanvullende bekostigingsregeling.Sociale veiligheid in het mbo, hbo, wo en de wetenschapHet Ministerie van OCW streeft naar een veiligere leer- en werkomgeving in het vervolgonderwijs en wetenschap. In het afgelopen jaar zijn er meermaals onveilige situaties ontstaan, zoals tijdens de protesten tegen de oorlog in Gaza. Er wordt een wettelijke zorgplicht voor veiligheid in het vervolgonderwijs en onderzoek geïntroduceerd. Instellingen worden verplicht veiligheidsbeleid te voeren met een lerende cyclus en periodieke monitoring van de (ervaren) veiligheid en evaluatie van het beleid. Daarbij wordt ingezet op een continue dialoog op de instellingen en stevigere checks and balances door de medezeggenschap, de raden van toezicht en de inspectie van het onderwijs. Daarnaast wordt met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs de meld- en overlegplicht voor zedenmisdrijven uitgebreid van minderjarigen naar alle studenten. Ook geldt de meld- en overlegplicht straks voor seksuele intimidatie. Verder worden met het landelijke subsi­dieprogramma, uitgevoerd door de regiegroep sociale veiligheid, universi­teiten, hogescholen en studentenverenigingen gestimuleerd om samen te werken aan het vergroten van een sociaal veilige leer- en werkomgeving.Veiligheid voor vrouwen en lhbtiq+ personenHet doel van het Ministerie van OCW is om de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen te verbeteren. Met het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP), het programma Regenboogsteden en het programma Veilige Steden zet het Ministerie van OCW zich in op het voorkomen en bestrijden van seksueel geweld en worden inspanningen verricht om de emancipatie en veiligheid te verbeteren van vrouwen en lhbtiq+ personen. Ook via de allianties Verandering van Binnenuit, Kleurrijk en Vrij en Act4respect wordt hier op ingezet. Verder wordt met de Mannenalliantie schadelijke mannelijke stere­otyperingen bestreden om een grondoorzaak van femicide weg te nemen en aandacht te vragen voor de rol van mannen, als dader en omstander.Iedereen is nodigEen goede opleiding, (digitale) vaardigheden en kritisch kunnen denken zijn essentieel voor de economische ontwikkeling en het aanpakken van grote transities. Het Ministerie van OCW beoogt dat ieder talent wordt ingezet voor de steeds krapper wordende arbeidsmarkt én dat iedereen zo goed mogelijk kan meedoen in de samenleving, ook in het kader van brede welvaart en sociale cohesie. Zo blijkt uit de eerste cijfers van de nieuwe doorstroomtoetsen dat meisjes, leerlingen met een lage sociaal-economische status, leerlingen op het platteland en leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een bijgesteld schooladvies krijgen dat beter aansluit bij hun talenten en ambities.Maatschappelijke diensttijd (MDT)MDT biedt jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans om hun talenten te ontwikkelen, vrijwillig iets te betekenen voor een ander of de samenleving en mensen te ontmoeten buiten hun eigen leefwereld. Dit versterkt de jongeren, maar draagt ook bij aan sociale cohesie. Om een stevige 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 verankering van MDT in de samenleving te kunnen waarborgen ligt de focus bij verduurzaming en breed gedragen eigenaarschap. Hiervoor wordt gericht ingezet op twee relevante maatschappelijke opgaven waarin de behoeften van jongeren en de samenleving samenkomen: (1) veerkrachtige, mentaal gezonde jongeren en (2) een sterke, weerbare samenleving.Iedereen doet mee in het mboStudenten dienen hun talenten maximaal te kunnen ontplooien op het mbo. Met de Werkagenda mbo werken we samen met betrokken partners aan gelijke kansen in het mbo. Met het actieplan voortijdig schoolverlaten (vsv) werken we toe naar een doelstelling van maximaal 18.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in 2026. In schooljaar 2023/2024 waren dit er nog ruim 29.000. Met het Wetsvoorstel van school naar duurzaam werk helpen we jongeren bij de overgang van het mbo, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs naar werk. Scholen, doorstroompunten en gemeenten krijgen meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar duurzaam werk. De beoogde inwerkingtredings­datum van het wetsvoorstel is 1 januari 2026. Dan starten ook de nieuwe regionale programma’s waarmee scholen en gemeenten samen plannen maken om schooluitval tegen te gaan en jongeren duurzaam aan het werk te helpen.Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomstHet Ministerie van OCW heeft als doel dat iedere student in elke regio nu en in de toekomst wordt opgeleid om een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving en de economie, passend bij de talenten van de student. We investeren daarom in 2026 in toegankelijkere informatie over de studiekeuze want een goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) draagt bij aan een optimale match tussen capaciteiten, affiniteiten en arbeidsmarktperspectief. In 2026 werken we samen met partners uit onderwijs en bedrijfsleven aan de acties uit het beroepsbegeleidende leerweg (bbl)-offensief om de bbl te versterken en bekender te maken. Ook voeren we de afspraken uit het Stagepact in 2026 onverminderd uit, zodat er voldoende stages van goede kwaliteit zijn, stagediscriminatie wordt tegengegaan en studenten een passende stagevergoeding krijgen. Het hbo zet in op meer duale opleidingen, zodat studenten al tijdens hun opleiding kunnen werken en vaardigheden in de praktijk opdoen. Verder investeren we in de tekortsectoren in het hbo om hiermee de instroom te verhogen en uitval en overstap te verlagen.Leven lang ontwikkelen (LLO)Het Ministerie van OCW heeft als doel om de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. Het terugdringen van personeelstekorten op de arbeidsmarkt kan niet alleen met initieel onderwijs gerealiseerd worden, maar ook met om- en bijscholing. Hiervoor wordt ingezet op het optimaal benutten van de onderwijsinfrastructuur voor gerichte deelname aan scholing en een betere afstemming tussen vraag en aanbod met name rondom transities in regionale ecosystemen van bedrijfsleven, publiek en privaat onderwijs. Met de uitvoering van de onderwijsagenda LLO worden er inspanningen verricht om dit doel te realiseren. In 2026 wordt onverminderd ingezet op het voor werkenden en werkzoekenden inzichtelijk maken van kansrijke ontwikkelmogelijkheden, worden opleiders gestimu­leerd in de ontwikkeling van maatwerk en flexibel onderwijs en worden de mogelijkheden verkend om financiële drempels voor LLO weg te nemen. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Zo stimuleren we met de LLO-Katalysator informeel leren in met name het mkb, en geven we een impuls aan de ontwikkeling van leeroplossingen en scholingsaanbod voor om- en bijscholing door bedrijfsleven en opleiders gezamenlijk. Ook werken we op andere manieren aan het wegnemen van drempels tot leren en ontwikkelen, bijvoorbeeld met het programma LLO-Collectief waarin nu 20 regio’s aan de slag gaan met het versterken van basisvaardigheden. LLO is daarnaast onderdeel van het Pact Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst en zal ook onderdeel zijn van de beleidsinzet in het hbo en wo. De resultaten uit de verkenning naar een wettelijke opdracht voor LLO worden daarbij betrokken.Regionale samenwerking voortgezet (speciaal) onderwijs (v(s)o), mbo en hboHet Ministerie van OCW wil blokkades bij overgangsmomenten tussen onderwijssectoren (v(s)o-mbo en mbo-hbo) verminderen om uitval en overstap van studenten te voorkomen. Er wordt ingezet op regionale en bovensectorale samenwerking. Met de Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom (VABOK) kunnen samenwerkingsver­banden van v(s)o, mbo en hbo de aansluiting verbeteren van een oplei­dingsroute tussen v(s)o-mbo en mbo-hbo.Volwaardig meedoenGelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van arbeid en inkomen is een belangrijke doelstelling van het emancipatiebeleid van het Ministerie van OCW. Met de alliantie «Financieel Sterk door Werk» en het «Stimuleren arbeidstoeleiding» wordt ingezet op de ondersteuning van vrouwen om meer of weer te kunnen werken zodat ze (meer) financieel onafhankelijk kunnen worden. Ook wordt ingezet op meer vrouwen in de top met het topvrouwenbeleid zodat er een evenwichtigere verhouding ontstaat tussen mannen en vrouwen in besturen en raden van commissarissen.Versterking culturele en creatieve sectorCultuur is een onmisbaar onderdeel van een democratische samenleving en de culturele en creatieve sector dragen bij aan het verdien- en concur­rentievermogen van Nederland. Culturele instellingen werken daarbij als bindmiddel voor de samenleving, als bron van verbeeldingskracht en als weerspiegeling van onze nationale en collectieve identiteit. Het Ministerie van OCW heeft als doel een sterk cultureel en creatief klimaat te creëren zodat onder andere de podiumkunsten, musea, ontwerp, film en literatuur zich kunnen blijven ontwikkelen. Daarnaast houden we aandacht voor het slavernijverleden.Bibliotheken en leesbevorderingHet Ministerie van OCW zet in op een toekomstgerichte bibliotheek in elke gemeente en een versterking van de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Om dit te bereiken wordt de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) gewijzigd waarbij een zorgplicht voor gemeenten ten aanzien van bibliotheken wordt geïntroduceerd. Voor de aanpak Bibliotheek op school is structurele financiering beschikbaar.Archiefwet en Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)17Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 De Archiefwet wordt gemoderniseerd om digitale informatie goed te kunnen beheren. Met een gemoderniseerde wet en het toezicht daarop, kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het moment van creatie effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toeganke­lijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers en de overheid zelf. Het Ministerie van OCW zet met partners in op een meerjarig implementatieprogramma. Ook wordt geïnvesteerd in de opleidingen en in bij- en nascholing van archief- en informatieprofessionals.Ten slotte werkt het Ministerie van OCW aan een wijziging van de Archiefwet om het CABR online toegankelijk te maken. Het wetsvoorstel heeft als doel om ruimte te bieden voor een belangenafweging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van (bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten.ErfgoedHet in goede staat verkeren van rijksmonumenten is een belangrijk doel voor het Ministerie van OCW. Met de aanpak grote monumenten en religieus erfgoed, wordt onder andere een rijksregeling opgezet voor grote momenten. Door het stimuleren van planmatig onderhoud worden dure restauraties voorkomen. Daarnaast worden de rijksmusea bekostigd om de rijkscollectie te beheren, te behouden en toegankelijk te maken. Ook is er een opgave voor de bescherming van cultureel erfgoed, musea, rijks­collecties, monumenten, bibliotheken en archieven. Daarbij is de komende jaren speciale aandacht voor maritiem erfgoed. Het Ministerie van OCW werkt samen met de Taskforce Veilig Erfgoed aan een erfgoedsector die weerbaar is tegen de dreiging van een hybride conflict.CultuurbeoefeningHet Ministerie van OCW werkt aan een gezonde infrastructuur voor cultuur­beoefening in Nederland. Met de bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening 2025 ‒ 2028 wordt er ingezet op goede toegang tot cultuurbeoefening in de vrije tijd en op school, door jong en oud, op formele en informele wijze, ongeacht waar je woont in Europees of Caribisch Nederland. Dit stimuleert creativiteit en zelfontplooiing, verbindt mensen met een gedeelde hobby of passie, kan bijdragen aan mentale en fysieke gezondheid en versterkt de basisvaardigheden. De drie ambities van dit gezamenlijk initiatief van het Ministerie van OCW, Interprovinciaal Overleg (IPO) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn het inzetten op toegankelijke manieren voor cultuurbeoefening, het centraal stellen van de cultuur- en erfgoedbeoefenaar en het versterken van de verbinding tussen cultuur en maatschappelijke opgaven. Cultuur kan immers ook zorgen voor reflectie, betekenisgeving en ontspanning in moeilijke tijden.Basisinfrastructuur 2025 ‒ 2028In de subsidieperiode 2025 ‒ 2028 voor de culturele basisinfrastructuur (bis) wordt samen met de rijkscultuurfondsen een hoog kwalitatief aanbod ondersteund dat toegankelijk is en gespreid is over Nederland. Daarnaast blijft het Ministerie van OCW zich inzetten voor eerlijke betalingen (fair pay) op de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. Hiervoor is extra geld vrijgemaakt in de bis.Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC)18Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Het doel van CIIIC is de vorming en versnelling van een gespecialiseerde arbeidsmarkt voor immersieve digitale content. CIIIC ondersteunt de groei van de bedrijfstak gericht op Immersive Experiences (IX) en versterkt hiermee de internationale concurrentiepositie van Nederland. Vanuit onze rol als overheid is het streven om bij te dragen aan een digitale transitie met oog voor publieke waarden en daarom wordt tevens een programma voor Publieke Waarden ontwikkeld.Versterking van het lokale en landelijke medialandschapHet Ministerie van OCW streeft ernaar een veilige en vrije omgeving voor journalisten te waarborgen en te zorgen dat alle inwoners van Nederland toegang hebben tot onafhankelijke nieuwvoorziening. Daarnaast is het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid tegen desinformatie en het voorkomen van wantrouwen jegens onafhankelijke nieuwbronnen een belangrijk speerpunt.Landelijke publieke omroepHet landelijke publieke omroepbestel wordt hervormd zodat het ook in de toekomst een onmisbare rol in de samenleving kan vervullen. Het voornemen is dat het wetsvoorstel voor deze hervorming begin 2026 in internetconsultatie gaat en dat het Wetsvoorstel over de toekomstige financiering van de landelijke publieke omroep in 2027 in werking treedt. Recentelijk is het wetsvoorstel aangenomen om de erkenningsperiode van 2022-2026 met twee jaar te verlengen tot en met 2028. Dit maakt het mogelijk om de hervorming in te laten gaan vanaf 2029. Vanaf 2027 zijn er forse bezuinigingen gepland op de landelijke publieke omroep. Deze lopen twee jaar voor op de hervorming van het landelijke bestel dat op zijn vroegst in 2029 kan ingaan. Het feit dat de bezuinigingen eerder moeten worden doorgevoerd dan dat de hervorming in kan gaan, kan een negatief effect hebben op de doelmatigheid.Regionale en lokale journalistiekSterke regionale en lokale journalistiek zorgt ervoor dat burgers goed en van nabij worden geïnformeerd. Het Ministerie van OCW investeert daarom in initiatieven zoals PersVeilig, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Deze projecten dragen bij aan vertrouwen en een veilige werkomgeving voor journalisten. Er wordt samen met private en publieke mediapartijen gewerkt aan de agenda lokale en regionale journalistiek, zodat nieuws van dichterbij en sneller tot burgers komt. Verder wordt het Wetsvoorstel versterking van de lokale publieke omroepen voortgezet. Tot slot start 1 januari 2026 een nieuwe concessiepe­riode van de Regionale Publieke Omroep (RPO) en een nieuwe vijfjaarlijkse aanwijzingsperiode van de regionale publieke omroepen, inclusief conces­siebeleidsplan van de RPO voor 2026-2030.Versterken mediawijsheidEen belangrijke maatschappelijke opgave is het versterken van de media­wijsheid onder de Nederlandse bevolking. Dit vergroot de weerbaarheid tegen desinformatie en draagt bij aan het vertrouwen van nieuwsvoorzie­ningen. Netwerk Mediawijsheid wordt ondersteund door het Ministerie van OCW en verbindt netwerkpartners aan maatschappelijke opgaven in de media, zoals het "samen sociaal online", zodat de betrouwbaarheid van nieuwsmedia versterkt wordt.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Werken aan publieke dienstverleningHet Ministerie van OCW werkt aan herstel van vertrouwen in de overheid. Met het programma OCW Open wordt sinds mei 2021 gewerkt aan de verbetering van de uitvoering, het bevorderen van transparantie over de totstandkoming van beleid en regelgeving en reflectie op de gevolgen van beleid en regelgeving voor mensen en organisaties.Als onderdeel van het rijksbrede programma Werken aan publieke dienst­verlening werkt het Ministerie van OCW samen met de publieke dienstver­leners. Daarbij staat een betere aansluiting tussen beleid en uitvoering centraal. Het opstellen van een «stand van de uitvoering» maakt knelpunten en aanbevelingen vanuit de praktijk beter zichtbaar. Verder wordt via luister­sessies en andere vormen van dialogen actief het gesprek aangegaan met burgers en worden ervaringsdeskundigen betrokken bij het ontwikkelen en evalueren van beleid. Op deze manier werken we meer evidence informed bij het maken van beleid. Transparantie en navolgbaarheid van ambtelijk handelen worden versterkt door te investeren in informatieprofessionals en een goede informatie-huishouding. Ook wordt onderzocht welke wetten en regelingen direct impact hebben op burgers, om deze samen met de uitvoering en toezicht door te lichten op mechanismen die kunnen leiden tot (indirecte) discriminatie.Daarnaast stimuleren we de onderbouwing van beleid met inzichten uit data en wetenschappelijk onderzoek, onder meer in het ‘Science for Policy’-pilot­programma. Vanuit dat programma werken we in verschillende vormen aan directere en snellere interacties tussen wetenschappers en beleids­makers. We versterken de benutting van data in beleid, onder meer met vernieuwende methoden en de ontwikkeling van goede indicatoren. Verder bevorderen we door middel van pilots dat gedragsinzichten vaker worden gebruikt in beleid.Met het hoofdlijnenakkoord is er € 86,2 miljoen structureel bezuinigd op de apparaatsuitgaven van het Ministerie van OCW, in 2026 gaat het om € 39,9 miljoen. Agentschappen en zbo’s krijgen alleen te maken met de efficiencytaakstelling, in lijn met de wens uit het hoofdlijnenakkoord om de uitvoering te ontzien. Voor het kerndepartement moeten scherpe keuzes gemaakt worden zoals het achterwege laten van bepaalde taken, en zuiniger en efficiënter werken, waarmee ook het aantal ambtenaren vermindert. Het Ministerie van OCW beperkt haar rol waar mogelijk tot de kern, dat betekent bijvoorbeeld minder ruimte om thema’s aan te jagen of te stimuleren. Er wordt daarbij nadrukkelijk ingezet op opgavegericht werken met betrokken partners uit het veld.20Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutatiesDeze financiële paragraaf presenteert conform de Rijksbegrotingsvoor­schriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202520262027202820292030Stand begroting 2025 (inclusief NvW)57.761.49156.363.94257.477.38455.503.28855.198.359613.157Mutaties eerste suppletoire begroting 20252.561.484572.3051.516.2051.374.9821.451.68855.715.018Saldo loon- en prijsbijstelling toebedeelddiverse2.226.3442.190.8182.230.5902.159.6272.178.4252.140.310Afschaffing onderwijskansenregeling300‒ 90.000‒ 177.000‒ 177.000‒ 177.000Saldo mee- en tegenvallersdiverse10.507‒ 1.11013.09134.12231.74288.576- Referentieramingdiverse4.72516.17235.21859.14183.138125.157- Studiefinancieringsraming11,1253.794‒ 28.778‒ 35.793‒ 32.000‒ 54.069‒ 36.435- Nieuwkomers1,315.0349.43211.7504.835527‒ 2.292- School en omgeving1,3‒ 53.94000000- Overig saldodiverse‒ 9.1062.0641.9162.1462.1462.146Saldo in- en extensiveringendiverse‒ 83.55823.541‒ 12.953‒ 13.562‒ 35.424‒ 73.185- Reisproduct buitenland studerenden1102.8005.6009.8009.80012.600- Network and information security (NIS2)diverse6.3108.3458.1078.1077.6077.607- Masterplan basisvaardigheden411.20024.00012.000000- Alternatieve invulling taakstelling op de apparaatskosten91,9522.30238.20238.20238.39738.59138.752- Intensivering DUOdiverse9.85024.95531.45532.65532.25535.955- Overige intensiveringendiverse24.53618.34925.15037.24443.62248.769- Extensivering bekostiging po100‒ 5627‒ 13.105‒ 34.521‒ 37.095- Extensivering bekostiging vo300‒ 3.598‒ 8.378‒ 23.940‒ 26.513- Extensivering bekostiging mbo4‒ 6.000‒ 14.543‒ 17.280‒ 14.815‒ 14.297‒ 21.461- Extensivering bekostiging hbo6‒ 1.531‒ 8.642‒ 11.120‒ 14.640‒ 13.960‒ 19.538- Extensivering bekostiging wo7‒ 766‒ 15.121‒ 22.311‒ 26.697‒ 27.835‒ 39.286- Extensivering bekostiging cultuur en media14,151.373‒ 798‒ 1.629‒ 3.366‒ 2.341‒ 3.719- Overige extensiveringendiverse‒ 150.832‒ 54.006‒ 71.902‒ 58.764‒ 50.405‒ 69.256Opvraag Aanvullende postdiverse44513.7164.83710.78118.02927.138Eindejaarsmargediverse196.00000000Nationaal Groeifondsdiverse120.08040.40321.30711.964‒ 1.3997.352Kasschuivendiverse765.686‒ 979.796102.34081.35433.805‒ 3.389Niet kaderrelevante uitgaven11,12‒ 701.327‒ 620.543‒ 633.385‒ 609.183‒ 597.824‒ 624.243Extrapolatiediverse0000054.328.068Desalderingendiverse3.84400000Overboekingen met andere departementendiverse23.463‒ 94.724‒ 119.622‒ 123.1211.3341.391Mutaties ontwerpbegroting 2026‒ 51.88696.817299.530359.026225.708256.2291. Terugdraaien afschaffing onderwijskansenregeling30090.000177.000177.000177.0002. Kasschuivendiverse‒ 11.168‒ 3311.213‒ 1.997‒ 1.14213.4253. Nationaal Groeifondsdiverse‒ 54.55198.231192.931166.08930.86447.021- Overhevelingen middelen Ontwikkelkracht3029.06433.26019.67600- Overhevelingen middelen Npuls6040.00080.00080.00044.7000- Overhevelingen middelen Biotech Booster16028.83628.95130.09832.41133.589- Kasschuiven Nationaal Groeifondsdiverse‒ 54.55133150.72036.315‒ 46.24713.4324. Desalderingen3,6,1414.42210.78010.78010.78010.78010.7805. Overigdiverse‒ 589‒ 11.8634.6067.1548.2068.003Stand ontwerpbegroting 202660.271.08957.033.06459.293.11957.237.29656.875.75556.584.40421Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 ToelichtingMutaties eerste suppletoire begroting 2025Deze mutaties zijn reeds in de eerste suppletoire begroting 2025 toegelicht. De grootste mutatie in de eerste suppletoire begroting betreft de uitkering van de loon- en prijsontwikkeling, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. Van de prijsbijstelling tranche 2025 is 50% niet uitgekeerd om rijksbrede problematiek te dekken. Het beschikbare budget voor prijsbij­stelling op de OCW-begroting is daardoor geen € 343,2 miljoen maar € 171,6 miljoen structureel. Ook wordt in de eerste suppletoire begroting in begrotingsjaar 2027 gekort op de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs. Vanaf 2028 zou deze regeling worden opgeheven. In de augus­tusbesluitvorming is de afschaffing van de onderwijskansenregeling terug­gedraaid.Daarnaast vond er bij de eerste suppletoire begroting per saldo een tegenvaller plaats van structureel € 88,6 miljoen die voornamelijk wordt veroorzaakt door een tegenvaller op de Referentieraming. Deze tegenvaller en andere intensiveringen zijn gedekt door meevallers en extensiveringen op de OCW-begroting. Ten slotte bedraagt de totaal beschikbare eindejaars­marge in 2025 € 501,2 miljoen. Deze Voorjaarsnota is conform besluit bij Miljoenennota 2025 een deel van de maximale 1% eindejaarsmarge op regulier budget ingehouden ter dekking van hogere uitgaven voor de Hersteloperatie Toeslagen. Het OCW-aandeel betreft € 305,2 miljoen. Per saldo is dus € 196,0 miljoen overgeheveld naar de OCW-begroting.Mutaties ontwerpbegroting 20261. Terugdraaien afschaffing onderwijskansenregelingDe Tweede Kamer heeft de motie Rooderkerk aangenomen (Kamerstukken II,2024/25, 36 725 VIII, nr. 20.) waarin wordt opgeroepen de bezuiniging op de onderwijskansenregeling te heroverwegen en die inspanning hebben zowel de minister van Financiën als de bewindslieden van OCW toegezegd aan de Tweede Kamer. Naar aanleiding daarvan heeft het kabinet in de augustusbesluitvorming deze afschaffing teruggedraaid. De onderwijskan­senregeling kan hiermee ook na 2026 doorgang vinden. Voor deze regeling is structureel een bedrag van € 185,9 miljoen beschikbaar. Dit betreft het budget inclusief toegevoegde loon- en prijsbijstelling vanuit de eerste suppletoire begroting 2025.2. Kasschuiven Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte beste­dingsritme. De grootste kasschuif (€ 7,0 miljoen) betreft die van het kasritme op de compliance opgave bij DUO. Door vertraagde capaciteitsopbouw vindt een deel van de realisatie en bijbehorende kasuitgaven later plaats dan eerder geraamd.3. Nationaal GroeifondsEr zijn middelen toegevoegd aan de OCW-begroting voor de NGF-projecten Ontwikkelkracht, NPuls en Biotech Booster. Het betreft middelen die in de tweede tranche zijn toegekend voor deze projecten. Voor het NGF-project Ontwikkelkracht gaat het om een toekenning van cumulatief € 82,0 miljoen. Voor NPuls en Biotech Booster betreft het een toekenning van cumulatief € 244,7 miljoen en € 196,4 miljoen.Daarnaast worden er kasschuiven gedaan op verschillende NGF-projecten, waarvan de grootste:22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 –voor Npuls wordt er uit 2029 € 44,7 miljoen naar de jaren 2026,2027 en 2028 geschoven. Dit om de middelen voor de subsidieregeling die in 2026 worden verstrekt met een looptijd van 3 jaar in het juiste bestedingsritme te zetten;–voor het NGF-project Ontwikkelkracht is € 18,3 miljoen uit 2025, 2026 en 2027 naar 2028 geschoven om de overgehevelde middelen in het juiste bestedingsritme te zetten;–voor de LLO Katalysator wordt er € 23,1 miljoen van 2025 naar latere jaren geschoven in verband met een aanvullende subsidie tot en met 2029;–voor het NGF-project Creative Industries Immersive Impact Coalition wordt er € 14,3 miljoen van 2025 en € 4,9 miljoen van 2026 naar 2027 geschoven om de middelen in het juiste bestedingsritme te zetten.4. DesalderingenDit betreft desalderingen van de uitgaven behorend bij de ontvangsten in tabel 2. De grootste desaldering betreft een desaldering op artikel 14 (cultuur) van € 10,8 miljoen. Subsidies voor monumenteninstand­houding worden gemiddeld na zeven jaar definitief vastgesteld, doorgaans lager dan de toegekende bedragen. Hierdoor ontstaat er budgettaire ruimte. Deze ruimte wordt via deze desaldering opnieuw ingezet voor de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten (SIM). Zie Kamerbrief «Aanpak grote monumenten en religieus erfgoed» (Kamerstukken II 2024/25, 32156, nr. 140).5. OverigDit saldo bestaat uit verschillende mutaties:–een saldoneutrale mutatie om de korting op de loonbijstelling van de externe inhuur tranche 2025 door te verdelen naar de verschil­lende artikelen;–een incidentele bezuiniging op artikel 95 van € 1,9 miljoen in 2026 als gevolg van het aangenomen amendement van het lid van Kent (Kamerstukken II, 2024/25, 36725 XV, nr.13) bij Voorjaarsnota. In het amendement staat dat dekking (€ 40,0 miljoen) wordt gevonden in het incidenteel taakstellend verlagen van de uitgaven aan externe inhuur in 2026. De verdeling van deze dekking per departement betekent voor het Ministerie van OCW een incidentele bezuiniging van € 1,9 miljoen;–overboekingen met andere departementen;–technische mutaties en interne overboekingen vallen onder dit saldo.Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202520262027202820292030Stand begroting 2025 (inclusief NvW)2.274.0122.354.1262.450.5352.551.8402.646.5080Mutaties eerste suppletoire begroting 2025diverse1.039.766116.115846.129126.82082.9932.759.815Saldo mee- en tegenvallersdiverse‒ 28.502‒ 85.716134.538‒ 17.122‒ 29.203‒ 45.332Intensivering wettelijke rente1100‒ 1.400‒ 1.40000Niet kaderrelevante mutaties1,111.064.424201.831712.991145.342112.19684.983Desalderingendiverse3.84400000Extrapolatiediverse000002.720.164Mutaties ontwerpbegroting 202628.86010.78010.78010.78010.78010.7801. Desalderingen3,6,1414.42210.78010.78010.78010.78010.7802. Overig4,1414.43800000Stand ontwerpbegroting 20263.342.6382.481.0213.307.4442.689.4402.740.2812.770.59523Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 ToelichtingMutaties eerste suppletoire begroting 2025Deze mutaties zijn reeds in de eerste suppletoire begroting 2025 toegelicht: op de ontvangsten vond er een tegenvaller plaats van € 85,7 miljoen in 2026. Dit wordt veroorzaakt door de studiefinancieringsraming, voorna­melijk doordat de relevante renteontvangsten omlaag zijn bijgesteld met € 72,5 miljoen in 2026. Verder zijn bij de niet-kaderrelevante mutaties de extra ontvangsten hoger uitgevallen dan geraamd, onder andere omdat oud-studenten meer aflossen dan noodzakelijk en studenten minder zijn gaan lenen dan eerder geraamd.Mutaties ontwerpbegroting 20261. DesalderingenDit betreft desalderingen van de ontvangsten behorend bij de uitgaven in tabel 1. De grootste desaldering betreft een desaldering op artikel 14 (cultuur) van € 10,8 miljoen. Zie de toelichting bij de desalderingen van de uitgaven.2. OverigDit saldo bestaat uit verschillende mutaties:–een meevaller van € 1,0 miljoen door een incidentele extra afrekening op het ontvangstenartikel van DUO in 2025 van de Specifieke Uitkering Educatie. Hierdoor worden de ontvangsten naar boven bijgesteld.–€ 13,4 miljoen aan onbenutte coronasteun terugontvangen door het Ministerie van OCW. De ontvangstenraming wordt met dit bedrag verhoogd.Overzichten intensiveringen en extensiveringenTabel 3 geeft een overzicht van alle generale intensiveringen op de OCW-begroting, sinds de start van het kabinet Schoof en tabel 4 doet dat voor de generale extensiveringen. Tabel 5 geeft het saldo van de tabellen 3 en 4 weer.Tabellen 6, 7 en 8 geven dezelfde informatie weer, maar dan per artikel uitge­splitst.Tabel 3 Intensiveringen (bedragen x € 1.000)Art.202520262027202820292030HLA 11. Investeren in goed bestuur en de rechtstaat140005001.0001.000HLA 21. Eenmalige uitkering studielening sociaal leenstelsel11001.297.00047.00027.00015.000Religieus cultureel erfgoed1405.0005.0005.0005.0005.000Schoolmaaltijden1,3135.000135.000135.000135.000135.000135.000Totaal intensiveringen135.000140.0001.437.000187.500168.000156.00024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 4 Extensiveringen (bedragen x € 1.000)Art.202520262027202820292030Bezuiniging maatschappelijke diensttijd*3‒ 74.735‒ 44.902‒ 67.363‒ 70.000‒ 70.000‒ 70.000HLA 23. Afschaffen brede brugklas en beperken S&O1,3‒ 55.000‒ 170.000‒ 170.000‒ 170.000‒ 170.000‒ 170.000HLA 24. Alternatieve invulling bijstelling sectorplannen hoger onderwijs en wetenschap6,7‒ 134.734‒ 134.734‒ 134.734‒ 134.734‒ 134.734‒ 161.330HLA 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheiddiverse‒ 42.598‒ 62.186‒ 80.612‒ 100.342‒ 108.466‒ 108.466HLA 29. SPUK naar GF en PF met 10% budgetkorting1,4,140‒ 81.261‒ 81.201‒ 81.201‒ 81.201‒ 81.201HLA 32. Beëindiging functiemix Randstad en terugdraaien bezuiniging3000000HLA 34. Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking6,70‒ 8.511‒ 8.511‒ 8.511‒ 8.510‒ 7.188HLA 35. Verlaging non-ODA-middelen6,7,8,14‒ 731‒ 718‒ 844‒ 956‒ 3.214‒ 3.506HLA 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreeddiverse‒ 71.830‒ 131.838‒ 220.601‒ 277.994‒ 322.937‒ 311.027HLA 41. Verminderen internationale studenten (via bestuurlijk akkoord)6,70‒ 17.000‒ 68.000‒ 121.000‒ 158.000‒ 156.000HLA 42. Hervorming Nederlandse Publieke Omroep NPO1500‒ 100.000‒ 100.000‒ 100.000‒ 100.000HLA 43. Alternatieve invulling afschaffen OV-vergoeding buitenland studerenden110‒ 4.000‒ 8.000‒ 14.000‒ 14.000‒ 18.000HLA 44. Verhogen collegegeld langstudeerders (via lagere bekostiging) en terugdraaien bezuiniging6,7000000HLA 69. Fonds Onderzoek Wetenschap7,16‒ 106.929‒ 106.929‒ 106.929‒ 107.054‒ 132.054‒ 132.054Ten behoeve van 4x 25 miljoen fonds onderzoek en wetenschap3,4,6,7‒ 25.000‒ 25.000‒ 25.000‒ 25.00000Verlaging rijksmediabijdrage landelijke publieke omroep**1500‒ 50.000‒ 50.000‒ 50.000‒ 50.000Opheffen onderwijskansenregeling en terugdraaien bezuiniging3000000Inhouden loonbijstelling externe inhuur tranche 2025diverse‒ 4.615‒ 4.532‒ 4.534‒ 4.269‒ 3.723‒ 4.010Amendement Kent door taakstelling externe inhuur950‒ 1.8670000Totaal‒ 516.172‒ 793.478‒ 1.126.329‒ 1.265.061‒ 1.356.839‒ 1.372.782*Deze maatregel stond in het hoofdlijnenakkoord als HLA 22. Afschaffen maatschappelijke diensttijd. Na amendement Bontenbal c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VIII, nr. 141) is maatschappelijke diensttijd echter niet afgeschaft maar heeft er alleen een bezuiniging op plaatsgevonden.**Daarbij verzoekt het amendement van Bontenbal c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VIII, nr. 141) om de landelijke publieke omroep meer ruimte te geven om (online) reclameopbrengsten te generen waarmee de korting van € 50,0 miljoen opgevangen kan worden.Tabel 5 Saldo intensiveringen en extensiveringen (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Totaal intensiveringen135.000140.0001.437.000187.500168.000156.000Totaal extensiveringen‒ 516.172‒ 793.478‒ 1.126.329‒ 1.265.061‒ 1.356.839‒ 1.372.782Saldo‒ 381.172‒ 653.478310.671‒ 1.077.561‒ 1.188.839‒ 1.216.78225Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 6 Intensiveringen per artikel (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Artikel 182.35082.35082.35082.35082.35082.350Artikel 352.65052.65052.65052.65052.65052.650Artikel 11001.297.00047.00027.00015.000Artikel 1405.0005.0005.5006.0006.000Totaal135.000140.0001.437.000187.500168.000156.000Tabel 7 Extensiveringen per artikel (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Artikel 1‒ 12.264‒ 158.003‒ 173.767‒ 196.051‒ 204.898‒ 204.898Artikel 3‒ 170.845‒ 211.086‒ 267.619‒ 283.572‒ 285.661‒ 285.661Artikel 4‒ 23.383‒ 49.415‒ 61.804‒ 72.594‒ 77.870‒ 65.960Artikel 6‒ 9.523‒ 18.651‒ 49.280‒ 70.198‒ 82.174‒ 81.865Artikel 7‒ 197.037‒ 220.807‒ 254.310‒ 290.393‒ 339.162‒ 336.396Artikel 8‒ 231‒ 252‒ 441‒ 585‒ 598‒ 598Artikel 9‒ 60‒ 62‒ 64‒ 66‒ 69‒ 69Artikel 11‒ 4.122‒ 8.108‒ 12.192‒ 18.197‒ 17.798‒ 22.131Artikel 12‒ 49‒ 51‒ 52‒ 54‒ 56‒ 56Artikel 13‒ 275‒ 287‒ 296‒ 303‒ 320‒ 320Artikel 14‒ 2.765‒ 4.615‒ 7.983‒ 9.745‒ 13.301‒ 13.298Artikel 15‒ 1.868‒ 3.445‒ 156.418‒ 157.947‒ 159.066‒ 159.066Artikel 16‒ 54.597‒ 58.979‒ 66.058‒ 69.908‒ 72.635‒ 99.234Artikel 25‒ 750‒ 58‒ 107‒ 133‒ 151‒ 151Artikel 91‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302Artikel 95‒ 16.101‒ 37.357‒ 53.636‒ 73.013‒ 80.778‒ 80.777Totaal‒ 516.172‒ 793.478‒ 1.126.329‒ 1.265.061‒ 1.356.839‒ 1.372.782Tabel 8 Saldo intensiveringen en extensiveringen per artikel (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Artikel 170.086‒ 75.653‒ 91.417‒ 113.701‒ 122.548‒ 122.548Artikel 3‒ 118.195‒ 158.436‒ 214.969‒ 230.922‒ 233.011‒ 233.011Artikel 4‒ 23.383‒ 49.415‒ 61.804‒ 72.594‒ 77.870‒ 65.960Artikel 6‒ 9.523‒ 18.651‒ 49.280‒ 70.198‒ 82.174‒ 81.865Artikel 7‒ 197.037‒ 220.807‒ 254.310‒ 290.393‒ 339.162‒ 336.396Artikel 8‒ 231‒ 252‒ 441‒ 585‒ 598‒ 598Artikel 9‒ 60‒ 62‒ 64‒ 66‒ 69‒ 69Artikel 11‒ 4.122‒ 8.1081.284.80828.8039.202‒ 7.131Artikel 12‒ 49‒ 51‒ 52‒ 54‒ 56‒ 56Artikel 13‒ 275‒ 287‒ 296‒ 303‒ 320‒ 320Artikel 14‒ 2.765385‒ 2.983‒ 4.245‒ 7.301‒ 7.298Artikel 15‒ 1.868‒ 3.445‒ 156.418‒ 157.947‒ 159.066‒ 159.066Artikel 16‒ 54.597‒ 58.979‒ 66.058‒ 69.908‒ 72.635‒ 99.234Artikel 25‒ 750‒ 58‒ 107‒ 133‒ 151‒ 151Artikel 91‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302‒ 22.302Artikel 95‒ 16.101‒ 37.357‒ 53.636‒ 73.013‒ 80.778‒ 80.777Totaal‒ 381.172‒ 653.478310.671‒ 1.077.561‒ 1.188.839‒ 1.216.782Fonds Onderzoek en WetenschapMet het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap investeren we in het fundament, in een gunstiger werkklimaat voor onze onderzoekers en in baanbrekend onderzoek voor maatschappelijke impact en transities.26Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 9 Fonds voor Onderzoek en Wetenschap (bedragen x € 1.000)Art.2023202420252026202720282029203020312032Starters- en stimuleringsbeurzen7152.230152.23077.93577.93577.93577.93577.93577.93577.935Thematische programmering1610.00010.00010.86810.86810.86810.86810.86810.86810.868Professional doctorate beurzen165.0005.0005.0005.0005.0005.0005.0005.0005.000Praktijkgericht onderzoek art 6636.99336.99338.98638.98638.98638.98638.98638.98638.986Roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur1650.00050.00023.30023.30023.30023.30023.30023.30023.300Strategische agenda toegepast onderzoek faciliteiten (EZ)EZ86.49497.23871.37589.64572.82857.16323.20300Matching Horizon Europe1678.90079.30582.99282.99282.99282.99282.99200Open Competitie1660.00060.00063.80063.80063.80063.80063.80063.80063.800Toponderzoek1620.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.000Kennisveiligheid16, 956.4353.4755.6715.3215.0724.1724.1724.1724.172Sociale Veiligheid164.2004.0004.2104.2104.2104.1204.1204.1204.120Scholars at Risk164001.2001.2001.2001.2001.2001.2001.2001.200Europese Partnerschappen (OCW)1610.00010.00012.79512.79512.79512.79512.79500Europese Partnerschappen (EZ)EZ40.00027.47255.77533.06533.83629.06528.51500Open Science1620.00020.00010.00010.00010.00010.00010.00010.00010.000Practoraten41.9262.9362.5902.5903.6393.6393.6393.6393.639Nationaal expertisecentrum voor wetenschap en samenleving162778461.4561.4561.1641.1641.1641.1641.164Faculty of Impact162.7702.7702.7702.7702.7702.7702.7702.7702.770Uitvoering, monitoring, verantwoording, evaluatie16, 6, 7, 95, EZ4.6855.9352.6352.6352.6352.6292.1292.6302.630Totaal590.310589.400493.358488.568473.030451.598416.588269.584269.584027Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2.3 OpenbaarheidsparagraafDeze paragraaf bevat de beschrijving van de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en een transparante overheid binnen het Ministerie van OCW. Het ministerie werkt aan bestuurlijke transparantie door de toegang tot overheidsinformatie voor iedereen te vergroten ten behoeve van een goed en democratisch bestuur. Het ministerie zet in op een integrale benadering. Openbaarheid en transparantie zijn namelijk niet los te zien van de organisatie, de medewerkers en de processen. Samen met aanpalende onderwerpen, zoals ambtelijk vakmanschap en vermogen en Werk aan Uitvoering (WaU), is dit ondergebracht bij het programma OCW Open. Het programma is ingericht om bij te dragen aan het verstevigen van het vertrouwen van de samenleving in het handelen van de overheid. OCW Open werkt aan een ministerie dat open, in onderling vertrouwen, rechtvaardig en vanuit de inhoudelijke doelen werkt.Actieve openbaarmakingDe Woo verplicht het ministerie om overheidsinformatie uit eigen beweging openbaar te maken. Er is een resultaatsverplichting voor zeventien wettelijke bepaalde informatiecategorieën en een inspanningsplicht om overige overheidsinformatie openbaar te maken. De inspanningsplicht geldt sinds 1 mei 2022. De resultaatsverplichting treedt gefaseerd in werking, waarbij de eerste tranche informatie categorieën op 1 november 2024 per koninklijk besluit in werking is getreden. Deze eerste tranche bevat uitsluitend informatie categorieën die nu ook al openbaar worden gemaakt. Binnen het bestuursdepartement zijn voorbereidingen getroffen om vooruitlopend op de wettelijke termijnen alvast te oefenen met verschil­lende soorten informatie categorieën. Parallel aan deze oefening, is er r gestaag de benodigde stappen gezet om de technische voorziening binnen vigerende planningen gerealiseerd te krijgen.In het kader van de inlichtingenplicht aan het parlement worden sinds 1 juli 2021, op basis van de rijksbrede beleidslijn actieve openbaarmaking nota’s, bij Kamerbrieven over beleidsvorming en wetgeving de beslisnota’s aan bewindspersonen actief openbaar gemaakt. Vanaf Prinsjesdag 2022 geldt dat bij alle Kamerbrieven. Hiertoe zijn bestaande processen, rollen en handreikingen binnen het ministerie bijgewerkt. Inmiddels loopt deze nieuwe, meer transparante, werkwijze adequaat.Passieve openbaarmakingDe Woo geeft eenieder het recht om een verzoek in te dienen bij een bestuursorgaan om overheidsinformatie openbaar te maken. De Woo stelt regels over de afhandeling daarvan. Het gaat dan onder meer over de inhoud en vorm van de beslissing, de termijn waarbinnen die genomen moet worden en de wijze van informatieverstrekking. Binnen het OCW-concern zijn afgelopen periode zowel (ICT-)technische, organisatorische als personele maatregelen doorgevoerd om de afhandeling van informatiever­zoeken te versnellen met dezelfde kwaliteit.Bij het Ministerie van OCW wordt nog steeds ingezet op het ontwikkelen en verbeteren van zowel het proces als het centrale team, resulterend in (goeddeels) gecentraliseerde coördinatie en afhandeling (voor verzoeken binnen het kerndepartement) vanuit het kerndepartement. Ook binnen de dienstonderdelen zijn aanpassingen gedaan voor versnelling van het proces. De ambitie is om verzoeken altijd tijdig af te handelen, dus conform de wettelijke termijn dan wel binnen een met de verzoeker afgesproken termijn. De uitvoering wordt actief gemonitord; de cijfers 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 over de afhandeling worden al sinds geruime tijd gepubliceerd in de Rapportage Burgervragen van het ministerie en sinds 2023 vindt ook rapportage plaats in Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Om deze (interne als wel extern gerichte) monitoring verder te vergemakkelijken en efficiënter te laten verlopen, is een dashboard voor intern gebruik ontwikkeld voor de afhandeling van Woo-verzoeken. Het ministerie hecht veel waarde aan passend contact met de overheid. Het was al gangbare praktijk binnen het ministerie dat er laagdrempelig contact bestond met verzoekers en betrokken derden. Met de komst van de Woo is deze werkpraktijk uitgebreid met de komst van contactpersonen ter beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie.Verbetering van de informatiehuishoudingHet op orde brengen van onze informatiehuishouding is noodzakelijk voor het openbaar maken en verstrekken van overheidsinformatie. De infor­matiehuishouding omvat de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen de organisatie. Door op de juiste wijze gegevens op te slaan en te archiveren kan iedereen (publiek, pers en politiek) goed en volledig worden voorzien van documenten en correspondentie die inzicht geven in ons handelen en onze afwegingen. Hiertoe is een departementaal verbeterplan opgesteld. De beleidsvoornemens hierin zijn ingericht langs de vier actielijnen van het generieke actieplan «Open op Orde».InformatieprofessionalsDeze actielijn is gericht op het versterken van het professioneel informa­tiebeheer. We investeren in kennis en capaciteit van de informatieprofessi­onals die het informatiebeheer bij de organisatie inrichten en uitvoeren. De ondersteuning aan ambtenaren bij beleid en uitvoering wordt uitgebreid. Tegelijk helpen we alle medewerkers met tools en trainingen om de eigen vaardigheden te verbeteren. We faciliteren leidinggevenden om medewerkers hierin te begeleiden en het goede voorbeeld te geven.InformatiesystemenDeze actielijn beoogt de informatiesystemen toegankelijker en gebruikers­vriendelijker te maken. We zorgen ervoor dat de informatiesystemen die we inzetten ons ondersteunen in plaats van belemmeren, door ze gebruiks­vriendelijker te maken en slimme technieken in te zetten. Technische oplossingen voor het veiligstellen en archiveren van berichtenapps, e-mailberichten, sociale media en websites van het ministerie zijn reeds ontwikkeld en worden ingeregeld.InformatievolumeDeze actielijn behelst het verkrijgen van meer grip op de toegenomen hoeveelheid en aard van informatie. We maken actief inzichtelijk welke informatie het ministerie heeft, wat bewaard moet blijven en wat we moeten vernietigen. Dit geldt niet alleen voor traditionele tekstdocumenten, maar ook voor andere vormen van digitale informatie, zoals e-mail, sociale media en websites.Bestuur en nalevingDe laatste actielijn ziet toe op het goed besturen en naleven van de kwaliteit van de informatiehuishouding. We ontwikkelen instrumenten voor een heldere sturing op de informatiehuishouding opdat verantwoording kan worden afgelegd aan zowel de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed als aan burgers, bedrijven, parlement en journalisten. Een voorbeeld hiervan zijn de nul- en vervolgmetingen van de informatiehuishouding op basis waarvan het verbeterplan geactualiseerd kan worden.29Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2.4 Strategische Evaluatie AgendaDe Strategische Evaluatieagenda (SEA) biedt een overzicht van het lopend en gepland onderzoek binnen het Ministerie van OCW, en is een belangrijk middel om evaluaties strategisch te plannen en goed in te bedden in de beleidscyclus. De SEA is gestructureerd aan de hand van tien strategische, vaak overkoepelende thema’s, die alle OCW-terreinen omvatten:1.Kwaliteit funderend onderwijs2.Kwaliteit vervolgonderwijs3.Toegankelijkheid funderend onderwijs4.Toegankelijkheid vervolgonderwijs5.Voldoende en goed (onderwijs)personeel6.Onderzoek en wetenschap7.Aansluiting op de arbeidsmarkt8.Versterking van de culturele en creatieve sector9.Versterking van de mediasector en hervorming landelijke publieke omroep10.Rijksbrede inzet op emancipatieBinnen deze thema’s in de SEA worden strategische evaluaties, Periodieke rapportages, onderzoeksprogramma’s en (langlopende) monitoringsonder­zoeken uitgevoerd. Strategische evaluaties zijn evaluaties van belangrijke beleidsprogramma’s en evaluaties die budgettair of politiek-bestuurlijk van groot belang zijn of grote impact hebben op de ontwikkeling van de OCW-sectoren.Periodieke rapportages zijn afsluitende synthesestudies waarin elke vier tot zeven jaar voor ieder thema op de SEA onderzoek wordt gedaan naar de voorwaarden voor doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleidsterrein, op basis van onderliggend evaluatieonderzoek. Periodieke rapportages leiden tot samenvattende uitspraken over de publieke waarde, maatschappelijke impact, doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, en tot aanbevelingen voor de toekomst.De inhoud van de SEA wordt elk jaar geactualiseerd op basis van een inventarisatie van lopend en voorgenomen evaluatieonderzoek. De thema’s COVID19 en «Iedereen is nodig» (kansengelijkheid) die in de SEA in begroting 2025 stonden zijn inmiddels afgerond en uit dit overzicht gehaald. Ook zijn in 2025 de thema’s herzien om de SEA meer middellange termijn, en daarmee meer complementair te maken aan de kortere tijdshorizon van de beleidsprioriteiten. Het Ministerie van OCW kiest daarnaast bewust voor enkele overstijgende thema’s om de verwevenheid van de verschillende sectoren te benadrukken, en dit zo goed mogelijk tot uiting te brengen in gezamenlijke, sector overstijgende evaluaties.Om deze herzieningen toe te lichten worden alle thema’s hieronder beschreven. Per thema wordt ingegaan op de scope en duur, de kennis­behoeften, en hoe de geplande evaluaties bijdragen aan de ambities en inzichtbehoefte. Dit onderdeel wordt afgesloten met een overzicht van de geplande Periodieke rapportages1, waarmee de met het evaluatieonderzoek verkregen inzichten op een beleidsthema uiterlijk in het laatste jaar van 1 Artikel 8 (Internationaal beleid) heeft geen eigen Periodieke rapportage, aangezien de taken en het daaraan gekoppelde budget betrekking heeft op diverse beleidsdomeinen van het Ministerie van OCW. Evaluatie vindt plaats verspreid over de verschillende thema’s.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 de vooraf vastgestelde periode voor het thema worden samengebracht, zoals bepaald in artikel 4 van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek (RPE) 2022.De onderliggende uitwerking van de SEA is te vinden in Bijlage 5. Deze bijlage biedt een overzicht van de strategische evaluatieprogrammering per thema en vormt de basis van de SEA.Tabel 10 Planning Strategische Evaluatie AgendaThema/Periodieke rapportageEerstvolgende Periodieke rapportageBegrotingsartikelen134678911121314151625Kwaliteit funderend onderwijs2032xxKwaliteit vervolgonderwijs2032xxxToegankelijkheid funderend onderwijs2031xxToegankelijkheid vervolgonderwijs2031xxxxxxVoldoende en goed (onderwijs)personeel2027xxxOnderzoek en wetenschap2027xxxAansluiting op de arbeidsmarkt2028xxxVersterking van de culturele en creatieve sector2032xVersterking van de mediasector en hervorming landelijke publieke omroep2028xRijksbrede inzet op Emancipatie2025x2.4.1 Kwaliteit funderend onderwijs2026-2032; Artikel 1 en 3Elk kind in Nederland verdient kwalitatief goed onderwijs. Onderwijs waarin leerlingen leren wat ze moeten kennen, kunnen en ervaren voor een goede doorstroom naar het vervolgonderwijs en om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Dit thema richt zich daarom op de kwaliteit van het funderend onderwijs en de randvoorwaarden die nodig zijn om dit te realiseren. De effecten van ingezet beleid zullen pas na enkele jaren zichtbaar zijn. Internationale metingen zoals PISA of IELS vinden bijvoorbeeld elke vier jaar plaats. Daarnaast zijn er pas nieuwe doelen vastgesteld voor curriculum implementatie. Daarom is er op dit thema onderliggend en langdurig onderzoek nodig, en is gekozen voor een looptijd van 7 jaar. Zo is er voldoende tijd om de beleidsmaatregelen te implementeren en de impact goed in beeld te brengen.Onderwijskwaliteit kent een sterke verbinding met enkele andere SEA-thema’s. Zij raken allemaal aan goed onderwijs voor elk kind: toegankelijk onderwijs; en voldoende en goed (onderwijs) personeel. Sub-thema’s zijn onder meer basisvaardigheden, curriculum, toetsen en examens, leermid­delen en technologie, de ontwikkeling van het jonge kind en evidence-informed onderwijs.Lopend en gepland onderzoek richt zich op belangrijke kennisbehoeften, langs de lijnen van bovengenoemde sub-thema’s. Voor veel onderzoeken geldt dat de inzichten hieruit met elkaar gecombineerd worden. Zo kan de volle breedte van het thema gevat worden.Kennisvragen richten zich op de prestaties van leerlingen op de basis­vaardigheden, de implementatie van de nieuwe kerndoelen en examen­programma’s, hoe een kwaliteitskader voor leermiddelen ontwikkeld kan 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 worden, hoe scholen omgaan met AI en technologie in de klas, en hoe evidence-informed werken in het onderwijs verder gestimuleerd kan worden.2.4.2 Kwaliteit vervolgonderwijs2026-2032; Artikel 4, 6 en 7Het thema ‘kwaliteit vervolgonderwijs’ richt zich op het borgen en verder verbeteren van de onderwijskwaliteit in zowel het hoger beroepsonderwijs (hbo), wetenschappelijk onderwijs (wo) als het middelbaar beroepson­derwijs (mbo). Deze sectoren delen de ambitie om onderwijs voortdurend te verbeteren op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten en systema­tische monitoring, waarbij het gesprek over wat onderwijskwaliteit betekent centraal blijft staan. In deze sectoren is een stevig fundament aan basis­vaardigheden van belang evenals de beschikbaarheid van goed opgeleid personeel en het streven naar een inclusief en toekomstbestendig onder­wijssysteem. Vaak zijn de effecten van ingezet beleid pas na enkele jaren zichtbaar. Daarom is er op dit thema onderliggend en langdurig onderzoek nodig, en is gekozen voor een looptijd van 7 jaar. In 2028 wordt bekeken hoe de evaluatieagenda voor het MBO verder ingevuld wordt.In het mbo willen we een veilige leeromgeving realiseren met aandacht voor welzijn, omdat dat een belangrijke voorwaarde is voor goed leren en ontwikkelen. Studenten en docenten moeten zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn, op school en bij het leerbedrijf. Op dit moment wordt er bijvoor­beeld gewerkt aan een wetsvoorstel rondom de zorgplicht voor veiligheid in het vervolgonderwijs en onderzoek. Daarmee wordt de verantwoorde­lijkheid die instellingen dragen voor veiligheid wettelijk vastgesteld. Ook ligt in het mbo de focus op het versterken van basisvaardigheden (taal, rekenen, burgerschap), het waarborgen van voldoende en gekwalificeerd onderwijs­personeel (wetsvoorstel vereisten mbo-docenten basisvaardigheden), en het borgen van de kwaliteit van het opleidingsaanbod, ook in tijden van demografische krimp.In het hbo en wo, waar onderwijsinstellingen traditioneel een grote autonomie genieten, ligt de nadruk op het scheppen van de juiste randvoor­waarden door wetgeving en financiering, het waarborgen van kwaliteit via accreditatie en toezicht en het stimuleren van voortdurende kwaliteitsverbe­tering binnen de instellingen. De sector kenmerkt zich door een stabiel hoog kwaliteitsniveau, maar vraagt blijvende aandacht voor actuele thema’s als sociale veiligheid, academische vrijheid en de gevolgen van demografische krimp voor het opleidingsaanbod en de toegankelijkheid.Eén van de kennisvragen betreft o.a. de effectiviteit van kwaliteitsborging, mede in het licht van de uitkomsten van het experiment Instellingsaccredi­tatie en de beslissing om dit niet op korte termijn in te voeren in het hbo en wo. Zicht op het beheersingsniveau van basisvaardigheden in het mbo, de impact van beleidsmaatregelen op toegankelijkheid en studiekeuzevrijheid, de effectiviteit van interventies gericht op basisvaardigheden en het in beeld krijgen van de veiligheidssituatie in alle drie de sectoren van het vervolgon­derwijs en van individuele instellingen zijn andere grote inzichtbehoeften. Het gaat daarbij om zowel fysieke, sociale en digitale veiligheid.32Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Lopend en gepland onderzoek, zoals de Stelselrapportage HO, monitoring van de Werkagenda MBO en diverse peilingen en evaluaties, sluit aan op deze inzichtbehoefte. Het betreft de relevante (sub)artikelen binnen de onderwijsbegroting, met focus op kwaliteitsverbetering, basisvaardig­heden en docentenkwaliteit.2.4.3 Toegankelijkheid funderend onderwijs2026-2031; Artikel 1 en 3Alle kinderen in Nederland verdienen in dezelfde mate toegang tot goed onderwijs. Het inkomen, de opleidingsachtergrond of afkomst van ouders mag daarbij geen verschil maken voor de kansen van leerlingen in het onderwijs. Ook de toegang tot goed onderwijs voor leerlingen met een beperking moet gewaarborgd zijn. Dit thema richt zich daarom op de toegankelijkheid van het funderend onderwijs en de randvoorwaarden die nodig zijn om dit te realiseren. De beleidsmaatregelen binnen deze onder­liggende sub-thema’s zijn meerjarig, passend bij dit robuuste stelselaspect, en de effecten zullen pas na enige jaren zichtbaar zijn. Daarom is de duur van het thema 6 jaar. Zo is er voldoende tijd om de beleidsmaatregelen te implementeren en de impact goed in beeld te brengen.De toegankelijkheid van het onderwijs kent een sterke verbinding met andere SEA thema’s, omdat deze allemaal goed onderwijs voor alle leerlingen raken, met name met ‘Kwaliteit funderend onderwijs’ en ‘Voldoende en goed (onderwijs)personeel’. Het thema kent een aantal subthema’s, zoals passend en inclusief onderwijs (inclusief aandacht voor thuiszitters en uitval), gelijke kansen op ontwikkelen potentieel, doorstroom en overgangen, sociale veiligheid, en nieuwkomersonderwijs. Daarnaast is de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) bij dit thema ondergebracht. Binnen elk van de sub-thema’s bestaat een kennisbehoefte, waar lopend en gepland onderzoek op aansluit. Veel onderwerpen omvatten meerdere onderzoeken, om de breedte van het onderwerp te vatten.Er lopen bijvoorbeeld meerdere programma’s gericht op passend en inclusief onderwijs en kansengelijkheid, zoals School & Omgeving, Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden. De overkoepelende vraag is hoe deze programma’s op de lange termijn (gezamenlijk) bijdragen aan het verbeteren van gelijke kansen en toegankelijkheid van het onderwijs. Ook voor doorstroom en overgangen worden verschillende leertrajecten uitgevoerd door onderwijsprofessionals en wetenschappers met als doel om inzicht te krijgen in aanpakken die de overgang van po naar vo verbeteren. Het programma Maatschappelijke Diensttijd (MDT) richt zich op het stimuleren van de sociale en maatschappelijke betrokkenheid van jongeren tussen de 12 en 30 jaar. Vanaf het begin van het programma is er een doorlopend jaarlijks evaluatieonderzoek ingericht om inzicht te krijgen in de maatschappelijke impact van MDT op de deelnemende jongeren en op de samenleving. De tweejaarlijkse landelijke veiligheidsmonitor brengt de sociale veiligheid van leerlingen en onderwijspersoneel in beeld, met daarin ook aandacht voor het pedagogisch klimaat. In 2026 wordt er onderzoek uitgezet om meer zicht te krijgen op de veiligheidsbeleving van VSO-leerlingen en specifieke doelgroepen.2.4.4 Toegankelijkheid vervolgonderwijs2026-2031; Artikel 4, 6, 7, 11, 12 en 1333Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Het overkoepelende thema ‘Toegankelijkheid vervolgonderwijs’ beoogt dat iedere gekwalificeerde student, ongeacht achtergrond of omstandigheden, gelijke kansen krijgt om succesvol deel te nemen aan en door te stromen binnen en tussen het mbo, hbo, en wo. Toegankelijk onderwijs betekent ook dat studenten in elke regio op redelijke reisafstand kwalitatief goed, divers en arbeidsmarkt relevant aanbod kunnen volgen. Ook binnen krimpregio’s.De looptijd van het thema is zes jaar (2026-2031) en dekt de relevante (sub)artikelen van de onderwijsbegroting, met focus op toegankelijkheid, gelijke kansen en ondersteuningsmaatregelen in beide sectoren.In deze sectoren wordt ernaar gestreefd dat alle studenten gelijke kansen krijgen om hun vaardigheden en potentie ten volle te ontplooien. Dat geldt met name voor studenten met een ondersteuningsbehoefte, studenten met een migratieachtergrond, nieuwkomers en jongeren die van huis uit minder financieel, sociaal en cultureel kapitaal tot hun beschikking hebben. Er is aandacht voor het wegnemen van formele en informele belemmeringen, zoals financiële drempels, aansluiting tussen onderwijssectoren en studie­progressie, en het bevorderen van studentenwelzijn. In deze sectoren wordt gestreefd naar gelijke kansen, een inclusieve leeromgeving en het bieden van passende ondersteuning aan studenten met extra ondersteuningsbe­hoefte zowel in het onderwijs als bij het vinden van duurzaam werk. Overlap bestaat met sub-thema’s als arbeidsmarkt, regionale spreiding en studen­tenwelzijn.De belangrijkste kennisvragen richten zich op de oorzaken van uitval en switch, doorstroom in de beroepsonderwijskolom, de werking van ondersteuningsmaatregelen, de toegankelijkheid van het onderwijs voor verschillende groepen studenten, de invloed van internationalisering en de effectiviteit van bekostigingssystemen in krimpregio’s. Lopend en gepland onderzoek, waaronder de Stelselrapportage HO, doorlichtingen, monitors en evaluaties van de inzet van middelen ter verbetering van de aansluiting tussen onderwijssectoren en binnen de Werkagenda MBO, sluit aan op deze inzichtbehoefte en uitkomsten ondersteunen ook het lerend vermogen van onderwijsinstellingen zelf.2.4.5 Voldoende en goed (onderwijs)personeel2021-2027; Artikel 1, 3 en 9Het overkoepelende thema voldoende en goed onderwijspersoneel omvat zowel het funderend onderwijs als het middelbaar beroepsonderwijs, met als gezamenlijk doel om een toekomstbestendige onderwijsarbeidsmarkt te realiseren. Onderwijspersoneel is breder dan alleen leraren en docenten: het omvat ook goed toegeruste schoolleiders, instructeurs, praktijkop­leiders, en onderwijsondersteunend personeel.In 2021 is de vorige strategische evaluatie onderwijspersoneel opgeleverd over de periode van 2013 tot 2020. Het opstarten van de volgende Periodieke rapportage wordt voorzien in 2027 over de periode 2021-2027 en beslaat relevant beleid binnen artikel 1, 3 en 9 (mogelijk ook artikel 4, PM). Na oplevering hiervan, wordt vanaf begrotingsjaar 2028 de looptijd van de Periodieke rapportage weer ingeschat op ongeveer zes jaar, passend bij de dynamiek en de tijd die nodig is voor implementatie van interventies en effectmeting.34Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Binnen het funderend onderwijs en het mbo is er een opgave op drie sub-thema’s: het bevorderen van een toekomstbestendige onderwijsarbeids­markt, strategisch personeelsbeleid en het opleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel. Bij deze opgaven wordt regionale samenwerking binnen onderwijsregio’s gestimuleerd. Het doel is het aantrekken en behouden van gemotiveerd en goed opgeleid personeel door middel van maatregelen zoals beloning, werkdrukverlaging en verbeterde opleidings­programma's.Belangrijke kennisvragen betreffen de effectiviteit van initiatieven om tekorten aan te pakken en ermee om te gaan, de aantrekkelijkheid van het onderwijs als beroep (inclusief het wegnemen van misvattingen) en mogelijkheden voor professionele ontwikkeling. Ook inzicht in welke maatregelen bijdragen aan het behoud van (startende) leraren en docenten is van belang. Lopend en gepland onderzoek richt zich op de arbeidsmarkt­ontwikkelingen, effectiviteit van HRM-beleid en de professionalisering van docenten, via bijvoorbeeld het Groeifonds project Nationale Aanpak Profes­sionalisering van Leraren (NAPL). De jaarlijkse Loopbaanmonitor, Arbeids­marktramingen, tekortmetingen in het po, vo en mbo, en de evaluatie van de Regionale Aanpak zijn hier voorbeelden van.2.4.6 Onderzoek en wetenschap2021-2027; Artikel 6, 7 en 16De algemene doelstelling van het onderzoek- en wetenschapsbeleid is het scheppen van een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving, die onderzoekers in staat stelt tot optimale wetenschappelijke prestaties en die goed aansluit op maatschappelijke behoeften. De beleidsinspanningen op dit thema zijn gericht op het zorgen voor een gezond en sterk fundament, het vergroten van de maatschappelijke impact van onderzoek en het geven van ruimte aan divers talent in een sociaal veilige omgeving. Het thema heeft grotendeels betrekking op artikel 16 van de begroting. De bekostiging van het onderzoek aan universiteiten en hogescholen valt echter onder artikelen 6 en 7. Dat geldt ook voor sectorplannen en praktijkgericht onderzoek.In 2021 gaf de beleidsdoorlichting van artikel 16 (onderzoek en weten­schapsbeleid) een positief beeld van de beleidsinstrumenten. Er kon echter geen conclusie getrokken worden over de doeltreffendheid en doelma­tigheid van het beleid als geheel, omdat de evaluaties hier onvoldoende zicht op gaven. In reactie hierop is samen met het veld een monitorings- en evaluatiesysteem, inclusief beleidsindicatoren, ontwikkeld. Punt van aandacht hierbij zijn de administratieve lasten voor instellingen.In 2027 is de volgende Periodieke rapportage over het thema Onderzoek en wetenschap gepland. Hieruit moet onder andere blijken of de inspanningen om de monitorings- en evaluatiesystematiek te verbeteren hun vruchten afwerpen. In de Periodieke rapportage kijken we naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. Ook is er ruimte om te reflecteren op de doelen van het onderzoek- en wetenschapsbeleid, en is er ruimte om eventuele beleidsalternatieven te verkennen. Dit kabinet heeft bezuinigd op onderzoek en wetenschap. Tegelijk zijn doelen niet expliciet bijgesteld. Gezien de continuïteit in de beleidsinstrumenten van het thema onderzoek en wetenschap, wordt het passend geacht om de volgende over zes jaar te plannen, namelijk in 2033.35Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 De inzichtbehoefte richt zich op de bijdragen van het gevoerde beleid aan de doelen zoals meer ruimte voor ongebonden en excellent onderzoek, verbeterde toegang tot onderzoeksfaciliteiten, samenwerking tussen instellingen en sectoren, aansluiting bij internationaal (top)onderzoek, kennisveiligheid, diversiteit, bredere erkenning en waardering, maatschap­pelijke impact van kennis uit onderzoek, en meer open science. De inzichten worden onder andere gekregen middels verscheidene evaluaties, waaronder die van de sectorplannen. Daarnaast zijn er overkoepelende onderzoeken die het inzicht in werking van het stelsel vergroten, bijvoor­beeld de evaluaties van de NWO (2025) en de KNAW (2026). Ook is er aandacht voor de impact van de bezuinigingen op het behalen van de doelen. Tot slot is er behoefte aan beter zicht op de strategische lange termijn vraagstukken. In 2025 en 2026 wordt een traject opgezet om deze vraagstukken en de bijbehorende kennisbehoefte in beeld te brengen.2.4.7 Aansluiting op de arbeidsmarkt2026-2028; Artikel 4, 6 en 7Het thema ‘Aansluiting op de arbeidsmarkt’ richt zich zowel op het middelbaar beroepsonderwijs als op het hbo en wo. In de kern gaat het om het realiseren van een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, met een doelmatig en arbeidsmarktrelevant aanbod dat passend is bij de arbeidsmarkt van de toekomst. Deze aansluiting staat deze periode in de context van (toenemende) algehele arbeidsmarktkrapte en demografische krimp, die tezamen (kunnen) zorgen voor stagnatie van ontwikkeling in maatschappelijke opgaven en de economie. De aansluiting moet dan ook goed zijn in relatie tot technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Onder dit thema valt naast het aanbod van onderwijs, ook de vraagkant, en daarmee de studiekeuze en loopbaanoriëntatie. Dit omdat goede voorlichting en loopbaanbegeleiding ervoor moeten zorgen dat studenten beter geïnformeerd kiezen voor richtingen met goede arbeidsmarktperspec­tieven, met name in tekortsectoren zoals gezondheidszorg, techniek en het onderwijs. Tot slot valt ook de beschikbaarheid van kwalitatief goede stages onder dit thema. Alle studenten uit het beroepsonderwijs verdienen kwalitatief goede stages. Leren in de praktijk is namelijk een onmisbaar onderdeel van het beroepsonderwijs. Studenten doen hier vaardigheden op die bijdragen aan een goede doorstroom naar de arbeidsmarkt.Dit thema kent een looptijd van vier jaar. De beleidsinzet rondom dit thema wordt vanwege de hierboven geschetste ontwikkelingen geïntensiveerd en over vier jaar zijn daarvan naar verwachting ook de resultaten kenbaar. Dit sluit ook aan op de geplande implementatie en evaluatie van beleidsmaat­regelen zoals opgenomen in de Werkagenda MBO en het Stagepact MBO 2023-2027 en de inzet op tekortsectoren in het hbo.In het mbo richten we ons op het bevorderen van een weloverwogen studiekeuze, ondersteund door goede voorlichting en loopbaanbege­leiding, en werken we aan een doelmatig en arbeidsmarktrelevant aanbod gericht op de arbeidsmarkt van de toekomst. Verder is er een focus op het verbeteren van de kwaliteit van de stages. Binnen het hbo en wo is er naast aandacht voor het bevorderen van een weloverwogen studiekeuzeaandacht voor een weloverwogen aanbod waarbij keuzes over dat aanbod nadruk­kelijk in samenwerking tussen instellingen tot stand komen. Daarnaast werken we aan flexibeler onderwijs om de diversiteit aan leerpaden onder studenten, onder andere voor post-initieel leren, de ruimte te geven.36Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Belangrijke kennisvragen omvatten strategieën voor het aansluiten van opleidingsaanbod op de vraag van de arbeidsmarkt en het verbeteren van de loopbaanoriëntatie. Lopend en gepland onderzoek richt zich onder andere op de effectiviteit van studievoorlichting, het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen (LLO), en het ontwikkelen van responsieve opleidings­aanbodstrategieën, passend bij maatschappelijke en economische verande­ringen.2.4.8 Versterking van de culturele en creatieve sector2025-2032; Artikel 14Het thema ’Versterking van de culturele en creatieve sector’ omarmt een breed scala aan beleidsterreinen en richt zich op het waarborgen van een stevig en divers cultureel fundament voor de toekomst. Het omvat vier belangrijke sub-thema’s: cultuur, erfgoed, cultuureducatie, en archieven. De belangrijkste wetten zijn de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid, de Erfgoedwet, de Archiefwet en de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzie­ningen. Relevante instellingen zijn onder andere de Raad voor Cultuur, de Rijkscultuurfondsen, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Nationaal Archief. Het thema raakt daarnaast beleid gericht op de mediasector, door de culturele taak van de landelijke publieke omroep.Omdat dit thema diverse sub-thema’s beslaat, en er voor elk sub-thema de komende jaren een synthesestudie van relevant (beleids-)onderzoek wordt voorzien, is de looptijd van het thema 7 jaar. Binnen die looptijd worden op verschillende momenten inzichten vergaard in de effecten van het onderliggende beleid. Ook de geleerde lessen van de huidige Basisinfra­structuur Cultuur (BIS) periode (2025-2028) en de voorgaande BIS-periode (2021-2024) worden meegenomen in de Periodieke rapportage.De kennisbehoefte voor het sub-thema cultuur bestaat uit meer inzicht in de culturele arbeidsmarkt, in de diversiteit van de sector, in de sociale en geografische toegankelijkheid van het culturele aanbod, in de waarde van auteursrecht, in de duurzaamheid van de sector, en in het culturele leven in Caribisch Nederland. Daarnaast is behoefte aan meer inzicht in de mate waarin cultuur kan bijdragen aan oplossing van maatschappelijke problemen. Erfgoedbeleid behandelt alle beleid gevat in de Erfgoedwet (2016), en kwesties als de impact van ruimtelijke transities en de praktijk van immaterieel erfgoed. Daarnaast is extra aandacht voor inzicht in de financiële middelen waarmee het monumentenstelsel voor de toekomst houdbaar wordt gehouden. Het sub-thema cultuureducatie richt zich op meer inzicht in beleidsinterventies gericht op scholen en een brede aanpak voor cultuurbeoefening en voor talentontwikkeling. Tot slot richt het sub-thema archieven zich op de implementatie van de nieuwe, nog te implemen­teren Archiefwet, inclusief digitale transformatie.2.4.9 Versterking van de mediasector en hervorming landelijke publieke omroep2022-2028; Artikel 15Dit thema omvat het gehele mediabeleid, dat zich richt op het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig, pluriform en onafhankelijk en toegankelijk media-aanbod. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn de landelijke, regionale en lokale publieke omroepen, het onafhankelijk en rendabel functioneren van journalistiek, algeheel mediagebruik en mediawijsheid. 37Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 De belangrijkste wet is de Mediawet. Relevante instellingen zijn onder andere het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en het Commissariaat voor de Media.Dit thema kent daarnaast een verbinding met het thema ‘Versterking van de culturele en de creatieve sector’, met name op gebied van culturele taken en uitingen binnen de mediasector.De looptijd voor dit thema is afgestemd op lopende stelselherzieningen op het gebied van de lokale en landelijke publieke media. Deze zijn voor nu gepland om in te gaan in respectievelijk 2028 en 2029. De Periodieke rapportage voor dit thema zal zo worden ingepland dat het past bij de kennisbehoefte en relevante punten in de beleidscyclus van het thema, in de periode nadat deze herzieningen in gaan. Met deze planning biedt de voorgenomen Periodieke rapportage de meeste meerwaarde voor de beleidspraktijk.De inzichtbehoefte zit in de basis in het monitoren van ontwikkelingen in het medialandschap en de consequenties daarvan voor het mediabeleid, behoefte aan een scherper inzicht in de pluriformiteit van het nieuws­aanbod, het gebruik van en de toegang tot onafhankelijke nieuwsvoor­ziening en ook digitale vindbaarheid, zichtbaarheid en herkenbaarheid van het media-aanbod. Daarbij vinden ook evaluaties van lopende wetten, instanties en regelingen plaats.2.4.10 Rijksbrede inzet op emancipatie2026-2032; Artikel 25De Rijksbrede inzet op emancipatie heeft als algemene doelstelling om gendergelijkheid en gelijke behandeling wat betreft seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslachtskenmerken te realiseren in de Nederlandse samenleving.De directie Emancipatie heeft geen eigen wet- en regelgeving of stelsel waarvoor het verantwoordelijk is, maar is actief op een breed scala aan onderwerpen dat voor een groot deel onder de verantwoordelijkheid van andere departementen valt. De directie Emancipatie heeft hierbij vooral een agenderende, coördinerende en aanjagende rol.Binnen dit thema wordt aan verschillende dossiers gewerkt die voor de SEA zijn gegroepeerd in de sub-thema’s arbeid, sociale veiligheid, en genderdiversiteit en gelijke behandeling. Zoals vermeld in de Emancipa­tienota, heeft het beleid nu twee prioriteiten, namelijk ‘Iedereen moet veilig kunnen zijn’ (sociale veiligheid) en ‘Iedereen moet volwaardig kunnen meedoen’ (arbeid).Er loopt momenteel een Periodieke rapportage die na de zomer van 2025 uitkomt. Hierdoor kunnen sub-thema’s in de volgende begroting veranderen, afhankelijk van de inzichtbehoefte. De evaluatieplanning voor volgende jaren zal mede op basis van de uitkomsten van deze Periodieke rapportage opnieuw worden opgesteld. Dan volgt ook de planning van de volgende Periodieke rapportage.Concrete voorbeelden van onderzoeken bij de verschillende thema’s zijn: de Monitor genderbalans in de top, die het aantal topvrouwen in de private sector in kaart brengt; de CPB-effectmeting waarin wordt onderzocht of het wettelijke quotum voor aandeel vrouwen en mannen in raden van 38Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 commissarissen werkt; de Publieksmonitor seksueel grensoverschrijdend gedrag, die de houding en gevoelens van het algemeen Nederlands publiek tegenover seksueel grensoverschrijdend gedrag meet, en het programma binnen de Nationale Wetenschapsagenda die kennis bundelt en ontwikkelt om (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld zo veel mogelijk te voorkomen.Het sub-thema algemeen omvat onderzoeken die thema-overstijgend zijn, namelijk de Emancipatiemonitor en de lhbtiqa+-monitor. Zij bieden iedere twee jaar achtereenvolgens inzicht in de maatschappelijke positie van vrouwen en lhbtiqa+ personen, alsmede inzicht in de maatschappelijke opvattingen over deze groepen. De monitors laten lange termijn ontwikke­lingen zien, zoals de gestage toename van de economische zelfstandigheid van vrouwen en lhbtiqa+-acceptatie.39Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2.5 Overzicht risicoregelingenTabel 11 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande garanties 2025Geraamd te verlenen 2026Geraamd te vervallen 2026Uitstaande garanties 2026Garantie-plafondTotaal plafond7Bouwleningen aan Academische Ziekenhuizen87.6660087.6660087.6660176.63114Indemniteitsregeling132.142110.084160.48781.7400081.7400450.000Totaal219.808110.084160.487169.40600169.4060626.631ToelichtingVoor de academische ziekenhuizen is de garantieregeling sinds 1991 niet meer van kracht, met uitzondering van enkele op dat moment in gang gezette bouwprojecten. Sinds 1996 worden geen garanties meer verstrekt. Deze leningen hebben gemiddeld een looptijd van 40 jaar. Expiratie van deze leningen zal omstreeks het jaar 2035 volledig hebben plaatsgevonden.De Indemniteitsregeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het realiseren van tentoonstellingen van bijzonder belang of het tentoonstellen van bijzondere bruiklenen in Nederland door het beperken van de verzeke­ringskosten van musea. De garantstelling van het Rijk voor schade of verlies tot de eerste 30 procent van de verzekerde waarde (indemniteitsgarantie) van kunstwerken, verlaagt de verzekeringskosten van musea. Het risico is ook te verzekeren op de markt, maar de kosten zijn dan hoger, waardoor er minder budget voor tentoonstellingen overblijft. Daarnaast blijkt dat een indemniteitsgarantie ook als internationaal keurmerk fungeert: buiten­landse publieke en private eigenaren van museale objecten hechten aan de garantstelling vanuit het Rijk. Risicobeheersende maatregelen betreffen onder meer dat alleen erkende musea een aanvraag mogen doen op de indemniteitsregeling bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed die deze aanvraag, mede op basis van een risico-inventarisatie en -analyse, toetst.Tabel 12 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)Art.Omschrijving20242025202614Achterborgstelling408,8418,8418,8ToelichtingHet Nationaal Restauratiefonds (NRF) verstrekt hypothecaire leningen aan monumenteigenaren van rijksmonumenten om restauraties uit te voeren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagrentende hypothecaire leningen uit het revolverend fonds en aanvullende financieringen om de gehele restauratieopgave gefinancierd te krijgen. De Achterborgovereen­komst NRF, en de garantie van het Ministerie van OCW, zien alleen toe op de aanvullende financiering. Door deze garantie kan het NRF financiering tegen een lagere rente aantrekken. Deze lagere rente wordt doorgerekend aan de monumenteigenaren zodat deze eigenaren gestimuleerd worden hun monument te restaureren. Aangezien er een algemeen belang is (gebouwen van nationaal belang) waar een individu lasten van ervaart (hoge onderhoudskosten, beperkte mogelijkheden tot modernisering, dure oplossingen voor bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen), wordt gebruik gemaakt van ondersteu­40Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 nende maatregelen. Door middel van deze regeling wordt cultureel erfgoed in stand gehouden en wordt tegelijkertijd minder gebruik gemaakt van de subsidie die het NRF ook uitbetaald.De NRF Achterborg kan in werking treden en tot daadwerkelijke kasver­plichtingen komen, wanneer de eigenaren van rijksmonumenten op grote schaal niet meer in staat zijn aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen en het eigen vermogen van het NRF is uitgeput. Dit eigen vermogen (voornamelijk vanuit revolverend fonds) is momenteel ruim voldoende voor de dekking van de uitstaande leningen onder de NRF Achterborgstelling.41Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3. Beleidsartikelen3.1 Artikel 1. Primair onderwijsA. Algemene doelstellingHet primair onderwijs (po) zorgt dat leerlingen in de eerste fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolg­onderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. De minister zorgt voor kwalitatief, toegankelijk en betaalbaar primair onderwijs. Het legt bovendien de basis voor de huidige en toekomstige deelname van deze leerlingen aan de samenleving.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor een stelsel van primair onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.FinancierenDe minister is verantwoordelijk voor de financiering van het primair onderwijs door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.StimulerenDe minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.RegisserenDe minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.KengetallenTabel 13 Leerlingen primair onderwijs (aantallen x 1.000)2024202520262027202820292030Leerlingen basisonderwijs1.415,91.409,11.412,41.409,01.399,51.389,01380,0Leerlingen trekkende bevolking0,40,40,40,40,40,40,4Leerlingen in het speciaal basisonderwijs35,734,934,634,334,133,933,9Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs76,577,378,879,980,681,081,2Totaal primair onderwijs1.528,51.521,61.526,11.523,61.514,51.504,31.495,4Tabel 14 Uitgaven per leerling (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Primair onderwijs10,411,110,911,111,111,111,1Bekostiging9,710,210,110,310,310,410,4Exclusief ondersteuningsmiddelen8,08,58,48,68,78,78,742Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van primair onderwijs beschreven.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen16.469.17718.092.21116.620.69616.647.07216.661.77016.808.93016.728.416Uitgaven16.026.36517.023.88216.665.48216.917.96416.808.60016.817.40816.727.607Bekostiging14.769.21115.479.14615.353.23115.647.84315.664.53915.595.90015.519.664Bekostiging po-instellingen14.521.70015.325.30015.318.90715.297.61315.302.24515.232.66015.156.267Bekostiging Caribisch Nederland32.25134.10734.32434.52834.90835.10535.262Aanvullende bekostiging181.745104.624012.00025.00025.00025.000Aanpak lerarentekort G533.51515.11500000Basisvaardigheden000303.702302.386303.135303.135Subsidies (regelingen)564.292796.121626.400595.816474.707513.330504.640Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten32.71635.20435.62735.80235.80235.80235.802Nederlands onderwijs buitenland12.58215.32814.32814.32814.32814.32814.328Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs15.29319.04918.04917.54917.54917.54917.549School en omgeving39.408120.895166.690168.963172.899209.984209.984Basisvaardigheden283.035376.450164.292132.24421.35021.35021.350NGF Open Leermateriaal1.3472.2141.875791000NGF Digitaal Onderwijs4.1506.6343.7502.7502.7502.7502.750Schoolmaaltijden65.95581.11781.61782.11782.11782.11782.117Brugfunctionaris po41.44041.90941.90942.46742.46742.46742.467Overige subsidies68.36697.32198.26398.80585.44586.98378.293Opdrachten9.08626.90517.02717.73217.75619.42420.031Opdrachten8.33326.90517.02717.73217.75619.42420.031Opdrachten Caribisch Nederland753000000Bijdrage aan agentschappen47.06148.03453.32154.48053.77453.40353.837Dienst Uitvoering Onderwijs47.06148.03453.32154.48053.77453.40353.837Bijdrage aan ZBO's/RWT's13.69710.62910.6498.6688.3698.3448.344Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds11.1747.5997.6195.6385.3395.3145.314Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen2.5233.0303.0303.0303.0303.0303.030Bijdrage aan medeoverheden623.018663.047604.854578.481574.511612.063606.147Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid607.073638.352579.600571.774567.804605.181599.265Caribisch Nederland12.94521.69520.7692.2222.2222.3972.397Scholenprogramma Groningen3.0003.0003.0003.0003.0003.0003.000Overig001.4851.4851.4851.4851.485Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken00014.94414.94414.94414.944Brede scholen00014.94414.94414.94414.944Ontvangsten98.37535.2089.2089.2089.2089.2089.20843Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingen2024202520262027202820292030Verplichtingen16.469.17718.092.21116.620.69616.647.07216.661.77016.808.93016.728.416Waarvan garantieverplichtingen11.0381.91300000Waarvan overige verplichtingen16.458.13918.090.29816.620.69616.647.07216.661.77016.808.93016.728.416De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.BudgetflexibiliteitTabel 17 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht99,07%Bestuurlijk gebonden0,66%Beleidsmatig gereserveerd0,27%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 1 (primair onderwijs) is voor 2026 99,1 procent juridisch verplicht.BekostigingHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben onder meer betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra, de Wet primair onderwijs Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES), onderliggende besluiten en uitvoe­ringsregelingen. Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.SubsidiesHet budget in 2026 is voor 80,2 procent juridisch verplicht. Dit verplichte deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar van verstrekking worden vastgelegd. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.OpdrachtenHet budget in 2026 is voor 49,4 procent juridisch verplicht. Ervaringsge­gevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappenHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan het Vervangings- en Participatiefonds en het Uitkeringsin­stituut Werknemersverzekeringen (UWV). Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben.Bijdrage aan medeoverhedenHet budget in 2026 is voor 96,3 procent juridisch verplicht. Het overgrote deel van de middelen wordt beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering (SPUK) naar gemeenten in het kader van het gemeentelijk onderwijsachter­standenbeleid (GOAB).E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingBekostiging instellingen voor primair onderwijsHet Rijk verstrekt schoolbesturen bekostiging om (onderwijs)personeel aan te stellen en overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en ten behoeve van de materiële instandhouding van scholen. De basisbekostiging is gebaseerd op het aantal vestigingen en het aantal leerlingen.Daarnaast wordt via de kleinescholentoeslag rekening gehouden met de grootte van de school. Met de kleinescholentoeslag is circa € 190,3 miljoen gemoeid. Ook wordt in de bekostiging rekening gehouden met een aantal specifieke kenmerken van leerlingen in het kader van het onderwijsachter­standenbeleid waar circa € 533,9 miljoen mee is gemoeid. Voor de aanpak van werkdruk is in kalenderjaar 2026 circa € 546,3 miljoen beschikbaar. Daarnaast wordt vanaf 2028 € 14,0 miljoen toegevoegd aan het nieuw-komersbudget als onderdeel van aanpassingen in de regelgeving die tot doel hebben om de onrechtmatigheid op dit budget weg te nemen.De kasuitgaven onder de aanvullende bekostiging in 2026 zijn € 0. Dit komt onder andere door het toevoegen van het budget van € 23,3 miljoen per jaar voor de subsidie voor (hoog)begaafde leerlingen vanaf 2026 aan de ondersteuningsbekostiging aan samenwerkingsverbanden. Ook het budget voor verdere professionalisering van het personeel en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders (PBSS) is per 2026 toegevoegd aan de reguliere bekostiging instellingen voor primair onderwijs.In de volgende tabel is het verloop van de ondersteuningsmiddelen opgenomen, die naast de basisbekostiging beschikbaar zijn voor de lichte en zware ondersteuning. Lichte ondersteuning betreft grotendeels middelen die naar de samenwerkingsverbanden primair onderwijs gaan en waar vanuit middelen rechtstreeks naar het speciaal basisonderwijs (sbao) gaan. Bijdragen voor de zware ondersteuning zijn voor de samen­werkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so), waaronder de clusters 1 en 2. Sinds de invoering van passend onderwijs besluiten de samenwerkingsverbanden (clusters 3 en 4) over de plaatsing van leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so).45Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 18 Ondersteuningsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)202520262027202820292030Lichte ondersteuning - Samenwerkingsverbanden primair onderwijs560560560560560560Zware ondersteuning - cluster 1 en 2390390390390390390Zware ondersteuning - samenwerkingsverbanden primair onderwijs790790790790790790Zware ondersteuning - samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs810810810810810810Lichte en zware ondersteuning - Totaal artikel 12.550,02.550,02.550,02.550,02.550,02.550,0Bekostiging Caribisch NederlandHet Rijk verstrekt bekostiging aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.Aanpak tekorten G5Vanaf 2026 worden de middelen voor de aanpak van het lerarentekort in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere toegevoegd aan het budget voor onderwijsregio’s op artikel 9 (Arbeidsmarkt- en personeels­beleid).BasisvaardighedenScholen ontvangen nu middelen via subsidies. Vanaf 2027 ontvangen schoolbesturen (gerichte) bekostiging voor het verbeteren van basisvaar­digheden. In het kader van de duurzame verankering van de middelen voor leesbevordering is structureel € 15,3 miljoen toegevoegd aan deze (gerichte) bekostiging.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht de bijlage subsidies).Verbetering basisvaardighedenTe veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden: taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Voor 2026 is € 164,3 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van de basisvaardigheden van leerlingen in het primair onderwijs. De kasuitgave voor de subsidieregeling basisvaardigheden ligt in 2026 lager vanwege het betaalritme van de subsidieregelingen van 2024 en 2025. Vanaf 2027 zullen scholen (gerichte) bekostiging ontvangen voor het verbeteren van basisvaardigheden. Een deel van de middelen blijft op het subsidie instrument beschikbaar voor een subsidieregeling. Scholen die dit het hardste nodig hebben ontvangen dan naast (gerichte) bekostiging ook een subsidie.School en OmgevingElke leerling verdient het om zijn talenten en vaardigheden in de volle breedte te ontwikkelen. Om voor zoveel mogelijk leerlingen een zo kwalitatief goed programma van activiteiten rond de school te bieden, is er een subsidieregeling waarbij scholen middelen ontvangen voor het opzetten van een buitenschools aanbod. In 2025 is de nieuwe subsidiere­geling School en Omgeving 2025-2028 gepubliceerd. In 2026 is er voor dit programma in totaal € 166,7 miljoen beschikbaar op artikel 1.46Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Hiernaast loopt het programma School en Omgeving ook mee in de brede specifieke uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk. De uitvoering van deze SPUK is bij het Ministerie van VRO belegd. De door het Ministerie van OCW beschikbaar gestelde middelen zijn tot en met 2028 overgeboekt naar het Ministerie van VRO.SchoolmaaltijdenVia het programma Schoolmaaltijden worden maaltijden op scholen in het primair en voortgezet onderwijs verstrekt aan de kinderen die dit het hardst nodig hebben, zodat meer leerlingen met een volle maag les kunnen volgen. Voor dit doel is voor het primair onderwijs in 2026 € 81,6 miljoen beschikbaar op artikel 1.BrugfunctionarisVoor het versterken van de verbinding tussen school, kind en gezin en de ondersteuningsstructuur op school zijn middelen beschikbaar gesteld. In 2026 is voor het primair onderwijs € 41,9 miljoen beschikbaar.Nationaal Groeifonds (NGF) ProjectenHet Ministerie van OCW heeft vanuit het Nationaal Groeifonds voor meerdere projecten middelen ontvangen. Op artikel 1 staan middelen voor de projecten Impuls Open Leermateriaal en Digitaal Onderwijs Goed Geregeld.Het programma Impuls Open Leermateriaal (€ 40,0 miljoen toegekend en € 38,0 miljoen voorwaardelijk) heeft als doel de onderwijskwaliteit van het funderend onderwijs te verbeteren door te investeren in goed gebruik van hoogwaardig open leermateriaal. Voor 2026 is op het subsidiebudget van Impuls Open Leermateriaal € 1,9 miljoen beschikbaar en op het subsidie­budget van Kennisnet op artikel 3 (Voortgezet onderwijs) € 9,9 miljoen.Voor Digitaal Onderwijs Goed Geregeld werkt Stichting Edu-V aan een keurmerk voor eenvoudige, veilige en betrouwbare digitale gegevensuit­wisseling in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepson­derwijs in Nederland. Voor dit keurmerk richt Edu-V zich op afspraken rond digitale gegevensuitwisseling tussen scholen en leveranciers zodat leermid­delen voldoen aan belangrijke eisen op het gebied van informatiebevei­liging en privacy. Voor 2026 is hier een subsidiebudget van € 3,8 miljoen voor beschikbaar.Andere subsidiesOmvangrijke subsidies zijn verder de onderwijsvoorziening jonggehandi­capten (€ 35,6 miljoen), de instellingssubsidie Nederlands onderwijs in het buitenland (€ 14,3 miljoen) en de instellingssubsidie voor godsdienston­derwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (€ 18,0 miljoen).Overige subsidiesVia dit financieel instrument worden onder andere subsidies verstrekt voor onderwijs aan zieke leerlingen (€ 10,2 miljoen), Ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen (OPTJ; € 8,7 miljoen), Intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs (€ 7,3 miljoen), Digitale school instrument (€ 6,0 miljoen), Af- en ombouw gesloten jeugdhulp (OAGJ; € 5,8 miljoen) en het stimuleren van leraren om meer uren te werken in het primair onderwijs (€ 5,0 miljoen).47Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 OpdrachtenDit betreft de middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken, onder andere voor passend onderwijs, versterking zeggenschap en uitvoeringskosten van subsidieregelingen.Bijdrage aan agentschappenDienst Uitvoering Onderwijs (DUO)DUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor artikel 1.Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sDe stichtingen Vervangingsfonds (VF) en Participatiefonds (PF) ontvangen als privaatrechtelijke ZBO’s middelen voor het beheren en verevenen van respectievelijk de vervangings- en werkloosheidsuitgaven van schoolbe­sturen in het primair onderwijs. De kosten die het VF en PF vergoeden worden nagenoeg geheel gedekt uit de premies die schoolbesturen afdragen. Het Ministerie van OCW verstrekt een (vaste) bijdrage in de kosten van het ondersteunende bureau van de fondsen.Het UWV ontvangt middelen voor de uitvoering van de Regeling onderwijs­voorziening jonggehandicapten.De bijdragen van artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 4 (beroepsonderwijs en volwasseneducatie) voor het CvTE worden zoals gebruikelijk bij de Voorjaarsnota naar artikel 3 (voortgezet onderwijs) overgeboekt.Bijdrage aan medeoverhedenGemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB)Gemeenten ontvangen middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. GOAB bestaat uit meerdere instrumenten, waaronder voor- en voorschoolse educatie (vve), schakelklassen en zomerscholen. Het overgrote deel van het budget bestaat uit middelen voor de SPUK GOAB. Bij de eerste suppletoire begroting is vanaf 2026 een fluctuerende reeks van minimaal € 0,4 miljoen tot maximaal € 12,2 miljoen omgebogen op de in 2025 ontvangen loonbij­stelling om de prijsbijstelling op de bekostiging in het voortgezet onderwijs te kunnen uitkeren.Hiernaast loopt het programma Ontwikkeling Jonge Kind ook mee in de brede SPUK Kansrijke Wijk. De uitvoering van deze SPUK is bij het Ministerie van VRO belegd. De door het Ministerie van OCW beschikbaar gestelde middelen van € 31 miljoen per jaar zijn tot en met 2028 overgeboekt naar het Ministerie van VRO.Caribisch NederlandNaast de GOAB-middelen voor gemeenten bevat dit financiële instrument middelen die worden ingezet voor het OCW-beleid in Caribisch Nederland. Dat behelst onder meer middelen voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget is incidenteel en is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. In 2026 gaat het in totaal om een bedrag van circa € 20,8 miljoen en vanaf 2027 is het budget circa € 2,2 miljoen per jaar.48Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Scholenprogramma GroningenVoor het scholenprogramma Groningen is er tot en met 2034 vanuit het Ministerie van OCW jaarlijks een bedrag van € 3,0 miljoen beschikbaar om 101 scholen aardbevings- en toekomstbestendig te maken.OverigOp de post overig is in 2026 € 1,5 miljoen beschikbaar naar aanleiding van het aangenomen amendement Van der Molen c.s. (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 60) ter ondersteuning van leraren Friese taal in het primair en voortgezet onderwijs.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenBrede scholenEr worden structurele middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de Brede impuls combinatie-functies via een specifieke uitkering bij het Ministerie van VWS. Het doel van deze impuls is om onder andere sport-, beweeg- en cultuuronderwijs op en rond scholen te versterken. In 2023 is voor de periode 2023 tot en met 2026 circa € 12,7 miljoen per jaar overgeboekt naar het Ministerie van VWS.49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.2 Artikel 3. Voortgezet onderwijsA. Algemene doelstellingHet voortgezet onderwijs (vo) zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolg­onderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. De minister zorgt voor kwalitatief, toegankelijk en betaalbaar voortgezet onderwijs. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor een stelsel van voortgezet onderwijs dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.FinancierenDe minister is verantwoordelijk voor de financiering van het voortgezet onderwijs door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.StimulerenDe minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.RegisserenDe minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.KengetallenTabel 19 Leerlingen voortgezet onderwijs120242025202620272028202920301Totaal aantal ingeschreven leerlingen (aantallen x 1.000). Nader te verdelen in:936,2925,5917,6907,8902,1896,8891,5Vmbo/ havo/ vwo leerjaar 1-2363,7355,7354,1353,3352,9352,3348,8Vmbo leerjaar 3-4190,8192,2189,5185,1183,4182,9182,8Havo/vwo leerjaar 391,892,790,589,189,788,789,3Havo/vwo vanaf leerjaar 4228,7225,0224,9222,9219,9217,9216,6Pro alle jaren29,630,030,029,829,429,028,7Internationale Schakelklassen alle jaren25,023,622,321,320,519,919,5Vavo vo6,05,85,75,75,65,65,5Vavo isk0,60,50,50,50,50,40,42Totaal aantal scholen6426426426426426426423Gemiddeld aantal leerlingen per school1.4581.4421.4291.4141.4051.3971.3891Bron: Referentieraming 202450Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 20 Uitgaven per leerling (bedragen x € 1. 000)2024202520262027202820292030Voortgezet onderwijs12,413,213,113,313,113,113,1Bekostiging11,812,312,312,612,512,512,5Exclusief ondersteuningsmiddelen10,911,411,311,611,611,511,5C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van voortgezet onderwijs beschreven.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen12.400.43413.169.36612.074.16511.972.00011.859.89811.846.29111.790.299Uitgaven11.711.99812.374.77012.145.66912.211.75511.974.78811.867.26211.802.922Bekostiging11.050.81811.410.53911.277.13911.410.64511.311.99111.242.73311.185.287Bekostiging vo-instellingen10.893.89311.298.52311.237.25111.188.87911.090.65311.021.31010.964.151Bekostiging Caribisch Nederland25.77928.46628.11428.52428.87428.50428.217Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen97000000Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters4.2514.54000000Aanvullende regelingen leerlingendaling126.79879.01011.7740000Basisvaardigheden000193.242192.464192.919192.919Subsidies (regelingen)498.551770.541683.959606.955473.080441.580428.001Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo21.04630.72427.85113.96812.96818.65016.540Praktijkgerichte programma's11.13816.60511.0705.5344300Basisvaardigheden196.162230.76587.31472.61813.65013.65013.650Maatschappelijke diensttijd96.066157.561145.003127.936124.266124.200124.200School en omgeving13.29572.958111.771112.998110.816132.880132.880NGF Ontwikkelkracht15.49920.97225.02830.40328.01800Schoolmaaltijden42.16852.65052.65052.65052.65052.65052.650Brugfunctionaris vo11.52011.52011.52012.16312.16312.16312.163NGF Techkwadraat1.30146.82446.87346.839000NGF Innovatieve onderwijs huisvesting8569.08139.14033.59737.75800Overige subsidies89.500120.881125.73998.24980.74887.38775.918Opdrachten20.34730.57137.31047.95944.77638.76544.695Opdrachten13.31227.62833.68146.03342.71738.76544.695MDT opdrachten7.0352.9433.6291.9262.05900Bijdrage aan agentschappen80.28587.23586.45388.50187.24686.61187.366Dienst Uitvoering Onderwijs80.28587.23586.45388.50187.24686.61187.366Bijdrage aan ZBO's/RWT's61.69175.52660.45057.33757.33757.21557.215College voor Toetsen en Examens14.24121.2855.0215.0265.0264.9044.904SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen47.45054.24155.42952.31152.31152.31152.311Bijdrage aan (inter)nationale organisaties306358358358358358358GRAZ (ECML) en PISA306358358358358358358Ontvangsten30.81011.0197.3917.3917.3917.3917.39151Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 22 Uitsplitsing verplichtingen2024202520262027202820292030Verplichtingen12.400.43413.169.36612.074.16511.972.00011.859.89811.846.29111.790.299Waarvan garantieverplichtingen‒ 10.282‒ 6.04800000Waarvan overige verplichtingen12.410.71613.175.41412.074.16511.972.00011.859.89811.846.29111.790.299De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.BudgetflexibiliteitTabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht98,02%Bestuurlijk gebonden1,14%Beleidsmatig gereserveerd0,84%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 3 is voor 2026 98,0 procent juridisch verplicht.BekostigingHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. De verplich­tingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden (swv). Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het voortgezet onderwijs, onderliggende besluiten en uitvoeringsrege­lingen. Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.SubsidiesHet budget in 2026 is voor 65,8 procent juridisch verplicht. Dit verplichte deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar van verstrekking worden vastgelegd. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.OpdrachtenHet budget in 2026 is voor 82,8 procent juridisch verplicht. Ervaringsge­gevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappenHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan ZBO's en RWT'sHet budget in 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en de onderwijs ondersteunende instellingen (SLOA). Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bijdragen betrekking heeft.52Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesHet beschikbare budget in 2026 is nog niet juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan de genoemde internationale organisaties.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingHet Rijk verstrekt schoolbesturen bekostiging om (onderwijs)personeel aan te stellen, overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en ten behoeve van de materiële instandhouding van scholen. De basisbekostiging is gebaseerd op het aantal vestigingen en het aantal leerlingen.Daarnaast is er aanvullende bekostiging voor bepaalde groepen leerlingen of vestigingen. Het gaat onder andere om: extra bijdragen voor leerlingen in de gemengde leerweg van het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), voor vestigingen met een breed onderwijs­aanbod, voor geïsoleerde vestigingen, voor de functiemix Randstadre­gio’s, voor werkdrukverlichting, voor onderwijskansen, voor de eerste opvang nieuwkomers en voor internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO).In de augustusbesluitvorming is de afschaffing van de onderwijskansen­regeling teruggedraaid. De onderwijskansenregeling kan hiermee ook na 2026 doorgang vinden. Voor deze regeling is structureel een bedrag van € 185,9 miljoen beschikbaar. Dit betreft het budget inclusief toegevoegde loon- en prijsbijstelling vanuit de eerste suppletoire begroting 2025.Voor de Regeling versterking functiemix leraren in het voortgezet onderwijs in de Randstadregio’s is in 2026 € 85,4 miljoen beschikbaar. Voor IGVO is € 11,6 miljoen beschikbaar. Verder is er € 85,9 miljoen beschikbaar voor de arbeidsmarkttoelage in het voortgezet onderwijs. Dit bedrag ligt € 10,0 miljoen lager dan het budget voor 2025. Er is omgebogen op dit budget om de prijsbijstelling op de bekostiging in het voortgezet onderwijs te kunnen uitkeren. Deze ombuiging is verwerkt in de eerste suppletoire begroting 2025. Voor de aanpak van werkdruk is in kalenderjaar 2026 € 353,7 miljoen beschikbaar.Voor de subsidieregeling sterk techniekonderwijs is in 2026 € 97,0 miljoen beschikbaar.In de volgende tabel zijn de ondersteuningsmiddelen opgenomen die naast de basisbekostiging beschikbaar zijn voor de lichte en regionale ondersteuning. De bekostiging van de lichte ondersteuning bestaat uit twee delen: een budget voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) en een budget voor regionale ondersteuning. De ondersteuningsbekostiging wordt verrekend met het budget voor lwoo en pro van het samenwerkingsverband.  Tabel 24 Ondersteuningsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)2024202520262027202820292030Lichte ondersteuning lwoo/pro733,9769,3769,3769,3769,3769,3769,3Regionale ondersteuning114,5120,1120,1120,1120,1120,1120,1Totale ondersteuningsmiddelen art. 3848,4889,4889,4889,4889,4889,4889,453Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bekostiging Caribisch NederlandHet Rijk verstrekt bekostiging aan schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.Strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszittersEr wordt bekostiging verstrekt voor het verbeteren van strategisch perso­neelsbeleid, de begeleiding van startende leraren en schoolleiders, en het aanpakken van verzuim. De middelen voor het verbeteren van strategisch personeelsbeleid en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders worden vanaf 2026 toegevoegd aan de basisbekostiging van scholen in het voortgezet onderwijs. In 2026 wordt enkel nog het deel voor het aanpakken van verzuim uitgekeerd aan scholen in het voortgezet onderwijs via deze regeling.BasisvaardighedenVanaf 2027 ontvangen schoolbesturen (gerichte) bekostiging in plaats van subsidie voor het verbeteren van basisvaardigheden. In het kader van de duurzame verankering van de middelen voor leesbevordering is structureel € 9,8 miljoen toegevoegd aan deze (gerichte) bekostiging. SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht de bijlage subsidies).Verbetering basisvaardighedenTe veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden: taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Voor 2026 is € 87,3 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van de basisvaardigheden van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Vanaf 2027 zullen schoolbesturen (gerichte) bekostiging ontvangen voor het verbeteren van basisvaardigheden. Een deel van deze middelen blijft beschikbaar voor een subsidieregeling. Scholen die dit het hardste nodig hebben ontvangen dan naast (gerichte) bekostiging ook een subsidie.Maatschappelijke DiensttijdMet de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) worden samenwerkingen van maatschappelijke organisaties, scholen, gemeenten en bedrijven ondersteund om projecten te realiseren die bijdragen aan veerkrachtige, mentaal gezonde jongeren en een sterke weerbare samenleving. Jongeren kunnen trajecten van maximaal zes maanden volgen waarbij zij zich vanuit hun talenten en interesses kunnen inzetten voor een ander of de samenleving. In 2026 is € 145,0 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling MDT en de ondersteunende losse subsidies. Structureel is er € 124,2 miljoen beschikbaar.School en OmgevingElke leerling verdient het om zijn talenten en vaardigheden in de volle breedte te ontwikkelen. Om voor zoveel mogelijk leerlingen een kwalitatief zo goed programma van activiteiten rond de school te bieden is er een subsi­dieregeling, waarbij scholen middelen ontvangen voor het opzetten van een buitenschools aanbod. In 2025 is de nieuwe subsidieregeling School en Omgeving 2025-2028 gepubliceerd. In 2026 is er voor dit programma in totaal € 111,8 miljoen beschikbaar op artikel 3.54Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Hiernaast loopt het programma School en Omgeving ook mee in de brede specifieke uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk. De uitvoering van deze SPUK is bij het Ministerie van VRO belegd. De door het Ministerie van OCW beschikbaar gestelde middelen zijn tot en met 2028 overgeboekt naar het Ministerie van VRO.SchoolmaaltijdenVia het programma Schoolmaaltijden worden maaltijden op scholen in het primair en voortgezet onderwijs verstrekt aan de kinderen die dit het hardst nodig hebben, zodat meer leerlingen met een volle maag les kunnen volgen. Voor dit doel is voor het voortgezet onderwijs in 2026 € 52,7 miljoen beschikbaar op artikel 3.BrugfunctionarisVoor het versterken van de verbinding tussen school, kind en gezin en de ondersteuningsstructuur op school zijn middelen beschikbaar gesteld. In 2026 is voor het voortgezet onderwijs € 11,5 miljoen beschikbaar.NGF ProjectenHet Ministerie van OCW heeft vanuit het Nationaal Groeifonds voor meerdere projecten middelen ontvangen. Op artikel 3 staan middelen voor de projecten Ontwikkelkracht, Techkwadraat en Innovatie­programma Onderwijshuisvesting.Het programma Ontwikkelkracht investeert in het lerend vermogen van het onderwijs, door te bouwen aan een stevige kennisinfrastructuur voor het funderend onderwijs. Ontwikkelkracht is er voor leraren en schoolleiders in het funderend onderwijs die de ontwikkeling van hun leerlingen en hun eigen vakmanschap willen versterken. Voor 2026 is hier een subsidiebudget van € 25,0 miljoen voor beschikbaar.Het project Techkwadraat zet zich in om alle kinderen en jongeren in het primair en voortgezet onderwijs in aanraking te laten komen met de kansen van (natuur)wetenschap, techniek, technologie en ICT. Hiermee krijgt elke leerling een kans om talenten te ontplooien en om volwaardig deel te nemen aan onze maatschappij, die in alle facetten steeds meer technologisch en digitaal wordt. Voor 2026 is hier een subsidiebudget van € 46,9 miljoen voor beschikbaar.Het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting moet leiden tot kwalitatief betere onderwijshuisvesting en efficiëntere bouwprocessen met een kortere doorlooptijd. Door een gecoördineerd programma worden partijen bijeengebracht, wordt de benodigde schaalvergroting om te komen tot leereffecten gerealiseerd en worden risicokosten afgedekt. Voor 2026 is hier een subsidiebudget van € 39,1 miljoen voor beschikbaar.Overige subsidiesOmvangrijke subsidies zijn de regeling verbinding po-vo en de regelingen voor praktijkgerichte programma’s op de havo. De subsidieregeling verbinding po-vo is bedoeld om de samenwerking tussen scholen in het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo) te bevorderen, om zo de overgang van leerlingen in het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs te versoepelen. In 2026 is voor deze regeling € 20,4 miljoen beschikbaar.55Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Daarnaast is een budget beschikbaar gesteld om praktijkgerichte programma’s op de havo te stimuleren. Voor praktijkgerichte programma’s op de havo is in 2026 € 11,1 miljoen beschikbaar.OpdrachtenDit betreft de middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken, dit zijn onder andere opdrachten voor het ondersteunings­programma voor onvoldoende en zeer zwakke scholen en regionale begeleiding sterk techniekonderwijs in het vmbo en uitvoeringskosten van subsidieregelingen.Bijdrage aan agentschappenDienst Uitvoering Onderwijs (DUO)DUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, finan-ciering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor artikel 3 (voortgezet onderwijs).Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sCollege voor Toetsen en ExamensHet College voor Toetsen en Examens (CvTE) zorgt voor uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de centrale examens in het reguliere vo, het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Daarnaast zorgt het CvTE voor de staatsexamens voor het vo en voor Nederlands als tweede taal (NT2). Dit geldt ook voor Caribisch Nederland. Het CvTE is verantwoordelijk voor de digitale afname van het staatsexamen NT2 en de digitale centrale examens in het vmbo-bb/kb en in het mbo. Daarnaast is het CvTE regievoerder over de examenketen en heeft zij een regierol voor de centrale eindtoets po. In die hoedanigheid heeft zij de taak om namens de overheid de kwaliteit van al deze toetsen en examens te waarborgen en te zorgen voor een vlekkeloze (digitale) afname. De bijdragen van artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 4 (beroepsonderwijs en volwasseneducatie) voor het CvTE worden zoals gebruikelijk bij de Voorjaarsnota naar artikel 3 (voortgezet onderwijs) overgeboekt.SLOA: Onderwijsondersteunende instellingen primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs en volwasseneneducatieOp 1 januari 2014 is de wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteunde Activiteiten 2013 (SLOA) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiëring van de wettelijke taken van stichting Cito en SLO. De komende jaren wordt het curriculum in het funderend onderwijs (kerndoelen en eindexamens) volledig vernieuwd. Tot 2026 ontving SLO voor een deel hiervan projectsubsidies vanuit de overige subsidies. Per 2026 zijn die overgezet naar SLOA, om deze zo onder te kunnen brengen in de instellingssubsidie SLO. Het betreft namelijk structurele werkzaamheden voor een onderhoudskalender en een loket voor curriculumsignalen.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesDit betreft bijdragen aan de internationale organisaties European Centre for Modern Languages (ECML) en Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ten behoeve van het Programme for International Student Assessment (PISA).Het ECML geldt in Europa en daarbuiten als hét expertisecentrum voor het talenonderwijs. Door deelname hieraan blijft Nederland op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op dit terrein.56Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 De bijdrage aan OECD is een voorwaarde voor deelname aan het PISA-project, waardoor één keer in de drie jaar kan worden gemeten hoe de prestaties van 15-jarigen zich ontwikkelen op het gebied van wiskunde, lezen en science.Official Development Assistence (ODA) toerekeningDe Minister van Buitenlandse Zaken coördineert de rijksbrede inzet van ODA-middelen en is verantwoordelijk voor de jaarlijkse ODA-rapportage aan het OESO-DAC. Naast de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ), zijn de Ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en OCW betrokken bij de eerstejaarsopvang van asielzoekers. Conform de richtlijnen van het OESO DAC worden uitgaven die ten laste gebracht worden op de begroting van de betreffende ministeries ten behoeve van de opvang van asiel­zoekers toegerekend aan ODA-middelen. Voor deze ODA toerekening is voor het deel dat betrekking heeft op de OCW-uitgaven, de onderstaande tabel opgenomen.Tabel 25 ODA-toerekening Begroting primair en voortgezet onderwijs in het kader van onderwijskosten voor asielzoekers uit DAC-landen (bedragen x € 1.000)Bijdrage primair onderwijs32.336Bijdrage voortgezet onderwijs10.416Totaal42.75257Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.3 Artikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieA. Algemene doelstellingHet beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie zorgen ervoor dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Studenten worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor een stelsel van middelbaar onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele studenten en bij de behoeftes van de maatschappij. De sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwassenenedu­catie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschap­pelijke en economische functie. Het is een leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.FinancierenDe minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar beroepsonderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.StimulerenDe minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, kwaliteitsafspraken en wet- en regelgeving.RegisserenDe minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normen en kwaliteitseisen zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.KengetallenTabel 26 Studenten middelbaar beroepsonderwijs (aantallen x 1.000)12024202520262027202820292030Aantal mbo-studenten (exclusief vavo)477,2475,8477,4479,5479,5476,7473,0Bol329,2334,5345,2352,8359,7363,7365,5Bbl139,0132,6123,7118,4111,5104,799,4Vavo8,17,97,67,47,37,37,2CN0,90,90,90,90,90,90,91Bron: Referentieraming 202458Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 27 Uitgaven per student (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Onderwijsuitgaven per mbo-student111,612,112,012,112,012,012,11De onderwijsuitgaven per student zijn berekend door de middelen voor het instrument bekostiging te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten (inclusief vavo) uit de referentieraming 2024 (overeenkomstig tabel "Studenten middelbaar beroepsonderwijs"; omgerekend naar kalenderjaren).ToelichtingMet ingang van 2024 zijn er aanvullende middelen toegevoegd aan de structurele bekostiging van het middelbaar beroepsonderwijs. De stijging van de uitgaven per student vanaf 2025 is vooral toe te wijzen aan de loon en prijsbijstelling (lpo)-tranche 2025, budgettaire gevolgen van de referen­tieraming waarbij sprake is van een toename in duurdere bol-studenten en een afname van goedkopere bbl-studenten en enkele bezuinigingen.C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belang­rijkste wijzigingen op het terrein van beroeps- en volwasseneneducatie beschreven. Aanvullend zijn nog de onderstaande punten te melden.Om uitwerking te geven aan de ambities uit het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV, heeft het Ministerie van OCW samen met studenten, docenten, mbo-instellingen, werkgevers, gemeenten, onderwijskoepels en vakbonden de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo afgesloten. Deze richten zich onder meer op een goede aansluiting tussen de arbeidsmarkt en het middelbaar beroepsonderwijs. De invulling voor de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo wordt hier geschetst (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).De prioriteiten van de Werkagenda mbo voor de komende jaren zijn:1.alle studenten krijgen gelijke kansen;2.een goede aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt; en3.een goede kwaliteit van het onderwijs.De prioriteiten van het Stagepact mbo voor de komende jaren zijn:1.verbeteren van stagebegeleiding;2.uitbannen van stagediscriminatie;3.realiseren van voldoende stageplaatsen; en4.bieden van een passende vergoeding.Daarnaast wordt er vanuit het Nationaal Groeifonds geïnvesteerd in het mbo. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op Leven Lang Ontwikkelen middels het leeroverzicht/skills en Collectief Laagopgeleiden & Laaggeletterden.59Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen6.853.6596.468.6526.271.2166.118.7226.041.4076.050.4276.078.518Uitgaven5.866.6876.172.4366.136.9336.189.0266.117.9566.102.4236.086.418Bekostiging5.232.8505.485.6895.690.3185.718.4155.681.9605.680.4685.662.954Bekostiging mbo-instellingen4.332.9134.715.1384.660.6104.695.1104.726.1634.715.5674.716.081Bekostiging Caribisch Nederland10.51613.41513.43813.97414.24114.37714.461Bekostiging vavo91.72095.37095.37095.48095.48095.48095.480Loopbaanoriëntatie32.00032.00032.00032.00032.00032.00032.000Kwaliteitsafspraken investeringsbudget704.330538.984538.984540.033540.033540.033540.033Regionaal Investeringfonds20.37217.71113.97212.3709.1787.3387.900Regionaal Programma30.55043.07143.76343.76343.76343.76343.763Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid10.449000000Aanvullende bekostiging krimpregio's030.00030.00030.000000Praktijkleren00262.181255.685221.102231.910213.236Subsidies (regelingen)340.360333.58490.797116.78985.34273.35576.495Praktijkleren274.084262.59700000LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)2.70277018.00018.0004.00000Basisvaardigheden voor volwassenen/Tel mee met Taal14.0417.8988.1898.1898.23513.23513.235Loopbaanoriëntatie2.0821.8181.407717000Doorstroom beroepskolom20.16033.18036.96065.10052.08039.06042.200Vakwedstrijden MBO5.1905.3975.3975.3975.3975.3975.397Overige subsidies22.10121.92420.84419.38615.63015.66315.663Opdrachten9.27912.98013.29610.0128.1617.7467.746Opdrachten9.27912.98013.29610.0128.1617.7467.746Bijdrage aan agentschappen31.82327.33429.49330.56430.16429.96730.195Dienst Uitvoering Onderwijs28.12423.63526.12727.19826.79826.60126.829Rijksdienst voor Ondernemend Nederland3.6993.6993.3663.3663.3663.3663.366Bijdrage aan ZBO's/RWT's92.27497.510102.329100.72499.80798.36596.506College voor Toetsen en Examens0011.80512.00012.00011.00011.000Wet SLOA001.7501.7501.7501.7501.750SBB87.06690.81082.18180.38179.46479.02277.163NWO: NRO- Programma's MBO4.2385.5845.5845.5845.5845.5845.584NCP NLQF9701.1161.0091.0091.0091.0091.009Bijdrage aan medeoverheden160.101215.339210.700212.522212.522212.522212.522RMC's46.96854.47867.64067.64067.64067.64067.640Educatie92.013104.06685.08284.70984.70984.70984.709Caribisch Nederland1.420000000Regionaal Programma19.20055.10050.17350.17350.17350.17350.173Masterplan Campus Groningen5001.6957.80510.00010.00010.00010.000Ontvangsten10.5775.7004.7004.7004.7004.7004.700Tabel 29 Uitsplitsing verplichtingenRealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen6.853.6596.468.6526.271.2166.118.7226.041.4076.050.4276.078.518Waarvan garantieverplichtingen40.3443.57600000Waarvan overige verplichtingen6.813.3156.465.0766.271.2166.118.7226.041.4076.050.4276.078.51860Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.BudgetflexibiliteitTabel 30 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht99,80%Bestuurlijk gebonden0,00%Beleidsmatig gereserveerd0,20%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 4 is in 2026 99,8 procent juridisch verplicht.BekostigingHet beschikbare budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan mbo-instel­lingen (inclusief Caribisch Nederland). In de Wet educatie en beroeps­onderwijs (WEB), het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB) en regelingen zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage en aanvullende bekostiging wordt berekend. Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.SubsidiesVan het beschikbare budget is in 2026 93,0 procent juridisch verplicht. Dit verplichte deel betreft de subsidies die in voorafgaande jaren aan het jaar van verstrekking worden vastgelegd. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.OpdrachtenVan het beschikbare budget is in 2026 66,0 procent juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappenHet budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar. In de subsidieregeling praktijkleren is geregeld dat deze regeling door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt uitgevoerd.Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sHet budget voor 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de wettelijke taken van de Samen­werkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), het Nationaal Coördinatiepunt Nederlands Kwalificatieraamwerk (NCP NLQF), (de ontwik­keling van) centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels door het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling (CITO), NWO NRO-programma’s mbo en het College voor Toetsen en Examens (CvTE).61Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan medeoverhedenVan het beschikbare budget is in 2026 100 procent juridisch verplicht. Deze middelen zijn bestemd voor de gemeenten en worden in de vorm van specifieke uitkeringen verstrekt voor de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie, het educatiebudget, het regionaal programma, Caribisch Nederland en het masterplan campus Groningen.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingBekostiging mbo-instellingenDe rijksbijdrage die de mbo-instellingen ontvangen is gebaseerd op de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en de nadere uitwerking in het Uitvoe­ringsbesluit WEB.Het landelijk budget dat beschikbaar is voor het middelbaar beroepson­derwijs wordt verdeeld in een budget voor entreeopleidingen, een budget voor niveau 2 en een budget voor niveaus 3 en 4. Het budget voor de entreeopleidingen wordt verdeeld over de mbo-instellingen naar rato van het aantal ingeschreven studenten. Het budget voor niveau 2 en het budget voor niveau 3 en 4 wordt verdeeld naar rato van het aantal ingeschreven studenten en het aantal afgegeven diploma’s van elke instelling. De mate waarin een student meetelt voor de bekostiging, is afhankelijk van de leerweg (beroeps begeleidende leerweg (bbl) of beroeps opleidende leerweg (bol) en de opleiding (de prijsfactor van de opleiding).Bij Voorjaarsnota 2025 is de bekostiging van mbo-instellingen op basis van de meest actuele referentieraming naar boven bijgesteld. Daarnaast is er loon- en gedeeltelijk prijsbijstelling tranche 2025 toegevoegd aan de bekostiging. Daarnaast loopt er een verkenning voor het herzien van de bekostiging vanaf 2029.Aanvullende bekostiging krimpregio'sOm de gevolgen van krimp binnen de mbo-sector op te vangen zijn voor de jaren 2025 tot en met 2027 aanvullende middelen beschikbaar gesteld aan instellingen uit de regio’s met de sterkste demografische krimp. Deze instellingen ontvangen op basis van gezamenlijke regioplannen in totaal € 30,0 miljoen per jaar. Deze periode dient als overbrugging naar een structurele oplossing die ziet op een aanpassing van de verdeelsystematiek van de rijksbijdrage.Bekostiging Caribisch NederlandDeze middelen zijn bedoeld voor het verzorgen van middelbaar beroeps­onderwijs in Caribisch Nederland. De onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland ontvangen hiervoor lumpsumbekostiging. Ook de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt in Caribisch Nederland wordt vanuit deze middelen bekostigd.Bekostiging voortgezet algemeen volwassenonderwijs (vavo)Vavo-instellingen ontvangen bekostiging voor het onderwijs dat zij verzorgen. Voor de verdeling van de beschikbare middelen wordt gebruik gemaakt van drie maatstaven, namelijk: het aantal ingeschreven studenten, het aantal vakken dat door studenten met een voldoende is afgesloten en het aantal afgegeven diploma’s.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Kwaliteitsafspraken investeringsbudgetMet de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024-2027 kunnen bekostigde instellingen een aanvulling op hun reguliere bekostiging ontvangen om de doelstellingen van de werkagenda te helpen realiseren. De Regeling kwali­teitsafspraken bevat de opdracht aan de scholen om samen met hun interne partners (studenten en docenten) en externe partners (andere scholen, gemeenten, bedrijven) een regionale of sectorale (voor de beroepscolleges) invulling te geven aan de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo. Iedere mbo-instelling gaat dat doen in een kwaliteitsagenda. Instellingen mogen de middelen inzetten om:–de doelstellingen uit de Werkagenda mbo op het gebied van kansen­gelijkheid, aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het versterken van de onderwijskwaliteit te realiseren;–de hiervoor benodigde samenwerking met de interne en externe samen­werkingspartners te verdiepen of verbreden; en–gezamenlijk hiervan te leren.Voor 2026 is er circa € 539,0 miljoen beschikbaar. In 2025 wordt er een midterm review uitgevoerd, deze wordt in het najaar naar de Kamer gestuurd.Regionaal InvesteringsfondsMet het Regionaal Investeringsfonds wordt geld beschikbaar gesteld voor duurzame publiek-private samenwerking van beroepsonderwijs, bedrijfs­leven en regionale overheden. Mbo-instellingen kunnen een aanvraag doen voor bekostiging van een samenwerkingstraject dat leidt tot verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. De samenwerkingspartners dragen financieel voor 50 tot 67 procent bij. In 2026 is € 12,0 miljoen beschikbaar voor nieuwe aanvragen. Vanaf 2028 zal de regeling worden beëindigd.Regionaal ProgrammaScholen en gemeenten voeren gezamenlijk een regionaal programma uit om voortijdige schooluitval te voorkomen en terug te dringen. In het Regionaal Programma stelt de regio een streefcijfer vast waarmee de landelijke ambitie uit de Werkagenda mbo van jaarlijks maximaal 18.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in 2026 wordt behaald. Ook nemen regio’s maatregelen om het aantal voortijdig schoolverlaters dat terug naar school dan wel aan het werk gaat, te vergroten.Naar verwachting treedt vanaf 1 januari 2026 de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Het voornemen is dat het Regionaal Programma ook gericht is op jongeren met een startkwalificatie en op de begeleiding van jongeren naar werk. Contactscholen ontvangen via de bekostiging in 2026 in totaal € 43,8 miljoen.Loopbaanoriëntatie (lob)Met de Tijdelijke regeling aanvullende bekostiging lob mbo 2023 is jaarlijks (voor de jaren 2023 tot en met 2027) € 32,0 miljoen beschikbaar gesteld voor mbo-instellingen. Mbo-instellingen kunnen met deze aanvullende bekostiging extra investeren in de loopbaanoriëntatie en -begeleiding om studenten beter te begeleiden in hun studieloopbaan en beter te informeren en stimuleren om slimmere opleidings- en arbeidsmarktkeuzes te maken.PraktijklerenDe Regeling praktijkleren is bedoeld om werkgevers te stimuleren praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden. Deze regeling maakt het mogelijk dat leerlingen, studenten of werknemers die een (beroeps)opleiding volgen, 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt, waardoor werkgevers kunnen beschikken over beter opgeleid personeel. Deze stimulering vindt plaats via een tegemoetkoming aan werkgevers voor de begeleidingskosten van leerlingen of studenten of de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio).In 2024 is de Regeling voor een periode van vijf jaar verlengd tot en met studiejaar 2027/2028. In 2026 is € 262,2 miljoen begroot. Hieronder vallen de additionele middelen van € 7,0 miljoen vanuit het Meerjarenprogramma 2025 Klimaatfonds voor studiejaar 2025/2026. Het is een toevoeging aan de bestaande Regeling praktijkleren voor een selectie van opleidingen die voorbereiden op beroepen die nodig zijn voor de klimaat- en energietran­sitie. Dit wordt bereikt door bovenop het reguliere subsidiebedrag van maximaal € 2.700 een aanvullende subsidie beschikbaar te stellen.SubsidiesPraktijklerenVanaf 2026 wordt de Regeling praktijkleren geplaatst onder het instrument bekostiging. Zie de toelichting hierboven.Basisvaardigheden voor volwassenen/Tel mee met TaalTer ondersteuning van de aanpak van basisvaardigheden voor volwassenen is er in 2026 € 8,2 miljoen beschikbaar. Met deze middelen worden onder andere werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om mensen met beperkte basisvaardigheden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. De activiteiten worden door verschillende partijen uitgevoerd. Met een decentralisatie-uitkering aan gemeenten is daarnaast € 5,0 miljoen per jaar beschikbaar voor de jaren 2026 t/m 2028.Loopbaanoriëntatie (lob)De lob-middelen worden ingezet om de loopbaanbegeleiding en de studiekeuze- en arbeidsmarktvoorlichting aan (aankomende) mbo-studenten te verbeteren via onder meer het Expertisepunt lob en de portal Kies MBO van de SBB. Deze middelen zullen ook ingezet worden ten behoeve van een betere voorbereiding en doorstroom van mbo naar hoger beroepsonderwijs.VakwedstrijdenDe subsidie voor het jaarlijks organiseren van de nationale vakwedstrijden (v)mbo en het begeleiden van Team Netherlands naar de internationale finales is voor de periode april 2020 - april 2026 verleend aan WorldSkills Netherlands (WSNL).Vanaf 2024 zijn er jaarlijks middelen beschikbaar gesteld voor de organisatie van de (internationale) vakwedstrijden mbo, conform de motie Van der Molen en El Yassina (Kamerstukken II, 2022/23, 36200 VIII, nr. 100). In 2026 is dit € 5,4 miljoen. Met deze motie is ook gevraagd een wettelijke basis te creëren voor WSNL en voor het uitvoeren van deze (internationale) vakwedstrijden (v)mbo. Hierom worden de vakwedstrijden voor de periode april 2026 – april 2036 gesubsidieerd met een instellingssubsidie, die met een aanbesteding wordt opengesteld.Doorstroom beroepskolomDe Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom is bedoeld om de aansluiting tussen vo-mbo-hbo te versterken en uitval en switch te verminderen. De subsidieregeling stimuleert regionale samen­werking van de drie onderwijssectoren, gericht op de totstandkoming 64Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 van inhoudelijk afgestemde onderwijsprogramma’s. Door het bieden van de mogelijkheid aan instellingen om gezamenlijk doorlopende opleidings­routes van vmbo naar mbo en van mbo naar hbo vorm te geven, inclusief een doorlopende loopbaanoriëntatie en begeleiding lijn (lob), kan naast het verminderen van uitval en switch ook worden bijgedragen aan het opleiden van vakmensen voor tekortsectoren. Het gaat om een bijdrage aan de ontwikkelkosten van de drie sectoren van jaarlijks € 420.000 per traject. Een traject duurt drie jaar, per traject is € 1,3 miljoen beschikbaar. Het plafondbedrag in 2026 is circa € 39,0 miljoen. In 2026 is in totaal circa € 37,0 miljoen kasruimte beschikbaar voor uitbetalingen van aanvragen uit de jaren 2024, 2025 en 2026. In de structurele situatie vanaf 2030 is er € 42,2 miljoen beschikbaar.Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (Nationaal Groeifonds)Het project LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden, dat wordt bekostigd vanuit het Nationaal Groeifonds (NGF), richt zich op laagopge­leiden en laaggeletterden, waaronder zowel werknemers als mensen die langere tijd uit het arbeidsproces zijn geweest of zelfs nooit aan het werk zijn gekomen. Het voorstel heeft als doel om een nieuw duurzaam regionaal scholingsaanbod van educatie- en opleidingstrajecten voor laagopgeleiden en laaggeletterde inwoners te ontwikkelen, dat leidt tot een betere partici­patie, goede doorstroom naar beroepsonderwijs of de arbeidsmarkt. Het voorstel richt zich op het ontwikkelen van opleidingsprogramma’s waarin het verwerven van basisvaardigheden wordt gecombineerd met verwerven van beroepsvaardigheden. Voor de periode 2025 ‒ 2027 is € 42,9 miljoen toegekend door het NGF, waarmee uitbreiding naar ongeveer achttien regio’s mogelijk is.Overige subsidiesHieronder vallen subsidies voor vervolgopleidingen oriëntatieprogramma’s en veilig digitaal onderwijs. Daarnaast worden subsidies verstrekt voor onder andere macrodoelmatigheid, examinering burgerschap, studenten­welzijn, JOB MBO en digitalisering in het mbo.OpdrachtenDit betreffen middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken en de uitvoeringskosten van Dienst Uitvoering Subsidies Instellingen (DUS-I). Daarnaast staan op dit budget middelen in het kader van de NGF voorstellen LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden en NGF Programma Leeroverzicht.Bijdrage aan agentschappenDienst Uitvoering Onderwijs (DUO)DUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, finan-ciering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Rijksdienst voor Ondernemend NederlandAan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden middelen verstrekt voor het uitvoeren van de Subsidieregeling praktijkleren.65Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sCollege voor Toetsen en ExamensHet College voor Toetsen en Examens (CvTE) is een ZBO dat verantwoor­delijk is voor de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo en de staatsexamens Nederlands als tweede taal. De bijdragen van artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 4 (beroepsonderwijs en volwas­seneducatie) voor het CvTE worden zoals gebruikelijk bij de Voorjaarsnota naar artikel 3 (voortgezet onderwijs) overgeboekt.Wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten (SLOA)Op basis van de Wet SLOA worden middelen toegekend aan stichting CITO, voor het ontwikkelen van de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo.Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)SBB ontvangt middelen om de aansluiting tussen mbo onderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. De bij SBB belegde wettelijke taken dragen bij aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur. Ook werft, accre­diteert en begeleidt SBB leerbedrijven, zorgt zij voor voldoende leerwerk­plekken, bevordert zij de kwaliteit van deze plaatsen en draagt bij aan het voorkomen van stagediscriminatie. Daarnaast levert SBB stage- en arbeids­marktinformatie. De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven binnen één organisatie draagt bij aan kwalitatief goed beroepsonderwijs met opleidingen die up-to-date zijn en voldoende, goede stageplaatsen. Voor deze wettelijke taken ontvangt SBB in 2026 totaal circa € 78,8 miljoen.Daarnaast is een bedrag van € 3,4 miljoen toegekend ten behoeve van de coalitieakkoord-enveloppe Werk aan Uitvoering (WaU) uit het kabinet Rutte IV. Deze middelen worden besteed ten behoeve van de digitalisering van de dienstverlening aan de leerbedrijven en de burgers.Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek: NRO-Programma's mboIn het kader van het versterken van de onderwijskwaliteit en het bevorderen van innovatie en onderzoek binnen het mbo zijn er middelen beschikbaar voor de Nederlandse Onderwijspremie (tot 2023: Nederlandse Hogeronder­wijspremie), de Comeniusbeurzen en het Comeniusnetwerk. Het betreft een pakket met stimulerende maatregelen met daarin een onderwijspremie als erkenning voor vernieuwing van het onderwijs en een stimulans voor docenten om te blijven werken aan onderwijsinnovatie en kennisdeling. Daarnaast bestaat dit pakket ook uit beurzen waarin excellent en bevlogen docentschap zichtbaar gewaardeerd wordt en uit een platform waar kennis­deling en –ontwikkeling gefaciliteerd en gestimuleerd wordt. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) ontvangt hier in 2026 € 5,6 miljoen voor, waarvan € 2,7 miljoen voor de Onderwijspremie, welke wordt verdeeld over drie onderwijsteams. Voor de Comeniusbeurzen en het -netwerk is € 2,9 miljoen beschikbaar.Nationaal Coördinatiepunt Nederlands Kwalificatieraamwerk (NCP NLQF)De Wet NLQF is in januari 2025 inwerking getreden. Daarmee is aan Stichting CINOP Publiek de ZBO-status toegekend voor de uitvoering van de wettelijke taken van het NCP NLQF. Het NCP NLQF voert de volgende taken uit: (1) het op aanvraag vaststellen van het NLQF-niveau van een non-formele opleiding; (2) het beheren van een openbaar register van non-formele opleidingen waarvoor een NLQF-niveau is vastgesteld; (3) het verstrekken van informatie over het NLQF en het European Qualifications 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Framework (EQF); en (4) het onderhoud en het beheer van het NLQF en het bijdragen aan de ontwikkeling van het EQF. Jaarlijks stelt het NCP NLQF in overleg met het Ministerie van OCW haar activiteitenplan vast en stelt een begroting op voor de uitvoering de activiteiten NLQF. Voor het uitvoeren van dat programma vraagt het NCP NLQF jaarlijks subsidie aan en in 2026 is hier circa € 1,0 miljoen voor beschikbaar.Bijdrage aan medeoverhedenRegionale Meld- en CoördinatiefunctieDe Doorstroompuntfunctie van de gemeente biedt ondersteuning aan jongeren zonder startkwalificatie om voortijdige schooluitval te voorkomen en begeleidt jongeren bij terugkeer in het onderwijs of, als dat niet passend is, bij het vinden van werk. Hierin werken de Doorstroompunten samen met partijen in het zorg-, onderwijs en arbeidsmarktdomein. De financiering voor de uitvoering van de Doorstroompuntfunctie vindt plaats via een specifieke uitkering.Vanaf 2026 is jaarlijks € 67,6 miljoen beschikbaar voor de 40 regio’s die de Doorstroompuntfunctie uitvoeren. Het voornemen is om de leeftijd van de Doorstroompuntfunctie op te hogen van 23 naar 27 jaar. Dit is onderdeel van het Wetsvoorstel van school naar duurzaam werk, dat naar verwachting per 1 januari 2026 in werking treedt. Dit wordt verstrekt op basis van de nieuwe Regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026-2029 en de Wet van school naar duurzaam werk.EducatieGemeenten ontvangen budget om cursussen voor het versterken van basisvaardigheden, zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden, aan te bieden aan hun inwoners. De doelgroep zijn volwassenen die Nederlands als eerste of tweede taal hebben, maar niet inburgeringsplichtig zijn. Sinds 1 januari 2015 wordt het educatiebudget per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een regio (via de 35 contactgemeenten). Gemeenten hebben voor de besteding van dit budget inkoop- en/of subsidievrijheid. Zij kiezen zelf aanbieders op basis van de vraag en behoefte van hun doelgroepen. In 2026 is hier € 85,1 miljoen voor beschikbaar.Regionaal ProgrammaScholen en gemeenten voeren gezamenlijk een regionaal programma uit om voortijdige schooluitval te voorkomen en terug te dringen. Er is in 2026 in totaal € 93,9 miljoen beschikbaar voor scholen en gemeenten samen voor uitvoering van het Regionaal Programma. Contactgemeenten ontvangen via specifieke uitkeringen € 50,2 miljoen in 2026. Contactscholen krijgen de overige € 43,8 miljoen voor uitvoering van het Regionaal Programma, zoals hierboven reeds is toegelicht onder de bekostiging.Masterplan Campus GroningenNaar aanleiding van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen is door het kabinet een meerjarig investeringspakket toegezegd ten behoeve van brede sociaal- economische ontwikkeling in Groningen. Onderdeel van dit pakket is het versterken van het kennis- en innovatie ecosysteem in Noord-Nederland. Focus ligt daarbij op maatschappelijke vraagstukken als energie, gezondheid en digitalisering. Hierbij werken mbo-, hbo- en wo-instellingen samen met provincie en gemeenten. Hiervoor is in totaal € 50,0 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 7,8 miljoen voor 2026. Dit gebeurt onder de noemer van het Masterplan Campussen welke onderdeel is van de economische agenda.67Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».Tabel 31 Fiscale regelingen 2023-2025, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 miljoen)1202320242025Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)291831[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.68Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.4 Artikel 6 en 7. Hoger onderwijsA. Algemene doelstellingHet stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (weten­schappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (weten­schappelijk) personeel en bij de behoefte van de maatschappij.FinancierenDe minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegan­kelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.StimulerenDe minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten, zoals kwaliteitsafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.RegisserenDe verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatie­stelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder het accreditatiestelsel.KengetallenTabel 32 Studenten hoger onderwijs (aantallen x 1.000)2024/252025/262026/272027/282028/292029/302030/31Hbo voltijd associate degree17,017,818,218,318,418,418,5Hbo voltijd bachelor367,9356,8348,7343,3339,4336,1333,4Hbo voltijd master7,27,37,47,47,47,47,4Hbo deeltijd associate degree9,810,110,210,310,410,410,4Hbo deeltijd bachelor39,438,337,837,537,437,337,3Hbo deeltijd master8,08,08,18,18,18,28,2Totaal hbo449,2438,5430,4425,1421,1417,9415,2Wo voltijd bachelor214,6210,3206,3203,4200,9199,1197,2Wo voltijd master120,7122,0121,2119,6118,0116,5115,1Wo deeltijd bachelor1,31,21,21,11,11,11,1Wo deeltijd master3,02,92,82,82,82,82,8Totaal wo339,6336,3331,5327,0322,8319,5316,269Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 33 Gediplomeerden (aantallen x 1.000)2024202520262027202820292030Hbo voltijd associate degree3,54,04,34,44,44,44,4Hbo voltijd bachelor64,962,359,156,955,854,954,0Hbo voltijd master3,03,23,33,33,33,33,3Hbo deeltijd associate degree2,32,42,62,62,72,72,7Hbo deeltijd bachelor6,86,66,46,36,26,26,2Hbo deeltijd master2,22,12,22,22,22,22,2Totaal hbo82,780,777,875,774,773,772,9Wo voltijd bachelor48,347,546,245,144,343,442,9Wo voltijd master52,452,253,253,452,651,951,2Wo deeltijd bachelor0,20,20,10,10,10,10,1Wo deeltijd master1,00,90,90,90,90,90,9Totaal wo101,9100,8100,599,598,096,495,1Tabel 34 Uitgaven per student (bedragen x € 1.000)1.Onderwijsuitgaven per student (bedragen x € 1.000)20252026202720282029Hbo10,810,510,510,610,6Wo9,69,69,69,59,52.Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd, bedragen x € 1)2024/252.6010000C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van hoger onderwijs beschreven.70Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen4.652.2874.846.8804.385.6694.338.2914.285.3474.185.7464.196.055Uitgaven4.705.8114.727.2664.593.8124.434.4374.308.2444.196.4844.185.767Bekostiging4.538.3654.474.8994.397.8574.217.5704.142.3594.125.2914.113.331Bekostiging onderwijsdeel3.906.6614.268.0864.191.6034.011.3943.936.2853.919.2003.907.477Bekostiging ontwerp en ontwikkeling159.532165.939165.680165.602165.500165.517165.280Fonds onderzoek en wetenschap38.98640.57440.57440.57440.57440.57440.574Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen1.07830000000Studievoorschot kwaliteitsafspraken432.108000000Subsidies (regelingen)86.231167.717108.993141.59097.3261.043569NGF Katalysator34.30591.67623.9646.0292.9346320NGF Digitale impuls45.47466.88952.924103.09893.45300NGF Aanpak professionalisering leraren2274.55229.90430.694000Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding6072.2733650000Overige subsidies5.6182.3271.8361.769939411569Bijdrage aan agentschappen19.00421.00324.11323.73823.39825.01426.731Dienst Uitvoering Onderwijs19.00421.00324.11323.73823.39825.01426.731Bijdrage aan ZBO's/RWT's62.21163.64762.84951.53945.16145.13645.136NWO: Promotiebeurs voor leraren11.95612.44312.4432.812000NWO: NRO-programma HO29.64728.78128.69227.66324.12224.12224.122Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)6.2257.3016.5905.9405.9155.8905.890Bijdrage RWT Nuffic10.15510.49410.49610.49610.49610.49610.496Bijdrage RWT Landelijk Centrum Studiekeuze4.2284.6284.6284.6284.6284.6284.628Ontvangsten2.8605081616161616Tabel 36 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen4.652.2874.846.8804.385.6694.338.2914.285.3474.185.7464.196.055Waarvan garantieverplichtingen‒ 16.07321.18700000Waarvan overige verplichtingen4.668.3604.825.6934.385.6694.338.2914.285.3474.185.7464.196.055De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.71Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 37 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen7.556.0797.693.5837.266.7977.201.6397.147.7447.150.6417.137.522Uitgaven7.413.4417.409.6217.369.2177.266.4057.203.6097.149.8047.157.662Bekostiging7.400.8307.394.6077.354.9737.251.7657.189.6577.135.8537.143.352Bekostiging onderwijsdeel3.144.0003.459.1513.426.4233.326.3863.260.9663.232.9543.242.262Bekostiging onderzoeksdeel2.990.0872.951.0812.943.7432.939.4722.941.7812.940.0842.936.589Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek844.371877.636878.068879.168880.171882.000883.686Fonds onderzoek en wetenschap160.083106.739106.739106.739106.73980.81580.815Studievoorschot kwaliteitsafspraken262.289000000Subsidies (regelingen)7.5038.0157.6327.8047.6017.6007.748Vluchteling Studenten UAF1.8342.6652.6652.6652.6652.6652.665Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO)1.0511.095944923918918918Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)464391434360431360360Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)308351351351351351351Open & online onderwijs480000000Overige subsidies3.3663.5133.2383.5053.2363.3063.454Opdrachten2.0833.6693.2823.5063.0213.0213.232Opdrachten2.0833.6693.2823.5063.0213.0213.232Bijdrage aan (inter)nationale organisaties3.0253.3303.3303.3303.3303.3303.330Europees Universitair Instituut Florence (EUI)1.8362.1412.1412.1412.1412.1412.141United Nations University (UNU)1.1891.1891.1891.1891.1891.1891.189Ontvangsten8161616161616Tabel 38 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen7.556.0797.693.5837.266.7977.201.6397.147.7447.150.6417.137.522Waarvan garantieverplichtingen120.876‒ 12.77400000Waarvan overige verplichtingen7.435.2037.706.3577.266.7977.201.6397.147.7447.150.6417.137.522De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.Budgetflexibiliteit artikel 6Tabel 39 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht97,40%Bestuurlijk gebonden2,40%Beleidsmatig gereserveerd0,20%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 6 is in 2026 97,4 procent juridisch verplicht.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 BekostigingHet budget voor 2026 is bijna 100 procent juridisch verplicht. De verplich­tingen hebben betrekking op de bekostiging van hogescholen voor onderwijs, ontwerp en ontwikkeling. Ten grondslag hieraan liggen de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), het Uitvoe­ringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Het resterende budget is aan te merken als bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplicht in het kader van met name de 10 procent-middelen studievoorschot.SubsidiesHet budget voor 2026 is 30,0 procent juridisch verplicht. Het resterende deel is bestuurlijk gebonden in het kader van de Nationale Groeifondspro­gramma’s Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Katalysator, Npuls en de Nationale aanpak professionalisering leraren (NAPL).Bijdrage aan agentschappenHet budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sHet budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor de onderdelen promotiebeurs voor leraren en Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek-programma's (NRO), de bijdrage aan de NVAO, de bijdragen aan Netherlands Universities Foundation For International Cooperation (Nuffic) en de bijdragen aan Landelijk Centrum Studiekeuze (LCSK) voor de wettelijke taken op het gebied van inter­nationale studenten en studiekeuze. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.Budgetflexibiliteit artikel 7Tabel 40 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht99,80%Bestuurlijk gebonden0,10%Beleidsmatig gereserveerd0,10%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 7 is in 2026 99,8 procent juridisch verplicht.BekostigingHet budget voor 2026 is bijna 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van universiteiten en academische ziekenhuizen voor onderwijs en onderzoek. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Het resterende budget is aan te merken als bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplicht in het kader van met name de 10 procent-middelen studievoorschot.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 SubsidiesHet budget voor 2026 is voor 81,6 procent juridisch verplicht. Dit betreft enerzijds de bijdragen voor Vluchteling-Studenten UAF, Expertise­centrum inclusief onderwijs (Ecio), Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Deze middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht. Anderzijds betreft het de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de afstudeerre­geling, de subsidieregeling kandidaten Europees Universitair Instituut en de subsidies in het kader van stagediscriminatie, student centraal, mkb-route en studentenwelzijn. Het restant is beleidsmatig gereserveerd ten behoeve van ad-hocsubsidies.OpdrachtenHet budget voor 2026 is voor circa 20 procent juridisch verplicht op grond van in 2025 of eerder gesloten overeenkomsten. De ervaring leert dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesHet budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de verdragsrechtelijke bijdragen aan de United Nations University (UNU) en het Europees Universitair Instituut Florence (EUI). Deze middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingUniversiteiten (wetenschappelijk onderwijs (wo)) en hogescholen (hoger beroepsonderwijs (hbo)) ontvangen bekostiging voor onderwijs, onderzoek (wo) en ontwerp en ontwikkeling (hbo). De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend.Onderwijsdeel (hbo en wo)Het onderwijsdeel bestaat uit:1.een studentgebonden deel gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s). Er zijn hierbij drie bekosti­gings-niveaus (laag, hoog en top);2.een onderwijsopslag in bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen;3.een onderwijsopslag in percentages.Deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) en onderzoeksdeel (wo)Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding.Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek (wo)De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).74Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Fonds Onderzoek en Wetenschap (hbo en wo)In het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV was voor de periode 2023-2031 in totaal € 5,0 miljard beschikbaar gesteld voor een Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Een deel van dit budget is ingezet via de beleidsartikelen van het hoger onderwijs. In het hoofdlijnenakkoord is omgebogen op het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap en de gevolgen hiervan zijn verwerkt in de begroting 2025. Vanuit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap is € 40,6 miljoen per jaar beschikbaar op artikel 6 voor praktijkgericht onderzoek. Hierop is niet gekort door dit kabinet. Op artikel 7 is een bezuiniging op de stimuleringsbeurzen doorgevoerd van € 82,1 miljoen per jaar. Het restant van het budget bedraagt € 80,8 miljoen per jaar en blijft beschikbaar voor het verlagen van werkdruk. Bij de behandeling van de begroting van het Ministerie van OCW 2025 is het amendement Eerdmans aangenomen (Kamerstukken II, 2024/25, 36600 VIII, nr. 140). Daarin is voor 2025 tot en met 2028 € 25,0 miljoen vrijgemaakt op artikel 7 voor het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. In totaal is het restant van de stimu­leringsbeurzen, dat ingezet mag worden voor het verlagen van werkdruk, nu € 106,7 miljoen in 2025-2028, en € 80,8 miljoen in 2029-2031.Taskforce Toekomstbestendig StelselDe beleidsbrief vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap van 14 maart 2025 (Kamerstukken II, 2024/25, 31288, nr. 1185) beschrijft hoe wordt gewerkt aan het mitigeren van negatieve effecten van dalende studenten­aantallen in het hbo en wo via een integrale krimpaanpak. De integrale aanpak werkt langs drie lijnen: het onderzoeken van meer stabiliteit in het bekostigingssysteem, een beleidskader om meer richting te geven aan een landelijk dekkend opleidingsaanbod en het verkennen van het in de wet verankeren van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van onder­wijsinstellingen voor het opleidingsaanbod. Met het beleidskader en de wettelijke verankering worden hogescholen en universiteiten beter in staat gesteld om collectieve verantwoordelijkheid te nemen voor een doelmatig opleidingsaanbod dat goed aansluit bij de maatschappij en arbeidsmarkt. Eind 2025 zal de Kamer geïnformeerd worden over de vorderingen binnen de integrale krimpaanpak. Eind 2026 volgt een Kamerbrief met voorkeurss­cenario(s) voor de bekostigingssystematiek. Ook volgt dan de oplevering van het beleidskader.Bezuinigingen internationale studentenDit kabinet zet in op het beperken van internationale studenten en koppelt daar vanaf 2026 een bezuinigingsopgave aan die oploopt tot structureel € 168,0 miljoen. In de begroting van 2025 is het budget voor het ho daarom verlaagd en is de bezuiniging pro forma verdeeld over het hbo en wo. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de uitkomsten van de referen­tieraming 2025 verwerkt en is deze verdeling aangepast. De neerwaartse bijstelling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten die volgt uit de referentieraming 2025 is op totaalniveau eerst verrekend met de opgave volgens de bezuiniging. Hiermee blijven de prijzen per student binnen beide sectoren stabiel. De opgave die vervolgens resteert is verdeeld op basis van het aantal internationale EER-studenten. In 2026 resteert een bezuinigingsopgave van € 6,0 miljoen (hbo: € 1,9 miljoen, wo: € 4,1 miljoen). Dit leidt tot een beperkte verlaging van de onderwijsuitgaven per student voor 2026. De bezuinigingsopgave voor 2027 en verder kan conform de afspraken met het Ministerie van Financiën aanvullend worden verrekend indien het aantal internationale studenten bij komende referentieramingen verder daalt.75Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 41 Resterende bezuinigingsopgave internationale studenten202620272028202920302031hbo‒ 2‒ 12‒ 20‒ 21‒ 10‒ 2wo‒ 4‒ 25‒ 43‒ 47‒ 21‒ 4Totaal‒ 6‒ 37‒ 63‒ 68‒ 31‒ 6Praktijkgericht onderwijs (hbo)Binnen het deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) zijn de coalitieakkoord­middelen van het vorige kabinet ondergebracht ten behoeve van het praktijkgericht onderzoek. Door de hogescholen toe te rusten om hun rol als kennisinstellingen te verstevigen en verder uit te bouwen, worden zij in staat gesteld om met hun praktijkgericht onderzoek het onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk te verbinden en zo bij te dragen aan Nederlandse kennisontwikkeling en groei. Daarnaast zorgt de aansluiting van het onderzoek van hogescholen op maatschappelijke vraag­stukken voor vernieuwend beroepsonderwijs en versterkt het de aansluiting op de (regionale) arbeidsmarkt. Om deze doelstellingen te bereiken is vanaf 2023 een investering ter beschikking gesteld en aan de eerste geldstroom van de hogescholen toegevoegd via de post ontwerp en ontwikkeling uit artikel 6 (hoger onderwijs) en verdeeld naar rato van het onderwijsdeel conform de bekostigingssystematiek zoals vastgelegd in de WHW. In totaal gaat het om € 99,8 miljoen op prijspeil 2025. Hiervan is € 59,2 miljoen uit de coalitieakkoord-envelop versterken hoger onderwijs en onderzoek afkomstig en € 40,6 miljoen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.Sectorplannen en startersbeurzen (wo)Het hoofdlijnenakkoord beschrijft een budgettaire opgave voor de bijstelling van de sectorplannen van structureel € 215,0 miljoen per jaar vanaf 2026. De sectorplannen zijn een effectief middel om via samenwerking en profilering van universiteiten de kwaliteit van onderzoek en onderwijs te vergroten en meer zekerheid te bieden aan wetenschappers in Nederland door het aanbieden van vaste aanstellingen. Universiteiten hebben de sector­plannen omarmd en zijn voortvarend bezig met de implementatie.Het kabinet heeft bovenstaande in overweging genomen en ontziet de sectorplannen in de invulling van de ombuigingsopgave. Om de sector­plannen in stand te houden, worden in plaats daarvan de startersbeurzen stopgezet: de beurzen bleken in de praktijk uitvoeringstechnisch complex, en er is geen eenduidige evidentie dat zij een effectief middel zijn om de werkdruk voldoende te verlagen. Het stopzetten van de startersbeurzen levert € 175,0 miljoen per jaar op. Het restant van de invulling (oplopend tot € 40,0 miljoen structureel) van de opgave vindt plaats met een ombuiging op de bekostiging van NWO op artikel 16 (Onderzoek en Wetenschaps­beleid). De startersbeurzen worden stopgezet per 2025; de ombuiging op de bekostiging van NWO gaat vanaf 2030 in.SubsidiesTegemoetkoming tweede lerarenopleiding (hbo)De subsidieregeling tweede lerarenopleiding maakt het voor leraren financieel aantrekkelijker om een tweede lerarenopleiding (bachelor of master) te volgen die opleidt tot een bevoegdheid en waarvoor instellings­collegegeld moet worden betaald, indien zij geen aanspraak mogen of kunnen maken op een andere subsidieregeling. Voor de subsidie komen bijvoorbeeld leraren in aanmerking die na een eerdere opleiding moeizaam een baan kunnen vinden in het onderwijs en die geen aanspraak hebben op een regeling zoals de lerarenbeurs of de subsidie voor zij-instromers. 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Ook leraren die na het onderwijs in een andere sector zijn gaan werken, maar terug willen naar het onderwijs en hiervoor een ander vak willen leren kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen. De subsidie tweede lerarenopleiding is vanaf het studiejaar 2020/2021 aan te vragen. Vanaf 2021/2022 is het subsidiebedrag verhoogd en is het mogelijk gemaakt om voor twee studiejaren in plaats van één jaar subsidie aan te vragen. Vanwege de tegenvallende deelnemersaantallen is bij Voorjaarsnota 2023 besloten om de regeling na het collegejaar 2025/2026 niet voort te zetten. Deelnemers die starten in 2024/2025 hebben nog wel de mogelijkheid voor een tweede jaar subsidie aan te vragen voor 2025/2026.Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF (UAF) (wo)De stichting richt zich op ondersteuning en begeleiding gericht op het verhogen van niveau Nederlands en het wegwerken van eventuele deficiënties, zodat instroom in het reguliere onderwijs soepel verloopt. De rol van het UAF is aanvullend op voorliggende voorzieningen. De activiteiten betreffen onder andere: –het UAF vergoedt studiekosten en bijbehorende reiskosten, waaronder taalcursussen, cursussen om deficiënties weg te werken en kosten om studievaardigheden op te doen; –begeleiding middels voorlichting en advies over Nederlands onderwijs­systeem, begeleiding bij studiekeuze en opstellen studieplan;–bemiddeling waar nodig met onder andere studentdecanen, casema­nagers sociale diensten, toelatingscoördinatoren onderwijsinstellingen;–samenwerken met diverse gemeenten zodat voorbereiden op een studie en studeren met behoud van uitkering mogelijk is onder begeleiding van het UAF. Studentenwelzijn Ecio (wo)Het Ecio bouwt aan inclusief onderwijs en het versterken van het zelfver­trouwen van studenten met een ondersteuningsvraag. Onder andere, adviseert en ondersteunt Ecio universiteiten, hogescholen en het mbo om belemmeringen voor studenten met een functiebeperking en met een ondersteuningsbehoefte weg te nemen en hen succesvol te laten studeren en doorstromen naar de arbeidsmarkt. Ecio coördineert daarnaast bijvoorbeeld ook de bijeenkomsten van het Landelijk Netwerk en de Landelijke Werkgroep Studentenwelzijn.ISO en LSVb (wo)Het betreft hier de (structurele) bekostiging van een tweetal organisaties die beleidsmatig activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangen­behartiging van studenten.Nationaal Groeifonds-project Nationale LLO-katalysator (hbo)Het doel van de nationale LLO-katalysator is een forse impuls te geven aan de ontwikkeling van bij-, op- en omscholingsaanbod. In regionale samenwerkingsverbanden van bedrijfsleven, onderwijs (mbo, hbo en wo; publiek en privaat) en overheid vindt vraaggerichte ontwikkeling van het scholingsaanbod plaats en worden afspraken gemaakt over uitvoering en deelname.Het programma is opgeknipt in twee tranches: tranche 1 loopt tot eind 2026, tranche 2 loopt tot 2031. In tranche 1 ligt de focus op scholing die benodigd is voor het realiseren van de ambities op het vlak van de energie- en grondstoffentransitie. Vervolgens wordt de aanpak in de tweede tranche verbreed naar andere (tekort)sectoren. Onderdeel van het plan is het 77Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 opzetten van een LLO-Radar, waarmee continu de (toekomstige) behoefte aan vaardigheden op de arbeidsmarkt in beeld wordt gebracht, zodat tijdig kan worden voorzien in passend scholingsaanbod. Daarnaast wordt in de LLO-katalysator gewerkt aan het versterken van de leercultuur bij bedrijven en instellingen, aan professionalisering van de onderwijsorganisaties op het gebied van LLO-dienstverlening en vindt op landelijk niveau onderzoek en ontwikkeling plaats.Het budget voor de LLO-katalysator is in totaal € 392,0 miljoen. Hiervan is € 167,0 miljoen onvoorwaardelijk toegekend (tranche 1 tot eind 2026), voor de periode daarna (tranche 2 tot 2031) is € 225,0 miljoen voorwaar­delijk toegekend. De middelen die gemoeid zijn met dit programma zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient nog uitgewerkt te worden.NGF-project Npuls (hbo)Npuls is een samenwerkingsprogramma van het (publieke) mbo-, hbo en wo-onderwijs in Nederland, en de IT-coöperatie SURF. Door het programma kunnen zij de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, de wendbaarheid en toegankelijkheid van het onderwijs(aanbod) vergroten en de digitale vaardigheden van lerenden en docenten verbeteren. Het programma biedt experts uit verschillende onderwijsinstellingen (en daarbuiten) de mogelijkheid om samen te werken aan experimenten, pilots en opschaling/verbreding op het gebied van (bijvoorbeeld) het veilig en verantwoord inzetten van Artificiële Intelligentie (AI), studiedata, extended reality, overige digitale leermaterialen, betrouwbare certificaten voor kortlopend onderwijs (microcredentials). In gesprek met (big) tech en commerciële aanbieders van onderwijsmateriaal treedt de publieke sector gezamenlijk op. Digitale oplossingen hiervoor worden gezamenlijk en volgens de principes van de gezamenlijke sectorarchitectuur ontwikkeld, waardoor ze interoperabel zijn en voldoen aan de publieke waarden voor IT. Door in te zetten op kennisdeling en ontwikkeling van docenten op landelijk niveau én in iedere instelling (Centers for teaching and learning) wordt nieuwe kennis en ervaring snel beschikbaar gemaakt voor alle docenten. Zo kunnen de professionals in onderwijsinstellingen het onderwijs (blijven) verbeteren, en aanbieden aan alle lerenden. Zij zijn beter toegerust op (steeds nieuwe) vragen van de samenleving. Op deze manier maakt het gehele vervolgonderwijs zich via deze transitie klaar voor de toekomst. Door die duurzame inzetbaarheid draagt het programma bij aan de Nederlandse economie en heeft het een positief effect op de kwaliteit en doelmatigheid van het mbo, hbo en wo.Het budget voor Npuls is in totaal € 560,0 miljoen. Hiervan is € 384,7 miljoen onvoorwaardelijk toegekend (tranche 1 en 2 tot en met 2027), voor de periode daarna (tranche 3 tot 2031) is € 175,3 miljoen voorwaardelijk toegekend. De middelen van het programma zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient te worden uitgewerkt. NGF-project Nationale aanpak professionalisering leraren (NAPL) (hbo)De NAPL is in januari 2024 gestart, heeft een looptijd van tien jaar en is gefinancierd uit het NGF. Het programma heeft als doel een belangrijke impuls te leveren aan de professionalisering van leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en mbo. Het programma NAPL bestaat uit vier pijlers met de volgende beoogde opbrengsten:78Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 1.ontwikkelpaden. Voor elk van de drie sectoren worden tenminste zes ontwikkelpaden ontwikkeld, getoetst en publiek beschikbaar gesteld. Eén ontwikkelpad betreft de ontwikkeling van start- naar vakbe­kwaamheid. De andere ontwikkelpaden betreffen de daaropvolgende expertrollen waarin leraren zich kunnen specialiseren;2.digitaal platform. Er wordt een digitaal platform ontwikkeld dat leraren een overzicht biedt van kwalitatief hoogwaardige professionaliserings­trajecten en een platform voor uitwisseling;3.co-creatielabs waarin aan professionaliseringstrajecten vorm wordt gegeven en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan profes­sionalisering door leraren;4.kwaliteitsborging. Er wordt een kwaliteitskader en een landelijk kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld voor professionaliseringstrajecten. Trajecten die onderdeel zijn van het digitale platform voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en de kwaliteit ervan wordt structureel geborgd. Met deze vier pijlers bouwt NAPL aan een landelijk geheel van voorzieningen voor en door leraren, waarbinnen de professionalisering van leraren toekomstgericht kan gaan plaatsvinden, doorgroeimogelijk­heden voor leraren worden gecreëerd in de klas en de kwaliteit van het onderwijs wordt versterkt.Het totale budget voor het programma bedraagt € 159,6 miljoen. Van dit totaalbedrag is € 73,1 miljoen onvoorwaardelijk toegekend voor 2024-2027, de resterende € 86,5 miljoen van het totaalbedrag is voorwaardelijk toekend voor 2028-2033. Het grootste deel van het totaalbedrag komt, als onderdeel van pijler 3, in twee subsidieregelingen beschikbaar voor het onderwijsveld ten behoeve van het ontwikkelen en/of het laten deelnemen van leraren aan professionaliseringstrajecten.Overig (hbo en wo)Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1,0 miljoen. Het gaat hier om middelen die deels juridisch en deels bestuurlijk verplicht zijn bijvoorbeeld op basis van de afstudeerregeling, de subsidieregelingen virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs, kandidaten Europees Universitair Instituut en diverse ad-hocsubsidies.OpdrachtenVoor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor diverse beleidsgerichte activiteiten/onderzoeken en de communicatie rondom beleidsontwikkelingen.Bijdrage aan agentschappen Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)DUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, finan-ciering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor de begrotingsartikelen 6 en 7 (hoger onderwijs).79Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s NWO Promotiebeurs voor lerarenLeraren in het po, vo, mbo en hbo worden in staat gesteld om promotieon­derzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. Jaarlijks kan via NWO aan circa 50 leraren een nieuwe beurs voor een periode van vijf jaar worden verstrekt. Vanaf 2027 worden er geen nieuwe beurzen meer toegekend.NWO NRO-programma's hoVanaf 2023 is de volledige uitvoering van zowel het Comeniusprogramma (circa 60 beurzen per jaar) als de Nederlandse Onderwijspremie (zes premies per jaar) bij het NRO komen te liggen, inclusief het verstrekken van de beurzen en premies aan de instellingen. Daarnaast wordt via het NRO ook onderzoek naar het hbo en wo gefinancierd en kennisdeling gefaci­liteerd. Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatieorganisatie, opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid. Deze organisatie geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. In deze begroting is de bijdrage opgenomen die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO vergoedt voor de uitvoering van haar reguliere taken en voor haar aanvullende taken. zoals in het kader van de kwaliteitsafspraken.Nuffic Nuffic is het expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs; van primair en voortgezet onderwijs tot beroeps­gericht en hoger onderwijs. De afgelopen jaren heeft een heroverweging plaatsgevonden van de subsidie aan Nuffic wat betreft de grondslag van de subsidie en de sturingsrelatie van het Ministerie van OCW richting Nuffic. Met het wetsvoorstel Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs is een aantal taken van Nuffic in het kader van diplomawaar­dering, bevordering van de internationalisering en de advisering rondom beursverlening wettelijk geborgd. Door middel van het wetsvoorstel is de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (SLOA) aangepast, op grond waarvan een bijdrage aan Nuffic kan worden verstrekt voor haar wettelijke taken. Daarnaast voert Nuffic sinds 2021 op grond van een opdrachtverlening, de dienstverleningsactiviteiten voor (met name) po, vo en mbo uit (zie artikel 8 Internationaal beleid).Landelijk Centrum voor Studiekeuze (LCSK)Het LCSK is door de minister aangewezen als partij om objectieve, betrouwbare en vergelijkbare studiekeuze-informatie te verzamelen en te verspreiden en onderzoek te doen naar studenttevredenheid en –betrokkenheid. Voor dit laatste organiseert de stichting jaarlijks de Nationale Studentenenquête (NSE). Aanvullend op de reguliere subsidie die LCSK ontvangt hiervoor, wordt jaarlijks (maximaal) € 1,0 miljoen extra beschikbaar gesteld ten behoeve van het verbeteren van de arbeidsmarkt­informatie richting studenten. Het LCSK zet deze middelen in voor de (door)ontwikkeling van een webpagina waarmee studiekiezers beroepen kunnen verkennen welke carrièremogelijkheden ze hebben en welke studies daar bij passen. Hiermee moet het voor studiekiezers duidelijker worden welk toekomstperspectief, inclusief verwachtingen rond de arbeidsmarkt, past bij een studie. 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesEuropees Universitair Instituut Florence (EUI) en United Nations University (UNU)Het betreft hier de (structurele) bijdrage aan een tweetal internationale organisaties die taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechte­lijke verplichtingen.OntvangstenBij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij instellingen en andere subsidieontvangers, bijvoorbeeld als gevolg van eindafrekeningen op in eerdere jaren toegekende subsidies.81Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.5 Artikel 8. Internationaal beleidA. Algemene doelstellingHet bevorderen van internationale samenwerking binnen het Koninkrijk. Uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van interna­tionale competenties van scholieren en studenten, docenten, de creatieve sector en wetenschappers.B. Rol en verantwoordelijkheidStimulerenBij het uitvoeren van de algemene doelstelling ligt de nadruk enerzijds op het ondersteunen van instellingen, voor wie de internationale samen­werking noodzakelijk is voor het op peil houden van de hoge kwaliteit, en anderzijds op het ontwikkelen van talent voor de Nederlandse kennise­conomie en tekortsectoren. Vanwege veranderende wereldwijde machts­verhoudingen zetten we daarbij in op strategische partnerschappen binnen en buiten de Europese Unie (EU) en hebben we oog voor de risico’s, met name op het vlak van kennisveiligheid. Deze inzet is nodig om de strate­gische Europese autonomie te behouden en de Nederlandse concurrentie­kracht te versterken.Daartoe zorgt de minister vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid voor de benodigde internationaal-bestuurlijke randvoorwaarden, bijvoorbeeld door afspraken te maken over kwaliteitszorg en grensverkeer en door de uitwisseling van best practices. De minister opereert hierbij binnen de EU en multilaterale kaders als de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO), bilaterale contacten. Deze samenwerking is met de prioriteitslanden neergelegd in verdragen en Memorandums of Understanding. Waar nodig wordt gebruik gemaakt van stimuleringsmaatregelen als fondsen en beurzen en worden faciliterende en uitvoerende instanties gefinancierd. De bevordering van internationale samenwerking is ondersteunend aan de beleidsdoelstel­lingen van het Ministerie van OCW. De voorgenomen activiteiten zijn dan ook voor een belangrijk deel opgenomen in de betreffende beleidsartikelen.Indicatoren/kengetallenInternationale ondersteunende maatregelen houden onder andere in dat geïnvesteerd wordt in goede onderlinge verhoudingen en kennis- en infor­matievergaring met andere landen, waardoor communicatie, uitwisseling en samenwerking kan ontstaan. Er is verbondenheid met een aantal interna­tionale gremia (onder andere de OESO) waarbinnen internationale kennis, indicatoren en (achtergrond)informatie wordt opgehaald om de ontwik­keling van beleid te ondersteunen en versterken. Dit neemt niet weg dat de Nederlandse prestaties op een aantal indicatoren worden vergeleken met andere landen. Een selectie van deze indicatoren is te vinden op de website OCW in Cijfers.C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van internationaal beleid beschreven.82Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 42 Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen28.29326.89827.59827.33326.11026.09126.038Uitgaven24.16226.89927.59827.33326.11026.09126.038Subsidies (regelingen)8.7068.9558.4108.2468.1128.0878.060Stichting Ons Erfdeel18518518561000Stichting Nuffic1.0801.19700000Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training4.5554.9184.9184.9184.6884.6884.688Internationalisering onderwijs96694827718958936909Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)852972972972972972972Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)686687686686686686686Overige incidentele subsidies382902822891808805805Opdrachten5.2716.4446.1906.1185.0185.0185.018Opdrachten5.2716.4446.1906.1185.0185.0185.018Bijdrage aan ZBO's/RWT's001.1971.1571.1571.1571.157Bijdrage Nuffic001.1971.1571.1571.1571.157Bijdrage aan medeoverheden1.2281.4051.5451.7181.7181.7181.718Bijdragen aan medeoverheden1.2281.4051.5451.7181.7181.7181.718Bijdrage aan (inter)nationale organisaties8.5499.6159.7049.6149.6759.6699.643Nederlandse Taalunie7.9648.9749.0648.9749.0069.0008.974Europa College Brugge30353535353535Unesco14595959595959OESO CERI94101101101101101101Fulbright Center422422422422422422422EU-programma's en activiteiten0232323232323Overige bijdragen25100292929Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken408480552480430442442Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)408480552480430442442Ontvangsten91999999999999BudgetflexibiliteitTabel 43 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht90,30%Bestuurlijk gebonden0,00%Beleidsmatig gereserveerd0,00%Nog niet ingevuld/vrij te besteden9,70%Van het totale budget voor artikel 8 is voor 2026 90,3 procent juridisch verplicht.SubsidiesVan het budget voor subsidies is 88,4 procent juridisch verplicht. Het niet verplichte deel bestaat grotendeels uit de middelen Internationalisering Funderend Onderwijs.83Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 OpdrachtenVan het budget voor opdrachten is 92,1 procent juridisch verplicht. Het betreft onder andere een aanbesteding internationalisering en uitvoerings- en evaluatiekosten ten behoeve van uitvoering van de wettelijke afspraken met Caribisch Nederland.Bijdragen aan ZBO's en RWT Het budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Het gaat om middelen ten behoeve van de subsidie aan Nuffic.Bijdragen aan medeoverheden Het budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Het gaat om middelen die worden ingezet voor het OCW-beleid in Caribisch Nederland.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesVan het budget voor de bijdragen aan (inter)nationale organisaties is 99,5 procent juridisch verplicht.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenHet budget voor de bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100 procent juridisch verplicht. De subsidiëring vindt plaats via het Ministerie van BZ. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begro­tingsjaar verplicht.E. Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesStichting Ons ErfdeelDe Vlaams-Nederlandse vereniging Ons Erfdeel wil context brengen bij kunst, taal, geschiedenis, literatuur en maatschappelijke ontwikkelingen uit de Lage Landen. Dit realiseert Ons Erfdeel door het uitbrengen van artikelen en boeken, het publiceren van het Franstalige tijdschrift Septentrion en het digitaal publiceren van artikelen op hun Nederlandstalige, Franstalige en Engelstalige websites. Vanwege de HGIS-taakstelling uit het hoofdlijnenak­koord stopt OCW de subsidie aan Stichting Ons Erfdeel.Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en TrainingHet Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training is samen met het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd belast met het beheer en de uitvoering in Nederland van het EU-programma Erasmus+. Nuffic is aangewezen als Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training voor het Erasmus+ programma. Erasmus+ wordt gezien als hét vlaggen-schipprogramma van de EU waarmee individuen de kans krijgen om hun educatieve, professionele en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen door middel van studie, opleiding, werkervaring, jongerenuitwisseling of deelname aan vrijwilligerswerk in het buitenland. Het programma draagt ook bij aan de nationale beleidsdoelstellingen zoals professionalisering van docenten, digitalisering in/van het onderwijs en inclusief onderwijs.Internationalisering onderwijsDe subsidieregeling Internationalisering Funderend Onderwijs (IFO-regeling) is per 1 januari 2025 afgelopen. Het budget wordt ingezet bij de opvolging van de introductie, verankering en verdere ontwikkeling van internationalisering.84Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)Het DIA genereert en verspreidt kennis in Nederland over de ontwikkelingen in Duitsland op het raakvlak van onderwijs, wetenschap en maatschappij. Het instituut doet dat onder meer met behulp van wetenschappelijk onderzoek, onderwijsprojecten en voorlichtingsactiviteiten (cofinanciering met Universiteit van Amsterdam en Deutsche Akademische Austausch Dienst). Daarnaast stimuleert het DIA het onderwijs in de Duitse taal in Nederland.Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)De leden van Neth-ER bestaan op dit moment uit: MBO-Raad, Nuffic, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Nederlandse Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO), Universiteiten van Nederland (UNL), Vereniging Hogescholen, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) en Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Het gezamenlijke doel van de vereniging is om de Nederlandse participatie aan de Europese programma’s te vergroten. Neth-ER ontvangt een subsidie van het Ministerie van OCW voor het informeren van het brede Nederlandse kennisveld over Europese beleidsontwikkelingen op het terrein van onderwijs en onderzoek.Overige incidentele subsidiesDit betreft onder andere middelen voor de subsidieregeling Koninkrijks­beurzenprogramma. Deze regeling is bedoeld voor het verstrekken van een subsidie ter ondersteuning van onderwijsmobiliteit binnen het Koninkrijk der Nederlanden.Voor het Caribisch gebied betreft dit een projectsubsidie voor een gedeelde leerstoel doorwerking slavernijverleden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en een programma voor lokaal onderzoek naar het slavernijver­leden in Caribisch Nederland.OpdrachtenDit betreft onder andere middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken en uitvoeringskosten voor Dienst Uitvoering Subsidies Instellingen (DUS-I). Daarnaast gaat het om middelen van met Ministerie van OCW die worden ingezet voor het beleid in Caribisch Nederland. Dat behelst onder meer het ondersteunen van de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs in Caribisch Nederland naar een met Europees Nederland vergelijkbaar niveau.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sNufficNuffic is het expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs; van primair en voortgezet onderwijs tot beroeps­gericht en hoger onderwijs. De afgelopen jaren heeft een heroverweging plaatsgevonden van de subsidie aan Nuffic wat betreft de grondslag van de subsidie en de sturingsrelatie van het Ministerie van OCW richting Nuffic. Met het wetsvoorstel Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs is een aantal taken van Nuffic in het kader van diplomawaar­dering, bevordering van de internationalisering en de advisering rondom beursverlening wettelijk geborgd. Door middel van het wetsvoorstel is de 85Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten (SLOA) aangepast, op grond waarvan subsidie aan Nuffic wordt verstrekt voor haar wettelijke taken.Bijdrage aan medeoverhedenDit betreft middelen voor de uitvoering van het Koninkrijksbrede programma Strategic Education Alliance (SEA) met als doel het student­succes van Caribische studenten te verbeteren en voor het stimuleren van studeren in de nabije regio van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesDe TaalunieDe Taalunie ondersteunt de betrokken overheden in hun taalbeleid voor het Nederlands en maakt samenwerking, afstemming en uitwisseling mogelijk. Ook verzamelt, ontwikkelt en ontsluit de Nederlandse Taalunie kennis en informatie over het Nederlands met het oog op advies en dienstverlening aan sectoren, doelgroepen en individuele taalgebruiker. De middelen van het amendement van 23 november 2022 van de leden Van der Molen en Van der Woude (Kamerstukken II, 2022/23, 36200 VIII, nr. 56) zijn toegevoegd aan de bijdrage voor extra structurele inzet voor de versterking van Interna­tionale Neerlandistiek.Europa College BruggeEuropa College te Brugge is een post-universitaire opleiding voor onderzoek naar Europese eenwording, gefinancierd door de EU en EU-lidstaten.UNESCODit betreft middelen gereserveerd voor deelname aan diverse projecten in het kader van Unesco.Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) Centre for Educational Research and Innovation (CERI)Dit betreft de deelname aan diverse onderwijsprojecten en -onderzoeken in het kader van het CERI, onderdeel van de OESO.Fulbright Commission The Netherlands Fulbright CenterVerzorgt mobiliteitsprogramma’s voor het hoger onderwijs via beurzen voor uitwisseling met de Verenigde Staten (met bijdragen van de Amerikaanse regering).Incidentele EU-programma’s en activiteitenDit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten en verplich­tingen in het kader van de EU en deelname aan EU-programma’s, welke bij het opstellen van de begroting nog niet concreet zijn.Overige bijdragenDit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten ter bevordering van internationale samenwerking op het gebied van onderwijs, cultuur of wetenschap.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenVlaams-Nederlands Huis De BurenHet Vlaams-Nederlands Huis De Buren is in 2004 opgericht door de Nederlandse en Vlaamse regering als een culturele organisatie en als ruimte voor debat en reflectie (subsidiëring vindt plaats via het Ministerie van BZ).86Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 OntvangstenBij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij andere subsidieontvangers en organisaties, bijvoorbeeld als gevolg van eindafrekeningen op in eerdere jaren toegekende subsidies.Tabel 44 Homogene Groep Internationale Samenwerking (bedragen x € 1.000)Art.20242025202620272028202920301Primair onderwijs30.74732.33632.33632.33632.33632.33632.3363Voortgezet onderwijs9.90410.41610.41610.41610.41610.41610.4166Hoger beroepsonderwijs2.9634.6984.2154.2154.2154.2154.2937Wetenschappelijk onderwijs59.99460.21951.83751.83751.83651.83752.8438Internationaal beleid59366566554143044244214Cultuur8.2196.8296.5676.0226.0222.6362.63616Onderzoek en wetenschappen2.1014771.31947747747747795Apparaat kerndepartement3.2034.3854.3954.3994.4024.4044.406Totaal117.724120.025111.750110.243110.134106.763107.849ToelichtingDe Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de Rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenland­beleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries. Bovenstaande tabel geeft een onderverdeling weer van de HGIS-middelen van het Ministerie van OCW per artikel.87Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.6 Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleidA. Algemene doelstellingDe kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd door de beschikbaarheid van voldoende personeel van voldoende kwaliteit voor alle onderwijsdeel­nemers.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor een onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele leerlingen/studenten en bij de behoefte van de maatschappij. De leraar, de schoolleider en ondersteunend personeel zijn daarbij cruciaal.FinancierenDe minister draagt bij aan het personeelsbeleid op scholen door het (mee)financieren van (mogelijkheden tot) werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren. Dit gebeurt via aanvullende bekostiging en subsidies.StimulerenDe minister is verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit, toeganke­lijkheid en doelmatigheid van het stelsel. Door de krapte op de arbeidsmarkt en de demografische ontwikkelingen staat deze verantwoordelijkheid onder druk. Het vraagt dan ook continue aandacht en een breed pakket aan maatregelen om te zorgen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleid personeel. Meer dan in de afgelopen periode is het daarnaast van belang om te leren omgaan met de schaarste. In sommige regio’s gaat het vooral om schaarste aan leraren en/of schoolleiders, in andere regio's is de uitdaging hoe de toegankelijkheid van lerarenopleidingen geborgd blijft. Over de aanpak en de ontwikkelingen wordt de Kamer twee keer per jaar geïnfomeerd, in juni en december, via de brieven over de leraren­strategie (Kamerstukken II, 2025/25, 27923, nr. 497) en Kamerstukken II 2024/2025, 27923, nr. 514).Indicatoren/kengetallenDe indicatoren/kengetallen voor het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid worden beschreven in het beleidsverslag en op OCW in Cijfers.C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het gebied van leraren beschreven.88Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 45 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen220.802398.9951.288.651161.352159.500159.645445.497Uitgaven225.787409.495437.097447.366445.613445.835445.478Bekostiging76.455228.805272.408286.416291.517291.440291.459Tekorten regio's76.455228.805272.408286.416291.517291.440291.459Subsidies (regelingen)143.013169.919154.470149.482144.805145.134144.719Lerarenbeurs61.57968.67864.42762.92862.92862.92862.928Zij-instroom78.41894.37181.54776.25874.58173.41072.995Overige subsidies3.0166.8708.49610.2967.2968.7968.796Opdrachten2.3826.3705.3906.6574.5474.5474.547Opdrachten2.3826.3705.3906.6574.5474.5474.547Bijdrage aan agentschappen3.9374.4014.8294.8114.7444.7144.753Dienst Uitvoering Onderwijs3.9374.4014.8294.8114.7444.7144.753Ontvangsten8.2857.0007.0007.0007.0007.0007.000BudgetflexibiliteitTabel 46 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht80,20%Bestuurlijk gebonden15,00%Beleidsmatig gereserveerd4,70%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 9 is in 2026 80,2 procent juridisch verplicht.BekostigingVan het beschikbare budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bekostiging voor de onderwijsregio’s op grond van de gepubli­ceerde regeling (Subsidieregeling Onderwijsregio's).SubsidiesVan het beschikbare budget voor 2026 is 45,3 procent juridisch verplicht. Dit betreft subsidies die worden verstrekt op grond van gepubliceerde subsidieregelingen. Van het beschikbare budget voor 2026 is 42,3 procent bestuurlijk gebonden. Dit betreft de middelen voor de regeling lerarenbeurs en de kosten voor handhaving van het wetsvoorstel Strategisch Personeels­beleid en Arbeidsmartkmaatregelen door de Inspectie van het Onderwijs, die onderdeel zijn van het instrument overige subsidies.OpdrachtenVan het beschikbare budget voor 2026 is 64,9 procent juridisch verplicht op grond van in 2025 of eerder gesloten overeenkomsten voor onderzoek, uitvoering van regelingen en communicatie. Dit betreft divers onderzoek in het kader van de arbeidsmarkt. Het resterende deel is niet-juridisch verplicht budget bestemd om beleidsprioriteiten van het kabinet op het terrein van leraren (professionalisering onderwijspersoneel en aansluiting onderwijs op behoefte arbeidsmarkt) verder te ondersteunen.89Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan agentschappenHet budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingHet beschikbare bedrag in 2026 voor financiering van de onderwijsregio's en het stimuleren en ondersteunen van hun verdere ontwikkeling is € 272,4 miljoen.SubsidiesLerarenbeursVoor 2026 is er € 64,4 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling lerarenbeurs. De subsidie – voor zowel studiekosten als studieverlof – kan worden aangevraagd door leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), mbo en hbo voor het volgen van een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding.Zij-instroomOnder dit budget vallen twee verschillende subsidieregelingen:1.de regeling zij-instroom: voor 2026 is € 60,2 miljoen beschikbaar voor een subsidie voor de opleiding en begeleiding van zijinstromers in het po, vo en mbo via het traject zij-instroom in het beroep;2.de regeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar. Er is € 15,9 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling die als doel heeft om het leraren­tekort te verminderen door te bevorderen dat meer onderwijsassis­tenten en onderwijsondersteunend personeel de opleiding tot leraar gaan doen.Overige subsidiesEr is in totaal € 8,5 miljoen beschikbaar, waarvan circa € 1,3 miljoen voor de handhaving van het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid (SHRM) en de ondersteuning van scholen. Daarnaast zijn er subsidies voor specifieke projecten zoals de vorming van een beroepsgroeporganisatie.OpdrachtenTer ondersteuning, monitoring en evaluatie van het beleid worden opdrachten uitgezet voor expertise op het terrein van commu­nicatie, onderzoek en het maken van ramingen. Hiervoor is € 5,4 miljoen beschikbaar.Bijdrage aan agentschappenDUODUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor artikel 9.90Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.7 Artikel 11. StudiefinancieringA. Algemene doelstellingHet stelsel van studiefinanciering biedt studenten in het hoger beroepson­derwijs (ho), wetenschappelijk onderwijs (wo) en in de beroepsopleidende leerweg (bol) de financiële mogelijkheden om in Nederland en daarbuiten onderwijs te kunnen volgen.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor de doeltreffende en doelmatige werking van het stelsel van studiefinanciering, zoals geregeld in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000).FinancierenDe minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd. Er zijn geen onoverkomelijke financiële belemmeringen om te gaan studeren. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het principe dat studeren ook een investering van de student zelf is. Tevens wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders daaraan kunnen leveren.KengetallenVoor indicatoren/kengetallen over studiefinanciering wordt verwezen naar OCW in Cijfers.Tabel 47 Normbedragen studiefinanciering 2025 per maand in euro's1Normbedragen hoNormbedragen mbo/bolUitwonendThuiswonendUitwonendThuiswonendBasisbeurs€ 314,00€ 125,99€ 338,68€ 103,78Aanvullende beurs€ 475,17€ 475,17€ 455,22€ 427,82Maximaal leenbedrag€ 304,95€ 304,95€ 226,08€ 226,08Collegegeldkrediet€ 216,75€ 216,75n.v.tn.v.t.Totaal€ 1.310,87€ 1.122,86€ 1.019,98€ 757,681Peildatum 1 september 2025.C. BeleidswijzigingenUit een juridische analyse van de Landsadvocaat is gebleken dat de maatregel uit het hoofdlijnenakkoord die de ov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren afschaft, een aanmerkelijk juridisch risico vormt omdat dit mogelijk in strijd zou zijn met het EU-recht. De Minister van OCW heeft daarom besloten de vergoeding niet af te schaffen. Hiervoor is € 21,0 miljoen structureel geïntensiveerd, met een oploop vanaf € 2,8 miljoen in 2026. Een resterend besparingsverlies van € 9,0 miljoen op de maatregel, door een lager aantal studenten en lager bedrag per student, is verwerkt in de studiefinancieringsraming. Zie ook Eerste Suppletoire Begroting van OCW 2025.Daarnaast zijn er meerdere onderzoeken afgerond met betrekking tot de Wet studiefinanciering BES (WSF BES). Dit voorjaar is een onderzoek opgeleverd waarbij gekeken is naar de verschillen tussen de WSF 2000 en WSF BES. Daarbij is het principe van comply or explain gehanteerd. Dit principe gaat ervan uit dat beleidsintensiveringen in Europees Nederland op een zelfde manier van toepassing zijn op Caribisch Nederland, tenzij 91Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 er redenen zijn om dat niet te doen. In dat geval kunnen er maatwerkrege­lingen worden genomen.Eerder is ook al een onderzoek gedaan naar de toereikendheid van de normbedragen in de WSF BES. Uit de onderzoeken blijkt dat aanpassingen in de WSF BES wenselijk zijn, om te zorgen voor gelijkere wetgeving tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland en een passender bedrag aan studiefinanciering bij het studeren vanuit de WSF BES. Hiervoor wordt een bedrag van circa € 1,2 miljoen geïntensiveerd op artikel 11.Als laatste is vanuit het programma Vereenvoudiging Inkomensonder­steuning voor Mensen in samenwerking met andere departementen besloten om de nabetaling van uitkeringen op het toetsingsinkomen uit te sluiten van inkomensafhankelijke regelingen. Als mensen in een eerder kalenderjaar onterecht een te lage/geen uitkering hebben gekregen, krijgen ze te maken met een nabetaling. Deze nabetaling veroorzaakt een piekinkomen in het jaar van de nabetaling en kan leiden tot het terugvor­deren van toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Daardoor krijgen mensen minder inkomensondersteuning dan waar ze recht op hadden als de uitkering wel direct goed was vastgesteld. Deze aanpassing leidt tot hogere uitgaven op de aanvullende beurs. Hiervoor wordt in 2030 een bedrag van circa € 0,7 miljoen en structureel € 1,5 miljoen geïntensi­veerd op artikel 11.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 48 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (bedragen x € 1.000)1RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen5.418.7786.982.7354.612.3956.834.1415.494.6655.416.9325.388.806Uitgaven5.418.3006.982.7354.612.3956.834.1415.494.6655.416.9325.388.806Inkomensoverdrachten2.174.8684.012.1931.872.3894.465.8993.445.4073.562.6223.581.384Basisbeurs gift (R)360.774482.728640.706880.7141.129.7451.264.7031.277.440Aanvullende beurs gift (R)785.246835.512895.536965.6091.027.8261.056.1051.069.187Reisvoorziening gift (R)829.454896.12634.1821.028.4951.024.1381.017.0221.020.423Studievoorschotvouchers (R)16667.75626.96912.8445.51300Caribisch Nederland gift (R)1.9591.9592.3322.8673.2013.2013.201Tegemoetkoming (R)0922.96081.9151.382.01275.98844.13425.804Overige uitgaven (R)197.419205.152190.749193.358178.996177.457185.329Leningen3.012.2322.713.1672.481.0682.104.2851.799.6371.661.6401.626.038Basisbeurs Prestatiebeurs (NR)1.209.060873.126774.936513.146262.018118.78199.624Aanvullende beurs Prestatiebeurs (NR)244.247291.972239.349165.772110.25084.51768.682Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR)0262262262262262262Reisvoorziening (NR)120.16618.94521.49613.26925.54252.67867.568Rentedragende lening (NR)1.239.4121.323.2571.242.1631.211.8621.203.7291.209.3111.195.904Collegegeldkrediet (NR)150.753157.285154.197151.460149.339147.623146.195Levenlanglerenkrediet (NR)17.84018.60918.60918.60918.60918.60918.609Caribisch Nederland leningen (NR)262408408408408408408Overige uitgaven (NR)30.49229.30329.64829.49729.48029.45128.786Bijdrage aan agentschappen231.200257.375258.938263.957249.621192.670181.384Dienst Uitvoering Onderwijs (R)231.200257.375258.938263.957249.621192.670181.384Ontvangsten1.742.9312.832.7222.005.8852.813.4622.176.8362.209.3502.224.802Ontvangsten Relevant129.154279.894254.700508.151395.484416.427413.939Ontvangen rente (R)105.824253.547231.888485.433372.849393.863391.43992Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 RealisatieBegrotingOntvangsten Caribisch Nederland (R)729846847847846847846Overige ontvangsten (R)22.60125.50121.96521.87121.78921.71721.654Ontvangsten Niet - Relevant1.613.7772.552.8281.751.1852.305.3111.781.3521.792.9231.810.863Terugontvangen lening (NR)1.613.7172.552.7391.751.0962.305.2221.781.2631.792.8341.810.774Ontvangsten Caribisch Nederland (NR)608989898989891Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant.BudgetflexibiliteitTabel 49 Geschatte budgetflexibiliteit2026juridisch verplicht100,0%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd0,0%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Van het totale budget voor artikel 11 is voor 2026 100 procent juridisch verplicht op basis van de Wet studiefinanciering 2000. Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. De geraamde uitgaven Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de wet.ToelichtingZowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in de Ontwerpbegroting 2023 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee CBS. De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze begroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.E. Toelichting op de financiële instrumentenInkomensoverdrachtenBasisbeursOm de financiële toegankelijkheid tot het onderwijs te garanderen is er een basisbeurs voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) van achttien jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg (bol) en voor studenten op het hbo en wo. Voor studenten in de bol niveau 1 en 2 is de basisbeurs direct een gift. Studenten in de bol niveau 1 en 2 vallen niet onder het prestatiebeursregime omdat studenten op deze niveaus nog niet over een startkwalificatie beschikken. Voor wie er niet in slaagt een startkwalificatie te halen, wordt het terugbetalen van de prestatiebeurs al 93Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 snel problematisch. Door het beschikbaar stellen van de basisbeurs in de vorm van een gift, worden financiële belemmeringen weggenomen voor studenten in de bol niveau 1 en 2.Studenten in de bol niveau 3 en 4 en studenten in het hbo en wo hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime. De prestatiebeurs is voor hen een lening, die wordt omgezet in een gift indien de opleiding met succes wordt afgerond binnen tien jaar na het eerste moment waarop studiefinanciering is opgenomen. Het prestatiebeursregime stimuleert hen daarmee om af te studeren.Tabel 50 Totaal aantal studenten met studiefinanciering2024202520262027202820292030Studenten met basisbeurs1630.047616.400609.000602.700603.000603.200602.000Bol184.836184.600191.400197.900203.900208.800211.400Hbo272.993264.700256.600250.200246.900244.300242.200Wo172.218167.100161.000154.600152.200150.100148.400Studenten zonder basisbeurs2130.397132.400134.600133.200132.000130.900130.000Bol15.49515.50016.00016.60017.10017.50017.700Hbo55.44755.10054.70053.70053.00052.40052.000Wo59.45561.80063.90062.90061.90061.00060.300Totaal760.444748.800743.600735.900735.000734.100732.0001Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingDeze gegevens laten het verwachte gebruik zien van de regeling. Het aantal studenten met studiefinanciering volgt het aantal voltijdsstudenten in het hbo, wo en de bol, maar ligt lager omdat niet iedere student die ingeschreven is ook daadwerkelijk aanspraak maakt op studiefinanciering. Naast de groep studenten met een basisbeurs is er een groep die geen aanspraak meer kan maken op de basisbeurs (omdat de maximale duur is verbruikt), maar (nog) wel recht heeft op een lening en eventueel de reisvoorziening. De gegevens zijn inclusief aantallen studenten die met meeneembare studiefinanciering een volledige opleiding in het buitenland volgen.Tabel 51 Uitgaven basisbeurs gift (bedragen x € 1.0002024202520262027202820292030Uitbetaalde basisbeurs gift185.05679.21188.10092.20295.25597.21598.052Bol78.34474.00482.68786.66489.55191.21391.639Hbo1.6491.1601.1681.1451.1291.1171.107Wo5.0634.0474.2454.3934.5754.8855.306Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs2275.718403.517552.606788.5121.034.4901.167.4881.179.388Bol205.583217.495216.730219.902223.912224.935227.777Hbo39.271134.962190.294315.130447.861515.116524.964Wo30.86451.060145.582253.480362.717427.437426.647Totaal360.774482.728640.706880.7141.129.7451.264.7031.277.4401Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFIn de bovenstaande tabel worden de geraamde relevante uitgaven voor de basisbeurs gepresenteerd. De hoogte van de basisbeurs is genormeerd en wordt verstrekt gedurende de nominale studieduur. Als gevolg van de herinvoering van de basisbeurs stijgen de omzettingen van prestatie­beurs naar gift in het hbo en wo. De oploop in de uitgaven komt door 94Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 de prestatiebeurssystematiek. De basisbeurs wordt in eerste instantie verstrekt in de vorm van een lening. Bij het behalen van een diploma wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Op dat moment drukken de uitgaven ook op de begroting als relevante uitgaven.Aanvullende beursIn de studiefinanciering wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders kunnen leveren aan de opleiding van hun kinderen. Daarom wordt rekening gehouden met een zogenoemde ouderlijke bijdrage. In het geval dat ouders onvoldoende inkomen hebben om die bijdrage te leveren, hebben studenten een extra financiële belemmering. Om deze belemmering weg te nemen wordt aan hen een aanvullende beurs verstrekt die afhankelijk is van het ouderlijk inkomen.Studenten in de bol niveau 1 en 2 met recht op aanvullende beurs krijgen dit direct als gift, aangezien zij nog geen startkwalificatie hebben bereikt.Studenten in de bol niveau 3 en 4 en in het hbo en wo met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime. De eerste vijf maanden krijgen de studenten in het hbo en wo de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Studenten in de bol niveau 3 en 4 krijgen de eerste twaalf maanden de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Na deze periode wordt de aanvullende beurs uitgekeerd onder het prestatiebeursregime.Vanaf studiejaar 2023/2024 is de wet herinvoering basisbeurs in werking getreden. In het hbo en wo krijgen, als onderdeel van deze wet, meer studenten recht op een aanvullende beurs, omdat de inkomensgrens daarvoor is verhoogd vanaf 1 januari 2024.Tabel 52 Totaal aantal studenten met een aanvullende beurs2024202520262027202820292030Bol195.072100.200104.300108.000111.400114.000115.300Hbo138.290136.800132.700129.500127.700126.400125.300Wo262.53461.80059.70057.40056.50055.80055.100Totaal295.896298.800296.700294.900295.600296.200295.7001Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingDe bovenstaande tabel laat het aantal studenten met een aanvullende beurs zien. Momenteel zijn op het hbo de meeste aanvullende beurs gebruikers, met daaropvolgend de bol en tot slot het wo.Tabel 53 Uitgaven aanvullende beurs gift (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Uitbetaalde aanvullende beurs gift1298.906319.584343.235352.413359.829364.891366.701bol215.770233.856256.023266.542274.982280.798283.304hbo60.24561.70862.26661.05360.21859.57659.027wo22.89124.02024.94624.81824.62924.51724.370Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs2486.340515.928552.301613.196667.997691.214702.486bol144.425148.923145.759149.648154.764162.799172.294hbo244.756263.836285.083317.675348.450365.631370.767wo97.159103.169121.459145.873164.783162.784159.425Totaal785.246835.512895.536965.6091.027.8261.056.1051.069.1871Bron 2024: realisatiegegevens DUO95Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2Bron 2025– 2030 ramingsmodel SFToelichtingIn de bovenstaande tabel worden de geraamde relevante uitgaven voor de aanvullende beurs gepresenteerd. De hoogte van de aanvullende beurs is genormeerd. Voor studenten in de bol is de aanvullende beurs, naast het inkomen van de ouders, onder meer afhankelijk van de woonsituatie van de studerende; een thuis- of uitwonende student ontvangt maximaal respectie­velijk € 427,82 of € 455,22 (zie tabel ‘Normbedragen studiefinanciering 2025 per maand in euro's’).In de tabel is een duidelijke stijging van de uitgaven aan aanvullende beurs te zien. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de verruiming van inkomensgrens van de aanvullende beurs in het hbo en wo en doordat de uitgaven voor een groot deel afhankelijk zijn van de prijsontwikkeling. Daarnaast heeft DUO diverse maatregelen getroffen om het niet-gebruik van de aanvullende beurs tegen te gaan. Ook is de ontwikkeling in het aantal studenten (met minder draagkrachtige ouders) en de deelname aan het onderwijs hier van invloed. Zo is er sprake van een krimpende studenteninstroom op het hbo en wo wat zorgt een voor lichte daling in het aantal giften. Ook exogene factoren spelen een rol, zoals de ontwikkeling van de conjunctuur en de daarmee samenhangende inkomensontwikkeling.De oploop in de uitgaven komt door de prestatiebeurssystematiek (in hbo, wo en bol 3-4). De aanvullende beurs wordt in eerste instantie verstrekt in de vorm van een lening. Bij het behalen van een diploma wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Op dat moment drukken de uitgaven ook op de begroting als relevante uitgaven. Hierdoor wordt het effect van de dalende studenteninstroom in het hbo en wo pas later zichtbaar in de omzettingen.ReisvoorzieningAls onderdeel van het stelsel van studiefinanciering, draagt een reisvoor­ziening bij aan de toegankelijkheid van het onderwijs. Meer in het bijzonder is het doel van de reisvoorziening om studenten te faciliteren in het reizen van huis naar de onderwijsinstelling en van huis naar de stageplaatsen.Tabel 54 Totaal aantal studenten met reisvoorziening2024202520262027202820292030Aantal gebruikers van het reisrecht1789.513788.400789.800779.300771.600770.400767.800Bol minderjarig104.158109.600112.500112.700112.800111.500110.000Bol181.297179.900186.200193.100199.600205.100208.600Ho504.058498.900491.100473.500459.200453.800449.200Aantal RBS216.96516.70016.50016.20016.10016.10015.900Bol1.8261.8001.9001.9002.0002.1002.100Ho15.13914.90014.60014.30014.10014.00013.800Totaal806.478805.100806.300795.500787.700786.500783.7001Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingDe reisvoorziening kan in twee vormen worden toegekend: een reisproduct of een persoonlijke ov-chipkaart (week- of weekendabonnement) of een financiële vergoeding voor studenten die studeren in het buitenland (reisvergoeding buitenland studerenden (RBS)).96Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Voltijdstudenten in het hbo en wo kunnen gebruik maken van de reisvoor­ziening voor de duur van de nominale studie en één uitloopjaar.Studenten in de bol kunnen gebruik maken van de reisvoorziening voor de duur van de nominale studie en drie uitloopjaren. Minderjarige bol studenten hebben ook recht op de reisvoorziening.De reisvoorziening is onderdeel van de prestatiebeurs voor studenten in de bol niveau 3 en 4 en voor studenten in het hbo en wo. Voor studenten in de bol niveau 1 en 2 wordt de reisvoorziening direct als gift verstrekt.Tabel 55 Uitgaven reisvoorziening (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Uitbetaalde reisvoorziening gift196.46292.97195.16598.610102.037104.947107.392Bol75.32372.78276.26379.48682.66085.22687.312Ho21.13920.18918.90319.12419.37819.72120.080Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs2838.029879.787896.737906.252901.709893.013894.586Bol281.316286.075289.221291.366289.381296.758309.636Ho556.712593.711607.516614.886612.328596.255584.949Bijdrage studerenden aan OV-contract‒ 1.093.874‒ 1.035.071‒ 1.057.021‒ 1.061.965‒ 1.072.327‒ 1.092.123‒ 1.110.405Bol‒ 396.160‒ 381.153‒ 401.183‒ 419.047‒ 436.670‒ 451.319‒ 463.251Ho‒ 697.715‒ 653.918‒ 655.838‒ 642.918‒ 635.657‒ 640.805‒ 647.154Kosten contract OV-bedrijven988.838958.44099.3001.085.5981.092.7181.111.1851.128.851Totaal reisvoorziening829.454896.12634.1821.028.4951.024.1381.017.0221.020.4231Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingBij de kosten contract ov-bedrijven zijn de jaarlijkse kosten lastig met elkaar te vergelijken. Dit heeft te maken met de verschillende kasschuiven. Contractueel is vastgelegd dat het Ministerie van OCW de vergoeding voor de ov-studentenkaart uiterlijk medio januari van het betreffende jaar aan de vervoerbedrijven betaalt. Door de betaling aan de vervoerbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar te doen, kan zonder af te wijken van de afspraken met de vervoerbedrijven, een bijdrage worden geleverd aan de optimalisering van de kasritmes van de staat over de jaren heen.Er heeft een kasschuif van € 1,0 miljard plaatsgevonden van 2025 naar 2024. Ook vindt er een kasschuif plaats van € 970,0 miljoen van 2026 naar 2025. Omdat er (vooralsnog) geen kasschuif plaatsvindt van 2027 naar 2026, zijn de kosten contract ov-bedrijven voor 2026 veel lager dan andere jaren.Caribisch NederlandStudenten uit Caribisch Nederland ontvangen studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering BES (WSF BES). Studenten uit Bonaire, Saba en Sint-Eustatius krijgen hiermee de mogelijkheid om te studeren in de Caribische regio, in Europees Nederland, in de Verenigde Staten of in Canada.Vanaf 2026 is het budget voor Caribisch Nederland verhoogd vanwege het voornemen om de WSF BES aan te passen naar aanleiding van meerdere rapporten over deze wet. Vanaf 2028 is er structureel € 1,2 miljoen geboekt ten behoeve van de aanpassingen op de WSF BES.97Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 StudievoorschotvouchersIn de Wet herinvoering basisbeurs is de vorm van de studievoorschotvou­chers aangepast. De doelgroep van de studievoorschotvouchers betreft studenten die in de collegejaren 2015-2016 tot en met 2018-2019 voor het eerst een opleiding met studiefinanciering zijn gaan doen en daarvoor binnen de diplomatermijn een diploma hebben behaald. De resulterende tegemoetkoming bedraagt circa € 2.097 (prijspeil 2025) per student. Naar schatting maken 374.000 studenten gebruik van deze regeling. De financiële reeks voor de studievoorschotvouchers is in tabel 48 opgenomen.TegemoetkomingDe Wet herinvoering basisbeurs regelt dat studenten die daar recht op hebben, vanaf 2025 een tegemoetkoming krijgen wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. De tegemoetkoming is bedoeld voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. De student ontvangt een tegemoetkoming voor elke maand dat die onder het leenstelsel heeft gestudeerd. Daarbij geldt een minimale periode van 12 maanden die men onder het leenstelsel moet hebben gestudeerd. In de wet is het per maand beschikbare bedrag voor de tegemoetkoming opgenomen van € 34,17 (prijspeil 2025). Naar schatting zullen er ongeveer 916.500 studenten gebruik maken van deze regeling. De financiële reeks voor de tegemoetkoming is in tabel 48 opgenomen. Daarnaast zijn er in deze reeks de middelen opgenomen voor de aanvullende tegemoetkoming uit het Hoofdlijnenakkoord. Deze wordt naar verwachting vanaf 2027 uitgekeerd.Overige uitgavenDe geraamde overige uitgaven omvatten voornamelijk technische posten, waaronder kortlopende vorderingen als gevolg van onterechte verstrekte beurzen en kwijtscheldingen. Tot en met 2027 zijn de overige uitgaven hoger doordat er in deze jaren in de raming rekening is gehouden met kwijtschelding als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire.LeningenOnder de niet-relevante uitgaven vallen de uitgaven die niet-relevant zijn voor het EMU-saldo, maar wel doorwerken op de EMU-schuld. Het betreft hier de prestatiebeurzen, de rentedragende leningen, het collegegeldkrediet en het levenlanglerenkrediet.BasisbeursVanaf studiejaar 2023/2024 ontvangen studenten in het hbo en wo, die nog aanspraak maken op studiefinanciering, weer een basisbeurs. Deze studenten en de studenten in de bol niveau 3 en 4 hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime.98Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 56 Uitgaven basisbeurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Uitbetaalde basisbeurs11.587.3981.389.4621.354.9191.324.7351.317.7151.312.4461.306.439Bol261.968252.609259.401267.234275.163282.029286.177hbo699.093623.337602.511585.958578.214572.341567.454Wo629.927513.516493.007471.543464.338458.076452.808Toeslagenaffaire‒ 3.590Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs2‒ 275.719‒ 403.517‒ 552.606‒ 788.512‒ 1.034.490‒ 1.167.488‒ 1.179.388Bol‒ 205.583‒ 217.495‒ 216.730‒ 219.902‒ 223.912‒ 224.935‒ 227.777Hbo‒ 39.272‒ 134.962‒ 190.294‒ 315.130‒ 447.861‒ 515.116‒ 524.964Wo‒ 30.864‒ 51.060‒ 145.582‒ 253.480‒ 362.717‒ 427.437‒ 426.647Naar lening omgezette basisbeurs prestatiebeurs‒ 102.618‒ 112.819‒ 27.377‒ 23.077‒ 21.207‒ 26.177‒ 27.427Bol‒ 15.482‒ 20.877‒ 20.877‒ 20.877‒ 20.877‒ 20.877‒ 22.127Hbo‒ 77.242‒ 81.553‒ 5.000‒ 1.500‒ 300‒ 300‒ 300Wo‒ 9.894‒ 10.389‒ 1.500‒ 700‒ 30‒ 5.000‒ 5.000Totaal1.209.060873.126774.936513.146262.018118.78199.6241Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingIn de bovenstaande tabel worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de basisbeurs gepresenteerd. De tijdelijke koopkrachtmaatregel voor uitwonende studenten gedurende het studiejaar 2023-2024 zorgt voor hogere toekenningen zowel in de bol als in het ho in 2023 (niet zichtbaar in tabel) en 2024. De hogere negatieve uitgaven aan de omzetting naar lening in 2024 en 2025 voor het hbo en wo betreft beurzen uit het oude basisbeurs­stelsel.Tabel 57 Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Uitbetaalde aanvullende beurs787.707869.602853.352840.670839.949838.432835.870bol169.074200.806206.174212.369218.664224.108227.379hbo427.340461.400447.312436.338432.260427.859424.201wo192.691207.396199.866191.963189.025186.465184.290toeslagenaffaire‒ 1.398Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs‒ 486.340‒ 515.927‒ 552.300‒ 613.195‒ 667.997‒ 691.213‒ 702.485bol‒ 144.425‒ 148.923‒ 145.759‒ 149.648‒ 154.764‒ 162.799‒ 172.294hbo‒ 244.756‒ 263.835‒ 285.082‒ 317.674‒ 348.450‒ 365.630‒ 370.766wo‒ 97.159‒ 103.169‒ 121.459‒ 145.873‒ 164.783‒ 162.784‒ 159.425Naar lening omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs‒ 57.120‒ 61.702‒ 61.702‒ 61.702‒ 61.702‒ 62.702‒ 64.702bol‒ 13.250‒ 16.838‒ 16.838‒ 16.838‒ 16.838‒ 16.838‒ 16.838hbo‒ 33.273‒ 34.707‒ 34.707‒ 34.707‒ 34.707‒ 34.707‒ 34.707wo‒ 10.598‒ 10.158‒ 10.158‒ 10.158‒ 10.158‒ 11.158‒ 13.158Totaal244.247291.972239.349165.772110.25084.51768.682Aanvullende beursStudenten in de bol niveau 3 en 4 en het hbo en wo met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime. De eerste 5 maanden krijgen de studenten in het ho de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Studenten in de bol niveau 3 en 4 krijgen de eerste 12 maanden de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Na deze periode wordt de aanvullende beurs uitgekeerd onder het prestatiebeursregime.99Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Als gevolg van de prijsontwikkeling en de verruiming van inkomensgrens van de aanvullende beurs in het hbo en wo, zijn de uitgaven aan toeken­ningen in het bol en hbo en wo vanaf 2024 gestegen.ToelichtingIn tabel 57 worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de aanvullende beurs gepresenteerd. Voor het verloop van deze uitgaven gelden dezelfde factoren als voor de relevante uitgaven aan de aanvullende beurs.ReisvoorzieningTabel 58 Uitgaven reisvoorziening prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Uitbetaalde reisvoorziening11.017.981964.596982.842984.683992.0141.009.3841.025.692Bol323.401310.784327.160341.927356.500368.699378.640Ho697.292653.811655.682642.756635.513640.685647.052Toeslagenaffaire‒ 2.712000000Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs2‒ 838.029‒ 879.786‒ 894.984‒ 904.480‒ 899.912‒ 891.190‒ 892.735Bol‒ 281.316‒ 286.075‒ 288.918‒ 291.046‒ 289.044‒ 296.406‒ 309.271Ho‒ 556.712‒ 593.711‒ 606.066‒ 613.434‒ 610.868‒ 594.784‒ 583.464Naar lening omgezette reisvoorziening prestatiebeurs‒ 59.786‒ 65.864‒ 66.362‒ 66.934‒ 66.560‒ 65.516‒ 65.389Bol‒ 10.035‒ 13.845‒ 13.568‒ 13.494‒ 13.345‒ 13.711‒ 14.452Ho‒ 49.751‒ 52.019‒ 52.794‒ 53.440‒ 53.215‒ 51.805‒ 50.937Totaal reisvoorziening120.16618.94521.49613.26925.54252.67867.5681Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichtingIn tabel 58 worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de reisvoor­ziening gepresenteerd.Tabel 59 Relevante ontvangsten (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Ontvangen rente1105.824253.547231.888485.433372.849393.863391.439Overige ontvangsten22.60125.50121.96521.87121.78921.71721.654Langlopende vorderingen980857749655573501438Kortlopende vorderingen21.62124.64421.21621.21621.21621.21621.216Ontvangsten Caribisch Nederland2729846847847846847846Totaal relevante ontvangsten129.154279.893254.699508.151395.484416.426413.9391Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFToelichting rentedragende lening, collegegeldkrediet en levenlanglerenkredietNaast de studiebeurzen kunnen studenten ook geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De afgelopen jaren daalde het percentage studenten dat gebruik maakt van een lening. Daarnaast heeft de herin­voering van de basisbeurs ervoor gezorgd dat er minder studenten zijn gaan lenen. Ook wordt er een lager bedrag geleend. De uitgaven aan de rentedragende lening, het collegegeldkrediet en het levenlanglerenkrediet groeien mee met de raming van de studentenaantallen.100Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan agentschappenDUO is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, finan-ciering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.OntvangstenLeningen worden terugbetaald naar draagkracht. Wie gelet op zijn of haar inkomen niet kan terugbetalen, hoeft niet of minder terug te betalen. Voor wie bewust leent, is de studielening hiermee een veilig instrument voor de financiering van onderwijs.Relevante ontvangstenDe relevante ontvangsten bestaan uit verschillende posten, waarvan de ontvangen rente de grootste is. Het rentepercentage op studiele­ningen is sinds 2023 weer positief. De rente wordt voor studenten na afstuderen eens per vijf jaar vastgesteld. De komende jaren komt er naar verwachting dus telkens een nieuw cohort bij die rente moet gaan betalen. Hierdoor lopen de renteontvangsten de komende jaren op. De overige relevante ontvangsten bestaan voor het grootste deel uit ontvangsten op de kortlopende vorderingen, die ontstaan doordat onterecht ontvangen studiefinanciering wordt teruggevorderd. De ontvangsten op langlopende vorderingen bestaan uit leningen van vóór 1992 waarover geen rente verschuldigd is. De ontvangsten Caribisch Nederland betreft ontvangsten op leningen die verstrekt zijn aan studenten uit het Caribisch gebied. De niet-relevante ontvangsten ontstaan door terugbetaling van de hoofdsom op studieleningen. De ontvangsten nemen de komende jaren toe, omdat er in eerdere jaren meer en vaker is geleend. Daarnaast heeft (de toekenning van) de tegemoetkoming voor de leenstelselstudenten gevolgen voor de niet-relevante ontvangsten. Studenten zonder studie­schuld krijgen de tegemoetkoming uitbetaald. Voor leenstelselstudenten met een studieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op de openstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschulden wordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een (hogere) niet-relevante ontvangst. Deze verlaging is het grootst in 2025 en 2027 omdat in deze jaren de grootste groepen leenstelselstudenten de tegemoetkoming (2025), de tegemoetkoming studievouchers (2025) en de aanvullende tegemoet­koming (2027) krijgen toegekend.101Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.8 Artikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkostenA. Algemene doelstellingDe tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zorgt ervoor dat leerlingen vanaf achttien jaar in het voortgezet onderwijs (vo) en studenten aan een lerarenopleiding de financiële mogelijkheden hebben om onderwijs te volgen.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het onderwijs in Nederland.FinancierenDe minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd. De leerling (voortgezet onderwijs) of student (lerarenop­leiding) kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming bestaande uit een maandelijkse basistoelage, een eventuele inkomensafhankelijke bijdrage in de schoolkosten en een eventuele inkomensafhankelijke bijdrage in het les- of cursusgeld.Indicatoren/kengetallenVoor indicatoren/kengetallen over de Wet tegemoetkoming onderwijsbij­drage en schoolkosten (WTOS) wordt verwezen naarOCW in Cijfers.Tabel 60 Normbedragen WTOS in euro's (per maand, tenzij anders vermeld)SchoolkostenLes- of cursusgeldBasis­toelage thuiswonendBasistoelage uitwonendLeerlingen in het vo vanaf 18 jaar1Vo onderbouw100,7000Niet bekostigd vo onderbouw137,9121,5142,9333,1Vo bovenbouw110,30142,9333,1Niet bekostigd vo bovenbouw147,5121,5142,9333,1Vso66,90142,9333,1Vavo147,5121,5142,9333,1Tegemoetkoming studenten 18+ deeltijd en vavo 18+ deeltijdBij 540 of meer lesminuten per week397,0465,600Tussen 270 en 540 minuten per week267,5310,400Lerarenopleidingen927,9567,2001Peildatum schooljaar 2024/2025ToelichtingDe normbedragen zijn gedifferentieerd naar schoolsoort en naar fase (boven- en onderbouw) op basis van kostenverschillen. Havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 worden tot de vo bovenbouw gerekend, de andere schoolsoorten in het vo tot de onderbouw.C. BeleidswijzigingenEr zijn voor dit artikel geen beleidswijzigingen voorzien.102Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 61 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (bedragen x € 1.000)1RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen78.25374.23574.66074.51174.41974.10773.111Uitgaven78.25474.23574.66074.51174.41974.10773.111Inkomensoverdracht74.88470.82370.84970.60570.55770.26169.232Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)3.1373.1373.2523.2523.2523.2523.252Tegemoetkoming deeltijd (R)2.7702.7702.8482.8482.8482.8482.848Tegemoetkoming vavo voltijd (R)5.4455.1465.1234.9954.9634.9454.913Tegemoetkoming vo voltijd (R)60.26656.67256.37656.17356.09655.79654.827Tegemoetkoming vso voltijd (R)3.2663.0983.2503.3373.3983.4203.392Leningen20212121212121Omboeking van kort- naar langlopende vorderingen (NR)20212121212121Bijdrage aan agentschappen3.3503.3913.7903.8853.8413.8253.858Dienst Uitvoering Onderwijs3.3503.3913.7903.8853.8413.8253.858Ontvangsten2.0731.9621.9051.8991.8971.8941.870Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) en deeltijd vo (R)291291291291291291291Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)1.7751.6711.6141.6081.6061.6031.579Minderjarige deelnemers bol (R)70000001Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant.BudgetflexibiliteitTabel 62 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht100,0%Bestuurlijk gebonden0,0%Beleidsmatig gereserveerd0,0%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Van het totale budget voor artikel 12 is voor 2026 100 procent juridisch verplicht op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. De geraamde uitgaven aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de wet.E. Toelichting op de financiële instrumentenInkomensoverdrachtOnderstaande aantallen geven een indicatie van het gebruik van de diverse regelingen. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld. Uitgangspunt is dat de WTOS wordt benut door de groepen voor wie deze bedoeld is.103Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 63 Aantal gebruikers per regeling2024202520262027202820292030Aantal gebruikers tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo en vavo16.1626.2006.2006.2006.2006.2006.200Aantal meerderjarige gebruikers v(s)o en vavo229.50527.40026.50026.40026.40026.30025.8001Bron 2024: realisatiegegevens DUO2Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SFLeningHet bedrag dat onder het instrument lening is geboekt betreft uitgaven aan de rentedragende lening op de WTOS.Bijdrage aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie­voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.OntvangstenDe geraamde ontvangsten hebben betrekking op te veel of ten onrechte uitgekeerde WTOS-uitkeringen.104Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.9 Artikel 13. LesgeldenA. Algemene doelstellingHet genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs.B. Rol en verantwoordelijkheidFinancierenDe minister financiert een groot deel van de kosten voor het volgen van kwalitatief goed onderwijs, omdat de maatschappij baat heeft bij geschoolde burgers. Het individu heeft echter ook profijt van scholing en betaalt daarom lesgeld.Indicatoren/kengetallenIn de Les- en cursusgeldwet is vastgelegd voor wie, wanneer en op welke wijze het lesgeld wordt vastgesteld. De hoogte van het lesgeld wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene prijsontwikkeling. Het lesgeldbedrag voor 2025/2026 bedraagt € 1.458.C. BeleidswijzigingenEr zijn voor dit artikel geen beleidswijzigingen voorzien.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 64 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen18.91619.07321.45421.88921.59621.44821.637Uitgaven18.91619.07321.45421.88921.59621.44821.637Bijdrage aan agentschappen18.91619.07321.45421.88921.59621.44821.637Dienst Uitvoering Onderwijs18.91619.07321.45421.88921.59621.44821.637Ontvangsten242.117250.713267.416286.296304.948323.290338.176BudgetflexibiliteitTabel 65 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht100,00%Bestuurlijk gebonden0,00%Beleidsmatig gereserveerd0,00%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 13 is voor 2026 100 procent juridisch verplicht. De geraamde uitgaven aan de Dienst Uitvoering Onderwijs zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de Les- en cursusgeldwet.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenBijdrage aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, studiefinanciering en informatievoorziening. De geraamde uitgaven betreffen het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.OntvangstenDoor het betalen van lesgeld leveren deelnemers en leerlingen van 18 jaar en ouder een bijdrage in de kosten van het onderwijs.Tabel 66 Aantal lesgeldplichtigen2024202520262027202820292030Bol/vo1,2176.573175.200181.400188.100194.400199.800203.2001Bron 2025 – 2030: ramingsmodel SF2Bron 2024: realisatiegegevens DUOToelichtingBovenstaande tabel geeft een beeld van het bereik van de regeling. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld, omdat het aantal lesgeldplichtigen een afgeleide is van de demografische ontwikkelingen en de keuze van opleiding door de studenten.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.10 Artikel 14. CultuurA. Algemene doelstellingHet bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. De minister is medeverantwoordelijk voor de uitvoering van taken die voortvloeien uit de Omgevingswet. Volgens de Wet op het specifiek cultuurbeleid is de minister belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt. Op grond van de Erfgoedwet is de minister belast met de zorg voor erfgoed van nationaal belang, zoals aangewezen rijksmonumenten en de Rijkscollectie.FinancierenDe minister heeft een financierende rol door het bekostigen van de culturele basisinfrastructuur, de museale instellingen met een wettelijke taak en subsidiëring van een aantal specifieke (wettelijke) programma's en regelingen, onder meer op het gebied van erfgoed, kunsten en bibliotheken.StimulerenDe minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuur­sector door een aantal programma’s, als cultuureducatie, leesbevor­dering, cultuurparticipatie, arbeidsmarkt, ondernemerschap, internationaal cultuurbeleid en diverse programma’s op erfgoed.RegisserenDe minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed (waaronder de rijkscollectie) en (digitale) archieven. Het gaat dan onder meer over de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van de laatste twee wetten ligt bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de rijksgesubsidieerde musea zijn onder andere belast met de uitvoering van de Erfgoedwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.BeleidsinformatieDe onderbouwing van de doelstellingen op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie, (beleids)evaluaties en onderzoek wordt zo compleet mogelijk op de website OCW in Cijfers gepubliceerd. Ook worden beleidsindicatoren en monitoringsmatrices op deze website weergegeven. Daarnaast brengt de Boekmanstichting met de Cultuurmonitor, in opdracht van het Ministerie van OCW, trends en ontwikkelingen in het culturele leven in Nederland in beeld. De Erfgoedmonitor bevat feiten en cijfers over erfgoedthema’s en geeft inzicht in de ontwikkeling en staat van het erfgoed in Nederland.107Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van cultuur beschreven.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 67 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen3.731.658879.109719.045801.419778.6541.203.9491.373.004Uitgaven1.389.0261.464.9231.418.0281.485.9511.435.0691.422.7621.411.501Bekostiging1.078.6961.200.4991.197.0771.281.5431.281.2081.275.2661.271.968Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen250.746277.757279.895279.879280.411276.839276.829Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen287.042339.370338.938338.364338.306336.920336.417Museale instellingen met een wettelijke taak280.414281.859283.982282.827282.827282.178281.138Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen41.91035.86236.49398.11598.57197.89997.312Digitale openbare bibliotheek19.24719.81619.81619.81619.81619.81619.816Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten14.46214.72814.72814.72814.72814.72814.728Monumentenzorg151.404194.638177.328173.615174.785179.767179.239Archieven (incl. Regionale Historische Centra)33.47136.46945.89743.65941.22439.28038.650Cultuureducatie (via primair onderwijs)00030.54030.54027.83927.839Subsidies (regelingen)137.555112.101116.13994.50550.17149.20445.715Verbreden inzet cultuur15.76414.56511.20212.64812.57312.89812.898Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)10.8779.41410.0589.2539.2535.9305.930Programma leesbevordering42.75734.32234.95810.1356.9206.9206.920Creatieve Industrie2.7603.3463.1683.0892.0132.0402.040Specifiek cultuurbeleid57.03535.93221.10018.43517.40319.58715.922Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed7.7815.3623.4022.1161.7341.7341.734NGF CIIIC5819.16032.25138.82927595271Opdrachten25.66831.00640.05741.18636.46333.95031.405Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis1.1802.5292.0542.0542.0542.0542.054Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed13.99714.81820.05017.60817.32716.64616.646NGF Opdrachten09294.3248.0384.0912.58136Overige opdrachten10.49112.73013.62913.48612.99112.66912.669Bijdrage aan agentschappen62.79579.41461.08663.41661.92658.64057.311Nationaal Archief62.79579.41461.08663.41661.92658.64057.311Bijdragen aan medeoverheden82.35439.8311.6423.2743.2743.6753.075Bijdragen aan medeoverheden82.35439.8311.6423.2743.2743.6753.075Bijdrage aan (inter)nationale organisaties1.9582.0722.0272.0272.0272.0272.027Bijdragen aan (inter)nationale organisaties1.9582.0722.0272.0272.0272.0272.027Ontvangsten44.70624.95211.27411.27411.27411.27411.274108Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 68 Uitsplitsing verplichtingenRealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen3.731.658879.109719.045801.419778.6541.203.9491.373.004Waarvan garantieverplichtingen‒ 36.142‒ 43.09700000Waarvan overige verplichtingen3.767.800922.206719.045801.419778.6541.203.9491.373.004De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan diverse musea. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Daarnaast betreft het garantstellingen in het kader van de indemniteitsregeling en de achterborgovereenkomst. Deze verplichtingen worden niet geraamd.BudgetflexibiliteitTabel 69 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht95,33%Bestuurlijk gebonden0,03%Beleidsmatig gereserveerd4,64%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 14 is voor 2026 95,3 procent juridisch verplicht.BekostigingHet beschikbare budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op betalingen aan culturele instel­lingen, cultuurfondsen en monumenteneigenaren. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Erfgoedwet, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en onderliggende besluiten en regelingen. Het moment van juridisch verplichten gaat vooraf aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft. De budgetten voor de culturele basisinfrastructuur (instellingen en fondsen) en de subsidie publieksactiviteiten van musea met een wettelijke taak zijn tot en met 2028 juridisch verplicht. De bekostiging van de musea op grond van de Erfgoedwet voor collectie en beheer gebeurt jaarlijks in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.SubsidiesVan het beschikbare budget is 67,6 procent juridisch verplicht. Dit betreft het deel van de subsidies waarvoor voor de start van 2026 een beschikking is verstuurd, zoals met name de vierjarige subsidies aan de rijkscultuur­fondsen voor internationaal cultuurbeleid.OpdrachtenVan het beschikbare budget is 30,4 procent juridisch verplicht. Dit betreft het deel van de opdrachten waarvoor voor de start van 2026 een opdracht is verstrekt, zoals voor de cultuurkaart.Bijdrage aan agentschappenDit betreft de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief (NA). Het budget voor 2026 is 100 procent juridisch verplicht.109Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan medeoverhedenVan het beschikbare budget voor 2026 is 54,0 procent juridisch verplicht. Dit betreft uitkeringen aan medeoverheden waarvoor voor de start van 2026 een beschikking is verstuurd, zoals voor de ondersteuning bibliotheken in Caribisch Nederland.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesVan het beschikbare budget is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de contributies voor (inter)nationale verdragen en lidmaatschappen. Deze contributies lopen door tot wederopzegging en dragen bij aan de uitvoering van internationale afspraken.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingCulturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingenIn de culturele basisinfrastructuur worden instellingen voor een periode van vier jaar bekostigd. In de Regeling op het specifiek cultuurbeleid zijn de criteria opgenomen waar instellingen aan moeten voldoen voor de periode 2025–2028 om in aanmerking te komen voor deze bekostiging. De besluiten voor de periode 2025–2028, inclusief de financiële kaders, zijn opgenomen in de Prinsjesdagbrief Culturele basisinfrastructuur 2025-2028 van 17 september 2024.Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsenDe rijkscultuurfondsen zijn samen met de vierjaarlijkse instellingen onderdeel van de basisinfrastructuur. De cultuurfondsen spelen een belangrijke rol in het cultuurstelsel en financieren naast projecten en makers ook instellingen in het Koninkrijk der Nederlanden. Zij zorgen voor vernieuwing en experiment, innovatie en talentontwikkeling en zoeken met de door hen ondersteunende activiteiten actief naar verbinding met publiek. Ook hebben de fondsen een signalerende functie voor ontwikkelingen in het veld. De Tweede Kamer is in de brief van 16 juni 2023 over de beleidskaders 2025-2028 van de fondsen geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 499). In de Prinsjesdagbrief culturele basisinfrastructuur 2025-2028 van 17 september 2024 is een overzicht van de aanvragen en toekenningen van de meerjarige instellingen via de rijkscultuurfondsen opgenomen en een bijlage van de financiële kaders.Museale instellingen met een wettelijke taakOp basis van de Erfgoedwet zijn museale instellingen belast met de zorg voor het beheer van de museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen of verzamelingen. Hiervoor ontvangen deze instellingen met een wettelijke taak een structurele vergoeding. Voor de bekostiging van deze taak worden op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring aan museale instellingen middelen beschikbaar gesteld voor beheer en onderhoud van collecties, waaronder voor de kosten van huisvesting. Daarnaast ontvangen museale instellingen, op grond van dezelfde regeling, middelen voor hun publieksactiviteiten. Vanaf 2026 wordt Museum Panorama Mesdag een museale instelling met een wettelijke taak. De structurele vergoeding die het Museum Panorama Mesdag hiervoor ontvangt, is ingepast in het budget voor museale instellingen met een wettelijke taak.110Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen, digitale openbare bibliotheek en bibliotheekvoorziening leesgehandicaptenPer 1 januari 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking getreden. De wet organiseert het openbare biblio­theekwerk als een netwerk van samenwerkende lokale en provinciale openbare bibliotheekvoorzieningen, waarbij de Koninklijke Bibliotheek (KB) een coördinerende rol vervult. In het netwerk verricht de KB als nationale bibliotheek van Nederland taken voor het stelsel als geheel, waaronder het beheer van de digitale bibliotheek, de digitale infrastructuur en de bibliotheekvoorziening voor personen met een leeshandicap. In de periode 2023-2024 is het netwerk van openbare bibliotheken gericht versterkt op basis van een specifieke uitkering. Daarmee konden nieuwe vestigingen worden gerealiseerd en bestaande vestigingen worden verbeterd. In 2026 wordt dit voorgezet met een decentralisatie uitkering. De Wsob wordt gewijzigd, er wordt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten en provincies opgenomen. Verwachte publicatiedatum van de wet is in 2026.MonumentenzorgDe Erfgoedwet is het juridisch kader voor de financiering ten behoeve van de instandhouding van rijksmonumenten. Ook in 2026 wordt geïnvesteerd in de instandhouding van monumenten via onder andere de Subsidiere­geling instandhouding monumenten (Sim) en de Woonhuissubsidie. In de Kamerbrief «Aanpak grote monumenten en religieus erfgoed» (Kamer­stukken II 2024/25, 32156, nr. 140) is ingegaan op de financiering van grote rijksmonumenten en religieus erfgoed. Via deze brief is aangekondigd dat de begroting voor de Sim structureel wordt verhoogd met € 10,8 miljoen, door desaldering van het verschil tussen eerder verleende en vastge­stelde bedragen. Door het amendement Bontenbal c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VIII, nr. 141) is vanaf 2025 structureel € 5,0 miljoen beschikbaar gekomen voor het onderhoud van grote kerkgebouwen. In de jaren 2026-2028 wordt € 6,8 miljoen geïnvesteerd in impulsmaatrelen voor het maritiem erfgoed (Kamerstukken II 2024/25, 32156, nr. 544), waarmee invulling wordt gegeven aan twee moties. In het kader van het nationaal programma onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) «Erfgoed en leefomgeving» wordt ingezet op het behoud en de inpassing van erfgoed bij de grote transities in de leefomgeving.Archieven inclusief Regionale Historische CentraHet wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995 werd op 17 november 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden. Op 18 februari 2025 werd het wetsvoorstel met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer. Momenteel wacht het wetvoorstel op behandeling door de Eerste Kamer. Tegelijk wordt in een parallel traject de onderliggende regelgeving (Archiefbesluit en Archiefregeling) aangepast. In de opgenomen begro­tingsreeks is rekening gehouden met implementatiekosten voor de nieuwe Archiefwet. Het Ministerie van OCW draagt daarnaast bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven in de provincie door de Regionale Historische Centra. Ook na het voorgenomen besluit tot uittreden door het Ministerie van OCW uit de gemeenschappelijke regelingen zal deze bijdrage worden voortgezet.Cultuureducatie (via primair onderwijs)De middelen voor cultuureducatie en museumbezoek in het primair onderwijs (€ 30,5 miljoen) zijn voor 2026 overgeboekt naar artikel 1 (primair onderwijs) om van daaruit te kunnen worden verstrekt aan scholen.111Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 SubsidiesVerbreden inzet cultuurHet Ministerie van OCW stimuleert de toegankelijkheid van cultuur met diverse subsidies, met als doel de cultuurdeelname van zoveel mogelijk verschillende groepen te bevorderen, ook voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is. Daarnaast stimuleert het Ministerie van OCW de digitale transformatie van de culturele en creatieve sector en daarmee het innovatieve vermogen van deze sectoren.Internationaal cultuurbeleid (inclusief Homogene Groep Internationale Samenwerking)Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van de Ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken. In de periode 2025-2028 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelen (zie Kamerstukken II 2023/24, 31482, nr.121):–een sterke positie van de Nederlandse culturele sector in het buitenland door zichtbaarheid, uitwisseling en duurzame samenwerking;–het met Nederlandse cultuuruitingen ondersteunen van de bilaterale relaties met andere landen;–het benutten van de kracht van de culturele sector en creatieve industrie voor de Sustainable Development Goals (SDG’s).Op basis van bovengenoemde Kamerbrief hebben culturele instellingen een bijdrage ontvangen voor het realiseren van deze doelen. Als gevolg van de taakstelling op de non-ODA middelen in het hoofdlijnenakkoord is de bijdrage van het Ministerie van BZ lager dan in de bovenge­noemde Kamerbrief.Programma leesbevorderingHet stimuleren van leesplezier en leesvaardigheid is een belangrijke opgave in Nederland, zoals uit vele onderzoeken is gebleken. De letterensector draagt hier aan bij door een inspirerend literair aanbod, onderzoek en literaire evenementen en campagnes. In de culturele basisinfrastructuur 2025-2028 en de Erfgoedwet is structureel een bedrag voor leesbevordering en letteren beschikbaar van circa € 30,0 miljoen. Er wordt in de nieuwe periode structureel extra geïnvesteerd in het Nederlands Letterenfonds, de ondersteunende instelling voor leesbevordering en literatuureducatie, het festival voor de letteren en het Literatuurmuseum. Ook het onderwijs zet in op leesplezier en leesvaardigheid. Zo is er in 2026 circa € 25,0 miljoen beschikbaar voor de versterking van de samenwerking tussen de bibli­otheken en scholen via de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang. In 2027 is er € 38,0 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijs­begroting; vanaf 2028 gaat het jaarlijks om € 50,0 miljoen. Dit wordt gedaan om het leesplezier bij kinderen te vergroten en zo hun leesvaardigheid te verbeteren. Door een rijk aanbod van boeken in de schoolbibliotheek en deskundige leesconsulenten raken kinderen geboeid. Daarnaast is er de versterking van bibliotheken vanuit het Rijk: zij spelen een belangrijke rol bij het bereiken van mensen in heel het land, bij leesplezier en leesvaardigheid.Creatieve industrieTen laste van dit budget worden uitgaven gedaan ten behoeve van de Creatieve Industrie. Onder creatieve industrie verstaan we bedrijven en beroepen waar creativiteit, kennis, innovatie en intellectueel eigendom/auteursrecht centraal staan. Het omvat een breed scala aan disciplines, waaronder de audiovisuele sector (film, series en documentaires), de ontwerpsector (oa. design, architectuur, mode, reclame) en digitale cultuur­sectoren (oa. gaming, immersieve ervaringen). Het ministerie van OCW 112Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 ontwikkelt beleid voor deze sectoren en financiert programma’s op genoemde terreinen. Een voorbeeld daarvan is het programma CIIIC (Creative Industries Immersive Impact Coalition). Via dit programma investeert het ministerie in kennis, opleidingen en samenwerkingen binnen de digitale cultuursector om met nieuwe technologie maatschappelijke en economische impact te maken. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is het versterken en waarborgen van publieke belangen, zoals privacy en de toegankelijkheid van deze technologieën. Een ander voorbeeld is het programma PONT (De Publieke Ontwerppraktijk) waarin de overheid met ontwerpers samenwerkt aan oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken zoals de woningbouwopgave.Specifiek cultuurbeleidOnder specifiek cultuurbeleid zijn verschillende kleinere subsidiebudgetten opgenomen, die grotendeels worden besteed aan projectsubsidies op basis van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De grootste bedragen zijn geraamd voor projectsubsidies ter ondersteuning van arbeidsmarkt en ondernemerschap in de culturele sector en voor het programma Publieke Ontwerppraktijk.Subsidies Rijksdienst voor Cultureel ErfgoedDe middelen zijn bestemd voor subsidies ter ondersteuning van het erfgoedveld in de domeinen archeologie, monumenten, roerend erfgoed, cultuurlandschap en leefomgeving. Er wordt geïnvesteerd in kennis- en onderzoeksprogramma’s, de ondersteuning en infrastructuur voor erfgoed en informatie- en communicatietechniek.Nationaal Groeifonds-project Creatieve Industrie Immersieve Impact CoalitieVanuit het Nationaal Groeifonds is er in 2026 een bedrag van € 32,3 miljoen beschikbaar voor de Creatieve Industrie Immersieve Impact Coalitie (CIIIC). CIIIC is een programma gericht op de ontwikkeling van een arbeidsmarkt voor immersieve ervaringen (IX). Het programma richt zich op onderzoek, onderwijs, faciliteiten en experimenten met immersieve, interactieve, digitale mediaproducties.OpdrachtenBeleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasisDit budget is bestemd voor opdrachten die bestaan uit het inhuren van onderzoeksbureaus voor beleidsonderzoek, evaluaties en monitoring van versterking van de kennisbasis in de culturele en creatieve sector.Opdrachten Rijksdienst voor Cultureel ErfgoedDe middelen zijn bestemd voor dezelfde onderwerpen als vermeld onder de kop «Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed», maar dan voor uitgaven aan opdrachten.Nationaal Groeifonds OpdrachtenDit betreft het meerjarenprogramma Innovation Impact Challenge dat experimenten mogelijk maakt op het gebied van CIIIC.Overige opdrachtenDit budget is bestemd voor diverse opdrachten die passen binnen het cultuurbeleid. De grootste geplande uitgave in 2026 is voor de Cultuur­kaarten voor het voortgezet onderwijs (inclusief het voortgezet speciaal onderwijs) en voor het middelbaar beroepsonderwijs.113Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijdrage aan agentschappenDeze middelen betreffen de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief (NA). Deze bijdrage wordt elders in deze begroting nader toegelicht.Bijdrage aan medeoverhedenHet budget wordt besteed aan diverse uitkeringen. Het grootste gedeelte hiervan (€ 1,1 miljoen) is bestemd voor versterking van de openbare biblio­theekvoorziening voor Caribisch Nederland.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesNaast prioriteiten die onder het financieel instrument Internationaal cultuur­beleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor UNESCO-erfgoedverdragen voor het werelderfgoed, het immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict, de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en het cultuur­verdrag voor de diversiteit van cultuuruitingen. Ook wordt bijgedragen aan het Europees filmprogramma Eurimages.OntvangstenDe in 2026 geraamde ontvangsten bestaan voor het grootste deel uit een desaldering (€ 10,8 miljoen), waarmee het verschil tussen eerder verleende en recent vastgestelde bedragen voor de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) na invordering beschikbaar komt om opnieuw te besteden in het kader van deze regeling. Zie hiervoor ook de toelichting bij de bekostiging van de monumentenzorg. Er zijn daarnaast ontvangsten geraamd als gevolg van het definitief vaststellen van andere subsidies.Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage Fiscale regelingen in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:–schenk- en erfbelasting kunstkorting;–vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap box 3;–BTW-vrijstelling componisten, schrijvers en journalisten.Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de verwijzing naar de wettekst, deverwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramings­grond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota: Toelichting op de fiscale regelingen.Tabel 70 Fiscale regelingen 2023-2025, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1,0 miljoen)1202320242025BTW Verlaagd tarief culturele goederen en diensten1.3011.3371.3931[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.114Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.11 Artikel 15. MediaA. Algemene doelstellingHet waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, dat toegankelijk blijft voor alle lagen van de bevolking.B. Rol en verantwoordelijkheidMedia hebben een prominente rol in onze democratie en cultuur. Wat we zien, horen en lezen, beïnvloedt ons beeld van de wereld en onze opvattingen. Daarom borgt de minister vier publieke belangen in het mediabeleid waar zij verantwoordelijk voor is: onafhankelijkheid, verschei­denheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Verder borgt de minister de vitaliteit van het stelsel van landelijke, regionale en lokale publieke omroepen en de daarvoor relevante wet- en regelgeving.FinancierenDe minister financiert de landelijke en regionale publieke omroep en enkele andere aan de omroep verbonden instellingen. De taakopdracht is wettelijk bepaald en het budget van de publieke omroep is vastgesteld met behoud van afstand tot de uitvoering en inhoud. Op basis van het concessiebeleidsplan Nederlandse Publieke Omroep (NPO) 2022-2026 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 202) sluit de minister elke vijf jaar een prestatieovereenkomst met de publieke omroep. Daarnaast sluit de minister mede op basis van het concessiebeleidsplan Regionale Publieke Omroep (RPO) een prestatieovereenkomst af voor een periode van vijf jaar met de RPO. Verder financiert de minister de borging van persvrijheid en persvei­ligheid (Stichting Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ)) en het bevorderen van mediawijsheid (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) en Mediawijzer.net). Tot slot financiert de minister de omroeporkesten en omroepkoren (Stichting Omroep Muziek (SOM)), het media-archief en het expertisecentrum voor media-educatie (Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)). StimulerenVerder is de minister verantwoordelijk voor instrumenten ter bevordering van (Nederlandse) culturele producties, documentaires, drama’s, kunst- en kinderprogramma's (via NPO en de investeringsverplichting voor strea­mingdiensten) en het steunen en stimuleren van een onafhankelijke en kwalitatief goede journalistieke infrastructuur.RegisserenDe minister is verantwoordelijk voor de wetgeving ten aanzien van de taak en organisatie van de publieke omroep en voor wetgeving voor commerciële media. De regels voor commerciële omroepen vloeien voornamelijk voort uit Europese richtlijnen voor audiovisuele media­diensten. Verder is de minister verantwoordelijk voor wetgeving met betrekking tot omroepdistributie. Het doel daarvan is de toegang tot een gevarieerd media-aanbod te bevorderen en te verankeren.BeleidsinformatieOp de website OCW in Cijfers worden beleidsindsindicatoren, monitorings­matrixen en andere verwijzigingen naar beleidsrelevante gegevens op het gebied van Media vermeld.115Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Daarnaast zijn kengetallen voor het mediabeleid te vinden in de Mediamo­nitor van het Commissariaat voor de Media.C. BeleidswijzigingenIn het onderdeel beleidsprioriteiten (paragraaf 2.1) staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van media beschreven.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 71 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen1.329.1841.338.5941.147.6731.151.9601.155.3561.190.6651.190.656Uitgaven1.301.8331.300.0071.306.6161.146.9471.150.8191.166.9951.190.656Bekostiging1.258.0741.253.5021.259.7191.102.2561.125.8651.141.9121.166.757Landelijke publieke omroep959.044980.286982.816827.137831.476835.001854.091Regionale Omroep188.349197.579197.304196.440197.251198.353202.973Stichting Omroep Muziek23.29022.56921.53721.53721.53721.53721.537Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)31.06231.73931.75630.33730.33730.33730.337Stimuleringsfonds voor de Journalistiek3.1963.1813.2513.1863.0843.0282.956Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)5.6845.8665.8665.8665.8665.8665.866Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)2.0831.9441.9441.9441.9441.9441.944Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)1.9452.0072.0072.0072.0072.0072.007Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve42.7977.65012.86913.43313.81625.29526.518Lokale journalistiek000018.17818.17518.159Overige bekostiging media624681369369369369369Subsidies (regelingen)34.43035.93135.29734.03914.33714.50113.285Onderzoeksjournalistiek13.10615.01515.24615.28613.74313.88112.665Lokale journalistiek20.47019.74819.34018.159000Overige Subsidies8541.168711594594620620Opdrachten405689548548548548548Opdrachten405689548548548548548Bijdrage aan ZBO's/RWT's8.8409.79910.96610.0189.9839.9489.980Commissariaat voor de Media8.8409.79910.96610.0189.9839.9489.980Bijdrage aan (inter)nationale organisaties84868686868686European Audiovisual Observatory84868686868686Ontvangsten193.126165.100165.500165.500165.500165.500165.500Reclame ontvangsten192.000165.100165.500165.500165.500165.500165.500Overige ontvangsten1.126000000BudgetflexibiliteitTabel 72 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht98,71%Bestuurlijk gebonden0,00%Beleidsmatig gereserveerd1,21%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,08%116Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Van het totale budget voor artikel 15 is voor 2026 98,7 procent juridisch verplicht.BekostigingVan het beschikbare budget voor 2026 is 99,97 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op de landelijke en de regionale publieke omroep. Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008. Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan, vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.SubsidiesVan het beschikbare budget is 55,1 procent juridisch verplicht. De verplich­tingen hebben voornamelijk betrekking op journalistiek en de regionale-, lokale- en streekomroepen. Beleidsmatig is 44,9 procent gereserveerd voor journalistiek.OpdrachtenVan het beschikbare budget is 0,0 procent juridisch verplicht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar onderdeel E. toelichting op de financiële instrumenten.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHet beschikbare budget voor 2026 is volledig juridisch verplicht. De verplich­tingen hebben betrekking op het Commissariaat voor de Media (CvdM). Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008.Bijdrage aan internationale organisatiesHet beschikbare budget voor 2026 is volledig juridisch verplicht. Het betreft een jaarlijkse contributie aan het European Audiovisual Observatory.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingLandelijke en regionale publieke omroepDe publieke omroep waarborgt een hoogstaand en pluriform media-aanbod, dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking. Daarom bekostigt het Ministerie van OCW de landelijke en regionale publieke omroep. Mede vanwege Europese regels op het gebied van staatssteun, houdt de overheid greep op de aard en omvang van het takenpakket van de landelijke en regionale publieke omroep en bepaalt de overheid het budget van de publieke omroep.Het budget voor de landelijke publieke omroep voor 2026 is € 982,8 miljoen. Dit is inclusief € 1,3 miljoen voor audiodescriptie die is toegevoegd naar aanleiding van het amendement Werner c.s. (Kamerstukken II, 2022/23, 36200 VIII, nr. 128). In de Mediabegrotingsbrief (Kamerstukken II, 2024/25, 366000 VIII, nr.150) heeft de minister aangekondigd dat hij de middelen die deze erkenningsperiode beschikbaar zijn voor audiodescriptie ook beschikbaar wil stellen voor 2027 en 2028.Het beschikbare budget voor de regionale publieke omroepen voor 2026 is € 197,3 miljoen. Dit is inclusief € 5,9 miljoen voor Werk aan Uitvoering (WaU). Het WaU-programma richt zich op digitale transformatie, de inzet van data-analyse en artificiële intelligentie om beter inzicht te krijgen in wat de doelgroepen beweegt, op welke wijze zij zich laten informeren over nieuws en gebeurtenissen en in welke mate zij zich gerepresenteerd (blijven) voelen 117Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 door de regionale publieke omroepen. Het voor 2026 beschikbare budget wordt grotendeels ingezet voor het datateam en het transformatieteam die zich hiermee bezig houden en onderzoek dat hiervoor wordt gedaan.Stichting Omroep Muziek (SOM)Deze bekostiging is bestemd voor de door het Ministerie van OCW aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroe­porkesten en omroepkoren.Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)Deze bekostiging is bestemd voor de door het Ministerie van OCW aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief. Het budget voor 2026 is € 31,8 miljoen. Dit is inclusief € 2,6 miljoen voor het project «Schatkamer» dat als doel heeft archiefma­teriaal van Beeld en Geluid af te kopen en zoveel mogelijk rechtenvrij beschikbaar te stellen.Stimuleringsfonds voor de JournalistiekHet Stimuleringsfonds voor de Journalistiek is binnen het mediabeleid het instrument om de pluriformiteit van het journalistieke media-aanbod te stimuleren, zowel binnen pers en omroep als via het internet. De activi­teiten van het fonds dragen bij aan innovatie van de journalistiek en aan stimulering van de journalistieke functie van de media in de samenleving. Dit budget betreft de bekostiging van de reguliere wettelijke taak om de pluriformiteit van de pers te handhaven en bevorderen, voor zover die van belang is voor de informatie en opninievorming. Dit is inclusief € 0,5 miljoen voor WaU.Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)De Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) ondersteunt de film- en documentairesector en participeert in audiovisuele coproduc­tieprojecten in de vorm van een financiële bijdrage aan publieke instel­lingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. De meeste coproducties waar CoBO een bijdrage aan levert, vinden plaats tussen een publieke omroepinstelling en een onafhankelijke filmproducent. Daarnaast wordt door CoBO bijgedragen aan coproducties tussen een publieke omroepinstelling en een instelling op het gebied van de podiumkunsten. Iedere filmproducent, instelling op het gebied van de podiumkunsten, de Vlaamse publieke omroep (VRT) of Duitse publieke omroep, kan één of meer landelijke publieke omroepinstellingen benaderen, teneinde te komen tot een coproductie. CoBO ontvangt OCW-middelen en verkrijgt daarnaast vergoedingen van buitenlandse kabelaars (België, Duitsland en Luxemburg) voor de doorgifte van de zenders van de Nederlandse publieke omroep. Voor CoBO is voor 2026 € 5,9 miljoen beschikbaar.Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)Het Mediawijsheid Expertisecentrum (Mediawijzer.net) bevordert een bewuste, kritische en actieve houding van burgers en instellingen in de samenleving waar media alom zijn. Bij het huidige programma zijn de KB, ECP-EPN, de publieke omroep (NTR), Kennisnet en het NIBG betrokken.Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)De stichting NLPO ondersteunt lokale publieke omroepen op diverse terreinen om de sector verder te professionaliseren en om de kwaliteit van de producties van lokale omroepen te verbeteren.118Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Dotatie/onttrekking Algemene MediareserveOp basis van de verwachte uitgaven op de mediabegroting en de verwachte reclameopbrengsten van de Ster worden middelen toegevoegd of onttrokken aan de Algemene Mediareserve (AMr). De AMr kan op grond van de Mediawet worden gebruikt voor de opvang van dalende Ster-inkomsten, bijdragen aan de bekostiging van reorganisatiekosten als gevolg van overheidsbesluiten en voor de financiering van de door het Commissariaat voor de Media (CvdM) aan te houden rekening-courantver­houding voor betalingen aan instellingen op basis van de Mediawet.Overige bekostiging MediaVan dit budget wordt onder meer het Nederlands Instituut voor de Classifi-catie van Audiovisuele Media (NICAM) betaald voor de uitvoering van de activiteiten welke nodig zijn voor het continueren en verbeteren van de kwaliteit van Kijkwijzer.SubsidiesTen laste van dit budget wordt de jaarlijkse subsidie aan het European Journalism Centre voor diverse internationale journalistiekprojecten betaald. Daarnaast worden nog incidentele subsidies op het gebied van de media betaald.Het budget voor onderzoeksjournalistiek voor 2026 is € 15,2 miljoen. Deze worden ingezet om journalistieke projecten, innovaties en talentontwik­keling en professionalisering te ondersteunen. Uit dit budget worden ook de kosten voor PersVeilig betaald.Voor de verdere versterking en professionalisering van de lokale omroepen en ter voorbereiding op de stelselwijziging voor de lokale publieke omroepen is voor 2026 € 19,3 miljoen beschikbaar.OpdrachtenDit budget wordt ingezet om incidentele opdrachten op het gebied van media, zoals beleidsonderzoeken, te betalen. Verder wordt van dit budget onder meer de kosten van de Landsadvocaat betaald.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHet Commissariaat voor de Media (CvdM) houdt toezicht op de naleving van de Mediawet en de Wet op de vaste boekenprijs. Het toezicht betreft radio, televisie, videodiensten op aanvraag en Nederlandse boekuitgaven. Met zijn werk beschermt het Commissariaat de onafhankelijkheid, plurifor­miteit en toegankelijkheid van het media-aanbod. Tegelijk ondersteunt het daarmee de informatievrijheid. Het CvdM neemt zijn besluiten onafhan­kelijk van het Ministerie van OCW, maar moet wel verantwoording afleggen aan de minister. Het Commissariaat wordt gefinancierd uit de Media­begroting en uit de toezichtskosten die commerciële media-instellingen verschuldigd zijn. Het budget voor 2026 is € 11,0 miljoen, dit is inclusief € 0,9 miljoen voor het project WaU.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesDit betreft de jaarlijkse contributie aan het European Audiovisual Observatory.119Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 OntvangstenDit betreft de raming van de reclameopbrengsten van de Ster. De Ster geeft jaarlijks voor 15 september een actualisatie van die raming voor het lopende en volgende jaar. In de jaarlijkse Mediabegrotingsbrief wordt deze raming voor 2026 geactualiseerd.120Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.12 Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleidA. Algemene doelstellingHet Nederlandse onderzoek en wetenschapsbeleid ambieert een sterk en duurzaam stelsel van wetenschap en hoger onderwijs en een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving. Het beleid streeft naar een hoge kwaliteit onderwijs en onderzoek over de volle breedte, waarin kennisinstel­lingen en regio’s hun onderscheidende sterktes maximaal kunnen benutten en waarin optimale wetenschappelijke prestaties aansluiten op maatschap­pelijke behoeften.Naast de reguliere instrumenten die het onderzoek en wetenschapsbeleid bekostigen, is er ook een tijdelijk fonds voor onderzoek en wetenschap. Met deze investeringen wordt een balans bewaakt tussen verschillende weten­schapsgebieden, eerste en tweede geldstroom, en financiering op basis van vertrouwen en rekenschap. Er zijn daarbij drie hoofddoelen geformuleerd om het stelsel toekomstbestendig te maken, namelijk:1.het versterken van het fundament;2.ruimte geven aan divers talent;3.het vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek en de publieke erkenning ervan.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister is verantwoordelijk voor het stelsel van onderzoek en wetenschap.De instrumenten die worden ingezet om de ambitie en hoofddoelen te behalen kunnen worden ingedeeld in drie complementaire rollen.FinancierenDe minister bekostigt (belangrijke onderdelen van) het onderzoeks- en wetenschapsbestel, met als doel optimaliseren, verbeteren en het faciliteren van het stelsel. Instrumenten die hieronder vallen zijn onder andere structurele hoofdbekostiging van instellingen, aanvullende bekostiging, sectorplannen, subsidies, bijdragen aan agentschappen, bijdragen aan internationale organisaties, en de matchingsregeling voor Horizon Europe. Deze instrumenten dragen bij aan bijvoorbeeld het versterken van de talentpositie (talent beter opleiden, aantrekken en behouden, waardoor er meer rust en ruimte is voor onderzoekers) en het versterken van de infrastructuur (hieronder vallen faciliteiten binnen instellingen, maar ook grote wetenschappelijke infrastructuren op internationaal niveau).StimulerenDe minister brengt partijen in het kennisecosysteem bij elkaar en stimuleert hen door strategische dialogen en onderlinge afspraken. Belangrijke resultaten hiervan zijn bijvoorbeeld het verbeteren van kennisbenutting en het verbeteren van profilering en samenwerking (dit leidt tot vernieuwende consortia en projecten, een betere taakverdeling in het veld, enzovoorts).RegisserenDe minister schept voorwaarden voor het stelsel via bijvoorbeeld wet- en regelgeving en coördinerende activiteiten. Voorbeelden van dit soort voorwaarden zijn een klimaat waarin kennisinstellingen excellent 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 onderzoek kunnen doen, kwaliteit en vernieuwend vermogen geborgd is, kennisinstellingen doelmatig functioneren en het wetenschapsbeleid op nationaal en internationaal niveau goed gepositioneerd is.De minister is verantwoordelijk voor het toezicht op een efficiënte besteding van publieke middelen. In de monitoring en evaluatie zal naast doelma­tigheid ook speciale aandacht gaan naar de mate waarin de instrumenten (individueel en op geaggregeerd niveau) bijdragen aan de ambitie en hoofddoelen en via welke mechanismen (doeltreffendheid).C. BeleidswijzigingenHet ministerie blijft investeren in onderzoek en wetenschap en houdt vast aan ondersteuning van de instellingen in het veld bij de uitvoering van hun werk, zodat zij hoge kwaliteit onderwijs, onderzoek en maatschappe­lijke impact kunnen realiseren. Een groot deel van de langetermijninves­teringen wordt dus bestendigd. Tegelijkertijd worden de investeringen in hoger onderwijs, onderzoek, wetenschap en innovatie niet op hetzelfde niveau voortgezet. Er zijn minder middelen beschikbaar en dat vraagt om scherpe en weloverwogen keuzes. In het onderdeel beleidsprioriteiten zijn de belangrijkste beleidswijzigingen voor 2026 opgenomen.Tot slot heeft de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) op verzoek van de minister het Tulp Fonds voor internationale topwetenschappers gelanceerd waarmee excellente topwetenschappers van buiten Europa naar Nederland worden aangetrokken. Het kabinet en NWO trekken hier samen € 50,0 miljoen voor uit. Dit draagt bij aan een sterker en weerbaarder Nederland en Europa.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 73 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen1.885.4191.812.9001.778.1761.725.6791.711.6311.734.0731.657.645Uitgaven1.829.9231.802.0021.779.3851.776.5071.755.3141.740.5361.640.145Bekostiging1.523.9251.504.9521.460.3821.439.0461.429.8811.418.7461.389.280NWO646.358683.220659.820650.475645.505637.875608.272KNAW112.593116.613115.152115.176114.534114.557114.580KB68.13169.08970.45468.14067.39169.18969.786NWO Talentenontwikkeling165.885165.885165.885165.885165.885165.885165.885NWO TTW13.0008.0008.0008.0008.0008.0008.000NWO Grootschalige Researchinfrastructuur55.38055.38055.38055.38055.38055.38055.380NWO Praktijkgericht Onderzoek68.40572.34062.99062.99062.99063.25763.257Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)40.73939.15231.61124.68121.63717.13016.647Poolonderzoek3.1473.1473.1471.5001.5001.5001.500Caribisch Nederland2.5002.5002.5002.5002.5002.5002.500NWO NWA151.459136.153131.970130.846131.000130.000130.000NWO Fonds Onderzoek en Wetenschap179.665137.047137.047137.047137.133137.047137.047NWO Praktijk Onderzoek en Wetenschap16.66316.42616.42616.42616.42616.42616.426Subsidies (regelingen)184.364165.945173.645188.391175.583168.66597.964VSC309323321322323323323Naturalis Biodiversity Center15.20313.79813.79614.17213.13910.64510.645BPRC12.56513.10413.05613.07013.10413.10413.104NEMO Science Museum4.0734.2464.2314.2354.2464.2464.246STT267278277277278278278Stichting AAP1.2501.3041.2991.3001.3041.3041.304Nationale Coördinatie1.8956.5577.0278.4163.2802.8003.488Subsidie Fonds Onderzoek en Wetenschap83.22283.71884.42984.21184.09184.0910Nationaal Groeifonds60.63633.87338.08450.32344.93042.17052.591Delta Climate Center4.0128.19810.58111.52010.3429.15811.439Netherlands Academy of Engineering524546544545546546546Stichting NLBIF408000000Opdrachten1.5035.9198.14810.56610.3558.3128.436Opdrachten1.1913.6955.2406.7396.9414.5674.065Opdrachten Fonds Onderzoek en Wetenschap3122.2242.9083.8273.4143.7454.371Bijdrage aan agentschappen3.1062.7078.7859.77810.76916.08715.739Rijksdienst voor Ondernemend Nederland1.0811.1366.6117.6048.59513.92013.916RVO Fonds Onderzoek en Wetenschap2.0251.5712.1742.1742.1742.1671.823Bijdrage aan (inter)nationale organisaties117.025122.479128.425128.726128.726128.726128.726EMBC1.0641.3901.4601.4931.5251.5541.554EMBL7.1067.8289.1839.4439.4439.4439.443ESA36.51837.42637.42637.42637.42637.42637.426CERN61.47764.09665.54065.54865.51665.48765.487ESO10.86011.73912.06612.06612.06612.06612.066SKAO002.7502.7502.7502.7502.750Ontvangsten1.7887.100101101101101101123Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 BudgetflexibiliteitTabel 74 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht94,67%Bestuurlijk gebonden5,30%Beleidsmatig gereserveerd0,03%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%Van het totale budget voor artikel 16 is voor 2026 94,7 procent juridisch verplicht.BekostigingHet beschikbare budget voor 2026 is voor 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Koninklijke Bibliotheek (KB), alsmede bijdragen aan Nationaal Regieorgaan Onderwijs­onderzoek (NRO), Poolonderzoek en Caribisch Nederland. De wettelijke grondslag van de bekostiging is vastgelegd in de NWO-wetten en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De bijdrage aan NWO is inclusief de maatregelen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap aan NWO, namelijk voor open competitie, roadmap groot­schalige wetenschappelijke infrastructuur, toponderzoek, open science, Europese partnerschappen en praktijkgericht onderzoek.SubsidiesHet beschikbare budget voor 2026 is voor 48,97 procent juridisch verplicht. Dit zijn met name de instellingssubsidies aan stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur, zoals Naturalis Biodiversity Center, Biomedical Primate Research Centre (BPRC) en Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie/NEMO. Daarnaast is het budget voor 50,76 procent bestuurlijk gebonden. Hieronder vallen de subsidies op grond van de matchtingsregeling Horizon Europe en de subsidieregeling sociale veiligheid. Ook betreft het subsidies vanuit het Nationaal Groeifonds aan Biotech Booster, Big Chemistry en Einstein Telescope. Deze subsidies zijn op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Afsluitend is het budget voor 0,28 procent beleidsmatig gereserveerd.OpdrachtenVan het beschikbare budget voor 2026 is 24,9 procent juridisch verplicht en 75,12 procent bestuurlijk gebonden. Deze verplichtingen hebben betrekking op dienstverleningen tot het doen van beleidsgerichte onderzoeken, evaluaties en ondersteuning van commissies.Bijdrage aan agentschappenHet beschikbare budget bestaat voor 99,4 procent uit juridisch verplichte middelen. Het betreft verplichtingen ten opzichte van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen Horizon Europe en Kennisveiligheid. Afsluitend is het budget voor 0,60 procent beleidsmatig gereserveerd.Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesHet beschikbare budget is voor 100 procent juridisch verplicht. Het betreft hier jaarlijkse contributies aan (inter)nationale organisaties waar Nederland zich middels internationale verdragen aan heeft verbonden.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingHet Ministerie van OCW bekostigt de instellingen NWO, KNAW en KB. Met de bekostiging zorgt de minister dat de instellingen binnen de wettelijke kaders de missie en doelstellingen kunnen behalen. De doelstellingen van de instellingen zijn gericht op het bevorderen van de kwaliteit van het wetenschappelijke onderzoek in Nederland en het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen hierin. Het Ministerie van OCW draagt met een structureel karakter bij aan:NWODe minister bekostigt verschillende taken van NWO. Deze liggen op het vlak van het bevorderen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek, het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek en kennisoverdracht aan de maatschappij. NWO voert deze taken uit door het toewijzen van middelen, met name aan universiteiten maar ook hogescholen. Dit doet NWO via gerichte programma’s binnen vier domeinen. De programma’s zijn bijvoorbeeld gericht op ongebonden onderzoek en talentontwikkeling, zoals het talentenprogramma. Tevens voert NWO het programma Nationale WetenschapsAgenda (NWA) uit voor vernieuwend en maatschappelijk relevant onderzoek en coördineert het een deel van de activiteiten in het Kennis- Innovatieconvenant. Daarnaast voert NWO programma’s uit gericht op Grootschalige Wetenschappelijke Infra­structuur (GWI). Hiermee kunnen Nederlandse onderzoekers werken met onderzoekfaciliteiten van wereldniveau. Ook ontvangt NWO een bijdrage voor praktijkgericht onderzoek. Doel van deze bekostiging is het met weten­schappelijk onderzoek vervullen van een centrale rol binnen de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur door hogescholen en universiteiten. Tot slot ontvangt NWO aanvullende bekostiging voor financiering van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), voor wetenschappelijk Poolonderzoek in en naar de poolgebieden en voor het financieren van wetenschappelijk onderzoek op de zes eilanden in het Caribische deel van het Koninkrijk.Fonds Onderzoek en Wetenschap: instrumenten NWOHet Fonds voor Onderzoek en Wetenschap loopt tot en met 2031. De middelen uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap die door NWO worden geïnvesteerd betreffen de open competitie à € 63,8 miljoen, toponderzoek à € 20,0 miljoen, roadmap commissie Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur à € 23,3 miljoen, open science à € 11,3 miljoen en Europese partnerschappen à € 12,8 miljoen:–De open competitie van NWO is een belangrijk bestaand en bewezen instrument voor excellent, ongebonden onderzoek dat inspeelt op veelbelovende wetenschappelijke ontwikkelingen. Met het budget voor open competitie van jaarlijks € 63,8 miljoen kunnen ook de komende jaren meer voorstellen van hoge kwaliteit worden gehonoreerd. Een jaarlijks budget van € 20,0 miljoen stelt NWO in staat om daarnaast een gerichte impuls te geven aan enkele wetenschappelijke gebieden waarin Nederland tot de absolute wereldtop behoort of hiertoe de potentie heeft. De investering van € 23,3 miljoen in hoogwaardige onder­zoeksinfra-structuren en toegang tot internationale infrastructuren, maakt het mogelijk dat Nederlandse onderzoekers excellent onderzoek (blijven) uitvoeren. Met het budget voor open science van € 11,3 miljoen blijft de gaande ontwikkeling ondersteund;125Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 –Daarnaast voert NWO projecten uit die zijn geselecteerd op grond van de resultaten van de nationale roadmap commissie Grootschalige Weten­schappelijke Infrastructuur (GWI);–Bovendien wordt vanuit het bestedingsdoel Scholars at Risk € 1,2 miljoen verstrekt ten behoeve van voorstellen voor Hestia-beurzen voor initiatieven die mogelijkheden bieden aan wetenschappers die hun academische carrière niet kunnen voorzetten in hun thuisland.Fonds Onderzoek en Wetenschap: praktijkgericht onderzoek en wetenschapDe investering uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap in praktijk­gericht onderzoek wordt geïnvesteerd in de tweede geldstroom van hogescholen via Regieorgaan SIA (onderdeel van NWO). Van dit bedrag is circa € 11,4 miljoen bestemd voor thematische programmering om de onderzoeksgroepen van hogescholen te verbinden met de landelijke inzet op beoogde maatschappelijke effecten. De overige € 5,0 miljoen is bestemd voor de pilot professional doctorate.KNAWDe minister bekostigt verschillende taken van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen voor onder andere het bevorderen van excellent onderzoek. De KNAW is de plek waar de beste wetenschappers vanuit de volle breedte van het onderzoek hun kennis uitwisselen en delen met de samenleving. Ook ontvangt de KNAW middelen om jonge weten­schappers te steunen om de wetenschap toekomstbestendig te maken. Daarnaast zet de KNAW zich in om de internationale samenwerking te bevorderen en de Nederlandse positie in de internationale wetenschap te versterken door onder meer «science diplomacy».KBDe minister bekostigt de KB voor het zorgdragen van het geschreven woord, met name voor de Nederlandse publicaties, met als doel om iedereen in staat te stellen om te lezen, te leren en onderzoek te doen. De KB speelt een centrale rol in de Nederlandse (wetenschappelijke) informatie-structuur en bevordert de duurzame toegang tot digitale informatie in (inter)nationaal verband. Circa de helft van de bekostiging van de KB loopt via artikel 16 (Onderzoek en Wetenschapsbeleid), de andere helft wordt bekostigd via artikel 14 (Cultuur).SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van de centrale doelstellingen van het onderzoek en wetenschapsbeleid worden diverse subsidies verstrekt aan stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur. Het gaat hier onder andere om bijdragen aan:–Naturalis Biodiversity Center voor onderzoek naar de biodiversiteit en instandhouding van de nationale grootschalige infrastructuur voor biodiversiteitsonderzoek;–BPRC voor primatenonderzoek en de huisvestiging van primaten, en subsidie aan de Stichting AAP voor het verzorgen van de opvang van de BPRC chimpansees;–Stichting Nationaal Centrum voor Wetenschap- en Techniekpromotie (NCWT) voor het beheren en ontwikkelen van NEMO Science Museum en NEMO Kennislink, het organiseren van het landelijke festival Weekend van de Wetenschap en het ondersteunen van overige gerela­teerde landelijke activiteiten op het gebied van wetenschaps- en techno­logiecommunicatie en -educatie;126Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 –Delta Climate Center voor onderzoek, onderwijsontwikkeling en kennis­toepassing in samenwerking met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, overheden en inwoners in Zeeland;–(NGF-Project) Biotech Booster is een uniek verbond van kennisinstel­lingen en bedrijven om kennis over biotechnologie beter om te zetten in bedrijvigheid en toepassingen. Zo draagt innovatie in biotechnologie maximaal bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen in gezondheid, klimaat, energie, landbouw en voeding, zoals ook verwoord in de Kabinetsvisie op biotechnologie2.Biotech Booster vergroot ons toekomstige innovatie- en verdienvermogen. In 2024 is opbouw- en implementatiefase van het programma afgerond en is de uitvoering gestart en de eerste subsidieronde geopend. In 2026 wordt de derde subsidieronde opengesteld voor € 23,3 miljoen;–(NGF-Project) De Einstein Telescope is een toekomstig ondergronds observatorium voor het meten van zwaartekrachtsgolven. Nederland werkt samen met partners in Duitsland en België aan een locatievoorstel om de Einstein Telescope te gaan bouwen in de regio Zuid-Limburg, Wallonië, Vlaanderen en Noordrijn Westfalen (zogenaamde Euregio Maas Rijn). Daarnaast werkt het daarvoor opgerichte consortium aan de opbouw van een innovatie-ecosysteem, door het bedrijfsleven te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Deze activi­teiten worden in 2026 voortgezet met financiering van onder meer de partners in België en Noordrijn-Westfalen. Op de NGF-begroting staat de Nederlandse bijdrage ter hoogte van € 870,0 miljoen gereserveerd voor de mogelijke daadwerkelijke bouw van de telescoop;–(NGF-Project) Big Chemistry (voorheen zelfdenkende moleculaire systemen) verbindt big data met chemie om zo een volledig gerobo­tiseerd laboratorium te bouwen. Dit laboratorium dient zowel excellente wetenschap als industriële R&D op het gebied van formulering van complexe mengsels. In 2026 wordt er € 15,2 miljoen geïnvesteerd in (1) de start van de opbouw van het centrale Robotlab voor het trainen van chemische AI, (2) een publiek-privaat programma (via NWO) voor de ontwikkeling van kennis over complexe moleculaire systemen en materialen, innovatieve toepassingen en producten en (3) het opzetten van een startupprogramma voor (organisatorische) ondersteuning van startups, proof-of-concept-financiering via de regionale ontwikkelings­maatschappijen en een budget voor technostarters. De gereserveerde middelen voor dit NGF-project zijn gecalibreerd op het verwachte uitga­venpatroon door diverse verschuiving in bedragen tussen 2024 en 2031.Fonds Onderzoek en Wetenschap: subsidiesUit het Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt in 2026 € 82,9 miljoen benut voor Matching Horizon Europe, waarmee Nederlandse deelname aan Horizon Europe-projecten wordt gestimuleerd.  OpdrachtenVoor beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor het beleidsge­richt onderzoek en evaluaties.2 Kabinetsvisie op biotechnologie 2025-2040 | Rapport | Rijksoverheid.nl127Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Fonds Onderzoek en Wetenschap: opdrachtenDe post opdrachten betreft de middelen ten behoeve van uitvoering, monitoring, verantwoording en evaluatie van alle instrumenten die worden ingezet om de hoofddoelen van het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap te behalen.Bijdrage aan agentschappenHieronder valt de opdracht aan de RVO voor het ondersteunen en stimuleren van een zo groot mogelijke Nederlandse participatie in het EU-Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie ‘Horizon Europe’. Daarnaast stijgt het budget voor agentschappen de komende jaren als gevolg van de bijstelling van de uitvoeringskosten van de screeningswet die in voorbe­reiding is. Die zijn dit voorjaar opgehoogd naar aanleiding van het advies van de Landsadvocaat en het College voor de Rechten van de Mens ten aanzien van de eerder gekozen doelgroepafbakening.Fonds Onderzoek en Wetenschap: instrumenten RVOEen deel van het Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt door RVO ingezet voor het loket Kennisveiligheid (circa € 2,0 miljoen).Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesContributies aan grote internationale onderzoeksorganisaties Engineering in Medicine and Biology Society (EMBC), Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie (EMBL), European Space Agency (ESA), Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire (CERN), European Southern Observatory (ESO) en Square Kilometer Array Observatory (SKAO). Door deelname van Nederland aan deze intergouvernementele organi­saties krijgen Nederlandse wetenschappelijke onderzoekers toegang tot unieke grootschalige onderzoeksfaciliteiten en internationale netwerken van toponderzoekers. Deze deelname is mede van groot belang voor het functioneren van het Nederlands nationale onderzoeksbestel.128Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 3.13 Artikel 25. EmancipatieA. Algemene doelstellingHet realiseren van gendergelijkheid en gelijkheid wat betreft seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslachtskenmerken in de Nederlandse samenleving.B. Rol en verantwoordelijkheidIn de rechtsstaat Nederland moeten mannen, vrouwen en lhbtiq+ personen op een veilige, vrije en volwaardige manier kunnen deelnemen aan onze pluriforme samenleving.De opdracht van het emancipatiebeleid is het bevorderen van gelijkheid tussen vrouwen en mannen (gendergelijkheid) en gelijkheid voor lhbtiq+ personen. Het overkoepelende doel is dat iedereen gelijk wordt behandeld en zich geaccepteerd weet, en dat persoonlijke vrijheden zoals keuzevrijheid en zelfbeschikking worden beschermd en versterkt; uiteraard met inacht­neming van de vrijheid van anderen.Deze opdracht is belangrijk voor de maatschappelijke participatie, bestaans­zekerheid, de veiligheid en het welzijn van burgers. Daarmee draagt emancipatie ook bij aan de welvaart en aan de realisatie van andere maatschappelijke opgaven zoals minder tekorten op de arbeidsmarkt of het terugbrengen van de zorg- en sociale zekerheidskosten en aan een samenleving die voor iedereen veilig is.FinancierenHet ministerie biedt financiële ondersteuning, waaronder subsidies, aan maatschappelijke instellingen via de Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022-2027. Deze regeling voorziet onder andere in het verstrekken van subsidies aan allianties voor de realisering van de doelstellingen op gender- en lhbtiq+-gelijkheid.StimulerenHet ministerie sluit met deze allianties strategische partnerschappen op diverse gebieden van Emancipatiebeleid.RegisserenEmancipatiebeleid wordt rijksbreed gecoördineerd door het ministerie van OCW. Het ministerie doet dit door wetgeving en beleidsvorming op te stellen en aan te jagen bij andere departementen. De coördinatie behelst onder andere:–samenwerken met andere departementen in de uitvoering van de Emancipatienota Veilig Meedoen!;–monitoren van en rapporteren over de implementatie en naleving van internationale verdragen en afspraken op emancipatiegebied;–stimuleren dat alle departementen de verplichte gendertoets uit het Beleidskompas daadwerkelijk gebruiken;–ondersteunen van andere departementen die vragen hebben over hoe hun beleid impact heeft of kan hebben op de emancipatie van vrouwen, mannen en lhbtiq+ personen; ieder departement is zelf verantwoordelijk om dit op de eigen beleidsterreinen mee te nemen (gender mainstreaming).129Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Gemeenten ontvangen via decentralisatie-uitkeringen een bijdrage voor de uitvoering van de samenwerkingsafspraken over versterking en uitvoering van het lokale beleid op het gebied van gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid.Daarnaast draagt het ministerie bij aan internationale samenwerking met organisaties als Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties.C. BeleidswijzigingenOp basis van het hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma zijn in samenspraak met andere departementen prioriteiten voor het Emanci­patiebeleid van het kabinet opgesteld. In november 2024 ontving de Tweede Kamer de Prioriteitenbrief Emancipatie. Deze prioriteiten zijn verder uitgewerkt in de Emancipatienota Veilig Meedoen! van 11 juni 2025.Tot de prioriteiten behoren in elk geval de volgende punten:a. VeiligheidVeiligheid is een belangrijke voorwaarde om vrij jezelf te kunnen zijn en volwaardig te kunnen meedoen. Het vergroten van de veiligheid van lhbtiq+ personen en van vrouwen door het stimuleren van bewustwording en het nemen van de juiste maatregelen helpt om onveiligheid te voorkomen. Het aanpakken van daders én het versterken van de positie van (potentiële) slachtoffers is daarom van groot belang voor emancipatie. b. Arbeid en bestaanszekerheidDe bestaanszekerheid, koopkracht, en arbeidsmarktkansen van vrouwen zijn gemiddeld minder goed dan die van mannen. Beleid voor meer financiële onafhankelijkheid van vrouwen kan bijdragen aan een betere en stabielere koopkracht van huishoudens en individuele vrouwen, en aan minder beroep op sociale zekerheid in geval van scheiding of het wegvallen van het inkomen van een partner.c. OnderwijsGoed onderwijs is van groot belang voor het aanleren van basisvaardig­heden, ontplooiing en de maatschappelijke welvaart. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar iemands achtergrond, geslacht of seksuele gerichtheid. Ook op school dient de veiligheid en gelijke behandeling gegarandeerd te zijn, met ruimte voor diversiteit.130Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 75 Budgettaire gevolgen van beleid art. 25 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen8.42111.0487.6398.85220.65020.94620.634Uitgaven20.82224.11222.18023.38621.03020.94620.634Bekostiging13.96214.45414.38514.38612.04512.04512.045Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid13.96214.45414.38514.38612.04512.04512.045Subsidies (regelingen)3.9126.2884.8524.7314.7164.6324.632Gender- en LHBTI- gelijkheid 2022-20273.9126.2884.8524.7314.7164.6324.632Opdrachten2.9483.3642.9372.2862.2862.2861.974Opdrachten2.9483.3642.9372.2862.2862.2861.974Bijdrage aan medeoverheden06619831.9831.9831.983Gemeentefonds gender- en LHBTI-gelijkheid06619831.9831.9831.983Ontvangsten70000000BudgetflexibiliteitTabel 76 Geschatte budgetflexibiliteit2026Juridisch verplicht72,20%Bestuurlijk gebonden0,00%Beleidsmatig gereserveerd13,90%Nog niet ingevuld/vrij te besteden13,90%Van het totale budget voor artikel 25 is voor 2026 72,2 procent juridisch verplicht.BekostigingHet beschikbare budget voor 2026 is voor 96,1 procent juridisch verplicht.SubsidiesHet beschikbare budget in 2026 is voor 37,6 procent juridisch verplicht. Dit betreft meerjarige projectsubsidies. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.OpdrachtenHet beschikbare budget voor 2026 is voor 11,5 procent juridisch verplicht.Bijdrage aan medeoverhedenHet beschikbare budget is 100 procent beleidsmatig verplicht.E. Toelichting op de financiële instrumentenBekostigingOp basis van de Subsidieregeling gender- en LHBTI+- gelijkheid 2022-2027 zijn voor een periode van vijf jaar strategische partnerschappen aangegaan. Dit betreft acht allianties en twee instellingssubsidies voor de bibliotheek- en erfgoedfunctie. Het doel is om met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend gender- en lhbtiq+-gelijkheid te realiseren.131Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 SubsidiesProjectsubsidies worden verleend op basis van de Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022-2027.OpdrachtenDe middelen voor opdrachten voor zowel gender- als lhbtiq+-gelijkheid worden besteed aan onder andere onderzoek, verkenningen, evaluaties en symposia.Bijdrage aan medeoverhedenDe programma’s Regenboogsteden en Veilige steden lopen nog door tot en met 2026. Gemeenten die actief zijn op het gebied van gender- en lhbtiq+-gelijkheid ontvangen via een decentralisatie-uitkering een bijdrage. De verantwoordelijkheid voor de besteding van deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf.132Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 4. Niet-beleidsartikelen4.1 Artikel 91. Nog OnverdeeldDoel van dit artikel is het tijdelijk boeken van sectoroverschrijdende middelen. Zodra een exacte verdeling over de betrokken beleidsartikelen bekend is, worden de middelen naar deze artikelen overgeboekt. Het betreft:–loonbijstelling;–prijsbijstelling;–onvoorzien.Op deze onderdelen worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.Tabel 77 Budgettaire gevolgen art. 91 (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen000011.62811.62811.628Uitgaven000011.62811.62811.628Loonbijstelling0000000Programma0000000Apparaat0000000Prijsbijstelling0000000Programma0000000Apparaat0000000Onvoorzien000011.62811.62811.628Ontvangsten0000000133Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 4.2 Artikel 95. Apparaat KerndepartementBudgettaire gevolgenTabel 78 Budgettaire gevolgen van art. 95 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)RealisatieBegroting2024202520262027202820292030Verplichtingen433.858459.633422.538435.501387.836395.094394.394Uitgaven432.050459.633422.538435.501387.836395.094394.394Personele uitgaven365.321391.416352.999369.456325.286321.759321.059Eigen Personeel331.825369.104338.508353.365313.518310.179309.478Externe inhuur31.27317.6939.88611.6717.5477.4117.412Overige personele uitgaven2.2234.6194.6054.4204.2214.1694.169Materiële uitgaven64.83268.21769.53966.04562.55073.33573.335ICT11.3509.75510.5959.6449.3029.2149.214Bijdrage aan SSO's23.62723.49323.70122.70821.67521.40721.407Overig Materieel29.85534.96935.24333.69331.57342.71442.714Storting/onttrekking begrotingsreserve1.897000000Begrotingsreserve Schatkistbankieren1.897000000Ontvangsten4.706539510482454442442Ontvangsten2.809539510482454442442Begrotingsreserve Schatkistbankieren1.897000000ToelichtingOp het artikel Apparaat Kerndepartement staan de apparaatsuitgaven van de directies van het kerndepartement, zowel die van de beleidsdirecties als die van de niet-beleidsdirecties, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties, het College voor Toetsen en Examens en de adviesraden van het ministerie. Daarnaast worden hier de centrale uitgaven voor onder andere huisvesting, automatisering en bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO's) geraamd. Met het hoofdlijnenakkoord uit 2024 is er € 86,2 miljoen structureel bezuinigd op het apparaat van het Ministerie van OCW. Deze bezuiniging van 22 procent wordt voor € 51,9 miljoen gereali­seerd op dit artikel en voor € 18,4 miljoen via een efficiency taakstelling op zelfstandige bestuursorganen (zbo's) en agentschappen van het Ministerie van OCW. Deze bezuiniging wordt voor € 15,9 miljoen ingevuld met alterna­tieve dekking.Op dit artikel worden tevens de mutaties op de begrotingsreserve schat­kistbankieren geraamd. Het Ministerie van OCW staat garant voor het in gebreke blijven van aan het Ministerie van OCW verbonden instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren. Gegeven de omvang van het budget is er om doelmatigheidsredenen voor gekozen om niet per relevant beleidsartikel een reeks op te nemen, maar dit te doen op het artikel 95 (Apparaat kerndepartement). De ontvangen premies van aan het Ministerie van OCW verbonden instellingen worden jaarlijks via het Ministerie van Financiën aan het Ministerie van OCW overgemaakt en dit wordt in de begroting en in de saldibalans in het jaarverslag (toevoeging premie aan gegroeide reserve) verwerkt.In de volgende tabel zijn de apparaatsuitgaven van het Ministerie van OCW onderverdeeld naar kerndepartement, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Inspectie van het Onderwijs, Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, 134Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 College voor Toetsen en Examens, Onderwijsraad, Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie. Daarnaast zijn de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen en zelfstandige bestuursorganen weergegeven. De apparaatskosten bij zbo’s worden berekend aan de hand van een methode die uitgaat van de jaarreke­ningen 2024.135Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Tabel 79 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)2024202520262027202820292030Totaal apparaatsuitgaven ministerie1432.050459.633422.538435.501387.836395.094394.394Kerndepartement249.909264.650238.636252.769209.826213.201213.051Rijksdienst Cultureel Erfgoed57.90659.14951.29251.10747.88649.76149.759Inspectie van het Onderwijs99.624107.475104.843104.097103.355105.616105.068Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed6.37010.29911.72811.70311.67711.65211.652College voor Toetsen en Examens*9.46710.5519.6759.6018.9538.7588.758Onderwijsraad3.1003.0312.9612.9452.8792.8642.864Raad voor Cultuur4.0052.8472.7132.5932.5782.5642.564Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie1.6691.631690686682678678Totaal apparaatskosten agentschappen2479.233489.984605.159602.089593.070572.311576.936Dienst Uitvoering Onderwijs406.812428.184528.459530.589524.970510.211516.336Nationaal Archief72.42161.80076.70071.50068.10062.10060.600Totaal apparaatskosten zbo's430.835000000Stichting Participatiefonds (PF)541000000Stichting Vervangingsfonds (VF)368000000Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)88.393000000Nationaal Coordinatiepunt NLQF3‒000000Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie7.631000000Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek113.987000000Stichting Nederlans Fonds voor Podiumkunsten+10.227000000Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie9.274000000Stichting Nederlands Fonds voor de Film5.241000000Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie4.464000000Stichting Mondriaan Fonds7.104000000Stichting Nederlands Letterenfonds4.536000000Bureau Architectenregister638000000Commissariaat voor de Media9.110000000Stimuleringsfonds voor de Journalistiek1.793000000Nederlandse Publieke Omroep99.676000000Regionale Publieke Omroep3.151000000Koninklijke Bibliotheek60.146000000Nationaal Agentschap Erasmus+4.555000000Totaal apparaatskosten rwt's443.388.32744.666.79944.520.35944.690.42144.434.68944.224.42844.069.968Bevoegde gezagsorganen primair onderwijs14.769.21115.479.14615.353.23115.647.84315.664.53915.595.90015.519.664Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijs11.050.81811.410.53911.277.13911.410.64511.311.99111.242.73311.185.287SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen47.45053.75153.39450.73650.73650.73650.736Instellingsbesturen mbo-instellingen5.235.8705.485.6895.690.3185.718.4155.681.9605.680.4685.662.954Landelijk Centrum Studiekeuze (voorheen Studiekeuze 123)4.2284.6284.6284.6284.6284.6284.628Nuffic10.15510.49410.49610.49610.49610.49611.693Instellingsbesturen hogescholen4.538.3654.474.8994.397.8574.217.5704.142.3594.125.2914.113.331Instellingsbesturen universiteiten6.556.4596.516.9716.476.9056.372.5976.309.4866.253.8536.259.666Academische Ziekenhuizen844.371877.636878.068879.168880.171882.000883.686Netherlands house for Education and Research (Neth-er)686687686686686686686136Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2024202520262027202820292030Collectiebeherende instellingen die onder de Erfgoedwet vallen247.910269.716283.261283.261283.261283.261283.261Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen82.80482.64394.37694.37694.37694.37694.3761De cijfers in de tabel zijn niet met elkaar te consolideren aangezien het zowel uitgaven als kosten betreft.2De apparaatskosten bij de baten-lastendiensten betreffen naast de apparaatskosten in verband met werkzaamheden voor OCW ook de kosten die verband houden met werkzaamheden die voor tweeden en derden worden uigevoerd.3Het wetsvoorstel NLQF, waarin het Nationaal Coordinatiepunt NLQF wordt ingesteld, is in 2024 aangenomen. Beoogd wordt de wet, en daarmee dit zbo, met ingang van 2025 in werking te laten treden.4In deze tabel is voor de rwt’s (niet zijnde zbo’s) het totale bedrag aan bekostiging opgenomen. Dit zijn allemaal rwt’s die bekostiging ontvangen uit programmabudget uit de OCW-begroting. Voor de rwt’s die het OCW beleid uitvoeren is geen onderscheid te maken tussen programma en apparaat. De in deze tabel opgenomen reeksen zijn onvergelijkbaar met de apparaatskosten voor het departement, de agentschappen en de zbo’s.ToelichtingTabel 80 Overzicht apparaatsuitgaven per beleidsterrein budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)Beleidsartikel2026Totaal apparaat beleidsartikelen92.307Onderwijspersoneel en Primair onderwijs13.481Onderwijsprestaties en Voortgezet onderwijs14.773Kansengelijkheid & onderwijsondersteuning7.539Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie8.324Hoger onderwijs en studiefinanciering12.123Internationaal beleid4.707Cultuur & media15.467Onderzoek en wetenschapsbeleid11.972Emancipatie3.921137Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 5. Begroting agentschappen5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)In deze paragraaf is de begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).DUO is een agentschap van het Ministerie van OCW, dat ook voor enkele andere ministeries werkt. Voor het Ministerie van OCW voert DUO een groot aantal onderwijswetten en -regelingen uit. Daarnaast vervult DUO voor het Ministerie van JenV taken voor de Wet Inburgering en beheert het twee registers op het gebied van kinderopvang. Voor het Ministerie van Financiën voert DUO werkzaamheden uit op het gebied van examens voor de Wet op het financieel toezicht (Wft). Verder voert de organisatie taken uit voor het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), in opdracht van het Ministerie van JenV. Tot slot verzorgt de Shared Service Organisatie (SSO) Noord, onderdeel van DUO, voor diverse opdrachtgevers taken op het gebied van inkoop in het Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC), en housing en hosting in het Overheids Datacenter (ODC). DUO is gevestigd in Groningen (hoofdkantoor) en in Den Haag, en heeft twintig servicekantoren en balies en zes toetslocaties verspreid over het land.De komende jaren staat het realiseren van de ambities in het kader van Werken aan Uitvoering centraal bij DUO. De publieke dienstverlening aan alle klanten van DUO wordt verbeterd. Hiertoe wordt geïnvesteerd in het vakmanschap van de medewerkers van DUO en in de randvoorwaarden die hiervoor ingevuld moeten worden zoals het verder verbeteren van de digitale systemen, informatiehuishouding en de implementatie van klant­volgsystemen.In de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er bezuinigd moet worden op het apparaat van de Rijksoverheid. Voor DUO betreft dit een oplopende reeks tot € 10,8 miljoen in 2030. Daarnaast geldt dat er een structurele additionele taakstelling is opgelegd van € 3,8 miljoen per 2025. Dit brengt het totaal op structureel € 14,6 miljoen.Tabel 81 Begroting van baten-lastenagentschap DUO voor het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)Laatste vastgestelde begroting 202520262027202820292030Baten- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten48.86686.29291.89099.131107.487117.269Examendiensten3.4105.6495.6495.6495.6495.649ICT-Diensten42.05073.15278.75085.99194.347104.129Inkoopdiensten9714.6024.6024.6024.6024.602Overige dienstverlening2.4352.8892.8892.8892.8892.889- Baten als tegenprestatie voor levering van input458.751542.679549.553546.093526.720534.853Hoofdproduct Bekostiging66.46079.94284.59985.76586.56189.277Hoofdproduct Studiefinanciering169.682204.073203.580199.675199.291202.415Hoofdproduct Examendiensten75.03690.43391.37190.90189.37090.157Hoofdproduct Onderwijsregisters58.17769.95371.57971.95271.16572.413Hoofdproduct Informatiediensten17.63321.23721.38320.75920.79121.049138Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Laatste vastgestelde begroting 202520262027202820292030Inburgering40.57444.86244.86244.86244.86244.862ICT-Diensten14.40417.49917.49917.499‒‒Diverse registers12.1309.7249.7249.7249.7249.724Overige Dienstverlening4.6554.9564.9564.9564.9564.956Rentebaten1.0001.4001.4001.4001.4001.400Vrijval voorzieningen‒‒‒‒‒‒Bijzondere baten‒‒‒‒‒‒Totaal baten508.617630.371642.843646.624635.607653.522LastenApparaatskosten428.184528.459530.589524.970510.211516.336- Personele kosten330.768411.880413.512406.925394.294398.930waarvan eigen personeel249.490283.546284.977286.407287.851289.301waarvan inhuur externen69.454113.500113.895106.19392.60895.784waarvan overige personele kosten11.82414.83414.64014.32513.83513.845- Materiële kosten97.416116.579117.077118.045115.917117.406waarvan apparaat ICT38.68656.82557.88859.40159.75361.876waarvan bijdrage aan SSO's28.41228.75128.45728.16526.94426.599waarvan overige materiële kosten30.31831.00330.73230.47929.22028.931Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten30.31632.06432.20832.48831.86532.296Rentelasten2.5633.6954.7805.5706.0666.253Afschrijvingskosten45.35464.20373.31681.64685.51596.687- Materieel13.00021.62022.67024.02925.59727.432waarvan apparaat ICT12.50021.22022.27023.62925.19727.032waarvan overige materiële afschrijvingskosten500400400400400400- Immaterieel32.35442.58350.64657.61759.91869.255Overige lasten2.1001.8501.8501.8501.8501.850waarvan dotaties voorzieningen2.1001.8501.8501.8501.8501.850waarvan bijzondere lasten‒‒‒‒‒‒Totaal lasten508.517630.271642.743646.524635.507653.422Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening100100100100100100Agentschapsdeel Vpb-lasten100100100100100100Saldo van baten en lasten000000ToelichtingBatenBaten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of dienstenDe totale verwachte baten als tegenprestatie voor de levering van diensten bedragen € 86,3 miljoen. Het gaat hier om dienstverlening op het gebied van examens, ICT en inkoopdiensten aangeboden door de SSO Noord en overige dienstverlening waaronder vergoedingen voor detacheringen.Baten examendienstenDe verwachte baten examendiensten van € 5,6 miljoen betreffen de inkomsten uit leges voor afgenomen examens in opdracht van het Ministerie van OCW.139Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Baten ICT-DienstenDe verwachte baten ICT-Diensten van € 73,2 miljoen betreffen de inkomsten uit werkzaamheden uitgevoerd door de SSO Noord, dat onderdeel is van DUO. Het betreffen werkzaamheden voor de Ministeries van OCW (€ 6,7 miljoen), BZK (€ 30,2 miljoen), JenV (€ 20,8 miljoen), EZ (€ 7,8 miljoen), VWS (€ 3,3 miljoen), Financiën (€ 1,6 miljoen), IenW (€ 1,3 miljoen) en diverse gemeenten, zelfstandige bestuursorganen en agentschappen (€ 1,5 miljoen).Baten inkoopdienstenDe verwachte baten inkoopdiensten van € 4,6 miljoen betreffen de inkomsten uit werkzaamheden uitgevoerd door de Shared Service Organisatie Noord, dat onderdeel is van DUO. Het betreft werkzaamheden voor de Ministeries van OCW (€ 3,2 miljoen) en JenV (€ 1,4 miljoen).Baten overige dienstverleningDe verwachte baten in verband met overige dienstverlening aan derden en detacheringen bedragen € 1,2 miljoen respectievelijk € 1,7 miljoen.Baten als tegenprestatie voor de levering van inputDe totale verwachte baten als tegenprestatie voor het leveren van input bedragen € 542,7 miljoen. Deze baten vloeien voort uit het uitvoeren van de vijf hoofdproducten en werkplekdienstverlening in opdracht van het Ministerie van OCW. Tevens zijn hier de baten opgenomen in verband met het uitvoeren van de inburgeringstaken in opdracht van het Ministerie van JenV. Voorts zijn baten opgenomen in verband met het voeren van diverse registers en overige dienstverlening, met name het Landelijk Register Kinderopvang. Baten hoofdproduct bekostigingDe verwachte baten van € 79,9 miljoen betreffen de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan het Ministerie van OCW voor het uitvoeren van het hoofdproduct bekostiging van onderwijsinstellingen. In de totale baten is een vergoeding voor ontwikkeling van het systeemland­schap (€ 12,5 miljoen) en een vergoeding voor werkzaamheden in verband met Werk aan Uitvoering (€ 4,1 miljoen) opgenomen.Omzet studiefinancieringDe verwachte baten van € 204,1 miljoen betreffen de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan het Ministerie van OCW voor het uitvoeren van het hoofdproduct studiefinanciering. In de totale baten is een vergoeding voor ontwikkeling van het systeemlandschap (€ 22,7 miljoen) en een vergoeding voor werkzaamheden in verband met Werk aan Uitvoering (€ 26,8 miljoen) opgenomen.Omzet examendienstenDe verwachte baten van € 90,4 miljoen betreffen de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan het Ministerie van OCW voor het uitvoeren van het hoofdproduct examendiensten. In de totale baten is een vergoeding voor ontwikkeling van het systeemlandschap (€ 16,1 miljoen) en een vergoeding voor werkzaamheden in verband met Werk aan Uitvoering (€ 1,2 miljoen) opgenomen.Omzet onderwijsregistersDe verwachte baten van € 70,0 miljoen betreffen de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan het Ministerie van OCW voor het uitvoeren van het hoofdproduct onderwijsregisters. In de totale baten is een 140Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 vergoeding voor ontwikkeling van het systeemlandschap (€ 15,9 miljoen) en een vergoeding voor werkzaamheden in verband met Werk aan Uitvoering (€ 1,2 miljoen) opgenomen.Omzet informatiedienstenDe verwachte baten van € 21,2 miljoen betreffen de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan het Ministerie van OCW voor het uitvoeren van het hoofdproduct informatiediensten. In de totale baten is een vergoeding voor ontwikkeling van het systeemlandschap (€ 1,5 miljoen) en een vergoeding voor werkzaamheden in verband met Werk aan Uitvoering (€ 6,4 miljoen) opgenomen.Baten inburgeringDe verwachte baten voor het uitvoeren van taken voortkomend uit de inbur­geringswetgeving bedragen € 44,9 miljoen. De werkzaamheden worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van JenV.Baten ICT-DienstenDe verwachte baten uit hoofde van werkplekdienstverlening aan het Ministerie van OCW bedragen € 17,5 miljoen.Baten in verband met het voeren van diverse registersDe verwachte baten voor het voeren van diverse registers in opdracht van het Ministerie van SZW bedragen € 9,7 miljoen. Het betreft primair het beheren van het Landelijk Register Kinderopvang.Baten in verband met overige dienstverleningDe verwachte baten in verband met overige dienstverlening bedragen € 5,0 miljoen. De werkzaamheden bestaan uit het afnemen van de examens in verband met de Wet op het financieel toezicht in opdracht van het Ministerie van Financiën (€ 2,7 miljoen); daarnaast uit print- en couverteer­werkzaamheden voor het Ministerie van JenV (€ 2,3 miljoen).Hieronder is weergeven wat de herkomst van de baten is als tegenprestatie voor de levering van producten en diensten, respectievelijk baten als tegen­prestatie voor levering van input.Tabel 82 Specificatie herkomst van de baten DUO voor het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)OmschrijvingLaatste vastgestelde begroting 202520262027202820292030Omzet moederdepartement401.392493.265500.650497.852479.242488.268Omzet overige departementen99.538127.119132.094138.528145.954154.647Omzet derden6.6878.5878.6998.8449.0119.207Totaal omzet507.617628.971641.443645.224634.207652.122RentebatenDe verwachte rentebaten bedragen € 1,4 miljoen en betreffen de verwachte vergoeding voor het positieve uitstaande saldo bij het Ministerie van Financiën.LastenPersonele kostenDe begrote personele kosten bedragen € 411,9 miljoen en hebben betrekking op de kosten van het eigen personeel (€ 283,5 miljoen) op basis van de gemiddelde loonkosten, de kosten voor externe inhuur (€ 113,5 miljoen) en een reële inschatting van de overige personele kosten 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 zoals opleidingsbudget en reiskosten (€ 14,8 miljoen). DUO probeert voortdurend de inzet van relatief duur extern ICT-personeel te verminderen door in plaats daarvan ambtelijk personeel in dienst te nemen. Dit heeft naast kostenvoordelen ook als voordeel dat de kennisopbouw binnen de eigen organisatie beter kan worden geborgd. Wel heeft DUO de komende jaren additionele werkzaamheden te verrichten op het gebied van wetgeving en het vervangen en doorontwikkelen van haar systeem­landschap. Voor deze incidenteel gefinancierde werkzaamheden geldt dat DUO in beginsel geen vast personeel aantrekt.Materiële kostenDe begrote materiële kosten bedragen € 116,6 miljoen en betreffen onder andere de ICT-gerelateerde apparaatskosten (€ 56,8 miljoen), zoals de kosten voor het rekencentrum en kosten ten behoeve van beheer, onderhoud en ontwikkeling van ICT-systemen. Daarnaast is een bijdrage aan SSO's (€ 28,8 miljoen) begroot. De begrote overige materiële lasten (€ 31,0 miljoen) betreffen kosten voor examens (zoals drukwerk en vergoedingen voor examinatoren en surveillanten), communicatiekosten en portokosten.Kosten uitbesteed werk en andere externe kostenDe begrote kosten uitbesteed werk en andere externe kosten bedragen € 32,1 miljoen. Dit betreffen verwachte kosten uit hoofde van ingekochte dienstverlening ten behoeve van de uitvoering van diverse taken.RentelastenDe begrote rentelasten bedragen € 3,7 miljoen voor de aangetrokken leningen bij het Ministerie van Financiën. Deze leningen worden gebruikt ter financiering van vervangingen in het systeemlandschap.AfschrijvingskostenDe begrote afschrijvingskosten bedragen € 64,2 miljoen en betreffen de afschrijvingskosten uit hoofde van materiële en immateriële vaste activa. De stijging in 2026 en opvolgende jaren hangt primair samen met de geplande investeringen in het ICT-landschap.Overige lastenDe begrote overige lasten bedragen € 1,9 miljoen en betreffen de verwachte dotatie aan de personele voorzieningen voor wachtgeld, maatwerk en jubileumuitkeringen.Tabel 83 Kasstroomoverzicht over het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)Stand slotwet 2024Vastgestelde begroting 2025202620272028202920301.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen24.22920.23198.97399.07399.17399.27399.373+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom591.103508.617508.617630.371642.843646.624635.607-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 528.755‒ 463.263‒ 463.163‒ 566.068‒ 569.427‒ 564.878‒ 549.9922.Totaal operationele kasstroom62.34845.35445.45464.30373.41681.74685.615-/- totaal investeringen‒ 81.710‒ 94.300‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen00000003.Totaal investeringskasstroom‒ 81.710‒ 94.300‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500‒ 106.500142Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stand slotwet 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement0000000-/- aflossingen op leningen‒ 25.982‒ 45.354‒ 45.354‒ 64.203‒ 73.316‒ 81.646‒ 85.515+/+ beroep op leenfaciliteit85.90094.300106.500106.500106.500106.500106.5004.Totaal financieringskasstroom59.91848.94661.14642.29733.18424.85420.9855.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)64.78520.23199.07399.17399.27399.37399.473ToelichtingKasstroomoverzichtDe operationele kasstroom is het saldo van ontvangsten van dienstver­lening aan het moederdepartement, de overige departementen en derden waar uitgaven aan intern en extern personeel en leveranciers tegenover staat. De investeringskasstroom betreft de verwachte investeringen in zowel materiële als immateriële vaste activa. Het gaat hier specifiek om inves­teringen in het rekencentrum, softwarelicenties en netwerken. Daarnaast betreffen dit investeringen in het systeemlandschap (zelf ontwikkelde infra­structuur en applicaties). Onder de financieringskasstroom is de aflossing op de leningen opgenomen, evenals de verwachte aan te trekken leningen. De investeringen in de (immateriële) vaste activa worden gefinancierd via een beroep op de leenfaciliteit.KapitaaluitgavenTabel 84 Specificatie kapitaaluitgaven agentschap DUO 2026 (bedragen x € 1.000)Investeringen in Immateriële vast activa-Zelfontwikkeld software64.600-Software Licenties1.900Materiële vaste activa- Hardware Data- en rekencentrum36.200- Hardware Netwerk700- Hardware Overig700- Overige Inventaris2.400Totaal investeringen106.500DoelmatigheidDe basisindicatoren voor het bepalen van de doelmatigheid zijn de kostprijs en kwaliteit per product of dienst. Conform het overzicht met doelma­tigheidsindicatoren stuurt DUO op gelijkblijvende kosten bij verbeterde dienstverlening. De kwaliteitsverbetering zal onder andere ontstaan door de investeringen in het ICT-landschap. Daarnaast heeft de invoering van Life Cycle Management (LCM) binnen DUO geleid tot een situatie waarin grote eenmalige projectinvesteringen zijn vervangen door structurele inves­teringen die over langere tijd worden afgeschreven. Dit is zichtbaar in de post vervangingskosten, zijnde de niet activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen inclusief de afschrijvingen van de immateriële vaste activa, die de omvang van het ICT-landschap weerspiegelen.143Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 DUO streeft naar doelmatig gebruik van ICT-systemen, door te sturen op een stabilisering en uiteindelijke daling van de omvang van haar ICT-landschap. DUO bereikt dit door «slim» te vervangen en te komen tot een onder architectuur ontwikkeld, modern, simpel en kleiner ICT-landschap. DUO streeft naar stabilisering van de kosten voor onderhoud. Onderhoud is datgene wat nodig is voor instandhouding van de geautomatiseerde uitvoe­ringsprocessen. Daarnaast stuurt DUO op doelmatigheid voor wat betreft de overheadkosten. DUO streeft de komende jaren naar 20 procent overhead ten opzichte van de totale kosten. DUO is voornemens de doelmatigheids­indicatoren in aankomende jaren door te ontwikkelen.Tabel 85 Overzicht doelmatigheidsindicatorenSlotwet 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030Omschrijving Generiek DeelOmzet Bekostiging Instellingen*117%100,0100,0100,0100,0100,0100,0Omzet Studiefinanciering*46%100,0100,0100,0100,0100,0100,0Omzet Examendiensten*16%100,0100,0100,0100,0100,0100,0Omzet Basisregisters*16%100,0100,0100,0100,0100,0100,0Omzet Informatiediensten*5%100,0100,0100,0100,0100,0100,0Totaal basiscontract100,0100,0100,0100,0100,0100,0Vervangingskosten53,0113120135148152167Kosten met betrekking tot onderhoud en beheer*57,9100100100100100100Immateriële vaste activa (x1 mln)177,0161192,2214,9230,7243,7245,8Overheadkosten t.o.v. de totale kosten (%)18%20%20%20%20%20%20%FTEFTE-Intern3.103,03.224,33.531,03.542,03.554,83.565,93.573,0FTE-Extern545,0429,1430,3445,4436,1453,3464,7Tarieven/uurICT gerelateerd€ 132,00€ 140,00€ 146,50€ 146,50€ 146,50€ 146,50€ 146,50Overige uren€ 87,00€ 94,50€ 103,00€ 103,00€ 103,00€ 103,00€ 103,00Saldo baten en lasten (%)0,5%0,00%0,00%0,00%0,00%0,00%0,00%KwaliteitsindicatorenKlantcontact digitaal6,56,56,56,56,56,56,5Klantcontact traditioneel7,97,07,07,07,07,07,01Index 2025 is gelijk aan 100Toelichting doelmatigheidsindicatorenOmzet/kostprijs per productDUO aggregeert haar werkzaamheden naar vijf producten, te weten bekostiging, studiefinanciering, examens, registers en informatiediensten.VervangingskostenDUO maakt de effecten van Life Cycle Management inzichtelijk via de vervangingskosten. Dit betreffen de niet-activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen, inclusief de afschrijvingen van de immateriële vaste activa en de bijbehorende rente, die de omvang van het ICT-landschap weerspiegelen.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Kosten met betrekking tot onderhoud en beheerDUO streeft naar een gelijkblijvend onderhoud en beheer, gerepresenteerd in een gelijkblijvend indexgetal van 100.Overheadkosten ten opzichte van de totale kosten (%)Deze indicator drukt de overhead uit als percentage van de totale kosten. Daar waar in het verleden een percentage van boven de 20 procent is gerea­liseerd wil DUO voor de komende jaren dalen naar 20 procent overhead ten opzichte van de totale kosten.FTE totaalDe ontwikkeling in fte’s betreft een deel van de bezetting dat werkzaam is in de ontwikkeling van infrastructuur, software en applicaties in eigen beheer wat, financieel gezien, wordt aangemerkt als een investering in immateriële vaste activa. Ten slotte geldt dat een fors deel van de stijging in het aantal fte’s het gevolg is van additionele werkzaamheden die voortvloeien uit additionele compliancewerkzaamheden.TarievenProjecttarief per uurHet projecttarief per uur (€ 146,50) is een gemiddeld uurtarief ten behoeve van systeem- en procesaanpassingen.Meerwerktarief per uurVoor niet ICT-gerelateerde inzet geldt een lager tarief van € 103,00 per uur.Indicatoren:Voor de indicator Klanttevredenheid klantcontact digitaal is de norm 6,5 en voor de indicator Klanttevredenheid klantcontact traditioneel is de norm 7,0. Het betreft hier respectievelijk de tevredenheid van individuele klanten op de kanalen Mijn DUO en de website (digitaal) en de tevredenheid op de kanalen telefonie, e-mail en balie (traditioneel), op een schaal van 1 tot en met 10.145Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 5.2 Agentschap Nationaal Archief (NA)5.2.1. Algemene toelichtingHet NA beheert de archieven van de Rijksoverheid en archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). In de depots ligt bijna duizend jaar geschiedenis van Nederland opgeslagen in archieven en in duizenden kaarten, tekeningen en foto’s.De missie van het NA is het dienen van ieders recht op informatie en het geven van inzicht in het verleden van ons land door inzet voor een sterk archiefbestel, een afgewogen beleid voor archiefwaardering en selectie en optimale zorg voor alle rijksarchieven en de nationale archiefcollectie in Den Haag te beheren en onsite en online te presenteren.Nationaal Archief en Regionale Historische CentraOp basis van de Archiefwet 1995 heeft de Minister van OCW een specifieke verantwoordelijkheid voor alle rijksarchiefbewaarplaatsen, zijnde het NA in Den Haag en elf rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden. De archiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden maken deel uit van de Regionale Historische Centra (RHC’s). De RHC’s zijn zelfstandige openbare lichamen, die vanuit het Rijk en andere partners een financiële bijdrage ontvangen. De rijksbijdragen aan de afzonderlijke RHC’s zijn onderdeel van artikel 14 (Cultuur) van de begroting van het Ministerie van OCW.Tabel 86 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030BatenOmzet72.43864.40079.30074.10070.70064.70063.200waarvan omzet moederdepartement70.24559.10070.90072.30068.90062.90061.400waarvan omzet overige departementen7553.9007.200600600600600waarvan omzet derden1.4391.4001.2001.2001.2001.2001.200Vrijval voorzieningen82000000Mutatie projectgelden0000000Bijzondere baten0000000Rentebaten710000000Totaal baten73.23064.40079.30074.10070.70064.70063.200LastenApparaatskosten72.42161.80076.70071.50068.10062.10060.600Personele kosten43.01637.30047.80041.80038.30032.30030.800waarvan eigen personeel31.55932.50036.50033.90032.00027.60026.200waarvan inhuur externen8.7393.8008.8005.5004.0002.5002.500waarvan overige personele kosten2.7171.0002.5002.4002.3002.2002.100Materiële kosten29.40524.50028.90029.70029.80029.80029.800waarvan apparaat ICT4.1472.0004.3004.4004.5004.5004.500waarvan bijdrage aan SSO's7.4537.0007.6007.8007.8007.8007.800waarvan overige materiële kosten17.80615.50017.00017.50017.50017.50017.500Afschrijvingskosten2.4602.5002.5002.5002.5002.5002.500Materieel2.4602.5002.5002.5002.5002.5002.500waarvan apparaat ICT1.4032001.4001.4001.4001.4001.400Immaterieel0000000Dotaties voorzieningen18000000Overige kosten505000000Bijzondere lasten0000000146Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stand Slotwet 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030Rentelasten100100100100100100100Totaal lasten75.50564.40079.30074.10070.70064.70063.200Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening‒ 2.275000000Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten‒ 2.275000000ToelichtingBatenOmzet moederdepartementDe omzet van het moederdepartement betreft de inkomsten van het NA voor de geleverde producten en diensten. Deze bestaan uit structurele middelen voor de primaire activiteiten en middelen voor projectmatige activiteiten. Tabel 87 Omzet moederdepartement per productgroep/dienstgroep (bedragen x € 1.000)Realisatie 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030Fysiek archief16.12312.74016.00016.00015.00014.50014.000Digitaal archief17.17213.74018.00019.20019.00018.00018.000Publiek12.09310.54012.00012.00011.00010.0009.000Digitalisering14.10813.14014.10014.10013.90012.40012.400Kennis en advies10.7498.94010.80011.00010.0008.0008.000Totaal70.24559.10070.90072.30068.90062.90061.400De bijdrage 2026 van het moederdepartement stijgt ten opzichte van voorgaande jaren vanwege de loon- en prijscompensatie. Daarnaast zijn er de komende jaren middelen voor de programma's WaU en Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) beschikbaar gesteld.Omzet overige departementenHet NA fungeert als rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Zuid-Holland en ontvangt daarvoor een jaarlijkse bijdrage. Daarnaast ontvangt het NA projectmiddelen van andere ministeries.Omzet derdenDe omzet derden bestaat hoofdzakelijk uit inkomsten van derde partijen voor specifieke producten en diensten.LastenPersonele kostenDe personele kosten zijn gebaseerd op een formatie van circa 310–350 fte. In 2026 tot en met 2030 daalt de personele inzet onder andere door de afloop van projecten en programma's alsmede de opgelegde bezuinigingstaakstel­lingen.Materiële kostenDit betreffen onder andere de huisvestingskosten zoals de huurkosten en servicekosten samenhangend met de huisvesting en kantoorautomati­sering. Tevens zijn onder deze post de materiële uitgaven opgenomen die worden gedaan in het primaire proces, zoals voor het fysieke depot, de digitale taken rijksarchieven, tentoonstellingen, dienstverlening en in projecten.147Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 AfschrijvingskostenInvesteringen betreffen reguliere vervangingsinvesteringen in met name de ICT-hardware. Het kasstroomoverzicht laat zien dat de afschrijvingskosten de komende jaren voldoende dekking bieden voor de reguliere investe­ringen.RentelastenOver de leningen is rente verschuldigd. Deze rente is naar verwachting in lijn met voorgaande jaren.Tabel 88 Kasstroomoverzicht over het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2024Vastgestelde begroting 2025202620272028202920301.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen16.7758.95610.45610.15610.65611.55612.456+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom69.62864.40079.30074.10070.70064.70063.200-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 73.084‒ 61.800‒ 76.700‒ 71.500‒ 68.100‒ 62.100‒ 60.6002.Totaal operationele kasstroom‒ 3.4562.6002.6002.6002.6002.6002.600-/- totaal investeringen‒ 1.644‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen00000003.Totaal investeringskasstroom‒ 1.644‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.200-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 869000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement0000000-/- aflossingen op leningen‒ 1.850‒ 1.100‒ 1.700‒ 900‒ 500‒ 500‒ 400+/+ beroep op leenfaciliteit01.200000004.Totaal financieringskasstroom‒ 2.719100‒ 1.700‒ 900‒ 500‒ 500‒ 4005.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)8.95610.45610.15610.65611.55612.45613.456ToelichtingDe operationele kasstroom is positief vanwege de bijdrage van het moeder­departement voor de afschrijving van nieuwe investeringen en bestaande activa die voorheen met investeringsbijdragen van het Ministerie van OCW waren gefinancierd.Voor de investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. De financieringskasstroom betreft verder de aflossing op leningen die zijn aangegaan ten behoeve van financiering van de verbouwing van de publieke ruimte, het fysieke depot en investeringen in ICT.148Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 KapitaaluitgavenTabel 89 Specificatie kapitaaluitgaven agentschap NA 2026 (bedragen x € 1.000)Investeringen gebouw400Kantoormeubilair200Kantoormachines0Automatiseringsapparatuur500Depotinrichting100App. conservering & restauratie0Inrichting studiezaal0Totaal investeringen1.200Eenmalige uitkering aan moederdepartement0Aflossing op leningen1.700Totaal financieringskasstroom1.700Kapitaaluitgaven2.900Tabel 90 Overzicht doelmatigheidsindicatorenStand Slotwet 2024Vastgestelde begroting 202520262027202820292030Omschrijving Generiek DeelGemiddeld gewogen kostprijs per productgroep:- de (gem) prijs per km fysiek archief (capaciteit) *20212121212121- de (gem) prijs per Terabyte digitaal archief (capaciteit) **1.2171.3001.3001.3001.3001.3001.300Gemiddeld gewogen uurtarief intern personeel:- primaire taken - activiteiten ***62696969696969Aantal FTE:- formatie op lumpsum en projecten357300-340310-350300-340285-325260-300250-290Saldo van baten en lasten‒ 2.274.884000000Ontwikkeling aantallen bezoekers:- bezoekers7.32120.0007.5007.5007.5007.5007.500- onderwijs3.42013.0005.0005.0005.0005.0005.000- studiezaal - bezoekers14.06712.00016.00016.00016.00016.00016.000- studiezaal - raadplegingen archiefstukken175.151100.000200.000200.000200.000200.000200.000- Website Nationaal Archief2.856.6742.500.0003.500.0003.500.0003.500.0003.500.0003.500.000Cijfer bezoeker tevredenheid:17,57,57,57,57,57,57,5Voldoen aan webrichtlijnen Rijk: (1-2-3- sterren)2*********************Beschikbaarheid - bereikbaarheidorganisatie:- fysieke dienstverlening; geopend:- informatiecentrum en studiezaaldi t/m vrdi t/m vrdi t/m vrdi t/m vrdi t/m vrdi t/m vrdi t/m vr- tentoonstellingdi t/m zodi t/m zodi t/m zodi t/m zodi t/m zodi t/m zodi t/m zo- ontvangst schoolgroepenma t/m vrma t/m vrma t/m vrma t/m vrma t/m vrma t/m vrma t/m vr- Digitale dienstverlening eDepot(basisdienstverlening):3- helpdesk openingstijden op werkdagen8:30-17:008:30-17:008:30-17:008:30-17:008:30-17:008:30-17:008:30-17:001Op basis van verantwoording uurtarieven jaarrekening 20172Per twee jaar wordt een landelijk onderzoek gedaan door de branchevereniging archiefveld naar de kwaliteit van de dienstverlening.3Betreft de toekenning van het drempelvrij keurmerk; toekenning op basis van een jaarlijks onderzoek; toekenning in de vorm van een jaarlijks certificaat met waardering in aantal sterren (1-2-3- sterren)149Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 ToelichtingHet NA heeft een infrastructuur voor producten en diensten voor digitale archivering. Aan de dienstverlening van het NA is een kostprijsmodel verbonden dat inzichtelijk maakt tegen welke kosten producten en diensten kunnen worden afgenomen. De in de tabel benoemde kostprijzen zijn gebaseerd op het kostprijsmodel van digitale archieven uit 2020.150Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 6. BijlagenBijlage 1: Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige BestuursorganenTabel 91 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (bedragen x € 1.000)Naam organisatierwt/zboBegrotingsartikelBegrotingsra­mingenUitgevoerde evaluatie ZBO onder KaderwetVolgende evaluatie ZBOStichting Participatiefondszbo en rwt14.891‒‒Stichting Vervangingsfondszbo en rwt12.728‒‒College voor Toetsen en Examenszbo1, 3, 421.28520242029Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfslevenzbo en rwt482.18120252030Nationaal Coordinatiepunt NLQFzbo en rwt41.009nvt2030Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatiezbo en rwt66.590‒2027Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoekzbo en rwt4, 6, 161.325.25920202025Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunstenzbo en rwt1496.18920232027Stichting Fonds voor Cultuurparticipatiezbo en rwt1454.93720232027Stichting Nederlands Fonds voor de Filmzbo en rwt1498.11320232027Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industriezbo en rwt1433.64120232027Stichting Mondriaan Fondszbo en rwt1450.30120232027Stichting Nederlands Letterenfondszbo en rwt1419.56620232027Bureau Architectentregisterzbo en rwt1461220192025Koninklijke Bibliotheekzbo en rwt14, 16141.70620202025Commissariaat voor de Mediazbo en rwt1510.96620242029Stimuleringsfonds voor de Journalistiekzbo en rwt153.251‒2025Nederlandse Publieke Omroepzbo en rwt15952.409‒‒Regionale Publieke Omroepzbo en rwt15197.304‒‒Bevoegde gezagsorganen primair onderwijsrwt115.353.231‒‒Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijsrwt311.277.139‒‒SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingenrwt1, 3, 454.24120212026Instellingsbesturen mbo-instellingenrwt44.660.610‒‒Landelijk Centrum Studiekeuze (voorheen Studiekeuze 123)rwt64.628‒‒Nufficrwt6, 7, 811.693‒‒Instellingsbesturen hogescholenrwt64.397.857‒‒Instellingsbesturen universiteitenrwt76.476.905‒‒Academische Ziekenhuizenrwt7878.068‒‒Netherlands house for Education and Research (Neth-er)rwt8686‒‒Nationaal Agentschap Erasmus+zbo84.9182024‒Collectiebeherende instellingen die onder de Erfgoedwet vallenrwt14283.261‒‒Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappenrwt16115.15220202026Stichting Participatiefonds (PF) Het PF is verantwoordelijk voor het beheren, verevenen en terugdringen van de wettelijke en bovenwettelijke werkloosheidsuitgaven in het primair onderwijs. Het PF betaalt (deels) de uitkeringskosten van ontslagen personeel aan het betreffende schoolbestuur indien het ontslag voldoet aan de voorwaarden die het PF hieraan stelt in het reglement. Daarnaast ondersteunt het PF schoolbesturen bij inspanningen om te voorkomen dat 151Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 onderwijspersoneel instroomt in een uitkering. Eveneens bevordert het PF dat individuele medewerkers die werkloos zijn en dientengevolge een uitkering ontvangen, weer zo snel mogelijk betaald werk hervatten.Stichting Vervangingsfonds (VF)Het VF betaalt, wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden uit het VF-reglement, geheel of gedeeltelijk de kosten voor vervangers van ziek personeel aan schoolbesturen die hiervoor nog premie afdragen. Rond de 65 procent van de schoolbesturen met meer dan 80 procent van het personeel in de sector primair onderwijs draagt inmiddels volledig zelf de risico’s van deze vervangingskosten, al dan niet via samenwerking met andere besturen. Deze ontwikkeling zet zich door. In de Wet beëindiging Vervangingsfonds en modernisering Participatiefonds is vastgelegd dat de vereveningstaak van het VF op een nog te bepalen moment wordt beëindigd. Momenteel wordt een beëindiging van de vereveningstaak van het VF voorzien per 1 januari 2029.College voor Toetsen en Examens (CvTE)Het CvTE is verantwoordelijk voor de centrale examens en staatsexamens in het voortgezet onderwijs, de examens rekenen en taal in het (middelbaar) beroepsonderwijs en staatsexamens Nederlands als tweede taal.Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)SBB ontvangt middelen om de wettelijke taken uit te voeren, waarmee wordt bijgedragen aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatie-structuur. Tevens werft en accrediteert SBB leerbedrijven, zorgt zij voor voldoende leerwerkplekken en bevordert zij de kwaliteit van deze plaatsen. De samenwerking van onderwijs en bedrijfsleven binnen één organisatie draagt bij aan kwalitatief goed beroepsonderwijs met opleidingen die up-to-date zijn en voldoende, goede stageplaatsen.Nationaal Coördinatiepunt Nederlands Kwalificatiekader (NLQF)Het Nationaal Coördinatiepunt NLQF is een onafhankelijke organisatie die zorgt voor de implementatie van het NLQF in Nederland. Het NLQF is een systematische ordening van alle bestaande kwalificatieniveaus en opleidingen in Nederland. Een van de belangrijkste taken is de inschaling in het NLQF (en EQF) van de niet door het Ministerie van OCW gereguleerde kwalificaties en opname van die kwalificaties in het NCP-register.Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)De NVAO borgt de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Zij beoordeelt op onafhankelijke wijze de kwaliteit van de opleidingen, verleent accreditatie, toetst nieuwe opleidingen en toetst de instellingstoets kwaliteitszorg. Daarnaast levert de NVAO een bijdrage aan het vergroten van het kwaliteitsbewustzijn en bevordert zij de internationale samenwerking om tot afstemming en samenhang binnen de Europese hoger onderwijsruimte te komen.Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)NWO is een zelfstandig bestuursorgaan met wettelijk vastgelegde taken. De NWO-domeinen, onderzoeksinstituten en regieorganen voeren de kerntaak van NWO uit: het bevorderen van kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap.152Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stichting Nederlands Fonds PodiumkunstenHet fonds ondersteunt alle vormen van professionele podiumkunsten in Nederland: muziek, theater, muziektheater en dans. Het stimuleren van innovatie in de keten van scheppen, productie, distributie en afname is een speciale taak van het fonds.Stichting Fonds voor CultuurparticipatieHet fonds stimuleert de actieve deelname aan het culturele leven van inwoners van Nederland, in al hun diversiteit, ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.Stichting Nederlands Fonds voor de FilmHet fonds stimuleert de filmproductie in Nederland, met de nadruk op kwaliteit en diversiteit en bevordert een goed klimaat voor de Nederlandse filmcultuur.Stichting Stimuleringsfonds Creatieve IndustrieHet fonds voert verschillende subsidieregelingen uit die zijn gericht op kennisontwikkeling en kennisuitwisseling van de ontwerpende disciplines en het vergroten van de belangstelling voor architectuur, vormgeving en e-culture.Stichting MondriaanfondsHet fonds bevordert bijzondere en vernieuwende projecten en activiteiten van beeldend kunstenaars, bemiddelaars en instellingen die van belang zijn voor de beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland. Het doel is hiermee de betekenisvolle ontwikkeling en zichtbaarheid van beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland te stimuleren daar waar de markt dit niet of nog niet mogelijk maakt.Stichting Nederlands LetterenfondsHet Nederlands Letterenfonds is het publieke fonds voor literatuur in het Nederlands, Fries, Papiaments en Nederlandse Gebarentaal. Het Letteren­fonds is één van de zes door het Rijk gefinancierde cultuurfondsen. Het fonds wil bijdragen aan een belezen, intelligente en creatieve samenleving waarin de rol van de letteren, van schrijvers en vertalers, wordt erkend en gewaardeerd.Bureau Architectenregister (BA)BA is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat uitvoering geeft aan de Wet op de architectentitel, zorg draagt voor het beheer van het architectenregister en bevoegd is om op te treden tegen onrechtmatig titelgebruik. Daarnaast is BA de bevoegde autoriteit in Nederland voor de uitvoering van de Europese richtlijn voor de erkenning van professionele kwalificaties van de onder haar vallende beroepen.Koninklijke Bibliotheek (KB)De KB is de nationale bibliotheek van Nederland en al eeuwenlang een bron van inspiratie en ontwikkeling. De KB kent een lange traditie van verzamelen, bewaren en delen van publicaties van en over Nederland. Daarnaast bewaren ze ook een selectie van publicaties op het web.Commissariaat voor de MediaHet Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de naleving van de Mediawet en de Wet op de vaste boekenprijs. Het toezicht betreft radio, televisie, «videodiensten op aanvraag» en Nederlandse boekuitgaven.153Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stimuleringsfonds voor de JournalistiekHet Stimuleringsfonds voor de Journalistiek stimuleert de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek door met geld, kennis en onderzoek de vernieuwing van de journalistieke infrastructuur in Nederland te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door subsidieregelingen, onderzoeksjournalistiek en regionale en lokale journalistiek. Daarnaast deelt het Fonds op de website de meest recente ontwikkelingen in de journalistieke sector.Nederlandse Publieke Omroep (NPO)De NPO vervult een essentiële rol in de verrijking en verbinding van de Nederlandse samenleving met informerende, inspirerende en impactvolle programma’s. Als open en diverse publieke omroep geeft de NPO zoveel mogelijk mensen en meningen in onze veelkleurige maatschappij de ruimte.Regionale Publieke Omroep (RPO)De RPO is op basis van de Mediawet het samenwerkings- en coördi­natieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau. De regionale publieke omroepen brengen onderschei­dende regionale journalistiek.Nationaal Agentschap Erasmus+Erasmus+ ondersteunt de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling van deelnemers in onderwijs, training, jeugd en sport, in Europa en daarbuiten. Hierdoor draagt het programma bij aan duurzame groei, werkgelegenheid, sociale cohesie en de versterking van de Europese identiteit.Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)De KNAW brengt vanuit haar onafhankelijke positie mensen en middelen bij elkaar om met kennis en creativiteit bij te dragen aan de ontwikkeling van onze samenleving. Ze bevordert de kwaliteit en de integriteit van de wetenschapsbeoefening. Haar instituten moeten staan voor excellente kwaliteit en dienen te fungeren als magneten voor onderzoekstalent.Bevoegde gezagsorganen primair onderwijsHet betreft 848 bevoegde gezagsorganen van 6561 instellingen. Hiernaast zijn er 76 samenwerkingsverbanden passend onderwijs in het primair onderwijs. Voor zover het onderwijsinstellingen betreft waar de gemeente het bevoegd gezag is, zijn deze instellingen niet aan te merken als RWT.Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijsHet betreft 281 bevoegde gezagsorganen van 642 onderwijsinstellingen. Hiernaast zijn er 75 samenwerkingsverbanden passend onderwijs in het voortgezet onderwijs. Voor zover het onderwijsinstellingen betreft waar de gemeente het bevoegd gezag is, zijn deze instellingen niet aan te merken als RWT.Stichting Cito Op 1 januari 2014 is de Wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteu­nende Activiteiten (SLOA) 2013 (Stb. 2013, 438) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiering van de wettelijke taken van het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling (CITO) en Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO).154Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Stichting SLOOp 1 januari 2014 is de Wet SLOA 2013 (Stb. 2013, 438) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiering van de wettelijke taken van het CITO en SLO.Regionale opleidingscentra (roc’s), agrarische opleidingscentra (aoc's) en vakinstellingenHet betreft 62 bekostigde mbo-instellingen.Landelijk Centrum Studiekeuze (voorheen Studiekeuze 123)Het Landelijk Centrum Studiekeuze draagt eraan bij dat mensen hun plek in de maatschappij weten te vinden. Dit doen ze door ondersteuning te bieden bij het maken van een passende studiekeuze in het hoger onderwijs.Instellingsbesturen hogescholenHet betreft 36 bekostigde hogescholen.Instellingsbesturen universiteitenHet betreft 18 bekostigde universiteiten.Academische ZiekenhuizenHet betreft middelen voor de 8 ziekenhuizen die zijn verbonden aan een Netherlands house for Education and Research (Neth-er) universiteit ten behoeve van de opleiding van artsen en ten behoeve van onderzoek.Netherlands house for Education and Research (Neth-er)Het gezamenlijke doel van de vereniging is om de Nederlandse parti­cipatie aan de Europese programma’s te vergroten. Neth-ER ontvangt een subsidie van het Ministerie van OCW voor het informeren van het brede Nederlandse kennisveld over Europese beleidsontwikkelingen op het terrein van onderwijs en onderzoek.Nationaal Agentschap Erasmus+Erasmus+ ondersteunt de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling van deelnemers in onderwijs, training, jeugd en sport, in Europa en daarbuiten. Hierdoor draagt het programma bij aan duurzame groei, werkgelegenheid, sociale cohesie en de versterking van de Europese identiteit.Instellingen die onder de Erfgoedwet vallenHet betreft 29 instellingen, waaronder de musea, die onder de Erfgoedwet (Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen) vallen.Tabel 92 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder andere ministeries) (bedragen x € 1.000)Naam organisatieMinisterieZBO/RWTBegrotingsartikelBegrotingsramingenUitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)SZWZBO13.030155Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijlage 2: SubsidieoverzichtArtikel 1 Primair onderwijsTabel 93 Subsidies artikel 1 (bedragen x € 1.000)Art. 1Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap32.71635.20435.62735.80235.80235.80235.802nvtnvt20251Nederlands Onderwijs in het Buitenland12.58215.32814.32814.32814.32814.32814.328202420292025Verstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare scholen215.29319.04918.04917.54917.54917.54917.549202520292025Aanpassen lesmateriaal voor visueel gehandicapte en dyslectische leerlingen (Dedicon)4.7034.7034.7034.7034.7034.7034.703nvt20262025Goed worden, goed blijven (PO-Raad)4.6264.626‒‒‒‒‒2021320262025Nederlands Gebarencentrum550672672672672672672202320282025Stimuleringsprogramma Dyslexie‒480480480480480480202320282025Ouders en Onderwijs Ouderbetrokkenheid1.3731.3731.3731.3731.3731.3731.373201720252025Stichting gedragswerk773796796796796796796202020262025Onderwijsconsulenten (Stichting Ondersteuning scholen en ouders)5.2246.8206.8206.670‒‒‒202320282024Andere erkende doorstroomtoetsen PO8.5178.5008.5008.5008.5008.5008.500201820252025Nationaal Onderwijsmuseum642595595‒‒‒‒2019nvt2025Landelijke Geschillencommissie2.0462.0742.0742.0742.0742.0742.074nvt20292025Versterking ICT en externe connectiviteit (SIVON)1.572710732‒‒‒‒nvt20252024Lowan (Ondersteuning nieuwkomers PO-Raad)1.2851.318‒‒‒‒‒202420292025School en Omgeving39.408120.895166.690168.963172.899209.984209.984nvt20272025Basisvaardigheden (po)283.035376.450164.292132.24421.35021.35021.350202520252025NGF Impuls Open Leermateriaal1.3472.2141.875791‒‒‒nvt20272025NGF Digitaal Onderwijs Goed Geregeld4.1506.6343.7502.7502.7502.7502.750202420272025Schoolmaaltijden65.95581.11781.61782.11782.11782.11782.117202320262025Digitale school5.5206.0006.0006.000‒‒‒202320262024Les op afstand (digitale school) Kennisnet‒1.0561.034900941‒‒202320272025Leren voor het examen (kennisnet)‒300300‒‒‒‒202320272025Onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp7.9815.5365.8206.0306.19011.19011.190nvt20262025Brugfunctionaris41.44041.90941.90942.46742.46742.46742.467nvt20272024Kennis- en innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed636850600600‒‒‒202320262025Meerurenmaatwerk‒9284.9664.9653.965nvt20302025Passend onderwijs en jeugdhulp verbinden (NJI)1.0001.1501.1001.1001.1001.1001.100202220272025Devices‒5.000‒‒‒‒‒2024nvtnvt156Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Art. 1Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Meer muziek in de Klas4.0004.000‒‒‒‒‒201920282025Ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen (OPTJ)‒8.3098.6708.670‒‒‒nvt20292025Gelijke Kansen Alliantie7.8507.6437.3337.3337.3337.3337.333nvt20282025Overige beschikkingen op basis Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en SLOA10.06823.88235.69537.93947.31848.76240.072Totaal subsidie(regelingen)564.292796.121626.400595.816474.707513.330504.6401De regelingen/verleningen worden jaarlijks getoetst en opnieuw toegekend.2Wettelijke grondslag op basis van de Wet op het primair onderwijs.3Evaluatie via monitor bestuursakkoord PO 2017.157Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 3 Voortgezet onderwijsTabel 94 Subsidies artikel 3 (bedragen x € 1.000)Art. 3Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo21.04630.72427.85113.96812.96818.65016.540202320272025School en Veiligheid2.3682.2582.2582.2582.2582.2582.258202420292025INGRADO1.9451.9451.9451.9451.9451.9451.945nvt20262025Combo/Laks421600600600600600600202120262025Lowan513630544544544544544nvt20252025Continuering en doorontwikkeling Boris (vso/pro)634672666660654648648202120262025Erkennen leerwerktrajecten vmbo5245245245245245245242020nvt2025Activiteitenplan Stichting Platforms vmbo1.1741.1781.1781.1781.1781.1781.178202020252024Platform Beta en Techniek (Tecwijzer)500‒‒‒‒‒‒nvtnvt2024Voortgezet Leren (vo-raad)2.7502.750‒‒‒‒‒202020252024Steunpunt Passend onderwijs aan VO-Raad1.8081.7851.8091.6961.6961.6961.696202220262024Versterking VMBO Programma beroeps-en praktijkgerichtonderwijs door SLO8811.5671.5861.7931.7931.7931.793nvt20282023Sterk techniekonderwijs door Stichting Platforms vmbo‒1.5631.5631.5631.5631.5631.563202420282024Landelijk Expertisepunt Digitale geletterdheid door Kennisnet1.2627641.0001.0001.0001.0001.000nvt20272025Onderwijshuisvesting aan Ruimte OK‒5.7028.3689.309‒‒‒nvt20272024Onderwijshuisvesting aan INVEST NL5.1003.203‒‒‒‒‒nvt20272024Expertisepunt burgerschap2.2821.894‒‒‒‒‒nvt20262025Veilig Digitaal aan VO-Raad, Kennisnet en SIVON6.0007.0857.238‒‒‒‒nvt20262025Toetsdruk verminderen door VO-Raad en LAKS850850850643‒‒‒nvt20282024Curriculumherziening door SLO14.25016.26914.4438.7535.3004.0504.050nvt20272025Beproeven examenprogramma's‒6.2409.8034.8322.818‒‒nvtn.v.t.2025Curriculumherziening door CITO2.1462.7261.7474.3292.8072.9542.954nvt20272025Vrijroosteren leraren fase 42.8611.844‒‒‒‒‒201920252025Verbinding po-vo20.40020.40020.40018.20018.20018.20018.200202320252025Reiskosten DAMU-leerlingen VO149200200200200200200nvt20302025Praktijkgerichte programma's gl/tl11.13816.60511.0705.53443‒‒nvt20262026Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo1.2391.0862.1002.1002.1002.1002.100202320302025Basisvaardigheden VO196.162230.76587.31472.61813.65013.65013.650202520252025Maatschappelijke diensttijd96.066157.561145.003127.936124.266124.200124.200202420252028NGF Ontwikkelkracht15.49920.97225.02830.40328.018‒‒nvt20282025NGF Techkwadraat1.30146.82446.87346.839‒‒‒nvt20272026NGF Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting8569.08139.14033.59737.758‒‒nvt20292025158Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Art. 3Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Praktijkgerichte havo8.10011.10011.100PMPMPMPMnvt20282025School en Omgeving13.29572.958111.771112.998110.816132.880132.880nvt20272025Schoolmaaltijden42.16852.65052.65052.65052.65052.65052.650202320262025Brugfunctionaris VO11.52011.52011.52012.16312.16312.16312.163nvt20272024Tegemoetkoming reiskosten entreeleerlingen praktijkonderwijs1.0001.0001.0001.000‒‒‒nvt20282025Overige beschikkingen op basis van de kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS10.34325.04634.81735.12235.56846.13434.665Totaal subsidie(regelingen)498.551770.541683.959606.955473.080441.580428.001159Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieTabel 95 Subsidies artikel 4 (bedragen x € 1.000)Art. 4Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Praktijkleren274.084262.597000002023, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2023D22167&did=2023D22167nvt, opgenomen onder het instrument bekostigingnvtBasisvaardigheden voor Volwassenen/Tel mee met Taal14.0417.8988.1898.1898.23513.23513.2352025, pmnvtnvtLoopbaanoriëntatie2.0821.8181.4077170002022, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/13/eindrapport-evaluatie-expertisepunt-lob20262027Doorstroom Beroepskolom20.16033.18036.96065.10052.08039.06042.200nvt2025 (najaar)nvtLLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)2.70277018.00018.0004.000002024, https://llo-collectief.nl/wp-content/uploads/2025/06/Bijlage_Tussenrapportage-Berenschot.pdfnvt2028Vakwedstrijden MBO5.1905.3975.3975.3975.3975.3975.397nvtnvtnvtOverige subsidies22.10121.92420.84419.38615.63015.66315.663Cyberveiligheid MBO 2022 ‒ 2027 (projectsubsidie)4.7564.7563.6080000nvt20272027MBO projecten 2022-2025 (projectsubsidie)4.8064.36700000nvtnvt2025Digitaal Bekwaam MBO 2023 (projectsubsidie)1.2188081.3000000nvtnvt2027Nieuwe digitale generieke rekenexamens (subsidieregeling)1.2461.24600000nvt20252025Stichting COMBO-LAKS-JOB (instellingssubsidie)1.3441.7081.7081.7081.7081.7081.7082021, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/07/29/evaluatie-subsidies-laks--job-monitor-en-combo2026nvtServicepunt Landelijke Informatie MBO (projectsubsidie)002.0002.000000nvtnvt2027Totaal subsidie (regelingen)340.360333.58490.797116.78985.34273.35576.495160Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 6 Hoger beroepsonderwijsTabel 96 Subsidies artikel 6 (bedragen x € 1.000)Art. 6Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)NGF LLO-Katalysator34.30561.76653.8746.0292.934632‒nvt20252031NGF Npuls45.47448.895101.713105.72260.034‒‒nvt20252031NGF Nationale Aanpak Proffesionalisering Leraren2273.71430.50930.927‒‒‒nvt20342034Stimuleren virtuele intern. Samenw. Hoger onderwijs (regeling)3.300‒‒‒‒‒‒nvtnvtnvtTegemoetkoming tweede lerarenopleiding (Stcrt. 2020, 10893)6072.273365‒‒‒‒nvt20252026Programma Studentenwelzijn mbo-hbo-wo (projectsubsidie)984984984984492‒‒nvt20282028Projectsubsidies lerarenopleidingen1.334965592589325325325diversdiversdiversOverige subsidies ≤ € 1 miljoen1‒37826019612286244diversdiversdiversTotaal subsidie (regelingen)86.231118.975188.297144.44763.9071.0435691In de reguliere beleidsdoorlichtingen van de verschillende begrotingsartikelen worden ook de overige subsidies van het betreffende begrotingsartikel doorgelicht.161Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijsTabel 97 Subsidies artikel 7 (bedragen x € 1.000)Art. 7Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Open & Online onderwijs (Stcrt. 2017, 43113)480‒‒‒‒‒‒2024nvt2024Stichting Vluchteling Studenten UAF (Instellingssubsidie)1.8342.6652.6652.6652.6652.6652.665nvt2025meerjarigExpertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO) (Instellingssubsidie)1.0511.095944923918918918nvt2025meerjarigInterstedelijk Studentenoverleg (ISO) (Instellingssubsidie)1464391434360431360360nvt2025meerjarigLandelijke Studenten Vakbond (LSVb) (Instellingssubsidie)308351351351351351351nvt2025meerjarigRegeling afstudeersteun (bestuursbeurzen HO)1.2141.2001.2001.2001.2001.2001.200nvtnvtmeerjarigSubsidieregelingen HGIS767559559559559559559nvt2027meerjarigOverige subsidies ≤ € 1 miljoen1.3851.7541.4791.7461.4771.5471.695diversdiversdiversTotaal subsidie (regelingen)7.5038.0157.6327.8047.6017.6007.7481Inclusief aantal niet-wettelijke taken die vanaf 2022 worden verlegd, afgebouwd of beeindigd.162Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 8 Internationaal beleidTabel 98 Subsidies artikel 8 (bedragen x € 1.000)1Art. 8Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Stichting Ons Erfdeel185185185610002028Stichting Nuffic 1)1.0801.1972027Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training4.5554.9184.9184.9184.6884.6884.6882024Internationalisering onderwijs96694827718958936909NVT2024Duitsland Instituut Amsterdam85297297297297297297220202025Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)6866876866866866866862027Overige incidentele subsidies 2)382902822891808805805NVT2026Totaal subsidie(regelingen)8.7068.9558.4108.2468.1128.0878.0601Vanwege het algemene, kaderstellende karakter van de Kaderregeling heeft deze geen einddatum en is een evaluatie van doelmatigheid en doeltreffendheid als zodanig niet mogelijk. Evaluatie van verstrekte subsidies op basis van de regeling kan deel uitmaken van beleidsevaluaties. In de reguliere beleidsdoorlichtingen van de verschillende begrotingsartikelen worden ook de subsidies van het betreffende begrotingsartikel verstrekt onder de Kaderregeling doorgelicht: de planning beleidsdoorlichtingen is te vinden in de Beleidsagenda.163Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleidTabel 99 Subsidies artikel 9 (bedragen x € 1.000)Art. 9Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Lerarenbeurs61.57968.67864.42762.92862.92862.92862.928202220272025Zij-instroom57.25062.64060.24060.24060.24060.24060.240202120262028Onderwijsassistenten18.99415.40015.90016.20014.20014.20014.200202220272026Instroom schoolleiders PO van buiten8811.000‒‒‒‒‒nvtnvt2025MBO instructeursbeurs423800‒‒‒‒‒2024nvt2025Statushouders en de stap naar de klas8702.500‒‒‒‒‒nvtnvt2025Platform Samen Opleiden en Professionaliseren1.0891.0891.089‒‒‒‒nvtnvt2025Verkiezing leraar van het jaar125169‒‒‒‒‒nvt20262025Ruimte voor Samenwerking & Experiment‒295300‒‒‒‒nvtnvt2025Pilot verbinding mbo onderwijsregio met arbeidsmarktregio‒450‒‒‒‒‒nvtnvt2025Vakbonden voor bijdrage vorming onderwijsregio's650650‒‒‒‒‒nvtnvt2025PO-raad voor bijdrage vorming onderwijsregio's100100‒‒‒‒‒nvtnvt2025VO-raad voor bijdrage vorming onderwijsregio's100100‒‒‒‒‒nvtnvt2025MBO-raad voor bijdrage vorming onderwijsregio's1000‒‒‒‒‒nvtnvt2025VH voor bijdrage vorming onderwijsregio's100100‒‒‒‒‒nvtnvt2025UNL voor bijdrage vorming onderwijsregio's100100‒‒‒‒‒nvtnvt2025Overige beschikkingen op basis van de kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS65215.84812.51410.1147.4377.7667.351Totaal subsidie(regelingen)143.013169.919154.470149.482144.805145.134144.719164Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 14 CultuurTabel 100 Subsidies artikel 14 (bedragen x € 1.000)Art. 14Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Verbreden inzet cultuur15.76414.56511.20212.64812.57312.89812.898Cultuurbeoefening9.3944.8074.0016.0816.0066.3316.33120222026Cultuureducatie700‒‒‒‒‒‒202420302028Toegankelijkheid, diversiteit & inclusie4761.8791.7361.6911.6911.6911.69120232026Digitale Transitie5.1947.8795.4654.8764.8764.8764.8762026Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)10.8779.41410.0589.2539.2535.9305.930202420262028Programma leesbevordering42.75734.32234.95810.1356.9206.9206.9202023Creatieve Industrie2.7603.3463.1683.0892.0132.0402.040Architectuur1.1481.1401.1201.1201.01573773720202025Subsidies projecten Ontwerp1.6132.2062.0481.9699981.3031.303Specifiek cultuurbeleid57.03535.93221.10018.43517.40319.58715.922Cultuurprijzen69674774774774774774720242025Oorlogskunst‒‒1.0001.0001.0001.0001.0002022Kunstaankopen10.2406.0883883883883883712022Museale strategie5.1814.3189589289289289282022Leefomgeving‒‒‒‒‒14614620222025Archeologie4262.4852.3852.2352.23548548520222025Arbeidsmarkt en ondernemerschap24.5306.7176.4506.0005.8006.6006.60020232027Incidentele subsidies cultuur12.26010.0694.5442.7592.2044.3993.631Programma Racisme & Discriminatie‒350‒‒‒‒‒Slavernijverleden2.7813198142.5642.2873.080‒2029Programma Publieke Ontwerp Praktijk‒3.0002.000‒‒‒‒20272026Subsidies projecten beleidsinnovatie Bibliotheken‒1.2301.2051.2051.2051.2051.40520232025Subsidies projecten beleidsinnovatie Letteren190‒‒‒‒‒‒Vaste Boekenprijs73160960960960960960920192025Subsidies RCE7.7815.3623.4022.1161.7341.7341.734NGF-Project CIIIC5819.16032.25138.8294.7663.076707Totaal Subsidies (regelingen)137.555112.101116.13994.50554.66252.18546.151......165Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 15 MediaTabel 101 Subsidies artikel 15 (bedragen x € 1.000)Art. 15Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Regeling op het Specifiek Cultuurbeleid1121.051594594594620620nvt12025Project Versterking lokale journalistiek door samenwerking4.0003.000‒‒‒‒‒nvt20252025Subsidies Persvrijheid en veiligheid742519519519519519519nvtn.n.b.2025Belgian-Dutch Network on Disinformation Monitoring and Outreach (Benedmo)54108108‒‒‒‒nvtn.n.b.2026Subsidieregelingen onderzoeksjournalistiek SvdJ en FBJP13.05214.50514.73614.76713.22413.36212.146nvt20232025Regeling professionalisering lokale omroepen16.47016.74819.34018.159‒‒‒nvt20252027Totaal subsidie(regelingen)34.43035.93135.29734.03914.33714.50113.2851Programma’s en activiteiten die niet het karakter hebben van een subsidieregeling en zijn opgenomen onder de «Regeling op het Specifiek Cultuurbeleid» worden beschikt en verantwoord door het Ministerie van OCW op basis van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid, Wet overige OCW-subsidies, Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en de Mediawet 2008. De verantwoording bevat een activiteitenverslag of bestuursverslag en een financieel verslag of jaarrekening die voorzien is van een accountantsverklaring. Om die reden is niets ingevuld onder «laatste evaluatie», «volgende evaluatie» en onder «einddatum subsidie (regeling)».166Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleidTabel 102 Subsidies artikel 16 (bedragen x € 1.000)Art. 16Naam subsidie(regeling)2024202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Naturalis Biodiversity Center15.20313.79813.79614.17213.13910.64510.64520242029JaarlijksBPRC12.56513.10413.05613.07013.10413.10413.104nvt2026JaarlijksNEMO/NCWT4.0734.2464.2314.2354.2464.2464.246nvt2026JaarlijksVSC309323321322323323323nvt12028JaarlijksSTT267278277277278278278nvt2027JaarlijksStichting AAP1.2501.3041.2991.3001.3041.3041.304nvt20262033LNVH1891893939393939nvt2028JaarlijksErkennen en Waarderen360256264‒‒‒‒nvt20262026NEWS8351.5021.5021.2091.2111.211‒nvt120292033Wetenschapsveiligheid61616161‒‒‒nvt1N.v.t.12027PNN en PostdocNL‒200200200200‒‒nvt1N.v.t.12028Sociale Veiligheid3425.0425.0425.199189‒‒nvt120282028Biotech Booster (NGF)15.83517.63637.23131.97231.32832.41133589nvt120302028Einstein Telescoop (NGF)23.003198‒‒‒‒‒nvt120282025Einstein Telescoop (regulier)2002001001.440100‒‒nvt120282028Big Chemistry (NGF)14.82315.93715.19917.42111.87310.1586916nvt120252030Overig Nationale Coördinatie7436091.3211.4772.7522.7613449nvtN.v.t.DiversOverig Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap‒‒‒75‒‒‒nvt1N.v.t.DiversMatching Horizon Europe82.38782.21682.92782.92782.88082.880‒nvt120262029Delta Climate Center4.0128.19810.58111.52010.3429.15811439nvt120292032NAE524546544545546546546nvt120282031Totaal subsidie(regelingen)176.981165.843187.991187.461173.854169.06485.8781Regeling nog niet uitgevoerd of horizon nog niet bereikt.167Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Artikel 25 EmancipatieTabel 103 Subsidies artikel 25 (bedragen x € 1.000)Art. 25Naam subsidie(regeling)202520262027202820292030Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)Subsidie-regeling gender- en lhbti-gelijkheid 2022-2027ProjectsubsidiesVrouwen in de techniek: Versnellen gendergelijkheid in het onderwijs»288288288288288360Kansengelijkheid in Sterk Techniekonderwijs686868686868Begeleiding nieuw programma Regenboogsteden316316‒‒‒‒IlGA Europe 2025-202619819899‒‒‒Overige projectsubsidies5.4183.9824.2764.3604.2764.204Totaal subsidie (regelingen)6.2884.8524.7314.7164.6324.632168Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijlage 3: Uitwerking Strategische Evaluatie AgendaDe evaluatieprogrammering in deze bijlage vormt de basis van de strate­gische evaluaties die in de hoofdtekst van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) worden uitgelicht (zie hoofdstuk 2.4). Het biedt een overzicht van de strategische evaluatieprogrammering per beleidsdomein. Het onderzoek binnen een beleidsdomein is geordend langs de strategische thema’s voor dat domein. De evaluatieprogrammering laat per beleidsdomein zien welke evaluatieonderzoeken er lopen, hoe die voortkomen uit bepaalde kennisbehoeften en hoe wordt bijgedragen aan de ambities binnen de strategische thema’s.1. Kwaliteit Funderend OnderwijsTabel 104 Kwaliteit Funderend OnderwijsSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke evaluatie Impuls Open Leermateriaal (IOL)ex durante, ex post2030LopendDit onderzoek bevat de periodieke evaluatie van het groeifondsprogramma IOL. Door het gebruiken, delen en maken van open leermateriaal in het basis- en voortgezet onderwijs te stimuleren, wil IOL de onderwijskwaliteit versterken en het beroep van de leraar aantrekkelijker maken.1,3Periodieke evaluatie Edu-Vex durante, ex post2025LopendDit onderzoek omvat de periodieke evaluatie van het groeifondsprogramma Edu-V. Binnen EDU-V maken publieke en private partijen onderling afspraken die de eenvoudige, veilige en betrouwbare toegang tot en gebruik van digitale onderwijsmiddelen regelen.1,3Periodieke evaluatie kwaliteit funderend onderwijsex post2032Nog te startenDe periodieke rapportage levert integraal inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid binnen het thema het verbeteren van de kwaliteit in het funderend onderwijs.1,3Subthema BasisvaardighedenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.ICCS International Civic Citizenship Studyex durante, ex post2025Lopend, vierjaarlijkse rapportageHet internationale onderzoek richt zich op de burgerschapsvorming van leerlingen in het vo. Het bekijkt niet alleen wat scholen doen om hun leerlingen op het gebied van burgerschap te vormen, maar kijkt ook naar de kennis, houdingen en competenties van de leerlingen zelf.1,3ICILS International Computer and Information Literacy Studyex durante, ex post2025Lopend, vierjaarlijkse rapportageDit internationaal vergelijkende onderzoek geeft inzicht op het gebied van de kennis en vaardigheden van middelbare scholieren met betrekking tot digitale geletterdheid en de rol die vo scholen innemen bij de ontwikkeling van deze vaardigheden.1,3PIRLS Progress in International Reading Literacy Studyex durante, ex post2027Lopend, vierjaarlijkse rapportageDit internationaal vergelijkende onderzoek bekijkt de leesvaardigheden van leerlingen uit groep 6 (9-10 jaar) van de basisschool.1,3TIMMS Trends in International Mathematics and Science Studyex durante, ex post2028Lopend, vierjaarlijkse rapportageDit internationaal vergelijkend onderzoek brengt de leerprestaties op het gebied van de exacte vakken van basisschool- en middelbare school leerlingenin kaart.1,3PISA 2025ex durante, ex post2026Lopend, vierjaarlijkse rapportageDit internationale onderzoek toetst de algemene kennis en vaardigheden van vijftienjarige leerlingen op het gebied van de volgende drie domeinen: leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen.1,3Implementatiemonitor subsidieregeling verbetering basisvaardighedenex durante, ex post2026LopendDit onderzoek focust op het doelbereik en de doeltreffendheid van de subsidieregeling «verbetering basisvaardigheden».1,3Effectonderzoek subsidieregeling verbetering basisvaardighedenex durante, ex post2025LopendDit onderzoek focust op het doelbereik en de doeltreffendheid van de subsidieregeling «verbetering basisvaardigheden».1,3Evaluatie Nationaal Programma Onderwijsex durante, ex post2025LopendDit onderzoek focust op het doelbereik en de doeltreffendheid van het Nationaal Programma Onderwijs. Het Nationaal Programma Onderwijs is tot stand gekomen tijdens de coronapandemie, en heeft als doel het tegengaan van corona gerelateerde leervertragingen en uitdagingen op sociaal vlak.1,3169Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesSubthema Curriculum, toetsen en examensTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek passend examinerenex durante2026LopendDit onderzoek brengt de stand van zaken rondom passend examineren in het vo in beeld.1,3Onderzoek praktijkgerichtvak in Gemengde Leerweg (GL) & Theoretische Leerweg (TL) vmboex durante, ex post2030LopendDit onderzoek focust op de ervaringen van scholen met het praktijkgerichte vak in GL en TL.1,3Monitoring en evaluatie experiment ruimte in onderwijstijdex durante, ex post2025LopendDit onderzoek focust op het doelbereik en de doeltreffendheid van het experiment ruimte in onderwijstijd.1,3Monitor en evaluatieonderzoek Sterk Techniek Onderwijsex durante2024lopendDit onderzoek monitort en evalueert de financiële bijdrage Sterk Techniekonderwijs (STO).1,3Monitoring en evaluatie NT2 Experiment staastexamensex durante2025lopendDit onderzoek focust op de monitoring en evaluatie van het NT2 experiment staatsexamens.3Ontwerpstudie leerlingvolgsysteem VOex ante2025lopendDit onderzoek focust op de mogelijkheden van een LVS-verplichting in het vo.3Examenmonitorex durante2025lopendDe examenmonitor bevat een overzicht van de uitkomsten van het eindexamen in het vo. Er wordt o.a. ingegaan op slagingspercentages en gemiddelde cijfers van leerlingen.3Evaluatie wet doorstroomtoetsex post2028lopendIn dit onderzoek staat de evaluatie van de wet doorstroomtoets centraal.1Subthema Leermiddelen en technologieTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor mobiele telefoons in de klasex durante, ex post2025LopendDit onderzoek monitort de (voortgang op de) landelijke afspraak over het gebruik van mobiele telefoon in het onderwijs.1,3Monitor Digitalisering Onderwijsex durante, ex post2025LopendDit onderzoek monitort de (voortgang op) digitalisering in het funderend onderwijs.1,3Evaluatie Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI)ex post2028LopendDit onderzoek foust op de evaluatie van het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). In tientallen projecten op scholen wordt verantwoorde educatieve AI ontwikkeld en onderzocht.1,3Evaluatie Wet gratis schoolboekenex post2026LopendDit onderzoek focust op de evaluatie van de wet gratis schoolboeken.1,3OECD Country Review Digital Educationex ante, ex durante, ex post2026LopendDe OECD voert een thematische analayse uit naar het gebruik van digitale middelen in het Nederlandse onderwijs.1,3Subthema De ontwikkeling van het jonge kindTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek naar samenwerking kinderopvang en onderwijsex durante, ex post2025LopendHet onderzoek gaat in op samenwerkingsvormen tussen kinderopvang en het onderwijs en in hoeverre een gelijk speelveld wordt ervaren.1,3International Early Learning and Child Well-being Study (IELS)ex durante, ex post2026Lopend, vierjaarlijkse rapportageDe International Early Learning and Child Well-Being Study (IELS) is een internationaal vergelijkend onderzoek naar de kennis en vaardigheden van vijfjarige leerlingen.1,3Subthema OnderwijshuisvestingTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek monitoring onderwijshuisvestingex durante2025LopendHet onderzoek beschrijft vormen van toezicht en handhaving op onderwijshuisvesting die wettelijk ingeregeld zijn. Ook biedt het onderzoek een verkenning naar oplossingsrichtingen voor mogelijke knelpunten in de monitoring op onderwijshuisvesting.1,3Nulmeting voor schoolgebouwen (nulmeting POHV)ex durante2025LopendVoor het programma onderwijshuisvesting (POHV) wordt een nulmeting uitgevoerd voor schoolgebouwen die de huidige stand van schoolgebouwen en bouwprocessen in kaart brengt.1,3Businesscase – Informatielandschap Onderwijshuisvestingex ante2025LopendHet onderzoekt verkent de mogelijkheden voor een data-infrastructuur waarin alle relevante basisinformatie over onderwijsvastgoed in het funderend onderwijs is opgenomen.1,3170Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 2. Kwaliteit VervolgonderwijsTabel 105 Kwaliteit VervolgonderwijsSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Werkagenda mbo syntheseEx durante, Ex post2027lopendIn de syntheserapportage wordt een beeld geschetst voor de sector ten aanzien van de voortgang op de doelstellingen uit de Werkagenda en het Stagepact. Samen met partners van de werkagenda en het Stagepact worden de bevindingen geduid en worden leeropbrengsten bepaald.4Periodieke rapportage kwaliteit vervolgonderwijsEx post2032te startenDe periodieke rapportage levert integraal inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid binnen het thema het verbeteren van de kwaliteit in het vervolgonderwijs.4, 6, 7Stelselrapportage Hoger Onderwijs (strategische evaluatie)ex post2027te startenDe Stelselrapportage is een synthese studie over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de stelseldoelen. Het doel van de stelselrapportage is om op beknopte wijze de stand van zaken weer te geven met betrekking tot de belangrijkste beleidsdoelen van de overheid ten aanzien van het hoger onderwijs: toegankelijkheid, onderwijskwaliteit, aansluiting op de arbeidsmarkt, internationalisering en doelmatigheid.6 en 7Subthema Basisvaardigheden MBOTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Peilingsonderzoek taalEx post2027lopendHet onderzoek richt zich op taalvaardigheid van startende studenten in het mbo. Het levert een nul-meting op van het beheersingsniveau.4Peilingsonderzoek rekenenEx post2027lopendHet onderzoek richt zich op taalvaardigheid van startende studenten in het mbo. Het levert een nul-meting op van het beheersingsniveau.4Kansrijke interventies basisvaardighedenEx ante2028lopendDit onderzoek geeft inzicht in welke interventies bijdragen aan de ontwikkeling van taal.4Onderzoek rekenproblematiek mboEx ante2025afgerondDoel van het onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in grootte en diversiteit (zowel wat betreft de aard als de ernst) van rekenproblemen in het mbo. Hierin wordt ook inzicht gegeven in hoe de rekenproblematiek wordt vastgesteld en hoe ze kunnen worden aangepakt.4Onderzoek taalinterventies verbinden aan beroepEx ante2025afgerondHet onderzoek levert een inventarisatie op van interventies die momenteel gebruikt worden door docenten in het mbo om taal te ontwikkelen in de context van beroepsgerichte vakken.4Een verkennend onderzoek naar de positie van Engels in het mboEx ante2025te startenHet doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de positie en invulling van Engels in het mbo. Daarbij wordt rekening gehouden met wat in het toeleverend onderwijs wordt aangeleerd en wat nodig is om in de nabije toekomst succesvol door te kunnen stromen of goed te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Daarbij wordt ook onderzocht welk(e) niveau(s) voor Engels haalbaar en uitdagend is/zijn voor mbo-studenten.4Subthema Onderwijsprogramma en examineringTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie van de subsidie Nieuwe digitale generieke rekenexamensEx post2026te startenDit onderzoekt betreft een reguliere evaluatie van de subsidie aan de Coöperatie Examens MBO. Belangrijke kanttekening is dat dit geen inhoudelijke evaluatie betreft maar een evaluatie van de subsidie zelf; een inhoudelijke evaluatie van de nieuwe rekeneisen staat gepland voor 2026/2027.4Peilonderzoek burgerschapscompetenties en burgerschapsonderwijs en onderzoek naar effectieve aanpakken burgerschapsonderwijs mboEx ante2029te startenHet onderzoek heeft als doel om een beeld te krijgen van de burgerschapscompetenties in het mbo op stelselniveau en om inzicht te krijgen in welke didactische en pedagogische werkwijzen bijdragen aan de ontwikkeling van burgerschapscompetenties bij jongere en oudere mbo-studenten en de versterking van burgerschapsonderwijs.4Subthema Leren en innoverenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Haalbaarheidsstudie HDT rekeninterventiesEx ante2025afgerondMet dit onderzoek krijgen we inzicht in de effectiviteit van rekeninterventies.4171Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesSubsidie-evaluatie kwaliteitsnetwerk mboEx post2025afgerondDe evaluatie geeft inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de subsidie aan de Stichjting Kwaliteitsanetwerk4Subthema Bestuurlijk vermogen van de sectorTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor medezeggenschap mboEx durante2028lopendLevert inzichten op over hoe het samenspel tussen rvt, cvb en medezeggenschap eruit ziet. En of en hoe de studentenraad en de ondernemingsraad in staat worden gesteld om hun rechten en plichten op een goede manier uit te voeren.4Subthema Sociale veiligheid en welzijnTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor integrale veiligheidEx durante2026lopendDe monitor geeft een integraal beeld van de fysieke veiligheid, sociale veiligheid en de digitale veiligheid (online). Op het niveau van de studenten en van instellingen.4Subthema Kwaliteit OverigTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Kwaliteitsafspraken mbo 2023-2027Ex durante2026te startenHet doel van deze evaluatie is om inzicht te krijgen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van het instrument kwaliteitsgelden en kwaliteitsafspraken4Monitor werkagenda mbo onderdeel kwaliteit, innovatie en onderzoekEx durante2027lopendIn de werkagenda mbo zijn verschillende doelen afgesproken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De monitor volgt de voortgang op de doelstellingen. De startmeting is in 2024 opgeleverd en vanaf 2025 volgt jaarlijks een voortgangsrapportage.4JOB monitorEx durantejaarlijkslopendDe resultaten van deze enquete bieden inzicht in de tevredenheid van studenten in het mbo over verschillende aspecten van het onderwijs.4Trendrapport HO (vervanging van de monitor Beleidsmaatregelen)MonitorjaarlijkslopendHet volgen van de belangrijkste ontwikkelingen in het hoger onderwijs - waaronder toegankelijkheid, studievoortgang en het gebruik van het studievoorschot – en het waar mogelijk leggen van verbanden met beleidsmaatregelen.6,7 en 11Startmonitor (jaarlijks)MonitorjaarlijkslopendDe Startmonitor brengt het studiekeuzeproces en de start en integratie van studenten in hun opleiding in kaart en spoort de determinanten op van studiesucces en studie uitval in het eerste studiejaar. De data worden in het Trendrapporrt HO opgenomen.6,7 en 11Evaluatie kwaliteitsbekostiging HOex-post evaluatie2026te startenWat er wordt geëvalueerd is het instrument kwaliteitsbekostiging. «Doel» daarvan is het evalueren van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het instrument.6, 7Evaluatie kwaliteitsafspraken HOex-post evaluatie2026lopendWat er geëvalueerd wordt is de realisatie van de gemaakte Kwaliteitsafspraken door de instellingen, nu de termijn waarvoor die afspraken golden ten einde komt.6, 7Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijsex-post evaluatie2027-2028te startenwetsevaluatie sectoren po-vo-ho6, 7Evaluatie Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)ex-post evaluatie2027te startenevaluatie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)6, 7Tussenevaluatie afspraken m.b.t. Tekortsectoren 2023 ‒ 2031ex post2026-2027te startenTussenevaluatie van de in het Bestuursakkoord 2022 (hoger onderwijs en wetenschap) afgesproken middelen voor tekortsectoren: «De minister stelt jaarlijks € 30 miljoen beschikbaar; publiek bekostigde hogescholen die opleidingen aanbieden in de tekortsectoren gezondheidszorg, bètatechniek en onderwijs (CROHO), komen hiervoor in aanmerking. De middelen worden verdeeld op basis van studentenaantallen en voor wat betreft de tekortsector onderwijs aansluitend op de afspraken bij de werkagenda leraren.»6, 8Subthema Overig - strategisch overkoepelende evaluaties over alle thema'sTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Eindevaluatie Experiment bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijsex-post evaluatie2026te startenevaluatie experiment6 en 7172Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesUitwerking Nationale Aanpak Professionalisering Lerarenex-ante, ex-durante en ex-post evaluatie2024-2034lopendUitwerking van het Nationaal Groeifondsproject, inclusief nulmeting, tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie.6 en 7Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenmonitor, ex-durante evaluatie2025lopendHet bestuursakkoord is door OCW met de VH en UNL in oktober 2020 gesloten met een looptijd tot en met 2023-24. Hierin laten de lerarenopleidingen een ambitieus programma zien dat bijdraagt aan het beter en meer op maat opleiden van aankomende leraren, beter benutten van eerder verworven competenties en intensievere (regionale) samenwerking tussen hbo- en wo-lerarenopleidingen. De lerarenopleidingen zijn aan de slag gegaan met alle ambities uit het bestuursakkoord en de eerste concrete resultaten zijn geboekt. Dit meerjarig onderzoek heeft een tussenmeting in 2022, oplevering tussenrapportage december 2022 en oplevering eindevaluatie begin 2024.6 en 7Bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenEx post2025te startenidem6 en 7Nationaal Actieplan Professionalisering Leraren - GroeifondsEx durante, ex post2025-2032te startenMet het project NAPL worden leraren (in het po, vo en mbo), nadat ze hun startkwalificatie hebben gehaald, geholpen in hun professionele ontwikkeling. Dit leidt tot beter onderwijs en maakt het beroep van leraar aantrekkelijker, waardoor een vermindering van het lerarentekort. Voor het NAPL zal een tussentijdse en een eindevaluatie worden gedaan.6, 73. Toegankelijkheid Funderend OnderwijsTabel 106 Toegankelijkheid Funderend OnderwijsSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage toegankelijkheid funderend onderwijsex post2031te startenDe periodieke rapportage levert integraal zicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van het verbeteren van de toegankelijkheid van het funderend onderwijs.1,3Subthema Passend en inclusief onderwijsTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Jaarlijkse doelstellingenmonitor passend onderwijs 2021-2027ex durante2026JaarlijksDeze meerjarige monitor brengt de opbrengsten van passend onderwijs in kaart.1,3Monitoronderzoek subsidieregeling begaafde leerlingen 2023 ‒ 2025ex durante2025LopendIn het onderzoek naar de subsidieregeling begaafde leerlingen worden de activiteiten en opbrengsten in kaart gebracht.1,3Monitor en evaluatie experiment Onderwijszorgarrangementenex ante, ex durante, ex post2027LopendEen onderwijszorgarrangement is een samenwerking tussen onderwijs en (jeugd) hulp of zorg. Dit meerjarige onderzoek brengt1,3Monitor Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijsex durante2027LopendIn dit onderzoek worden de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs (v(s)o) gemonitord.1,3Zicht op (absoluut) verzuimex durante2025LopendHet onderzoek brengt het aantal thuiszittende kinderen en jongeren in beeld. Het onderzoek o.a. wat de oorzaken zijn en hoe groot onderliggende groepen zijn.1,3Onderzoek naar experimenteerregeling geïntegreerde onderwijsvoorzieningenex durante, ex post2026LopendHet onderzoek brengt de opbrengsten voor de onderwijspraktijk en beleid in kaart over het experiment om regulier en gespecialiseerd onderwijs te integreren.1,3Onderzoek naar residentieel onderwijsex durante, ex post2027LopendDe aanleiding van dit onderzoek is de af- enombouw van de gesloten jeugdhulp. Het onderzoek richt op ontwikkelingen in het residentieel onderwijs en werkzame elementen van samenwerking bij de af- en ombouw.1,3Subthema Gelijke kansen op ontwikkelen potentieelTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitoringsonderzoek brugfunctionarisex durante, ex post2025LopendMet dit meerjarige onderzoek worden ervaringen en waargenomen effecten van de brugfunctionaris in beeld gebracht. De brugfunctionaris is er voor vragen en zorgen die op school spelen en niet direct met het onderwijs te maken hebben.1,3173Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesDoorlopend evaluatieonderzoek Maatschappelijke Diensttijd met jaarlijks onderzoeksrapportex durantejaarlijksJaarlijksVia dit onderzoek is er inzicht in de werkzame elementen van MDT en komen (impact)cijfers beschikbaar over de effecten van MDT op jongeren en organisaties, die ook dienen voor de verantwoording van MDT.1,3Quasi-experimenteel onderzoek in de voor- en vroegschoolse educatieex durante, ex post2026LopendEen meerjarige effectstudie naar Voorschoolse Educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten.1,3Monitor en evaluatie van het programma «BESt 4 Kids» en het wetsvoorstel Kinderopvang Caribisch Nederlandex durante, ex post2027LopendEen onderzoek naar dagopvang en buitenschoolse opvang in Caribisch Nederland, bestaande uit onderzoek naar het programma Best 4 Kids en het wetsvoorstel.1,3Effectmeting kansrijke interventiesex durante, ex post2025LopendHet programma biedt inzicht in de effectiviteit van veelbelovende interventies in het primair en voortgezet onderwijs.1,3School en omgeving opbrengstgericht onderzoek in de praktijkex durante, ex post2028LopendHet programma School en omgeving wil talenontwikkeling stimuleren ihkv kansengelijkheid. Dit onderzoek brengt de effectiviteit in beeld van dit buitenschoolse aanbod op de brede talentontwikkeling van leerlingen.1,3Monitor en evaluatie school en omgevingex durante, ex post2029LopendHet monitoronderzoek naar School en omgeving brengt de activiteiten en ervaringen van het programma in beeld.1,3Schoolkostenmonitor, Wetsevaluatie Vrijwillige Ouderbijdrage en monitor Aanvullend Onderwijsex durante, ex post2025LopendDeze onderzoeken gaan over schoolkosten, de wet vrijwillge ouderbijdrage en aanvullend onderzoek.1,3Onderzoek ontwikkelen van een indicator t.b.v. onderwijsachterstanden gespecialiseerd onderwijsex ante2025LopendIn dit onderzoek wordt bekeken of en op welke manier een indicator kan worden ontwikkeld voor onderwijsachterstanden in het gespecialiseerd onderwijs.1,3Subthema Doorstroom en overgangenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Doorstroom in een kansrijk stelselex ante, ex durante2030LopendDit onderzoeksprogramma gaat over veelbelovende aanpakken om de voortgang van het primair naar het voortgezet onderwijst te verbeteren ter bevordering van kansengelijkheid.1,3Monitorings- en evaluatieonderzoek van de subsidieregeling verbinding PO-VOex durante, ex post2027LopendDit onderzoek focust op de monitoring en evaluatie van de subsidieregeling verbinding PO-VO.1,3Subthema Sociale veiligheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Landelijke veiligheidsmonitorex ante, ex durante, ex postDoorlopend tweejaarlijksTweejaarlijksHet onderzoek gaat over het veiligheidsbeleid en de veiligheidsbeleving in het funderend onderwijs.1,3Zicht op veiligheid (voortgezet) speciaal onderwijsex ante2025LopendHet betreft een verkennend onderzoek om beter zicht te krijgen op de sociale veiligheid in het gespecialiseerd onderwijs.1,3Subthema NieuwkomersTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek leerlingvolgsysteem nieuwkomersex ante2025LopendHet betreft een verkennend onderzoek naar de mogelijkheden van een leerlingvolgsysteem (LVS) voor nieuwkomersleerlingen.1,3Evaluatie en monitor Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijsex durante, ex post2026LopendDeze meerjarige monitor brengt de opbrengsten van de wet TNV in kaart.1,3Monitoring en evaluatie onderwijs aan Oekraïense ontheemdenex durante, ex post2026LopendDit onderzoek richt zich op een specifieke groep nieuwkomersleerlingen, namelijk Oekraïnse ontheemden.1,3Onderzoek onderwijsaanbod asielzoekerskinderen op COA gezinslocatiesex durante2025LopendOnderzoek naar het onderwijsaanbod voor asielzoekerskinderen op gezinslocaties van het COA.1,3174Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 4. Toegankelijkheid VervolgonderwijsTabel 107 Toegankelijkheid VervolgonderwijsSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage toegankelijkheidex post2031te startenDe periodieke rapportage levert integraal zicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van het verbeteren van de toegankelijkheid van het vervolgonderwijs.4, 6, 7Beleidsdoorlichting Studiefinanciering artikel 11ex post2027te startenDe laatste beleidsdoorlichting op artikel 11 werd in 2020 opgeleverd.6, 7, 11Subthema Gelijke kansen op ontwikkelen potentieelTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor toelatingsrecht en Numerus fixusEx durante2027lopendMonitort en evalueert de invoering en effecten van de Wet Vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo.4Wetsevaluaties versterken rechtspositie en rechtsbescherming mbo-studentenEx durante, Ex post2025lopendDe wetten worden inhoudelijk in samenhang geëvalueerd. Voor de evaluatie van de Wet versterken positie mbo-studenten betreft het een eindevaluatie en voor de Wet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten is het een tussenevaluatie. De evaluatie geeft inzicht in de effecten van de maatregelen, en in hoeverre hebben de maatregelen daadwerkelijk bijgedragen aan het verbeteren van de rechtspositie en aan de rechtsbescherming van de mbo-studenten.4Onderzoek naar kansrijke interventies doorstroom vso-mboEx ante2026lopendHet onderzoek geeft inzicht in welke (combinatie van) interventies welke groep leerlingen ondersteunt in het succesvol doorstromen van het vso naar het mbo én tijdens de eerste periode in het mbo. Ook willen we inzicht bieden in het gebruik van interventies. Er wordt een overzicht gemaakt van de activiteiten in alle doorstroompuntregio’s op dit gebied Tot slot is het doel om een beeld te hebben van kansrijke interventies die verder onderzocht zouden moeten worden op effectiviteit.4Onderzoek naar basisinfrastructuur voor externe hulp en ondersteuning voor mbo-studentenEx ante2027lopendHet onderzoek geeft inzicht in wat is er bekend over wat werkt als het gaat om aanbod, organisatie en financiering van een basisinfrastructuur voor externe ondersteuning, hulp en zorg voor alle mbo-studenten. Bovendien resulteert het onderzoek in een conceptvoorstel voor de basisinfrastructuur die valt onder de leefdomeinen gezondheid en welzijn.Onderzoek gelijke behandelingEx post2025lopendHet levert inzicht op in wat de behoeften van mbo-studenten is op verdere deelname aan het studentenleven en in hoeverre dit aansluit bij de huidige beleidsinzet vanuit OCW, mbo-scholen en gemeenten. Daarnaast worden geleerde lessen en best practices in kaart gebracht die door andere regio’s benut kunnen worden.4NIBUD studentenonderzoekEx durantetweejaarlijkslopendHet levert inzicht in de financiële situatie, het financiële gedrag en de financiële keuzes van studenten mbo, hbo en wo-studenten.Subthema Passend onderwijsTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor passend onderwijsEx durante2026lopendTweejaarlijkse onderzoek naar de toegankelijkheid van het onderwijs voor studenten met een chronische ziekte, beperking of ondersteuningsbehoefte en naar de ondersteuning die hen geboden wordt en naar (de effecten op) hun studieresultaten.4Subthema Doorstroom en overgangenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie VABOK-regelingEx durante2026te startenDe tussenevaluatie geeft inzicht in hoeverre de regeling tot nu toe heeft bijgedragen aan het verbeteren van de aansluiting binnen de beroepskolom. Specifiek binnen tekortsectoren en voor opleidingen met hoge uitval en switch.4Subthema Basisvaardigheden volwassenenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Landelijk beeld volwasseneneducatieEx durante2026lopendHet dashboard levert zicht op landelijk niveau in de effecten van de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs op de aanpak van laaggeletterdheid. Het geeft een beeld van o.a. het cursusaanbod en deelname aan volwasseneneducatie.4175Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesGeletterdheid in zichtEx duante2026lopendGeletterdheid in Zicht is een dashboard voor gemeenten. Het biedt inzicht in het aantal mensen in hun gebied dat moeite heeft met basisvaardigheden (taal, rekenen). Ook levert het achtergrond informatie over de doelgroep.4Subthema Aanbod binnen redelijke reisafstandTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Inventarisatie van bekostigingsvariantenEx ante2025lopendDe inventarisatie geeft een overzicht van verschillende bekostigingsvarianten waarbij de voor de kansrijke varianten een verdiepende verkenning is gedaan naar de voor- en nadelen. Het geeft inzicht in o.a. financiele consequenties, gedragsconsequenties en uitvoeringsconsequenties per kansrijke variant.4Subthema OverigTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Deelrapportage prioriteit 1 werkagenda mboEx duranteex post2027lopendIn de werkagenda mbo zijn verschillende doelen afgesproken om de kansengelijkheid te verbeteren. Deze monitor volgt de voortgang op de doelstellingen. De startmeting wordt in 2024 opgeleverd en vanaf 2025 volgt jaarlijks een voortgangsrapportage.4Studentenmonitorex duranteJaarlijksdoorlopendDe Studentenmonitor brengt de stand van zaken in het hoger onderwijs vanuit het perspectief van studenten in beeld. De data worden in het Trendrapport HO opgenomen.6, 7 en 11Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hoger onderwijsex duranteJaarlijksdoorlopendHet doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in hoe het staat met de mentale gezondheid van studenten in het hbo en het wo.6 en 7Onderzoek naar selectieprocedures en selectie-instrumenten (IvhO)ex post2026(door)lopendDe inspectie is voornemens om in 2026 onderzoek te doen naar de inzet van het instrument loting. Naar de inzet van selectie-instrumenten heeft de inspectie onlangs onderzoek gedaan. Selectie in het hoger onderwijs: criteria, instrumenten en de borging van kansengelijkheid, Inspectie van het Onderwijs (2023)6 en 7Herijking studentenreisproductex durante2026te startenHet studentenreisproduct wordt geevalueerd voor herijking.6, 7, 11Evaluatie Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS)ex post2026te startenDe Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) wordt periodiek geevalueerd.6, 7, 11Tussenevaluatie landelijk subsidiekader studentenwelzijnex durante2026te startenHet susidiekader loopt tot en met 2030, naast een tussentijdse evaluatie zal hierop volgend ook een eindevaluatie worden uitgevoerd.6 en 7Eindevaluatie Landelijk subsidiekader studentenwelzijn 2023-2030ex post2031te startenHet susidiekader loopt tot en met 2030, hierop volgend zal een eindevaluatie worden uitgevoerd.6 en 7Evaluatie naar virtuele internationale samenwerkingspro-jecten (VIS) en hun leeruitkomsten voor studentenex post2027te startenEvaluerend onderzoek naar VIS-projecten, bestaande uit twee deelonderzoeken. Deelonderzoek 1 ziet op de ontwerp- en ontwikkelfase van VIS-projecten, deelonderzoek 2 ziet op de deelname van studenten en de door hen behaalde leeruitkomsten.6 en 7Monitoring van de pilots slimmer collegejaarex durante2023-2027lopendDe pilots zijn onderdeel van een verkenning naar de mogelijkheden voor een slimmer collegejaar. Deze pilots worden gemonitord en geevalueerd. Vijftien onderwijsinstellingen gaan vier jaar lang proberen meer rust en ruimte te creeeren in het lesprogramma.6 en 7Evaluatie subsidie Landelijk Centrum Studiekeuze (LCSK)ex duranteex post2030te startenin 2024 is het LCSK geevalueerd, dus de volgende evaluatie van deze subsidie zal over 5 jaar opnieuw worden uitgevoerd.6 en 7Wetsartikel WHW Recht op studiekeuzecheckex post2026te startenHet evalueren van wetsartikel WHW artikel 7.31b. Dit wetsartikel (recht op een studiekeuzecheck) is ingevoerd met de wet kwaliteit in verscheidenheid in 2013. In 2017 heeft er voor het laatste een evaluatie naar de studiekeuzecheck plaatsgevonden. De evaluatie moet meer inzicht geven in de effectiviteit van de studiekeuzecheck.6 en 7Evaluatie Regionale Ambitieplannen (RAP) gezamenlijk met evaluatie VABOKex post2026te startenEvaluatie6 en 7CPB Economische effecten internationale studentenex post2025-2026lopendUpdate van eerdere studies in 2012 en 2019 naar de economische effecten van internationale studenten.6 en 7CPB Onderzoek naar niet-gebruik aanvullende beurs en basisbeursex post2026te startenOnderzoek naar het gebruik en met name het niet-gebruik van de aanvullende beurs en basisbeurs.6, 7 en 11176Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesStudentenonderzoek - financiele situatie studentenex durante2026te startenOnderzoek naar de financiele situatie, het financiele gedrag en de financiele keuzes van studenten. Dit onderzoek is terugkerend, het laatste rapport werd in 2024 opgeleverd.6, 7, 115. Voldoende en goed (onderwijs)personeelTabel 108 Voldoende en goed (onderwijs)personeelSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage voldoende en goed (onderwijs)personeelEx post2027te startenDe periodieke rapportage levert integraal inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid binnen het thema voldoende en goed (onderwijs)personeel1, 3, 4, 9Subthema Duurzame arbeidsmarktTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Landelijke tekortmetingen po en voex durante2026lopendDeze onderzoeken geven inzicht in de actuele tekorten en verborgen tekorten aan leraren en schoolleiders in het po en vo9Onderzoek personeelstekorten mboEx durante2025lopendDeze landelijke meting geeft inzicht in het tekort aan docenten en instructeurs.4Loopbaanmonitorex durante2026lopendHet doel van de Loopbaanmonitor Onderwijs is om inzicht te krijgen in de arbeidsmarktsituatie van pas afgestudeerde leraren en het beroepsrendement van de lerarenopleidingen9Integrale personeelstelling onderwijs (IPTO)ex durante2029lopendHet doel van dit onderzoek is om gegevens te verzamelen over het lesgevend personeel in het voortgezet onderwijs. Het geeft onder andere inzicht in de gegeven vakken en de bevoegdheid van de docenten om deze vakken te doceren.9Evaluatie onderwijsregio'sex durante2026lopendMeerjarige evaluatie van de effectiviteit en doelmatigheid van de onderwijsregio's.9Evaluatie lerende aanpak onderwijsregio'sex durante2026lopendDe monitor biedt inzicht op de regiovorming, de aanpak en de (randvoorwaarden van) behaalde resultaten van de onderwijsregio’s. Onderdeel daarvan is het identificeren van succesvolle en minder succesvolle interventies met als doel het stimuleren van het leren in en tussen de regio's.9Subthema Strategisch personeelsbeleidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek naar administratieve lasten voEx ante2025afgerondAan de Kamer is toegezegd om naast het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar administratieve lasten van leraren in het primair onderwijs - een onderzoek naar de administratieve lasten van leraren in het voortgezet (vo) en gespecialiseerd onderwijs (go) te doen.9Onderzoek naar administratieve lasten mboEx ante2025afgerondTijdens de Begrotingsbehandeling OCW op 18-1-2024 heeft MOCW de Tweede Kamer toegezegd om te onderzoeken welke aanpassingen op landelijk niveau kunnen worden gedaan om administratieve lasten in het mbo te verminderen.4TALIS 2024( Teaching and Learning International Survey)ex durante2025, 2026lopendTALIS is het internationale onderzoek van de OESO dat wereldwijd informatie verzamelt over de leer- en werkomgeving van leraren en schoolleiders. In 2025 wordt het onderzoek naar werkbeleving van leraren uitgebracht, in 2026 een verdiepend rapport over schoolleiders.9monitoring werkdrukmiddelen voex durante2027lopendMeerjarige monitor van de inzet en effecten van de werkdrukmiddelen in het vo.9Monitoring pilot meerurenmaatwerkex durante2029te startenHet doel van het onderzoek is het monitoren en evalueren van de pilot meerurenmaatwerk (start najaar 2025)9Evaluatie pilot onderwijstijd voex durante2026lopendOnderzoek naar de effecten van anders inrichten van de onderwijstijd in het vo op onder meer de leskwaliteit, de werkdruk van leraren en de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep. Ook wordt inzicht vergaard over de verschillende aanpakken die scholen gebruiken om lesuren te verminderen en de vrijgekomen tijd in te vullen.9Subthema Opleiden en professionaliserenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.177Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesOnderzoek professionalisering lerarenex durante2026te startenOnderzocht wordt hoe in de praktijk van vo en po de beschikbare middelen en tijd aan professionalisering worden ingezet. Naast de inzet op activiteiten wordt geïnventariseerd hoe tevreden personeel daarover is. Ook gaat het onderzoek in op de rol van bestuur, schoolleider en leraar bij de invulling van leertrajecten.9Monitor digitale vaardigheden docentex durante2027lopendBetreft onderzoek naar de digitale competenties van mbo-docenten. Dit is onderdeel van het Programma Digitaal Bekwaam, uitgevoerd door de MBO Raad en MBO digitaal. De monitor «leren en lesgeven met ICT» is in 2022 afgenomen. De monitor geeft inzicht in de stand van zaken bij individuele instellingen en wat door de instellingen gebruikt kan worden om gericht professionaliseringsactiviteiten te organiseren.4Subthema Hoger onderwijsTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Eindevaluatie Experiment bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijsex post2026LopendEvaluatie van het experiment bijzondere nadere vooropleidingseisen voor de opleiding tot leraar basisonderwijs. Het experiment duurt tot september 2027.6, 7Uitwerking Nationale Aanpak Professionalisering Lerarenex anteex duranteex post2024-2034lopendUitwerking van het Nationaal Groeifondsproject, inclusief nulmeting, tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie.6, 7Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenex durante2025lopendHet bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen is door OCW met de VH en UNL in oktober 2020 gesloten met een looptijd tot en met 2023-24. De lerarenopleidingen zijn aan de slag gegaan met alle ambities uit het bestuursakkoord en de eerste concrete resultaten zijn geboekt. Dit meerjarig onderzoek heeft een tussenmeting in 2022, oplevering tussenrapportage december 2022 en oplevering eindevaluatie begin 2024.6, 7Bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenEx-post evaluatie2025te startenidem6, 7Nationaal Actieplan Professionalisering Leraren - Groeifondsex duranteex post2025-2032te startenMet het Groeifonds project NAPL worden leraren, nadat ze hun startkwalificatie hebben gehaald, geholpen in hun professionele ontwikkeling. Dit leidt tot beter onderwijs en maakt het beroep van leraar aantrekkelijker, waardoor een vermindering van het lerarentekort. Voor het NAPL zal een tussentijdse en een eindevaluatie worden gedaan.6, 76. Onderzoek en WetenschapTabel 109 Onderzoek en WetenschapSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage thema onderzoek en wetenschapex-post2027te startenDeze rapportage biedt inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde onderzoek en wetenschapsbeleid. Het thema heeft grotendeels betrekking op artikel 16 van de begroting. De bekostiging van het onderzoek aan universiteiten en hogescholen valt echter onder artikelen 6 en 7. Dat geldt ook voor sectorplannen en praktijkgericht onderzoek. Het wordt ingevuld en uitgevoerd volgens de richtlijnen voor periodieke rapportage van het Ministerie van Financiën. De monitor- en evaluatieonderzoeken uitgevoerd door OCW en andere partijen zoals NWO zijn belangrijke bouwstenen voor deze periodieke rapportage. Daarnaast worden de indicatoren zoals genoemd in het Bestuursakkoord 2022 Hoger onderwijs en wetenschap hiervoor gebruikt.16Synthese-onderzoek van het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap (inclusief evaluatie overige subsidies Fonds)ex-durante2027te startenHet kabinet (sinds Rutte IV) investeert om het fundament van het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek te versterken, rust en ruimte te bieden aan divers talent en om de maatschappelijke impact van onderzoek te vergroten. Dit betreft een investering bovenop het al bestaande beleid en de wettelijke waarborgen die zorgen voor een kwalitatief goed onderwijs- en onderzoekstelsel. De «extra» investering van hoger onderwijs en onderzoek wordt grotendeels gefinancierd uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Door de bezuinigingen van het huidige kabinet is de extra investering kleiner geworden. Er is voorzien in twee synthese-onderzoeken, gebaseerd op evaluaties van de ingezette instrumenten. Deze evaluaties worden deels uitgevoerd door OCW en deels door andere partijen zoals NWO. De eerste synthesestudie van het Fonds onderzoekt of is ingezet op 16178Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesde juiste beleidsinstrumenten en/of de doelen hiermee worden bereikt. Ook geeft de studie aanknopingspunten om bij te sturen. De tweede synthesestudie geeft een stevigere onderbouwing van de bijdrage die het gevoerde beleid levert aan de hoofddoelen. Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van de bezuinigingen en de structurele (lange termijn) effecten.Subthema Europa en internationaalTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluaties subsidie Matching Horizon Europeex-durante2026te startenWanneer kennisinstellingen deelnemen aan een Horizon Europe-project dan maken zij vaak meer kosten dan zij vergoed krijgen. Deze kosten worden matchingkosten genoemd. Via de subsidieregeling Matching Horizon Europe kunnen kennisinstellingen een compensatie ontvangen voor deze kosten. Doel van de subsidie is om deelname aan Horizon Europe-projecten te bevorderen en financiële drempels voor deelname te verlagen. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidieregeling.16Subthema InfrastructuurTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie voorbereidingsfase NGF-project Einstein telescoopex-post2028te startenIn 2022 heeft het Nationaal Groeifonds € 42 miljoen onvoorwaardelijke toegekend voor haalbaarheidsonderzoek en gerelateerde R&D-activiteiten. Deze activiteiten hebben tot doel om samen met België en Duitsland een gedegen locatievoorstel te maken voor de komst van de Einstein Telescoop. Deze activiteiten worden in 2028 geëvalueerd.16Subthema Onderzoek en maatschappijTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie valorisatiestrategie van Big Chemistryex-durante2025lopendMet het programma Big chemistry wordt een gerobotiseerd laboratorium ontwikkeld waarin AI wordt ingezet om chemische recepturen te ontwikkelen. De doelen zijn versnelling van het chemische onderzoek, verduurzaming en innovatie in de chemische industrie. In deze tussentijdse evaluatie kijken we naar de valorisatiestrategie en -organisatie van dit NGF-project. Daarnaast kijken we ook naar het Robotlab. Het doel van deze evaluatie is om de voortgang en de impact van het project te monitoren en zowel de strategie als de effectiviteit (voor zover mogelijk gezien het vroege stadium van het project) van de valorisatie-inspanningen te beoordelen.16Evaluatie sectorplannen II (2022-2028)ex durante en ex post2026 en 2029te startenSectorplannen hebben twee hoofddoelen, namelijk het creëren van rust en ruimte in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, en het stimuleren van landelijke samenwerking en gezamenlijke scherpe keuzes, waarbij duidelijk wordt welke instelling zich op welke kennis en vakgebieden focust. Gedurende de looptijd vindt er doorlopende monitoring plaats door de sectorplancommissies. Deze commissies leveren tweemaal een evaluatie op: tussentijdse evaluatie in 2026 en eindevaluatie in 2029. Bij het monitoren en evalueren is er aandacht voor effecten met betrekking tot profilering, samenwerking en het terugdringen van tijdelijke contracten ten behoeve van meer rust en ruimte. De monitoring en evaluatie wordt nader ingevuld door de domeinspecifieke sectorplancommmissies. Sectorplannen I en II kennen een eigen ritme, inhoudelijke invulling over de sectoren en nuance verschillen in de doelen, waardoor het geen gezamenlijke evaluatie kan zijn. De evaluaties worden wel door dezelfde commissies uitgevoerd.16Evaluatie subsidie Biomedical Primate Research Centreex-durante2026lopendHet Biomedical Primate Research Centre (BPRC) is een onderzoekscentrum dat zich richt op biomedisch onderzoek naar ernstige ziektes. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van non-human primaten vanwege hun genetische overeenkomsten met mensen, maar woordt ook ingezet op de ontwikkeling van proefdiervrije onderzoeksmethoden om het gebruik van dieren te verminderen. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid, doelmatigheid van BPRC, en de specifieke bijdrage van de subsidie van OCW hierin.16Evaluatie subsidie NEMO science museumex-durante2026lopendHet NEMO science museum ontvangt een structurele subsidie van OCW. NEMO heeft als missie om op een interactieve en laagdrempelige manier wetenschap en technologie dichter bij het publiek te brengen. Dat gebeurt in het museum, op school, bij landelijke evenementen en online. De subsidie helpt hen hierbij. De evaluatie gaat in op de relevantie, doeltreffendheid, doelmatigheid en governance van NEMO. Specifiek gaat het om de bijdrage van de subsidie van OCW hierin. De evaluatie beslaat de periode vanaf 2012 (de laatste evaluatie van NEMO). De nadruk ligt op de afgelopen vijf jaar(2019-2024).16179Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesEvaluatie subsidie Stichting Animal Advocacy and Protectionex-durante2026te startenStichting AAP (Animal Advocacy and Protection) is een Europese dierenwelzijnsorganisatie die zich inzet voor exotische zoogdieren. Stichting AAP ontvangt subsidie voor de huisvesting en verzorging van 28 chimpansees welke proefdier zijn geweest in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC). De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie Toekomstbeeld der Techniekex-durante2027te startenStichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) werkt aan lange termijn toekomstverkenningen en onderzoekt welke mogelijke invloed technologie heeft op uiteenlopende maatschappelijke thema's. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie vereniging van wetenschapsmusea en science centersex-durante2028te startenDe VSC is de vereniging van wetenschapsmusea en science centers. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie Netherlands Academy of Engineeringex-durante2028te startenDe Netherlands Academy of Engineering (NAE) verenigt top-experts uit technologische wetenschappen, toegepast onderzoek en innovatie, afkomstig uit zowel kennisinstellingen als het bedrijfsleven. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie Delta Climate Centerex-durante2029te startenHet Delta Climate Center (DCC) draagt middels onderzoek, onderwijsontwikkeling en kennistoepassing bij aan duurzame, klimaatbestendige en welvarende delta's. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie Nationaal Expertisecentrum Wetenschap & Samenlevingex-durante2029te startenHet Nationaal Expertisecentrum Wetenschap & Samenleving (NEWS) bevordert de verbinding tussen wetenschap en samenleving door middel van betere wetenschapscommunicatie. NEWS is in 2024 opgericht en verbindt het brede veld van wetenschapscommunicatie: praktijk, onderzoek en beleid rond wetenschapscommunicatie. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Evaluatie subsidie Naturalisex-durante2029te startenNaturalis is het nationaal onderzoeksinstituut op het gebied van biodiversiteit. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Subthema KennisveiligheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Loket kennisveiligheidex-durante2025lopendIn 2022 is het Loket Kennisveiligheid gestart waar kennisinstellingen laagdrempelig terecht kunnen met hun aan kennisveiligheid gerelateerde vragen. Het Loket Kennisveiligheid biedt (medewerkers van) kennisinstellingen informatie en advies en faciliteert een learning community voor medewerkers van kennisinstellingen. Het Loket Kennisveiligheid wordt in opdracht van het ministerie van OCW uitgevoerd door RVO. In 2025 wordt het Loket Kennisveiligheid geëvalueerd.16Impactassessment screening kennisveiligheid (regeldruk)ex-ante2025lopendAan de Tweede Kamer is een onderzoek toegezegd dat in beeld brengt wat de praktische impact van de wet SKV is, op de Nederlandse kennisinstellingen en op welke manier de kennisinstellingen ondersteund kunnen worden bij de implementatie van de screeningswet. Dit onderzoek brengt de regeldruk op kennisinstellingen in kaart (Kamerstuk 31288 nr. 948, vergaderjaar 2021-2022).16Implementatietoets screening kennisveiligheid (praktische impact)ex-ante2026te startenAan de Tweede Kamer is een onderzoek toegezegd dat in beeld brengt wat de praktische impact van de wet SKV is, op de Nederlandse kennisinstellingen en op welke manier de kennisinstellingen ondersteund kunnen worden bij de implementatie van de screeningswet. Dit onderzoek volgt het impact assessment op, waarbij de regeldruk voor kennisinstellingen nav het wetsvoorstel SKV in kaart is gebracht. (Kamerstuk 31288 nr. 948, vergaderjaar 2021-2022).16Monitor kennisveiligheid (sectorbeelden)ex-durante2026lopendIn het Bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap van juli 2022 is met de universiteiten en hogescholen afgesproken dat zij de Nationale Leidraad Kennisveiligheid implementeren. De voortgang hierop wordt gemonitord aan de hand van een externe audit kennisveiligheid. In 2023 en 2024 is een nulmeting uitgevoerd (er zijn afzonderlijke rapportages opgesteld voor de drie sectoren universiteiten, hogescholen en NWO en KNAW instituten). In 2025 wordt de meting herhaald waarna de resultaten uiterlijk in 2026 worden opgeleverd.16Subthema Onderzoek en talentTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.180Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesEvaluatie programma Erkennen en waarderenex-post2026te startenMet het landelijke subsidieprogramma Erkennen en waarderen 2022-2026 stimuleert het kabinet de ontwikkeling van wetenschappelijk talent. Door oog te hebben voor de volle breedte van het academisch werk kunnen talenten op waarde worden geschat en is er ruimte om ook de prestaties op domeinen zoals onderwijs, patiëntenzorg, publieke betrokkenheid, ondernemerschap en academisch leiderschap te belonen. Tegen het einde van de looptijd van het subsidieprogramma wordt uitvoering gegeven aan de motie van de Tweede Kamer die verzoekt om een onafhankelijke evaluatie van het programma.16Evaluatie actieplan diversiteit en inclusieex-durante2026te startenEvaluatie actieplan diversiteit en inclusie Het hoofddoel van dit actieplan is een meer diverse en inclusieve hoger onderwijs- en onderzoeksector. De adviescommissie is ingesteld tot eind 2026. Het actieplan loopt tot eind 2025. De partners die het plan dragen hebben uitgesproken het plan ook na 2025 te willen voortzetten. De evaluatie geeft onder andere informatie relevant voor een doorstart van het plan (en eventueel de adviescommissie). In 2023 is reeds een midterm-evaluatie uitgevoerd.16Evaluatie van het verruimde promotierechtex durante2027te startenMet de uitbreiding van het promotierecht in 2017 hebben universitair (hoofd)docenten de mogelijkheid om op te treden als promotor. Voor deze wetswijziging was dit recht voorbehouden aan de hoogleraar. In 2022 is deze uitbreiding van het promotierecht geëvalueerd. De aanbeveling om de doorwerking van deze verruiming op het wetenschapssysteem en de internationale positionering na vijf jaar te evalueren, wordt opgevolgd in 2027.16Onderzoek zelfcensuur en beperking van diversiteit in perspectievenoverig onderzoek2027te startenOnderzoek naar prevalentie, vormen, factoren, gevolgen en maatregelen van zelfcensuur door onderzoekers, docenten en studenten bij universiteiten en hogescholen.16Eindevaluaties starters- en stimuleringsbeurzenex-post2027te startenDe starters- en stimuleringsbeurzen vormen een persoonlijk werkkapitaal voor onderzoekers en geven meer ruimte voor het doen van ongebonden onderzoek. De beurzen beogen daarnaast bij te dragen aan een vermindering van de werken aanvraagdruk. Gezien de bezuinigingen op de starters- en stimuleringsbeurzen is de evaluatie beperkt tot een eindevaluatie in 2027. In de evaluatie(s) wordt o.a. onderzocht hoe de beurzen zijn besteed (inclusief de indirecte kosten) en in hoeverre de doelen van de starters- en stimuleringsbeurzen zijn gerealiseerd. Ook wordt in de evaluatie de samenhang bezien met andere instrumenten, zoals de sectorplannen, en relevante beleidsontwikkelingen.6, 7 en 16Evaluatie subsidie Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hooglerarenex-durante2028te startenHet doel van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) is het bevorderen en in stand houden van een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in de academische wereld, het werken aan de verbetering van de positie van vrouwen van alle achtergronden en het aandringen op een inclusieve en veilige academische gemeenschap. De evaluatie gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de door OCW verstrekte subsidie.16Subthema Sociale veiligheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek naar de kwaliteit van klacht- en meldvoorzieningen sociale veiligheid.overig onderzoek2025lopendOm tot een verbetering van de klacht- en meldvoorzieningen in het hoger onderwijs te komen wordt hier onderzoek naar gedaan. Het onderzoek geeft een beeld van de kwaliteit van klachtenprocedures, de informatie erover en de tevredenheid over de procedures. Het gaat daarbij om voorzieningen voor studenten en medewerkers. Het onderzoek is eind april 2024 van start gegaan en de oplevering staat gepland voor eind 2024.16Evaluatie landeliijk programma Sociale Veiligheidex post2028te startenMiddels het landelijk programma sociale veiligheid worden universiteiten, hogescholen en studentenverenigingen gestimuleerd om samen te werken aan het vergroten van sociale veiligheid in de sector. De Regiegroep Sociale Veiligheid heeft de opdracht om dit programma in te vullen voor de periode 2024 tot en met 2027. Na afloop van de looptijd van de Regiegroep vindt een eindevaluatie plaats.16Subthema Instituten in het stelsel van onderzoek en wetenschapTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoekex durante evaluatie2025te startenDe Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) volgens de Kaderwet ZBO iedere vijf jaar op doelmatigheid en doeltreffendheid geëvalueerd. De laatste evaluatie van de NWO vond plaats in 2020.16Evaluatie Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappenex durante evaluatie2026te startenDe Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) wordt volgens het instellingsbesluit iedere vijf jaar op doelmatigheid en doeltreffendheid geëvalueerd. De laatste evaluatie van de KNAW vond plaats in 2020.16181Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesEvaluatie van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatieex durante evaluatie2028te startenDe Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) stelt volgens de Kaderwet adviescolleges tenminste elk vierde jaar een evaluatieverslag op, waarin hij aandacht besteed aan zijn taakvervulling. De laatste evaluatie van de AWTI vond plaats in 2023.n.v.tEvaluatie Rathenau Instituutex durante evaluatie2028te startenHet Rathenau Instituut wordt volgens het instellingsbesluit elke vijf jaar beoordeeld op in ieder geval haar effectiviteit en doelmatigheid. De laatste evaluatie van het Rathenau Instituut vond plaats in 2023.167. ArbeidsmarktTabel 110 ArbeidsmarktSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Aansluiting op de arbeidsmarktEx post2028te startenDe periodieke rapportage aansluiting op de arbeidsmarkt levert integraal zicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid binnen het thema arbeidsmarkt.4, 6, 7Subthema Aansluiting onderwijs en arbeidsmarktTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Regionaal Investeringsfonds mboEx durante2026lopendDe evaluatie dient om zowel inzicht te verkrijgen in de activiteiten die de publiek-private samenwerkingsverbanden oppakken om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren en innovatie te stimuleren. De evaluatie is gericht op het in beeld brengen van de effectiviteit van de subsidieregeling.4Monitor actieplan groene en digitale banenEx durante, ex post2030lopendDe monitor maakt trends en ontwikkelingen inzichtelijk die een bijdrage leveren aan het terugdringen van tekorten in kraptesectoren.4Onderzoek project onderwijs arbeidsmarktEx antejaarlijkslopendInzichten over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de vorm van een basisvoorziening prognoses. Deze inzichten worden gebruikt voor o.a. studievoorlichting, arbeidsmarktbemiddeling en de beantwoording van vragen rond macrodoelmatigheid van het opleidingsaanbod.4Schoolverlatersonderzoek CBSEx durantejaarlijkslopendOnderzoek levert informatie over het macrodoelmatigheidsbeleid (per instelling) en over de aansluiting van mbo-opleidingen op de arbeidsmarkt.4Subthema Flexibilisering en leven lang ontwikkelen (LLO)Titel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor leven lang ontwikkelen (LLO)Ex durante2026lopendDeze overkoepelende, integrale monitor is bedoeld om de doeltreffendheid van het beleid op Leven lang ontwikkelen (LLO) te monitoren en te evalueren. Een van doelen is meer zicht te krijgen op de werkende mechanismen in de interactie tussen eigen regie en leercultuur op zowel micro als macroniveau. Tot aan de eindrapportage in 2026 worden verschillende tussenrapportages opgeleverd, met hierin het theoretisch kader en de werkende mechanismen achter het leren en ontwikkelen.4Verkenning infrastructuur persoonlijke leerrekeningEx ante2025lopendDeze ambtelijke verkenning heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de benodigde infrastructuur om eventueel een individuele leerrekening te implementeren. Daarmee kunnen individuen ondersteund worden in de kosten van (bij-, om- en op-) scholing. Het doel is de participatie en duurzame inzetbaarheid van individuen te bevorderen en te voorzien in de behoeften van de arbeidsmarkt door de deelname aan LLO te bevorderen via deze vorm van vraagfinanciering, Dit ligt in het verlengde van de internationale ontwikkelingen op het gebied van Individual Learning Accounts (ILA) en is een vervolg op een eerdere ambtelijke verkenning naar indivduele leerrekening. Die verkenning was uitgevoerd n.a.v. de motie Van der Lee c.s., die was ingediend nadat bekend is gemaakt dat het STAP-budget met ingang van 1 januari 2024 werd stopgezet.4Impactmonitor groeifondsproject LLO CollectiefEx durante2025afgerondDoel van dit onderzoek is bepalen welk effect het onderwijsaanbod in het kader van leven lang ontwikkelen (LLO) heeft op laaggeletterden en laagopgeleiden.4Subthema Stages182Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek stagebegeleiding en maatregelen stagediscriminatie onder onderwijspersoneel, leerbedrijven en studentenEx durante2026lopendMet dit onderzoek krijgen we verdiepend inzicht in hoeverre en hoe stagebegeleiders op mbo-scholen en praktijkopleiders van leerbedrijven werken aan het tegenaan van stagediscriminatie en het zorgen voor gelijke kansen.4Onderzoek effectiviteit stagematchingEx durante2026lopendInzicht in de voortgang en effectiviteit van stagematching als maatregel om stagediscriminatie te voorkomen.4Monitoring StagepactEx durante, ex post2027lopendIn het stagepact zijn doelen afgesproken om stages voor studenten te verbeteren. Deze monitor volgt de voortgang op de doelstellingen. De startmeting wordt in 2024 opgeleverd en vanaf 2025 volgt jaarlijks een voortgangsrapportage.4Monitor stagevergoedingenEx durantejaarlijkslopendDe monitor biedt inzicht in loon en arbeidsduur van banen en stages van mbo-studenten.Subthema overigTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Verbeteren aansluiting en verminderen krapte op de arbeidsmarkt in sectoren voor maatschappelijke opgavenEx durante, ex post2027lopendIn de werkagenda mbo zijn verschillende doelen afgesproken om de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. Deze monitor volgt de voortgang op de doelstellingen. De startmeting wordt in 2024 opgeleverd en vanaf 2025 volgt jaarlijks een voortgangsrapportage.48. Versterking Culturele en Creatieve sectorTabel 111 Versterking Culturele en Creatieve sectorSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Synthesestudie ErfgoedSynthesestudie2028te startenMeerjarig syntheseonderzoek naar het sub-thema Erfgoed14Subthema MuseaTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Update rekenmodel gratis museaEx ante (verkenning)2025lopendBetreft een update van eerder onderzoek waarin de effecten en kosten van een aantal vormen van gratis museumbezoek worden doorberekend.14Subthema MonumentenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Monumentenwet BES-eilandendEx post (evaluatie)2025lopendEvaluatie naar de werking van de Monumentenwet op de BES eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) in de periode 2010-202414Subthema ArcheologieTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Onderzoek versterking sectorvertegenwoordiging archeologieEx ante (verkenning)2025afgerondOnderzoek naar de mogelijkheden om de sectorvertegenwoordiging binnen het archeologisch werkveld te versterken14Subthema LeefomgevingTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Inventarisatie ondersteuningsbehoefte gemeenten provincies erfgoed in ruimtelijke opgavenEx ante (verkenning)2025lopendDoel van de opdracht is om inzicht te verkrijgen in de behoefte waar het ondersteuningsteam Erfgoed en Leefomgeving aan moet voldoen14Beleidsevaluatie ErfgoeddealEx post (evaluatie)2025lopendEindevaluatie van de Erfgoed Deal die in 2019 van start is gegaan14Evaluatie gebiedsbiografieën NOVEX-gebiedenEx post (evaluatie)2025lopendOnderzoek naar de realisatie en werking van gebiedsbiografieën in NOVEX-gebieden, met als doel om input te leveren op het vervolg van de uitvoeringsagenda van de NOVEX.14Subthema Immaterieel erfgoed/Erfgoedparticipatie183Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor Erfgoedparticipatie (naar model MAK, ism RCE relatie FARO)Ex durante (monitor)2025lopendMonitor naar het model MAK, in samenwerking met de RCE14Uitwerking Strategische Evaluatieagenda CultuurTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage Versterking van de culturele en creatieve sectorPeriodieke Rapportage2032te startenPeriodieke Rapportage14Subthema Algemeen/overkoepelend cultuurTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Synthesestudie CultuurSynthesestudie2029te startenMeerjarig syntheseonderzoek naar het sub-thema cultuur14CultuurmonitorEx durante (monitor)2025lopendde Boekmanstichting ontsluit de beschikbare informatie over de culturele sector14Vrijetijdsomnibus (VTO)Ex durante (monitor)2025lopendBetreft onderzoek naar kernthema’s cultuurparticipatie en sportbeoefening, waarbij de interesse in, bezoek aan en beoefening van sport en cultuur centraal staat.14Onderzoek spreiding van cultuuruitgavenEx post (evaluatie)2025te startenInzicht bieden in de huidige spreiding van overheidsinvesteringen (Rijk, provincies, gemeenten) en culturele infrastructuur, inclusief regionale verschillen en eventueel een beeld van waar het aanbod niet lijkt aan te sluiten op geografische en demografische kenmerken. En de huidige financiële en bestuurlijke kaders die relevant zijn voor de spreiding van cultuuruitingen.14Onderzoek financieringsmix culturele organisatiesEx post (evaluatie/verkennend)2025lopendEen inventarisatie van de voor- en nadelen van de huidige inrichting van (revolverende) leenfaciliteiten en een inventarisatie van eventuele alternatieven manieren waarop deze revolverend in stand gehouden kunnen worden.14Subthema Basisinfrastructuur Cultuur (BIS)Titel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Pilots maatschappelijke impact BIS-instellingen 2025-2028Ex post (evaluatie/verkennend)2025lopendPilots om te toetsen welke methodes het best bruikbaar zijn voor in kaart brengen van de impact van organisaties in de bis.14Subthema CultuurparticipatieTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor ErfgoedparticipatieEx durante (monitor)2025lopendMonitor naar het model MAK, in samenwerking met de RCE14Monitor Kunst- en Erfgoedbeoefening Caribisch gebied van het KoninkrijkEx durante (monitor)2025lopendDe bestaande situatie rondom cultuurbeoefening binnen het Caribisch gebied wordt in kaart gebracht met een verkenning voor een passende manier om de ontwikkelingen hierin te monitoren.14Beleidsonderzoek landelijke ondersteuningsstructuur cultuurbeoefeningEx post (evaluatie)2025te startenDit onderzoek heeft als doel de landelijke ondersteuningsstructuur voor cultuurbeoefening in kaart te brengen en om knelpunten en verbetermogelijkheden te identificeren.14Beleidsonderzoek behoeften (informele) cultuurbeoefenaarsEx ante (verkenning)2026te startenHet doel van dit onderzoek is zicht krijgen op de behoeften van de cultuurbeoefenaar en de niet-cultuurbeoefenaar14Subthema Diversiteit en InclusieTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Monitor Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthouders en adviseurs in de culturele en creatieve sectorEx durante (monitor)2025afgerondPeriodiek onderzoek naar de diversiteit van personeel, adviseurs en toezichthouders in de culturele en creatieve sector. Het vorige onderzoek stamt uit 2018.14Ervaringen en perspectieven van vrouwelijke film- en televisieprofessionalsEx post (evaluatie)2025afgerondHet onderzoekstraject bevat vijf vervolgonderzoeken waarmee aan de cijfers uit het eerdere rapport ‘Beter is nog niet goed. Genderongelijkheid in de Nederlandse film- en televisiesector’ uit 2022 nadere invulling zijn gegeven.14184Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesMonitor vrijetijdsbesteding kinderenEx durante (monitor)2025lopendPilot over vrijetijdsbesteding van kinderen met een beperking. Opdrachtgever is het Ministerie van VWS.14Subthema BibliothekenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Koninklijke BibliotheekEx post (evaluatie)2025afgerondZBO-evaluatie van Koninklijke Bibliotheek over de periode 2019-2023 (in samenwerking met directie OWB)14Onderzoek naar gratis lidmaatschap bibliothekenEx ante (verkenning)2025te startenVerkennend onderzoek naar gratis en automatisch lidmaatschap bij bibliotheken voor kinderen en volwassenen14Subthema LetterenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Wet op de vaste boekenprijsEx post (evaluatie)2025afgerond4-jaarlijkse evaluatie van de Wet op de Vaste Boekenprijs, die bepaalt dat een boek overal voor dezelfde prijs verkocht moet worden14Subthema ArbeidsmarktTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Landing Fair Pay middelenEx post (evaluatie)2027te startenEvaluerend onderzoek naar de effecten van de extra Fair Pay middelen die vanaf 2025 worden ingezet.14Subthema AuteursrechtTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Economische betekenis van auteursrechtEx ante (verkenning)2025/2026te startenOnderzoek naar de economische betekenis van auteursrecht (in opdracht van het Ministerie van EZ)14Subthema Creatieve industrieTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Opzetten evaluatie- en monitoringsaanpak investeringsverplichtingEx ante (verkenning)2024afgerondInput voor evaluatieontwerp _x000D_met betrekking tot de investeringsverplichting voor grote streamingdiensten.14Subthema DigitaliseringTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Verkenning beleidsinstrumentarium digitale cultuurEx ante (verkenning)2025lopendOnderzoek naar het actuele ecosysteem van de deelsector digitale cultuur in Nederland, inclusief de kansen en de bedreigingen en een functionele afbakening van de Nederlandse deelsector digitale cultuur.14Onderzoek webharvestingEx ante (verkenning)2025lopendOnderzoek naar juridische, financiële, organisatorische en technische elementen van webharvesting14Subthema DuurzaamheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Subthema ArchitectenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.ZBO evaluatie bureau architectenregisterEx post (evaluatie)2025lopendPeriodieke evaluatie ZBO14Subthema Internationaal CultuurbeleidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Internationaal Cultuurbeleid (ICB) 2021-2024Ex post (evaluatie)2026te startenEvaluatie in samenwerking met Ministerie van BZ.14Inventarisatie koloniale collecties in het Caribisch gebiedEx ante (verkenning)2025afgerondDoor middel van dit verkennend en inventariserend onderzoek worden de wensen, behoeften en gevoeligheden ten aanzien van koloniale collecties en museale samenwerking inzichtelijk gemaakt.14Uitwerking Strategische Evaluatieagenda Cultuureducatie185Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Synthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Synthesestudie CultuureducatieSynthesestudie2030te startenMeerjarig syntheseonderzoek naar het sub-thema Cultuureducatie.14Onderzoek (top)talentontwikkeling podiumkunstenEx post (evaluatie/verkennend)2026te startenBetreft een analyse van de huidige aanpak van (top)talentontwikkeling in de podiumkunsten, inclusief knelpunten en succesfactoren.14Uitwerking Strategische Evaluatieagenda ArchievenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Synthesestudie ArchievenSynthesestudie2031te startenMeerjarig syntheseonderzoek naar het sub-thema archieven14Onderzoek naar archiefonderwijsEx post (evaluatie/verkennend)2025lopendVerkennend onderzoek naar kennis, competenties en vaardigheden die archivarissen en informatieprofessionals nu en in de toekomst nodig hebben14Evaluatie ArchiefwetEx post (evaluatie)2031te startenDe nieuwe Archiefwet zal naar verwachting in 2026 van kracht worden. Voorzien is een wetsevaluatie na 5 jaar149. Versterking Mediasector en Hervorming landelijke publieke omroepTabel 112 Versterking Mediasector en Hervorming landelijke publieke omroepSynthese onderzoek en periodieke rapportagesTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Periodieke rapportage mediastelselPeriodieke Rapportagentbte startenPeriodieke Rapportage15Subthema Landelijk, regionaal en lokaal mediastelselTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.MediamonitorEx durante (monitor)2025lopendJaarlijks onderzoek uitgevoerd door Commissariaat voor de Media naar ontwikkelingen in de mediasector15Onderzoek televisiepakketten en kijkgedragEx durante (monitor)2025lopendTweejaarlijks onderzoek uitgevoerd door Commissariaat voor de Media naar ontwikkeling van televisiepakketten en kijkgedrag in Nederland15Impactanalyse reclame inkomsten NPOEx ante (verkenning)2025lopendOnderzoek naar de impact die een mogelijke wijziging in ruimte voor (online) reclame bij de NPO heeft op de advertentiemarkt voor media in Nederland15RepresentatiemonitorEx durante (monitor)2026lopendMonitoringsonderzoek door het Commissariaat voor de Media naar de representatie van vrouwen en van mensen met een (zichtbare) beperking in de media.15Evaluatie must carry regelingEx post (evaluatie)2027te startenEvaluatie naar de werking van de must carry regeling voor aanbieders van televisiepakketten15Subthema JournalistiekTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie Fonds Bijzondere Journalistieke ProjectenEx post (evaluatie)2025lopendEvaluatie naar de werking van het Fonds voor Bijzondere Journalistiek Projecten15Subthema MediawijsheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Evaluatie NICAMEx post (evaluatie)2026te startenEvaluatie van het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM)15186Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 10. EmancipatieTabel 113 EmancipatieSubthema ArbeidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Topvrouwen: Monitor topvrouwen (semi)publiekEx-duranteJaarlijksLopendSEO monitort jaarlijks de voortgang van het aandeel vrouwen in de top van de (semi)publieke sector.25Topvrouwen: SER Monitor genderbalans in het Nederlandse bedrijfslevenEx-duranteJaarlijksLopendSER publiceert jaarlijks de SER Scorecard; Monitor genderbalans in het Nederlandse bedrijfsleven.25Topvrouwen: CPB effectmetingEx-durante2026LopendMeting en rapportage van effecten de invoering van het diversiteitsquotum op de middellange termijn.25Programma economische veerkrachtEx- durante2026LopendProgramma/onderzoek in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda, gericht op het verkrijgen van handelingsperspectieven om de economische veerkracht/de arbeidsparticipatie van vrouwen te vergroten.25Ontwikkeling van een ‘wat werkt- bij’ de arbeidstoeleiding van niet-werkende vrouwen – dossierEx ante2026Te startenDuurzame borging en verspreiding van beschikbare kennis en verdere ontsluiting ervan.25Vakkundig aan het Werk: gendersensensitieve begeleidingEx-durante2026LopendAanvullend onderzoek naar ‘wat werkt’ in de begeleiding van vrouwen met een arbeidsbeperking richting werk. Het gaat om gendersensitieve begeleiding binnen de subsidieronde Bevorderen van werken met een arbeidsbeperking van het programma Vakkundig aan het Werk.25Subthema Sociale VeiligheidTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Naar een effectieve aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweldEx-durante2026LopendDriejarig onderzoeksprogramma waarin onderzoekers, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten, hulpverleningsinstanties en andere partners kennis bundelen en ontwikkelen om (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld zo veel mogelijk te voorkomen en de gewenste cultuurverandering te bereiken. Het gaat om een programma van de Nationale Wetenschapsagenda.25Publieksmonitor seksueel grensoverschrijdend gedragEx-durante2026LopendOnderzoek naar de houding en gevoelens van het algemeen Nederlands publiek tegenover seksueel grensoverschrijdend gedrag.25Evaluatie opbrengsten van samenwerking met RegenboogstedenEx-post2026Te startenEvalueren wat werkt en wat niet werkt in de samenwerking met gemeenten; in kaart brengen wat de samenwerking oplevert aan resultaten.25Effectenonderzoek Veilige Steden 2023 ‒ 2026Ex-post2026Te startenEvalueren wat werkt en wat niet werkt in de samenwerking met gemeenten; in kaart brengen wat de samenwerking oplevert aan resultaten.25Subthema Genderdiversiteit en gelijke behandelingTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Nvt. Zie themabeschrijving‒‒‒Nvt. Zie themabeschrijving, geen gepland onderzoek‒Subthema AlgemeenTitel onderzoekType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.EmancipatiemonitorEx-duranteTweejaarlijks (2026, 2028)Te startenDe Emancipatiemonitor brengt iedere twee jaar de positie van vrouwen en mannen in Nederland in kaart op het gebied van gezondheid, onderwijs, werk, zorg, inkomen, sociale veiligheid en gelijkheid in Europees perspectief, alsmede enkele ‘emancipatieopinies’ met maatschappelijke opvattingen over de rol van vrouwen en mannen.25Lhbtiqa+-monitorEx-duranteTweejaarlijks (2026, 2028)Te startenDe Lhbtiqa+-monitor schetst een tweejaarlijks beeld van de leefsituatie van lhbtiqa+ personen op domeinen als sociaaleconomische situatie, veiligheid, seksueel geweld, discriminatie en gezondheid, alsmede van de opvattingen van de algemene Nederlandse bevolking over lhbtiqa+ personen.25187Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 Bijlage 4: Specifieke uitkeringenAls het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. In deze bijlage is voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangegeven welke specifieke uitkeringen voor 2024 t/m 2029 uitgekeerd worden en welke voornemens er zijn voor specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit). Indien nodig wordt er onder de tabel een toelichting gegevenTabel 114 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1 mln.)SiSa nr.OnderdeelToelichting202520262027202820292030D15NaamScholenprogramma Groningen3,03,03,03,03,03,0Korte duidingGemeenten in Groningen krijgen middelen om schoolgebouwen te versterken.Juridische grondslagArtikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswetMaatschappelijke effectenHet doel van deze maatregel is om 101 scholen aardbevings- en toekomstbestendig te maken.Ontvangende partijenGemeentenArtikel1 Primair onderwijsD8NaamGemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid638,4579,6571,8567,8574,2568,3Korte duidingDit budget bestaat uit de middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). Met het GOAB worden middelen verstrekt om onderwijsachterstanden, waaronder taalachterstanden, van kinderen vroegtijdig te signaleren en bestrijden. Het is het voornemen deze SPUk op termijn om te zetten in een Bijzondere Fondsuitkering (bfu).Juridische grondslagArtikel 168a, eerste en derde lid, van de Wet op het primair onderwijsMaatschappelijke effectenHet doel van deze maatregelen is om kinderen te ondersteunen die op basis van hun omgevingskenmerken een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand. De middelen worden grotendeels ingezet voor voor- en vroegschoolse educatie, zodat kinderen zonder taalachterstand in het primair onderwijs kunnen instromen.Ontvangende partijenGemeentenArtikel1 Primair onderwijsD12NaamRMC's54,567,667,667,667,667,6Korte duidingDit betreft de bekostiging van de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) van 40 RMC-regio’s. De verdeelsleutel ligt vast in een ministerieel besluit.Juridische grondslagArtikel 8.3.2 Wet educatie en beroepsonderwijsMaatschappelijke effectenDe RMC-functie heeft de taak om jongeren tot 23 jaar die niet naar school gaan en nog geen startkwalificatie hebben behaald te monitoren en voortijdig schoolverlaten te voorkomenOntvangende partijenGemeentenArtikel4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieD10NaamEducatie104,185,184,784,784,784,7188Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202520262027202820292030Korte duidingDe middelen voor educatie worden per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een regio educatie arbeidsmarktregio (via de contactgemeente). De verdeelsleutel is vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WEB. Het is het voornemen deze SpUk op termijn om te zetten in een Bijzondere Fondsuitkering (bfu).Juridische grondslagArtikel 2.3.1 Wet educatie en beroepsonderwijsMaatschappelijke effectenBudget om cursussen voor het versterken van basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) aan te bieden aan hun inwoners. De doelgroep betreft volwassenen die Nederlands als eerste of tweede taal hebben, maar niet inburgeringsplichtig zijn. Het is het voornemen deze Spuk op termijn om te zetten in een Bijzondere Fondsuitkering (bfu).Ontvangende partijenSamenwerkende gemeenten binnen een arbeidsmarktregio (via de contactgemeente)Artikel4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieD12ANaamRegionaal programma55,150,250,250,250,250,2Korte duidingDe middelen voor de uitvoering van de maatregelen uit het Regionaal Programma worden deels aan de RMC-contactgemeenten verstrekt.Juridische grondslagArtikel 8.3.4 Wet educatie en beroepsonderwijsMaatschappelijke effectenDe RMC-functie heeft de taak om jongeren tot 23 jaar die niet naar school gaan en nog geen startkwalificatie hebben behaald te monitoren en voortijdig schoolverlaten te voorkomenOntvangende partijenGemeentenArtikel4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieD27NaamMasterplan Campussen Groningen1,70,00,00,00,00,0Korte duidingUitvoering van de Toekomstagenda Groningen: Masterplan CampusenJuridische grondslagArtikel 4:23, derde lid, onder d, AwbMaatschappelijke effectenHet Masterplan Campussen vormt één van de pijlers tvan de tussen rijk en regio overeengekomen, bredere economische agendaOntvangende partijenProvincie GroningenArtikel4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatieD24NaamLandelijke erfgoedregistratie0,10,20,00,00,00,0Korte duidingMet het initiatief wordt de Landelijke Erfgoedregistratie bestendigd en verder uitgebouwd. Daarmee wordt het mogelijk dat vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet erfgoedgegevens beschikbaar komen voor eenieder.Juridische grondslagArtikel 5 Wet Specifiek CultuurbeleidMaatschappelijke effectenInvulling geven aan de gedachte van de Omgevingswet: gemeenten hebben de plicht om informatie met betrekking tot de omgeving eenduidig beschikbaar to stellen aan zowel ambtenaren als burger. Alle belanghebbenden moeten een gelijke informatiepositie kunnen innemen.Ontvangende partijenGemeente AmsterdamArtikel14 CultuurD29NaamFaro uitvoeringsagenda Leiden0,00,00,00,00,00,0189Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202520262027202820292030Korte duidingDe gemeente Leiden heeft een financiële bijdrage gevraagd voor een eigen, onderscheidenlijk project waarmee ze een inhoudelijke bijdrage wil leveren aan het realiseren van de ambities in de Uitvoeringsagenda Faro.Juridische grondslagFinanciële-verhoudingswet artikel 17; 1e suppletoire begrotingswet OCW, begrotingsartikel CultuurMaatschappelijke effectenDoel van dit initiatief is de totstandkoming van een algemeen toepasbare waarderingsmethodiek en criteria voor gebouwd erfgoed in de leefomgeving, inclusief het bewonersperspectief.Ontvangende partijenGemeente LeidenArtikel14 CultuurD32NaamSPUK erfgoed 2024 - n.n.b.3,50,00,00,00,00,0Korte duidingMiddelen Erfgoed Aardbevingsgebied GroningenJuridische grondslagArtikel 7, Wet op het specifiek cultuurbeleidMaatschappelijke effectenHet behoud van het Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit, als ook het bereiken van een optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en behoud van het Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context.Ontvangende partijenProvincie GroningenArtikel14 CultuurD31NaamSPUK Slavernijmuseum28,60,00,00,00,00,0Korte duidingSlavernijmuseum AmsterdamJuridische grondslagArtikel 7 Wet op het specifiek cultuurbeleidMaatschappelijke effectenbijdrage aan realisatie van een slavernijmuseumOntvangende partijenGemeente AmsterdamArtikel14 CultuurTotaal888,9785,6777,3773,3779,7773,8190Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 515499e2f968be70

14 okt 2026 · cdc9ace521be7796

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.