Beleidsreactie op TSD-rapport 'Samen leren, samen leven'
Brontekst
Versie 7418a0af74d77c54 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 497Passend onderwijs31 839JeugdzorgNr. 515 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE EN DESTAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 juni 2026Goede opvang en onderwijs zijn belangrijk voor alle kinderen, ook als zijzonder ouders naar Nederland zijn gevlucht. Toezicht Sociaal Domein1(hierna: TSD) heeft kwalitatief onderzoek gedaan naar onderwijs enparticipatie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv).Met belangstelling hebben wij, de Minister van Asiel en Migratie en deStaatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, kennisgenomen van hetrapport «Samen leren, samen leven». Bij lezing valt in het bijzonder ophoe jongeren zelf, bij dit onderzoek, zijn betrokken. Dit onderzoek gaatóver amv, maar is ook mét rechtstreekse inbreng van hen zelf tot standgekomen. Wij vinden het essentieel dat jongeren, ook in een kwetsbarepositie, gehoord worden.Centraal in het rapport staan de rode draden uit onderzoek in driegemeenten: Amersfoort, Goes en Smallingerland. Consistent met eerderebevindingen is er zorg over de situatie van amv. In het rapport constateertTSD dat veel partijen zich inzetten om hun positie te verbeteren, maar dattegelijkertijd een aantal knelpunten onverminderd aandacht behoeft. Omhier stappen in te zetten, doet TSD verschillende aanbevelingen oplandelijk en lokaal niveau.In deze brief gaan wij aan de hand van de aanbevelingen in op demaatregelen die wij al hebben ingezet en aanvullend verder nemen omsamen met alle ketenpartners de positie van amv in opvang en onderwijsverder te versterken. Ook geven we een korte reactie op het rapport van1TSD is een samenwerkingsverband van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), deInspectie Justitie en Veilgheid (JenV), de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) en de NederlandseArbeidsinspectie (NLA). kst-31497-515ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5151 de Inspectie van het Onderwijs «Het recht op onderwijs en een ononder-broken ontwikkeling2», waarin vergelijkbare aanbevelingen zijn gedaan.1. Algemene reflectie op het TSD-rapport en de aanbevelingen De bevindingen uit het rapport herkennen wij. Met grote waardering vooreenieder die zich inzet om voor amv een stabiele opvang- en onderwijssi-tuatie mogelijk te maken, zien wij dat we daar samen met ketenpartnerstot op heden nog onvoldoende in slagen. Een van de meest urgenteknelpunten die TSD daarbij benoemt, betreft het tekort aan (passende)opvangplekken en de vele verhuisbewegingen die een negatieve impacthebben op de ontwikkeling van jongeren. Voor ons is dit een aanhou-dende reden tot zorg. De asielopvang staat enorm onder druk, o.a. doorgebrek aan opvangplekken, onvoldoende doorstroommogelijkheden naarhuisvesting en door de lange doorlooptijden bij de IND. Helaas dwingt hethuidige asiellandschap het COA soms tot onwenselijke keuzes. Kinderenverblijven regelmatig in tijdelijke, ongeschikte noodopvanglocaties,waardoor de stabiliteit die zij nodig hebben om zich goed te kunnenontwikkelen, ontbreekt. Ook worden kinderen regelmatig herhaaldelijkovergeplaatst. Er is dan niet altijd voldoende tijd om tijdig de schoolwisselte organiseren. In sommige regio’s hebben internationale schakelklassenook wachtlijsten. De asielprocedure duurt momenteel bovendien erg lang,waardoor jongeren ook lang in onzekerheid blijven over hun toekomst.Die onzekerheid kan negatieve gevolgen hebben voor de fysieke enmentale gezondheid en ontwikkeling van jongeren en de continuïteit van(jeugd)zorg kan belemmeren.In de Voorjaarsnota is stabiele financiering voor het COA opgenomen, watmoet voorkomen dat er in de toekomst weer sprake gaat zijn van hetacute tekort aan opvangplekken waar we nu tegenaan lopen. Dit geeft rusten duidelijkheid en zorgt er op den duur voor dat het COA minderafhankelijk is van tijdelijke noodopvang en dat er meer continuïteit is in deopvang. Ondanks dit zicht op structurele verbetering is er op dit momentgrote behoefte aan meer kwalitatief goede opvanglocaties. Om deze redenheeft de Minister van Asiel en Migratie gemeenten herhaaldelijk met klemopgeroepen om hun wettelijke taak in het kader van de Spreidingswet uitte voeren en voldoende opvangplekken te realiseren. Samen met deketenpartners en onze medeoverheden moeten we ons in blijven zettenvoor een stabieler en evenwichtiger opvanglandschap. Ook in hetregeerakkoord is er daarom aandacht voor het terugbrengen vanverhuisbewegingen voor minderjarige asielzoekers en voor een stabieleropvanglandschap. Wij streven er naar dat de implementatie van deUitvoerings- en implementatiewet van het Asiel- en Migratiepact, die op12 juni van kracht is gegaan, verder zal bijdragen aan meer stabiliteit in deopvang. Specifiek voor het onderwijsdomein is aan uw Kamer toegezegdom juridische kaders op te stellen voor het onderwijs aan nieuwkomers.In de volgende paragrafen zetten wij uiteen welke maatregelen wij nemenom de situatie van amv te verbeteren. Om het effect van deze maatre-gelen te versterken, zullen wij de bevindingen en aanbevelingen uit hetrapport ook bespreken met medeoverheden en ketenpartners in deLandelijke Regietafel Migratie en Integratie.2Inspectie van het Onderwijs, 22 mei 2026: https://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/nieuws/2026/05/22/recht-op-onderwijs-kinderen-in-noodopvang-onder-drukTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5152 2. Aanbeveling 1: Stel gemeenten beter in staat om te investerenin structureel onderwijs en gerichte ondersteuning voor partici-patie te organiseren. Daarvoor is het nodig dat gemeentenduidelijkheid en continuïteit krijgen over de aanwezigheid enaantallen van de leerplichtige nieuwkomers in hun gemeente. Juist bij deze kwetsbare doelgroep is het belangrijk dat zij snel in beeldzijn en worden toegeleid naar noodzakelijke voorzieningen. Gegevensver-zameling en -deling speelt hierbij een cruciale rol, evenals een zekeremate van voorspelbaarheid van de instroom. Ten aanzien van dezevoorspelbaarheid biedt het uitvoeren van de Spreidingswet met haartweejaarscyclus continuïteit, samen met alle andere inspanningen van hetRijk, COA en medeoverheden, om tot structurele opvang te komen ennoodopvang af te bouwen. Dit moet bijdragen aan de gewenste voorspel-baarheid zodat gemeenten weten waar ze aan toe zijn en wat er op henafkomt. In aanvulling op de uitvoering van de Spreidingswet, wordt ookgewerkt aan betere registratie en gegevensdeling, zowel binnen deasielketen als domeinoverstijgend. Zo werken OCW, J&V, COA en DUOsamen aan het verbeteren van gegevensuitwisseling tussen onderwijs enopvang.3. Aanbeveling 2: Zorg er samen met relevante partijen (onderandere COA en gemeenten) voor dat amv’ers bij het verkrijgenvan een status of het bereiken van de leeftijd van 18 jaar de regioniet hoeven te verlaten, met het oog op continuïteit in onderwijs,begeleiding, ondersteuning en hun opgebouwde sociale netwerk. TSD wijst op specifieke kwetsbare momenten in het verblijf van amv,zoals de periode direct na aankomst, een verhuizing of het bereiken vande meerderjarigheid. Ook wij erkennen dat deze overgangsmomentenextra aandacht vragen. Met de bovengenoemde maatregelen om de drukop de opvang te verminderen, hopen wij het aantal verhuisbewegingenen daarmee kwetsbare momenten te beperken. Daarnaast is in hetregeerprogramma opgenomen dat kwetsbare amv die 18 jaar worden,waar nodig langer begeleid zouden moeten worden tot ze 21 jaar zijn.Deze mogelijkheid bestaat al voor jongeren die al een status hebben enzou ook amv kunnen helpen die nog geen status hebben. Het Ministerievan JenV beziet daarom momenteel samen met het COA de mogelijk-heden om verlengde begeleiding mogelijk te maken. Daarin wordt ookmeegenomen hoe het aantal verhuizingen naar andere regio’s van amvdie 18 jaar oud worden beperkt kan worden, om verlengde begeleidingmogelijk te kunnen maken en daarnaast ook om onderwijscontinuïteitbeter te waarborgen.4. Aanbeveling 3: Neem in de wetgeving voor nieuwkomerson-derwijs duidelijke kaders op voor onderwijsaanbod dat aansluitbij de behoeften van amv’ers, waaronder duidelijkheid over deruimte voor aanbod van praktijkvakken en mogelijkheden voorstages. Zorg dat maatwerk mogelijk is en heb daarbij aandachtvoor het feit dat niet alle nieuwkomers perspectief hebben inNederland en wat deze doelgroep nodig heeft. De aanbeveling van TSD sluit aan bij de maatregelen die OCW heeftingezet om het onderwijs aan nieuwkomers te verbeteren. Zoalstoegezegd wordt uw Kamer in september nader geïnformeerd over decontouren van het wetsvoorstel. In het wetsvoorstel zal een kader wordenopgenomen voor een gericht onderwijsaanbod voor deze doelgroep. Erzal ook aandacht zijn voor een betere aansluiting tussen onderwijsbe-hoeften van leerlingen en variatie in het onderwijsaanbod, zowel tussenNederlands en andere vakken als in diversiteit in leerroutes. Naast hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5153 wetsvoorstel zal de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie nog ditjaar scholen en gemeenten nader informeren over de mogelijkheden voorhet bieden van maatwerk aan nieuwkomers die extra taalondersteuning,extra onderwijsondersteuning en/of jeugdhulp nodig hebben.5. Aanbeveling 4: Maak samen met ISK, COA, Nidos en leerplichtduidelijke landelijke afspraken over het registreren en aanpakkenvan verzuim. Zorg daarbij voor een escalatieladder met duidelijkehandreikingen om amv’ers snel en laagdrempelig te onder-steunen. Het kabinet herkent het feit dat verzuim veel verschillende oorzaken heeft.Voor amv, en ook voor andere minderjarige nieuwkomers, geldt datstress, onzekerheid over de asielprocedure, gebrek aan een vangnet (zoalsouders en familie), verhuisbewegingen en gebrek aan perspectief of aaneen passende onderwijsroute, in het bijzonder een rol kunnen spelen. Wijwerken aan verschillende oplossingsrichtingen. Allereerst wordt, zoalseerder in de brief toegelicht, gewerkt aan beperking van de verhuisbewe-gingen van kinderen in de asielketen. Het risico op verzuim neemt toe alsde verblijftijd op een school korter is en de continuïteit van de onderwijs-loopbaan van een jongere in het geding is. Ten tweede worden binnen hetonderwijsdomein vervolgstappen gezet. Naast het eerder genoemdewetsvoorstel wordt in de reguliere verzuimaanpak ook aandacht besteedaan nieuwkomers. Op basis van het TSD-onderzoek verkennen wemomenteel samen met scholen en gemeenten hoe de verzuimaanpak inde praktijk werkt en wat hierin beter kan.TSD constateert verder, gerelateerd aan deze aanbeveling, dat deorganisatie van opvang en onderwijs aan amv complex is en de samen-werking regionaal verschillend wordt vormgegeven. Gemeenten ervarenonduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, gezamenlijkeambities zijn vaak niet of onvoldoende vastgelegd en er is behoefte aanmeer regie, kennisdeling en effectieve interventies. Informatievoorziening,overzicht, goede afstemming en escalatieroutes hebben een grotetoegevoegde waarde om het aanbod voor amv beter vorm te geven. In deeerste plaats werken wij, samen met VWS en de andere ketenpartners aaneen routekaart die houvast en overzicht moet bieden in de rollen,verantwoordelijkheden, escalatieroutes en relevante wet- en regelgevingrond de organisatie van sociale voorzieningen voor kinderen in deopvang. Verder bieden wij gemeenten een aanspreekpunt voor vragen. Zijkunnen terecht bij JenV-medewerkers van de Nationale Opvang Organi-satie (NOO) en bij de regiocoördinatoren nieuwkomersonderwijs vanOCW.6. Overige bevindingen Naast bovenstaande aanbevelingen geeft het TSD-rapport ook een aantalpunten mee ten aanzien van overlast en criminaliteit, jeugdhulp encultuursensitieve zorg, en participatie van jongeren.Overlast, geweld en criminaliteit zijn nooit acceptabel. We herkennenechter ook dat overlast en criminaliteit onder amv vaak niet op zichzelfstaan. De kwetsbare positie van amv maakt deze doelgroep relatiefgevoelig voor negatieve invloeden van buitenaf, zoals criminele uitbuitingen verslaving. Factoren als stress, schoolverzuim, gebrek aan perspectiefen verveling, kunnen ook leiden tot meer zorgwekkend gedrag. In devoortgangsbrief aanpak overlast van 22 mei 2026 biedt de Minister vanAsiel en Migratie met de nationale aanpak overlast een solide basis vanpreventieve en repressieve maatregelen. Deze aanpak wordt de komendeperiode in samenspraak met betrokken gemeenten en (keten)partnersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5154 verder doorontwikkeld naar aanleiding van signalen over een toenamevan overlast door met name jonge mobiele asielzoekers. Er wordt eenlandelijk team ingericht om de mobiele groep overlastgevende asiel-zoekers effectiever aan te pakken. Het doel van deze landelijke persoons-gerichte aanpak voor overlastgevende en criminele vreemdelingen is hettijdig informeren van betrokken (keten)partners en het voeren vancasusregie («er bovenop zitten»). Daarbij wordt gebruikgemaakt van eensamenhangende inzet van bestuursrechtelijke, civielrechtelijke, vreemde-lingenrechtelijke en strafrechtelijke interventies.TSD constateert verder dat de toegang tot jongerenwerk en cultuursensi-tieve zorg niet in alle gemeenten voldoende beschikbaar en toegankelijkis. Naast de algehele problematiek en wachtlijsten in de jeugdhulp zijnook de specifieke, zeer uiteenlopende en complexe problematiek van deamv hier debet aan. Ook de eerder genoemde verhuisbewegingen hebbennegatieve impact op de zorgcontinuïteit. Er worden dan ook al langeractiviteiten uitgevoerd om het psychosociale welzijn van kinderen in deopvang te verbeteren. Naar aanleiding van de motie-Podt wordtmomenteel uitgewerkt hoe deze psychosociale ondersteuning te borgen(Kamerstuk 19 637, nr. 3486). Daarin wordt ook gekeken naar de inzet vangroepsgerichte niet-specialistische interventies om zo de zorg beter telaten aansluiten om de verschillende zorgbehoeften en zwaarderespecialistische zorg te voorkomen. De Minister van Asiel en Migratie zaluw Kamer via een separate brief informeren over de uitvoering van dezemotie.De Ministeries van JenV en VWS, de VNG, COA, Nidos en JeugdzorgNederland verkennen verder mogelijkheden voor specialistische openresidentiële jeugdzorg voor amv. Een belangrijke randvoorwaarde daarbijis dat het zorgaanbod voldoende cultuursensitief is en aansluit op despecifieke behoeften van deze groep. Ook zien de betrokkenenmogelijkheid voor verbetering in de toegang tot en beschikbaarheid vanhet huidige aanbod van getrapte zorg die vooraf gaat aan het plaatsen vaneen jongere in open residentiële jeugdzorg, zoals ambulante vormen vanjeugdhulp op de opvanglocaties. Mogelijkheden om dit te versterkenworden momenteel verkend.Tenslotte geeft TSD mee dat het perspectief van de jongere zelf sterkerkan worden benut bij zowel individuele begeleiding als beleidsvorming.Zoals wij in de inleiding hebben aangegeven, nemen wij deze aanbevelingover. COA werkt al langer aan het versterken van bewonersparticipatie,waarbij de stem van bewoners op structurele wijze wordt betrokken bij deinrichting en uitvoering van de opvang. Het COA heeft in 2025 eeninventarisatie gedaan van alle opvanglocaties waar minderjarigenverblijven. Binnenkort start het vervolg van deze inventarisatie. Eén vande criteria bij deze inventarisatie is participatiemogelijkheden voorjongeren zodat zij kunnen meedenken over zaken die relevant zijn voorhun welzijn. 62% van de locaties geeft al aan dit te organiseren. De scoreligt overigens hoger voor locaties met amv dan locaties met kinderen ingezinnen doordat bij kinderen in gezinnen deze betrokkenheid vaak via deouders verloopt. Bij de begeleiding van amv is er altijd direct contact metde minderjarige. Ook wordt duidelijk dat de mate van stabiliteit op locatiebepalend is voor het goed kunnen organiseren van participatie, bijvoor-beeld via een jongerenraad en huiskamergesprekkenOm participatie van kinderen en jongeren te verbeteren werkt COA aanhet vergroten van de aanwezigheid van contactpersoon kinderen op alleopvanglocaties. En ook het Ministerie van OCW neemt bij het wetgevings-traject onderwijs aan nieuwkomers het perspectief van jongeren mee en ismet hen in gesprek. Ook is onderdeel van het traject om te bezien opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5155 welke wijze minderjarige nieuwkomers beter kunnen worden betrokken bijde inrichting van het onderwijs op scholen.Korte reactie rapport Inspectie van het Onderwijs over onderwijsaan kinderen in noodopvangDe aanbevelingen die TSD doet, zijn in lijn met een recent verschenenrapport van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: IvhO) «Het recht oponderwijs en een ononderbroken ontwikkeling3». In dit rapport consta-teert de IvhO dat er voor minderjarigen in de asielketen sprake blijft vanrepeterende wachttijden, onwenselijke verhuisbewegingen en gebrek aaneen escalatieroute en doorzettingsmacht. Ze beveelt aan de omvang vande problematiek in kaart te brengen, verhuisbewegingen te beperken, tewerken aan stabiele opvang, afspraken te maken over de verantwoorde-lijkheidsverdeling en in te zetten op regionale overlegstructuren. In lijnmet TSD pleit de IvhO ook voor betere gegevensverzameling en regie.Verder wordt aandacht gevraagd voor prioriteit voor onderwijs bijverhuizing en een efficiënte inzet van onderwijsbekostiging. Gelet op desamenhang, zullen wij deze aanbevelingen betrekken bij de verdereuitwerking van de hierboven geschetste maatregelen.Tot slotBeide rapporten onderstrepen dat een passend aanbod voor kinderen enjongeren in de asielketen vraagt om samenhangend beleid en nauwesamenwerking tussen alle betrokken partijen. Het kabinet blijft zichinzetten om de structurele knelpunten in de opvangketen aan te pakken ende ondersteuning aan deze jongeren te verbeteren. Daarbij blijft hetuitgangspunt dat ieder kind, ongeacht herkomst of verblijfsstatus, rechtheeft op een veilige omgeving, onderwijs dat aansluit bij het niveau enonderwijsbehoefte en perspectief op ontwikkeling.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. Tielen3Het rapport is te vinden op: https://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/nieuws/2026/05/22/recht-op-onderwijs-kinderen-in-noodopvang-onder-drukTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5156
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.