KamerkringInloggen
Kamerbrief

Acties met betrekking tot de aanpak ten behoeve van passende jeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek

15 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 067f33ce5618161d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 839JeugdzorgNr. 1149 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2026In de afgelopen weken zijn zorgelijke berichten verschenen over hetgebrek aan passende hulp voor jongeren met complexe problematiek, ende gevolgen hiervan voor deze jongeren.1 Ook het rapport2 van deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ), over de kwaliteit vanhulp op het Hoenderloo-terrein aan jongeren met een complexehulpvraag dat op 30 maart jl. verscheen, onderschrijft dit. De Staatssecre-taris van Justitie en Veiligheid en ik delen de zorgen die uw Kamer heeftuitgesproken. Samen met betrokken partijen wil ik stappen zetten om dezorg voor deze jongeren beter te maken. Hierbij realiseer ik mij dat hetniet eenvoudig is om passende zorg te organiseren voor jongeren metcomplexe problematiek, en onze inzet daarom niet in alle gevallen directresultaat zal hebben.Op 31 maart jl. heeft uw Kamer mij verzocht u te informeren, onder meerover de concrete acties die samen met gemeenten, jeugdhulpaanbieders,en gecertificeerde instellingen (hierna: GI’s) genomen gaan worden omjongeren met complexe problematiek beter in beeld te krijgen enpassende zorg en onderwijs en/of dagbesteding voor hen te organiseren.Met deze brief geef ik, mede namens de Staatssecretaris van JenV,opvolging aan dit verzoek. Daarnaast informeer ik u in deze brief over derol van de IGJ, de beëindiging van het verscherpt toezicht bij Enver engeef ik een update over het erkenningstraject rondom de misstanden in degesloten jeugdhulp, inclusief ZIKOS.1O.a. «Honderden onhandelbare» jongeren voor miljoenen «gedumpt» op vakantieparken: «Zijleven in het niks»» (Ad.nl, 26 maart 2026), «Kinderen die niemand wil» (Zembla, 26 maart2026), «Friese gemeenten naar Den Haag voor andere opvang jongeren met complexezorgvraag» (NOS, 31 maart 2026).2Toezicht Hoenderloo: jeugdhulp onvoldoende, geen passende hulp in regio | InspectieGezondheidszorg en Jeugd kst-31839-1149ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11491 Problemen in de jeugdhulp voor jongeren met complexeproblematiekJongeren met complexe problematiek hebben meestal al veel meege-maakt en veel verschillende hulpverleners gezien. Bij deze jongeren isbijvoorbeeld sprake van (ernstige) zelfbeschadiging, suïcidaliteit,agressieproblematiek, verslavingen en/of seksuele uitbuiting. Er is voordeze jongere niet één pasklare oplossing: wat zij nodig hebben is heeluiteenlopend. Het gaat erom hulptrajecten meer passend te maken endaarmee doorplaatsingen voorkomen.Bij incidenten, crisissituaties en onveiligheid kwamen jongeren voorheenveelal terecht in de gesloten jeugdhulp. Maar uit onderzoeken en verhalenvan ervaringsdeskundigen weten we dat de gesloten jeugdhulp jongerenop langere termijn vaak niet helpt.3 Want juist wanneer zij verbinding ennabijheid nodig hebben, van waaruit zij kunnen leren en ontwikkelen,werd hen het tegenovergestelde geboden: een verregaande inzet vanvrijheidsbeperkende maatregelen en een repressief klimaat. Dit heeft eengrote impact (gehad) op hun leven.Tegelijkertijd is de pijnlijke realiteit dat er een kleine groep jongeren is die– ondanks intensieve en specialistische hulp – gedrag blijft laten zienwaarmee zij een gevaar vormen voor zichzelf en/of hun omgeving. Voorprofessionals en betrokken organisaties vraagt dit om hele moeilijkekeuzes. Tevens vraagt het een afweging welke risico’s we acceptabelvinden, en welke mate van vrijheidsbeperking we toelaatbaar vinden.Zoals eerder naar uw Kamer is gecommuniceerd zullen er, ook als westoppen met gesloten jeugdhulp, omstandigheden zijn waarbij detoepassing van vrijheidsbeperking nodig zal blijven.4Voor een deel van de jongeren met complexe problematiek geldt dat zijeerder én andere hulp nodig hebben. Zodat zij waar mogelijk metintensieve hulp thuis kunnen blijven wonen. En als zij niet thuis wonen,dan het liefst zo thuis mogelijk. Dit vraagt een andere manier van werkenvanuit de specialistische jeugdhulp: meer gezamenlijk vanuit verschil-lende expertises (oftewel interdisciplinair) én zo veel mogelijk ambulant(bij jongeren thuis of op andere zorglocaties). We zien dat dit nogonvoldoende tot stand komt. Door het gebrek aan deze passende hulp inde eigen regio wordt noodgedwongen gekozen voor hulpaanbod dat nietbiedt wat deze jongeren écht nodig hebben. Verwijzers zien zich te vaakgenoodzaakt een oplossing te zoeken buiten bestaande contracten. Ditgaat onder andere om één-op-één plaatsingen (bijvoorbeeld op vakantie-parken) en/of plaatsingen op een plek ver van huis, die vaak nietaansluiten bij wat jongeren nodig hebben, zonder onderwijs en/ofdagbesteding, die ook nog eens zeer kostbaar kunnen zijn. Bovendien isniet altijd duidelijk of de hulpverleners over de benodigde expertisebeschikken om deze jongeren goede hulp te bieden. Ook zien we dat dedruk om jongeren te plaatsen malafide zorgaanbieders een kans biedt omzorg te verlenen die niet aan de eisen voldoet. Tot slot zien we dat erbehoefte is aan meer regie op het organiseren van een goed, passendzorgaanbod.Alles bij elkaar is dit uiterst zorgwekkend. Als stelstelverantwoordelijkenzijn we daarom direct in gesprek gegaan met de vertegenwoordiging vangemeenten, jeugdhulpaanbieders en GI’s. Hieronder beschrijven we demaatregelen die we gezamenlijk, ieder vanuit eigen rol en verantwoorde-3Onder andere rapporten van Stichting Het Vergeten Kind, de Kinderombudsman en het rapport«Eenzaam gesloten» van ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass.4Kamerstukken II, 2024–2025, 31 839, nr. 1029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11492 lijkheid, nemen. We maken onderscheid naar de maatregelen die we opkorte termijn nemen, en de maatregelen die op de (middel)lange termijnmoeten leiden tot structureel toereikend en passend aanbod voorjongeren met complexe problematiek. Daarnaast zetten we extramaatregelen in die fraude moeten tegengaan en het toezicht versterken.1. Korte termijn: regionale doorbraakaanpak met landelijke regieSamen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), JeugdzorgNederland (JZNL), Nederlandse GGZ (NLGGZ) en de Vereniging Gehandi-captenzorg Nederland (VGN) stellen we vast dat één-op-één plaatsingenen plaatsingen op een zorglocatie buiten de regio die oorspronkelijk nietdoor de gemeente is gecontracteerd (hierna ook: buitencontractueel) nietwenselijk zijn. Want jongeren worden niet beter van langdurigeéén-op-één begeleiding en je ontneemt hen autonomie. En om jongerenzo thuis mogelijk te laten opgroeien moet gecontracteerd aanbod in ofdichtbij de eigen regio beschikbaar zijn. Eén-op-één-plaatsingen enbuitencontractuele plaatsingen zouden daarom alleen moeten plaats-vinden indien dit in het directe en aantoonbare belang van de jongere is,of in een crisissituatie het minst schadelijk is voor de jongere teroverbrugging naar geschikt aanbod in de eigen regio.Een eerste stap die we willen zetten is dat op korte termijn, onder regievanuit het Rijk, meer zicht moet komen op de jongeren die verblijven ineen één-op-één setting, of op buitencontractueel aanbod. Allereerst om tebeoordelen of het verblijf veilig is, en indien daar zorgen over zijn, opkorte termijn een alternatief te organiseren. Indien het verblijf veilig ismaar niet passend, wordt toegewerkt naar passende zorg. Onderwijs en/ofdagbesteding moet daar altijd integraal onderdeel van zijn.We realiseren ons dat deze zoektocht niet makkelijk zal zijn. Een gebrekaan passende oplossing in de regio was immers mede aanleiding voordeze één-op-één of buitencontractuele plaatsing. Om zicht te krijgen opdeze jongeren, ontwikkelen we, onder regie van het Rijk, met VNG,NLGGZ, VGN en JZNL op korte termijn een regionale aanpak. Gemeenten,GI’s en regionale expertteams (hierna: RET) moeten daarbij, ieder vanuiteigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk in de jeugdregio zicht krijgen opdeze jongeren; de veiligheid van deze jongeren, de passendheid van dezorg, de problematiek van deze jongeren en de hulp die de jongeren nodighebben. We vragen de regio’s om rond de zomer een overzicht hiervan opte leveren zodat we het landelijke beeld kunnen vormen.Het zicht krijgen op de doelgroep en het zoeken naar passende zorg enonderwijs en/of dagbesteding is vooral een verantwoordelijkheid voor deGI’s (voor jongeren met een kinderbeschermings- of jeugdreclasserings-maatregel), en het RET en gemeenten (voor jongeren waarbij de GI nietbetrokken is). Het RET stemt daarbij in het geval van eenjeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel nauw af met deGI’s, zodat de voorgestelde zorg een goede invulling is van de wettelijkeverantwoordelijkheid van de GI’s. Het ligt voor de hand dat de GI, het RET,zorgaanbieders en de gemeenten nauw samenwerken in deze regionaleaanpak. Want deze opgave kan niet gerealiseerd worden zonder actievebetrokkenheid van zorgaanbieders. Zij spelen een cruciale rol in hetvormgeven en beschikbaar stellen van passend zorgaanbod en dienenstructureel betrokken te worden bij regionale samenwerking enbesluitvorming.Op basis van deze regionale gegevens wordt landelijk de ontwikkelingrondom het aantal één-op-één plaatsingen en/of buitencontractueleplaatsingen nauwlettend gemonitord. De komende tijd richten we dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11493 landelijke monitoring verder in, onder andere om zicht te krijgen op devoortgang en knelpunten in het organiseren van passende hulp in deregio. Dit wordt nader uitgewerkt met betrokken partijen. Daarin wordtook meegenomen welke landelijke ondersteuning hiervoor nodig is. Wezullen uw Kamer hier rond het zomerreces nader over informeren.Om goede uitvoering te kunnen geven aan deze taak, moet het RET steviggeorganiseerd en gepositioneerd zijn. Op dit moment zijn er tussenregio’s grote verschillen. Op verzoek vanuit het Ministerie van VWS enVNG wordt hier op dit moment onderzoek naar gedaan. De opbrengstenworden betrokken bij de regionale aanpak. Waar nodig worden, onderlandelijke regie, afspraken gemaakt met regio’s over doorontwikkeling dienoodzakelijk is.2. (Middel)lange termijn: onderliggende knelpunten aanpakkenMet de hierboven beschreven aanpak nemen we op korte termijn concretestappen voor jongeren die op dit moment in één-op-één setting ofbuitencontractueel aanbod verblijven. Dit leidt echter niet direct tot eenstructureel toereikend en passend aanbod van hulp aan jongeren metcomplexe problematiek. Het gebrek aan passende hulp wordt veroorzaaktdoor hardnekkige onderliggende knelpunten. Het aanpakken van dezeknelpunten vraagt een langere adem. Hieronder schetsen we welkestappen we zetten.Afbouw en ombouw van gesloten jeugdzorgIn 2022 is in samenspraak met de sector besloten de gesloten jeugdhulpaf en om te bouwen met als doel om in 2030 het aantal gesloten jeugd-hulpplaatsingen zo dicht mogelijk bij nul te brengen. Het Rijk ondersteuntdeze transformatie zowel financieel als inhoudelijk. Het is onderdeel vande Hervormingsagenda. In november 2024 is de Regeling SpecifiekeUitkering (SPUK) transformatie gesloten jeugdhulp in werking getreden.Daarmee is € 176 miljoen beschikbaar gesteld aan coördinerendegemeenten in zeven landsdelen voor de transformatie. Over de inzet vandeze middelen worden, in de landsdelen en met zorgaanbieders, op ditmoment afspraken gemaakt. Daarnaast zijn bestuurlijke afsprakengemaakt tussen Jeugdzorg Nederland5, de VNG en de ministeries vanVWS, JenV en OCW over de visie en inhoudelijke richting op de transfor-matie van de gesloten jeugdhulp en de manier waarop zij deze willenvormgeven. Ook is een programmateam ingericht om landelijk regie tevoeren op de transformatie en gemeenten en aanbieders hierin teondersteunen. In de afgelopen jaren zijn al grote stappen in gezet. Waar in2019 nog ruim 1.700 gesloten plaatsingen plaatsvonden, ging het in 2025nog om 656 plaatsingen.6Ook als we stoppen met gesloten jeugdhulp, zullen er omstandighedenblijven waarbij de toepassing van vrijheidsbeperking de enigemogelijkheid is om hulp te bieden die nodig is.7 Daarom is het voornemenaangekondigd om de Jeugdwet te wijzigen, om de toepassing vanvrijheidsbeperkende maatregelen in open residentiële jeugdhulp onderstrikte voorwaarden mogelijk te maken, in lijn met de Wet verplichte ggz(Wvggz) en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijkgehandicapte cliënten (Wzd). Sterke rechtswaarborgen voor de jongere5Namens de aanbieders van gesloten jeugdhulp6Data vanuit toeleidingssysteem gesloten jeugdhulp (TLS) van Jeugdzorg Nederland, jaarrap-portage 2025 en 20219.7Kamerstukken II, 2024–2025, 31 839, nr. 1029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11494 staan hierbij centraal. Hiermee ondersteunen we de verdere transformatievan de gesloten jeugdhulp.Zorg in de eigen omgevingWe willen dat jongeren zoveel mogelijk thuis kunnen opgroeien, ook als zijhulp nodig hebben. De inzet van (intensieve) ambulante gezinshulp en-behandeling heeft de voorkeur. Indien thuis wonen (tijdelijk) niet kan,willen we dat de geboden hulp zo thuis als mogelijk is: gezinsgericht en inde buurt van school, sport en sociale netwerk van de jongere. Om hier eenimpuls aan te geven gaan we de bestuurlijke afspraken over de transfor-matie gesloten jeugdhulp en uit 2024 aanvullen en verder concretiseren.De afspraken zullen in ieder geval zien op de volgende thema’s:1)Een verbeterde integrale (interdisciplinaire) samenwerking tussenspecialistische jeugdhulpaanbieders vanuit jeugd- & opvoedhulp,jeugd-ggz, verslavingszorg en gehandicaptenzorg, zodat jongerenkunnen blijven op de plek waar zij wonen ook als er extra hulp enexpertise nodig is of er zorgen over veiligheid ontstaan. Zorg moetnaar de jongere toe in plaats van de jongere naar de zorg.2)Er is altijd een gedeelde verklarende analyse bij een (voorgenomen)uithuisplaatsing of doorplaatsing. Hierin staat omschreven waarom/waardoor problemen zijn ontstaan én voortduren. Essentieelonderdeel bij een verklarende analyse is dat jongeren en oudersgelijkwaardig betrokken zijn. We maken expliciete afspraken over wieverantwoordelijk is voor deze gedeelde verklarende analyse.3)Afspraken in landsdelen tussen gemeenten en GI’s over het verwijs-proces gesloten jeugdhulp met als doel het verminderen vanspoedverwijzingen, de inzet van de gedeelde verklarende analyse enhet bieden van casusregie.4)De ontwikkeling van een landelijke monitor om de transformatie vande gesloten jeugdhulp structureel in beeld te brengen, inclusief deontwikkeling van alternatieve zorg.Regie op bovenregionale en landelijke samenwerkingVanaf 1 januari 2027 zijn gemeenten op grond van de wet Verbeteringbeschikbaarheid jeugdzorg verplicht om in een jeugdregio samen tewerken bij de inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp, wat moet bijdragenaan een beter zicht op de benodigde zorg en een dekkend zorglandschapin de regio. Voor een kleine groep jongeren is echter zorg en expertisenodig die niet altijd regionaal georganiseerd kan worden maar vraagt ombovenregionale of zelfs landelijke samenwerking. We zien dat er op ditmoment veel belemmeringen hierin zijn. Zo is bijvoorbeeld onvoldoendeduidelijk hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen gemeenten,jeugdregio’s en de landsdelen waardoor er onvoldoende dekkendzorglandschap is voor jongeren met complexe problematiek. Het isnoodzakelijk dat hierover, onder landelijke regie, sluitende afsprakenworden gemaakt. Waar nodig moet dit worden verankerd in wet- enregelgeving. De landelijke partijen hebben een gezamenlijke verantwoor-delijkheid om tot oplossingen te komen. Dit vraagt intensieve gesprekken,die ik, vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid de komende maanden zalvoeren. Ik zal uw Kamer informeren rond de zomer over de voortgang.Verbinding Toekomstscenario Kind- en GezinsbeschermingIn het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming werken deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid en ik samen met diversepartners en regio’s aan een nieuwe landelijke aanpak. De basisprincipeszijn: gezinsgericht, rechtsbeschermend, transparant, eenvoudig en lerend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11495 In deze nieuwe aanpak staan de behoeften van kinderen en volwassenendie thuis niet veilig zijn centraal.Er wordt gewerkt aan een veranderstrategie met bijbehorende doorbraak-acties. Uitgangspunt hierbij is wat er gedaan kan worden om het stelsel teverbeteren met de middelen die er zijn. Voor het zomerreces zal dezeveranderstrategie met bijbehorende acties met de Tweede Kamer wordengedeeld.3. De aanpak van fraude en versterking van toezicht op integriteitIn het IGJ-rapport over de kwaliteit van hulp op het Hoenderloo-terrein8,zijn ook signalen opgenomen die vragen oproepen over de integriteit van(enkele) zorgaanbieders en/of professionals. Zo voldoen meerdereaanbieders niet aan de wettelijke eisen voor een Verklaring omtrentGedrag (VOG) en bleek uit een politiecontrole dat er medewerkers/professionals van aanbieders actief zijn met antecedenten uit hetverleden. Deze signalen zijn erg zorgelijk, met name omdat de jongeren,die op dit terrein verblijven, een kwetsbare doelgroep vormen.Er worden, langs de lijn van toelating, screening en toezicht, al de nodigestappen gezet om toezicht te versterken en fraude aan te pakken. Wenoemen er drie. Ten eerste zijn er via de Wet verbetering beschikbaarheidjeugdzorg extra eisen gesteld aan de bestuursstructuur (intern toezicht-houders) en aanvullende eisen aan financiële bedrijfsvoering vanjeugdhulpaanbieders. Ten tweede zal ook het wetsvoorstel Wet integerebedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) extra voorwaardenen verplichtingen stellen aan de bedrijfsvoering van aanbieders. Tenderde heb ik in aanvulling hierop besloten om een wetsvoorstel voor tebereiden waarmee ook een vergunningsplicht voor jeugdhulpaanbiederswordt ingevoerd.De IGJ ziet bij een aantal aanbieders dat de randvoorwaarden voorpersoneelsinzet niet worden nageleefd. Werkgevers zijn verantwoordelijkvoor de inzet en de kwaliteit van personeel en voor het controleren vandiploma’s en andere formele stukken van hun personeel, zoals een VOG.Professionals moeten bekwaam zijn om de aan hen toebedeelde taken uitte voeren en beschikken over de juiste deskundigheid om jongeren tehelpen. Werkgevers zijn verplicht om de norm van verantwoordewerktoedeling toe te passen zoals deze in het Kwaliteitskader Jeugd isuitgewerkt. Daarnaast ben ik voornemens de vergewisplicht wettelijk teverankeren. Deze zal in ieder geval jeugdhulpaanbieders en gecertifi-ceerde instellingen verplichten het arbeidsverleden van nieuwemedewerkers na te gaan. Het wetsvoorstel waarin dit is opgenomen gaatover enkele weken in internetconsulatie.In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afsprakengemaakt over een breed, integraal pakket van maatregelen, gericht op hetvoorkomen, stoppen en bestraffen van zorgfraude. Onder andere is in hetAZWA opgenomen dat het (gemeentelijk) toezicht op de jeugdhulpverstevigd en geprofessionaliseerd zalworden en dat hiertoe een stimuleringsprogramma wordt opgezet vanaf1 januari 2027. Over de invulling van dit stimuleringsprogramma ben ikmet de VNG in gesprek. Gemeenten hebben immers ook een belangrijkerol om fraude tegen te gaan. Voor meer informatie over de aanpakzorgfraude verwijs ik u naar de Kamerbrief over de voortgang enversterking van de aanpak zorgfraude die binnenkort aan uw Kamer wordt8Toezicht Hoenderloo: jeugdhulp onvoldoende, geen passende hulp in regio | InspectieGezondheidszorg en JeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11496 toegestuurd. Ik onderzoek de mogelijkheden op het herzien van decontractstandaarden jeugd bij maatwerkovereenkomsten.Tot slot acht ik het van belang te benoemen dat gemeenten bij hetaangaan van contracten met zorgaanbieders nu ook al voorwaarden enregels op kunnen nemen voor het tegengaan van misbruik en oneigenlijkgebruik. Ook kunnen gemeenten bij zorgen over de integriteit van eenzorgaanbieders een Bibob-toets uitvoeren.De rol van de IGJ in het jeugdstelselDe IGJ houdt toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp, jeugdbeschermingen jeugdreclassering en andere organisaties in het jeugddomein. Dit doetIGJ regelmatig samen met andere inspecties, zoals de Inspectie Justitie enVeiligheid (IJenV).De IGJ geeft aan dat zij zich richt in het toezicht op de grootste risico’s, opdie zaken waar zij het grootste effect kan bewerkstelligen en thema’s diemaatschappelijk urgent zijn. Meldingen en klachten over incidenten,misstanden en terugkerende tekortkomingen zijn daarbij voor de inspectieeen belangrijke bron van informatie. Als de kwaliteit en veiligheid van dejeugdzorg onvoldoende is, kan de inspectie maatregelen opleggen zoalseen verscherpt toezicht of een aanwijzing.Beëindiging van het verscherpt toezicht bij Enver en toepassingaanwijsbevoegdheidMet ingang van 9 maart 2026 is het verscherpt toezicht op Enver door deIGJ beëindigd. Sinds 30 april 2025 stond Enver voor de duur van 9maanden onder verscherpt toezicht, omdat er tekortkomingen waren in depleegzorg. De IGJ voerde destijds thematisch toezicht uit naar depleegzorg bij Enver, omdat de IGJ eerder concludeerde dat Enver ernstigtekort was geschoten in het geven van hulp en een meisje zwaarmishandeld is tijdens haar verblijf in een pleeggezin in Vlaardingen.Tijdens het verscherpt toezicht heeft Enver een uitgebreid verbetertrajectontwikkeld en geïmplementeerd. Dit verbetertraject heeft er onder meertoe geleid dat het verscherpt toezicht is beëindigd.Volgens de inspectie heeft Enver in de periode van het verscherpt toezichtervoor gezorgd dat het grootste deel van de normafwijkingen is wegge-nomen, waaronder de normafwijkingen met de hoogste risico’s. Dezerisico’s zagen toe op gebrekkige dossiervoering, beperkt zicht opveiligheid, het niet planmatig werken volgens professionele standaardenen het ontbreken van organisatorische randvoorwaarden. De inspectieconstateert dat binnen Enver de basis op orde is gebracht doormedewerkers te sturen in het voldoen aan professionele standaarden enmeer uniform te handelen. Daarnaast heeft de gewijzigde aanpak enhouding van het bestuur – inclusief het aanstellen van een extrabestuurder – het vertrouwen in de verbeterkracht van Enver verhoogd.Belangrijk hierbij is dat de inspectie constateert dat Enver zich in deperiode van het verscherpt toezicht heeft ingezet om een voldoende enactueel beeld te krijgen van de kwaliteit van pleegzorg die Enver biedt.Bovendien hebben alle pleegzorgbegeleiders de veiligheid van pleegkin-deren in pleeggezinnen die zij begeleiden (opnieuw) in beeld gebrachttijdens het verscherpt toezicht.AanwijsbevoegdheidDe IGJ houdt onpartijdig en onafhankelijk toezicht op de kwaliteit enveiligheid van pleegzorg en vervult hierin een onafhankelijke rol. Daaromis vastgelegd dat het niet aan de Minister is om bijzondere aanwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11497 te geven die zien op de wijze waarop de inspectie een specifiek onderzoekverricht, of op de bevindingen, oordelen en adviezen van de inspectie.De IGJ is zelfstandig tot het afgewogen oordeel gekomen dat hetverscherpt toezicht op Enver kan worden opgeheven. IGJ heeft aan dehand van het toetsingskader Pleegzorg geconstateerd dat op de achtnormen (aanzienlijke) verbeteringen zijn doorgevoerd.Tot slot is het goed om te markeren dat ook na het beëindigen van hetverscherpt toezicht de IGJ vinger aan de pols zal blijven houden. Deinspectie heeft Enver verzocht om het bestaande verbeterplan Pleegzorgaan te scherpen met alle aandachts- en verbeterpunten uit het rapport. Deinspectie verwacht hiervan na de zomer een verslag te ontvangen.Afhankelijk van de resultaten zal de inspectie het vervolg bepalen.Voortgang erkenningstraject gesloten jeugdhulp incl. ZIKOSHet Ministerie van VWS voert, samen met een afvaardiging vanaanbieders van gesloten jeugdhulp vanuit Jeugdzorg Nederland en deVNG, gesprekken met jongeren en oud-cliënten over de erkenning van hetleed dat zij hebben ervaren binnen de gesloten jeugdhulp. Onderdeel vandeze gesprekken is hoe excuses, erkenning en herstel op een betekenis-volle manier vorm kunnen krijgen. Daarbij wordt besproken wat jongerenen oud-cliënten nodig hebben om zich daadwerkelijk gehoord en erkendte voelen. Ik streef ernaar om snel, in overleg met de partijen (waarmogelijk voor de zomer) een besluit te nemen over het geheel. Ik zal uhierover informeren voor het zomerreces.Ik wil benadrukken dat erkenning en excuses een begin zijn, geeneindpunt. Daarom heeft het kabinet voor de periode 2026–2030 incidenteelbudget van in totaal € 12 miljoen beschikbaar gesteld. Dit budget wordtingezet voor het uitvoeren van de erkennings- en herstelactiviteiten vooroud-cliënten die leed hebben ervaren binnen de gesloten jeugdzorg. Debasis voor de invulling van dit erkenning- en hersteltraject zijn de geleerdelessen van de zes pilotprojecten, die gefinancierd zijn met de middelen uithet amendement Westerveld9. De komende periode zullen VNG,Jeugdzorg Nederland en ik samen jongeren en ervaringsdeskundigenverder invulling geven aan het erkenning- en hersteltraject.Tot slotIn een omgeving die bedoeld is om bescherming te bieden als kinderenniet thuis kunnen wonen, moeten kinderen veilig zijn en goede zorg enonderwijs en/of dagbesteding krijgen. Ook als deze kinderen eencomplexe zorgvraag hebben, waarvoor niet direct een passendhulpaanbod bestaat. Als overheid dragen wij samen met de betrokkenorganisaties de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ieder kinddat aan onze zorg wordt toevertrouwd, veilig is. Daar werken we met volleinzet aan.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk9Amendement Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 113Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11498

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5ddce47f24285e7d

14 okt 2026 · b66908f99b5920ea

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.