KamerkringInloggen
Kamerbrief

Afdoening moties en toezegging over de economische gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten en een oproep aan bedrijven, publieke opdrachtgevers en ketenpartijen om verantwoordelijkheid te nemen in de keten

18 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b50c5b3dbc2dbcdd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 933Noodpakket energie, mobiliteit en economieNr. 43 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 juni 2026De crisis in het Midden-Oosten duurt voort en werkt lang door inNederlandse bedrijven en huishoudens. Er is onzekerheid over de hoogtevan de brandstof-, energie- en materiaalkosten en in sommige sectoren iser sprake van forse stijgingen. Dat zet in toenemende mate druk opmarges, contracten, investeringen en de uitvoering van opdrachten. Hetkabinet neemt deze signalen en zorgen serieus. Daarom werkt het kabinetsamen met betrokken departementen en sectoren aan maatregelen om degevolgen van deze crisis voor huishoudens en bedrijven zoveel alsmogelijk te beperken. Daarbij geldt dat publieke middelen gericht, tijdelijken zorgvuldig moeten worden ingezet.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de afdoening van de motie vanhet lid Van Baarle over het maximeren van het aantal prijsverhogingen dattankstations per dag mogen doorvoeren, de motie van de leden Nanningaen Flach over de impact van hogere energieprijzen op boodschappen-prijzen, en mijn toezegging uit de Kamerbrief Acties WeerbaarheidEnergieschok van 20 april 2026 om uw Kamer voor de zomer te infor-meren over signalen uit gesprekken met het bedrijfsleven en branchever-tegenwoordigers. Ook informeer ik uw Kamer over de tijdelijke verlagingvan de rente op de duurzaamheidsleningen van Qredits, als uitwerkingvan de eerder aangekondigde inzet om kleine ondernemers te onder-steunen bij verduurzaming.1Tot slot doe ik een oproep aan bedrijven, (publieke) opdrachtgevers enopdrachtnemers om in deze onzekere periode in gesprek te blijven metelkaar en samen de verantwoordelijkheid om de keten draaiende tehouden en weerbaarder te maken.1Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1. kst-36933-43ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 431 Maximeren aantal prijsverhogingen tankstations (motie van Baarle)Op verzoek van het lid Van Baarle heeft het kabinet de mogelijkheid eneffectiviteit van het maximeren van het aantal prijsverhogingen dattankstations per dag mogen doorvoeren onderzocht.2 Prijsverhogingenaan de pomp raken veel Nederlanders en bedrijven hard in de porte-monnee. Meerdere prijswijzigingen per dag worden door de voorgesteldemaatregel sterk beperkt, maar het is onduidelijk of de voordelen hiervanopwegen tegen de nadelen. Op basis van bijgevoegd onderzoek conclu-deert het kabinet echter dat het onwaarschijnlijk is dat de voorgesteldemaatregel een significant drukkend effect op de prijs aan de pomp kanhebben. De ervaringen in Duitsland leren dat er zelfs een risico bestaat datprijzen stijgen. Gegeven deze uitkomsten zal het kabinet dit beleid nietverder uitwerken. Het kabinet blijft aandacht houden voor een goedfunctionerende markt en blijft in dat kader de brandstofmarkt nauwgezetvolgen, waarbij het de periodiek geactualiseerde monitor brandstofprijzenvan de ACM betrekt.Boodschappeninflatie (motie Nanninga/Flach)Het kabinet heeft kennisgenomen van de motie van de leden Nanninga enFlach, waarin de regering wordt verzocht in contact met sectoralevertegenwoordigers te blijven over de impact van hogere energieprijzenop de prijzen van boodschappen, en de Kamer over de uitkomsten teinformeren.3Het kabinet onderkent dat de prijzen van boodschappen de afgelopenjaren flink zijn gestegen en dat dit gevolgen heeft voor de koopkracht vanhuishoudens. Uit de bredere gesprekken die het kabinet in de afgelopenperiode heeft gevoerd, blijkt dat de huidige hogere energieprijzen eenbredere doorwerking hebben op de economie en uiteindelijk ook kunnengaan doorwerken in de prijzen van boodschappen. Dit betreft onder meerstijgende kosten voor transport, verpakkingen en productie. Doorbestaande contracten, vertraagde doorwerking van kunstmestprijzen envoorraden is deze doorwerking op korte termijn vooralsnog beperktzichtbaar in de consumentenprijzen. Wel is er daarom sprake van eenvertraagd effect, waardoor prijsstijgingen naar verwachting pas na 6 tot 9maanden goed in de keten zichtbaar worden en richting de kerstperiodekunnen doorwerken in de consumentenprijzen. Volgens de laatsteDNB-cijfers komt de voedselinflatie in 2027 uit op 2,7%. Dit is echter welsterk afhankelijk van hoe de energieprijzen zich dit en komend jaarontwikkelen.4Op korte termijn wordt de prijsontwikkeling (de inflatie) van levensmid-delen in belangrijke mate bepaald door mondiale factoren, waardoor denationale beleidsruimte beperkt is. Daarbij geldt dat ingrijpen in de marktkan leiden tot ongewenste economische neveneffecten, zoals het ontstaanvan tekorten wanneer prijsprikkels worden verstoord. Daarnaast lagenvolgens de meest recente Eurostat-prijsniveauvergelijking de prijzen voorvoedsel en niet-alcoholische dranken in Nederland in 2024 onder hetEU-gemiddelde, vooral door sterke supermarktconcurrentie, scherpeaanbiedingen en een gunstige logistieke positie.52Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 11.3Kamerstukken II 2025/26, 23 432, nr. 695.4https://www.dnb.nl/publicaties/publicaties-dnb/eov/voorjaarsraming-2026/5Kamerstukken II 2025/26, 36 720, nr. 4, Kamerbrief inzake de kabinetsreactie op de initiatiefnota«Minder inflatie, meer bestaanszekerheid» van NSC en PVV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 432 Al met al ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding voor directeingrepen in boodschappenprijzen. Wel neemt het kabinet de zorgen overbetaalbaarheid serieus. Het kabinet blijft de prijsontwikkeling monitoren,houdt oog voor signalen uit de keten en beziet in augustus op basis vanhet nieuwe koopkrachtbeeld of aanvullende koopkrachtmaatregelen nodigzijn. Daarnaast benadruk ik het belang dat er sprake blijft van een goedfunctionerende en concurrerende markt, zodat consumenten kunnenprofiteren van eerlijke prijzen en voldoende keuze. Het is aan de ACM omconcurrentie te waarborgen, en indien er sprake is van een marktver-storing daarop te acteren. De ACM doet momenteel onderzoek naar detotstandkoming van supermarktprijzen. Hierin wordt onderzocht of delevensmiddelensector goed werkt voor consumenten en waar eventueleknelpunten zitten. De resultaten worden in het najaar van 2026 verwacht.Verder is de Consumentenbond al actief in het verbeteren van informatie-transparantie voor consumenten en bestaat er al een Agro-Nutri Monitorvan de ACM, waarbij winstmarges in de keten zichtbaar worden gemaakt.Ook blijft Nederland zich op Europees niveau inzetten op het wegnemenvan interne marktdrempels om op deze manier ook op de langere termijnde prijsstijgingen te dempen.Tot slot heeft het kabinet recentelijk kennisgenomen van de brandbriefvan het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) over hetvoorkomen van kostenstijgingen binnen de sector. Het kabinet heeftbegrip voor deze zorgen, maar benadrukt ook dat de (voorgenomen)beleidsaanpassingen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijkeopgaven zoals het tegengaan van klimaatverandering, het verbeteren vande volksgezondheid en het verhogen van de bestaanszekerheid. Hetkabinet is bereid nader in gesprek te gaan met de sector over hun zorgen.6Signalen vanuit bedrijfslevenIn de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok van 20 april 2026 hebik toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over de ontvangensignalen vanuit mijn gesprekken met het bedrijfsleven en brancheverte-genwoordigers.7 Het kabinet voert een regulier overleg met VNO-NCW enbrancheverenigingen om signalen op te halen over de gevolgen van deenergieschok. Daarnaast voert het kabinet als onderdeel van fase 1 vanhet Landelijk Crisisplan Olie (LCP-O) regelmatig sectorale gesprekken metde transportsector, chemische industrie en raffinagesector, op bedrijfs-niveau en met branches. Uit deze gesprekken maakt het kabinet op dat decrisis steeds breder doorwerkt in de waardeketens. Er is nog geen sprakevan acute fysieke tekorten, maar wel prijsstijgingen, logistieke versto-ringen, toenemende onzekerheid en eerste signalen van uitstel vaninvesteringen. Bedrijven geven aan de kosten beperkt te kunnen absor-beren. Doorbelasting richting opdrachtgevers, afnemers en consumentengebeurt al en wordt in de nabije toekomst waarschijnlijker. Op sectoraalniveau worden vooral wegtransport, luchtvaart, scheepvaart, visserij,chemie en voedselketens geraakt. Op productniveau lopen kosten op bijonder meer nafta, ureum, zwavel, kalium, helium, basisolie, smeermid-delen en aluminium. Deze signalen laten zien dat de crisis brederdoorwerkt in ketens, maar geven op dit moment geen aanleiding tot bredegenerieke steunmaatregelen. Het kabinet kiest daarom voor gerichte inzet:het blijft signalen actief ophalen, beziet waar tijdelijke en uitvoerbaremaatregelen nodig zijn en ondersteunt ondernemers waar mogelijk bij hetversterken van hun weerbaarheid en verduurzaming. De tijdelijke6https://www.cbl.nl/brandbrief-aan-kabinet-stel-kostenverhogende-maatregelen-uit/7Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 433 verlaging van de rente op Qredits-duurzaamheidsleningen is daarvan eenconcreet voorbeeld.Tijdelijke verlaging rente Qredits-duurzaamheidsleningenAls uitwerking van het maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energie-schok krijgt het mkb extra ondersteuning om energiebesparendemaatregelen te nemen. Qredits verstrekt al duurzaamheidsleningen sindshet najaar 2024. In de Kamerbrief van 20 april 2026 is aangekondigd datvoor deze leningen een hogere rentekorting mogelijk wordt gemaakt. Hetkabinet geeft hier nu invulling aan door de rente op de duurzaamheidsle-ningen tijdelijk te verlagen van 4,95% naar 2% vooralsnog voor eenperiode van zes maanden. Qredits start medio juni met het verstrekkenvan deze leningen tegen dit verlaagde rentetarief.Met bovenstaande beschouw ik de motie-Van Baarle, de motie-Nanninga/Flach en mijn toezegging uit de Kamerbrief Acties WeerbaarheidEnergieschok als afgedaan.Oproep aan bedrijven, (publieke) opdrachtgevers en ketenpartijenNaast inzet van het kabinet is ook de verantwoordelijkheid van bedrijven,(publieke) opdrachtgevers en opdrachtnemers van belang. Nederlandverdient zijn geld in ketens. Als één schakel vastloopt, kunnen onder-nemers, werknemers, opdrachtgevers en toeleveranciers dat verderop inde keten voelen.Daarom doe ik drie oproepen.Ten eerste: betaal op tijd. Als bedrijven onderling geen betaaltermijnhebben afgesproken, geldt een termijn van 30 dagen. Zij kunnen inbeginsel een betaaltermijn van maximaal 60 dagen overeenkomen. Voorbetalingen van grote ondernemingen aan mkb-ondernemingen geldt eenmaximale termijn van 30 dagen. Ook overheden moeten facturen inbeginsel binnen 30 dagen betalen. Juist in deze onzekere periode is hetvan belang dat partijen zich aan de geldende termijnen houden en waarmogelijk eerder betalen. Het oprekken van betaaltermijnen kan liquiditeits-problemen verplaatsen naar andere schakels in de keten. Wat voor eengrotere opdrachtgever tijdelijk financiële ruimte oplevert, kan voor eenkleinere opdrachtnemer direct grote gevolgen hebben. Betaal daarom optijd en waar mogelijk eerder.Ten tweede: ga vroeg in gesprek als contracten knellen. In sommigesectoren kunnen brandstof-, energie- en materiaalkosten bestaandeafspraken onder druk zetten. Wacht dan niet tot opdrachten vertragen,dienstverlening onder druk komt te staan of partijen tegenover elkaarkomen te staan. Leg de feiten op tafel, bespreek de gevolgen voor deuitvoering en zoek samen naar oplossingen die redelijk, tijdelijk enproportioneel zijn.Ten derde: ken je keten. Geopolitieke ontwikkelingen en internationalespanningen raken steeds vaker ook bedrijven. Als producten, (kritieke)grondstoffen, energie of transport uit het buitenland duurder worden oftijdelijk minder beschikbaar zijn, kan dat direct gevolgen hebben voor dedagelijkse bedrijfsvoering. Dat kan zorgen voor onzekerheid, hogerekosten en lastige keuzes.Ik begrijp dat bedrijven niet alles kunnen voorzien of voorkomen. Welhelpt het om tijdig te kijken waar uw onderneming kwetsbaar is. Watgebeurt er als een belangrijke levering tijdelijk wegvalt? Zijn er alterna-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 434 tieve leveranciers of routes beschikbaar? En welke afspraken kun je makenmet klanten, leveranciers of andere partners? Zo wordt uw bedrijfweerbaarder als het erop aankomt. Meer informatie en praktischehandvatten vindt u op de website Maak je bedrijf weerbaar.8Het kabinet zal deze oproep ook onder de aandacht brengen vanbedrijven, brancheorganisaties en medeoverheden. Daarmee wil hetkabinet bevorderen dat partijen in de keten elkaar in deze periode nietonnodig klemzetten, maar samen zoeken naar werkbare oplossingen.Het kabinet blijft de economische gevolgen van de crisis volgen en blijfthierover in gesprek met bedrijven, sectoren en medeoverheden. Designalen uit deze gesprekken gebruikt het kabinet om tijdig te beoordelenof aanvullende maatregelen nodig zijn. Waar dat aan de orde is, kiest hetkabinet voor maatregelen die uitvoerbaar, gericht en tijdelijk zijn enbijdragen aan het verdienvermogen en de weerbaarheid van de Neder-landse economie.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.G. Herbert8https://www.maakjebedrijfweerbaar.nl/weet-wat-je-sterk-maaktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 435 BIJLAGE onderzoek maximeren aantal prijsverhogingentankstationsAanleidingDeze bijlage beschrijft de mogelijkheid en effectiviteit van het maximerenvan het aantal prijsverhogingen dat tankstations mogen doorvoeren.Hiermee voldoet het kabinet aan Motie 36933-11 van het lid van Baarle.InleidingEnergieprijzen zijn door het conflict in het Midden-Oosten al enkelemaandenlang hoog en volatiel. Waar in andere markten de hogereenergieprijzen niet direct doorsijpelen naar de consument, werkenschokken op de oliemarkt vrijwel direct door in de prijs van benzine ofdiesel aan de pomp. Dit leidt dus tot fluctuaties van brandstofprijzengedurende de dag, wat als erg onzeker kan worden ervaren. In Duitslandis sinds 1 april om deze reden een maatregel ingevoerd waarbij tanksta-tions de prijs van brandstoffen slechts één keer per dag mogen verhogen,om 12 uur ’s middags. Hieronder zal de bredere internationale context vandeze maatregel worden geschetst. Daarna wordt ingegaan op de(economische) voor- en tegenargumenten en het empirische bewijs voorde effectiviteit van deze maatregel. Dit wordt daarna weer in de contextvan de Nederlandse brandstofmarkt geplaatst.Internationale contextOm de onzekerheid van frequente verhogingen tegen te gaan heeftDuitsland sinds 1 april een maatregel (Kraftstoffpreisanpassungsgesetz,KPAnG) ingevoerd waarbij tankstations de prijs van brandstoffen slechtséén keer per dag mogen verhogen, om 12 uur ‘s middags. Prijsverla-gingen zijn wel altijd en onbeperkt mogelijk. Het Federaal Kartelkantoor(Bundeskartellamt, BKartA), de Duitse toezichthouder op mededinging, isbelast met het toezicht en overtredingen worden bestraft met boetes tot€ 100.000.9Duitsland is niet het eerste land met een dergelijk systeem. De Duitsesystematiek is gebaseerd op een systeem in Oostenrijk, waar sinds 2009prijzen ook slechts één keer per dag op een specifiek moment mogenworden verhoogd, maar wel altijd mogen worden verlaagd.10Deelstaat West-Australië heeft sinds 2001 een vergelijkbaar systeem voorde metropoolregio van de hoofdstad Perth. Het verschil met Duitsland enOostenrijk is dat prijzen de hele dag zowel niet verhoogd als verlaagdmogen worden. De dagprijzen moeten de dag van tevoren aan deoverheid worden doorgegeven en blijven dus de hele dag van kracht,ongeacht andere omstandigheden.11Theoretisch kaderEr zijn enkele concepten uit de economische theorie die een kader biedenvoor het analyseren van de wenselijkheid van een systeem dat het aantalprijsverhogingen per dag maximeert.9Measures against high petrol prices | Federal Government10Price Effects of the Austrian Fuel Price Fixing Act: A Synthetic Control Study - ScienceDirect11Wayback MachineTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 436 1. Asymmetrische onomkeerbaarheid Omdat prijzen onder een Duits/Oostenrijks systeem door de dag heen nietverhoogd kunnen worden, maar wel verlaagd, bouwen tankstations eenrisicopremie in hun eenmaal daagse prijsverhoging. Hoe groter deonzekerheid in de markt, des te hoger de premie. Uit de economischetheorie volgt het resultaat dat deze risicopremie, die anders niet zoubestaan, over het algemeen tot een (iets) hogere gemiddelde prijs leidt, eneen verlies van consumentensurplus.122. Edgeworth-cycli in de brandstofmarkt Prijsveranderingen in de brandstofmarkt volgen, ook in minder volatieletijden, door stevige concurrentie zogeheten «Edgeworth-cycli». Dit zijnasymmetrische prijscycli waarin firma’s elkaar continu onderbieden ommarktaandeel te winnen. Deze prijsdalingen worden zo nu en danonderbroken door grotere prijsverhogingen wanneer firma’s (bijna) opkostprijs verkopen en zichzelf genoodzaakt zien hun prijs te verhogen.Concurrenten verhogen hun prijzen ook tot nipt onder deze prijs, en decyclus start opnieuw. Verplichte prijstransparantie in de brandstofmarkt inDuitsland heeft deze cycli frequenter gemaakt: waar dit eerst een procesvan enkele weken kon zijn, zijn ze nu meerdere malen per dag te obser-veren. Deze cycli signaleren sterke concurrentie: zonder concurrentie is ergeen noodzaak tot onderbieden en kunnen prijzen stabiel hoog wordengehouden, bijvoorbeeld door prijscoördinatie tussen tankstations.Hierdoor is het bestaan van Edgeworth-cycli welvaartsverhogend omdathet tot lagere gemiddelde prijzen voor de consument leidt.133. Zoekkosten De frequentere Edgeworth-cycli (zeven tot acht keer per dag geobserveerdin Duitsland) kunnen echter ook overweldigend werken voor consu-menten. Hoewel de prijsveranderingen hooguit enkele centen per literzijn, wordt het vinden van het goedkoopste tankstation mindervoorspelbaar. Dit kan extra zoekkosten met zich meebrengen voorconsumenten. Hogere zoekkosten maken de markt effectief minderprijselastisch, wat concurrentie kan verminderen en daarmee tot hogereprijzen kan leiden. Het feit dat tankstations nog steeds prijsverlagingenkunnen doorvoeren in Duitsland/Oostenrijk maakt dat er nog steedszoekkosten aanwezig zijn. In West-Australië worden deze wel beperkt,omdat daar tijdens de dag geen prijsveranderingen plaatsvinden. InDuitsland vermindert men zoekkosten doordat tankstations verplichtprijzen openbaar moeten maken. Deze worden door o.a. navigatieappsgebruikt om weggebruikers naar de goedkoopste tankbeurt te leiden.De theoretische literatuur voorspelt dus dat een systeem waarin het aantalprijsverhogingen per dag wordt gemaximeerd prijzen waarschijnlijk nietverlaagt, en mogelijk zelfs verhoogt – zeker in een volatiele markt waarinhoge risicopremies worden gerekend. Daarnaast kan het verbreken van deEdgeworth-cycli concurrentie verminderen en stilzwijgende samen-werking in de hand werken door coördinatie te versimpelen. Mogelijkstaan daar lagere zoekkosten tegenover, maar het mogelijk blijven makenvan meerdere prijsverlagingen naar Duits voorbeeld beperkt dit effect. De12Obradovits, M. (2014). «Austrian-style gasoline price regulation: How it may backfire.»International Journal of Industrial Organization,Denter, P. (2026). «Strategic Pricing and Consumer Welfare under One-Sided Price Regulation.»13Maskin, E. and Tirole, J. (1988). «A Theory of Dynamic Oligopoly, II: Price Competition, KinkedDemand Curves, and Edgeworth Cycles.» EconometricaNoel, M.D. (2011). «Edgeworth Price Cycles.» The New Palgrave Dictionary of Economics.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 437 netto welvaartsvoorspelling voor het maximeren van het aantal prijsver-hogingen uit de theoretische literatuur leunt dus negatief.Empirische studiesDuitslandHet Düsseldorf Instituut voor Concurrentie-Economie (DICE) heeft samenmet het Centrum voor Europees Economisch Onderzoek (ZEW) een eersteonderzoek verricht naar de effectiviteit van de Duitse KPAnG in de eersteweken na invoering. Zoals Figuur 1 laat zien heeft het systeem inderdaadde prijsvolatiliteit doen dalen. Prijzen worden slechts één keer per dagverhoogd, en dalen daarna gemiddeld gradueel. De intra-dag Edgeworth-cycli die duidelijk zichtbaar zijn voor de invoering bestaan niet meeromdat tussentijdse prijsverhogingen onmogelijk zijn.De maatregel heeft op de korte termijn niet tot lagere prijzen geleid. In deeerste weken na de invoering van de KPAnG zijn de gemiddelde margesop benzine met 5–6 cent per liter gestegen, zoals Figuur 2 laat zien. Er isgeen significant effect op diesel geobserveerd.Het marge-effect was vooral sterk in de eerste week nadat het beleid isingevoerd (circa 8 cent), en zwakte de week erna af (circa 4 cent). Dit kanduiden op leereffecten: tankstations moesten wennen aan de nieuwewetgeving en waren dus mogelijk conservatiever in hun beprijzing. Overhet algemeen lijken de eerste resultaten uit Duitsland erop te duiden datop de korte termijn prijzen inderdaad stijgen, mogelijk door asymme-trische onomkeerbaarheid.Figuur 1: Gemiddelde intra-dag afwijking van de dagelijkse gemiddelde prijs voor(blauw) en na (groen) de introductie van de KPAnG voor E5. Bron: Jung et al. (2026)11 Publication: Predictable Prices, Higher Margins? Early Evidence on Germany’s 12 o’clock FuelRegulation | ZEWFiguur 2: Schatting van het effect van de Duitse interventie op de marges vantankstations. Dag -1 is de dag voor invoering, 31 maart 2026. Bron: Jung et al. (2026)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 438 Oostenrijk & West-AustraliëDe empirische resultaten uit Oostenrijk laten een ander effect zien. Becker,Pfeifer en Schweikert (2021) laten zien dat na de invoering van demaximeringssystematiek prijzen op de korte termijn lager waren danverwacht. Op de lange termijn (~5 jaar) verzwakt dit terug naar eennuleffect. Figuur 3 laat deze dynamiek over tijd zien.Dewenter, Heimeshoff en Lüth (2017) laten ook een licht prijsverlagendeffect zien. Uit de data voor West-Australië blijkt in hun studie geenpositief of negatief effect. Deze twee studies geven steun voor deonderbouwing dat het verlagen van zoekkosten tot additionele concur-rentie leidt, wat de markt elastischer maakt en tot lagere prijzen leidt. Diteffect lijkt wel op de middellange termijn te verwateren.SamenvattingDe empirische literatuur geeft geen doorslaggevend beeld van de effectenvan het maximeren van de prijsverhogingen en -veranderingen. Hoewelprijstransparantie wordt vergroot, is er geen eenduidig effect op prijzen.Waar deze in Duitsland zijn gestegen, zijn elders dalingen of nuleffectengeobserveerd. Marktstructuur, precieze vormgeving, de hoogte van dehuidige zoekkosten en flankerend beleid hebben mogelijk grote effectenop de uitkomsten.Figuur 3: Prijsverschil tussen Oostenrijk (ononderbroken lijn) en synthetische controle (onderbroken lijn). Bron: Becker, Pfeifer enSchweikert (2021).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 439 De Nederlandse brandstofmarktDe Nederlandse brandstofmarkt telt zo’n 4.100 tankstations, die voor hetmerendeel worden uitgebaat door kleine ondernemers; ofwel onafhan-kelijk, ofwel als franchisenemers van merken als Shell en TotalEnergies.15Het bedrijfsresultaat als percentage van de netto-omzet is gemiddeld zo’n4%. Deze winstmarges zijn volgens recent ACM-onderzoek niet gestegensinds het conflict in het Midden-Oosten is begonnen. Figuur 4 laat debrutomarges van tankstations zien: deze wijken de afgelopen maandenniet af van het gemiddelde in het jaar ervoor, al lijken de marges voordiesel iets te zijn gestegen. Wat vooral opvalt is dat de marges welvolatieler zijn geworden. Belangrijk bij deze figuur is dat deze bruto-marges laat zien: voor de nettomarge moeten de kosten van o.a.exploitatie, transport en personeel worden meegenomen.Deze cijfers geven blijk van gezonde concurrentie op de Nederlandsebrandstofmarkt. Hier bestaan de juiste randvoorwaarden voor: door degedistribueerde markstructuur met relatief veel aanbieders hebbenconsumenten veel keus. Prijzen kunnen ook relatief gemakkelijk wordenvergeleken: specifieke apps en websites, zoals die van de ANWB, latenconsumenten direct de prijzen van tankstations in hun omgeving zien. Dekanttekening hierbij is dat deze apps niet, zoals in Duitsland, met opendata werken, wat betekent dat niet elke dienst dezelfde toegang heeft totdezelfde data. Wel zien we nog steeds een relatief hoog niveau vanprijstransparantie, zeker vergeleken met andere markten.ConclusieUit de theoretische en empirische literatuur komt geen eenduidig effectvan het maximeren van het aantal prijsverhogingen per dag. Het lijktonwaarschijnlijk dat gegeven de concurrentie, prijstransparantie enbeperkte marges in Nederland deze maatregel een significant drukkendeffect kan hebben op de prijs. De ervaringen in Duitsland leren dat er zelfseen risico bestaat dat prijzen stijgen. Intradaagse prijsvolatiliteit wordtdoor deze maatregel gedempt, maar het is onduidelijk of de welvaartsef-fecten hiervan opwegen tegen de marktverstoring.15Facts & Figures van de sector Oliehandel - TankstationsFiguur 4: Prijsverschil tussen de groothandelsprijzen en retailprijzen van benzine endiesel. Bron: ACM (2026)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 4310

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 38e9eeaa937b6e1a

14 okt 2026 · 069746625c40b239

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.