KamerkringInloggen
Kamerstuk

Conceptverslag Informele Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 8 en 9 oktober 2026

1 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 44d80d7c-4ed3-41 · officiële bron

Tweede Kamer, Informele Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 8 en 9 oktober 2026 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATConcept De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 1 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over: de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 24 september 2026 inzake geannoteerde agenda informele Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 8 en 9 oktober 2026 (21501-04, nr. 307); de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 26 mei 2026 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 18 mei 2026 (21501-04, nr. 304); de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 juli 2026 inzake stopzetting van EU-ontwikkelingshulp aan Sierra Leone (21501-04, nr. 305); de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 3 juli 2026 inzake fiche: Mededeling over humanitaire hulp (22112, nr. 4402). Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,Den Hollander De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van Meetelen De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,Van der Leeden Voorzitter: Den HollanderGriffier: Van der Leeden Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Ark, Van Baarle, Bamenga, Dobbe, Den Hollander, Kröger en Maes, en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Aanvang 10.00 uur. De voorzitter:Dames en heren, goedemorgen. Van harte welkom bij de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Wij gaan vandaag in debat over de informele Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 8 en 9 oktober aanstaande.We hebben de minister en zijn ondersteuning hier en namens de Kamer zijn aanwezig de heer Van Baarle, mevrouw Maes, mevrouw Van Ark en mevrouw Dobbe. Wellicht dat er straks nog … En daar zijn meneer Bamenga en mevrouw Kröger ook nog. Van harte welkom!Ik stel voor dat wij gelijk starten met mevrouw Dobbe als eerste spreker van de kant van de Kamer. Over de orde: ik stel voor om interrupties in eerste instantie in drieën te doen. In principe is het aantal interrupties onbeperkt als ze kort en krachtig zijn. Lukt dat niet, dan ga ik een ander ordevoorstel doen.Gaat uw gang, mevrouw Dobbe. Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat een informele Raad waarbij humanitaire hulp op de agenda staat, niet kan zonder dat we het hebben over wat er nu gebeurt in Gaza. Daarom wil ik het daar nú over hebben.We zagen zelf bij de grensovergang bij Rafah een rij met tientallen stilstaande ambulances. Die stonden klaar, maar mochten die dag van de Israëlische regering niet naar binnen om zieken en gewonden in Gaza te helpen. Iets verderop stonden duizenden vrachtwagens vol humanitaire hulp te wachten voor de grensovergang, want die mochten de grens ook niet over. 6.000 kinderen missen in Gaza één of beide benen. Zij hebben een operatie nodig om een kunstbeen te krijgen, maar die operatie is er niet en het kunstbeen wordt bij de grens door de Israëlische troepen tegengehouden vanwege dual-use. Ik vind het mensonterend.De aanvallen in Gaza gaan nog steeds elke dag door. De genocide gaat door, maar langzamer, stiller. We moeten spreken over wat er vandaag nog steeds gebeurt in Gaza. De ziekenhuizen zijn verwoest en als er al een generator is, dan is de brandstof niet meer te betalen. Er zijn geen medicijnen en veel zorgverleners zijn zelf gewond of gedood. Dus ja, humanitaire hulp is nodig. Maar de Israëlische regering moet stoppen met deze genocide. En daar hoor ik het kabinet niet meer over. Ik hoor niets, sinds Trump met zijn inmiddels totaal vastgelopen nepplan voor vrede is gekomen. Hoe wordt de Israëlische regering nu onder druk gezet om de genocide te stoppen? Wat doet Nederland daaraan?We zien totale straffeloosheid als het gaat om het vermoorden van hulpverleners en zorgverleners. 1.700 zorgverleners zijn in Gaza gedood. 1.700! Artsen zonder Grenzen heeft gevraagd om onderzoek naar de dood van vijftien van hun hulpverleners na aanvallen van het Israëlische leger, maar de Israëlische Military Advocate General, die dit zou moeten onderzoeken, heeft deze zaken gesloten zonder enig onderzoek. Wij herinneren ons ook allemaal nog de vijftien hulpverleners van het Rode Kruis, die naast hun ambulance werden begraven, en zo werden gevonden in Gaza.Het doden van hulpverleners door aanvallen van het Israëlische leger — ik vroeg hier eerder ook al aandacht voor — in Libanon: is dat ooit onderzocht? Die hulpverleners, die naast hun ambulance zijn gevonden: is dat ooit onderzocht? Weet de minister dit? Hier moet onafhankelijk onderzoek naar komen, anders blijft straffeloosheid bestaan. En dat heeft weer gevolgen voor de humanitaire hulp overal. Hoe gaat de minister zich hiervoor inzetten?Iedereen die nu zorg nodig heeft in Gaza, is afhankelijk van medische evacuatie. Alles is kapot in Gaza. Medische evacuatie maakt het verschil tussen herstel, tussen blijvend letsel en de dood van mensen, de dood van kinderen. De extra investeringen die het kabinet wil doen in de regio, zijn goed en nodig, want natuurlijk is het beter om zorg dichtbij te geven als dat kan. Áls dat kan! We hoorden vorige week ook heel duidelijk dat er kinderen zijn die complexe medische zorg nodig hebben, omdat ze zwaargewond of ernstig ziek zijn, maar die niet in de regio geholpen zullen kunnen worden.De Wereldgezondheidsorganisatie heeft daarom eerder opgeroepen medische evacuatie buiten de regio te organiseren voor kinderen voor wie in de regio geen plek is. En die oproep doen ze nu nog steeds. Andere landen in Europa geven er gehoor aan. Onze ziekenhuizen en kinderartsen zeggen: "Ja, het kan en we willen het graag doen, want we willen kinderlevens redden." Vorig jaar deden we hier ook al talloze oproepen. We stonden hier keer op keer weer en uiteindelijk werden hier vijf kinderen geholpen, vlak voor de verkiezingen. En na de verkiezingen stopte het. We zijn nu een jaar later. Houd het kabinet dit daadwerkelijk nog steeds tegen, de zorg voor kinderen, voor wie in de regio geen plek is? Mogen onze kinderartsen die kinderen nog steeds niet helpen hier in Nederland? Graag willen wij hierop een antwoord. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Dobbe. Ik zie geen interrupties en dan gaan we door naar mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Dank u wel, voorzitter. In een wereld waarin ontwikkelingssamenwerking steeds meer onder druk staat, moet Europa laten zien waar het voor staat. De slogan van het Ierse voorzitterschap is: Strength with unity. Een mooie slogan, die wat het CDA betreft betekent dat Europa een betrouwbare partner moet zijn en blijven.Voorzitter. De komende maanden staan onder andere in het teken van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader. Wat het CDA betreft is de doelstelling een sterke en effectieve unie. Kan de minister aangeven wat de Nederlandse inzet is voor het budget voor internationale partnerschappen? Juist Global Gateway, een instrument van soft power, moeten we nu gebruiken in onze relatie met het mondiale Zuiden om een continent als Afrika een alternatief te bieden tegen de macht van China en Rusland. Dat betekent nu doorzetten en niet afbouwen, want anders verliest Europa zijn geloofwaardigheid.Voorzitter. Het CDA pleit al langer voor gelijkwaardige partnerschappen, zoals met landen in Afrika. Het kabinet spreekt nu ook over een strategischere inzet van ontwikkelingssamenwerking. Dat klinkt goed, maar wat betekent het concreet? Wanneer is volgens de minister sprake van een werkelijk gelijkwaardig partnerschap?Voorzitter. Op de agenda staat ook de kabinetsreactie op de Europese plannen voor humanitaire hulp. De humanitaire nood groeit door conflicten en klimaatrampen, terwijl grote donoren juist minder bijdragen. Tegelijkertijd worden hulpverleners vaker aangevallen — mijn collega, mevrouw Dobbe, zei het ook al — en wordt de toegang tot mensen in nood beperkt. Het CDA steunt daarom de Europese inzet op hervormingen van het humanitaire systeem. Positief hieraan is wat ons betreft de inzet op meerjarige en flexibele financiering, meer ruimte voor lokale organisaties en betere bescherming van hulpverleners.Ik heb daarover drie vragen. Kan de minister aangeven welke concrete stappen Nederland tijdens deze Raad wil zetten om deze punten Europees verder te brengen? Twee. Hoe gaat de EU landen buiten Europa, die nu relatief weinig bijdragen, bewegen om meer verantwoordelijkheid te nemen? Drie. Hoe versterken we Europese samenwerking tegen straffeloosheid wanneer hulpverleners worden aangevallen of het humanitair oorlogsrecht wordt geschonden?Voorzitter, tot slot. Het kabinet geeft aan het niet langer verantwoord te vinden dat er EU-ontwikkelingsgeld gegeven wordt aan de overheid in Sierra Leone. Nederland probeert immers al sinds februari 2025 de veroordeelde drugscrimineel Jos Leijdekkers uitgeleverd te krijgen, oftewel Bolle Jos. Maar eventuele maatregelen moeten natuurlijk wel gericht zijn, want de lokale bevolking mag hier niet onder lijden. Over welke Europese geldstromen spreken we precies? Klopt het dat dit ook programma's raakt die op kinderen gericht zijn, zoals het programma voor schoolmaaltijden en onderwijs?Het klinkt als een krachtig signaal van Nederland en het is ook goed dat we alles op alles zetten om drugscriminelen niet te laten wegkomen, maar laten we tegelijkertijd ook de realiteit onder ogen zien dat ontwikkelingssamenwerking van de EU niet was bedoeld om in de zakken van de overheid van Sierra Leone te belanden.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Kröger, mevrouw Van Ark.Mevrouw Kröger (PRO):Voorzitter, het is op een ander onderwerp. Het mag dus ook ... Ik weet niet of ze twee zinnen ...De voorzitter:Ze heeft nog twee zinnen en die maakt ze nu even af.Mevrouw Van Ark (CDA):Hoe kijkt de minister naar deze afweging tussen druk zetten en de burgerbevolking ontzien? Kan de minister in ieder geval garanderen dat rechtstreekse steun aan bijvoorbeeld lokale organisaties wordt ontzien?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Ark. Dan nu eerst de interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (PRO):Dank u wel, voorzitter. Het CDA heeft heel duidelijk uitgesproken dat ze wil dat het kabinet welwillend kijkt naar medische evacuaties van Gaza naar Nederland van kinderen die hoogspecialistische zorg nodig hebben. Dat is belangrijk voor het CDA. Het kabinet kiest nu voor een route met opvang in de regio. Wij steunen ook dat kinderen daar zo veel mogelijk worden geholpen, maar is het CDA het met mij eens, is mevrouw Van Ark het met mij eens dat wij de deur voor evacuaties naar Nederland niet moeten sluiten? Vindt zij ook dat wij die optie open moeten houden?Mevrouw Van Ark (CDA):Ten eerste kan ik daarover zeggen dat ik het goed vind dat het kabinet zo veel geld uittrekt voor het opvangen van kinderen uit Gaza in de regio. Ik vind dat echt bewonderenswaardig. Er gaat echt heel veel extra geld naartoe. Dat was niet gebeurd als wij als Kamer ons daar niet zo hard voor hadden ingezet. Dat wil ik als eerste zeggen, want het gaat er niet alleen om dat er geld aan Jordanië wordt gegeven voor opvang. Het gaat ook om steun aan andere organisaties en het gaat ook om diplomatieke druk. Die druk is echt nodig om het voor deze kinderen veel beter te maken. Juist die diplomatieke druk is nu nodig om die kinderen überhaupt uit Gaza te krijgen. Laat we dat ook nog even vooropstellen, want dat is op dit moment niet het geval.Uw vraag is natuurlijk eigenlijk of Nederland ook bereid moet zijn om zelf kinderen naar Nederland te halen, omdat verschillende specialisten aangeven dat uiteindelijk niet iedereen in de regio geholpen kan worden. Ik denk dat dat een constatering is die we niet hoeven te ontkennen. Tegelijkertijd ben ik blij met de inzet van het kabinet om echt voor de regio te gaan en om daar zo veel mogelijk kinderen te helpen. Dat betekent dat je nooit kan en hoeft uit te sluiten dat je kinderen naar Nederland gaat halen. Maar op deze route ligt nu mijn focus en ik vind dan ook dat we hiervoor echt alles op alles moeten zetten.Verder moeten we zorgen dat niet alleen Nederland dat gaat doen door andere landen om ons heen mee te krijgen in dat plan om echt zo veel mogelijk kinderen te gaan helpen. Andere landen, bijvoorbeeld Italië, hebben eerder kinderen opgehaald, maar ik denk dat het op dit moment echt een hele goede en effectieve route is om te focussen op de regio.De voorzitter:Als de interrupties en de antwoorden zo lang blijven, gaan we het niet redden met een onbeperkt aantal. Het moet echt wat korter, want anders moeten we toch iets anders gaan doen.Mevrouw Kröger, heeft u nog een aanvullende vraag?Mevrouw Kröger (PRO):België heeft vorige maand nog zes kinderen naar België gehaald. Dit kabinet trekt minder geld uit voor opvang in de regio dan het kabinet-Schoof, dat én geld investeerde in zorg in de regio én vijf kinderen hierheen haalde. Nogmaals, ik steun de eerste optie om zo veel mogelijk in de regio te doen. Maar het politieke besluit dat de minister nu genomen heeft, is de deur dichtdoen voor zorg, hoogspecialistische zorg in Nederland. Ik hoor het CDA zeggen "je kan het nooit uitsluiten", maar betekent dat ook dat die route voor het CDA toch op tafel moet blijven liggen als dat nodig is voor die kinderen?Mevrouw Van Ark (CDA):Daar ga ik nu niet een specifiek antwoord op geven, want ik heb gezegd: laten we nu vooral focussen op dat plan. Ik denk dat het echt hartstikke belangrijk is dat we focussen op opvang in de regio en op diplomatieke druk om ervoor te zorgen dat andere landen met ons mee gaan doen. Ik denk dat dat cruciaal is om nu zo veel mogelijk kinderen te helpen.Mevrouw Dobbe (SP):Wij hebben dit debat heel vaak met elkaar gevoerd. Ik herinner me een periode vorig jaar waarin we ook nauw samen optrokken, SP, CDA en andere partijen in de Kamer. Het CDA hielp ons ook en riep mede met ons op om te zorgen dat we moeten kijken wat we kunnen doen voor die kinderen als er in de regio geen plek is voor hen is. We kunnen ze niet allemaal hiernaartoe halen, maar we kunnen wel kijken wat we kunnen doen.Maar nu is de situatie erger dan toen. Het verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie ligt er nog steeds en nu zegt het CDA opeens: het is eigenlijk dezelfde situatie, maar dan erger, maar we willen die route afsluiten. Ik vind dat kwalijk en ik vraag me ook wel af of dat echt zo is. Kinderartsen hier willen heel graag kinderen helpen.De voorzitter:Kunt u tot een vraag komen?Mevrouw Dobbe (SP):Mogen die die kinderen dan ook gaan helpen van het CDA?Mevrouw Van Ark (CDA):Wat ik volgens mij gezegd heb, is dat je zo'n route nooit kan uitsluiten. Maar ik heb ook gezegd: laten we ons nu focussen op het plan dat er ligt. Dat is zo veel mogelijk kinderen in de regio helpen. Ik denk dat de minister zich daar echt hard voor heeft gemaakt. Dat is niet: we gaan geld geven aan Jordanië en zoek het maar uit. Dat is er echt voor zorgen dat andere landen mee gaan doen. Voor mij is dat cruciaal. We kunnen zo bijna 250 kinderen helpen en dat is echt superveel. Ik vind dat heel belangrijk.We hebben hier lang samen opgetrokken. Ik steun dat ook, maar ik denk wel dat je uiteindelijk een goede balans moet zoeken. Je ziet dat ook in de brief, want daaruit blijkt dat je best een lastige afweging moet maken. Hoeveel kinderen ga je helpen? Hoe ga je je geld besteden? Ik denk dat de uitkomst van die afweging de goede is: laten we focussen op het helpen van zo veel mogelijk kinderen. 250 kinderen is ook niet niks. Wat mij betreft is dat nu de focus en de prioriteit.Mevrouw Dobbe (SP):De vraag is nu natuurlijk of de deur wel of niet dichtzit. Kunnen kinderen nog naar Nederland komen als ze niet in de regio geholpen kunnen worden? Kunnen kinderartsen in Nederland die kinderen het leven redden of niet? Kan dat nu of is die deur helemaal afgesloten? Ik weet niet wat de situatie is en ik weet ook niet wat het CDA vindt. Je kunt namelijk in de regio investeren en al die dingen doen én de deur hier niet dichtdoen. Je kunt er ook voor zorgen dat hier een aantal kinderen geholpen kunnen worden door die kinderartsen. Dus wat is het nu?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik vrees wel dat ik weer in herhaling ga vallen. Wat mij betreft is de focus echt wat de minister heeft aangegeven. Laten we focussen op het helpen van zo veel mogelijk kinderen in de regio.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Heel kort: Is de conclusie dan dat dit kabinet alleen inzet op zorg in de regio en dat er dus niet wordt ingezet op het hier helpen van kinderen die geen zorg kunnen krijgen in de regio? Is dat dan de conclusie?Mevrouw Van Ark (CDA):Wat mij betreft maakt u de inzet van het kabinet nu wel echt te klein. Het gaat echt om heel grote aantallen kinderen. Wat mij betreft gaat daar nu de focus naar uit. Ik hoorde net iemand zeggen: u geeft geen antwoord. Dat probeerde ik wel te geven. Wat mij betreft kun je zo'n route nooit uitsluiten, maar gaan we nu echt focussen op de capaciteitsopbouw in de regio, in Jordanië, en zo veel mogelijk kinderen helpen. Volgens mij moet het kabinet alles op alles zetten om dat voor elkaar te krijgen.De voorzitter:Meneer Van Baarle, heeft u een andere vraag of gaat u dezelfde vraag nog een keer stellen?De heer Van Baarle (DENK):Dat gaat u horen.De voorzitter:Oké.De heer Van Baarle (DENK):Volgens mij ga ik nog steeds over mijn eigen inhoud. Dit debat voeren we natuurlijk al ontzettend lang. Er wordt gezegd: we gaan proberen om dingen in de regio te doen en we moeten wachten op een brief van het kabinet. Dat verhaal horen we al maanden, al maanden, maanden, maanden. Ondertussen gaan kinderen die specialistische zorg nodig hebben dood. Dat is gewoon de realiteit. Ik heb het gevoel dat we nu weer een fuik ingaan. Ik vind de brief van het kabinet heel erg goed, maar we moeten wéér wachten. Waarom doen we die twee dingen niet gewoon tegelijk: én kinderen hier helpen én die opbouw in de regio?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik denk dat we nu echt alles op alles moeten zetten om die diplomatieke druk te verhogen. Volgens mij kunnen er op dit moment helemaal geen kinderen uit Gaza weg. Ik denk dat dat echt de eerste prioriteit moet zijn van dit kabinet. Ik denk dat mevrouw Dobbe ook een goed punt maakt: laten we ook kijken hoe we de situatie met die dualusegoederen, die Israël op dit moment verbiedt, kunnen verbeteren. Dat zijn echt dingen waar diplomatieke druk voor nodig is. Denk aan kinderen die geen protheses of in ieder geval geen aanpassingen aan hun protheses kunnen krijgen — protheses kunnen überhaupt niet naar binnen komen. Ik zou heel graag van de minister horen wat we daar nog aan kunnen doen. Dat zijn allemaal dingen die we kunnen doen. We zijn niet maar één ding aan het doen. We gaan niet alleen maar proberen om diplomatieke druk uit te oefenen op Israël om de grens te openen en ervoor te zorgen dat we kinderen in Jordanië kunnen helpen. We gaan ook andere organisaties helpen. We gaan er ook voor zorgen dat de humanitaire corridor tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever open kan. Wat mij betreft gaan we dus niet één route bewandelen, maar is het een en-en-en-en-en-verhaal.De heer Van Baarle (DENK):Ja, het is een en-en-en-verhaal. Tegelijkertijd zegt het CDA dat we nu niet moeten organiseren dat kinderen in Nederland geholpen worden — nogmaals, het is goed dat het kabinet dat doet — wetende dat de infrastructuur er nu nog niet is. Ik snap het gewoon niet. De afgelopen maanden hebben bewezen dat de hele tijd inzetten op de regio er gewoon toe leidt dat mensen sterven. Dat is gewoon de realiteit. Waarom niet en-en? Waarom niet én hier mensen opvangen én opbouw in de regio? Het is een heilloze weg om alleen het ene te doen.Mevrouw Van Ark (CDA):Nou, ik denk niet dat we alleen het ene doen. Daarom zeg ik ook: volgens mij is het echt een veelkoppig monster dat we met heel veel maatregelen kunnen aanpakken, onder andere met die dualusegoederen die ik net noemde. Dat is echt iets moois waar het kabinet zich voor zou kunnen inzetten, denk ik. Wat mij betreft zijn er dus echt meerdere routes die we moeten bewandelen om ervoor te zorgen dat we echt zo veel mogelijk kinderen kunnen helpen met specialistische zorg. Ik denk dat we dat heel goed kunnen doen door ervoor te zorgen dat niet alleen Nederland dat doet, maar ook andere landen gaan bijdragen aan de hulp die we kunnen bieden aan kinderen in Jordanië.De voorzitter:Meneer Van Baarle, tot slot.De heer Van Baarle (DENK):Een laatste vraag, voorzitter. Eén van de grote hordes die genomen moet worden, is het feit dat Israël tegenwerkt door niet voldoende mensen toestemming te geven om Gaza te verlaten om behandeld te worden. Vindt het CDA dat we nu een krachtig signaal moeten afgeven, als Europa en als Nederland, dat we sancties moeten voorstellen en tegen Israël moeten zeggen: als blijkt dat jullie de komende tijd tegenwerken in het toestaan dat mensen die behandeling nodig hebben Gaza verlaten, kunnen jullie rekenen op deze sancties? Dat is hard en duidelijk. Dat is concrete druk.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik vind wel dat we echt alles op alles moeten zetten om dit voor elkaar te krijgen. Bij wat u voorstelt, denk ik: je moet wel een goede afweging maken, want uiteindelijk willen we iets doen wat die mensen echt gaat helpen. We willen de diplomatieke druk, die Israël op dit moment blijkbaar nog niet genoeg voelt, nog meer gaan vergroten. Dat kan bijvoorbeeld door zo veel mogelijk landen bijeen te halen. Wat mij betreft is alles mogelijk, maar ik denk wel dat we echt goed moeten kijken wat in het belang is van die kinderen. Het gaat erom dat ze zo snel mogelijk geholpen kunnen worden. Laten we in ieder geval zo veel mogelijk landen bij elkaar krijgen om de druk op te voeren. Daar zou je aan kunnen denken.Mevrouw Kröger (PRO):Ik hoor mevrouw Van Ark zeggen: "en-en-en". Ik hoor mevrouw Van Ark zeggen: "alles op alles zetten". Dat ben ik helemaal met haar eens. We moeten echt alles doen om die kinderen in Gaza te helpen. De minister heeft een duidelijke inzet getoond. Hij gaat meer investeren in de regio. Maar is mevrouw Van Ark het met mij en een aantal anderen hier eens dat we de route van het helpen van kinderen die hoogspecialistische hulp nodig hebben, als Jordanië die niet kan bieden, niet moeten afsluiten?Mevrouw Van Ark (CDA):Volgens mij hebben we net precies dezelfde vraag gewisseld. Ik wil best nog een keer hetzelfde antwoord geven, maar dat antwoord verandert niet. Wat mij betreft gaan we echt die en-en-en-route bewandelen en dus heel erg inzetten op de regio en diplomatieke druk. Ik heb ook al eerder gezegd dat je volgens mij nooit kunt uitsluiten dat we ooit nog kinderen naar Nederland halen, maar wat mij betreft leggen we nu de focus op de route die de minister heeft voorgesteld.Mevrouw Kröger (PRO):Het CDA zegt: oké, we kunnen niet uitsluiten dat we nog kinderen naar Nederland halen. Onder welke condities zou het voor het CDA noodzakelijk zijn om wel kinderen hierheen te halen?Mevrouw Van Ark (CDA):Wat mij betreft gaan we eerst eens kijken of het ons gaat lukken op deze manier, of het een succes gaat worden. De minister legt hier best een ambitieus plan neer. Ik denk niet dat we moeten doen alsof het een kleinigheid is. We willen 250 kinderen helpen. Dat is behoorlijk veel. Laten we dus eerst gewoon kijken of dat een succes wordt. Daarna kunnen we verder kijken.De voorzitter:Ik zou willen voorstellen dat we zo meteen overgaan naar de volgende spreker. Anders gaan we de orde veranderen, want zo komen we niet heel veel verder. Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie in deze ronde.Mevrouw Kröger (PRO):Het CDA heeft het over "eerst" en "laten we daarna". Ik probeer gewoon te begrijpen wanneer het het moment is om te kijken naar dat "daarna". We gaan eerst die 250 kinderen in de regio helpen. Wanneer is dat "daarna"? Wanneer is daar sprake van?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik denk niet dat ik u daar een duidelijk antwoord op kan geven. Ik denk dat het gewoon heel ingewikkeld is en dat het niet zo zwart-wit gaat zijn. Het evacueren van de kinderen zal heel moeizaam gaan, gelet op de hele situatie in Gaza. Laten we dus eerst kijken hoe dat gaat lopen voordat we weer verdere stappen gaan ondernemen.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Ark. Dan gaan we over naar mevrouw Maes voor haar eerste termijn.Mevrouw Maes (VVD):Dank u, voorzitter. De informele Raad Buitenlandse Zaken over ontwikkelingssamenwerking is altijd een goed moment voor vergezichten. De VVD ziet mogelijkheden om het versnipperde beleid van de lidstaten om te vormen tot een meer gezamenlijke Europese ontwikkelingssamenwerking, om zo met behulp van de EU Global Gateway een tegenwicht te bieden aan het Belt and Road-initiatief van de Chinezen — laat, maar toch. Als ik de minister goed gehoord heb tijdens het debat over de beleidsbrief, sprak hij zelf de ambitie uit om meer te doen aan EU-coördinatie op het gebied van hulp. Wat de VVD betreft is dat een goede route. Het liefst zouden we zien — ik zei dat net al — dat we de hulp sowieso meer gezamenlijk besteden als EU. Is de minister dat met mij eens? Is hij bereid om daar tijdens de aankomende RBZ het gesprek over aan te gaan? Hoe verwacht hij dat andere lidstaten hierin zitten? En is dit onderwerp aan de orde gekomen tijdens de AVVN van vorige week?Tijdens de vorige RBZ OS heeft de minister, zo lazen wij in het verslag, het belang benadrukt van duurzame partnerschappen gebaseerd op gedeelde belangen en waarden, en gezegd dat de Europese middelen gericht moeten blijven op ontwikkelingsdoelen en armoedebestrijding. In het verslag las ik ook dat de Raad sprak over de noodzaak om het bedrijfsleven meer te betrekken. Wat de VVD betreft moet dat voortvarend worden opgepakt, want wij vinden dat we hier zowel voor ontwikkelingslanden als voor bedrijven voordeel uit kunnen halen. We zien het bedrijfsleven als een essentiële partner, die ook gebruik moet kunnen maken van het instrumentarium van de EU. Is de minister dat met mij eens? En zo ja, hoe gaat de minister dat doen? Ik zou de minister willen uitdagen om nog dit jaar met een aantal Nederlandse bedrijven die actief zijn in laten we zeggen de MENA-regio, naar Brussel te gaan om te spreken over hun mogelijkheden om gebruikt te maken van de EU Global Gateway en andere NDICI-instrumenten. Is de minister van plan om tijdens de aankomende RBZ met voorstellen te komen om het bedrijfsleven meer te betrekken bij Europese ontwikkelingssamenwerking, en waar denkt hij dan aan?Dan humanitaire hulp. Het is duidelijk dat ook deze vorm van hulp wereldwijd onder druk staat, onder andere door de huidige Amerikaanse regering, die ervoor heeft gekozen om het budget voor USAID te minimaliseren. Het is goed dat de EU hierop inspeelt. Ik wil graag van de minister weten hoe hij kijkt naar de voorgenomen hervormingen van het humanitaire systeem, onder de noemer van de Humanitarian Reset. Bij een reset denk ik aan een scherp onderscheid tussen landen of regio's waar echt humanitaire hulp nodig is vanwege een conflict of een natuurramp en landen die baat hebben bij ondernemerschap en ontwikkeling van hun landbouw, maar niet per se geholpen zijn met voedselhulp. Is de minister dat met mij eens? Als ik de mededeling lees, krijg ik het idee dat voor de EU humanitaire hulp en investeren in voedselzekerheid in elkaar overlopen. Hoe kijkt de minister hiernaar, mede in het licht van zijn wens om een gelijkwaardige relatie met partnerlanden te hebben? Voor mijn fractie geldt dat voedselzekerheid en water bij uitstek onderwerpen zijn waarvan wij zouden willen dat het bedrijfsleven er nauw bij betrokken is, niet allen vanwege de expertise die Nederlandse bedrijven hierop hebben, maar ook vanwege de kansen die het biedt voor bedrijfsleven in ontwikkelingslanden. Veel ontwikkelingslanden hebben uitstekende landbouwgrond, maar missen de skills om die om te zetten naar een winstgevend bedrijf.Dan het programma PROSPECTS in onder andere Egypte en Libanon en de wens van de minister om dat programma uit te breiden met andere Europese landen of de Europese Commissie. Zijn er lidstaten die interesse hebben getoond om zich bij ons aan te sluiten? Het zou wat ons betreft een uitstekend voorbeeld zijn van meer samengevoegde Europese hulp. Wat doet de minister om lidstaten daartoe aan te sporen? Is er toenadering geweest van de Commissie om hierin samen op te trekken? Als dat niet zo is, wat gaat de minister dan de komende Raad en de komende periode doen om dat porgamma uit te breiden?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel mevrouw Maes. Ik zag twee vingers tegelijkertijd. Ik begin bij meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Ik heb eerst een vraag over het Europese beleid. Maes heeft het over Europa dat meer verantwoordelijkheid zou moeten nemen een de terugtredende Verenigde Staten. Aan de andere kant kennen we de VVD als een politieke partij die zegt: wat betreft Europa de hand op de knip. Hoe gaan die twee dingen met elkaar samen?Mevrouw Maes (VVD):Dank voor deze vraag. Het is uiteraard een terechte vraag. Wij zien dat wij als EU gezamenlijk een hele grote speler zijn op het gebied van humanitaire hulp. Doordat de Amerikanen zich hebben teruggetrokken, is de EU nu volgens mij zelfs de grootste in de wereld. Ik denk dat dat een hele goede ontwikkeling is. Er zijn inderdaad nog onderhandelingen gaande over het nieuwe multiannual financial framework, dus de begroting van de EU. Die onderhandelingen lopen. U weet hoe wij daarin zitten. Wij zijn inderdaad terughoudend wat betreft dat al te veel op te hogen. Tegelijkertijd zien we zoals ik zei dat de EU gewoon een grote speler is en dat al die fondsen tezamen op humanitair gebied echt wel een vuist kunnen maken in de wereld.De heer Van Baarle (DENK):Dan blijft dus het probleem dat er altijd mooie woorden worden gebruikt, maar: they don't put the money where their mouth is. Ik heb ook een andere vraag. Deze minister wil gaan investeren op opvangcapaciteit en behandelingscapaciteit in de regio voor ernstig zieke kinderen, mensen, in Gaza. Heeft mevrouw Maes in de afgelopen tijd gezien dat al die initiatieven ertoe geleid hebben dat onvoldoende mensen geholpen zijn en dat het noodzakelijk blijft om snel mensen te helpen, ook hier?Mevrouw Maes (VVD):We zijn gezamenlijk in Egypte geweest. Mevrouw Dobbe refereerde daar ook al aan. We hebben in Egypte gezien en gehoord hoe de situatie is. Daar worden natuurlijk ook mensen opgevangen, ook kinderen. Ik ben vooral, net als mevrouw Van Ark, heel blij dat het kabinet een handreiking heeft gedaan om 250 kinderen in Jordanië op te vangen. Ik ben ook blij dat het die hulp aan Save the Children wil continueren. Ik denk dat dat hele belangrijke stappen zijn die nu gezet worden door het kabinet.De voorzitter:Tot slot, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dat was niet de vraag. We hebben in de afgelopen maanden — hier wordt al heel lang het debat over gevoed — verschillende momenten de statistieken gekregen waarin ook statistieken stonden van inmiddels overleden mensen en kinderen op de wachtlijst. Inmiddels overleden mensen en kinderen op de wachtlijst! Dan krijgen we een brief waarin staat: we gaan capaciteit regionaal opbouwen. Ik vind het onverteerbaar dat we hier niet gewoon mensen helpen. Ik vraag of de VVD ook vindt dat we mensen die geholpen moeten worden hier moeten helpen.Mevrouw Maes (VVD):Ik ga in herhaling vallen, zeg ik maar even alvast. Ik vind het heel erg goed dat de minister een brief heeft geschreven waarin hij heel duidelijk heeft gemaakt dat er 250 kinderen worden geholpen van het budget dat er nu beschikbaar is en dat er gecontinueerde steun is voor Egypte, waar ook kinderen helpen kunnen worden. U weet, meneer Van Baarle, net zo goed als ik, zeg ik via de voorzitter, dat er 18.000 mensen op wachtlijsten staan. Dat zijn er verschrikkelijk veel. Het leed is ontzettend groot. Ik vind 250 een hele goede eerste stap.De voorzitter:We gaan eerst naar mevrouw Dobbe en dan naar mevrouw Kröger.Mevrouw Dobbe (SP):Ik word er oprecht heel verdrietig van, want we horen die verhalen van mensen … We zien inderdaad ook humanitaire organisaties die aangeven dat kinderen — kinderen! — op wachtlijsten sterven. We zouden een aantal van hen, niet allemaal, hier kunnen helpen. Het vorige kabinet heeft die deur opengezet en nu is de deur weer dicht. Ik vind dat gewoon heel erg pijnlijk. Het CDA en D66 hebben altijd met ons opgetrokken om deze mogelijkheid wel te hebben. Die maken nu een terugtrekkende beweging. Ik kan dus eigenlijk alleen maar concluderen dat het kabinetsbesluit van het vorige kabinet om dit wel mogelijk te maken nu is veranderd en dat het niet meer mogelijk is en dat dat toch op initiatief van de VVD is geweest. Klopt dat ook?Mevrouw Maes (VVD):Dat is natuurlijk een vraag die ik niet kan beantwoorden, want ik zit niet in het kabinet. Ik kan niks zeggen over wat er daar in het kabinet besloten is. Ik ben ook geïnformeerd middels de brief die ons tegemoetgekomen is. Ik kan wel zeggen dat ik absoluut met mevrouw Dobbe deel dat het verschrikkelijk is dat er kinderen sterven in verschrikkelijke omstandigheden. Dat is zo. Daar heeft u gelijk in. Daarom ben ik ook blij met die 250 kinderen die in ieder geval wel geholpen kunnen worden. Ik denk ook dat we daar het positieve signaal van deze regering in moeten zien, onze regering dus. Zij helpen 250 kinderen. Ik weet dat minister Sjoerdsma zich daar zeker heel erg voor heeft ingezet. Ik denk dat dat een heel positief signaal is. Je kan er ook anders naar kijken. Je kan ook kijken: 250 kinderen worden nu geholpen, in vergelijking met de 5 die vorig jaar in Nederland zijn opgevangen.De voorzitter:Aanvullend, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, kinderen op een wachtlijst die sterven hebben natuurlijk niet zo heel veel aan "er anders naar kijken". Dat is even de conclusie wat dat betreft. Ik heb nog een vraag over hulpverleners. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd in mijn inbreng over hulpverleners van Artsen zonder Grenzen. Er zijn er vijftien gedood na Israëlische aanvallen. Hulpverleners van het Rode Kruis zijn begraven naast hun ambulance door het Israëlische leger. Er zijn hulpverleners gedood bij Israëlische aanvallen in Libanon. Ik heb eerder wat betreft al deze zaken gevraagd of hier onafhankelijk onderzoek naar kan komen, de Kamer trouwens met mij. Toen werd gezegd: nee, Israël moet het eerst zelf onderzoeken. Zo is dat geregeld. Nu blijkt dat dat helemaal niet gebeurt. Vindt de VVD dat het nodig is dat het doden van hulpverleners wordt onderzocht en dat we deze zaken onafhankelijk moeten laten onderzoeken?Mevrouw Maes (VVD):Dank voor deze vraag. Ik ben het met u eens dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd in die fase, onder andere met die mensen die naast hun ambulance zijn gedood en begraven. Het zou goed zijn als dat onderzocht wordt. U kent het standpunt van de VVD. Wij zouden in eerste instantie graag zien dat het met name door Israël zelf wordt onderzocht. Ik denk dat dat ook een krachtiger iets is als het in het land zelf wordt onderzocht. Ik wil eigenlijk niet vooruitlopen op de vraag of ik vind dat het dan op een andere manier moet worden onderzocht. Ik ben het absoluut met u eens dat dit een zeer onwenselijke situatie is, waar echt wel aandacht voor moet blijven en die u terecht op de agenda houdt.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ken het standpunt van de VVD. Daarom vraag ik hier ook naar. Er is gewacht op het onderzoek dat Israël zou doen. Vervolgens doet Israël dat onderzoek niet. Dit gaat over aanvallen van 2023. Artsen zonder Grenzen heeft al die tijd gewacht op onderzoek dat Israël zou doen naar het doden van hulpverleners, hun medewerkers. Nu heeft het instituut in Israël dat dat moet onderzoeken, gezegd: we gaan geen onderzoek doen, want ze hebben de meldingen laten vallen. Het gebeurt dus niet. Ik snap dat dit het ideaalbeeld is van de VVD, maar als het niet gebeurt, moet er toch wel onderzoek zijn? Wat stelt de VVD dan voor dat er gebeurt?Mevrouw Maes (VVD):Kijk, weet u, ik moet ook denken aan het onderzoek over 7 oktober zelf. Dat is natuurlijk ook nog helemaal niet onderzocht. We weten dat er verkiezingen aankomen in Israël. In alle eerlijkheid denk ik niet dat dit het moment is om wederom aan Israël te vragen om dit onderzoek te gaan doen. Ik denk dat het absoluut belangrijk is om te doen. Het gaat zowel over de humanitaire hulpverleners, maar ook over wat er precies op 7 oktober is gebeurd en hoe dat kon gebeuren. Mijn collega Van Ark had het over politieke druk. Ik denk dat dat belangrijk is. Ik denk dat zowel minister Sjoerdsma als minister Berendsen de dialoog met Israël op gang moeten houden en ervoor moeten zorgen dat er op een aantal belangrijke punten onderzoek wordt verricht. Ik denk dat het realistischer is om dat na de verkiezingen te doen dan ervoor.Mevrouw Kröger (PRO):Het standpunt van de VVD is duidelijk. Mijn vraag is: waarom wil de VVD geen doodzieke kinderen uit Gaza in Nederland helpen?Mevrouw Maes (VVD):Ik kan daar een kort antwoord op geven. Het antwoord is: ik ben heel erg blij, omdat wij vinden dat het belangrijk is om op dit moment gewoon te doen wat de minister heeft bedacht om te doen, namelijk kinderen naar Jordanië zien te krijgen en die te helpen — dat kunnen er veel meer zijn dan wanneer je ze allemaal naar Nederland haalt — en de steun aan Save the Children in Egypte te continueren.Mevrouw Kröger (PRO):Niemand pleit ervoor dat al die kinderen in Nederland geholpen worden, maar het gaat over een hele specifieke groep die daar niet geholpen wordt. Mijn vraag is nogmaals: waarom sluit de VVD de deur naar het helpen van doodzieke kinderen uit Gaza in Nederland? Het is duidelijk dat de VVD hier binnen de coalitie op gedauwd heeft. Waarom?Mevrouw Maes (VVD):De VVD opent de deur naar opvang in de regio voor 250 kinderen, die in Jordanië geholpen kunnen worden.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (PRO):Het is duidelijk dat mevrouw Maes geen antwoord wil geven. Het vorige kabinet zorgde ook al voor opvang in de regio. Het is dus niet dat de deur geopend wordt, maar het is een continuering van beleid. Op één onderwerp is er heel duidelijk een verandering van beleid, namelijk de mogelijkheid bieden voor kinderen om hier geholpen te worden. Dit kabinet sluit die deur. Dat is een beleidswijziging. Dan hoop ik dat mevrouw Maes van de VVD kan uitleggen waarom deze beleidswijziging wordt ingezet. Dat is een hele legitieme vraag als je zo'n radicaal besluit neemt, met zulke verstrekkende gevolgen. Mijn vraag aan de VVD is nogmaals: waarom deze beleidswijziging?Mevrouw Maes (VVD):Ik denk dat je het moet zien in een continuüm. Er is een oorlog begonnen. Er was een duidelijke behoefte in Nederland om iets te doen voor kinderen die in Gaza medische hulp nodig hadden. Er is door het vorige kabinet gekozen om een aantal kinderen hiernaartoe te halen, om ze te helpen. Nu wordt er door dit kabinet op dit moment voor gekozen om kinderen in de regio op te vangen. Wat er hierna komt, zullen we moeten zien.De heer Van Baarle (DENK):Hoe kan het zijn dat dit kabinet minder doet op het gebied van kinderen hier helpen dan een PVV-kabinet?Mevrouw Maes (VVD):Ja, dat is een hele interessante vraag waar ik geen antwoord op kan geven, want ik zit niet in het kabinet. Ik zit natuurlijk wel in de coalitie; daar ben ik me van bewust. Ik zie het niet als minder; ik zie het als een uitgestoken hand van dit kabinet.De heer Van Baarle (DENK):Het is toch geen uitgestoken hand op het moment dat nota bene een kabinet met de PVV wel kinderen hiernaartoe haalde, maar dit kabinet dat niet doet en zegt "we doen het alleen in de regio"? Dat is goed, hè? Nogmaals, ik vind het goed dat het kabinet daar geld in investeert. Maar nogmaals, het PVV-kabinet deed meer op het gebied van medisch evacueren dan dit kabinet. Dat is toch a bloody shame, vraag ik aan mevrouw Maes.Mevrouw Maes (VVD):Ja, ik heb er niet zo heel veel aan toe te voegen. Ik heb natuurlijk al heel vaak vragen beantwoord die ongeveer hetzelfde waren. Ik ben heel erg blij dat het kabinet nu 250 kinderen kan helpen. Ik kan heel goed begrijpen wat de afweging is geweest als de kosten daarvoor in Jordanië vele malen lager zijn dan wanneer kinderen naar Nederland komen.De voorzitter:Tot slot, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):We gaan dit toch niet vernauwen tot een kostendiscussie, tot gewoon kil boekhouden? Ik heb net de statistieken genoemd, die we elke keer weer kregen, van mensen op een wachtlijst die inmiddels zijn overleden. Dan gaan we dit toch niet als een boekhouder benaderen, vraag ik aan mevrouw Maes. Of wil de VVD gewoon geen mensen hiernaartoe halen omdat ze stringent migratiebeleid belangrijker vindt dan mensen helpen?Mevrouw Maes (VVD):Nogmaals, ik ben heel blij met wat het kabinet heeft aangekondigd. Ik denk dat 250 kinderen helpen een hele goede geste is richting de kinderen in Gaza die hulp nodig hebben. Ik ben ook blij dat de hulp aan Save the Children wordt gecontinueerd.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Maes. Dan gaan we naar de heer Van Baarle voor zijn eerste termijn.De heer Van Baarle (DENK):Dank u vriendelijk, mevrouw de voorzitter. Ontwikkelingssamenwerking en noodhulp staan onder druk. Hulporganisaties worden verre van voldoende gefinancierd. Hulpverleners worden ontzettend vaak slachtoffer van geweld en hulporganisaties worden in toenemende mate ondermijnd. Hoe gaat de minister oproepen tot meer financiering van de EU-begroting voor humanitaire hulp of voor minimumuitgaven hieraan? Hoe gaat de minister pleiten voor meerjarige stabiele EU-financiering en toereikende crisisreserves, en voor een sterkere permanente EU-crisisinfrastructuur om bij humanitaire rampen sneller en beter te kunnen helpen? Hoe hangen die eventuele ambities samen met de vrekkige MFK-opstelling van Nederland? Hoe gaat de minister in de EU oproepen tot meer maatregelen om hulpverleners te beschermen, daders te vervolgen en onderzoek te doen? Hoe gaat de minister staan voor de integriteit en het mandaat van hulporganisaties in Europees verband? Hoe ziet Nederland eigenlijk concreet de toekomst van Europese ontwikkelingssamenwerking? Wat betekenen de woorden "strategischere inzet" in de brief nu eigenlijk in de praktijk? Op welke manier moet de EU volgens de minister meer verantwoordelijkheid nemen naast de VN?Voorzitter. In de wereld zijn er een aantal verschrikkelijke situaties waarin mensen enorm lijden. Ik begin met Sudan, waar het geweld nog steeds doorgaat, waar de misdaden tegen de bevolking nog steeds plaatsvinden, waar mensen honger hebben, geen medische hulp krijgen en moeten vluchten. Op welke manier gaat de minister de situatie in Sudan in de komende Raad opbrengen?Dan Myanmar. De bloedige burgeroorlog en het schrikbewind van de Tatmadaw zorgen ervoor dat talloze mensen lijden en zijn gevlucht. Velen in Myanmar lijden onder het geweld, onder de slechte humanitaire situatie. Vluchtelingen uit Myanmar en in het bijzonder de Rohingya verblijven in grote vluchtelingenkampen onder zeer slechte omstandigheden. Hoe gaat de minister een betere humanitaire respons om de mensen in Myanmar, de mensen die zijn gevlucht uit Myanmar, en de vervolgde en verdreven Rohingya in het bijzonder te helpen, opbrengen tijdens de Raad? Blijven we kijken naar meer sanctiemaatregelen tegen de Tatmadaw en ook het tegengaan van de omzeiling van die sancties? De crisis in Myanmar krijgt echt veel te weinig aandacht.Voorzitter. Palestina. De humanitaire situatie in Gaza is nog steeds schrikbarend. De vernietiging is onlangs zichtbaar geworden op Google Maps en gaat door merg en been. De genocide gepleegd door Israël is een schandvlek voor de mensheid, maar hoe de internationale gemeenschap wegkijkt en onvoldoende reageert, is een nog grotere schandvlak. Gaat de minister pleiten voor meer EU-budget voor humanitaire hulp in Gaza en ook voor langetermijnbudget? Hoe gaat hij in EU-verband staan voor UNRWA, dat nog steeds wordt aangevallen? Hoe gaat de minister pleiten voor meer EU-druk op Israël en voor, eindelijk, de noodzakelijke sancties, handelsmaatregelen, een wapenembargo, sancties tegen de misdadiger Netanyahu? Hoe gaat de minister bevorderen dat EU-landen meer bijdragen aan medische zorg en evacuaties uit Gaza, van met name kinderen? Hoe bevordert hij een grotere EU-rol in de wederopbouw van Gaza en gaat hij zich hier ook langdurig aan committeren? Gaat de minister als Nederland de mogelijkheid blijven bekijken om kinderen uit Gaza naar Nederland te evacueren? Hoe gaat hij de druk op Israël opvoeren om Israël te dwingen voldoende mensen toe te staan om te evacueren? Wanneer krijgen we een update of de initiatieven in de regio succesvol zijn, zodat we als Kamer kunnen toetsen of het op korte termijn slaagt en we niet weer de fuik ingaan van maandenlang wachten, terwijl mensen doodgaan? Dat is namelijk de realiteit. Dan moeten we gewoon mensen hiernaartoe evacueren.Naast Gaza zijn ook de verschrikkingen op de Westbank hemeltergend. Hoe gaat de minister bepleiten de misdaden door Israëlische kolonisten te stoppen en te bestraffen met een snel nieuw sanctiepakket? Hoe gaat hij er ook voor zorgen dat er meer hulp komt voor de slachtoffers van de Israëlische apartheid?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Baarle. Ik zie geen interrupties. We gaan naar mevrouw Kröger voor haar eerst termijn.Mevrouw Kröger (PRO):Dank u wel, voorzitter. Volgende week spreken Europese landen over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, op een cruciaal moment: vlak voordat de onderhandelingen over de Europese begroting een nieuwe fase ingaan. Volgens Politico zou de Europese ontwikkelingsbegroting in die onderhandeling met bijna de helft, 40%, worden gekort. Bijna alle lidstaten hebben de afgelopen jaren al bezuinigd op hun ontwikkelingsbudget. Het zou echt rampzalig zijn om op Europees niveau nu ook te gaan snijden. Hoe reageert de minister op deze berichtgeving? Heeft hij gezien dat Frankrijk zich sterk tegen de bezuinigingen heeft uitgesproken? Steunt hij de oproep van zijn Franse collega?Wat mijn fractie betreft is het uitermate onverstandig om in tijden van wereldwijde onrust, een klimaatcrisis, honger en conflict nog verder te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Daarmee verkleinen we onze internationale slagkracht als Europa. Ik begrijp de wens om de meerjarenbegroting te richten op strategische prioriteiten zoals veiligheid, maar investeren in ontwikkelingssamenwerking ís investeren in onze veiligheid. Investeren in gezondheidszorg in Congo is investeren in onze veiligheid. We zagen wat de Amerikaanse bezuinigingen op hulp betekenen voor de verspreiding van ebola. Investeren in duurzame energiesystemen in Afrika houdt ons veiliger tegen klimaatverandering. Investeren in vrouwenrechten is investeren in vrede en veiligheid. Deelt de minister deze analyse en delen zijn Europese collega's die? Is de minister bereid te pleiten voor het oormerken van middelen in het Europese buitenlandinstrument voor maatschappelijke organisaties, klimaat en biodiversiteit, gendergelijkheid en voor de afspraak dat er geen cent van de Global Gateway of Global Europe naar fossiele investeringen gaat?Vorig jaar nam deze Kamer de motie-Ceder/Hirsch aan, die vroeg om armoedebestrijding het centrale en leidende uitgangspunt van het Europees ontwikkelingsbeleid te houden. Dat is niet alleen een kwestie van medemenselijkheid. In een verbonden wereld gaat het, als het beter gaat met mensen elders, ook beter met ons. Ik lees dit uitgangspunt echter niet terug in de inzet van het kabinet. Hoe geeft de minister uitvoer aan deze motie?Voorzitter. Ik kom bij een kwestie die ons allemaal aan het hart gaat: Gaza. Ik kan niet beginnen met het uitdrukken van de pijn die ik voelde toen ik de brief van de minister las. Aan de ene kant las ik dat er echt een inzet is gepleegd om kinderen in de regio te helpen en om te zorgen voor meer opvang daar, maar ondertussen wordt er een heel hard politiek besluit genomen om de deur naar zorg in Nederland te sluiten. Voor mij is het eigenlijk onbegrijpelijk dat de minister dit doet. Als we zeggen dat we alles op alles moeten zetten om die kinderen te helpen, laten we dan ook alle routes openhouden. Laten we luisteren naar het Rode Kruis, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Nederlandse kinderartsen die zeggen: wij staan klaar, want we hebben de bedden en de mogelijkheid; laat ons alsjeblieft helpen. Het is louter een politiek besluit geweest. Dit zou niet politiek moeten zijn.Als het serieus is dat we alles op alles zetten, laten we dan ook de deur openhouden om kinderen hier te helpen. De minister zegt dat zorg in de regio kosteneffectiever is, maar er zijn kinderen die hoogspecialistische zorg nodig hebben. Die zorg is kostbaar en is er simpelweg niet in de regio. Dus het is geen keuze tussen minder efficiënt in Nederland of efficiënter in Jordanië, want die zorg is er in Jordanië niet. Dat hebben we in het rondetafelgesprek bevestigd gekregen van de WHO en van de artsen. De keuze is dus: wel in Nederland of helemaal niet. Dat is de keuze die voorligt. Voorzitter. Mijn oproep aan het kabinet en mijn oproep aan deze minister is: doe die deur niet dicht; houd de mogelijkheid om toch ook hier kinderen te kunnen helpen.De voorzitter:Mevrouw Kröger, uw spreektijd is voorbij. Bent u klaar?Mevrouw Kröger (PRO):Ja, voorzitter.De voorzitter:Mooi, dank u wel. Ik zie dat er geen interrupties zijn. Dan gaan we naar de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Voorzitter. In een veranderende wereld …(Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitgesproken tekst niet beschikbaar.)De heer Bamenga (D66):Het is goed dat Nederland inzet op gelijkwaardige partnerschappen en gezamenlijk Europees optreedt. Investeren in ontwikkelingen draagt bij aan vrede, veiligheid en perspectief. Voor D66 blijven armoedebestrijding, mensenrechten en duurzame ontwikkeling daarbij centraal staan. Strategisch beleid moet deze doelen versterken. Gelijkwaardige partnerschappen vragen bovendien om echte invloed van partnerlanden en maatschappelijke organisaties op de koers.Dan Gaza. We zijn blij met het plan van de minister om zo veel mogelijk kinderen te helpen op een zo groot mogelijke schaal met een zo groot mogelijke impact. De uitvoering van het plan moet nu vooropstaan, gecombineerd met diplomatieke druk om evacuaties daadwerkelijk mogelijk te maken. We zijn benieuwd of wij ook nog meer kunnen doen met de medische missie naar de regio om hoogspecialistische zorg te bieden. Daarom is mijn vraag aan de minister: kan Nederland meer bijdragen door de inzet van de kennis en expertise van onze artsen op hoogspecialistische zorg in de regio?Ontwikkelingssamenwerking moet gericht blijven op mensen die hulp nodig hebben. We zijn geen voorstander van het inzetten van hulp als politiek drukmiddel. Tegelijkertijd willen wij geen regime financieel steunen dat een veroordeelde crimineel onderdak biedt. Druk op de overheid van Sierra Leone om Jos Leijdekkers uit te leveren is noodzakelijk, waarbij de hulp aan de bevolking moet worden beschermd. Wat is de stand van zaken rond het stopzetten van de EU-steun aan de overheid? Hoe waarborgt de minister dat hulp aan de bevolking doorgaat?Voorzitter. Een sterkere Europese humanitaire diplomatie moet de ruimte maken voor hulp. Hulp moet onafhankelijk en op basis van nood worden verleend. Wij steunen meerjarige flexibele financiering en meer zeggenschap voor lokale organisaties. Daar horen middelen voor hun veiligheid bij. Ook de diaspora verdient structurele betrokkenheid. Zij kennen de taal, de context en de lokale netwerken. Welke concrete verbeteringen wil Nederland via Humanitarian Reset bereiken voor lokale organisaties en hoe geeft de minister daarbij uitvoering aan eerdere toezeggingen met betrekking tot de diaspora?Voorzitter. Het kabinet noemt de VN terecht "onmisbaar". Daar hoort betrouwbare Europese steun bij. Hervormingen moeten ervoor zorgen dat gezondheidszorg, onderwijs en bescherming mensen blijven bereiken. Kinderrechten, vrouwenrechten, en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten moeten daarin stevig worden geborgd. Welke essentiële VN-programma's dreigen weg te vallen? Hoe wil Nederland deze met Europese partners beschermen?Tot slot, voorzitter. Goed dat Nederland opnieuw aandacht vraagt voor Sudan, maar die aandacht moet tot actie leiden. Deze oorlog mag geen vergeten conflict blijven. Mensen hebben bescherming en hulp nodig. Daders moeten ter verantwoording worden geroepen. De Europese inzet moet gericht zijn op humanitaire toegang, een staakt-het-vuren en een civiel geleid vredesproces. Welke aanvullende diplomatieke stappen en inzet tegen straffeloosheid wil de minister hierover met Europese partners afspreken?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bamenga. We gaan naar de interrupties aan de kant van de Kamer. Eerst mevrouw Kröger en daarna mevrouw Dobbe.Mevrouw Kröger (PRO):D66 vraagt om meer specialistische hulp ín de regio bieden. Dat lijkt mij ook een hele belangrijke stap, maar hoe kijkt D66 nou naar de route openhouden om toch ook hier kinderen te kunnen helpen, als dat nodig is, als ze niet de hulp in Jordanië kunnen s?De heer Bamenga (D66):Bedankt voor de vraag. Ik denk het heel erg belangrijk is dat we daarin zo veel mogelijk impact maken. Ik denk ook dat het heel erg belangrijk is dat wij zo veel mogelijk Europese partners, Europese landen stimuleren om eigenlijk hetzelfde te doen, want uiteindelijk gaat het er wat ons betreft om dat wij die kinderen helpen. Ik vind uiteraard — ik denk dat mevrouw Kröger dat ook vindt en ik heb dat ook van andere collega's gehoord — dat je nooit kunt uitsluiten dat deze kinderen op een bepaalde manier hulp kunnen gebruiken hier in Nederland. Ik zeg wel dat het belangrijk is, en dat het doel wat mij betreft is en blijft, om met z'n allen zo veel mogelijk kinderen te helpen. Dat kan op verschillende manieren. Daar moet de minister wat mij betreft op inzetten.Mevrouw Kröger (PRO):Ik denk dat het heel belangrijk is dat D66 hier aangeeft dat het wat hen betreft mogelijk moet zijn om die kinderen hier in Nederland te helpen. We hebben natuurlijk de WHO gehoord. We hebben natuurlijk het internationale Rode Kruis gehoord. Die schetsen eigenlijk dat er een groep is die hoogspecialistische hulp nodig heeft. Dat gaat echt om enkele gevallen. We hebben natuurlijk die vijf kinderen vorig jaar gezien. België heeft in augustus zes kinderen naar België gehaald. Is D66 het met mij eens dat we ons uiteraard gaan inzetten in de regio, maar dat we dus ook gaan bekijken hoe we dat gaan vormgeven voor die kinderen, waarvoor de kinderartsen hier klaarstaan om te helpen?De heer Bamenga (D66):Als je mijn bijdrage gelezen en gehoord hebt, dan weet je dus ook dat wij in principe aangeven dat we heel erg blij zijn met de plannen van het kabinet, omdat die echt inzetten op zo veel mogelijk kinderen helpen die hulp nodig hebben. Er staan namelijk echt veel mensen op de wachtlijst om geholpen te worden. Ik meen dat dat er 18.000 zijn. We moeten dus zo veel mogelijk zien te helpen. Over de hoogspecialistische zorg stelde ik ook de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat die daar ook geboden kan worden. Ik blijf zeggen: je kunt natuurlijk niet voorzien hoe al deze plannen zullen gaan lopen, maar wat mij betreft moet je natuurlijk nooit uitsluiten dat er ook in Nederland dingen mogelijk kunnen zijn.De voorzitter:Mevrouw Kröger, tot slot.Mevrouw Kröger (PRO):Dit antwoord roept bij mij dan toch een vraag op. De brief van de minister sluit die deur wel. Het is een politiek besluit. Dit kabinet trekt ten opzichte van het PVV-kabinet de helft uit voor zorg in de regio. Er gaat dus minder geld heen en er worden geen kinderen hier geholpen. Hoe kijkt D66 dan naar het feit dat dit kabinet actief de deur sluit voor hulp hier? Is dat dan niet toch een deur waarover we als Kamer moeten zeggen "nee, wat ons betreft moet die mogelijkheid er nog wel altijd zijn, ad ultimum"?De heer Bamenga (D66):Ik denk dat ik er in ieder geval heel duidelijk over ben geweest dat het heel belangrijk is dat we zo veel mogelijk doen wat we kunnen doen. Het kabinet geeft aan dat het denkt dat het hiermee 250 kinderen kan helpen, dat het ook de bedoeling is om nog veel meer kinderen te helpen en dat het daar niet bij zal blijven, zeker niet als het een gecoördineerde actie is vanuit verschillende landen. Ik vind het dus ook belangrijk dat we echt bekijken hoe we dit zo goed mogelijk kunnen organiseren en hoe we ook die hoogspecialistische zorg zo goed mogelijk kunnen organiseren. Volgens mij doen we ook veel meer dan voorgaande kabinetten op dit terrein. Ik wil nog eens benadrukken wat ik net al gezegd heb: laten we dit eerst doen en laten we niet vooruitlopen op zaken, maar laten we wel gewoon bekijken wat wij allemaal zo veel mogelijk kunnen doen voor die kinderen daar.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het ook altijd belangrijk om niet vooruit te lopen op zaken, maar niet in het geval waarin we al een jaar wachten op een brief en een besluit. Daar gaat het hier natuurlijk over. Meneer Bamenga was natuurlijk vorige week — was het vorige week? — bij dat rondetafelgesprek waarin kinderartsen van Nederlandse ziekenhuizen aangaven: ja, een deel van de specialistische hulp die nodig is, kun je geven in de regio, maar een deel niet, ook niet als je daar een kinderarts naartoe stuurt en ook niet als je daar specialisten naartoe stuurt, omdat je ook de infrastructuur eromheen nodig hebt om een operatie goed te kunnen doen om kinderlevens te kunnen redden. Dus een deel kan wel, maar een deel kan niet. Dat heeft de heer Bamenga toch ook gehoord? Hoe kijkt hij daar dan naar?De heer Bamenga (D66):Ik was medeorganisator daarvan, maar helaas kon ik er niet zijn door een familieomstandigheid. Ik was fysiek dus niet aanwezig, maar een collega van mij was er. Die heeft me zeker ook verteld hoe dat is gegaan. Ik heb ook gehoord dat er een aantal dingen zijn gezegd die ruimte laten en die niet helemaal in overeenstemming zijn met wat het kabinet hier eerder over heeft gezegd. Ik hoop dat de minister daar vandaag in ieder geval wat meer duidelijkheid over kan geven. Maar u heeft helemaal gelijk dat die infrastructuur ook belangrijk is. Misschien zou ik dat op deze manier mogen toevoegen aan de vraag aan de minister. Het gaat niet alleen maar om kennis en knowhow en kijken hoe je dat kunt organiseren, maar ook om het organiseren van het benodigde materieel en de infrastructuur. Het is gewoon belangrijk om te weten wat het antwoord op die vraag is.Mevrouw Dobbe (SP):Die vraag is vorige week al beantwoord. De specialisten, de kinderartsen en de ziekenhuizen in Nederland zeiden: een deel daarvan kun je in de regio doen, maar een deel daarvan kan daar gewoon niet. Voor de kinderen die nu acuut wachten, duurt het te lang om die infrastructuur daar op te bouwen. Het is natuurlijk wel een beetje cynisch om te zeggen dat je niet kunt uitsluiten dat iets ooit gebeurt als we het hier hebben over kinderen die nu acuut zorg nodig hebben. Aan "ooit" hebben ze dus niet zo heel veel; ze hebben nú zorg nodig. Ze hebben nú nodig dat wij de keuze maken of we levens redden of niet.Dan een korte vraag. Wij hebben samen met D66 wel zes, zeven of acht keer een motie ingediend om te zeggen: doe beide dingen; investeer in de regio, maar voor de kinderen voor wie er geen plek is in de regio of aan wie er geen zorg geleverd kan worden in de regio en die niet kunnen wachten, moet er ook een route zijn naar Nederland. Hoe kijkt D66 daar nu naar? Kijken ze daar nu anders naar dan toen? Is daar een wijziging in geweest? Of zegt D66: nee, wat wij toen voorstelden en waar wij toen toe opriepen, vinden we nog steeds?De voorzitter:Mevrouw Dobbe, uw interruptie mag echt wat korter.De heer Bamenga (D66):Misschien kan ik helpen door een korter antwoord te geven. We hebben inderdaad altijd gezegd dat wij er in ieder geval welwillend naar zouden moeten kijken en dat het belangrijk is om mensen acuut zo snel mogelijk te helpen. Ik hoop dat dat met de plannen van het kabinet ook gaat gebeuren. Als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag van de minister.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Excuses, het was inderdaad een beetje lang. D66 heeft wel meer gedaan dan alleen maar welwillend kijken naar het besluit. D66 heeft zelf actief meerdere moties samen met ons ingediend om te zeggen: maak het mogelijk om kinderen voor wie er geen ruimte en geen zorg is in de regio die zorg te geven, ook in Nederland, met medische evacuatie. Dat gaat wel verder dan welwillend kijken. Dat is de actieve oproep die D66 altijd heeft gedaan. Ik vraag mij af: is dat nu anders?De heer Bamenga (D66):Volgens mij ligt er hier een plan voor hoe wij zo veel mogelijk kinderen met een zo groot mogelijke impact kunnen gaan helpen. Dit lijkt mij een goed plan. Volgens mij moeten we de minister nu de ruimte geven om dat uit te voeren en om zijn Europese partners daarin mee te krijgen. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Dat is een lijn die ik steun.De heer Van Baarle (DENK):Nogmaals, ik vind het goed dat het kabinet met een brief is gekomen. Ik vind het ook goed dat de heer Bamenga de afgelopen tijd samen met ons heeft gepleit voor die aandacht. Ik wil dat niet wegwuiven. Tegelijkertijd is de vraag aan de heer Bamenga: denkt hij dat de regionale capaciteit op medisch gebied op dit moment voldoende is om ernstig zieke of gewonde kinderen acuut te helpen?De heer Bamenga (D66):Dat is een vraag die ik ook heb. Ik heb die vraag volgens mij ook letterlijk gesteld. Ik heb gevraagd hoe wij meer kunnen doen, zeker als het gaat om hoogspecialistische zorg, wat daarvoor nodig is, welke kennis en knowhow nodig is en wat er eventueel nodig is qua materieel en infrastructuur.De heer Van Baarle (DENK):Als ik het wel heb, heeft D66 die vraag eerder beantwoord. Toen stond D66 samen met ons tegenover de regering om te zeggen dat die medische capaciteit regionaal niet op orde is. Dat is niet veranderd. Dus als die medische capaciteit niet op orde is, vraag ik aan de heer Bamenga: de kinderen die nu op een wachtlijst staan, kunnen toch niet wachten op het opbouwen van capaciteit? Die hebben het nú toch nodig?De heer Bamenga (D66):Tenzij het anders is — dan hoor ik dat heel graag van de minister — is er wel enige vorm van infrastructuur en is het niet zo dat kinderen hoeven te wachten. Maar het is wel zo dat we er alles aan moeten doen, ook diplomatiek, om ervoor te zorgen dat kinderen überhaupt daarnaartoe kunnen komen. Dat is een probleem dat je hoe dan ook hebt, waar je die kinderen ook naartoe wil evacueren.De voorzitter:Tot slot, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Jezelf heel erg hard inzetten — daar wil ik ook complimenten voor geven, want we stonden aan dezelfde kant — maar tegelijkertijd moeten constateren dat het kabinet-Schoof, het kabinet van Wilders, meer geld en meer medische evacuaties naar Nederland organiseerde, vind ik een onvoldoende resultaat. Ondanks de goede voorstellen die er liggen, is het gewoon niet goed. Ik zou aan de heer Bamenga willen vragen: het kan toch niet zo zijn dat D66 in een coalitie blijft toestaan dat de VVD blijft blokkeren dat we hier kinderen helpen?De heer Bamenga (D66):Wat mij betreft staan we aan dezelfde kant, zeker als het gaat om zo veel mogelijk kinderen helpen, als dat het doel is in ieder geval. Maar als het doel is om kinderen naar Nederland te halen en er één, twee, drie, vier of vijf te helpen, terwijl we er in plaats daarvan 250 hadden kunnen helpen, dan staan we wat mij betreft inderdaad niet op dezelfde lijn.Mevrouw Kröger (PRO):Nu maakt de heer Bamenga er een geldkwestie van, en dat is een beetje pijnlijk, aangezien dit kabinet nu minder geld uittrekt voor deze hulp dan het kabinet-Schoof. Als het een geldkwestie is, laten we er dan meer geld voor uittrekken. Maar dit is geen geldkwestie. Dit kabinet heeft een politieke keuze gemaakt om de deur dicht te doen voor medische evacuaties van doodzieke kinderen uit Gaza naar Nederland. Dat is de politieke keuze van dit kabinet. Mijn vraag is: is dat nu dus ook de politieke keus van D66?De heer Bamenga (D66):Met alle respect, ik maak hier geen geldkwestie van. Volgens mij heb ik het woord "geld" niet eens genoemd. Het gaat mij al vanaf het begin om het helpen van zo veel mogelijk mensen. En ja, dat is niet gratis; daar zijn altijd schaarse middelen aan verbonden. Maar juist omdat er altijd schaarse middelen aan verbonden zijn en wij het als partij belangrijk vinden dat we zo veel mogelijk mensen helpen, dat het een zo groot mogelijke impact heeft ... Zelfs als we die 250 kinderen geholpen hebben, is het nog steeds niet voldoende. We moeten ervoor zorgen dat ook andere partners en andere landen meedoen, voor al die mensen die op die wachtlijsten staan, zodat zo veel mogelijk mensen die slachtoffer zijn van het verschrikkelijke geweld dat daar plaatsvindt geholpen worden.Mevrouw Kröger (PRO):Nogmaals, de WHO en het internationale Rode Kruis geven aan dat er kinderen zijn met gruwelijke aandoeningen die dreigen te sterven die niet in de regio geholpen kunnen worden. Zij vragen ons: maak het mogelijk, in overleg tussen Nederlandse kinderartsen en lokale ziekenhuizen, om die kinderen hierheen te halen. De regering van Meloni doet het. De regering van Bart De Wever doet het.De voorzitter:En uw vraag is?Mevrouw Kröger (PRO):Waarom doet Jetten I het niet?De heer Bamenga (D66):Volgens mij heb ik heel helder aangegeven hoe wij erin staan. We hebben helemaal niet gezegd dat we een mogelijkheid willen uitsluiten, maar we hebben wel gezegd: laten we kijken hoe wij met het plan waar dit kabinet mee komt zo veel mogelijk kinderen kunnen helpen, ook de kinderen die hoogspecialistische zorg nodig hebben. Dat is wat ik gezegd heb.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (PRO):Goed, dus D66 wil wel de mogelijkheid houden om die kinderen hier te helpen. Erkent de heer Bamenga dan dat wij als Kamer dit signaal dan ook aan deze minister moeten meegeven, omdat de minister en het kabinet die deur op dit moment wel dichtdoen? Erkent hij dat het belangrijk is dat wij als Kamer het signaal meegeven dat die route inderdaad niet afgesloten moet worden?De heer Bamenga (D66):Ik heb dit ook bij mijn andere collega's gehoord. Ik heb mevrouw Van Ark bijvoorbeeld heel duidelijk horen zeggen dat je het helemaal niet kunt uitsluiten. Volgens mij zitten we met z'n allen op een lijn. Ik hoor daar verschillende partijen over in ieder geval. We zeggen met z'n allen dat je het helemaal niet kan uitsluiten en dat je ervoor moet zorgen dat zo veel mogelijk kinderen geholpen worden. Ik hoor ook dat dat een doel is van mensen. Ik geloof ook dat dat het doel is van iedereen. Laten we dat dan dus ook doen, zou ik zeggen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bamenga. Dit was uw derde interruptie. Daarmee zijn we aan het einde van de eerste termijn gekomen. Ik ga aan de minister vragen hoelang hij nodig heeft voor het voorbereiden van de beantwoording van de vragen.Minister Sjoerdsma:Ehm … Een kleine 25 minuten, als dat kan.De voorzitter:25 minuten?Minister Sjoerdsma:Ja. Ik begrijp dat er wat printerproblemen zijn.De voorzitter:Een kleine 25 minuten. Dan stel ik voor dat we tot 11.30 uur schorsen.Minister Sjoerdsma:Ja. We proberen zo snel mogelijk terug te zijn, hoor.De voorzitter:Ja, dan gaan we om 11.30 uur verder.De vergadering wordt van 11.10 uur tot 11.30 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug. Minister, welkom terug. Fijn dat u het zo snel gered heeft. Even een opmerking over de orde, voordat wij beginnen aan de termijn van de minister. We hebben het zonet geprobeerd met onbeperkte interrupties en dat is goed gegaan, maar het heeft wel veel tijd gekost. We gaan nu dus toch terug naar vier interrupties aan de kant van de Kamer. Daarbij blijft het verzoek staan om alleen een vraag te stellen en niet een heel betoog te houden aan het begin van een interruptie. Zelf moet ik om 12.45 uur ergens anders zijn. Ik zal een van u dus vragen om het voorzitterschap in het laatste kwartiertje even over te nemen. We gaan nu beginnen met de eerste termijn aan de kant van de minister. Kunt u in ieder geval aangeven welke blokjes u heeft? We proberen de interrupties gewoon tussendoor te faciliteren, tenzij het debat daardoor helemaal ontregeld raakt. We gaan gewoon kijken hoe het loopt. Minister, wat zijn de blokjes die u wil bespreken?Minister Sjoerdsma:Dank u. Ik wilde toekomst OS, MFK en Global Gateway als één blokje doen. Dat is eigenlijk de feitelijk agenda van het overleg. Daarna medevacs, dan humanitair, dan misschien Gaza iets breder, en dan overig.De voorzitter:Dank u wel, minister. Dan kunt u starten met uw eerste blok.Minister Sjoerdsma:Ja, dank. Ik denk dat ik heel kort begin met een algemene introductie, ook om even te schetsen waar deze vergadering over gaat. Sommige Kamerleden riepen mij er namelijk toe op om bepaalde dingen te gaan inbrengen. Dat kan natuurlijk altijd, maar het is wel goed om te weten dat dit geen formele, besluitvormende vergadering is. Het is meer een gedachtevormende vergadering onder Iers voorzitterschap waarbij ook onze meest gelijkgezinde bondgenoten, zoals het VK, Canada, Noorwegen en IJsland, aanwezig zullen zijn. Miliband, Tom Fletcher en mensen uit het humanitaire systeem zullen aanwezig zijn om het, wat losser dan met een formele agenda mogelijk is, echt te hebben over de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking. Hoe ziet die eruit? Daar hebben we het vandaag misschien niet superveel over gehad, maar dat gaat bijvoorbeeld over de dalende hulpgelden, de SDG's, die bepaald niet in zicht zijn, het Globale Zuiden, dat andere relaties wil, en nog een aantal van dit soort grote trends. Hoe gaat de Europese Unie daar nu mee om? In dat kader heeft een aantal van uw leden vragen gesteld, niet alleen over de toekomst van OS maar ook over de Nederlandse inzet met betrekking tot het MFK.Ik wil beginnen met de vraag van mevrouw Van Ark. Zij vroeg wat "ontwikkelingssamenwerking strategisch inzetten" nou concreet betekent. Daar kan ik een aantal dingen over zeggen. Ik zal als eerste mijn ervaring van afgelopen week op de High-level Week in New York eruit nemen. Daar konden een heleboel zaken worden gedaan, ook op het gebied van de medische evacuaties. Daar zal ik zo even iets over zeggen. Maar je zag daar ook overduidelijk dat hoewel de Europese Unie een derde van het geld in New York financiert, de politieke agenda die daaraan gekoppeld is, eigenlijk ontbreekt in de coördinatie. Ook is er voor belangrijke posities vaak geen Europese kandidaat, of zijn er juist meerdere, waardoor je feitelijk broodroof pleegt en geen van de Europese kandidaten het haalt. Ik vertel dit om een voorbeeld te geven van hoe ontwikkelingssamenwerking strategischer zou kunnen zijn.Mevrouw Van Ark vroeg ook of er sprake is van gelijkwaardige partnerschappen. Dan gaat het wat het kabinet betreft echt om eigenaarschap, en natuurlijk met name dat van landen in het Mondiale Zuiden, dat centraal moet staan. Ook moet het aansluiten op waar een dergelijk partnerland zelf al op inzet qua politieke prioriteiten, middelen en capaciteit. Daar moeten wij aansluiting bij zoeken. Dat brengt ook een bepaalde houding met zich mee. Het kan natuurlijk gaan over programma's en over gelden, maar het gaat ook over wederzijds respect, en over dingen beschouwen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Laat ik als voorbeeld de opvang in de regio noemen. Terecht wordt er in de Nederlandse politiek vaak gesproken over het belang van opvang in de regio, ook vanuit het oogpunt van de vluchteling, die dichter bij huis opgevangen wordt, in een omgeving waarin taal en cultuur nog meer hetzelfde zijn. Maar als we die opvang in de regio de verantwoordelijkheid maken van enkel de regio, zul je in de regio al heel snel proeven, met wie je ook spreekt, dat dat niet gewenst is. Zo zien we de gelijkwaardige partnerschappen dus, en dan zullen ook Nederland en andere Europese landen een rol moeten spelen.Mevrouw Maes vroeg dat eigenlijk ook. Zij zei: we leggen als Europese landen en als Europese Unie best veel geld in; hoe zorgen we ervoor dat we daar effectief meer voor terugkrijgen? We hebben in aanloop naar deze bijeenkomst een klein non-papertje gedeeld over hoe die Europese coördinatie verbeterd kan worden. Die hebben we in New York al besproken. Daar sloegen een aantal lidstaten best wel op aan, met een groot tal concrete ideeën. Die gaan we de komende tijd proberen verder te brengen, omdat iedereen ook constateerde dat we dit eigenlijk elk jaar en al vele jaren achter elkaar met elkaar constateren. Als we met elkaar niet concreet worden en niks afspreken over wat het dan betekent, dan gebeurt het niet. Ik proef daar dus heel erg de richting van mevrouw Maes en die richting zullen we nadrukkelijk volgen.Mevrouw Kröger vroeg welke piketpalen er geslagen worden wat betreft de Nederlandse inzet binnen het MFK; zo vertaal ik haar vraag maar even. Het is natuurlijk wel een inzet in een krachtenveld waarvan moeilijk te voorspellen is hoe de meerderheden precies zullen lopen. Op humanitair gebied is de inzet dat 25 miljard binnen Global Europe naar noodhulp gaat. Als ik het wel heb, was dat was ook een vraag van de heer Van Baarle. Op klimaat volgen wij het Commissievoorstel van 30%, dat ook internationaal vastgelegd is. Wat betreft het genderplan van de EU geldt volgens mij het percentage van 85%, en 5% op het gebied van gender. Dat is hetzelfde als in het vorige MFK. Ik hoop dat ik daarmee mevrouw Kröger gerust kan stellen dat die inzet helder is. Die sluit ook aan bij internationale afspraken.De vraag van mevrouw Maes ging meer specifiek over het EU-instrumentarium en zij vroeg naar de betrokkenheid van het bedrijfsleven. Ik denk dat die in veel opzichten van belang is. Wij zetten in op een groter gebruik van EU-middelen via de Global Gateway. De samenwerking met bedrijven loopt vooral via de zogenaamde Global Gateway Investment Hub, waar Invest International en de RVO een belangrijk in rol in spelen. Wij hebben daar voor de zomer een eerste voorstel ingediend. Dat betreft groene waterstof in Brazilië, waar ook het Nederlandse bedrijfsleven zal participeren. Eerder deze maand hebben we ook een handelsmissie naar Zuid-Afrika gehad voor het bedrijfsleven, om te bezien hoe Nederlandse bedrijven daar kunnen aansluiten bij EU-programmering op groene waterstof. Wij zullen daar ook tijdens de Raad opnieuw aandacht voor vragen. In december is er weer een bijeenkomst van de board van de Global Gateway, waarin we dit opnieuw zullen inbrengen. Ik zie namelijk de noodzaak die daarover geschetst wordt.De heer Van Baarle vroeg niet alleen naar de noodhulp binnen het MFK, maar hij ook naar de positie van humanitaire organisaties binnen het MFK. Wij vinden het heel belangrijk dat binnen het MFK Global Europe een sterk instrument is met voldoende middelen en dat humanitaire hulp daarbinnen steviger beschermd moet zijn via de duidelijke budgettaire afkadering van 25 miljard die we net noemden, want dan blijft noodhulp ook voorspelbaar, onafhankelijk en niet politiek gestuurd. Als ik de vraag van de heer Van Baarle zo proefde, denk ik dat we daar hetzelfde in zitten.Mevrouw Kröger vroeg hierover nog — dat is ook van belang — of investeren in mensenrechten en vrouwen ook een investering is onze eigen veiligheid. Zij vroeg ook of onze EU-collega's dat delen. Het kabinet deelt die opvatting. Het is niet zo dat iedereen in de Europese Unie die opvatting deelt. Het is best verstandig om goed te kijken naar wat we van initiatieven van sommige andere landen kunnen leren wat betreft de financiering van bepaalde infrastructuur of de manier waarop je je partnerschappen vormgeeft, maar in de discussie rondom de Gateway proef ik zelf een beetje in Europa dat de aandacht voor de meer maatschappelijke kant niet door iedereen zo sterk gedeeld wordt als door Nederland. U kent ook alle landen die daar wel een rijke traditie in hebben. Die staan daar nog steeds heel helder voor. Wij zullen ons daar zeker hard voor inzetten.Dat was het blokje MFK, Global Gateway en de toekomst van OS, voorzitter.De voorzitter:Eerst is mevrouw Kröger en dan meneer Van Baarle.Mevrouw Kröger (PRO):Twee vragen van mij zijn onbeantwoord. De ene is die over armoedebestrijding, de uitvoering van de motie-Ceder/Hirsch. De andere, waar ik heel graag een antwoord op krijg, is de vraag of de minister mij kan garanderen dat er absoluut geen geld vanuit de Global Gateway of Global Europe naar fossiele investeringen gaat.Minister Sjoerdsma:Op dat eerste: ik heb in eerdere debatten — ik meen ook op vragen van mevrouw Kröger, maar dat weet ik niet meer helemaal zeker — aangegeven dat het kabinet de armoedebestrijding niet alleen centraal ziet, maar ook dat het een verdragsrechtelijke verplichting is. Zelfs als dit kabinet die mening van mevrouw Kröger helemaal niet zou delen, is het een heldere basis voor hoe dit eruitziet. Als ik ook kijk naar andere lidstaten, zonder die bij naam te kunnen noemen, zie ik dat daar ook nog een groot draagvlak ligt. Je merkt wel dat sommige landen, voorbij strategisch, dit soort zaken echt willen verknopen, dus heel gericht politiek willen verknopen.Op uw vraag over fossiel: u heeft gelijk, die heb ik niet beantwoord. Als het kan, kom ik daar bij u op terug in de tweede termijn. Als het lukt, kom ik erop terug in deze termijn, maar dan wordt het mij zo ingefluisterd.De voorzitter:We gaan eerst naar de heer Van Baarle en dan naar mevrouw Van Ark.De heer Van Baarle (DENK):Even voor mijn begrip heb ik een vraag over die 25 miljard voor noodhulp binnen EU Global als Nederlandse inzet. Kan de minister iets meer vertellen over hoe die inzet staat ten opzichte van de periode hiervoor, financieel gezien? Hoe moet ik die inzet duiden, ook in het kader van de noden internationaal?Minister Sjoerdsma:Even om te proeven wat de heer Van Baarle bedoelt: is de vraag of het dan meer of minder is? Oké, helder. Ik heb daar ook met Lahbib, de Commissaris voor noodhulp, over gesproken in New York. Die heef recent nog weer 700 miljoen vrijgemaakt. Ik zeg dit uit mijn hoofd — ik ga gecorrigeerd worden als het niet klopt — dat dit een versterking zal worden van de noodhulpenvelop ten aanzien van hoe het was. Ik denk dat het een cruciale is, want wij zien allemaal wat er gebeurt in de wereld op het moment dat hele grote donoren wegvallen. We hebben natuurlijk allemaal de besluiten die in de Verenigde Staten zijn genomen en de consequenties die die wereldwijd hebben, gezien. We moeten niet de illusie hebben dat we dat kunnen opvangen. Nederland zal dat niet kunnen en de Europese Unie ook niet. Ik denk wel dat we een van de belangrijkste spelers zijn. Ook de manier waarop wij de achterliggende waarden, namelijk onafhankelijkheid, onpartijdigheid et cetera — u kent die allemaal beter dan ik — van die noodhulp proberen te bewaken, is daarbij cruciaal.De voorzitter:Ik kijk eerst even naar de heer Van Baarle om te zien of hij voor nu tevreden is. Hartstikke goed. Gaat uw gang, mevrouw Kröger. O, sorry, ik had het woord al eerst toegezegd aan mevrouw Van Ark. Daarna is mevrouw Kröger.Mevrouw Van Ark (CDA):Mijn vraag gaat eigenlijk over een opmerking die ik maakte tijdens mijn inbreng, namelijk: laten we nu asjeblieft niet gaan bezuinigen op de Global Gateway als we een alternatief willen bieden tegen Rusland en China. Mijn vraag aan de minister is: heeft de minister dit inderdaad ook op deze manier voor ogen? Staat het budget inderdaad onder druk? Hoe kijkt de minister hiernaar?Minister Sjoerdsma:Ja, daar zijn we het mee eens, omdat — volgens mij noemde mevrouw Van Ark dat ook in haar inbreng — de noodzaak er is om het speeltoneel niet over te laten aan de China's en de Ruslanden van deze wereld, om het zo maar even te zeggen. Naast de algemene doelstellingen van armoedebestrijding moeten we ervoor zorgen dat we niet de ruimte bieden aan krachten in deze wereld waarvan wij allemaal denken: die dienen onze belangen en onze waarden niet. Wij vinden het van belang dat die envelop groeit. Het is natuurlijk ook evident hoe het kabinet kijkt naar de enveloppen "cohesie" en andere zaken. Die zullen dan moeten krimpen. Het zal ergens vandaan moeten komen. Dit is wel van groot belang. Ik zeg ook maar meteen dat het wel een strijd is. Veel van die strijd is natuurlijk diplomatiek, maar je kunt die strijd ook wel volgen in de diverse nationale en internationale kranten. Lidstaten staan wat dit betreft echt diametraal tegenover elkaar. Landen die het cohesiebeleid omhoog willen, willen Global Europe het liefst naar beneden, en vice versa. Ik wil daarmee zeggen dat het geen gelopen zaak is, maar de inzet is helder.De voorzitter:Dan is nu mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (PRO):Aanvullend op dit punt heb ik een vraag over de oproep vanuit Frankrijk. De Franse collega van deze minister heeft zich heel duidelijk uitgesproken tegen die bezuinigingen. Gaat Nederland naast Frankrijk staan om die oproep echt te steunen?Minister Sjoerdsma:In alle eerlijkheid hebben we dat niet nodig, want onze positie is al heel lang heel helder. Die is eigenlijk al sinds het begin van deze onderhandelingsprocessen helder. Wij verwelkomen het dat deze minister dat zo helder heeft gezegd, maar wij zijn daar zelf ook heel helder over. We vinden het van groot belang dat dit gebeurt. We zien dit geopolitieke belang. We zien het belang in de wijdere wereld. Virtueel staan wij dus schouder aan schouder.De voorzitter:Ik denk dat u hier niet op wil doorgaan, mevrouw Kröger?Mevrouw Kröger (PRO):Voorzitter, het was een onbeantwoorde vraag van mij.De voorzitter:Dan gaan we door met de beantwoording van de minister.Minister Sjoerdsma:Misschien nog op de eveneens onbeantwoorde vraag van mevrouw Kröger over fossiel. Ik begrijp dat er geen totaalverbod is, maar wel waarborgen langs het "do no harm"-principe. Dat is op zich een helder principe, maar dat is geen categorische uitsluiting zoals mevrouw Kröger die misschien voor ogen heeft.De voorzitter:Minister, vervolgt u met uw volgende blokje.Minister Sjoerdsma:Dan ga ik naar het blok medische evacuaties. Er zijn niet zo heel veel vragen aan mij gesteld. De Kamerleden hebben elkaar wel onderling bevraagd. Ik wil daar toch vanuit het kabinet een paar dingen over zeggen, en misschien ook vanuit deze minister iets persoonlijker. Toen ik aan deze baan begon en deze discussie landde op mijn bureau, was mijn allereerste gedachte eigenlijk: ja, natuurlijk moeten deze kinderen naar Nederland komen; dat is toch evident. Misschien is het goed om even de reis mee te nemen die ik daarop zelf heb gemaakt. U heeft die reis overigens ook gemaakt, want u hebt een bezoek gebracht aan Egypte en de grens bij Rafah.Voor mij was een van de keerpunten dat ik zag, toen ik bij de grens met Rafah stond en iemand van de hulporganisatie mij daar rondleidde, welke materialen allemaal Gaza niet in konden. Mevrouw Dobbe beschreef dat ook heel beeldend, en ook de schrijnendheid ervan. Van waterpurificatiemiddelen van plastic tot voetballen, tot rolstoelen, tot kleine medische kits waar dan een minuscuul schaartje in zat, maar dat schaartje was ondanks dat het bot was, toch te scherp om door te laten. Ziend wat er allemaal Gaza niet in kwam, werd mij ook weer helder wat dat betekent: als de hulp voor een heel groot deel niet naar die hulpbehoevenden kan komen die vastzitten in Gaza, dan moet je kijken naar hoe je zo veel mogelijk van deze mensen Gaza uit kan krijgen. Dat is één.Twee is dat dat wel met zich meebrengt — en dat zijn ook de prioriteiten van de WHO — dat je moet blijven proberen het systeem in Gaza te verbeteren, tegen beter weten in en tegen de klippen op, want als je dat niet doet, dan zijn en blijven alle mensen die daar vastzitten en niet wegkunnen, verstoken van hulp in de meest moeilijke omstandigheden.Het tweede sterke gevoel waarmee ik daarvandaan terugkwam, was: zonder diplomatieke inspanningen kunnen we hier vrij weinig. Die diplomatieke inspanningen gaan over twee zaken. Die gaan over het weer openstellen van de medische corridor van Gaza naar Oost-Jerusalem en de Westelijke Jordaanoever. Dat is prioriteit twee van de Wereldgezondheidsorganisatie, en ook zeer terecht, want als die corridor weer open is, dan kan echt bijna iedereen die nu in Gaza op hulp zit te wachten, worden geholpen. Daar heeft ook mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, ongelofelijk veel werk verzet en ongelofelijk zijn best gedaan — u heeft dat terug kunnen lezen in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken, en niet voor niets —, en toch moeten we concluderen dat ondanks soms constructieve toezeggingen dat niet gebeurd is.Dat betekent dat er daarnaast diplomatieke druk nodig zal zijn om ervoor te zorgen dat zieke en gewonde kinderen Gaza uit kunnen. Dat is prioriteit nummer drie van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ik heb de Kamer gehoord. Je kan daarover van mening verschillen. Het uitgangspunt van mij en van het kabinet is heel helder en tweeledig. Eén: zo veel mogelijk kinderen. Twee: zo menselijk mogelijk. Zo veel mogelijk kinderen moet denk ik vanwege het probleem dat we daar zien. 18.000 kinderen staan daar op de wachtlijst en we weten dat we ze niet allemaal kunnen helpen. Dat is echt heel schrijnend en superpijnlijk, als je weet in welke omstandigheden deze kinderen, hun ouders, hun broertjes en zusjes verkeren. We kunnen ze niet allemaal helpen. Dat gaat niet. Het gaat niet vanwege het feit dat ze er niet allemaal uit kunnen. Het gaat niet vanwege het feit — en dat is ook een beetje de realiteit — dat wij dat niet allemaal in ons eentje kunnen financieren. Als je dan naar die 18.000 kijkt — ik vind dat we er zo naar moeten kijken — en als je uitgangspunt is hoe we zo veel mogelijk van deze kinderen kunnen helpen, is het echt evident dat opvang in de regio, in de medische hub in Jordanië, het King Hussein Hospital, dat samenwerkt met topziekenhuizen in Amerika, echt de way to go is. Je kan op die manier zóveel meer kinderen helpen. De wens van ook kinderartsen in Nederland om bij te dragen snap ik heel goed. Ik kan daar alleen maar voor applaudisseren, ik vind het hartverwarmend en ik zou het ze ook gunnen, maar we kunnen de middelen maar één keer inzetten; zo is het toch ook. Als ik zie hoeveel meer kinderen wij kunnen helpen in Jordanië en overigens ook in Egypte, dan is de keuze wat mij betreft toch heel eenvoudig. Ik proef eigenlijk bij de hele Kamer en volgens mij ook bij het kabinet de grote wens om iets te doen aan de schrijnende situatie in Gaza en om iets te doen voor kinderen in verschrikkelijke nood. Ik denk dat we het eigenlijk over bijna alles eens zijn, namelijk over het verbeteren van de medische zorg in Gaza, het herstellen van de medische corridor en dat Jordanië een verstandig plan is. Maar het uitgangspunt van het kabinet is niet dat wij de meest schrijnende gevallen gaan helpen. Dat proef ik bij sommigen van u wel. Dat kan ook; dat is ook een legitieme opstelling, maar als dat de opstelling is, betekent dat automatisch dat je veel minder kinderen kan helpen. Ja, er zijn de meest ingewikkelde medische gevallen, maar ik wil toch ook zeggen dat ik het moeilijk vind om te categoriseren in schrijnendheid: is het ene kind in levensnood schrijnender dan het andere kind in levensnood? Het kabinet wil simpelweg zo veel mogelijk kinderen zo goed mogelijk helpen. Dat doen we wat mij betreft volledig met dit pakket.Daarnaast is het van belang dat dit een bewezen programma is, waarmee nu 700 kinderen uit Gaza zijn gehaald, deze week nog 51 kinderen. Dat zijn echt serieuze aantallen. Elk kind is er één, maar hoe meer kinderen, hoe liever wat mij betreft.Tot slot. Nederland heeft gezegd: wij doen er 250. Het Jordaanse Wereldgezondheidsprogramma biedt ruimte voor 1.000. Ik zal niet rusten totdat we die 1.000 hebben bereikt; dat wil ik de Kamer ook helder zeggen. Ik weet dat ook die 1.000 nog steeds niet voldoende is; laat ik daar ook helder over zijn, maar ik zal niet rusten totdat we die 1.000 hebben bereikt. Ik denk dat de teller van committeringen nu op ongeveer 600 staat. Het gaat dus vrij snel. Dat wil niet zeggen dat we de toezegging om 1.000 kinderen eruit te krijgen, de komende weken zullen gaan halen, maar ik merk bij de collega's dat ook zij die urgentie proeven en zien wat de Kamer ziet, namelijk dat het ontzettend belangrijk is om ook als Europese Unie hier iets te laten zien. Zoals de Wereldgezondheidsorganisatie de kabinetsinzet ook kwalificeerde, denk ik dat het kabinet zich hier echt in de frontlinie bevindt van wat we kunnen doen qua geld, qua financiën, qua hoeveel kinderen we proberen te helpen en qua wat we diplomatiek doen aan outreach.Dat als inleiding. Ik denk dat ik daarmee ook een aantal vragen heb beantwoord, misschien ook de vraag van mevrouw Dobbe, mevrouw Kröger, de heer Van Baarle en anderen waarom het niet en-en is. Ik zal u zeggen dat ik, als de Kamer vandaag nog 5 miljoen euro aan mijn begroting toevoegt, wéér voor dat programma Jordanië kies, want die 5 miljoen euro zijn meer dan 200 kinderen. Dan zou ik dus opnieuw deze keuze maken. Ik snap de vraag waarom het niet en-en is, maar dat is omdat je met dat geld zóveel meer kinderen kunt helpen in Jordanië dan hier. Misschien zet ik daar een punt. De heer Bamenga vroeg of er behoefte is aan extra medische ondersteuning in de regio. Wij hebben dat eerder bij de Wereldgezondheidsorganisatie gecheckt en zij gaven aan dat die behoefte er nu niet is. We zijn wel opnieuw in overleg met diverse andere organisaties. Ik zal ze omwille van hun soms vertrouwelijke rol niet noemen, maar laat ik het zo zeggen: we zijn in uitgebreid overleg. Als er een regionale behoefte zou bestaan, is het kabinet natuurlijk bereid om daar goed naar te kijken.Ik zeg tegelijkertijd nog wel een keer dat het Koning Hoessein Ziekenhuis in Jordanië echt een ongelooflijk goed ziekenhuis is, zeker gezien de behandelingen die daar mogelijk zijn en de samenwerking met Amerikaanse ziekenhuizen. Het is echt top of the bill. Ik snap dat daar niet alle schrijnende gevallen behandeld kunnen worden, want dat heeft de Wereldgezondheidsorganisatie ook tegen u gezegd. Maar ik zeg opnieuw dat wij kiezen voor zo veel mogelijk kinderen. Zo veel als mogelijk!De heer Van Baarle vraagt naar een grotere rol voor de Europese Unie. Ik denk dat dat cruciaal is. De opstelling van Europa sinds het begin van het conflict is door veel landen gezien en negatief geduid. Maar omgekeerd, als ik kijk naar de sessies die we in New York hebben gehad met onder andere onze Jordaanse vrienden en anderen, denk ik echt dat het beeld is gekanteld. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor de hele Europese Unie. Maar dat maakt het wel des te belangrijker dat de Europese Unie ambitieus is en dit soort programma's zo ruim als mogelijk vormgeeft. Ik zie overigens dat de Europese lidstaten dat ook doen. Zo is er grote bereidheid van Commissaris Lahbib om het te ondersteunen en om daaraan bij te dragen.Enkelen van u vroegen hoe het dan in Egypte zit. "Egypte is toch evident? Daarvan wordt toch gezegd dat de opvangcapaciteit niet afdoende is?" Dat is ook zo en dat is ook waarom het Nederlandse programma is ingericht zoals het is ingericht. Diverse Kamerleden hebben voor de zomer gevraagd naar het programma van Save the Children, dat ik zelf ook heb gezien. Daarvoor was onder het vorige kabinet €800.000 beschikbaar en wij doen nu 2 miljoen. Wij richten ons daarbij juist op de mogelijkheden om kinderen, maar overigens ook volwassenen, toegang te geven tot de private zorg in Egypte. Daar heb je namelijk geen capaciteitsprobleem. Dat is natuurlijk ook heel wrang, hè. Als je erover nadenkt en het vanuit Egyptisch perspectief bekijkt, is dat wrang, want er staan veel Egyptenaren op een wachtlijst en andere mensen mogen nu links inhalen richting de private kant. Maar wij zien tegelijkertijd dat de wachtrijen in Egypte inmiddels zo groot zijn dat we daar ook aan willen bijdragen.Voorzitter, tot slot. Ik ben heel graag bereid om verdere vragen te beantwoorden.Mevrouw Dobbe (SP):De afwegingen die de minister schetst, zijn niet nieuw, want die hoorden we vorig jaar augustus ook al. Toen begon deze discussie, want de Wereldgezondheidsorganisatie kwam toen met het verzoek, ook aan Nederland, om medische evacuaties naar Nederland mogelijk te maken. Natuurlijk is het het beste om de mensen die zorg nodig hebben, in Gaza zelf te helpen. Waar dat kan moeten we dat dan ook doen. Natuurlijk is het ook het beste dat mensen die zorg nodig hebben, in de regio geholpen kunnen worden, het liefst dichtbij. Alles wat we daar kunnen doen, is dus goed.Maar ik wil nu toch wel helder hebben hoe het zit. Klopt het dan dat dit kabinet inderdaad minder geld uittrekt voor zorg in de regio dan het kabinet-Schoof? Klopt dat? En klopt het dat dit kabinet inderdaad de deur dichtzet voor en de mogelijkheden afsluit om kinderen ook in Nederland te behandelen? Is dat wel of niet een beleidswijziging, ook in negatieve zin, ten opzichte van het kabinet-Schoof? Als dat klopt, zou ik daar wel enorm van balen, zeker omdat wij hier een jaar op hebben zitten wachten. Maar ik wil dus wel weten hoe het zit.Minister Sjoerdsma:Ik ben uiteraard blij met die laatste toevoeging, omdat daaruit blijkt dat er nog een mate van nieuwsgierigheid is. Ja, er is sprake van een beleidswijziging. Dit kabinet wil namelijk zo veel mogelijk kinderen helpen. Het kabinet wil zo veel mogelijk impact hebben. Ik weet daarom eerlijk gezegd ook niet of in deze situatie de financiële vergelijkingen de belangrijkste vergelijkingen zijn. Ik zal u vertellen waarom. Dat is precies vanwege datgene wat u hebt gezien bij de grens. U hebt bij de grens gezien wat er allemaal niet binnenkomt. Daarom vinden ik en het kabinet het het belangrijkste dat we er zo veel mogelijk kinderen uit halen. Daarnaast moeten we dan diplomatiek alles op de mat leggen wat we op de mat kunnen leggen. We zetten dat geld van ons radicaal anders in en in dat opzicht is er, ja, een beleidswijziging. Dit kabinet zet zich diplomatiek ten volle in om alles te doen wat we kunnen doen om hulp Gaza in te krijgen en om medische patiënten Gaza uit te krijgen. Dat we daarmee niet zo succesvol zijn als we zouden willen zijn, is evident. Evident! Dat dat frustreert: evident! Maar dat we er ongelooflijk hard aan trekken, ook in Europees verband, is, denk ik, cruciaal.U zegt: "Het vorige kabinet haalde wel kinderen naar Nederland en u doet dat niet." Dat klopt. Dat is gewoon waar. Maar ik denk dat mevrouw Maes gelijk heeft als zij zegt: "Oké, vijf kinderen naar Nederland. Dat zijn, weet je, weer vijf kinderen die we kunnen redden." Maar als ik kan kiezen tussen vijf naar Nederland en 250 naar Jordanië, dan kies ik elke dag voor 250 naar Jordanië. Ik vind dat gewoon geen moeilijke discussie. Ik snap de discussie die u hierover in de Kamer heeft gehad, maar nogmaals: geef mij additioneel 5 miljoen en ik zou het er op precies dezelfde manier aan toevoegen.Er zitten 18.000 kinderen te wachten op hulp! Die kinderen schreeuwen om hulp en hun ouders zijn wanhopig, omdat ze niet weten wat te doen. Dus alles wat ik kan doen om van 18.000 zo snel mogelijk naar nul te gaan, zal ik doen. Ik denk dat dat via deze route moet en daarom zet ik vol in op deze route. Deze week waren het er 51 en ik bedoel: dan kalk ik het nog net niet op mijn muur, maar er zijn er wel 51 uit. Dat is veel te weinig maar het zijn er wel weer 51.Mevrouw Kröger (PRO):De minister is in ieder geval eerlijk. Het is een beleidswijziging, want het kabinet sluit de deur voor evacuaties naar Nederland. De vraag blijft dan toch gewoon: waarom? De WHO, de kinderartsen en het Internationale Rode Kruis geven namelijk allemaal aan dat het moet. Italië doet het onder Meloni. Bart De Wever doet het. Ik snap niet waarom die deur dicht moet, anders dan dat het een politieke keuze is om die deur dicht te doen. Het was blijkbaar de wens van een coalitiepartner.Minister Sjoerdsma:In alle eerlijkheid. Ik vind dat mevrouw Kröger er een beetje kunstmatig een tegenstelling van probeert te maken. Ik heb de Kamer net proberen te schetsen dat mijn uitgangspunt toen ik hier begon eigenlijk hetzelfde was als dat van mevrouw Kröger. Natuurlijk moeten we dit zo doen. Ik heb mevrouw Kröger ook proberen te schetsen waarom ik van mening ben veranderd. Dat heeft alles te maken met wat ik daar heb gezien. Maar het heeft ook alles te maken met het uitgangspunt dat het kabinet heeft gekozen. U kunt mij daar midden in de nacht voor wakker maken, mevrouw Kröger, maar ik weet zeker dat ik dan precies hetzelfde uitgangspunt ga kiezen.Wij hebben één politieke keuze gemaakt en dat is zo veel mogelijk kinderen zo menswaardig mogelijk helpen. Dat is onze keuze. Wij willen onze impact maximaal maken en dat betekent dat wij alle Wereldgezondheidsorganisatieprioriteiten langs de lat hebben gelegd met als resultaat dat we op én in Gaza én op die corridor én op de medische evacuaties echt enorm veel op de mat leggen. Natuurlijk, ik snap heel goed dat u het een beleidswijziging noemt, maar het kabinet is helemaal niet principieel tegen medische evacuaties naar Nederland. Zoals ook al eerder gemeld, heeft het kabinet dat welwillend onderzocht. Maar als het het uitgangspunt is om zo veel mogelijk kinderen te helpen, zo menselijk mogelijk, dan is dit evident de route om te volgen.De voorzitter:Mevrouw Kröger aanvullend en daarna de heer Van Baarle.Mevrouw Kröger (PRO):Het is een moeilijk te volgen redeneerlijn van de minister, omdat hij minder geld uittrekt voor medische evacuaties in de regio dan het kabinet-Schoof. Dat kabinet kwam met 25 miljoen én het haalde vijf kinderen hierheen. De vraag blijft dus staan, want de minister zegt dat het niet een principieel punt is. Mijn vraag is dan: is er deze zomer een blokkade binnen het kabinet gelegd op de medische evacuatie van kinderen uit Gaza? Ligt er een blokkade?Minister Sjoerdsma:Nee. Daar kan ik echt heel simpel en kort over zijn. Nee! Dat heeft ook alles te maken met die reis die ik u net schetste en die ik als minister heb gemaakt. We hebben dat vervolgens met elkaar in het kabinet besproken. Het is míjn voorstel geweest om dit zo te doen. U kunt er van alles bij bedenken en van alles erbij halen, maar ik vind dat in alle eerlijkheid ook tekortdoen aan de andere leden van het kabinet, die met mij hiernaar hebben gekeken, alles hebben gewogen en toen hebben gezegd: ja, kinderen redden, zo veel als maar kan. Dan kunnen we erop blijven hameren dat het per se de meest schrijnende kinderen moeten zijn — dat is legitiem; ik wil u uw eigen opvatting echt niet ontzeggen — maar het gevolg daarvan is wel dat we veel minder kinderen gaan helpen.De heer Van Baarle (DENK):Als de minister zegt dat het kabinet niet principieel tegen medische evacuatie naar Nederland is en geen blokkade zou leggen, dan is mijn vraag: waarom doe je het dan niet? De minister zegt net dat hij op de manier waarop het kabinet nu het beleid heeft vormgegeven, niet alles kan doen voor schrijnende gevallen. De minister zegt net zelf dat je ook op deze manier die het kabinet nu voorstaat niet alles kan doen voor een aantal schrijnende gevallen. Als er geen blokkade ligt, waarom ga je dan niet voor die groep schrijnende gevallen organiseren dat we die in Nederland kunnen helpen? De minister geeft zelf toe dat die ook op deze manier buiten de boot vallen. Dat vind ik ernstig. Ernstig.Minister Sjoerdsma:Er vallen op dit moment 18.000 kinderen buiten de boot. Om dan onderscheid te maken op het gebied van schrijnendheid, dus het ene kind schrijnender dan het andere, afhankelijk van op basis waarvan een kind misschien kan overlijden, vind ik een heel ingewikkelde, als ik echt eerlijk moet zijn. Ik weet dat dit voelt als een herhaling, maar ik blijf het toch herhalen. Als u mij vraagt waarom het kabinet hiervoor kiest, dan zeg ik: ons uitgangspunt, en hopelijk ook het uwe, is zo veel mogelijk van deze kinderen helpen. Ik hoop dat u dat op z'n minst met mij deelt, want ik zou het ook zonde vinden als er op dit gebied ongewild een verwijdering bestaat tussen Kamer en kabinet. Het zijn allemaal schrijnende gevallen. Het zijn echt allemaal schrijnende gevallen, of het nu kinderen zijn die last hebben van een potentieel dodelijke ziekte die in Gaza niet behandeld kan worden, of kinderen die last hebben van het feit dat ze door geweld ledematen hebben verloren en daardoor dringend operaties en protheses nodig hebben. Het overgrote merendeel van die gevallen kan worden geholpen in Jordanië. Dat is een bewezen programma, een programma dat nu werkt en waar deze week opnieuw 51 kinderen uit zijn gehaald. Er zijn reeds 700 kinderen uitgehaald. Wij streven ernaar daar nog eens 1.000 kinderen aan toe te voegen, boven op die 700. Dat is de ambitie van dit kabinet. Daar mag u mij aan houden. Ik zal daar ook alles aan doen. Het enige dat ik wel wil zeggen is dat de opstelling van Israël hierbij cruciaal blijft, ook al zijn er deze week weer 51 kinderen uit gehaald. Het blijft noodzakelijk dat de regering van Israël toestaat dat de kinderen eruit mogen en er ook weer in gaan. Dat blijft een bottleneck die heel ingewikkeld is. Ook daarin mag u van het kabinet weer verwachten dat wij diplomatiek alles doen wat we kunnen doen.De voorzitter:De heer Van Baarle voor een aanvulling.De heer Van Baarle (DENK):De minister heeft gelijk. Het zijn allemaal schrijnende gevallen. Het waren niet mijn woorden dat we voor een groep schrijnende gevallen op deze manier niet alles doen. Dat zei de minister. Ik maakte dat onderscheid niet. Wrijf het mij ook niet aan, zeg ik tegen de minister. De minister maakt het onderscheid. Het beleid dat het kabinet op dit moment inzet … Ik heb ook geprezen dat deze minister met een brief komt en extra inzet toont. Laat dat ook duidelijk zijn; daar zit geen licht tussen. Waar ik bezwaar tegen heb, is dat er ook met dit beleid een groep is die niet geholpen kan worden. Dat geeft de minister net zelf toe. Voor die groep zeg ik tegen de minister: doe en-en. Zet het beleid dat u inzet voort en haal tegelijkertijd die groep naar Nederland waarvan de minister zelf zegt dat we die op deze manier niet kunnen helpen. Waarom doet de minister dat niet? Waarom sluit hij dat nu uit?Minister Sjoerdsma:We sluiten niks uit. We kiezen voor een andere route dan de heer Van Baarle toestaat, denk ik. Of dan de heer Van Baarle voor zich ziet. Voor de duidelijkheid: ik wrijf de heer Van Baarle niks aan. Maar als ik zeg dat een bepaalde groep schrijnende gevallen buiten de boot valt, gaat het natuurlijk ook over al die gevallen die gewoon niet behandeld kunnen worden. Dat is, denk ik, het verschil van inzicht. Als dat het enige verschil van inzicht is, denk ik dat we er wel gaan komen, als ik eerlijk moet zijn. De kern hier is: als je kijkt naar die 18.000 mensen in Gaza die wachten op medische evacuatie, waaronder heel veel kinderen, dan is de vraag hoe je dat probleem op wil lossen. Hoe wil je dat probleem oplossen? De route die het kabinet daar loopt is de volgende. Ten eerste willen we de situatie ter plekke zo veel als mogelijk verbeteren, met alle problematische randvoorwaarden die daaraan vastzitten. Ten tweede willen we diplomatiek proberen die medische corridor open te krijgen, zodat mensen makkelijker gebruik kunnen maken van de beschikbare capaciteit in Jeruzalem, in Ramallah en op de Westelijke Jordaanoever om behandeld te worden. Ten derde willen we diplomatiek en financieel ervoor zorgen dat zo veel mogelijk van deze kinderen behandeld kunnen worden in Jordanië. Ik wil toch nogmaals benadrukken dat "zo veel mogelijk" niet betekent dat je kiest voor dat ene groepje van misschien de meest schrijnende gevallen van allemaal; al zou ik dat soort vergelijkingen echt niet willen maken. Het betekent dat je kiest voor zo veel mogelijk kinderen die allemaal in een schrijnende situatie zitten en die allemaal die levensreddende hulp nodig hebben.Mevrouw Van Ark (CDA):De minister geeft aan hoe belangrijk die diplomatieke druk is. In de eerste termijn hebben we het ook gehad over die protheseonderdelen en al die revalidatiemiddelen die nu Gaza niet in komen. Wat ziet de minister als mogelijkheden om vanuit de EU, maar ook met gelijkgezinde landen die daar hetzelfde in staan, echt druk op Israël uit te oefenen en te verhogen om ervoor te zorgen dat die protheseonderdelen, revalidatiemiddelen — soms zijn dat gewoon krukken of rolstoelen — Gaza wel binnenkomen?Minister Sjoerdsma:Ook dit is een hele terechte vraag van mevrouw Van Ark. Sommigen van u hebben dat ook gezien aan de grens. Ik vermoed dat zij dezelfde rondleiding hebben gehad als ikzelf. Het voelt echt onverteerbaar om die essentiële hulpmiddelen daar te zien en te weten dat ze fysiek een kilometer verderop over de grens broodnodig zijn, maar daar niet terechtkomen, omdat ze worden tegengehouden. In al onze contacten met Israël dringen wij aan op het doorlaten van deze goederen. We dringen ook aan op het ongehinderd laten werken van humanitaire hulporganisaties, waar natuurlijk ook een heel groot probleem zit. Zij kunnen bijvoorbeeld hun mensen niet vervangen, of krijgen geen vergunningen om daar te werken. We doen dat ook in goed gezelschap met heel veel bondgenoten over de hele wereld. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat we daar tot nu toe gewoon niet effectief zijn geweest en dat het niet heeft geleid tot een verdere opening van goederen. Ik moet ook in alle eerlijkheid zeggen dat ik niet helemaal verwacht dat we in het politieke seizoen waarin Israël zich nu bevindt, de komende weken veel beweging zullen zien. Ik zou dat graag anders zien — laat dat ook heel helder zijn — maar dat is nu wel de inschatting van het kabinet.De voorzitter:Mevrouw Van Ark, u weet dat u maar vier interrupties heeft in totaal? U mag hoor, maar het is een kleine winstwaarschuwing. Mevrouw Van Ark, met haar derde interruptie.Mevrouw Van Ark (CDA):Zou het kunnen helpen om op dit punt echt een coalitie van landen te vormen? Ik begrijp dat bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten hier al eerder aandacht voor hebben gevraagd, Qatar ook. Dat zijn natuurlijk niet de landen waar de EU normaal gesproken heel nauw mee samenwerkt op dit punt. Maar ik denk dat het juist heel goed zou zijn als je een soort coalitie kan vormen, zodat we ook sterker zijn en dit punt na de verkiezingen misschien wel kunnen binnenhalen.Minister Sjoerdsma:Dit is absoluut een terecht punt. Ik moet ook zeggen dat ik met iedereen dit dat wil een coalitie zal smeden om dit soort dingen voor elkaar te krijgen. Ik denk zelf dat een van de belangrijkste opties hier — datzelfde geldt eigenlijk ook voor de diplomatieke druk als het gaat over de medische evacuaties — de route via de Verenigde Staten is. Dat is niet altijd de meest makkelijke route om tot een vergelijk te komen. Maar ik heb wel het idee dat als het gaat over noodhulp of doen wat je moet doen voor de meest schrijnende gevallen, we daar aan hetzelfde eind van het touw trekken. Ik denk dat het voor de Board of Peace een hele goede eerste stap zou zijn, want als je je wil inzetten voor de wederopbouw van Gaza, moet je wel beginnen met noodhulp daarheen te krijgen. We engageren daar op elk terrein, maar we zijn natuurlijk ook afhankelijk van de bereidwilligheid van sommigen om daar dan het gewicht achter te zetten.De voorzitter:Minister, dan kunt u naar het volgende blokje, volgens mij. Of nog niet? Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie.Mevrouw Kröger (PRO):Laatste interruptie, over een onderwerp waar zeker het laatste woord nog niet over gezegd is en waar wij als Kamer al zo vaak aandacht voor gevraagd hebben. Ik vind het gewoon heel pijnlijk dat de minister aan de ene kant schetst dat het een soort kiezen in schaarste is, dus dat hij er toch een geldkwestie van maakt, terwijl aan de andere kant dit kabinet minder geld uittrekt dan het kabinet-Schoof, waarbij gewoon werd gezegd: 25 miljoen plus vijf kinderen. De minister zegt dat het geen principiële keuze is. De deur zit niet principieel dicht. Dan blijft dus toch de vraag: waarom houdt hij dan de mogelijkheid niet open? Waarom zegt hij niet: "En-en, we houden de mogelijkheid open. We luisteren naar de WHO. We houden de mogelijkheid open om aan de oproep van de WHO gehoor te geven"?Minister Sjoerdsma:Niet alleen lúísteren we naar de WHO. Ik was gisteren nog in Genève, waar ik met dokter Tedros heb gesproken over van alles en nog wat, maar ook over deze medische evacuaties. We zijn echt in een strategische dialoog met de Wereldgezondheidsorganisatie tot deze plannen gekomen. We hebben daarin de prioritering van de Wereldgezondheidsorganisatie gevolgd, met ons uitgangspunt: zo veel mogelijk kinderen helpen. Als ik gewoon luister naar hoe de Wereldgezondheidsorganisatie dat kwalificeert en ook heeft gekwalificeerd in de rondetafel, dan proef ik heel veel steun voor dit Nederlandse pakket, voor de Nederlandse diplomatieke inzet. Vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie werd gezegd dat Nederland zich in de frontlinie bevond van wat er gebeurde. Dat is denk ik ook zo. Dat is het grote beleidsverschil met het vorige kabinet, denk ik: zo veel mogelijk kinderen helpen, diplomatiek, en ons volle gewicht erachter zetten om dit voor elkaar te krijgen. Ook dan blijft het gemankeerd, simpelweg vanwege het feit dat daar 18.000 mensen, waaronder veel kinderen, vastzitten en we allemaal weten dat we ze niet allemaal kunnen helpen, tenzij hulp ongehinderd Gaza in kan en de medische capaciteit in Gaza weer ongehinderd kan worden opgebouwd. We weten ook allemaal wat daarvoor nodig is.De voorzitter:Meneer Van Baarle, uw laatste interruptie.De heer Van Baarle (DENK):Wat de medische evacuatie naar Nederland betreft deed het extreemrechtse kabinet hiervoor meer dan het huidige kabinet. Als het specifiek gaat om financiën: het vorige, extreemrechtse kabinet kwam met een brief met 25 miljoen. Dit kabinet komt met niet eens de helft. Laten we dan kijken naar de aantallen. Het vorige kabinet zei dat naar verwachting 200 mensen in Jordanië en 3.000 mensen in Egypte geholpen konden worden met die inzet. Dat zijn 3.200 mensen. Dus ook qua aantallen is het meer. Dus deze minister … Dat is mijn impressie. Ik vind dat hij gewoon nu een aantal gevallen naar Nederland zou moeten evacueren. Er zijn dus minder evacuaties, er is minder …De voorzitter:Uw vraag, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):… geld en er zijn ook minder aantallen. Waarom doet deze minister minder dan het vorige kabinet?Minister Sjoerdsma:Dat zou ik echt graag bestrijden, ook op twee manieren. Het uitgangspunt van dit kabinet is, en dat is echt een heel ander uitgangspunt dan dat van het vorige kabinet, dat we zo veel mogelijk van die kinderen willen helpen. U kunt natuurlijk de financiën naast elkaar leggen, maar als ik kijk naar hoeveel kinderen wij uit Gaza proberen te krijgen — hopelijk lukt ons dat ook, gelet op de moeilijke diplomatieke situatie — zie ik dat dat een veel forsere ambitie is. Wij zijn een coalitie aan het bouwen om het programma dat de Jordaniërs hebben lopen, uit te bouwen tot iets wat strekt ver voorbij de eigen Nederlandse inzet, namelijk een verviervoudiging, van 250 naar 1.000, waarmee de volledige capaciteit van het programma wordt gebruikt. Dat is een heel andere inzet. Kijk naar de wijze waarop Nederland zich inzet om niet alleen noodhulp Gaza in te krijgen, maar ook om humanitaire hulporganisaties in Gaza hun werk te laten doen en de medische corridor tussen Gaza en de Westoever open te krijgen. Dat is veel essentiëler dan welke euro dan ook. Dan is de inzet verdrievoudigd. Kijk naar Egypte, waar het vorige kabinet €800.000 aan Save the Children gaf en wij 2 miljoen. Dan is de inzet veel groter. Ik snap dat de heer Van Baarle die vergelijking wil trekken, maar het is echt een hele, hele andere inzet. Het is echt een hele andere inzet en daar sta ik voor.De voorzitter:Dank u wel, minister. Ik denk dat u nu toch verder kunt met uw volgende blokje.Minister Sjoerdsma:Dank, voorzitter. Dat is humanitair, misschien meer in het algemeen. Er zijn verschillende, wat meer algemene vragen en ook wat regionale vragen. Ik zal proberen ze zo gestructureerd mogelijk langs te lopen.Mevrouw Maes had een vraag over de EU-mededeling over humanitaire hulp en voedselzekerheid. Humanitaire hulp en investeringen lopen enigszins door elkaar. Dat is voor een deel ook zo, denk ik, omdat een van de uitgangspunten van noodhulp is dat die zo kort mogelijk wordt ingezet en je wil dat men daarna lokaal de zaak overneemt, in dit geval bijvoorbeeld de voedselcapaciteit, of dat er programma's zijn die ervoor zorgen dat de situatie op het gebied van voedselzekerheid structureel verbetert. Daarnaast is het essentieel dat we ook heel specifiek kijken naar bepaalde regio's. Neem bijvoorbeeld Sudan, waar ook door een aantal van u aan is gerefereerd. Als je noodhulp gaat bieden in regio's waar lokale boeren nog kunnen produceren, dan is dat het einde van die lokale capaciteit. Het is dus cruciaal dat dat netjes op elkaar aansluit, maar ook cruciaal dat we daar heel gericht naar kijken.Mevrouw Maes vroeg ook hoe we kijken naar de ontwikkelingen rond de Humanitarian Reset. Ik denk dat een belangrijk onderdeel van de Humanitarian Reset is dat de macht, de besluitvorming en de middelen dichter bij lokale en nationale hulporganisaties en getroffen gemeenschappen komen te liggen. Daarmee zou het systeem ook beter moeten kunnen functioneren in het geval dat de financiering onverwacht of onverhoopt terugvalt. De OCHA-beheerde landenfondsen zijn binnen de Humanitarian Reset echt instrumenteel om die verschuiving van meer internationaal naar lokaal te realiseren.De heer Van Baarle vroeg naar het mandaat van de hulporganisaties. Ik zeg het nogmaals, maar ik denk dat het wel belangrijk is om te vertellen: het mandaat van de hulporganisaties is cruciaal en het is ook cruciaal dat de Europese Unie daarachter blijft staan.De heer Van Baarle vroeg ook naar de slechte humanitaire situatie in Myanmar, al gaat het eigenlijk niet zozeer om Myanmar, want ik proefde bij hem meer de situatie van de Rohingya in Myanmar en breed. Laat ik daarvan zeggen dat dat een van de meest ... Nou, Sudan is een weeskind qua crisis en qua hoeveelheid aandacht die het krijgt versus hoeveel het zou moeten krijgen. Als ik dan naar een specifieke bevolkingsgroep in de wereld zou kijken, zou ik daarna de Rohingya noemen wat betreft de hoeveelheid aandacht die zij krijgen versus de aandacht die ze verdienen, gelet op wat er allemaal met hen is gebeurd. Daar heeft de heer Van Baarle echt een zeer terecht punt. Nederland steunt een groot aantal humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening aan de Rohingya in Myanmar en in Bangladesh, zoals UNHCR, WFP, UNICEF en ICRC, met flexibele financiering. Ik wil hem ook het volgende toezeggen. Op niet al te lange termijn ga ik naar Bangladesh, op weg naar de Wereldbankvergadering. Ik zal daar opnieuw helder maken hoe Nederland kijkt naar wat er met deze bevolkingsgroep gebeurt, hoe wij erin staan en welke steun ze van ons verdienen. Absoluut.Hetzelfde geldt voor sancties. De heer Van Baarle vroeg daar ook naar met betrekking tot Myanmar. Zolang de repressie door het Myanmarese leger aanhoudt, moeten wat Nederland betreft alle opties op tafel liggen om druk te houden op dat leger, waaronder sancties. Ik denk dat wij ook een leidende rol hebben in de Europese Unie op dit gebied. We proberen om dat zo goed mogelijk te coördineren met derde landen. Dat is in dit geval van groot belang om ervoor te zorgen dat sancties effectief zijn. Terugkijkend hebben tot nu toe 106 personen en 22 entiteiten de sanctielijst bereikt. Dat is een vrij fors pakket, maar ik snap ook de oproep van de heer Van Baarle om daar nog serieuzer naar te kijken.De heer Bamenga vroeg nog naar de rol van de diaspora, ook in relatie tot the UN Humanitarian Reset. Wij hebben natuurlijk de nadrukkelijk afspraak, ook via de Dutch Relief Alliance, dat het budget eigenlijk altijd zo veel mogelijk wordt toebedeeld aan lokale organisaties. Er is ook de Advisory Group die de lokale organisaties vertegenwoordigt. Binnen onze beleidsbeïnvloeding en contracten met de VN zetten we ook sterk in op meer financiering aan lokale en nationale partners. Directe financiering aan lokale organisaties doen we dan weer niet, maar dat is simpelweg omdat we de capaciteit niet hebben om dat op de juiste manier te doen. Dus op deze manier hopen we daarmee om te gaan. Over het op verschillende manieren beter betrekken bij het beleid van het andere gebieden van de diaspora, hebben we de Kamer recent een brief gestuurd. Daarbij zou ik één opmerking willen maken. Het is niet altijd makkelijk om "een representatieve groep" van de diaspora te selecteren — laat ik het zo zeggen — waarmee we niet andere onderdelen van de diaspora weer het gevoel geven dat ze buitengesloten of achtergesteld worden. Dat is geen recensie van de diaspora. Ik bedoel meer dat het niet altijd één geheel is met een eenduidige mening over wat er zou moeten gebeuren. Maar binnen de randvoorwaarden doen we er veel aan.Tot slot voor dit blok. Mevrouw Dobbe vroeg ook naar de dode hulpverleners in Libanon. Ik was zelf enkele weken geleden in Libanon, in Nabatiye, eigenlijk vlak bij de locatie waar dat is gebeurd. Zij vroeg naar het onderzoek daarnaar. Ik wil daar twee dingen over zeggen. Eén ding is dat Nederland wereldwijd heel veel van de kantoren financiert die dit soort onderzoek faciliteren. Specifiek heb ik in Libanon aangekondigd dat wij de missie van het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, die alle misstanden sinds maart van dit jaar onderzoekt, vastlegt en analyseert, met extra middelen financieren. De missie heeft, denk ik, onlangs het werk afgerond. Ik vermoed dat het rapport ergens in de Mensenrechtenraad later dit jaar besproken zal worden. Volgens mij is het rapport zelf nog niet af, zeg ik, zonder dat helemaal honderd procent zeker te weten. Ik heb het in ieder geval nog niet gezien. Wij financieren dus dat soort onderzoek. Wij financieren ook het Libanese nationale comité voor het humanitaire oorlogsrecht. Ik heb ook met de chef daarvan gesproken. Ik vond dat een indrukwekkend persoon. Tegelijkertijd zeg ik ook wel — daar heb ik in New York ook een paar keer met mensen over gesproken — dat als wij deze rapporten hebben, weten wat er is gebeurd en er vervolgens niks volgt, het ook "adding insult to injury" is. Ik kom even niet op de Nederlandse uitdrukking. Dan is het voor de slachtoffers extra pijnlijk om te weten dat iedereen ter wereld dit weet, maar dat er vervolgens niks gebeurt. Daar heb ik New York met veel landen over gesproken. Het is niet zo dat wij nu de panacee hebben of de briljante oplossing, maar ik proef wel bij veel landen de vraag hoe we er nou voor zorgen dat al deze onderzoeken die plaatsvinden ook wel daadwerkelijk leiden tot iets van vervolging of iets van juridische consequenties. Als dat er namelijk niet is, blijft het natuurlijk heel pijnlijk. Daarin volg ik mevrouw Dobbe zeer.Voorzitter. Dan het blokje … Gaza, hoor ik mevrouw Dobbe zeggen. Ja. Dank, mevrouw Dobbe. Ik zou haar bijna uitnodigen om hier … Nee, dat zal ik niet doen, maar mevrouw Dobbe moet haar invloed op het beleid zeker niet onderschatten.Er is natuurlijk door de heer Van Baarle gevraagd naar de misdaden van de Israëlische kolonisten en hoe daar nu verder mee om te gaan. Hiervan moet ik weer zeggen: u kent de cijfers beter dan ik, meneer Van Baarle. Laat ik gewoon één voorbeeld geven. Ik sprak tijdens de managementondersteuningsconferentie van Buitenlandse Zaken met een van onze lokale medewerkers in Ramallah. Zij woont in Ramallah. Zij beschreef mij hoe kolonisten nu in Ramallah hun schrikbewind komen uitoefenen. Als we dat vergelijken met de situatie van vijftien jaar geleden, toen ik daar zelf ook mocht wonen en werken, zijn de aanvallen die daar plaatsvinden van een onbeschaamdheid, van een onverschrokkenheid, van een brutaliteit en soms van een barbaarsheid; dat is ongelofelijk. Dat is ook waarom wij extra geld hebben gegeven aan het Strafhof voor de onderzoekscapaciteit en waarom we extra geld hebben gegeven aan de VN-commissaris voor de onderzoekscapaciteit, en dat is waarom Nederland een voortrekkersrol heeft op die sanctiepakketten die zien op Israëlische kolonisten. Daar is Nederland echt de drijvende kracht achter. De moties van de heer Van Baarle kan ik bijna spellen en die worden daarin absoluut meegenomen.De heer Van Baarle vroeg ook of ik in de EU voor UNRWA ga staan. Wij hebben in New York een bijeenkomst gehad van alle lidstaten die UNRWA financieren. Ik proefde daar bij heel veel lidstaten, of ze nu Europees, Aziatisch, Afrikaans of van elders waren, hele grote steun voor deze organisatie. Diverse landen hebben daar hun bijdrage verhoogd. Dat zal het gat nog steeds niet oplossen, denk ik, maar samen met de Nederlandse bijdrage die in de suppletoire zit, is het in ieder geval iets.Even kijken of ik nog meer heb over Gaza. Mevrouw Dobbe stelde een vraag over de Israëlische regering onder druk. Zonder helemaal in herhaling te vallen van de debatten die mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, voert — dit is natuurlijk meer zijn terrein — zeg ik: Nederland loopt, denk ik, op veel terreinen voorop. U hebt gezien dat Nederland het sanctiebesluit heeft genomen. U hebt ook de reactie van de zijde van Israël gezien; het is niet onopgemerkt gebleven. U hebt de extra financiering gezien en de extra inzet die wij leveren: humanitair, UNRWA en medische evacuaties. U hebt de diplomatieke inzet gezien van mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, in de Raad om coalities te smeden en om te pleiten voor artikel 2 van het associatieverdrag. Dat zijn allemaal zaken waarvoor Nederland zich inzet en waarvan ik, als ik gewoon kijk naar New York, ook moet zeggen dat die heel breed gezien worden, niet alleen door onze Europese partners, maar ook wereldwijd. Is de situatie daarmee opgelost? Ik ben het natuurlijk met mevrouw Dobbe eens: op geen enkele manier. De situatie blijft nog steeds heel schrijnend en we blijven ons inzetten om die situatie zo goed als wij kunnen op te lossen.Voorzitter, dat was het blok Gaza, tenzij ik iets gemist heb.Mevrouw Dobbe (SP):Dan heb ik zo meteen nog wel wat vragen die niet zijn beantwoord over hulpverleners uit Gaza. Ik hoor wat de minister zegt. Het is natuurlijk wel heel pijnlijk dat wij hier debatten hebben over humanitaire hulp die niet eens Gaza binnen kan, terwijl het doden, de genocide, ook gewoon doorgaat. Die humanitaire nood wordt dus alleen maar groter en over de oorzaak daarvan blijft het toch best wel stil, ook vanuit dit kabinet. Ik heb toevallig net gezien dat de Rode Lijn-coalitie een nieuwe campagne aankondigt, omdat wij niet de enigen zijn die dit dus blijkbaar zien. De Rode Lijn-coalitie ziet dit ook. Die roept dit kabinet op tot actie. Ik denk dat dat terecht is. Op het moment dat hij ziet dat een genocide doorgaat, welke maatregelen neemt deze minister dan? Is dat een wapenembargo? Is dat een handelsembargo? Wat gaat deze minister nu doen om die genocide daar te stoppen? Volgens mij zijn wij namelijk onder het Genocideverdrag verplicht om álles te doen wat redelijkerwijs kan om genocide te stoppen. En Nederland doet niet alles wat redelijkerwijs kan om deze genocide te stoppen. Dus graag een antwoord.Minister Sjoerdsma:Mevrouw Dobbe heeft gelijk dat ik één vraag van haar niet beantwoord heb en die gaat over die hulpverleners in Gaza. Die zal ik meteen als eerste beantwoorden en daarna zal ik antwoord geven op haar interruptie. Het feitelijke antwoord is dat sinds 7 oktober 2023 het fact-finding mechanism van de Israëlische defence forces in totaal 150 incidenten van geweld tegen burgers en hulpverleners hebben beoordeeld en dat afgelopen augustus de Israëlische militaire aanklager een strafrechtelijk onderzoek heeft aangekondigd naar twee van de vijf grote incidenten. Een daarvan is de aanval op het medisch personeel van het Rode Kruis in 2024 en de tweede is de beschieting van het VN-voertuig in 2024. Nederland, de minister van Buitenlandse Zaken, het kabinet, vinden het van groot belang dat Israël uitlegt waarom er in sommige gevallen wel en in sommige gevallen niet een strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld. De minister van Buitenlandse Zaken heeft ook opnieuw opgebracht in de Raad Buitenlandse Zaken, van begin september, van 1 september, denk ik, om daarachteraan te blijven zitten. Het sentiment dat achter de vraag van mevrouw Dobbe schuilt, wordt namelijk gedeeld.Laat ik over die druk het volgende zeggen. Ik beperk het even tot Europa. Als ik kijk naar wat Europese landen doen, zie ik dat Nederland echt ongelofelijk veel doet om te voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichtingen, die mevrouw Dobbe terecht noemt. Wij nemen datgene wat het Internationaal Gerechtshof heeft gezegd, uitermate serieus. Dat is ook een van de redenen waarom het kabinet zo snel als mogelijk is gekomen met de uitvoering van bijvoorbeeld het sanctiebesluit over het weren van producten uit illegale nederzettingen. Wij waren daar de tweede mee in Europa en daarna zijn tien of elf landen ons gevolgd. Nederland loopt dus in veel van deze zaken voorop. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel van belang dat we ook die gedragsverandering zien. Het kabinet en de minister van Buitenlandse Zaken wegen dat voortdurend: welke maatregelen leiden nu tot gedragsverandering en welke niet? Ik zou graag zien dat die gedragsverandering er komt en dat die er snel komt, maar ik denk dat we wel realistisch moeten zijn over de situatie waarin we ons bevinden. Dat zei ik zonet ook in het gesprek dat we hadden over de medische evacuaties. In de aanloop naar de verkiezingen daar verwacht ik niet meteen heel veel, en is het ook de vraag welke stappen effectief zijn. Ik denk dat dat ook gewogen moet worden. De minister van Buitenlandse Zaken weegt dat voortdurend, en zal dat ook voortdurend blijven wegen. Het denken stopt dus niet, maar dit zijn de instrumenten die het kabinet tot nu toe van stal heeft gehaald.Mevrouw Dobbe (SP):Ik denk dat het sanctiebesluit een goed voorbeeld is. Wat ons betreft was het te laat, maar het is goed dat dit besluit nu is genomen. Het is ook een voorbeeld van de invloed die Nederland kan hebben. Dat zegt deze minister ook. Op het moment dat wij zoiets besluiten, volgen andere landen. Nederland heeft die rol dus ook, omdat we nog steeds een bondgenoot van Israël zijn. Eerder hebben wij adviezen gezien, ook van genocide-experts, die zeggen: als jij zo'n rol kan spelen en je zo'n bondgenoot bent van een land, dan heb je juist een extra verantwoordelijkheid. We zien nu dat het met het sanctiebesluit zo werkt — te laat, maar het heeft gewerkt — maar dat het niet tot gedragsverandering leidt. Diezelfde experts zeggen: op het moment dat iets wat je doet niet werkt, moet je opschalen. Hoe kijkt deze minister daarnaar? Volgens mij doen wij namelijk een aantal dingen niet die we wel zouden kunnen doen om deze genocide te stoppen. Als we het kúnnen doen, moeten we die maatregelen ook nemen.Minister Sjoerdsma:Ja, dat snap ik ook, maar misschien moeten we tegelijkertijd ook even kijken naar hoe deze maatregelen tot stand zijn gekomen. Nederland heeft eerst geprobeerd om de maatregel die ziet op het sanctiebesluit Europees voor elkaar te krijgen. Daar was toen geen draagvlak voor. Er was geen meerderheid voor. Na heel lang proberen heeft Nederland toen geconstateerd: oké, dan moeten we het zelf gaan doen. Nadat Nederland dat zelf is gaan doen, heeft een aantal andere landen uiteindelijk gedacht: oké, maar dan gaan wij dat ook doen. En nu lijkt er momentum te zijn om het toch Europees te gaan doen, al wil dat niet zeggen dat het snel gaat gebeuren. De minister van Buitenlandse Zaken zit niet stil. Hij heeft de motie van, volgens mij, mevrouw Kröger over het associatieverdrag goed in het achterhoofd, maar je moet in Europa natuurlijk wel voldoende steun hebben om daar iets mee te doen. Dat is telkens de weging: op welk schaakbord moet je schaken, welke stap kan je zetten en wat is nou effectief? Ik denk dat het kabinet daarin tot nu toe ontzettend veel heeft gedaan, maar ik ben het met mevrouw Dobbe eens dat het nog niet heeft geleid tot de gedragsverandering die wij allen willen zien.De voorzitter:U heeft nog één interruptie, mevrouw Dobbe. Gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):In dat kader vragen wij ook al een aantal jaren om als Nederland te blijven kijken naar wat we zelf zouden kunnen doen. Dat is mijn oproep aan deze minister. Daar moeten we naar blijven kijken, want volgens mij staat dat denken wel stil. En dat mag niet, want de genocide gaat gewoon door.Dan die hulpverleners en dat onderzoek. Ik heb ook het voorbeeld genoemd van de hulpverleners van Artsen zonder Grenzen. Zij zijn daar vijftien van hun collega's verloren in aanvallen door het Israëlische leger, en die gebeurtenissen zijn niet onderzocht door het Israëlische mechanisme dat ze wel zou moeten onderzoeken. Mijn vraag aan deze minister is hoe we ervoor kunnen zorgen dat dit wel wordt onderzocht. En als het niet wordt onderzocht door Israël of wij geen duidelijkheid krijgen over de vraag of het onderzoek transparant en objectief gebeurt, dan moet het toch onafhankelijk gebeuren. Kan de minister toezeggen dat hij daarin springt?Minister Sjoerdsma:Ja, dat kan ik. Dat hoef ik niet eens toe te zeggen, omdat dat al gebeurt. Datgene wat mevrouw Dobbe noemt en zeker het incident dat zij noemt, dat in elk opzicht verschrikkelijk was ... De minister van Buitenlandse Zaken dringt erop aan dat al deze gebeurtenissen en al deze momenten waarop hulpverleners hun leven zijn verloren, nadrukkelijk worden onderzocht door Israël. Israël moet heel helder uitleggen waarom het sommige gevallen wel onderzoekt, en welke niet. Dat doen we niet alleen bilateraal, maar dat doet de minister van Buitenlandse Zaken ook in Europees verband. Daarin trekken wij absoluut aan hetzelfde eind van het touw.De voorzitter:Dan zou ik de heer Van Baarle willen vragen om mijn plek over te nemen voor het laatste blokje van de minister, want hij had volgens mij gevolunteerd.Ik wens u verder een goede voortzetting.Voorzitter: Van BaarleDe voorzitter:Dank. De minister continueert met zijn beantwoording van het laatste blokje.Minister Sjoerdsma:Dan gaan we naar het blokje Sierra Leone. Het is denk ik van ongelofelijk belang dat we de heer Jos Leijdekkers voor het gerecht en achter de tralies krijgen, gelet op wat hij doet en gelet op de mate van state capture die daar plaatsvindt. Ik ben het zeker eens met de Kamerleden Van Ark en volgens mij ook de heer Bamenga, die benadrukten dat we ervoor moeten zorgen dat we de regering raken, maar niet de bevolking. Dat is ook waarom de maatregelen van de Commissie zien op voorziene steun aan de regering, aan begrotingssteun aan een overheid die in grote mate ondermijnd wordt door en onderdak biedt aan Jos Leijdekkers. Daar begrotingssteun aan geven, is simpelweg niet verantwoord.De EU blijft werken aan de onderwijsprogramma's, blijft werken aan de bescherming van vrouwen en mensen met een beperking en blijft werken aan jongerenparticipatie, maar het is echt van belang — ik vind dat echt cruciaal en het kabinet vindt dat cruciaal — dat we die overheid, die regering niet gaan steunen. We kunnen geen begrotingssteun uitbetalen zolang Sierra Leone Jos Leijdekkers niet uitlevert.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik zit nog even te zoeken naar wat de minister precies bedoelt. Welke begrotingssteun wordt dan precies gestopt? Ik zag namelijk ook dat de EU in 2024 een convenant heeft ondertekend met Sierra Leone. Daarom kwam ik ook op de vraag of dit bijvoorbeeld de programma's raakt voor schoolmaaltijden of onderwijs voor kinderen. Dat is namelijk precies het programma dat tussen de EU en Sierra Leone is afgesproken. Stoppen we daar dan ook mee? Bedoelen we iets anders met begrotingssteun, of bedoelen we precies dit programma dat in 2024 is afgesproken?Minister Sjoerdsma:Zoals ik het begrijp, blijven de onderwijsprogramma's in algemene zin doorlopen, maar ik ga dit even voor u na zodat ik specifiek en nauwkeurig kan zijn. Ik snap de vraag, maar nogmaals, ook even vanuit het kabinet bezien: het is echt, écht van groot belang dat de Commissie heeft laten zien: met ons valt hierover niet te sollen, wij zijn gekke Henkie niet en u kunt niet geld van ons blijven vragen terwijl u tegelijkertijd een enorme drugsbaron niet alleen een veilig heenkomen geeft, maar ook nog de zeggenschap geeft over een groot deel van uw land. Dat is uiteindelijk ook wel de bottomline hier. Dat is op heel veel manieren tragisch; het is tragisch voor iedereen die slachtoffer is van de heer Leijdekkers, maar het is natuurlijk ook tragisch voor al die mensen in Sierra Leone, die op deze manier geconfronteerd worden met een staat die niet in hun belang handelt.De voorzitter:De minister zegt dat hij het nagaat. Betekent dat dat hij er in tweede termijn op terugkomt?Minister Sjoerdsma:Zo snel als mogelijk.De voorzitter:Zo snel als mogelijk.Minister Sjoerdsma:Dit gaat nog lukken voordat we hier afronden.De voorzitter:Eventueel kan het nog tijdens het tweeminutendebat.Minister Sjoerdsma:Als dat er komt, dan absoluut.De voorzitter:De minister continueert.Minister Sjoerdsma:Mevrouw Maes vroeg naar PROSPECTS, opvang-in-de-regioprogramma's, en vroeg of andere lidstaten daar interesse in hebben. Ja, absoluut; ik doe daar outreach voor en mijn ambtenaren doen daar ook outreach voor, omdat wij dit zien als een van de meest succesvolle programma's om ervoor te zorgen dat mensen die opgevangen moeten worden niet alleen bescherming krijgen, maar ook perspectief, en tegelijkertijd het draagvlak onder de gastgemeenschappen groot blijft. Dat laatste is ook cruciaal, want we weten allemaal hoe het gaat met opvang als de gastgemeenschappen er tabak van hebben. We zijn op dit moment wel bezig met het vormgeven van versie 2.0 van dit programma. Ik sprak daar eerder met u over tijdens het debat over Sudan.Over Sudan gesproken, de heer Bamenga heeft daar twee vragen over gesteld, namelijk over het staakt-het-vuren en het civiele proces. In New York heb ik ongelofelijk veel kunnen spreken over Sudan, onder anderen met de VN Speciaal Vertegenwoordiger, de EU Speciaal Vertegenwoordiger, de Sudanese minister van Buitenlandse Zaken en eigenlijk alle regionale spelers. Er is, denk ik, goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat er echt wel beweging mogelijk lijkt. Het slechte nieuws is dat de gemoederen af en toe heel hoog oplopen, niet alleen tussen de spelers maar bijvoorbeeld ook in de Quad, die aan de lat staat voor het staakt-het-vuren. Dat helpt niet, maar het is in toenemende mate wel helder waar Nederland kan proberen om hierin een kleine rol te spelen. Ik heb eerder gezegd dat ik zal proberen om naar Sudan af te reizen. De Sudanese minister heeft mij ook uitgenodigd om dat te doen. Dat ziet er dus goed uit, zolang de veiligheid het toelaat. Cruciaal hierbij zijn ook de boodschappen die ik zal meenemen van de verschillende VN-organisaties op humanitair gebied, die echt over de linies heen humanitaire hulp willen verlenen, die af willen van de inzet van drones en die ook medische evacuatietoestellen over de linies heen zouden willen inzetten. Ook daar zullen we ons voor blijven inzetten.Tot slot de vraag van de heer Bamenga over de internationale verantwoording voor de oorlogsmisdrijven. Wij zetten ons zeer hard in voor de verlenging van het mandaat voor de factfindingmissie naar Sudan. Ik was gisteren bij de Mensenrechtenraad in Genève, waar ik een korte inbreng mocht leveren. Ik heb daar iedereen weer opgeroepen om die mandaatverlenging van harte te steunen.Dan de heer Van Baarle, die nu even de voorzitter is in dit CD. Hij vroeg ook op welke manier ik de situatie in Sudan in de komende Raad ga opbrengen. Ik ga die in het kader van de toekomstige ontwikkelingssamenwerking in ieder geval opbrengen als een voorbeeld van waar de Europese Unie vanuit een humanitair oogpunt urgent moet laten zien waar zij staat en wat zij doet. Misschien is dit niet het meest geopolitieke conflict in de zin dat je er van alles en nog wat uit kunt halen aan directe belangen, maar ik denk dat het belang van de Europese Unie ook kan zijn dat zij wordt gezien als een onafhankelijke, bemiddelende speler. Juist als wij in dit soort dingen engageren, zullen andere landen in de wereld onze geloofwaardigheid nog weer iets hoger achten dan nu.Voorzitter. Dat waren de vragen gesteld door de Kamer in de eerste termijn.De voorzitter:Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik kijk of er in eerste termijn nog interrupties zijn. Dat is het geval. Kort, meneer Bamenga, want we lopen richting de eindtijd.De heer Bamenga (D66):Ik zal het kort houden. Dank in ieder geval voor de antwoorden wat betreft Sudan. Ik hoor de minister zeggen dat de gemoederen hoog oplopen, zeker in de gesprekken binnen de Quad. Ik hoor ook dat de minister is uitgenodigd om naar Sudan te gaan. Ziet de minister ook een mogelijkheid om daar een rol te spelen in de vorm van bemiddeling of wat dan ook?Minister Sjoerdsma:Ja, kijk, er zijn denk ik meerdere … Laat ik het zo zeggen. Er liggen zo veel uitdagingen op dit terrein dat Nederland ze zeker niet allemaal zal kunnen coveren. Dit is een van de opties om even goed naar te kijken. Veel zal ook afhangen van hoe in de komende tijd bepaalde initiatieven en bepaalde diplomatieke pogingen zullen uitpakken. Maar absoluut, we zullen hiernaar kijken.En dan misschien nog de vraag van mevrouw Van Ark van zonet. Ik stel voor dat ik daar even op terugkom in het verslag van deze RBZ. Dan krijgt de Kamer vrij snel uitsluitsel, maar dan zorgen we ervoor dat die cijfers even netjes op een rij staan.De voorzitter:Is dat oké voor mevrouw Van Ark? Ik zie haar knikken. Dan zullen we dat zo dadelijk in de administratie opnemen. Ik zie dat er verder geen interrupties zijn in eerste termijn. Dan dank ik de minister nogmaals voor de beantwoording. We hebben nog tien minuten. Ik zou dus willen voorstellen om maximaal één minuut spreektijd te wijden aan de tweede termijn, en onszelf geen interrupties toe te staan. Anders is er namelijk geen tijd meer voor een beantwoording van de aanvullende vragen. Kan iedereen daarmee instemmen? Ik zie dat dat het geval is. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe voor haar tweede termijn.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Dat gaan we dan snel doen. We hebben het gehad over de hulpverleners die zijn gedood. We zien dat Nederland organisaties ondersteunt die onderzoek doen en ook een oproep doet aan de Israëlische regering, maar de conclusie is dat er nog steeds gedode hulpverleners zijn bij wie niet wordt onderzocht wat er is gebeurd. Volgens mij mag dat niet gebeuren, dus ik zou de minister ook willen vragen: welke mogelijkheden zijn er nu om ervoor te zorgen dat er wel onafhankelijk onderzoek plaatsvindt? Als de Israëlische regering dat niet doet, kunnen wij dat dan doen?Dan tot slot, voorzitter. We hebben het ook gehad over medische evacuaties. Het is goed dat dit kabinet investeert in medische capaciteit in de regio, maar het is wel pijnlijk dat dat minder is dan het kabinet-Schoof. Ik zal eerlijk bekennen dat ik dat niet scherp had. Het is ook niet zo dat het kabinet-Schoof dat geld over de balk heeft gesmeten. Volgens mij hebben ze dat ook geïnvesteerd in medische capaciteit in de regio. Geld maakt dus wel degelijk uit. Mijn vraag is dus: is dit kabinet beried om dat bedrag in ieder geval op te trekken naar wat het kabinet-Schoof uitgaf en niet de deur dicht te doen voor evacuaties naar Nederland?De voorzitter:Voor de administratie: volgens mij hoorde ik dat er voornemens waren om een tweeminutendebat dan wel een motie aan te vragen. Het hoeft niet, maar ik denk: ik leg het even neer. Dan moet dat tijdens … Het hoeft niet.Mevrouw Dobbe (SP):Ik laat het even gebeuren, want ik denk dat er vanavond heel veel debatten zijn waar we moties in kunnen dienen. Maar mocht iemand het willen, dan kunnen we gewoon het rijtje afgaan en dan is die gewoon de eerste.De voorzitter:Ik check dit even, ook gezien het feit dat dat een gevolg zou hebben voor de plenaire agenda. Het woord is aan mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik ben het met mevrouw Dobbe eens. We hebben volgens mij genoeg tweeminutendebatten vanavond. Ik zal hier niet iedereen aanmoedigen, maar we bespreken vanavond veel onderwerpen en eventueel kunnen onderwerpen daar terugkomen.Voorzitter. Ik denk dat de minister heel duidelijk uiteenzette waar ook het CDA voorstander van is. We mogen drugscriminelen zoals de heer Jos Leijdekkers niet laten wegkomen. Ook de bevolking van Sierra Leone lijdt daar nu onder. Wat mij betreft is het wel goed om die belangenafweging tussen druk zetten op Sierra Leone en de bevolking ontzien goed voor ogen te houden. Ik ben dus blij met de toezegging van de minister dat hij hier nog eens zorgvuldig naar kijkt. Ik wil ook nogmaals de volgende oproep doen. Als de minister kans ziet om een soort van coalitie van landen voor elkaar te krijgen om de medische uitzonderingspositie voor de protheseonderdelen en voor revalidatiemateriaal voor elkaar te krijgen, dan zou dat een heel succesvol punt kunnen zijn van dit kabinet. Ik snap dat dat niet van vandaag op morgen geregeld is, maar misschien is het een punt aan de horizon voor het kabinet om aan te werken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maes.Mevrouw Maes (VVD):Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor alle antwoorden. Ik heb nog een vraag die in mijn beleving niet helemaal beantwoord is. Aan het antwoord van de minister wil ik ook nog wel iets koppelen. Hij vertelde dat er in december weer een bijeenkomst is over de Global Gateway. Mijn verzoek, of uitdaging, aan de minister was om daar dan bijvoorbeeld met een aantal bedrijven naartoe te gaan. Daar zou ik graag nog een reactie van de minister op hebben.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Maes. Het woord is aan mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (PRO):Dank, voorzitter. Ik heb nog twee punten. Het eerste gaat over geld van de Global Gateway naar fossiel. De minister geeft aan dat dat wel mogelijk is. Volgens mij staat dat haaks op de Glasgow Declaration, die Nederland getekend heeft. Daar wil ik dus nog heel graag schriftelijk meer inzicht in. Het tweede punt is toch het meest pijnlijke punt van dit debat, namelijk de medische evacuaties uit Gaza. De minister overtuigt niet. De minister overtuigt niet in wat hier nou onder zit als keuze. Ik ben het er helemaal mee eens dat we echt zo veel mogelijk kinderen in de regio gaan helpen en met de diplomatieke inzet, maar het is mij volstrekt niet duidelijk waarom hij niet naar de oproep van de WHO en het internationale Rode Kruis luistert om ook hier kinderen op te vangen. Hij zegt dat het geen principieel punt is, dat er geen blokkade van de VVD ligt en dat er geen blokkade is binnen het kabinet. Dan kunnen we dat dus regelen. Hopelijk geven wij vanavond als Kamer, als wij de motie indienen, duidelijk het signaal dat wat ons betreft die deur niet gesloten moet worden.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kröger. Het woord is aan de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ook ik zal het kort houden. Ik wil de minister graag bedanken voor alle antwoorden. We hebben over verschillende zaken gesproken. Ik denk dat we over belangrijke zaken hebben gesproken. We hebben ook gesproken over hoe wij de kinderen in Gaza die in nood zijn zo veel mogelijk kunnen helpen, de situatie in Sierra Leone, de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, diasporabeleid en Sudan. Dank in ieder geval. Ik heb geen overige vragen, want die zijn allemaal beantwoord door de minister. Ik kijk uit naar de volgende debatten hierover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bamenga. Ik zal gezien mijn huidige status en ook de tijd afzien van een tweede termijn.Dan kijk ik naar de minister voor de beantwoording. U heeft vijf minuten. Dus succes!Minister Sjoerdsma:Dank, voorzitter. Gefeliciteerd met uw nieuwe status.Mevrouw Dobbe vroeg naar de hulpverleners en de onderzoeken. Ik ben het met haar eens dat het niet kan dat sommige van deze gevallen niet onderzocht worden. Ik ben het er ook mee eens dat dat internationaal moet gebeuren. Voor een deel gebeurt dat ook, maar niet voor alles. Laat ik het gewoon koppelen aan het onderwerp van dit debat: ik neem dit mee naar mijn collega's in Dublin en ik zal ook even kijken of daar nog slimme ideeën leven over hoe dit nu verder te brengen is. Daar kom ik op terug in het verslag.Zij vroeg ook om geld erbij. Ik ben altijd voor geld erbij voor mijn begroting. Ik ben ook dankbaar dat het kabinet heeft gekozen voor het toevoegen van 1,1 miljard over de komende drie jaar. Ik denk wel dat praten hierover echt iets is voor de begrotingsbehandeling.Mevrouw Van Ark vroeg nog naar Sierra Leone, druk zetten en het ontzien van de bevolking. Ik denk dat dat een heldere boodschap is, ook omdat we anders ons doel misschien niet bereiken. Als we erin slagen om de bevolking achter Jos Leijdekkers te scharen, schieten we ons doel natuurlijk voorbij. We zullen zorgen dat dat helder terugkomt in het verslag. Wat de door haar genoemde coalitie betreft: we zijn bezig in een brede coalitie. Ik denk dat de Kamerleden ook diverse gezamenlijke verklaringen van verschillende lidstaten hebben gezien die helder oproepen om dit mogelijk te maken. We zullen dat ook blijven doen. Het is helaas niet gezegd dat daarnaar wordt geluisterd.Mevrouw Maes vroeg … O, excuus.De voorzitter:Ik onderbreek u minister, want mevrouw Dobbe wil interrumperen. Ik wil best nog interrupties toestaan, want we hebben nog enkele minuten, maar dat wordt dan één zin. Anders halen we het niet. Dus één zin, één vraag, geen inleidingen, geen betogen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vroeg of deze minister hetzelfde bedrag voor medische capaciteit in de regio kan uittrekken als het kabinet-Schoof.Minister Sjoerdsma:Ik heb uitgelegd hoe onze inzet anders is, maar als u dit wil bespreken, zou mijn gevoel zijn: doe dat bij de begroting.De voorzitter:U was bij de beantwoording van de vraag van mevrouw Maes.Minister Sjoerdsma:Dat klopt. Ik snap de intentie van de vraag van mevrouw Maes hoe we het Nederlandse bedrijfsleven zo goed mogelijk positioneren. Dat zal het kabinet doen en dat zal ik ook doen. Ik ben er alleen niet van overtuigd dat het afreizen met specifieke bedrijven naar Brussel daar de doorslaggevende zet zal zijn. Wel is het zo dat we regelmatig met bedrijven praten over de problemen waar zij tegenaan lopen als ze gebruik willen maken van deze faciliteiten. Dat is ook waarom we een Team National hebben opgericht om dit juist makkelijker te maken. Als er concrete dingen zijn die wij kunnen doen om het bedrijfsleven beter te positioneren of drempels weg te nemen, dan gaan we dat dus absoluut doen, want daar ben ik zeer gemotiveerd voor.Mevrouw Kröger vroeg nog naar geld, fossiel en de samenhang met Glasgow. Omwille van de tijd ga ik in het verslag terugkomen op de samenhang daartussen.Daarmee dank ik de Kamer voor de gestelde vragen en voor het zeer gewaardeerde debat. Tot vanavond bij diverse tweeminutendebatten.De voorzitter:Dan is de minister aan het einde gekomen van zijn beantwoording in de tweede termijn, waarvoor wij hem dankzeggen.Ik loop de toezeggingen nog met u door. Ten aanzien van Sierra Leone wordt de Kamer erover geïnformeerd of de budgetten voor het onderwijs aan kinderen en schoolmaaltijden wel of niet doorgang zullen vinden; dat was volgens mij een toezegging aan mevrouw Van Ark en dat gaat gebeuren in het verslag van de RBZ. In dat verslag wordt de Kamer ook nader geïnformeerd over het onafhankelijke onderzoek naar omgekomen hulpverleners in Gaza; dat was volgens mij een toezegging aan mevrouw Dobbe. Tot slot het geld voor fossiele brandstoffen in relatie tot het OS-budget … Minister Sjoerdsma:Tot de Glasgowovereenkomst.De voorzitter:Tot de Glasgowovereenkomst. Aan mevrouw Kröger is toegezegd om daar nader op terug te komen. Ik zie dat mevrouw Kröger daar een opmerking over wil maken.Mevrouw Kröger (PRO):Het gaat erover of Global Gateway-geld ingezet wordt voor fossiele investeringen. Dat kan vertaald worden als fossiele brandstoffen, maar dat is een onderdeel van fossiele investeringen.De voorzitter:Zowel de minister als dienstdoende griffier luisteren mee. We zullen dat opnemen in de boeken. Ik dank de Kamerleden voor het debat en ik dank de minister en zijn ondersteuning voor de beantwoording. Sluiting 13.01 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAMVerslag CD van 1 oktober 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected]

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 38f5858a9ba937f9

13 okt 2026 · 2a20535c22b430dc

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.