KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vervoer Gevaarlijke Stoffen

3 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8c19925b7f0e9200 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 373Vervoer gevaarlijke stoffenNr. 81 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 november 2025Met deze brief wordt u geïnformeerd over de veiligheid van het vervoervan gevaarlijke stoffen. In eerdere brieven hierover werd tot dusver vooralstilgestaan bij de jaarlijkse monitoring van het basisnet vervoer gevaar-lijke stoffen en de eventuele geconstateerde overschrijdingen van dezogeheten risicoplafonds. Dat veronderstelt ten onrechte dat het basisnethét instrument is om het vervoer van gevaarlijke stoffen veilig te houden.In deze brief wordt daarom naast de reguliere jaarlijkse monitoring vanhet basisnet een bredere toelichting gegeven over de beleidsinzet voorhet veilig vervoer van gevaarlijke stoffen.Allereerst wordt dan ook ingegaan op de Nederlandse inzet op het continuverbeteren van de internationale veiligheidsregels die op het transportvan toepassing zijn. Hiermee worden ongevallen en het vrijkomen vangevaarlijke stoffen tijdens het vervoer voorkomen. Deze toelichting geeftinvulling aan de toezegging om de Kamer te informeren over de interna-tionale regelgeving1.Ten tweede wordt de inzet toegelicht om vervoer van gevaarlijke stoffen tevoorkomen. Het veiligste vervoer van gevaarlijke stoffen is immers hetvervoer dat niet plaatsvindt. Daarbij is het goed te beseffen dat hetvervoer van gevaarlijke stoffen onder het vrij verkeer van goederenbinnen de EU valt, waardoor de mogelijkheden om vervoer te voorkomenbeperkt zijn.Ten derde wordt u geïnformeerd over de manieren waarop in Nederlandwordt omgegaan met de restrisico’s van het vervoer van gevaarlijkestoffen. Ondanks de strenge internationale eisen aan het vervoer vangevaarlijke stoffen blijven er restrisico’s bestaan. Deze risico’s zullen wemoeten accepteren. Tegelijkertijd blijft aandacht voor de mogelijkeeffecten van een ongeval van belang. Om daar een balans in te vinden1Toezegging 15 871, 19 december 2024 kst-30373-81ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 811 heeft het Rijk het basisnet ontwikkeld. De huidige systematiek van hetbasisnet werkt niet en heeft geen toekomst. Daarom wordt er door hetministerie en belanghebbenden gewerkt aan een herziening hiervan. In ditonderdeel wordt als laatste ingegaan op de stand van zaken van hetemplacementenproject.Vervoer dat plaatsvindt is veilig: Internationale inzet voor hetveilig vervoer van gevaarlijke stoffen en het voorkomen vanincidentenDe regels voor het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen worden internati-onaal in VN- en EU-verband vastgesteld2. Deze regels, die om de twee jaarworden herzien, hebben onder andere betrekking op de eisen waaraaneen vervoermiddel en verpakkingen moeten voldoen, veiligheidsmaatre-gelen, training en opleidingen die betrokkenen bij het vervoer vangevaarlijke stoffen moeten volgen, verantwoordelijkheden van betrok-kenen bij het vervoer en over vervoersdocumentatie. Via Richtlijn2008/68/EG zijn deze voorschriften ook van kracht op het vervoer vangevaarlijke stoffen binnen de EU. Internationaal is hiermee aangegevendat het vervoer dat aan deze voorschriften voldoet, voldoende veilig is. Deverschillende schakels in de keten van het vervoer zijn verantwoordelijkom de regels en voorschriften na te leven. De Inspectie Leefomgeving enTransport (ILT) houdt in Nederland risicogericht toezicht op de nalevingvan de geldende veiligheidsvoorschriften.EnergietransitieNederland is actief bij de ontwikkeling van de internationale regelgevingen voorschriften. De internationale inzet van Nederland sluit aan op voorNederland relevante ontwikkelingen in het vervoer van gevaarlijke stoffen.Eén van die ontwikkelingen is de energietransitie, die naar verwachtingleidt tot een toename van het vervoer van stoffen met andere risico’s dande huidige fossiele brandstoffen. Daarbij kan worden gedacht aan stoffenals ammoniak en waterstof. IenW zet zich daarom de komende jaren inom waar nodig de internationale regelgeving aan te passen om de veiligeenergietransitie mogelijk te maken.Internationaal zet Nederland in op het verder aanscherpen van deconstructie-eisen van ketelwagons waarin ammoniak mag wordenvervoerd. Voor vervoer via de binnenvaart wordt door Nederland in kaartgebracht wat de mogelijkheden en benodigde wettelijke eisen zijn voorveilig vervoer van gekoeld vloeibaar gemaakte waterstof, zodat die eisenkunnen worden opgenomen in de regelgeving. Daarmee wordt eenalternatief mogelijk gemaakt voor het vervoer van ammoniak intankschepen.Met de energietransitie zal ook de wereldwijde vraag naar batterijen enhet mondiale vervoer daarvan toenemen. Batterijen spelen immers eenbelangrijke rol in het bereiken van doelen als zero-emissie mobiliteit en deopslag van hernieuwbare energie. Op VN-niveau ondersteunt Nederlandde ontwikkeling van een nieuwe, fijnmazige aanpak voor de gevaarsclassi-ficatie van batterijen tijdens transport. Daarmee sluiten de vervoersvoor-waarden beter aan op de risico’s die het vervoer van de diverse nieuwetypen batterijen met zich meebrengt.Aanpassingen aan de internationale veiligheidseisen worden gedaan opbasis van de nieuwste wetenschappelijke en technische inzichten. IenW2Het ADR-verdrag voor het wegvervoer, het RID-verdrag voor het spoorvervoer en hetADN-verdrag voor de binnenvaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 812 laat daarom ook een onderzoek uitvoeren naar de effecten van hetonverhoopt vrijkomen van ammoniak en andere waterstofdragers tijdenshet vervoer van deze stof over de weg, het spoor, de binnenwateren endoor buisleidingen. De Kamer zal volgend jaar rond de zomer wordengeïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek en eventuele(internationale) vervolgstappen.Voorkomen van en sturen op het vervoer van gevaarlijke stoffenHet vervoer van gevaarlijke stoffen wordt gestuurd door vraag en aanbod.De herkomst en bestemming, de kosten van productie en vervoer, delogistieke capaciteit, en hoeveelheden van de te vervoeren stof hebbengrote invloed op de routes en modaliteit waarover het vervoer van dezestoffen plaatsvindt. Ook omdat het vervoer valt onder het vrij verkeer vangoederen. Op dit moment is het vervoer van gevaarlijke stoffen inNederland als volgt verdeeld over de modaliteiten3:Toch kan in gevallen gekeken worden of een specifieke stroom mogelijktoch voorkomen of verkleind kan worden. IenW maakt daarom waarmogelijk afspraken met het bedrijfsleven en andere partijen om bepaaldevormen van vervoer te voorkomen of te beperken (door middel vanconvenanten). Ook zet IenW, samen met andere overheden, in opruimtelijke sturing bij nieuwe activiteiten, zodat deze activiteiten(productie, opslag en verwerking) geclusterd worden.ConvenantenHet doel van de vrijwillige afspraken op het gebied van gevaarlijke stoffenis het verminderen van bepaalde vervoersstromen of het vergroten van deveiligheid op en rond de infrastructuur. In eerdere Kamerbrieven bent ugeïnformeerd over de huidige convenanten4. Jaarlijks wordt de Kamergeïnformeerd over de naleving van het convenant Warme-BLEVE vrijsamenstellen en rijden van treinen5. De naleving wordt door ProRailgemonitord. In 2024 heeft 97% van de treinen Warme-BLEVE vrij gereden.Hiermee is het nalevingspercentage gestegen ten opzichte vanvoorgaande jaren.3Ecorys, «Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen», juni 20244Kamerbrief Basisnet en Robuust Basisnet gevaarlijke stoffen, 24 juni 2024, Kamerstuk 30 373,nr. 785Een BLEVE is een boiling liquid expanding vapour explosionTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 813 In aanvulling op de bestaande convenanten is het afgelopen jaar doorIenW ingezet op gesprekken met sectorpartijen en ProRail, ter invullingvan de motie van Bouchallikh en de Hoop en toezegging om met de sectorin gesprek te gaan over vrijwillige afspraken, die met deze brief wordenafgedaan6. In de motie wordt de regering verzocht te onderzoeken inhoeverre IenW de sector kan stimuleren in Nederland zo veel mogelijkgebruik te maken van minder dichtbevolkte routes en andere modaliteitenom een veiliger vervoer van gevaarlijke stoffen te realiseren. Er zijnmogelijkheden onderzocht om vrijwillige afspraken te maken omtechnische innovaties, risicoassessment methodes voor routekeuze en hetgebruik van meetgegevens voor veiligheidsverbetering. Na dezegesprekken is geconcludeerd dat er te veel bezwaren zijn op het gebiedvan effectiviteit en juridische haalbaarheid om een convenant te sluiten opdeze onderwerpen. Zo wordt in een risicoassessment van de verlader degehele (internationale) route bekeken, niet alleen het nationale gedeeltevan het vervoer. Dit kan in de praktijk ook leiden tot een routekeuze die inNederland juist door dichtbevolkt gebied gaat, om verderop in de route (inhet buitenland) door minder dichtbevolkt gebied te rijden. De gesprekkenhebben wel geleid tot intensievere data-uitwisseling voor proactiefonderhoud aan ketelwagons ter voorkoming van technische manke-menten.ModaliteitskeuzeHet vervoer van gevaarlijke stoffen vindt via alle modaliteiten plaatsomdat elke modaliteit zijn eigen functie heeft in het goederenvervoer-systeem. En al voldoet het vervoer aan de internationale voorschriften,het kan impact hebben op de leefomgeving. Met name het spoorvervoerdat door dichtbevolkte binnensteden gaat, kan als last worden ervaren. Opdie plekken zijn de gevolgen, als er toch een ongeval plaatsvindt, ook hetgrootst. Daarom heeft het ministerie onderzocht of er mogelijkheden zijnom specifieke bestaande stromen van vervoer van gevaarlijke stoffen overhet spoor uit te faseren door middel van clustering van bestaandeactiviteiten of modaliteitskeuzes voor de binnenvaart te bevorderen7. Deconclusie uit dit onderzoek is dat er hiervoor op korte termijn zeerbeperkte mogelijkheden zijn. Om vervoersstromen te verplaatsen naarandere modaliteiten zijn langetermijninvesteringen en samenwerkingnodig. Dit kost tijd, maar IenW blijft hierop inzetten. Wanneer er ontwikke-lingen op dit vlak zijn wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.RoutekeuzeDe Betuweroute is speciaal aangelegd voor het spoorgoederenvervoer enmijdt dichtbevolkte gebieden. Aan de Tweede Kamer is toegezegd om inhet Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer nader in te gaan op stimu-lering van deze route8. Onder meer de mogelijkheden om het gebruik vandeze route via een financiële prikkel verder te stimuleren zal wordenonderzocht. Hierbij geldt wel dat de Betuweroute niet voor al het vervoervan gevaarlijke stoffen een logische optie is. Voor bij voorbeeld vervoervan en naar de haven van Vlissingen en van en naar Chemelot in Limburgis de Betuweroute vaak geen realistisch alternatief.6Motie van de leden Bouchallikh en De Hoop, 26 januari 2023, Kamerstuk 29 984 nr. 1085 entoezegging uit Kamerbrief Veiligheid van het Railvervoer, 11 december 2023, Kamerstuk 29 893,nr. 2647Ecorys, «Analyse vervoer gevaarlijke stoffen per spoor: inventarisatie op basis vandata-analyse en interviews.» 12 november 20248Toezegging TZ202504-040, 3 april 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 814 Ruimtelijke sturingDaarnaast wil IenW zich inzetten nieuwe stromen van vervoer tevoorkomen door middel van ruimtelijke sturing. Hiervoor zet IenW in opafstemming met andere departementen en decentrale overheden. Zo kaningezet worden op clustering van nieuwe chemische activiteiten. Metclustering wordt de stof geheel of deels verwerkt waar deze geproduceerdwordt en wordt vervoer voorkomen. Ook kan gedacht worden aan deaansluiting van nieuwe activiteiten en het daaruit voortvloeiende vervoer,op de bestaande infrastructuur, de huidige corridors. Dit om nieuwevervoersstromen buiten de huidige corridors te voorkomen.Omgaan met restrisico’sHet vervoer van gevaarlijke stoffen dat aan de internationale voorschriftenvoldoet, wordt op grond van EU-regelgeving als veilig beschouwd.Desondanks is het risico van het vervoer natuurlijk nooit nul. Aan de enekant blijft IenW zich inzetten de internationale voorschriften daar waarnodig verder aan te scherpen bij nieuwe vervoersontwikkelingen. Aan deandere kant moet aandacht zijn voor de restrisico’s en acceptatie daarvan.In de ons omringende landen worden deze restrisico’s impliciet dan welexpliciet maatschappelijk geaccepteerd: er worden in die landen geenaanvullende eisen gesteld aan het vervoer, de infrastructuur en deomgeving. In Nederland hebben we voor de omgang met de restrisico’shet basisnet. Eerder is de kamer geïnformeerd over de in 2023 uitge-voerde externe evaluatie waaruit blijkt dat dit systeem niet werkt. In ditonderdeel zal achtereenvolgens worden ingegaan op:−De jaarlijkse monitoring van het vervoer over het basisnet;−De ontwikkeling van het Robuust basisnet; en−Het emplacementenproject.Jaarlijkse monitoring van het vervoer over het basisnetHet vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, binnenwateren en hetspoor wordt gemonitord. Jaarlijks worden de gegevens van het vervoerdat het voorgaande jaar heeft plaatsgevonden gepubliceerd. De monito-ringsgegevens van het vervoer dat in 2024 heeft plaatsgevonden zijnbeschikbaar op IPLO.nl9. Over het algemeen is het totaal volume intonnen vervoer van gevaarlijke stoffen afgenomen. Met name op hetspoor is een afname van het vervoer van gevaarlijke stoffen op deBrabantroute en de Bentheimroute te zien. Het vervoer is op deze routesmet respectievelijk gemiddeld 15% en 20% afgenomen. In 2024 is er geentoename van het vervoer van ammoniak waar te nemen.Ontwikkeling van het Robuust basisnetHet huidige systeem van het basisnet werkt niet en wordt herzien in eenproject dat tot dusver het Robuust basisnet wordt genoemd. Systemen diegebaseerd zijn op de aanname dat het Rijk actief kan sturen op hoeveel-heden en routes werken niet en kunnen ook niet werken. Dit maakt hethuidige systeem verwarrend en complex, wat leidt tot misvattingen overveiligheid en risico’s. Dit is ook door de Kamer geconcludeerd tijdens hetdebat spoorgoederenvervoer op 24 april 2025. Het Ministerie van IenW isde afgelopen vijf jaar in gesprek met diverse betrokkenen over deherziening van het systeem. Er is gekeken naar de mogelijke opties voorhet Basisnet en aanpassing van de verantwoordelijkheidsverdeling.Daarbij is onder andere de optie in beeld gebracht om het huidige, nietwerkende, systeem af te schaffen. Dat sluit aan bij de werkwijze in alle ons9Vervoercijfers van gevaarlijke stoffen | Informatiepunt LeefomgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 815 omringende landen, waarbij de internationale veiligheidsvoorschriftenaan het vervoer als toereikend geborgd worden gezien. De opties zijn ineerdere Kamerbrieven uiteengezet10. De voorkeur van de betrokkenpartijen is uiteindelijk om het Basisnet niet geheel af te schaffen maar tewerken aan een nieuw systeem. In de kamerbrief van 19 december 202411heeft het ministerie de grote lijnen voor dit nieuwe systeem uiteengezet.Op een aantal onderdelen daarvan lopen de beelden tussen belangheb-benden uiteen.Tijdens het commissiedebat Spoorgoederenvervoer zijn toezeggingengedaan om de Kamer voor de zomer te informeren over de gesprekkenmet decentrale overheden over het Kernnet, de monitoring en mogelijk-heden ten aanzien van routeren12. De daaropvolgende moties13 roepenhet ministerie op om via gesprekken tot overeenstemming te komen voorhet einde van dit jaar. Het ministerie hecht er waarde aan deze gesprekkente voeren om tot een goed werkend systeem te komen dat draagvlak heeftbij alle belanghebbenden.Recent heeft het Platform Spoorgoederenvervoer en Leefomgeving eenrapport opgeleverd met adviezen voor het «Toekomstbeeld spoorgoede-renvervoer»14 . Het rapport onderschrijft het belang van het vervoer vanchemische stoffen en dat dit vervoer via het spoor veilig kan plaatsvinden.Daarbij wordt steun uitgesproken om samen met de regio’s knopen doorte hakken om het systeem te vernieuwen. Het Platform deelt een aantalhandreikingen en adviezen hiervoor. Met name de adviezen voor eenheldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen partijen en een periodiekgesprek over de restrisico’s zijn en blijven belangrijke onderdelen van hetgesprek.De gesprekken met belanghebbenden lopen zoals gezegd al lange tijd. Hetrisico daarbij is dat in zulke processen het doel uit beeld kan raken. Om tekijken of we als betrokken partijen tot overeenstemming kunnen komenheb ik een bestuurlijk traject over de herziening van het basisnet gestart.In dit traject zullen bestuurders namens IPO, VNG, het veiligheidsberaaden het Ministerie van IenW en VRO spreken over de doelen en uitgangs-punten die we allen hebben bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ikverwacht dat dit zal leiden tot bestuurlijke afspraken die helpen om totovereenstemming te komen over de herziening van het basisnet. Ik zal uwKamer na afloop van dit traject informeren over de uitkomsten.EmplacementenprojectIn de brief van 19 december 2024 bent u op de hoogte gesteld van dedenkrichtingen van het ministerie voor de aanpassing van de vergunning-plicht naar algemene regels voor veiligheidsmaatregelen op emplace-menten. Momenteel wordt de haalbaarheid van het emplacementen-project in beeld gebracht. Onderdeel van deze zorgvuldige afweging zijnde uitvoerbaarheid en financiële dekking. Om de uitvoerbaarheid van devoorgenomen richting te kunnen beoordelen voert ProRail in opdrachtvan IenW een consequentieonderzoek uit. De resultaten hiervan worden in10Kamerbrief Basisnet en Robuust Basisnet gevaarlijke stoffen, 24 juni 2024, Kamerstuk 30 373,nr. 7811Kamerbrief Robuust Basisnet en Veiligheid spoorwegemplacementen, 19 december 2024,Kamerstuk 30 373, nr. 8012Toezeggingen TZ202504-041, TZ202504-042 en TZ202504-043, 3 april 2025.13Motie van het lid Veltman c.s., 24 april 2025, Kamerstuk 29 984, nr. 1236; motie van het lid vanDijk, 24 april 2025, Kamerstuk 29 984, nr. 1240; motie van het lid van Dijk, 24 april 2025,Kamerstuk 29 984, nr. 124114Advies over een ambitieus spoorgoederenvervoer | Overlegorgaan Fysieke LeefomgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 816 het vierde kwartaal van dit jaar verwacht. Op basis van dit onderzoekwordt ook gekeken welke financiële dekking nodig is.Tijdens het debat Spoorgoederenvervoer op 24 april heeft de Kamer hetministerie verzocht om de veiligheidseisen op emplacementen zo uniformmogelijk vast te stellen, maar in zeer uitzonderlijke gevallen maatwerkmogelijk te maken15. Zoals gemeld in de beantwoording van hetSchriftelijk Overleg spoorveiligheid en ERTMS16 is het uitgangspunt datmet de implementatie van de voorzieningen en maatregelen uit hetemplacementenproject rekening wordt gehouden met de verschillen opemplacementen. Hiermee is een balans tussen de uniformiteit enspecifieke situaties op emplacementen. Maatwerk draagt niet bij aan hetbehoud van de uniformiteit van de voorzieningen op emplacementen enis daarom niet toegestaan. Wanneer alle partijen het eens zijn over zeeruitzonderlijke gevallen blijft er wel ruimte zijn voor het gesprek over eenuitzondering. Zo zijn er voor Kijfhoek en de Rotterdamse emplacementengesprekken gaande over een mogelijke uitzondering.VervolgMet deze beleidsinzet wil IenW de veiligheidsketen rond het vervoer vangevaarlijke stoffen versterken. De Kamer zal geïnformeerd worden over devoortgang op de verschillende dossiers.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen15Motie van het lid Veltman c.s., 24 april 2025, Kamerstuk 29 984, nr. 123716Verslag van een schriftelijk overleg over spoorveiligheid en ERTMS, 23 september 2025,Kamerstuk 29 893, nr. 283Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 373, nr. 817

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5d52ed83fa7d50ba

14 okt 2026 · 7dbe38a371addffa

13 okt 2026 · 7e7c67637f3ca4f8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.