KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het WODC-rapport ‘Een verkennend onderzoek naar preventieve mogelijkheden in binnen- en buitenland voor een veilige terugkeer in de samenleving van hoogrisicogedetineerden’.

29 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4c86732c0522ab0f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 587Justitiële InrichtingenNr. 1135 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Hierbij bied ik uw Kamer aan het rapport «Precair preventief pionieren.Een verkennend onderzoek naar preventieve mogelijkheden in binnen- enbuitenland voor een veilige terugkeer in de samenleving van hoogrisico-gedetineerden». Het onderzoek is uitgevoerd door de RijksuniversiteitGroningen en de Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van hetWetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).AanleidingDe intensieve aanpak van georganiseerde criminaliteit heeft geleid tot eentoename van het aantal hoogrisicogedetineerden. Deze gedetineerdenworden geplaatst in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of op een Afdelingvoor Intensief Toezicht (AIT). Door zicht te houden op de veiligheidsrisico’sdie uitgaan van deze specifieke groep en door aanvullende veiligheids-maatregelen te treffen wordt voortgezet crimineel handelen vanuitdetentie (VCHD) zoveel mogelijk voorkomen en de samenleving zo goedmogelijk beschermd tegen deze gedetineerden.Het WODC-rapport «Vergelijkend onderzoek Italiaans 41-bis detentie-regime» (Struijk e.a.) leidde tot de vraag of een voor de samenlevingveilige terugkeer voor deze doelgroep überhaupt haalbaar is en of hethuidig instrumentarium aan taxatie-instrumenten tijdens detentie entoezicht-mogelijkheden na detentie toereikend is voor deze specifiekedoelgroep. Het WODC is daarom verzocht om hier nader onderzoek naarte doen. Bijgevoegd treft u de resultaten van het onderzoek aan.In deze brief schets ik kort de belangrijkste uitkomsten van hetWODC-onderzoek, de aanbevelingen en geef ik mijn inhoudelijke reactie.Tot slot ga ik in op enkele andere relevante ontwikkelingen: de aanpak vandrones en een eerder incident inzake laptops. kst-24587-1135ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11351 Uitkomsten van het onderzoekHet onderzoek is specifiek gericht op de groep hoogrisicogedetineerdendie worden geplaatst in de EBI of op een AIT. Het betreft een literatuur- endocumentstudie aangevuld met interviews, waarbij tien landenverkennend zijn onderzocht (Canada, Denemarken, Duitsland, Engeland &Wales, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Verenigde Staten (VS), Zweden enZwitserland).Instrumentarium tijdens detentieUit de rechtsvergelijkende verkenning blijkt dat slechts de VS (Supermaxprison-concept), Italië (41bis regime)en Zweden (Fenix-afdeling) peniten-tiaire regimes kennen die tijdens detentie direct zijn toegesneden ophoogrisicogedetineerden met (potentiële) banden met de georganiseerdecriminaliteit. De drie landen laten volgens de onderzoekers zien dat dezehoog beveiligde regimes onmiskenbaar draaien om risicobeheersing,isolatie en het voorkomen van criminele voortzetting vanuit detentie.Tegelijkertijd verschillen ze in de mate van rechtspositionele inbedding,duur en mogelijkheden tot herbeoordeling of afschaling. Waar de VS enItalië vooral worden gekenmerkt door langdurige of structurele isolatiegericht op het beperken van de risico’s tijdens detentie, zonder duidelijkeuitstroommechanismen biedt Zweden meer periodieke herbeoordeling eneen meer mensgericht regime aangevuld met een inzet op risicobeperkingna detentie middels preventieve detentie.Op basis van de bevindingen van het verkennend rechtsvergelijkendonderzoek concluderen de onderzoekers dat buitenlandse voorbeelden opdit moment geen nieuwe, bruikbare oplossingen bieden om VCHD verdertegen te gaan vanuit detentie. Nederland heeft al veel maatregelenovergenomen, en loopt zo concluderen de onderzoekers internationaalvoorop, De onderzoekers geven aan dat Nederland nu vooral voor deopgave staat om de effectiviteit te evalueren en een juiste balans tevinden tussen veiligheid en re-integratie.Risicotaxatie en re-integratieInternationaal is er vrijwel geen risicotaxatie-instrument beschikbaar datadequaat en valide risico’s inschat bij hoogrisicogedetineerden. Deonderzoekers geven aan dat landen (waaronder Nederland) hun beslis-singen in de praktijk baseren op operationele informatie zoals inlich-tingen, observaties en veiligheidsgegevens, zonder dat deze informatiesystematisch wordt gewogen in een gestandaardiseerde risicoanalyse.Het enige meer gestructureerde en mogelijk relevante instrument datinternationaal is aangetroffen, is de Canadese Multi Level Guidelines forGroup Based Violence (MLG). Dit instrument is ontwikkeld in reactie opeen behoefte aan specifieke instrumenten voor een gestructureerdprofessioneel oordeel voor extremistisch geweld. Als één van despecifieke contexten voor het geweld wordt de georganiseerde misdaadgenoemd. Het model bestrijkt zestien factoren op vier domeinen, vanindividu tot groep en samenleving. Het gaat om geweld door een individu,wiens beslissingen en gedragingen worden beïnvloed door een groepwaartoe ze behoren of waarmee ze zich associëren of identificeren. Deempirische onderbouwing komt grotendeels vanuit de forensischepsychologie en criminologie.De onderzoekers constateren dat specifieke re-integratieprogramma’s (inen na detentie) voor hoogrisicogedetineerden vrijwel in alle onderzochtelanden ontbreken. Er wordt aangegeven dat het moeilijk is om effectieveinterventies te ontwikkelen voor personen met diepgewortelde crimineleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11352 attitudes en/of sterke banden met criminele organisaties. Canada en deVerenigde Staten bieden daarentegen wel interessante aanknopings-punten door het gebruik van groepsgerichte risicoclassificatie (SecurityThreat Group, STG).1De uitvoering van het STG-beleid betreft in Canada een multidisciplinairsysteem, waarbij er periodiek inlichtingen en advisering plaatsvindt vanuitgevangenismanagement maar ook «case management» inclusiefpsychologen en reclasseringswerkers om een dynamische, individuele enactuele benadering te borgen. Daarbij kent Canada één specifiekre-integratieprogramma dat via cognitieve gedragstherapie gericht is ophet verminderen van criminogene factoren voor de onderzoeksdoelgroep.Het Counter-Point programma houdt een cognitieve gedragstherapie invan ongeveer 10 weken, dat start tijdens detentie en gericht is op de voordeze daders vaak zo kenmerkende criminogene factoren van een procriminele attitudeen een antisociale context.2 De onderzoekers verwijzennaar een onderzoek waar een follow-up periode van ruim 6 jaar liet ziendat er een reductie in recidive optrad als de betrokkene het programmavolledig afrondde. Waar 36% van de deelnemers een nieuw strafbaar feitbleek te hebben gepleegd, was dat 52% bij de deelnemers die voortijdigwaren uitgevallen en 64% bij een controlegroep.In Canada wordt ten aanzien van de frequentie van taxatie meer dan inandere landen, gemonitord of, en bevorderd dat, gedetineerden met eenSTG-status (meer) afstand nemen van hun groep (disaffiliation) Dit pastvolgens de onderzoekers bij Canada, dat van oudsher investeert in deontwikkeling van en het onderzoek naar gestructureerde risicotaxatiewaarin re-integratie tijdens de detentieperiode start en wordt uitgebouwdin de re-integratiefase. De onderzoekers noemen Canada dan ook eengidsland en zien deze aanpak als een relevant voorbeeld voor verdereontwikkeling van interventies voor de onderzoeksdoelgroep vanhoogrisicogedetineerden.Toezicht na detentieVoor de fase na detentie komt uit het onderzoek naar voren dat dieinterventies en toezichtmaatregelen, onder meer gericht op hoogrisicoge-detineerden, (nog) niet ten volle (kunnen) worden benut.Nederland beschikt over verschillende interventies en toezichtmaatre-gelen om na detentie recidiverisico’s van gedetineerden te beheersen.Hierbij worden de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkendemaatregel (GVM) en de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) genoemd.Met de VI kan een veroordeelde het laatste deel van de straf in vrijheiddoorbrengen, zolang de veroordeelde zich aan de gestelde voorwaarde(n)houdt.3 In de praktijk wordt door geïnterviewden gesteld dat het VI-kadersinds de wetswijziging Wet Straffen en Beschermen als te kort en teweinig inhoudsvol wordt ervaren om effectief te kunnen benutten voorrecidiverisicobeheersing en re-integratiebegeleiding. Bovendien kunnenlanggestrafte gedetineerden, volgens deskundigen, ervoor kiezen om hunvolledige straf uit te zitten zonder toezichtfase. Dit wordt als zorgelijkgezien.1In Canada wordt de traditionele georganiseerde misdaad gezien als een van de mogelijkeSecurity Threat Groups.2Het Counter-Point programma is later doorontwikkeld onder de naam AAA - Alternatives,Associates, Attitudes.83Bij gevangenisstraffen tussen de één en twee jaar komt de veroordeelde in aanmerking voorv.i. Dat kan nadat één jaar en een derde van het overige deel van de gevangenisstraf isondergaan. Bij gevangenisstraffen van meer dan twee jaar komt de veroordeelde na tweederde van de gevangenisstraf in aanmerking voor v.i. met een maximum van twee jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11353 De GVM is in 2018 via de Wet langdurig toezicht ingevoerd om bestaandetoezichtleemten op te vullen na afloop van een gevangenisstraf en/oftbs-maatregel, voor daders van ernstige gewelds- en zedendelicten diedan nog als recidivegevaarlijk worden beschouwd. Via de GVM kunnenvoorwaarden worden gesteld, waarvan bij niet-naleving de consequentievervangende hechtenis kan zijn tot maximaal zes maanden (art. 6:6:23b lid6 Sv onder verwijzing naar art. 38w Sr). De onderzoekers geven aan datdie stok achter de deur van zes maanden in de praktijk als ontoereikendwordt beschouwd. Zodra de maximale termijn van zes maanden isverstreken, zouden er namelijk geen consequenties meer mogelijk zijnvoor eventuele overtredingen van de voorwaarden.Preventieve detentie in het buitenlandPreventieve detentie is een vorm van vrijheidsbeneming van onbepaaldeduur na afloop van de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenis-straf waarmee de samenleving wordt beschermd tegen langduriggevaarlijke daders.In het onderzoek wordt aangegeven dat preventieve detentie een striktbegrensd juridisch instrument betreft, dat vrijwel uitsluitend wordttoegepast op (recidiverende) gewelds- en zedendelinquenten met eenhoog ingeschat individueel risico. Op grond van onder meer het EVRMgelden er strikte mensenrechtelijke grenzen: preventieve detentie moetvanaf de veroordeling voorzienbaar zijn, mag niet arbitrair worden, vereistreële behandel- en rehabilitatiemogelijkheden en moet proportioneel ensubsidiair zijn ten opzichte van bestaande lichtere sancties.In acht verschillende landen (Canada, Denemarken, Duitsland, Engeland &Wales, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland) zijn kaders vanpreventieve detentie onderzocht.Vanwege het verkennende karakter van het onderzoek kan niet aange-geven worden of deze vormen van preventieve detentie overgenomenkunnen worden in Nederland. De onderzoekers merken daarbij op dat eenkader van preventieve detentie in Nederland voor deze doelgroep alsprematuur wordt beschouwd. Er is nader onderzoek nodig, waarbij voorde onderzoeksdoelgroep wordt verwezen naar Zweden. In Zweden ispreventieve detentie voor deze doelgroep in werking getreden. Geletdaarop volgt hieronder een toelichting op deze vorm van preventievedetentie. Voor een toelichting op de andere landen verwijs ik naar debijlage onder deze brief.In Zweden is recent – 15 april 2026 – het wetsvoorstel dat ziet op deinvoering van een kader voor preventieve detentie (säkerhetsförvaring) inwerking getreden. Het ziet op individuele zeden- en (zware) geweldsdelin-quenten alsook daders vanuit de georganiseerde criminaliteit. Voor ditwetsvoorstel was brede politieke steun, ongeacht de politieke kleur. Deinvoering van deze sanctie wordt mede gemotiveerd doordat een systeemwaarin iemand die ernstige gewelds- en zedendelicten heeft gepleegd nahet uitzitten van zijn straf weer op vrije voeten wordt gesteld, ondanks eenhoog recidiverisico, niet geloofwaardig wordt geacht.De tenuitvoerlegging van säkerhetsförvaringis voorzien in het gevangenis-wezen en geldt naast de optie waarbij de strafrechter iemand kandoorverwijzen naar forensische psychiatrische zorg. Säkerhetsförva-ringkan worden opgelegd als iemand eerder is veroordeeld voormisdrijven tegen leven, gezondheid, vrijheid of rust, en daarvoor eengevangenisstraf van vier jaar of meer kon worden opgelegd. Op het delictwaarvoor iemand terechtstaat moet ook vier jaar of meer staan. De strafTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11354 kan ook opgelegd worden aan iemand die verdacht wordt van verschil-lende delicten en daarvoor terechtstaat, waarbij onder meer is vereist dater een aanzienlijk risico bestaat op herhaling van ernstige misdrijventegen het leven, de gezondheid, de vrijheid of de rust van anderen en dateen gevangenisstraf van bepaalde duur of andere maatregelen nietvoldoende zijn om te voldoen aan de behoefte aan bescherming van desamenleving.De rechtbank moet de kortste duur van de vrijheidsbeneming(minimumduur) vaststellen, welke overeenkomt met de duur van degevangenisstraf die zou zijn opgelegd indien gevangenisstraf als straf wasgekozen. Dit mag maximaal achttien jaar bedragen. Tevens moet derechter de totale duur van de uitvoering (kaderduur) vaststellen maar hetkader kan oneindig verlengd worden. Elk jaar kan een review wordenaangevraagd. De rechtbank kan vervolgens besluiten tot voorwaardelijkevrijlating, waarbij de rechtbank onder meer rekening houdt met het risicodat de veroordeelde opnieuw ernstige misdrijven pleegt tegen het leven,de gezondheid, de vrijheid of rust van anderen en of de veroordeeldeheeft meegewerkt aan maatregelen die gericht zijn op zijn of haaraanpassing in de samenleving.4AanbevelingenAanbevelingenHieronder worden de aanbevelingen uit het onderzoek kort weergegeven,geclusterd per onderwerp.Instrumentarium tijdens detentie–De aanpak van georganiseerde criminaliteit binnen detentie is sterkgeïntensiveerd en aangescherpt. Voor de toekomst wordt het volgensde onderzoekers van belang geacht om de effecten van alle nieuwe ofaangescherpte maatregelen om VCHD tegen te gaan te evalueren.Risico-taxatie en re-integratie–Kijk naar de mogelijke risicotaxatie instrumenten enre-integratieprogramma’s uit Canada zoals de MLG en de groepsge-richte risicoclassificatie STG.–Kijk naar de besluitvorming en bijbehorende risicoanalyse rondomEBI-/AIT-plaatsing en afschaling om deze meer geïntegreerd engestructureerd vorm te geven, waarbij een hoogrisicogedetineerdedaadwerkelijk in aanmerking kan komen voor een minder hoogbeveiligd regime.–Laat zowel ten aanzien van de inrichting van het besluitvormingspro-ces, als–ten aanzien van de integratie van een gestructureerd risicotaxatie-instrument in een bredere risico-analyse, het beleid en de praktijk tenaanzien van de Terroristenafdeling (TA) tot voorbeeld strekken. Hetinstrument van de VERA-2R is in dat proces op passende wijzeingevoerd en ingebed in onderzoek (en training) om de kwaliteit ervandoorlopend te verhogen.4Zie voor een uitgebreide toelichting op het Zweedse model p. 137-142 uit bijgevoegdonderzoek «Precair preventief pionieren. Een verkennend onderzoek naar preventievemogelijkheden in binnen- en buitenland voor een veilige terugkeer in de samenleving vanhoogrisicogedetineerden».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11355 Toezicht na detentie–Laat in de lopende wetsevaluaties van de VI-regeling en de GVMaandacht besteden aan de toepasbaarheid van beide kaders voorhoogrisicogedetineerden, en laat daarbij bezien of een hogerestrafdreiging (groter stok achter de deur) helpend kan zijn.Preventieve detentie–Ga op termijn de uitwerking van preventieve detentie zoals recent,mede voor de onderzoeksdoelgroep, ingevoerd in Zweden naderonderzoeken. Houd ten aanzien van de toepassing van preventievedetentie op de onderzoeksdoelgroep, de wijze van tenuitvoerleggingen de juridische toetsing/houdbaarheid daarvan de ontwikkeling inZweden zorgvuldig in de gaten, bijvoorbeeld door het laten uitvoerenvan een specifiek follow-uponderzoek naar de Zweedse praktijk.BeleidsreactieInstrumentarium tijdens detentieDe aanpak van georganiseerde criminaliteit binnen detentie is sinds 2021flink versterkt om de samenleving, medewerkers van DJI en advocaten tebeschermen tegen de risico’s die uitgaan van hoogrisicogedetineerden.Met de onderzoekers deel ik het belang van evaluatie van deze maatre-gelen. Mijn ambtsvoorganger heeft daarom het WODC verzocht om eenbeleidskader op te stellen voor monitoring en evaluatie van de van demaatregelen die sinds 2021 zijn getroffen om voortgezet crimineelhandelen vanuit detentie (VCHD) tegen te gaan. De verwachting is dat ditonderzoek eind 2026 wordt opgeleverd. Ik zal dit met uw Kamer delen.Risico-taxatie en re-integratieBij de detentie van hoogrisicogedetineerden staat veiligheid vooropwaarbij elke twaalf maanden getoetst wordt of plaatsing op een AIT of ineen EBI nog noodzakelijk is. Actuele informatie, bijvoorbeeld over (risico’sop) voortgezet crimineel handelen, kan reden zijn om die plaatsing teverlengen.Het onderzoek heeft mogelijk waardevolle inzichten opgeleverd uit deCanadese vormgeving van het re-integratiebeleid ten aanzien van dezogeheten Security Threat Groups(STG) waarbij Canada één specifiekre-integratieprogramma kent dat via cognitieve gedragstherapie gericht isop het verminderen van criminogene factoren voor de onderzoeksdoel-groep. Ik ga verkennen of, en op welke wijze, deze inzichten een bijdragekunnen leveren aan een zo veilig mogelijke terugkeer van hoogrisicogede-tineerden in de samenleving. Daarbij ga ik ten aanzien van de risicotaxatie– om een meer gestructureerd risicotaxatie-instrument in te kunnenrichten- verkennen of de Canadese Multi Level Guidelines for GroupBased Violence (MLG) hiervoor bruikbaar is. Bij relevante ontwikkelingenzal ik uw Kamer hierover informeren.Verder ga ik de aanbevelingen ten aanzien van de plaatsing in de EBI/AITbezien in het licht van het onderzoek naar het beoordelingskader overplaatsing naar aanleiding van de motie van het Kamerlid Ellian.55Kamerstukken II, 2025–26, 24 587, nr. 1103.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11356 Toezicht na detentieHet WODC zal worden verzocht om in de lopende wetsevaluaties van deVI-regeling (Wet Straffen en Beschermen) en de GVM (Wet langdurigtoezicht) ook aandacht te besteden aan de hoogrisicogedetineerden. Methet WODC wordt overlegd hoe dit een plaats krijgt in het onderzoek. Dewetsevaluatie van de Wet langdurig toezicht wordt medio 2027 verwacht.De Wetsevaluatie van de Wet Straffen en Beschermen wordt de eerstehelft van 2028 verwacht.Preventieve detentieUit het onderzoek is naar voren gekomen dat Zweden, als enige van deonderzochte landen, zich inzet om de risico’s van hoogrisicogedetineerdenook na detentie te beperken door middel van preventieve detentie datdoor de rechter is opgelegd. De rechter legt daarbij een minimumduur eneen maximumduur op, maar het kader kan oneindig worden verlengdwaarbij elk jaar een reviewkan worden aangevraagd. Zweden heeft dezeinvoering gemotiveerd doordat een systeem waarin iemand die ernstigegewelds- en zedendelicten heeft gepleegd na het uitzitten van zijn strafweer op vrije voeten wordt gesteld, ondanks een hoog recidiverisico, nietals geloofwaardig wordt geacht.Anders dan Zweden, kent een deel van de onderzochte landen geenlevenslange gevangenisstraf of het beschikt over een vorm van preven-tieve detentie dat ziet op een equivalent van de TBS maatregel. Dit laatstebetreft echter een andere doelgroep dan de hoogrisicogedetineerden. Ditmaakt Zweden interessant.Omdat preventieve detentie zeer recent (15 april jl.) is ingevoerd, is het nunog te prematuur om conclusies te trekken of dit van toegevoegde waardeis voor hoogrisicogedetineerden in Nederland. Ik zal deze ontwikkelingzorgvuldig in de gaten houden, waarbij ik een follow up studie zal latenverrichten na vijf jaar. Daarbij zal er in de tussenliggende periodeambtelijk contact zijn met Zweden om ook tussentijds ervaringen op tehalen.AfrondendIk ben de onderzoekers erkentelijk voor het onderzoek. Hieruit blijkt ondermeer dat het beleid omtrent de aanpak van «ondermijnende criminaliteit»vanuit detentie de afgelopen jaren flink is versterkt. Nederland loopt, zoalsde onderzoekers concluderen, internationaal voorop.De uitkomsten van dit onderzoek neem ik mee bij huidige en toekomstigebeleidsontwikkeling voor deze doelgroep. Zo blijf ik kijken of noodzakelijkeveiligheidsmaatregelen nodig zijn om de samenleving blijvend tebeschermen. Ik houd daarbij nadrukkelijk oog voor de balans tussenveiligheid van de maatschappij en de rechten van gedetineerden.Overige puntenTot slot wil ik uw Kamer in deze brief nader informeren over een aantalrelevante ontwikkelingen rondom drones en laptops.DronesDrones rondom penitentiaire inrichtingen (PI’s) brengen een grootveiligheidsrisico met zich mee. Ik vind het, net als mijn ambtsvoorganger,belangrijk dat de DJI ook zelf drones uit de lucht kan weren. Daarbij isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11357 toegezegd dat de (juridische) mogelijkheden om de DJI zelf te latenbeschikken over deze bevoegdheden worden verkend.6 Kamerlid Ellian(VVD) heeft daarnaast op 26 november 2025 een motie ingediend waarinde regering wordt verzocht om drones die een dreiging vormen voormilitaire installaties en justitiële locaties op een veilige wijze tebestrijden.7Uit deze juridische analyse is naar voren gekomen dat het mogelijk is omDJI medewerkers, via een aanpassing van de Geweldsinstructie peniten-tiaire inrichtingen, de bevoegdheid te geven om drones boven en opterrein van PI’s met een extra of uitgebreid beveiligingsniveau te weren. Ikga deze aanpassing op een zo kort mogelijke termijn doorvoeren. Deaanpassing treedt met ingang van 1 juli 2026 in werking. Hierdoor kan deaanbesteding voor de aanschaf van deze apparatuur worden gestart.Parallel wordt gewerkt aan het opleidingsprogramma voor de DJImedewerkers. De verwachting is dat vanaf het eerste kwartaal van 2027daadwerkelijk gebruik kan worden gemaakt van eigen of gehuurdeapparatuur. Deze aanpassing is daarmee een belangrijke stap in hetverder beveiligen van PI’s met (hoog)risicogedetineerdenLaptopsOp 26 januari 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over een geconsta-teerde kwetsbaarheid in de beveiliging van laptops van de DJI diesommige gedetineerden op cel hebben.8 Het gaat om laptops diejustitiabelen uit opdracht van het OM krijgen ter voorbereiding op hunstrafzaak. Dit betreft stand alone laptops die niet-geactiveerde wifi hebbenen niet over andere functionaliteiten beschikken. In bovengenoemde briefaan uw Kamer heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd dit nader teonderzoeken en u te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek ende verbeteracties. Dit wordt hieronder toegelicht.In oktober 2025 is een deel van de laptops vervangen. Bij de laatsteaanpassingen van de beveiligingssysteeminstellingen was de softwareniet op de juiste manier dichtgezet. Op vrijdag 23 januari 2026 is dezekwetsbaarheid geconstateerd. Door de betreffende fout in de instellingvan de software bestond er een kans dat de toegang tot het internet nietvolledig was afgesloten. De DJI heeft de laptops direct ingenomen enhiernaar onderzoek verricht. Uit het onderzoek is gebleken dat er geenaanwijzingen zijn die duiden op misbruik van de laptops door gedeti-neerden.9 Om dit in de toekomst te voorkomen zijn er aanvullendeveiligheidsmaatregelen getroffen op het gebied van het testen encontroleren van de apparatuur.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen6Kamerstukken 24 587, nr. 465.7Kamerstukken 36 858, nr. 3.8Kamerstukken 24 587, nr. 1087.9Kamerstukken 24 587, nr. 1087.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11358 OVERZICHT PREVENTIEVE DETENTIEKADERS IN HETBUITENLANDZwedenHet kader voor preventieve detentie säkerhatsförvaring is 15 april jl. in werkinggetreden voor deze doelgroep. De rechter legt een minimumduur en maxi-mumduur tot de mogelijkheid van review op, maar het kader kan oneindigworden verlengd, hetgeen ook kan met de proeftijd van VI. Elk jaar kan eenreview worden aangevraagd. Het ziet op individuele zeden- en (zware)geweldsdelinquenten alsook daders vanuit de georganiseerde criminaliteit.CanadaHet kader voor preventieve detentie is de Dangerous Offender (DO) designa-tion. Het is een straf van onbepaalde duur (met een minimale termijn vanzeven jaar) die daarna elke twee jaar kan worden verlengd door een ParoleBoard. Het kader wordt weinig opgelegd vanwege een hoog gevaarscriteriumdat eerdere recidive van een «serious personal injury offence» vereist. Waarbijin het algemeen een uitgebreid aanbod aan behandelprogramma’s beschikbaaris voor DO-gedetineerden.DuitslandHet kader voor preventieve detentie is de Sicherungsverwahrung: eenmaatregel die ten uitvoer wordt gelegd na afloop van de straf en minimaal elkjaar door de rechter wordt getoetst. Het bestaat naast een maatregel voorverminderd toerekeningsvatbaren. Het wordt ten uitvoer gelegd in eengevangenisomgeving, waar werk moet worden gemaakt van inspanningen omrisico’s terug te dringen.ZwitserlandHet kader voor preventieve detentie is de Verwahrung, vergelijkbaar metDuitsland. Het is subsidiair aan de maatregel voor daders met een psychischestoornis of kan na afloop daarvan bij onbehandelbaarheid volgen. Het wordtten uitvoer gelegd in de gevangenis.OostenrijkHet kader voor preventieve detentie is vergelijkbaar met het Zwitserse kader,met betrekking tot karakter, combinatiemogelijkheid, subsidiariteitsvereiste –ook de (levenslange) gevangenisstraf moet niet in staat zijn om het risico terugte dringen – en verlengingsmogelijkheid. Anders is dat sowieso na tien jaar VIvolgt, zij het met een oneindig verlengbare proeftijd.DenemarkenHet kader voor preventieve detentie heet forvaring. Het wordt in plaats van eengevangenisstraf opgelegd. Het heeft een minimumduur van twee jaar (en geenmaximum), waarna vrijlating elke zes maanden door gedetineerde kan wordenaangevraagd. Ook hier geldt dat de gevangenisstraf het risico niet voldoendemoet kunnen terugdringen.Engeland &WalesTussen 2005 en 2012, als kader voor preventieve detentie, is de Imprisonmentfor Public Protection in werking geweest. Het werd gezien als een vorm van lifesentence, maar dan voor relatief lichtere delicten (met name zedenfeiten). Hetis afgeschaft omwille van de proportionaliteit en omdat het EHRM heeftbepaald dat na het vergeldende deel van de straf, arbitrair wordt op hetmoment als er in de gevangenis geen mogelijkheden zijn voor rehabilitatie.NoorwegenWanneer een gevangenisstraf onvoldoende wordt geacht om het leven, degezondheid of de vrijheid van anderen te beschermen, kan forvaring in eendaarvoor ingerichte penitentiaire inrichting worden opgelegd, indien de daderschuldig wordt bevonden aan het plegen of poging tot plegen van eengeweldsdelict, een seksueel misdrijf, vrijheidsberoving, brandstichting of eenander misdrijf dat het leven, de gezondheid of de vrijheid van anderen heeftgeschonden of deze rechten in gevaar heeft gebracht. BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11359

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · efbd355f20575a85

14 okt 2026 · fb15f20763296afe

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.