KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over een brede stand van zaken op het gebied van regulier verblijf en onder meer de procedures voor kenniswerkers en gezinshereniging, op serviceverlening door de IND en mensen met buitenlandse partners

15 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8f117a17f64de5f7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Asiel en Migratie (XX) voor hetjaar 2025Nr. 62 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2025U heeft verzocht de Kamer voorafgaand aan het commissiedebat een briefte doen toekomen waarin ik u een brede stand van zaken geef op hetgebied van regulier verblijf en onder meer in ga op de procedures voorkenniswerkers en gezinshereniging, op serviceverlening door de IND enmensen met buitenlandse partners. Met deze brief kom ik tegemoet aanuw verzoek. Ik doe dit mede namens de Minister van SZW.Regulier verblijfVooropgesteld, dit kabinet vindt dat de omvang van migratie naarNederland zo drastisch mogelijk beperkt moet worden en zet daarom inop het omvangrijkste pakket voor grip op migratie ooit. Daar zet ik mij,samen met mijn collegabewindspersonen voor in.Regulier verblijf betreft verblijf op alle gronden behalve «asiel». Artikel 14van de Vreemdelingenwet 2000 stelt de kaders voor de verblijfs-vergunning regulier voor bepaalde tijd (vvr-bep). Het tweede lid van ditartikel bepaalt dat de vvr-bep wordt verleend onder beperkingen, verbandhoudende met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Deze doelenstaan limitatief opgesomd in artikel 3.4 van het Vreemdelingenbesluit2000. De belangrijkste drie zijn gezinsmigratie, studie en werk («werk» valtuiteen in verschillende verblijfsdoelen). Het is daarnaast ook mogelijk omeen vvr-bep te krijgen op basis van humanitaire gronden. Ook zijn erverblijfsregelingen die niet hun grondslag vinden in artikel 14 Vw, tedenken valt aan het vrij verkeer van Unieburgers. Jaarlijks wordt overregulier verblijf gerapporteerd in de Staat van Migratie.1 Het Unierechtspeelt ook inzake reguliere migratie een belangrijke rol. Artikel 79 van hetWerkingsverdrag bepaalt dat de Unie een gemeenschappelijk migratie-beleid ontwikkelt, waaronder de voorwaarden voor toegang en verblijf.1Staat van Migratie 2024 kst-36600-XX-62ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 621 Daar waar de Unie deze bevoegdheid niet invult, blijven de Lidstatenbevoegd op nationaal niveau regels vast te stellen. Op dit moment zijn erzeven EU-richtlijnen aangaande toelating en verblijf.Modern migratiebeleidOp 1 juni 2013 trad de Wet modern migratiebeleid (Wet MoMi) in werking.Hoofddoel was het scheppen van een innovatief en toekomstbestendigregulier migratiebeleid op grond waarvan migranten die Nederland nodigheeft of die Nederland op basis van humanitaire gronden of internationaleverplichtingen verblijf wil geven, snel, doeltreffend en beheersbaarkunnen worden toegelaten.Dit verenigt het uitgangspunt dat het beleid gericht moet zijn op debehoeften van de Nederlandse samenleving en de bijdrage die migrantenaan de samenleving kunnen leveren. Afgeleide doelen kunnen wordensamengevat als: een vereenvoudigd stelsel van verblijfsvergunningen,versterking van de rol van de referent (met onder meer introductie van deerkendreferentsystematiek), effectief toezicht en zichtbare handhaving enlagere administratieve lasten. De Wet MoMi is in 2019 grotendeels positiefgeëvalueerd.2Stand van zaken per themaHieronder ga ik per thema in op de belangrijkste ontwikkelingen.Arbeidsmigratie (inclusief kennismigratie)Arbeidsmigratie is een overkoepelende aanduiding voor migratie vanpersonen die naar Nederland komen met het doel om hier te werken.Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen kennismigranten enoverige arbeidsmigranten. De Minister van SZW is coördinerendbewindspersoon voor arbeidsmigratie en primair verantwoordelijk voorde inhoud van het arbeidsmigratiebeleid. Verblijf, toegang, toelating,toezicht en terugkeer zijn de verantwoordelijkheid van AenM. EZ is primairverantwoordelijk voor het vestigingsklimaat en het aantrekken vanbuitenlandse investeerders en bedrijven. MinFIN gaat over fiscaleregelingen voor kenniswerkers. Ook (samenwerkende) gemeentes spelenin dezen een rol, bijvoorbeeld in de Brainportregio. Uitvoering van deregelingen voor kennis en talent ligt primair bij de IND in samenwerkingmet RVO en UWV. Handhaving geschiedt door IND, NederlandseArbeidsinspectie en AVIM. Het kabinet streeft naar een selectiever engerichter arbeidsmigratiebeleid. In de brief »Naar een selectiever engerichter arbeidsmigratiebeleid» van de Minister van SZW van14 november 20243 wordt uitvoerig op de kabinetsvoornemens ingegaan.Het arbeidsmigratiebeleid is restrictief. De hoofdregel is dat er eenarbeidsmarkttoets wordt uitgevoerd waarbij onder meer wordt getoetst ofarbeidsaanbod in Nederland/de EU/EER aanwezig is voor de functie, en ofde werkgever zelf voldoende inspanningen heeft verricht om zijn vacaturemet het prioriteit genietend aanbod – dat is iedereen die zonder werkver-gunning mag werken – te vervullen. Daarnaast moet de arbeidsmigrantgekwalificeerd zijn voor de functie en wordt getoetst of de gebodenarbeidsvoorwaarden aan de regelgeving voldoen en marktconform zijn,voordat een gecombineerde vergunning voor verblijf (GVVA) door de INDof een tewerkstellingsvergunning door UWV wordt afgegeven. In deWav-regelgeving zijn ook uitzonderingen op de arbeidsmarkttoetsopgenomen, bijvoorbeeld voor buitenlandse stagiairs en praktikanten.2Kamerstuk 30 573, nr. 1783Kamerstuk 29 861, nr. 150.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 622 De aanvraag om een gecombineerde vergunning tot verblijf en arbeid(GVVA) wordt door de werkgever of de arbeidsmigrant ingediend bij deIND. De IND vraagt advies aan UWV of de arbeidsmigrant kan wordentoegelaten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. UWV voert daartoe, indienvan toepassing, onder andere de hierboven genoemde arbeidsmarkttoetsuit. Bij een positief advies zal de IND de GVVA verlenen, tenzij er in deVreemdelingenwet 2000 weigeringsgronden van toepassing zijn. Bij eennegatief advies van UWV zal de IND in principe de aanvraag weigeren.Voor vreemdelingen die een belangrijke positieve bijdrage leveren aan deNederlandse (kennis)economie, concurrentiekracht en innovatiefvermogen, is het beleid uitnodigend. De nationale kennismigrantenre-geling is ontworpen met als doel dit te stimuleren. Dit doet zij door detoelatingsprocedure voor kennismigranten te versnellen en toegankelijkerte maken. Het vormt daarmee een uitzondering op het restrictievearbeidsmigratiebeleid.Voor deze kennismigrantenregeling geldt een looncriterium. Er is explicietvoor het looncriterium gekozen, omdat het loon de uitdrukking is van dewaarde van de werknemer op de arbeidsmarkt. Ook is dit een objectief,eenduidig en toetsbaar criterium. Het loon moet marktconform zijn.Daarnaast moeten werkgevers om gebruik te mogen van maken van dekennismigrantenregeling door de IND als referent erkend worden. Om heterkend referentschap te verkrijgen, wordt door de IND getoetst of debetrouwbaarheid, continuïteit en solvabiliteit van de organisatievoldoende vaststaat. Achteraf controleert en handhaaft de IND of nog aande voorwaarden wordt voldaan en of de erkend referent voldoet aan dehem opgelegde, wettelijke plichten: de administratieplicht, informatie-plicht en zorgplicht.Als onderdeel van het regeerprogramma wordt, samen met SZW en EZgewerkt aan de aanscherping van de kennismigrantenregeling. Uw Kamerwordt hierover voor de zomer geïnformeerd. Daarnaast wordt op ditmoment met uw Kamer het debat gevoerd over de implementatie van deherziene Europese kennismigrantenrichtlijn (EU) 2021/1883 (Europeseblauwe kaart).Maatregelen om misbruik en bijkomende risico’s bij uitleenconstructiesbinnen de kennismigrantenregeling tegen te gaan.In beginsel wordt uitgesloten dat erkend referenten kennismigrantenkunnen uitlenen aan andere partijen tenzij sprake is van een uitzonde-ringscategorie.4 In deze situaties wordt éénmalig een verblijfsvergunningaan de uitlener verstrekt van beperkte duur. Hiermee wordt verwacht datde grootste risico’s te kunnen ondervangen, de invloed op het vestigings-en ondernemingsklimaat relatief beperkt blijft en betere aansluitingontstaat op het uitgangspunt van de Wet MoMi. Daarnaast zullenaanvullende plichten, zoals een vergewisplicht, worden geïntroduceerd enzal de reeds bestaande zorgplicht voor uitleners nader worden gedefi-nieerd. Voor wat betreft juridische implementatie, is de verwachting datinwerkingtreding op zijn vroegst op 1 januari 2027 kan plaatsvinden.Definitieve opvolging van aanbevelingen uit de evaluatie van de start-upregelingOp 1 januari 2015 trad de Nederlandse verblijfsregeling voor start-ups inwerking. De regeling is in 2022 geëvalueerd door de IND.5 Hieruit bleek4Kamerstuk 30 573, nr. 2185Evaluatierapport «Succesvol opgestart? Een evaluatie van de start-up regeling, 2015–2021»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 623 dat de regeling de aanvankelijke doelstellingen heeft behaald, positiefbijdraagt aan de Nederlandse kenniseconomie in het algemeen en hetNederlandse start-up-ecosysteem in het bijzonder. Daarnaast functioneertde verblijfsregeling goed. Op 29 november 2022 is een beleidsreactie naarde Tweede Kamer verstuurd,6 waarin is toegezegd als volgt om te gaanmet de aanbevelingen uit het evaluatierapport:ËDe duur van de start-up verblijfsvergunning te verlengen van één naartwee jaar en te onderzoeken hoe de doorstroomverklaring blijftbestaan;ËHet goedkeuringsproces van de facilitator los te koppelen en teonderzoeken hoe dit zal worden ingericht;ËDe toets aan het middelenvereiste binnen de zelfstandigenregeling aante passen;ËDe mogelijkheid tot het digitaal indienen van de onderliggendestukken bij de verblijfsaanvraag vanuit het buitenland nader teonderzoeken;ËDe dienstverlening te verbeteren door in te zetten op betere informa-tievoorziening over de overgangseisen naar de zelfstandigenregeling,mogelijkheden om meer in het Engels richting start-ups te communice-ren te onderzoeken en te onderzoeken hoe gerichter informatieomtrent de status van de aanvraag kan worden gedeeld.Op 25 september 2023 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de standvan zaken ten aanzien van de voortgang van de nadere uitwerking.7 In2025 zal de Kamer worden geïnformeerd over de definitieve uitwerkingvan de aanbevelingen en de uitvoering hiervan.Pilot essentieel start-up personeel.Start-ups zijn in belangrijke mate afhankelijk van personeel met specifiekekennis of vaardigheden. Zij zijn minder in staat om op de huidige krappearbeidsmarkt te concurreren met grotere kapitaalkrachtigere bedrijven. Op1 juni 2021 is daarom de vierjarige pilot verblijfsregeling essentieelstart-up personeel geïntroduceerd. Via deze pilotregeling kunnen start-upseen kenniswerker in dienst nemen met voor de groei van de ondernemingessentiële, vaak technische, vaardigheden en/of ervaring. De pilot is eind2023 tussentijds intern geëvalueerd8 door de IND met nauwe betrok-kenheid van RVO. Op grond van de tussenevaluatie zijn de voorwaardenrondom de medewerkersparticipatie bijgesteld naar 65.000 euro zodatdeze beter aansluit op de praktijk. De verwachting is dat de regelinghiermee toegankelijker wordt voor de doelgroep. In het laatste kwartaalvan 2025 zal een eindevaluatie plaatsvinden. Op basis van de evaluatie zalde Kamer worden geïnformeerd over de resultaten en over het besluit ofde pilot omgezet wordt in staand beleid.Tegengaan ongewenste kennisoverdrachtHet Ministerie van EZ is op dit moment bezig met een verkenning naar demogelijkheden voor het tegengaan van ongewenste kennis- en technolo-gieoverdracht door individuele internationale kenniswerkers bij inNederland gevestigde ondernemingen. Daarnaast beziet mijn ministerie,binnen het vreemdelingenrechtelijke spoor, hoe misbruik door kwaadwil-lende statelijke actoren van bedrijven die erkend referent zijn, of willenworden, beter kan worden tegengaan. Hiervoor is een concept beoorde-lingskader ontwikkeld dat momenteel middels hypothetische testcasussenbinnen een pilot verder wordt uitgewerkt en uitgetest. Uw Kamer zal na de6Kamerstuk 31 311, nr. 245 Beleidsreactie evaluatie start-up regeling7Kamerstuk 31 311, nr. 2628Tussentijdse evaluatie pilot essentieel startup personeel | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 624 zomer van dit jaar door de Minister van EZ nader over de bevindingen bijdeze trajecten worden geïnformeerd.Vrij verkeer van personen binnen de EUMeer dan de helft van de migranten die naar Nederland komt, komt uit deEU.9 EU-burgers hebben het recht om zich in andere lidstaten te vestigenop basis van de Richtlijn vrij verkeer van personen (2004/38/EG).EU-burgers hebben daarbij het recht om gelijk behandeld te worden alsNederlanders, mits ze aan de verblijfsvoorwaarden voldoen. De belang-rijkste voorwaarde is dat ze moeten kunnen worden aangemerkt alswerknemer, zelfstandig ondernemer of student, of voldoende middelenvan bestaan hebben om in het eigen onderhoud te kunnen voorzien.Daarnaast moet men beschikken over een zorgverzekering. Familieledenvan de EU-burger kunnen aanspraak maken op een afgeleid verblijfsrechtvan de EU-burger. Dit geldt zowel voor familieleden die EU-burger zijn alsfamilieleden die een niet-EU nationaliteit hebben. Familieleden vanEU-burgers die niet een EU nationaliteit hebben moeten bij binnenkomstin Nederland, als zij een langer verblijf dan drie maanden beogen, eenverblijfsaanvraag doen en de IND toetst in dat kader of aan de verblijfs-voorwaarden wordt voldaan. Daarnaast toetst de IND wanneer daaraanleiding toe10 is of een EU burger en/of zijn familielid (nog) voldoet aande voorwaarden voor rechtmatig verblijf. Bij familieleden van Unieburgersdie een niet-EU nationaliteit hebben toetst de IND altijd vooraf of aan deverblijfsvoorwaarden wordt voldaan.GezinsmigratieHet reguliere gezinsmigratiebeleid (dit betreft geen nareis bij houders vaneen asielstatus) wordt in nationale beleidskaders vormgegeven. Degrenzen daarvan worden bepaald door de EU Richtlijn gezinshereniging(2003/86/EG), het Handvest van de grondrechten van de EU en hetEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Minister vanAsiel en Migratie is primair verantwoordelijk voor de inhoud van hetgezinsmigratiebeleid. De vergunning wordt afgegeven door de IND.Op basis van het gezinsmigratiebeleid is het mogelijk om je te herenigenmet je gezin of om een nieuw gezin te vormen.11 Dit is mogelijk voor hetkerngezin (ouders en hun minderjarige kinderen), wat de juridischeondergrens is, aangezien voor deze groep de gezinsherenigingsrichtlijnvoorschrijft dat er recht op toegang bestaat. Nederland kent daarbij eenbeleidskader waarin de toelating voor ongehuwde partners en pleegkin-deren wordt geregeld. Ook gelden er binnen gezinsmigratie voorwaardenvoor toelating, onder meer een inkomenseis (100% WML), leeftijdseisvoor (gehuwde) partners (21 jaar) en een inburgeringseis (als de referenteen niet-tijdelijk verblijfsrecht heeft.Nederland kent in beginsel een streng gezinsmigratiebeleid. Een gevolgdaarvan is dat er ontwikkelingen zijn geweest in de jurisprudentie dieertoe leiden dat er buiten de nationale beleidskaders vergunningen dienente worden afgegeven. Dit ziet ten eerste op de Chavez-jurisprudentie enten tweede op de jurisprudentie rondom artikel 8 EVRM.9Staat van Migratie 202410Bijvoorbeeld als de IND een melding ontvangt dat er door de vreemdeling een beroep wordtgedaan op de publieke kas, of als er aanleiding is om te veronderstellen dat de vreemdelingeen persoonlijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.11Voor de procedure en voorwaarden, zie: https://ind.nl/nl/verblijfsvergunningen/familie-en-partnerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 625 De Chavez-jurisprudentie houdt in dat derdelands ouders van minder-jarige Unieburgers – en andere afhankelijke minderjarige kinderen die nietde Nederlandse nationaliteit hebben – onder voorwaarden aanspraakkunnen maken op een verblijfsrecht.12 De onderliggende reden is dat eenNederlands kind, een Unieburger, niet gedwongen zou mogen worden omde EU te verlaten. Formeel gaat het hier dan ook niet om gezinsmigratie,maar om het beschermen van het unieburgerschap vallend onder richtlijn2004/38. In het kader van de Chavez-verblijfsaanvragen komt ook deproblematiek van schijnerkenningen voor.13 Op dit moment wordt ergewerkt aan een aanpak daarvoor, waarover uw Kamer voor het zomer-reces geïnformeerd zal worden.Daarnaast vallen veel familieleden buiten de nationale beleidskaders.Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan jongvolwassenen of ouderenwaarvoor voor 2012 reguliere beleidskaders bestonden. Hoe strenger hetbeleid wordt, hoe vaker er een beroep wordt gedaan op artikel 8 EVRM,waarin het recht op familie- en gezinsleven is vastgelegd. Op basis van ditartikel kan een verblijfsvergunning worden afgegeven. De beoordelingdaarvan is altijd een individuele belangenafweging waarin de belangenvan de vreemdeling worden afgewogen tegen de belangen van de staat.Het maken van deze belangenafweging, de complexiteit van de jurispru-dentie op dit gebied en de toenemende hoeveelheid aanvragen zorgenervoor dat de artikel 8 EVRM procedure een zware last is vormt voor deuitvoering. Op 7 november jl. heeft uw Kamer middels een motie14verzocht om een duidelijke en eenvoudige werkinstructie op te stellenvoor verblijfsaanvragen op grond van artikel 8 EVRM. Op dit momentwordt samen gewerkt met de IND aan invulling van de motie. Dit moetwel worden bezien in het licht van de asielmaatregelen, een en anderraakt elkaar immers. Het is mijn inzet u hier voor het zomerreces over tekunnen informeren.StudieDe Minister van OCW is primair verantwoordelijk voor maatregelen op hetterrein van studiemigratie. Over de inzet van dit kabinet op dat terreinheeft de Minister van OCW uw Kamer op 15 oktober 2024 geïnformeerd.15Op 15 mei 2024 heeft de ambtsvoorganger van de Minister van OCW hetwetsvoorstel »Wet internationalisering in balans» ingediend16 bij uwKamer. Het wetsvoorstel vormt een pakket aan maatregelen met hetoverkoepelende doel om de internationalisering in het hbo en wo inbalans te brengen. De concrete doelstellingen van het wetsvoorstel zijnhet behouden en versterken van het Nederlands als onderwijstaal in debachelor door in te zetten op een doelmatig (anderstalig) onderwijs-aanbod in de bachelor, en het vergroten van de toegankelijkheid vanbacheloropleidingen voor Nederlands(talig)e en (andere) EER-studentenmiddels instrumenten voor instellingen om te kunnen sturen opstudentenstromen.Hiermee wil het kabinet onder meer zorgen dat bacheloropleidingen enkelanderstalig zijn daar waar dit een bijdrage levert aan de Nederlandse12Voor de procedure en voorwaarden, zie: https://ind.nl/nl/verblijfsvergunningen/familie-en-partner/verblijf-bij-nederlandse-kind-aanvragen-chavez13Zie ook, beantwoording Kamervragen van de leden Diederik van Dijk (2024Z21090) en QueenyRajkowksi (2024Z20930)14Zie ook, motie van de leden Rajkowski en Bontenbal over zo spoedig mogelijk een duidelijkeen eenvoudinge werkinstructie opstellen voor verblijfsaanvragen op grond van artikel 8 EVRM,7 november 2024 (Kamerstuk 36 600 XX, nr.17)15Kamerstuk 22 452, nr. 91.16Kamerstuk 36 555, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 626 arbeidsmarkt en samenleving, bijvoorbeeld als het gaat om opleidingendie opleiden voor tekortsectoren.Waar het de toelating van studenten van buiten de EER betreft, zijn deinstellingen in het hbo en wo verantwoordelijk voor de inschrijving. Decriteria daarvoor zijn opgenomen in de Wet hoger onderwijs en weten-schappelijk onderzoek. Na inschrijving van de niet-EER-student kan deinstelling als erkend referent een verblijfsvergunning voor de studentaanvragen. De toets die de IND dan nog verricht is beperkt: de identiteit,een geldig reisdocument, voldoende middelen van bestaan en deopenbare orde toets.Humanitaire vergunningenMensenhandelWanneer een persoon slachtoffers is van mensenhandel zijn er binnen hetvreemdelingrecht meerdere mogelijkheden om bescherming te vinden.Enerzijds binnen het asieldomein, in dat geval gaat het om mensenhandelin het land van herkomst. Het gaat dan om personen die aangeven nietterug te kunnen keren of te zijn gevlucht vanwege vrees voor mensen-handel (artikel 3 EVRM). Anderzijds binnen het reguliere domein. Daarbijgaat het om personen die in Nederland slachtoffer zijn geworden vanmensenhandel en medewerking verlenen aan het opsporingsonderzoek.17De verblijfsregeling heeft een tweeledig doel. Namelijk zowel het biedenvan bescherming aan slachtoffers van mensenhandel als het stimulerenvan de bereidheid van slachtoffers tot het doen van aangifte en/of hetverlenen van medewerking aan het strafrechtelijk onderzoek, door dezegeboden bescherming. De ratio achter de koppeling met het strafrecht isdus dat hiermee de aanpak van mensenhandel ook gediend kan zijn.18Op het gebied van de reguliere verblijfsregeling voor slachtoffers vanmensenhandel zijn er verder twee belangrijke ontwikkelingen. In de eersteplaats wordt er in het kader van het actieplan Samen Tegen Mensen-handel een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om dekoppeling tussen de verblijfsregeling en het strafrecht los te laten. Dereden hiervoor is dat er veel kritiek is op deze koppeling vanuit hetoogpunt van slachtofferbescherming. Deze verkenning wordt uitgevoerddoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in samenwerking met hetMinisterie van Asiel en Migratie. In de tweede plaats wordt er gewerkt aaneen verblijfsregeling voor slachtoffers van ernstige benadeling, in hetkader van de modernisering van artikel 273f.19 De Kamer wordt hieroverin het najaar van 2025 verder geïnformeerd.Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en achterlatingWanneer iemand slachtoffer is van huiselijk geweld en eergerelateerdgeweld is het van belang dat er mogelijkheden zijn om aan deze gevaar-lijke situatie te ontkomen. Er zijn mogelijkheden binnen het regulieremigratierecht om in deze gevallen aanspraak te maken op eenzelfstandige verblijfsvergunning.20 Bij huiselijk geweld moet aannemelijkworden gemaakt dat er sprake is van geweld door een melding bij de17De procedures van de tijdelijke en niet-tijdelijke vergunning staat beschreven in paragraven B8en B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000.18Staatsblad 2000, 497, toelichting bij artikel 3.48 Vreemdelingenbesluit 200019Zie Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel, Kamerstuk 36 547, nr. 220Voor de procedures en voorwaarden, zie: https://ind.nl/nl/verblijfsvergunningen/andere-verblijfsvergunningen/verblijfsvergunning-slachtoffer-eergerelateerd-of-huiselijk-geweldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 627 politie en door verklaringen vanuit hulpverlening. Bij eergerelateerdgeweld vraagt de IND advies aan het LEC (Landelijk Expertisecentrumeergerelateerd geweld van de politie). Deze zaken worden behandeld doorhet genderteam van de IND. Het genderteam houdt zich ook bezig metgevallen van huwelijksdwang en achterlating.21MedischVreemdelingen die niet langer in Nederland mogen verblijven, maar hetland niet kunnen verlaten vanwege een medische behandeling, kunnen inbepaalde situaties verblijf op medische gronden krijgen.De vreemdeling kan in aanmerking komen voor verblijf op medischegronden:–als hij niet in staat is te reizen vanwege zijn gezondheidstoestand ofdie van één van de gezinsleden;–als het stoppen van de medische behandeling leidt tot een medischenoodsituatie;–als de medische behandeling niet kan plaatsvinden in het land vanherkomst.Om te beoordelen of voortzetting van de medische behandeling inNederland noodzakelijk is, wint de IND advies is bij het Bureau MedischeAdvisering (BMA).Vreemdelingen die tijdelijk willen verblijven in Nederland vanwege hungezondheid kunnen een verblijfsvergunning voor medische behandelingaanvragen. Ze dienen wel aan een aantal voorwaarden te voldoen. De INDtoetst of Nederland het meest aangewezen land voor de medischebehandeling is, of deze behandeling noodzakelijk is, of de zorginstellingplaats heeft om de vreemdeling te of behandelen, de vreemdeling eenzorgverzekering heeft die de behandeling dekt, en of de vreemdeling of depersoon die het verblijf in Nederland betaald voldoende middelen heeft.Verblijf op medische gronden wordt altijd verleend voor een beperkteduur; meestal een jaar. Als de situatie na een jaar ongewijzigd is, kan hetverblijf worden verlengd met weer een jaar. Als 3 jaar verblijf op medischegronden is toegestaan kan de vreemdeling wijziging van het verblijfsdoelaanvragen naar een verblijfsdoel dat niet meer samenhangt met jemedische situatie. Al in Nederland aanwezige gezinsleden (partner enminderjarige kinderen) mogen soms ook in Nederland blijven zo lang demedische behandeling voortduurt.Aan een vreemdeling die geen recht op verblijf heeft in Nederland enterug moet naar het land van herkomst kan vanwege de gezondheidssi-tuatie van de vreemdeling, of een van de gezinsleden, uitstel van vertrekworden verleend (artikel 64 Vreemdelingenwet). Uitzetting van devreemdeling blijft achterwege zolang reizen in verband met de gezond-heidstoestand van de vreemdeling of zijn gezinsleden niet verantwoord is.Om te beoordelen of de vreemdeling daadwerkelijk niet kan reizen, wintde IND is bij het Bureau Medische Advisering (BMA).OverigCulturele uitwisselingHet hoofddoel van de culturele uitwisselingsprogramma’s is om jongerengedurende een periode van één jaar kennis te laten maken met de21Voor meer informatie over deze procedures, zie: https://ind.nl/nl/formulieren/3083.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 628 Nederlandse cultuur en samenleving. SZW is primair betrokken vanuit hettoezicht op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), en BZ voorhet onderhouden van de relaties met landen van herkomst onderhoudt.De au-pairregeling maakt het mogelijk voor jongeren om deel te nemenaan een uitwisselingsprogramma via een door de IND erkendau-pairbureau. Tijdens hun verblijf in een gastgezin maken zij kennis metde Nederlandse cultuur, waarbij het gastgezin kost- en inwoning biedt,evenals zakgeld. In ruil daarvoor verricht de au pair maximaal 30 uur perweek lichte huishoudelijke werkzaamheden en ondersteunt bij de zorgvoor de kinderen. Per 1 oktober 2022 is de au-pair regeling aangescherptnaar aanleiding van signalen over oneigenlijk gebruik van deau-pairregeling.22 In 2026 volgt een evaluatieonderzoek waarbij aandachtis voor de vraag of de aanscherpingen effect hebben gehad op hettegengaan van oneigenlijk gebruik.23De Minister van Asiel en Migratie,M.H.M. Faber-van de Klashorst22Staatscourant 2022–26124, Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van29 september 2022, nummer 4203683, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen2000 (honderdtachtigste wijziging), 29 september 2022.23Kamerbrief «Invoeringstoets aanscherpingen au-pairregeling». 18 december 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 629

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b9e77a6b718bae7f

14 okt 2026 · cd6c39f4197390f4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.