Aangenomen moties met budgettaire consequenties tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen
Brontekst
Versie 38985e7a32f372ce · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 36 410Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën Nr. 83 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 september 2023 Het demissionaire kabinet heeft in de Miljoenennota 2024 een pakket van maatregelen voorgesteld om de koopkracht te verbeteren. Dit pakket bestaat onder andere uit een substantiële verhoging van de huurtoeslag en het kindgebonden budget voor een totaalbedrag van 2 miljard euro structureel met een gedekte begroting. Met dit pakket voorkomt het kabinet dat het aantal mensen in armoede toeneemt. Het percentage kinderen in armoede neemt fors af. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) heeft uw Kamer verschillende moties aangenomen met budgettaire consequenties (Handelingen II 2023/24, nr. 3, Stemmingen). Met deze brief geeft het demissionaire kabinet meer inzicht in de uitvoeringstechnische mogelijk-heden ten aanzien van diverse voorgestelde maatregelen en de budget-taire consequenties. Door SZW zijn voor relevante moties en waar mogelijk doorrekeningen van inkomenseffecten, armoedecijfers en gevolgen voor het koopkrachtbeeld gegeven. Met deze brief beoog ik om u zo volledig mogelijk te informeren in aanloop naar de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) van 4 en 5 oktober. Deze brief geeft geen inhoudelijke appreciatie van de voorstellen. Voor wat betreft de uitvoerbaarheid van de moties geldt dat niet alle fiscale maatregelen in de moties uitvoerbaar zijn per 1 januari 2024. Sommige fiscale maatregelen in de moties wijzigen namelijk de structuur van een belasting. Voor het kabinet geldt het uitgangspunt dat tijdens en na de augustusbesluitvorming uitsluitend parameterwijzigingen nog uitvoerbaar zijn voor de Belastingdienst per 1 januari van het aankomende jaar. In de tabellen met budgettaire gevolgen in deze brief worden de effecten aan de lastenkant en de programmakosten aan de uitgavenkant weergegeven. Hiernaast is sprake van uitvoeringskosten. In algemene zin kennen structuuraanpassingen hogere uitvoeringskosten dan parameter-wijzigingen. De verwachting is dat er circa € 5 mln. structureel nodig zal zijn voor de uitvoering van het geheel van deze moties. In een aantal van de voorstellen worden maatregelen aan de inkomstenkant voorzien van kst-36410-83ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 831 dekking via de uitgavenkant of andersom. Dit is niet conform de begrotingsregels. 1. Stand overheidsfinanciën Aan het begin van de kabinetsperiode heeft het kabinet bewust gekozen voor een ambitieuze investeringsagenda om het hoofd te bieden aan verschillende uitdagingen. In de afgelopen jaren hadden we daarbij te maken met turbulente tijden, zoals de pandemie, de Russische agressie in Oekraïne die tot de dag van vandaag voortduurt en de stijgende prijzen van boodschappen en energie. Dit vroeg veel van ons allemaal en had grote impact. Maatschappelijk, maar ook op de overheidsfinanciën. Om het saldo niet verder te laten verslechteren, en daarmee rekeningen door te schuiven, heeft het kabinet in het voorjaar de tegenvallers op asiel en rente gedekt, mede door bezuinigingsmaatregelen. Dit was een belangrijke koerswijziging ten opzichte van de afgelopen jaren. Ook is het koopkrachtpakket in augustus, zoals beschreven in de Miljoenennota, gedekt. Vanuit deze gedachte blijft het kabinet dan ook kritisch op nieuw beleid met een negatief effect op de overheidsfinanciën. De dekking van de moties die uw Kamer heeft aangenomen is niet in alle gevallen deugdelijk, waardoor deze in de huidige vorm saldo en schuld doen verslechteren. Onderstaande tabel laat de indicatieve inschatting van het kabinet van het EMU-saldo zien na de moties ten opzichte van de inschatting van het kabinet bij de Miljoenennota. Indien de aangenomen moties worden uitgevoerd is de verwachting dat het EMU-saldo in 2024 de Europese grenswaarde van – 3% van het bbp zal doorbreken. Tabel 1 – EMU saldo Miljoenennota 2024 na moties In procenten bbp 2023 2024 2025 2026 2027 2028 EMU-saldo Miljoenennota 2024 – 1,6% – 2,9% – 2,9% – 3,6% – 2,6% – 3,2% Verschil door aangenomen moties 0,0% – 0,2% – 0,1% – 0,1% – 0,1% 0,0% EMU-saldo na aangenomen moties – 1,6% – 3,1% – 3,0% – 3,7% – 2,7% – 3,2% 2. Uitgangspunten kabinet Het uitgangspunt van het kabinet is dat nieuw beleid binnen de geldende nationale en Europese begrotingsregels wordt uitgevoerd. Dat wil onder andere zeggen dat dit gedekt is en zo budgettair ingepast moet worden binnen de vastgestelde uitgavenplafonds en het inkomstenkader en dat het saldo en de schuld binnen de grenswaarden van het huidige Stabiliteits- en Groeipact (SGP) blijven. In deze brief brengt het kabinet het effect van de moties technisch in beeld, ook als deze niet volledig volgens de begrotingsregels gedekt zijn. Dit leidt in het totaal tot overlap: sommige beleidsdoelen (bijvoorbeeld het beperken van de energiebe-lasting), of doelgroepen (mensen met kinderen, het bedrijfsleven) worden door verschillende moties geraakt. Deze interferentie betekent dat totaaleffecten niet helder zijn en dat er sprake kan zijn van onbedoelde stapeling. Zowel in negatieve zin als in positieve zin. Daarnaast gaat de brief niet in op de impact van de moties op de voorspelbaarheid van beleid, voor zowel burgers als bedrijven. In deze brief worden alleen de moties beschreven die directe budgettaire consequenties hebben. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 832 3. Moties met budgettaire consequenties Motie van het lid Hermans c.s.1 verzoekt de regering te voorkomen dat de benzine en dieselaccijnzen in 2024 stijgen door het met een jaar verlengen van de huidige korting en het eenmalig niet indexeren van de accijnzen. Daarnaast verzoekt de motie de energiebelasting voor huishoudens te verlagen met 200 miljoen euro structureel. De voorgestelde dekking betreft incidentele en struc-turele middelen van de Aanvullende Post (uitgezonderd SZW en VWS), meeropbrengsten in de aardgasbaten en indien nodig middelen uit het Nationaal Groeifonds. Tabel 2 – Motie van het lid Hermans c.s.1 in mln. euro, + is saldobelastend, prijzen 2023 2023 2024 2025 2026 2027 2028 struc. Maatregelen per 0 1.399 194 194 194 194 194 Benzineaccijns op nominaal niveau 1 juli 2023 1-jan-24 0 677 0 0 0 0 0 Dieselaccijns op nominaal niveau 1 juli 2023 1-jan-24 0 528 0 0 0 0 0 Verhogen belastingvermindering EB 1-jan-24 0 194 194 194 194 194 194 Dekking 0 – 1.399 – 194 – 194 – 194 – 194 – 194 Nader te bepalen dekking uit Aanvullende Post en Nationaal Groeifonds n.v.t. 0 – 1.399 – 194 – 194 – 194 – 194 – 194 Saldo 0 0 0 0 0 0 01 De lastenmaatregelen in deze en de andere tabellen in de brief zijn weergegeven in prijzen 2023, zodat ze vergelijkbaar budgettaire bedragen aan de uitgavenzijde. Dit wijkt af van de normale weergave, waarin lastenmaatregelen in prijzen jaar van invoering worden weergegeven. Toelichting kabinetspositie Deze motie is door het kabinet ontraden. De dekking is niet conform de begrotingsregels omdat derving van inkomsten aan de uitgavenkant wordt gedekt. Daarnaast zijn een aantal van de dekkingsposten niet concreet gemaakt en daarmee onzeker, of niet structureel terwijl er wel structurele dekking wordt gevraagd. Verdere invulling vergt concreter inzicht in de gewenste dekking. Wij verwachten dat u nadere toelichting kunt verschaffen tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Ook leidt het met één jaar uitstellen van de verhoging van de brandstofaccijns in het basispad tot een nog scherpere verhoging met ingang van 2025. Tot slot zijn de genoemde maatregelen tot voordeel van alle Nederlanders, terwijl het kabinet heeft gekozen voor gerichte maatregelen specifiek op de kwetsbare huishoudens. Daarnaast wordt voorgesteld de accijns op diesel en benzine te verlagen, terwijl huishoudens voornamelijk benzine gebruiken en de prijsverschillen met buurlanden bij benzine substantieel groter zijn. Wat betreft de energiebelasting heeft het kabinet eerder gekozen om geen maatregelen te nemen, omdat de totale energiere-kening naar verwachting volgend jaar slechts een gematigde ontwikkeling kent en de energieprijs zakt onder het prijsplafond. Brandstofaccijnzen Budgettaire aspecten Als de huidige verlaging van de accijnstarieven verlengd wordt en indexatie achterwege blijft, blijven de tarieven nominaal gelijk aan de tarieven zoals die sinds 1 juli 2023 van toepassing zijn. Het met één jaar 1Kamerstuk 36 410, nr. 14Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 833 verlengen van de verlaging leidt tot een incidentele derving van € 1.244 mln. in 2024, waarvan € 699 mln. voor benzine en € 545 mln. voor diesel (deze budgettaire bedragen zijn in prijzen jaar van invoering, in de tabel is het prijspeil van deze maatregel voor vergelijkbaarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet). Het Nederlandse accijnstarief (inclusief btw) voor benzine komt dan 23 eurocent hoger uit ten opzichte van België en 18 eurocent hoger ten opzichte van Duitsland en voor diesel 10 cent lager dan in België en 6 cent hoger dan in Duitsland. De motie vraagt niet om de accijns op LPG te verlagen. De accijns op LPG stijgt met 4,08 cent per 1 januari 2024. In het wetsvoorstel Belastingplan 2024 is een voorstel opgenomen om het accijnstarief van stookolie per 1 januari 2024 gelijk te stellen aan het accijnstarief voor diesel. De in de motie verzochte accijnsverlaging voor diesel zorgt ervoor dat de maatregel uit het wetsvoorstel Belastingplan 2024 in 2024 een lagere budgettaire opbrengst kent dan beoogd. Dit is in bovenstaande tabel meegenomen in de budgettaire derving van de dieselaccijns. Uitvoeringsaspecten Het aanpassen van de accijnstarieven is een parameterwijziging per 1 januari 2024 uitvoerbaar, mits de accijnstarieven uiterlijk 15 december 2023 zijn vastgesteld en de voorraadbepaling in de Wet op de accijns buiten werking is gesteld. Inkomenseffecten Het mediane inkomenseffect van alle huishoudens bedraagt +0,2%. Maar de grootte van het effect tussen huishoudens verschilt. Huishoudens zonder auto of met een elektrische auto hebben geen profijt van deze maatregel. Huishoudens met een auto met een verbrandingsmotor hebben profijt, voornamelijk als ze veel kilometers in een minder zuinige auto rijden. Het inkomenseffect in euro’s is afhankelijk van het aantal gereden kilometers met een auto met een verbrandingsmotor. Verlagen energiebelasting Budgettaire aspecten In de motie wordt niet gespecificeerd hoe de energiebelasting voor huishoudens moet worden verlaagd. Hiervoor zijn drie opties: 1) verhoging van de belastingvermindering, 2) verlaging van het tarief van de eerste schijf gas of 3) verlaging van het tarief van de eerste en tweede schijf elektriciteit. In onderstaande tabel zijn de gevolgen per optie uitgewerkt. Van de budgettaire derving van een verlaging van het tarief van de eerste schijf gas of verhoging van de belastingvermindering (optie 1 en 2) komt ongeveer 90% terecht bij huishoudens en het overig deel bij andere verbruikers zoals bedrijven. Bij een verlaging van het tarief elektriciteit tot 10.000 kWh slaat circa 77% van de budgettaire derving neer bij huishoudens (bij alleen verlaging eerste schijf elektriciteit tot 2900 kWh naar schatting circa 90%). Verlaging van het tarief van de eerste schijf gas vermindert naar verwachting de verduurzamingsprikkel voor huishoudens en leidt ten opzichte van het basispad tot een toename van de CO2-uitstoot.2 Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 834 Tabel 3 – Overzicht verlaging energiebelasting (in lopende prijzen) 2023 2024 Effect voorgestelde wijziging Financieel voordeel huishouden gemiddeld verbruik (incl. btw) 1) Belastingvermindering 493 498 521 (= 498 + 23,4) € 28,311 2) Tarief 1e schijf gas (0 – 1.000 m3) in cent/m3 48,98 ct./m3 58,30 ct./m3 55 ct./m3 (= 58,30 ct. – 3,30 ct.) € 39,891 3) Tarief 1e en 2e schijf elektriciteit (tot 10.000 kWh)1 10,88 ct./kWh 10,04 ct./kWh (=10,88 ct. – 0,843 ct.) € 22,231 Uitgaande van een gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik van 1.080 m3 en 2.180 kWh op basis van voorlopige gegevens van het CBS over het jaar 2022. Een aandachtspunt ten aanzien van de budgettaire aspecten is tot slot de relatie van de voorstellen met het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan (HVP). In het HVP is de tariefschuif in de huidige eerste schijf van de energiebelasting tussen gas en elektriciteit (cf. Coalitieakkoord 2021, bijlage bij Kamerstuk 35 788, nr. 77) opgenomen als hervorming. Concreet is opgenomen dat het tarief in de eerste schijf gas in 2024 in reële termen met 2,5 cent per m3 wordt verhoogd ten opzichte van 2023 en in 2026 met 1 cent per m3 ten opzichte van 2024. Aan deze afspraak wordt niet voldaan bij de verlaging van het tarief van de eerste schijf gas (optie 2). Dit leidt tot een financiële korting die kan oplopen tot een half miljard euro, waarvoor in de motie(s) geen dekking wordt gezocht. Deze korting kan worden voorkomen door de verlaging van de energiebelasting via de verhoging van de belastingvermindering vorm te geven. Gegeven het aandachtspunt rondom het HVP en de uitvoeringsaspecten (zie ook hieronder) stelt het kabinet voor om invulling aan de motie te geven via een verhoging van de belastingmindering. De motie van het lid Hermans c.s. kent een overlap met de motie van het lid Bontenbal, waarin eveneens wordt voorgesteld om de energiebe-lasting te verlagen. In de (Kamerstuk 36 410, nr. 26) huidige invulling van deze moties resulteert dit in een dubbele verlaging van de energiere-kening; zowel een verlaging van het tarief eerste schijf als een verhoging van de belastingvermindering. Tijdens de Algemene Financiële Beschou-wingen ontvangt het kabinet graag nadere toelichting over of het inderdaad de wens is om de energierekening twee keer te verlagen en voert het graag het gesprek over het voorstel om invulling te geven aan de motie door de energiebelasting te verlagen via verhoging van de belastingvermindering. Uitvoeringsaspecten Een verhoging van de belastingvermindering en aanpassing van de tarieven is uitvoerbaar voor energieleveranciers en de Belastingdienst. Het betreft parameterwijzigingen die uitvoerbaar zijn per 1 januari 2024. De Belastingdienst en energieleveranciers kunnen in elk geval tot en met de stemming over het wetsvoorstel Belastingplan 2024 in de Tweede 2Zie ook de uitgevoerde impactanalyse door CE Delft: CE_Delft_230255_Aanpassingen_energiebelasting_voor_extra_emissiereductie.pdf (rijksfinan-cien.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 835 Kamer de hoogte van de belastingvermindering en tariefhoogte voor 2024 aanpassen.3 Een verlaging van het tarief van de nieuwe eerste schijf gas is uitvoerings-technisch zeer complex, komt mogelijk niet terecht bij veel huishoudens met blokverwarming en kent frauderisico’s. Dit komt doordat de Belasting-dienst een impactvolle forfaitaire teruggaveregeling zal moeten invoeren om de naar schatting 600.000 huishoudens met blokverwarming via hun verhuurder of VvE te kunnen laten profiteren van een verlaging van het tarief van de eerste schijf gas. Dekking: Aanvullende Post, Gasbaten en Nationaal Groei Fonds (NGF) In de motie worden drie dekkingsbronnen genoemd (Aanvullende Post, gasbaten en Nationaal Groeifonds), waarbij de omvang niet concreet is en een verdeling niet nader is gespecificeerd. De dekking is niet conform begrotingsregels, vanwege de schending van scheiding inkomsten en uitgaven. Binnen de gasbatenraming is geen budgettaire ruimte, waardoor deze niet als dekking ingezet kan worden. Dekking vanuit de Aanvullende Post kan middels het verlagen van een aantal specifieke reserveringen of door de dekking te verspreiden over alle posten. In de bijlage is een tabel opgenomen met een actueel overzicht van reserveringen op de Aanvullende Post. Hierbij staan ook de reserve-ringen voor VWS en SZW, die in de motie worden uitgesloten als dekkingsbron. Welke reserveringen dit betreft is in de tabel gespecificeerd. Op de Aanvullende Post staan reserveringen voor PEGA, hersteloperatie toeslagen, het Klimaatfonds en het Transitiefonds. Deze standen zijn inclusief de bij Voorjaarsnota 2023 uitgekeerde loon- en prijsbijstelling (LPO). Diverse reserveringen zijn niet structureel, zoals het Klimaatfonds en het Transitiefonds. De daarover uitgekeerde LPO is daarom ook niet structureel. In de tabel in Bijlage 1 is aangegeven of de desbetreffende reeks structureel is. De onverdeelde loon- en prijsbijstelling voor 2022 die op de Aanvullende Post staat is ook opgenomen als dekking in de motie van het lid Bikker c.s. Het Nationaal Groeifonds wordt als sluitpost genoemd. Onderstaande tabel bevat de beschikbare ruimte aan juridisch niet verplichte middelen tot en met 2028. Tot en met 2032 is hiervan circa € 8,2 miljard voor de vierde en vijfde ronde. Daarnaast is circa € 3,1 miljard voor geselecteerde projecten en het investeringsfonds CAS/BES gereserveerd. Deze gereser-veerde middelen zijn niet beschikbaar, mede omdat hiervoor bestuurlijke verwachtingen zijn gewekt. In 2024 is € 860 miljoen opgenomen voor reeds geselecteerde projecten als onder andere het Nationaal Onder-wijslab, het Deltaplan Valorisatie en QuantumDeltaNL en het investerings-fonds CAS/BES. Het inzetten van deze middelen in 2024 zou betekenen dat ze (gedeeltelijk) niet meer door kunnen gaan. Het inzetten van middelen uit het NGF uit latere jaren voor dekking in 2024 betekent een verslech-tering in het EMU-saldo 2024. 3Voor de lengte van de eerste schijf gas en elektriciteit wordt opgemerkt dat de grens die in 2024 moet gelden, voor energieleveranciers uiterlijk 1 oktober 2023 bekend moet zijn (zie hierover ook de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Belastingplan 2024 (Kamerstuk 36 418, nr. 3, p. 44–45 en p. 111–112)). Daarbij gaan de energieleveranciers voor de eerste schijf gas uit van de schijflengte die is opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024 (1.000 m3).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 836 Tabel 4 – Budgettaire reeks Nationaal Groeifonds in mln., + is saldobelastend 2024 2025 2026 2027 2028 Nog onverdeelde NGF middelen – 860 – 733 – 1.137 – 1.479 – 2.474 Motie van het lid Klaver c.s.4 verzoekt de regering het minimumloon per 2024 met 1,7% extra te verhogen met behoud van de volledige koppeling; verzoekt de regering de verlaging van het afbouwpunt van het kindgebonden budget voor paren met circa € 9.000 terug te draaien; spreekt uit dat de kinderopvang bij amendement zal worden verhoogd met circa 425 miljoen zodat de maximumuurprijs voor de kinderopvang en de buitenschoolse opvang weer gaat aansluiten bij de daadwerkelijk te betalen prijs; spreekt uit dat deze voorstellen bij amendement gedekt zullen worden met: (1) het belasten van de inkoop van eigen aandelen gelijk aan de belasting op het uitkeren van dividend, met een opbrengst van 1,2 miljard euro; (2) een taakstellende verhoging van de bankenbelasting met 350 miljoen euro; (3) een verhoging van het (top)tarief in box 2 en box 3 met 2%, met een opbrengst van circa 450 miljoen euro. Tabel 5 – Motie van het lid Klaver c.s. in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 struc. Maatregelen per 52 1.761 1.813 1.805 1.926 1.975 2.011 Verhoging WML met 1,7%1 1-jan-24 2 1.158 1.203 1.179 1.193 1.202 1.216 Terugdraaien verlaging afbouwpad kindgebonden budget 1-jan-24 33 394 379 373 371 370 370 Ophoging maximum uurprijzen kinderop-vangtoeslag 1-jan-24 17 209 231 253 362 403 425 Dekking 0 – 773 – 1.543 – 1.542 – 1.542 – 1.542 – 1.542 Belasten inkoop eigen aandelen 1-jan-25 0 0 – 770 – 770 – 770 – 770 – 770 Verhoging bankenbelasting 1-jan-24 0 – 339 – 339 – 339 – 339 – 339 – 339 Verhoging toptarief box 2 en box 3 met 2% 1-jan-24 0 – 434 – 434 – 434 – 434 – 434 – 434 Saldo 52 988 270 263 384 433 4691 Deze reeks gaat uit van een ingangsdatum van 1 januari 2024. Om uitvoeringsaspecten kan ook voor invoering per 1 juli 2024 worden gekozen. Zie voor de overwegingen hieromtrent «uitvoeringsaspecten». Toelichting kabinetspositie Deze motie is door het kabinet ontraden. Het is op deze korte termijn niet mogelijk om de verhoging te ontkoppelen, bijvoorbeeld om de doorwerking in de AOW te bezien. De dekking is niet conform de begrotingsregels omdat hogere uitgaven aan de inkomstenkant worden gedekt. Daarnaast is de voorgestelde dekking onvoldoende. Verdere invulling vergt concreter inzicht in de gewenste dekking. Wij verwachten dat u nadere toelichting kunt verschaffen tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Een verhoging van 75% van de bankenbelasting heeft gevolgen voor de internationale concurrentiepositie van Nederlandse banken en het vestigingsklimaat, en leidt tot hogere kosten van kredietver-lening voor burgers en (MKB)-bedrijven. De verhoging leidt bij publieke sectorbanken mogelijk tot een lager dividend voor hun publieke aandeel-houders, o.a. gemeenten. 4Kamerstuk 36 410, nr. 23Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 837 Het volledig afschaffen van de inkoopfaciliteit kan een belemmerende werking hebben op het kapitaalallocatiebeleid voor het Nederlandse beursgenoteerde bedrijfsleven en de internationale concurrentiepositie. Voor een uitgebreide beschouwing van de inkoopfaciliteit verwijs ik naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belasting-dienst van 26 september 2023 (Kamerstuk 36 410, nr. 77) in reactie op de motie van de leden Van Weyenberg en Nijboer.5 Verhogen wettelijk minimumloon (WML) Budgettaire aspecten Het verhogen van het WML met 1,7% leidt tot hogere uitgaven van circa 1,2 mld euro structureel per jaar, waarvan ca. 0,7 mld. structureel extra AOW-uitgaven bedraagt. Uitvoeringsaspecten Een bijzondere verhoging van het minimumloon vergt, anders dan de reguliere indexatie, een wetswijziging. De wet voorziet in een wettelijke grondslag om het minimumloon met een AMvB te verhogen. Verhoging van het WML per AMvB is juridisch kwetsbaar. Deze wetsgrond kan enkel worden gebruikt als de noodzakelijke en bijzondere verhoging van het minimumloon te rechtvaardigen is. Daar is vorig jaar gebruik van gemaakt vanwege de uitzonderlijke inflatie. De Raad van State was bij die verhoging kritisch op het gebruik van deze wettelijke grondslag en de doorwerking op de AOW. Daarnaast is voor de uitvoerbaarheid van belang dat 1 oktober een implementatieverzoek is ingediend bij het UWV. Voor dienst Toeslagen geldt dat zij 1 oktober duidelijkheid moet hebben met welke geschat indexatiecijfer het massaal automatisch continueren-proces moet worden opgestart. Voor UWV en dienst Toeslagen geldt verder dat zij uiterlijk 15 oktober 2023 zekerheid moeten hebben over het definitieve verho-gingspercentage van het WML. Voor de Belastingdienst is dat 1 november 2023. Dit zou vragen om een voorhangprocedure die uiterlijk 29 september 2023 start voor beide Kamers. Dit laat een krap tijdspad zien. De voorhangperiode en advisering door de Raad van State zijn verplicht. Alternatief is een bijzondere minimumloonsverhoging per 1 juli 2024. De meest passende procedure is dan – gelet op het uitgangspunt van de wetgever – een wetswijziging, in plaats van een AMvB. Hierbij geldt het aandachtspunt dat een verhoging per 1 juli 2024 leidt inkomensstijgingen leidt halverwege het jaar, wat gevolgen kan hebben voor de hoogte van inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen. Daarmee kan invoering per 1 juli mogelijk tot terugvorderingen van toeslagen en naheffingen bij de inkomstenbelasting leiden. In de uitvoering kan via het massaal continueren-proces – mits 1 oktober bekend – geanticipeerd worden op een minimumloonsverhoging halverwege het jaar, wat terugvorderingen beperkt. Ook heeft het verhogen van het WML gevolgen voor de beslagvrije voet. De beslagvrije voet wordt jaarlijks na het ontstaan van de vordering herberekend. De wijziging van het minimumloon loopt mee in de normbedragen van de beslagvrije voet die bij de berekening worden toegepast. Een massale herberekening van de beslagvrije voet is uitvoeringstechnisch niet mogelijk en niet altijd in het voordeel van de 5Kamerstuk 36 200, nr. 86.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 838 belastingplichtige of toeslaggerechtigde. De wijziging leidt tot een groter beroep op de dienstverlening bij de Belastingdienst en dienst Toeslagen. Terugdraaien verlaging afbouwpunt kindgebonden budget (WKB) Budgettaire aspecten De motie verzoekt het deels terugdraaien van de verlaging van het afbouwpunt voor paren met circa € 9.000 waardoor het nieuwe afbouwpunt voor paren op een belastbaar huishoudinkomen komt van € 44.849 in 2024. Per saldo krijgen circa 85.000 huishoudens voor het eerst (of opnieuw) recht op kindgebonden budget door deze maatregel. Daarnaast genieten circa 500.000 paren die al recht hebben op WKB voordeel van deze maatregel. Deze maatregel kost € 370 mln. structureel. De motie van het lid Klaver c.s. kent overlap met de motie van het lid Stoffer, waarin eveneens een maatregel wordt voorgesteld binnen de kindregelingen (Kamerstuk36 410, nr. 45). Uitvoeringsaspecten De verhoging van het afbouwpunt voor paren in het kindgebonden budget is een parameterwijziging en per 1 januari 2024 mogelijk. Om in december 2023 (voor de maand januari 2024) uit te keren, dient de wijziging uiterlijk 15 oktober 2023 vastgesteld te zijn6. Door de maatregel wordt de groep toeslagengerechtigden groter. Dit leidt tot een groter beroep op de dienstverlening van de dienst Toeslagen en de Belasting-dienst. Er is hiervoor een wijziging van de begroting 2024 van SZW nodig en van het Belastingplan 2024. Verhogen maximum uurprijzen kinderopvang Budgettaire aspecten De motie verzoekt om de maximum uurprijzen (MUP) waarover ouders in 2024 kinderopvangtoeslag ontvangen, beleidsmatig te verhogen. De budgettaire effecten bedragen € 209 mln. voor 2024 (en circa € 17 mln. in 2023 vanwege bevoorschotting in december over januari 2024) oplopend naar € 425 mln. structureel. Hierbij is ervan uitgegaan dat de mate waarin de MUP wordt verhoogd, verschilt per opvangvorm. Het effect van de maatregel hangt af van de ontwikkeling van de tarieven in de markt. De Minister van SZW zal dit monitoren. •Dagopvang: +4,80% (€ 0,46 verhoging) •Buitenschoolse opvang: +8,43% (€ 0,70 verhoging) •Gastouderopvang: +2,61% (€ 0,19 verhoging) Uitvoeringsaspecten Het verhogen van de maximum uurprijzen kan per AMvB geregeld worden. Onderdeel van de totstandkomingsprocedure is een verplichte voorhangprocedure bij de Tweede en Eerste Kamer. Afronding van het AMvB-traject voor 1 januari 2024 is ambitieus, maar het is mogelijk om de AMvB met terugwerkende kracht in werking te laten treden en per 1 januari 2024 met de uitvoering te starten. Om in december 2023 (voor de maand januari 2024) uit te keren, dient de wijziging uiterlijk 15 oktober 6Omdat materiewetgeving en begrotingswetten vaak nog niet stilstaan anticipeert Dienst Toeslagen jaarlijks door vooruitlopend op definitieve wetgeving voorgenomen wijzigingen systeemtechnisch klaar te zetten in opdracht van de opdrachtgever om tijdig de juiste toeslagen uit te kunnen betalen in december.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 839 2023 vastgesteld te zijn7. Wijzigingen gedurende het jaar zijn uitvoerings-technisch mogelijk met terugwerkende kracht over het gehele toeslagjaar. Dit vraagt wel om uitvoeringscapaciteit bij dienst Toeslagen. Ook neemt hiermee de druk op de BelastingTelefoon verder toe. Dekking: Inkoopfaciliteit dividendbelasting Budgettaire aspecten De budgettaire opbrengst per 1 januari 2025 wordt geraamd op € 814 mln., maar deze kan van jaar tot jaar aanzienlijk fluctueren.8 De budget-taire opbrengst van het afschaffen van de inkoopfaciliteit is moeilijk in te schatten vanwege de potentieel aanzienlijke gedragseffecten. De geraamde budgettaire opbrengst van de maatregel kan ook lager uitvallen naarmate bedrijven hun zetel verplaatsen naar het buitenland. De verwachting is dat slechts een zeer klein deel van de inkoop van eigen aandelen in de huidige vorm zal worden voortgezet, omdat beursgeno-teerde vennootschappen dan genoodzaakt zullen zijn deze heffing in de vorm van een brutering voor eigen rekening te nemen. Uitvoeringsaspecten De motie noodzaakt tot het wijzigen en verwijderen van rubrieken in de aangifte dividendbelasting en is daarmee een structuuraanpassing. De voorgestelde wijziging kan niet gedurende een kalenderjaar in werking treden. De wijziging kan daarom niet eerder dan 1 januari 2025 worden gerealiseerd. Naar verwachting zal dit leiden tot structurele uitvoerings-kosten voor benodigde toezichtscapaciteit. Dekking: Verhogen bankenbelasting Budgettaire aspecten De hoofddoelstelling van de bankenbelasting is het beprijzen van het risico dat de overheid een bank moet redden. De geraamde opbrengst van de bankenbelasting in 2024 is € 470 mln. De taakstellende verhoging van de bankenbelasting bedraagt € 350 mln.9. Indien deels als gevolg van deze maatregel een grootbank besluit het hoofdkantoor te verplaatsen valt de opbrengst lager uit. Deze opbrengst wordt behaald door de tarieven in de bankenbelasting te verhogen. De tarieven worden 0,038% over langlopende schulden (nu 0,022%) en 0,077% over kortlopende schulden (nu 0,044%). Uitvoeringsaspecten Het verhogen van de bankenbelasting gaat om een parameterwijziging en is uitvoerbaar per 1 januari 2024. Omdat de combinatie van maatregelen (verhogen bankenbelasting en fiscale wijziging van aandeleninkoop) ook invloed kan hebben op de stabiliteit van financiële instellingen en markten zal de Europese Centrale Bank om een oordeel gevraagd moeten worden10. 7Omdat materiewetgeving en begrotingswetten vaak nog niet stilstaan anticipeert Dienst Toeslagen jaarlijks door vooruitlopend op definitieve wetgeving voorgenomen wijzigingen systeemtechnisch klaar te zetten in opdracht van de opdrachtgever om tijdig de juiste toeslagen uit te kunnen betalen in december.8In prijzen jaar van invoering, in de tabel is het prijspeil van deze maatregel voor vergelijk-baarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet.9In prijzen jaar van invoering, in de tabel is het prijspeil van deze maatregel voor vergelijk-baarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet.10op grond van artikel 127(4) Verdrag betreffende de werking van de Europese UnieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8310 Dekking: Verhogen (top)tarief box 2 en box 3 Budgettaire aspecten Het verhogen van het toptarief box 2 levert € 124 mln. per jaar op vanaf 2024.11 Het verhogen van het tarief box 3 levert een opbrengst op van € 324 mln. per jaar. Gecombineerd met de verhoging van de verhoging van box 2 levert dit dus € 448 mln. per jaar op, vanaf 2024.12 Uitvoeringsaspecten Het verhogen van het toptarief box 2 en tarief box 3 gaat om een parameterwijziging en is uitvoerbaar per 1 januari 2024 worden doorge-voerd, mits dit uiterlijk 17 november (12.00) is vastgesteld. Koopkrachteffecten en armoedecijfers motie van het lid Klaver c.s. (Kamerstuk 36 410, nr. 23) Vanwege de zeer brede doorwerking van het minimumloon heeft dit op bijna alle huishoudens effect. Onderstaande tabel geeft de koopkrachtef-fecten van de motie weer, waar bijvoorbeeld in te zien is dat huishoudens met kinderen er een procentpunt meer op vooruit zullen gaan dan huishoudens zonder kinderen. In de berekening is het verhogen van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2024, het verhogen van het afbouwpunt voor paren in het kindgebonden budget en de verhoging van het toptarief in box 2 en het tarief in box 3 meegenomen13. Tabel 6 – Koopkracht Miljoenennota en bij verhoging minimumloon met 1,7% per 1 januari 2024 en deels terugdraaien verlaging van het afbouwpunt voor paren in het kindgebonden budget en verhoging toptarief box 2 en tarief box 3. Inkomensgroep Miljoenennota MJN met motie van het lid Klaver c.s. 1e (<=112% WML) 1,1% 1,7% 2e (112–177% WML) 1,7% 2,0% 3e (177–270% WML) 1,9% 2,2% 4e (270–397% WML) 1,9% 2,2% 5e (>397% WML) 1,5% 1,5% Inkomensbron Werkenden 2,0% 2,2% Uitkeringsgerechtigden 0,5% 1,4% Gepensioneerden 1,0% 1,4% Huishoudtype Tweeverdieners 1,8% 2,1% Alleenstaanden 1,6% 1,8% Alleenverdieners 1,4% 1,6% Kinderen Huishoudens met kinderen 2,3% 2,9% Huishoudens zonder kinderen 1,8% 1,9% 11NB: Dit is het lasteneffect van de box 2 maatregel. Door verwachte anticipatie effecten zal er op transactie en EMU basis een kasopbrengst zijn in 2023, een derving in de jaren erna en vanaf 2027 een oplopende opbrengst. Het lasteneffect is de netto contante waarde van de transactiereeks.12In prijzen jaar van invoering, in de tabel is het prijspeil van deze maatregel voor vergelijk-baarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet.13Bij tabel 6 dient te worden meegenomen dat hier effecten worden laten zien van een pakket dat niet van deugdelijke dekking is voorzien. Daarnaast is enkel ter indicatie uitgegaan van een verhoging van het WML per 1 januari 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8311 Inkomensgroep Miljoenennota MJN met motie van het lid Klaver c.s. Alle huishoudens 1,7% 1,9% De armoedecijfers laten zien dat de armoedecijfers met 0,1%-punt dalen ten opzichte van de situatie zonder deze maatregelen. Tabel 7 – armoedecijfers verhoging minimumloon met 1,7% per 1 januari 2024 en verhoging afbouwgrens paren in het kindgebonden budget. 2024 miljoe-nennota 2024 met verhoging WML en aanpassing WKB Personen (% onder armoedegrens) 4,8% 4,7% Kinderen (% onder armoedegrens) 5,1% 5,0% Motie van het lid Bontenbal c.s.14 verzoekt de regering om er zo spoedig mogelijk voor te zorgen dat ook transferpassagiers en privéjets vliegbelasting gaan betalen, en de opbrengst van deze maatregel te gebruiken om de energierekening voor huishoudens te verlagen door middel van een lager tarief in de eerste schijf van de aardgasbelasting. Tabel 8 – Motie van het lid Bontenbal c.s. in mln. euro, + is saldobelastend, prijzen 2023 2023 2024 2025 2026 2027 2028 struc. Maatregelen per 0 257 257 257 257 257 257 Verlaging tarief eerste schijf aardgasbe-lasting1 1-jan-24 0 257 257 257 257 257 257 Dekking 0 0 – 251 – 251 – 251 – 251 – 251 Verhoging vliegbelasting privéjets en transferpassagiers 1-jan-25 0 0 – 251 – 251 – 251 – 251 – 251 Saldo 0 257 62 6 6 6 61 Tariefmutatie in 2024 is gebaseerd op budgettaire opbrengst van 265 mln. in 2024 (prijspeil 2024, in prijspeil 2023 is dat 257 mln.). In latere jaren is een iets andere tariefmutatie nodig om dezelfde lastenverlichting te bieden, vanwege een veranderende grondslag.2 In prijzen jaar van invoering is de maatregel in de jaren na 2024 neutraal, In de tabel is het prijspeil van deze maatregelen voor vergelijkbaarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet. Toelichting kabinetspositie Deze motie is door het kabinet ontraden. Een dekking via de vliegbelasting op transferpassagiers is op zijn vroegst uitvoerbaar vanaf 1 januari 2025. De effecten van het laten vervallen van deze uitzondering, waardoor deze passagiers zullen worden belast tegen het huidige tarief van de vliegbe-lasting, is recent onderzocht door CE Delft.15 Naar verwachting leidt dit tot een daling van het aantal transferpassagiers in Nederland van 28% tot 34% en een daling van het totaal aantal passagiers in Nederland van 9% tot 13%. Dit gaat ten koste van de hub-functie en de netwerkkwaliteit van 14Kamerstuk 36 410, nr. 2615Bijlage bij Kamerstuk 36 202, nr. 157Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8312 Schiphol. Dit komt grotendeels door een verplaatsing naar andere Europese landen, omdat Nederland dan als enige land transferpassagiers zou belasten. Een dergelijke belasting zou daarom beter in EU-verband ingevoerd kunnen worden. Daarnaast betreft het verlagen van het tarief van de eerste schijf gas een generieke maatregel, terwijl het kabinet heeft gekozen voor een gericht koopkrachtpakket dat met name gericht is op de laagste inkomens. Hierin is ook de verwachte ontwikkeling van de energierekening meegenomen, die volgend jaar naar verwachting een gematigde ontwikkeling kent. Consumenten die meer zekerheid over de energieprijzen willen, kunnen bovendien weer een vast contract afsluiten. De tarieven liggen in veel gevallen onder het prijsplafond. Tot slot leidt het verlagen van het tarief van de eerste schijf gas tot veel complexiteit en risico’s in de uitvoering, onder andere het risico dat huishoudens met blokverwarming niet of onvoldoende worden bereikt. Het verhogen van de belastingvermindering heeft vergelijkbare financiële effecten, maar zónder dezelfde gevolgen en risico’s in de uitvoering. Dekking: Transferpassagier en privéjets belasting in de vliegbelasting Budgettaire aspecten De budgettaire opbrengst voor het laten vervallen van de uitzondering van transferpassagiers in de vliegbelasting levert per 2025 € 264 mln. op en € 264 mln. structureel (hierbij is rekening gehouden met een gedrags-effect)16. Afschaffen van de uitzondering is per 1 januari 2024 niet mogelijk. De budgettaire opbrengst voor het verlagen van de gewichts-grens in de vliegbelasting (zodat voor passagiers van privéjets vaker de vliegbelasting zal moeten worden betaald) levert per 2025 € 1 mln. op en € 1 mln. structureel. Uitvoeringsaspecten Het laten vervallen van de uitzondering van transferpassagiers is niet mogelijk per 1 januari 2024. De belastingplichtigen, zijnde de luchthavens, moeten de tijd krijgen om deze aanpassing in de systemen te kunnen verwerken. Een gebruikelijk volgend moment vanuit een fiscaal oogpunt gezien is per 1 januari 2025. Naar verwachting is dit voor zowel de luchthavens als de Belastingdienst uitvoerbaar, mits hetzelfde tarief wordt gehanteerd als voor andere passagiers. Een afwijkend tarief voor transferpassagiers is naar verwachting uitvoerbaar per 1 januari 2026. Voor het belasten van privéjets neemt het kabinet aan dat dit gaat over het verlagen van de gewichtsgrens. Daarbij dient het maximaal toegelaten startgewicht dat onderdeel is van de voor de vliegbelasting geldende definitie van «vliegtuig» te worden verlaagd van 8.616 kilogram naar 5.700 kilogram. Het kabinet heeft eerder aangegeven dit in het wetsvoorstel Belastingplan 2025 mee te nemen, met ingangsdatum 1 januari 2025.17 Hiermee zullen meer passagiers van vliegtuigen onder de vliegbelasting komen te vallen. 16In prijzen jaar van invoering, in de tabel is het prijspeil van deze maatregel voor vergelijk-baarheid met de uitgaven in prijzen 2023 gezet.17Kamerstuk 36 202, nr. 157.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8313 Verlagen tarief eerste schijf gas energiebelasting Budgettaire aspecten Omdat 1 januari 2025 de eerst mogelijke datum voor de aanpassing in de vliegtuigbelasting is, is er in 2024 een gat in de dekking. Met een beschikbaar budget van circa € 265 mln. kan het tarief in 2024 met 3,91 cent per m3 (in prijzen 2024) worden verlaagd ten opzichte van het basispad. Zoals bij de reactie op de motie van het lid Hermans c.s. beschreven, leidt een verlaging van het tarief van de eerste schijf gas naar verwachting tot een toename van de CO2-uitstoot. Zie ook onderstaande tabel. Een aandachtspunt ten aanzien van de budgettaire aspecten is de relatie van het voorstel met het HVP (zie de opmerkingen bij de motie van het lid Hermans c.s.). Tabel 9 – Verlaging in de energiebelasting (in lopende prijzen) 2023 Basispad 2024 Voorstel motie 2024 Tarief eerste schijf gas (0/1.000 m3) in cent/m3 48,98 ct./m3 58,30 ct./m3 53,94 ct./m3 (– 4,36) Financieel voordeel huishouden gemiddeld verbruik (incl. btw)1 – – € 52,791 Uitgaande van een gemiddeld gasverbruik van 1.080 m3 op basis van voorlopige gegevens van het CBS over het jaar 2022.*Voordeel voor een huishouden met gemiddeld verbruik én het maximale voordeel voor een huishouden, omdat het aardgasverbruik van een huishouden met gemiddeld verbruik hoger dan 1.000 m3 ligt. Uitvoeringsaspecten De uitvoeringsaspecten van de verlaging van het tarief eerste schijf gas, waaronder de significante vergroting van de complexiteit, het risico dat het voordeel niet terechtkomt bij de naar schatting 600.000 huishoudens met blokverwarming en het frauderisico bij de benodigde teruggavere-geling blokverwarming, zijn hierboven beschreven bij de reactie op de motie van het lid Hermans (Kamerstuk 36 410, nr. 14). De Belastingdienst en energieleveranciers kunnen in elk geval tot en met de stemming over het wetsvoorstel Belastingplan 2024 in de Tweede Kamer de hoogte van de tarieven voor 2024 aanpassen.18 De motie van het lid Bontenbal c.s. kent een overlap met de motie van het lid Hermans c.s., waarin eveneens wordt voorgesteld om de energiebe-lasting te verlagen. In de huidige invulling van deze moties resulteert dit in een dubbele verlaging van de energierekening; zowel een verlaging van het tarief eerste schijf als een verhoging van de belastingvermindering. Het kabinet gaat graag met de Kamer is gesprek over of het inderdaad de wens is om de energierekening twee keer te verlagen, en zo niet, welke beleidsoptie de voorkeur heeft. 18Voor de lengte van de eerste schijf gas wordt opgemerkt dat de grens die in 2024 moet gelden, voor energieleveranciers uiterlijk 1 oktober 2023 bekend moet zijn (zie hierover ook de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Belastingplan 2024 (Kamerstuk 36 418, nr. 3, p. 44–45 en p. 111–112)). Daarbij gaan de energieleveranciers uit van de schijflengte die is opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024 (1.000 m3).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8314 Motie van het lid Bikker c.s.19 verzoekt de regering de voorziene prijsstijgingen in 2024 in het regionaal openbaar vervoer structureel te voorkomen en de beschikbaarheid hiervan structureel te verbeteren door 300 miljoen euro beschikbaar te stellen uit de LPO-middelen op de Aanvullende Post bij Financiën en de voorziene prijsstijging bij de NS in 2024 te voorkomen en voor 120 miljoen euro incidenteel te dekken binnen de begrotingen van Infra-structuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds, waarbij onder meer gedacht kan worden aan de vrijvallen middelen uit de risicoreservering PHS Alkmaar-Amsterdam, het modaliteitsspecifieke budget en de resterende middelen uit de Transitievergoeding Openbaar Vervoer (TVOV). Tabel 10 – Motie van het lid Bikker c.s. in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Struc. Maatregelen per 0 420 300 300 300 300 300 Voorkomen prijsstijgingen regionaal OV en verbetering regionaal OV 1-jan-24 0 300 300 300 300 300 300 Voorkomen prijsstijgingen NS 2024 1-jan-24 0 120 0 0 0 0 0 Dekking 0 – 420 – 300 – 300 – 300 – 300 – 300 Onverdeelde loon- en prijsbijstelling Aanvullende Post nvt 0 – 120 – 87 – 86 – 218 – 223 – 223 Nader te bepalen dekking Aanvullende Post Nvt 0 – 180 – 213 – 214 – 82 – 77 – 77 Ruimte begroting IenW of MF nvt 0 – 120 0 0 0 0 0 Saldo 0 0 0 0 0 0 0 Toelichting kabinetspositie De motie is door het kabinet ontraden. Er is incidentele dekking aange-leverd, terwijl prijsstijgingen een structureel karakter hebben en ook de dekking op de begroting van IenW en het Mobiliteitsfonds (MF) in 2024 is nog niet gespecificeerd. Voorkomen prijsstijgingen regionaal OV en verbeteren regionaal OV Budgettaire aspecten De motie specificeert niet welk deel van de structurele middelen beschikbaar wordt gesteld voor het voorkomen van prijsstijgingen en welk deel voor het verbeteren van de beschikbaarheid van het regionaal OV. Het is de vraag of deze middelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet gegeven de huidige beschikbaarheid van personeel en materieel. Uitvoeringsaspecten Het Rijk gaat niet zelfstandig over de prijzen in het Openbaar Vervoer. Wat het tegengaan of beperken van de prijsstijgingen kost, moet blijken uit onderhandelingen tussen decentrale overheden en OV-bedrijven. De motie is daarom niet direct uitvoerbaar door het Rijk. 19Kamerstuk 36 410, nr. 29Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8315 Voorkomen prijsstijgingen NS 2024 Budgettaire aspecten Prijsstijgingen bij de NS zijn structureel. De motie voorziet alleen in middelen voor 2024. Dit betekent dat de prijzen in 2025 vooralsnog zullen stijgen met naar inschatting 8,5 procent plus de inflatie in het volgende jaar. Uitvoeringsaspecten Het Rijk gaat niet zelfstandig over de prijzen in het Openbaar Vervoer. Wat het tegengaan of beperken van de prijsstijgingen kost moet blijken uit onderhandelingen tussen het Rijk en de NS. Dekking: LPO Aanvullende Post, nader te bepalen dekking Aanvullende Post, IenW-begroting en MF Budgettaire en uitvoeringsaspecten De aangeleverde dekking van de nog onverdeelde loon- en prijsbijstelling op de Aanvullende Post (AP) is niet toereikend. Gekeken kan worden naar aanvullende dekking vanuit de AP die dan wel nader gespecificeerd dient te worden. Hierbij kan een aantal specifieke reserveringen worden verlaagd of de dekking kan worden verspreid over alle posten. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de reserveringen op de Aanvul-lende Post (stand Miljoenennota 2024). Op de Aanvullende Post staan reserveringen voor PEGA, hersteloperatie toeslagen, het Klimaatfonds en het Transitiefonds. Deze standen zijn inclusief de bij Voorjaarsnota 2023 uitgekeerde loon- en prijsbijstelling (LPO). Diverse reserveringen zijn niet structureel, zoals het Klimaatfonds en het Transitiefonds. De daarover uitgekeerde LPO is daarom ook niet structureel. In de tabel in Bijlage 1 is aangegeven of de desbetreffende reeks structureel is. De Aanvullende Post is ook opgenomen als dekking in de motie van het lid Hermans c.s. Tot slot dient, alvorens de motie uitgevoerd kan worden, de dekking vanuit de begroting van Infrastructuur en Waterstaat 2024 en het Mobiliteitsfonds nader te worden gespecificeerd, omdat nu niet duidelijk is via welke posten deze € 120 mln. gedekt wordt. Motie van het lid Stoffer c.s.20 verzoekt de regering, de kinderbijslag structureel te verhogen met 250 miljoen euro en dit te dekken door het generiek beperken van de tabelcorrectiefactor. Tabel 11 – Motie van het lid Stoffer c.s. in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Struc. Maatregelen Per 0 250 250 250 250 250 250 Verhogen kinderbijslag 1-jan-24 0 250 250 250 250 250 250 Dekking 0 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 Beperken tabelcorrectiefactor 1-jan-24 0 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 Saldo 0 7 7 7 7 7 7 20Kamerstuk 36 410, nr. 45Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8316 Toelichting kabinetspositie Deze motie is door het kabinet ontraden. De dekking is niet conform de begrotingsregels omdat derving van inkomsten aan de uitgavenkant wordt gedekt. De door het kabinet genomen maatregelen om kinderar-moede tegen te gaan zijn gerichter dan het verhogen van de kinderbijslag. Daarnaast benadeelt de dekking via de generieke tabelcorrectie ook de lage inkomensgroepen. Verhogen kinderbijslag Budgettaire aspecten Het budgettair beslag van de maatregel bedraagt € 250 mln. De motie Stoffer kent overlap met de motie van het lid Klaver c.s., waarin eveneens een maatregel wordt voorgesteld binnen de kindregelingen. Met een intensivering van € 250 mln. kan de kinderbijslag worden verhoogd met € 21,78 per kind per kwartaal voor de leeftijdscategorie 12–17 jaar (en respectievelijk € 18,52 en € 15,24 voor de leeftijdscatego-rieën 6 t/m 11 jaar en 0 t/m 5 jaar).21 Uitvoeringsaspecten Dit kan per AMvB geregeld worden per 1 januari 2024. De bedragen dienen uiterlijk voor de eerste week van december 2023 bij de SVB bekend te zijn. Het is ambitieus om het AMvB-traject voor 1 januari 2024 af te ronden. Als deze datum niet gehaald zou worden, is het ook mogelijk om de AMvB met terugwerkende kracht in werking te laten treden en per 1 januari 2024 vast met de uitvoering te starten (anticiperend op de wijziging). Dekking: Beperken tabelcorrectiefactor (tcf) Budgettaire aspecten In de variant is gekozen voor het beperken van de indexatie via de tcf in de gehele inkomstenbelasting, in tegenstelling tot de maatregel in de Miljoenennota die gericht is op hogere inkomens. De tcf wordt voor 97,1% toegepast. Dit betekent dat alle parameters die normaal gesproken met 9,9% geïndexeerd zouden worden nu nog maar met 9,61% geïndexeerd worden. Alle schijfgrenzen en heffingskortingen worden op deze manier minder geïndexeerd. Dit betekent ook een beperking van de indexatie van het toptarief en de tweede schijf van 3,55% naar 3,45%. Daarnaast grijpt de indexatie aan op de hoogste grens van het eigenwoningforfait, het drempelbedrag voor specifieke zorgkosten, de maximale giftenaftrek, het reiskostenforfait en de vermogenstoets voor toeslagen. Via de algemene heffingskorting (AHK) is er ook doorwerking in de hoogte van uitkeringen. Een lagere AHK leidt tot lagere netto-uitkeringen. Daarnaast zijn er nog een aantal regelingen, drempels en grenzen in de inkomstenbelasting die jaarlijks geïndexeerd worden, maar niet in het simulatieprogramma zitten waarmee we budgettaire- en koopkrachtef-fecten doorrekenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kleinschaligheidsin-vesteringsaftrek (KIA), de aftrek speur- en ontwikkelingswerk, de aanslag- 21In deze bedragen is nog geen rekening gehouden met een verhoging van de kinderbijslag voor Caribisch Nederland conform het «comply or explain»-principe. Hierdoor kunnen de bedragen nog licht naar beneden bijgesteld worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8317 en teruggaafdrempel en de vrijstelling groen beleggen (dit lijstje is niet uitputtend). Budgettair zitten de grootste effecten bij de AHK en uitkeringen (bijna 50% van de opbrengst) en arbeidskorting (bijna 30% van de opbrengst). De opbrengst van het voor 97,1% toepassen van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting bedraagt € 251 mln. (prijzen 2024). Het voorstel is daarmee budgettair gedekt. Uitvoeringsaspecten Deze maatregel betreft verschillende parameterwijzigingen die voor verschillende plussen en minnen zullen zorgen voor de belastingplichtige. De parameterwijzigingen zijn uitvoerbaar per 1 januari 2024. De precieze uitwerking kan per belastingplichtige verschillen. Koopkrachteffecten en armoedecijfers motie van het lid Stoffer c.s. Onderstaande tabel geeft de koopkrachteffecten van de motie weer. Tabel 12 – koopkrachteffecten 2024 van verhoging kinderbijslag en dekking uit tcf Inkomensgroep Miljoe-nennota MJN met motie van het lid Stoffer c.s. 1e (<=112% WML) 1,1% 1,1% 2e (112–177% WML) 1,7% 1,6% 3e (177–270% WML) 1,9% 1,9% 4e (270–397% WML) 1,9% 1,9% 5e (>397% WML) 1,5% 1,5% Inkomensbron Werkenden 2,0% 2,0% Uitkeringsgerechtigden 0,5% 0,5% Gepensioneerden 1,0% 0,9% Huishoudtype Tweeverdieners 1,8% 1,8% Alleenstaanden 1,6% 1,6% Alleenverdieners 1,4% 1,3% Kinderen Huishoudens met kinderen 2,3% 2,4% Huishoudens zonder kinderen 1,8% 1,8% Alle huishoudens 1,7% 1,7% Onderstaande tabel laat zien dat de armoede onder kinderen daalt met 0,1%-punt ten opzichte van de situatie zonder deze maatregel. Tabel 13 – armoedecijfers verhoging AKW en dekking tcf 2024 miljoe-nennota 2024 met verhoging AKW en dekking uit tcf Personen (% onder armoedegrens) 4,8% 4,8% Kinderen (% onder armoedegrens) 5,1% 5,0% Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8318 Motie van het lid Dassen c.s.22 verzoekt de regering de taakstelling voor belastingconstructies en fiscale regelingen te realiseren en daarmee de inkomstenbelasting voor 2024 niet te verhogen. Tabel 14 – Motie van het lid Dassen c.s. in mln. euro, + is saldobelastend, prijzen 2023 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Struc. Maatregelen per 0 141 176 124 239 203 126 Verlagen tarief eerste schijf 1-jan-24 0 141 176 124 239 203 126 Dekking 0 – 141 – 176 – 124 – 239 – 203 – 126 Invulling taakstelling belastingconstruc-ties 1-jan-24 0 – 141 – 176 – 124 – 239 – 203 – 126 Saldo 0 0 0 0 0 0 0 Toelichting kabinetspositie Deze motie is door het kabinet ontraden. Van de taakstelling resteert een bedrag van € 141 mln. in 2024 en € 126 mln. structureel (zie boven-staande tabel). De invulling van de aanpak fiscale regelingen vraagt om een zorgvuldig traject met stakeholders en uitvoering. Voor een deel van de constructies wordt hier nog aan gewerkt. Verdere uitwerking vergt concreter inzicht in de gewenste invulling. Wij verwachten dat u nadere toelichting kunt verschaffen tijdens de Algemene Financiële Beschou-wingen. Als de Kamer geen keuze maakt in welke fiscale regelingen of constructies kunnen worden ingezet voor de invulling van de taakstelling, kan het kabinet de motie niet uitvoeren. Verlagen tarief eerste schijf (TES) Budgettaire aspecten Een deel van de verhoging van het tarief eerste schijf is het gevolg van de compensatie voor de lagere zorgpremies. Die verhoging blijft staan. De stelpost voor de taakstelling constructies zorgt voor de TES-mutaties zoals in onderstaande tabel. Het niet langer laten doorwerken van de taakstelling in de TES levert de tarieven op zoals op de onderste regel. Het tarief eerste schijf moet minimaal met 0,01%-punt aangepast worden, wat grofweg overeenkomt met € 48 mln. Dit betekent dat de uiteindelijke budgettaire aanpassing TES kan afwijken van wat in de budgettaire tabel is opgenomen. Tabel 15 – Verlaging tarief eerste schijf TES 2023 2024 2025 2026 2027 Struc. Struc. in jaar Basispad CEP 36,93% 36,91% 36,96% 36,96% 36,96% 36,88% Taakstelling constructies 0,03% 0,05% 0,07% 0,08% 0,08% 2027 Correctie zorgpremies 0,03% 0,04% 0,05% 0,04% 0,04% 2027 Correctie invullen taakstelling – 0,04% – 0,02% – 0,05% 2029 Basispad MEV 36,93% 36,97% 37,05% 37,04% 37,06% 36,95% 22Kamerstuk 36 410, nr. 52Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8319 TES 2023 2024 2025 2026 2027 Struc. Struc. in jaar Taakstelling Constructies niet via TES – 0,03% – 0,05% – 0,03% – 0,06% – 0,03% TES na verlaging 36,94% 37,00% 37,01% 37,00% 36,92% 2028 Uitvoeringsaspecten Deze maatregel gaat om een parameterwijziging. Deze dient uiterlijk 17 november 2023 (12.00) vastgesteld te zijn. Taakopdracht fiscale regelingen invullen Budgettaire aspecten Bij Miljoenennota 2023 is een taakstellende opdracht ingeboekt van € 162 mln. euro per 2024, oplopend tot € 550 mln. structureel vanaf 2027. Als placeholder voor de taakstellende opdracht geldt het tarief eerste schijf van de inkomstenbelasting. Zoals onderstaande tabel laat zien is de taakstellende opdracht op structurele basis voor € 479 mln. ingevuld met maatregelen die belastingconstructies en fiscale regelingen aanpakken en resteert er € 71 mln. (zie onderstaande tabel). Tabel 16 – Invulling taakopdracht belastingconstructies en fiscale regelingen, stand Miljoenennota 2024 2024 2025 2026 2027 Struc Taakopdracht bij Miljoenen-nota 2023 162 310 400 550 550 Ingevuld met aanpak belastingconstructies en fiscale regelingen 16 128 272 306 4791 Resterend = verhoging TES box 1 146 182 128 244 7111 De opbrengst van de invulling van de taakstelling loopt na 2027 zeer geleidelijk op tot uitein-delijk 479 mln. in 2062. Daarom is bij de concrete invulling van de verhoging TES gekozen voor een vlakke reeks die leidt tot een opbrengst van 130 mln. vanaf 2029 (gelijk aan de gemiddelde benodigde opbrengst tussen 2029 en 2062). Daarom verschilt het structurele getal hier van de dekkingsopgave in tabel 14. Uitvoeringsaspecten De uitvoeringsaspecten hangen af van de regelingen die voor de invulling gekozen worden. Voor veel regelingen geldt dat dit gaat om een structuur-aanpassing. Deze zijn niet per 1 januari 2024 uitvoerbaar. Motie van het lid Den Haan c.s.23 verzoekt de regering middelen te reserveren zodat het nummer 113 gratis kan worden gemaakt zo snel mogelijk nadat de resultaten van het onderzoek bekend zijn. Tabel 17 – Motie van het lid Den Haan c.s. in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Struc. 23Kamerstuk 36 410, nr. 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8320 in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Struc. Maatregelen per 0 1 1 0 0 0 0 Gratis maken 113 n.n.b. 0 1 1 0 0 0 0 Dekking 0 – 1 – 1 0 0 0 0 LPO of groeiruimte Zvw n.v.t 0 – 1 – 1 0 0 0 0 Saldo 0 0 0 0 0 0 0 Toelichting kabinetspositie Deze motie is gedekt en is door het kabinet «oordeel Kamer» gegeven. Maatregel en dekking: gratis maken 113 uit LPO of groeiruimte zorgverze-keringswet (Zvw) Budgettaire aspecten en invoeringsaspecten Op de begroting van VWS worden middelen beschikbaar gesteld uit Loon- en Prijsontwikkeling (LPO) of groeiruimte Zvw om na het onderzoek de benodigde stappen te zetten. Dit gaat om een beperkt bedrag. 4. Totaalbeeld voorstellen Tabel 18 – Overzicht voorstellen in mln. euro, + is saldobe-lastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 struc Lastenmaatregelen Motie Per 0 1.796 626 574 689 653 576 Niet indexeren benzineac-cijns 14 1-jan-24 0 677 0 0 0 0 0 Niet indexeren dieselaccijns 14 1-jan-24 0 528 0 0 0 0 0 Verlaging energiebelasting 14 1-jan-24 0 194 194 194 194 194 194 Verhogen belastingvermin-dering EB 26 1-jan-24 0 257 257 257 257 257 257 Beperken verhoging inkomstenbelasting 52 1-jan-24 0 141 176 124 239 203 126 Uitgavenmaatregelen 52 2.437 2.369 2.360 2.481 2.530 2.566 Verhoging WML met 1,7%1 23 1-jan-24 2 1.158 1.203 1.179 1.193 1.202 1.216 Terugdraaien verlaging afbouwpad kindgebonden budget 23 1-jan-24 33 394 379 373 371 370 370 Ophoging maximum uurprijzen kinderopvangtoe-slag 23 1-jan-24 17 209 231 253 362 403 425 Voorkomen prijsstijgingen regionaal OV en verbetering regionaal OV 29 1-jan-24 0 300 300 300 300 300 300 Voorkomen prijsstijgingen NS 2024 29 1-jan-24 0 120 0 0 0 0 0 Verhogen kinderbijslag 45 1-jan-24 0 250 250 250 250 250 250 Gratis maken 113 57 n.t.b. 0 1 1 0 0 0 0 Uitvoeringskosten Belasting-dienst (indicatief) div n.v.t. 0 5 5 5 5 5 5 Dekkingsmaatregelen lasten 0 – 1.156 – 2.212 – 2.160 – 2.275 – 2.239 – 2.162 Belasten inkoop eigen aandelen 23 1-jan-25 0 0 – 770 – 770 – 770 – 770 – 770 Verhoging bankenbelasting 23 1-jan-24 0 – 339 – 339 – 339 – 339 – 339 – 339 Verhoging toptarief box 2 en box 3 met 2% 23 1-jan-24 0 – 434 – 434 – 434 – 434 – 434 – 434 Verhoging vliegbelasting privéjets en transferpassa-giers 23 1-jan-25 0 0 – 251 – 251 – 251 – 251 – 251 Beperken tabelcorrectiefactor 26 1-jan-24 0 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 – 243 Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8321 in mln. euro, + is saldobe-lastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 struc Invulling taakstelling belastingconstructies 45 n.t.b. 0 – 141 – 176 – 124 – 239 – 203 – 126 Dekkingsmaatregelen uitgaven 0 – 1.819 – 494 – 494 – 494 – 494 – 494 Nader te bepalen dekking Aanvullende Post en Nationaal Groeifonds 14 n.v.t. 0 – 1.399 – 194 – 194 – 194 – 194 – 194 Onverdeelde loon- en prijsbijstelling Aanvullende Post 29 n.v.t. 0 – 120 – 87 – 86 – 218 – 223 – 223 Ruimte begroting IenW of MF 29 n.v.t. 0 – 120 0 0 0 0 0 Nader te bepalen dekking Aanvullende Post 29 n.v.t. 0 – 180 – 213 – 214 – 82 – 77 – 77 LPO of groeiruimte Zvw 57 n.v.t 0 – 1 – 1 0 0 0 0 Totaal 52 1.257 288 280 401 450 486 waarvan lasten 0 640 – 1.586 – 1.586 – 1.586 – 1.586 – 1.586 waarvan uitgaven 52 617 1.874 1.866 1.987 2.036 2.0721 Deze reeks gaat uit van een ingangsdatum van 1 januari 2024. Om uitvoeringsaspecten kan ook voor invoering per 1 juli 2024 worden gekozen. Zie voor de overwegingen hieromtrent «uitvoeringsaspecten» onder de maatregel van het verhogen van het WML bij de motie van het lid Klaver c.s. De reeksen in bovenstaande tabel zijn indicatief en ook de verdeling over de jaren kan nog wijzigen. Ook zijn de uitvoeringskosten niet meege-nomen. De bedragen voor de lastenmaatregelen worden normaal uitgedrukt in het prijspeil van het jaar waarin de maatregel wordt ingevoerd. Voor de vergelijkbaarheid met de uitgaven zijn de bedragen in bovenstaande tabel omgezet naar prijspeil 2023. Tabel 19 – Correcties EMU-saldo in mln. euro, + is saldobelastend 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Totaal budgettair effect moties 52 1.257 288 280 401 450 Correcties EMU-saldo lasten – 458 216 338 155 96 50 Correcties EMU-saldo uitgaven 0 143 219 310 411 504 Totale belasting EMU-saldo – 406 1.616 845 745 908 1.004 Het verschil tussen de opbrengst die relevant is voor de besluitvorming en de opbrengst op EMU-basis wordt aan de lastenkant voornamelijk veroorzaakt door de maatregel om het box 2-tarief te verhogen. Deze maatregel kent door anticipatie-effecten een grillig opbrengsten-patroon op kas- en EMU-basis. Voor budgettaire besluitvorming wordt conform de begrotingsregels de lastenrelevante, vlakke reeks gehanteerd. De geraamde uitgavenmutaties in de tabellen bij de moties zijn in constante prijzen (prijspeil 2023). Aan de uitgavenkant worden de mutaties op de SZW-begroting standaard verwerkt in lopende prijzen. Conform begrotingsregels wordt het uitgavenplafond gecorrigeerd voor de omzetting van constante prijzen naar lopende prijzen. Deze uitgaven hoeven volgens de begrotingsregels niet gedekt te worden, maar leiden wel tot een belasting van het EMU-saldo. In tabel 19 is de extra belasting van het EMU-saldo weergegeven van de in de moties opgenomen maatregelen op de SZW-begroting (verhoging WML, terugdraaien afbouwpad kindgebonden budget, ophogen maximum uurprijzen Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8322 kinderopvangtoeslag en verhogen kinderbijslag). In totaliteit leidt de uitvoering van de aangenomen moties zoals beschreven in deze brief tot een extra beslag op het EMU-saldo. De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8323 – OVERZICHT VAN RESERVERINGEN OP DE AANVULLENDE POST Onderstaand een actueel overzicht van middelen op de Aanvullende Post (stand Miljoenennota 2024). Een nul in de tabel betekent dat minder dan € 0,5 mln. resteert. in MLN. euro 2024 2025 2026 2027 2028 Structureel /incidenteel Totaal 4.124 8.067 10.693 10.654 10.887 KR Koopkracht Caribisch Nederland 2 16 16 15 14 structureel BZ Vredespaleis 53 incidenteel JenV Gemeentelijke en particuliere opvang Oekraïense ontheemden 1.214 100 incidenteel JenV Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 102 incidenteel JenV Spreidingswet 196 214 24 214 24 structureel BZK Informatiehuishouding (POK) 0 2 22 6 6 structureel BZK Compensatie huurbevriezing 40 40 40 structureel BZK Extra woningbouw 0 0 0 0 0 incidenteel BZK Volkshuisvestingsfonds 0 0 0 incidenteel BZK Regiodeals 129 130 incidenteel BZK Woningbouwimpuls 33 100 incidenteel BZK Huisvesting Algemene Rekenkamer 8 6 6 7 4 incidenteel BZK Zekerheidsfonds 1 1 1 1 1 structureel BZK Crisisopvang 6 incidenteel OCW Invoering studiebeurs 52 61 20 incidenteel FIN Dienstverlening Belastingdienst (POK) 12 13 15 15 15 structureel FIN Uitvoeringskosten Belastingdienst 19 24 11 14 18 incidenteel FIN Voorziening laagdrempelige fiscale rechtshulp 13 14 15 15 15 structureel FIN Aanloopkosten MRB+ 8 33 33 34 48 incidenteel FIN Box 3 66 30 29 17 incidenteel FIN Herstel toeslagen/MSNP 146 317 108 incidenteel IenW Infra onderhoud Mobiliteitsfonds 326 326 326 structureel IenW Lelylijn 53 107 267 265 265 incidenteel IenW Waterveiligheid 97 92 incidenteel EZK Middelen Klimaatakkoord 57 26 27 22 19 incidenteel EZK Digitale Veiligheid 36 incidenteel EZK Groningen 68 60 39 12 35 incidenteel EZK Waterstofopslag 37 incidenteel EZK Waterstofbackbone Gasunie 27 74 incidenteel EZK Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalo-risch 42 incidenteel EZK Energieprestatie-eisen nieuwbouw industriële gebouwen 3 3 5 5 5 incidenteel EZK Vergroening reisvervoer en personengedrag 1 2 25 28 28 structureel EZK Handhaving energiebesparingsplicht 15 15 structureel EZK Verplicht percentage recyclaat in bouwmaterialen 1 1 1 incidenteel EZK Uitvoeringskosten klimaat 3 6 32 27 27 incidenteel EZK Klimaatfonds: kernenergie 147 212 872 874 886 incidenteel EZK Klimaatfonds: CO2-vrije gascentrales 0 201 202 148 149 incidenteel EZK Klimaatfonds: vroege fase opschaling 131 1.181 1.211 1.245 1.316 incidenteel EZK Klimaatfonds: energie-infrastructuur 32 314 313 308 317 incidenteel EZK Klimaatfonds: verduurzaming industrie & innovatie mkb 26 368 484 532 536 incidenteel EZK Klimaatfonds: verduurzaming gebouwde omgeving 1 120 501 499 503 incidenteel EZK Klimaatfonds: overig 80 80 101 132 incidenteel EZK Uitvoeringskosten Brexit Adjustment Reserve (BAR) 9 incidenteel EZK PEGA 545 1.024 1.024 1.029 1.036 incidenteel LNV Maatregelenpakket aanpak stikstofproblematiek (incl. Cie Hordijk) 127 26 206 37 47 incidenteel LNV Transitiefonds 702 636 2.975 3.183 3.351 incidenteel LNV Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 0 1 1 1 structureel SZW Envelop arbeidsmarkt, armoede en schulden 17 105 163 162 152 structureel SZW Loondoorbetaling bij ziekte 3 42 47 58 69 structureel SZW Kinderopvang werkenden (uitvoeringskosten) 11 64 36 33 28 structureel SZW Bescherming arbeidsmigranten (ci. Roemer) 5 0 0 incidenteel SZW Gebaar van erkenning ouderen van Surinaamse herkomst 122 incidenteel VWS Duitse oorlogsuitkeringen 0 0 0 0 0 incidenteel BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8324 in MLN. euro 2024 2025 2026 2027 2028 Structureel /incidenteel VWS Eigen bijdrage huishoudelijke hulp 6 8 9 9 structureel VWS Envelop pandemische paraatheid 5 6 2 2 2 structureel VWS Volksziektes 1 4 incidenteel VWS Standaardisatie gegevensuitwisseling 298 170 160 168 196 incidenteel VWS Passende zorg als norm in ZVW 53 6 6 incidenteel VWS Valpreventie bij 65-plussers (WMO) 0 incidenteel DO Compensatie Zeeland 3 3 3 3 3 incidenteel DO Schrappen oploop opschalingskorting 9 5 incidenteel DO Overige dossiers medeoverheden 73 81 incidenteel DO Jeugd conform advies CVW met aanvullende maatregelen 380 311 311 structureel Div Domeinoverstijgende risico’s 160 254 44 43 43 structureel Div Risicoreservering Traditioneel Eigen Middelen (TEM) 478 478 319 319 319 risicoreservering Div Onverdeelde loon- en prijsbijstelling 120 87 86 218 223 structureel RESO A4 Reservering transitie werkgevers zorg en overheid 212 212 212 structureel Div Werk aan Uitvoering (WaU) 41 42 48 52 61 structureel wv. VWS en SZW 0 1 2 8 16 Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 8325
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.