Tiende Voortgangsrapportage Natuur
Brontekst
Versie 663abab59abff87f · officiële bronTIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR Natuur in NederlandSTAND VAN ZAKEN EIND 2023 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 2VoorwoordVoorwoordEen rijke natuur maakt onze landschappen mooier, veerkrachtiger en weer-baarder tegen een veranderend klimaat. In het Natuurpact 2013 hebben Rijk en provincies afgesproken om minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur te realiseren in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook hebben we de ambitie uitgesproken om de biodiversiteit te verhogen en maatschappij en economie meer met natuur in verbinding te brengen. Deze tiende Voortgangsrapportage Natuur laat zien dat we de afgelopen jaren flinke stappen hebben gezet om onze doelen te realiseren. Inmiddels is 50.480 hectare (63 %) van de 80.000 hectare nieuwe natuur gerealiseerd, waarvan ongeveer 2.000 hectare in 2023. Hiermee is een belangrijke bijdrage geleverd aan de versterking en het behoud van onze natuur. Maar er ligt ook nog een uitdaging voor ons. Om het doel in 2027 te bereiken, moet nog 29.520 hectare worden ingericht. Daarmee liggen we nog niet op schema om de 80.000 ha uiter-lijk in 2027 gerealiseerd te hebben. Dit vergt dus nog een forse inspanning van alle betrokkenen.In Programma Natuur werken Rijk en provincies samen aan herstel en versterking van kwetsbare natuur die onder druk staat door stikstof. Eind 2023 was 48% van de maatregelen uit dit programma gericht op natuurherstel in uitvoering. Ook is een eerste stap gezet voor bosuitbreiding in het kader van de Landelijke Bossenstrategie.Met agrarisch natuur- en landschapsbeheer ondersteunen agrarische onderne-mers het beheer van natuurgebieden. Zo ontstaan ook ecologische en land-schappelijke verbindingen, die belangrijk zijn voor soorten die leven tussen natuurlijk en agrarisch gebied. Dankzij subsidies nam in 2023 de oppervlakte agrarisch natuur en landschapsbeheer toe met 12.000 hectare tot een totaal van 116.754 hectare (6,5% van de landbouwgrond). Het regeerakkoord trekt fors meer geld uit voor agrarisch natuur en landschapsbeheer.Monitoring en kwaliteitsmeting blijven van belang om te weten hoe de natuur zich ontwikkelt en om de koers te bepalen. Zo biedt deze rapportage zowel een ijkmoment als moment van reflectie, maar ook een uitnodiging om verder te bouwen aan een toekomst voor de natuur.Jelle Beemsterboer Gedeputeerde Noord-Holland Interprovinciaal Overleg (IPO) Voorzitter Bestuurlijke Advies- commissie Landelijk GebiedJean RummenieStaatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 3INhoudINhoudVoorwoordManagementsamenvatting1 Context, actualiteit en leeswijzer2 Voortgang Natuurpact2.1 Ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland (NNN) 102.1.1 Inrichting, verwerving en omvang 102.1.2 Natuur in beheer buiten NNN en buiten Natura 2000-gebieden 142.1.3 Verhoudingen tussen NNN, Natura 2000-gebieden en rijkswateren 152.2 Soortenbescherming 172.3 Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer 182.4 Natuur en water 202.5 Agenda Natuurinclusief 213 Natuurkwaliteit4 Rijksonderdelen natuurbeleid4.1 Rijkswateren 274.2 Caribisch Nederland 314.3 Ontsnippering rijksinfrastructuur 315 Samenwerking Rijk en provincies5.1 Regeling Versneld natuurherstel 335.2 Programma Natuur 335.3 Landelijke Bossenstrategie 365.4 Nationale Parken 37BijlagenBijlage 1: Voortgang en inrichtingsambitie NNN per provincie 38Bijlage 2: Indicatoren natuurkwaliteit 42Bijlage 3: Voortgang Programma Natuur per provincie 46Bijlage 4: Voortgang Landelijke Bossenstrategie per provincie 63Lijst van afkortingenColofon TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 4MaNageMeNtsaMeNVattINgMaNageMeNtsaMeNVattINgProvincies, Rijk en vele partners werken samen aan het versterken van de kwaliteit en de hoeveelheid natuur. In 2013 maakten Rijk en provincies in het Natuurpact afspraken over het ontwikkelen en beheren van de natuur op het land. Tot en met 2027 werken de provincies vanuit dit Natuurpact aan drie hoofdambities:• Vergroten van de biodiversiteit.• Versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij natuur.• Versterken van de verbinding tussen natuur en economie. In deze tiende Voortgangsrapportage Natuur (VRN) rapporteren we aan de hand van de natuurkwantiteit en natuurkwaliteit hoe het gaat met de natuur in Nederland. In deze managementsamenvatting zetten we de belangrijkste resultaten van 2023 op een rij. Dit doen we, mede op verzoek van de Tweede Kamer, aan de hand van de volgende indicatoren:• De ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland: het aantal verworven en ingerichte hectares voor nieuwe natuur.• De ontwikkeling van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. • De ontwikkeling van natuurkwaliteit: indicatoren over de conditie van soorten (planten en dieren) en over de conditie van ecosystemen. Andere resultaten in deze managementsamenvatting gaan over het Programma Natuur en de Landelijke Bossenstrategie.Natuurnetwerk Nederland: gezamenlijke aanpak tempoversnelling De inrichting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is en blijft een belangrijke opgave voor versterking en behoud van de (kwetsbare) natuur en bio diversiteit. Rijk en provincies werken hieraan door leefgebieden robuust te maken en te vergroten. De provincies hebben in het Natuurpact afgesproken om vóór het einde van 2027 minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten. Dit gebeurt door (landbouw)grond te verwerven en in te richten als natuur, of door gronden in te richten die in eigendom blijven van particulieren (functieverandering). Voortgang in inrichtingIn 2023 hebben de provincies 1.968 hectare nieuwe natuur ingericht (zie figuur 1). In totaal is sinds 1 januari 2011 50.480 hectare (63%) nieuwe natuur ingericht. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2024 nog 29.520 hectare van de 80.000 hectare ingericht moet worden. De oppervlakte natuur binnen de begrenzing van het NNN bedroeg op 31 december 2023 704.811 hectare. Figuur 1: Ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland.Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN600.000Inrichtingsdoel 2027: 80.000 ha654.33148.5111.96829.520700.000734.331Natuur in het NNN (2011)Inrichting 2011-2022Inrichting 2023Inrichtingsambitie 2024-2027650.000 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 5MaNageMeNtsaMeNVattINgConcluderendHet aantal hectares dat voor het NNN is ingericht was in 2023 1.968 hectare. Dat is ca. 1.000 hectare minder dan jaarlijks in de periode 2018-2020 en het jaar 2022, en ongeveer gelijk aan het jaar 2021. Een restopgave na 2027 kan niet worden uitgesloten. Op dit moment is de inschatting van de restopgave na 2027 ongeveer 10.000 hectare. Ondanks dat werken provincies onverkort door aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. Agrarisch Natuur- en LandschapsbeheerHet Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is een subsidie voor agrarische collectieven vanuit provincies en waterschappen, gekoppeld aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het is een belangrijk instrument voor de realisatie van de (internationale) natuur- en landschaps-doelen. Het ANLb ondersteunt het natuurbeheer op agrarische grond. Het doel van het ANLb is de instandhouding van de 68 VHR-doelsoorten door het verbeteren van de leefgebieden voor deze soorten. Er zijn namelijk veel van deze soorten die hun leefgebied in het agrarisch gebied hebben. Toename areaal In 2023 nam de oppervlakte agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Nederland toe met circa 12.000 hectare ten opzichte van 2022. In totaal is 116.754 hectare onder beheer (zie figuur 2). In 2023 is € 115,8 miljoen subsi-die aan de agrarische collectieven verstrekt. Dit is ruim € 34 miljoen meer dan in 2022. Natuurkwaliteit: conditie van soorten en ecosystemenDe natuurkwaliteit is beschreven aan de hand van acht indicatoren die gezamenlijk een beeld geven van de conditie van soorten en van de conditie van ecosystemen. Op basis van nieuwe data voor twee indicatoren - Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten (indicator 3) en Trend Alle Soorten (indicator 4) – zijn de veranderingen in het beeld van de natuurkwaliteit ten opzichte van vorig jaar minimaal.Stand van zaken Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten (trend)De update van indicator 3 toont dat de meerderheid van de Habitat-richtlijnsoorten een toenemende of stabiele trend heeft. Een kleiner deel gaat achteruit. Dit beeld is vrijwel vergelijkbaar met het beeld uit de vorige VRN. Het aantal broedvogels van de Vogelrichtlijnsoorten met een toenemende trend is net iets hoger dan het aantal afnemende soorten, net als in de vorige VRN.Stand van zaken Alle soorten (trend) De update van indicator 4 laat zien dat van de 376 soorten die in de indicator zijn opgenomen ten opzichte van de vorige voortgangsrapportage meer soorten vooruitgaan (179) dan achteruit (152). Vooral libellen, amfibieën en zoogdieren namen toe. Dagvlinders gingen achteruit.Aandeel agrarisch natuurbeheer in totaal landbouwgebied (in hectare)Agrarisch natuurbeheer104.144 hectareOverige landbouwgrond 1.689.589 hectareFiguur 2: Aandeel agrarisch natuur- en landschapsbeheer in totaal landbouwgebied (in hectare)Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland01.792.854 ha10.51.5Landbouwgrond met agrarisch natuur- enlandschapsbeheerLandbouwgrond zonder agrarisch natuur- enlandschapsbeheer116.574 (6,5%)1.676.100 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 6MaNageMeNtsaMeNVattINgProgramma Natuur Het Programma Natuur is gericht op de realisatie van de benodigde condities voor een landelijk gunstige staat van instandhouding van Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten en van habitattypen in Natura 2000-gebieden en in leefgebieden waar sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats. Rijk en provincies hebben hiertoe afspraken gemaakt in het Uitvoeringsprogramma Natuur.Voortgang Programma Natuur in 2023Voor de eerste fase van het Programma Natuur (2021 – 2026) heeft het Rijk circa € 600 miljoen beschikbaar gesteld en verdeeld over de individuele provincies. Eind 2023 hebben de provincies circa 25% van de afgesproken maatregelen (weergegeven in hectares) afgerond. Daarmee is het percentage afgerond verdubbeld ten opzichte van eind 2022. Van de areaalopgave is 48% in uitvoering. Zowel de eerste als tweede fase zijn verlengd om de provincies voldoende tijd te geven om de gebiedsgerichte aanpak in en rond de diverse Natura 2000-gebieden zorgvuldig en adequaat uit te voeren.Landelijke Bossenstrategie In 2020 hebben Rijk en provincies een Landelijke Bossenstrategie opgesteld om te zorgen voor gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos. In 2021 is gestart met de uitvoering van deze strategie. In totaal is er tot en met 2023 binnen en buiten het NNN samen met de bovenwettelijke compensatie 1.436 hectare bos gerealiseerd. Dit staat gelijk aan 4% van de totale bosuitbreidingsopgave. Daarmee ligt het tempo van realisatie ver achter op de gestelde doelen. Een belangrijke reden hiervoor is de aanhoudende onzekerheid over de financiering, onder meer door het wegvallen van het Transitiefonds. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 71 CoNtext, aCtualIteIt eN leeswIjzer11 Context, actualiteit en leeswijzerIn 2023 is door tal van partijen hard gewerkt aan de bescherming en versterking van onze natuur en verbetering van de biodiversiteit. Dat dit nog steeds hard nodig is, werd in 2023 onder meer onderstreept door het Interdepartementaal Beleids-onderzoek (IBO) Biodiversiteit. Het IBO Biodiversiteit concludeert onder meer dat het nationale, Europese en mondiale beleid om biodiversiteit te versterken en te verbeteren tot nu toe te weinig resultaten heeft opgeleverd. Ook ligt Nederland volgens het IBO niet op koers om een aantal belang-rijke doelstellingen en ambities in de periode tot en met 2030 te behalen. Toch is er volgens het IBO ook handelingsperspectief, zowel op de korte als op de lange termijn, bijvoorbeeld door in te zetten op: TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 81 CoNtext, aCtualIteIt eN leeswIjzer• meer ruimte voor beschermde natuur en voor natuurinclusief areaal;• verminderen van belangrijke factoren die een negatieve impact hebben op de biodiversiteit (drukfactoren) en (daardoor) milieu- en ruimtelijke condities ver beteren;• extra inzet op specifieke soorten en habitats;• bijdragen aan een natuurinclusieve samenleving. Ook de tweejaarlijkse Balans voor de Leefomgeving van het Plan-bureau voor de Leefomgeving (PBL) benadrukt dat de kwaliteit van de natuur door vele oorzaken blijvend onder druk staat en dat het huidige en vastgestelde beleid onvoldoende is om de doelen voor natuur die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR) te halen. Het hoofdstuk natuurkwaliteit uit deze Voortgangsrapportage Natuur (hoofdstuk 3), waarin twee indicatoren konden worden geactualiseerd, bevestigt dit beeld over de staat van de natuur.Op diverse fronten is in 2023 gestaag doorgewerkt aan de uit -voering van het natuurbeleid. De voortgang van het Natuurpact, waaronder de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland valt, komt aan de orde in hoofdstuk 2 van deze Voortgangsrapportage. In november 2023 verscheen de Agenda Natuurinclusief 2.0, een publiek-private samenwerking waarin een grote diversiteit aan maatschappelijke partijen in tien domeinen samenwerkt aan de bevordering van een natuurinclusieve samenleving. In hoofdstuk 4 van deze Voortgangsrapportage Natuur komen drie onderdelen van het natuurbeleid aan de orde waarin de rijks-overheid het voortouw neemt: rijkswateren, natuur in Caribisch Nederland en ontsnippering rijksinfrastructuur. Onderdelen waar Rijk en provincies samen aan werken staan in hoofdstuk 5 van deze rapportage: de Regeling Versneld Natuur-herstel, het Programma Natuur, de Landelijke Bossenstrategie en de Nationale Parken.Daarnaast werkten in 2023 de diverse overheden eveneens samen aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak ten aanzien van gezonde natuur, schoon water en schone lucht. Hierin waren onder andere beleidsopgaven voor natuur (VHR), terugdringen stikstofdepositie, klimaat (-mitigatie en -adaptatie) en water (KRW) samengebracht. In juli 2023 hebben de provincies hun eerste versies van de gebiedsprogramma’s opgeleverd. In december 2023 is het ontwerp-NPLG ter inzage gelegd. In juni 2024 heeft het Rijk middelen toegekend aan de door de provincies reeds ingediende maatregelpakketten in het kader van het NPLG. In 2024 heeft het nieuwe kabinet aangekondigd de gebieds gerichte aanpak van het landelijk gebied op een andere manier vorm te willen geven. Deze andere aanpak wordt momenteel voorbereid. VlIegwIelCaMPagNe ‘sterKer Met Natuur’ Rijk, provincies en terreinbeherende organisaties hebben de vliegwielcampagne ‘Sterker met natuur’ opgezet voor een beter begrip van natuur en natuurherstel. Centraal staat de boodschap: ‘zorgen wij voor de natuur, dan zorgt de natuur voor ons’. We geven hiermee het belang van natuur voor mensen weer, benadrukken de urgentie en maken duidelijk dat natuurherstel hier echt iets aan doet. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de Nederlanders natuur een warm hart toedraagt. Organisaties kunnen de vliegwielcampagne gebruiken voor achtergrondinformatie of als basis voor communicatie over herstelmaatregelen in gebieden. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 92 VoortgaNg NatuurPaCt22 Voortgang NatuurpactIn het Natuurpact (2013) hebben Rijk en provincies afgesproken hoe zij de natuur op het land ontwikkelen en beheren. De drie hoofdambities in het Natuurpact zijn: de biodiversiteit vergroten, de maatschappelijke betrokkenheid bij de natuur versterken en de verbinding tussen de natuur en economie versterken. Hiervoor werken Rijk en provincies, binnen de eigen rollen en verantwoordelijkheden, onder andere aan de inrichting van 80.000 hectare extra natuur in het Natuurnetwerk Nederland, een effectiever (agrarisch) natuurbeheer en verhoging van de kwaliteit van de natuur door extra inspanningen in (herstel)beheer en water- en milieucondities. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 102 VoortgaNg NatuurPaCt2.1 Ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland (NNN)Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlandse ecologische netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden op het land. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar én met het omringende (agrarisch) gebied. In het Natuurpact is afgesproken dat de provincies tussen 2011 en 2027 minimaal 80.000 hectare extra nieuwe natuur inrichten in het Natuurnetwerk Nederland (ten opzichte van de uitgangssituatie op 1 januari 2011). Dit gebeurt door (landbouw-)grond te verwerven en in te richten als natuur en door gronden in te richten die in eigendom blijven van particuliere natuur-beheerders (functieverandering). 2.1.1 Inrichting, verwerving en omvangIn 2023 hebben de provincies 1.968 hectare nieuwe natuur ingericht. In totaal is sinds 1 januari 2011 50.480 hectare nieuwe natuur ingericht (zie D in tabel 1 en zie figuur 3: 48.511 t/m 2022 + 1.968 uit 2023). Dit betekent dat vanaf 1 januari 2024 nog 29.520 hectare (37%) van de 80.000 hectare ingericht moet worden (zie F en figuur 3). De oppervlakte natuur binnen de begrenzing van het NNN bedroeg op 31 december 2023 704.811 hectare (zie E). In deze VRN is voor het eerst een nadere opsplitsing opgenomen welke nieuwe natuur is ingericht vanaf 2011 t/m 2023. De nieuwe inrichting is onderverdeeld in ecosysteemtypen op basis van de SVNL-beheertypen (zie tabel 9 in bijlage 1).Totaalbeeld natuur in het Natuurnetwerk Nederland sinds 1-1-2011ANatuur in het NNN tot 1-1-2011588.000 haBActualisatie natuur in het NNN tot 1-1-201166.331 haCTotale natuur in het NNN tot 1-1-2011654.331 haDIngerichte natuur in het NNN tussen 1-1-2011 en 31-12-202350.480 haENatuur in het NNN per 31-12-2023704.811 haFNog in te richten deel van 80.000 ha29.520 haGVerwachte omvang van de natuur binnen het NNN per 31-12-2027734.331 haTabel 1: Stand van zaken omvang Natuurnetwerk Nederland en natuur in het Natuurnetwerk Nederland per 31-12-2023 conform het Natuurpact.Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRNFiguur 3: Ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN600.000Inrichtingsdoel 2027: 80.000 ha654.33148.5111.96829.520700.000734.331Natuur in het NNN (2011)Inrichting 2011-2022Inrichting 2023Inrichtingsambitie 2024-2027650.000 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 112 VoortgaNg NatuurPaCtConcluderend is de oppervlakte van de in 2023 ingerichte NNN 1.968 hectare. Dat is ongeveer 1.000 hectare minder dan jaarlijks in de periode 2018-2020 en 2022, en ongeveer gelijk aan het jaar 2021 (figuur 4). Een restopgave na 2027 kan niet worden uitge-sloten (figuur 5). Op dit moment is de inschatting van de restop-gave na 2027 ongeveer 10.000 ha (zie tabel 6 Onderhanden hectares). Ondanks dat werken provincies onverkort door aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland.Aanvullende ambities provincies Aanvullend op de inrichtingsopgave van 80.000 hectare willen sommige provincies extra hectares inrichten in het NNN (in totaal 6.125 ha). Noord-Brabant en Noord-Holland hebben na het afsluiten van het Natuurpact in 2013 vastgehouden aan een extra eigen ambitie (respectievelijk 3.100 hectare en 3.025 hectare). Daarmee ligt de inrichtingsambitie voor eind 2027 in totaal op 86.127 hectare nieuwe natuur binnen het NNN. De natuur binnen het NNN zou daarmee uitkomen op een omvang van 740.458 hectare (704.811 hectare uit tabel 1 plus 35.647 hectare uit tabel 6 in bijlage 1).Figuur 4: Inrichting van gronden in hectare, per jaar. Een deel van deze inrichting is op gronden die al vóór 2011 verworven zijn. Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRNVoor de jaren 2011-2013 is het jaarlijkse gemiddelde over deze drie jaar opgenomen.Figuur 5: Trend inrichting van gronden in hectare, cumulatiefBron:VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN010002000300040005000600070008000900020232022202120202019201820172016201520142013201220115.6195.6195.6198.4363.1414.6291.9753.0292.7272.8501.9222.9441.9680100002000030000400005000060000700008000090000Cumulatieve Inrichting203020292028202720262025202420232022202120202019201820172016201520142011-2013Lineair (Cumulatieve Inrichting)Doel natuurpact16.85825.29428.43533.06435.03938.06840.79543.64645.56848.51150.480 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 122 VoortgaNg NatuurPaCtOnderhanden hectares Tabel 7 in bijlage 1 geeft een grove schatting van het aantal hectares dat elke provincie op korte termijn (uiterlijk 2025) verwacht in te richten, de zogenaamde onderhanden hectares. In totaal is dat 4.469 hectare (zie kolom D). Daarnaast geven de provincies aan hoeveel hectares zij kansrijk achten om vóór eind 2027 in te richten (15.253 hectare, zie kolom E) en van hoeveel hectares zij de inrichting vóór eind 2027 nog onzeker achten (15.925 hectare, zie kolom F). In deze cijfers is de extra ambitie van 6.127 hectare meegenomen. Trek je die extra ambitie er af dan is de inschatting van de restopgave na 2027 9.800 hectare. Deze was in de 9e VRN 6.888 hectare. Door een complex aan factoren is de schatting van de verwachte restopgave na 2027 met ongeveer 3.000 hectare toegenomen. Voortgang verwerving van gronden (inclusief functieverandering)In de periode 2011 tot en met 2023 is 31.350 hectare grond voor nieuwe natuur verworven (zie figuur 7). In 2023 is 421 hectare verworven (zie figuur 6)1. Een groot deel van deze hectares is door de provincies verworven. Onder de verwerving vallen niet alleen de door de provincies verworven hectares, maar ook de hectares van particulieren met functieverandering. Bij functieverandering gaat het om gronden (vaak landbouwgrond) die in particulier eigendom blijven, maar de bestemming natuurgrond krijgen. Deze functieverandering wordt vastgelegd met een wijziging in het omgevingsplan en in een notarieel vastgelegde kwalitatieve verplichting. De afwaardering naar natuurgrond wordt financieel gecompenseerd. 1 Zoals in de 9e VRN vermeld, heeft de provincie Zuid-Holland voor de 10e VRN een nadere analyse uitge-voerd op de toename van ca. 4.000 hectare verwerving in 2022. Uit deze analyse blijkt dat hiervan 1.062 hectare al voor 2011 verworven was. Deze oppervlakte is op de verwerving in 2023 gecorrigeerd. Dit heeft verder geen invloed op de resterende inrichtingsambitie.Figuur 6: Verwerving van gronden in hectare per jaar. Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN. Zie voetnoot 1.Voor de jaren 2011-2013 is het jaarlijkse gemiddelde over deze drie jaar opgenomen.Figuur 7: Trend verwerving van gronden in hectare, cumulatief. Bron: rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN.010002000300040005000600020232022202120202019201820172016201520142013201220113.0753.0753.0752.2821.7472.4861.4471.7811.8822.0502.1425.88642105000100001500020000250003000035000Verwerving20232022202120202019201820172016201520142011-2013Lineair (Verwerving)9.22611.50813.25515.74117.18818.96920.85122.90130.92925.04331.350 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 132 VoortgaNg NatuurPaCtNatuur in beheer binnen het NNN In 2023 verstrekten de provincies voor € 164,5 miljoen op 499.446 hectare aan natuurbeheersubsidie (Subsidieverordening Natuur en Landschap, zie figuur 8). De totale natuur binnen de NNN- begrenzing bedroeg op 1 januari 2024 704.811 hectare. Een over-zicht met de hectares verwerving, inrichting en het beheer per provincie staat in tabel 6 in bijlage 1.Figuur 9: Voortgang van verwerving, inrichting en beheer van natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zoals aangeleverd door de provincies inclusief overlap NNN met de rijkswateren. Bron: GIS-data 10e VRNFiguur 8: De ontwikkeling van de oppervlakte natuur in het NNN sinds 2011 in hectare.Bron: VRN rapportages 1 t/m 9 & GIS-data 10e VRN0100000200000300000400000500000600000700000800000Natuur (totaal)Natuur met subsidie2023202220212020201920182017201620152011-2013583.340 606.896 621.739 683.737 694.653 696.944 696.944 698.253 703.805704.811470.407 486.739 458.932 477.630 490.630 490.630 485.099 488.937 497.535499.446 Lineair Natuur (totaal)Lineair Subsidie (totaal) TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 14toelIChtINg BereKeNINg Natuur BuIteN het NNN eN de Natura 2000-geBIedeN De omvang beheerde natuur buiten het NNN en buiten de Natura 2000-gebieden (zie tabel 2 en met paars aangegeven in figuur 11) is berekend aan de hand van beheertypenkaarten uit de natuurbeheer-plannen van de provincies. Het Natuurbeheerplan (NBP) is een beleids-kader voor het provinciale natuurbeleid. In het NBP begrenzen en beschrijven de provincies de gebieden waarvoor beheerders subsidie kunnen aanvragen voor het beheer en de ontwikkeling van de natuur, agrarische natuur en landschapselementen. Deze natuur is onder-verdeeld in beheertypen conform de Index Natuur en Landschap (Index NL). De provincies zijn bevoegd om eigen beleidskeuzes te maken en onderscheid te maken tussen het NNN en de natuur buiten het NNN (zie figuur 11). Voor de analyse zijn alle beheertypen meegenomen met een minimumoppervlakte van 100 m². Het Planbureau voor de Leef-omgeving (PBL) gebruikt dezelfde beheertypenkaart ook als basis voor analyses over de natuur in Nederland.2 VoortgaNg NatuurPaCt2.1.2 Natuur in beheer buiten NNN en buiten Natura 2000-gebiedenDe oppervlakte beheerde natuur op het land buiten het NNN en de Natura 2000-gebieden bedraagt op 1 januari 2024 40.218 hectare. De verdeling per provincie staat in tabel 2. De ligging ervan is opge-nomen in figuur 11. Op deze kaart zijn alle natuurgebieden op het land opgenomen. ProvincieOppervlak (ha)Drenthe8.353Flevoland3.017Fryslân4.859Gelderland8.253Groningen3.867Limburg14Noord-Brabant47Noord-Holland147Overijssel9.097Utrecht2.240Zeeland0Zuid-Holland325Totaal40.218Tabel 2: Beheerde natuur op het land buiten het NNN & buiten Natura 2000. Provincies hebben in het verleden mogelijk grotere arealen beheerde natuur op het land in beeld gebracht, op basis van een ruimere definitie dan in deze berekening is gehanteerd.Bron: Natuurbeheerplannen provincies TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 152 VoortgaNg NatuurPaCt2.1.3. Verhoudingen tussen NNN, Natura 2000-gebieden en rijkswaterenFiguur 10 (niet op schaal) geeft schematisch weer hoe het NNN zich verhoudt tot de Natura 2000-gebieden en tot de rijkswateren (zie ook paragraaf 4.1). Dit NNN is opgenomen in de provinciale omgevings-verordeningen. Daarnaast zijn in deze figuur de natuur in beheer buiten het NNN en buiten Natura 2000-gebieden én de Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheergebieden (zie paragraaf 2.3) opgenomen. De onderbouwing van deze cijfers is terug te vinden in tabel 8 in bijlage 1. De provincies zijn verantwoordelijk voor de planologische begren-zing van het NNN. Op dit moment is de planologische begrenzing van het NNN veel ruimer dan de beoogde 740.458 hectare natuur. Dit komt omdat de provincies in eerste instantie ruimer hebben begrensd om voldoende mogelijkheden te hebben voor verwerving vanwege inliggende functies (agrarische percelen en infrastructuur) en omdat sprake is van een grote overlap met de rijkswateren (onder andere in de Waddenzee in de provincies Fryslân en Groningen). Figuur 10 geeft daarom ook de ‘Overige NNN’ schematisch weer. De binnen het NNN gelegen Natura 2000-gebieden op het land staan in figuur 11. Het Rijk is verantwoordelijk voor natuurbehoud en -ontwikkeling in de rijkswateren, inclusief de Natura 2000-gebieden waarvoor Rijkswaterstaat voortouwnemer is (zie figuur 12 en hoofd-stuk 4). De overlap tussen de rijkswateren en de NNN-begrenzing is nader onderzocht door Rijk en provincies (zie paragraaf 4.1). Figuur 12 betreft de kaart met de begrenzing van de rijkswateren en van de Natura 2000-gebieden, waarvan het Rijk voortouwnemer is, als ook de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM)-gebieden. Gedeelten van een aantal Natura 2000-gebieden op het land zijn geen onderdeel van de natuur binnen het NNN (300.553 hectare). Hiervan bestaat 276.432 hectare uit rijkswateren (zie 2e alinea van deze paragraaf), agrarische percelen en infrastructuur, die wel begrensd zijn binnen het NNN, maar niet begrensd zijn als natuur binnen het NNN. De resterende 24.121 hectare is gelegen buiten het NNN en omvat voor een groot deel gronden met ANLb-subsidie (zie paragraaf 2.3) en daarnaast ook agrarische percelen en infrastruc-tuur. Verder valt op dat enkele defensieterreinen die niet zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, bij wet zijn uitgesloten voor aanwijzing als NNN. Bijvoorbeeld in Utrecht De Leusderheide en in Drenthe militair oefenterrein Havelte en De Haar. Deze defensieterreinen hebben hoge natuurwaarden en zijn belangrijk voor de samenhang binnen het NNN, maar zijn dus geen onderdeel van het NNN.Figuur 10: Schematische weergave NNN, Natura 2000-gebieden en rijkswateren.* Inclusief agrarische percelen en infrastructuur. Natuur op het landRijkswateren6.602.408 haNatuurnetwerk Nederland (NNN)1.033.875 haBuiten NNN156.972 haANLb-gebieden 116.754 haNatuur buiten NNN 40.218 haNatuur binnen NNN704.807 haExclusief de resterende inrichtingsambitie van 29.520 ha vanuit de opgave van 80.000 ha uit het Natuurpact en de aanvullende ambitie van 6.127 ha Overige NNN 329.068 haNatura 2000-gebieden: 2.197.629 ha348.471 ha(inclusief 77.193 haoverlap rijkswateren)276.432 ha(inclusief 263.740 ha overlap rijkswateren)24.121 ha*1.917.105 ha TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 162 VoortgaNg NatuurPaCtFiguur 12: Natuur in de rijkswaterenBron: Natura 2000: Ministerie LVVN Bron: Beschermingsregimes Rijkswateren: RijkswaterstaatFiguur 11: De ligging van het Natuurnetwerk Nederland, de Natura 2000-gebieden op het land met de voor-touwnemers (provincies of Rijkswaterstaat) en de natuur buiten het NNN en de Natura 2000 op het land. Exclusief gebieden gelegen in de rijkswateren.Bronnen: Natuurnetwerk Nederland: GIS-data 10e VRN, Natura 2000: Ministerie LVVN, Natuur buiten Natura 2000 & Natuurnetwerk: Zie para-graaf 2.1.3, Rijkswateren: Dataregister Rijkswaterstaat TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 172 VoortgaNg NatuurPaCt2.2 SoortenbeschermingIn de Omgevingswet (tot en met 31 december 2023 Wet natuurbe-scherming) staat een algemene zorgplicht ter bescherming en instandhouding van alle wilde flora en fauna. Activiteiten als het doden, vangen of verstoren van deze dieren en het verwijderen van deze planten zijn in principe verboden. Deze bescherming is verankerd in Europese verplichtingen en afspraken waaraan Nederland zich in internationaal verband heeft gecommitteerd. Ook in het Natuurpact (2013) hebben Rijk en provincies afspraken gemaakt over inspanningen op het gebied van soortenbescher-ming. Rondom soortbescherming speelden in 2023 de volgende hoofdonderwerpen.Wolven Landelijk hebben provincies de actualisering van het Interprovin-ciaal Wolvenplan verder ter hand genomen. Samen met provincies werkt LVVN aan een uitvoeringsagenda wolf. In dat kader worden onder andere de mogelijkheden verkend voor een Landelijk Infor-matiepunt Wolf, dat als centraal publiekspunt kan gaan werken. De Europese Commissie (EC) heeft in 2023 lidstaten uitgenodigd om actuele gegevens bij haar in te dienen over de wolvenpopu-latie en de gevolgen daarvan. Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens heeft de EC op 20 december 2023 een voor-stel gedaan om de beschermde status van de wolf in het Verdrag van Bern te verlagen van 'strikt beschermd' naar 'beschermd'. In september 2024 hebben de EU-ministers ingestemd met dit voorstel. Als gevolg hiervan zal het voorstel worden ingediend voor behandeling op de jaarlijkse vergadering van het Verdrag van Bern (december 2024). Als dat voorstel wordt aangenomen, volgt een traject voor aanpassing van de EU-wetgeving terzake.Fauna en InfrastructuurIn 2023 kwamen dassen en bevers door hun graverij in het nieuws. De burchten en holen van de dieren in spoortaluds, wegbermen en dijken veroorzaakten onwenselijke situaties. Het ministerie van Infra-structuur en Waterstaat (I&W) en het ministerie van LNV werken samen met de infrabeheerders en provincies aan oplossingen om dergelijke situaties te voorkomen. Ook werken zij aan een helder en zorgvuldig handelingskader voor wanneer graverij desondanks problemen veroorzaakt. Parallel wordt gewerkt aan een landelijke benadering voor specifiek de bever. In deze initiatieven werken ketenpartners - van beheerder tot rijksoverheid - samen met kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Doelstelling is om vanaf 2025 een werkbare aanpak te hebben die rekening houdt met de belangen van zowel biodiversiteit als van gebruikers en beheerders van infrastructuur. Particuliere na-isolatie huizen De Raad van State heeft in augustus 2023 de uitspraak bevestigd dat ook voor particuliere na-isolatie van huizen een zorgvuldige werk-wijze noodzakelijk is om de natuur (onder meer vleermuizen) te beschermen. Deze uitspraak maakte ook de noodzaak duidelijk van een lange- én een kortetermijnoplossing voor particuliere na-isolatie. Daarop zijn het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties (BZK), het ministerie van LVVN , de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), provincies en andere belanghebbenden op zoek gegaan naar oplossingen via onder andere de Taskforce Natuurinclu-sief Isoleren. Het is de bedoeling dat particulieren vanaf 2024 hun huis kunnen laten na-isoleren op zo’n manier dat de belangen van zowel diersoorten en klimaat als van particulieren én na-isolatie-bedrijven met elkaar in balans zijn. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 182 VoortgaNg NatuurPaCt2.3 Agrarisch Natuur- en LandschapsbeheerBijna de helft van het Nederlandse oppervlak is in gebruik als land-bouwgrond. Een groot aantal soorten flora en fauna is deels afhanke-lijk van het agrarisch gebied voor hun voortbestaan. Een meer natuurinclusieve manier van agrarisch ondernemen levert een belangrijke bijdrage aan de instandhouding en versterking van de Nederlandse biodiversiteit.Het subsidiestelsel Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is een belangrijk onderdeel binnen de groenblauwe architectuur van het Nationaal Strategisch Plan, dat erop gericht is om via grondge-bonden maatregelen de biodiversiteit en het landschap te versterken. Daarnaast ondersteunt het ANLb ook de veranderende landbouw naar een meer natuurinclusieve en duurzame manier van agrarisch ondernemen. Het ANLb wordt mede gefinancierd door de EU via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In 2023 is gestart met de uitvoering van het Nationaal Strategisch Plan GLB (GLB-NSP) voor de periode van 2023 t/m 2027. De provin-cies hebben in de provinciale natuurbeheerplannen de gebieden aangewezen. Daarnaast hebben zij de randvoorwaarden en te behalen beleidsdoelen vastgesteld waarbinnen ANLb kan worden afgesloten tussen agrarische collectieven en de aangesloten agra-riërs en andere grondgebruikers. In 2023 zijn vanuit het ANLb de gebiedsaanvragen van agrarische collectieven door de provincies beschikt. Hiervoor zijn landelijke afspraken gemaakt over de inhou-delijke en financiële kaders en randvoorwaarden qua leefgebieden en de (deels) nieuwe categorieën water en klimaat. Toename areaal ANLb In 2023 nam de oppervlakte agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Nederland toe met ruim 12.000 hectare ten opzichte van 2022. In totaal is 116.754 hectare onder beheer. Dit is 6,5% van het totale areaal landbouwgrond. In 2023 is € 115,8 miljoen subsidie aan de agrarische collectieven verstrekt. Dit is ruim € 34 miljoen meer dan 2022. Zie figuur 13. Verbreding ANLb Het ANLb is per 1 januari 2023 gewijzigd. De leefgebieden ‘droge dooradering’ en ‘natte dooradering’ zijn samengevoegd tot ‘door-adering’. De categorie ‘klimaat’ is toegevoegd om sterker op klimaat-beheermaatregelen in te kunnen zetten die tot doel hebben om CO2-uitstoot beter vast te leggen en vast te houden, broeikasgassen te verminderen en water beter vast te houden en af te voeren. Deze doelstelling is opgesplitst in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Het ANLb bestaat nu uit drie leefgebieden en twee categorieën.Aanvalsplan Grutto Met vrijgemaakte middelen van het ministerie van LNV is in 2022 gestart met de uitrol van extra en zwaar agrarisch natuur- en land-schapsbeheer voor het Aanvalsplan Grutto in 13 gebieden. In 2023 is het aantal gebieden met 14 uitgebreid tot in totaal 27 gebieden. Dit past in de doelstelling van het aanvalsplan grutto om het aantal kansgebieden stap voor stap uit te breiden naar meer dan 30 gebieden in 2027. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 192 VoortgaNg NatuurPaCtFiguur 13: Een overzicht van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in 2023 per provincie. In beeld gebracht zijn: het aantal hectares en budget (grote kaart), het areaal leefgebied (cirkeldiagrammen, zie ook toelichting rechts) en het aandeel agrarisch natuurbeheer binnen het totale agrarisch areaal. Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland* Toelichting areaal: voor het ANLb maken de agrarische collectieven vóór het beheerjaar met de provincie afspraken over een minimum en maximum te beheren of subsidiëren areaal. Een collectief heeft de opgave om minimaal de ondergrens van deze bandbreedte te realiseren voor het ontvangen van subsidie, en krijgt maximaal het subsidiebedrag dat hoort bij de bovengrens. Maar collectieven beheren vaak een groter areaal dan de afgesproken bandbreedte. Zo creëren ze een opper-vlaktebuffer voor het geval dat er beheer uitvalt, bijvoorbeeld omdat een lid van het collectief niet aan de subsidievoorwaarden kan voldoen. De infographic bevat het areaal inclusief deze oppervlaktebuffer. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 202 VoortgaNg NatuurPaCt2.4 Natuur en waterNatuur en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Passende wateromstandigheden zijn een randvoorwaarde voor een gunstige staat van natuur (in het water en op het land). Maat-regelen ten gunste van de waterkwaliteit en -kwantiteit hebben vaak een positief effect op de natuur en vice versa. Er zijn diverse mogelijkheden om de ontwikkeling van natuur, de vergroting van het Natuurnetwerk Nederland en de aanpak van de Natura 2000-gebieden optimaal te combineren met verbetering van de daarvoor benodigde condities, waaronder de kwantiteit en de kwaliteit van het water. Zo zijn waterkwaliteit en -kwantiteit in een Natura 2000-gebied vaak een randvoorwaarde voor het behalen van de doelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR-doel-bereik). Watermaatregelen zijn dus nodig om de Europees wette-lijke opgaven te halen, niet alleen de VHR, maar bijvoorbeeld ook de Kaderrichtlijn Water (KRW). Opgaven waarbij maatregelen voor waterdoelen en natuurdoelen kunnen worden gecombineerd zijn bijvoorbeeld: • Kaderrichtlijn Water (KRW) Ecologische waterkwaliteit opper-vlaktewateren, duurzaam grondwaterbeheer en passende wateromstandigheden voor beschermde gebieden waaronder de Natura 2000-gebieden.• Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) Omwille van het te verduurzamen ecosysteem Noordzee zijn ook maatregelen nodig in de overgangswateren die de KRW noemt: Waddenzee en Zeeuwse bekkens.• Vogel- en Habitatrichtlijn: gunstige staat van instandhouding soorten en habitattypen.• Verdrogingsbestrijding• Remmen bodemdaling (onder andere in veengebieden) • Klimaatverandering via onder andere de Nationale Adaptie-klimaatstrategie (NAS) en Actieprogramma’s klimaatadaptatie landbouw en natuur. Het jaar 2023 was het natste jaar ooit gemeten. De watertekorten van de voorgaande jaren zijn hierdoor aangevuld. Dit zien we met name terug in de grondwaterstanden: deze zijn hoog en leiden in sommige gebieden zelfs tot wateroverlast (Duinen en Binnenduin-rand). 2023 liet zien dat weersextremen door klimaatverandering steeds groter worden. Om deze extremen op te kunnen vangen zijn voor zowel water als natuur samenhangende maatregelen nodig. In verschillende programma’s hebben Rijk, provincies en water-schappen uitgewerkt hoe zij met de uitdagingen op het gebied van water omgaan: • Nationaal Water Programma 2022-2027, vastgesteld op 18 maart 2022 (inclusief KRW-stroomgebiedbeheerplannen, waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid via Delta-programma) • Regionaal waterprogramma 2022-2027 • Waterbeheerprogramma's van de waterschappen • Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en Provinciale programma’s landelijk gebied (maatregelenpakketten voor de doelen natuur, water en klimaat) • Programmatische Aanpak Grote Wateren 2018-2050 (PAGW) Drie tranches aan projecten zijn geprogrammeerd.• Programma Integraal Riviermanagement (IRM)• Programma Natuur 2021-2030 (gaat ook over hydrologische maatregelen) TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 212 VoortgaNg NatuurPaCt2.5 Agenda NatuurinclusiefDe Agenda Natuurinclusief wil zorgen dat we in 2050 een natuurinclusieve samenleving zijn. Dat is een samenleving waarin we vanzelfsprekend rekening houden met de natuur. De inzet voor meer en betere natuur, ook buiten de beschermde gebieden, is van belang voor de bescherming en verbetering van de biodiversi-teit en van de ecosystemen die wij zo hard nodig hebben en waar wij zelf ook onderdeel van zijn. Via deze inzet bevorderen we onze fysieke en mentale gezondheid en de leefbaarheid van onze samenleving en kunnen we ons blijven aanpassen aan klimaat-verandering. In 2023 stond in de eerste plaats de uitvoering van de acties voor de acht domeinen uit de Agenda Natuurinclusief 1.0 centraal2. Zo hebben provincies en Rijk voor het domein bouw stevig ingezet op een interprovinciale uitrol van de aanpak natuurvriendelijk isoleren voor de korte termijn en het opstellen van een (pre)soor-tenmanagementplan (SMP) door gemeenten voor de (middel)lange termijn, zie ook paragraaf 2.2. De tweede werklijn van de Agenda Natuurinclusief 1.0 betreft de ontwikkeling van de Agenda 2.0. In 2023 heeft het Collectief Natuurinclusief de Agenda Natuurinclusief 2.0 opgesteld. De Agenda Natuurinclusief 2.0 beoogt de beweging naar een natuurinclusieve samenleving te versterken en te versnellen. De focus ligt daarbij niet op de beschermde natuur, maar op de natuur die verweven is in onze woon-, werk- en leefomgeving en in 2 De acht domeinen in de Agenda Natuurinclusief 1.0 zijn: landbouw, bouw, energie, financiële sector, infrastructuur, onderwijs, vrijetijdseconomie en water.al ons handelen. Voortbouwend op de Agenda Natuurinclusief 1.0 heeft het Collectief Natuurinclusief in de Agenda Natuurinclusief 2.0 twee nieuwe domeinen opgenomen (gezondheid en bedrijven-terreinen). De Agenda Natuurinclusief 2.0 bevat gezamenlijke ambities, acties en groeiprojecten en ambities en acties per domein voor de periode 2024-2026. Ambassadeur Natuurinclusief André van der Zande heeft op 3 november 2023 de Agenda Natuurinclusief 2.0 overhandigd aan een aantal leden van de ministerraad. De Minister voor Natuur en Stikstof heeft de Agenda Natuurinclusief 2.0 met de Tweede Kamer gedeeld. Begin 2023 is een Natuurinclusief Nationaal Overleg (NiNO) inge-richt onder voorzitterschap van de Ambassadeur Natuurinclusief. Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving voert het secretariaat van het NiNO. In 2023 zijn voor de tien publiek-private domeinen domeinleiders op persoonlijke titel en domeintrekkers aange-steld. Zij zullen de maatschappelijke domeinen van de Agenda Natuurinclusief organiseren en de werking van deze domeinen bevorderen. Tot slot hebben de provincies in 2023 de stand van zaken én de kansen op Natuurinclusief geïnventariseerd en de resultaten hiervan in 2024 gepresenteerd in de interactieve pdf Natuurinclusief Denken en Doen. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 223 NatuurKwalIteIt3 NatuurkwaliteitOp verzoek van de Tweede Kamer is sinds 2021 een beknopte rapportage over natuurkwaliteit opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur (VRN). De natuurkwaliteit is hierin beschreven aan de hand van acht indicatoren die gezamenlijk een beeld geven van de conditie van soorten en van de conditie van ecosystemen (toestand en trend).3 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 233 NatuurKwalIteItDe trend over de periode 2011-2022 (korte termijn) geeft een ander beeld, namelijk een toename van 24 soorten en een afname van 22 soorten. Stabiel zijn 20 soorten en van 15 soorten is de trend onbekend. Dat is een vergelijkbaar beeld als uit de vorige VRN.Het aantal broedvogels van de Vogelrichtlijnsoorten met een toenemende trend is bij de kortetermijntrend hoger (98 soorten, 9e VRN: 86) dan het aantal afnemende soorten (48 soorten, 9e VRN: 49), een kleine verbetering in vergelijking met de vorige VRN. Bij de langetermijntrend houden de trends in toename (94 soorten) en afname (84 soorten) elkaar in evenwicht, net als in de vorige VRN. Updates indicatorenIn deze 10e VRN zijn nieuwe data beschikbaar voor de indicatoren 3 en 4. Bij indicator 3 ‘Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten’ gaat het om nieuwe gegevens over de Habitatrichtlijnsoorten en de Vogelrichtlijnsoorten broedvogels (figuur 14) en bij indicator 4 ‘Trend Alle Soorten’ zijn er nieuwe gegevens over alle soorten (figuur 15). Een overzicht van alle indicatoren met een toelichting per indicator staat in figuur 17 in bijlage 2. Een toelichting op de nieuwe data voor de indicatoren 3 en 4 volgt hieronder. Samenvattend beeld natuurkwaliteit De nieuwe data voor de indicatoren 3 en 4 leiden niet tot een ander beeld van de natuurkwaliteit in Nederland. Daarmee zijn de zichtbare veranderingen in natuurkwaliteit ten opzichte van vorig jaar minimaal. Dit is begrijpelijk omdat veranderingen in toestand of trends op landelijke schaal in het algemeen zeer geleidelijk optreden. Verbeteringen of verslechteringen van de natuurkwali-teit worden daardoor pas na meerdere jaren zichtbaar aan de hand van nieuwe monitorgegevens. Daarbij kunnen niet alle indicatoren jaarlijks worden geactualiseerd. Indicator 3 ‘Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten’ Uit de update van indicator 3 ‘Trend Habitat- en Vogelricht-lijnsoorten’ (figuur 14) blijkt dat de meerderheid van de 81 Habi-tatrichtlijnsoorten over de periode 1990-2022 (lange termijn) een toenemende trend (voor 37 soorten, 9e VRN: 41) of een stabiele trend (voor 15 soorten, 9e VRN: 11) laat zien. Een kleiner deel van deze Habitatrichtlijnsoorten (14 soorten, 9e VRN: 9) gaat achteruit. Van 15 soorten (9e VRN: 18) is de trend (nog) onbekend. Dit beeld is vrijwel vergelijkbaar met het beeld uit de vorige VRN.Figuur 14: Indicator 3 ‘Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten’ met nieuwe gegevens voor Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten broedvogels.Vogelrichtlijnsoorten (n=190)2011-20221990-20222011-20221990-20229%21%25%20%7%19%17%28%19%14%4%19%13%37%6%36%8%10%42%23%20%6%Habitatrichtlijnsoorten (n=81)BroedvogelsCL 1085 12 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 243 NatuurKwalIteItIndicator 4 ‘Trend Alle soorten’ Als we kijken naar indicator 4 ‘Trend Alle soorten’ (figuur 15), dan gaan van de 376 soorten die in de indicator zijn opgenomen er meer vooruit (179) dan achteruit (152). De overige soorten bleven stabiel (42) of hadden een onzekere trend (3). Vooral libellen, amfibieën en zoogdieren namen toe; dagvlinders gingen achteruit.Figuur 15: Indicator 4 ‘Trend Alle soorten’ met nieuwe gegevens voor alle soorten.INDICATOR 4Trend Alle soortenTotaal 1990-2022 (n=375)Totaal 2011-2022 (n=376)Amfibieën (n=16) 2011-2022 1990-2022Broedvogels (n=171) 2011-2022 1990-2022Dagvlinders (n=55) 2011-2022 1990-2022Libellen (n=63) 2011-2022 1990-2022Reptielen (n=7) 2011-2022 1990-2022Zoetwatervis (n=29) 2011-2022 1990-2022Zoogdieren (n=35) 2011-2022 (n=34) 1990-2022 0%20%40%60%80%100%LegendaSterke toenameMatige toenameStabielMatige afnameSterke afnameOnzeker9%8%6%28%18%31%11%1%7%33%11%37%6%6%13%6%13%56%6%6%13%13%63%11%8%5%19%19%37%14%10%33%5%37%13%15%13%29%15%16%7%4%13%35%20%22%5%3%41%14%37%10%5%33%8%44%14%29%43%14%14%29%29%29%3%3%52%41%31%38%31%6%18%3%29%12%32%14%3%34%11%37%CL 1569 08 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 253 NatuurKwalIteItDe monitoring wordt in het algemeen uitgevoerd met gestandaar-diseerde meetnetten en meetprotocollen, waardoor de monitoring op een objectieve wijze plaatsvindt. In dat kader vindt ook de validatie van de waarnemingen (meetgegevens) plaats, waardoor toestand en trends van soorten en ecosystemen op een betrouw-bare wijze bepaald kunnen worden.De monitoringsgegevens komen gevalideerd beschikbaar via de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) en de Nationale Data-base Vegetatie- en Habitattypenkartering (NDVH). Beoordeling natuurkwaliteit Op basis van deze monitoringsgegevens en via de ‘Werkwijze monitoring en beoordeling Natuurnetwerk en Natura2000’ vindt een beoordeling van de natuurkwaliteit plaats per gebied. De voor SNL gecertificeerde natuurbeheerders geven hier per gebied invul-ling aan (interne kwaliteitscyclus). Provincies nemen per beoorde-lingsgebied eens per zes jaar het initiatief tot de zogenaamde ‘goede gesprekken’ met de beheerders over de kwaliteit en de ambities van het NNN. De beoordeling via deze werkwijze en de monitoringsgegevens is niet geschikt om een landsdekkend beeld van de kwaliteit van de natuur te geven. Daarnaast is er bijzondere aandacht voor de kwaliteit van Natura 2000-gebieden en de VHR-doelen waarvoor deze zijn aan ge-wezen. Na afloop van ieder Natura-2000 beheerplan (na zes jaar) worden deze kwaliteit en deze doelen beoordeeld en geëvalueerd als input voor een nieuw beheerplan (weer voor zes jaar). Voor de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden hebben provincies daar-naast in het kader van het NPLG natuurdoelanalyses (NDA) opgesteld waarin de actuele staat van de instandhoudingsdoelen staat beschreven. Deze NDA’s zijn getoetst door de Ecologische Autoriteit.Nadere toelIChtINg MoNItorINg eN BeoordelINg NatuurKwalIteIt Het onderdeel natuurkwaliteit in deze VRN is sinds 2021 op verzoek van de Tweede Kamer aan de hand van acht indicatoren beschreven. Het is dus geenszins bedoeld als een alomvattend overzicht van natuurkwaliteit, laat staan van alle natuurmonitoring in Nederland.In aanvulling hierop beschrijven we hieronder welke monitoring van natuurkwaliteit grofweg in Nederland plaatsvindt en hoe deze gegevens gebruikt worden om natuurkwaliteit te beoordelen.Monitoring natuurkwaliteit De monitoring van de natuurkwaliteit in Nederland vindt hoofd-zakelijk plaats via drie sporen.• Het eerste spoor is via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), waarbij soortenorganisaties samenwerken met het Rijk en de provincies. Samen met tienduizenden vrijwilligers zorgen zij jaarlijks voor de monitoring van soorten in de verschillende meetnetten;• Het tweede spoor is de monitoring door de natuurbeherende organisaties in het kader van de provinciale Subsidieverorde-ning Natuur en Landschap (SVNL);• Het derde spoor is aanvullende monitoring door de provincies en Rijk in N2000-gebieden vanuit de VHR-doelen waarvoor deze zijn aangewezen, afhankelijk wat hierover is vastgelegd in de Natura 2000-beheerplannen. De natuurkwaliteitsindicatoren in de VRN worden op basis van deze monitoringsgegevens berekend door het CBS en door het PBL en gepubliceerd op het Compendium voor de Leefomgeving. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 264 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleId4Het Rijk heeft voor bepaalde onderwerpen een specifieke verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid en de uitvoering ervan. De voortgang bespreken we in dit hoofdstuk. Aan de orde komen: de rijkswateren (4.1), Caribisch Nederland (4.2) en ontsnippering rijksinfrastructuur (4.3).4 Rijksonderdelen natuurbeleid TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 274 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleId4.1 RijkswaterenHet Rijk is systeemverantwoordelijk voor de natuur in de rijks-wateren: de Noordzee, de Waddenzee, de Eems-Dollard, het IJssel-meergebied, de Zuidwestelijke Delta en de grote rivieren. In totaal gaat het om meer dan zes miljoen hectare. Hierbinnen is het Rijk verantwoordelijk voor de realisatie van de natuurdoelen die zijn geformuleerd op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Vogel- en Habitat-richtlijn (voor zover het Rijkseigendom in Natura 2000-gebieden betreft). Provincies zijn verantwoordelijk voor de realisatie en het beheer van natuur in de niet-rijkswateren en in Staatsbos beheer-eigendommen van de rijkswateren.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat rapporteert jaarlijks aan de Tweede Kamer over de voortgang van het waterbeleid met de rapportage ‘De Staat van Ons Water’. Het betreft een gezamen-lijke rapportage van het ministerie van Infrastructuur en Water-staat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Water-bedrijven in Nederland, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Voor aanvullende infor-matie op deze VRN over de voortgang van waterprojecten in 2023 verwijzen we naar deze rapportage.Begrenzing rijkswateren en overlap met NNNUit figuur 11 blijkt dat de rijkswateren en het NNN elkaar over-lappen (329.068 ha onder andere in de Waddenzee in de provin-cies Fryslân en Groningen). De overlapgebieden maken weliswaar beleidsmatig deel uit van het NNN, echter in de rijkswateren is het beschermingsregime van het NNN niet van toepassing (zie artikel 7.5 en 7.6 Besluit Kwaliteit Leefomgeving). Rijk en provincies hebben in 2023 een analyse afgerond naar de omvang van de overlap en de redenen hierachter. In 2024 worden de juridische consequenties van de overlap besproken en volgt een gezamenlijk voorstel hoe we hier in de toekomst mee om kunnen gaan op een manier die zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen.Totstandkoming projectenDe aard en wijze van uitvoering van de projecten in de rijkswateren verschilt van die van de projecten op het land. Landprojecten omschrijven we in hectares en voeren we doorgaans uit via verwer-ving, inrichting en beheer. De projecten in de rijkswateren zijn niet op deze manier te omschrijven en kunnen we daarom beter duiden met een omschrijving van het project en de fase waarin het project zich bevindt (in voorbereiding, in uitvoering of afgerond). De projecten in de rijkswateren komen voort uit diverse visies, meer-jarige programma’s, strategieën en besluiten. Het werkingsgebied, de onderwerpen en termijnen verschillen per rijkswater en komen over het algemeen tot stand na een uitgebreid bestuurlijk en politiek traject.Programmatische Aanpak Grote WaterenEen groot aantal projecten in de rijkswateren voeren we uit met financiering vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met de PAGW streven we in alle grote rijkswateren naar systeemingrepen die leiden tot een stabiel en samenhangend ecologisch netwerk van grote rijkswateren vanaf 2050. Daarmee dragen we bij aan de doelen voor Natura 2000 en KRW.Overzicht van de voortgangHet Rijk voert in de rijkswateren een groot aantal projecten uit voor behoud, herstel en ontwikkeling van de natuur. De voortgang ervan loopt gestaag door. Door de lange doorlooptijd van de meeste projecten ronden we jaarlijks een beperkt aantal ervan af. Hier-onder volgt een overzicht van de voortgang van de belangrijkste projecten en acties per rijkswater in 2023. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 284 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleIdNoordzeeHet Programma Noordzee 2022-2027 richt zich op een duurzaam en veilig gebruik van de Noordzee dat bijdraagt aan de maat-schappelijke, economische en ecologische doelstellingen van Nederland. Het Rijk stelt hiermee de kaders voor zowel ruimtelijk gebruik van de Noordzee in relatie tot de toestand van het mariene ecosysteem als voor het beleid gericht op het verbeteren van de milieutoestand. Voor het mariene ecosysteem zijn onder andere gebiedsbescherming Noordzeeakkoord en soorten-bescherming als maatregelen opgenomen.• De Natura 2000-beheerplannen voor Doggersbank, Klaverbank en Friese Front zijn vastgesteld.• De Natura 2000-beheerplannen voor Vlakte van de Raan, Voordelta en Noordzeekustzone zijn verlengd tot en met 2028.• Voor het Vogelrichtlijngebied de Bruine Bank zijn de voorberei-dingen voor het beheerplan gestart. • Een gezamenlijke aanbeveling van EU-lidstaten met een visserij belang om 1/3 deel van de Doggersbank af te sluiten voor bodemberoerende visserij is ingediend bij de Europese Commissie. Naar verwachting volgt wetgeving in 2024.• Het EU LIFE programma ‘CIBBRiNA’ is van start gegaan. Doel van dit programma is om de bijvangst van beschermde soorten significant te verminderen. Hierbij werken vissers, overheden, wetenschappers en NGO’s samen aan oplossingen. Het programma wordt gecoördineerd door het ministerie van LVVN en heeft een looptijd van zes jaar. WaddenzeeDe Waddenzee is aangewezen als Natura 2000-gebied, KRW-water-lichaam en heeft de status van werelderfgoed. Doelstelling is een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied, behoud van het unieke open landschap en een goede ecologische toestand van het water en directe omgeving.In de Agenda voor het Waddengebied 2050 hebben overheden, natuurorganisaties, visserijorganisaties en de samenwerkende havens een gezamenlijke koers voor het Waddengebied geformu-leerd. Het Uitvoeringsprogramma 2021-2026 is in februari 2023 door het Bestuurlijk Overleg Waddengebied goedgekeurd. Hierin staan dertig initiatieven en vier transities waar partijen tot 2026 aan werken. De voortgang wordt vanaf 2024 jaarlijks gerappor-teerd aan de Kamer. Uitgangspunt is dat de uitvoering zoveel mogelijk plaatsvindt via bestaande programma’s en projecten.• De Beheerautoriteit Waddenzee (een collectief van beheerders in de Waddenzee) heeft een eerste versie van het Integraal Beheerplan Waddenzee opgesteld. Hierdoor worden verbete-ringen doorgevoerd bij de integrale vergunningverlening, in toezicht en handhaving en bij het onderhoud van de rijshouten dammen, die dienen om het aanslibbingsproces te versnellen.• Het Bestuurlijk Overleg Waddengebied heeft ingestemd met het Ecologisch Impulspakket Waddengebied. Hiermee is € 18 miljoen beschikbaar voor investeringen in de ecologie van het Waddengebied. Bijvoorbeeld voor de implementatie van het Broedvogelactieplan ‘Wij & Wadvogels’, voor aanvullend onderzoek en monitoring van vogels (Waakvogels), voor het herstel van zoet-zout-overgangen en voor onderzoek naar ecologische effecten van klimaatverandering.• Het beheerplan Natura 2000 voor de Waddenzee is geëvalu-eerd. De uitkomsten worden meegenomen in de ontwikkeling van het nieuwe beheerplan. Rijkswaterstaat werkt daarvoor samen met verantwoordelijke overheden, belanghebbenden en terreinbeheerders.• Onder aanvoering van waterschap Noorderzijlvest en het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) hebben diverse organisaties de handen ineengeslagen voor de dijkversterking Lauwersmeer-Vierhuizergat. Bij de dijkversterking krijgen PAGW-doelen een concrete invulling. Niet alleen wordt de over- TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 294 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleIdgang van de dijk naar de Waddenzee geleidelijker, ook de Waddenzee zelf krijgt binnendijks meer ruimte. De uitvoering van de dijkversterking is gestart.• Nederland heeft in mei samen met Duitsland en Denemarken de verklaring van Wilhelmshaven getekend. Hierin geven de landen aan gezamenlijk te willen (blijven) werken aan hun ambitie om het UNESCO werelderfgoed te beschermen. Ze zijn overeengekomen om te starten met belangrijke uitdagingen omtrent de implementatie van het ‘Single Integrated Management Plan for ONE Wadden Sea World Heritage’ (SIMP). Eems-DollardEems-Dollard is aangewezen als gebied voor de Vogelrichtlijn én sinds 2017 ook voor de Habitatrichtlijn onder het Europese netwerk van beschermde Natura 2000-gebieden. Daarom is in 2023 een supplement aan het Natura 2000-beheerplan voor de Waddenzee toegevoegd. Dit plan is geldig voor de periode 2024-2030. Daar-naast is het Programma Eems-Dollard 2050 verder uitgevoerd. Het doel hiervan is natuurherstel in dit estuarium. Jaarlijks wordt één miljoen ton slib uit de Eems-Dollard onttrokken om de vertroebe-ling van het water terug te dringen. Resultaten zijn:• De pilot Kleirijperij bij Delfzijl is afgerond. De resultaten laten zien dat het mogelijk is om zout slib uit de Eems-Dollard te laten rijpen tot geschikte dijkenklei.• Op een stukje Waddenzeedijk in Noordoost-Groningen is de sterkte van verschillende soorten gras getest. Een grote golfsimulator op de dijk liet zien welk grasmengsel het best bestand is tegen extreme golven.• De herinrichting van Kleine Polder in Termunterzijl als natuur- en recreatiegebied is afgerond. Voor vissen en vogels zijn waterpartijen en natuureilanden ontwikkeld. Daarnaast is er een zwemplas met speeleiland met speeltoestellen aangelegd en een uitkijktoren geplaatst. IJsselmeergebiedMet de Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050 spannen over-heden zich in om gezamenlijk te investeren in de natuur en ruimte-lijke kwaliteit van het IJsselmeergebied. Een aantal belangrijke projecten voor natuurontwikkeling en vismigratie is in voorberei-ding. • Aan de Noord-Hollandse Markermeerkust versterken we de bestaande natuurwaarden met de aanleg van achteroevers, natuurvriendelijke oevers en voorzieningen van vismigratie. • Bij de Oostvaardersoevers leggen we natte verbindingen aan naar de Oostvaardersplassen en Lepelaarsplassen en onder-zoeken we hoe we deze plassen met het Markermeer kunnen verbinden. • Langs de Friese IJsselmeerkust verbinden we binnendijks met buitendijks gebied via geleidelijke overgangen tussen land en water. • In de Wieringerhoek onderzoeken we de opties voor betere migratiemogelijkheden voor trekvissen, veilig broedgebied voor vogels en kansen voor brakwater. • De aanleg van de Marker Wadden, een nieuw natuurgebied in het Markermeer, is afgerond. Met de bouw van zeven eilanden is een eilandengroep ontstaan van ongeveer 1.300 hectare, inclusief het onderwaterlandschap. Zuidwestelijke DeltaIn de Zuidwestelijke Delta richten we ons onder andere op de reali-satie van beperkt getij, verbetering van de waterkwaliteit en de toevoeging van zand: • We onderzoeken de zoutverspreiding, visintrek en ecologische effecten van de openstelling van de Haringvlietsluizen.• We willen de waterkwaliteit in de Grevelingen verbeteren door beperkt getij terug te brengen• We gaan in de pilot Welzinge en Schorerpolder (ten oosten van Vlissingen) toewerken naar een nieuwe inrichting van het TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 304 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleIdgebied. Dit gebeurt integraal waarbij de verschillende opgaven in het gebied (klimaatbestendige natuur, landbouw en water-veiligheid) gezamenlijk worden aangepakt.• Tot slot bereiden we zandsuppletie (extra zand spuiten of storten) voor in de Galgeplaat en in de kom van de Ooster-schelde. WesterscheldeNederland en Vlaanderen hebben een verdrag over de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium. Hierin staan onder andere afspraken over de verdieping van de vaargeul in de Westerschelde en de realisatie van natuur in de riviermond: 600 hectare in Nederland, waarvan circa 300 hectare in de Hedwige-polder.• De projecten zijn alle nagenoeg afgerond. De doelstelling van 600 hectare natuur in het Westerschelde-estuarium is hiermee gerealiseerd (zie tabel 3).• In de Hedwigepolder stroomt het water met eb en vloed het gebied in en uit. Inmiddels wordt gewerkt aan de afronding van de Panoramaheuvel.• Voor het project Zimmerman is besloten de aanleg van strek-dammen te beperken tot de reeds aangelegde strekdam.• In de komende periode wordt verder gewerkt aan de organi-satie van beheer en onderhoud, nazorg op de afgeronde projecten, het landbouwflankerend beleid en de gebieds-ontwikkelingen. Onderdeel van deze gebiedsontwikkelingen is de realisatie van een gecombineerde uitkijk- en radartoren op de Panoramaheuvel in de Hedwigepolder.Natuurherstel WesterscheldeOppervlak (ha)Ontpoldering359Hedwigepolder312Zwin12Perkpolder35Gecontroleerd Gereduceerd Getij121Waterdunen121Buitendijkse Maatregelen171Schorverjonging Scheldedijk10Kwaliteitsverbetering Sieperdaschor28Kwaliteitsverbetering Zwin10Bath27Baalhoek33Knuitershoek27Ossenisse26Zimmermangeul10Totaal651Tabel 3: Realisatie van natuur in de Westerschelde in hectare.Bron: Provincie ZeelandGrote rivierenIn de grote rivieren is een aantal belangrijke projecten voor natuurontwikkeling in voorbereiding met de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Deze projecten beogen een robuust ecolo-gisch systeem in het rivierenlandschap, waar vele soorten van profiteren. Zo worden in de IJssel-Vechtdelta en in de Gelderse Poort riet- en veenmoerassen, natte graslanden, ooibossen, natuurlijke oevers en geulen ontwikkeld. Voor de Rijn-Maas-monding vindt een verkenning plaats van maatregelen om een robuust ecologisch systeem te ontwikkelen. De projecten Meanderende Maas en Vierwaarden zetten in op een combinatie van natuurontwikkeling en hoogwaterbescherming. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 314 rIjKsoNderdeleN NatuurBeleIdHet programma Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG) - waarbij een deel van de uiterwaarden als natuur wordt ingericht - is in 2020 afgesloten, maar was toen nog niet volledig uitgevoerd. Staatsbosbeheer voert de komende jaren de resterende taak-stelling van circa 800 hectare uit in samenhang met andere programma’s, zoals de Programmatische Aanpak Grote Wateren of de Kaderrichtlijn Water. In 2023 is 0 ha verworven en 149 hectare ingericht, waardoor van de opgave van 6.685 hectare nu in totaal 6.539 hectare is verworven en 6.067 hectare ingericht en in beheer is.4.2 Caribisch NederlandHet Rijk heeft € 35 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van fase 1 van het Natuur en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030 (NMBP). Op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is een programmastructuur opgezet om doelmatig en doeltreffend meerjarige maatregelen uit te voeren. Deze maatregelen zijn gericht op onder andere erosiebestrijding, herstel en behoud van habitats en soorten, verbetering van waterkwaliteit, afval- en afvalwater-beheer, versterking van de voedselzekerheid en onderzoek en monitoring. De meeste programma’s en projecten zijn inmiddels gestart. De eerste fase van het NMBP wordt in 2024 geëvalueerd.4.3 Ontsnippering rijksinfrastructuurNatuurgebieden in Nederland zijn de afgelopen decennia versnip-perd geraakt door de aanleg van wegen, vaarwegen en spoor-wegen. In het wild levende dieren zijn daardoor steeds meer vast komen te zitten in een onnatuurlijk klein leefgebied. Daarom werken Rijk en provincies samen aan natuurlijke verbindingen tussen natuurgebieden. Dit doen we met de aanleg van ecoducten, ecoduikers, faunatunnels en makkelijk uittreedbare oevers rondom Rijksinfrastructuur. De dieren waarvoor de voor-zieningen bedoeld zijn, gebruiken deze verbindingen intensief. Het hiertoe opgestelde Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) is in 2018 afgerond. Sindsdien zijn 17 van de 28 over-gebleven knelpunten opgelost, waarvan een in 2023. Voor drie knelpunten zijn in 2023 voorbereidende werkzaamheden gestart en is de verwachting dat deze in 2024 worden afgerond. Er resteren nog acht knelpunten. Hiervan zijn de uit te voeren maat-regelen gekoppeld aan grote infrastructuurprojecten die nog niet in uitvoering zijn. Deze projecten lagen in 2023 onder andere stil als gevolg van de stikstofproblematiek. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 325 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIes5In dit hoofdstuk doen we verslag van vier onderwerpen waarvoor Rijk en provincies intensief samenwerken: de regeling Versneld natuurherstel (zie 5.1), het Programma Natuur (5.2), de Landelijke Bossenstrategie (5.3) en de Nationale Parken (5.4). In het Programma Natuur richten we ons op gebieden met een te hoge stikstofdepositie. Met de Bossenstrategie werken we aan een gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos.5 Samenwerking Rijk en provincies TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 335 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIes5.1 Regeling Versneld natuurherstelDe Regeling Versneld Natuurherstel is een snelle, eenmalige impuls die bijdraagt aan hetzelfde doel als de meerjarige middelen van het Programma Natuur, namelijk natuurherstel in Natura 2000-gebieden. De maatregelen betreffen hier vooral het verwijderen van opslag, toevoegen van steenmeel, hydrologische maatregelen, begrazing, plaggen en chopperen. Deze regeling loopt tot en met 2025. 5.2 Programma NatuurHet Programma Natuur is gericht op de realisatie van de benodigde condities voor een landelijk gunstige staat van instandhouding van VHR soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden en leefgebieden waar sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats.In het Uitvoeringsprogramma Natuur hebben Rijk en provincies bestuurlijk afgesproken dat de middelen van het Uitvoerings-programma aanvullend op het Natuurpact worden ingezet. Het Programma Natuur kent twee fases: fase 1 met uitvoeringstermijn 2021-2026 en fase 2 met uitvoeringstermijn 2024-2032. Om de provincies voldoende tijd te geven om de gebiedsgerichte aanpak in en rond de diverse Natura 2000-gebieden zorgvuldig en adequaat uit te voeren is de uitvoeringstermijn van fase 1 verlengd van 2025 naar 2026. Deze wijzigingsregeling is op 10 januari 2024 gepubliceerd in de Staatscourant.In de eerste fase voeren de provincies voornamelijk die projecten uit waarvoor de plannen gereed zijn of in een dusdanig vergevor-derd stadium zijn dat de uitvoering op korte termijn kan starten. Deze projecten zijn per provincie vastgelegd in een Provinciaal Uitvoeringsprogramma. Het Rijk financiert deze projecten via de Regeling Specifieke Uitkering Programma Natuur.In de tweede fase (2024–2032) worden soortgelijke projecten uitgevoerd op basis van een geactualiseerd Provinciaal Uitvoerings programma. Hierin is een strategie opgenomen voor een integrale, gebiedsspecifieke aanpak van natuur- en systeem-herstel in relatie tot de bijdrage aan de landelijke opgave en in combinatie met gerichte inzet van bronmaatregelen ter beperking van emissies en gerelateerd aan het beoogde doelbereik. Het Programma Natuur voorziet daarnaast in aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn voor natuurverbetering, zoals een verhoging van de vergoeding van het natuurbeheer (van 75% naar 84% van de normkosten), een versterking van het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) en verbetering van de monitoring. De inzet op deze maatregelen wordt in deze rapportage buiten beschouwing gelaten.Voortgang in 2023In 2023 zijn meer maatregelen uit de eerste fase afgerond en de voorbereidingen voor de tweede fase gestart.Fase 1 met uitvoeringstermijn 2021 - 2026Voor de eerste fase van het Programma Natuur heeft het Rijk circa € 600 miljoen beschikbaar gesteld en verdeeld over de indivi-duele provincies. Eind 2023 hebben de provincies circa 25% van de afgesproken maatregelen (weergegeven in hectares) afgerond. Daarmee is het percentage afgerond verdubbeld ten opzichte van eind 2022. Van de areaalopgave is 48% in uitvoering.De uitvoeringstermijn van de regeling is verlengd met één jaar (van 31 december 2025 naar 31 december 2026) en op 10 januari 2024 gepubliceerd in de Staatscourant. Verlenging was nood-zakelijk om de provincies voldoende tijd te geven voor het zorg-vuldig en adequaat uitvoeren van de gebiedsgerichte aanpak in en rond de diverse natuurgebieden en daarmee tevens voldoende tijd te geven om de middelen die op grond van deze regeling beschikbaar zijn gesteld uit te geven. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 345 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIesTabel 4: Samenvatting opgave en voortgang per categorie maatregelen per provincie in 2023. SamenvattingABC1C2DEFProvincieVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieType maat-regelenVerwijderen opslag, plaggen, begrazing, verschralen, bekalken, kleinschalige aanleg en inrichtingHydrologisch onderzoek, moerasontwikkeling, water-peil verhogen, vernatten, onderhoud aan sloten, water vasthouden, verontdiepenSleutelhectares NNNAdditionele inrichting voor natuurherstel op sleutelhec-taresNatuurinclusieve landbouw, ecologische verbindingen, additionele verwerving voor natuurZonering recreatie, bestri-jding invasieve exotenAanleg van bos (bij voorkeur buiten het NNN) OpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Groningen1.03109211620107000000161608480848niet van toepassingFryslân3.023766593.930611.175197161180003600451330133niet van toepassingDrenthe1.7401.03770314.1526.7937.3590003.92303.9230003503500391623Overijssel20.9527.13413.8187.2905636.7270000000000001706155Flevoland1.04346556170363211450454504575000000niet van toepassingGelderland4.8282.1662.5801.610000000002.65061.8922405051202016Utrecht32623298390077000000350351550155707Noord-Holland1.32701.32678228216515782859420100100033020012731019Zuid-Holland1.2074049031.062256539600396001070031800200Zeeland7511106151.9718490480052001.16750654.1071.6861.300400Noord-Brabant13.5453.7195.69717.0925.5507.1885890991.496517411.39801001.3924268918112113Limburg2.4852642.206171361350000006152.7181.0551.66329029EINDTOTAAL52.25715.39830.28749.31514.22223.2091.4322431705.971474.14216.5891732.14210.5913.7675.1221.21344362 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 355 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIesIn tabel 4 staat een samenvatting van de opgave en voortgang per categorie maatregelen per provincie. In tabel 10 in bijlage 3 staan de opgave en de voortgang van de categorieën maatregelen per natuurgebied per provincie. Opgave en voortgang zijn weerge-geven in hectares en betreffen de oppervlakte waarop de maatre-gelen effect zullen hebben. De weergegeven hectares kunnen overlappen tussen de categorieën maatregelen en zijn derhalve niet in zijn totaliteit opgeteld.Ook Rijkswaterstaat voert in het kader van Programma Natuur fase 1 een opdracht uit om natuurherstelmaatregelen te nemen. De maatregelen richten zich op verbeteren van kwaliteit, overgangs-gebieden (waaronder bermbeheer) en optimalisatie inrichting (bijvoorbeeld in de Noordwaard). Daarnaast wordt er onderzoek gedaan ten behoeve van maatregelen voor fase 2. De opdracht is in 2022 begonnen en in 2023 zijn veel maatregelen opgestart.Fase 2 met uitvoeringstermijn 2024 - 2032 Voor de tweede fase van het Programma Natuur heeft het Rijk € 1,35 miljard beschikbaar gesteld en verdeeld over de provincies. In de tweede fase zal opgavegericht worden gestuurd en worden ingezet op het nemen van herstelmaatregelen, inclusief systeem-herstelmaatregelen om de invloed van verzuring, vermesting en verdroging van de stikstofgevoelige natuur tegen te gaan. Met voorrang zal worden ingezet op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden en buiten Natura 2000-gebieden gelegen stikstofgevoelige gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland.Het uitgangspunt is systeemverbetering. Om meer inzicht te verkrijgen in maatregelen die noodzakelijk zijn hebben de bevoegde gezagen natuurdoelanalyses opgesteld voor de stikstof-gevoelige Natura 2000-gebieden. Deze natuurdoelanalyses vormen een belangrijke basis voor de tweede fase van Programma Natuur.In 2023 is de voorbereiding gestart voor het opstellen van de Regeling Specifieke Uitkering Natuur - fase twee en zijn provincies gestart met het actualiseren van de uitvoeringsprogramma’s voor deze tweede fase. De regeling is op 26 juni 2024 gepubliceerd in de Staatscourant en kent één aanvraagperiode. Het voornemen is om de regeling in 2027 te wijzigen en budget beschikbaar te stellen voor een tweede aanvraagperiode. De toepassing van twee aanvraagperioden geeft de mogelijkheid om tussentijds bij te sturen, bijvoorbeeld als er zich kansen voordoen die leiden tot een extra hoog doelbereik of als onvoldoende prioritaire opgaven kunnen worden gerealiseerd. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 365 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIes5.3 Landelijke BossenstrategieIn 2021 is gestart met de uitvoering van de Landelijke Bossen-strategie. Rijk en provincies hebben deze strategie in 2020 opgesteld om te zorgen voor een gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos. Met onder andere 37.400 hectare bosuitbreiding en revitalisering van het bestaande bos per 2030 geven Rijk en provincies invulling aan klimaatdoel-stellingen en verbetering van de biodiversiteit. In totaal is er tot en met 2023 binnen en buiten het NNN samen met de bovenwettelijke compensatie 1.436 hectare bos gerealiseerd (zie tabel 5). Dit staat gelijk aan 4% van de totale bosuitbreidingsopgave. Het tempo van realisatie ligt daarmee ver achter op de gestelde doelen. In plaats van een noodzakelijke versnelling, laten de cijfers na een eerste voorzichtige start tot en met 2022, een stagnatie zien in 2023. Een belangrijke reden hier-voor is de aanhoudende onzekerheid over de financiering, onder meer door het wegvallen van het Transitiefonds. Nieuwe middelen voor financiering zijn (vooralsnog) niet voorzien. Daarmee staat het behalen van de doelen uit de Bossenstrategie, als onderdeel van de uitvoering van het Klimaatakkoord, onder druk. In juni 2024 heeft het Rijk middelen toegekend aan de door de provincies voor reeds ingediende maatregelpakketten in het kader van de gebiedsgerichte aanpak. De verwachting is dat deze middelen deels zullen worden ingezet voor de aanleg van nieuw bos, groenblauwe dooradering en revitalisering. Dit is een impuls voor de komende twee jaar, maar onvoldoende om de doelen van de bossenstrategie te kunnen halen op de langere termijn.Bosuitbreiding binnen NNNCompensatie ontbossing N2000Meer natuurbosBosuitbreiding buiten NNN202120222023t/m 2023t/m 2023t/m 2023t/m 2023Drenthe0367511161062Flevoland05005004830Fryslân6006060Gelderland692727123248690Groningen0314170137Limburg*401115084Noord-Brabant1822152005980437**Noord-Holland0921111137Overijssel18816104141.61120Utrecht671023056320***Zeeland5195211201114Zuid-Holland8008082Totaal3264454061,177443.007215Tabel 5: Gerealiseerde hectares ten behoeve van de bosuitbreidingsdoelstelling uit de bossenstrategie per provincie. * De cijfers van de provincie Limburg zijn niet compleet, omdat alleen de vóór 2023 gedigitaliseerde data zijn meegenomen én de areaaluitbreiding-data van niet alle terreinbeherende organisaties in de cijfers zijn opgenomen. Volgend jaar zal de provincie dit corrigeren.** Provincie Noord-Brabant kon geen gegevens aanleveren voor bosaanleg buiten NNN*** In de 9e VRN heeft de provincie Utrecht bij Bosuitbreiding buiten NNN (71,4ha) ook de bomenuitdeelacties meegeteld. Deze zijn er bij deze rapportage uitgelaten en daarom valt de gerealiseerde bosuitbreiding lager uit. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 375 saMeNwerKINg rIjK eN ProVINCIesSchiermonnikoogLauwersmeerDe Alde FeanenDrentsche AaDrents-Friese WoldDwingelderveldWeerribben-WiedenSallandse HeuvelrugDe Hoge VeluweUtrechtse HeuvelrugVeluwezoomDe MaasduinenDe Groote PeelDe MeinwegDe Loonse enDrunense DuinenDe BiesboschOosterscheldeNieuw LandZuid-KennemerlandDuinen van TexelHollandse DuinenVan GoghGrensparkKalmthoutse heideLegendaHuidige nationale parkenLandschapsontwikkelzone (indicatief)Nieuwe initiatievenNatura 2000Natuurnetwerk NederlandSchiermonnikoogLauwersmeerDe Alde FeanenDrentsche AaDrents-Friese WoldDwingelderveldWeerribben-WiedenSallandse HeuvelrugDe Hoge VeluweUtrechtse HeuvelrugVeluwezoomDe MaasduinenDe Groote PeelDe MeinwegDe Loonse enDrunense DuinenDe BiesboschOosterscheldeNieuw LandZuid-KennemerlandDuinen van TexelHollandse DuinenVan GoghGrensparkKalmthoutse heideLegendaHuidige nationale parkenLandschapsontwikkelzone (indicatief)Nieuwe initiatievenNatura 2000Natuurnetwerk Nederland5.4 Nationale Parken Op 19 juni 2023 is het Beleidsprogramma Nationale Parken 2024-2030 gepubliceerd. Dit Beleidsprogramma is opgesteld door parken, provincies en partners onder regie van LNV en gaat in op de wijze waarop parkorganisaties, provincies, Rijk en partners de komende jaren de nationale parken willen ontwikkelen tot robuuste natuur- en landschapsgebieden met onthaalfunctie (beleefbare parken), de basis van een nationaal park is natuur (zie figuur 16). Het programma bevat onder andere ambities, doelen en basiseisen waar bestaande parken op termijn en nieuwe parken bij aanvang aan moeten voldoen. In 2023 hebben Rijk en provincies afspraken gemaakt over de financiering van het Beleidsprogramma. • Voor de uitvoering van het Beleidsprogramma is onder andere een Subsidieregeling voor de ondersteuning van nationale parken opgesteld, zijn de kwaliteitseisen voor een nationaal park nader uitgewerkt en is gestart met de opzet van een monitorings systeem.• Tevens wordt gewerkt aan een nieuwe parkendeal, waarin afspraken worden gemaakt met de parkorganisaties, de partners en de natuurterreinbeheerders over hun bijdragen aan de realisatie van de doelen.• Het Rijk heeft € 5 miljoen per jaar extra gereserveerd voor uitvoering van het Beleidsprogramma.• Voor Nationaal Park Drentsche Aa en Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug zijn verzoeken tot herbegrenzing ingediend. Eerdere aanvragen voor statusverlening voor de gebieden Van Gogh en Hollandse Duinen zijn voorlopig aangehouden. Figuur 16: Geografisch overzicht van de nationale parken in Nederland. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 38BIjlageNBijlage 1: Voortgang en inrichtingsambitie NNN per provincieBIjlageNBijlage 1Voortgang en inrichtingsambitie NNN per provincieTabel 6 geeft per provincie de voortgang weer in hectares verwerving, inrichting en natuur binnen het NNN, met SVNL-subsidie en zonder SVNL- subsidie voor de periode 2011-2023. Ook is de resterende inrichtingsambitie voor de realisatie van het NNN in 2027 opgenomen. De resterende inrichtings-ambitie van de twaalf provincies tezamen is groter dan het resterende deel van de 80.000 hectare die is afgesproken in het Natuurpact. Conform het Natuurpact zou er namelijk nog 29.520 hectare (=80.000 – 50.480) moeten worden ingericht tot 2027. Provincies hebben echter een aanvullende ambitie van 6.125 hectare waarmee de totale resterende inrichtingsambitie uitkomt op de getoonde 35.647 hectare.Toelichting datacorrecties Ieder jaar vinden (kleine) datacorrecties plaats. De oorzaak ligt onder meer in de complexiteit om (gedetailleerde) geo-informatie zorgvuldig te registreren en te abstraheren naar landelijke overzichten. In 2022 is een analyse uitgevoerd van datacorrecties in voorgaande jaren. Uit deze analyse blijkt dat de jaarcijfers in de VRN voor verwerving en inrichting binnen kleine marges (van enkele tot soms tientallen hectares) kunnen fluctueren. Genoemde oorzaken van dergelijke fluctuaties zijn correcties vanwege onenigheid over de uitgevoerde inrichting (niet ingericht of inrichting voldeed niet aan de voorwaarden), correcties van ten onrechte aangemelde of afgemelde inrichting (door voortschrijdend inzicht of door fouten) of correcties vanwege compensatie aanleg infrastructuur (nieuwe ingerichte natuur elders compen-seren). Omdat het kleine marges betreft en de onderbouwende argumenten plausibel zijn, accepteren de provincies en LVVN deze afwijkingen en is besloten om deze kleine datacorrecties (net als in voorgaande jaren) te corrigeren in het jaar van rapportage.Voortgang en inrichtingsambitie NNN per provincieVerwerving vanaf 2011Inrichting sinds 2011*Natuur in het NNNResterende Inrichtings ambitieProvinciemet SVNL subsidiezonder SVNL subsidietotaalDrenthe3.2727.57754.6307.24061.8706.097Flevoland852323.7812.49926.280105Fryslân1.6344.39762.67120.11682.7883.476Gelderland3.7886.46391.33142.921134.2521.951Groningen1.8924.11416.3815.02521.4062.700Limburg2.5012.17630.99917.97448.9731.253Noord-Brabant6.0167.49482.29938.046120.3447.706Noord-Holland3.1686.06428.22324.22352.4474.116Overijssel3.2925.52646.52413.16959.6922.673Utrecht1.0322.50222.0679.47131.5381.768Zeeland6521.22720.74318.10738.850646Zuid-Holland4.0962.41719.7976.57326.3703.156Totaal31.35050.480499.446205.365704.81135.647Tabel 6: Voortgang en inrichtingsambitie NNN per provincie in hectares* Van ‘Inrichting sinds 2011’ kan een deel al voor 2011 verworven zijn. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 39BIjlageNOnderhanden hectares Tabel 7 geeft een grove schatting van het aantal hectares dat elke provincie op korte termijn (uiterlijk 2025) verwacht in te richten, de zogenaamde onder-handen hectares. In totaal is dat 4.469 hectare (zie kolom D). Daarnaast geven de provincies aan hoeveel hectares zij kansrijk achten om vóór eind 2027 in te richten (15.253 hectare, zie kolom E) en van hoeveel hectares zij de inrichting vóór eind 2027 nog onzeker achten (15.925 hectare, zie kolom F). In deze cijfers is de extra ambitie van 6.125 hectare meegenomen.Onderhanden Hectares 2024-2027Kwantitatieve Gegevenslevering 10e VRN (2023)Resterende Inrichtingsambitie 2027 (B):ABCA+B-CA+B+CDEFInrichting t/m 2023Resterende Inrichtingsambitie 2027Eigen ambitie provincie Noord-Brabant en Noord-HollandInrichtingsambitie 2011-2027Inrichtingsambitie Natuurpact + Eigen ambitie NH en NBRInrichting fysiek al gestart: uiterlijk eind 2025 ingerichtInrichting vóór eind 2027 kansrijkInrichting vóór eind 2027 nog onzekerDrenthe7.5776.09713.67413.6742004.4831.414Flevoland52310562862810500Fryslân4.3973.4767.8737.8735651.3441.567Gelderland6.4631.9518.4148.4147501.2010Groningen4.1142.7006.8146.81408501.850Limburg2.1761.2533.4293.429108432713Noord-Brabant7.4947.7063.10012.10015.2008061.3005.600Noord-Holland6.0644.1163.0257.15510.1801451.9132.058Overijssel5.5262.6738.1998.1993451.0161.312Utrecht2.5021.7684.2704.270577001.011Zeeland1.2276461.8731.8730446200Zuid-Holland2.4173.1565.5735.5731.3881.56820050.48035.647*6.12580.00286.1274.46915.25315.925Correctie eigen ambitie boven op de 80.000ha Natuurpact 10e VRN (zie kolom C):-6.125Resterende inrichtingsambitie van de 80.000ha Natuurpact: inrichting vóór eind 2027 nog onzeker9.800* 2023: 29.520 uit het Natuurpact en 6.127 extra ambitie = 35.647Tabel 7: Resterende inrichtingsambitie en onderhanden hectares. TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 40BIjlageNNadere onderbouwing oppervlakten in hectares figuur 10: Schematische weergave NNN, Natura 2000-gebieden en rijkswateren ABCDEFTotaalWaarvan in rijkswaterenWaarvan in uiterwaarden en BiesboschOppervlakte buiten rijkswateren (A-B)Oppervlakte buiten rijkswateren, inclusief uiterwaarden en Biesbosch (C+D)*Overlap met rijkswateren (A-E)*Rijkswateren6.602.4086.602.40876.238N2000 binnen Natuur binnen NNN348.47192.71315.521255.757271.27877.193N2000 binnen Overige NNN276.432266.6742.9349.75812.692263.740N2000 buiten NNN 1.572.7261.557.7179.11315.00924.1211.548.605Totaal N2000 2.197.6291.917.10527.568280.524308.0921.889.537Overige NNN en N2000276.432266.6742.9349.75812.692263.740Overige NNN buiten N200052.6364.6272.76348.00950.7721.864Totaal Overige NNN 'op het land'329.068271.3015.69857.76763.465265.604Natuur binnen NNN en N2000348.47192.71315.521255.757271.27877.193Natuur binnen NNN buiten N2000356.33718.16312.531338.174350.7055.632Totaal Natuur binnen NNN 'op het land'704.807110.87628.052593.931621.98382.824Tabel 8: Nadere onderbouwing oppervlakte in hectares over de overlap in figuur 10 (Schematische weergave NNN, Natura 2000-gebieden en rijkswateren).Totale overlap NNN en Rijkswateren binnen N2000 gebied340.933Totale overlap NNN en rijkswateren buiten N2000 gebied7.495Totale overlap NNN en rijkswateren (uiterwaarden en Biesbosch zijn hierin niet meegeteld als overlap)348.428* In de rijkswateren is het beschermingsregime van het NNN niet van toepassing uitgezonderd uiterwaarden en Biesbosch (zie artikel 7.5 en 7.6 Besluit Kwaliteit Leefomgeving). TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 41BIjlageNEcosysteemtypen ingerichte natuur In deze VRN is voor het eerst een nadere opsplitsing opgenomen welke nieuwe natuur is ingericht vanaf 2011 t/m 2023. Op basis van een hoofdindeling in ecosysteemtypen (zoals PBL die ook hanteert: zie indicator 6 in bijlage 2) is hieronder de nieuwe inrichting onderverdeeld in ecosysteemtypen op basis van de SVNL-beheertypen. De oppervlakte ecosysteemtypen is berekend op basis van de provinciale natuurbeheerplankaarten. Als de nieuwe inrichting nog niet is opgenomen in de provinciale natuurbeheerplankaart, dan valt deze onder de categorie ‘In ontwikkeling’.EcosysteemtypenSVNL-beheertypen:In ha% totaalGrootschalige, dynamische natuurN012.3705%Rivieren/Beken en bronnen/Stilstaande waterenN02 t/m N041.4173%MoerasN05 + N06.01 + N06.023.9548%HeideN06.03 t/m N06.06 + N078142%Open DuinN082500%(Half)natuurlijk graslandN09 t/m N1334.42268%BosN14 t/m N172.7205%LandschapselementenL3051%In ontwikkeling4.2298%Totaal ingericht vanaf 201150.480100%Tabel 9: Ecosysteemtypen Ingerichte Natuur (vanaf 2011 t/m 2023). TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 42BIjlageNBijlage 2Indicatoren natuurkwaliteitDe indicatoren in de VRN geven een landelijk beeld van de natuurkwaliteit en rapporteren dus niet op provinciaal niveau of op gebiedsniveau. Voor de indicatoren is gebruikgemaakt van bestaande meetgegevens en indicatoren. Beschrijving natuurindicatoren en natuurkwaliteit In figuur 17 zijn de acht indicatoren weergegeven. De figuur geeft de toestand en de trend weer van soorten en van ecosystemen in Nederland. Daarbij maken we onderscheid tussen de soorten en habitattypen van de Vogel- en Habitatrichtlijn enerzijds, deze indicatoren volgen uit onze internationale rapportageverplichtingen, en ‘alle’ soorten en ‘alle’ ecosystemen anderzijds. Er zijn namelijk meer soorten en ecosystemen waar we beleid voor maken en beheer voor uitvoeren. Daarom gebruiken we ook indicatoren die de toestand en trends beschrijven van ‘alle’ soorten en ecosystemen waarvan monitoring-gegevens beschikbaar zijn. De linkjes bij de indicatoren in de figuren verwijzen naar de officiële databron waar de indicator op is gebaseerd. 1. Toestand Habitatrichtlijnsoorten (geen update in 10e VRN) Figuur 17.1: Toestand Habitatrichtlijnsoorten Deze indicator geeft voor de 81 Habitatrichtlijnsoorten (HR-soorten) aan hoeveel procent landelijk in een gunstige, matig ongunstige of zeer ongunstige staat van instandhouding (SvI) verkeert. Eens in de zes jaar bepalen we de landelijke SvI voor de HR-rapportage aan de EU. De percentages voor deze indicator passen we (ook) niet jaarlijks aan. Alle vogels ontbreken in deze indicator, omdat daarvoor geen SvI wordt gerapporteerd. Voor 26% (21 soorten) van de HR- soorten is een landelijk gunstige SvI gerapporteerd. Dat duidt op een lichte verbetering ten opzichte van de vorige periode (2007- 2012), toen 23% van de HR-soorten een landelijk gunstige SvI had (18 van de toen 79 HR-soorten). Bijna driekwart van de HR-soorten bevindt zich nog niet in een landelijke gunstige SvI. 2. Toestand ‘alle’ soorten (geen update in 10e VRN) Legenda50%Totaal 2022 (n=1771)Totaal 2021 (n=1771)61%39%61%39%Amfibieën (n=16) 20222021Broedvogels (n=168) 20222021Dagvlinders (n=70) 20222021Hogere planten(n=1395) 20222021Libellen(n=62) 20222021Reptielen(n=7) 20222021Zoogdieren(n=53) 2022202168%68%40%41%60%59%56%50%44%39%61%39%61%62%62%38%38%63%63%37%37%29%14%71%86%32%32%Figuur 17.2: Toestand Alle soortenGaat het om de toestand van ‘alle’ soorten, dan wordt bijna 39% (689 soorten) van de in totaal 1.771 soorten ‘bedreigd’. Deze indicator is gebaseerd op de Rode Lijsten. Er zijn in totaal achttien Rode Lijsten voor onder andere zoogdieren, dagvlinders en bijen. Hiervan berekent het CBS voor zeven beleidsmatig belangrijke soortgroepen jaarlijks het percentage soorten met een bedreigde status volgens de Rode Lijst Methodiek. Dat percentage is opgenomen in indicator 2. Jaarlijks verandert dat percentage maar weinig (39,1% in 2019, 39,2% in 2020, 39,1% in 2021 en 38,9% in 2022). Dat betekent dat in 2022 volgens deze methodiek drie soorten van de 1.771 soorten van de lijst ‘bedreigd’ af zijn gegaan. De verschillende groepen van soorten laten duidelijke verschillen zien in de toestand van deze soorten. 61% van de dagvlinders (31 van de 51 soorten) en 71% van de reptielen (5 van de 7 soorten) worden bedreigd.Bijlage 2: Indicatoren natuurkwaliteitCLO 160403 CLO 160401CLO 1521 16 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 43BIjlageN3. Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten (update in 10e VRN van de Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten broedvogels) 2011-20221990-20229%21%25%20%7%19%17%28%19%14%4%19%Habitatrichtlijnsoorten (n=81)Vogelrichtlijnsoorten (n=190)2011-20221990-202213%37%6%36%8%10%42%23%20%6%BroedvogelsVogelrichtlijnsoorten (n=81)2010-20211990-20211%21%43%16%6%12%14%31%20%20%4%12%Niet-broedvogelsFiguur 17.3: Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten De trend van de VHR-soorten gaat over het percentage soorten van de Vogelrichtlijn én van de Habitatrichtlijn die in aantallen een toename vertonen, stabiel zijn, afnemen of waarvan de trend niet bekend is. Naast de 81 HR-soorten zijn bij de trends dus ook soorten van de Vogelrichtlijn mee-genomen. Het gaat daarbij om 190 soorten broedvogels en 81 soorten niet-broedvogels (overwinteraars en doortrekkers). Hiervan zijn de percenta-ges afzonderlijk weergegeven over twee perioden. Deze trends worden eenmaal in de zes jaar gerapporteerd aan de EU. Het CBS berekent deze indicator echter jaarlijks op basis van gegevens van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Uit de update van indicator 3 ‘Trend Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten’ blijkt dat de meerderheid van de 81 Habitatrichtlijnsoorten over de periode 1990-2022 (lange termijn) een toenemende (37 soorten) of stabiele (15 soorten) trend heeft. Een kleiner deel van deze Habitatrichtlijnsoorten gaat achteruit (14 soorten). Van 15 soorten is de trend (nog) onbekend. Dit beeld is vergelijkbaar met het beeld uit de vorige VRN. De trend over de periode 2011-2022 (korte termijn) geeft een ander beeld, namelijk een toename van 24 soorten, een afname van 21 soorten en 20 soorten zijn stabiel, vergelijkbaar met de vorige VRN.Het aantal broedvogels van de Vogelrichtlijnsoorten met een toenemende trend is bij de korte termijn-trend hoger (98 soorten, vorig jaar 86 soorten) dan het aantal afnemende soorten (48 soorten, vorig jaar 49 soorten), een kleine verbetering in vergelijking met de vorige VRN jaar. Bij de lange termijn trend houden de trends in toename (94 soorten) en afname (84 soorten) elkaar in evenwicht, net als in de vorige VRN. 4. Trend alle soorten (update in 10e VRN)INDICATOR 4Trend Alle soortenTotaal 1990-2022 (n=375)Totaal 2011-2022 (n=376)Amfibieën (n=16) 2011-2022 1990-2022Broedvogels (n=171) 2011-2022 1990-2022Dagvlinders (n=55) 2011-2022 1990-2022Libellen (n=63) 2011-2022 1990-2022Reptielen (n=7) 2011-2022 1990-2022Zoetwatervis (n=29) 2011-2022 1990-2022Zoogdieren (n=35) 2011-2022 (n=34) 1990-2022 0%20%40%60%80%100%LegendaSterke toenameMatige toenameStabielMatige afnameSterke afnameOnzeker9%8%6%28%18%31%11%1%7%33%11%37%6%6%13%6%13%56%6%6%13%13%63%11%8%5%19%19%37%14%10%33%5%37%13%15%13%29%15%16%7%4%13%35%20%22%5%3%41%14%37%10%5%33%8%44%14%29%43%14%14%29%29%29%3%3%52%41%31%38%31%6%18%3%29%12%32%14%3%34%11%37%Figuur 17.4: Trend Alle soorten‘Alle soorten’ zijn in totaal 376 inheemse, in Nederland voorkomende soorten waarvan het CBS jaarlijks trends berekent. Deze soorten zijn verdeeld over de soortgroepen amfibieën, broedvogels, dagvlinders, libellen, reptielen, zoetwatervissen en zoogdieren. Het CBS bepaalt deze trend in de populatie-omvang van alle soorten met de jaarlijkse populatietrends (Living Planet Index) van de soorten gemonitord binnen het NEM. Het aantal soorten dat het CBS hierin beschouwt is groter dan het aantal VHR-soorten, omdat het CBS hierin ook andere soorten meeneemt die we in Nederland belangrijk vinden. Als we kijken naar de trends van deze 376 soorten dan gaan daarvan meer soorten vooruit (179) dan achteruit (152). De overige soorten bleven stabiel (42) of hadden een onzekere trend (3). Vooral libellen, amfibieën en zoogdie-ren namen toe; dagvlinders gingen achteruit.CL 1085 12CL 1569 08 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 44BIjlageN5. Toestand habitattypen van de Habitatrichtlijn (geen update in 10e VRN)Figuur 17.5: Toestand Habitattypen van de habitatrichtlijn In Nederland komen in totaal 52 habitattypen van de Habitatrichtlijn voor (bijvoorbeeld duinbossen of blauwgraslanden) die wettelijk beschermd zijn. De staat van instandhouding (SvI) van deze habitattypen is al jaren ontoerei-kend. In de periode 2007-2012 verkeerden slechts twee habitattypen landelijk in een gunstige SvI. In de periode 2013- 2018 waren dat er inmiddels zes van de 52 (bijna 12%), waarvan vijf duintypen. Dat lijkt een verbetering, maar deels heeft dit een methodische achtergrond, en tegelijk zijn ook drie habitattypen verslechterd. Hierdoor is de gemiddelde SvI eerder stabiel te noemen. Let wel, dit gaat over het aantal habitattypen en niet over de oppervlakte van de Nederlandse natuur die hierbij hoort. 6. Toestand ‘alle’ ecosystemen (nog geen update in 10e VRN) Figuur 17.6: Toestand Alle ecosystemen Voor de beschrijving van de toestand van ‘alle’ ecosystemen gaan we uit van vijf verschillende ecosystemen die betrekking hebben op de landnatuur: bossen, (half)natuurlijk grasland, heide, open duin en moeras. Deze zijn gebaseerd op de Index NL beheertypen (op basis waarvan de beheersubsidie in het kader van het Subsidieverordening Natuur en Landschap (SVNL) wordt toegekend). De toestand (de natuurkwaliteit) daarvan is bepaald aan de hand van het aantal ‘kwalificerende soorten’ per ecosysteemtype (een samenvat-ting van beheertypen). Het aantal aangetroffen (of aanvullend geschatte) kwalificerende soorten bepaalt de kwaliteitsklasse. Hoe hoger het aantal, des te beter de kwaliteit. Bij deze indicator zien we dat in 38% van het totale areaal aan landnatuur de kwaliteit vrij hoog tot hoog is. Daarentegen heeft 60% een vrij lage tot lage ecosysteemkwaliteit. Open duinen hebben een relatief hoge kwaliteit (67%), terwijl die van (half)natuurlijk grasland en moerassen relatief laag is, met minder dan 25%. In het kader van de derde Lerende evaluatie van het Natuurpact werkt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan een actualisatie van deze indicator. Deze indicator kwam echter niet tijdig gereed om op te nemen in de 10e VRN. CLO 160403 CLO 160401CLO 151803 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 45BIjlageN7. Trend habitattypen van de Habitatrichtlijn (geen update in 10e VRN) Figuur 17.7: Trend Habitattypen van de habitatrichtlijn Van de 52 habitattypen verkeren er 46 in een ongunstige staat van instand-houding. Om inzicht te krijgen in welke richting deze 46 habitattypen zich ontwikkelen, is gekeken naar de aan de EU gerapporteerde ‘trends staat van instandhouding’. Deze indicator 7 laat zien dat 11 van de 46 habitattypen (24%) met een ongunstige SvI verbeterd zijn. Tegelijkertijd is er bij 28% (13 habitattypen) sprake van een verdere verslechtering. 8. Trend ‘alle’ ecosystemen (niet in 10e VRN) De trend van verschillen in kwaliteit van de verschillende ecosysteemtypen (oppervlakte) kan nog niet worden berekend. Dat kan pas als de kwaliteits-beoordeling over 2010-2017 herhaald wordt voor een nieuwe opeenvolgende periode. In het kader van de derde Lerende evaluatie van het Natuurpact werkt het PBL aan een actualisatie van indicator 6. Deze indicator kwam echter niet tijdig gereed om op te nemen in de 10e VRN. Als deze gereed is, kan ook de uitwerking en berekening van indicator 8 plaatsvinden.CLO 148305 CLO 160401 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 46BIjlageNBijlage 3 Voortgang Programma Natuur per provincie* Gebieden in rood betreffen projecten die niet alleen in de betreffende provincie, maar samen met een aangrenzende provincie worden uitgevoerd.Typen maatregelenABC1C2DEFProvincieVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieType maat-regelenVerwijderen opslag, plaggen, begrazing, verschralen, beka-lken, kleinschalige aanleg en inrichtingHydrologisch onderzoek, moerasontwikkeling, water-peil verhogen, vernatten, onderhoud aan sloten, water vasthouden, verontdiepenSleutelhectares NNNAdditionele inrichting voor natuurherstel op sleutelhec-taresNatuurinclusieve landbouw, ecologische verbindingen, additionele verwerving voor natuurZonering recreatie, bestri-jding invasieve exotenAanleg van bos (bij voorkeur buiten het NNN) OpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)TOTAAL NATURA 2000-GEBIED48.79814.85928.20245.69613.26321.9681.160821075.545473.74615.4631572.0979.8193.2174.903TOTAAL OVERIG NATUURGEBIED3.4595402.0843.6199591.2412721616342603961.1261645772552220EINDTOTAAL52.25715.39930.28649.31514.22223.2091.4322431705.971474.14216.5891732.14210.5913.7695.1221.21344362Tabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincieBijlage 3: Voortgang Programma Natuur per provincie TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 47BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie – Groningen*GroningenABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedLieftinghsbroek6262Lauwersmeer321321788788Drentse Aa, Leekstermeer en Zuidlaarder-meer10108429Totaal Groningen33103311460910000000007880788Overig natuurgebiedNNN Midden Groningen 60601010NNN Wester-wolde596491666060NNN Zuidelijk Westerkwartier44391616Totaal Groningen7000590160160000001616060060Eindtotaal Groningen1.03109211620107000000161608480848Bos -compensatieNiet van toepassing TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 48BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie – Fryslân 1/3*Fryslân 1/3ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedSchiermonnik- oog796 1.024 Ameland20 Terschelling550 45 100 100 Vlieland25 15 10 Alde Feanen60 60 60 60 Wijnjeterper-schar30 29 Van Oordt's Mersken110 74 Rottige Meenthe & Brandemeer80 80 Fochteloërveen 280 140 1.500 1.000 Merengebied50 15 135 Deelen3 Groote Wielen50 50 Totaal Fryslân1.924752682.894601.1300000000001000100Overig natuurgebiedSlotplaats19010Haulerpolder245Oudemir-dumerklif11Lycklamabos75753333Lindevallei200Koningsdiep5001Surhuizumer-meer170Drogehamster-mieden18 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 49BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie – Fryslân 2/3Fryslân 2/3ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Buitenposter-mieden15Houtwiel20ZO Fryslân gescheperde kudde230Haulerbos82Brandemeer Noord72525Rotstergaast8Duurswouder-heide89Zwagermieden13Wiebes poel 't Zwin3Noorderwolder-meenthe7Barten (Linde)7Prikkedam Tjonger2Kiekeberg2Blesdijkerheide1Bûtenfjild Lodde Hel1515Dellebuurster-heide & Cats-poele16Oksekop18Teroelsterypen55Oever Hout-feart55 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 50BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie – Fryslân 3/3Fryslân 3/3ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Over de Wymerts5Ouwers5Kapellepôle10Unlân van Jelsma55Easterskar25Hegewarren161161De Mieden1818Bakkeveense Duinen2Wijnjeterper Schar16Nog niet toegerekend aan natuurge-bieden (aankoop 3 landbouw-bedrijven)36045Divers - vita-liseren bossen15051Divers - terugzetten bosopslag en plaggen2020Divers - onderzoek bodemkwaliteit 230230Totaal Fryslân1.10013911.0361451971611800036004533033Eindtotaal Fryslân3.023766593.930611.175197161180003600451330133Bos -compensatieNiet van toepassing TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 51BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - DrentheDrentheABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedDrentsche Aa8642441.6567958611.01901.019Hunze (Zuid-laardermeer)198951038444054398640864Noordwest Drenthe (Fochteloër-veen, Norger-holt, Leekster-meer)2921041881.9569391.0174220422Bargerveen2881381502.8181.3521.4663100310Oude Diep (Mantingerbos, Mantinger-zand)150129211.8108699414460446Zuidwest Drenthe (Dwing-elderveld, Drents-Friese wold, Holting-erveld)34734703.2041.5381.6665110511Totaal Drenthe1.36185550612.2885.8986.3900003.57203.572000000Overig natuurgebiedNieuw Dros-tendiep7737401.8228759472310231350350Reest3021451574220221200120Totaal Drenthe3791821971.86489596900035103510003503500Eindtotaal Drenthe1.7401.03770314.1526.7937.3590003.92303.9230003503500Bos -compensatie391623 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 52BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - OverijsselOverijsselABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedAamsveen1547579Achter de Voort, Ageler-broek, Volther-broek324324502502Bergvennen, Breckelen-kampse veld274274Buurserzand/Haaks-bergerveen1.2496256241.6241.624Enberts-dijkvenen1.4171.417Landgoederen Oldenzaal578290288763563200Lemselermaten155155Punthuizen/Stroothuizen429429Springendal/Dal van de Mosbeek1.3421.342Vecht Beneden Regge4.4102.2002.210Wieden/Weer-ribben13.5063.37510.131Wierdense Veld419419784784Witte Veen312150162Eindtotaal Overijssel20.9527.13413.8187.2905636.727000000000000Bos -compensatie1706155 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 53BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - FlevolandFlevolandABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedLepelaars-plassen1081080Totaal Flevoland1080108000000000000000Overig natuurgebiedGreppelveld115561Gruttoveld58580Ecozone pampus4504545045Nulderbroek404Bossen Oostrand43435777Laakse Slenk13000Reve-Abbert25000Harderbroek1500150Harderbos4800480Groene Poorten Flevoland1700Totaal Flevoland93535756170363211450454504575000000Eindtotaal Flevoland1.04346556170363211450454504575000000Bos -compensatieNiet van toepassing TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 54BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Gelderland*GelderlandABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedVeluwe 4.3581.9892.369451Binnenveld (Utrecht)Landgoederen Brummen310135175Wooldse VeenKoren-burgerveen00,03Willinks Weust10Bekendelle0,3Stelkampsveld18Linge gebied / Diefdijk zuid110,4Loevenstein33Rijntakken224,44Sint Jansberg (Limburg)Bruuk11Eindtotaal Gelderland4.8282.1662.5801.610000000002.65061.892240505Bos -compensatie1202016 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 55BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Utrecht*UtrechtABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Botshol4040196Kolland2323Oostelijke Vechtplassen - Molenpolder155155155155Oostelijke Vechtplassen - Tienhoven8585Uiterwaarden Lek5Zouweboezem18182020Nieuwkoopse Plassen/Meije 57573535Oostelijke Vechtplassen - Maarsseveense zodden110Rijntakken 7Eindtotaal Utrecht32623298390077000000350351550155Bos -compensatie707 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 56BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Noord-Holland*Noord-HollandABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedDuinen & Lage Land Texel750750150150111Noord-Hollands Duinreservaat555511782817Eilandspolder11104040Ilperveld, Vark-ensland, Oostzanerveld & Twiske10101932816540Westzaan3030Kennemer-land-Zuid4040254242Oostelijke Vechtplassen116116414104Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder3030Totaal Noord-Holland9820981782282165157828594201001000111Overig natuurgebied't Gooi34534522Diemerbos, Purmerbos, Spaarnwoude en Geestmer-ambacht327200127Totaal Noord-Holland3450345000000000000329202127Eindtotaal Noord-Holland1.32701.326782282165157828594201001000330203128Bos -compensatie31019 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 57BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Zuid-Holland 1/2Zuid-Holland 1/2ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedDuinen Goeree & Kwade HoekVoornes duin10381Solleveld & Kapittelduinen111102565Westduinpark & Wapendal162Meijendel & Berkheide60CoepelduynenKennemer-land-ZuidTotaal Zuid-Holland Kuststreek6591144139025651660016600600029100Haringvliet Krammer- Volkerak23160Grevelingen268120Hollands DiepBiesbosch76Oude MaasVoordeltaTotaal Zuid-Holland Delta4602913566700000000000000 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 58BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Zuid-Holland 2/2Zuid-Holland 2/2ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedNieuwkoopse Plassen & De Haeck215De WilckBroekvelden, Vettenbroek & Polder Stein117Boezems KinderdijkDonkse Laagten15Oudeland van StrijenTotaal Zuid-Holland Veenweiden / -plassen88013490500200002000047002700Totaal Zuid-Holland1.2074049031.062256536600366001070031800Overig natuurgebied3030Totaal Zuid-Holland00000030003000000000Eindtotaal Zuid-Holland1.2074049031.062256539600396001070031800Bos -compensatie200 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 59BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - ZeelandZeelandABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Kop van Schouwen62361578978925252001.8621.066796Manteling van Walcheren187351515567651.235596500Yerseke en Kapelse Moer43750104005024Oosterschelde10010061.0104Westerschelde & Saeftinghe10Grevelingen10101022Eindtotaal Zeeland7511106151.9718490480052001.16750654.1071.6861.300Bos -compensatie400 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 60BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Noord-Brabant 1/2*Noord-Brabant 1/2ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedBiesbosch4332305050Bosschuizer-bergen10Brabantse Wal2.06329052566032034075663528025255Deurnsche Peel & Mariapeel1.0004604409001505005030145145Groote Peel60034026050040Kampina & Oisterwijkse Vennen1.0551556952.2452.245520655015010050Kempenland- West2.2651605901.6502555550252520012045Krammer- Volkerak1511450453015Langstraat82651755515711Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux2.2488401.2601877365655646550430525Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem7770Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen9601058556.3804.1052.2751010305251.3005050Oeffelter Meent421824528Regte Heide & Riels Laag200182600540 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 61BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie - Noord-Brabant 2/2Noord-Brabant 2/2ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedStrabrechtse Heide & Beuven2.0001.1003707005011025026216Ulvenhoutse Bos210110100300235252511Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek3103101.2109003102568100100400400Weerter- en Budelerbergen & Ringselven37575552424232340Nog niet naar natuur-gebieden toegerekende oppervlakte1.6758.843Eindtotaal Noord-Brabant13.5453.7195.69717.0925.5507.1885890991.496517411.39801001.392426891Bos -compensatie8112113 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 62BIjlageNTabel 10: Voortgang Programma Natuur per provincie – Limburg*Limburg ABC1C2DEFNatuurgebiedVerbetering kwaliteitHydrologische verbeteringVersnelling verwervingOptimaliseren inrichtingOvergangszonesOverig kwaliteitBoscompensatieOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoeringOpgaveAfgerondUitvoering(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)(ha)Natura 2000-gebiedBemelerberg en Schiepersberg101Boschhuizer-bergen15220132Brunssummer-heide413000Bunder- en Elsloërbos1515Geleenbeekdal202303Geuldal11817102221Groote Peel000893158Kunderberg9696Leudal1148106Maasduinen94186841332211Mariapeel13211Meinweg79788709Noorbeemden1019101Roerdal622735Sarsven en De Banen1055Savelsebos99Sint Pietersberg en Jekerdal303Weerter- en Budelerbergen & Ringselven23220919Zeldersche Driessen652Nog niet naar natuur gebieden toegerekende oppervlakte1255120602582.6831.0321.651Totaal Limburg (inclusief nog niet toe gerek-ende ha's)2.4842642.206171361350000006152.7181.0551.663Overig natuurgebiedIJzerenbos000Totaal Limburg000000000000000000Eindtotaal Limburg2.4852642.206171361350000006152.7181.0551.663Bos -compensatie29029 TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 63BIjlageNBijlage 4Voortgang Landelijke Bossenstrategie per provincieMonitoringHet Rijk, de provincies en BIJ12 werken samen in een systematiek waarmee de uit te voeren maatregelen jaarlijks kwantitatief gemonitord worden. In deze systematiek zijn de gegevens voor bos binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de compensatie-opgave en de omvorming naar natuurbos opgenomen. De gegevens over bosuitbreiding buiten NNN zijn separaat uitgevraagd. De verwachting is dat deze vanaf komend jaar (2025) ook onderdeel wordt van de vaste systematiek. Revitalisering is ook nog niet meegenomen in deze sys-tematiek omdat dit geen kwantitatief doel kent.Bosuitbreiding binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) In 2021 zijn er met de provincies afspraken gemaakt over de verdeling van 15.000 hectare te realiseren bos binnen het NNN. Dit heeft geleid tot een indicatieve verdeling van 10.000 hectare. Als de realisatie binnen het NNN niet haalbaar blijkt, wordt gezocht naar mogelijkheden buiten het NNN. In tabel 11 staan de reeds gerealiseerde hectares aangegeven. Bosuitbreiding binnen NNN (in hectares)Provincie202120222023t/m 2023Drenthe03675111Flevoland050050Fryslân6006Gelderland692727123Groningen031417Limburg401115Noord-Brabant182215200597Noord-Holland09211Overijssel18815105Utrecht671023Zeeland51952112Zuid-Holland8008Totaal3264454061177Tabel 11: Bosuitbreiding binnen NNNBovenwettelijke compensatieIn het Programma Natuur is € 210 miljoen gereserveerd voor het compenseren van ontbossing die heeft plaatsgevonden in het kader van de Natura 2000- beheerplannen (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017). Dit gaat om 3.400 hectare. € 41 miljoen hiervan is in 2021 verdeeld over de provincies, zodat zij de compensatie kunnen uitvoeren. In tabel 12 staan de gerealiseerde hectares aangegeven.Om te borgen dat het areaal bos niet verder achteruitgaat, gaat de Omgevings-wet boscompensatie verplicht stellen wanneer er wordt gekapt voor een natuur-doel. Daar is een wetsaanpassing voor nodig. De verwachting is dat deze wetswijziging in 2025 in procedure wordt gebracht. ProvincieBovenwettelijke compensatie(t/m 2023)(in hectares)Drenthe6Flevoland0Fryslân0Gelderland24Groningen0Limburg0Noord-Brabant0Noord-Holland1Overijssel14Utrecht0Zeeland0Zuid-Holland0Eindtotaal44Tabel 12: Bovenwettelijke compensatie ontbossingBijlage 4: Landelijke Bossenstrategie TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 64BIjlageNBosuitbreiding buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) De ambities uit de provinciale bossenstrategieën zijn meegenomen in de provinciale gebiedsplannen die in het kader van het NPLG zijn opgesteld. In juni 2024 heeft het Rijk middelen toegekend aan de door de provincies voor reeds ingediende maatregelpakketten in het kader van de gebiedsgerichte aan-pak. De resultaten zijn hiervan nog niet in de cijfers terug te vinden, maar de verwachting is dat deze middelen deels zullen worden ingezet voor de aanleg van nieuw bos, groenblauwe dooradering en revitalisering. Met het wegvallen van financiering vanuit het transitiefonds is er een groot risico dat de realisatie stagneert. In tabel 13 staan de reeds gerealiseerde hectares aangegeven. ProvincieBosuitbreiding buiten NNN (t/m 2023)(in hectares)Drenthe2Flevoland30Fryslân0Gelderland90Groningen7Limburg4Noord-Brabant*Noord-Holland37Overijssel20Utrecht20**Zeeland4Zuid-Holland2Eindtotaal215Tabel 13: Bosuitbreiding buiten NNN * Provincie Noord-Brabant kon geen gegevens aanleveren voor bosaanleg buiten NNN.** In de 9e VRN heeft de provincie Utrecht bij Bosuitbreiding buiten NNN (71,4ha) ook de bomen-uitdeelacties meegeteld. Deze zijn er bij deze rapportage uitgelaten en daarom valt de gerealiseerde bosuitbreiding lager uit.Meer natuurbos In de bossenstrategie is de ambitie uitgesproken om de oppervlakte natuurbos met 10% (ongeveer 15.000 hectare) uit te breiden ten opzichte van het huidige areaal. In deze bossen staan de natuurdoelen in het beheer voorop. Het kan hierbij gaan om nieuw bos of (in veel gevallen) de omvorming van bestaand bos naar SVNL-bosnatuurtype N14 of N15 binnen het NNN. In tabel 14 staan de reeds gerealiseerde hectares aangegeven. ProvincieMeer natuurbos (t/m 2023)(in hectares)Drenthe106Flevoland48Fryslân6Gelderland86Groningen13Limburg8Noord-Brabant437Noord-Holland11Overijssel1.611Utrecht563Zeeland111Zuid-Holland8Eindtotaal3.007Tabel 14: Meer natuurbosRevitalisering In 2022 zijn door de provincies plannen opgesteld voor revitalisering. Met een werkgroep wordt nu gewerkt aan het harmoniseren van deze revitaliserings-plannen. We verwachten in 2025 te kunnen rapporteren over de voortgang van deze doelstelling. De revitaliseringsambities zijn meegenomen in de provin-ciale gebiedsplannen en geven invulling aan de beleidsdoelen van het Klimaat-akkoord, de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening. Met het wegvallen van financiering vanuit het transitiefonds is er een groot risico dat de uitvoering van de revitaliseringsplannen stagneert. Landschapselementen en agroforestry De bossenstrategie heeft de ambitie om te komen tot 10% groenblauwe door-adering van het landelijk gebied in 2050. Aan provincies is gevraagd om binnen de provinciale gebiedsplannen een inventarisatie te maken van het aanwezige TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 65lIjst VaN afKortINgeNareaal landschapselementen. Vanuit de provincies is gaandeweg de wens gekomen om dit in een uniforme landelijke monitor te organiseren. De lande-lijke monitor wordt komend jaar met input van het advies monitoring Groen-blauwe Dooradering (GBDA) van het Aanvalsplan Landschap verder uitgewerkt. In de bossenstrategie is daarnaast ook de ambitie opgenomen om te komen tot 25.000 hectare agroforestry en 1.000 hectare aan voedselbossen in 2030. In de gecombineerde opgave van 2024 is voor het eerst het areaal agroforestry uitgevraagd. Er is in totaal 1.912 hectare agroforestry opgegeven, waarvan 309 hectare voedselbossen. Dit kan worden gezien als een eerste nulmeting. Vanaf 2025 zal de uitvraag verder worden verfijnd door een rapportage op perceel-niveau en per provincie. lIjst VaN afKortINgeNANLb Subsidieregeling voor Agrarisch Natuur- en LandschapsbeheerEBS EU-BiodiversiteitsstrategieGBDA Groenblauwe Dooradering (Aanvalsplan Landschap)GBF Global Biodiversity FrameworkGLB Gemeenschappelijk LandbouwbeleidGLB-NSP Nationaal Strategisch Plan GLBIBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek BiodiversiteitIndex NL Index Natuur en LandschapIPO Interprovinciaal Overleg IRM Programma Integraal RiviermanagementLNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit LVVN Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurKRM Kaderrichtlijn Mariene Strategie KRW Kaderrichtlijn Water NAS Nationale KlimaatadaptatiestrategieMJPO Meerjarenprogramma OntsnipperingNBP NatuurbeheerplanNBSAP Nationaal Biodiversiteits- en Strategisch ActieplanNNN Natuurnetwerk NederlandNPLG Nationaal Programma Landelijk GebiedNURG Programma Nadere Uitwerking RivierengebiedPAGW Programmatische Aanpak Grote WaterenPBL Planbureau voor de Leefomgeving SVNL Subsidieverordening Natuur en LandschapSvI Staat van InstandhoudingVHR Vogel- en Habitatrichtlijn TIENDE VOORTGANGSRAPPORTAGE NATUUR 66ColofoNColofoNDit is een uitgave van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur (LVVN). Deze uitgave is tot stand gekomen met ondersteuning door BIJ12.Refereren aan de Voortgangsrapportage Natuur kan als volgt: IPO en LVVN (2024), Tiende Voortgangsrapportage Natuur, Den HaagIPO - HUIS VAN DE PROVINCIESHerengracht 232511 EG Den Haag070 888 1212www.ipo.nlBIJ12Leidseveer 23511 SB Utrecht085 486 22 22www.bij12.nlMINISTERIE VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUURBezuidenhoutseweg 732594 AC Den Haag070 379 8911www.rijksoverheid.nl/lvvnVORMGEVING EN EINDREDACTIE: GloedcommunicatieFOTOGRAFIE: Jelger Herder (cover), Sandra Binken (p.6), Pixabay/Michelle da Costa Gomez (p.9) en Beeldbank van de Leef-omgeving (overige foto's)Den Haag, november 2024
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Tiende Voortgangsrapportage NatuurActuele officiële versie
Geen publicatiebestanden beschikbaar bij deze officiële versie.
Bijlagen
Geen gekoppelde bijlagen gevonden.
Bij dit hoofddocument
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie