KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 8 april 2026, over Werknemersverzekeringen

12 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 895d1ff8dc84fce3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 716Evaluatie Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (Wet WIA)Nr. 66 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 juni 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vastecommissie voor Financiën hebben op 8 april 2026 overleg gevoerd met deheer Vijlbrief, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over:−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 10 april 2025 inzake ontwikkelingen op het terreinvan de hybride markt voor de Ziektewet (ZW) en de Werkher-vatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (Kamerstuk 32 716,nr. 52);−de brief van de Minister van Financiën d.d. 19 maart 2025inzake taakopdracht voor het interdepartementaal beleidson-derzoek (ibo) Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen(WIA) (Kamerstuk 32 716, nr. 51);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 2 juni 2025 inzake antwoorden op vragen commissieover de taakopdracht voor het interdepartementaal beleidson-derzoek (ibo) Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen(WIA) (Kamerstuk 32 716, nr. 51) (Kamerstuk 32 716, nr. 53);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 11 juni 2025 inzake voortgang sociaal-medischbeoordelen en uitkomst voorjaarsbesluitvorming (Kamerstuk26 448, nr. 846);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 1 juli 2025 inzake analyse over de verhouding van deNederlandse wetgeving met ILO-verdrag C121 (Kamerstuk26 448, nr. 847);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 5 november 2025 inzake WGA-dienstverlening(Kamerstuk 26 448, nr. 855);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 17 november 2025 inzake voortgang moties «moei-lijk objectiveerbare»-aandoeningen (Kamerstuk 26 448,nr. 856);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 12 december 2025 inzake rapport van het interdepar- kst-32716-66ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 661 tementaal beleidsonderzoek (ibo) naar de Wet werk eninkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Kamerstuk 32 716,nr. 55);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 16 december 2025 inzake eindrapport van onderzoeknaar verzuimverzekeringsgraad onder werkgevers (Kamerstuk29 544, nr. 1309);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 2 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissieover het rapport van het interdepartementaal beleidsonder-zoek (ibo) naar de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen(WIA) (Kamerstuk 32 716, nr. 55) (Kamerstuk 32 716, nr. 56);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 10 februari 2026 inzake toezegging gedaan tijdenshet commissiedebat WIA-problematiek van 21 januari 2026,over het dossier sociaal-medisch beoordelen Kamerstuk(Kamerstuk 26 448, nr. 865).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,Van der LeeDe voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,C. JansenDe griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,PostTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 662 Voorzitter: Van der LeeGriffier: Van den BroekAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Ark, Ceder, Ceulemans,Jimmy Dijk, Van der Lee, Michon-Derkzen, Moinat, Edgar Mulder,Neijenhuis en Patijn,en de heer Vijlbrief, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Ik open deze vergadering van de vaste Kamercommissie voor SocialeZaken en Werkgelegenheid. We hebben vandaag een commissiedebatover werknemersverzekeringen. We hebben vier uur de tijd, een spreektijdvan vijf minuten per fractie en gelet op het aantal leden, denk ik dat vierinterrupties in principe voldoende zou moeten zijn voor de eerste termijn.We kijken wel even wat het wordt voor de beantwoording. Dat betreft vierenkele interrupties.Ik ga even de leden aan u voorstellen. Dat zijn de heer Ceder namens deChristenUnie, mevrouw Moinat namens de Groep Markuszower, mevrouwPatijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw Michon-Derkzennamens de VVD, mevrouw Van Ark namens het CDA, de heer Dijk namensde Socialistische Partij, de heer Mulder namens de PVV, de heerNeijenhuis namens D66, en de heer Ceulemans namens JA21 komt ooknog binnen. Ik heet ook de Minister en zijn ondersteuning, de mensen opde publieke tribune en iedereen die dit debat digitaal volgt van hartewelkom. Als eerste gaat de heer Ceder spreken en dat doet hij namens deChristenUnie. U heeft vijf minuten. Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Stel je bent werkgever en je betaalt netjes de werkgevers-premies die behoorlijk drukken op je bedrijf omdat ze de afgelopen jarenfors verhoogd zijn, maar je wilt je steentje bijdragen aan het collectievesocialezekerheidsstelsel en gelooft dat dat daarom nodig is. De hogepremies betekenen wel dat de ruimte om personeel aan te nemen of omje personeel loonsverhoging te geven, beperkt is. Je leest dat dit kabinetde Aof-premie nog verder verhoogt om de vrijheidsbijdrage te innen enziet tegelijkertijd dat wanneer een van je werknemers ziek wordt, deuitkering die hij ontvangt niet meer in verhouding staat tot de premie dieis afgedragen. Deze werkgever en werknemer wordt een rad voor ogengedraaid. Het is vergelijkbaar met de verzekeraar die woekerpremiesrekent, de premie verder verhoogt en ondertussen de polis versobert.Geen enkele verzekeraar zou daarmee weg kunnen komen, maar het iswel grofweg wat dit kabinet wil gaan doen.Voorzitter. Wat de ChristenUnie betreft zijn het ondoordachte plannen metonverwachte gevolgen en dat alleen maar om de begroting te dichten. Hetenerzijds slopen van de sociale zekerheid en het anderzijds oppompenvan de premie-inkomsten ondermijnt het draagvlak voor het collectiefstelsel. U hoort het: mijn fractie maakt zich grote zorgen over de ondoor-dachtheid van de plannen van deze coalitie.Allereerst de premies voor arbeidsongeschiktheid. De premies die dewerkgevers betalen voor de WIA en WW zijn al jaren veel hoger dan deuitkeringslasten. Het zijn premies voor socialezekerheidslasten, maar inwerkelijkheid is het gewoon een verkapte belasting op het in dienstnemen of hebben van personeel. De afgelopen jaren is er naar schatting64 miljard euro te veel premie afgedragen door werkgevers enwerknemers. 64 miljard euro! Artikelen 100 en 115 van de Wet finan-ciering sociale verzekeringen geven heel duidelijk aan waaraan deopgebrachte premies mogen worden uitgegeven. De Staat houdt zichTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 663 echter al jaren niet aan wat er in de wet staat, de limitatieve opsomming,en gebruikt de premies gewoon als belastinginkomsten. Daarom is devraag hoe de Minister kijkt naar de artikelen 100 en 115 van de Wfsv en dejuridische houdbaarheid van de manier waarop de Staat nu handelt. Hoehoudbaar is de positie van de Staat bij de eventuele massaclaim die nu invoorbereiding is? Kan de Minister iets over de juridische degelijkheidzeggen?De werkgever ziet zijn premie verhoogd worden, maar ziet tegelijkertijddat de uitkering die zijn werknemer krijgt als die onverhoopt ziek wordt,niet in verhouding staat tot de premie die jarenlang is afgedragen. Hoekijkt de Minister naar de relatie tussen premie en uitkering? Is die niettotaal uit het lood geslagen? Is dit ook niet een ondermijning van hetdraagvlak voor het stelsel?Voorzitter. Ik zou graag willen dat de Minister vandaag toegeeft dat deverhoging van de Aof-premie gewoon een verkapte belastingverhoging is,niet over de winst van een bedrijf, maar over het aantal werknemers dateen bedrijf heeft. Is de Minister dat met mij eens, zou ik hem willenvragen.Voorzitter. Dan het maximumdagloon. Niet alleen werkgevers wordennamelijk gepakt, ook werknemers worden financieel keihard geraakt doorde plannen die er nu liggen. Zij dachten te kunnen rekenen op eeninkomensverzekering, maar met de plannen van deze coalitie wordt deWIA eerder een armoederegeling dan een inkomensverzekering. DeMinister heeft bij de begrotingsbehandeling al toegegeven dat 20%korting op het maximumdagloon geen logica heeft. Die 20% is enkelgekozen vanwege de hoeveelheid geld die het oplevert. Concreet betekenteen korting van 20% dat de werknemer die voor zijn ziekte € 4.200verdiende door het voorstel van deze coalitie zakt naar € 2.400. Die blijftdaarmee maar € 50 boven het minimumloon. Werknemersverzekeringenzijn geen armoederegelingen, want er wordt voor inkomensverliesverzekerd, maar met deze spanne gaan we heel hard richting eenarmoederegeling. Is dit de bedoeling, vraag ik de Minister. Is die dat metmij eens? Blijft de WIA met de verlaging van het maximumdagloon nogwel een inkomensverzekering volgens de Minister?Voorzitter. Ter illustratie ... Nee, ik sla dit punt over.De redenatie wordt dat mensen zich maar privaat bij moeten verzekerenom een uitkering te houden die enigszins vergelijkbaar is met het loon datze hadden voordat ze ziek werden. Als we het verder doorberekenen,betekent dit toch het einde van een collectief stelsel? Ons stelsel vanwerknemersverzekeringen is er niet alleen voor mensen met een lagerinkomen. Mensen met een bestaande WIA-uitkering die 20% moeteninleveren, hebben een hypotheek, studerende kinderen. Kan de Minister aliets zeggen over de juridische houdbaarheid? Wat geven juristen deMinister aan op grond van deze punten? Het lijkt mij juridisch in iedergeval wankel.Voorzitter. Daar zou ik het bij willen laten. Dank u.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we naar mevrouw Moinat. Zij spreekt namens deGroep Markuszower.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. We hebben in Nederland een systeem dat mensen moethelpen als zij ziek worden of niet meer kunnen werken. Dat is eenbasisvoorziening waar mensen op moeten kunnen vertrouwen. Maar alswe eerlijk zijn, moeten we zeggen dat dat vertrouwen onder druk staat.Het systeem piept en kraakt aan alle kanten. Steeds meer mensen komenin de WIA, de kosten lopen hard op en ondertussen wachten mensen veelte lang op een keuring. Soms wachten zij maanden of langer dan een jaar.Dat betekent geen duidelijkheid, stress en financiële onzekerheid. Dit isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 664 niet alleen inefficiënt, het is gewoon onmenselijk. Het IVA-rapport zegtheel simpel dat het systeem te ingewikkeld is geworden: regels stapelenzich op, niemand overziet het nog en de uitvoering loopt vast. Waarblijven de keuzes van deze Minister? Wanneer wordt er echt ingegrepen?Voorzitter. Dan de hybride markt in de Ziektewet en de WGA. Op papierklinkt het goed: keuzevrijheid, concurrentie, betere dienstverlening. Maarin de praktijk zien we iets anders. Daarin zien we dat grote partijen deregels slim gebruiken en risico’s kunnen sturen, terwijl kleinerewerkgevers juist vastlopen in meer betalen. Dat is geen eerlijk speelveld.Sterker nog, het systeem lijkt soms meer bezig te zijn met het verdelenvan risico’s dan met mensen terug naar werk helpen. Mijn vraag aan deMinister is simpel: werkt het systeem nog wel zoals het bedoeld is? Zonee, durft de Minister dan echt opnieuw te kijken naar dit model?Dan het grote probleem van de keuringen. Het tekort aan verzekerings-artsen is al jaren bekend. Toch staan mensen nog steeds in de wachtrij. DeMinister spreekt over voortgang, maar mensen merken daar weinig van.Voor hen verandert er niets. Hoelang moeten mensen nog wachten?Wanneer zijn de achterstanden echt weggewerkt? Wat gaat de Ministerconcreet anders doen om dit probleem wél op te lossen?Voorzitter. Dan het punt van de zogenoemde moeilijk objectiveerbareaandoeningen. Laat ik duidelijk zijn: mensen die ziek zijn, moeten wordengeholpen; daar is wat ons betreft geen enkele discussie over. Maar hetsysteem moet ook eerlijk en houdbaar blijven. Als beoordelingen steedssubjectiever worden, als het moeilijker wordt om vast te stellen wie welen wie niet kan werken, ontstaat er een probleem. Dan komt het draagvlakonder druk te staan en zonder draagvlak werkt geen enkel sociaal stelsel.Is de Minister bereid om hier scherper op te sturen, zodat het systeemeerlijk blijft voor iedereen?Dan de rekening, want die wordt vaak vergeten in deze discussie. Dierekening komt terecht bij de Nederlandse werknemer en ondernemer.Premies stijgen, lasten lopen op en werkgevers worden voorzichtiger methet aannemen van personeel: zekerheid als er risico’s zijn. Wat we ziengebeuren, is dat een systeem dat is bedoeld om mensen te beschermenjuist gaat belemmeren dat mensen aan het werk komen. Dit is precies deverkeerde richting.Voorzitter. Wij willen een systeem dat degene helpt die echt niet kanwerken, dat duidelijk en begrijpelijk is en dat betaalbaar blijft voor desamenleving. Daar horen echter wel keuzes bij en die keuzes blijven nu telang liggen. Daarom mijn vragen aan de Minister. Wanneer stopt deMinister met onderzoeken en komt hij met concrete hervormingen? Is hijbereid om het hybride stelsel in de Ziektewet en de WGA fundamenteel teheroverwegen? Wanneer zijn de wachttijden voor keuringen weernormaal? Wat gaat hij doen om de instroom in de WIA beheersbaar tehouden? Hoe zorgt hij ervoor dat het systeem eerlijk blijft en zijndraagvlak behoudt?Voorzitter. We kunnen niet blijven doorschuiven, niet voor de mensen dieafhankelijk zijn van dit systeem en ook niet voor de mensen die ditbetalen. Het moet gewoon beter en vooral: het moet nú beter.Dank u wel.De heer Neijenhuis (D66):Mevrouw Moinat stelde een vraag over moeilijk objectiveerbare aandoe-ningen. Zij zei in dat kader dat we moeten oppassen zodat we hetdraagvlak van het stelsel behouden. Ik vroeg mij af bij wat voor aandoe-ningen mevrouw Moinat het risico ziet dat het op dit moment te subjectiefis en dat dit het draagvlak van het stelsel ondermijnt. Daar ben ik welbenieuwd naar.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 665 Ik denk dat dat op veel aandoeningen kan zien. Er zijn bijvoorbeeldmensen die net als u en ik gewoon door de Kamer heen lopen, maaronderliggend bijvoorbeeld wel long covid hebben, of een spieraan-doening die niet gezien wordt. Wij vinden wel dat dat soort dingengewoon heel duidelijk op papier moeten staan voor degenen die op datmoment een uitkering krijgen. Dat bedoel ik ook in de trant van dat je, alsje straks een WIA-uitkering hebt en de IVA bijvoorbeeld wel afgeschaftwordt, die 80% tot 100% afkeuring gewoon letterlijk op papier hebt staanvanwege het feit van wat je hebt, en dat je dan niet te horen krijgt «u looptgewoon», want mensen zeggen dat altijd heel makkelijk. Dat is eigenlijkmeer wat wij zien aan checks, bijvoorbeeld ook voor de bedrijfsartsen. Ermoet gewoon goed gekeken worden naar wat iemand nu preciesmankeert. Als iemand echt ziek is, dan is iemand echt ziek, maar dan moethet ook gewoon goed objectiveerbaar zijn door artsen en vooralvastgelegd worden in de documentatie daarvoor.De voorzitter:Uw tweede, meneer Neijenhuis.De heer Neijenhuis (D66):Ik ben dan toch even aan het zoeken of ik mevrouw Moinat goed begrijp.Is haar bedoeling nu vooral dat er op dit moment te veel mensen zijn bijwie te makkelijk vastgesteld wordt dat zij ziek zijn, terwijl dat eigenlijkmisschien niet het geval is, en dat dat een subjectief oordeel is? Of is datdat er juist te veel mensen zijn van wie u zegt: die lijken gezond, maar diezouden eigenlijk wel onder deze uitkeringen moeten vallen? Het is eenoprechte vraag naar wat mevrouw Moinat hier precies bedoelt.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Sowieso geldt, nogmaals: als iemand ziek is, is iemand echt ziek; dat moetgewoon op papier staan. Of dat nu ... Ik ben even kwijt wat u als laatstezei. Het gaat mij erom dat mensen die ziek zijn, recht hebben op eenuitkering. Ik denk dus dat we elkaar daarin kunnen vinden. Mensen dieniet ziek zijn, waarbij het ook niet te zien is, dus niet aantoonbaar is – datmoet ook in de papieren staan – kunnen wat ons betreft gewoon gaanre-integreren inderdaad.De voorzitter:Nogmaals dank voor uw inbreng. We gaan door naar mevrouw Patijn. Zijvoert het woord namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dit debat gaat over inkomensverzekeringen voorwerknemers. Ik zeg het nog maar eens: werknemersverzekeringen zijn ervoor inkomenszekerheid, zodat je zonder stress op zoek kan gaan naarwerk als je werkloos wordt, of je leven op orde kan krijgen bij arbeidson-geschiktheid.Maar de Minister creëert onzekerheid. Ik kan er met mijn hoofd niet bij datdit kabinet 20% wil weghalen bij mensen die niets meer aan huninkomenssituatie kunnen veranderen. Het is ijskoud en cynisch beleid. DeMinister moet dit toch ook zien? Gaat de Minister dit écht doorzetten of ishij bereid de onzekerheid weg te halen en ervoor te zorgen dat dezemensen een toekomst kunnen blijven opbouwen?Voorzitter. Jaarlijks wordt er met de Aof-premie nu al bijna 6 miljard meeropgehaald dan er aan uitkeringen uit gaat; de heer Ceder zei dat al. Daarkomt nu nog de verhoging van de Aof-premie bij voor de vrijheidsbij-drage, als het klopt 0,44 procentpunt, voor compensatie van de verlagingvan het maximumdagloon, 0,85 procentpunt, en voor de ombuiging in deZorgverzekeringswet, 0,41 procentpunt. Opgeteld stijgt alleen deAof-premie al bijna 25%. Uit berekeningen van het CNV blijkt dat dit tenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 666 koste gaat van honderden euro’s aan inkomen van mensen. Zoals al jarenbekend is, wordt de Aof-premie immers betaald door werkgevers, maargaat die ten koste van de loonruimte van werknemers en leidt het dus totlagere loonontwikkeling. Dat terwijl de prijzen hard stijgen en mensensteeds meer moeite hebben om rond te komen.Kan de Minister aangeven of deze cijfers kloppen? Kan hij een exactoverzicht geven van de gevolgen van deze maatregel voor de premies?Kan hij aangeven hoeveel er straks per jaar uit het Aof en het AWf gehaaldwordt om andere zaken te financieren, graag uitgesplitst per aangekon-digde maatregel? Kan de Minister zorgen voor een doorrekening van zijnplannen, met daarin de gevolgen van de verhoging van de premie van hetAof en het AWf voor de werkgevers, voor de doorwerking in de lonen vanwerknemers en de gevolgen voor de inkomens van mensen in de WW, deWIA en alle andere werknemersverzekeringen? Wij overwegen hierovereen motie.Vindt de Minister het gewenst dat met deze maatregel het werkgever-schap zwaarder belast wordt en de loonruimte van werknemers beperktwordt? Kan de Minister uitleggen waarom is gekozen voor deze maatregelen niet voor het eerlijk verdelen van de lasten over alle bedrijven, in plaatsvan alleen over de bedrijven die werknemers in dienst hebben? Realiseertde Minister zich dat de gigantische verhoging van het Aof ook de overheidals werkgever raakt, zoals de gemeenten? Was dat het doel van dezemaatregel en hoe moeten gemeenten dit gaan opbrengen?De premies worden verhoogd. De WW en de WIA worden afgebroken. Deeerste stakingen zijn aangekondigd. In de havens wordt binnenkort vijfdagen gestaakt. Hoe staat het met de gesprekken met sociale partners?Staan die stil of zijn er plannen van de Minister die wij nog niet kennen?Graag zou ik daar wat meer over horen. Het enige echt uitgewerkte plandat wij inmiddels hebben ontvangen is het plan van Minister Aartsen datervoor zorgt dat de instroom in de WIA alleen maar gaat toenemen doorde afschaffing van de loonsanctie. Echt, voorzitter, schiet mij maar lek,maar ik begrijp deze stap echt niet. Wat als een werkgever niets gedaanheeft aan re-integratie van zijn werknemer en het UWV oordeelt dat diewerknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is? Hoe gaat het danverder met die werknemer? Kan de Minister uitleggen waarom hij denktdat deze maatregel een goed idee is?Voorzitter. De relatie tussen de premie en de kosten van de uitkering isbelangrijk voor het draagvlak in de werknemersverzekeringen. Devoorgaande sprekers hebben dat ook gezegd. Ik zou de Minister willenvragen om het anders aan te pakken. Haal de bezuinigingen van tafel,vraag de sociale partners hoe de WIA en de WW beter kunnen, kijk welkelastendekkende premie daarvoor nodig is en kom met alternatievemanieren om het geld op te halen bij de bedrijven. Stop de boete opwerkgeverschap en het graaien uit de loopruimte door steeds de melkkoevan de Aof-premie van stal te halen. Graag een reactie. Is de Ministerbereid het gesprek aan te gaan met de sociale partners over verbeteringvan werknemersverzekeringen en een lastendekkende premie enzeggenschap bij deze sociale partners?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar Michon-Derkzen namens deVVD-fractie.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. In de vorige bijdragen hoor ik iets van herhaling van debijdragen die we in het debat over de begroting hebben gehad met elkaar.Ik denk dat het goed is om met dat uitgangspunt te starten. Ik zal daar ookmee beginnen en daarna inzoomen op de onderwerpen waarover we hetvandaag hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 667 Voorzitter. Voor mijn fractie is het een no-brainer dat voor economischegroei en het behoud van onze welvaart hervormingen noodzakelijk zijn,ook op de arbeidsmarkt. We moeten meer en productiever werken. Hetverzuim in Nederland is simpelweg te hoog en de sociale zekerheid ismomenteel gewoon niet activerend genoeg. Het moedigt mensen juistaan om te blijven zitten en niet terug te gaan naar het werk. Daarom heefthet coalitieakkoord in de ogen van mijn fractie heel goede doelen gesteldom juist de arbeidsproductiviteit te verhogen en de sociale zekerheidbetaalbaar te houden. We hebben meer mensen nodig die werken en wehebben het nodig dat mensen meer gaan werken. Het is niet uit te leggendat er een hoofdroute is bij een naderend ontslag met een transitiever-goeding en een WW-uitkering van achttien maanden, terwijl er net zo veelvacatureruimte als werkloosheid is. In een land met bijna 1 miljoenarbeidsongeschikten is het niet uit te leggen dat de instroom in dieregeling alsmaar toeneemt. De kosten lopen op, voor de premiebetalers,de staatskas en de ondernemers die twee en soms drie jaar loon bij ziektemoeten doorbetalen. Dus wat mijn fractie betreft staat werk voorop. Datheb ik bij de begrotingsbehandeling ook aangegeven en dat zal ik hier ookweer doen. De enorme tegenvaller op de WIA die we in de Voorjaarsnotazien, bevestigt in de ogen van mijn fractie de noodzaak tot ingrijpen. Datdoen we om het stelsel houdbaar te houden.Dan wil ik inzoomen op de WW. De WW-duur wordt op basis van hetregeerakkoord ingekort naar één jaar per 2028. Ik kijk de Minister aan omhem te vragen of hij wat dit betreft op koers ligt. In een krappe arbeids-markt vind ik dit goed uit te leggen, maar dan is het wel van belang datwe die mensen begeleiden naar nieuw werk.De voorzitter:De heer Mulder heeft nog een interruptie voor u.De heer Edgar Mulder (PVV):Ja, even op het vorige onderwerp, over die 1 miljard die door het kabinet,en nu ook door de VVD, wordt gebruikt om aan te geven dat daardoor dearbeidsongeschiktheidsregeling volledig uit de pas loopt en dat het zo nietkan. Maar de bezuinigingen stonden al vast. Die waren er al. Pas daarnakwam het bericht dat er een zogenaamde tegenvaller was. Kunt u het dusnog eens beargumenteren, maar dan zonder die zogenaamde tegenvallerdie er achteraf met de haren wordt bijgesleept?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Nou ja, we hadden een probleem en dat blijkt nu nog groter te zijn. Dat iswat ik hierop terug kan zeggen. We hadden natuurlijk al een systeemwaarin er te veel mensen in de WIA zaten en waarin de stap naarre-integratie en naar werk moeizaam was. We hadden al een enormeinstroom van mensen onder de 35 jaar die we moeilijk verklaarbaarvinden. Dat wisten we al. Daarom hebben we ook het ibo-WIA uit latenvoeren. Daarbovenop komt nu die tegenvaller bij de Voorjaarsnota. Hetbevestigt eigenlijk de noodzaak tot hervormen. De urgentie is dus watmijn fractie betreft alleen maar vergroot.De heer Edgar Mulder (PVV):Ja, je zou kunnen zeggen dat je moet hervormen, maar hervormen is nietgewoon ergens geld weghalen. Als je hervormt, zorg je ervoor dat erminder instroom komt of je zorgt ervoor dat er voldoende artsen zijn,zoals het vroeger ging, zodat er ook sprake van uitstroom is. Maarhervormen is niet gewoon 1, 2 of 3 miljard euro weghalen. Bent u dat metmij eens?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 668 Ons hele systeem moet erop gericht zijn mensen richting werk tebegeleiden waar dat kan. Het activeren van de WIA moet het doel zijn.Inderdaad is het financieel houdbaar houden van het systeem een van dedoelen, maar het kerndoel is zorgen dat we mensen aan het werk krijgen.We hebben alle mensen nodig. We hebben een enorm gunstige arbeids-markt. Kijk ook naar Wennink. Die heeft van de week nog in de Kamergesproken. We kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om zo veelmensen aan de kant te zetten. Ik vind dat ook in het licht van de mensenzelf niet uit te leggen.De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn collega van de VVD zegt dat hervormen nodig is, maar dat is juistwat deze coalitie nalaat te doen. De WIA moet misschien hervormdworden, maar daar is geen geld voor uitgetrokken. Met andere woorden,over een aantal jaar hebben we dit probleem nog steeds omdat geen vande coalitiepartijen er geld voor heeft uitgetrokken om dit te regelen. DeVVD stelt dat er hervormd moet worden, maar er wordt niet hervormd. DeVVD stelt ook dat de kosten oplopen en dat het vervolgens niet meerbetaald kan worden, maar de premie-inkomsten van werknemers-verzekeringen overstijgen ruimschoots de uitgaven. De stijgende uitgavenkomen dus van andere plekken dan door het probleem dat u noemt. Wilt uop deze twee punten ingaan?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zit even heel erg te denken wat nou het eerste punt was. O ja!Hervormen is geen hervormen. De woorden die de heer Ceder hiervoorkiest, zou ik dus ook nooit kiezen. Wat we met elkaar willen, is datiedereen een bijdrage kan leveren aan de samenleving in de vorm vanwerk. Ik wil er ook nog het volgende bij zeggen, want anders krijg ik datgelijk weer terug: voor wie dat absoluut niet kan, hebben we in dit landeen net vangnet. Maar heel veel mensen die het wél kunnen, moeten webegeleiden. Als ik dan in de stukken lees dat op niet al te lange termijn100.000 mensen wachten op een herbeoordeling, dan vind ik dat onssysteem kapot is. Dan moeten we met elkaar iets gaan doen om ervoor tezorgen dat die mensen wel worden beoordeeld zodat we hen inderdaadnaar werk kunnen begeleiden. De inzet van het kabinet om met LevenLang Ontwikkelen in te zetten op scholing en training zodat mensenwellicht ook in een andere sector aan de slag kunnen, steun ik van harte.Ik vind dat we daar eerder vandaag dan morgen mee zouden moetenbeginnen. Dat zijn in de ogen van mijn fractie noodzakelijke hervor-mingen. Als ik het regeerakkoord erbij pak, kan ik zo nog wel evendoorgaan, want daarin staat werk voorop en bekijken we voor iedereenwat er nodig is zodat hij of zij een bijdrage kan leveren aan onzearbeidsmarkt.De voorzitter:Het tweede punt van de heer Ceder ging over het feit dat de uitgavenlager zijn dan de opbrengst van de premie.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dat gaat over die Aof-premie, dus het punt van de vrijheidsbijdrage dievia de Aof-premie wordt geïnd, in ieder geval het werkgeversdeel. In alleeerlijkheid: we staan als coalitie voor die extra investering in defensie. Datis een keuze. Er zijn partijen die daar vooraf niet voor zouden hebbengekozen. Mijn fractie, de VVD-fractie, heeft daar altijd al voor gekozen, ookal voor de verkiezingen. Daar sta ik achter. We hadden het ook kunnendoen door te korten en het niet verhogen van lasten. Het niet verhogenvan lasten heeft altijd de voorkeur van mijn fractie. Dat bleek niethaalbaar. Er is voor gekozen om via deze route de lasten bij werkgevers teverhogen om die uitgaven bij Defensie te kunnen financieren. Dat is watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 669 er feitelijk gebeurd is. Dat leest u ook terug in het coalitieakkoord. Het wasnu nieuws, maar het was al nieuws vanaf het moment dat het coalitieak-koord gedrukt is en op ieders bureau kon liggen, want het staat daarin.Wat ik daarvan vind? Ik vind het dus noodzakelijk om die bijdrage aandefensie te kunnen betalen. Had ik het op een andere manier kunnenfinancieren? Dat had gekund, maar zo ging het.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoop dat ik van andere coalitiepartijen wat andere antwoorden krijg,want ik hoor vooral luchtkastelen. Iedereen is het erover eens dat de WIAhervormd moet worden, van links tot rechts. Mijn punt is dat deze coalitieen de VVD vervolgens niet aangeven hoe dat moet gebeuren en er ookgeen geld voor hebben uitgetrokken. Ik vraag dus naar wat dan dehervormingen zijn die zo broodnodig zijn en mijn collega van de VVDgeeft aan dat er wat moet veranderen, dat dat evident is. Dat is geenantwoord op mijn vraag. Het gevolg is dat dankzij dit kabinet een volgendkabinet met nog een groter probleem zit, want de hervormingen die alhadden moeten plaatsvinden, worden uitgesteld tot over een paar jaar.En dan nog – dan sluit ik af voorzitter – ten aanzien van de premieop-brengsten. Het is een keus. Het is een keus om deze lasten bij dewerkgevers neer te leggen. Het is een keus om tegen de wet in hier gelduit te halen, terwijl dat bestemd moet worden voor waar het voor bedoeldis, namelijk die zieke werknemers die een verzekering hebben voorinkomensverlies. Deze keus had nooit gemaakt mogen worden op dezewijze. Dat wil ik toch even benadrukken. Ja, er moet geld opgehaaldworden, maar deze drie coalitiepartijen hebben zelf besloten waar ze hetvandaan halen.De voorzitter:Ja. Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik hoor geen enkele vraag. Ik ben op drie alinea’s en ik heb er nog eenpaar. Ik kom dus zo terug op de vraag hoe ik vind dat we dit moetenhervormen en dan hoor ik graag de reactie van de heer Ceder en al mijncollega’s daarop. Zijn conclusies zijn dus iets te vroeg, met het oog opmijn bijdrage.De voorzitter:Dan gaat u door met uw bijdrage.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter. De WW-duur wordt dus ingekort naar één jaar. Zoals ik net alzei, zou ik het zeer aanmoedigen dat we juist dat jaar optimaal en ook metalles wat we hebben gebruiken om mensen naar ander werk tebegeleiden. Die regionale Werkcentra – ik begrijp dat het eerste sindsbegin dit jaar operationeel is – zouden daar in de ogen van mijn fractieeen bijdrage aan moeten leveren. Daar zou scholing dan ook onderdeelvan moeten uitmaken. Ik zou het aardig vinden, zeg ik richting de Minister,als daar eens op werd gereflecteerd. Hoe ziet dat er dan uit? Daar hebbenwij als commissie wel al het een en ander over gehoord, maar ik denk dathet goed is – ik nodig hem daartoe uit – om daar iets meer over te zeggen.Ik zou hem ook willen aanmoedigen om dat te koppelen aan elkaar. Dieregionale Werkcentra moeten natuurlijk up and running zijn op hetmoment dat we die WW gaan inkorten, zodat we iedereen naar werkkrijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6610 Dan de WIA. De WIA-instroom is – we hebben het allemaal gezegd – veelte hoog en de WIA is te weinig activerend. Al met al gaat het gewoon nietgoed met de re-integratie. Het kabinet moet aan de bak met hethervormen van de Wet verbetering poortwachter. Dat is een van dewetten die is aangekondigd in het arbeidsmarktpakket. In het regeerak-koord wordt nog weer een extra inspanning gepleegd om daar deonnodige administratieve last uit te halen. Ondernemers wachten hier alheel erg lang op. Re-integratie is ook voor een deel gewoon een bureau-cratisch monster, met alleen maar verliezers. Men moet wachten op dekeuringsarts en keuringen zijn later dan bij de wet is voorzien. Al die tijdbetaalt de werkgever door. Er is geen zicht op het aantal uur re-integratie.Het kost gewoon simpelweg banen. Ik denk dat dit echt in geld uit tedrukken is. De achterstand in herbeoordelingen wordt nu betaald door dewerkgever. Ik wil het kabinet overigens danken voor het wetsvoorstel overde RIV-toets. Dat is een eerste stap. Ik hoor al aan collega’s dat ze het daarniet mee eens zijn. Ik vind dat een hele goede stap, maar er is dus meernodig. Hoe kan je die instroom bij het tweede spoor aantrekkelijk maken?Kan dat bijvoorbeeld via de uitbreiding van de no-riskpolis of viaproefplaatsingen? Ik heb een aantal suggesties in stukken gelezen en hoorgraag de reactie van de Minister daarop.De echte oplossing begint bij preventie. Kunnen we nou in decao-afspraken gewoon stevigere afspraken met elkaar afdwingen, vragen?Faciliteren, zeg ik richting mijn buurvrouw. Kunnen we zorgen dat daargewoon afspraken in komen over preventie? Is de Minister bereid om tekijken of sectorakkoorden eraan kunnen bijdragen dat daar ambitieuzedoelstellingen in worden gezet? Kan preventie worden meeverzekerd?Zou hij dat gesprek aan willen gaan? Ik las over de mkb-verzuim-ontzorgverzekeringen. Is het een suggestie om daar ook preventie in op telaten nemen? Wellicht kan de Minister hen daarop attenderen.De voorzitter:Wilt u afronden?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja. Ik wil graag nog een aantal voorstellen noemen waarmee in de ogenvan mijn fractie de WIA kan worden vereenvoudigd, anders wordt meneerCeder onrustig. De eerste is: laat het werk dat nu op het bordje van dieschaarse verzekeringsartsen ligt, overnemen door professionals, zodat dieverzekeringsarts alleen het hoognodige doet. Zijn daar concrete doelstel-lingen voor? Twee. Huur meer verzekeringsartsen in. Ik lees dat die erallemaal uit zijn doordat ze geen zzp’er meer kunnen worden. Hoe kunnenwe ze dan aantrekkelijke tijdelijke contracten aanbieden? Ik denk dat datbuiten het loongebouw moet. Hoe kan dat, vraag ik de Minister. Drie. Voerhet convenant herbeoordeling uit. Dat gaat om mensen bij wie hetklip-en-klaar is dat ze meer of juist evident minder kunnen werken.Waarom voeren we dat niet uit?De voorzitter:U moet echt afronden.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja. Vier. De samenwerking tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsartskan veel beter. We wachten op een wetsvoorstel, dat dan per ’28 vankracht zou worden. Kan dat niet sneller?Voorzitter, daar laat ik het bij.De voorzitter:De heer Dijk. Nee? Dan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6611 Ik wachtte natuurlijk met smart op de laatste regels van de VVD, maardaar zat geen begin van een oplossing voor de hervorming van de WIA in.Daar zaten suggesties in om de wachtlijsten terug te dringen door aan watknoppen te draaien voor verzekeringsartsen. Dat is een goed punt. Ook wijhebben een motie ingediend over taakherschikking die momenteeluitgevoerd wordt, omdat de wachtlijst alleen maar groter wordt. Hetaanpakken van de wachtlijst die er is, betekent echter niet dat er mindermensen instromen in de WIA. Als dit de enige plannen zijn, concludeer ikdat de VVD geen plannen heeft om de WIA te hervormen. Dat baart mijnzorgen, omdat dit betekent dat we keihard mensen raken met hetbeperken van het maximumdagloon, maar vervolgens geen oplossinghebben voor de mensen voor wie dreigt dat het water ze tot aan de lippenkomt.De voorzitter:En uw vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag aan mevrouw Michon-Derkzen is of zij erkent dat alle plannendie zij net noemde vooral de wachtlijsten beperken, maar dat met dekorting op het maximumloon mensen die niet kunnen werken alsnogkeihard geraakt worden en dat dat een niet-sociaal plan is?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Als er mensen die in de WIA zitten die prima zouden kunnen werken,maar die nu dus niet werken, niet een bijdrage leveren, niet eens minderdat ze voorheen deden aan het werk komen doordat ze niet wordenherbeoordeeld, dan laten we onterecht mensen in de WIA zitten. MeneerCeder refereert nu aan een plan van het kabinet om dat maximumdagloonmet 20% naar beneden te halen. Dat plan moet nog worden uitgewerkt endaar gaan we uitgebreid met elkaar over spreken. We hebben vandaag dedag een acuut probleem met 100.000 mensen die we gewoon in die WIAlaten van wie we met elkaar geen idee hebben wat ze wel of juist nietkunnen doen. Mensen van boven de 60 keuren we niet eens meer. Datlaten we zitten. Die kunnen ook nog een bijdrage leveren op onzearbeidsmarkt, maar daar doen we helemaal niets aan. Dat vind ik absoluutonacceptabel. Ik waardeer de heer Ceder heel erg, ook met zijn motie overdie taakdifferentiatie. Ik hoop dat we hier vanmiddag met elkaar ookrichting het kabinet een vuist kunnen maken: concrete doelstellingen enonorthodoxe maatregelen om ervoor te zorgen dat de mensen gekeurdworden, zodat je ze aan het werk krijgt. Daarom keuren we mensen.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Mevrouw Michon-Derkzen geeft gewoon ruiterlijk toe dat er 1,5 tot1,7 miljard euro weg wordt gehaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfondsomdat dat naar militarisering moet, maar dan nog klopt de rekensom nietdat het daardoor onbetaalbaar zou worden. De premie-inkomsten zittenop bijna 44 miljard euro dit jaar en de uitgaven op 33 miljard dit jaar. Dushet hele rookgordijn dat het allemaal onbetaalbaar zou worden klopt vangeen kant. Dan is mijn vraag: vindt mevrouw Derkzen dat de uitkeringenvoor arbeidsongeschikten op dit moment te hoog zijn?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik en mijn fractie vinden dat je ervoor moet zorgen dat mensen die eenbijdrage kunnen leveren op de arbeidsmarkt dat kunnen doen. Ik vind datwij in dit land een net vangnet moeten hebben, dus ik zal nooit zeggen dathet te hoog of te laag is. Het moet een net vangnet zijn, maar ik vind –Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6612 daarover verschillen de heer Dijk en ik fundamenteel van mening – dat hetuitgangspunt moet zijn dat iedereen aan het werk kan en iedereen aan hetwerk gaat en dat je ze daar maximaal bij ondersteunt als overheid. En datdoen we nu niet. We schrijven ze nu eigenlijk af. We laten ze in eensysteem landen – zakken, zou ik bijna willen zeggen – en daar kom je nooitmeer uit, want er vinden geen herbeoordelingen plaats en er is geen goedre-integratietraject. Dat vind ik gewoon, overigens ook voor mensen zelf,vanuit het systeem en vanuit werkgevers, niet acceptabel. Ik denk dat wedaar fundamenteel over van mening verschillen.De heer Jimmy Dijk (SP):Volgens mij weet mevrouw Michon-Derkzen helemaal niet wat de SPvindt. Wij vinden namelijk dat iedereen aan het werk moet. Ik weet dusniet zo goed waar deze uitspraak vandaan komt. Ik vind hem nogal dom,omdat wij namelijk de partij zijn voor volledige werkgelegenheid. U niet,want u vindt het namelijk wel oké dat mensen in de WIA terechtkomen enuit het economische systeem worden gehaald. Eén. Ik vind zo’n uitspraakeen nogal domme constatering. Ik laat ’m verder aan u, maar ik mag daarwel een oordeel over geven. Wij zijn voor volledige werkgelegenheid.Iedereen kán namelijk een bijdrage leveren en iedereen kán namelijkwerken, maar je moet het wel mogelijk maken. Uw kabinetten hebben dat40 jaar lang niet gedaan. Daarom zitten we nu met dit probleem.Twee. U geeft geen antwoord op de vraag over de inkomsten en deuitgaven van de fondsen. Dat constateer ik ook. Dat is een tweede ding.Dat deed u niet bij de heer Ceder en dat doet u niet bij mij.Drie. U geeft ook geen antwoord op de vraag of u wel of niet vindt dat deuitkeringen te hoog zijn, terwijl ik dat cruciaal vind in dit debat. Er isnamelijk een besluit genomen om geld te gaan trekken uit de socialezekerheid, die we zien als kostenpost – dat is namelijk het enige wat udoet – en om vervolgens geen geld uit te geven, of in ieder geval niet eenevenredig gemiddelde, om ervoor te zorgen dat we inderdaad volledigewerkgelegenheid ...De voorzitter:En uw vraag?De heer Jimmy Dijk (SP):... hebben in dit land en dat iedereen die een arbeidsbeperking heeft, eenpassende plek heeft om te gaan werken. U straft enkelzijdig, via definanciële prikkel, de mensen die pech en ongemak hebben omdat zearbeidsongeschikt zijn.De voorzitter:U heeft nog een termijn, meneer Dijk. Wat is uw vraag?De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, maar er werd mij nogal veel in de schoenen geschoven, dus dan moetik daar ook even op reageren. Dan is mijn vraag: waarom geeft u niet eenaanzienlijk bedrag uit om ervoor te zorgen dat mensen een passendewerkplek krijgen? Sterker nog, waarom stemt u voorstellen van de SP wegdie gaan over 50.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking?De voorzitter:Graag via de voorzitter de volgende keer. Met «u» spreekt u mij aan en uwil mevrouw Michon-Derkzen aanspreken. Die geeft nu antwoord.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter, ik zou het wel prettig vinden, zeg ik richting u – u zit hier om deorde te bewaken – dat we met elkaar geen persoonlijke aantijgingen gaanuiten. Meneer Dijk is het niet met mij eens. Dat mag. Hij kan mij van allesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6613 in de schoenen schuiven. Dat mag allemaal op inhoud, maar de kwalifi-caties die hij net op mij plakte, vind ik gewoon niet oké.De heer Jimmy Dijk (SP):Voorzitter, ik wil graag een punt van orde maken hierover.De voorzitter:Nee, meneer Dijk, u houdt uw mond even. Mevrouw Michon-Derkzenheeft het woord.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Nu gaat meneer Dijk buiten de microfoon door mij heen praten. Dat vindik ook vervelend. We zijn het blijkbaar wel eens ... Nu gaat hij buiten demicrofoon in mijn oor doorpraten. Dat vind ik vervelend. Ik ben dat soortkwalificaties eerlijk gezegd ook niet gewend in dit huis. Ik vind dat we datook niet moeten doen. Ik vraag u om daarop te letten.De voorzitter:Dat verzoek ga ik wel negeren. U bent mans of vrouws genoeg om tereageren op de heer Dijk. Als er beledigingen worden geuit die ongegrondzijn en over mensen gaan die niet aanwezig zijn, dan zal ik ingrijpen, maarhet staat eenieder vrij om kwalificaties te geven over anderen. Als ikdaarop zou moeten gaan handhaven, kunnen we heel moeilijk debattenvoeren. Meneer Dijk wil nog reageren?De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, voorzitter, even een punt van orde, want er worden mij ook allemaaldingen in de schoenen geschoven, alsof ik het fijn zou vinden dat mensenwerkloos thuis zouden zitten. Dat vind ik nogal een belediging aan mijnadres. Dat vind ik helemaal niet prettig. Dat vinden wij ook helemaal niet.Dus ja, het geldt dezelfde weg terug ...De voorzitter:Ik denk niet dat het heel vruchtbaar is voor het debat als we doorgaan metpersoonlijke feiten.De heer Jimmy Dijk (SP):... maar geef in ieder geval een antwoord op de vraag over de kosten ende inkomsten van die premie, dan kunnen we verdergaan met het debat.De voorzitter:Ik weet niet of mevrouw Michon-Derkzen daar nog op wil reageren? Nee.Dan ga ik mevrouw Patijn het woord geven.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dit debat moet niet gaan over persoonlijke gevoelens. Ik moet eerlijkzeggen dat dat op geen enkele manier helpt, en zeker niet de mensen diestraks gigantisch in de problemen komen met hun financiën. Maar ik wilhet met mevrouw Michon-Derkzen wel wat uitgebreider hebben over depremieverhoging, want het gaat niet alleen over de vrijheidsbijdrage,maar ook over de premieverhoging voor de ombuigingen Zvw en depremieverhoging als gevolg van het verlagen van het maximumdagloon.Dat leidt tot een verhoging met bijna 25% van de AWf-premie. Zeg ik datgoed? Nee, de Aof-premie; ik zei het verkeerd. Kan mevrouw Michon-Derkzen aangeven of zij dit nou een wenselijke ontwikkeling vindt? Ikdacht dat de VVD juist de partij is van het mkb.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank voor deze vraag. Ik zei het eigenlijk ook al in het begin richting deheer Ceder. Als mevrouw Michon van de VVD zou ik dit liever nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6614 bovenaan het lijstje hebben van maatregelen die je neemt. Het is namelijkeen lastenverzwaring voor het bedrijfsleven, voor de werkgevers. Ik hebnatuurlijk altijd liever gewoon opties waarmee we minder geld uitgevenmet elkaar dan dat we de lasten bij werkgevers neerleggen of gewoon bijde mensen thuis. Dus nee, dit stond niet bovenaan het lijstje. We hebbenonder andere te maken met de bijdrage aan defensie. Daarvoor is in deweken dat we met elkaar hebben onderhandeld een vrijheidsbijdragegeopperd en daar is dit – dat is het eerlijke antwoord – uit gekomen.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat deze premies verhoogd worden vanwege uitgaven voordefensie, maar er zijn ook nog andere mogelijkheden voor bezuinigingen.Waarom alleen bij werkgevers die lasten neerleggen, die we bovendienvoor 80% doorberekenen in de loonruimte van werknemers, uw hardwer-kende Nederlanders en wat ons betreft alle Nederlanders? Ik begrijp nietdat de VVD ervoor heeft gekozen om juist die werkgevers zo zwaar tebelasten en niet te kijken naar alternatieven. Is de VVD bereid om nog tekijken naar andere alternatieven die mogelijk zijn en te zorgen dat het veelbeter verspreid wordt over alle bedrijven?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dit is het coalitieakkoord waar ik ook mijn handtekening onder heb gezet.Dat staat er expliciet in. Ik weet niet beter dat we het inderdaad met allebedrijven doen, dus ook – dat werd hier ook eerder geopperd – met depublieke werkgevers. Het is dus zowel de private werkgever als depublieke. Alternatieven zitten dan in het extra belasten van mensen. Eendeel van de vrijheidsbijdrage gaat overigens via belastingen van gewoonmensen thuis. Ik sta open voor elk alternatief, maar dit is nu waar we nuongeveer – wat is het? – zes weken geleden onze handtekening onderhebben gezet en daar sta ik dan ook voor.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dit is precies wat u doet, waar de VVD voor gekozen heeft met dit kabinet:een vrijheidsbijdrage vanuit de inkomstenbelasting en een vrijheidsbij-drage uit het Aof, die voor 80% neerdaalt bij werknemers, want het gaatuit de loonruimte. Er is dus helemaal geen vrijheidsbijdrage aan bedrijvengevraagd. Dat is maar een heel beperkte en die wordt daarna gewoondoorgeschoven. Ik hoor eigenlijk niet dat er enige bereidheid is om tekijken of het op een andere manier kan, om bijvoorbeeld eens te kijken ofje de winst op een andere manier zou kunnen belasten.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):De conclusie van mevrouw Patijn klopt. Dit is waar we nu voor hebbengetekend. Mevrouw Patijn en haar partij hadden wellicht andere keuzesgemaakt en wij hebben deze keuze gemaakt.De voorzitter:We gaan door naar mevrouw Van Ark. Zij gaat haar inbreng houdennamens het CDA.Mevrouw Van Ark (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vakbonden en werkgeversorganisaties dragensamen de verantwoordelijkheid voor een goed functionerende arbeids-markt en inkomenszekerheid voor werknemers, terwijl de overheid degoede randvoorwaarden moet scheppen, maar in de afgelopen twintigjaar piept en kraakt het vangnet dat we hebben ontwikkeld. We plakkensteeds meer pleisters zonder echte maatregelen te nemen. Waar webegonnen vanuit goede bedoelingen, zien we nu dat het systeemvastloopt in de uitvoering, in de stijgende instroom in de WIA en in hetonvoldoende van de grond komen van werk naar werk. Ik heb daarom eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6615 aantal vragen aan de Minister op drie onderdelen. Eén, de instroom, twee,het functioneren van het UWV zelf en, drie, de uitstroom.Ik begin met de instroom. Ik heb de afgelopen weken veel mensengesproken en iedereen is het erover eens: voorkomen is beter dangenezen. Dat betekent eerder ingrijpen op de werkvloer bij beginnendeklachten of problemen. We zien dat de uitval onder jonge vrouwenzorgwekkend toeneemt, mede door mentale klachten en een druk op dewerk-privébalans. Ik ben dan ook benieuwd naar de opvolging van demotie van collega Neijenhuis die onderzoek hiernaar vraagt. Trekt deMinister hierbij ook op met zijn VWS-collega’s? Kijkt hij ook hoe anderelanden in Europa hiermee omgaan? Het is namelijk niet alleen eenNederlands probleem, maar een Europees probleem.Als een werknemer toch ziek wordt, is het belangrijk dat de werkgeverserieus aan de slag gaat met een goede begeleiding en re-integratie. Datkan zwaar drukken op kleine werkgevers. Er wordt vaak gesproken overhet verkorten van de loondoorbetaling bij ziekte, maar we weten ook datdie twee jaar een belangrijke prikkel tot re-integratie zijn. We zien deverzuim-ontzorgverzekering als een goed alternatief. We zijn dan ookbenieuwd wat de kosten zijn voor het mkb als je de loondoorbetaling bijziekte verkort en collectief maakt versus de kosten van de verzuim-ontzorgpolis. Kan de Minister dat inzichtelijk maken?Ook een betere werk-naar-werkbegeleiding kan instroom in de WIAvoorkomen. Als werk niet meer past of te zwaar wordt, moeten we snellerschakelen naar ander werk. Daarbij moeten we echter kijken naar talent envaardigheden in plaats van naar diploma’s en functietitels. Hoe staat hetmet de Skillsagenda, die VNO-NCW met MKB-Nederland en het UWVdaarvoor hebben ontwikkeld, waarbij veel meer naar talent en vaardig-heden wordt gekeken?Dan mijn tweede punt: het functioneren van het UWV. We moeten met dehoogste urgentie stappen zetten op het versnellen van medischebeoordelingen, want het wordt een onhoudbaar stuwmeer. Verzekerings-artsen kunnen nu al veel slimmer werken in een medisch team. Het UWVHeerlen is daar een goed voorbeeld van. Hoe kan het dat iets watsuccesvol werkt nog niet landelijk wordt toegepast? Het is tijd dat we decultuur doorbreken en ervoor zorgen dat de UWV-kantoren niet26 losstaande kantoren zijn, maar slagvaardig als één functioneren. Hoe isde Minister van plan om hier zo snel mogelijk grip op te krijgen?Dan de herbeoordelingen. Wat het CDA betreft zetten we in op kansrijkeherbeoordelingen die voldoen aan duidelijkere criteria, zodat debeschikbare uitvoeringscapaciteit niet onnodig wordt belast. Kan deMinister toezeggen dat we meer voorwaarden gaan stellen aan dieherbeoordelingen? Wat het CDA betreft gaat de Minister hier zo spoedigmogelijk over in gesprek met de verzekeraars, om te kijken naar eenselecte groep van in ieder geval kansrijke herbeoordelingen. Graag eenreactie hierop.Ten derde: de uitstroom uit de WIA. We willen ervan af dat mensen nietdurven te werken omdat ze bang zijn alles kwijt te raken. In het coalitieak-koord is de uitwerking van een terugvaloptie opgenomen. Hoe wordt dezeuitgewerkt en wanneer kunnen we een voorstel verwachten?Gisteren kreeg onze Kamer ook een petitie van mensen die chronisch ziekzijn, maar graag parttime willen werken. Het blijft toch altijd moeilijk omte constateren dat we er niet in slagen om mensen die willen werken indeze tijd van krapte aan het werk te krijgen. Juist voor deze doelgroep zoueen verbreding van de banenafspraak kunnen werken. De huidigeafspraak sluit veel mensen uit die wel ondersteuning nodig hebben omwerk te vinden of te behouden. Wordt de banenafspraak nu inderdaadverbreed? Graag een reactie over wanneer een voorstel hierover naar deKamer komt.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6616 De heer Jimmy Dijk (SP):Interessante laatste vragen. Daar wil ik graag even op aanhaken.Vooralsnog is er alleen een quotum voor de overheid als het gaat om hetin dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. Dat is, even uitmijn hoofd, zo’n 2,5% en dat haalt de overheid vaak niet. Ik vroeg me dusaf of het CDA vindt dat, één, de overheid dat quotum moet halen en, twee,dat het quotum ook wel een beetje omhoog zou kunnen en mogen, zekergezien de groep die u gisteren ook gesproken heeft, die hier bij depetitie-uitreiking stond.Mevrouw Van Ark (CDA):Een goede vraag van de heer Dijk. Ja, natuurlijk, ik vind dat de overheidhet quotum moet halen en ik zie ook dat het in de praktijk niet altijd eveningewikkeld hoeft te zijn om iemand met een beperking aan te nemen. Devraag is wel of je ervoor openstaat als bedrijf. Met name de overheidmoet echt het goede voorbeeld geven. Ik zou nog niet zover willen gaanom gelijk het quotum te verhogen. Laten we eerst eens kijken hoe weervoor zorgen dat de overheid dat quotum behaalt en dan kijken of we hetquotum ook moeten verhogen. Laten we ook in brede zin kijken, want ikdenk dat mensen uiteindelijk het meeste geholpen zijn als alle bedrijvenmeer open gaan staan voor mensen met een beperking.De voorzitter:Dank, dan gaan we door. O, de heer Ceder heeft nog een interruptie. Dat isuw laatste.De heer Ceder (ChristenUnie):Nog even over de vrijheidsbijdrage die in de Aof-premie zit. Het isnatuurlijk het CDA dat de vrijheidsbijdrage heeft geopperd, maar ik weetniet of het zijn keuze is om het bij het Aof te beleggen. Het gevolg daarvanis tweeledig. Ten eerste klopt het argument om te bezuinigen niet,namelijk dat de uitgaven aan sociale zekerheid niet meer houdbaarzouden zijn, want de opbrengsten zijn hoger dan de uitgaven. Ten tweederaak je door hierop in te teren en aan de andere kant op de socialezekerheid te bezuinigen aan het collectieve stelsel. Mijn zorg is datmensen zich onvermijdelijk privaat moeten gaan verzekeren, waardoor ditstelsel vervolgens op termijn ontploft. Ik ken het CDA als een partij die ookvoor het collectieve socialezekerheidsstelsel staat. Volgens mij is hetgevolg van deze keuze dat de private verzekeraars nu in hun handenwrijven en heel dankbaar zijn voor deze keus. Mijn vraag is of het CDA hetmet de ChristenUnie eens is dat een toename van private verzekeringenniet de bedoeling zou moeten zijn en dat er als dit daartoe leidt ookflankerend beleid zou moeten komen.Mevrouw Van Ark (CDA):Dank u wel voor de vraag. Ik denk dat het heel belangrijk is, ten eerste, datmensen kunnen uitstromen naar werk. Dat is overigens ook een belangrijkpunt vanuit de verzekeraars, dat op dit moment die herbeoordelingen zomoeilijk zijn. Dat betekent dat mensen straks niet meer te verzekeren zijn,want als jij niet meer uit kunt stromen uit de WIA dan blijf je dus in deWIA. Voor verzekeraars is dat natuurlijk niet te verzekeren. Ik denk dat wemet elkaar heel erg moeten kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat hetstelsel niet gaat vastlopen. We moeten echt kijken naar de instroom, hetUWV zelf en de uitstroom. Ik denk dat dat de voornaamste acties van ons,van deze Kamer en de Minister, moeten zijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Toch even over de instroom, de uitstroom en de WIA en het gevoel dat datzomaar gaat; die mails heeft u ongetwijfeld ook gekregen. Mensen zijnziek, arbeidsongeschikt bevonden. Een deel daarvan wil heel graagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6617 werken. Dat zijn de mensen met een WGA-uitkering. Voor hen is het heelerg belangrijk dat er goede begeleiding is. Die is er allemaal niet. Dat zoubeter kunnen. Dat ben ik helemaal met u eens. Maar de oplossing om danmaar rücksichtslos de mensen die volledig ziek zijn, die 100% arbeidson-geschikt zijn, 20% van hun inkomen te laten verliezen en in de toekomst5% te laten inleveren, is toch geen hervorming? Wat is nou de verbeteringdie ervoor gaat zorgen dat mensen er beter uitkomen en niet alleen maarinkomen aan het inleveren zijn?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik denk dat we naast de korting op het maximumdagloon ook echt moetenkijken naar het stelsel zelf. Het moet en-en. Wat mij betreft gaat deMinister aan de slag met een soort masterplan om dat echt voor elkaar tekrijgen. Het heeft geen zin om alleen maar naar het financiële stukje tekijken, want dat helpt mensen uiteindelijk ook niet. Ik denk dat mensen eruiteindelijk bij gebaat zijn, in welke situatie ze zich ook bevinden, om echtzo snel mogelijk geholpen te worden. Daarom zei ik ook in mijn inbreng:uiteindelijk moet je inzetten op preventie. En als preventie niet heeftgeholpen, dan moet je in ieder geval kijken naar het eerst ziektejaar, wantuiteindelijk is het in het eerste ziektejaar nog het meest mogelijk ommensen te herplaatsen of weer aan het werk te krijgen. Op dit momentgaat onze aandacht vaak uit naar de administratie – het is een enormebureaucratische rompslomp geworden voor werkgevers – terwijl weeigenlijk onze focus zouden willen leggen op de mensen zelf: hoe krijg jeze zo snel mogelijk weer aan het werk? Dus wat mij betreft gaan we echtkijken naar het stelsel zelf, naar hoe je mensen helpt en dan met name aande preventiekant en echt in het eerste ziektejaar.De voorzitter:We gaan door naar de heer Dijk, die zijn inbreng doet namens deSocialistische Partij.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Laat ik heel positief beginnen: ik vind het onwijsgoed nieuws dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet lijkt door te gaan.Iedere keer als er weer een poging wordt gedaan door dit kabinet om hettoch ergens voor elkaar te gaan krijgen, dan strandt het. Gisteren was datin de Eerste Kamer en dat vind ik onwijs positief nieuws. Ik wil graagiedereen danken die zich daarvoor heeft ingezet: vakbonden, politiekepartijen en mensen die de druk hebben opgevoerd vanuit de samenleving.Mooi werk. Zo moet dat. Dat smaakt naar meer, zou ik willen zeggen.Dan over het Arbeidsongeschiktheidsfonds, het Aof. Sommige onderhan-delaars wisten niet wat de letters a en o precies betekenden; dat kwam uiteen NOS-bericht. Die staan voor «arbeidsongeschiktheid», zal ik hier nogeen keer benadrukken. Dan weet u waar het over gaat. Het gaat over900.000 mensen die door ongeluk of pech arbeidsongeschikt zijngeworden. Het is tekenend voor dit kabinet dat er onderhandelaars warendie niet wisten waar a en o voor stonden, tekenend voor dit kabinet omdatalles moet wijken voor militarisering. Er is op een Excelbestand of eensheet uitgerekend hoeveel geld er naar defensie moet en toen is ergekeken wat je waar weg zou kunnen halen. Sociale zekerheid, maar ookde zorg zijn dan kostenposten in plaats van dat ze zekerheid bieden voormensen die ongeluk of pech hebben gehad. En als klap op de vuurpijlplundert dit kabinet de fondsen voor werknemersverzekeringen. Ruim1,5 miljard euro moet er naar militarisering en dat wordt dan een«vrijheidsbijdrage» genoemd: heel veel onvrijheid voor mensen diearbeidsongeschikt zijn geworden. Daardoor gaat de premie omhoog endat betekent iets voor de loonontwikkeling. Eerdere sprekers hebben hetal aangegeven, maar ik stel de vraag hier ook aan de Minister: watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6618 betekent dit precies voor de loonruimte en de loonontwikkeling voor al diehardwerkende mensen in Nederland?In een interruptiedebatje net met de VVD kwam het al naar voren: defondsen, de potten, zitten vol. Er zit 60 miljard euro in de pot en komendjaar zijn de premie-inkomsten 43 miljard euro en de premielasten33 miljard euro. De potten zitten vol. Er klopt dus helemaal niets van hetenorme doemscenario dat het allemaal onhoudbaar zou zijn qua kosten.Daarom stel ik de vraag aan de Minister: waarom dan blijven volhoudendat er gekort moet worden op arbeidsongeschikten? Ik heb u eerder devraag ook gesteld en toen kreeg er geen antwoord op en ik heb de vraagnet ook aan de VVD gesteld en toen kreeg ik er ook geen antwoord op:vindt u dat de uitkeringen voor mensen die arbeidsongeschikt zijn te hoogzijn?De voorzitter:Via de voorzitter.De heer Jimmy Dijk (SP):Vindt de Minister dat dat de uitkeringen voor arbeidsongeschikten te hoogzijn?Ik zei het al: 900.000 arbeidsongeschikten. Dat is te veel en niet omdatmensen in één keer bij het UWV of bij een keuringsarts een soort Lourdestegemoet gaan en beter worden. De SP vindt dat mensen die kunnenwerken horen te werken, of dat nou een aantal uren is, of dat nou deeltijdis of voltijd. Wij vinden dat mensen een plek horen te hebben in desamenleving en daar hoort werk bij. Dan is de beste remedie om tevoorkomen dat mensen ongeschikt raken en dat betekent dat je iets moetgaan doen aan betere arbeidsomstandigheden. Dat betekent dat je ietsmoet gaan doen aan beter toezicht, een betere Arbeidsinspectie. Ik hebzelf op veel verschillende plekken gewerkt, ook op onveilige plekken. Daarworden mensen arbeidsongeschikt en dat tekent ze de rest van hun leven.Je moet ook meer zekerheid bieden, minder stress door flex. We zieninderdaad dat jonge mensen vroeg arbeidsongeschikt raken door eenonzekere situatie, door meer stress en onzekerheid en een samenlevingdie veel druk op ze zet. Zorg ervoor dat je passend werk biedt, echtpassend werk biedt zodat mensen niet uitvallen.Dat betekent dat de SP vindt – u hoorde het net in de interruptie die ik ophet CDA deed – dat er een quotum moet komen voor plekken voormensen met een arbeidsbeperking, voor arbeidsgehandicapten. Bijbedrijven met meer dan 25 werknemers zou dat bijvoorbeeld 5% kunnenzijn. Dat zou een echte oplossing zijn. We hebben het heel lang gepro-beerd met banenafspraakbanen. Ja, er is een uitkomst van, maar moetener gewoon naartoe dat we het probleem van de arbeidsongeschiktheid inde economie trekken, daar waar het hoort, en dat niet iedereen afhankelijkis en blijft van een verzorgingsstaat, maar dat de economie het probleemoplost van werkloosheid, van arbeidsongeschiktheid oftewel volledigewerkgelegenheid creëert op die manier.Die quotumregeling moeten we zeker toepassen op de overheid. Hetquotum bij de overheid is nu slechts 2,5% en dat wordt niet gehaald. Watde SP betreft geeft de overheid het goede voorbeeld en tillen we dat flinkop, naar 5%. En dat kan. Daarnaast heeft de SP de afgelopen maandenvoorstellen gedaan voor 50.000 banen voor mensen in sociaalontwikkelbedrijven ...De voorzitter:Wilt u afronden?De heer Jimmy Dijk (SP):... zodat het een echt springplank kan gaan worden voor regulier werk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6619 Tot slot, voorzitter. Het korten van mensen, het korten van arbeidsonge-schikten is geen Lourdes. Dat gaat er niet voor zorgen dat mensen inéén keer beter worden. Dus stop met het primaire denken in «we gaanbezuinigen», maar los het probleem op dat mensen arbeidsongeschiktworden en dat ze vervolgens niet aan het werk komen. Stop met korten,start met het begeleiden naar werk. Dat vraagt nú om investeringen ...De voorzitter:Graag een punt.De heer Jimmy Dijk (SP):... en die worden later dubbel en dwars terugverdiend.Tot slot.De voorzitter:Nee, nee. U heeft al een tot slot gekregen.De heer Jimmy Dijk (SP):De socialezekerheidskosten lopen niet uit de hand. Het moet voor menseneen zekerheid zijn.Dank u wel.De voorzitter:Is het een interruptie, meneer Mulder? Ja? Dat mag. Gaat uw gang.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik weet niet of ik hier spijt van ga krijgen. Volledige werkgelegenheid,iedereen aan het werk, hoe doen we dat met de mensen in de bijstand?De heer Jimmy Dijk (SP):Om deze vraag goed te beantwoorden, heb ik twee punten nodig. Een isdat er altijd een bijstand moet zijn voor mensen die inderdaad echt nietkunnen werken of niet aan de bak komen of bij «frictiewerkloosheid»,zoals dat heet, maar we moeten met elkaar streven naar volledigewerkgelegenheid. Iedereen in onze samenleving kan een rol spelen.Iedereen verdient een volwaardig loon, een volwaardige baan, om naarvermogen bij te dragen, zoals eigenlijk heel veel mensen dat doen. Hetstelsel dat we nu hebben, zorgt er ook voor dat mensen te vaak aan dekant staan en in de bijstand zitten. Ik zei het al: er zijn 200.000 mensen meteen arbeidsbeperking die dolgraag willen werken. We moeten ervoorzorgen als samenleving dat we ze een plek bieden. Dat vraagt iets vanwerkgevers, dat vraagt iets van de overheid en, als wij iedereen eengoede betaalde baan kunnen bieden, vraagt dat ook iets van mensen zelf.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik heb weer wat geleerd. Ik wou graag beginnen, als u dat goed vindt.De voorzitter:Meneer Mulder van de PVV, u mag aan uw bijdrage beginnen.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik heb iets geleerd. Dat is al heel wat af en toe in dit huis!Voorzitter. We hebben een geweldig land opgebouwd, met kansen vooriedereen. We zorgen voor mensen die niet meer mee kunnen doen als zebijvoorbeeld ziek zijn. Ons sociale vangnet is geweldig; eigenlijk moet ikzeggen dat het geweldig was, want het gaat de laatste jaren steedsmoeilijker. Het begint te wringen met de schandalen bij het UWV, deregels die te ingewikkeld worden en de achterstanden. Het systeem lijktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6620 vast te lopen. Eigenlijk is dat een herhaling van de tekst die ik hier volgensmij al vaker heb uitgesproken, want die debatten hebben we al heel vaakgehad.Vandaag staan er heel veel brieven en rapporten op de agenda, maar dieworden allemaal niet besproken, want sinds de presentatie van datvreselijke, asociale coalitieakkoord komen de oplossingen ook wel in eenheel ander daglicht te staan. Mensen zijn zich rot geschrokken van deplannen. Het wordt steeds duidelijker hoe mensen geraakt worden en hoehard mensen geraakt worden. Zelfs de Minister is geschrokken, niet vande plannen – dat dan weer niet – en ook niet van de ingrepen in de levensvan mensen, maar hij was geschrokken, zei hij tijdens de behandeling vande begroting, van de boosheid van de reacties, van de boosheid vanburgers en van de boosheid van politieke partijen. Dat vind ik eigenlijk eenbeetje raar. Ik geloof het ook niet, want de Minister – dat mag ik zeggen,want ik ben hier ook al lang – loopt al zeker 100 jaar rond in Den Haag. Hijweet dus héél goed wat bezuinigingen op bijvoorbeeld gehandicaptendoen met mensen. Ik geloof dus niet dat de Minister zomaar zijn handte-kening onder dat akkoord heeft gezet, zonder te beseffen wat dat zouveroorzaken. Permitteer me te zeggen dat zelfs een D66’er niet zowereldvreemd is om dat niet te weten.Het meest erge van die bezuinigingen is nog dat er helemaal geen redenis om te bezuinigen. Daarom is er ook geen argumentatie. Vandaag werdhier ook al gezegd: er is geen onderbouwing en geen politiek plan,behalve het feit dat de coalitie geld nodig heeft. Ze heeft heel veel geldnodig, geld voor wapens, voor asielzoekers en voor Afrika.Dat verklaart waarschijnlijk de botheid van de bezuinigingen, want hetgaat alleen maar om het ophalen van dat geld. Die 1 miljard, diezogenaamde tegenvaller – daar hebben we het al over gehad – is er niet.Dat verhaal klopt ook niet, want als je alleen maar geld op wil halen, kloptdat niet met het verhaal waarin je zegt dat je de instroom wil tegengaan.Dan kom je namelijk met een plan daarvoor. Dan kom je met eenstappenplan; dan kom je met oplossingen waardoor instroom, tegen-woordig bijvoorbeeld van jonge vrouwen, minder wordt. Als het daarovergaat, dan doe je dat, en haal je niet gewoon geld weg. Mijn vraag aanMinister Vijlbrief is: vindt u zelf ook niet dat het beter zou zijn om deinstroom te beperken in plaats van te bezuinigen? Vraag twee: vindt deMinister ook niet dat je als Nederlandse Staat de Rubicon oversteekt als jegaat bezuinigen op bestaande gevallen? Graag een reactie.Die tegenvaller van 1 miljard is al een aantal keren teruggekomen. Die 1miljard kwam pas een paar weken nadat er ophef was over die bezuini-gingen. Die 1 miljard stinkt. Die is discutabel, want eigenlijk suggereert decoalitie en suggereert de Minister dat er ergens een tekort is van 1 miljarden dat de regering dus 1 miljard ergens vandaan moet halen om dat tekortte dekken. Maar dat is niet waar; dat is vandaag ook al gezegd. Er zijnmiljarden euro’s meer premie betaald dan er worden uitgegeven. Er zijnenorme overschotten op de premie-inkomsten, maar dat geld wordt vooriets anders gebruikt. Dat mag technisch – dat weet ik; dat gebeurt vaker –maar het is niet opeens zo dat er een tekort is. Het is toch niet te begrijpendat we dan miljarden gaan bezuinigen terwijl er meer geld binnenkomt?Even een controlevraag aan Minister Vijlbrief: klopt het dat de miljardeneuro’s die via de Aof-premie zijn binnengekomen uitgegeven worden aanandere zaken dan arbeidsongeschiktheid?Dan nog een vraagje over incidenteel of structureel. In het verleden zatenwe in een andere commissie en heeft meneer Vijlbrief mij vaak uitgelegddat die premies steeds opnieuw berekend worden. Er wordt gekeken naarde situatie in een jaar. Dan wordt bepaald of er meer premie nodig is omhet tekort te dekken. Als er dan nu een tekort is, dan worden de premiestoch verhoogd en is er volgend jaar geen tekort? Dan is die 1 miljard tochincidenteel en niet structureel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6621 Afsluitend, voorzitter. Het mag dan zo zijn dat je geld technisch best welanders mag besteden – dat gebeurt veel; dat gebeurt bijvoorbeeld ookmet autobelastingen – maar in deze tijd van ellende is het, ook al mag het,niet moreel acceptabel om dat te doen. Het deugt echt niet. Het is net alsde verhoging van de pensioenleeftijd asociaal en onacceptabel.Als laatste, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de SP. Tegen deMinister zou ik zeggen: stop ermee, want de weerstand zal alleen maartoenemen. Kies voor andere plannen. Anders gaan we u in de Kamerdwingen om deze bezuinigingen terug te halen.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. We gaan luisteren naar de heer Neijenhuis, dienamens de D66-fractie spreekt.De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter, dank u wel. Vandaag wil ik het vooral hebben over de WIA. Decijfers over de sterk stijgende instroom en uitgaven liegen niet. Deinstroom is verdubbeld sinds de invoering van de WIA, de uitgavenstijgen in het enorme tempo van 10% of meer per jaar, en wachtlijstenkunnen oplopen tot 200.000 wachtenden en een wachttijd van twee totdrie jaar. Maar achter al dat soort woorden gaan mensen schuil. Bij hetwoord «instroom» lijkt het alsof het over water gaat, terwijl het toch gaatover mensen en ook achter al die cijfers gaan mensen schuil. Iedere keerweer gaat het over iemand die dolgraag aan het werk zou willen gaan,maar dat echt niet kan. We zullen het vandaag zeker niet eens wordenover de keuzes die nodig zijn, maar laat ik proberen om twee dingen tevinden waarvan ik hoop dat we er wél overeenstemming over kunnenvinden en dat we tot iets gezamenlijks kunnen komen. Die twee dingenzijn ten eerste goede uitvoering en dienstverlening en ten tweede meerdoen aan preventie.Als eerste de uitvoering. De wachtlijsten blijven groeien. Nu worden ertelkens noodgrepen ingezet, zoals een rem op herbeoordelingen en de60-plusmaatregel. Maar kunnen we ook structurelere maatregelenverwachten om goed gemotiveerde en gedocumenteerde herbeoorde-lingen in behandeling te nemen, ook voordat we de IVA gaan afschaffen?Wat mij verder opvalt in alle gesprekken over de uitvoering zijn de groteregionale verschillen; mevrouw Van Ark zei het net ook al. Mensen kunnenprecies vertellen welk UWV-kantoor je moet hebben en welke niet, en metwelk UWV-kantoor de achterstanden direct zouden zijn opgelost als hethele land net zo zou werken als dat kantoor. Ik wil zelf geen namennoemen; mevrouw Van Ark deed dat net al. Neemt de Minister het adviesuit het ibo over om direct aan de slag te gaan met het verkleinen van dieverschillen en het verminderen van praktijkvariatie?Voorzitter. Dit gaat over uitvoering, maar wat mij betreft begint het altijdbij de mensen zelf, door waar mogelijk zo veel mogelijk te voorkomen datmensen arbeidsongeschikt raken. Tijdens de begrotingsbehandelingnoemde ik al de grote instroom van vooral jonge vrouwen met nog eenheel leven voor zich. Ik heb daarover een motie aangenomen gekregen. Ikzal niet een paar weken daarna meteen al vragen waar de uitvoering vandie motie blijft, maar ik wil wel aandacht vragen voor een recent artikelvan Bregje Feuth en Mirte Wibaut in de NRC. Zij laten zien hoe vrouwende afgelopen jaren meer zijn gaan werken terwijl mannen amper meerzorgtaken op zich hebben genomen. Met een dergelijke druk is het nietverwonderlijk dat veel jonge vrouwen het gewoon niet meer trekken. Ikkan mij kwaad maken als ik zie hoe we als samenleving omgaan metvrouwen die werk en gezin willen combineren. Naast het werk en de zorgvoor de kinderen is er nog zo veel anders dat erbij komt: wie wordt eraangekeken als er hulp nodig is bij de paasviering of als er een kind meteen snottebel moet worden opgehaald bij de opvang? En ondertussenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6622 heeft iedereen in de samenleving meteen een mening: de een zegt datvrouwen te weinig uren werken, terwijl de ander weer zegt dat ze te veeluren werken. Vrouwen worden namelijk ook scheef aangekeken als dekinderen drie dagen of meer naar de opvang gaan. Nogmaals, ik als vaderword daar amper op aangesproken, maar vrouwen worden dat wel.Laten we het hier dus vooral hebben over allerlei beleid – gratis kinder-opvang, beter verlof, noem het allemaal maar op – om dit beter te gaanregelen. Ik ben ook erg benieuwd welke maatregelen de Minister wilnemen voor een eerlijkere werkverdeling tussen mannen en vrouwen.Maar los van al dat beleid: laten we er als samenleving niet omheendraaien dat de druk die we vrouwen op de arbeidsmarkt opleggen zo nietlanger gaat. Mannen, ga aan de slag, ook thuis en laat vrouwen in hunwaarde.Als laatste zou ik nog graag aandacht willen vragen voor mensen metkanker.De voorzitter:Een ogenblikje. U krijgt een interruptie.De heer Neijenhuis (D66):Een interruptie.De voorzitter:Ja. Van Mevrouw Moinat.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik hoor de heer Neijenhuis kwalificaties geven over de werkende vrouw. Ikvraag mij werkelijk af of hij hier elke vrouw mee bedoelt. Ik wil mezelfabsoluut niet scharen onder uw kwalificaties. Volgens mij werk ik ook harden ik heb kinderen, maar ik zie niet in dat wat u vertelt de gehele waarheidis waar wij als vrouwen in zitten.De heer Neijenhuis (D66):Ik weet niet hoe mevrouw Moinat dit heeft opgevat, maar waar ik vooralzat van ben, is dat we als samenleving juist vrouwen die werk en gezinproberen te combineren het van allerlei kanten moeilijk maken en datmannen niet de zorgtaken op zich nemen die ze op zich zouden moetennemen om het eerlijk te verdelen. Dit terwijl we als samenleving aan deandere kant ook een mening hebben over die vrouwen. Dat ben ik echteen beetje zat. Laat vrouwen in hun waarde. Laat hen hun eigen keuzesmaken en laten we er vooral voor zorgen dat de taken eerlijk verdeeldworden. Ik kan mij hier echt over opwinden. Laten we niet de hele tijdmeningen hebben over vrouwen en over hoe zij proberen om alles tecombineren, want zij hebben het daar heel zwaar mee.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Nogmaals, ik weet niet of wij op dezelfde wereld leven. Ik heb het gevoeldat u schetst totaal niet, dus ik laat die kwalificaties echt bij u liggen. Iksnap ook niet waar u die dingen vandaan haalt. Ik ben heel erg benieuwdof daar onderzoeken over zijn. Heeft u dit zelf bedacht? Heeft u dit ergensgelezen? Maakt u dit zelf mee? Ik heb geen idee. Wij doen alles gewoongezamenlijk in huis. Ik werk, mijn man werkt en mijn kinderen doengewoon hun eigen dingetjes.De heer Neijenhuis (D66):Ik noemde in mijn bijdrage al het stuk in NRC van vrouwen die ditonderzocht hebben en die laten zien dat vrouwen de afgelopen tijd veelmeer zijn gaan werken, veel meer werkuren zijn gaan draaien, maarmannen niet hebben geleverd op de zorgtaken thuis. Dat is natuurlijk eengemiddelde, hè. Ik snap heel goed dat dit niet voor ieder gezin geldt. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6623 zullen ook heel veel gezinnen zijn waar het heel goed verdeeld is allemaal.Alleen, dat is helaas niet altijd het geval en daarom toch ook die oproep.Er gaat echt nog een boel mis. Ik denk echt dat dit – dat zeggen de auteursvan dat artikel ook – een belangrijke factor is waarom heel veel jongevrouwen het niet meer trekken en uitvallen. Dat zeggen zij ook en noemendat als risico. Ik denk dat er meerdere redenen zijn, maar dat dit echt eenbelangrijk punt is: de druk die we vanuit de samenleving op vrouwen inde arbeidsmarkt leggen. Ik kan me best een beetje kwaad maken over hoewe daar als samenleving mee omgaan en ik wil dat veranderen.De voorzitter:Mevrouw Van Ark eerst.Mevrouw Van Ark (CDA):Dank aan de heer Neijenhuis. Ik denk dat het een pleidooi is dat heel veelvrouwen herkennen. Het is niet voor niks dat heel veel vrouwen aange-sproken worden: hoe doe je dat toch, hoe je dat toch als Kamerlid hier indit huis? We werken allemaal overuren. «Hoe doe je dat toch?» Ik denk datonze mannelijke Kamerleden die vraag gewoon veel minder krijgen. Dat isdenk ik heel herkenbaar voor heel veel vrouwen. Mijn vraag aan de heerNeijenhuis is: wat is uw oplossing daarvoor? Het is best een ingewikkeldmaatschappelijk probleem.De heer Neijenhuis (D66):Dat is wat ik net ook zei. Ik kan hier nu allemaal beleidsmaatregelen gaanopnoemen, dingen die volgens mij heel erg goed helpen om dat beter tegaan aanpakken. Dat is eindelijk een keer zorgen dat die kinderopvanggratis wordt, zodat mensen gezin en werk beter kunnen combineren, endie verlofregelingen beter maken. Ik denk dat dat echt allemaal belangrijkedingen zijn die we vanuit de overheid zouden kunnen doen om dat tegaan verbeteren. Waarom ik deze oproep ook even wat breder doe, is datdenk dat we hier als samenleving ook beter mee om zouden kunnen gaan.Daar heb ik niet meteen een beleidsmaatregel voor, maar ik vind dat datwel een discussie is die met elkaar zouden moeten hebben.De heer Edgar Mulder (PVV):Meneer Neijenhuis, mijn collega van D66, maakt zich boos over dieongelijkheid en over wie wel of niet een snottebel afveegt. Waar ik me nouboos over maak, is dat als iemand dan uitvalt en arbeidsongeschikt wordt,D66 dan niet reageert met «we gaan u helpen», maar met «we pakkengewoon geld af, we verlagen uw uitkering of we schaffen die af». Daarword ik nou boos om en niet om die snottebel. Ik word er boos om dat ude mensen die uitgevallen zijn straft. Is het niet veel beter om te zorgendie mensen gewoon een eerlijke beloning krijgen?De heer Neijenhuis (D66):Dit zijn natuurlijk twee verschillende dingen. Ik heb net een heel betooggehouden over dat ik vind dat we in deze samenleving de werkverdelingtussen en mannen en vrouwen beter zouden moeten regelen. Dat de heerMulder anders denkt over de manier waarop wij in het regeerakkoord metde arbeidsongeschiktheidsverzekering omgaan, snap ik. Daar denken wevolgens mij anders over. Wij vinden dat die kosten – daar ging ik aan hetbegin al op in – op dit moment te hoog zijn en dat je daarop moetingrijpen. Ik zeg daar ook bij dat we daarbij wat mij betreft vooral inzettenop preventie en voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt raken. Dat isook wel de reden dat ik daar toch over begonnen ben. En dat de heerMulder dat dan kwalificeert als een discussie over wie welke snottebelafveegt, daar kan ik heel weinig mee.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6624 Mevrouw Moinat, nog een keer.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Via u wil ik toch aan D66 vragen: was u niet degenedie kwam met de 20% korting op de verlofregelingen, op zwangerschaps-verlof en het verlof voor vaders en ouders? Dan komt er misschien «wegaan een motie indienen en we gaan het terugdraaien», maar volgens mijgaat dat allemaal niet zo lukken. Ik ben dus heel erg benieuwd wat uwreactie is op wat ik u nu voorleg.De heer Neijenhuis (D66):Dat is ook de reden dat wij daar direct op hebben gezegd «dat willen wijniet zo doen», want wij willen die arbeidsmarktpositie van vrouwen juistversterken in plaats van verslechteren. Dus dat is precies de reden,natuurlijk.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Moinat.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Voorzitter, dank. Via u wil ik dan toch nog iets aan D66 vragen. U bezuinigthiermee nog steeds. Bent u dat met mij eens of bent u dat niet met mijeens en, zo niet, kunt u uitleggen waarom dan niet?De heer Neijenhuis (D66):Wij bezuinigen inderdaad in het algemeen nog steeds. Het zijn hervor-mingen die een besparing inhouden, maar van deze specifieke besparingop de verlofregeling hebben wij gezegd: dat gaan wij niet meemaken alswe daarmee de arbeidsmarktpositie van vrouwen verslechteren.De voorzitter:De heer Dijk heeft nog één interruptie. Gaat uw gang.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik ben het helemaal eens met de heer Neijenhuis dat de druk en dewerkdruk voor met name jonge vrouwen, als gevolg van de inrichting vanonze samenleving, vele male groter is dan in het verleden. Ik zie ook dateen grote groep vrouwen op dit moment alle ballen tegelijkertijdhooghoudt. Dan heb ik het over vrouwen die in de zorg werken, dieonvoldoende inkomen hebben om rond te komen, die een flexibelcontract hebben. Dit kabinet is voornemens om juist op die groep fors tebezuinigen. Daarom zag u mij net een beetje vreemd kijken toen u ditverhaal opperde. Ik ben het helemaal eens met uw analyse dat als dekinderopvang bij een snottebel gaat bellen, inderdaad eerst vaak demoeder wordt gebeld. Dat is vaak het geval. Maar ik ben nu met u eendebat aan het voeren en ik vind het dan wel een beetje gek dat u dit puntopbrengt terwijl dit kabinet meer onzekerheid en lagere lonen enbezuinigen op zo veel juist jonge vrouwen uitstort met beroepen dielaagbetaald en onzeker zijn. Dat botst nogal met elkaar.Ik ben het dus met u eens, maar ik zou daar dan ook een gloedvol betoogbij willen horen ...De voorzitter:Meneer Dijk, fijn dat u het met mij eens bent.De heer Jimmy Dijk (SP):... over meer inkomen en zekerheid voor die inkomensgroepen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6625 Fijn dat u het met mij eens bent. Maar het is de heer Neijenhuis diedingen heeft gezegd en die gaat nu een antwoord geven.De heer Neijenhuis (D66):Ik ben het met de heer Dijk eens dat het ook deze groepen enorm helptom te zorgen voor meer zekerheid. Dat is volgens mij ook de reden dat wemorgen een belangrijke wet behandelen, die juist meer zekerheid voormensen met een flexibel contact moet bieden. Daar gaan we volgens mijmorgen uitgebreid het debat over voeren. Die wet gaat die zekerheidhopelijk echt versterken. We zullen waarschijnlijk nog wel van meningverschillen over de mate waarin dat gebeurt, maar het is wat ons betrefteen hele goede zaak dat die versterking van zekerheid voor mensen meteen flexibel contact er komt.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen. U heeft nog ongeveer anderhalve minuut.De heer Neijenhuis (D66):Je zou het bijna vergeten, voorzitter.Als laatste zou ik graag aandacht willen vragen voor mensen met kanker.Kijk bijvoorbeeld naar mensen die na een langdurige ziekte moeitehebben om te starten met werken, maar ook naar mensen in eenpalliatieve fase die aangeven er enorm baat bij te hebben om nog binnenhun mogelijkheden door te gaan met werk. Het is dus goed nieuws dat deNederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde eenbekostigingsmodel heeft ontwikkeld om te zorgen dat bij behandelingwerken goed wordt meegenomen als behandeldoel en zelfs ook alsmedicijn. Wil de Minister ermee aan de slag gaan om dit breed in tezetten?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we als laatste spreker in de eerste termijn van deKamer luisteren naar de heer Ceulemans namens JA21.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. Er zit veel overlap in de betogen die ik tot nu gehoordheb. Er is ook veel overlap met eerdere debatten, zoals de begrotingsbe-handeling. Ik zal dus niet alles wat ik heb opgeschreven staccatoopdreunen, want dan vallen we erg in herhaling. De voorzitter is daar blijmee, zie ik. Ik skip dus een aantal blokjes, maar ik ga wel beginnen met deverhoging Aof-premies. Dat is natuurlijk een gevoelig punt. De regeringdoet alsof het premies zijn, maar als je structureel miljarden meer int danje uitgeeft en je dat geld vervolgens elders in de begroting gebruikt, zoalsook weer gebeurt met deze verhoging, dan is dat geen verzekering maargewoon een lastenverzwaring en een verkapte extra belasting oploonuitbetaling. JA21 staat voor investeringen in defensie, maar het is ookduidelijk dat wij de dekking niet zoeken binnen lastenverzwaringen. Hetprobleem is niet dat de overheid te weinig binnenkrijgt, maar dat deoverheid te weinig uitgeeft. De lastenverzwaringen in plaats van lastenver-lichtingen die dit kabinet voornemens is, druisen in tegen waar JA21 voorstaat, zoals we ook al duidelijk hebben gemaakt bij het debat over hetcoalitieakkoord.Ik ga even door naar de verplichtingen bij werkgevers. Erkent de Ministerdat de combinatie van loondoorbetalingsplicht, torenhoge premies en eentransitievergoeding bij langdurige ziekte in de praktijk is verworden toteen onzichtbare maar zeer goed voelbare extra belasting op werkgeven?Specifiek wat betreft loondoorbetaling hopen wij zo snel mogelijk descenario’s rond de verkorting van de loondoorbetalingsperiode tegemoette zien naar aanleiding van onze eerder aangenomen motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6626 Er is een schreeuwend tekort aan verzekeringsartsen. Het loopt volledigvast binnen het UWV. We zien ook dat dat versterkt is door onder anderede aanpak van schijnconstructies. Dat heeft netto een verlies vanverzekeringsartsen opgeleverd, terwijl we natuurlijk elke verzekeringsartskunnen gebruiken. We hebben gisteren een motie ingediend om in iedergeval binnen de wettelijke kaders te kijken hoe we mensen buiten een vastdienstverband toch het werk kunnen laten verrichten, maar er is natuurlijkveel meer nodig. Er werd ook al gerefereerd aan de motie van de heerCeder. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan dat onderzoek, maarwij blijven toch op zoek naar hoe we dit maximaal kunnen inrichten. Hoekunnen we er maximaal voor zorgen dat ook buiten het traditionele padvan verzekeringsartsen die beoordelingen en herkeuringen gedaanworden? Is daar echt die wetswijziging voor nodig waar het eerder overgegaan is? Zo nee, wat is er dan binnen de huidige wetgeving enregelgeving nog meer mogelijk?Dan ga ik verder op de aangenomen moties. Het is al een paar keergegaan over de verlaging van het maximumdagloon, wat natuurlijk eenontzettend gevoelig punt was, dat bij de begrotingsbehandeling ook heelnadrukkelijk aan de orde is geweest. Er is een motie aangenomen van deheer Flach en mijzelf om de alternatieven daarvoor in kaart te brengen,met name als het gaat om de bestaande gevallen. Die alternatievenzouden vrij snel komen, dus kan de Minister daar een stand van zaken opgeven?Dan ga ik even door. Nee, ik denk eigenlijk dat verder alles wat ik wildezeggen wel door anderen gezegd is, dus ik laat het hier eventjes bij.De voorzitter:Hartelijk dank. Fijn dat u het zo bondig heeft gehouden. We gaan wel evenschorsen. Dat doen we tot 15.20 uur. Dan krijgen wij antwoorden op allegestelde vragen, want dat waren er nogal wat.Minister Vijlbrief:Voorzitter, ik vind dat de heer Tony van Dijck er vandaag geweldig uitziet,maar ik raak toch in de war van het feit dat dat bordje bij de heer Mulderstaat. Complimenten aan Van Dijck, zou ik willen zeggen.(Hilariteit)De voorzitter:«Mijn dieet heeft gewerkt», zegt meneer Mulder. We zijn geschorst. Erkomt een nieuw naambordje.De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.19 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het debat vande commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over dewerknemersverzekeringen. We zijn toe aan de eerste termijn van de zijdevan de regering. Ik geef het woord aan de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid. Gaat uw gang.Minister Vijlbrief:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamer voor alle gestelde vragen, deopmerkingen en de stellingen. Laat ik beginnen met in het algemeen ietszeggen over de werknemersfondsen, en dan in het bijzonder het Aof, enhoe je daartegen aan kunt kijken. Misschien neem ik daarmee ook eenbeetje kou uit de lucht rond de kijk van het kabinet op de relatie tussenpremie en uitkeringen, want ik denk dat de heer Ceder, die er nu even nietis, gelijk had: je moet uitkijken dat de relatie tussen premie en uitkeringniet te klein wordt, of die tussen premie, uitkering en een verondersteldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6627 fonds dat ergens als een soort goudpot staat. Als dat allemaal intrans-parant wordt, vervalt wel een beetje het draagvlak voor het stelsel. Ik benhet daar dus mee eens.Mevrouw Patijn, die ik nu aankijk, heeft in een van de vele debatten die wein de afgelopen zes weken gehad hebben, al een keer gevraagd: hoe kijktde Minister daartegen aan? Ik denk dat het verstandig is dat ik de Kamereen brief ga sturen over hoe ik en het kabinet aankijken tegen de relatietussen de kabinetsbegroting, het budget en de fondsen. Ik zeg erbij dat ikdat niet op zeer korte termijn ga doen, want ik vind dat ik daarover moetspreken met werkgevers en werknemers. Ik denk dat het verstandig is omdaarop in te gaan. We kunnen heel diep de geschiedenis in gaan. Ik geloofdat het laatste grote rapport daarover van de heer Buurmeijer was. Datwas in de jaren negentig, als ik het me goed herinner. Flip Buurmeijerheeft daar toen een rapport over gemaakt. Daarna is er heel veelveranderd en gebeurd.Ik denk dat het verstandig is dat ik dat een keer ga opschrijven. MevrouwPatijn en ik hebben het daarover eerder in een debat gehad. Dat wil ik nietdoen voordat ik daarover overleg heb gehad met werkgevers enwerknemers, omdat ik zelf denk dat het verstandig is om in ieder gevaleen keer transparant te zijn over hoe die relaties precies liggen. Het valtmij in het debat op dat alles door elkaar wordt gebruikt: premie, de totalehoeveelheid fonds en waar je dat aan uit mag geven. Ik ga straks eenaantal vragen beantwoorden, hoor. Ik ga niet bij alles doorverwijzen naardie brief, maar het lijkt me wel verstandig dat ik een dergelijke funda-mentele analyse maak. Misschien moet ik die zelfs laten maken. Ik moet ereven over nadenken hoe ik dat precies ga doen.Dan probeer ik gelijk de vraag te beantwoorden van mevrouw Patijn: is deMinister bereid in gesprek te gaan over de verbetering van dewerknemersverzekeringen, de lastendekkende premies en zeggenschapvoor de partners? Dat is precies waar die brief over zou moeten gaan,denk ik.Mevrouw Patijn vroeg ook: realiseert de Minister zich dat de groteverhoging van de Aof-premie ook de overheid als werkgever raakt? Nouja, ik was niet degene die de afkorting voor Arbeidsongeschiktheidsfondsniet kende, zeg ik tegen de journalisten in deze zaal. Die ken ik al zoongeveer 45 jaar. Ik was me er ook van bewust dat gemeenten ookwerkgevers zijn. Die vraag heb ik daarmee dus ook beantwoord.Dan vroeg de heer Ceder ...De voorzitter:Ogenblik, ogenblik. Er is op dit punt een vraag van mevrouw Patijn. Ikgeef weer de mogelijkheid voor vier interrupties, zodat er straks ook eentweede termijn mogelijk is.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de Minister zeggen dat hij met een fundamentele analyse komt. Bijde vraag over zeggenschap zei hij dat hij dat in die analyse gaatmeenemen. Mijn vraag kwam voort uit het idee dat daar een visie achterzit. Ik hoop dat de Minister er zelf ook een idee over heeft of het wenselijkis of niet dat er een samenhang is, dat er een kostendekkende premiekomt en dat er zeggenschap is bij werknemers en werkgevers over dieregelingen.Minister Vijlbrief:Ik zou graag overal ja op zeggen, maar er is ook een relatie met budget-taire parameters. Dit is gewoon de Aof-premie. Daar gaan we het zometeen nog wel even over hebben. Dat is gewoon een onderdeel van hetEMU-saldo. Met andere woorden, de Aof-premie, en dat veroorzaakt vooreen deel hier natuurlijk een hele discussie en spraakverwarring, is gewooneen inkomst van de overheid. Het is in zekere zin een belasting die bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6628 werkgevers wordt geheven op arbeid. Iemand zei dat. Dat is het nietformeel en niet juridisch, maar je kunt dat bijna zo zien. Dat klopt, netzoals er belasting bij werknemers wordt geheven op arbeid. Zo is dat hierook.De vraag is: is dat gewenst? Of wil je terug naar een systeem waarin erveel meer een koppeling is tussen uitkering en lasten, en waarin er ookveel meer zeggenschap zou kunnen zijn voor werkgevers en werknemers?Zo begreep ik mevrouw Patijn, maar ik kijk even of we elkaar goedbegrijpen. Dan ga ik niet zomaar zeggen «ja, dat ga ik doen», want datheeft enorme consequenties. Daarom ga ik daar een brief over sturen.Misschien moet ik daarbij kiezen voor een externe studie hierover.Nogmaals, er zijn echt hele dikke rapporten. Dat weet mevrouw Patijn ook.Er is een heel dik rapport geschreven – ik geloof dat dat uit drie delenbestond – door Buurmeijer in de jaren negentig. Ik denk dat het tijd wordtdat ik dat netjes ga opschrijven, gegeven de discussie die ik nu hoor in deKamer en de onzekerheid en de mist die ontstaan over waar precies depremies voor zijn, wat er wel mag en wat er niet mag. Ik denk dat datverstandig is.Daar ga ik nu geen mening over geven. Ik wil wel één mening geven. Diegaf ik helemaal aan het begin. Ik denk zelf dat het voor het draagvlak vansociale verzekeringen verstandig is dat er een transparante relatie is. Datbegrijp ik. Ik begrijp die opvatting, maar ik zeg u wel het volgende. Als jede premies daarvoor enorm verlaagt, dan gaat ons EMU-saldo ruim overde 3%. Dat kan nu dus niet. Dat kunnen we wel doen, maar dan gaan weover de 3%. Dan moeten we elders belasting gaan heffen. Er zijn natuurlijkdelen van de Kamer die dan wel goede ideeën hebben over waarop je diebelasting moet heffen; dat begrijp ik wel. Maar daarom wil ik er rustig eenbrief over schrijven.Dat brengt mij ook bij de vraag van de heer Ceder. Die vroeg: hoe kijkt deMinister naar artikel 100 en artikel 115 van de Wfsv? In de wet isvastgelegd welke uitgaven vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfondsgedaan mogen worden. Dat zijn de uitkeringen en de daaraan gerela-teerde kosten. Verhogingen van de premies volgen uit de Nederlandsebegrotingsregels. Die hebben we zo afgesproken en die houden in dat alser ergens lasten verlaagd worden, die elders moeten worden verhoogd. Ikga nu allemaal dingen zeggen die u allemaal weet, maar zo zit het inelkaar.Is de verhoging van de Aof-premie dan een verkapte verhoging vanbelasting op werkgevers en werknemers, vroeg ook de heer Ceder. Hij iser nog steeds niet, maar ik praat nog steeds tegen hem. Zoals ik al zei:nee, formeel zou ik dat nooit toegeven, want formeel zijn het premies.Maar dat die werken als een belasting op arbeid die door werkgeverswordt betaald, dat klopt.Klopt het dat de miljarden die via de Aof-premie binnenkomen aan anderezaken dan arbeidsongeschiktheid kunnen worden uitgegeven? Nee, datklopt niet. In de wet is namelijk vastgelegd welke uitgaven je uit het Aofmag doen.Is het dan juridisch houdbaar? Ja, volgens de Nederlandse Staat is ditjuridisch houdbaar.Dan komen er een heleboel vragen die ik even allemaal in één keer doe. Ikvind dit de leukste vragen die gesteld zijn. Ik ben uiteindelijk eeneconoom, dus dat vind ik leuk. Dat zijn vragen over wat er eigenlijkgebeurt als we de Aof-premie gaan verhogen et cetera met loonruimte etcetera. Daarbij valt me op dat de Kamerleden – dat viel mij in sommigeartikelen in de pers ook op – nu nogal partieel redeneren. De redenering isnu dat als je de werkgeverspremie verhoogt, dat ten koste gaat van deloonruimte. Ik heb het nog niemand horen vertellen, maar het is ook waardat als je de tabelcorrectiefactor niet helemaal toepast, dat door bonden inde onderhandelingen voor een deel afgewenteld wordt in de loonkostenen ten koste gaat van de werkgevers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6629 Als je dit goed wil doen, zijn er dus twee mogelijkheden. Of we blijvenpartieel redenen en worden het niet met elkaar eens, of ik kan hier eenuitgebreide analyse over laten maken. Ik zeg wel dat dat ook voor een deeleen partiële analyse blijft, omdat u de echte koopkrachteffecten van hettotale pakket van de coalitie ziet in de doorrekeningen van het coalitieak-koord. Dat is waarnaar je terugvalt. Maar als u dat gedoe met dieAof-premie ingewikkeld vindt en de berekeningen niet precies begrijpt – ikzag al berekeningen van het CNV en van de FNV – en u het prettig vindtom daar een brief over te krijgen, dan is dat beter dan dat ik nu een vooreen de vragen met alle partiële redeneringen ga beantwoorden. Dan zegtu aan het eind namelijk: nu zie ik helemaal door de bomen het bos nietmeer.Ik wil dus best proberen zo’n brief te maken. Ik kijk even naar Michiel,naast me. Die kunnen we niet binnen een week maken. Daar hebben weook het CPB voor nodig, denk ik. We hebben echt even mensen nodig dieeen modelletje hebben waarmee je koopkrachteffecten kunt simuleren,maar dat kunnen we doen. Ik denk dat dat, gegeven alle vragen, gewoonverstandig is. Maar ik kijk even naar de Kamer. Ik ben in handen van deKamer.De voorzitter:Kunt u dan alvast zeggen op welke termijn het dan wel zou kunnen?Minister Vijlbrief:Voor de zomer, zegt de collega hier naast mij.De heer Edgar Mulder (PVV):Dit is een valse tegenstelling. Als ik het heel plat sla, zegt de Minister:«Kamer, jullie begrijpen het niet. Ik wil het wel uitleggen, maar dan ga ikniet op de vragen in, schrijf ik een brief en leg ik jullie uit hoe het is.» Alser in dit land een probleem is, een groot probleem, wordt alles vloeibaar.Nu hebben we een overschot aan premies die binnenkomen en alsnogbeslist deze coalitie om te gaan bezuinigen. Het is echter heel eenvoudigom ervoor te zorgen dat dat bezuinigen niet nodig is. Dat kan als er geldvoor de Oekraïne nodig is, dat kan als er geld voor windmolens op zeenodig is. Dan is opeens álles mogelijk. Dat kunt u hier ook doen. Hetprobleem is alleen dat de Minister dat niet wil, want hij zegt terug tevallen op het akkoord dat gesloten is. Maar in principe is het niet zo dathet een kwestie is van my way or the highway. U zou anders kunnenbeslissen. Dat merken we nu op het gebied van de AOW. Daarbij is hetook opeens mogelijk. Dus we kunnen u ook dwingen om deze rarebezuinigingen niet uit te voeren.De voorzitter:U kunt de miníster proberen te dwingen.Minister Vijlbrief:De Kamer kan mij overal toe dwingen; daarin heeft de heer Mulder grootgelijk. Als hij een meerderheid weet te vinden, gaat dat prima. Maar ookhij haalt nu alles door elkaar. Alles loopt echt door elkaar. Het feit dat deOekraïne-uitgave een periode buiten de kaders heeft gestaan – zo heet datin budgettaire termen; het wordt even opgemengd met een paar anderedossiers en met een overschot in de fondsen – is precies wat ik netbedoelde. Het feit dat er een overschot zit in de fondsen wil nog nietzeggen dat het geld dat daarin zit, gratis geld is dat je van een boom kuntplukken en kunt gebruiken voor iets anders. Het valt namelijk gewoononder de budgettaire spelregels, onder het EMU-saldo. Dat betekent datals we meer geld aan iets uitgeven, we theoretisch drie dingen kunnendoen. We kunnen het saldo laten oplopen. Dan hebben we een hogerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6630 tekort. We kunnen andere belastingen verhogen. Dat is precies wat we indit geval doen. Of we kunnen de uitgaven verlagen.Er was net een hele discussie – dat was ook de goede politieke discussie –waarbij mevrouw Michon zei «ik ben wel voor uitgavenverlaging, maar ja,ik heb niet helemaal mijn zin gekregen in het coalitieakkoord», wat klopt,terwijl anderen weer voor iets anders waren. Ik ga niet een hele scriptieschrijven over het begrotingsbeleid. Daarvoor verwijs ik naar anderebronnen. Maar ik wil wel graag een brief toezeggen, als dat helpt, over deeffecten. Nogmaals, er zijn allerlei staatjes: CNV, FNV, we hebben zeallemaal gezien. Ook is er een coalitieakkoord met de totale macrodoorre-kening. Laat mij nou even een brief schrijven waarin ik uitleg hoe het zitmet die Aof-premie.Verder heeft de heer Mulder gelijk: de Kamer gaat uiteindelijk over debeslissing waaraan het geld wordt uitgegeven. Ik ken de opvatting van dePVV, denk ik.De heer Edgar Mulder (PVV):Die opvatting is dat we de verzorgingsstaat en een fatsoenlijk Nederlandin stand willen houden. Verder is dit betoog een heel mooi rookgordijn. Ikken de Minister al wat langer en zoiets heeft hij wel vaker gedaan. Het ishartstikke goed geformuleerd, maar de basis is nog steeds dat er eenoverschot is aan premies en dat er desondanks met angstporno wordtgestrooid dat er miljarden te kort zijn. Dat klopt niet. Als het kabinet zouwillen, is het mogelijk om een andere keuze te maken. Alleen gaat deMinister uit van het gesloten akkoord. Uiteindelijk heeft hij gelijk dat wijzullen moeten dwingen als hij niet wil. Maar ook dit gaat niet lukken; netals de AOW gaat ook dit niet lukken, en al zeker niet het ingrijpen opbestaande gevallen. De Minister maakt het alleen wat moeilijk; de pleistergaat er wat langzaam af en het gaat meer zeer doen, maar hij gáát eraf.Minister Vijlbrief:Ik weet niet welke pleister u precies bedoelt. Nu gaat ook weer alles doorelkaar. Ik dacht dat we het nu hadden over de verhoging en de verlagingvan de Aof-premie als gevolg van maatregelen. Nu vermengt de heerMulder dat weer met de verlaging van het maximumdagloon. Ja, dat iseen van de oorzaken waardoor er iets verandert in die Aof-premie. Eenandere oorzaak is dat die Aof-premie wordt gebruikt om vorm te gevenaan de vrijheidsbijdrage in het coalitieakkoord. Dat zijn twee verschillendedingen. Dit is dus precies de reden dat ik denk dat het verstandig is als ikdit gestructureerd opschrijf. Nogmaals, de heer Mulder legde mij net in demond dat ik zou willen zeggen «ik ga vertellen hoe het zit, want u begrijpthet allemaal niet», maar dat is helemaal niet waar. Ik probeerde alleenmaar te zeggen: als ik het per onderwerpje ga behandelen, is het als weaan het einde van die onderwerpjes zijn gekomen nog steeds niethelemaal helder wat er nou precies, totaal, met die Aof-premie gebeurt enwat de gevolgen daarvan zijn. Dat is mijn punt.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik moet eerlijk zeggen dat het ook een klein beetje voelde alsof we uitlegmoesten krijgen van de schoolmeester, maar ik begrijp dat dat niet debedoeling was van de Minister. Ik vind het prettig dat we het op schriftkrijgen, want het is complex. Daarin ben ik het zonder meer met deMinister eens. Ik heb gevraagd: kunnen we een doorrekening krijgen?Daar heb ik hele concrete vragen voor gesteld en aangegeven over welkeonderwerpen het gaat. Wij hebben zelf ongeveer geprobeerd te berekenenin welke premies het zit. Wij hebben al ontdekt dat er naar ons ideebijvoorbeeld een fout zit in de CPB-berekeningen. Ik zou het dus heelprettig vinden als we die kunnen krijgen. Ik vind voor de zomer wel watlaat, want ik heb mevrouw Michon-Derkzen bijvoorbeeld horen roepen datze het voor de zomer eigenlijk allemaal rond wil hebben. Dit zijn toch heleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6631 relevante cijfers. Ik zou het dus fijn vinden als we die zo snel mogelijkkunnen krijgen, en dan in ieder geval over de elementen die ik benoemdheb in mijn inbreng.Minister Vijlbrief:Nogmaals, het is echt niet mijn bedoeling geweest om de indruk tewekken dat ik een college ging geven. Dat kan ik ook helemaal niet op ditonderwerp. Ik probeer alleen aan te geven dat het beter is om dit in eenbrief te zetten. Mevrouw Patijn heeft gevraagd: kan de Minister aangevenof de cijfers kloppen over hoeveel er straks per jaar weggaat uit het Aof enwaar dat geld naartoe gaat? Graag per maatregel uitgesplitst. Dat kan iknu zeker niet, dus dat gaan we gewoon in die brief doen. Dat gaan we zosnel mogelijk doen, maar het zijn allemaal dezelfde ambtenaren, die ookallerlei andere dingen moeten doen, dus we doen ons best.De voorzitter:Is dat dan ... «Voor de zomer» is ook zo’n begrip.Minister Vijlbrief:Ja, dat is een rekbaar begrip. Laat ik proberen voor 1 juni, maar ik denkdat dat ... In werkweken is dat een week of vijf, zes weg. Voor 1 juni, enanders zo snel mogelijk daarna.De voorzitter:Heel goed. Die noteren we. Ik kom straks aan het einde nog even terug opde toezeggingen, maar dit is dus een brief over de Aof-premie en hoe jede impact daarvan kunt zien op loonruimte en andere dingen. Die anderebrief ging meer over de relatie tussen fondsen. Die komt dan misschien inhet najaar, maar dat horen we op het eind nog wel even. U zegt dat er nogiets mist in de toezegging, mevrouw Patijn, maar bewaar dat even tot heteind, want dan ga ik de toezeggingen voorlezen. Dan kunt u ’m daarbijtoevoegen.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik kwam iets later binnen, mijn excuus. Ik heb begrepen dat u al heelsummier iets heeft verteld over het juridische kader. Ik zou graag willenvragen of u dat alsnog ook in de ... Ik heb er nog wat vragen over,ondanks de uitleg die ik inmiddels tot me heb genomen. De vraag is of deMinister dit ook in de brief zou kunnen meenemen. De reden dat ik ditvraag is niet alleen zodat we deugdelijke stappen met elkaar zetten, maarin het licht hiervan weten we dat er een massaclaim voorbereid wordt,ook door personen die eerder al gewonnen hebben van de Staat. DeMinister weet wat de gevolgen daarvan zijn. Ik wil het dus graag scherphebben, omdat ik ook heel graag als Kamer aan het stuur zou willenblijven. Zou de Minister dit in diezelfde brief of in een andere brief meekunnen nemen?Minister Vijlbrief:De heer Ceder heeft natuurlijk gemist dat mijn hele inleiding begon methem! Nu even serieus. Zijn redenering was: valt het draagvlak niet wegals dat allemaal intransparant is? Het antwoord is: ja, daar ben ik het meeeens. Ik heb nu twee brieven toegezegd. Ik heb een uitgebreidere brieftoegezegd over hoe je juridisch omgaat met fondsen, wat de relatie is metpremies et cetera, en wie daar zeggenschap over heeft. Daar heb ik tijdvoor nodig, want daar wil ik ook met de sociale partners over praten. Datis één. Die komt niet voor de zomer. Die komt ergens in het najaar, denk ik.Dan heb je de andere kant van de medaille. Dat is een veel technischerbrief, waarin we de sommen maken die mevrouw Patijn vroeg, waarblijkbaar nog één elementje in mist, maar dat hoor ik nog wel een keer viade tamtam; dat komt allemaal goed. Die ga ik proberen voor 1 juni naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6632 Kamer te sturen, of zo snel mogelijk daarna. Dat zijn de twee toezeg-gingen.De voorzitter:Dan vervolgt de Minister zijn betoog. O nee, de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Ja, ik doe toch nog één poging. Ik vind het heel fijn om brieven te krijgen.Het is een technisch onderwerp, dus die zijn ook welkom. Maar ik heb nuwel het idee dat door het toezeggen van brieven het Aof-onderwerpwegglibbert, terwijl er natuurlijk wel twee zaken door elkaar spelen. DeMinister zegt namelijk aan de ene kant toe: ik ga een brief schrijven endaar ga ik eigenlijk de hele systematiek nog een keer goed in uitleggen.Tegelijkertijd – mevrouw Michon-Derkzen gaf dat vanuit de coalitiegewoon duidelijk toe – wordt die Aof-premie natuurlijk ingezet om erandere zaken in de begroting mee te financieren. Dat aspect dreigt nu ... Isdat nu klaar? Of komt dat ook in die brief? Ik ben een beetje zoekende naarwaar we nu staan, want het lijkt nu ineens helemaal weg te zijn, terwijl heteen heel groot onderwerp is.Minister Vijlbrief:Dit komt ten dele terug in de brief als de techniek er is, maar in principe ishet als volgt. De Aof-premie werkt feitelijk als een belasting diewerkgevers betalen op arbeid. Dat klopt. Ik kan het toch echt niet andersformuleren. Dat heb ik net ook gewoon toegegeven en dat zei mevrouwMichon net zelf ook. Juist dat aspect is de relatie met allebei de brieven.Je zou je immers kunnen afvragen of je dat eigenlijk wel wilt: wil je weldat premies op deze manier worden gebruikt? Mensen die dicht bijwerkgevers en werknemers staan, zeggen dat je premies niet zo moetgebruiken. Het punt van de heer Ceulemans is volgens mij veel meer: ditis gewoon een lastenverzwaring voor werkgevers. Dat punt glibbert nietweg; dat is er. Er glibbert hier helemaal niks weg. Dat is er gewoon, endaar schaam ik me ook helemaal niet voor. Alleen, de gevolgen daarvan ...Dat is waar het ingewikkeld begint te worden. Ik zag dat mensen insommen beginnen terug te rekenen wat dat dan betekent voor deloonruimte. Zij wisten precies hoeveel er, in heel technische termen,wordt teruggewenteld van de werkgeverslastenverzwaring. Toen zei ik: ja,maar dan wordt er geen rekening mee gehouden dat het ten dele nietdoorgaan van de tabelcorrectiefactor, de tcf, door werknemers in deloononderhandeling weer wordt voortgewenteld. Dat leidt tot eenresultaat en dat resultaat – dat probeerde ik te zeggen – ga ik uiteenzettenin de brief waar mevrouw Patijn om vroeg.De voorzitter:Ja? Dan gaan we door met het betoog van de Minister.Minister Vijlbrief:Voorzitter. Dan de WIA zelf. Ik zou het verkeerde woord gebruiken als ikzou zeggen dat ik «blij» was, maar voor zover ik recensies mag geven: ikvind het goed dat het debat zich focust op de WIA. Waarom? Nou, datbehoeft geen betoog: het gaat daar niet goed. Meerdere Kamerledenhebben dat gezegd. Mevrouw Moinat gaf daar, denk ik, de meestcomplete versie van. Ik geloof dat we dat met elkaar delen. Er is wel eenverschil van opvatting. Dat kwam al naar voren in het begrotingsdebat,maar ik ga het hier nog een keer benoemen, want anders blijft het hangenals een soort onbenoemd iets. Er is een verschil van opvatting: als je gaathervormen en ingrijpende dingen gaat doen in de uitvoering, vind je dandaarnaast dat de lasten die voortkomen uit de WIA te hoog zijn of aan dehoge kant zijn of te hard groeien of hoe je het verder ook wil formuleren?Daarin zit gewoon een verschil in politieke opvatting. Dat was er al in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6633 begrotingsdebat en dat is er nu weer. Dat verschil van opvatting – als udat goed vindt, voorzitter, kom ik daar straks in een apart blokje op terug –concentreert zich steeds op het maximumdagloon. Terecht, want dat gaatuiteindelijk om een echte ombuiging. Daar ben ik het mee eens. Het isgeen hervorming; het is een ombuiging. Daar ga ik straks wat meer overzeggen. Die concentreert zich, vind ik zelf, minder op de IVA. De IVA, depermanente uitkering voor volledig arbeidsongeschikten – het is wel echteen «reinvention of the nerds» vandaag – schaffen we immers onder meeraf om de uitvoering makkelijker en beter te maken. Nogmaals, dat komtook voort uit het ibo en uit het OCTAS-rapport. De afschaffing van de IVAis dus geen pure bezuiniging. Daar komt wel een bezuiniging uit voort,maar uiteindelijk is dit ook een hervorming.Dan ga ik nu de vragen proberen te beantwoorden. Er waren heel veelvragen, dus als u het goed vindt, ga ik er een paar langslopen.Mevrouw Van Ark zei: kantoor Heerlen is een goed voorbeeld; hoe kan hetdat goede werkwijzen nog niet landelijk worden toegepast? Het UWV gaatvoor de zomer met een gefaseerde aanpak voor verbetering en unifor-mering van werkwijzen starten, van kantoor tot kantoor.De heer Neijenhuis vroeg eigenlijk hetzelfde. Het is belangrijk om dieregionale verschillen te verkleinen en de werkprocessen te uniformeren.Mevrouw Moinat vroeg wat ik eraan doe om de achterstanden bij desociaal-medische beoordelingen op te lossen. Dat gaan we op driemanieren proberen te doen. De afschaffing van de IVA speelt wel degelijkeen rol bij de achterstand bij de beoordelingen. We maken verder werkvan taakherschikking – dat staat ook gewoon in het regeerakkoord – en weverbeteren het proces van herbeoordelingen.De voorzitter:Een ogenblik. Mevrouw Van Ark wil nog even een interruptie plaatsen.Mevrouw Van Ark (CDA):Dank u wel voor de beantwoording over het UWV. Hebben de Minister,het ministerie en het UWV zelf voldoende grip op de eigen kantoren? Kande Minister daar ook op ingaan? Dat is immers de zorg die hierachter zit.Laten we ervoor zorgen dat we grip hebben en alles kunnen uniformerenals we zien dat een van de werkwijzen goed werkt en we die werkwijzeook op de andere kantoren willen zien. Heeft de Minister daar voldoendevertrouwen in?Minister Vijlbrief:Het zou heel raar zijn als ik daar nee op zou zeggen, want dan zeg ikgewoon dat ik er geen vertrouwen in heb dat het UWV doet wat nodig is.Het antwoord is daar dus ja op, want anders moet ik iets anders doen. Welheb ik u gisteren een brief gestuurd, niet voor niks, over het functionerenvan het UWV en de cultuur bij het UWV. Daarin staat een heel uitgebreidelijst van maatregelen. Mede naar aanleiding van de motie van mevrouwPatijn over een regeringscommissaris heb ik beloofd om met een aantaleigen ideeën te komen. Dat zijn wel degelijk veranderingen die we bij hetUWV willen aanbrengen. Uiteindelijk zullen die ertoe moeten leiden dathet UWV doet waarvoor het op aarde is en dat op de goede manier doet.Vier, vijf jaar geleden, toen ik begon als Staatssecretaris Financiën, trof ikde situatie bij de Belastingdienst aan. Van die ervaring heb ik heel veelgeleerd, en een van de dingen die ik heb geleerd, is dat een organisatieook wel weer opnieuw zelfvertrouwen moet opbouwen. Dat gaat we ookproberen. Van de zomer komt er een voorstel van de raad van bestuur.Een aantal dingen gaan dus veranderen en dat zou ertoe moeten leidendat dit ook gebeurt.Mevrouw Van Ark (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6634 Ik wil de Minister daarin ook steunen. Het is niet per se makkelijk, maarjuist omdat het niet per se makkelijk is, stelde ik die vraag. Dit antwoordvan de Minister is echter voldoende duidelijk.Minister Vijlbrief:Dan hebben we natuurlijk het punt van de instroom ...De voorzitter:O, de heer Ceder wil ook nog.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter. De Minister heeft het over de ombuiging ten aanzien van deIVA. Dat is waar, maar ik heb al een aantal debatten het gevoel dat om hetpunt heen gedanst wordt dat de WIA niet wordt hervormd en dat daar eendeeltje uit wordt gehaald om een begroting te dichten; dat is deafschaffing van de IVA. En ja, dat wordt ook geadviseerd, maar dat isslechts een deeladvies. Er zijn heel veel adviezen die gekoppeld zijn aaneen stelselwijziging, maar als ik de coalitiepartijen doorvraag naar deplannen die zij hebben voor de stelselwijziging – welke keuze gaan we noumaken ten aanzien van OCTAS en is voor een richting gekozen? – dankomt daar geen antwoord op behalve dan: we gaan proberen de wachtlijstte verkorten. Daar is niemand tegen. Ook van de Minister hoor ik «wegaan de IVA afschaffen», maar daar staat niets tegenover, terwijl er heelveel gezegd wordt, ook over de arbeidsongeschiktheidsdrempel. Er wordtheel veel gezegd, maar die keuzes worden niet gemaakt. Mijn stelling isdat we het volgende kabinet met een gigantisch probleem opzadelen alswe dat nu niet doen, want de WIA wordt niet hervormd. Mijn vraag is:klopt het dat de WIA niet wordt hervormd? Vindt de Minister eigenlijk nietook dat dit parlement een keuze moet gaan maken? Wij hebben OCTASimmers gevraagd om die keuzes in kaart te brengen.Minister Vijlbrief:Dit is de bekende methode van vragen stellen van de heer Ceder. Hetwaren vijf vragen in één. Ik ga het proberen. Nee, ik vind niet dat wij deWIA niet hervormen. Naast de afschaffing van de IVA zijn er een aantalandere dingen. Ik heb ze net genoemd: de taakherschikking en nog tweedingen. Dat doen we. Die komen wel degelijk ook uit het ibo. Voordegenen die niet van afkortingen houden: «ibo» staat voor interdeparte-mentaal beleidsonderzoek. Het ibo is vorig jaar verschenen. Daar staaneen aantal pakketten in met zaken die je kunt doen in de WIA. Eén pakketheet «doen». In dat pakket «doen» zit de afschaffing van de IVA, maardaarin zitten ook een aantal dingen die we wel degelijk gewoon hebbenovergenomen en in het regeerakkoord hebben opgenomen. Ik vind dat uhet regeerakkoord geen recht doet als u zegt «u bent alleen maar aan hetbezuinigen» of wat u ook zei – dat weet ik niet precies. Maar u zei in iedergeval: u bent niet aan het hervormen. U heeft wel een punt, denk ik ...De voorzitter:Spreekt u via de voorzitter?Minister Vijlbrief:Ja, voorzitter. De heer Ceder heeft wel een punt. Je kunt je namelijkafvragen of het pakket dat in het regeerakkoord staat, afdoende is om deWIA voldoende te hervormen. Daar begin ik zelf ook twijfel over te krijgen.Ik wilde net toekomen aan de karakteristieken van de instroom. Zelf ben ikdaar ook bezorgd over. Daar heeft u bijna allemaal wat over gezegd. Ik wildaar nu dus wat over zeggen. Het kan weleens zijn dat daar meer voornodig is. Het kan weleens zijn dat het hele gedoe rond het tweedeziektejaar – loondoorbetaling bij ziekte en preventie – uiteindelijk veelbelangrijker is dan het doen van een paar andere dingen. Dat kan bestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6635 eens zo zijn. Dus als de heer Ceder vraagt: vindt de Minister niet dat hetparlement moet kiezen voor een bepaalde route uit OCTAS? Nou, dieroutes uit OCTAS ... Ik weet niet of ik daar nou zo vrolijk van word. Ik vindwel dat ik de plicht heb om samen met sociale partners na te gaan of weaan het pakket in het regeerakkoord een aantal dingen moeten toevoegenom in ieder geval de instroom te beperken en de uitstroom te bevorderen.Laten we het daar dan op houden. Ik heb er nu een aantal genoemd. Zometeen ga ik er nog een paar noemen die net door de Kamer zelf werdengenoemd. Dat moet wel leiden tot een pakket dat uitgebreider is dan datin het coalitieakkoord. Als de heer Ceder dat wil horen, is het antwoord ja.Hij verbond daar in zijn eigen bijdrage aan dat daar ook geld voor nodigis. Ja, dat zou best eens zo kunnen zijn. Dat zijn de beruchte hardheden inhet stelsel. Die kennen de heer Ceder en ik ook uit het verleden; daarhebben we samen weleens over gepraat in de Kamer. Misschien is daarwel geld voor nodig, maar dan ga ik ook weer kijken of ik op andereplekken in het stelsel weer geld kan verdienen. Ik ga dus wel op diemanier naar het stelsel kijken. Het stelsel is op dit moment nou niet erggoedkoop. Sterker nog, ik had een tegenvaller van een miljard voor ditjaar, waarvan zonet werd gezegd dat het eigenlijk een niet-bestaandetegenvaller is. Nou, ik kan u vertellen: die bestaat wel, die staat gewoonop papier en het is een miljard. Dat zou dus mijn ant ...De voorzitter:Dan kunt u uw betoog vervolgen, volgens mij.Minister Vijlbrief:...De voorzitter:U moet wel uw microfoon aanzetten.Minister Vijlbrief:Ja, dank u wel. Ik kom bij de instroom. Ja, de karakteristiek van dieinstroom is zorgelijk.De voorzitter:Een ogenblik, sorry. Er is toch nog een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, ik dacht dat de Minister nog meer ging zeggen over herbeoordeling. O,dat komt nog, hoor ik. Sorry, dan wacht ik.De voorzitter:Die laten we even lopen. De Minister.Minister Vijlbrief:Voorzitter. Ik vind de profielen ook zorgelijk, dus het feit dat veel jongevrouwen instromen in de WIA ... Ik denk dat de heer Neijenhuis er gelijk inheeft dat de oorzaken daarvan veel breder zijn dan alleen de WIA zelf, endat het ook met de maatschappij te maken heeft. Volgens mij heeft hijeerder een motie hierover ingediend. Wij gaan samen met het Ministerievan VWS oplossingsrichtingen hiervoor in kaart brengen. Ik denk dat ikdie oplossingsrichtingen gewoon nodig heb om uiteindelijk een goedeanalyse te kunnen maken van die instroom en van wat je daaraan kuntdoen.Mevrouw Moinat vroeg naar de moeilijk objectiveerbare aandoeningen.Zij vroeg: is de Minister bereid om scherp te sturen op beoordelingen? Ja.Het UWV en de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskundezijn momenteel bezig met het ontwikkelen en herzien van richtlijnen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6636 de beoordeling van ziekten waarbij het moeilijker is om te beoordelen watiemand nog kan. Dat moet de kwaliteit van de beoordelingen gaanverbeteren. Zo zal de NVVG binnenkort een handreiking over postcovidontwikkelen. Eigenlijk hoor ik nu ook te melden wanneer wij hier dan ietsover gaan zeggen, anders gaat mevrouw Moinat dat vragen. We komen erin de tweede termijn op terug, hoor ik.Mevrouw Michon vroeg of preventie kan worden meeverzekerd in deverzuim-ontzorgverzekering. Ja, dat kan. Dat was een rechtstreekse vraag.Wat zijn de kosten voor het mkb als je loondoorbetaling inkort encollectief maakt ten opzichte van de verzuim-ontzorgpolis? Dat was eenvraag van mevrouw Van Ark. Daar zijn we nu naar aan het kijken. Samenmet de Minister van Werk en Participatie ben ik bezig om te kijken naar deloondoorbetaling bij ziekte en naar dat tweede ziektejaar. Diemkb-verzuim-ontzorgverzekering is een vrijwillige private verzekering, meteen ruime dekking voor mkb-ondernemers. Dat kun je niet echt makkelijkafzetten tegen een collectieve inkorting van de loondoorbetalingsperiode.Het probleem is natuurlijk het volgende. Over dat tweede ziektejaar is ineen plenair debat ooit een motie ingediend door, volgens mij, de heer Dijksamen met de VVD, die ook is aangenomen. Toen sloeg de angst mij aleen beetje om het hart, omdat ik bang was voor de effecten op deinstroom als je dat tweede ziektejaar collectiviseert. Dat heeft namelijk weldegelijk effecten; ik zie de heer Dijk ook knikken. De Minister van Werk enParticipatie en ik zijn dus echt samen aan het kijken hoe je dit goed kandoen. Daar hoort ook bij dat je dan kijkt naar de Wet verbetering poort-wachter, waar we het zonet over hebben gehad, en de vaak onnodigeadministratieve lasten die deze wet veroorzaakt. Als je het helemaalterugkookt, is de kern van dit probleem dat kleine ondernemers – ik spreekook weleens een ondernemer – natuurlijk niet weten wat ze moeten doenom te vermijden dat ze iemand krijgen die in zo’n langdurige ziektepe-riode terechtkomt. Daar wil je van af, maar tegelijkertijd kunnen grotebedrijven dit best dragen. Nou, dit is waar we naar aan het zoeken zijn.Volgens mij heeft de Minister van Werk en Participatie naar aanleiding vaneen motie van JA21 toegezegd – ik weet eigenlijk niet wanneer – dat hijdaarvoor met een voorstel gaat komen. Dat was bij het begrotingsdebat,dacht ik. Ik zeg dit even uit mijn hoofd.Mevrouw Moinat vroeg naar de hybride markt. Kleine werkgevers lopenvast, zegt zij. Werkt het systeem eigenlijk zoals het bedoeld is en durf ikook te kijken naar het model? Ja, ik denk dat we dat moeten doen. Wehebben oog voor de knelpunten in dat hybride stelsel. Kleine werkgeverskiezen er vaak voor om publiek verzekerd te zijn. Daarom is afgesprokendat de publieke premie voor kleine werkgevers lager wordt en datverzekeraars een soort mkb-verzuim-ontzorgverzekering ontwikkelen; daarhadden we het net al over. Dat hybride stelsel biedt wel keuzevrijheid endat vinden grote werkgevers weer belangrijk. Maar laat ik het zo zeggen,het hybride stelsel is wat mij betreft niet heilig. Het stamt uit 2005, zeg ikuit mijn hoofd, en dat was toen een moeizaam compromis – ik was erbij –tussen twee verschillende visies op de sociale zekerheid. Misschien is hetook wel aan herziening toe. Daar gaan we naar kijken als we het over deWIA gaan hebben.Dan de achterstanden bij sociaal-medisch beoordelen. Waarom voeren wehet convenant herbeoordelingen niet uit, vraagt mevrouw Michon. Op ditmoment ligt de focus op het behandelen van de herbeoordeling vanmensen die in schrijnende situaties verkeren. Dat heeft gewoon te makenmet de situatie bij het UWV. We monitoren hoeveel herbeoordelingen datzijn en hoeveel capaciteit er op welk moment beschikbaar is voor andereherbeoordeling. Het UWV brengt hierin dus prioriteit aan naar de matevan schrijnendheid van de gevallen, en daar kan ik moeilijk kritiek ophebben.Mevrouw Van Ark en de heer Neijenhuis vroegen of we meervoorwaarden gaan stellen aan herbeoordelingen. Het antwoord is ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6637 Daarvoor werk ik nu maatregelen uit. De Kamer wordt daarover voor dezomer geïnformeerd. Er is al één stap gezet, namelijk dat het UWV sinds1 april met een standaardaanvraagformulier werkt.Dan vroeg mevrouw Patijn van GroenLinks-PvdA: kan de Ministeruitleggen waarom hij denkt dat de maatregel rond de wijziging van deRIV-toets een goed idee is? Daarbij wil ik iets rechtzetten. Het wetsvoorstelrond de RIV-toets schaft de loonsanctie niet af. Wel regelt het dat er geenloonsanctie wordt opgelegd indien de ondernemer netjes invulling heeftgegeven aan het advies van de bedrijfsarts. Ik ben het met de Minister vanWerk en Participatie eens dat daarmee terecht de onzekerheid rondloondoorbetaling bij werkgevers wordt weggenomen. Er wordt danonderscheid gemaakt tussen wat niet beïnvloedbaar is, namelijk devaststelling van de medische belastbaarheid, en dat waar de werkgever ende werknemer wel invloed op hebben, namelijk re-integratie. Dewerknemer die vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheidafgewezen wordt voor een WIA-uitkering zal bij zijn eigen werkgever aande slag kunnen blijven.De voorzitter:Een ogenblik. Mevrouw Van Ark heeft een interruptie.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik had een vraag gesteld over de herbeoordelingen. Het gaat om de groepkansrijke herbeoordelingen die goed beargumenteerd zijn. De verzeke-raars zeggen: ga nou in ieder geval ook kijken naar die selecte groep, diegoed voorbereid is, ook omdat nu het gevaar dreigt dat die groep nietmeer verzekerd kan worden. De verzekeraars zeggen tegen ons dat zedeze groep niet meer goed verzekerd krijgen omdat deze mensen in depraktijk eigenlijk niet meer herbeoordeeld worden. Dat zal op termijn duseen probleem opleveren, en ook al op de korte termijn. Ik begreep dat hetal in de zomer gaat spelen. Is de Minister dus bereid om met de verzeke-raars over dit probleem in gesprek te gaan?Minister Vijlbrief:Dat laatste altijd. Dat kan ik mevrouw Van Ark zo toezeggen. Maar volgensmij zei ik zonet dat het UWV nu zijn selectie maakt op basis van de vraagwelke gevallen schrijnend zijn. Dat is volgens mij een ander selectiecri-terium, maar ik ga hierover natuurlijk met alle liefde in gesprek met deverzekeraars.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Ja. Dan kom ik aan bij een vraag van mevrouw Michon. Hoe kan je deuitstroom uit het tweede spoor aantrekkelijker maken door uitbreiding vanno-riskplaatsingen of proefplaatsingen? Ja, we kijken naar verbetering vande tweedespoor-re-integratie. Of daarvoor de no-riskpolis uitgebreid moeten kan worden, is onderdeel van die uitwerking. Dat doe ik samen met deMinister van Werk en Participatie.Hoe kunnen tijdelijke, aantrekkelijke contracten worden aangeboden aanverzekeringsartsen die niet als zzp’er kunnen werken? Kan dat buiten hetloongebouw? Deze vraag herken ik, want die hebben we volgens mij bijde begroting ook aan de orde gehad. Het UWV kijkt naar een zo optimaalmogelijke inzet van de beschikbare artsencapaciteit. Waar mogelijk kijkthet UWV waar het met externe artsen kan werken binnen de wettelijkekaders. Er is volgens mij een motie van de heer Ceulemans aangenomen –ja, zie je; dat herinner ik mij – bij de begrotingsbehandeling. Dat zie ik alseen aanmoediging. Misschien kan ik hieraan verbinden dat ik de Kamerhierover op een gegeven moment rapporteer, want dit is een beetje eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6638 toezegging zonder einde. Voor de zomer zullen we dat doen, hoor ik nu, inde voortgangsrapportage.De voorzitter:De heer Ceulemans op dit punt.De heer Ceulemans (JA21):Dank voor deze reactie. Deze motie, die volgens mij is ingediend bij hettweeminutendebat WIA-problematiek, is inderdaad aangenomen. Het is inieder geval goed om binnen die wettelijke kaders te kijken hoe weverzekeringsartsen dit kunnen laten doen, ook los van vaste aanstellingenof arbeidscontracten. Alleen hebben we hier vaker technische briefingsover gehad, en we lopen dan doorlopend tegen juridische belemmeringenaan. Er zijn wetswijzigingen voor nodig om dit verder uit te breiden. Deheer Ceder loopt ook tegen die grenzen aan met zijn motie. Is er echt vooral het andere een wetswijziging nodig of kan er op dat vlak ook ietsgeregeld worden bij ministeriële regeling?Minister Vijlbrief:Dat weet ik nu echt niet, dus als u het goed vindt, kom ik daar even intweede termijn op terug. Misschien kom ik het antwoord zo nog tegen,maar anders kom ik er in tweede termijn op terug. Ik weet het gewoonniet uit mijn hoofd. Ik ga even niet freewheelen.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Mevrouw Michon vroeg: wat is de doelstelling van het overnemen vantaak- en verzekeringsartsen door andere professionals? De doelstelling isom na 25 jaar WIA-stelsel te kijken welke taken ook door andere zorgpro-fessionals kunnen worden uitgevoerd, zodat de verzekeringsartsen tijd vrijkrijgen voor hun kerntaken.Mevrouw Michon vroeg naar de RIV-toets. Ze vroeg: «Kan dat sneller? Kandat dan per 2028?» Nee, dat kan niet sneller. Het wetsvoorstel ligt nu vooradvies bij de Raad van State, dus we redden dat niet voor die tijd.Mevrouw Patijn vroeg naar de artsencapaciteit bij het UWV. Dat gaat overdiezelfde verandering in de RIV-toets. Die vraag heb ik eigenlijk albeantwoord.Dan ga ik naar ... Ah, kijk, hier hebben we het, denk ik. De heer Ceulemansvroeg naar de taakherschikking. Hij vroeg: «Wat kunnen we maximaaldoen om alle professionals in te zetten? Is er wet- en regelgeving nodig?»Dit is inderdaad het antwoord op uw vraag. Voor taakherschikking bijbepaalde taken is er een wijziging van wet- en regelgeving nodig. Erwordt onderzocht hoe dat moet worden aangepast. Taakdelegatie onderverantwoordelijkheid van de verzekeringsarts is al mogelijk binnen dehuidige wet- en regelgeving, maar kan meer uniform worden ingezet. Ookhieraan wordt gewerkt. Ook zet het UWV in op de inzet van sociaal-medisch verpleegkundigen met zelfstandige taken in de Ziektewet. Ik denkdat het antwoord in normaal Nederlands is: dit kan ten dele, maar voor degrotere dingen heb je wel degelijk wijzigingen in wet- en regelgevingnodig. Vervolgens was de vraag, denk ik: welke wet- en regelgeving? Kandat met een ministeriële regeling? Het antwoord is nee, hoor ik naast mij.De voorzitter:Toch nog een interruptie, meneer Ceulemans?De heer Ceulemans (JA21):Ja. Ik zie dat er heftig nee geschud wordt, dus dat is duidelijk. Ik vraag medan wel af: wanneer wordt dit in gang gezet? Er wordt nu onderzoek naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6639 verricht, maar dit is natuurlijk een probleem dat niet van vandaag ofgisteren is; het is een probleem dat eigenlijk aan het toenemen is. Iknoemde al het voorbeeld over de gevolgen van het tegengaan vanschijnzelfstandigheid. Aan de ene kant is het UWV op alle mogelijkemanieren aan het proberen personeel in dienst te nemen of aan te trekkenom het werk te kunnen doen, maar aan de andere kant zien we dat alleenal de aanpak van schijnzelfstandigheid heeft geleid tot een nettoafnamevan artsen die dit werk kunnen doen. Dit is niet van vandaag of gisteren,dus ik vind wel dat we de fase van onderzoeken welke wet- en regelgevinger aangepast moet worden inmiddels wel voorbij moeten zijn en dat eractie moet worden ondernomen. Op welke termijn kunnen we diewijziging van de wet dus verwachten?Minister Vijlbrief:Laat ik hierover rapporteren in dezelfde rapportage van voor de zomer, dieik net al noemde. Daarin zal ik dan expliciet aandacht geven aan welkewet- en regelgeving er gewijzigd moet worden en op welke termijn datkan. De heer Ceulemans weet echter ook dat het wijzigen van wetten nieteenvoudig is; dat hoef ik hem niet te vertellen.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Ja, voorzitter. Ik ben bijna door het WIA-blokje heen.Dat brengt mij bij een vraag van mevrouw Van Ark: hoe wordt deterugvaloptie uitgewerkt? Dat is ook een vraag die ik uit het begrotings-debat herken. Dat ga ik gewoon meenemen in de WIA-hervorming waarwe aan werken. Dat is dit jaar. Ik wil daar dit jaar met sociale partnerszaken over proberen te doen, zoals u weet.Daarmee ben ik aan het einde van mijn WIA-blokje gekomen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik had inderdaad gevraagd naar de doelstelling bij de taakherschikking entaakdelegatie. Vervolgens legt de Minister uit wat de bedoeling is, maar ikben op zoek naar hoeveel meer tijd we nou daadwerkelijk willen vrijmakenvoor meer inzet van verzekeringsartsen. We zijn het niet over alles eens,maar iedereen is het er wel over eens dat we de enorme bottleneck aanherbeoordelingen met vaart moeten oppakken. Daar zijn verzekerings-artsen voor nodig, dus kunnen we een target, een doelstelling, leggen ophet verzetten van meer werk met minder mensen door het slimmer teorganiseren?Minister Vijlbrief:Ja, ik denk dat dat een goed idee is, maar ik denk dat ik nu niet kanzeggen: dat is dan zoveel. Daar moet ik dus echt even met het UWV overin gesprek. Laat ik daar maar gewoon even apart een briefje over sturenwanneer dat kan of het een keer in een debat terug laten komen. We zienelkaar heel vaak, dus óf ik laat het terugkomen in een debat in dekomende weken óf ik stuur een briefje. Ik ga daar even met het UWV overin overleg.De voorzitter:Dan gaan we door naar het volgende blok.Minister Vijlbrief:Ja. Het volgende blokje is heel kort. Het zijn een paar vragen over de WW.Een ervan is van mevrouw Michon-Derkzen: ligt de WW-verkorting opschema? Het antwoord is ja. In 2027 verwacht ik het voorstel aan tekunnen bieden in de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6640 Mevrouw Michon vroeg ook nog: wat is de rol van scholing doorregionale Werkcentra? Ik zal niet in herhaling vervallen. In het begrotings-debat hebben we een vrij lang stuk van het debat gewijd, ook omdat ik datzelf belangrijk vind, aan de nieuwe WW, wat mij betreft het voorkomenvan werkloosheid en het veel meer investeren in Leven Lang Ontwikkelenen daarbij zo veel mogelijk de middelen gebruiken die er al zijn. Ik vind datvan groot belang. Dat moet ook samen met de regionale Werkcentra. Datmoeten uiteindelijk de centra worden waar dit gaat gebeuren. Het kabinetzit midden in de ontwikkeling van de talentstrategie. Daar wordt LevenLang Ontwikkelen aan gekoppeld. Ik heb al eerder gezegd, in eerderedebatten: ik beschouw dat als een van de grote dingen die ik zou willenproberen te doen in deze kabinetsperiode, om daar eindelijk een werkendsysteem voor te krijgen, over sectoren heen.Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn volgende blokje: het maximumdagloon.Volgens mij was dat grotendeels een herhaling van de vragen diedaarover gesteld zijn tijdens de begroting, dus als de Kamer het goedvindt, houd ik het bij het volgende. Ik heb daar gewoon toezeggingengedaan. Daar is ook een motie aangenomen, van de heer Ceulemans en,denk ik, de heer Stoffer of de heer Flach. Daarin werd gevraagd om goedte kijken naar maatvoering, zeg ik nu maar even huiselijk, naar juridischehoudbaarheid en naar waar het wel en niet geldig voor is, met een soortsterretje bij de arbeidsmarktpositie van vrouwen wat betreft verlof- enzwangerschapsregelingen et cetera. Die toezegging staat gewoon. Ikgeloof dat we twee weken verder zijn na de begroting. Die brief is er nogniet. Het begint een beetje een grijsgedraaide plaat te worden: ookdaarover ga ik graag in overleg met de sociale partners.Dat brengt me eigenlijk bij een hoofdvraag die net gesteld werd: «Hoestaat het eigenlijk met het overleg met sociale partners? Ligt dat stil?» Datligt stil. De sociale partners hebben aangegeven dat zij pas met hetkabinet willen praten als de AOW-maatregel van tafel is en – ik ga anderenciteren, dus hou het me even ten goede – «als de bezuinigingen op desociale zekerheid van tafel zijn». Ik zeg het maar even zo. Dat is het kabinetniet bereid te doen. Het kabinet is bereid overal over te praten.Ik denk zelf dat er een opening zou kunnen liggen; dat heb ik ook al eenaantal keren gezegd en ik ga het nu nog een keer herhalen. De openingzou kunnen zijn dat we misschien het gesprek tussen sociale partners enhet kabinet niet moeten beginnen over de instrumenten die er zijn, dusover de bezuinigingen en de hervormingen et cetera, maar dat hetmisschien goed is om te beginnen bij de problemen die er zijn. Dat vondik het voordeel van dit debat ook. Het zou weleens kunnen dat je metelkaar gaat praten over bijvoorbeeld het onderwerp WIA en je het eensbent dat daar de instroom omlaag en de uitstroom omhoog moet. Dat lijkteen soort dooddoener, maar dat is het niet. Als je het daar namelijk overeens bent, ben je het er dus ook over eens dat er een aantal dingen moetgebeuren. Daar ligt dan nog een laag overheen. Die laag heeft te makenmet bezuinigingen. Dat maakt het ingewikkeld. Ik denk zelf echter dat eengesprek tussen sociale partners en het kabinet mogelijk is.Wat betreft de AOW denk ik dat er gisteren een helder signaal door deEerste Kamer is afgegeven; de heer Dijk refereerde daaraan. Daar heb ik aleerder van gezegd, en dat heb ik gisteravond op televisie nog een keerherhaald: het ligt niet op tafel; ik ben geen wetten aan het voorbereiden.Dat is waar we staan wat betreft het gesprek tussen het kabinet en socialepartners.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het klinkt best redelijk: «Begin eens bij de probleemanalyse en kijk of jedie probleemanalyse deelt.» Volgens mij is echter niet de probleem-analyse dat de uitkeringen te hoog zijn of dat de WW-duur per se te langis voor de werknemers. Volgens mij is dat ook niet de probleemanalysevan de Minister zelf, maar dat zou ik graag willen weten. Volgens mij is deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6641 analyse: we willen bezuinigingen bewerkstelligen. Er zitten dus tweevragen in de analyse: «Wat is er fout met de arbeidsongeschiktheidsverze-keringen?» en «Wat is er fout met de WW?». Dat zijn volgens mij niet zo’nhele grote vragen, maar «Wat is er fout met de arbeidsongeschiktheids-verzekeringen en wat kan daar beter?» is een hele andere vraag dan «Watdoen we met de bezuinigingen?». Zolang die bezuinigingen er op dezemanier liggen, dus ten koste van de werknemersverzekeringen, lijkt datme een heel moeilijk gesprek worden. Ik ben het dus eens met de Ministerdat het goed is om een goede analyse te gaan delen en daarna naar deprobleemoplossing te kijken, maar ik begrijp wel heel goed dat de socialepartners zeggen: het werkt niet zolang die miljardenbezuiniging bovendiezelfde sociale zekerheid hangt.Minister Vijlbrief:Ik geloof niet dat ik het gesprek en de kansen op een gesprek bevorderdoor hier heel uitgebreid antwoord op te gaan geven. Het antwoord dat ikwel kan geven, is het volgende. Ik begrijp ook dat sociale partners envooral werknemersverenigingen daar een probleem mee hebben. Ik gafnet aan hoe ik denk dat je wel degelijk een gesprek met elkaar kuntvoeren. Ik begrijp ook dat zij niet zitten te wachten op de bezuinigingen;dat begrijp ik. Maar wij hebben een heel lang begrotingsdebat gevoerd.Daarin werden we het niet helemaal eens, of helemaal niet eens metsommigen in uw Kamer, over de vraag of het dan ook zo is dat er iets aande financiële lasten moet worden gedaan. Daar zijn we het gewoon niethelemaal over eens. Ik probeer die dingen steeds uit elkaar te trekken,omdat dat volgens mij de enige manier is om het probleem goed tebenaderen.Dan ga ik nog één keer zeggen hoe ik ertegen aankijk. Bij de oudedagsver-zekering denk ik dat het goed is om een discussie te voeren over wie daareigenlijk voor betaalt; die discussie hebben we tijdens de begroting heellang gevoerd. Je kunt het ermee eens zijn of niet, maar het kabinet denktdat het goed is om die discussie te voeren. Er zijn meer wegen die naarRome leiden dan de een-op-eenkoppeling; dat heb ik ook al gezegd in hetbegrotingsdebat. Ik denk dat het bij de WIA heel goed is om een gesprekte voeren over hoe het stelsel beter kan, maar dat is niet alleen maar eenvraag of er wat geld bij kan om hardheden weg te halen; dat is ook eenvraag over de IVA. Daarnaast heb je de WW, waarover, denk ik, echt eenhele fundamentele discussie gevoerd moet worden met de vraag hoe je jeeigenlijk voorstelt dat de WW eruitziet.Daaroverheen ligt een bezuiniging die misschien wel het meest deaandacht trekt en het meest de discussie kleurt; dat is de bezuiniging ophet maximumdagloon. Daar heb ik eerder van gezegd: het verbaast mijwel dat iedereen nu up in arms is over 20% verlaging. Ik begrijp datvanwege de maatvoering. Ik begrijp het omdat het op iedereen is. Maartoen dat maximumdagloon automatisch met 8% omhoogging met deminimumloonverhoging, heb ik niemand gehoord. Dat is dan toch weleen vreemde asymmetrie. Voor dat maximumdagloon heeft de Kamer inmijn ogen goed werk gedaan door te zeggen: «Kijk nog eens naar diebezuiniging. Kijk eens hoe je die vorm kunt geven. Hoe zit het eigenlijkmet bestaande gevallen, de Rubicon van de heer Mulder?» Daar heeft deKamer een motie over ingediend die is aangenomen. Daar heeft hetkabinet van gezegd: die gaan we uitvoeren. Ik denk dat dat op zich – als ikdat niet zou vinden, was ik dit geld niet waard – voldoende basis zoukunnen bieden voor een gesprek over de problemen. Het kan zo zijn datmevrouw Patijn dat anders inschat. Ik denk dat dat kan. «Yes, I believe»,zal ik maar zeggen.De heer Jimmy Dijk (SP):We hebben gisteren volgens mij gezien wat er gebeurde met deAOW-leeftijdsverhoging. Ik denk dat dat patroon een-op-een doorgevoerdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6642 zal worden als het gaat over de – eufemistisch taalgebruik – hervormingenop de WIA en de WW. Dat patroon gaat u een-op-een terugzien. Daarmeeblokkeert u eigenlijk zelf op dit moment echte hervormingen van de WIA.Daar heb ik net bijvoorbeeld allemaal voorstellen voor gedaan. Demensen die zelf in de WIA zitten, zijn volgens mij degenen die het besteweten wat er niet goed gaat in de WIA. Ik begrijp niet zo goed waarom uzo halsstarrig blijft vasthouden aan de bezuinigingen op de WW en deWIA, terwijl u zelf weet dat u als het puntje bij paaltje komt strandt in deEerste Kamer, en daarmee veranderingen in de WW en de WIA tegen-houdt. Ik begrijp dat niet. U ziet toch het patroon nu?De voorzitter:«De Minister ziet.»De heer Jimmy Dijk (SP):De Minister ziet dat patroon toch? Dat heeft de Minister gisteren kunnenervaren.Minister Vijlbrief:De heer Dijk en ik zijn het hier fundamenteel over oneens. Dat bleek ooktijdens het begrotingsdebat. Dat kan ook; we kijken daar anders tegen aan.Ik denk wel degelijk dat er een vraag ligt. Die discussie hebben we toen,geloof ik, anderhalf uur gevoerd. Ik denk zelf dat als je niets doet aan dekosten van de sociale zekerheid in Nederland ... Toen ging het even overde AOW en de verdeling daarvan, maar je kunt het een-op-eendoortrekken naar de WIA. Als je die discussie niet wil voeren en zegt dat jehet alleen maar beter wilt maken, ja, dan kan dat ook de kosten drukken,maar we hebben ook een kostenprobleem in de sociale zekerheid. Ik denkdat dat als we dat niet onder ogen willen zien, andere uitgaven gaatwegdrukken of tot hogere belastingen gaat leiden. Dat zijn allebei dingendie wij niet willen. De heer Dijk denkt daar anders over dan ik. Ik ben heter ook niet mee eens dat hij nu alle dingen uit het regeerakkoord op éénhoop gooit. Ik heb zelf over de AOW gezegd: we onderschatten de emotiedie samenhing met het pensioenakkoord. Dat geldt niet voor hetmaximumdagloon. Dat hebben we helemaal niet onderschat. Ik zie alleenwel dat daarbij de maatvoering, op wie dat allemaal betrekking heeft enhet feit dat het ook om bestaande gevallen gaat, wel heel ingewikkeld is.Tegelijkertijd zeg ik nog een keer: de verlaging van het maximumdagloonmet 8% à 10%, dacht ik, staat gewoon in een ibo. Dat heeft toen helemaalniet tot heel veel ophef geleid. Waarom niet? Omdat het maximum-dagloon kunstmatig omhooggegaan was met 8% door de minimumloon-verhoging. Zo raar is het dus niet als het kabinet zegt: we willen de kostenvan de sociale zekerheid beperken; zullen we daarnaar kijken? Dat vind ikzelf nog steeds niet raar. Maar goed, dat is een enorme herhaling. Ik zie deheer Dijk al boos naar me kijken, maar ik probeer gewoon hetzelfdeantwoord te geven. Dit is het antwoord dat het kabinet hierop heeft. Datdat het niet makkelijker maakt om sneller aan tafel te komen, geef ik hemtoe; dat geef ik hem toe. Maar ja, regeren is niet makkelijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Nee, regeren is niet makkelijk, zeker niet met een minderheidscoalitie.Daar heeft u gisteren het bewijs van ervaren. Daarom is mijn verbazingook dat u blijft uitleggen ... U kunt dat blijven uitleggen. Dat ligt niet aanmij; ik keek er niet boos maar vol verwondering naar dat u opnieuwhetzelfde verhaal aan het houden was. Maar ik begrijp uw strategiegewoon niet. De strategie van de Minister is op een muur afrijden indezelfde auto als een maand geleden. Die muur komt steeds dichterbij.Het probleem daarvan vind ik dat de mensen die in die auto op deachterbank zitten, mensen die in de WIA zitten, geen betere WIA krijgen,geen betere arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen en geen betereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6643 passende werkplek krijgen als ze die zouden willen. Er zitten namelijk veelmensen in de WIA die graag een passende werkplek willen. Dat blokkeertde Minister allemaal met zijn strategie.Minister Vijlbrief:Misschien mag ik u er nog een keer op attent maken dat we in de zevendeweek van onze kabinetsperiode zitten, dus die blokkade duurt dan al omprecies te zijn zes weken. Dat valt dus allemaal wel mee, volgens mij. Ikheb er verder niet zo veel op te reageren. Het was, geloof ik, ook geenvraag meer.Ik ben bij het blokje overige aangekomen. Mevrouw Michon vroeg: is deMinister bereid om te bekijken of sectorakkoorden kunnen bijdragen aande ambitieuze doelstellingen voor preventie? Het antwoord is ja. Dat zal ikbetrekken in de gesprekken met sociale partners.Dan vroeg de heer Dijk naar het quotum voor beschermde banen, ookvoor bedrijven. Misschien mag ik daarop terugkomen in de brief over derealisatie van de banenafspraak. Die komt voor de zomer van 2026. Datzeg ik, maar ik denk dat het de Minister van Werk en Participatie is dieerop terugkomt. Ik begrijp wat hij beoogt.Dan vroeg mevrouw Van Ark: wordt de banenafspraak verbreed? Ja, mijncollega, Minister Aartsen, werkt onder andere de nieuwe banenafspraakuit. Hierin staat de ondersteuningsbehoefte meer centraal. Ook hieroverkomt voor de zomer een brief. Er komen een hoop brieven aan!Dan vroeg mevrouw Van Ark: hoe staat het met de Skillsagenda? Dat waseen initiatief van VNO en UWV in september 2025. Ik denk dat we diebetrekken, maar dat improviseer ik even, bij de talentstrategie die we aanhet maken zijn, en bij het Leven Lang Ontwikkelen; dat ligt erg voor dehand.Op de vraag van de heer Neijenhuis heb ik, dacht ik, al geantwoord. Ja,het is van belang om te kijken naar die betere verdeling tussen man envrouw.Ten slotte. Kan de Minister ervoor zorgen dat het bekostigingsmodelarbeidsgerichte zorg breed kan worden ingezet? Daar ga ik over in overlegmet mijn collega van VWS. Het antwoord is dus ja.Dat brengt me aan het eind van mijn beantwoording.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik ga proberen twee vragen in één te doen. Het is mooi dat er een reactiekomt over een quotum voor mensen met een arbeidsbeperking bij hetbedrijfsleven, bij werkgevers. Ik heb ook de vraag hoe de overheid daar numee omgaat en zich niet aan het eigen quotum weet te houden. Dat zeg ikeigenlijk omdat ik wel iets meer zou willen horen van hoe dit kabinet voorpassende werkplekken voor mensen wil gaan zorgen, omdat dat namelijkhet allergrootste probleem is van mensen die in de WIA zitten en welgraag aan het werk willen; dat is namelijk een grote groep mensen.Minister Vijlbrief:Het korte antwoord is wat mij betreft ja. Dat zal ik dan meenemen indiezelfde brief, want ik denk dat de heer Dijk hier gewoon een punt heeft.Dat neem ik mee in dezelfde brief waar ik net naar verwees; dat is eenbrief die niet ik stuur, maar Minister Aartsen, denk ik. Hij gaat over debanenafspraak. Dan pak ik dit mee: de banenafspraak bij de overheid zelfen hoe wij überhaupt zorgen voor passend werk. Zo noem ik het maareven; dat is een verkeerd woord, maar de heer Dijk begrijpt denk ik wat ikbedoel.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik weet niet of hier een vraag uit voortkomt, maar dit is eigenlijk wel hethoofdpunt van de kritiek van de SP op de plannen van dit kabinet: wélbezuinigingen inboeken, maar geen plan hebben om passendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6644 werkplekken voor mensen in de WIA voor elkaar te krijgen. Als dat er nietis, dan zijn die bezuinigingen bot, lomp en hard. Ik ben het er niet meeeens en ik zal er ook niet mee eens worden. Het zijn dan botte bezuini-gingen, zonder dat u de problemen van mensen die in de WIA zittenoplost. Alle mensen die dit debat en het begrotingsdebat over SocialeZaken en Werkgelegenheid hebben gevolgd, hebben dan eigenlijk nietsgehad aan de antwoorden tot nu toe.Minister Vijlbrief:Het wordt nu opeens heel groot. Ik denk dat de heer Dijk a priori gewoongelijk heeft. Ik denk dat dit een belangrijk onderdeel is van het zorgen voorwat ik net passend werk noemde. Nogmaals, ik weet niet of dat het goedewoord is. Daar komt een brief over, dus hij heeft daar een punt. Hij koppeltdat aan zijn oordeel over de hervormingen in en de bezuinigingen op deWIA. Dat mag; dat is zijn goed recht. Ik zie die dingen gewoon allemaal inhet verlengde van elkaar liggen, dus ik zie de tegenstellingen niet. Ik weetniet of hij nou een tegenstelling schetste. Ja, ik vind het ook belangrijk,was het betere antwoord geweest.De voorzitter:De heer Mulder en daarna de heer Neijenhuis en de heer Ceder.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik had de Minister nog een kans gegeven om te doen wat hij het liefstedoet en dat is ons vertellen hoe de wereld in elkaar zit, of in ieder geval deAof-premie. Ik had gevraagd of hij wilde uitleggen waarom de bezuinigingincidenteel of structureel was. Ik heb begrepen dat die premies een oftwee keer per jaar worden bijgesteld op basis van de ervaringen. Als erdus een hogere instroom is en er dus een tegenvaller zou zijn van 1miljard, worden de premies die de werkgevers moeten betalen, verhoogdom te voorkomen dat dat tekort wederom ontstaat. Dan is het toch geenstructurele tegenvaller? Dat was mijn vraag.Minister Vijlbrief:Ik ga deze meenemen in de brief, maar ik denk dat het antwoord – de heerMulder smacht naar kennis, merk ik aan hem – nu nee is, want dieuitgaven vallen gewoon onder het uitgavenkader. Als daar een tegenvallerbij is, mag je die niet zomaar dekken met hogere premies. Dat kun je weldoen, maar als je dat allemaal gaat doen, lopen de premies op eengegeven moment uit de hand. Hij heeft er tegelijkertijd ook gelijk in dat depremiesystematiek zo werkt. Laat me dat nou uitleggen in die brief, wantdan gaat dat beter dan nu. Dit is het voorlopige antwoord.De voorzitter:Die brief is dan de brief over de Aof-premie die in juni komt. Ja, er zijn zoveel brieven.De heer Neijenhuis (D66):Ik had nog een vraag gesteld over het bekostigingsmodel van deNederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde voor werkals behandeldoel en medicijn voor mensen met kanker. Heb ik hetantwoord gemist?Minister Vijlbrief:Ja, u heeft dat gemist, maar ik ook, dus ik kom er in de tweede termijn opterug.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6645 Dan stel ik voor dat we gelijk overgaan tot die tweede termijn. Danbeginnen we weer bij de heer Ceder. Nee, er is toch nog een interruptievan de heer Ceder voordat hij aan zijn tweede termijn begint.De heer Ceder (ChristenUnie):Nou, even een checkvraag. Ik had de vraag gesteld of de werknemers-verzekeringen door die 20% dagloon niet veel meer een armoederegelingworden. Ik heb de Minister daar niet op horen reageren. Ik was benieuwdnaar zijn visie daarop.Minister Vijlbrief:Daar kan ik heel kort antwoord op geven: dat ben ik niet met de heerCeder eens. Een armoederegeling? Het maximumdagloon blijft ruimboven het sociaal minimum liggen. Dat is echt een onjuiste weergave vande werkelijkheid, vind ik.Ik krijg wel de antwoorden aangeleverd op de vraag van mevrouw Moinat;dan kan ik die voorkomen voor de tweede termijn. De Handreikingpost-COVID is vandaag, op 8 april, gepubliceerd door de NVVG. De NVVGheeft subsidie aangevraagd voor de ontwikkeling van de richtlijn, diegrondiger is. We zijn hier afhankelijk van de beroepsgroep, zoals dathoort, dus dat duurt nog even, maar die handreiking is vandaag gepubli-ceerd. Dat vroeg mevrouw Moinat.De voorzitter:Dan gaan we nu wel door met de tweede termijn. Ik geef het woord aande heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik ben blij dat de Minister wat duidelijkheid gaatgeven. Tegelijkertijd vind ik het heel jammer dat dat in een brief gebeurtdie we waarschijnlijk pas over een aantal maanden kunnen verwachten.Dat haalt een beetje de angel uit dit debat, zoals de heer Ceulemans,volgens mij terecht, opmerkte. Ik denk dat er nog genoeg over tebespreken valt. Daarom zou ik eerst graag een tweeminutendebat willenaanvragen. Dat gaat over de onderwerpen rondom de Aof en hetmaximumdagloon, waar ik het graag over zou willen hebben.Dan wil ik toch even inzoomen op wat de Minister aangeeft ten aanzienvan het maximumdagloon. Het klopt dat in sommige gevallen menruimschoots boven het minimumloon blijft, maar ik heb in mijn bijdragede situatie geschetst dat een werknemer die vóór ziekte € 4.200 nettoverdient, in de huidige situatie naar een netto-uitkering van € 3.050 gaat.Met de extra voorstellen van deze coalitie zakt die naar € 2.400. Dat is€ 50 boven het minimumloon. Als je een hypotheek of studerendekinderen hebt, raakt dat je keihard. Ik zou dus toch een nadere reflectiewillen vragen van de Minister. Kan hij enkele gevallen noemen waarin hetmaximumdagloon waarschijnlijk harder doorpakt dan andere gevallen? Ikben het er namelijk mee eens dat niet iedereen hier even hard onder-uitgaat.Mijn tijd is op, dus daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Moinat voor haar bijdragenamens de Groep Markuszower.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de beantwoording. Ikben blij dat hij inderdaad gaat kijken en misschien bereid is om hethybride stelsel onder de loep te nemen en eventueel aan te passen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6646 Ik ga in ieder geval ook de brief lezen die u net aankondigt. Ik wil u ookbedanken voor de brief die u heeft gestuurd vanuit het UWV. We zullendeze stukken zeer zorgvuldig bewaken.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Patijn, die spreekt namensGroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, dank, voorzitter. Ook dank namens mij en de ... Ja, namens wie? Onzepartij – weet ik veel, haha. Sorry, ik probeerde beleefd te zijn en nou gaathet weer mis. Nee, ik wil u bedanken voor de antwoorden.Ik heb toch het gevoel dat de bezuinigingen als een soort zwaard vanDamocles boven het overleg met sociale partners blijven hangen. Daarmaak ik me zorgen over, want ik vind het belangrijk dat de verwantschapvan de sociale partners blijft bestaan als het over sociale zekerheid gaat.Dat gaat niet alleen over de bezuinigingen en het maximumdagloon vande WIA, maar ook over het maximumdagloon van de WW, de duur van deWW en de doorwerking in de WGA-uitkering. Het is een optelsom vanbezuinigingen die mensen hard raken.Ik vind het belangrijk dat er een link blijft tussen de Aof- en deAWf-premies die daarover betaald worden. Ik verheug me op de brief overde Aof-premies. Ik ben benieuwd hoe die eruit gaat zien. Ik zou nog evenwillen benadrukken – dat miste ik nog een beetje in de toezegging – dathet mij ook echt gaat om de doorrekening. Ik kan het ook nog op eenandere manier doen, maar het gaat me om het volgende. Wat zijn degevolgen van de verhoging van de premie van Aof en AWf voorwerkgevers en wat is de doorwerking in het loon van werknemers? En watzijn de gevolgen voor de inkomens van mensen in de WW, de WIA enandere werknemersverzekeringen? Het gaat dus echt om een doorre-kening.We hebben het niet heel erg uitgebreid gehad over specifiek de AWf, maarnaar mijn idee zit in de bezuiniging dat de AWf-premie ook gaat stijgen.Daar waar de Aof tot nu toe werd gebruikt als extra verhoging voor hetoverheidsinkomen, gaat naar mijn idee de AWf daar dus ook bij gebruiktworden. Ik zou dat dus ook graag inzichtelijk willen krijgen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is mevrouw Michon-Derkzen, die spreekt namens deVVD.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Ik dank de Minister ook hartelijk voor zijn antwoorden. Ikwil graag inzoomen op de problematiek bij het UWV als het gaat om deWIA en die enorme stapel herbeoordelingen. Ik vind dat, eerlijk gezegd,van alles wat we hier met elkaar bespreken prioriteit een, twee en drie. Ikkijk ook uit naar de doelstellingen die we daarin kunnen hanteren. Ik vinddat we hierin met elkaar onorthodoxe maatregelen moeten nemen. Ik wilmaar zeggen dat ik van harte bereid ben – ik kijk even naar alle collega’slinks en rechts van mij – om de Minister te helpen bij wat nodig is omervoor te zorgen dat we zo snel mogelijk meer capaciteit aan verzekerings-artsen krijgen, zodat die enorme stapel kan worden doorgeploegd.Voorzitter. Ik wil de Minister nog bevragen op dat hybride stelsel vanprivaat en publiek verzekerd. Daarvan zegt de Minister: dat bestaat alsinds 2005; dat moeten we nog maar eens herzien. Maar is het nou niet zodat we die private verzekeraars eigenlijk keihard nodig hebben? Je zietnamelijk dat de publieke kant het slecht voor elkaar heeft. Ik zou dus heelerg zeggen: wees ook zuinig op de private kant in deze wetgeving.Diezelfde verzekeraars zeggen natuurlijk – dat zei mevrouw Van Ark ook:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6647 «Wij gaan door het ijs. Wij hadden gerekend op herbeoordelingen en dieblijven maar uit, dus dit is niet meer te verzekeren.» Dus graag ook eenreflectie van de Minister op dat hybride stelsel vanuit deze optiek. Ik zouzeggen: wees zuinig op die private partijen. Goed dat u met ze in gesprekgaat, maar help ze dan ook. Zij willen dat convenant uitgewerkt zien,omdat die schrijnende gevallen de facto ook vaak de gevallen zijn dieklagen, die bezwaar en beroep aantekenen. Je kan ook zeggen dat hetconvenant de mensen betreft voor wie het klip-en-klaar is. Dat iseenvoudig werk, wil ik met alle respect zeggen, dus begin daar nou mee.Kortom, graag nog op dit punt een reflectie van de Minister.De voorzitter:Dank. U krijgt nog een interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De VVD geeft aan bereid te zijn om te kijken naar onorthodoxe maatre-gelen. Heel goed. Een tijd lang was er een discussie over het in een anderregime plaatsen van 60-plussers. Dat is toen gestopt en volgens mij medeop instigatie van de VVD later weer ingevoerd. Ziet u ruimte om te kijkennaar het uitzonderen van bepaalde categorieën, om daarvoor het regimete verlagen? U had het over onorthodox. Ik zie u al schudden, dus zoonorthodox blijkt uw verhaal niet te zijn. Welke ruimte ziet u dan wel?Want verzekeringsartsen toveren kan niet.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik heb het over onorthodox waar het gaat om inzet van verzekerings-artsen. Daarom vroeg ik in mijn eerste termijn: als je verzekeringsartsentijdelijke contracten geeft, kunnen die dan ook buiten het bestaandeloongebouw van het Rijk ingezet worden? Want op het moment dat diezzp-wetgeving van tafel ging, kelderde het aantal verzekeringsartsen. Dieverzekeringsartsen zaten vaak rond hun pensioenleeftijd, waren niet vastedienst en hadden geen tijdelijke contracten binnen dat loongebouw. Datwaren allemaal zzp’ers. Dat noem ik dus een onorthodoxe maatregel. Ikzou hier willen vragen: laten we kijken of we dat soort maatregelen tochkunnen ondersteunen om ervoor te zorgen dat er meer verzekeringsartsenkomen. Een ander voorstel, dat u zelf ook hebt gedaan, betreft dietaakherschikking, om in ieder geval minimaal aan verzekeringsartsen tevragen en maximaal aan bijvoorbeeld hbo-verpleegkundigen. Het gaat mijdus om de onorthodoxe maatregelen aan de kant van de verzekerings-artsen.Dank u wel.De voorzitter:We gaan door naar mevrouw Van Ark namens het CDA voor haar tweedetermijn.Mevrouw Van Ark (CDA):Ja, dank u wel. Ook dank aan de Minister voor de beantwoording. HetCDA ziet wel dat het nodig is om naast de bezuinigingen die we natuurlijkin het coalitieakkoord hebben gezet ook aan een soort masterplan tewerken. Dat hoorde ik de Minister ook zeggen, denk ik. Misschien kan deMinister reflecteren op wat er nog nodig is en wat het kabinet gaat doenaan de problemen die we zien in het WIA-stelsel om het echt houdbaar temaken straks voor de toekomst, om zowel naar de instroom te kijken, naarhet UWV als naar de uitstroom. Ziet de Minister net als het CDA dat defocus dan echt moet liggen op preventie? De preventiekant is wat onsbetreft heel belangrijk, net als het eerste ziektejaar. Ik denk dat daar echtheel veel winst te behalen is, waar we het nu laten liggen.We hebben het al vaker over de handreiking gehad richting socialepartners, om op korte termijn in overleg te gaan met de sociale partners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6648 We weten dat dat gesprek nu even stilligt. Tegelijkertijd denk ik dat hetheel erg belangrijk is dat we niet stilzitten hier met elkaar, dat we wel hetgesprek blijven voeren. Hoe ziet de Minister dat op korte termijn voorzich?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Dijk namens de SP.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Er blijft nog steeds erg veel onduidelijkheid, ook nadit debat, en ook nog steeds erg veel onzekerheid, vooral voor de mensendie het betreft, die juist sociale zekerheid nodig hebben. Wat wel helder is,is dat mensen worden gekort alsof het een soort Lourdes is waar mensennaartoe gaan. Ik heb geprobeerd om in mijn bijdrage in eerste termijn aante geven wat volgens de SP oplossingen zijn voor de 900.000 mensen dienu arbeidsongeschikt zijn en te zoeken naar oplossingen waarbij we welpassend werk kunnen bieden aan mensen, zodat ze kunnen werken naarwat ze wel zouden kunnen. Dat vraagt iets van werkgevers en het valt mijop dat het kabinet vooral kijkt naar de mensen die het betreft, die zelf inde WIA zitten. Daar wordt een stok voor gebruikt door te gaan korten. Ikheb net letterlijk gehoord dat het activerender moet worden en eigenlijkhet enige activerende eraan is dat mensen gekort gaan worden. Nou, allewetenschappelijke onderzoeken wijzen uit dat dat korten mensen nietactiveert, maar juist in de armoede en in de problemen duwt.Dan naar de kant van de werkgevers. Ik zou graag een reactie willen vanhet kabinet waar het gaat over de arbeidsomstandigheden. Want als dearbeidsomstandigheden mensen arbeidsongeschikt maken, moeten wezorgen dat die arbeidsomstandigheden beter worden en moeten we eenbetere Arbeidsinspectie hebben. Die is nu te klein en te karig en kan hetcontroleren, om maar een ander voorbeeld te noemen, van arbeidsmi-granten in Nederland en hun arbeids- en werkomstandigheden niet eensaan, laat staat dat het lukt voor alle werkplekken. Kijk bijvoorbeeld naar debouw en de industrie en dat soort zaken. Als we willen voorkomen datmensen arbeidsongeschikt raken, moet er echt controle zijn en moet nietenkel en alleen naar de werknemer gekeken worden die de pech en deellende kan krijgen dat hij arbeidsongeschikt wordt. We moeten ook naarde werkgever gaan kijken, hoe die ervoor zorgt dat we passendewerkplekken hebben, dat er inspectie is en dat de arbeidsomstandighedenop de werkvloer beter worden. Graag daar nog een reactie op.De voorzitter:Dank. De heer Mulder, namens de PVV.De heer Edgar Mulder (PVV):Voorzitter, dank u wel. Het is hartstikke goed dat we ik weet niet hoeveelbrieven of een verzamelbrief krijgen. Dat is mooi. Een beetje laat, maargoed. Het is mooi, dat verhaal van D66. Nietje erdoor. Maar het kan nietverbloemen dat deze coalitie er bewust voor kiest om te bezuinigen opzieken en gehandicapten. Dat is een bewuste keuze. Politiek is hetverdelen van geld. Ook al vindt de Minister dat niet fijn om te horen: dezecoalitie geeft liever geld uit aan windmolens dan dat ze een fatsoenlijkebasis in stand houdt voor mensen die het toch al niet cadeau krijgen in hetleven. De PVV maakt daarin een andere keuze en hopelijk ook eenmeerderheid van de Staten-Generaal.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Neijenhuis namens D66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6649 De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ook dank voorde toezegging dat we voor de zomer geïnformeerd gaan worden overmeer voorwaarden voor de herbeoordelingen. Dat is wat onze fractiebetreft echt een belangrijk punt, omdat dat op dit moment echt niet goedloopt en op zo veel terreinen tot problemen leidt.Verder nog de vraag die ik net ook stelde over mensen die na eenlangdurig ziekteproces rondom kanker terug willen en mensen in eenpalliatieve fase die juist nog aan de slag willen blijven in die laatste fase,wat voor heel veel mensen meerwaarde heeft. Dat vind ik echt eenbelangrijk punt om op in te zetten, om te kijken wat we voor hen kunnendoen nu daar de afgelopen jaren door de Nederlandse Vereniging voorKlinische Arbeidsgeneeskunde echt een goed bekostigingsmodel voor isontwikkeld waarmee we volgens mij aan de slag kunnen. Er moet echternog wel wat gebeuren, dus ik hoop op een mooie toezegging dat hijdaarop terugkomt.De voorzitter:Dank u wel. U krijgt nog een interruptie van de heer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, ik was eigenlijk wel nieuwsgierig – het schiet me zo te binnen – naarhoe D66 aankijkt tegen quota voor passende werkplekken bij werkgevers,zodat we niet alleen kijken naar degene die arbeidsongeschikt is, maarook naar werkgevers om passende werkplekken te bieden in de vorm vaneen quotum. Dat hebben we de afgelopen jaren niet gehad en daardoorzijn er te weinig plekken voor mensen om op een passende manier tekunnen werken.De heer Neijenhuis (D66):Dan bevraagt u me wel op een terrein dat bij de portefeuille hoort van eenvan mijn collega’s. Zonder op haar stoel te gaan zitten, wil ik wel iets aande heer Dijk toezeggen. Sowieso hoor ik in de hele discussie rondom deWIA organisaties van werkgevers best vaak zeggen: we zouden meermoeten doen om meer werkgelegenheid te bieden aan mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt. Maar ondanks dat ik dat vaak hoor ensommige werkgevers dat ook echt wel zie doen, zie ik in de praktijk ooknog veel te vaak dat dat niet van de grond komt en dat mensen met eenhandicap of met een afstand tot de arbeidsmarkt er gewoon echt niettussenkomen, ook niet bij de Rijksoverheid overigens. Het zijn niet alleenprivate werkgevers waar dat aan de hand is. Ik ben best bereid om tekijken wat we zouden kunnen doen om dat beter te laten werken. Ik weetniet of ik direct voorstander zou zijn van een quotum, maar ik sluit het ookzeker niet uit als stok achter de deur.De voorzitter:De heer Ceulemans tot slot, namens JA21.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. Het ging even over de motie om alternatieven in kaart tebrengen voor de voorgestelde verlaging van het maximumdagloon. DeMinister is daar twee keer op ingegaan en gaf eigenlijk op twee verschil-lende manieren een beetje duiding aan die motie. De eerste keer was vrijuitgewerkt en zei hij «joh, ik maak een lijstje en ik ga in kaart brengen watvoor wie geldt» en ging hij nog specifiek in op de positie van vrouwen.Daarna zei de Minister volgens mij hoe die motie daadwerkelijk bedoeldis, in het gesprek dat hij met mevrouw Patijn had over het contact met desociale partners, namelijk dat die motie gewoon in brede zin oproept:breng alle mogelijke alternatieven in kaart voor de voorgesteldemaatregel, met de nadruk op de eerbiedigende werking, dus de bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6650 gevallen. Ik zie de Minister knikken, dus ik neem aan dat hij daarmeebedoelt dat inderdaad de tweede lezing is hoe hij uitvoering aan hetgeven is aan deze motie. Als dat zo is, dan ben ik daar tevreden mee.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de Minister. Die kan gelijk antwoorden in zijntweede termijn. Dan geef ik hem het woord.Minister Vijlbrief:Ja. Ik heb ongeveer zeven punten geteld. De eerste is het punt van de heerNeijenhuis, de vraag wat de Minister eraan kan doen dat mensen met eenziekte toch nog aan slag kunnen. Daarover ben ik met mijn collega vanVWS in gesprek en dat zullen wij meenemen in de voortgangsbrief, datrapport over sociaal-medisch beoordelen waar ik al een aantal keren naarverwezen heb. Die komt voor de zomer. Dan zal ik daar rapport overuitbrengen.Dan het punt van de heer Stoffer. Die geeft aan dat ik over het maximaledagloon wel heel ... Sorry, de heer Ceder zei dat. Excuus.(Hilariteit)Minister Vijlbrief:Excuus. Hoe kan ik u door elkaar halen? Dat is onmogelijk. Ik heb het overde heer Ceder. Sorry. Ik weet waarom ik het verkeerd zei, want ik wildegaan verwijzen naar de motie van de heer Stoffer bij de regeringsver-klaring. In die motie vraagt Stoffer ons – ik ga nu even parafraseren; daarmoet je mee uitkijken, zoals net bleek – om in kaart te brengen bij welkemensen alle plagen van Egypte bij elkaar komen en voor wie het echtallemaal niet houdbaar is. Daar zal ik dit in meenemen. Ik denk dat hijgeen gelijk heeft met zijn voorbeeld. Als hij wel gelijk heeft, dan nemenwe dat mee. Misschien kan hij mij dat voorbeeld nog even sturen, want ikdenk dat daar een deeltijdfactor doorheen loopt of zo. Dat moeten weeven zien. Maar op het punt van überhaupt dat samenkomen van eenaantal bezuinigingen en hervormingen bij bepaalde mensen, die hetdaardoor heel zwaar krijgen, komen we terug in het antwoord op demotie-Stoffer.Wat mevrouw Patijn graag wil met die brief over de doorrekening van deAOW is ook precies wat ik in gedachten had. Ik denk dat ze geen gelijkheeft wanneer ze aangeeft dat dat ook doorwerkt naar het AWf. Maar datkomt in de brief terug.Dan mevrouw Michon over de herbeoordelingen. Ja, ik ben het daar zeermee eens. Dat is een van de belangrijke dingen waarover we het eens zijn:dat moet. Als ik net de indruk heb gewekt dat ik überhaupt afscheid zouwillen nemen van het hybride stelsel, zeg ik het volgende. Ik heb alleennaar aanleiding van de vraag of dat iets is waar je naar wil kijken als jenaar die WIA gaat kijken, om te bezien of dat eigenlijk wel zo goed werkt,gezegd dat het antwoord daarop is: ja, daar ga ik naar kijken. Dat was eenvraag van de heer Ceder of van mevrouw Moinat. Ik weet niet meer wiehet was. Ik heb geen reden om nu aan te nemen dat we daar beter van afkunnen. Als ik die indruk heb gewekt, is dat verkeerd. Er is gesproken overhet zo veel mogelijk inzetten van private keuringen of de private sector omdie herbeoordelingen snel te doen. Ja, ik ben daarvoor. Daar komen weop terug.Dan het masterplan WIA. Ik vind de winst van dit debat zelf dat we hetheel lang hebben gehad over alle aspecten van de WIA en dat we hebbengeconstateerd dat het coalitieakkoord een deel van die problemenaanpakt, maar een deel misschien ook wel niet. Ik zei dat ik zal gaan kijkennaar waar we dat dan niet doen. Ik ben zelf ook geschrokken van die hogeinstroom. Ja, preventie is belangrijk. Ja, die ziektejaren zijn belangrijk. Ikdoel dan op het eerste en tweede ziektejaar. Ik heb ook gezegd dat we danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6651 misschien ook kunnen kijken naar die hardheden. Dat is wel het soortgesprek dat ik met sociale partners wil voeren. Dan hou ik nu verder mijnmond, anders lok ik weer allerlei reacties daarop uit. Om dat nou eenmasterplan te noemen, gaat me wat ver, maar het is in ieder geval eenplan.Dan de heer Dijk.De voorzitter:Een ogenblik. Mevrouw Patijn wil nog even terugkomen op het antwoordop haar vraag.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik kom terug op de AWf-premie. Ik wil het toch nog even scherp zeggen. Ikheb gewoon een vraag en die wil ik dan misschien wel hier beantwoordhebben. Op het moment dat het maximale dagloon verlaagd wordt, hetopgevoerd wordt voor de WW en het opgevoerd wordt als een bezui-niging, dan moet dat toch uiteindelijk gewoon uit de premies gehaaldworden? Die premies worden gebaseerd op de grondslag van het huidigemaximale dagloon. Als het maximale dagloon wordt verlaagd, dan heeftdat toch gevolgen voor de ...Minister Vijlbrief:Ik begrijp ... Sorry.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik probeer het af te maken, zodat mensen het ergens anders ookbegrijpen.Minister Vijlbrief:Ja, helemaal goed. En zodat ik het ook begrijp. Daar heeft mevrouw Patijngewoon gelijk in. Ik heb haar net niet goed begrepen. Ik denk dat dit effectdoorwerkt, ja. Het maximale dagloon werkt namelijk niet alleen door viade WGA, maar ook via de WW. Dan moet je dus compensatie krijgen,zoals je dat met de Aof en AWf doet. Ik denk dat ze gelijk heeft. Excuus. Uheeft gelijk. Ja.De voorzitter:Ja. En dat inzicht wordt ook geboden in die brief?Minister Vijlbrief:Zeker. Zeker. Daarin wordt nog een keer herhaald dat mevrouw Patijngelijk heeft.De heer Dijk stelde nu de vraag op een andere manier, bij de banen voormensen. Hij zei nu dat dat ook betekent dat je wat van werkgevers moetvragen. Ik ben het daarmee eens. Dus met dit punt ben ik het eens. Dithoort dan ook wel bij dat WIA-pakket, want dat gaat niet alleen omwerknemers, maar ook om werkgevers. Dus ik ben het daarmee eens. Ikmoet erover nadenken wat dat precies betekent voor gesprekken die wegaan voeren, maar ik ben het ermee eens dat dat belangrijk is en dat jeook aan hen wat mag vragen. Ik denk overigens dat werkgevers, de goedewerkgevers althans, het daar ook mee eens zullen zijn.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank voor het antwoord. Toch komt het een beetje vreemd over. Het ligt inhet verlengde van wat ik eerder zei. Er wordt gezegd dat we de WIA gaanhervormen, maar het enige wat ik tot nu toe heb gehoord, is dat we opeen aantal punten in de WIA gaan bezuinigen waardoor mensen getroffenworden. Daar staat niks tegenover. Iedere keer als je vraagt wat ertegenover staat, is het antwoord: «We komen met een brief. We komenmet een uitwerking. Daar gaan we nog over in gesprek.» Maar dan komtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6652 het alleen maar over als een botte bezuiniging. Het bevestigt wat ik net inmijn eerdere interruptie zei en waar toen geen vraag aan vast zat. Maarziet u zelf ook dat het op die manier overkomt omdat er niks anders ligt?Minister Vijlbrief:Nee, want het is niet zo dat er niets anders ligt. Dit is echt een persiflageof een framing van het pakket dat in het regeerakkoord staat die niet klopt.Daar hebben we het al eerder over gehad. Nee, het zijn niet alleen maarbezuinigingen. In de WIA zitten ook een aantal hervormingen. Ik zei alleen– ik probeerde het met de heer Dijk en anderen eens te zijn – dat hetpakket niet compleet is en dat je dus ook wat van werkgevers mag vragenop dit punt. Dat is het enige wat ik zei. Maar als u zegt «zie je nou wel, ditis er alleen om mensen te treffen», dan klopt dat gewoon niet. Daar ben ikhet niet mee eens.De heer Jimmy Dijk (SP):Dan ga ik de vraag heel simpel stellen. Wat wordt er dan gevraagd vanwerkgevers?Minister Vijlbrief:Wat je zou kunnen doen, maar dat staat dus nu niet uitgewerkt – daarheeft de heer Dijk gelijk in; dat staat nu niet zo uitgewerkt in het regeerak-koord – is vragen om passende banen. Als je een hervorming in de WIAkrijgt en je wilt graag dat mensen aan het werk gaan, dan moeten erpassende banen zijn. Daarin mag je ook aan werkgevers wat vragen. Ikweet ook nog niet precies wát. De heer Dijk kan mij nu vragen hoeveel hetprecies moet zijn. Hij heeft daar zelf een quotum voor van 5%, meen ik,zoals hij net zei. Maar laat me dan ook even, want dit is waarover ik metde sociale partners zou willen praten.De heer Jimmy Dijk (SP):Dit is precies mijn punt. U weet wel wat u vraagt van mensen die nu in deWIA zitten, maar u weet niet wat u vraagt van de plekken waar de mensendie nu in de WIA zitten arbeidsongeschikt zijn geraakt. U weet niet wat udaarvan vraagt. Daar botst het.Minister Vijlbrief:Dit is een stelling. Ik ben het daar niet mee eens en daar worden we hetook niet over eens.De voorzitter:De heer Mulder heeft nog een interruptie, maar hij krijgt ook nog eenantwoord op een eerdere vraag.De heer Edgar Mulder (PVV):Nee, dat zit allemaal in de brief, hoor ik van de Minister. De Minister zegtnet dat de opmerking dat er geen hervormingen zijn niet klopt, maar dat isheel cynisch. Het werd even tussen neus en lippen door gezegd: deMinister ziet het verlagen van de IVA van 75% naar 70% als hervorming.Het was niet alleen een bezuiniging volgens de Minister, maar ook eenhervorming, want het werd makkelijker. Tja, in dat geval zouden we hetbeter andersom kunnen doen. Dan zetten we alles op 75% en dan is hetook een hervorming en hoeven we niet te bezuinigen. Ik vind het watcynisch om te zeggen dat dat een hervorming is. Graag een reactie.Minister Vijlbrief:Daar ben ik het niet mee eens, maar dat weet de heer Mulder. Zowel hetibo als OCTAS geeft aan dat het afschaffen van de IVA echt enorm helptvoor de uitvoerbaarheid van de WIA. Dan is daarna de vraag – daar heeftde heer Mulder gelijk in – of je alle uitkeringen op 70% of 75% zet. Als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6653 heer Mulder mij een dekking kan geven – ik weet wat hij als dekking zougeven – dan kan dat, maar dit is natuurlijk gewoon een extra uitgave omde uitkeringen te verhogen. Dat is de heer Mulder toegestaan en als hijdaar een Kamermeerderheid voor vindt, kan ik er niks aan doen, maar datis niet de lijn van het kabinet. De lijn van het kabinet is om de IVA af teschaffen. Daarmee gaan we voor iedereen terug naar 70%.Mag ik er overigens op wijzen dat in de kabinetsplannen ook staat dat inde eerste twee maanden in de WW en de WGA de uitkering naar 80%gaat? Dat benoemt niemand, omdat dat niet goed uitkomt, denk ik. Dat isdus ook een onderdeel van de kabinetsplannen, maar daar hoor ikniemand over. Ik begin zo langzamerhand te denken dat het niet zo’n goedidee is, want blijkbaar wil niemand dit. Nou, prima. Dan kan ik dat geldweer gebruiken om andere dingen te doen. Prima.De heer Edgar Mulder (PVV):Dat is volgens mij een heel lang antwoord om gewoon te zeggen dat deoppositie gelijk heeft.Minister Vijlbrief:Dit gaat oneindig duren, dus dat ga ik maar niet doen.Ik ben de heer Dijk nog een antwoord schuldig over de Arbeidsinspectieen de arbeidsomstandigheden. Er staat nadrukkelijk in het coalitieakkoorddat we willen dat de Arbeidsinspectie actiever wordt op het gebied vanarbeidsomstandigheden. Ik heb me nog niet in deze materie verdiept,maar dat zal ik doen. Dat zeg ik de heer Dijk nu toe. Ik ga niet weer eenbrief toezeggen, want dan zegt de heer Dijk: er komt weer een brief! Maarik ga het echt doen.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik wil hier best een brief over. Als dat met de rest komt, dan is dat goed. Ikvraag hier expliciet naar, omdat – ik zei het net al en het is een punt datmijn partij al heel lange tijd maakt – de Arbeidsinspectie zelf aangeeft datze bijvoorbeeld arbeidsmigratie al niet meer aankunnen. We zien ook datde inspectie op de werkvloeren tekortschiet en de handhaving daarop.Daar zal dan ook flink in geïnvesteerd moeten worden. Ik vind het namelijkeen vergelijkbaar patroon als bij de keuringsartsen bij het UWV, waar wenu een tekort aan hebben. Dit zien we bij de Arbeidsinspectie ook. Dusgraag een brief. Dat zou mooi zijn. Dan is het overzichtelijk. Maar daarmoeten dan ook wel de centen bij geleverd worden om dat voor elkaar tegaan krijgen, want mensen voor de Arbeidsinspectie groeien niet aanbomen.Minister Vijlbrief:Ik herhaal even de toezegging die ik net heb gedaan. Ik wil dat best in eenbrief opschrijven. Ik ga nu niet even op een achternamiddag toezeggendat we daar ook extra geld voor hebben, maar ik ga ernaar kijken.De voorzitter:Oké.Minister Vijlbrief:Dat was volgens mij het laatste, voorzitter. Volgens mij heb ik alle sprekersin tweede termijn beantwoord. Nu gaat u al mijn toezeggingen voorlezen.Daar zijn we nog wel een uurtje mee bezig, denk ik.De voorzitter:Ja, en u deed er op de valreep nog een. Ik heb negen toezeggingen. Diega ik even voorlezen.De heer Ceulemans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6654 Voorzitter, excuus.De voorzitter:O, er is nog een interruptie van de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):De Minister heeft volgens mij knikkend een vraag van mij beantwoord,maar kon ik dat inderdaad zo interpreteren als dat u bij de uitvoering demotie over de alternatieven voor de verlaging van het maximumdagloongewoon in brede zin alternatieven voor die maatregelen in kaart brengtmet de nadruk op de bestaande gevallen? Zo bent u ’m aan het uitvoerenmomenteel, toch?Minister Vijlbrief:Ja.De voorzitter:Oké. Helder. Dat was de tweede termijn van de Minister.Dan de toezeggingen.−De Minister gaat de Kamer een brief sturen over de relatie tussenbudget, begroting en de premies en fondsen. Deze brief komt ergensin het najaar, na een gesprek met sociale partners en eventueel eenonderzoek.−De Minister stuurt de Kamer voor de zomer, voor 1 juni, een brief overde doorwerkeffecten van het verhogen van de Aof-premie.Minister Vijlbrief:Of zo snel mogelijk daarna. Ik heb bij 1 juni enige clementie gevraagdvoor de collega’s naast me.De voorzitter:−De derde toezegging. De Minister stuurt de Kamer voor de zomer eenbrief over het stellen van voorwaarden aan herbeoordelingen. Die istoegezegd aan de leden Van Ark en Neijenhuis.Minister Vijlbrief:De «vervolgrapportage sociaal-medische beoordelingen» heet dat dingdenk ik. Daar komen een aantal van de toezeggingen in terecht; debedoeling is voor de zomer.De voorzitter:Misschien gaat de volgende daar dan ook bij. Dat is het geval hoor ik.−De Minister stuurt de Kamer voor de zomer een voortgangsrapportageover de inzet van externe artsen bij het UWV binnen de wettelijkekaders. Die komt in dezelfde rapportage.−De Minister neemt de vraag van het lid Dijk over de banenafspraak enpassend werk voor mensen met een arbeidsbeperking mee in de briefdie de Minister van Werk en Participatie zal sturen. Die komt voor dezomer.Op het eind deed hij ook nog een toezegging. Ging dat over hetzelfde? Datging over de Arbeidsinspectie. Of is dat een andere brief? Nee, dat is eenandere brief.Minister Vijlbrief:Dat is iets anders.De voorzitter:Oké. Dan laat ik deze staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6655 −Dan de zesde. De Minister komt in een aparte brief terug op de vraagvan het lid Michon over de doelstelling om zorgprofessionals takenover te laten nemen van verzekeringsartsen.Minister Vijlbrief:Volgens mij kan die ook diezelfde vervolgrapportage.De voorzitter:Oké, in de vervolgrapportage.−Dan zeven, weer over die vervolgrapportage. Voor de zomer neemt deMinister in de vervolgrapportage mee welke wet- en regelgeving moetworden aangepast om zorgprofessionals bij het UWV in te kunnenzetten.−De Minister neemt de vraag van het lid Neijenhuis over het weer aanhet werk gaan na een langdurig ziekteproces mee in de voortgangs-brief voor de zomer. Ook dat is dezelfde brief.En dan was er net nog een toezegging.−De Minister stuurt een brief over de Arbeidsinspectie en of dievoldoende capaciteit heeft om als het gaat om arbeidsmigratie en ookop andere punten haar werk te kunnen verrichten.Het lid Ceder heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dat zullen wemelden aan de plenaire Griffie en dat zal dan binnen enkele wekenplaatsvinden.De heer Dijk, nog een aanvulling.De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, om toch die laatste toezegging even scherp te hebben. Ik noemde hetvoorbeeld van arbeidsmigratie, omdat het daar om duidelijk zichtbaretekorten bij de Arbeidsinspectie ging. Het ging mij om brede arbeidsom-standigheden.De voorzitter:Helder. Mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik had nog een toezegging. Dat was geen brief, maar om in gesprek tegaan met de verzekeraars over de kansrijke herbeoordelingen.De voorzitter:Ja, maar dat schrijven dan niet op als toezegging. Het is wel eentoezegging, maar die komt niet terug in een brief. Maar hij is gedaan.Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, voorzitter. Ik respecteer het stramien waarin de Minister werkt met zijnambtenaren, maar ik wil vragen of hij iets over die herbeoordelingen endie inzet verzekeringsartsen naar voren kan halen met het oog op hettweeminutendebat. Ik wil hem namelijk als Kamer helpen bij dingen diedan niet zouden kunnen. Als wij daar voor de zomer een brief over krijgenen een debat hebben in het najaar, dan is het jaar voorbij en dat vind ikdus eigenlijk niet stroken met de urgentie die ik in dit debat naar vorenheb willen brengen. Kan daar er al eerder iets over de ambitie in inzetartsen en de ambitie in herbeoordeling in een brief worden opgenomen?Minister Vijlbrief:Ambtenaren zeiden: dit is buitengewoon complex. Ik begrijp het. Er komteen tweeminutendebat aan. Laat ik proberen te kijken wat ik kan doenvoor dat tweeminutendebat, als dat niet al te snel komt. Dat zou best eenskunnen, want er zit ook nog een reces tussen. Dan lukt het denk ik wel omiets aan de Kamer te sturen op die punten. Dan moeten we denk ik welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6656 even heel precies zijn. Mevrouw Michon noemde twee specifiekeonderwerpen. Ik heb ze even niet scherp, maar mijn ambtenaren denk ikwel. Dan gaan we dat proberen.De voorzitter:De inzet van verzekeringsartsen en de herbeoordelingen.Minister Vijlbrief:Dan gaan we proberen om dat nog voor het tweeminutendebat te sturen.De voorzitter:Ter informatie: er is al een commissiedebat voorzien, in juni, over deuitvoeringsproblemen bij het UWV. Daar kan dit ook weer ter sprakekomen. Dat is op 1 juli. Dan is die brief er ook al. Die hoeft dus niet pas nade zomer besproken te worden.Minister Vijlbrief:We gaan kijken wat we kunnen doen en dan kunnen zien. Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de Minister en zijn ondersteuning, de leden en het publiek voorde belangstelling. Ik sluit deze vergadering.Sluiting 16.55 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6657

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c6e4988a7ae0cdd4

14 okt 2026 · afd73eae50a2fc23

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingWerknemersverzekeringen
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 8 april 2026, over Werknemersverzekeringen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.