Toelichting dispensatie VEN van cao Levensmiddelen
Brontekst
Versie f8c2146627e5d2e4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1248 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2024Cao-afspraken bevorderen evenwichtige arbeidsverhoudingen enarbeidsrust. Dit zijn randvoorwaarden die van belang zijn voor eenpositieve sociaaleconomische ontwikkeling. Algemeenverbindendver-klaring van cao’s (hierna: avv) heeft tot doel de totstandkoming en deinhoud van collectieve afspraken over arbeidsvoorwaarden te onder-steunen. Het beoogde effect is te voorkomen dat ongeorganiseerdewerkgevers en werknemers door onderbieding concurreren op arbeids-voorwaarden. De Minister van SZW heeft daarbij de bevoegdheid omuitzonderingen te maken van een avv-besluit. Hiermee kan rekeningworden gehouden met situaties waarin sprake is van zwaarwegendeargumenten waardoor toepassing van avv niet redelijk zou zijn opbepaalde ondernemingen. Uitzondering maakt maatwerk mogelijk.Op 14 mei jl. is het dispenseren van de leden van de Werkgeversver-eniging E-commerce Nederland (hierna: VEN) van de cao voor hetLevensmiddelenbedrijf 2023/2024 (hierna: LMB 2023/2024) besproken inhet ordedebat. Verzocht is om een brief met een toelichting op dit besluit,omdat er verwarring bestaat over of deze dispensatie in strijd is met eenuitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland.Met deze kamerbrief wordt uitgelegd op basis van welke bevoegdheid enop welke gronden ik tot het dispensatiebesluit ben gekomen. Voorafschets ik kort de voorgeschiedenis en licht ik het meest recente verzoek totavv van de cao LMB en het daartoe ingediende dispensatieverzoek van deVEN toe.VoorgeschiedenisDe cao LMB bestaat al vele jaren en is meermaals algemeen verbindendverklaard. Door avv geldt een cao voor de gehele bedrijfstak, dus ook voorde niet direct aan de cao gebonden (ongeorganiseerde) werkgevers kst-29544-1248ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 12481 binnen de betreffende sector. Avv wordt voor maximaal twee jaar, maar inieder geval voor maximaal de duur van de looptijd van de cao verstrekt.De VEN sluit sinds 2021 samen met vakbond De Unie een eigen cao af, decao E-commerce Nederland. Volgens de VEN sluit deze eigen cao beteraan op de activiteiten van de e-commercebedrijven en hun werknemers.De VEN stelt dat de bedrijfskenmerken van haar leden verschillen van desupermarkten die onder de werkingssfeer van de cao LMB vallen. En datde arbeidsvoorwaarden van de cao LMB onevenredig drukken op deVEN-leden.Sinds 2019 is er discussie over de toepasselijkheid van de cao LMB.De huidige partijen bij de cao LMB (het Vakcentrum beroepsorganisatievan zelfstandige detaillisten en het CNV) menen dat de leden van de VEN(zoals Flink, Getir en Picnic) onder de werkingssfeer van de cao LMBvallen en om die reden de cao LMB moeten naleven. De FNV is sinds juni2023 geen formele contractspartij meer bij de cao LMB.De Rechtbank Midden-Nederland heeft getoetst of de leden van de VEN(of werkgevers die zich met de verkoop van levensmiddelen via platformsbezighouden) onder de werkingssfeer van de vorige cao LMB vallen.1 Derechtbank oordeelde dat de uitleg van de cao naar objectieve maatstavenertoe leidt dat de leden van de VEN voldoen aan de in de werkingssfeer-bepaling van de cao opgenomen omschrijving van «werkgevers die één ofmeer winkels exploiteren». Picnic Fulfilment, Flink, Gorillas, Getir, PicnicHubs en Hofweb moeten de cao daarom met terugwerkende krachttoepassen over de periode waarin deze algemeen verbindend was. Dewerkingssfeer waarover de rechtbank oordeelde komt overigens overeenmet de werkingssfeer van de huidige cao LMB. De leden van de VENvallen dus ook onder de werkingssfeer van de huidige cao LMB diealgemeen verbindend is verklaard.Avv-procedure en dispensatieverzoek 2023/2024Het avv-besluit LMB 2022/2023 liep medio 2023 af. Vanaf 2 juli 2023 is ereen nieuwe cao afgesproken. De huidige partijen bij de cao LMB(Vakcentrum en CNV) hebben voor deze nieuwe cao opnieuw op 21 juli2023 een avv-verzoek ingediend bij mijn ministerie. Verzocht is om denieuwe cao te avv’en tot en met 1 juli 2024.Tijdens de tervisielegging van het avv-verzoek, de gebruikelijke periodevan drie weken waarin het avv-verzoek openbaar is, zijn er bedenkingeningebracht tegen het avv-verzoek door de VEN.Tegelijkertijd is er tijdens de tervisielegging een dispensatieverzoekingediend door de VEN. Daarbij is verzocht de leden van de VEN uit tezonderen van het avv-besluit als de cao LMB algemeen verbindend wordtverklaard. Dit is de eerste keer dat de VEN een dispensatieverzoek heeftingediend voor haar leden. Bij de voorgaande avv-procedure zijn alleenbedenkingen ingediend door de VEN.Een avv- en dispensatieverzoek wordt door de Minister van SZWbehandeld conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving zoalsvastgelegd in de Wet AVV en het Toetsingskader AVV.1ECLI:NL:RBMNE:2024:1009Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 12482 Net als bij de voorgaande avv-procedure is door mij getoetst of de caoLMB 2023/2024 voldoet aan de van toepassing zijnde wettelijke vereistenvoor avv, en of de bepalingen van deze cao voor avv in aanmerkingkomen.Daarnaast is in het kader van het dispensatieverzoek getoetst of sprake isvan zwaarwegende argumenten waardoor toepassing van de cao LMBdoor middel van avv redelijkerwijze van de dispensatieverzoeker (in ditgeval de VEN) niet kan worden gevergd. Een dispensatie wordt op grondvan het Toetsingskader AVV namelijk alleen verleend indien sprake is vanzwaarwegende argumenten.Op 1 mei jl. is door mij besloten het avv-verzoek van partijen bij de caoLMB in te willigen. Het avv-besluit is op 4 mei jl. ingegaan.2 Eenavv-besluit heeft geen terugwerkende kracht.Tegelijkertijd zijn de leden van de VEN gedispenseerd (uitgezonderd) vanhet avv-besluit. Ook deze beslissing heeft geen terugwerkende kracht en isvan toepassing voor de beperkte periode van 4 mei jl. t/m 1 juli a.s.Dispensatiebesluit in relatie tot de uitspraak van de RechtbankMidden-NederlandBij gelegenheid van het ordedebat op 14 mei jl. is gesteld dat mijndispensatiebesluit strijdig is met de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland. Dat is niet juist.Bij een dispensatieverzoek en onderliggend avv-verzoek is sprake van eenander vraagstuk dan voorgelegd aan de Rechtbank Midden-Nederland.Ook is sprake van een andere toets en bevoegdheid bij een dispensatie-verzoek bij de Minister van SZW dan bij een werkingssfeerconflict zoalsvoorgelegd aan de civiele rechter.In de uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland is deze scheidslijn enbevoegdheid van de Minister van SZW ook onderkend. Dispensatie isgeen onderdeel van de procedure geweest bij de Rechtbank Midden-Nederland.Avv van cao’s heeft als doel de verantwoordelijkheid van sociale partners(via cao-afspraken) te ondersteunen en te beschermen. Cao-afsprakenkunnen evenwichtige arbeidsverhoudingen en arbeidsrust bevorderen. Detotstandkoming en de inhoud van cao-afspraken is in beginsel deverantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers en hun organisaties.Dit is van belang voor een positieve sociaaleconomische ontwikkeling.Op grond van de Wet AVV is de Minister van SZW bevoegd om onderne-mingen van een avv-besluit uit te zonderen. Om voor dispensatie inaanmerking te komen, moet sprake zijn van zwaarwegende argumentenwaardoor toepassing van de bedrijfstak-cao door middel van avvredelijkerwijze niet kan worden gevergd. Van zwaarwegende argumentenis met name sprake als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiëleonderdelen verschillen van de ondernemingen die tot de werkingssfeervan de avv-cao gerekend kunnen worden. Maar het bestaan van zwaarwe-gende argumenten is daartoe niet beperkt.De uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland ziet op de vraag of deleden van de VEN onder de werkingssfeer van de cao LMB vallen. Hetdispensatiebesluit van de Minister van SZW ziet op de vraag of (ondanks2Staatscourant van 3 mei 2024, nummer 14993Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 12483 dat de betreffende werkgevers onder de werkingssfeer vallen) sprake isvan zwaarwegende argumenten om van het avv-besluit uitgezonderd teworden. Deze vraagstukken, toetsingen en bijhorende bevoegdhedenverschillen van elkaar.Een dispensatiebesluit kan ook alleen worden genomen als duidelijk is datde dispensatieverzoeker onder de werkingssfeer van de cao valt waarvanhij om uitzondering verzoekt.Verder heeft de uitspraak van de rechter alleen betrekking op de vorigecao LMB 2020/2023 en het daarop gestoelde avv-besluit LMB 2022/2023.Het dispenseren van de leden van de VEN heeft betrekking op hetdaaropvolgende huidige avv-besluit cao LMB 2023/2024 dat loopt tot enmet 1 juli 2024. Het dispenseren is niet met terugwerkende krachtingegaan en geldt enkel voor de resterende periode tot en met 1 juli a.s.,omdat een dispensatiebeschikking is beperkt tot aan de looptijd van hetonderliggende avv-besluit. Het dispensatiebesluit heeft daarmee ook geeninvloed op de uitspraak van de rechter.Er is dus geen strijdigheid met het oordeel van de Rechtbank Midden-Nederland. Ik respecteer de scheidslijn van bevoegdheden en ik benbinnen mijn eigen bevoegdheid gebleven, net als de rechtbank dat heeftgedaan.Daarbij vind ik het belangrijk om te vermelden dat tegen het dispensatie-besluit bezwaar en beroep kan worden aangetekend. Indien cao-partijenLMB het niet eens zijn met het dispensatiebesluit, kunnen zij van dezerechtsmiddelen gebruikmaken.Tot slot lopen het avv- en dispensatiebesluit af na 1 juli a.s. Cao-partijenLMB kunnen dan een nieuwe cao aanmelden en om avv verzoeken.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 544, nr. 12484
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.