KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Ontwerpbesluit wijziging van het Besluit houders van dieren vanwege een verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen bij dieren in de veehouderij (Kamerstuk 28286-1355)

26 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8f1a5663edc7b15b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 286DierenwelzijnNr. 1361 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 26 november 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief van5 november 2024 over het Ontwerpbesluit wijziging van het Besluithouders van dieren vanwege een verbod op het gebruik van elektrischeveedrijfmiddelen bij dieren in de veehouderij (Kamerstuk 28 286, nr. 1355).De vragen en opmerkingen zijn op 18 november 2024 aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van26 november 2024 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,AardemaAdjunct-griffier van de commissie,Coco Martin kst-28286-1361ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13611 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van het Ontwerpbesluit wijziging van het Besluit houdersvan dieren vanwege een verbod op het gebruik van elektrische veedrijf-middelen bij dieren in de veehouderij. In het belang van het welzijn vandieren vinden deze leden het van groot belang dat het gebruik vanstroomstootwapens zo snel mogelijk stopt en zijn daarom blij dat hetverbod er nu toch komt. Deze leden hebben nog een paar vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de concept-AMvB onderartikel 2 dat er nog geen ingangsdatum is vastgelegd.Vraag:Kan het kabinet nogmaals bevestigen dat het verbod ingaat op 1 juli 2025zoals eerder is toegezegd?AntwoordHet streven is om het verbod in te laten gaan op 1 juli 2025. Omdat hetontwerpbesluit na de voorhang zowel voor notificatie aan de EuropeseCommissie moet worden voorgelegd (duurt minimaal drie en maximaalzes maanden) als voor advies naar de Afdeling advisering van de Raadvan State gaat, is er een gerede kans dat de resterende termijn te kort isom het ontwerpbesluit, inclusief het doorvoeren van eventuele aanpas-singen naar aanleiding van de notificatie of de advisering door de Raadvan State tijdig gereed te hebben. Mocht dat het geval zijn dan ligtinwerkingtreding per 1 januari 2026 in de rede (dat is het eerstvolgendevaste verandermoment voor algemene maatregelen van bestuur).Vraag:Deze leden lezen tevens dat op basis van een handhaafbaarheids-,uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF)-toets door hetNederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) het verbod op ditmoment nog beperkt handhaafbaar is. Op welke wijze gaat het kabinetervoor zorgen dat het verbod maximaal wordt nageleefd? Welke stappengaat het kabinet nemen om de handhaving van dit verbod te versterken?AntwoordDe verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving ligt inde eerste plaats bij de sector, en hierover blijf ik in contact met sectorpar-tijen. Voor het welzijn van de dieren is het cruciaal dat medewerkers diemet dieren omgaan goed opgeleid zijn en zich bewust zijn van hoemenselijk handelen het dierenwelzijn kan beïnvloeden. Ik verwacht van desectorpartijen dat zij in deze voorwaarden voorzien.Met de inzet van toezicht alleen zal naleving niet afgedwongen kunnenworden. Overtredingen op dit verbod moeten fysiek en op heterdaadvastgesteld worden. Bovendien is de capaciteit om bij het laden en lossenvan nationale transporten te controleren beperkt. Daarom onderzoek ik,samen met de NVWA, alle mogelijkheden om de naleving door de sectorte stimuleren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie zijn vergenoegd met het voorliggende besluitdat het gebruik van het elektrisch veedrijfmiddel verbiedt. Wel hechtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13612 deze leden eraan te benoemen dat dit verbod idealiter ook zou geldenvoor het gebruik in slachthuizen en bij laden van transport vanuitNederland naar een ander land, of bij het lossen van transport vanuit eenander land. Deze leden hebben grotendeel begrip voor de beperkingen dieEuropese verordeningen op dit punt voorschrijven maar hebben hierovernog een tweetal vragen. Zij begrijpen dat op inzet van veedrijfmiddelen bijhet lossen van dieren buiten Nederland geen toezicht kan wordengehouden en daarom een verbod niet kan worden voorgeschreven.Echter, dit kan bij het lossen na transport vanuit het buitenland inNederland wel degelijk.Vraag:Op grond van welke bepalingen in Europese wet- en regelgeving wordteen dergelijk verbod beperkt? Graag vernemen deze leden de exactebepaling.AntwoordDe exacte bepalingen waar de leden om vragen, zijn de artikelen 1, derdelid1, van de Verordening (EG) nr. 1/2005 inzake de bescherming van dierentijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (Transport-verordening) en 26, tweede lid2, van de Verordening (EG) nr. 1099/2009inzake de bescherming van dieren bij het doden.Zowel het transport van dieren als de bescherming van dieren bij hetdoden is met die verordeningen Europees geharmoniseerd. Die verorde-ningen werken rechtstreeks door in Nederland. Van die verordeningen isniet af te wijken, tenzij (en alleen voor zover) een verordening daar ruimtetoe geeft.Artikel 1, derde lid, van de Transportverordening staat nationaal strengeremaatregelen toe, mits die zijn «ter verbetering van het dierenwelzijn vandieren tijdens vervoer dat volledig op het grondgebied van de lidstaatverloopt of tijdens vervoer over zee dat vanaf het grondgebied van dedesbetreffende lidstaat vertrekt». De verordening geeft dus geen ruimteom nationaal strengere maatregelen te nemen voor internationaaltransport over land. Daarom is dit type transport (zowel inkomend, alsuitgaand) uitgezonderd van het verbod.Artikel 26, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake debescherming van dieren bij het doden geeft beperkt ruimte voor strengerenationale voorschriften, namelijk alleen voor drie met name in artikel 26,tweede lid, genoemde situaties die in het geval van het gebruik van hetelektrische veedrijfmiddel niet gebruikt kunnen worden, namelijkkortgezegd: doden buiten een slachthuis, slachten van gekweekt wild enslachten vanwege religieuze riten.Vraag:De leden van de VVD-fractie leggen zich bij dit ontwerpbesluit neer bij debeperking die Europese wet- en regelgeving voorschrijft voor het verbod1Deze verordening vormt geen beletsel voor strengere nationale maatregelen ter verbeteringvan het welzijn van dieren tijdens vervoer dat volledig op hun grondgebied verloopt of tijdensvervoer over zee dat vanaf hun grondgebied vertrekt.»2De lidstaten kunnen nationale voorschriften aannemen die strekken tot uitgebreiderebescherming van dieren bij het doden dan die van onderhavige verordening, en wel metbetrekking tot:a)het doden, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren buiten een slachthuis;b)het slachten, en daarmee verband houdende activiteiten, van gekweekt wild als omschrevenin bijlage I, punt 1.6, van Verordening (EG) nr. 853/2004, waaronder rendieren;c)het slachten, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren overeenkomstigartikel 4, lid 4.De lidstaten doen aan de Commissie kennisgeving van die nationale voorschriften. DeCommissie brengt ze ter kennis van de andere lidstaten.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13613 van elektrische veedrijfmiddelen in slachthuizen die zich beroepen op devoorschriften van verordening (EG) nr. 1099/2009. Wel zijn zij van meningdat het Nederlandse kabinet zich in de Raad Landbouw en Visserij alspleitbezorger zou moeten opstellen van een Europees verbod van hetgebruik van elektrische veedrijfmiddelen, ook in slachthuizen. Deelt hetkabinet deze opvatting, gelet op de ontwikkeling van extra toezichtsdrukdoor cameratoezicht en innovaties die al hebben geleid tot het uitfaserenvan elektrische veedrijfmiddelen in slachthuizen, waar dit kabinet zelf opwijst?AntwoordDe huidige Europese Commissie heeft eerder aangegeven met een pakketaan nieuwe dierenwelzijnswetgeving te komen, waaronder een herzieningvan de Europese Verordening (EG) nr. 1099/2009 (de verordeningaangaande het doden van dieren, o.a. in slachthuizen). Tot op heden zijnvan dit pakket alleen een voorstel voor de herziening van de Transportver-ordening gepubliceerd en een voorstel over het welzijn en de traceer-baarheid van honden en katten. Wanneer de nieuwe Europese Commissiehet herzieningsvoorstel van Verordening 1099/2009 publiceert, zal hetgebruik van veedrijfmiddelen in slachthuizen besproken worden inEuropees verband.Bij de behandeling van het voorstel voor de herziening van de Transport-verordening die nu plaatsvindt, zal ik dit onderwerp uiteraard meenemen.Gezien de vele wensen die Nederland heeft voor de herziening van deTransportverordening, zal ik strategisch te werk moeten gaan om eeneffectieve positie binnen de onderhandelingen te behouden.Vraag:De leden van de VVD-fractie vragen tot slot of het kabinet ertoe bereid isalles-op-alles te zetten om dit ontwerpbesluit in te laten gaan per 1 juli2025 en zodoende de beantwoording van dit schriftelijk overleg zospoedig mogelijk aan de Kamer te doen toekomen.AntwoordDe regering is hiertoe bereid en heeft de beantwoording van dit schriftelijkoverleg zo spoedig mogelijk aan de Kamer doen toekomen. Zoals in hetantwoord op de eerste vraag van de fractie GL-PvdA is aangegeven, nietuit te sluiten dat 1 juli 2025 niet wordt gehaald en dat dan 1 januari 2026als inwerkingtredingsmoment in de rede ligt omdat dat het eerstvolgendevaste verandermoment voor AMvB’s is.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie zijn verheugd dat de Minister elektrischeveedrijfmiddelen verbiedt. Daarbij zijn deze leden van mening dat hetgebruik van laag-voltage veedrijfmiddelen wél de voorkeur heeft in dedrie uitzonderingssituaties waar veedrijfmiddelen nog zijn toegestaan(slachthuizen, internationaal transport en door dierenartsen).Vraag:In hoeverre werken die sectoren nu al met laag-voltage veedrijfmiddelen?Kan de Minister afspraken maken met deze sectoren om enkel noglaag-voltage veedrijfmiddelen te gebruiken? Kan de Minister bij die driesectoren/situatie het gebruik van laag-voltage stimuleren?AntwoordSectorpartij Vee & Logistiek Nederland heeft onderzoek laten verrichtennaar laag-voltage drijfmiddelen bij het opdrijven van varkens, daarbijbleken dergelijke drijfmiddelen effectief te zijn zonder heftige reacties bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13614 de dieren uit te lokken. Binnen de transportsector (bij het laden en lossen)zit het gebruik van laag-voltage elektrische veedrijfmiddelen dus nog in deonderzoeksfase, met veelbelovende resultaten voor varkens. Er is noggeen soortgelijk onderzoek gedaan naar het gebruik hiervan op runderenof andere diercategorieën. De sector is gemotiveerd om het gebruik vanlaagvoltage drijfmiddelen verder uit te rollen bij hun achterban.Binnen sommige slachthuizen wordt er al gebruikgemaakt vanlaagvoltage veedrijfmiddelen. Een bedrijf dat cameratoezicht met ArtificialIntelligence voor slachthuizen heeft ontwikkeld, heeft zelf positieveervaringen met laag-voltage stroomstootapparatuur bij varkens inNederland en runderen in het buitenland, en faciliteert het gebruik hiervanbij hun cliënten.Dierenartsen gebruiken elektrische veedrijfmiddelen alleen als daar eendiergeneeskundige noodzaak toe bestaat. Het is niet bekend in hoeverrelaag-voltage veedrijfmiddelen daarvoor geschikt zijn.Ik ben bereid om naar de mogelijkheden voor het stimuleren van hetgebruik van laagvoltage veedrijfmiddelen te kijken in de drie uitzonde-ringsgevallen in de huidige concept-regelgeving.Vraag:Kan in de Regeling wapens en munitie de vrijstelling enkel nog geldenvoor laag-voltage veedrijfmiddelen?Het wijzigen van die regeling behoort tot de bevoegdheid van de Ministervan Justitie en Veiligheid. Die vrijstelling en het verbod in dit ontwerpbe-sluit kunnen naast elkaar bestaan. Bovendien maakt het voorliggendeverbod geen onderscheid naar voltage van veedrijfmiddelen.Vraag:De leden van de NSC-fractie lezen dat met elektrische veedrijfmiddelenapparatuur wordt bedoeld die geschikt is om aan een dier dat met het oogop de productie van dierlijke producten dat bedrijfsmatig wordt gehoudenstroomstoten af te geven. Deze leden lezen dat dit verbod geldt voorelektrische veedrijfmiddelen die worden gebruikt met het oogmerk dierenvoort te drijven. Is er sprake van een oogmerk tot voortdrijven wanneerschrikdraad als omheining wordt ingezet? Hoe zit dat met electric fencingwaarbij wordt gewerkt met een gps-signaal?AntwoordNee, er is geen sprake van een oogmerk tot voortdrijven wanneerschrikdraad als omheining wordt ingezet. Een omheining is niet om eendier voort te drijven, maar om een dier binnen de houderij te houden. Inhet ontwerpbesluit wordt onder «voortdrijven van dieren» elk gebruik vanhet elektrisch veedrijfmiddel begrepen dat bedoeld is om het dier inkwestie dwingend een richting op te bewegen, bijvoorbeeld bij het in- ofuitladen van de dieren in het kader van transport of het op te laten staan.Een omheining waarbij schrikdraad wordt gebruikt valt daarmee nietonder de reikwijdte van het voorgestelde verbod.Ditzelfde geldt voor electric fencing, of virtual fencing. Hierbij gaat het omeen virtuele omheining, waarbij dieren niet actief en dwingend wordenvoortgedreven, maar wel binnen bepaalde gebieden worden gehouden.De dieren krijgen ook eerst een waarschuwingsgeluid te horen, of eenandere prikkel wat geen stroomstoot is, dus er is een leervermogen enaanpassingsvermogen voor het dier om de pijnprikkel van een stroom-stoot te ontwijken. Het gebruik van elektrische prikkels om dieren binneneen afgebakend gebied te houden valt dus niet onder het verbod.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13615 Vraag:De leden van de NSC-fractie zijn teleurgesteld dat gebruik van hetelektrisch veedrijfmiddel toegestaan blijft bij het laden en lossen vaninternationaal transport. Deze leden vragen de Minister hoeveel van detransporten internationaal zijn.AntwoordDe gegevens over internationale transporten worden bijgehouden inTRACES-NT. Uit dit systeem kunnen beperkt data gegenereerd wordenvoor het creëren van overzichten. Er is geen totaaloverzicht van het aantaltransporten, maar wel voor het aantal afgegeven gezondheidscertificaten.Bij de verplaatsing van dieren van de ene naar de andere lidstaat wordtaltijd een gezondheidscertificaat afgegeven door de bevoegde autoriteit;in Nederland is dit de NVWA. Voor één transport kunnen 1 of meercertificaten worden afgegeven.In de tabellen hieronder is aangegeven hoeveel certificaten zijn afgegevenvoor transporten van varkens en runderen vanuit Nederland naarEU-landen en andersom. Het aantal certificaten geeft slechts een indicatievoor het aantal internationale transporten. Omdat per transport meer dan1 certificaat kan worden afgegeven, is het werkelijke aantal internationaletransporten lager. Daarnaast kan geen onderscheid gemaakt worden ofhet gaat om transporten van jonge of van volwassen dieren. Hetelektrische veedrijfmiddel mag alleen gebruikt worden bij volwassenrunderen en varkens. Om te beoordelen bij hoeveel internationaletransporten het elektrische veedrijfmiddel gebruikt mocht worden bij hetladen en lossen zouden onderstaande cijfers daarvoor verder naarbeneden bijgesteld moeten worden.In de volgende tabel is aangegeven hoeveel certificaten in 2023 en 2024zijn afgegeven bij de verplaatsing van runderen en varkens vanuitNederland naar lidstaten (bron: TRACES-NT):Diersoort20232024 (tot 20 november)Varken16.00914.051Rund3.2983.168 In de volgende tabel is aangegeven hoeveel certificaten in 2023 en 2024zijn afgegeven bij de verplaatsing van runderen en varkens vanuit eenlidstaat naar Nederland (bron: TRACES-NT):Diersoort20232024 (tot 20 november)Varken511405Rund13.86511.751 Vraag:Is het op primaire bedrijven altijd duidelijk of een transport nationaal ofinternationaal zal zijn? Hoe wordt dit onderscheid in de praktijk geborgd?Ja, vooraf is het duidelijk of een transport nationaal of internationaal is.Bij alle transporten van dieren zijn vervoersdocumenten in het voertuigverplicht waarop de plaats van vertrek en de plaats van bestemmingvermeld moeten worden. Deze moeten desgevraagd aan de NVWA terbeschikking gesteld worden. Op basis van de informatie op dezedocumenten is vast te stellen of het om een nationaal of internationaaltransport gaat. Daarnaast is het voor een NVWA-inspecteur mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13616 intern te achterhalen of op een locatie een diergezondheidscertificeringgepland is. Een diergezondheidscertificering van runderen en varkensvindt altijd voorafgaand aan een internationaal transport plaats.Voor nationale transporten is alleen voor betrokken sectorpartijenduidelijk waar en wanneer deze plaatsvinden.Vraag:Is er een mogelijkheid om ook bij internationaal transport de elektrischeveedrijfmiddelen te verbieden?AntwoordEr is geen nationale ruimte om het gebruik van elektrische veedrijfmid-delen bij internationaal transport dat onder het bereik van de Transport-verordening valt te verbieden. Het transport van dieren is Europeesgeharmoniseerd met Verordening (EG) nr. 1/2005 inzake de beschermingvan dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten(Transportverordening). Die verordening werkt rechtstreeks door inNederland. De verordening geeft geen ruimte om strengere nationalemaatregelen te stellen die gelden voor internationaal transport. Watverklaarbaar is, want het zou immers het doel van de harmonisatieondergraven als lidstaten ieder voor zich strengere eisen aan internati-onaal transport zouden kunnen stellen. Daarbij benadruk ik dat deTransportverordening al regelt dat het gebruik van apparaten waarmeeaan dieren elektrische schokken worden toegediend zoveel mogelijk moetworden vermeden en dat het voorwaarden stelt aan het gebruik ervan3.Verder wijs ik er op dat voor de biologische productie voor het vervoervan dieren al een Europees verbod op het gebruik van «enig elektrisch ofander pijnlijk dwangmiddel bij het in- en uitladen van de dieren» geldt.Dat verbod geldt op grond van verordening 2018/848 van het EuropeesParlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie ende etikettering van biologische producten en tot intrekking van Veror-dening (EG) nr. 834/2007 van de Raad.Vraag:Is het mogelijk en zou de Minister een convenant willen maken met alletransporteurs om geen elektrische veedrijfmiddelen meer te gebruiken?AntwoordHoewel er een hoge bereidheid is bij een groot deel van de achterban omhet elektrisch veedrijfmiddel verder terug te dringen en te kijken naaralternatieven (zoals bijvoorbeeld laag-voltage veedrijfmiddelen, maar ookrammelaars en andere alternatieven), geven de sectoren ook aan dat hetniet mogelijk is om geheel zonder elektrisch veedrijfmiddel te werken.Daarom lijkt het mij niet mogelijk om tot een convenant te komen met alletransporteurs. Daarnaast zijn het niet alleen transporteurs die dezemiddelen gebruiken, maar ook veehouders wanneer zij helpen met hetopladen van het vee op hun bedrijf. Uiteraard sta ik er wel voor open ommet de sector in gesprek te gaan over hoe het gebruik van elektrischeveedrijfmiddelen bij internationaal transport zoveel mogelijk terugge-drongen kan worden.Vraag:De leden van de NSC-fractie begrijpen de uitzondering van het gebruikvan elektrische veedrijfmiddelen door dierenartsen. Deze leden zijn ookvan mening dat ook door dierenartsen elektrische veedrijfmiddelen zo minmogelijk zouden moeten worden gebruikt. Kan de Minister hiertoeafspraken maken met dierenartsen om het gebruik van elektrischeveedrijfmiddelen zo minimaal mogelijk te gebruiken?3bijlage 1, hoofdstuk III, onder 1.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13617 AntwoordDierenartsen gebruiken alleen elektrische veedrijfmiddelen wanneer ditnoodzakelijk is voor het toepassen van een diergeneeskundige handeling.Dit betekent dat dierenartsen elektrische veedrijfmiddelen al zo minimaalmogelijk gebruiken. Dat hoort bij een goede uitoefening van de dierge-neeskunde en ligt derhalve al impliciet vastgelegd in de beroepscode.Vraag:De leden van de NSC-fractie vernemen ook de bezorgdheid die leeft bijsectorpartijen over dit verbod omdat de sector «in zijn geheel niet klaar isvoor dit verbod». Waarom vindt de sector zichzelf niet klaar voor ditverbod? Wat zijn de gevolgen van dit verbod voor sectorpartijen? Is deMinister van plan met aanvullend beleid te komen om sectorpartijen teondersteunen in het stoppen van het gebruiken van elektrischeveedrijfmiddelen?AntwoordDe sector geeft onder andere aan dat er veel variabelen invloed hebbenop het opdrijven van vee. Daarbij spelen onder andere licht, het weer,omgevingsgeluiden, looplijnen in stallen en het temperament van dedieren zelf een rol. Lang niet in alle gevallen zijn de omstandighedenideaal (en ook niet zomaar aan te passen) om vee op te drijven. Zeker alshet gaat om looplijnen in stallen vergt dit vaak grote aanpassingen aaneen stal, waar niet altijd vergunningen of financiering voor gevonden kanworden. De sector geeft daarbij aan dat onder niet ideale omstandighedensoms het gebruik van een elektrisch veedrijfmiddel noodzakelijk is om dedieren vlot en goed te kunnen laden.Ik blijf bereid sectorpartijen te ondersteunen bij de overgang naaralternatieve drijfmethodes, bijvoorbeeld door onderzoek hiernaar tehelpen faciliteren, en zal hierover ook in gesprek gaan met de sector.Vraag:De leden van de NSC-fractie lezen dat er initiatieven zijn vanuit deslachthuissector zelf waarbij het gebruik van elektrische veedrijfmiddelensuccesvol is uitgefaseerd. Daarnaast hebben de 90 grootste en middel-grote slachthuizen, naast een toezicht door de NVWA, ook vrijwilligcameratoezicht. De combinatie van deze toezichtsdruk en de innovatiesdie al hebben geleid tot het uitfaseren van elektrische veedrijfmiddelen inslachthuizen, maken dat de urgentie voor het verbod in slachthuizenminder groot is. Deze leden vragen in hoeveel slachthuizen er nog welgebruik wordt gemaakt van elektrische veedrijfmiddelen.AntwoordDeze gegevens worden niet bijgehouden. Een aantal grote slachthuizenheeft het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen tijdens de verplaatsingvan dieren zoveel mogelijk uitgefaseerd. Alleen in noodsituaties ofwanneer een dier met het gebruik van alternatieve drijfmiddelen zichweigert voort te bewegen wordt het elektrische veedrijfmiddel nogsporadisch gebruikt. Van andere slachthuizen is niet bekend of zij gebruikmaken van elektrische veedrijfmiddelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetOntwerpbesluit wijziging van het Besluit houders van dieren vanwege eenverbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen bij dieren in deveehouderij. Deze leden hebben nog enkele vragen.Vraag:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13618 Om te beginnen vragen deze leden de Minister om een toelichting op deuitzondering van dit verbod op «Gebruik bij laden en lossen voorinternationaal transport». De Minister schrijft dat de verordening EG)nr. 1/2005 geen beletsel vormt voor een strengere nationale maatregel terverbetering van het dierenwelzijn van dieren tijdens vervoer dat volledigop het grondgebied van de lidstaat verloopt of tijdens vervoer over zeedat vanaf het grondgebied van de desbetreffende lidstaat vertrekt(artikel 1, derde lid). De leden vragen waarom de Minister dan toch vooreen uitzondering heeft gekozen in deze categorie. Kan de Ministertoezeggen af te zien van deze uitzondering?AntwoordEr is gekozen voor een uitzondering in de categorie voor transport dat ophet grondgebied van een lidstaat verloopt, om duidelijkheid te geven watde reikwijdte is van dit verbod. De Europese Transportverordening (EG)nr. 1/2005 werkt namelijk rechtstreeks door in Nederland. De verordeninggeeft in artikel 1, derde lid, geen ruimte om strengere nationale maatre-gelen te stellen die gelden voor internationaal transport, wel voorstrengere nationale maatregelen «ter verbetering van het dierenwelzijnvan dieren tijdens vervoer dat volledig op het grondgebied van de lidstaatverloopt of tijdens vervoer over zee dat vanaf het grondgebied van dedesbetreffende lidstaat vertrekt».Ik kan daarom niet toezeggen af te zien van de uitzondering voorinternationaal transport dat onder het bereik van de Transportverordeningvalt.Vraag:De leden van de D66-fractie vragen ten slotte aan de Minister toe telichten waarom aanvankelijk niet voor een verbod is gekozen, maar eerstin gesprek wilde gaan met de sector. Kan de Minister toelichten waaromde panelgesprekken met de primaire bedrijven, transporteurs enslachthuizen in 2023, of de 68 reacties op de internetconsultatie waarvaneen groot deel afkomstig uit de sector, niet voldoende inzichten hebbengeboden?AntwoordUit de internetconsultatie en de panelgesprekken bleek dat er veel zorgenleefden onder sectorpartijen over de gevolgen van een mogelijk verbod.Een verbod is een verstrekkende maatregel en ik wilde daarom in gesprekmet de sector zelf nog eens horen wat voor een neveneffecten een verbodzou hebben, kijken of er afspraken gemaakt konden worden om excessente voorkomen en mogelijke alternatieven verder verkennen. Daarbij lag deoptie om na de gesprekken alsnog over te gaan op een verbod altijd optafel.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet Ontwerpbesluit verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmid-delen bij dieren in de veehouderij. Deze leden hebben nog een aantalvragen en opmerkingen over dit besluit en de mogelijke gevolgen ervanvoor de praktijk in de sector.Vraag:De leden van de BBB-fractie lezen dat door het besluit het gebruik van eenelektrisch veedrijfmiddel met het oogmerk om een dier voort te drijven zalworden aangemerkt als een gedraging in strijd met artikel 2.1, derde lid,van de wet. Deze leden verzoeken de Minister om nader toe te lichten watprecies wordt bedoeld met het «oogmerk voortdrijven». Deelt de Ministerdat dit begrip kan worden gezien als een open norm, wat kan leiden totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 13619 interpretatieverschillen? Deze leden constateren dat het begrip «voort-drijven» in de toelichting weliswaar kort is uitgelegd, maar vrezen datdeze uitleg te summier is. Kan de Minister aangeven of zij deze zorg deelt?Zo ja, kan de Minister overwegen om een afgekaderde definitie van«voortdrijven» op te nemen in artikel 1.1 van het besluit om meerduidelijkheid te scheppen?AntwoordMet «voortdrijven» wordt bedoeld dat een dier in kwestie dwingend eenrichting op wordt bewogen, bijvoorbeeld bij het in- of uitladen van dedieren in het kader van transport of om het op te laten staan. Zoals in detoelichting beschreven, moet dit ruim worden opgevat, namelijk dat hetniet alleen gaat om een dier dat al in beweging is al dan niet sneller een(andere) kant op te doen bewegen, maar ook om dieren die in rust zijn totbeweging te dwingen (bijvoorbeeld te laten opstaan). Met «voortdrijven»wordt niet iets anders bedoeld dan wat er in het normale spraakgebruikonder wordt verstaan.Ik vind dat het duidelijk is wat bedoeld wordt met «dieren voortdrijven» endat dit begrip geen open norm is. De NVWA geeft aan, dat het met de notavan toelichting, ook voldoende duidelijk is wat onder «voortdrijven» wordtverstaan. Ik vind de uitleg in het ontwerpbesluit dus niet summier. Omdataan «voortdrijven» in het ontwerpbesluit niet afgeweken wordt van debetekenis die in normaal spraakgebruik geldt, vind ik het niet nodig eenbegripsbepaling daarvoor op te nemen. Ik zal de toelichting aanvullen opbasis van de beantwoording op deze vragen, om verder te verduidelijkenwat er bedoeld wordt met «oogmerk voortdrijven».Vraag:Wordt met dit besluit tevens het gebruik van opdrijfhekken, stapmolens(bij paarden), stroomdraden om dieren binnen een perceel te houden ofwolfwerende rasters, ook verboden? Deze leden verzoeken de Minister omdeze punten nader toe te lichten, aangezien er veel onduidelijkheid lijkt tebestaan over de reikwijdte van het verbod.AntwoordZoals ik ook aan de leden van de fractie van NSC heb beantwoord, geldteen omheining niet als een middel om een dier voort te drijven, maar omeen dier binnen een perceel te houden. Een omheining waarbij schrik-draad wordt gebruikt valt daarmee niet onder de reikwijdte van hetvoorgestelde verbod. Ook wolfwerende rasters hebben niet het oogmerkhet dier voort te drijven maar te voorkomen dat de wolf binnengeraakt.Die situaties vallen daarom niet binnen de reikwijdte van het verbod.Voor opdrijfhekken en stapmolens kan dit anders liggen. Wanneer eenopdrijfhek een dier met behulp van stroomprikkels voortbeweegt, valt ditbinnen de reikwijdte van het verbod. Hetzelfde geldt voor stapmolens, alsdie stroomprikkels gebruiken om het dier voort te bewegen. Het moetdaarbij wel om dieren gaan die bedrijfsmatig voor de productie vandierlijke producten gehouden worden, omdat het conceptbesluit daaroptoeziet; paarden worden voornamelijk als gezelschapsdieren gehouden,en vallen dan niet onder het verbod.Vraag:De leden van de BBB-fractie lezen dat verschillende panels kritisch hebbengereageerd op het voorstel en hun bezorgdheid hebben geuit over dehaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verbod, omdat deze panels vanmening zijn dat de sector als geheel nog niet klaar is voor deze maatregel.De Minister geeft aan dat de Kamer de politieke wens heeft uitgesprokenvoor een totaalverbod en dat laag-voltage apparatuur niet wordtuitgezonderd. Zijn er onderzoeken beschikbaar die aantonen dat de sectorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136110 onvoldoende is voorbereid op dit verbod? Zo ja, kunnen de bevindingenhiervan worden gedeeld met de Kamer?AntwoordEr zijn geen onderzoeken beschikbaar die aantonen dat de sectoronvoldoende is voorbereid op het verbod op het gebruik van elektrischeveedrijfmiddelen. Wel hebben er een internetconsultatie, tussentijdscontact met de sector en agrotoetsen plaatsgevonden, waarbij de sectorzelf heeft aangegeven onvoldoende voorbereid te zijn op dit verbod. Deuitkomsten van zowel de internetconsultatie als de agrotoetsen zijnverwerkt in de nota van toelichting bij de concept-AMvB. Daarnaast zijn dereacties op de internetconsultatie waarvan de inzender heeft aangegevendat deze openbaar is, openbaar gepubliceerd4 op de internetconsultatie-website van het Rijk.Vraag:Wat is het oordeel van de Minister over het feit dat de Kamer ervoor heeftgekozen om ook laag-voltage apparatuur onder het verbod te laten vallen,ondanks bezwaren uit de praktijk? Kan de Minister toelichten waarom hiergeen uitzondering voor is gemaakt, en of dit een weloverwogen keuze isgeweest?AntwoordIk vind het belangrijk dat het beleid toepasbaar en uitvoerbaar is op hetboerenerf, zoals ik heb aangegeven tijdens het debat dieren in deveehouderij van 25 september 2024 (Kamerstuk 28 286, nr. 1354). Demogelijkheden tot een verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmid-delen zijn beperkt, vanwege de geldende Europese wet- en regelgeving(zoals Verordening 1099/2009 die geldt op slachthuizen). Ik hecht veelwaarde aan de opdracht omtrent nationale koppen die ik mee hebgekregen vanuit het hoofdlijnenakkoord. Vandaar dat ik eerst met desector in gesprek wilde om te horen wat voor neveneffecten een verbodzou hebben en om te zien wat er nodig is om excessen te voorkomen enmogelijke alternatieven te verkennen en te introduceren.In datzelfde debat zag ik echter ook hoe dit onderwerp leeft binnen deKamer en hoorde ik de redenen die de Kamer heeft om voor een geheelverbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen te pleiten. Daaromheb ik toegezegd om het proces rondom het verbod op het gebruik vanelektrische veedrijfmiddelen voort te zetten en de concept-AMvB zoals diedoor mijn voorganger was opgesteld bij de Tweede Kamer voor tehangen. Gezien de politieke wens van de Kamer voor een totaalverbod, isbesloten om laag-voltage apparatuur niet mee te nemen als uitzonderingin het verbod.Vraag:De leden van de BBB-fractie lezen in de beslisnota dat het verbod geldt alseen strengere nationale regel voor het binnenlands transport van dieren,en dat de transportverordening (EG (1/2005))hier ruimte voor biedt. Kande Minister toelichten of dit besluit inderdaad een «nationale kop» betreft,waarbij Nederland afwijkt van de Europese regelgeving? Zo ja, kan deMinister toelichten of dit besluit overeenkomt met de afspraken uit hethoofdlijnenakkoord?AntwoordMet dit verbod worden inderdaad nationale maatregelen geïntroduceerddie strenger zijn dan de Europees geharmoniseerde regels ten aanzienvan het transport van dieren (Transportverordening).4Overheid.nl | Consultatie Verbod stroomstootapparatuur (internetconsultatie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136111 Vraag:Verder lezen de leden van de BBB-fractie dat er een uitzondering komtvoor dierenartsen. Deze leden vragen of er overleg heeft plaatsgevondenmet dierenartsen over deze uitzondering en of de sector tevreden is metde geboden uitzonderingsgrond. Voldoet deze uitzondering volgens dedierenartsen aan de behoefte om in specifieke gevallen wel gebruik tekunnen maken van elektrische veedrijfmiddelen, bijvoorbeeld in noodsitu-aties? Kan de Minister toelichten welke overwegingen hieraan tengrondslag liggen en of er nog aanvullende maatregelen wordenoverwogen?AntwoordEr heeft overleg plaatsgevonden met de Koninklijke NederlandseMaatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) bij het opstellen van hetconcept-verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen. Omdatuit dit overleg bleek dat het gebruik van elektrische drijfmiddelen somsnoodzakelijk is in het kader van diergeneeskundige handelingen, is eenuitzonderingsgrond voor dierenartsen gecreëerd. In een (nood)situatiewaarbij het noodzakelijk is om het dier in kwestie voort te drijven metbehulp van een elektrische veedrijfmiddel geldt het verbod niet, mits dediergeneeskundige handeling beroepsmatig wordt verricht en het gebruikvan een elektrisch veedrijfmiddel daarbij noodzakelijk is. Dit is in depraktijk alleen het geval voor bepaalde handelingen die uitsluitend dooreen dierenarts mogen worden uitgevoerd (zoals bijvoorbeeld het stellenvan een diagnose). De uitzondering voldoet voor dierenartsen in dezespecifieke gevallen.Het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen wordt dus alleen gebruikt alsdit noodzakelijk is voor het toepassen van een diergeneeskundigehandeling. Dit betekent dat dierenartsen elektrische veedrijfmiddelen al zominimaal mogelijk gebruiken. Dat hoort bij een goede uitoefening van dediergeneeskunde en ligt derhalve al impliciet vastgelegd in deberoepscode. Daarom zijn hierop geen aanvullende maatregelenoverwogen.Vraag:De leden van de BBB-fractie lezen tot slot lezen dat het voormaligeMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) door desector is geïnformeerd over het gebruik van laag-voltage drijfmiddelen.Deze middelen zouden volgens onderzoek minder impact hebben danbijvoorbeeld een elektronische vliegenmepper en het welzijn van het dierniet schaden, terwijl ze effectief zijn in het voortdrijven van dieren. Hetbetreurt deze leden dat het gebruik van laag-voltage drijfmiddelen niet inoverweging is genomen bij de totstandkoming van het huidige verbod,maar gezien het debat in de Kamer begrijpen zij de Minister hierin wel.Kan de Minister bevestigen of zij op de hoogte is van deze informatie?Deelt de Minister dat laag-voltage drijfmiddelen misschien wel diervrien-delijker zijn dan de alternatieven die er nu voor in de plaats komen?AntwoordIk ben op de hoogte van laag-voltage veedrijfmiddelen en het onderzoekdat de WUR in opdracht van Vee&Logistiek Nederland hiernaar heeftuitgevoerd. Zoals ik in mijn antwoord aan de fractie NSC schrijf, blekendergelijke drijfmiddelen effectief te zijn zonder heftige reacties bij dedieren uit te lokken. Binnen de transportsector (bij het laden en lossen) zithet gebruik van laag-voltage elektrische veedrijfmiddelen dus nog in deonderzoeksfase, met veelbelovende resultaten voor varkens. Er is noggeen soortgelijk onderzoek gedaan naar het gebruik hiervan op runderenof andere diercategorieën. Of de laag-voltage veedrijfmiddelen, watdierenwelzijn betreft, diervriendelijker zijn valt niet te zeggen, want er isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136112 geen onderzoek gedaan naar hoe zich dit verhoudt tot andere wettelijktoegestane alternatieven.Voorts merken deze leden nog voor de handelingen het volgende op: deelektrische veedrijvers, of veeprikker, die in Nederland op dit momentworden gebruikt leveren meestal niet meer dan 5.000 volt, dat de helft isvan een gemiddeld schrikdraad. Omdat de twee polen van het apparaatongeveer drie tot vijf centimeter uit elkaar zitten, is dat de afstandwaarover de stroomprikkel in de huid wordt gevoeld door het dier. Tervergelijking loopt bij een normale stroomdraad de spanning door een veelgroter deel van het lichaam, omdat de spanning meestal door het helelichaam loopt aangezien de stroom via het dier helemaal naar de aardegaat. Zoals de Minister weet, voelt een schok van schrikdraad dus velemalen erger dan van een veeprikker, hoewel beiden natuurlijk zijn bedoeldom te laten schrikken, niet om pijn te veroorzaken.Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractieDe leden van de PvdD-fractie constateren dat het voorstel voor eenverbod op het gebruik van stroomstootwapens in de veehouderij eindelijknaar de Kamer is gestuurd, nadat dit al maanden klaarlag op het minis-terie. Het is fijn dat dit verbod, na een lange strijd van de Kamer, ereindelijk komt. Het draagvlak voor dit verbod is zowel in de maatschappijals in de Kamer heel groot. En terecht, want het is weerzinwekkend omdieren te bewerken met stroomstoten. Dit voorstel kan dan ook rekenenop steun van deze leden.De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Kamer al in 2021 heeftopgeroepen om het gebruik van stroomstootwapens in de veehouderij teverbieden (motie van de leden Vestering en Beckerman (Kamerstuk28 286, nr. 1202)). In 2022 verzocht de Kamer opnieuw, middels een motievan de leden Vestering en Van Campen (Kamerstuk 36 200-XIV, nr. 62), ommet een totaal verbod te komen. Een grote meerderheid in de Kamerwilde dat het verbod zo snel mogelijk in zou gaan. Daarom gingoud-Minister Adema er eindelijk mee aan de slag. Dat verbod had snel inwerking moeten treden, maar de nieuwe Minister van landbouwprobeerde dit te saboteren. In antwoorden op Kamervragen (AanhangselHandelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 29) liet Minister Wiersmaweten dat zij het verbod niet naar de Kamer ging sturen, maar dat zij inplaats daarvan in gesprek wilde gaan met de sector. De Minister ginghiermee diametraal in tegen de wens van de Kamer. De Kamer moestnagenoeg het hele debat over dieren in de veehouderij van 25 september2024 gebruiken om de Minister terug te fluiten, zodat ze de wetgevingtoch naar de Kamer zou sturen. De Kamer moest opnieuw vechten voorhet verbod dat er allang had moeten zijn. Een grote strijd, alleen maar omervoor te zorgen dat dieren niet meer mogen worden bewerkt metstroomstootwapens. Deze leden betreuren dit proces ten zeerste. Gelukkigzien we dat de Kamer de oud-Minister niet overal mee weg laat komen,maar het is een heel slecht teken voor de dieren dat we erachteraanmoeten rennen om te zorgen dat aangenomen moties waar jarenlangvoor is gevochten, worden uitgevoerd. Hierover heeft de Kamer deMinister gelukkig tot de orde kunnen roepen. Andere beloften aan dedieren, zoals het verlagen van de slachtsnelheid, weigert de Minister nogaltijd uit te voeren, ondanks vele aangenomen moties.UitzonderingenDe leden van de PvdD-fractie hebben er grote moeite mee dat hetvanwege Europese wetgeving niet mogelijk is om het gebruik vanstroomstootwapens in slachthuizen en bij het laden en lossen van dierenvoor internationaal transport te verbieden. Is de Minister bereid om, na deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136113 inwerkingtreding van het nationale verbod, Ministers van andere lidstatenerop te wijzen dat Nederland dit verbod heeft ingesteld?AntwoordNederland zal andere lidstaten informeren over het verbod middels hetnetwerk van verbindingsorganen (voorheen het National Contact Pointnetwerk). Ook wordt het besluit genotificeerd bij de Europese Commissie,die het besluit ter kennisgeving voorlegt aan alle lidstaten.Vraag:Is zij tevens bereid zich actief in te zetten voor een Europees verbod opstroomstootwapens in de gehele veehouderij?AntwoordZoals aangegeven in de beantwoording op de vragen van de VVD-fractie,heeft de huidige Europese Commissie eerder aangegeven met een pakketaan nieuwe dierenwelzijnswetgeving te komen, waaronder een herzieningvan de Europese Verordening (EG) nr. 1009/2009 (de verordeningaangaande het doden van dieren, o.a. in slachthuizen). Tot op heden isvan dit pakket alleen het voorstel voor de herziening van de Transportver-ordening gepubliceerd. Wanneer de nieuwe Europese Commissie hetherzieningsvoorstel van Verordening 1009/2009 publiceert, zal het gebruikvan stroomstootapparatuur besproken worden in Europees verband.Bij de behandeling van het voorstel voor de herziening van de Transport-verordening die nu plaatsvindt, zal ik dit onderwerp uiteraard meenemen.Gezien de vele wensen die Nederland heeft voor de herziening van deTransportverordening, zal ik strategisch te werk moeten gaan om eeneffectieve positie binnen de onderhandelingen te behouden.InwerkingtredingDe leden van de PvdD-fractie verzoeken de Minister om haast te makenmet de inwerkingtreding van het verbod. De dieren hebben lang genoeggewacht.AntwoordZoals ik heb beantwoord aan de leden van de fracties VVD en GL-PvdA, isde regering ertoe bereid en heeft de beantwoording van dit schriftelijkoverleg zo spoedig mogelijk aan de Kamer doen toekomen. Het is niet uitte sluiten dat 1 juli 2025 niet wordt gehaald en dat dan 1 januari 2026 alsinwerkingtredingsmoment in de rede ligt omdat dat het eerstvolgendevaste verandermoment voor AMvB’s is.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met zorg kennisgenomen van hetvoorliggende ontwerpbesluit. Deze leden hebben enkele vragen over debrede formulering van het voorgenomen verbod.Vraag:De leden van de SGP-fractie lezen in de toelichting dat in de praktijkelektrische veedrijfmiddelen alleen worden gebruikt bij het laden vanvarkens en runderen op een wagen of bij het verplaatsen in een stalrichting een transportwagen. Deze leden willen erop wijzen dat bij brededefiniëring van elektrische veedrijfmiddelen deze ook van toepassing is ophet gebruik van lichte (voorspelbare en vermijdbare) elektrische prikkels inbijvoorbeeld melkrobots. Is dit over het hoofd gezien? Moet de definitie enhet voorliggende verbod zo worden uitgelegd dat deze niet vantoepassing is op genoemd gebruik van (voorspelbare en vermijdbare)lichte elektrische prikkels in onder meer melkrobots?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136114 AntwoordAangezien de insteek van het verbod is om het gebruik te verbieden bijhet voortdrijven van dieren die gehouden worden met het oog opproductie van dierlijke producten, vind ik dat de melkrobot hier niet ondervalt. Net zoals bij de toepassing van virtual fencing, krijgen de dieren eersteen waarschuwingsgeluid te horen, of een andere prikkel wat geenstroomstoot is, dus er is een leervermogen en aanpassingsvermogen voorhet dier om de pijnprikkel van een stroomstoot te vermijden. Dan is ergeen sprake van voortdrijven, en dus is het verbod dan niet vantoepassing. Naar aanleiding van deze vraag zal ik in de nota vantoelichting bij het besluit expliciet opnemen dat het gebruik van demelkrobot niet onder het verbod valt voordat het ter notificatie aan deEuropese Commissie en voor advies naar de Raad van State wordtgestuurd.Overigens merk ik op dat bij virtual herding, een andere toepassing vande techniek die bij virtual fencing wordt gebruikt, wel sprake is van dierenvoortdrijven. Ik vind het wenselijk dat deze techniek ook mogelijk blijft, enzal het ontwerpbesluit hierop aanpassen voordat de hiervoor genoemdevervolgstappen worden gezet.Vraag:De leden van de SGP-fractie horen graag hoe de Minister de gevolgen vanlaag-voltage apparatuur voor het dierenwelzijn beoordeelt in verhoudingtot alternatieve middelen die zullen worden gebruikt om onwillige dierenin beweging te krijgen. Is de veronderstelling juist dat deze gevolgenminimaal zijn? Welke alternatieve middelen om onwillige dieren inbeweging te krijgen, met inachtneming van de persoonlijke veiligheid,adviseert de Minister? Is de Minister bereid in het voorliggende besluit demogelijkheid open te houden om bijvoorbeeld via een ministeriëleregeling gebruik van laag-voltage apparatuur op een later moment alsnogvrij te stellen?AntwoordIk verwijs u naar mijn antwoorden op soortgelijke vragen van de ledenvan de NSC-fractie en de leden van de BBB-fractie. Er is meer onderzoeknodig, in verschillende omstandigheden en bij verschillende diercatego-rieën, voor ik uitspraak kan doen over hoe laag-voltage apparatuur zichverhoudt tot alternatieve middelen.Alternatieven voor het voortdrijven van dieren zijn bijvoorbeeld opdrijf-rammelaars, drijfschotten, plastic zakken, vlaggen en stokken met plasticlinten. Onderzoek van Temple Grandin heeft aangetoond dat zoveelmogelijk voorkomen kan worden dat een dier überhaupt stil komt testaan, door logische looplijnen en een rustige omgeving in te richtentijdens de momenten dat dieren moeten worden opgeladen, zonderafleidingen (bijv. reflecties) en herrie.De Wet dieren geeft al een mogelijkheid om op een later momenteventueel vrijstelling te verlenen van dit verbod. Als op een later momentvrijstelling van laag-voltage apparatuur wenselijk is dan kan eenvrijstelling daarvoor worden gebaseerd op artikel 10.1 van de Wet dieren,mits het belang van het welzijn van het dier zich niet tegen de vrijstellingverzet.Vraag:De leden van de SGP-fractie lezen in de toelichting de factoren dieonachtzaam gebruik van elektrische veedrijfmiddelen rondom inladen,transport en slacht in de hand werken, zoals tijdsdruk, de wens totefficiëntie en snelheid. Daarnaast wordt aangegeven dat ook bij andereprocessen en op andere momenten vanuit gewoonte of onachtzaamheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136115 op onwenselijke wijze gebruik wordt gemaakt van deze veedrijfmiddelen.Is de veronderstelling juist dat de misstanden zich voordoen wanneersprake is van actief en onvoorspelbaar menselijk handelen? Kan deMinister onderbouwd specificeren welke processen en momenten ditbetreft? Als misbruik van veedrijfmiddelen zich beperkt tot inladen,transport en slacht, is de Minister dan van mening dat het verbod zichhiertoe moet beperken (binnen de Europese kaders)?AntwoordOp basis van de beelden van misstanden die het nieuws hebben gehaald,zou deze conclusie getrokken kunnen worden. Het is lastig conclusies tetrekken over de beweegredenen van de personen die te zien zijn op debeelden van misstanden. Bij misstanden is in ieder geval altijd sprake vanactief menselijk handelen, waarbij vermoedelijk tijdsdruk en frustratie eenrol spelen.Op beelden die misstanden laten zien, vinden deze misstanden voorna-melijk plaats tijdens het laden en lossen van dieren. Maar niet allemomenten of processen op het primaire bedrijf, tijdens het transport,eventueel op verzamelcentra of op het slachthuis zijn altijd volledig inbeeld. De aanwezigheid van een toezichthouder is soms ook al voldoendeom betere naleving af te dwingen. Daardoor is het niet duidelijk ofmisstanden alleen plaatsvinden tijdens het laden en lossen of mogelijkook op andere momenten. Wel is duidelijk dat laden en lossen een precairmoment is binnen het transportproces met risico’s voor het dierenwelzijn,zoals ook EFSA aangeeft in haar rapporten van september 20225.Vraag:De leden van de SGP-fractie lezen dat onder voortdrijven van dieren elkgebruik van het elektrisch veedrijfmiddel wordt begrepen dat is bedoeldom het dier in kwestie dwingend een richting op te bewegen, en datvoortdrijven ruim moet worden opgevat. Wat betekent het voorliggendeverbod dan voor het gebruik van apparatuur die zonder menselijkhandelen stroomstoten afgeeft en bedoeld is om dieren te weerhoudeneen bepaalde richting op te gaan, zoals schrikdraad en wolfwerenderasters?AntwoordBij het gebruik van apparatuur dat zonder menselijk handelen stroom-stoten afgeeft en bedoeld is om dieren te weerhouden een terrein teverlaten of te betreden, zoals schrikdraad en wolfwerende rasters, is geensprake van actief voortdrijven van dieren, en dit soort apparatuur valtdaarom niet onder dit verbod.Vraag:De leden van de SGP-fractie willen wijzen op de mogelijke gevolgen vanhet voorgestelde verbod voor virtual fencing bij rundvee, het gebruik vaneen virtuele afrastering (middels lichte, voorspelbare elektrische prikkels)om beweiding, bijvoorbeeld in het kader van natuurbeheer, beter mogelijkte maken. Heeft de Minister zich hier rekenschap van gegeven? Deze ledenwillen erop wijzen dat meer beweiding juist goed is voor dierenwelzijn enmilieu en dat onderzoek laat zien dat virtual fencing bij rundvee geennegatieve welzijnseffecten heeft ten opzichte van gebruik van gewoonschrikdraad. Deelt de Minister de mening dat dit mogelijk moet blijven?5EFSA AHAW Panel (EFSA Panel on Animal Health and Welfare), 2022. Welfare of cattle duringtransport. EFSA Journal 2022; 20(9):7442, 121 pp.; EFSA AHAW Panel, 2022. Scientific Opinionon the welfare of domestic birds and rabbits transported in containers. EFSA Journal 2022;20(9):7441, 188 pp; EFSA AHAW Panel, 2022. Scientific Opinion on the welfare of pigs on farm.EFSA Journal 2022; 20(8):7421, 319 pp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136116 De leden van de SGP-fractie constateren dat, blijkens de toelichting engezien de aangenomen moties in de Kamer, het verbod is gericht op hetvoorkomen van misbruik van veedrijfmiddelen door actief, onvoor-spelbaar menselijk handelen bij het voortbewegen van dieren van en naartransportwagens. Moet het voorgestelde verbod inderdaad zo wordengelezen? Acht de Minister het verstandig het verbod zo te formuleren datexpliciet wordt aangegeven dat het gaat om direct, actief menselijkhandelen, dan wel dat gebruik van apparatuur met voorspelbare,ontwijkbare en gelimiteerde prikkels waarbij geen sprake is van directmenselijk ingrijpen mogelijk blijft?AntwoordJa ik heb hier rekenschap van gegeven en ik ben het ermee eens datweidegang belangrijk is. Zoals ik eerder aan de leden van de NSC-fractieheb beantwoord, valt virtual fencing, waarbij een omheining virtueelwordt aangeduid en dieren binnen een perceel gehouden worden metbehulp van positieve en negatieve signalen via een halsband (vibratievoor beloning, geluid en indien nodig een elektrische prikkel alswaarschuwing), die voorspelbaar en vermijdbaar zijn, niet binnen ditverbod. Het gaat hier niet om het actief en dwingend voortdrijven vandieren in de veehouderij.Initiatieven die dit mogelijk maken en geen negatieve welzijnseffectenhebben ten opzichte van de huidige gebruikelijke toepassingen, moetenmogelijk blijven. Zoals ik eerder heb beantwoord, zou ik het wenselijkvinden dat het gebruik van elektrische prikkels bij virtual herding mogelijkblijft. Ik zal het ontwerpbesluit hierop aanpassen voordat het ter notificatieaan de Europese Commissie en voor advies naar de Raad van State wordtgestuurd wordt gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 286, nr. 136117

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 701df60b3ced83d4

14 okt 2026 · c7febb53a98c3e86

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.