Update gasleveringszekerheid Q2 2025
Brontekst
Versie 4ce82bc43f3d03d7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 563 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2025Het kabinet monitort voortdurend de ontwikkelingen op de gasmarkt ende gasleveringszekerheid en houdt de Kamer hiervan op de hoogte.1 Nude winter ten einde is, informeert het kabinet u met deze reguliere updatehoe Nederland ervoor staat wat betreft de gasleveringszekerheid.2In deze brief gaat het kabinet achtereenvolgens in op de volgendeonderwerpen:1.Actueel beeld van de gasleveringszekerheid en situatie op degasmarkt;2.Update over lopende maatregelen om de gasleveringszekerheid teborgen;3.Gasopslag, waarbij tevens invulling wordt gegeven aan de toezeggin-gen die zijn gedaan tijdens het Commissiedebat gasmarkt en leve-ringszekerheid van 12 maart jl. aan het lid Postma (NSC)3 en het lidRooderkerk (D66)4 op gebied van gasopslag.Met deze brief geeft het kabinet ook invulling aan de toezeggingen aan hetlid Vermeer (BBB)5 over de werking van gasopslag en de rol van marktpar-tijen en aan het lid Kröger (GL-PvdA)6 om het prijsplafond dat is toegepastin 2023 te vergelijken met andere instrumenten en stil te staan bij voor- ennadelen. Deze informatie is opgenomen in bijlagen.1Zowel met de reguliere periodieke updates gasleveringszekerheid (Kamerstukken Il, 2024/25,29 023, nr. 519), als met de extra updates over de gasmarkt en vulgraden van de gasopslagenin de afgelopen maanden (Kamerstukken Il, 2024/25, 29 023, nrs. 531, 532 en 554).2Hierbij wordt tevens invulling gegeven aan de toezegging tijdens het Commissiedebatgasmarkt en leveringszekerheid op 12 maart jl. dat deze brief in april aan de Kamer wordtgezonden, TZ202503-067.3TZ202503-067.4TZ202503-069.5TZ202503-068.6TZ202503-070. kst-29023-563ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5631 Ten slotte biedt het kabinet u hierbij het rapport aan van TNO inzake«Hergebruik van LNG-infrastructuur in Nederland» dat het kabinet heeftlaten uitvoeren naar aanleiding van de motie van het lid Kröger (GL-PvdA)die de regering verzoekt erop toe te zien dat nieuwe LNG-terminals ookgereed zijn voor waterstof.7 Een samenvatting en appreciatie van ditrapport is opgenomen in de bijlage bij deze brief.Actueel beeld gasleveringszekerheid en gasmarktDe gasleveringszekerheid is in de winter van 2024–2025 geborgdgebleven. De toevoer van gas bleef stabiel. Er was extra gasvraag, invergelijking met de voorafgaande twee jaren, omdat deze winter eenaantal koude periodes kende en omdat er meer gas nodig was voorelektriciteitsproductie in periodes met weinig wind en zon (zogenoemdedunkelflautes).Deze extra vraag kon worden opgevangen met geproduceerd engeïmporteerd gas, en met gas uit de gasopslagen dat bedoeld is om in dewintervraag te voorzien.8Gegeven dat er voldoende aanbod was, zijn de prijzen, die door de hogevraag in de winter waren gestegen, niet verder opgelopen en gedaaldsinds de piek medio februari van meer dan€ 55,00 per MWh.9 Inmiddels isde maand-vooruit prijs op 14 april gedaald tot net onder de € 35,00 perMWh. Voor de komende (zomer) periode lijkt de prijs zich rond dit niveaute stabiliseren. De markt verwacht op dit moment een verdere prijsdalingbegin 2026, dit vanwege de verwachting dat de LNG-productiecapaciteitmondiaal zeer significant wordt uitgebreid, en daarmee ook het aanbodvoor Europa toeneemt.De omstandigheden in de winter hebben ertoe geleid dat de gasopslagenin Nederland aan het eind van de winter gemiddeld nog voor ongeveer20% waren gevuld. Dit is niet een ongebruikelijk niveau aan het einde vaneen winter als wordt gekeken naar de vulgraden sinds 2016.10 Inmiddels ishet vulseizoen weer begonnen. We zien daarbij dat er, zowel in Nederlandals in andere lidstaten, op sommige dagen meer gas wordt opgeslagendan dat er wordt onttrokken uit de gasopslagen. Een belangrijke prikkelvoor het vullen van de gasopslagen is de prijs; bij het vullen wegenmarktpartijen mee dat vullen aantrekkelijk is als de prijs voor gas die numoet worden betaald laag is ten opzichte van de prijs voor volgendewinter (wanneer het gas wordt benut) en het positieve verschil (dezogenoemde spread) voldoende groot is om kosten te dekken engasopslag commercieel aantrekkelijk te maken. Op dit moment liggen dezomerprijs en de winterprijs zeer dicht bij elkaar en op sommige dagen isde prijs in de volgende winter nog (beperkt) lager dan in de zomer. Hetnegatieve verschil tussen de zomer- en winterprijs, dat we de afgelopenwinter hebben gezien, is veel kleiner geworden. Op sommige momentenis er ook een (beperkte) positieve spread. Het kabinet houdt dezeontwikkeling scherp in de gaten. Verderop in deze brief wordt hetonderwerp gasopslag nader toegelicht.7Kamerstukken II 2023/2024, 29 023, nr. 502.8Deze rol van de gasopslagen wordt ook bevestigd door het recente rapport van ACER van16 maart 2025 «Key developments in European electricity and gas markets – 2025 MonitoringReport», via www.acer.europa.eu.9Bedoeld wordt de prijs voor een maand-vooruit contract op de Title Transfer Facility (TTF).10Een overzicht van de vulgraden aan het einde van de winter (1 april) en einde vulseizoen(1 november) in de afgelopen tien jaar was opgenomen in Kamerstukken II 2024/2025, 29 023,nr. 532 en nr. 554.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5632 Maatregelen om de gasleveringszekerheid te borgenHierna wordt ingegaan op het aardgasverbruik in Nederland en deverschillende maatregelen die eraan bijdragen dat in deze vraag kanworden voorzien.AardgasverbruikUit de meest recente cijfers van het CBS blijkt dat het totale aardgasver-bruik in 2024 iets meer was dan 30 miljard m3. Daarmee is het aardgasver-bruik vrijwel gelijk gebleven aan dat van 2023.11 Dit ten opzichte van eendalende trend in voorgaande jaren, die onder meer het gevolg was van dezeer hoge prijzen in 2022 en de overstap naar (duurzame) alternatieven.Het aardgasverbruik van de industrie is met 877 miljoen m3 gestegen tenopzichte van het jaar daarvoor (+9%). Dit komt vooral door toenemendaardgasverbruik in raffinaderijen en de chemische industrie. Voor hetopwekken van elektriciteit werd over heel 2024 595 miljoen m3 8% minderaardgas verbruikt. Dit was te danken aan de grotere inzet vanhernieuwbare bronnen zoals zon en wind. Wel was er een tijdelijkestijging in de laatste twee maanden van 2024 ten opzichte van het jaardaarvoor. Dit kwam door weinig opwek vanuit zon en wind in Noordwest-Europa (de hiervoor genoemde dunkelflautes).Gaswinning uit kleine velden algemeen (Noordzee en land)Door de definitieve sluiting van het Groningenveld in 2024 vervullen dekleine velden een steeds belangrijkere rol in de gasvoorziening van onsland. In 2023 bedroeg de gasproductie afkomstig uit deze kleine velden8,8 miljard m312 en uit de voorlopige cijfers van 2024 valt op te maken datde productie uit de kleine velden in dat jaar naar verwachting weer eenlichte daling zal laten zien van ca. 3%. We hebben in Nederland nu noggas nodig in de overgang naar duurzame energie. Zo lang dat het geval isen het veilig kan, heeft gaswinning in eigen land de voorkeur onder meeromdat het Nederland minder afhankelijk maakt van de geopolitiekesituatie en dit minder schadelijk is voor het klimaat.Gaswinning op de NoordzeeIn de Kamerbrief stand van zaken gaswinning Noordzee van 5 maart jl.bent u geïnformeerd over de voortgang van het sectorakkoordgaswinning en de afspraken die daarin worden gemaakt met deexploratie- en productiesector in Nederland.13 Deze afspraken zijn gerichtop een optimale benutting van het resterende potentieel dat nog in deondergrond aanwezig is. Inmiddels zijn deze gesprekken met de sector ineen afrondende fase en is de verwachting binnen enkele weken ditsectorakkoord te kunnen delen met de Kamer. Als er geen maatregelenworden genomen, zal de gasproductie op de Noordzee naar verwachtingin 2035 eindigen. Afgelopen jaar is er geen exploratieactiviteit op deNoordzee geweest, zoals de analyse van TNO-AGE14 laat zien. Ditbenadrukt, samen met de door TNO-AGE geïdentificeerde andereparameters voor de investeringsbereidheid, het belang van het sectorak-koord en maatregelen die bijdragen aan nieuwe investeringen inexploratie en productie van aardgas op de Noordzee.11https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/07/gasverbruik-niet-veranderd-in-2024.12TNO-AGE Jaarverslag 2023 Delfstoffen en aardwarmte in Nederland (Kamerstukken 2024/25,36 410 XIII, nr. 99).13Kamerstukken 2024/25, 33 529, nr. 1276, met als bijlage het TNO-rapport «Exploratieboringenals parameter om de investeringsbereidheid in gaswinning op de Noordzee te beoordelen».14Bijlage bij Kamerstukken II 2024/2025, 33 529, nr. 1279.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5633 Gaswinning op landOp 6 december 2024 bent u via de Kamerbrief over verantwoorde afbouwgaswinning op land geïnformeerd hoe het kabinet invulling wil geven aandie verantwoorde afbouw.15 Daarbij wordt gezocht naar het vinden vaneen balans tussen enerzijds de zorgen van inwoners en regionalebestuurders en anderzijds de belangrijke functie van gaswinning in eigenland. Om op korte termijn meer duidelijkheid te kunnen bieden oververantwoorde afbouw van gaswinning op land is het kabinet bezig methet maken van afspraken hierover met de sector. U wordt dit voorjaargeïnformeerd over de totstandkoming van deze afspraken die zullenworden opgenomen in het sectorakkoord.Import, LNG en energiediplomatieNederland is netto-importeur van gas. Omdat Nederland een belangrijkegashub in Europa is, met veruit de meest liquide handelsplaats (TTF), isNederland een belangrijke en aantrekkelijke bestemming voor aanlandingen doorvoer van gas. Gas wordt in Nederland geïmporteerd via pijplei-dingen (uit Noorwegen, het VK en België) en in de vorm van LNG via deGate terminal in Rotterdam en de Eems Energy Terminal in Groningen.Deze verschillende importroutes maken import uit diverse bronnenmogelijk. De aanvoer van LNG is stabiel gebleven en de afgelopen wekenin Nederland licht toegenomen.In recente Kamerbrieven heeft het kabinet toegelicht dat het zich inzetvoor voldoende LNG-importcapaciteit die import uit diverse bronnenfaciliteert.16Daarnaast zet het kabinet zich door middel van energiediplomatie in voorhet faciliteren van contracten tussen marktpartijen en partners uitbetrouwbare landen. Er wordt gewerkt aan een brede Kamerbriefenergiediplomatie die het kabinet verwacht uiterlijk in het derde kwartaalvan 2025 aan de Kamer te sturen. Het kabinet zal in die brief nader ingaanop ontwikkelingen en inzet van de Nederlandse overheid op Europees eninternationaal niveau op gebied van energiediplomatie.BH-G en Wetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisisHet kabinet vindt het belangrijk dat Nederland weerbaar is, mocht degastoevoer om welke reden dan ook verminderen. Indien er, ondanks dehiervoor genoemde maatregelen, een gastekort dreigt te ontstaan, danligt er het noodplan met maatregelen, het zogenoemde Bescherm- enHerstelplan Gas (het BH-G). Het BH G is sinds de energiecrisis van 2022geactualiseerd: deze geactualiseerde versie van het BH-G is in 2024 metde Kamer gedeeld.17Tijdens de crisis en de actualisatie van het BH-G zijn enkele tekortko-mingen in het wettelijk kader geconstateerd. Die worden met hetWetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisis geadresseerd. Daarnaastbevat dit wetsvoorstel maatregelen om het gassysteem nog robuuster temaken. Het wetsvoorstel lag tot 26 maart jl. in internetconsultatie18 en hetkabinet verwerkt nu de ontvangen reacties. Het kabinet streeft ernaar hetwetsvoorstel uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 voor advies toe testuren aan de Afdeling advisering van de Raad van State en om15Kamerstukken II 2024/2025, 33 529, nr. 1264.16Kamerstukken II 2024/2025, 29 023, nr. 532 & nr. 554.17Bijlage bij Kamerstukken II 2023/2024, 29 023, nr. 494.18www.internetconsultatie.nl/wbe/bl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5634 vervolgens begin 2026 het wetsvoorstel aan te bieden voor parlementairebehandeling.Handhaven huidig crisisniveauSinds juni 2022 geldt in Nederland het eerste niveau van gascrisis: hetniveau van vroegtijdige waarschuwing.19 Het kabinet heeft in september2024 toegelicht dat diverse andere EU-landen hun crisisniveau hebbenafgeschaald en dat het kabinet daarom na de winter van 2024–2025 zalbezien of ook in Nederland het op dit moment nog geldende niveau vangascrisis kan worden afgeschaald.20 De winter is nu voorbij. Omdat ergeopolitieke spanningen zijn, handhaaft het kabinet voorlopig het huidigecrisisniveau van vroegtijdige waarschuwing. Dit betekent dat het kabinetde gasmarkt nauwlettend in de gaten blijft houden, zoals ook deafgelopen periode gedaan is. Ook blijft Gasunie Transport Services (GTS)het kabinet doorlopend over de gasleveringszekerheid situatie inNederland informeren, zoals sinds juni 2022 het geval is.EUOp EU-niveau spelen meerdere dossiers die relevant zijn voor degasmarkt en gasleveringszekerheid. Op 26 februari 2025 heeft deEuropese Commissie het Actieplan voor betaalbare energieprijzen (hierna:Actieplan) gezamenlijk met de Clean Industrial Deal (hierna: CID)gepubliceerd. De CID werkt een overkoepelende strategie uit voor eenduurzaam concurrentievermogen van de industrie en het Actieplan isspecifiek gericht op het verlagen van de energieprijzen voor alle afnemersvan energie in de EU.Beide stukken benoemen nadere acties en maatregelen op gebied vangas.Zoals benoemd in de CID, heeft de Europese Commissie op 5 maart eenvoorstel gepubliceerd om de Europese gasopslagbepalingen met tweejaar te verlengen. Op 14 maart jl. heeft het kabinet de appreciatie van ditvoorstel aan de Kamer gezonden.21 Momenteel vinden in de Raad opambtelijk niveau discussies over dit voorstel plaats.In het Actieplan worden maatregelen benoemd om de goede werking vande groothandelsmarkt voor aardgas verder te versterken, waaronder eenGas Market Task Force die onder meer zal onderzoeken of aanpassing vantoezicht op de groothandelsmarkt wenselijk is. Verder zal de Commissie,om de inkoopkracht van de EU voor aardgas beter te benutten, desamenwerking met betrouwbare LNG leveranciers intensiveren ennieuwe vormen van gezamenlijk inkoop van gas onderzoeken. Ten slottekondigt het Actieplan de herziening aan van het Europese kader voorenergiezekerheid. Het kabinet heeft de Kamer eerder geïnformeerd overde inzet van dit kabinet ten aanzien van de aangekondigde herziening vande verordening gasleveringszekerheid.22Op 4 april jl. zijn BNC-fiches met appreciaties van het Actieplan en het CIDaan de Kamer gezonden.2319Zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2017/1938 betreffende maatregelen tot veiligstelling vande gasleveringszekerheid.20Kamerstukken II 2024/2025, 29 023, nr. 519.21Kamerstukken II 2023/2024, 29 023, nr. 557.22Kamerstukken II 2023/2024, 21 501-33, nr. 1075.Kamerstukken II 2024/2025, 29 023, nr. 519.23Kamerstukken II 2024/2025, 22 112, nrs. 4020 en 4021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5635 GasopslagIn het Commissiedebat over de gasmarkt en leveringszekerheid van12 maart jl. is uitgebreid gesproken over gasopslag. Gasopslagen spelenin de huidige gasmarkt een onmisbare rol en het kabinet vindt het dan ookbelangrijk dat de gasopslagen goed gevuld worden. Het kabinet volgt deontwikkelingen daarom op de voet. Over het vullen van de gasopslagenvindt ook overleg plaats in EU verband. Aanvullend heeft het kabinetEBN, net als in eerdere jaren, de taak gegeven om gas op te slaan voor hetgeval marktpartijen dat onvoldoende doen.VuldoelstellingDe Kamer vroeg of de voorgenomen vulmaatregelen voldoende zijn en ofhet kabinet bijvoorbeeld de vulambitie naar boven bij moet stellen of zelf(via EBN) extra gas voor uitzonderlijke gevallen moet opslaan. Ten aanzienvan de tweede vraag, heeft het kabinet toegezegd GTS te vragen omopnieuw te kijken naar het overzicht gasleveringszekerheid van september2024 op basis waarvan het kabinet tot de vulambitie is gekomen.24 In eenbericht op haar website van 4 april 2025 herbevestigt GTS de analyse vanseptember 2024.25 Dit betekent dat met een vulgraad van 80%, gecombi-neerd met de overige gasinfrastructuur waaronder eigen productie enimport via pijpleidingen en in de vorm van LNG, Nederland goed isvoorbereid in de verschillende scenario’s die GTS heeft doorgerekend.Daar hoort ook bij het scenario van een koud jaar met extreem lagewintertemperaturen (een winter zo koud als de koudste winter van deafgelopen dertig jaar). Bij deze scenarioanalyse is impliciet ook rekeninggehouden met periodes van minder aanbod uit wind en zon (zogenoemdedunkelflautes). Ook heeft GTS bij deze analyse meegenomen dat beperkteuitval van toevoer kan worden opgevangen (de toevoer via de GATELNG-terminal in Rotterdam gedurende dertig dagen) en in de hoogstevraag worden kan worden voorzien bij uitval van de grootste bron vancapaciteit (in Nederland is dat gasopslag Norg).26Strategische voorraad/noodvoorraadDe hiervoor bedoelde analyse, die resulteert in een vulambitie van 80%,gaat over hoeveel gasopslag er nodig is voor «normale» marktgebaseerdeinzet van gasopslagen in de winter om te voorzien in de vraag. Dit ziet dusop de vrij inzetbare seizoensflexibiliteit waarbij de gasopslagen in dewinter naar eigen inschatting van marktpartijen kunnen worden ingezet.Daaronder valt ook een situatie zoals afgelopen winter waarbij eromstandigheden waren die voor marktpartijen aanleiding vormden om degasopslagen aan te spreken.Aanvullend geeft GTS aan dat het nodig kan zijn om voorbereid te zijn opandere situaties, zoals een nog langduriger uitval van toevoer, bijvoor-beeld voor uitval van een bron gedurende zes maanden, die kan leiden toteen noodsituatie. GTS geeft aan dat het daarom verstandig kan zijn om tevoorzien in aanvullende gasopslag om dit soort situaties te kunnenondervangen. Daarbij gaat het dan om een specifieke voorraad die nietvrij inzetbaar is en in beginsel buiten de markt wordt gehouden enwaarvoor separate regels nodig zijn in Noordwest-Europees verband.2724TZ202503-069.25https://www.gasunietransportservices.nl/nieuws/hoge-onttrekking-uit-gasopslagen.26Zie ook de uitgebreide toelichting bij de analyse van GTS in de Kamerbrief van 14 februari2025, Kamerstukken Il 2024/2025, 29 023, nr. 532.27www.gasunietransportservices.nl/nieuws/hoge-onttrekking-uit-gasopslagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5636 Dit roept de vraag op of Nederland bijvoorbeeld een strategischevoorraad moet aanhouden. Nederland heeft op dit moment geenstrategische voorraad. Het kabinet ziet ook dat het wenselijk kan zijn om– meer dan in het verleden nodig was – gas op te slaan om in de winterminder gevoelig te zijn voor onderbrekingen of verstoringen in de toevoervan gas. Dit gezien de groeiende afhankelijkheid van import, en daarmeede kwetsbaarheid voor geopolitieke risico’s. De vraag is of het aanhoudenvan een strategische voorraad daarvoor het meest doelmatige eneffectieve mechanisme is.Het kabinet heeft toegezegd uiteen te zetten wat een strategischevoorraad is en hoe dit zich verhoudt tot een noodvoorraad, zoals nuopgenomen in de consultatie-versie van het Wetsvoorstel bestrijdenenergieleveringscrisis.28 De twee begrippen – strategische voorraad ennoodvoorraad – worden vaak inwisselbaar gebruikt. De noodvoorraad,zoals voorgesteld in de consultatie versie van het Wetsvoorstelbestrijden energieleveringscrisis, is een specifieke toepassing van eenstrategische voorraad. Het kabinet heeft echter gekozen voor de termnoodvoorraad, omdat dit beter aansluit bij het doel waarvoor eendergelijke voorraad kan worden ingezet: een voorraad van gas die alleenin noodsituaties (het derde en hoogste niveau van een gascrisis29) kanworden ingezet.De noodvoorraad die in het Wetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisiswordt voorgesteld, kan door de Minister worden ingezet in een noodsi-tuatie en zorgt ervoor dat er meer tijd is voor het zorgvuldig voorbereidenvan de verplichtende maatregelen uit het BH-G horend bij een noodsi-tuatie, namelijk het afschakelen van niet-beschermde afnemers.De term strategische voorraad suggereert dat een dergelijke voorraad ookkan worden ingezet voor meer strategische doeleinden, bijvoorbeeld omde gasprijs te dempen. Hier biedt de EU-verordening gasleveringsze-kerheid30 echter geen ruimte voor.Deze verordening bepaalt dat strategische voorraden alleen kunnenworden ingezet in het hoogste niveau van een gascrisis (een noodsi-tuatie), omdat het aanhouden en inzetten van een dergelijke voorraad eenzogenaamde niet marktgebaseerde maatregel is. Ter illustratie: ooktijdens de gascrisis van 2022 heeft geen EU-lidstaat dit crisisniveau bereikten lidstaten die over een strategische voorraad beschikken hebben dietoen niet ingezet. Een strategische voorraad (of noodvoorraad) kan dusalleen in zeer uitzonderlijke gevallen worden ingezet, waarvan onduidelijkis of ze zich ooit voor gaan doen.Los hiervan is een belangrijke notie dat het opbouwen en aanhouden vaneen strategische voorraad inhoudt dat er extra gas moet wordenopgeslagen en gereserveerd voor specifieke doeleinden en de hiervoorbenodigde opslagcapaciteit en injectie- en onttrekkingscapaciteit moetworden vrijgemaakt en vrijgehouden. Dit betekent dat het opbouwen enaanhouden van een dergelijke specifieke voorraad ten eerste gepaard gaatmet kosten en ten tweede ten koste gaat van de capaciteit die beschikbaaris voor «gewone» (marktgebaseerde) inzet van de gasopslag om tevoorzien in de wintervraag en daarmee een grote impact heeft op hetfunctioneren van de gasopslagmarkt.28TZ202503-067.29Zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2017/1938 betreffende maatregelen tot veiligstelling vande gasleveringszekerheid.30Verordening (EU) 2017/1938 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringsze-kerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5637 Wat betreft het eerste punt – de kosten – heeft Kyos in het advies overvulmaatregelen een inschatting gegeven van deze kosten. Dit komt neerop een eenmalige investering van zo’n € 200 miljoen per 5 TWh enjaarlijkse kosten van zo’n € 36,5 miljoen per 5 TWh. Ter illustratie: voorhet aanhouden van een strategische voorraad van met een omvang van90 dagen gemiddeld gasverbruik is zo’n 72 TWh nodig.31 Dit zoubetekenen dat een investering van zo’n € 2,9 miljard nodig is om hetbenodigde gas aan te kopen en daarnaast jaarlijks zo’n € 525 miljoen aankosten om de voorraad aan te houden. Deze kosten komen indirect ook bijde gasverbruiker terecht en verhogen daarmee de energierekening.Wat betreft de impact op de markt: GTS gaf ook aan dat op dit momentnog een groot deel van de opslagcapaciteit (in ieder geval zo’n 80%) nodigis om te kunnen voorzien in de seizoensflexibiliteit, ook in extremereomstandigheden, en het normale functioneren van het gassysteem.Anders gezegd: de huidige gasopslagen zijn nodig voor «normale» inzetin de winter, en moeten beschikbaar zijn om in de vraag te voorzien, zoalsook afgelopen winter is gebeurd. Als de opslagen in de winter niet ofminder kunnen worden aangesproken, betekent dat minder aanbod endus ook hogere gasprijzen. Daarnaast, ook met een vulambitie van 80%kunnen de gasopslagen nog steeds ook tot een hoger niveau wordengevuld als daar aanleiding voor is. Zo hebben marktpartijen voorgaandejaren tot meer dan 90% van de opslagcapaciteit gevuld, mede omdat ditcommercieel gunstig was en om aan hun leveringsverplichtingen tekunnen voldoen. Het reserveren van opslagcapaciteit voor een strate-gische voorraad ontneemt marktpartijen de mogelijkheid om extra gas opte slaan en bijvoorbeeld te kiezen voor extra gasopslag in plaats vanLNG-import om te voorzien in hun leveringsverplichtingen. Ook dit kankostenverhogend werken.In het advies over vulmaatregelen, adviseert Kyos daarom om – mocht hetkabinet kiezen voor een strategische (of nood-) voorraad – de omvangdaarvan te beperken tot maximaal zo’n 10% van de opslagcapaciteit inNederland (13 TWh).Tot slot is het belangrijk om te borgen dat het opgeslagen gas tenbehoeve van de strategische voorraad daadwerkelijk op het juistemoment uit de gasopslag kan worden gehaald. Als het gas is opgeslagenin een gasopslag waarin ook andere partijen gas hebben opgeslagen, kanhet zo zijn dat deze partijen op hetzelfde moment het door henopgeslagen gas uit de opslag willen onttrekken. De vraag is of op zo’nmoment de onttrekkingscapaciteit voldoende is dat alle partijen tegelij-kertijd de door hun gewenste hoeveelheid gas uit de opslag kunnenonttrekken. En als dit niet zo is, wie dan voorrang krijgt.Het kabinet heeft een afweging gemaakt tussen de kosten voor hetopbouwen van een strategische (of nood-) voorraad en de beperkingendie gelden voor het inzetten van een dergelijke voorraad, de waarborgendie marktwerking biedt, de betaalbaarheid van gas voor de gebruikerservan en de huidige (geopolitieke) onzekerheden. Op basis hiervan is hetkabinet tot een voorstel gekomen in de internetconsultatieversie van hetWetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisis voor een in omvangbeperkte noodvoorraad.In het Wetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisis worden ook bredermaatregelen voorgesteld om het gassysteem robuuster te maken,waaronder een structurele vultaak voor EBN.31Uitgaand van 2024: het totale aardgasverbruik over 2024 was 293 TWh. Dit komt neer op eendaggemiddelde van 0,8 TWh.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5638 Indien in aanvulling hierop nog meer maatregelen nodig zouden zijn, zouhet – zoals hiervoor toegelicht – moeten gaan om maatregelen diedoelmatiger en effectiever zijn dan het aanleggen van een omvangrijkestrategische voorraad of noodvoorraad. Dit vanwege het risico dat eendergelijke voorraad mogelijk nooit zal worden ingezet, met het oog op debetaalbaarheid van gas en ook om te voorkomen dat Nederland eenkostbare extra voorziening treft, waarbij het gas uiteindelijk ook in anderelidstaten terecht kan komen. Het kabinet zal in het kader van de verdereuitwerking van het Wetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisis afwegenof er slimmere alternatieven zijn voor een strategische voorraad dievoorzien in de zorgen die de Kamer heeft geuit (zoals langdurige uitvalvan toevoer, hoge prijspieken waardoor huishoudens hun rekening nietkunnen betalen). Nederland vraagt ook aandacht voor deze onderwerpenin Europees verband. Op dit moment verwerkt het kabinet de resultatenvan de internetconsultatie.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5639 Werking van gasopslag en rol marktpartijen – toezegging aan hetlid Vermeer (BBB}Het lid Vermeer vroeg tijdens het Commissiedebat op 12 maart jl. hoegasopslag werkt en wat de rol van marktpartijen hierin is.32Om te beginnen is het belangrijk te benoemen dat gasopslagen verschil-lende functies in het gassysteem vervullen en er verschillende typengasopslagen nodig zijn om daarin te voorzien en zo bij te dragen aangasleveringszekerheid. Deze functies zijn:–Seizoensopslag om te voorzien in de hogere wintervraag (zowel bijmilde als bij koude winters). Dit betekent dat er voldoende gasvolumemoet worden aangehouden in gasopslagen. Dit vergt opslagcapaciteit.–Pieklevering om snel te kunnen leveren bij kortstondige extra vraag.Dit betekent dat er voldoende volume moet worden aangehouden ingasopslagen waaruit snel geproduceerd kan worden. Dit vergtopslagcapaciteit en onttrekkingscapaciteit.–Multi-cycle of fast-cycle opslag om de (dagelijkse) balanspositie vannetgebruikers te kunnen managen. Dit betekent dat er voldoendegasvolume moet worden aangehouden in gasopslagen waaruit snelgeproduceerd kan worden en die snel weer gevuld kunnen worden. Ditvergt opslagcapaciteit, onttrekkingscapaciteit en injectiecapaciteit. Metname gasopslag in cavernes, zoals in Nederland gebeurt in Zuidwen-ding, is hiervoor geschikt.–Strategische voorraad/noodvoorraad, een voorraad van gas die alleenin noodsituaties (het derde en hoogste niveau van een gascrisis) kanworden ingezet. Dit betekent dat er extra gasvolumes moeten wordenaangehouden in gasopslagen die aanvullend geproduceerd kunnenworden. Dit vergt opslagcapaciteit en onttrekkingscapaciteit.Momenteel zijn er vijf gasopslagen in Nederland: Alkmaar, Bergermeer,Grijpskerk, Norg en Zuidwending. Een zesde gasopslag in Duitsland, UGSNüttermoor, bedient exclusief de Nederlandse markt, en daarnaast kan enwordt er ook vanuit andere opslagen in Duitsland gas geleverd aanNederland. Deze gasopslagen hebben ieder eigen specifieke eigen-schappen en daardoor een eigen rol in het gassysteem.33 Deze zesgasopslag en samen hebben voldoende opslag en onttrekkingscapaciteitom op dit moment te voorzien in de belangrijkste functies, namelijkseizoensopslag, pieklevering en het balanceren van het net door marktpar-tijen. De gasopslagen in Nederland spelen ook een rol in de gasleverings-zekerheid van onze buurlanden: het gas dat in deze gasopslagen isopgeslagen kan – net als al het andere gas dat op het Nederlandse networdt gebracht – ook geëxporteerd worden naar buurlanden. Dit is dereden dat GTS in het overzicht gasleveringszekerheid ook rekening houdtmet de export van gas naar Duitsland en België.Marktpartijen spelen een onmisbare rol in het eigendom, beheer, inzettenen vullen van deze gasopslagen. Deze gasopslagen zijn voor 60% ineigendom van private partijen (zoals TAQA en de NAM) en voor 40% ineigendom van EBN, met uitzondering van Zuidwending. Deze gasopslagis eigendom van EnergyStock, een dochteronderneming van Gasunie. Degasopslagen worden beheerd door marktpartijen: deze beheerders zorgener bijvoorbeeld voor dat de installaties werken, dat marktpartijen toeganghebben tot de opslagen en dat het gas op het gevraagde moment in deopslag geïnjecteerd of uit de opslag geproduceerd wordt. Tot slot, wordende gasopslagen gevuld door marktpartijen, onder andere door energiele-32TZ202503-068.33Kamerstukken II 2022/2023, 29 023, nr. 442.Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56310 veranciers. Zij kunnen gasopslag gebruiken om bijvoorbeeld hunleveringsverplichtingen in de winter af te dekken.Dat marktpartijen zo’n grote rol spelen in de gasmarkt, betekent niet datde overheid geen rol heeft. Ten eerste is er wet- en regelgeving vantoepassing. Zo stelt de Gaswet regels over de toegang tot gasopslag voormarktpartijen en moet op basis van een EU-verordening34 de ACMbeoordelen of de gasleveringszekerheid op nationaal of Unie-niveau nietvermindert als de gasopslagfunctie van een gasopslag wordt stopgezet.Ook gelden er regels voor energieleveranciers en de levering aankleinverbruikers. Sinds 2004 is gekozen voor een systeem dat berust optwee pijlers:–Leveranciers aan kleinverbruikers zijn verantwoordelijk voor basisleve-ring (voor temperaturen tot -9°C); en–GTS treft voorzieningen voor pieklevering bij extreme kou (–9 tot–17°C) voor alle kleinverbruikers in Nederland.35In dit kader is ook voorzien in een vergunningsplicht voor leveranciers aankleinverbruikers.36Ten tweede, heeft de overheid via EBN 40% eigendom in de meestegasopslagen in Nederland. Daarnaast neemt de overheid sinds degascrisis van 2022 een proactievere rol bij het vullen van gasopslagen viade vultaak voor EBN. Hiermee heeft de overheid een instrument om snelin te kunnen grijpen mocht de vulgraad van de gasopslagen in de zomerachterblijven. Belangrijk is om te benoemen dat deze vultaak geld kost,zeker als de gasprijs in de zomer hoger ligt dan in de winter erna. Omdeze kosten te dekken, werkt het kabinet in het Wetsvoorstel bestrijdenenergieleveringscrisis een heffing uit voor gebruikers van het gastrans-portnet. Hiermee komen de kosten voor de vultaak ook (indirect) bij degasverbruikers en dus uiteindelijk ook bij de consument terecht.34Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekkingvan Verordening (EG) nr. 1775/2005.35Kamerstukken II 2002/2003, 28 174, nr. 52 (Gewijzigd amendement over het waarborgen vanleveringszekerheid door de beheerder van het landelijke hogedrukgastransportnet) en Notavan Toelichting bij het Besluit leveringszekerheid Gaswet, Staatsblad 2004, 170, § 2.36Artikel 2.17, eerste lid, van de Energiewet, voorheen artikel 43, eerste lid, van de Gaswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56311 Prijsinstrumenten – toezegging aan het lid Kröger (GL-PvdA)We zien dat de energiemarkt continu verandert. Ontwikkelingen op degroothandelsmarkt worden met vertraging en in verschillende matedoorberekend aan consumenten. Dit is mede afhankelijk van het typecontract van de consument en de inkoopstrategie van de leverancier. Engeldt voor zowel een stijging als daling van de groothandelsprijs. Op ditmoment is het niet zo dat de leveringstarieven voor consumenten bovende tarieven uitkomen die in 2023 golden onder het prijsplafond. Consu-menten kunnen op dit moment kiezen uit een ruim aanbod van vaste,variabele en dynamische contracten met prijzen veelal onder het niveauvan het prijsplafond.37 De combinatie van het ontbreken van een dergelijkaanbod en de veel hogere groothandelsprijzen waren in 2022 reden voorhet kabinet om een prijsplafond in te stellen.Volgens de toezegging gedaan aan het lid Kröger tijdens het commissie-debat Gasmarkt en Leveringszekerheid van 12 maart jl. wordt in deze briefingegaan op het prijsplafond, waarbij dit prijsplafond wordt vergelekenmet andere instrumenten om kwetsbare huishoudens tegemoet te komenen waarbij wordt stilgestaan bij de voor- en nadelen.38 In 2023 zijnverschillende maatregelen verkend in het kader van de augustusbesluit-vorming. Een inventarisatie van deze maatregelen is in het voorjaar van2023 gedeeld met uw Kamer in een Kamerbrief naar aanleiding van demotie Van der Lee.39 Deze verkende maatregelen zijn verder uitgewerktvoor de augustusbesluitvorming en met de Kamer gedeeld in deKamerbrief «Reactie motie Van Baarle c.s.».40Ingrijpen op de energierekening is complex, waarbij verschillenderandvoorwaarden van maatregelen moeten worden meegenomen. Eencrisismaatregel moet snel te implementeren zijn, uitvoerbaar zijn, passenin de juridische kaders, de juiste doelgroep gericht bereiken en doelmatigzijn. Op het moment dat een prijscrisis zich voor zou doen, moet bekekenworden welk instrument het meest passend is om de aard van diespecifieke crisis te adresseren. In generieke zin lopen hogere energie-prijzen mee in de koopkrachtbesluitvorming. Mocht de situatie zodanigzijn dat er extra noodmaatregelen nodig zijn, dan zijn binnen de huidigewetgeving verschillende maatregelen mogelijk.Een prijsplafond is een krachtig instrument dat huishoudens prijsze-kerheid biedt voor een deel van hun verbruik. Tegelijkertijd is eenprijsplafond in elke vorm een ongerichte maatregel, die ook marktver-storend werkt. Het prijsplafond was in 2023 niet mogelijk geweest zonderde medewerking en inzet van de energieleveranciers. Energieleverancierszouden opnieuw bereid gevonden moeten worden de uitvoering op zichte nemen, terwijl het een grote impact zou hebben op hun bedrijfsvoering.De doelmatigheid van een prijsplafond is sterk afhankelijk van het aantalvaste contracten in het geval een nieuwe prijspiek zich voordoet.Het heeft daarom niet de voorkeur deze maatregel nogmaals in te zetten.Het is wel een uitvoerbare maatregel waarvan duidelijk is hoe hij moetworden geïmplementeerd. Een nadeel van het prijsplafond is ook dat dezeniet gedurende het jaar ingezet kan worden. Een mogelijk prijs dempendeffect laat in ieder geval enkele maanden op zich wachten, waardoor hetin een crisis niet evident een effectieve maatregel is. Een zogenaamd«slapend» prijsplafond is in de praktijk niet uitvoerbaar, omdat hettechnisch en administratief alleen mogelijk is om een prijsplafond over37Workbook: Monitor Consumentenmarkt Energie.38TZ202503-070.39Kamerstukken II 2022/2023, 36 200, nr. 182.40Kamerstukken II 2023/2024, 36 410, nr. 80.Bijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56312 een kalenderjaar te laten lopen. Voor beide varianten geldt dat deEuropese Commissie een uitzondering moet bieden op de Europesewetgeving. In 2023 zijn ook maatregelen verkend die op relatief kortetermijn te implementeren zijn. Zo is er gekeken naar een regeling met eenvast bedrag, de zogenaamde lumpsum regeling.Deze maatregel zou vergelijkbaar kunnen zijn met de tweemaal 190 euroin november en december van 2022. Deze regeling is relatief snel teimplementeren. Het is ook mogelijk om via de energiebelastinghuishoudens tegemoet te komen in hun energiekosten.Bovenstaande maatregelen zijn generiek. Een energiefonds kan meerspecifiek hulp bieden voor kwetsbare huishoudens. Zoals 14 februari jl. isgedeeld met de Kamer, is er na diverse gesprekken met de sectorvoldoende basis om over te gaan tot een positief besluit om in 2025 hetEnergiefonds op te gaan starten.41 Met het energiefonds wordenhuishoudens in energiearmoede ondersteund in het betalen van deenergierekening. Er wordt met de hoogste urgentie gewerkt aan deuitwerking van het fonds.41Kamerstukken II 2024/2025, 29 032, nr. 533.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56313 TNO rapport inzake «Hergebruik van LNG-infrastructuur inNederland»Hierbij biedt het kabinet u het rapport aan van TNO inzake «Hergebruikvan LNG infrastructuur in Nederland».Aanleiding en achtergrond: Waterstofreadiness van LNG-terminalsMijn voorganger heeft de Kamer in 2023 geïnformeerd dat er bij nieuweinitiatieven voor LNG-terminals wordt ingezet op het zo spoedig mogelijkhergebruik van de infrastructuur voor duurzame toepassingen, waarbij errekening mee wordt gehouden hoe de vraag naar deze duurzame dragerszich ontwikkelt. In april 2024 heeft het lid Kröger (GL-PvdA) een motieingediend die de regering verzoekt erop toe te zien dat nieuweLNG-terminals ook gereed zijn voor waterstof.42Voor de uitvoering van deze motie is relevant dat, ondanks dat een aantalwaterstofterminal-projecten naar de realisatiefase aan het verschuiven is,de markt voor duurzame energiedragers langzamer op gang komt danverwacht, zoals het kabinet ook eerder aan de Kamer heeft gecommuni-ceerd. Wat betreft het ombouwen van LNG-terminals voor waterstof-(dragers) is nog onduidelijk wat de kosten en technische en juridischevereisten zijn.Tegen deze achtergrond heeft het kabinet TNO gevraagd om een studie uitte voeren naar de technische en juridische voorwaarden en mogelijk-heden voor hergebruik van bestaande en nieuwe LNG-terminals. TNOheeft daarbij ook de relevante wetgeving voor LNG-terminals in andereEU LNG importlanden (SP, IT, DE) onderzocht om te analyseren of ervoorwaarden zijn voor de herbestemming naar waterstofdragers.Samenvatting en conclusieHet TNO-rapport biedt een uitgebreid en waardevol inzicht in de(on)mogelijkheden van de onderscheiden onderdelen van LNG-terminalsvoor hergebruik per verschillende duurzame energiedragers. TNOconcludeert dat hergebruik van (delen van) een LNG-terminals in hetalgemeen beperkt mogelijk is. Daarbij speelt mee of het gaat om eenbestaande dan wel nieuwe terminal en of het gaat om een terminal opland versus een offshore of drijvende terminal. Het lijkt mogelijk omvoorwaarden te stellen aan «waterstofgereedheid» van LNG terminalsom de bouw van terminals voor duurzame dragers op dezelfde locatie inde toekomst te vergemakkelijken, zoals voorwaarden ten aanzien van dedraagkracht van de gebruikte constructie. In feite gaat het dan niet omhergebruik van de terminalcomponenten, maar om hergebruik van delocatie en enkele onderdelen van de constructie. Alleen voor een aantalspecifieke energiedragers die directe alternatieven vormen voor LNG,zoals bio-LNG en synthetisch methaan, is direct hergebruik van determinal zonder veel aanpassingen mogelijk. TNO schetst echter dat er bijdeze dragers aandachtspunten bij de kosten en toeleveringsketen zijn,waardoor de toekomstige omvang van deze dragers zeer onzeker is.Technische mogelijkheden hergebruik LNG-terminals•Hergebruik van bestaande terminals (GATE en EemsEnergyTer-minal) met vloeibare waterstof of ammoniak is te complex. Demeest CAPEX-intensieve componenten, zoals de bestaande LNG-opslagtanks of drijvende onderdelen (de zogenoemde Floating Storage42Kamerstukken II 2023/2024, 29 023, nr. 502.Bijlage 3:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56314 and Regasification Units of FSRUs), zijn niet geschikt voor vloeibarewaterstof en ammoniak. (Her)gebruik van de locatie zou feitelijk dusneerkomen op de bouw van nieuwe terminals. Voor de EemsEnergy-Terminal betekent dit het vervangen van de FSRUs, na afloop van deduur van de huidige functie als LNG-terminal, voor FSRUs die geschiktzijn voor ammoniak of vloeibare waterstof.Deze technologie bestaat nog niet op de schaal die benodigd is. Zolangaardgas nog nodig blijft in ons energiesysteem, is het logischer om determinals te blijven inzetten voor (duurzamere alternatieven van)aardgas zoals synthetisch methaan18 en bio-LNG.•Nieuwe LNG-terminals kunnen voor een beperkt deel toe-komstbestendig worden gebouwd door vooruit te plannen metno-regret maatregelen. Gegeven de verschillende eigenschappenvan de duurzame energiedragers, is het – indien wordt gestuurd ophergebruik belangrijk om vooraf een duidelijke keuze te maken voorwelke duurzame drager in de toekomst in een nieuwe LNG-terminal zalworden ingezet. Daarbij moet rekening worden gehouden met watproportioneel is in termen van extra investeringskosten. Het onderzoeklaat zien dat er op dit moment geen opslagtanks of FSRUs bestaan diezowel voor vloeibare waterstof of ammoniak als voor LNG op debenodigde schaal commercieel beschikbaar zijn.Juridische sturingsmogelijkhedenDe juridische analyse laat zien dat er geen formele sturingsmogelijkheidvanuit de overheid bestaat om bij bestaande terminals een specifiektransitiepad af te dwingen. De nieuwe Gasverordening (Verordening2024/1789), als onderdeel van het EU-decarbonisatiepakket, introduceertwel een nieuwe extra voorwaarde – indien nieuwe terminals verzoekenom ontheffing van het toepasselijke regime voor derden toegang – dat bijde investering rekening wordt gehouden met decarbonisatie en energie-en klimaatdoelen. Dit biedt enige ruimte voor sturing op hergebruik. Tenslotte is denkbaar dat er in het kader van omgevingstrajecten ook demogelijkheid bestaat tot sturing op ruimtegebruik en de (vereisten voor)vergunningverlening.Uit de analyse van de situatie in andere EU-landen, blijkt dat vooralsnogalleen Duitsland specifieke wet- en regelgeving heeft voor de herbe-stemming van LNG terminals. De Duitse Gesetz zur Beschleunigung desEinsatzes verflüssigten Erdgases (LNGG), ofwel de Duitse «LNG versnel-lingswet» stelt voorwaarden aan herbestemming van LNG-terminals bijnieuwbouw. Om een terminal in Duitsland operationeel te houden na31 december 2043 moet uiterlijk op 1 januari 2035 goedkeuring zijnaangevraagd. Deze goedkeuring wordt alleen gegeven als de beheerderkan bewijzen dat de terminal per 1 januari 2044 kan worden omgebouwdtot een terminal die inzetbaar is voor de import, ontlading, opslag enhervergassing van ammoniak. Daarbij moet gedemonstreerd worden datde modificatiekosten niet meer dan 15% van de originele bouwkostenbedragen.Deze in Duitsland gestelde voorwaarde lijkt in Nederland niet haalbaar opbasis van de veiligheidseisen voor ammoniak in de zogenoemde PGS-12richtlijn.VervolgUiteindelijk vereist de keuze voor hergebruik van nieuwe en bestaandeLNG terminals per individuele terminal een zorgvuldige afweging vangasleveringszekerheid, klimaatdoelstellingen, economische haalbaarheiden technische uitvoerbaarheid. Het is hierbij belangrijk om een «loek in»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56315 (ten aanzien van een specifieke duurzame energiedrager) te voorkomenwaarbij een gecoördineerde afbouw van fossiele infrastructuur in de wegstaat aan de opbouw van infrastructuur voor duurzame alternatieven.Op basis van de hierboven geschetste conclusies, zal het kabinetinventariseren welke instrumenten het kan inzetten om terminaloperators,van zowel bestaande als nieuwe initiatieven, meer te kunnen sturenrichting een duurzaam transitiepad.Hierbij zal het kabinet o.a. kijken welke voorwaarden meegenomenkunnen worden bij de implementatie van het decarbonisatiepakket omdeze afweging te kunnen maken. Deze voorwaarden zullen in lijn moetenzijn met de voorkeuren en aandachtspunten over de toeleveringsketensgeschetst in de kabinetsvisie waterstofdragers43 en met de gesteldevoorwaarden in andere EU landen, zoals Duitsland, om een level-playingfield te waarborgen.Parallel zal het kabinet, bij nieuwe initiatieven, de samenwerking met deoverige bevoegde gezagen opzoeken om te bezien of de door TNOgeadviseerde voorwaarden alvast kunnen worden meegenomen bij debeoordeling van aanvragen.Ten slotte vindt het kabinet het belangrijk om in gesprek te blijven met determinaloperators en betrokken stakeholders, zodat hun toekomstplannenin lijn worden ontwikkeld met het afbouwpad voor aardgas en dat determinals bijdragen aan zowel leveringszekerheid als de overgang naareen klimaatneutraal energiesysteem in Nederland richting 2050. Dit geldtin het bijzonder bij het lopende initiatief voor de tijdelijke verlenging vande EemsEnergyTerminal, waarbij aandeelhouders Gasunie en Vopak naasthet onderzoeken van verlenging ook gezamenlijk de mogelijkhedenonderzoeken voor het realiseren van een nieuwe importterminal voorammoniak.44 Op dit moment is de GATE-terminal al gecertificeerd voor deimport van bio-LNG en worden de eerste volumes geïmporteerd. Ook ishet kabinet aan het verkennen in het kader van het groeifondsprogramma«GroenvermogenNL» of de innovatiekloof voor toekomstbestendigematerialen en (toekomstbestendig LNG) ontwerpsystemen voor de importvan vloeibare waterstof en ammoniak kan worden ingevuld. Voor de fasevan pilots en demonstraties zou GroenvermogenNL kunnen bijdragen viade zogenoemde DEI-regeling, waarbinnen voor waterstof(-gerelateerde)projecten ook ruimte bestaat.43Kamerstukken II 2024/2025, 32 813, nr. 1424.44https://www.eemsenergyterm inal. nl/laatste- nieuws/belangrijke-volgende-fase-voor-de-toekomst-van eemsenergyterminal-in-eemshavenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56316
Gerelateerde bronnen
- In de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden informeert de minister de Kamer over de geactualiseerde analyse van GTS over de vuldoelstelling.
In de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden informeert de minister de Kamer over de geactualiseerde analyse van GTS over de vuldoelstelling.
- De minister informeert de Kamer in de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden over de rol van markpartijen.
De minister informeert de Kamer in de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden over de rol van markpartijen.
- In de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden gaat de minister in op het prijsplafond waarbij zij het prijsplafond vergelijkt met andere instrumenten e
In de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden gaat de minister in op het prijsplafond waarbij zij het prijsplafond vergelijkt met andere instrumenten en stilstaat bij de voor- en nadelen.
- In april stuurt de minister de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden, waarin zij ingaat op de gasopslag, de noodvoorraad en de strategische reserve.
In april stuurt de minister de volgende update over de gasmarkt en de vulgraden, waarin zij ingaat op de gasopslag, de noodvoorraad en de strategische reserve.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.