Stand van zaken gaswinning Noordzee
Brontekst
Versie 233a6df51a36ef2b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 529GaswinningNr. 1276 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 maart 2025Nederland produceert al decennialang aardgas, zowel op land als op deNoordzee. In de overgang naar duurzame energie, zal aardgas nog eenbelangrijke rol blijven spelen. De afgelopen jaren is de productie vanaardgas op de Noordzee sterker gedaald dan wenselijk is in deze fase vande transitie. Als er geen maatregelen worden genomen, zal de productiede komende decennia verder dalen. Hiermee wordt Nederland meerafhankelijk van import en kwetsbaarder voor prijsschommelingen vanLNG. Daarnaast kent geïmporteerd gas een veel hogere uitstoot vanbroeikasgassen. In het licht van alle geopolitieke ontwikkelingen is hetbelang van een onafhankelijke en diverse energievoorziening sterkergeworden. Daarom maakt het kabinet momenteel met de sector afsprakenover de gaswinning in Nederland, zodat deze bij kan blijven dragen aaneen meer onafhankelijke positie van ons land.Potentie van gaswinning op de NoordzeeIn het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) isopgenomen dat dit kabinet de gasleveringszekerheid borgt door onderandere de nationale productie te optimaliseren en de gaswinning op deNoordzee op te schalen. Conform de motie van het lid Erkens van 11 april20241 en het regeerprogramma wordt er een sectorakkoord uitgewerkt. Inhet Commissiedebat mijnbouw van 2 oktober 2024 heb ik toegezegd uhierover te informeren2. Met de sectorpartijen, de brancheverenigingElement NL en met Energie Beheer Nederland (EBN) bespreekt het kabinetmomenteel alle maatregelen die door de verschillende partijen moetenworden uitgevoerd om het activiteitenniveau omhoog te brengen. Dezegesprekken bevinden zich in een vergevorderd stadium. Het kabinetverwacht u dit voorjaar over deze afspraken te informeren. Hierondervolgen al enkele van de hoofdlijnen om de Kamer mee te nemen in derichting die wordt ingeslagen.1Kamerstukken II 2023/24, 29 023, nr. 5052TZ202410-019 kst-33529-1276ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12761 EBN heeft, als beleidsdeelneming in olie- en gasprojecten, op verzoek vanhet Ministerie van KGG in kaart gebracht waar de resterende potentie vanaardgas en aardolie op de Noordzee zich bevindt en waarom productiehiervan zonder maatregelen niet van de grond zou komen. In de recentverschenen «Staat van de Sector» gaat EBN hier nader op in.3 EBN en desector concluderen dat er nog voldoende potentie is op de Noordzee omte ontwikkelen. Hiervoor is het echter wel nodig dat de sector in gezamen-lijkheid voorstellen uitwerkt, hun werkzaamheden waar mogelijk bundelten deze gecoördineerd uitvoert. Om het resterende potentieel te kunnenontsluiten, heeft EBN het initiatief tot «Regioprogrammering Noordzee»genomen. Deze nieuwe benadering vormt het uitgangspunt van hetsectorakkoord. Naast deze regionale aanpak en versterkte samenwerking,worden in het akkoord maatregelen uitgewerkt die er aan bijdragen datinvesteringsrisico’s worden verlaagd, dat onbenutte vergunningenworden overgedragen aan partijen die wel willen investeren en worden ermaatregelen uitgewerkt die de vergunningverlening voorspelbaardermaken en versnellen. Ook wordt onderzocht of er maatregelen nodig zijnom de economische aantrekkelijkheid van het ontwikkelen van nieuwevelden te vergroten. Nu kiezen mondiaal opererende bedrijven er voor omin andere landen te investeren, omdat de investering daar meer opbrengt.Eerder gemaakte afspraken over de gaswinning, zoals bijvoorbeeld deafspraak in het Noordzeeakkoord dat het niveau van de gaswinning op deNoordzee te allen tijde onder het niveau van het aardgasgebruik vanNederland blijft, blijven onveranderd. Tegelijkertijd met de gesprekkenover maatregelen voor gaswinning op de Noordzee werkt het kabinet metde sector maatregelen uit voor de gaswinning op land. Deze kent andereknelpunten, vraagt bespreking met regionale overheden en vergen ookandere maatregelen. Voor deze gesprekken is meer tijd nodig. Deafspraken zullen uiteindelijk wel gezamenlijk in één akkoord landen.De nieuwe (beleids)maatregelen die worden uitgewerkt, zijn gericht opeen optimale benutting van het resterende potentieel dat nog in deondergrond aanwezig is. Geschat wordt dat er maximaal nog circa100 miljard m3 aardgas economisch winbaar is op de Noordzee. Indien ergeen maatregelen worden genomen zal de gasproductie op de Noordzeein 2035 eindigen. Het volume is dan te laag om de kosten voor het gebruikvan de infrastructuur te kunnen dragen. Infrastructuur zal dan wordenontmanteld en velden worden permanent afgesloten.Tijdens het Commissiedebat mijnbouw van 2 oktober 2024 heeft de Kamerom een berekening gevraagd van de huidige en potentiële gasproductie inNederland4. In 2023 was het aardgasgebruik circa 32 miljard m3. Hiervanwerd circa één derde deel (10,2 miljard m3)5 in Nederland geproduceerd.5,9 miljard m3 was afkomstig uit kleine velden op zee, 2,9 miljard m3 uitkleine velden op land en 1,5 miljard m3 uit het Groningenveld. Hetovergrote deel wordt geïmporteerd, deels via pijpleidingen uitNoorwegen, België en het VK, maar voor een groot deel ook uit de VS inde vorm van LNG. In het jaarverslag 2023 Delfstoffen en Aardwarmte)6,dat het kabinet op 9 september 2024 aan de Kamer heeft gestuurd, lichtTNO-AGE dit uitgebreid toe. Ook de onlangs door EBN gepresenteerdeinfographic7 geeft hier verdere duiding aan.3https://www.ebn.nl/feiten-en-cijfers/kennisbank/rapport-de-staat-van-de-sector-geeft-inzicht-in-investeringsklimaat-in-de-nl-ep-sector/4TZ202410-0225Vanwege de afronding van de getallen wijkt de optelsom van de afzonderlijke volumes iets afvan het totaal dat hier vermeld staat.6TNO-AGE Jaarverslag 2023 Delfstoffen en aardwarmte in Nederland (Kamerstukken 2024/25,36 410 XIII, nr. 99)7https://www.ebn.nl/feiten-en-cijfers/infographic/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12762 Dat een akkoord nodig is, laten ook de cijfers over 2024 zien. Er is in hetafgelopen jaar geen enkele exploratieboring uitgevoerd. Op verzoek vande Kamer8 heeft het kabinet TNO-AGE gevraagd hoe het activiteiten-niveau in Nederland zich verhoudt tot Noorwegen en het VerenigdKoninkrijk. De rapportage hierover is als bijlage bijgevoegd. Met name hetzuidelijke deel van de Noordzee in het VK leent zich voor een vergelijking,omdat de aardgasvoorraden min of meer tegelijkertijd ontwikkeld zijn, enhet VK zich dus in een vergelijkbare positie bevindt. Ook daar is te zien datde productie al jaren daalt en er ook veel minder exploratieboringen zijn.In 2024 waren er drie exploratieboringen in het zuidelijke Noordzee-deelvan het VK. De cijfers voor Noorwegen laten een beeld zien met meeractiviteiten. Noorwegen is haar aardgasvoorraden pas later gaanontwikkelen, en bevindt zich nog op de piekproductie. Ook het fiscaleregime is anders ingericht. Zo worden de risico’s op een droge put(mislukte boring) gemitigeerd. Daar staat tegenover dat de belasting overde productie hoger is. In Noorwegen lag het aantal exploratieboringen in2024 op 21. In haar rapportage concludeert TNO dat er nog potentieel opde Noordzee aanwezig is en dat het activiteitenniveau weer naargemiddeld drie exploratieboringen per jaar zal moeten gaan om dit teontsluiten. Dit onderstreept nogmaals het belang van het sectorakkoord.Ontmanteling & hergebruikTijdens het Commissiedebat Carbon Capture & Storage (CCS) van26 september 2024 heeft u mij ook gevraagd om helder uiteen te zettenwat de eisen en regels zijn omtrent het verwijderen van pijpleidingen enplatforms op de Noordzee9. In artikel 44, eerste lid, van de Mijnbouwwetis vastgelegd dat de vergunninghouder binnen vier weken na het buitenwerking stellen van een platform of pijpleiding een melding dient te doenbij de Minister. Bijvoorbeeld in het geval waarin de gaswinning wordtbeëindigd. Bij de melding over het buiten werking stellen van eenpijpleiding dient de vergunninghouder uitgebreide informatie teverstrekken over onder andere de ligging, de technische geschiedenis ende staat van de pijpleiding. Dit stelt mij als Minister in staat, op basis vanhet toetsingskader dat is vastgelegd in het Programma Noordzee2022–2027, te bepalen of het mogelijk is de pijpleiding veilig en schoonachter te laten of dat deze moet worden verwijderd. Een besluit totverwijdering moet altijd binnen zes maanden na de melding wordengenomen. De beoordeling wordt gebaseerd op: de doelmatigheid van hetgebruik van de ruimte, de gevolgen voor het milieu, de veiligheid op zeeen land, en de doelmatigheid van de kosten. Het uitgangspunt zoalsgeformuleerd in het Programma Noordzee 2022–2027 is dat pijpleidingenvoor olie- en gastransport op zee in principe schoon en veilig mogenworden achtergelaten, mede omdat pijpleidingen veelal in de zeebodemliggen en verwijdering leidt tot schade aan het milieu. Voor pijpleidingendie voor CO2-opslag of waterstofproductie worden ingezet geldt dat dezewel verwijderd moeten worden zodra die activiteiten zijn beëindigd. Eenplatform dient altijd verwijderd te worden, tenzij dit wordt hergebruikt.Binnen een jaar na het buiten werking stellen van een platform of van eenpijpleiding waarvan de Minister heeft besloten dat dit moet wordenverwijderd, moet een verwijderingsplan bij de Minister worden ingediend.In dit plan wordt beschreven hoe de verwijdering zal plaatsvinden,inclusief de gekozen werkwijze, de kostenraming en het verwachteresultaat van de werkzaamheden. De Minister vraagt advies over het planaan SodM, de Kustwacht en Rijkswaterstaat Zee & Delta. Het verwijde-ringsplan wordt pas goedgekeurd indien het voldoet aan de gestelde8Motie van het lid van Wijngaarden van 16 oktober 2023; Kamerstukken 2023/24, 33 529, nr. 11939TZ202409-084Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12763 eisen. Als Minister kan ik ook aanvullende voorwaarden of met bijko-mende voorschriften opleggen.In het geval het platform of de pijpleiding nodig is voor een andermijnbouwwerk, het doelmatiger kan worden verwijderd of hergebruikt opeen later moment, of als het geheel of gedeeltelijk in aanmerking komtvoor hergebruik of onderzoek, dan kan er een tijdelijke ontheffing voor hetindienen van een verwijderingsplan en het verwijderen van het platformof de pijpleiding worden verleend10. Deze ontheffing kan maximaal voorvijf jaar verleend worden en deze kan telkens voor vijf jaar wordenverlengd. De ontheffing kan gewijzigd of ingetrokken worden indien deontheffing niet langer nodig is om in hergebruik te kunnen voorzien, of alser niet in overeenstemming met de ontheffing is of wordt gehandeld.Na de uitvoering van de verwijdering dient een rapport te wordeningediend waarin wordt beschreven of de werkzaamheden overeen-komstig het goedgekeurde verwijderingsplan en de geldendevoorschriften zijn uitgevoerd. Indien het rapport voldoet aan de eisen, kande Minister besluiten tot instemming met de uitgevoerde verwijdering. Inhet geval van gedeeltelijke verwijdering kan de verplichting tot verdereverwijdering worden overgedragen aan een nieuwe exploitant, bijvoor-beeld wanneer een platform wordt omgebouwd voor CO2-opslag ofwaterstofproductie.Financiële soliditeit vergunninghouderDe Mijnbouwwet verplicht een vergunninghouder over voldoendefinanciële en technische capaciteit te beschikken om aan de verplichtingenvan een winningsvergunning en opsporingsvergunning te voldoen,bijvoorbeeld aan de verplichting om de infrastructuur op te ruimen nadatde winning is gestopt. Dat geldt ook in het geval de vergunning wordtovergenomen door een nieuwe partij. In mei 2023 heeft de Tweede Kamereen motie van de leden Kröger en Nijboer11 aangenomen waarin deregering wordt opgeroepen er op toe te zien dat bij de overdracht vanvergunningen van NAM aan een opvolger de verkoop alleen wordttoegestaan als SodM en EBN betrokken zijn bij het toetsen van de nieuweeigenaar en de regering er via de verantwoordelijkheidszin op toeziet datde nieuwe partij een valide partij is.Op 31 augustus 2022 heeft NAM een aanvraag gedaan voor de overdrachtvan vergunningen naar NAM Offshore. Het betrof vijftien winningsvergun-ningen en drie opsporingsvergunningen op de Noordzee. Omdat NAMeen overeenkomst heeft gesloten met Tenaz Energy voor de verkoop vanNAM Offshore, is getoetst of NAM Offshore als dochteronderneming vanTenaz Energy over voldoende technische en financiële mogelijkheden kanbeschikken om de activiteiten onder de vergunningen op een veilige enverantwoorde wijze uit te voeren. Hiervoor is, zoals de motie ooknadrukkelijk vraagt, advies gevraagd aan SodM en EBN. Op basis van deadviezen van SodM en EBN is besloten om toestemming te verlenen voorde overdracht van de vergunningen van NAM naar NAM Offshore, alsdochter van Tenaz Energy.Met Tenaz Energy heeft zich een nieuwe partij aangediend die bereid is teinvesteren in de gaswinning op de Noordzee. Dit draagt bij aan debeoogde versnelling van de gaswinning op de Noordzee.Gegeven de eerdere start én de urgentie van de gaswinning op deNoordzee, rond ik de komende weken eerst de gesprekken met de sector10Zie art. 62b, Mijnbouwbesluit11Kamerstukken II 2022/23, 33 529, nr. 1144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12764 voor het onderdeel Noordzee af. Waarna ik deze met de Tweede Kamer zaldelen. De inzet van het kabinet is om de aanvullende afspraken over degaswinning op land voor het zomerreces rond te hebben.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12765
Gerelateerde bronnen
- De minister neemt in de brief over het kleineveldenbeleid een berekening op van de huidige en potentiële gasproductie in Nederland .
De minister neemt in de brief over het kleineveldenbeleid een berekening op van de huidige en potentiële gasproductie in Nederland .
- De minister zegt toe in een brief terug te komen op de eisen en regelgeving voor bedrijven rond infrastructuur (zowel leidingen als platforms) in de Noordzee.
De minister zegt toe in een brief terug te komen op de eisen en regelgeving voor bedrijven rond infrastructuur (zowel leidingen als platforms) in de Noordzee.
- De minister informeert de Kamer uiterlijk in januari over het sectorakkoord.
De minister informeert de Kamer uiterlijk in januari over het sectorakkoord.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.