KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) van 2 juli 2025,over het toezenden van een bijgewerkt beeld van de financiële opgaven die begin 2024 op de formatietafel lagen

15 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c4bda57c8dad54cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 64 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 juli 2025Op 2 juli 2025 vond het commissiedebat plaats over het Meerjarenpro-gramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Conform de in ditdebat gedane toezegging1 aan het lid Grinwis (CU) ontvangt u bijgaandeen bijgewerkt beeld van de financiële opgaven die begin 2024 op deformatietafel lagen. Dit betreft een brede inventarisatie van tegenvallersen risico’s, en bestuurlijke verplichtingen en/of verwachtingen waarvoornog niet in dekking is voorzien en die tot keuzes zullen leiden voor eennieuw kabinet. De inventarisatie is niet getoetst door het Ministerie vanFinanciën.Er geldt een aantal kanttekeningen en aandachtpunten bij het bijgewerktebeeld (bijlage 1) dat hierna wordt toegelicht.De bijzondere kenmerken en complexiteit van de fondsenIenW heeft naast de departementale beleidsbegroting (Hoofdstuk XII)twee fondsen in beheer. Dit zijn het Mobiliteitsfonds (MF) en het Delta-fonds (DF). Hieruit worden structurele taken bekostigd, zoals de instand-houding van de netwerken en incidentele projecten zoals aanleg vannieuwe wegen, bruggen en dijken. De fondsen kennen bijzonderekenmerken en spelregels. De looptijd is 15 jaar (het uitvoeringsjaar plus 14jaar). Op het moment van het nemen van een besluit, dienen voldoendemiddelen gereserveerd te worden om de besluiten ook tot uitvoering enrealisatie te kunnen brengen en op dat moment te kunnen betalen.Jaarlijks worden de fondsen geëxtrapoleerd, waarmee additionelemiddelen beschikbaar komen. Echter, de situatie in de fondsen is datsprake is van veel tegenvallers en kostenstijgingen in het huidige1TZ202507-085 kst-36600-A-64ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 641 programma en er geen (MF) of nog slechts beperkt (DF) vrije middelenzijn om deze op te vangen. Zoals ook eerder met uw Kamer gedeeld, heefthet MF te maken met meerdere uitdagingen, zoals het budgettair kaderdat in de toekomst afneemt en de groeiende instandhoudingsopgavealsmede hogere kwaliteitseisen. Tegelijkertijd zijn er uitvoeringsbeper-kingen, zoals onvoldoende stikstofruimte en de krapte op de arbeids-markt.2De extrapolatie van de fondsen wordt de afgelopen jaren noodge-dwongen ingezet voor het afdekken van tegenvallers en risico’s van hetlopende programma. We doen wat kan en maakbaar is. Zonder additi-onele middelen kan het lopende programma niet conform vereisten enbestuurlijke wensen worden uitgevoerd. Het oplossingsvermogen in deextrapolatie van de fondsen is niet aanwezig dan wel te beperkt om in dekomende periode tegenvallers op te vangen zonder ombuigingen ofherprioritering. Daarnaast is geen enkele ruimte in de extrapolatie omnieuwe wensen te accommoderen, afgezien van de € 2,5 mld. die ditkabinet beschikbaar heeft gesteld voor de ontsluiting van nieuwewoningen, waarover nu gesprekken met de regio’s worden gevoerd. Hetkabinet verkent verschillende mogelijkheden om eventuele volgendeinvesteringen in grootschalige infrastructuur te kunnen uitvoeren enbekostigen. U wordt over de uitkomsten hiervan dit najaar geïnformeerd.Houd rekening met maakbaarheid en prioriteer: niet alles kan tegelijkertijdVoor wat betreft de financiële opgaven kunnen oplossingen wordengevonden door toevoeging van middelen binnen de huidige fondsperiodeen verhoging van de extrapolatie. Dit is aan een nieuw kabinet. Hierbijdient te worden benadrukt dat een realistisch ingroeipad nodig is, omdatde maakbaarheid onder druk staat door onder meer schaarste aancapaciteit (beschikbare arbeidskrachten) en stikstofruimte. Niet alles ismaakbaar (niet nu en niet tegelijk). Dit geldt zeker voor het in hetbijgewerkte beeld genoemde tekort van € 34,5 mld. voor instandhouding.In het recent met de Kamer gedeelde rapport «Meerjarenplan Instand-houding 2025–2030»3 geeft Rijkswaterstaat aan dat momenteel voor € 5–8mld. aan Vernieuwingsprojecten in voorbereiding zijn. Wanneer definanciering van deze projecten moet worden ingepast in de fondsen,zouden scherpe keuzes nodig zijn. Dit bovenop de schuif van aanleg naarinstandhouding waartoe eerder op fondsniveau al is besloten.Gezien de bijzondere kenmerken en de complexiteit van de fondsen vanIenW en de grote opgave die in de bijlage wordt gepresenteerd, is IenWgraag bereid tot een nadere toelichting op het bijgewerkte beeld.BeheersingsmogelijkhedenHet Ministerie van IenW zet vol in op verschillende beheersingsmaatre-gelen. Zo worden financiële risico’s tijdig in beeld gebracht en gevali-deerd, en is de besluitvorming over mee- en tegenvallers meer gekoppeldaan de integrale begrotingsbesluitvorming. Ook in de vernieuwing van hetMIRT is aandacht voor het verbeteren van de beheersing vanMIRT-projecten. Juist via de MIRT-tafels kunnen samen met de regio’seffectieve en wederkerige afspraken gemaakt worden om kosten tebeheersen. De faseovergangen in de MIRT-projecten lijken zich hier bijuitstek voor te lenen, mede omdat hier al expliciet een go/no go momentvoorzien is.2Kamerstuk 36 725, nr. A3Kamerstuk 29 385 nr. 143Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 642 Specifiek voor regionale projecten en programma’s die worden bekostigduit de middelen voor Woningbouw en Mobiliteit (WoMo) geldt dat met deregio al scherpe afspraken zijn gemaakt over de risicoverdeling en hetbeheersen van (financiële) risico’s, zowel op het niveau van de maatre-gelen als op programmaniveau.(conform Plan van Aanpak Beheersingprogramma WoMo4). Deze rijksbijdragen zijn taakstellend en de risico’sliggen bij de regio.AfbakeningTen aanzien van het bijgewerkte beeld nog de volgende opmerkingen. Metde actualisatie is vastgehouden aan de eerdere afbakening om opgavenop te nemen met een minimale omvang van € 500 mln. die zich in dehuidige looptijd van de fondsen Mobiliteitsfonds en Deltafonds 2025–2038voordoen, inclusief een waarschijnlijkheid/risico-inschatting en aangevuldmet informatievoorziening aan de Tweede Kamer over deze opgaven. Erzijn meerdere specifieke opgaven met een omvang kleiner dan € 500 mln.op de fondsen die niet gebundeld in het bijgewerkte beeld zijn meege-nomen, zoals bijvoorbeeld het tekort bij het project station ’s-Hertogen-bosch. U bent hier eerder over geïnformeerd.5Ook spelen op de beleidsbegroting van IenW opgaven kleiner dan € 500mln. die niet in het beeld zijn meegenomen. Door de relatieve omvang totde relevante begrotingsartikelen is hier ook sprake van complexeinpassingsvraagstukken, bijvoorbeeld de kosten die samenhangen metcompensatie bij een eventueel vuurwerkverbod.Er dient verder te worden aangetekend dat dit een actueel beeld betreftdat aan verandering onderhevig is. Veel infrastructurele projecten wordenop het moment met grote kostenoverschrijdingen geconfronteerd. Naarverwachting zal de budgettaire opgave in de komende tijd daardoor groterworden en is het bijgewerkte beeld niet uitputtend.Naast de in het bijgewerkte beeld opgenomen opgaven, hebben defondsen ook te maken met zogenaamde overige risico’s. Hiervoor zijnbinnen de generieke ruimte van de fondsen waar mogelijk risicoreserve-ringen getroffen op basis van kans maal gevolg. Over de hoogte vangetroffen reserveringen wordt de Tweede Kamer periodiek via debegrotingen geïnformeerd. Dit gebeurt op totaalniveau, omdat hetmarktgevoelige informatie betreft.Tot slotMet deze brief wordt tevens ingegaan op de toezegging aan het lid VanDijk6 bij de begrotingsbehandeling vorig jaar om het analyse-instrumentMobiliteitsfonds toe te passen bij de Ontwerpbegroting 2026 van hetMobiliteitsfonds. Met het analyse-instrument kan beschikbare beslisinfor-matie over mogelijke investeringsopties en andere maatregelen metbetrekking tot het MF verzameld, gestructureerd en geanalyseerd. Hetanalyse-instrument is een hulpmiddel bij de advisering van de bewinds-personen van IenW.Zoals hiervoor is aangegeven, is echter voorlopig geen enkele ruimte inde extrapolatie om nieuwe wensen te accommoderen. Om die reden kan4Kamerstuk 36 200 A, nr. 785Kamerstuk 34 682, nr. 2286TZ202410-034Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 643 niet worden voldaan aan de toezegging aan het lid Van Dijk. Bij deOntwerpbegroting 2026 is alleen sprake van het afdekken van tegen-vallers, risico’s en toezeggingen.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 644

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6f53b9a522749030

14 okt 2026 · 149933dcd7f59a96

13 okt 2026 · d40c3e556eae3e1e

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.