KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27-28 oktober 2025 (Kamerstuk 21501-32-1730)

23 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ee2f285773c58873 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1731 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 23 oktober 2025 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister ende Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurover de brief van 15 oktober 2025 over de Geannoteerde agendaLandbouw- en Visserijraad 27-28 oktober 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr.1730).De vragen en opmerkingen zijn op 20 oktober 2025 aan de Minister en deStaatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurvoorgelegd. Bij brief van 23 oktober 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,AardemaDe griffier van de commissie,Van den Brule-Holtjer kst-21501-32-1731ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17311 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 27 en 28 oktober 2025 enrichten hun inbreng op het onderdeel visserij.ICES-adviezen en vangstmogelijkhedenDe leden van de VVD-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichtenhoe hij binnen de Europese onderhandelingen inzet op maatwerk bij deuitwerking van de International Council for the Exploration of the Sea(ICES)-adviezen, zodat verschillen tussen subbestanden en visgrondenbeter tot uitdrukking komen. In het bijzonder vragen deze leden hoe wordtomgegaan met de situatie bij Noordzeekabeljauw, waar één subbestandfeitelijk bepalend is voor het totale beheerbesluit. Is het volgens deStaatssecretaris wenselijk om binnen ICES of in Europese Unie(EU)-verband te bevorderen dat subbestanden afzonderlijk kunnenworden beoordeeld en beheerd en zo ja, welke ruimte ziet hij daarvoor?AntwoordVoor kabeljauw speelt inderdaad dat er drie subbestanden zijn waarvanbekend is dat tussen deze bestanden vermenging plaatsvindt, maar het isonbekend in welke mate deze bestanden mengen. Daarmee hebbenmaatregelen op de twee noordelijke bestanden dus ook effect op de staatvan het zuidelijke bestand. Door deze relatie tussen de bestanden ziet deStaatssecretaris beperkte mogelijkheden om de subbestanden afzonderlijkte beheren.Om meer zicht te krijgen op de relatie tussen deze bestanden isaanvullend genetisch onderzoek nodig. Dit onderzoek is al in gang gezetmaar gezien de complexiteit en de noodzaak ook trends inzichtelijk tekrijgen is het te verwachten dat dit nog wel enkele jaren zal duren.Daarnaast zal de Staatssecretaris blijven pleiten voor aanvullendonderzoek naar de impact van o.a. klimaatverandering. Dit met het doelom de mogelijke migratie van de kabeljauwpopulatie als gevolg hiervanmee te kunnen nemen bij het bestandsbeheer. Het is op dit moment nietduidelijk of en wanneer dit zou kunnen worden meegenomen in debestandsadviezen.In het ICES-advies staat dat er alternatieve scenario’s zijn om af te wijkenvan een nulvangst voor alle drie de subbestanden, wat uiteraard grotererisico’s voor het herstel van het bestand met zich meebrengt. De Staatsse-cretaris zal, zoals ook aangeven in de geannoteerde agenda voor de Raad(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1730), zich blijven inzetten om de sociaalecono-mische impact zoveel mogelijk te beperken.De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast hoe in de tussenliggendeperiode wordt geborgd dat ondernemers in de visserijsector kunnenblijven investeren en plannen kunnen maken. Ook vragen deze leden hoehet staat met de voortgang van het eerder aangekondigde traject omvangstadviezen meerjarig vast te stellen, zodat er meer stabiliteit envoorspelbaarheid ontstaat voor de sector.AntwoordDe Staatssecretaris deelt de wens om meer stabiliteit en voorspelbaarheidte creëren voor de visserijsector. Nederland brengt dit onderwerp actief inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17312 tijdens de relevante Europese besprekingen, met name in het kader vande evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Zoals eerderaan de Kamer gemeld (o.a. Kamerstuk 21 501-32, nr. 1706), wordt vooreen aantal bestanden die enkel door de Europese Unie (EU) wordenbeheerd, reeds ingezet op de mogelijkheid van meerjarige vaststelling vanvangstadviezen. Daarbij wordt tevens onderzocht voor welke anderebestanden dit haalbaar en wenselijk is. De Staatssecretaris merkt daarbijop dat een meerjarige vaststelling kan bijdragen aan stabiliteit, maar datdit in jaren met lage bestandsinschattingen er ook toe kan leiden dat lagevangstniveaus voor meerdere jaren worden vastgelegd.ICCATDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderwerpendie in het kader van The International Commission for the Conservation ofAtlantic Tunas (ICCAT) aan de orde komen en benadrukken dat proportio-naliteit en wetenschappelijke onderbouwing leidend dienen te blijven bijeventuele besluitvorming.De leden van de VVD-fractie merken tot slot op dat vereenvoudiging enwerkbaarheid van visserijregelgeving voor deze leden een blijvendaandachtspunt is en dat dit onderwerp opnieuw zal worden ingebrachtzodra het in een volgende Raad is geagendeerd.AntwoordEn marge van de Landbouw- en Visserijraad van 22-23 september 2025heeft het Deens voorzitterschap een informele lunch georganiseerd overde vereenvoudiging van regelgeving. De Staatssecretaris heeft daar devoor het kabinet prioritaire onderwerpen benoemd, zoals de vereenvou-diging van de technische maatregelenverordening om innovatie enmodernisering te stimuleren, een alternatief voor de aanlandplicht, deaanpassing van de meerjarenplannen om meer stabiliteit en rechtsze-kerheid voor ondernemers te creëren en proportionaliteit en verminderingvan administratieve lasten bij de uitwerking van de controleverordening.De Staatssecretaris zal hiervoor aandacht blijven vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 27 en28 oktober 2025. Deze leden hebben daarover nog enkele op- enaanmerkingen.De leden van de BBB-fractie steunen dat er wordt gesproken over het voorboeren eenvoudiger en aantrekkelijker maken om mee te doen aan degroene transitie binnen het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid(GLB). Deze leden vragen de Minister echter wat de groene transitieinhoudt. Is dit op basis van vrijwilligheid? Geldt dat er een soort stip op dehorizon is waar alle boeren in Europa naartoe aan het werken zijn? Naarwelk soort landbouw is Europa in transitie?AntwoordDe inzet van boeren op de groene doelen binnen het nieuwe Gemeen-schappelijk Landbouwbeleid (GLB) bestaat uit een combinatie vanverplichte basisvoorwaarden en vrijwillige deelname aan stimulerendemaatregelen. Zo stelt de Europese Commissie in de nieuwe GLB plannenvoor dat boeren moeten voldoen aan een basisniveau van goedelandbouwpraktijken (het z.n. «Farm Stewardship», dat zich richt op datboeren in de dagelijkse praktijk actief bijdragen aan behoud en verbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17313 tering van het onder meer het milieu), gekoppeld aan het «Do nosignificant harm»-principe. Onder dit principe wordt gewaarborgd datlandbouwactiviteiten geen significante schade toebrengen aan onderandere milieu en biodiversiteitsdoelstellingen. Daarbovenop is er eenvrijwillige deelname aan publieke diensten ten behoeve van natuur,milieu, klimaat en/of dierenwelzijn, zoals de Agromilieu- en Klimaatacties.Voor deelname aan deze publieke diensten ontvangen boeren dan eenvergoeding. Deze in het toekomstige GLB beoogde nieuwe acties makenhet mogelijk onderdelen van de huidige ecoregeling beter te combinerenmet het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Dat maakt het,volgens de Commissie, voor boeren eenvoudiger en overzichtelijker omhieraan deel te nemen.De inzet op groene doelen binnen het GLB vind ik belangrijk en daarbijook het beter belonen van publieke diensten die boeren hiervoor leveren.Daarom ben ik ook positief over de mogelijkheid om maatregelen uit deecoregeling en het ANLb beter te stroomlijnen, en over de ruimeremogelijkheden om publieke diensten te vergoeden, zoals beschreven inhet BNC-fiche van september 2025 (Kamerstuk 22 112, nr. 4147). Het isbelangrijk dat lidstaten daarbij voldoende flexibiliteit behouden bij deinvulling van de groene doelen van het GLB zodat lidstaten zelf kunnenbepalen welke interventies en vormen van innovatie het beste passen bijnationale en regionale opgaven en omstandigheden. Er is dus geenEU-blauwdruk hiervoor. Tegelijkertijd vind ik het van belang dat de groenearchitectuur binnen het GLB moet blijven garanderen dat alle lidstatendaadwerkelijk bijdragen aan de beoogde gezamenlijke EU-doelstellingen.De leden van de BBB-fractie lezen dat er ook zal worden gesproken overhet behoud van een gelijk speelveld. Deze leden vragen of de Ministerbereid is om tijdens de Raad opnieuw de zorgen van Nederland in tebrengen als het gaat over MERCOSUR en het onderwerp gelijk speelveld?AntwoordTijdens de Raad zal, onder het agendapunt over het GLB na 2027, wordengesproken over een gelijk speelveld in de Europese Unie (EU) voor degroene architectuur van het toekomstige GLB. Dit onderwerp heeft geenbetrekking op handelsverdragen. De Minister verwacht echter dat er onderhet agendapunt marktsituatie de gelegenheid zal zijn om aan te geven dathet EU-Mercosur akkoord in Nederland politiek gevoelig ligt, en dat dekabinetspositie momenteel opgesteld wordt. De Minister ziet dat er grotezorgen zijn in Nederland over het ongelijke speelveld dat kan ontstaan. Bijhet opstellen van de kabinetsappreciatie worden de geopolitieke eneconomische kansen afgewogen met de effecten die het akkoord mogelijkheeft op de landbouwsector.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het standpuntover de ICCAT-jaarvergadering. Deze leden steunen de Nederlandseopstelling, evenals de inzet met betrekking tot de vaststelling van devangstmogelijkheden in de Oostzee.De leden van de BBB-fractie maken zich zorgen over de vangstadviezenvoor makreel, in het bijzonder over de opstelling van de zogenoemdederde landen: het Verenigd Koninkrijk, de Faeröer en Noorwegen. Dezelanden houden zich niet aan het wetenschappelijke advies van ICES,waardoor Nederlandse vissers onevenredig worden geraakt. Deze ledenverzoeken de Staatssecretaris zich krachtig in te zetten richting dezelanden, opdat zij zich aan de afgesproken, wetenschappelijk verantwoordequota houden, en zo nodig sanctiemaatregelen te ondersteunen.AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17314 Het vangstadvies voor makreel is inderdaad zorgwekkend. De Staatssecre-taris zal, wanneer dit aan de orde is, de Commissie wijzen op de noodzaakom de derde landen, inclusief de genoemde derde landen, aan te sporenom hun gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen voor een duurzaambeheer van het bestand. Daarbij wil de Staatssecretaris opmerken dat erde afgelopen jaren met de genoemde landen wel overeenstemming isbereikt over de doorvertaling van de wetenschappelijke adviezen naarvangstmogelijkheden. Echter is er geen overeenstemming over hoe dezevangstmogelijkheden worden verdeeld over de vissende landen waardooroverbenutting een feit is. Op moment van schrijven is voor makreel voor2026 nog geen overeenstemming tussen de desbetreffende derde landenen de EU over de totale vangstmogelijkheden.De leden van de BBB-fractie zijn verheugd dat het voor Nederlandbelangrijke tongbestand met 21 procent wordt verhoogd. Zij steunen delijn van de Staatssecretaris om alternatieve scenario’s te verkennen voorde kabeljauwquota, aangezien het met één van de subbestanden nietgoed gaat.Deze leden ontvangen hierover graag nadere informatie in de vorm vaneen brief, waarin wordt toegelicht hoe de opsplitsing van de bestanden isvormgegeven.AntwoordVoor tong is een positief vangstadvies afgegeven van 16,4% ten opzichtevan het vangstadvies van vorig jaar. Ten opzichte van de vastgesteldetotale vangstmogelijkheden voor 2025 is het vangstadvies een toename invangstmogelijkheden van 25%. Dit verschil komt doordat de vangstmoge-lijkheden voor 2025 lager zijn vastgesteld dan het advies. De Staatssecre-taris zal zich inzetten om de vangstmogelijkheden voor 2026 wel in lijn telaten zijn met het vangstadvies.Voor kabeljauw speelt dat er drie subbestanden zijn waarvan bekend isdat tussen deze bestanden vermenging plaatsvindt, maar het is onbekendin welke mate deze bestanden mengen. Daarmee hebben maatregelen opde twee noordelijke bestanden dus ook effect op de staat van hetzuidelijke bestand. Om meer zicht te krijgen op de relatie tussen dezebestanden is aanvullend genetisch onderzoek nodig. Dit onderzoek is al ingang gezet maar vergt tijd.De onderhandelingen met het Verenigd Koningrijk en Noorwegen overkabeljauw moeten nog beginnen. De Commissie onderhandelt namens delidstaten. Het mandaat van de Commissie voor de vangstonderhande-lingen is vertrouwelijk. Wanneer de onderhandelingen zijn afgerond zal deStaatssecretaris u per brief informeren over wat de uitkomst voor deverschillende subbestanden betekent.De leden van de BBB-fractie steunen de Staatssecretaris in zijn aanpak ende onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).Deze leden vragen hem bijzondere aandacht te besteden aan depelagische sector en doen een nadrukkelijk beroep op hem om zich in tezetten voor een herziening van de Haagse preferenties.AntwoordDe Staatssecretaris beoordeelt de verlaging van de vangstadviezen voormeerdere pelagische visbestanden als zorgelijk. In de Landbouw enVisserijraad van 22-23 september 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1729)heeft de Staatssecretaris daarom reeds aangegeven dat de toepassing vande Haagse preferenties in dat kader opnieuw tegen het licht gehoudenmoet worden. De Staatssecretaris zoekt hiervoor steun bij anderebetrokken lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17315 De leden van de BBB-fractie zijn verheugd dat de subsidieregeling«Vernieuwing in de keten visserij en aquacultuur» opnieuw is openge-steld, met een hoger budget. Deze leden hopen dat van deze regelingruim gebruik zal worden gemaakt en vragen of ook de binnenvisserijhiervoor in aanmerking komt, dan wel of voor deze groep een aparteregeling zal worden ontwikkeld.AntwoordDe Staatssecretaris heeft ervoor gekozen om onder de «Vernieuwing in deketen van visserij en aquacultuur» onder het Europees Fonds voorMaritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF) visserij- en aquacul-tuurondernemingen onderdeel te maken van de doelgroep. Visserijonder-nemingen die actief zijn in de binnenvisserij vallen hiermee binnen dedoelgroep en komen in beginsel in aanmerking voor subsidie.De leden van de BBB-fractie maken zich zorgen over de moeizamerverlopende onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegenen de Faeröer. Deze landen houden zich niet aan het wetenschappelijkeadvies van ICES, hetgeen de onderhandelingen bemoeilijkt en de positievan de Nederlandse vissers verder onder druk zet.De leden van de BBB-fractie constateren dat voor blauwe wijting eenverlaging van 41 procent wordt voorgesteld, als gevolg van een geman-keerde survey die onder slechte weersomstandigheden is uitgevoerd.Hierdoor is de bestandsschatting vertekend, terwijl het bestand zich nogboven de veilige biologische grenzen bevindt. Deze leden verwijzen in ditverband naar het position paper van de EAPO en pleiten voor toepassingvan het stabilisatiemechanisme, waarmee de reductie zou worden beperkttot 20 procent (EAPO, 3 oktober 2025, «EU pelagic industry position paperon fishing opportunities and Coastal States negotiations for pelagic stocksfor 2026», https://www.eapo.com/swfiles/files/download.php?myfile=EAPO-NPWG-position-paper-fishing-opportunities-2026.pdf). Deze leden vragen de Staatssecretaris om zich hiervoor hard temaken gezien de sociaaleconomische impact.AntwoordHoezeer de Staatssecretaris zich ook de frustratie van de sector kanvoorstellen dat een klein verschil in percentages in het advies de dempingnaar -20% weerhoudt, ziet hij geen ruimte om tegen het hoofdlijnenadviesvan ICES in te gaan. De juridische kaders van het GemeenschappelijkVisserijbeleid maken dat de EU in haar onderhandelingsinzet hethoofdlijnenadvies van ICES moet volgen. Het hoofdlijnenadvies biedtgeen ruimte dan wel andere percentages om in deze onderhandelingenhiervan af te wijken. Nederland vraagt al enige tijd aandacht voor hetbeter kunnen meewegen van sociaaleconomische aspecten in deonderhandelingen rondom de Total Allowable Catch (TAC’s). Momenteelis er geen ruimte om van het hoofdlijnenadvies af te wijken. Daarombrengt Nederland dit punt ook in, in het kader van de evaluatie van hetGVB. De Staatssecretaris wijst erop dat voor 2023 het hoofdlijnenadviesvan +81% ook onverkort is overgenomen.De leden van de BBB-fractie merken op dat de pelagische vangstadviezenvoor 2026 over de gehele linie zeer negatief zijn, buiten de schuld om vande Nederlandse vissers. Deze leden wijzen op de aanzienlijke sociaaleco-nomische impact en vragen de Staatssecretaris om, binnen de weten-schappelijke adviezen, te bezien welke mogelijkheden er zijn om degevolgen voor de sector te verzachten. Deze leden vragen de Staatssecre-taris hierover met de sector in gesprek te gaan.AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17316 De Staatssecretaris beoordeelt de verlaging van de vangstadviezen voormeerdere pelagische visbestanden als zorgelijk. De dalende trend van veelpelagische visbestanden, zoals makreel, blauwe wijting en Noordzee-haring, maakt de discussie over robuuste verdeelsleutels nog urgenter. DeStaatssecretaris zal zich in de Raad ervoor inzetten dat hierop voortgangwordt geboekt, met oog voor de Nederlandse belangen in deze discussies.De Staatssecretaris is hierover voortdurend in gesprek met de sector.De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat binnen het ICES-advies voorNoordzeeharing een alternatieve optie bestaat, gebaseerd op de langeter-mijnbeheerstrategie (LTMS), waarmee de reductie kan worden beperkt tot20 procent in plaats van 29,9 procent. Deze leden verzoeken de Staatsse-cretaris deze optie te betrekken bij de onderhandelingen.AntwoordHet klopt dat recentelijk een aanvullend ICES-advies is gepubliceerdbinnen het bestaande advies voor Noordzeeharing waarin het langetermijn beheerplan (LTMS) voor een reductie zou kunnen zorgen tot 20%.Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda voor de Raad van 22-23 september (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1730), zullen de discussies overhet vaststellen van een LTMS voor dit bestand voortgezet worden. DeStaatssecretaris acht het van belang dat er een trilateraal akkoord komt opeen beheerplan, met het oog op meer stabiliteit in de jaarlijkse adviezenen waarborging van duurzaamheid van deze visserij. Het wel of geenakkoord bereiken op de LTMS heeft effect op de mogelijkheid om dereductie toe te kunnen passen.Deze optie zal dan ook onderdeel van de onderhandelingen zijn, waarbijde EU voor de uitkomst ook afhankelijk is van het Verenigd Koninkrijk enNoorwegen.De leden van de BBB-fractie merken op dat enkele supermarkten, naaraanleiding van oproepen van natuurorganisaties, hebben beslotenmakreel uit de schappen te halen. Dit heeft grote gevolgen voor vissers enverwerkers, terwijl juist overbevissende kuststaten buiten de EU verant-woordelijk zijn voor de druk op het bestand. Aangezien het ICES-adviesvoor 2026 een vangst van 174.357 ton toestaat, achten deze leden dezevangsten wetenschappelijk verantwoord en zien zij geen reden waarommakreel niet zou mogen worden verkocht en geconsumeerd. Zij verzoekende Staatssecretaris hierover het gesprek aan te gaan met de betrokkensupermarkten.AntwoordDe Staatssecretaris wil inderdaad benadrukken dat ondanks de sterkedaling van de makreelbestanden, ICES wel een vangstadvies heeftgegeven dat aangeeft dat makreel voor een hoeveelheid van ruim 174 000ton duurzaam gevangen kan worden. Met andere woorden, de aange-lande makreel van de Nederlandse vissers wordt binnen de afgesprokenquota duurzaam gevangen. De ontstane situatie benadrukt het belang vanhet komen tot overeenstemming over de verdeelsleutel voor de vangst-mogelijkheden, naast vanzelfsprekend het belang van de overeen-stemming op de vangstmogelijkheden. Het is aan supermarkten enkeurmerken om op basis van de beschikbare informatie een afweging temaken. De Staatssecretaris is bereid in gesprek te gaan met het CBL om tehoren hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.De leden van de BBB-fractie willen dat visserij-innovatie, en in hetbijzonder de PULS-visserij, weer op de Europese agenda wordt geplaatst.Zij benadrukken dat innovatie binnen de sector essentieel is om zowel deecologische als de economische duurzaamheid van de visserij teversterken. In dat kader pleiten deze leden ervoor dat wetenschappelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17317 onderzoek naar de effecten en mogelijkheden van PULS-visserij opnieuwwordt opgepakt en op Europees niveau wordt erkend. Deze leden vragende Staatssecretaris zich in te zetten om dit onderwerp in Brussel opnieuwonder de aandacht te brengen en zich daar krachtig voor uit te spreken.Daarnaast vragen zij ook om andere visserijontwikkelingen onder deaandacht te brengen zodat deze snel geïmplementeerd kunnen worden.AntwoordDe Staatssecretaris heeft kennisgenomen van de aangenomen motiewaarin de Kamer de regering verzoekt om zich in te zetten voor deherintroductie van pulsvisserij en hernieuwd wetenschappelijk onderzoekonder begeleiding van ICES (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2326). De Neder-landse visserij is innovatief en dat wil het kabinet blijven ondersteunen.De Staatssecretaris zet daarom alles op alles om de pulsvisserij weermogelijk te maken in Europa. Ook heeft de Staatssecretaris hierbijaandacht voor nieuwe visserijinnovaties, zoals bijvoorbeeld de flomo-kuil.Daarom heeft de Staatssecretaris in maart 2025 al een diversenpuntingebracht op de Landbouw- en Visserijraad, dat breed gesteund werddoor andere lidstaten (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1703). Hierin heeft deStaatssecretaris wederom de aandacht gevraagd voor het toekomstper-spectief voor de visserij en het belang van innovatie benadrukt. Daarnaastbrengt de Staatssecretaris de puls en andere innovaties in zijn bilateralecontacten met collega’s uit andere lidstaten en de Commissie onder deaandacht. Dit zal de Staatssecretaris blijven doen. Mede op basis van deaangenomen motie zal de Staatssecretaris u later dit jaar informeren overzijn verdere inzet op dit dossier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17318

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 423d3a708dbb60d6

14 okt 2026 · 8a33801378a530fd

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.