Periodieke rapportage Circulaire Economie
Brontekst
Versie 363022aabd00deab · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 378 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 september 2025In de aanstaande Periodieke rapportage Circulaire Economie wordt hetbeleid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op dit thema inde periode 2021–2025 onderzocht om doeltreffendheid en doelmatigheidte bepalen en verbeterpunten te identificeren.De Periodieke rapportage die in 2026 zal worden uitgebracht, isopgenomen in de Strategische Evaluatieagenda (SEA) 2025–2026 en richtzich op het beleidsartikel 21 binnen Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting.Deze rapportage wordt opgesteld volgens het kader van de Regelingperiodiek evaluatieonderzoek 2022.De vorige evaluatie van dit beleidsthema Circulaire Economie betrof deperiode 2016 t/m 2020 en is uitgevoerd in de vorm van een PubliekeWaarde-scan.1 Sinds 2024 zijn alle activiteiten onder de noemer«Duurzame Productketens» bij dit thema in artikel 21 «CirculaireEconomie» samengenomen. In 2021 was de naam van dit artikel nog«Duurzaamheid».De budgettaire omvang van artikel 21 is in de laatste vijf jaren toege-nomen, zoals te zien is in onderstaande tabel. Dit is specifiek toe teschrijven aan toevoeging van (incidentele en geoormerkte) middelen uithet Klimaatfonds die specifiek zien op een bijdrage van circulaireeconomie aan CO2-reductie.Tabel 1 verplichtingen en uitgaven (x € 1.000) 2021–2024 volgens Jaarverslag IenW2024 en vastgestelde Rijksbegroting 2025Art. 2120212022202320242025Verplichtingen37.70555.81255.16783.852162.8821Kamerstukken II, vergaderjaar 2020–2021 32 852, nr. 134 kst-32852-378ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3781 Art. 2120212022202320242025Uitgaven47.16657.81957.44363.648120.688 Afbakening van de rapportageDe te publiceren Periodieke rapportage zal zich richten op de activiteitenuitgevoerd uit de middelen in het genoemde beleidsartikel van debegroting van Infrastructuur en Waterstaat over de jaren 2021–2025.De onderwerpen van dit beleidsartikel waren:–verduurzaming van productketens, waarbij bedrijven wordenaangespoord om efficiënter om te gaan met grondstoffen, mede geletop leveringszekerheid en innovatiekansen die dit biedt, naast hetbeperken van milieuschade;–samenwerking met maatschappelijke organisaties om begrippen als«duurzaam consumeren» en «maatschappelijk verantwoord onderne-men» concreet en hanteerbaar te maken voor bedrijven en burgers;–stimuleren van investeringen in productietechnieken met mindermilieudruk, zoals de aanschaf van milieuvriendelijke producten ofbedrijfsmiddelen door middel van financiële stimulering (MIA/VAMILen DEI+) en Groen Beleggen;–Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI), met speciale aandachtvoor klimaatneutraal en circulair inkopen, zoals uitgewerkt in het doorIenW gecoördineerde interdepartementale actieplan MVI 2021–2025.Bij aanvang van de rapportageperiode gold het UitvoeringsprogrammaCirculaire Economie (UPCE 2019–2023)2. Dit was de opvolger van heteerste Rijksbrede Programma Circulaire Economie, Nederland Circulair in2050, dat werd gepubliceerd in 2016 – dit laatstgenoemde valt niet meeronder de scope van deze evaluatie.In 2021 werden door het Planbureau voor de Leefomgeving de Policy brief«Mogelijke doelen voor een circulaire economie en de eerste IntegraleCirculaire Economierapportage (ICER) uitgebracht.3In 2023 werd het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE2023–2030)4 gepubliceerd. Momenteel loopt een actualisatie van ditprogramma.De rapportage ziet niet op maatregelen voor duurzaamheid of circulaireeconomie uit begrotingsmiddelen van andere departementen of vanmedeoverheden. Wel zullen de activiteiten worden meegenomen doorkennis- en uitvoeringsorganisaties (zoals het RIVM, RVO en Rijkswater-staat) zover die vanuit artikel 21 begroting van Infrastructuur en Water-staatzijn gefinancierd.Beleidsdoel en instrumentariumInzet van het beleidsthema Circulaire Economie is te bevorderen datgrondstoffen zo lang mogelijk gebruikt worden. Het beleid op gebied vancirculaire economie omvatte in de periode waarover wordt gerapporteerdtwee hoofddoelen met elk twee subdoelen:1)Verminderen en substitueren van grondstoffen, door te verkennen hoeen te bevorderen dat:2Bijlage 2020D37405 bij Kamerstuk 32 852, nr. 1303Bijlage 2021D29128 bij Kamerstuk 32 852, nr. 170 en bijlage 2021D02590 bij Kamerstuk 32 852,nr. 1384Kamerstukken II 2022–2023, 32 852, nr. 225Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3782 a.producten met minder grondstof kunnen worden gemaakt of zelfsafgezien kan worden van materiaalgebruik;b.er andere dan eindige en/of (bij winning, transport of verbruik)milieubelastende grondstoffen beschikbaar komen en toegepastworden, zoals biotische materialen in plaats van fossiele materia-len.2)Verlengen van de levensduur van producten, onderdelen en materialendoor te verkennen hoe en te bevorderen dat:c.producten of onderdelen daarvan zodanig worden ontworpen datzij langer meegaan en/of beter te repareren zijn;d.als producten echt niet meer voor hun oorspronkelijke doelbruikbaar zijn, de materialen dan zo hoogwaardig mogelijkhergebruikt worden.Deze indeling zal als hoofdstructuur worden gebruikt bij de evaluatie.OnderzoeksaanpakHet onderzoek in het kader van deze Periodieke evaluatie zal kennismoeten opleveren over effectiviteit («doeltreffendheid»), efficiëntie(«doelmatigheid») en verbeterpunten voor beleid. Daarbij kan gebruikworden gemaakt van bestaande monitoringrapportages zoals de ICER entussentijdse evaluaties op onderdelen.5Onderstaand zijn de beoogde hoofd- en deelvragen van het onderzoekuitgewerkt.–Wat was de overkoepelende beleidstheorie van het Uitvoerings- resp. /Nationaal Programma Circulaire Economie (UPCE 2019 en NPCE2023)?–In welke mate waren de individuele maatregelen uit UPCE en NPCEdoeltreffend en doelmatig in het ondersteunen van producenten enconsumenten in de transitie naar een circulaire economie?–Wat zijn (of waren) positieve en negatieve neveneffecten van demaatregelen en hoe deze te beheersen?–Hoe verhoudt het Nederlandse transitiebeleid zich tot dat van deEuropese Unie (met name het Circular Economy Action Plan) en datvan andere landen, bijvoorbeeld als het gaat om de aard, omvang,doelmatigheid en doeltreffendheid?–In hoeverre zijn de conclusies en aanbevelingen van de vorigePeriodieke Evaluatierapportage opgevolgd?–Welke conclusies kunnen (overkoepelend) worden getrokken over dedoeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregelen?–Wat zijn de overkoepelende lessen met betrekking tot doeltreffendheiden doelmatigheid voor de vormgeving van toekomstige maatregelen?Verder zal een analyse worden gemaakt over in hoeverre het budgettoereikend is om de gestelde doelen te halen, of dat het ook met 20%minder kan, dan wel wat de extra mogelijkheden zouden zijn bij eenuitbreiding van dit budget.Uitvoering, begeleiding en onafhankelijkheidDe uitkomsten van de studie worden uiterlijk eind 2026 naar de Kamergestuurd. Voor het onderzoek worden de kwaliteitseisen uit de RegelingPeriodiek Evaluatieonderzoek (RPE) aangehouden.Het onderzoek zal worden uitgevoerd door een externe partij. Bij deevaluatie zullen ook de bij dit beleidsterrein betrokken kennisinstellingen,koepels van decentrale overheden en maatschappelijke organisaties zoalsondernemers-, werknemers- en milieuorganisaties geraadpleegd worden.5Zie de bijlage voor een lijst van relevante evaluaties en monitorrapportages.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3783 Een onafhankelijke externe expert met een wetenschappelijke achtergrondzal worden gevraagd om een oordeel te geven over de validiteit enbetrouwbaarheid van de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek. Ditoordeel zal als bijlage bij het rapport aan de Kamer worden verzonden.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3784 Lijst tussentijdse evaluaties Artikel 21,Duurzaamheid / Circulaire Economie 2020–2025(bron: SEA IenW, bijlage 6 bij de Rijksbegroting XII 2025)CIRCULAIRE ECONOMIE, ALGEMEENPublieke Waarde-scan Circulaire Economie (2020)Een Publieke Waarde-scan (PWS) is uitgevoerd door IenW en FIN voor hetbeleidsterrein circulaire economie, waarin ook de inspanningen vanandere ministeries om de beoogde doelen te bereiken zijn meegenomen.Voor circulaire economie is al eerder een ex-ante evaluatie uitgevoerd enex-durante zullen in opdracht van IenW door het PBL in samenwerkingmet andere kennisinstellingen vanaf 2021 integrale monitorrapportages(ICER) worden gepubliceerd.Monitoring: Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER)(2021, 2023, 2025)De integrale circulaire-economierapportage (ICER) is een tweejaarlijksproduct van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in samen-werking met een consortium van andere kennisinstellingen. De ICER geeftzicht op de stand van zaken in de transitie naar een circulaire economie.Ex durante-evaluatie Versnellingshuis (2023)Tussentijdse evaluatie van het Versnellingshuis Nederland Circulair in2025!Rode Draden-notitie Versnellingshuis Nederland Circulair!(jaarlijks t/m 2024)Rode Draden is een jaarlijkse notitie die inzicht geeft in de belangrijkstebelemmeringen die bedrijven die circulair ondernemen ervaren bij detransitie.Effectbeoordeling NPCE (2024)Uitgevoerd door CE Delft.Werken aan transformatie (2025)Reflectie op het Nationaal Programma Circulaire Economie door het PBL.Generatietoets NPCE (2025)Rapport door Sira Consulting B.V.Doelentraject Circulaire Economie (2025)Rapportage door Rebel groep over het doelentraject.Ex durante-evaluatie circulaire ketenprojecten (2025)Beleidsevaluatie van de regeling Circulaire ketenprojecten.Evaluatie van de totstandkoming van de UPCE’s en het NPCE(in voorbereiding)Rapportage door Berenschot.PLASTIC EN TEXTIELAdviesroute naar een circulaire economie voor kunststoffen(2023)In routekaarten voor drie productgroepen (plastic verpakkingen, land- entuinbouwplastic en plastic in de bouw) worden doelen en acties voorge-steld. Het rapport is in juli 2022 aan de TK gestuurd. Het vervolg isopgenomen in het NPCE dat op 3 februari 2023 naar de Kamer isgestuurd.BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3785 Ex-ante evaluatie: onderzoek klimaatimpact textielbeleid (2023)Indicatoren zijn over 2020 gemeten. Over de uitkomsten zijn geenconclusies te trekken, omdat alle cijfers vertekend zijn door de corona-crisis en lockdowns.Heffing op primair fossiel plastic (2023)De bevindingen van het CE Delft rapport zijn meegenomen in het kadervan beleidstraject «IBO klimaat» in het fiche voor een nationale heffing opprimair fossiel plastic op polymeren.Preliminary study into standardization of plastic reusablepackaging (2023)Het rapport stelt dat standaarden voor herbruikbare bekers op kortetermijn mogelijk zijn, mits hier meer coördinatie op komt.Pressure cooker trajectory supermarkets (2023)SUPZero heeft concrete acties uitgewerkt die supermarkten gezamenlijkkunnen nemen om pre-competitief te werken aan single-use plastic (SUP)reductie en hergebruik.Big bag pooling in The Netherlands (2023)De verkenning heeft een concreet pilot plan opgeleverd om te komen tothergebruik van deze «business to business» Big Bag verpakkingen.Monitor beleidsdoelen biogebaseerde plastics (2023)CO2-winst van minimaal 1 kg CO2-equivalent van biogebaseerde plasticst.o.v. fossiele is mogelijk. Dit kan worden vormgegeven in een stimule-ringsmechanisme dat lijkt op de Renewable Energy Directive.Verkenning: stimulering biogebaseerde plastics (2023)CO2-winst van minimaal 1 kg CO2-equivalent van biogebaseerde plasticstov fossiele is mogelijk. Dit kan worden vormgegeven in een stimulerings-mechanisme dat lijkt op de Renewable Energy Directive.Duurzame alternatieven voor Geotextiel (2023)Rapport geeft aan dat geotextiel volgens de huidige mki-systematiek deduurzaamste keuze is. Geeft wel een aanbeveling om microplasticsintegraal op te nemen in de mki-systematiek zodra dit technisch mogelijkis.Meetmethode microplasticvezels uit textiel in water (2023)Het onderzoek heeft een meetmethode opgeleverd die microplasticvezelskan meten op verschillende punten in de gehele keten. Validatie moet nogplaatsvinden.ZonMw programma microplastics & health (2023)Looptijd is 2022–2024. Onderzoek moet meer inzicht geven op de effectenvan microplastics op de menselijke gezondheid.Kennisagenda microplastics RIVM (2023)Het rapport van het RIVM brengt kennishiaten in kaart over microplasticsin het milieu. Aanbeveling is om meer onderzoek te doen naar de effectenvan microplastics op milieu.Monitor Plastic Pact (jaarlijks t/m 2024)De voortgang van het Plastic Pact is jaarlijks gemonitord.Voortgangsrapportage textiel (2024)Inclusief monitor Voortgangsrapportage beleidsprogramma circulairtextiel 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3786 Monitoring: Denim Deal (2024)In 2020 is de Green Deal Circulaire Denim (Denim Deal) gesloten.Ondertekenaars hebben daarin aangegeven jaarlijks data aan te leverenover hun voortgang op de 3 afgesproken doelen gedurende de looptijdvan de deal (tot eind 2023). In 2021 is een nulmeting opgeleverd waarinhet vertrekpunt voor de doelen wordt geschetst. In de volgende jaren zalde voortgang daarop worden weergegeven.Evaluatie reductiemaatregelen kunststofproducten voor eenmaliggebruik (2024)Evaluatie statiegeldregelgeving (2025)Vermindering broeikasgassen door circulaire maatregelen –Wereldwijd en op Nederlands grondgebied (2025)Rapport van CE Delft. Het rapport berekent de CO2-emissiereductie van4 circulaire beleidsmaatregelen van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat.Evaluatie recyclingdoelstellingen verpakkingen (in voorbereiding)AFVALSTOFFENBEHEERSubjectieve monitor zwerfafval (2024)Het rapport bevat de onderzoeksresultaten van onderzoek naar de opinievan het Nederlandse publiek over de hoeveelheid zwerfafval.Landelijke zwerfafvalmonitor jaarrapportage 2024Het rapport bevat de jaarresultaten over 2024 van de landelijke metingennaar zwerfafval.Ex-ante evaluatie: Onderzoek Afvalstof of product (2024)Onderzoek ten behoeve van overige acties uit de verkenningen uit 2021 ophet terrein van de beoordeling van afvalstof of product (zie ook kamerbriefOpvolging verkenningen Taskforce Herijking Afvalstoffen, 1 maart 2021(zie ook TK, 32 852-140).Ex-ante evaluatie: Onderzoek storten (2024)Op basis van onderzoek uit 2022 over de positie van storten in eencirculaire economie wordt er in 2023 een werkprogramma opgezet metconcrete acties. Verwacht wordt dat er nog nader onderzoek nodig is omtot het opstellen van het werkprogramma te komen.Ex-ante evaluatie: Onderzoek Circulair Materialenplan (2024)Ten behoeve van de ontwikkeling van het Circulair Materialenplan, alsopvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan, brengt de m.e.r. de milieuef-fecten in beeld voor de belangrijkste nieuwe beleidsvoornemens diemogelijk een plek krijgen in het CMP. Speerpunt bij de m.e.r. vormt dehoogwaardige verwerking van materiaalstromen.Hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van elektrische enelektronische apparatuur – Afvalstof of niet afafvalstof (2025)Het rapport bevat een handreiking voor de beoordeling «afvalstof ofniet-afvalstof».Overview of the national end-of-waste (EoW) criteria & theprocedures on how to prove conformity with EoW legislation(2025)Het Engelstalige rapport bevat een overzicht van de actuele situatie bij deeinde-afvalwetgeving in de lidstaten van de Europese Unie (EU).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3787 Memo Monitoring drankverpakkingen in het zwerfafval (2025)Memo van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving. Het memogaat over de 14e halfjaarlijkse rapportage over de monitoring metresultaten over heel 2024.FISCALE REGELINGENKansrijke financiële prikkels voor de Circulaire Economie (2025)Rapport door KPMG.Beleidsevaluatie MIA/Vamil (2023)Beleidsevaluatie Regeling groenprojecten buitenland (2023)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3788
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.