KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2025, over Toekomst samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp

18 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6dc599f2da957bd1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIIVaststelling van de begrotingsstaat vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp(XVII) voor het jaar 2025Nr. 72 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 februari 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeftop 29 januari 2025 overleg gevoerd met mevrouw Klever, Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over:−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 11 november 2024 inzake toekomst samen-werking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelings-hulp (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 13);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 21 januari 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over de stand van zaken over de opvolging van deaangenomen moties en toezeggingen ten aanzien van detoekomstige samenwerking met het maatschappelijk midden-veld en mondiale gezondheidszorg (Kamerstuk 36 600 XVII,nr. 55).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,De VriesDe griffier van de commissie,Meijers kst-36600-XVII-72ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 721 Voorzitter: KammingaGriffier: PrengerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boswijk, Ceder,Dobbe, Hirsch, Kamminga, De Korte, Ram en Stoffer,en mevrouw Klever, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp.Aanvang 16.01 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Aan de orde is een commissiedebat van de vastecommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Dat commis-siedebat gaat over de toekomst van de samenwerking met maatschappe-lijke organisaties in ontwikkelingshulp. Ik heet de mensen op de publieketribune, die mooi vol is, van harte welkom en natuurlijk ook iedereen diedit elders volgt. Ik heet de Minister en de ondersteuning van harte welkomen uiteraard ook de leden. Ik zal ze even kort langsgaan. We hebbenvandaag aanwezig: de heer Ceder namens de ChristenUnie, de heerBoswijk namens het CDA, de heer Ram namens de PVV, mevrouw DeKorte namens Nieuw Sociaal Contract, mevrouw Dobbe namens de SP enmevrouw Hirsch namens GroenLinks-PvdA. Ik heb me laten vertellen datde heer Bamenga nog aan zal sluiten. Hij zit nu in een ander debat. Ik hebook alvast even een voorwaarschuwing. Het is niet uit desinteresse, maareen aantal van de leden hebben straks ook een ander debat. Het kan duszijn dat ze er halverwege uit lopen, maar daar hoeft u dan niets anders inte lezen. In ieder geval niet op voorhand; laat ik dat er dan bij gezegdhebben. Ik ben zelf Roelien Kamminga. Ik ben nu even voorzitter voor ditdebat, maar ik heb zelf ook een inbreng namens de VVD, maar die zal ikals laatste doen.We zijn met veel leden, dus ik zou zeggen dat we voortvarend beginnenmaar dat we dan maar drie interrupties hebben, want ik denk dat we hetanders echt niet redden in die tweeënhalf uur. En ook graag korteinterrupties, want de vorige debatten ... Ik heb mevrouw Hirsch nietbenijd, want het was best lastig. Dus graag korte interrupties plaatsen,zodat iedereen het woord krijgt. De heer Ceder, namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Welkom ook aan allen die hier op de tribune zitten.Als toezichthouder van een christelijke noodhulporganisatie bezocht ikeen aantal jaar geleden Zimbabwe, waar via de lokale kerken bewoners inafgelegen en droge gebieden, zoals in Buhera, werden ondersteund bijhet verbouwen van gewassen. Via zonnepanelen werd water naar eencommunity garden gepompt. Het was mede dankzij Nederlands geld datmensen een bestaan konden opbouwen en ook zichzelf konden voorzien.Voorzitter. Verandering ten goede begint zelden bij de overheid, maarkomt van onderop, vanuit de kracht van de samenleving. Dat is inNederland het geval, maar ook elders in de wereld. Goede ontwikkelings-samenwerking kan dus niet zonder samenwerking met maatschappelijkeorganisaties. Zij hebben de contacten en de expertise. Zij zijn vertrouwdmet de lokale context en worden vertrouwd door de mensen aldaar.Kortom, zonder flink te investeren in het maatschappelijk middenveldmaken we het onszelf heel moeilijk.Voorzitter. Dit kabinet voert een historische bezuiniging op ontwikkelings-samenwerking door, een die ten koste gaat van de allerarmsten op dezeplaneet. Onderdeel van die bezuiniging is een flinke korting op het budgetvoor maatschappelijke organisaties. Ik zou de Minister willen vragen omvanuit verschillende perspectieven te reflecteren op deze volgens deChristenUnie zeer onbarmhartige, maar ook zeer onverstandigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 722 maatregel. We hebben namelijk internationaal een positie van invloedverworven, juist op dit punt. We hebben veel geïnvesteerd in bijvoorbeeldorganisaties die opkomen voor vrouwen in achtergestelde posities, voorreligieuze minderheden en voor de allerkwetsbaarsten. Hoe borgen wedeze expertise en ervaring straks, als er geen geld meer naartoe gaat? Hoevoorkomt u dat die straks worden tenietgedaan? En hoe kijkt de Ministernaar deze positie, die we straks als Nederland gaan verliezen? Bent ubereid deze impact goed in kaart te laten brengen en ook met expertshierover in gesprek te gaan? Wat betekent het volgens haar vanuitdiplomatiek en geopolitiek oogpunt? Deze maatschappelijke organisatieszijn vaak de ogen en oren in voor ons belangrijke landen, ook in landenwaarmee we nauwelijks diplomatieke contacten hebben. Dan zijn het juistde maatschappelijke organisaties die wel op de grond informatie in wetente winnen. Als maatschappelijke organisaties waar Nederland meesamenwerkt verdwijnen, hoe komen we dan aan de opgebouwde enwaardevolle contacten en inzichten?Voorzitter. Wat betekent deze bezuiniging op maatschappelijke organi-saties vervolgens voor de buitenlandse handel? Afgelopen maandagwaarschuwden maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven in hetNederlands Dagblad voor de impact die deze bezuiniging gaat hebben opde regio’s waar juist ook Nederlandse bedrijven actief zijn. Welkegevolgen verwacht de Minister en kan ze ook de financiële impactinzichtelijk maken?Voorzitter. De Minister is tevens van plan om organisaties die subsidiewillen ontvangen uit het nieuwe beleidskader te verplichten dat tenminste50% van de inkomsten van elders komt en te onderzoeken of ze hetcriterium ook op meer plekken kan toepassen. De ChristenUnie snapt datje een drempel zou kunnen plaatsen. We vinden een al te grote afhanke-lijkheid van de Nederlandse overheid om die reden niet wenselijk, maar50% is fors. Maatschappelijke organisaties hebben ook aangegeven dathierdoor veel belangrijke projecten die de allerkwetsbaarsten helpen geendoorgang kunnen vinden. We verliezen niet alleen informatie, maar deallerkwetsbaarsten missen ook een steun en partner in de Nederlandseoverheid. Is de Minister de afgelopen maanden na gesprekken metmeerdere experts en de aankondigingen tot andere inzichten gekomen?Welke projecten zullen geschrapt worden en hoe verantwoordt zij dat inhet licht van ons belang en van onze opdracht om de internationalerechtsorde te bevorderen?Voorzitter. Wij hebben tegen de begroting gestemd. Dat is eenzeldzaamheid, maar dat komt ook omdat we dit een zeldzaam onver-standig besluit vinden. We roepen de Minister, en daarom ook de partijen,op tot inkeer. Als het gaat om de maatschappelijke organisaties hopen wijwel – dat is mijn laatste vraag aan de Minister – dat zij binnen het gesteldegeld een vast percentage beschikbaar wil stellen als het gaat om deverdeling van noodhulpgeld voor juist de maatschappelijke organisaties.De ChristenUnie noemt als vast percentage altijd 33%. Het gaat erom datdat bedrag, afhankelijk van het bedrag dat overblijft, via de maatschappe-lijke organisaties gaat en niet via supranationale organisaties, ook omdatheel vaak die opdrachten weer landen bij maatschappelijke organisaties.Daarmee zijn overheadkosten gemoeid, die ten koste gaan van deallerkwetsbaarsten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Uw laatste zinnen waren in totaal bijna 30 seconden. Ik dacht:we redden het ongeveer op vier minuten, maar het is toch vierenhalfgeworden. De heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Dat schept weer wat ruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 723 Voorzitter. In deze onzekere tijden komen internationale veiligheid enstabiliteit steeds meer centraal te staan in het Nederlands beleid. Daarbijis investeren in soft power wat het CDA betreft net zo belangrijk als hetopschalen van de harde veiligheid. Stabiliteit kun je niet opleggen.Stabiliteit bouw je juist vooral van onderop op. Juist daarom zijnmaatschappelijke organisaties zo belangrijk bij ontwikkelingshulp.Pasgeleden was hoogleraar Dirk-Jan Koch bij Nieuwsuur. Hij vertelde overde belangrijke rol van ngo’s. Het lijkt telkens weer een soort geitenwollen-sokkenhobby te zijn, iets wat we doen uit barmhartigheid – collega Cederzei er wat verstandige dingen over – maar het is ook gewoon in ons eigenbelang. Ngo’s zijn vaak de oren en ogen in landen waarmee wij nognauwelijks diplomatieke banden hebben. Syrië is een goed voorbeelddaarvan. Zij zijn degenen die bruggen bouwen tussen lokale gemeen-schappen, bedrijven en overheden. Enerzijds helpen ze daarmeerechtsstatelijkheid en democratie bevorderen. Anderzijds vergroten zij hetonderlinge vertrouwen, waardoor er voor Nederlandse bedrijven eenstabieler investeringsklimaat en veerkrachtiger toeleveringsketen entoegang tot nieuwe groeimarkten ontstaan.Voorzitter. Vanwege het grote belang van maatschappelijke organisaties inontwikkelingshulp heeft een van mijn voorgangers, Agnes Mulder, ooitsamen met de ChristenUnie door middel van een motie laten vastleggendat in ieder geval 25% van de ODA-middelen besteed moet worden viahet maatschappelijk middenveld. Hoe kijkt de Minister ertegen aan omeen dergelijk uitgangspunt te blijven hanteren? Kan de Minister nadertoelichten waarom zij er juist voor kiest om de maatschappelijke organi-saties, die bewezen efficiënt en effectief werken, voor een bedrag vanrond een miljard te korten in de periode van 2026 tot 2030?Voorzitter. De Minister schrijft daarnaast dat het drempelcriterium voororganisaties die middelen willen ontvangen, wordt verhoogd van 25%naar 50%, waarbij er wel ruimte voor maatwerk is. Maar welke ruimtevoor maatwerk bedoelt de Minister precies? Is zij eventueel bereid om eenopbouwpad te hanteren, waarbij er steeds weer sprake is van meerfinanciële zelfstandigheid, waarbij er langzaam naar die 50% wordtopgebouwd? Immers, de ngo’s hebben die afhankelijkheid ook deelsgekregen omdat de overheid in de afgelopen generaties heeft gevraagdom meer rollen op zich te nemen. Dan zou het toch goed bestuur zijn alswe zulke grote wijzigingen geleidelijk doen. Hoe wordt er gezorgd datlokale organisaties in de tussentijd toegang kunnen blijven houden totkennis, netwerken en ondersteuning die Nederlandse ngo’s kunnenbieden, nu de rol van ngo’s wordt verkleind?Voorzitter. De Minister benoemt in haar brief terecht het belang van lokaaleigenaarschap. Het is uiteraard wenselijk dat mensen zelf over hun eigenontwikkeling gaan in plaats van dat anderen hun dat opleggen. Des teopvallender is dat de Minister tegelijkertijd voor een top-downbenaderingkiest, waarbij ze in de brief de thema’s en regels al helemaal vastlegt. Kande Minister uitleggen welke bewegingsvrijheid er binnen haar beleid nogoverblijft voor lokale organisaties? Op welke manier zijn zulke organisatiesgeconsulteerd bij de totstandkoming van deze brief?Voorzitter. Ten slotte dank aan de Minister voor haar reactie op mijnaangenomen motie om de mogelijkheden te onderzoeken om een«Women, Peace and Security»-instrument voort te zetten. Ze schrijft inhaar brief dat het instrument momenteel wordt uitgewerkt. Op welketermijn kan deze uitwerking met de Kamer worden gedeeld? Kan deMinister al iets schetsen over hoe het nieuwe instrument en het gebiedvan het WPS eruit komen te zien? Kan zij daarnaast toezeggen dat hethuidige budget en de huidige programma’s worden gehandhaafd?Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 724 Dank u wel, meneer Boswijk, voor uw inbreng namens het CDA. Ik heetinmiddels ook de heer Stoffer van harte welkom, die namens de SGP isaangeschoven. We gaan snel door naar de heer Ram. Hij spreekt namensde PVV.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. In principe had dit debat van ons niet gehoeven.We hadden al onze vragen in eerste instantie al gesteld bij de begroting.Maar nu we toch een tweede blik op dit hele document werpen, wil ikGroenLinks-PvdA toch graag bedanken voor het agenderen van dit debat.We hebben namelijk nog een aantal vragen. Vandaag bespreken we detoekomst van onze samenwerking met maatschappelijke organisaties inontwikkelingshulp. De PVV is uiteraard blij met de bezuiniging, maar dezehad wat ons betreft veel verder moeten gaan. Wij hebben een vijftalvragen, thema’s, waar we wat verduidelijking over willen.De drempelwaarde voor ngo-financiering wordt verhoogd naar 50%. Wewillen dat de inkomsten vanuit andere overheden, maar ook vanuit doorde overheid gefinancierde ngo’s, mee gaan tellen in die optelsom. OxfamNovib krijgt bijvoorbeeld geld van de Nederlandse overheid, de EuropeseUnie, de Zweedse overheid, VN-organisaties, maar ook van andere ngo’s.Dan denk ik: wordt het geld dat wordt betaald door andere ngo’s die wijdan ook mede financieren, ook meegeteld of niet? Dat is wel belangrijk,want als je door gaat sluizen naar elkaar, kun je natuurlijk boven diedrempelwaarde komen.Een ander punt betreft de transparantie over de geldstromen. Ik geef eencompliment aan Oxfam Novib voor het feit dat ze een jaarverslag hebben.Veel verenigingen en stichtingen hebben dat namelijk niet. Wij willengraag dat in de subsidievoorwaarden wordt opgenomen dat ngo’sgewoon een jaarverslag moeten presenteren, niet alleen aan BuitenlandseZaken en de Minister, maar ook aan de Kamer, zodat het gewoonopenbaar is. Ik maak wel de kanttekening dat je ongeoormerkte geldennatuurlijk buiten beschouwing moet laten. Graag een reactie van deMinister hierop.Een ander punt is de financiering van ngo’s die in het Midden-Oostenactief zijn. De Kamer heeft de motie-Stoffer aangenomen. Complimentenvoor de heer Stoffer voor het indienen van deze motie om het subsi-dieportaal te verbeteren, om meer transparantie te krijgen. Daarnaastvinden wij ook dat bij de subsidiebesluiten over Palestijnse organisatiesmoet worden meegewogen of zij de beleidsuitgangspunten vanNederland respecteren, bijvoorbeeld over de erkenning van de staatIsraël. Hoe staat de Minister daartegenover?Dan een andere eis waaraan ngo’s volgens ons zouden moeten voldoen.Als ngo’s actief zijn in het Midden-Oosten, laat dan in de ontbindendevoorwaarden in het contract staan dat ze de staat Israël moeten erkennen,dat ze geen termen als «apartheid» mogen gebruiken, dat ze geen bandenmet terroristische organisaties mogen hebben en dat ze geen juridischeaanvallen gaan plegen op Israël of de Nederlandse Staat. Kan de Ministerdeze voorwaarden opnemen in subsidiecontracten?Een ander punt is het bestrijden van antisemitisme. Het kabinet heeft heteen groot punt gemaakt om dit te gaan doen. De Europese Commissieheeft de strijd tegen antisemitisme en het bevorderen van het Joodseleven al in haar voorwaarden opgenomen. Kan de Minister dit ookopnemen in ons subsidiekader, zodat ngo’s verplicht worden omantisemitisme actief te bestrijden?Dat was mijn inbreng, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ram. Ik ga door naar mevrouw De Korte. Zij spreektnamens Nieuw Sociaal Contract.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 725 Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de toekomst vansamenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp.Het kabinet heeft grote keuzes gemaakt: een verschuiving naar lokaaleigenaarschap, strenge eisen aan eigen financiering en een fors lagerbudget. Dit heeft gevolgen. Wij kunnen ons vinden in het idee dat lokaleorganisaties een belangrijke rol moeten spelen. De afgelopen weken hebik contact gehad met verschillende maatschappelijke organisaties,waarvan veel al een grote rol toekennen aan lokale organisaties. Tochblijft de steun die maatschappelijke organisaties bieden vaak essentieel.Het is een wisselwerking. Lokale organisaties delen hun kennis overcultuur, terwijl maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld de nieuwstewetenschappelijke inzichten brengen. Deze twee werelden, lokale cultuuren wetenschap, moeten met elkaar verbonden blijven. Er zijn prachtigevoorbeelden, zoals de toepassing van Nederlandse landbouwkennis bijhet ondersteunen van boerencorporaties zodat die zelf hun voedselpro-ductie efficiënter kunnen organiseren. Deze jarenlang opgebouwdeonderlinge relaties, strategische samenwerking en kennisuitwisselingmogen niet verloren gaan. Hoe kijkt de Minister daartegen aan?Voorzitter. Nieuw Sociaal Contract vindt rechtsstatelijkheid in landen zeerbelangrijk voor de stabiliteit van de landen en de wereld. In Nederlandhebben we er voordeel van als landen stabiel zijn. Maatschappelijkeorganisaties spelen een essentiële rol in het versterken van democratischeprocessen en de rechtsstatelijkheid in ontwikkelingslanden. Ik sprak eenorganisatie die vrouwen ondersteunt om stem te geven als tegenmachtvoor corrupte leiders. U weet vast ook wel dat vrouwen vaak eenbijzondere, verbindende rol hebben in hun dorp, stad en land. Zelf heb ikgezien hoe een vrouw in een afgelegen dorp in Tanzania raadsvrouw wasvoor velen in het dorp. Zij fungeerde als tegenmacht tegen autoritaireregimes en corruptie. Mijn vraag aan de Minister is hoe zij borgt datmaatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden via lokale contactenhun functie als tegenmacht kunnen blijven vervullen.Ten slotte, voorzitter. Ik ben nieuw op dit terrein van ontwikkelingshulp. Ikben benaderd door vele organisaties die goed werk doen. Ik zie een aantalorganisaties al goed samenwerken. Zouden we die samenwerking nietvaker moeten vragen van organisaties? Mijn vraag aan de Minister is hoezij eraan gaat werken dat maatschappelijke organisaties in ontwikke-lingshulp meer gaan samenwerken.Voorzitter. Het is een woelige wereld. Kijk naar wat er in Congo gebeurt,en in vele instabiele landen. We mogen er niet van wegkijken. Laten webeleid voeren dat lokaal eigenaarschap versterkt, maar ook de expertisevan ons maatschappelijk middenveld behoudt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Voordat we naar de volgende spreker gaan heb ik gezien datde heer Boswijk namens het CDA en mevrouw Dobbe een interruptiehebben. Als eerste de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Allereerst welkom aan collega De Korte in deze commissie. Het is een vande mooiste onderwerpen. Ik hoor ook collega De Korte spreken over hetbelang van ontwikkelingssamenwerking. Ik hoor ook over de uitdagingendie we in deze woelige wereld zien. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ikheb deze pleidooien vaker gehoord van de voorgangers van collega DeKorte. Ik zie hele mooie, warme woorden, maar helaas toch wat killedaden, als ik het zacht uitdruk. Vanmorgen lazen we in de krant dat deVVD nog een extra bezuiniging wil plegen op ontwikkelingssamen-werking. Ik hoorde net de collega van de PVV zeggen dat er nog wel ietsmeer mag worden bezuinigd. We hebben eerder debatten gehad over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 726 ontkoppeling herstellen. Collega Van Oostenbruggen zei toen, alswoordvoerder Financiën, dat dit niet was afgesproken in het coalitieak-koord en dat het hersteld moest worden. Er zijn moties over ingediend,onder andere door collega Stoffer.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Boswijk (CDA):NSC heeft altijd wel in woorden gezegd dat die koppeling weer wordthersteld, maar tot nu toe is nog niet gebleken dat die wordt hersteld. Kancollega De Korte mij het vertrouwen geven dat NSC bij de Voorjaarsnotagaat zorgen dat die ontkoppeling ongedaan wordt gemaakt?Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel voor deze vraag. Er is een hoofdlijnenakkoord gesloten endaarin is een korting afgesproken. Daar staan we achter. Het is natuurlijkvervelend, maar er moeten keuzes gemaakt worden. We denken ook dater keuzes mogelijk zijn om de ontwikkelingshulp strakker te organiseren.Maar wij blijven vechten voor de koppeling. Wij vinden het belangrijk datontwikkelingshulp blijft bestaan. Daar zullen we voor blijven vechten.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Boswijk (CDA):Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik collega Zeedijk en collega Kahramandat ook hoorde beloven. Collega Van Oostenbruggen zei dat hij achter debezuinigingen in het hoofdlijnenakkoord stond, maar dat de ontkoppelingniet was afgesproken. Uiteindelijk is dat wel gebeurd. We zien nu alweerallerlei financiële claims van allerlei kanten komen. Is het niet tijd voorNSC om ook een interview in de krant te zetten, zoals collega Zeedijkoverigens ook had gedaan, maar dan voet bij stuk te houden en te zeggen:wij accepteren dit niet, de ontkoppeling wordt dit jaar ongedaan gemaakt.Uiteindelijk rekenen maatschappelijke organisaties daar wel op. Die gaannu uit van het meest zwarte scenario en dan zijn alle mooie woordenmooi, maar daar kopen we helemaal niks voor.Mevrouw De Korte (NSC):Ik blijf bij hetzelfde antwoord. We vechten voor de koppeling van 0,7% aanhet bni. En we blijven wel achter de afspraken in het hoofdlijnenakkoordstaan.De heer Boswijk (CDA):Laatste poging. Klopt het dat de ontkoppeling niet is afgesproken in hethoofdlijnenakkoord en dat NSC, mevrouw De Korte, dus volledig vrij isom als wij bijvoorbeeld naar aanleiding van dit debat een tweeminuten-debat aanvragen, samen met de hele oppositie en misschien ook wel metde heer Ram een motie in te dienen die zegt dat die koppeling moetworden hersteld? U staat daar vrij in. NSC is erg voor extraparlementair.Wij kunnen dit nu gewoon fiksen en het kabinet dwingen om ergensanders op te bezuinigen of minder op uit te geven.Mevrouw De Korte (NSC):Over moties die nog komen, kan ik nog niks zeggen. Daarover moet ik metmijn fractie overleggen. Op zich kan ik nu geen toezeggingen doen metbetrekking tot moties die er nog niet zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 727 Dan had ik nog mevrouw Dobbe van de SP. Ik zie ook de heer Stoffer,maar eerst is mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik deel de oproep van mijn collega van het CDA en hoop dat NSC daar danserieus naar gaat kijken. Dank ook voor het betoog. Wij hebben elkaareerder getroffen, maar ook ik heet u welkom in deze commissie. Ik hoorop zich goede dingen, zoals dat maatschappelijke organisaties essentieelzijn, er al heel veel gebeurt, kennisuitwisseling niet verloren mag gaan enmaatschappelijk organisaties ook essentieel zijn in rechtsstatelijkeprocessen; dat zien wij ook. U noemt ook een mooi voorbeeld vantegenmacht als het gaat over vrouwenrechten. Tegelijkertijd begon u uwbetoog met de gevolgen van het beleid. We zien natuurlijk de goededingen die nu gebeuren met allerlei hele mooie, aantoonbare effecten,maar tegelijkertijd – ik zal niet beginnen over de ontkoppeling, want datheeft mijn collega al gedaan – zien we bijvoorbeeld ook dat er vaakonhaalbare eisen worden opgelegd aan maatschappelijke organisaties,waardoor al die mooie dingen straks niet meer kunnen. Hoe kijkt NSCdaarnaar?Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel voor deze vraag. Ik heb van een groot aantal organisatiesgehoord dat die 50% gaat lukken, maar bij een klein aantal organisatiesgaat het niet lukken. Er is ook een motie ingediend waarin maatwerkwordt gevraagd. Die hebben we ondersteund. Dus als het niet lukt, danverwachten wij van de Minister dat er maatwerk wordt geleverd.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dan vraag ik mij af of NSC scherp heeft dat deze 50%-eis ook geldt voorlokale organisaties. Ik snap dat u veel in Nederland met maatschappelijkeorganisaties heeft gesproken, maar dat geldt dus ook voor bijvoorbeelddie lokale organisatie die ongetwijfeld die activist voor vrouwenrechtenwaar u net naar refereerde ondersteunt. Voor lokale organisaties is hetnatuurlijk een stuk lastiger, zeker met het wegvallen van de financieringvanuit de Verenigde Staten. Daar wil ik graag een reactie op, en ook op devraag wat u bedoelt als u zegt dat u ervan uitgaat dat het met maatwerkgaat lukken.De voorzitter:Dat is wel creatief: twee in één. Ik sta het voor deze keer toe, maar het isgeen aanmoediging voor de rest.Mevrouw De Korte (NSC):Ik zie het toch een beetje als dezelfde vraag als de vorige. Wat betreftmaatwerk: we krijgen nog een brief van de Minister, dus de details van deMinister ken ik ook niet. Wij hebben maatwerk gevraagd, specifiek voor deorganisaties waarbij het niet lukt met die 50%-regeling. Ik kan niet opvoorhand antwoord geven met betrekking tot specifieke situaties.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot. Ik zal de vraag niet herhalen. Als die brief zo meteen komt endaarin beschreven is waar dat maatwerk uit bestaat, dan betekent dat ookdat er een aantal dingen niet kunnen gebeuren; dat zijn de gevolgen vanhet beleid dat nu wordt uitgerold over maatschappelijke organisaties. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 728 vraag mij af of NSC ons dan steunt om in ieder geval aan de Minister tevragen om in die brief ook heel duidelijk te beschrijven welke gevolgen ditheeft, wat er straks niet meer gebeurt en welke organisaties hier nietonder vallen, zodat wij in dat kader ook een goed debat met elkaar kunnenhebben over wat wij belangrijk vinden, wat we willen behouden en watwij daar als Kamer in kunnen doen. Kunt u ons daar dan in steunen?Mevrouw De Korte (NSC):Ik verwacht inderdaad ook een brief waarin duidelijk antwoord wordtgegeven op uw vragen. Ik kan dus geen antwoord geven op vragen; deMinister zal daar antwoord op moeten geven. Wij vinden het ookbelangrijk dat we weten waar de bezuinigingen op zijn gericht en waaropniet. We nemen aan dat een groot deel wel blijft bestaan en dat hetverantwoorde bezuinigingen zijn.De voorzitter:Dan ga ik door naar de heer Stoffer namens de SGP.De heer Stoffer (SGP):Ik wil nog even doorgaan op de interruptie die de heer Boswijk deed. Datbetreft de koppeling van het ODA-budget en het bruto nationaal inkomen.De heer Kahraman heeft dat bestempeld als een eenmalig bedrijfson-geval, maar in mijn optiek heeft er ook een tweede plaatsgevonden. Deheer Boswijk en ik dachten namelijk: dan helpen wij NSC een beetje; datdoen we graag. We hebben een motie ingediend om die koppeling teherstellen voor de begroting 2026, dus de begroting die eind van dit jaarbehandeld gaat worden. Tot onze grote verbazing hebben we gezien datNSC tegen die motie stemde. Nou, dat is echt nadrukkelijk een tweedebedrijfsongeval. Als je niet uitkijkt, dan rijd je dadelijk gewoon devernieling in, want ik denk dat het nog veel moeilijker wordt – in iedergeval voor de SGP, maar ik schat in: ook voor het CDA – om dan volgendjaar die begroting wel weer te steunen. Ik zou u dus nadrukkelijk willenvragen om zich tot het alleruiterste in te zetten, want ervoor vechten isprachtig, maar dan kun je verliezen. Betekent dat echt dat u zegt: «Zeslaan me knock-out als die koppeling er niet komt. Dan is het gewoongebeurd; dan heb je ons niet meer mee»? Of laat u nog een derdebedrijfsongeval plaatsvinden? Dan zou het maar zo ... Die waarschuwinggeef ik maar af. Ik zie de heer Boswijk al knikken; volgens mij was hij ookhelder in zijn interruptie. Dan kan het weleens echt misgaan volgend jaar,in ieder geval voor deze begroting. Mijn vraag is dus: is het echt erop oferonder voor NSC of is het «we vechten er een beetje voor, maar als hetecht moeilijk wordt, dan lopen we hard weg»?De voorzitter:Mevrouw De Korte, of u zich knock-out laat slaan.Mevrouw De Korte (NSC):Ja, hoever moet ik vechten en hoever moet ik mij knock-out laten slaan? Ikwil echt niet ingaan op hoever we gaan met het vechten. We vechten tothet uiterste. Dat kan ik u toezeggen. We hebben de motie niet gesteund,omdat het over 2026 ging. Het enige antwoord is: we vechten tot hetuiterste. Meer kan ik daar niet over zeggen.De voorzitter:Ik zie een vervolgvraag.De heer Stoffer (SGP):Ik ervan uit dat NSC zich de vorige keer ook tot het uiterste heeft ingezet.Maar op een gegeven moment zijn ze toch met de staart tussen de benenweggelopen; laten we het zo maar zeggen. Nou, nieuwe kansen. Ik zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 729 toch graag een uitspraak willen. Zegt u nu echt: dit gebeurt me niet nogeen keer? De coalitiepartijen luisteren natuurlijk goed mee naar wat u nuzegt, hè. Dat betekent dan wat. Of zegt u: nee, dit is voor ons echt deondergrens en daar gaan we niet overheen?Mevrouw De Korte (NSC):U probeert uw vraag steeds op een andere manier te stellen. Mijnantwoord is steeds hetzelfde, namelijk dat we tot het uiterste vechten. Ikzeg het niet op een andere manier dan ik nu heb gedaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan had ik nog een hand gezien van mevrouw Hirsch,GroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Bedankt voor het gloedvolle betoog over de zeer diverse rollen diemaatschappelijke organisaties zowel in het Zuiden als hier spelen. Datdeel ik helemaal. Als we naar de absolute bezuinigingen kijken, dan valthet volgende op. In het hoofdlijnenakkoord is een bezuiniging van2,4 miljard afgesproken; dat is ongeveer een derde van het totale budget.Wij hebben daartegen gestemd, dus dat juich ik niet toe. Maar evenrealistisch: het is een derde van het totale budget. De bezuiniging opmaatschappelijke organisaties is twee derde van het budget dat nu naarmaatschappelijke organisaties gaat. Is mevrouw De Korte namens NSCbereid om met ons mee te stemmen als wij een motie zouden indienenom daar een grens aan te stellen, en om de bezuinigingen proportioneeldoor te voeren en niet zo disproportioneel als nu lijkt te gaan gebeuren?Mevrouw De Korte (NSC):Het lijkt me echt voorbarig om nu al een antwoord te geven op de vraaghoe we zouden gaan stemmen over een motie. We hebben nog niet eensde brief van de Minister gekregen. Wij wachten liever de brief van deMinister af; daarna weten we hoe de situatie eruitziet.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mevrouw De Korte heeft dit antwoord al een aantal keren gegeven. Hetenige wat wij wel weten, is hoeveel de Minister voorstelt te bezuinigen.Daar zijn getallen voor genoemd. Dat is twee derde van het totale budgetdat nu naar maatschappelijke organisaties gaat. Mijn vraag is nogmaalsaan mevrouw De Korte – ik ga proberen om hem op een andere manier testellen, want zij wil niet de hele tijd dezelfde vraag – of zij het net als wijonwenselijk vindt om zo disproportioneel te korten op een actor ininternationale samenwerking, die zo essentieel is voor armoedebe-strijding, voor het beschermen van vrouwenrechten, voor het brengenvan goed bestuur, als deze Minister nu voorstelt.Mevrouw De Korte (NSC):Ik moet in herhaling vallen, want de vragen zijn steeds hetzelfde. Zeworden via een omweg op een andere manier gesteld. Er zijn natuurlijkandere mogelijkheden, want er zijn ook nog onze verplichte bijdragen aanverschillende organisaties. Mijn buurman, de heer Ram, vertelde dat ooknog. Via andere organisaties krijgen zij ook nog geld. Wij wachten echt debrief af van de Minister. Dat vinden wij ontzettend belangrijk. En dankunnen wij daar iets over zeggen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7210 Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van uw betoog,mevrouw De Korte. Nogmaals welkom. U heeft ook meteen uw vuurdoopgehad. Dat gezegd hebbend: mevrouw Dobbe, uw inbreng namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Welkom aan iedereen die de moeite heeft genomenom hier vandaag bij dit debat te zijn. Ik moest kiezen en ik wil het hebbenover de rechten van vrouwen en meisjes. Vrouwen en meisjes strijdenwereldwijd elke dag voor hun rechten om naar school te mogen, om temogen zingen in het openbaar, om te mogen bepalen wanneer en metwie ze trouwen, met wie ze seks hebben, of ze anticonceptie kunnengebruiken, met wie en of zij kinderen krijgen, of ze genitaal verminktworden of niet, of hun dochters verminkt worden, of hun dochters somsnet als zijzelf als kind worden uitgehuwelijkt. Zij voeren een strijd, en zijvechten echt tot het uiterste, om toegang tot medicatie tegen hiv/aids,zodat zij die ziekte niet doorgeven aan hun ongeboren kind en zij zelfgezond kunnen blijven.Zij hebben onze steun nodig en die steun wordt keihard onder henvandaan getrokken. Vandaag werd bijvoorbeeld bekend dat de VS hetgrootste aidsprogramma ter wereld heeft stopgezet, op pauze. Dit raaktmiljoenen mensen. Zij hebben nu geen toegang tot medicatie die daar welgewoon is. Die ligt daar op de schappen. Dat is echt onmenselijk. Ik wilvan de Minister weten wat zij daarvan vindt. Is zij bereid om zich samenmet andere landen in te zetten zodat ofwel die pauze wordt teruggedraaid,of om er in ieder geval voor te zorgen dat verdere steun van anderelanden en van Nederland zelf niet ook ophoudt en wordt afgeschaald opdit gebied, omdat de gevolgen desastreus zijn?De Minister geeft in de brief ook aan dat zij mondiale gezondheidbelangrijk vindt; het bestrijden van hiv/aids en daarbij ook seksueel-reproductieve rechten voor vrouwen en meisjes. Heel goed. Maar juist nu,in deze tijd, waarin zoveel wegvalt voor mensen die het het hardst nodighebben, laat de Minister zuidelijke, lokale organisaties die hieraan werken,keihard vallen door een miljard te bezuinigen op het maatschappelijkmiddenveld en door onhaalbare eisen te stellen om aanspraak te kunnenmaken op de overgebleven financiering. Daardoor kunnen zij hun werkniet meer doen, of heel beperkt of misschien helemaal niet meer. Endaardoor hebben nog minder mensen toegang tot hiv/aids-medicatie enworden nog meer vrouwen en meisjes slachtoffer van bijvoorbeeldkindhuwelijken, genitale verminking en de dingen die ik net noemde. Endat zijn maar enkele van de gevolgen van dit beleid.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Ik zou graag willendat deze duidelijk per vraag worden beantwoord, want we hebben eerdermet elkaar gedebatteerd. Ik heb verschillende vragen opgesteld. Ziet deMinister wat er gebeurt in de wereld als het gaat om vrouwenrechten enom seksueel-reproductieve rechten en gezondheid zoals toegang totanticonceptie en abortus? Ziet zij wat er gebeurt als het gaat om detoegang tot hiv/aids-medicatie? En als zij dit ziet, is het dan niet tijd om nute zeggen: nee, dit is niet wat wij willen, we laten vrouwen, meisjes,mensen die die medicatie nodig hebben niet zitten, dus we kijken naar onsbeleid en nemen als uitgangspunt dat er niet op wordt gekort?Tweede vraag: wat denkt zij dat de gevolgen gaan zijn van de bezuini-gingen en de extra voorwaarden voor het maatschappelijk middenveld,zoals de 50%-norm die net werd genoemd, voor de mensen die het nodighebben? Ik vroeg daar net ook al om. Ik wil niet alleen weten wat we welgaan doen, maar ik wil ook vooral weten wat we niet meer gaan doen.Dan kunnen we daar als Kamer echt een debat over hebben en beslissenof we dit wel willen.Derde vraag: hoe moeten vrouwen en meisjes die strijden voor hunrechten, en mensenrechtenactivisten het drempelcriterium, dus die 50%andere financiering, gaan halen? Verwacht zij daadwerkelijk dat zij metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7211 een collectebus, soms met gevaar voor eigen leven, langs de deurenkunnen gaan? Of achter een computer kunnen zitten, waar ze geentoegang toe hebben, om internationale fondsen te gaan werven die er nietmeer zijn? Hoe ziet zij dit precies voor zich, als zij dit onderwerp welbelangrijk vindt?Een vraag die ook door een collega is gesteld, betreft de oproep dieNederlandse bedrijven gisteren deden. Zij zeggen dat maatschappelijkeorganisaties een investering vormen, geen kostenpost. Wat is de reactievan de Minister op die oproep?Voorzitter. Ik denk dat ik door mijn tijd heen ben, maar er zijn nog zo veelonderwerpen die belangrijk zijn om te noemen en die ik niet heb kunnennoemen. Belangrijk werk voor bijvoorbeeld rechten van mensen met eenbeperking, voor vrede, vrijheid en democratie. Ook zij worden geraaktdoor het afbraakbeleid van deze Minister. Ik heb geen tijd om ze allemaalop te noemen, maar het zou wel heel fijn zijn als de Minister een beginmaakt van een analyse van de gevolgen voor deze mensen en dezeorganisaties, zodat wij er als Kamer ook echt een besluit over kunnennemen en misschien ook kunnen zeggen: dit willen wij niet.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. Dan gaan we door naar mevrouw Hirsch namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik doe deze inbreng trouwens ook namens de Partij voor de Dieren.Voorzitter. Dit kabinet noemt pleiten en beïnvloeden met overheidsgeld«onwenselijk». Onwenselijk voor wie, vraag ik de Minister. Het steunenvan tegenspraak lijkt vooral onwenselijk voor grote bedrijven die diepezakken hebben en in Brussel 80% van de lobby beheersen. Onwenselijkook voor modeketens die de eisen van textielarbeiders voor een leefbaarloon lastig vinden. Voor oliebedrijven die reputatierisico lopen alsvrouwen in de Nigerdelta laten zien wat vervuiling aanricht in hun lijf enhun leven. En onwenselijk voor overheden die moedwillig belastingpara-dijzen in stand houden.Voorzitter. Dit beleid is het beleid van een onzeker kabinet, want eenzelfverzekerde overheid steunt maatschappelijke organisaties die zorgendat er in onze democratie verschillende geluiden te horen zijn. Maar ditkabinet zorgt ervoor dat het geluid van de rijksten met de diepste zakkenen de meest invloedrijke netwerken nog meer ruimte krijgt. Het haalt debalans uit ons politieke debat, waar het recht van de sterkste nog meer zalgaan gelden. Dat vindt mijn fractie pas onwenselijk.Het voorgestelde beleid is bovendien tegenstrijdig. Zo heeft de Ministertot doel zuidelijke organisaties te versterken. Hoe dan, vraag ik haar.Immers, talloze mensen, van de Bengaalse textielarbeiders tot devrouwen in de Nigerdelta, ondervinden door onze geglobaliseerdeeconomie de gevolgen van Nederlands beleid aan den lijve, maar kunnenniet even langs in Den Haag om een kopje koffie te gaan drinken. In hetZuiden pleiten heeft dus alleen zin als er ook internationale netwerkenactief zijn in Den Haag en de VN. Kan de Minister aangeven hoe ze dezezuidelijke organisaties denkt te gaan steunen als pleiten en beïnvloeden inNederland en internationaal steeds moeilijker wordt?Ten tweede wil de Minister Nederlandse ngo’s als tussenpersoonverwijderen en kiest zij voor directe financiering van lokale organisaties.Heeft de Minister met lokale organisaties gesproken over haar plannen?Heeft ze onderzocht wat de gevolgen zijn voor lokale organisaties,bijvoorbeeld rond financiële verantwoording? Beseft zij dat kritischestemmen in autocratische regimes alleen via ngo’s bereikt kunnenworden, omdat de Nederlandse overheid uit diplomatieke overwegingenvaak alleen gezagsgetrouwe organisaties kan steunen? Ook stelt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7212 Minister dat directe financiering efficiënter zou zijn, verwijzend naarIOB-evaluaties en de OESO-peerreview. Kan zij aangeven waar preciesdeze bronnen haar beleid ondersteunen? Ik zie namelijk nergens eenadvies om zo’n harde koerswijziging in te zetten. Integendeel. De IOB steltjuist dat strategische partnerschappen tot resultaten hebben geleid diehaar ministerie en ngo’s individueel niet hadden kunnen halen. Waaromnegeert de Minister die constatering uit de rapporten, die ze nota bene zelfaanhaalt?Voorzitter. De Minister stelt een disproportionele bezuiniging voor vantwee derde op het maatschappelijk middenveld. Zij denkt hiermee vooralNederlandse organisaties te raken, maar beseft zij dat slechts een beperktdeel van de subsidie in Nederland blijft en dat deze bezuiniging voorallokale organisaties raakt? Beseft ze dat beleidsdoelen zoals armoedebe-strijding, voedselzekerheid en duurzaam watergebruik zo uit beeldverdwijnen? Wat is het antwoord van de Minister op de bedrijven enadviesbureaus die aangeven dat zij juist baat hebben bij onafhankelijkengo’s in productielanden om hun doelen voor duurzaam ondernemen tebereiken?Tot slot het 50%-criterium. Daar is al veel over gezegd. Laat ik allereerststellen dat veel organisaties al een brede financieringsbasis hebben. Maarze halen niet allemaal die norm. Het geeft geen pas om te verlangen datzij binnen een jaar hun bedrijfsvoering omgooien. Kan de Minister meertijd geven aan de organisaties die hieraan moeten voldoen? Hoe gaat zemaatwerk leveren, ook voor organisaties met unieke expertise rondbijvoorbeeld vrede en vrouwenrechten? Geldt deze eis ook voor organi-saties in het Zuiden, waarvoor Nederland vaak de grootste donor is? Enwaarom is de Minister niet bereid om de aangenomen motie omdraagvlak veel breder te bekijken, uit te voeren?Voorzitter. Deze brief breekt met het Nederlandse beleid van hetversterken van tegenspraak, essentieel voor de democratische rechtsstaat.Bovendien hangt hij van niet onderbouwde aannames aan elkaar. Mijnfractie verzoekt het kabinet dan ook met klem: sla deze weg niet in.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie voor u van de heer Ram namens de PVV.De heer Ram (PVV):Ik heb een vraag aan GroenLinks-PvdA. Kijk naar organisaties zoals OxfamNovib, Stichting Vluchteling en Mensen met een Missie. Dat zijn organi-saties die dan wel een jaarverslag hebben. Dat is te prijzen. Maar als jedan kijkt naar wat ze als eigen vermogen hebben, zie je bijvoorbeeld datOxfam Novib een eigen vermogen heeft van meer dan 100 miljoen en eendaarnaast nog een beleggingsportefeuille van meer dan 20 miljoen.Stichting Vluchteling heeft een eigen vermogen van 21 miljoen. Als wehet dan hebben over Mensen met een Missie, zien we dat die eenvermogen hebben van iets meer dan 9 miljoen. Deze organisaties kunnentoch prima de omslag maken naar die 50%-drempel? Die hebben genoegeigen vermogen. Waar baseert u dan op dat al die andere organisaties,waar geen jaarverslag van bekend is, dat niet kunnen halen?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Volgens mij kunnen alle ngo’s, alle maatschappelijkeorganisaties, alleen subsidie van de Nederlandse overheid ontvangen alsze een goedgekeurd jaarverslag hebben. Ik weet dus niet waar debewering van de heer Ram vandaan komt, maar mij is geen organisatiebekend die geen door de accountants goedgekeurd jaarverslag moetoverleggen. Dat moet zelfs volgens bepaalde standaarden. De organi-saties die u opnoemt, kunnen volgens mij wel aan de 50%-drempelvoldoen. Maar goed, ik ken ze niet allemaal uit mijn hoofd. Er zijn ookorganisaties die niet zomaar aan die 50%-eis kunnen voldoen, of ze nouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7213 wel of geen eigen vermogen hebben; de eis gaat over de financiering dieze zelf krijgen, en niet over eigen vermogen. Wij, niet alleen ik, vragen dusmaatwerk voor die organisaties. Dat gaat precies om het voeren vangesprekken zoals het gesprek dat u nu aanslingert. Het enige wat ik van deMinister vraag, is dat zij toezegt dat dat maatwerk geleverd gaat worden.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Ram.De heer Ram (PVV):Ja, ik heb de volgende vervolgvraag aan mevrouw Hirsch. Als een aantalorganisaties toch niet aan die 50%-norm kunnen voldoen, dan is het tochook een stukje eigen verantwoordelijkheid om te kijken hoe zij zelfsamenwerking kunnen zoeken binnen alle maatschappelijke organisatiesom wél aan die norm te voldoen? Die verantwoordelijkheid ligt in ditgeval toch eerst bij die organisaties, en niet bij de Minister?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Het sterke van de kaders, die nu helemaal over dekop worden gegooid, is juist dat er door de vorige regering al heel ergveel samenwerking tussen organisaties werd geëist. De strategischepartnerschappen bestaan vaak uit vijf tot tien verschillende organisaties,soms geleid vanuit het mondiale Zuiden. Die worden juist vanwege diesamenwerking geprezen door onder andere de IOB en de OESO. Ik hoormeerdere pleidooien voor meer samenwerking, maar dat is dus juist eenvan de krachtigste elementen uit de beleidskaders van voorgaanderegeringen, die nu door deze Minister overhoop worden gegooid. Ik snapoprecht niet waar zij de onderbouwing vandaan haalt om dat te doen.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties. Dan gaan we door naar de inbreng van deheer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Sinds het hoofdlijnenakkoord is de SGP kritisch geweestover de enorme bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Onze verrenaaste mag niet vergeten worden. Die hulp moet ook groeien samen metonze Nederlandse economische groei. De SGP heeft zich bij de afgelopenbegrotingsbehandeling hardgemaakt voor de koppeling tussen hetODA-budget en het bruto nationaal inkomen. Als wij rijker worden, magonze naaste ver weg dat ook merken. Daar tillen we zwaar aan en datmoet bij ons betreft bij de Voorjaarsnota geregeld worden. We zijn echterwel positief over het prioriteren van echte eerste levensbehoeften enthema’s waar we sterk in zijn, zoals voedsel, watermanagement endrinkwatervoorziening.In lijn met de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking wordt er veelbezuinigd op het volgende kader voor maatschappelijke organisaties. Ditgeeft bij de SGP tegenstrijdige gevoelens. Maatschappelijke organisatiesleveren waardevol en onmisbaar werk. Daarbij is samenwerken blijvendbelangrijk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de Dutch Diamond Approach. Wehoorden pas nog bij een rondetafel dat het lokale bedrijfsleven, deoverheid, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld water-projecten organiseerden in Ethiopië. Die projecten hielden buitengewoonlang stand en werden ook nog eens goed onderhouden. Werken metmaatschappelijke organisaties biedt vaak vier concrete factoren die voorons meerwaarde opleveren. Ik loop ze maar even langs. Lokalisatie: zehebben vaak goede binding met de lokale samenleving. Specialisatie: zekunnen zich toeleggen op specifieke thema’s als noodhulp, water, voedselen ga zo maar door. Toegang: soms is een maatschappelijke organisatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7214 welkom waar de overheid geweerd wordt. En als laatste houdbaarheid:maatschappelijke organisaties zijn jaren aanwezig en hebben een langeadem.Voorzitter. Ik begrijp dat als er op ontwikkelingssamenwerking forsbezuinigd wordt – en dat is spijtig – er ook bezuinigd wordt op dengo-subsidies. Ik begrijp dat dat samenhangt, maar het verbaast ons weldat de bezuinigingen op dit kader relatief zwaarder zijn dan de algemenebezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Mijn eerste vraag aan deMinister is of ze kan toelichten waarom dat zo is. Ik vraag de Minister omer rekenschap van te geven wat dit betekent voor de onderwerpen die zijals prioriteit- en focusgebieden aan wil wijzen. Daarop moeten alsnogresultaten worden geboekt. Dan valt het mij op dat voedselzekerheid enwatermanagement juist missen bij de terreinen van samenwerking in debrief. Mijn vraag aan de Minister is dan: hoe wil ze daarop meer gaanrealiseren en waarom wordt dit niet specifiek genoemd?Voorzitter. Met duidelijk minder samenwerking met het maatschappelijkmiddenveld, moeten er keuzes gemaakt worden. Daarover wil de SGPmeedenken, maar dan zeg ik daarbij: armoedevermindering enmaatschappijopbouw blijven bij ons hoe dan ook bovenaan staan. Die zijnheel waardevol. De Minister ageert ook tegen beleidsbeïnvloeding inNederland. Bij beleidsbeïnvloeding is het wel belangrijk om ook inNederland te kunnen blijven lobbyen rond zaken als bijvoorbeeldcoherentie. Dus ik zou zeggen: organisaties die én subsidie ontvangen énde Staat aanklagen zijn voor de SGP wel een doorn in ons vlees. Dus mijnvraag aan de Minister is: ziet zij kans om specifiek daarop beperkingen inte voeren in het subsidiekader? Denk bijvoorbeeld aan de beperking datsubsidies niet gebruikt mogen worden voor procedures tegen deNederlandse Staat.Voorzitter. Dan het veelbesproken drempelcriterium. De grote subsidieaf-hankelijkheid vinden wij als SGP niet wenselijk. Maatschappelijk draagvlaken betrokken en donerende achterbannen maken ontwikkelingsorgani-saties juist krachtig. Daarom kunnen wij op zich als SGP wel goedmeekomen in het verhogen van het drempelcriterium, maar ik heb er weltwee vragen bij. Hoe kijkt de regering naar directe of geleidelijke imple-mentatie, zodat organisaties op zijn minst tijd krijgen om zich aan tekunnen passen? En worden het drempelcriterium voor Nederlandseorganisaties en dat voor organisaties in ontwikkelingslanden allebeiverhoogd? Ik heb dat niet helemaal scherp. Dat laatste vind ik wel heelbelangrijk voor de draagkracht van lokale organisaties, waarvan we juistvragen om zuidelijk leiderschap te versterken en om lokaal eigenaarschapte stimuleren.Voorzitter. Dat waren mijn vragen. Ik zie uit naar de beantwoording. Danku wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Stoffer. Ik zie dat u een interruptie heeft van de heerCeder, namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vond dat u een prima betoog hield, waarin u het belang van demaatschappelijke organisaties naar voren bracht en daar eigenlijk ookvragen bij stelde. U heeft natuurlijk wel voor de begroting gestemd voorBuitenlandse Handel. Daar is veel om te doen geweest. Er is ook eenamendement van u aangenomen dat de subsidie verminderde. Maar unoemde ook de bni-koppeling, waarvan het nog uiterst onzeker is ofpartijen die gaan regelen. Ik vraag me af wat u daar precies voor heeftteruggekregen, zodat u toch zegt: ik voel het comfort om hiermee door tegaan. Dat kan toch niet alleen een onzekere mogelijke wens zijn dat debni-koppeling hersteld zou worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7215 De heer Stoffer (SGP):Dank voor de vraag. We hebben gekeken naar de begroting van komendjaar. Daarin zie je dat er een aantal bezuinigingen worden doorgevoerd,maar de grote klap komt pas later. Die komt in de jaren na deze begroting.We hebben dus gezegd: op zich hebben we er niks voor teruggekregen,maar de natuurlijke lijn van de SGP is dat wij voor begrotingen stemmen.Dat doen we eigenlijk al zo lang als we oud zijn. Ik meen dat we ooit inonze historie één keer tegen een Defensiebegroting hebben gestemd. Datwas in de tijd dat de Defensiebegroting ongeveer helemaal gekeeld werd.Daarna hebben we dat nooit meer gedaan. Dus ons uitgangspunt is datwij voorstemmen, tenzij het echt niet anders kan. Dit heeft hier besttegenaan gezeten. Ik weet niet of u erbij was, maar zojuist bij de inter-ruptie op NSC heb ik rond die koppeling het volgende aangegeven. Metbetrekking tot dat bedrijfsongeval – zo noemt NSC het namelijk – dat nuvoor deze begroting heeft plaatsgevonden, moeten we niet gaan denkendat we die auto echt helemaal in de vangrail en in de kreukels rijden,zodat hij daardoor gewoon onherstelbaar is. Het wordt dus steedsmoeizamer. Afgelopen jaar hebben we er niks voor teruggekregen, watons betreft. We hebben sec gekeken of we dit nog konden dragen of niet.De inhoudelijke richting vonden wij de goede kant opgaan. We kijken erguit naar het beleidskader dat de Minister naar onze Kamer toe gaat latenkomen. Wij kijken uit naar wat er bij de Voorjaarsnota speelt. Dan zullenwe volgend jaar opnieuw kijken of we de begroting steunen of niet. Maarik moet eerlijk zeggen: het wordt wel steeds moeizamer. Dit zou misschienwel de tweede, voor zover ik kan nagaan in de historie, kunnen wordendie de SGP niet kan steunen. Dus die waarschuwing geef ik hierbijnogmaals nadrukkelijk af aan het kabinet, maar ook aan de partijen die indit kabinet de dragende partijen zijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor de toelichting van de heer Stoffer. Het is inderdaad ook eenzeldzaamheid voor de ChristenUnie. We hebben nu twee keer tegen eenbegroting gestemd. Deze was er wel een van. Ik hoor u goed. U zegt: wehebben voorgestemd en hebben daar niets voor teruggekregen, maar hetis in de lijn van de traditie dat de SGP begrotingen steunt. Dat begrijp iken dat respecteer ik ook. Maar dat zou ook betekenen dat het beleiddoorgaat zoals het is opgeschreven door mevrouw Klever. Als debni-koppeling niet hersteld wordt richting de Voorjaarsnota, zegt u dan:dat trekken we niet? Is dat het afwegingspunt? Want als die niet hersteldwordt en de koers gewoon verdergaat, is er op zich geen wijziging tenopzichte van de vastgestelde begroting van afgelopen jaar. Dan vraag ikme toch af welke motivatie u zou hebben om eventueel wel tegen eenbegroting te stemmen.De heer Stoffer (SGP):Er spelen wat ons betreft op z’n minst twee criteria. De eerste is diekoppeling. Dat is de ene kant. Maar wat misschien zeker zo nadrukkelijkweegt, is de inhoudelijke koers die gevaren wordt. De woorden die wij totnu toe hebben gehoord vanuit dit kabinet, gaan meer over voedsel,waterkwaliteit, watermanagement, de agrarische sector, enzovoorts. Alshet die koers opgaat, en dat niet, wat ik altijd maar noem – ja, dewoordvoerder zit naast me, dus ik hoop niet dat ik een klap krijg – hetprogressief-liberale geluid van D66 als exportproduct naar het buitenlandwordt gebracht ... Als dat er een stuk af gaat en het op die terreinen komtwaar ik zelf nogal ... Ik zie twee mensen naast me zitten die me nu eenbeetje moeizaam aankijken. Het mag schuren in de politiek. Maar als dater inhoudelijk af gaat, is dat voor ons een heel sterk criterium, dat ook kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7216 helpen om anders naar deze begroting te kijken. Dus het is op inhoud enop geld, zeg ik er nadrukkelijk bij.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen verdere vervolgvragen. Ik heet de heer Bamengavan harte welkom. We hebben zijn aanwezigheid al aangekondigd, maarhij is ook meteen aan het woord, namens D66 uiteraard.De heer Bamenga (D66):Dank, voorzitter. Met 2,4 miljard zet dit kabinet het mes in de steun aan deallerarmsten in deze wereld. Hoewel bij iedere bezuiniging nauwkeurig inkaart wordt gebracht wat de gevolgen zijn, sluit het kabinet hierbij deogen. Het is onbehoorlijk bestuur, dat de allerkwetsbaarsten keihard raakt.Het Verenigd Koninkrijk heeft de gevolgen van ongeveer 1 miljard aanbezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking wel doorgerekend. Deresultaten zijn huiveringwekkend. 350.000 mensen in Ethiopië ontvangengeen broodnodige voedselhulp meer. Voor 185.000 mensen geldt:onveilige abortussen zullen niet meer worden voorkomen. Er zullen 1.500moeders extra sterven tijdens de geboorte van hun kind. 27.000 kinderenin Zuid-Sudan met acute ondervoeding krijgen geen behandeling meer.8.000 gehandicapte kinderen worden niet langer ondersteund om naarschool te gaan. Afghaanse vrouwen en meisjes, die behoren tot demeeste kwetsbaren ter wereld, ontvangen nagenoeg geen hulp enondersteuning meer in het land van de taliban.Dit gaat slechts om de gevolgen van 1 miljard aan bezuinigingen. Ditkabinet bezuinigt 2,4 miljard per jaar. Dit kabinet heeft niet eens hetfatsoen om in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van zijn 2,4 miljardaan bezuinigingen. Daarom zal ik met een voorstel komen om allebezuinigingen die dit kabinet uitvoert op de allerkwetsbaarsten te latendoorrekenen. Ik heb de volgende vragen aan de Minister. Hoeveel mensenen kinderen met acute ondervoeding krijgen straks geen voedselhulpmeer? Hoeveel onveilige abortussen zullen niet meer worden voorkomen?Hoeveel kinderen kunnen er straks niet meer naar school? Kortom, weetde Minister zelf wel waar ze mee bezig is en wat de gevolgen zijn van dekeuzes van dit kabinet?Voorzitter. Laat ik dan inzoomen op de kettingzaag die in het maatschap-pelijk middenveld wordt gezet. Ook hier overheersen vaagheid, wanordeen slecht bestuur. Maatschappelijke organisaties maken zich grote zorgenen krijgen geen enkele duidelijkheid over de toekomst van het hardewerken dat zij doen voor de allerkwetsbaarsten op aarde. Dit werk doen zijom de democratie, de welvaart en de veiligheid wereldwijd te versterken.Ze maken zich zorgen over het nieuwe subsidiekader, of dat er wel op tijdzal liggen, en hoeveel er uiteindelijk van het subsidiekader overblijft. Kande Minister deze zorgen wegnemen? D66 zal niet accepteren dat hetmaatschappelijk middenveld nog verder wordt uitgeknepen en inonzekerheid wordt achtergelaten. Daarom komen we met een voorstel omzeker te stellen dat het nieuwe subsidiekader op tijd klaar zal zijn en eenvoorstel om zeker te stellen dat er niet 390 miljoen maar 565 miljoenbeschikbaar blijft voor het maatschappelijk middenveld.Voorzitter. Dan UNRWA. Deze Minister weigert de broodnodige steun aanUNRWA uit te betalen. 2 miljoen mensen zijn nog steeds afhankelijk vande voedselvoorziening door UNRWA. Ondertussen gaat Israël door methet verbod op UNRWA en daarmee met het verbod op de grootsteleverancier van humanitaire hulp en stabiliteit in de regio. Mede dankzijhet afbouwen van de steun van Nederland aan UNRWA dreigt deorganisatie eind van deze maand de salarissen van haar personeel al nietmeer te kunnen betalen. Heeft het kabinet zijn veroordeling geuit richtingIsraël over het verbod op UNRWA? Heeft het kabinet de humanitairegevolgen van het afbreken van zijn steun aan UNRWA in beeld? Hoeveelmensen vervallen straks in honger, zonder enige vorm van hulp? ZelfsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7217 UNICEF heeft aangegeven dat er geen alternatief is voor UNRWA. Ziet deMinister dat ook? Welke opvolging heeft de Minister gegeven aan demotie-Bamenga c.s. waarin de Kamer bij meerderheid heeft geconstateerddat het tegenhouden van humanitaire hulp vanuit UNRWA directe risico’smet zich meebrengt op hongersnood voor de bijna 2 miljoen Gazanen, enwaarin de regering wordt verzocht om de nodige maatregelen te treffenom ongehinderde toegang van humanitaire hulp tot Gaza mogelijk temaken?Tot slot, de situatie in Oost-Congo. Zou de Minister met ons willen delenwat de laatste humanitaire situatie aldaar is, ook wat betreft de veiligheidvan de medewerkers in de ambassades?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bamenga. Wat uw laatste twee punten betreft: ik wijserop dat dit debat specifiek gaat over de beleidsbrief over het maatschap-pelijk middenveld. Ik kijk even naar de Minister. Het zou mooi zijn als zehet kan beantwoorden, maar als het niet lukt, kan dat misschien op eenlater moment. Ik wil in ieder geval alle leden erop attenderen dat ervrijdag ook een schriftelijk overleg is over het bredere thema vanontwikkelingshulp. Dus dan kunt u uw vragen ook altijd nog daar stellen.Maar wellicht kan de Minister er wel kort wat over zeggen.Ik kijk even naar mevrouw Dobbe. Zij is al door haar interrupties heen, dusik vraag haar om even voor te zitten als ik mijn inbreng doe. Ik heb hiereen lijstje waarop ik heb bijgehouden hoeveel interrupties iedereen nogheeft en heeft gehad. Die laat ik even naar u toe komen. Dan kunt u datook bijhouden.Voorzitter: DobbeDe voorzitter:Ik ben wel een strenge voorzitter, voorzitter, maar vooruit. Dan geef ik hetwoord aan mevrouw Kamminga voor haar inbreng.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het blijft enigszins ongemakkelijk om het debat opdit moment te voeren. Het valt te prijzen dat de Minister snel duidelijkheidwil geven aan alle organisaties die afhankelijk zijn van dit subsidiekader,maar ik blijf het wel lastig vinden dat haar brede inzet nog niet bekend is.Voor de VVD is het wel belangrijk om ook het hele plaatje te kennen. In deplanningsbrief heb ik gelezen dat de beleidsbrieven in het eerste kwartaalvan 2025 verstuurd zullen worden. Maar kan de Minister al een preciezereindicatie geven? Want «het eerste kwartaal» is wel ruim. U ziet aan dediscussies die we hebben dat we echt wel behoefte hebben aan duide-lijkheid. Daarin ben ik vast niet de enige.Voorzitter. Maar goed, hier zitten we dan. De prioriteiten van de VVD zijnhelder. De focus moet vooral liggen op onderwerpen waarover Nederlandveel kennis en kunde heeft, en op landen waarin we daadwerkelijk impactkunnen maken en waarin we een belang hebben. Naast de in hethoofdlijnenakkoord genoemde prioriteiten, zoals het voorkomen vanirreguliere migratie, voedselzekerheid en watermanagement, vindt deVVD het van belang dat we ook aandacht houden voor noodhulp, voor hetbeschermen van de rechten van minderheden, vrouwen en lhbtiq+, envoor gezondheidszorg. Wat de VVD betreft hoort daar ook SRGR bij. Wehebben daar namelijk ontzettend veel kennis over. Ik heb dat in meerderedebatten al benadrukt en er tevens een motie over ingediend. Mijn fractieis dan ook blij om te lezen in de brief dat de mondiale gezondheidszorg,waaronder de gezondheid van vrouwen en meisjes in kwetsbare groepen,een prioriteit blijft binnen het BHO-beleid. Kan de Minister bevestigen datSRGR daar ook toe behoort?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7218 Voorzitter. Het blijft nog wel enigszins ongemakkelijk, ook hier weer, dat ernaar een vervolgbrief wordt verwezen voor hoe het uitgewerkt wordt,terwijl de gesprekken op het departement toch allang gaande moeten zijn.Ik begin dan toch ook wel een beetje ongeduldig te worden. Wat gaat dezeMinister nu concreet doen? Kan zij niet toch alvast een tipje van de sluieroplichten? Waar denkt zij aan? Hoe verlopen de gesprekken? Welke keuzesgaat zij maken? Veel van deze rechten staan namelijk mondiaal intoenemende mate onder druk. Ziet zij deze ontwikkeling ook? Hoe kunnenwij als Nederland een positieve bijdrage leveren? Hoe kijkt zij naaronderwerpen als vaccinatieprogramma’s? Wij zien steeds meer scepsis,terwijl juist deze programma’s een zeer wezenlijke bijdrage leveren envaak vele malen effectiever zijn dan andere projecten. Bovendien zien wehierbij veel publiek-private samenwerkingen, zoals het Gavi-project. Gaatdit subsidiekader ook voor dergelijke projecten gelden? Of vallen dieonder een ander kader?Voorzitter. De VVD deelt de ambitie van deze Minister om de administra-tieve middenlaag te verkleinen en de subsidies primair in te zetten voorhulp in de landen zelf, in plaats van voor het vele lobbywerk hier in DenHaag. Maar ik blijf nog wel vragen hebben over het verleggen van defocus naar primair lokale organisaties. Wat gaan die doen zonder onzekennis en kunde? Daar zit nu juist de meerwaarde, of het nu gaat om deWUR, Rutgers of het Aidsfonds, maar ook om een organisatie als FairWear, die bedrijven helpt.In de brief geeft de Minister aan dat de Nederlandse internationaleorganisaties nog steeds betrokken kunnen worden bij de uitvoering en datde insteek om vooral met lokale organisaties te werken geen hardcriterium is. Kan zij toelichten hoe de samenwerking tussen Nederlandseen lokale organisaties eruit gaat zien, en wat de nieuwe focus concreetbetekent voor Nederlandse organisaties, zeker die met specialistischekennis? Gaan lokale ngo’s dan Nederlandse organisaties inhuren? Hoewordt dit geborgd? Moeten zij dan zelf de aanvraag doen? Kan het danook zo zijn dat lokale organisaties vervolgens buitenlandse ngo’s inhurenom uitvoering te geven aan de plannen? Ik snap het idee van de Minister,maar ik zie het nog niet echt voor me. Kunnen we er dan in ieder gevalvoor zorgen dat we, als lokale ngo’s externe expertise erbij willenbetrekken, Nederlandse ngo’s daarvoor in aanmerking laten komen? DeVVD zou het dan ook logisch vinden dat Nederlandse ngo’s binnen ditsubsidiekader blijven vallen, mits ze bijvoorbeeld kunnen aantonen dat zein een project samenwerken met lokale ngo’s. Want nogmaals, de VVDsnapt wel het idee van meer eigenaarschap en betrokkenheid, en dat hetrechtstreeks gaat naar de landen waar het om gaat.Voorzitter. Dan toch nog even over de drempelcriteria die voor het nieuwebeleidskader gehanteerd gaan worden. Ik begreep vanuit het maatschap-pelijk middenveld dat er bij het bepalen of een organisatie al dan nietvoldoet aan de drempelcriteria, gekeken wordt naar de laatste drieboekjaren van een organisatie en er dus sprake is van terugkijkendedrempelcriteria. Dat lijkt me bij deze koerswijziging echter niet wenselijk,want dan komen we in de situatie dat organisaties die we juist in hetverleden hebben gesteund, omdat we ze van grote waarde vonden, nudreigen af te vallen. Is de Minister het met me eens dat dat niet debedoeling kan zijn?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kamminga. Dan zag ik allereerst een interruptie vande heer Stoffer, en daarna van de heer Bamenga.De heer Stoffer (SGP):Toch even een actualiteit. Ik zag vandaag een plan van de VVD omwerkenden er meer op vooruit te laten gaan. Dat kunnen we uiteraardTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7219 waarderen. Dat is altijd goed. Maar het gaat ook om de dekking. Die komtvoor een deel vanuit het budget waar we vandaag over spreken. Dus mijnvraag aan mevrouw Kamminga is dan: heeft de VVD ook nagedacht overwat we nog meer niet gaan doen op dit terrein?Mevrouw Kamminga (VVD):Dank voor de vraag en dank aan de heer Stoffer dat hij ons plan voorhardwerkend Nederland aanhaalt, want we zijn er als VVD trots op dat wehiervoor blijven strijden en ervoor zorgen dat de belastingbetaler en dehardwerkende Nederlander er een stapje op vooruitgaan. Wellicht kunnenze dan ook zelf wat geld in hun portemonnee overhouden en zelf de keuzemaken welke goede doelen zij willen steunen. Voor ons is de prioriteit opdit moment inderdaad om ervoor te zorgen dat de mensen in Nederlander een stapje op vooruitgaan. We hebben ook gekozen voor veiligheid.Wat de dekking betreft: u heeft ongetwijfeld ons verkiezingsprogrammanog scherp voor ogen, dus dan moet deze dekking u niet verwonderen. Inons verkiezingsprogramma hebben we al gezegd dat wij het heel logischvinden om rond het ODA/DAC-gemiddelde – het OESO/DAC-gemiddelde,moet ik zeggen – uit te komen. Daar zitten we nog ruim boven, ook metdeze extra stap die wij nu zetten om ervoor te zorgen dat de energiebe-lasting voor iedere Nederlander iets omlaag kan. In die zin zou het geenverrassing moeten zijn.De heer Stoffer (SGP):Ik kan natuurlijk tot sint-juttemis blijven vragen wat we dan precies nietmeer doen, maar ik schat in dat ik daar niet al te veel antwoord op zalkrijgen. Toch even de politieke realiteit. De VVD zit nu veertien, vijftien jaarin coalities en heeft altijd goed gekeken naar meerderheden. We hebbenhet over geld, dus dat zal steun moeten hebben bij meer dan bij wat nu decoalitie is. Ik ben wel benieuwd waar de VVD die steun vandaan denkt tehalen. In ieder geval niet bij de SGP, zeg ik er maar gelijk bij.Mevrouw Kamminga (VVD):Dat vind ik jammer om te horen, want ik dacht dat wij in de SGP ook weleen partner zouden vinden om ervoor te zorgen dat de belastingen voorde hardwerkende Nederlander niet omhooggaan maar juist laag blijven,en zelfs, zeker als het om energiebelasting gaat, een beetje naar benedengaan. Zo hebben wij nog meer plannen in dat voorstel. Die moeten ergensgedekt worden. Dat ben ik helemaal met u eens. Daar kijken wij over dehele linie naar. Nogmaals, u hebt al in ons verkiezingsprogramma kunnenzien dat wij hier nog ruimte zien. U vroeg mij nog naar de keuzes.Nogmaals, wij kiezen voor fors investeren in defensie. Als we kijken naarde bredere problematiek, zien we dat het gaat om de stabiliteit en deveiligheid in de wereld. Daar heeft ook het OS-budget altijd een grotebijdrage aan geleverd. In de afgelopen jaren hebben we echt een tandje teweinig gedaan voor de defensie, dus ik ben er trots op dat wij als VVD,met steun van heel veel andere partijen, daar dat stapje bij kunnen doen.Daar ben ik voor. U vraagt waarop we gaan prioriteren. Nogmaals, ik hebnet in mijn inbreng gezegd dat wij een aantal kansen zien om met nogmeer focus meer impact te kunnen maken. Dat heb ik ook bij de begro-tingsbehandeling betoogd. Daar is echt nog wel ruimte, want ik zie dat erop sommige terreinen meer dan driehonderd organisaties actief zijn. Dandenk ik: dat kan simpeler, dat kan pragmatischer en dat kan effectiever.Dus ja, als wij nu die keuze moeten maken, dan kiezen wij voor meer inzetop defensie, om ons allemaal veilig te houden, niet alleen Nederland,Europa maar eigenlijk ook de hele wereld, en om ervoor te zorgen dat ookde belastingbetaler iets overhoudt in zijn portemonnee.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7220 De voorzitter roept op om de antwoorden en ook vooral de vragen kort tehouden. U bent door uw interrupties heen, helaas. Ik ben een strengevoorzitter.De heer Bamenga (D66):Ik heb geluisterd naar de bijdrage van mevrouw Kamminga. Natuurlijkheb ik de plannen die hier gepresenteerd zijn nog niet helemaal kunnendoornemen, maar ik heb wel gezien wat deze betekenen voor OS. Mijnvraag is wellicht een andere. Er wordt flink gekort op het maatschappelijkmiddenveld; onevenredig hard wat D66 betreft. Maar er is eenbandbreedte van tussen 390 en 565 miljoen; dat is nog niet zeker. Ik wileven kijken in hoeverre mevrouw Kamminga van de VVD bereid is omdaar zo min mogelijk op te korten, dus om aan de bovenkant van diebandbreedte te gaan zitten. Kan ik daarbij steun verwachten van mevrouwKamminga?Mevrouw Kamminga (VVD):Dank voor deze vraag van de heer Bamenga. Laat ik dit nog eensbevestigen, want dat heb ik eerder gezegd: het is niet zo dat de VVD geentoegevoegde waarde ziet in ontwikkelingshulp. De VVD ziet ook toege-voegde waarde in heel veel ngo’s. Die doen heel goed en heel veel werk.Het is niet zo dat wij zeggen: het is allemaal onzin, het kan allemaal weg.Zeker niet. Dat is niet het verhaal waar de VVD voor staat. Wij staan voordat het efficiënter en effectiever kan worden ingezet en met minderoverlap met wat wij in de VN en in de EU al doen.Maar dan kom ik bij uw vraag. Dat is precies het ongemak waar ik mijnbetoog mee begon. Ik vind het als Kamerlid lastig om te beoordelen of diteen redelijke bezuiniging is, als ik nog niet het brede plaatje weet. Ik hebde Minister bij de begrotingsbehandeling ook horen zeggen dat er bij heelveel andere onderwerpen ook gelden zijn waar maatschappelijkeorganisaties een beroep op kunnen doen. Daar zit wat ongemak. Ik vindhet wat ingewikkeld om daar nu op vooruit te lopen. Ik zou graag datbrede plaatje willen wegen en dan vind ik dat we daar in de Kamer metelkaar naar moeten kijken. Voor ons gaat het om de vraag hoe we dat gelddat beschikbaar is, op de juiste manier inzetten.De heer Bamenga (D66):Dank voor de reactie. Dan een andere vraag. Als wij naar het buitenlandgaan, en dat gaan wij volgens mij binnenkort weer doen – althans, Brusselis vooralsnog nog buitenland – dan hoor ik de VVD altijd heel trots zeggendat zij een liberale partij is. D66 is ook een liberale partij. Een belangrijkprincipe daarin is gelijkwaardigheid, ook in het beleid. We zien dat ditkabinet gekozen heeft voor ontwikkelingshulp; veel meer een soort beleidwaarin wij geven en er niet op een gelijkwaardige manier wordt samenge-werkt met allerlei partijen, ook internationaal.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Bamenga (D66):Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de VVD hierin staat. Dit beleid zorgt ertoch alleen maar voor dat mensen juist niet uit die impasse komen of datlanden niet voldoende duurzaam kunnen ontwikkelen? Ik ben benieuwd ofde VVD bereid is om samen met D66 het ontwikkelingssamenwerkings-beleid zo om te vormen dat er juist veel meer perspectief komt, met demensen met wie wij internationaal samenwerken.Mevrouw Kamminga (VVD):Het siert de heer Bamenga dat hij zoveel waarde hecht aan zo’n term. Ikheb dat wat minder. Voor mij gaat erom wat we doen, welke dadenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7221 erachter zitten. Daarover heb ik de Minister ook op een aantal puntenbevraagd. Vorige week hebben we nog een debat gehad over hoe we dehandel kunnen bevorderen. Daar zie ik echt kansen, want de VVD zegtaltijd al dat de beste manier om uit armoede te komen is door werk en eenbaan. Dat is waar wij op inzetten en waar de VVD voor pleit, ook in ditkader. Heel eerlijk, of je het ontwikkelingshulp of ontwikkelingssamen-werking noemt, dat maakt mij niet zo veel uit. Er zijn partijen die daar heelveel aan hechten, maar dat laat ik dan vooral bij hen. Voor ons gaat hetom wat wij doen. U kunt op mijn steun rekenen om te kijken waar we debedrijvigheid kunnen stimuleren, waar we de economie extra schwungkunnen geven, zodat ze op eigen benen kunnen staan. Uiteindelijk is datook in het belang van de landen daar.De voorzitter:De heer Bamenga, laatste interruptie.De heer Bamenga (D66):Het gaat niet zomaar om een term, maar om het resultaat. Het ene isgericht op de korte termijn en het andere is gericht op de toekomst.Daarom is het belangrijk om dat op een andere manier, op een duurzamemanier vorm te geven. Juist als we het hebben over de toekomst is hetbelangrijk dat wij weten wat voor keuzes we aan het maken zijn. Eerderheb ik ook al een vergelijking gemaakt met het Verenigd Koninkrijk, waarze ook bezuinigd hebben. Daar hebben ze dat heel goed doorberekend.Dan zouden we met z’n allen weten wat daadwerkelijk de consequentieszijn van het beleid. Is de VVD bereid om ons voorstel om een doorbere-kening van de gevolgen van dit beleid te maken te steunen?Mevrouw Kamminga (VVD):Het ligt er natuurlijk aan hoe dat voorstel is. In mijn beleving hebben we aleen keer een dergelijk verzoek gedaan aan de Minister, om inzicht tegeven in wat de impact is. Nogmaals, het lijkt mij in de rede liggen, als jekeuzes moet maken, dat je dat breed afweegt en daar horen dit soortdingen ook bij. Het ligt wel een beetje aan de formulering van de motie, ofhet tot tien cijfers achter de komma’s is en of het qua timing realistisch is.Maar nogmaals, in mijn beleving is de Minister daar al mee bezig. Ookkan je de impact van beleid pas beoordelen als het beleid er is. Met u benik daar ongeduldig over. Wanneer komt dat beleid, zodat we daar ook naarkunnen gaan kijken?De voorzitter:Dank u wel. Dan nu mevrouw Hirsch en daarna de heer Ceder.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Overigens is er eerder een motie ingediend over doorrekenen van deeffecten. Daar heeft de VVD net als de hele coalitie tegengestemd. Dat waseen volledig door de oppositie gesteunde motie, maar dit even geheelterzijde. Ik deel natuurlijk het ongeduld van mevrouw Kamminga over detotale onduidelijkheid over de concrete invulling van het beleid. Dathebben we ook tijdens het handelsdebat besproken. Ik deel ook de inzetvan mevrouw Kamminga rondom vrouwenrechten. Ik heb een vraag aanmevrouw Kamminga over vrouwen of vrouwenorganisaties uit hetmondiale Zuiden. Zij hebben bijvoorbeeld te lijden onder de beschermingvan internationale property rights, waardoor ze geen toegang krijgen totmedicijnen. Zij hebben er last van dat zij niet bij de economischeontwikkeling kunnen, omdat zij geen leefbaar loon krijgen van debedrijven die investeren in de landen waar zij wonen. Is mevrouwKamminga het met mij eens dat het essentieel is om voor deze vrouwente pleiten bij de samenwerking met die zuidelijke bedrijven, en om hunkant te kiezen in Nederland, in Brussel en in de VN, zodat zij veel meer deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7222 beschikking krijgen over hun eigen leven en toegang krijgen tot essentiëlemedicijnen et cetera?Mevrouw Kamminga (VVD):Ik kijk daar toch iets anders naar dan mevrouw Hirsch van GroenLinks-PvdA. Volgens mij gaat het er vooral om waar het startpunt is. Als je naarvrouwenrechten kijkt, en dat voorbeeld wordt hier gebruikt, vind ik hetheel logisch om te kijken naar wat er nodig is in die landen zelf. Uitein-delijk stellen wij hier in de Kamer de prioriteiten vast voor wat wij als landbelangrijk vinden om op in te zetten. Daar geven we subsidies voor. Datgaat op die thema’s. Ik vind het ingewikkelder als wij geld gaan gevenpuur voor een doel, en dat zie ik nu te vaak. Je kunt een week vullen, datzult u net zo zien als ik, om iedereen te ontvangen, van welke ngo’s ook. Ikzeg niet dat ze geen goed werk verrichten, maar ik vraag me wel af of datis waar we als belastingbetaler voor moeten betalen. We moetenzorgvuldig zijn met dat geld. Ik vind dat wij hier met elkaar die prioriteitenstellen. Ik zeg met u dat wij vrouwenrechten belangrijk vinden. Dan moetdat het uitgangspunt zijn. Dat moet ook de aanvraag zijn, om het daaropin te zetten. Ik kan me goed voorstellen dat een onderdeel daarvan is omte laten zien wat het resultaat is, wat er nog gemist wordt en wat we dannog extra nodig hebben. Maar we zien nu te vaak dat het een doel op zichis. Daarvan denk ik: als we onze prioriteiten kiezen, laten we dan focussenop de hulp die direct nodig is.De heer Ceder (ChristenUnie):Er is al vaker aangegeven dat ontwikkelingssamenwerking ook goed isvoor het internationale bedrijfsleven. De plannen van de VVD kunnen nietanders betekenen dan dat niet alleen het bedrijfsleven daarmee geschaadwordt, maar dat de VVD ook coalitieafspraken gaat openbreken. Dezeplannen worden nu doorgevoerd. Mevrouw Kamminga is heel trots op deplannen die gepresenteerd zijn. Maar onderzoek na onderzoek geeft aandat dit ook het bedrijfsleven schaadt. Wanneer gaat u het coalitieakkoorddan openbreken en wat betekent dat voor de voorgenomen plannen vanMinister Klever?Mevrouw Kamminga (VVD):Ik zie niet zozeer de koppeling die de heer Ceder maakt met hetopenbreken van het coalitieakkoord. We hebben gewoon een hoofdlijnen-akkoord waarin een basis staat. Daar staan we allemaal achter. Volgensmij staat het iedere partij vrij om vervolgens zelf te zeggen: wij hebbendeze plannen, wij vinden dat het op die manier gedekt wordt en daarovergaan we in gesprek, maar dit is wat wij vinden. De relatie met hetcoalitieakkoord zie ik dus wat minder.Wat betreft het bedrijfsleven kan ik heel helder zijn. Ik denk juist dat wij alheel veel stappen zetten met dit coalitieakkoord, als u daar toch overbegint. Ik wil al die goede maatregelen nog wel een keer opnoemen, maarik denk dat we grote stappen doen. Sterker nog, we hebben alle zeilen bijmoeten zetten om onhandige moties van de laatste avond voor het vorigereces terug te draaien. Daar zijn we nu nog mee bezig, juist voor diebedrijven. Ik kijk met een schuin oog een beetje naar u, meneer Ceder,want u heeft dat ook mede laten gebeuren. Dat zijn we aan het herstellenmet deze plannen, met deze coalitie. Wij voegen daar nog zaken aan toe.Als je kijkt naar dat BHO-beleid, moeten we niet vergeten dat er nog eenheel groot deel zit op ondersteuning van de handel. Ik ben ook blij datdaar in dit kader nog steeds ruimte voor is.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, dus er rest mij alleen nog maar om hetvoorzitterschap terug te geven aan mevrouw Kamminga.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7223 Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de termijnvan de zijde van de Kamer. We zijn iets langer dan een uur bezig geweest.We zijn ook met veel, dus mijn excuus daarvoor. Ik kijk even naar deMinister. Zij wil twintig minuten schorsen. Dat scheelt weer; dat is fijn.Dan beginnen we om 17.35 uur weer. Ik schors tot 17.35 uur.De vergadering wordt van 17.16 uur tot 17.37 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering, want ik werd er terecht op gewezen dat het al17.35 uur was geweest en dat iedereen ook weer aanwezig was, inclusiefde Minister. Haar ga ik ook het woord geven voor de beantwoording. Ikattendeer de leden erop dat we drie interrupties aanhouden. Daarbij doeik de oproep om het kort te houden, zodat we ook nog aan een tweedetermijn toekomen. Ik geef de Minister het woord.Minister Klever:Voorzitter, dank u wel. Ik wou beginnen met even een korte uiteenzettingvan de bezuinigingen op dit beleidskader. Daarna zal ik de vragen in vierblokjes beantwoorden: bezuinigingen, de rol van Nederlandse ngo’s enhet drempelcriterium, de lokalisering en als laatste SRGR en overige.Voorzitter. Vandaag bespreken we het nieuwe beleidskader voor desamenwerking met maatschappelijke organisaties. Het huidige subsidie-kader ter versterking van het maatschappelijk middenveld loopt namelijkeind dit jaar af. Met het oog op zorgvuldig bestuur en op de wens vanuitde organisaties zelf en uw Kamer om snel duidelijkheid te bieden over ditkader, wil ik de betrokken organisaties en u tijdig informeren. Daaromstuurde ik op 11 november een brief aan uw Kamer over de toekomstigesamenwerking met maatschappelijke organisaties. Even voor deduidelijkheid: het gaat alleen over dit kader. Het gaat dus niet over desamenwerking met ngo’s op het gebied van bijvoorbeeld humanitair,voedsel, water of migratie; dat zijn andere beleidskaders. Dit gaat puur enalleen over de versterking van maatschappelijke organisaties.In de brief van 11 november schetste ik de richting voor het nieuwe kader,waarbij twee zaken helder zijn: er is minder geld beschikbaar vanwege deforse bezuinigingen, en ik verscherp de inzet op een aantal specifiekeinstrumenten. De keuze voor die instrumenten volgt uit het hoofdlijnenak-koord, uit het regeerprogramma en uit de wensen van uw Kamer. Ik richtmij op de thema’s gezondheid, handel en mensenrechten. En nogmaals,dat geldt alleen voor dit kader. De andere kaders op het gebied vanhumanitair, voedsel, water et cetera, vallen buiten dit kader.Ik heb uw Kamer goed gehoord qua onderwerpen. Ik ga mij op het themagezondheid richten met instrumenten tegen schadelijke praktijken, zoalsvrouwenbesnijdenis, en met instrumenten ter bestrijding van hiv/aids. Hetthema mensenrechten omvat instrumenten ter bestrijding van geweldtegen vrouwen en voor de bescherming van vrouwenrechtenverdedigers,lhbtqi+-personen en de vrijheid van religie. Op het derde thema, handel,worden instrumenten uitgewerkt voor vrouwelijk ondernemerschap enschone, eerlijke handel. Daarbovenop komt een instrument om particu-liere initiatieven te ondersteunen. Daarnaast werk ik, specifiek op verzoekvan uw Kamer, aan een instrument rondom vrouwen, vrede en veiligheid,«Women, Peace and Security». Dit heb ik toegelicht in de Kamerbrief van22 januari ten behoeve van dit debat.Het nieuwe kader zal op de volgende vier punten gaan verschillen tenopzichte van het huidige kader. Ten eerste wordt het nieuwe kader voor desamenwerking met het maatschappelijk middenveld efficiënter. Uit derecente IOB-evaluatie van de Nederlandse inzet op seksuele en reproduc-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7224 tieve gezondheid en rechten en uit tussentijdse evaluaties van de lopendepartnerschappen blijkt dat grote, ingewikkelde consortia met allerleitussenlagen meestal niet efficiënt zijn.Ten tweede steunen we in het nieuwe kader vooral de organisaties in delanden zelf. Lokaal eigenaarschap staat daarbij centraal. Onderzoeken vande OESO en het Britse Overseas Development Institute tonen aan datlokaal geleide projecten beter werken en beter aansluiten bij de behoeftenvan mensen in die landen.Verder wordt het drempelcriterium verhoogd van 25% naar 50% niet-BZ-inkomsten. Ngo’s horen draagvlak te hebben in de samenleving, maar opdit moment zijn maatschappelijke organisaties te afhankelijk vanBZ-inkomsten. Dat vind ik onwenselijk.Tot slot wordt er in het nieuwe kader meer ingezet op dienstverlening inplaats van lobby. Vanuit het vorige kader was dienstverlening slechtsbeperkt mogelijk, terwijl dit wel belangrijk is voor effectieve ontwikke-lingshulp. Er wordt in het nieuwe kader geen belastinggeld meerbeschikbaar gesteld voor lobby in Nederland. Het staat ngo’s uiteraard vrijom te lobbyen, ook tegenover de Nederlandse overheid, maar niet methet geld van de Nederlandse belastingbetaler. De Europese Commissieheeft recent een vergelijkbaar besluit genomen.Verder wil ik nog de volgende kanttekening maken. Ik kan benadrukkendat ik kijk naar de toekomstige rol van Nederlandse en internationalemaatschappelijke organisaties, en naar situaties waarin maatwerk moetworden toegepast. Nederlandse ngo ’s blijven vanuit hun expertise eenrol spelen in het nieuwe kader, maar wel minder dan voorheen. Met hetop tijd schetsen van deze richting middels de Kamerbrief van11 november, worden de betrokken organisaties ruim een jaar lang instaat gesteld om programma’s op een verantwoorde wijze af te ronden.Tot slot wil ik ingaan op wat er is gebeurd sinds het publiceren van debrief. Op 11 en 12 november zijn we in gesprek gegaan met maatschappe-lijke organisaties uit Nederland en ontwikkelingslanden over die Kamer-brief. Er namen zo’n 140 personen deel aan die gesprekken. Hiermeeverzamelden we de eerste reacties en suggesties voor het nieuwebeleidskader.Er is een nieuw projectteam gevormd, dat sinds begin december aan deslag is met de uitwerking van de instrumenten onder het nieuwe kader.Om maatwerk te kunnen toepassen, is er begonnen met het in kaartbrengen van specifieke situaties en organisaties die hiervoor inaanmerking moeten komen. Maar dat vergt ook een gedegen juridischeanalyse. Dit wordt allemaal in de komende maanden afgerond, zodat er inhet voorjaar een brief aan uw Kamer kan volgen met een gedegenuitwerking, en zodat er rond de zomer een kader ligt dat in 2026 van startkan gaan. Tot slot is er nog een andere misvatting als het gaat om dengo-financiering. De ngo’s worden voor 30% gefinancierd uit hetBeleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld. 70% van definanciering van ngo’s komt uit andere beleidskaders, die dus nu in ditdebat niet besproken worden.Voorzitter. Dan ga ik over tot de vragen met betrekking tot het eersteblokje, bezuinigingen. Zoals gezegd, blijven maatschappelijke organisatiesbelangrijk voor effectieve ontwikkelingshulp. Ten opzichte van het huidigebeleidskader bezuinigt het kabinet in deze periode ongeveer 1 miljardeuro. Voor het nieuwe kader is ongeveer 480 miljoen beschikbaar voor deperiode 2026–2030. 70% van de financiering van ngo’s verloopt, zoalsgezegd, niet via dit kader.De heer Ceder, die naar een ander debat is, denk ik, gaf aan dat OS nietkan zonder samenwerking met maatschappelijke organisaties. In hethoofdlijnenakkoord is ervoor gekozen om fors te bezuinigen op mijnbegroting voor Ontwikkelingshulp: 2,4 miljard, structureel. Die opdrachtvoer ik natuurlijk uit, en daarbij heb ik scherpe keuzes moeten maken.Maatschappelijke organisaties blijven van belang voor effectieveTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7225 ontwikkelingshulp. Daarom heb ik ervoor gekozen om middelenbeschikbaar te stellen voor een nieuw kader. Het is minder, maar er zijnnog steeds middelen. Ook buiten dit kader zal in de toekomst wordensamengewerkt met ngo’s.De heer Boswijk vroeg naar het investeren in soft power. 25% van deODA-middelen zouden besteed moeten worden via het maatschappelijkmiddenveld. Het nieuwe kader voorziet ngo’s maar voor een kleinpercentage in hun financiering; slechts 30% gaat via dit kader. 70% van deNederlandse financiering gaat buiten dit beleidskader om, bijvoorbeeldvoor samenwerking op het gebied van water en voedselzekerheid. HoeODA-middelen worden ingezet, wordt keer op keer bekeken. Het is nietvooraf te zeggen welk financieringskanaal het meest effectief en efficiëntis. Ik denk ook dat het efficiënter kan door ngo’s in ontwikkelingslanden zodirect mogelijk te financieren en daardoor tussenlagen te ontwijken.Mevrouw Dobbe en de heer Bamenga vroegen: wat gaan we niet meerdoen? In het hoofdlijnenakkoord is ervoor gekozen om fors te bezuinigenop mijn begroting. Die opdracht voer ik netjes uit. Het nieuwe beleids-kader is beperkter van omvang, en er komt geen geld meer voor onderandere lobby, zowel in Nederland als internationaal. Het kabinet vindt ditnamelijk onwenselijk. In de EU is er recent een vergelijkbaar besluitgenomen. Grote, ingewikkelde consortia met veel tussenlagen doen weook niet meer, om efficiency en lokaal eigenaarschap nog meer tebevorderen.De heer Ceder vroeg naar de gevolgen van de bezuinigen op handel. Hetkabinet onderkent dat maatschappelijke organisaties een waardevolle rolkunnen spelen om Nederlandse bedrijven te helpen inzicht te krijgen ineen handelsketen, en kunnen adviseren hoe om te gaan met risico’s voormens en milieu. Daarom is in de Kamerbrief ook aangegeven dat er eeninstrument blijft voor dit doel. Daarnaast kunnen bedrijven natuurlijk ookzelf doneren of expertise van maatschappelijke organisaties inhuren.Dan een vraag van de heer Bamenga. Ik zit allemaal vragen te beant-woorden van Kamerleden die er niet zijn!De voorzitter:Excuus. Ik snap dat dat vervelend is.Minister Klever:Ik kan ook overgaan op vragen van Kamerleden die er wel zijn, gezien detijd.De voorzitter:Nee, hoor. Er zijn gewoon collega’s die meekijken. Of ze kunnen terug-kijken, maar waarschijnlijk kijken de beleidsmedewerkers mee.Minister Klever:Prima. Goed. De heer Bamenga had het over de meest kwetsbaren opaarde. Ook hiervoor geldt: ngo’s blijven ook in de toekomst een belang-rijke partner voor effectieve ontwikkelingshulp. In het nieuwe beleidskaderwil ik graag met hen samenwerken op de thema’s gezondheid, handel enmensenrechten. Het oude kader eindigt op 31 december van dit jaar. Hetnieuwe beleidskader begint om 1 januari 2026. Er is een indicatief budgetvan tussen de 390 en 565 miljoen voor dit kader beschikbaar. Zoalsgezegd, is dat zo’n 30% van de financiering die ngo’s krijgen vanuitontwikkelingshulp.De heer Stoffer vraagt waarom de bezuinigingen voor het maatschappelijkmiddenkader zwaarder zijn dan algemene bezuinigingen. Op korte termijnstuur ik de Kamer een brief met hierin meer informatie over de prioriteitenen bezuinigingen voor de komende jaren. Dat is de zogenaamde beleids-brief. Hierbij staan onze belangen, veiligheid, migratie en handel voorop.Het is daarbij de vraag hoe we in deze belangen kunnen investeren metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7226 ontwikkelingshulp. Hierbij zullen we samenwerken met een breed scalaaan partners en organisaties. We sturen op resultaat, en niet op kanaal. Dekeuzes over de bezuinigingen zal ik binnenkort met de Kamer delen. Diehebben niet alleen betrekking op het maatschappelijk middenveld.Mevrouw Dobbe vraagt naar een analyse van de gevolgen van dezebezuinigingen voor mensen en organisaties. Op dit moment wordt hetkader verder uitgewerkt. Daarin is ruimte voor een grote diversiteit aanorganisaties. Dat er flink bezuinigd moet worden op ontwikkelingshulp, iseen beslissing geweest van de coalitiepartijen in het hoofdlijnenakkoord.Dat voer ik zorgvuldig uit. Dat sommige organisaties daar gevolgen vanondervinden, is niet te vermijden.De heer Ceder vraagt naar verschillende perspectieven om te reflecterenop deze maatregel. Ik heb de uitgangspunten in de brief van 11 novemberstaan. Het beleid wordt nog uitgewerkt. De huidige werkwijze, waarbijoverheidsgeld voor ontwikkelingswerk via grote en complexe samenwer-kingsverbanden van ngo’s wordt uitgegeven, is bureaucratisch en nietaltijd efficiënt. Daarvoor in de plaats komt een doelmatiger kader metmaatschappelijke organisaties.Voorzitter, dat was het kopje bezuinigingen.De voorzitter:Voor u vervolgt, kijk ik heel even rond. Ik zie dat in ieder geval mevrouwDobbe een interruptie heeft namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dit was het blokje bezuinigingen. Ik dacht hier toch het volgende tevragen, ook na de inleiding van de Minister, waarin allerlei prioriteitenworden geschetst en de zaken die de Minister belangrijk vindt, zoals lokaaleigenaarschap et cetera. Tegelijkertijd zien we gigantische bezuinigingenvanuit de Verenigde Staten. Dat is vandaag bekend geworden. Ik denk dathet de Minister ook niet zal verrassen dat dit nu gebeurt. Dit heeftnatuurlijk ook gevolgen voor de inzet die Nederland pleegt. Dit beleids-kader en de uitgangspunten die de Minister formuleert, zijn van voordatdie bezuinigingen vanuit de Verenigde Staten bekend werden. Ik vraag metoch af hoe de Minister daarnaar kijkt. Betekent dit iets voor de introductiedie de Minister net gaf over de prioriteiten, de bezuinigingen et cetera?Minister Klever:De VS hebben een besluit genomen om een pauze van 90 dagen in telassen in de uitvoering van ontwikkelingshulp. Dit besluit zal bijvoorbeeldde wereldwijde hiv/aidsbestrijding raken. Ik volg de ontwikkelingen op devoet en ik ben in nauw contact met de sector over de mogelijke gevolgenvan het besluit. Maar Nederland blijft zich inzetten. U vroeg volgens mijspecifiek naar hiv/aidsbestrijding. Nederland blijft zich inzetten voorgezondheid wereldwijd, ook voor bestrijding van hiv/aids. Daarvoorhebben we unieke kennis en kunde. Daarom is het een bouwsteen in hetmaatschappelijk middenkader. Maar ook op het thema gezondheid, dat viaeen ander kader komt, zal ik blijven inzetten. Wat betreft wat de VS gaandoen: het is nou niet zo dat dit kabinet in één keer extra geld kanvrijmaken, maar de prioriteiten zitten wel onder andere op gezondheid.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoor de Minister zeggen «we zijn aan het kijken» of «we zijn het in kaartaan het brengen»; ik weet niet precies welke woorden ze gebruikte, maarze gaat kijken wat de gevolgen van dit besluit zijn voor bijvoorbeeldhiv/aids. Ik vind het toch wel interessant om te weten hoe dit zich danverhoudt tot de Nederlandse inzet op in dit geval hiv/aids. Wordt onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7227 inzet daardoor minder doelmatig of efficiënt? Is er iets nodig om dat gatop te vullen? Als de Minister nu aan het kijken is naar de gevolgen van datbesluit, dan kijkt ze ongetwijfeld ook naar de gevolgen voor haar eigenbeleid en de prioriteiten die ze daarbij heeft gesteld. Zou de Minister dande uitkomsten van het kijken naar die gevolgen voor het beleid met onswillen delen?Minister Klever:Deze vraag komt op twee punten te vroeg. Ten eerste hebben de VS alleenbesloten om een pauze in te lassen van 90 dagen, dus we moeten zien watze daarna besluiten. Ten tweede ben ik bezig met mijn beleidsbrief en zaldaarin ook de inzet op het gebied van gezondheidszorg zitten. We hebbenhet nu enkel en alleen over het maatschappelijk middenkader. Daar zit eeninstrument in, maar dat staat natuurlijk in geen verhouding tot wat wedoen op gezondheidszorg zelf. De beleidsbrief komt dus zeer binnenkortnaar uw Kamer. Dan kunnen we daar uitgebreid verder over praten. Wekunnen ook niet vooruitlopen op wat de VS specifiek gaan doen. Ik moetook de verwachtingen een beetje temperen dat we als klein land heteventueel wegvallen van een grote donor zouden kunnen opvullen.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Dobbe. Ik zag mevrouw Hirsch ook, duswellicht kunt u zich er eentje besparen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ben ook een beetje opportunistisch, want ik moet over vijf minutenweg. Dat is het dan ook.De voorzitter:U gaat over uw eigen interrupties.Mevrouw Dobbe (SP):Bedankt voor het antwoord, maar het is niet echt een antwoord op mijnvraag, natuurlijk. Ik wil de Minister dus toch vragen om daar nog eensgoed naar te kijken. Ik heb eerder ook gevraagd om de gevolgen van debezuinigingen in kaart te brengen. Dat heeft de heer Bamenga ookgedaan. Dat hebben we in dit debat en ook in een vorig debat gedaan. Datdoen we niet voor niets. Wij willen namelijk weten wat dit nu betekentvoor de doelen die deze Minister heeft en die dit kabinet heeft. We willenu graag helpen om dat op een zo goed mogelijke manier te doen, maardat kunnen we alleen maar doen als we weten wat de gevolgen zijn. Datbetekent dus ook dat we niet alleen moeten weten wat we wél gaandoen – dat vertelde de Minister net in antwoord op mijn vraag – maar ookwat er afvalt. Wat gaan we dan niet meer doen? Welke organisaties,landen en doelen worden daardoor geraakt?De voorzitter:Uw punt is helder.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn vraag is: wil de Minister dat ook meenemen?Minister Klever:De opdracht die ik heb gekregen, is om fors te bezuinigen. Daarom moetik scherpe keuzes maken en die zullen ongetwijfeld gevolgen hebben voorngo’s, zowel in Nederland als in ontwikkelingslanden. De contouren vanhet beleid worden nu verder uitgewerkt. Straks, voor de zomer van 2025,staat het nieuwe beleidskader. Het is natuurlijk afhankelijk van welkeorganisaties tenders winnen, aanbestedingen winnen, opdrachtenwinnen. Via ambassades lopen zaken. Het is nu dus onmogelijk om deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7228 gevolgen te schetsen, omdat ik gewoon niet weet welke organisatiesuiteindelijk in aanmerking komen. Het hoofdpunt is natuurlijk dat we gelduitgeven om beleidsdoelen te bereiken. We geven geen geld uit omorganisaties in stand te houden. Dat moeten we dus ook niet vergeten.Dan de vraag wat we niet meer gaan doen. Daarvan kan ik u eenvoorbeeld geven. Misschien helpt dat. Wij hebben binnen dit kader 42partnerschappen in 75 landen. We gaan geen complexe financieringscon-structies meer doen. Kijk bijvoorbeeld naar één partnerschap. Depenvoerder van een consortium ontvangt een budget van meer dan40 miljoen voor vijf jaar. Dat budget moet die dan vervolgens deelsdoorgeven aan twee andere consortiumleden. Dat zijn dan de eerste en detweede laag waarbij administratie en overheadkosten komen kijken. Datpartnerschap financiert activiteiten in meer dan 25 landen, verspreid overmeerdere continenten. Die drie consortiumleden werken dus rechtstreekssamen met ongeveer 50 maatschappelijke organisaties, waarnaar zij danweer geld overmaken. Dat is de derde laag. Deze 50 maatschappelijkeorganisaties, onder andere bestaande uit fondsen, zetten vervolgens gelddoor naar een heleboel, vaak tientallen, lokale maatschappelijke organi-saties. Die kunnen vervolgens weer andere lokale organisaties onder-steunen. Dat zijn dan de vierde en de vijfde laag. Dan hebben we het over400 tot 500 lokale organisaties die geld ontvangen uit dit ene strategischepartnerschap. Elke laag die geld ontvangt, brengt overheadkosten metzich mee. Veel geld gaat dus niet naar de doelgroep. Ik denk dus dat datveel efficiënter kan. Dit voorbeeld gaat om 1 van de 42 partnerschappen.De voorzitter:Dank u wel. Dan hebben mevrouw Hirsch en de heer Stoffer eeninterruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag gaat over een nog niet door de Minister beantwoorde vraag,dus ik weet niet of dit als interruptie geldt, maar ik ga er gewoon eeninterruptie van maken. De Minister heeft het uitgebreid over efficiency. Ikheb haar gevraagd of ze kan aangeven hoe zij omgaat met de rapportendie zij aanhaalt om haar analyse over efficiency te ondersteunen.Diezelfde rapporten zeggen namelijk dat de Nederlandse strategischesamenwerking, die de Minister net prachtig beschreef, juist heeft effectiefis – dus niet efficiënt, maar effectief – om zuidelijke organisaties tebereiken, en dat op deze manier zowel haar ministerie als ngo’s indivi-dueel resultaten hebben kunnen behalen die zij anders niet haddenkunnen behalen. Daar waar de Minister iets interpreteert als inefficiency,prijzen expertorganisaties, zoals IOB en de OESO, dus juist deze innova-tieve benadering van Nederland, omdat die effectief is. Die helpt omresultaten te behalen die anders niet hadden kunnen worden behaald. Ikherhaal dus nogmaals mijn vraag: waarom negeert de Minister deconstatering uit deze rapporten, die zij zelf aanhaalt in haar beleidsbrief?Waarom stelt zij een wat mij betreft onbewezen efficiency boven deeffectiviteit van deze innovatieve partnerschappen?De voorzitter:Ik verzoek eenieder het korter te houden, want we hebben nog een halfuurvoor het debat en de tweede termijn.Minister Klever:Ik moet bezuinigen en ik heb besloten om op het maatschappelijkmiddenveld te bezuinigen. Onderzoeken van de OESO en het BritseOverseas Development Institute tonen aan dat lokaal geleide projectenbeter werken en beter aansluiten bij de behoefte van mensen in dielanden. Dat heb ik in mijn introductie gezegd. Dat volgt uit die onder-zoeken. Dat heb ik eigenlijk ook aangetoond met dat voorbeeld dat ik gaf,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7229 waarbij al die lagen organisaties allemaal geld ontvangen. Dat is allemaalbureaucratie. Dat geld kan veel efficiënter besteed worden. Daarombezuinig ik op deze bureaucratische laag en zorg ik ervoor dat wat wedoen efficiënter, veel directer, bij de lokale organisaties terechtkomt.De voorzitter:Mevrouw Hirsch heeft geen vervolgvraag. Dan de heer Stoffer, namens deSGP.De heer Stoffer (SGP):Een planningsvraag. Ik hoorde de Minister meerdere malen spreken overde beleidsbrief. We hebben daar de vorige keer ook al over gesproken. Ikhad telkens de indruk dat die in Q1 kwam, maar ik hoorde ook een paarkeer «voor de zomer». Nu hoeft dat elkaar niet te bijten, maar bij «voor dezomer» heb ik altijd het idee dat dat de laatste vrijdag voor het zomerrecesis. Dat laatste wil ik niet, dus zouden we misschien een concrete datumkunnen krijgen?De voorzitter:Dank u wel, meneer Stoffer. Dat scheelt mij weer een interruptie.Minister Klever:Het is goed dat de heer Stoffer dit vraagt, want er lopen een aantal zakendoor elkaar. De algemene beleidsbrief voor ontwikkelingshulp, die dusecht over alle ontwikkelingshulp gaat, komt in Q1. We streven er zelfs naarom die eind februari al naar uw Kamer te sturen. Dan hebben we nog deuitwerking van het nieuwe kader maatschappelijk middenveld, naaraanleiding van de brief die ik 11 november heb gestuurd. Dat is een kleinonderdeeltje van de ontwikkelingshulp. Die komt in het voorjaar naar uwKamer toe. Dan hebben we ook nog de complete uitwerking, zodat ookmaatschappelijke organisaties weten waar ze op tenders kunnen reagerenen waarop ze kunnen reageren. Dat komt voor de zomer.De voorzitter:En dan was de vraag nog: dat is toch niet de laatste vrijdag voor hetreces?Minister Klever:Dat is meer de brief die ook voor de maatschappelijke organisatie vanbelang is. Dan hebben we hier in de Kamer al uitgebreid over deuitwerking van het kader kunnen spreken. Die toezegging kan ik dus nietdoen. In het voorjaar komt de brief over de uitwerking van het nieuwemaatschappelijk middenkader. Daarom is dit debat natuurlijk een beetjevoortijdig, want ik heb niet heel veel meer dan de brief van 11 november.Maar in het voorjaar krijgt u dus meer te horen.Mevrouw De Korte (NSC):Ik probeer te begrijpen wat u ermee bedoelt dat lokaal geleide projectenvoorrang hebben. U vertelt dat daar allerlei lagen boven zitten. Tochmenen wij dat er maatschappelijke organisaties nodig zijn om daarstructuur in aan te brengen. Ik heb in mijn betoog aangegeven dat dengo’s ook nodig zijn om enigszins aansturing te geven en de verbindingtussen Nederland en de ontwikkelingslanden te houden. Hoe ziet u dan derol van de ngo’s daarin? We moeten toch niet de hele kennisuitwisselingtussen Nederland en ontwikkelingslanden buiten beeld krijgen?De voorzitter:Ik denk dat dit ook wel een beetje in het volgende blokje zit, maar wellichtkunt u daar al op vooruitlopen. Dan scheelt dat straks weer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7230 Minister Klever:Het is een misvatting van mevrouw De Korte dat lokale organisaties nietin staat zouden zijn om hun activiteiten te ontplooien. We investeren altientallen jaren in versterking van maatschappelijke organisaties, hier inNederland, maar ook lokaal. Lokale organisaties in bijvoorbeeld Kenia zijnecht prima in staat om hun werkzaamheden uit te voeren. Daar hebben zeecht geen Nederlandse ngo’s voor nodig die hen aan het handje nemen.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw De Korte (NSC):Moet ik dan concluderen dat u alle ngo’s buiten boord zet? Komt er eenvolledig nieuw financieringssysteem dat de lokale organisaties dusmoeten aanvragen? Ik krijg er nog steeds niet zo’n beeld van hoe datgeorganiseerd gaat worden.Minister Klever:Hoe dat precies uitgewerkt gaat worden, volgt dus in de uitwerking vanhet beleidskader. Daarin ga ik uit de doeken doen hoe we dat gaan doen.Het doel is om al die bureaucratische tussenlagen eruit te snijden,waardoor lokale organisaties veel directer gefinancierd worden. Danwordt het geld van de Nederlandse belastingbetaler veel efficiënterbesteed. Dat betekent niet dat Nederlandse ngo’s niet ook in staat kunnenzijn om aanspraak te maken op dit kader. Het gaat echt puur om hetbereiken van de doelstellingen. Nederlandse ngo’s en lokale ngo’s kunnenaanspraak maken op dat kader. Daarnaast hebben we het nu alleen nogmaar hebben over 30% van de financiering van de ngo’s, binnen dit kader.70% van hun financiering loopt via andere beleidskaders. Dus het isgeenszins zo dat ik van Nederlandse ngo’s af zou willen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Dan waren we aangekomen bij het blokje – danmoet ik het goed zeggen – over de rol van Nederlandse ngo’s endrempelcriteria. Ik denk dat we ook een aantal onderwerpen al een beetjezijdelings hebben gehad, dus wellicht scheelt dat weer.Minister Klever:Zoals gezegd ben ik voorstander van een sterk maatschappelijkmiddenveld en juist daarom vind ik het belangrijk dat de ngo’s draagvlakin de samenleving hebben. Op dit moment zijn veel ngo’s te afhankelijkvan overheidssubsidies. Die afhankelijkheid ga ik verminderen doorminstens 50% eigen inkomsten te eisen om financiering uit het nieuwekader te ontvangen. Waar nodig zal ik daarbij maatwerk toepassen,bijvoorbeeld voor organisaties met specialistische kennis en expertise.Ook komt er geen financiering meer om te lobbyen in Nederland.De heer Ram vraagt mij ...De voorzitter:Voor u vervolgt, heeft u een interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De Minister geeft aan dat zij bereid is om maatwerk te leveren op hetmoment dat er specialistische kennis is, of als het om specialistischeonderwerpen gaat. Ik vroeg mij af hoe dat afwegingskader er dan uitziet.Gaat de Minister zelf bij elke individuele aanvraag een knoop doorhakken?Komt er een afwegingskader waar het ministerie een beslissing overneemt? Wordt het gewoon een van de toetsingscriteria bij het aanvragenvan een subsidie of het toekennen van gelden? Ik zou daar graag watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7231 meer duidelijkheid over willen hebben, omdat het ook wel nauw luisterthoe hiermee wordt omgegaan, denk ik.Minister Klever:Dat wordt op dit moment uitgewerkt. Ik heb op het ministerie een heelprojectteam dat daaraan werkt. Daarnaast zijn er richtlijnen zijn vanuit deOESO voor hoe we dat moeten doen, want we zijn natuurlijk niet hetenige land dat rechtstreeks of veel meer rechtstreeks met lokale organi-saties wil gaan werken. Zoals gezegd werk ik dat uit. In het voorjaar komtdat naar uw Kamer toe.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Klever:De heer Ram vraagt naar het drempelcriterium. Moeten ook de gelden dievia andere ngo’s naar de ngo’s vloeien meegeteld worden voor hetdrempelcriterium, was zijn vraag. Het drempelcriterium van 50% dat ik wilinstellen gaat over inkomsten die een organisatie direct of indirect vanmijn begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp ontvangt,dus ook wanneer die via een andere ngo lopen. Daarover moeten deorganisaties transparant zijn bij het indienen van hun voorstellen. Hetantwoord is dus ja.Mevrouw Kamminga vraagt hoe dat drempelcriterium dan precies wordtvastgesteld en of ngo’s niet de tijd krijgen om zich aan te passen. Nee, zehebben nu de tijd. Dit jaar hebben ze de tijd. Het drempelcriterium van50% geldt direct vanaf het begin van het kader in 2026, wanneer demeerjarige contracten met organisaties worden aangepast. Hoe hetcriterium precies wordt toegepast, bijvoorbeeld hoe lang er wordtteruggekeken, wordt nog uitgewerkt. Die uitwerking komt naar uw Kamertoe.Voorzitter: RamDe voorzitter:Ik neem even het voorzitterschap over. Ik begrijp dat mevrouw Kammingaeen interruptie heeft voor de Minister.Mevrouw Kamminga (VVD):Dat maakt het overzichtelijk. Dank voor de antwoorden. Ik kijk natuurlijkuit naar die uitwerking, want dat blijft natuurlijk een beetje in het rondschuiven. De Minister heeft al eerder gezegd dat die brieven allemaal paslater komen, dus ik snap ook dat het aan de Kamer ligt, omdat wij hetdebat nu wilden hebben. Dat wil ik dus niet per se allemaal bij de Ministerleggen. Maar mijn punt over het drempelcriterium betrof vooral hetvolgende. In de huidige systematiek kijken we drie jaar terug. Dat snap ikook, omdat het al heel lang stabiel is dat we 25% hanteren. Nu gaan wedie drempelwaarde omhooggooien. Het plan lijkt dan onlogisch, want aldie organisaties die we in het verleden juist heel goed werk vonden doen,worden dan nu eigenlijk gestraft. Ik zou dus wel een oproep aan deMinister willen doen om serieus te kijken hoe we daarmee omgaan. Wantnogmaals, partijen kunnen hun werk niet in één jaar afbouwen, want zehebben die subsidies voor dit jaar nog gekregen. Ze zijn voortvarend aande slag gegaan om dat op een goede manier uit te geven. Daar ga ikzomaar vanuit. Maar het moet niet de uitkomst zijn dat we dan vervolgenszeggen dat ze de afgelopen drie jaar meer dan 50% gehad hebben en nuniks meer krijgen, vind ik. Ik doe dus nog wel de oproep aan de Ministerom dat nadrukkelijk bij de uitwerking te betrekken.Minister Klever:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7232 Ik begrijp de zorgen van mevrouw Kamminga op dit punt, dat als we nuhet systeem gaan hanteren dat we drie jaar terugkijken, organisaties in deproblemen komen en geen tijd hebben om zich voor te bereiden. Ik vinddat dus een goede suggestie van mevrouw Kamminga. Ik zal die zorgen inieder geval meenemen in de uitwerking van het beleid.Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Dank, meneer Ram. U vervolgt uw betoog, Minister.Minister Klever:Mevrouw De Korte vroeg nog iets over de opgebouwde onderlingerelaties. Dat is eigenlijk ook wat ze net in de interruptie vroeg. Nogmaals,ik zie het niet als mijn taak om vaak grote en complexe consortia in standte houden. Het kabinet wil juist lokaal eigenaarschap vergroten en daaromrichten de instrumenten onder het nieuwe beleidskader zich vooral oplokale organisaties en blijft er ruimte voor samenwerking met Neder-landse en internationale ngo’s, waar zij specialistische kennis hebben.De heer Stoffer vroeg naar de achterban. Die maakt een ngo juist krachtig;subsidieafhankelijkheid is niet oké, zei hij. Hij vroeg naar een stapsgewijzeinvoering van het drempelcriterium. Het drempelcriterium geldt voorzowel Nederlandse organisaties als organisaties in ontwikkelingslanden.Daar mag je juridisch gezien geen onderscheid tussen maken, dus datdoen we niet. Een stapsgewijze invoering van het drempelcriterium is nietuitvoerbaar, want de contracten met die organisaties worden in het eerstejaar aangegaan voor gewoon de hele looptijd van vijf jaar, voor de helelooptijd van het kader. Dat is dus praktisch onuitvoerbaar. Maar nogmaals,het kabinet blijft oog houden voor maatwerk waar dat nodig is.Mevrouw Hirsch en mevrouw Dobbe vroegen hoe ik aankijk tegen hetmodel van de Dutch Diamond. Ik waardeer het model van de DutchDiamond. De Dutch Diamondbenadering op het terrein van bijvoorbeeldvoedselzekerheid wordt voortgezet. Ook in de watersector blijvenNederlandse kennisinstellingen en bedrijven belangrijke samenwerkings-partners, zoals ook in het hoofdlijnenakkoord van dit kabinet staat. Ditpast goed in het nieuwe beleid, waarin wordt gekeken naarwin-winmogelijkheden met partnerlanden, maar dit valt buiten het kadervan versterking van het maatschappelijk middenveld.Mevrouw Hirsch vindt het belangrijk dat de stem van het mondiale Zuidengehoord wordt in Nederland en internationaal. Ngo’s vervullen hier eencruciale rol in, zei ze. Ngo’s mogen en kunnen nog steeds pleiten enbeïnvloeden in Nederland en internationaal. Ik vind het alleen onwenselijkom dat als overheid te financieren met geld van de belastingbetaler. Uitverschillende studies blijkt ook dat een mix van pleitbezorging endienstverlening de ideale opzet is. Zo verschuift in het nieuwe kader hetaccent naar dienstverlening, maar er blijft ruimte om de dialoog aan tegaan met de lokale overheid en andere invloedrijke partijen in dat land.Dat kan ook een kritische dialoog zijn.De voorzitter:Voor u vervolgt, zag ik een hand van mevrouw Hirsch namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde eerder een antwoord op mijn vraag over de Dutch Diamond. Diebenadering blijft u steunen. Daarin spelen Nederlandse ngo’s eenbelangrijke rol, onder andere omdat zij wel kunnen pleiten enbeïnvloeden. Vervolgens krijg ik de opmerking van de Minister dat zij definanciering van die activiteiten rondom pleiten en beïnvloeden onwen-selijk acht. Ik blijf nog steeds zoeken naar de invulling van het woordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7233 onwenselijk. We kunnen alles onwenselijk vinden. Ik vraag naar eenonderbouwing van die onwenselijkheid, zeker gegeven de kern van deDutch Diamond, waarin de rol van maatschappelijke organisaties ook eenkritische rol is en gegeven het feit dat heel veel bedrijven juist toejuichendat er ngo’s zijn die een kritische stem kunnen laten horen, omdat dat henook steunt in het behalen van de doelen voor duurzaam ondernemen. Kande Minister mij dus uitleggen wat zij bedoelt, hoe zij er invulling aan geeften waarom haar analyse is – ik weet niet meer hoe ik het moetvragen – dat dit onwenselijk is?Minister Klever:Als eerste heeft mevrouw Hirsch het over de Dutch Diamond. De DutchDiamond is een publiek-privaat partnerschap waarin bedrijven, overheiden maatschappelijk middenveld zitten. Dat is niet enkel lobby vanuit hetkader versterking maatschappelijk middenveld. Ik vind het onwenselijk dater met overheidsgeld gelobbyd wordt tegen diezelfde Nederlandseoverheid. Uiteraard mag er gelobbyd worden, maar niet met geld van debelastingbetaler. Als je wil lobbyen en als je draagvlak hebt in desamenleving, kan je ook je financiering ophalen uit die samenleving. Totslot zegt mevrouw Hirsch dat bedrijven ook baat hebben bij de inzet vanhet maatschappelijk middenveld, bijvoorbeeld vanwege verduurzamingvan de handelsketens. Daarom zit er ook een klein instrument in voor deverduurzaming van de handelsketens, maar bedrijven kunnen natuurlijkook zelf die ngo’s financieren. Waarom moet de overheid dat metbelastinggeld doen? Het staat bedrijven vrij om zelf ook die ngo’s in tehuren, of ze te subsidiëren, of op wat voor manier dan ook gebruik temaken van die ngo’s.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik gebruik mijn laatste interruptie in de hoop dat de vragen die nog nietbeantwoord zijn nog wel beantwoord worden. Het is een heel interessanteinvulling van de Minister dat zij het onwenselijk acht dat ngo’s lobbyentegen de overheid. Je kan namelijk ook zeggen dat ze deze overheidhelpen, die doelen heeft op het gebied van mensenrechten, die doelenheeft op het gebied van eerlijk loon, die doelen heeft op het gebied vanvrouwenrechten en die doelen heeft op het gebied van duurzaamwaterbeheer en op voedselzekerheid. De kritische stem van ngo’s helptdie doelen te bereiken. Ik snap dus nog steeds niet waarom de Ministerblijft beweren dat deze ngo’s tegen de Nederlandse overheid lobbyen.Minister Klever:Ik moet een bezuiniging doorvoeren van 2,4 miljard op ontwikkelingshulpen daarom heb ik besloten dat ik lobbyen niet meer financier en dat ik welinzet op bijvoorbeeld humanitair, voedsel en water. Ik moet ergens keuzesmaken. Die keuze is om geen lobby tegen de Nederlandse overheid tefinancieren. Natuurlijk mag iedereen lobbyen, maar niet metoverheidsgeld, niet met geld dat bedoeld is voor ontwikkelingshulp.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Klever:De heer Ceder had nog een vraag over het drempelcriterium en vroeg ofik na gesprekken met experts tot andere inzichten ben gekomen. Met deverhoging van het drempelcriterium wil ik de onafhankelijkheid van ngo’svan de overheidsfinanciering vergroten. Ik zal ook met een instrumentkomen voor de bevordering van mensenrechten en fundamenteleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7234 vrijheden, waaronder die van vrouwen en religieuze minderheden, zoals ikook in de brief heb gezegd. Hierin heb ik dus ook bijzondere aandachtvoor kwetsbare groepen. Toegang tot de rechtsstaat en bevordering vandemocratie en veiligheid zijn hier ook onderdeel van.Mevrouw Dobbe vroeg ook nog naar vrouwen en meisjes en mensenrech-tenverdedigers. In lijn met de motie-Dobbe van juni vorig jaar, met hetverzoek om extra maatregelen te nemen om het werk voor vrouwen-rechten te beschermen en te ondersteunen, wordt er in het nieuwe kaderextra aandacht besteed aan het tegengaan van geweld tegen vrouwen envrouwenrechtenverdedigers. Dit instrument wordt uitgewerkt en komt inhet voorjaar naar de Kamer. Het drempelcriterium geldt voor organisatiesdie een subsidie willen ontvangen en niet voor individuen.De heer Stoffer stelde dat organisaties die subsidie ontvangen en de Staataanklagen problematisch zijn. Zijn er mogelijkheden om dit te beperken?Dat heb ik eigenlijk al gezegd. Het kabinet vindt het onwenselijk endaarom is er voor lobby in Nederland geen ruimte meer.Dan heb ik de vragen over de rol van de Nederlandse ngo’s en hetdrempelcriterium gehad.De voorzitter:Dan kijk ik nog heel even naar de heer Ram, want ik heb nog eeninterruptie.Voorzitter: RamDe voorzitter:Dan neem ik even het voorzitterschap over. Dan geef ik mevrouwKamminga het woord.Mevrouw Kamminga (VVD):Toch wil ik het nog even hebben over dat drempelcriterium en ook diefocus op dat lokale eigenaarschap. Nogmaals, ik kan daar best een heeleind in meekomen, maar ik zie nog steeds niet voor me hoe die lokaleorganisaties dan die aanvraag gaan doen. Moeten die dan ook zelf al dieNederlandse formuliertjes gaan invullen die we dan hebben? Hoe werktdat? In het verlengde daarvan ben ik ook wel gevoelig voor een argumentdat eerder al werd gedeeld. Die organisaties zitten waarschijnlijk heel snelop meer dan 50% aan geld van de Nederlandse overheid. Ik snap degedachte achter die 50%. Nogmaals, de VVD heeft de discussie daarovereigenlijk voor een belangrijk deel in gang gezet. Dat is dus niet per sewaar ik van weg wil, maar ik vind wel dat we moeten kijken naar dieimpact. Ik heb zojuist een gesprek gehad met de ambassadeur vanMozambique tijdens de ambassadeursconferentie. Hoe gaat dat dan als ikin Mozambique ben en iets wil doen voor vrouwenrechten of een anderonderwerp dat wel binnen het criterium past? Moet ik dan maar wetenwaar ik aanspraak op kan maken en moet ik dan die formuliertjes gaaninvullen? En moet ik dan ook zelf nog 50% erbij leggen?Minister Klever:Het is goed dat mevrouw Kamminga dit vraagt, maar het is natuurlijk ookeen wens vanuit haar partij om dat drempelcriterium in te stellen. Er issowieso altijd ruimte voor maatwerk. Zij vraagt hoe die lokale organisatiesdan subsidie aan moeten vragen. Nou, dat gebeurt al. Er lopen nu alprogramma’s waarbij lokale organisaties subsidie aanvragen, bijvoor-beeld het Voicesprogramma of het Leading from the Southprogramma.Daarnaast kunnen ambassades een rol spelen. Er zijn OESO-richtlijnen.Dat wordt allemaal uitgewerkt en dat komt – daar ben ik weer – in hetvoorjaar in een brief naar uw Kamer.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7235 Dan geef ik het woord weer terug aan de voorzitter.Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Dank u wel. Dan hebben we nog twee kopjes te gaan: lokalisering enSRGR en overig. Daar hebben we nog iets meer dan tien minuten voor,dus ik wil voorstellen dat de Minister even de blokjes afmaakt en dat weinterrupties aan het einde doen, als die er nog zijn. De Minister.Minister Klever:Dan begin ik met lokalisering en werking van het kader. MevrouwKamminga vraagt wat ik concreet ga doen. In de Kamerbrief van11 november staan de instrumenten die ik ga uitwerken.De vraag of lokale ngo’s wel kennis en kunde hebben om subsidies aan tevragen, heb ik zojuist beantwoord.De heer Ram zegt dat de PVV vindt dat het huidige kader afgeschaft moetworden, omdat er belastinggeld gaat naar lobbyclubs die tegen de Staatprocederen en omdat veel organisaties als Oxfam Novib en PAX viaandere kanalen al geld ontvangen. Door hier fors in te snijden kunnen wedeze subsidies stopzetten. Is de Minister het daarmee eens? Het kabinetvindt het inderdaad onwenselijk dat er belastinggeld gebruikt wordt voorhet financieren van lobby in Nederland. Daar is dus in het nieuwebeleidskader ook geen ruimte meer voor. Maatschappelijke organisatiesblijven wel belangrijk voor effectieve ontwikkelingshulp. Daarom komt hetkabinet wel met een nieuw kader, zij het beperkter in omvang dan hethuidige kader.De heer Ram vroeg ook naar transparantie en openbaarheid vangeldstromen naar ngo’s in het Midden-Oosten. Het kabinet is transparantover de subsidieverstrekking en we vragen die transparantie ook van onzesubsidiepartners. Met dit als uitgangspunt wordt een goede verantwoor-dingssystematiek voor het nieuwe beleidskader uitgewerkt. Subsidieont-vangers moeten nu ook al voldoen aan specifieke kwaliteitseisen.Hieronder vallen bijvoorbeeld ook goed risicomanagement en integriteit.Wij zitten daarbovenop.Mevrouw De Korte vraagt naar de meerwaarde van maatschappelijkeorganisaties in het versterken van democratische processen en rechtssta-telijkheid in ontwikkelingslanden. Het nieuwe beleidskader kent een aantalinstrumenten waarin maatschappelijke organisaties specifiek kunneninzetten op het respecteren van mensenrechten. Daarnaast is het voorlokale maatschappelijke organisaties binnen alle instrumenten mogelijkom de dialoog aan te gaan met lokale overheden en andere invloedrijkepartijen. Die dialoog kan ook een kritische dialoog zijn.De heer Boswijk vraagt: wanneer is het WPS-instrument klaar? Het nieuweinstrument voor vrouwen, vrede en veiligheid wordt momenteel vormge-geven. Of de huidige programma’s daarin passen is een vraag die ik op ditmoment niet kan beantwoorden; we maken immers een nieuwinstrument. Ik verwijs u weer naar de brief in het voorjaar.Mevrouw Hirsch vraagt of ik met lokale organisaties heb gesproken en ofis onderzocht wat de gevolgen zijn, bijvoorbeeld rond financiële verant-woording. We krijgen zowel schriftelijk als mondeling input van ngo’s inNederland en ook van lokale organisaties, ook met betrekking totfinanciële verantwoording. Er blijft ruimte voor samenwerking metNederlandse en internationale ngo’s, ook als het gaat over ondersteuningbij financiële verantwoording. Er blijft ook ruimte voor pleiten enbeïnvloeden lokaal.De heer Ceder vraagt hoe we expertise en ervaring borgen. De overheidkan en wil niet de verantwoordelijkheid nemen voor de continuïteit vanngo’s. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd blijven ngo’swel een belangrijke partner voor effectieve ontwikkelingshulp en blijft erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7236 financiering beschikbaar voor Nederlandse ngo’s, juist op terreinenwaarop Nederland zich internationaal onderscheidt. Van alle Nederlandsefinanciering aan maatschappelijke organisaties gaat 70% buiten ditbeleidskader om. Het gaat dan bijvoorbeeld over de thema’s water,voedselzekerheid en humanitair.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Als ik de Minister hoor, heeft zij eigenlijk geen plan. Mijn vraag is: hoeworden de kennis en expertise geborgd nu subsidies wegvallen enprojecten misschien stoppen? De Minister zegt dat dit aan de organisatieszelf is. Kan ik hieruit concluderen dat de Minister ook niet van plan is omte kijken of het wenselijk en misschien zelfs noodzakelijk en in hetNederlands belang zou zijn om die kennis en expertise te borgen? Als deMinister dit niet doet, gaan kennis en expertise inderdaad verloren. Dat isvolgens mij schadelijk, ook voor de uitgangspunten die Nederland heelwaardevol vindt. Kan ik concluderen dat de Minister eigenlijk zegt «hierhebben we geen plan voor» en is zij ook niet bereid om daar iets op tevinden? Vindt zij het niet een redelijk argument dat er wel iets voor tezeggen valt om die kennis en expertise te borgen?Minister Klever:Het beleidskader maatschappelijk middenveld is 30% van de financieringvan de ngo’s. De overige 70% gaat via de thema’s. Dat gaat over voedsel,dat gaat over water en dat gaat over humanitair. Uiteindelijk gaat het ernatuurlijk om dat we met het belastinggeld dat we uitgeven, beleids-doelen overeind houden. Dat gaat niet over het overeind houden vanngo’s sec. Maar nogmaals, de ngo’s zullen onder andere kaders subsidiekunnen aanvragen en dan zal hun expertise dus ook behouden blijven.Maar nogmaals, het gaat uiteindelijk om het halen van de beleidsdoelen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Klever:Dat was het blokje lokalisering en werking van het kader. Dan heb ik nogeen laatste blokje, namelijk SRGR en overig....De voorzitter:U zette uw microfoon juist uit.Minister Klever:O, sorry. Mevrouw Kamminga vraagt wanneer de beleidsbrief komt. Wemikken zoals ik al gezegd heb op eind februari.Gaat het subsidiekader ook voor vaccinatieprogramma’s gelden, vraagtmevrouw Kamminga. Nee, is het antwoord. Op het terrein van mondialegezondheid zet het nieuwe kader in op hiv/aids en schadelijke praktijkenen niet specifiek op vaccinaties. Maar mijn inzet op mondiale gezond-heidszorg is breder dan dit kader. Binnen de mondiale gezondheidszorgzet ik in op gezondheid van vrouwen, meisjes, kinderen. Daar kunnenvaccinatiecampagnes natuurlijk wel een rol bij spelen.Blijft u zich ook inzetten voor SRGR onder uw nieuwe beleid? Dat is ookeen vraag van mevrouw Kamminga. Ik ben blij met haar steun voor mijninzet op mondiale gezondheidszorg en SRGR. Zoals ik in het tweeminu-tendebat Mondiale gezondheid heb toegezegd, is gezondheid vanvrouwen en meisjes daar uitdrukkelijk onderdeel van.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7237 Mevrouw Dobbe vraagt of ik zie wat er in de wereld gebeurt als het gaatom vrouwenrechten en SRGR, zoals toegang tot bestrijding van hiv/aids.We blijven de ontwikkelingen op het vlak van SRGR nauw volgen envrouwenrechten ook. We bezien wat de gevolgen zijn voor de wereldwijdeinzet. Ik heb in mijn vorige debat de wens van de Tweede Kamer heelduidelijk gehoord. Daarom blijft Nederland zich hoe dan ook inzetten voormondiale gezondheid, inclusief de toegang tot SRGR-diensten enbestrijding van hiv/aids. Vandaar dat dit ook als een instrument isopgenomen, naast instrumenten voor schadelijke praktijken en geweldtegen vrouwen. Dit waren de drie punten waar mevrouw Dobbe naarvroeg, dus ik kan haar op alle drie de punten tegemoetkomen. Op alle driezijn daar instrumenten voor in het nieuwe kader.De heer Bamenga vraagt naar de mogelijke gevolgen van de bezuinigingop veilige abortus. Nogmaals, het kabinet blijft zich inzetten voormondiale gezondheid, inclusief toegang tot veilige abortus. Maar ook datvalt weer in een ander kader dan waar we het nu over hebben.De heer Ceder vraagt om een vast percentage. Buiten het beleidskaderwaar we het nu over hebben financiert Nederland al humanitaire hulp indiverse crises met meerjarige flexibele financiering. Dat gaat via verschil-lende kanalen, niet alleen de VN, maar ook het Rode Kruis, de Dutch ReliefAlliance en een consortium van veertien Nederlandse ngo’s. Door dezemanier van financieren zijn Nederlandse hulporganisaties in staat om snelte reageren op acute crises.Dan had de heer Ram nog een aantal vragen over subsidiebesluitenPalestijnse organisaties en de ontbindende voorwaarden dat zij deIsraëlische staat erkennen en antisemitisme. Subsidies aan ngo’s moetenvoldoen aan de criteria gesteld in de betreffende subsidiekaders. Dezecriteria moeten bijvoorbeeld doelgebonden zijn, dus gebonden aan hetmet de subsidie te bereiken resultaat. Of je kijkt naar de capaciteit van eenmaatschappelijke organisatie. Daarbij baseer ik mij op de Algemene wetbestuursrecht, waarin criteria staan die we kunnen stellen aan maatschap-pelijke organisaties in subsidiekaders. De opdrachtverstrekking betreftuitvoering van het Nederlands buitenlands beleid. Tegelijkertijd is eenonafhankelijk maatschappelijk middenveld wel belangrijk voor eendemocratische rechtsstaat. Bij de uitwerking van het nieuwe beleidskadervoor onze samenwerking met maatschappelijke organisaties zullen decriteria gelijk zijn voor alle maatschappelijke organisaties die middelenwensen te ontvangen uit het nieuwe beleidskader.De heer Stoffer vroeg: «Voedselzekerheid en watermanagement missen inde Kamerbrief. Hoe wil de Minister daarop meer gaan realiseren? Waaromwordt dit niet specifiek genoemd?» Het klopt – de heer Stoffer heeft hethoofdlijnenakkoord goed gelezen – dat het kabinet gaat inzetten opvoedselzekerheid en watermanagement, maar dat is buiten dit beleids-kader. Dat zijn andere beleidskaders. In het nieuwe beleidskader voorsamenwerking met maatschappelijke organisaties heb ik gekozen om in tezetten op de thema’s gezondheid, handel en mensenrechten, ook gehoordde wens vanuit de Kamer hier. Maar voedselzekerheid en waterma-nagement blijven prioriteiten binnen mijn bredere beleid op ontwikke-lingshulp. Daarvoor zal de Kamerbrief, zoals gezegd, in ieder geval in Q1naar de Kamer gaan. We streven naar eind februari.Voorzitter. Ik heb alle vragen beantwoord. Wat een timing.De voorzitter:Ik heb de heer Ceder genoteerd en ook de heer Ram zie ik nog.De heer Ceder (ChristenUnie):Over de verdeling van de gelden tussen organisaties zoals de VN en hetmaatschappelijk middenveld vroeg ik of de Minister bereid is om een vastpercentage te hanteren voor hoeveel er naar het maatschappelijkmiddenveld gaat bij de verdeling van die gelden. De Minister heeft eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7238 opsomming genoemd waar het geld naartoe gaat. Dat is heel fijn, maardat was niet mijn vraag. Mijn vraag was of zij bereid is om een vastpercentage te hanteren, of een minimumpercentage. Misschien zou zedaarbij ook kunnen aangeven hoeveel dat percentage nu is. Dat mag ookschriftelijk als dat nu niet gelijk kan.Minister Klever:Zoals de heer Ceder weet, ga ik fors bezuinigen op ontwikkelingshulp. Hetgaat uiteindelijk om het halen van mijn beleidsdoelen. Via welk kanaal datgaat is dan van secundair belang. Primair belang is dat ik mijn beleids-doelen haal. Een vast percentage zie ik niet zitten.De voorzitter:Dan kijk ik nog even naar de heer Ram namens de PVV.De heer Ram (PVV):Ik heb toch nog twee vragen. De eerste gaat over de zogeheten jaarver-slagen. Uiteraard begrijp ik dat ngo’s en het maatschappelijk middenveldrapporteren aan het ministerie over hun uitgaven enzovoorts. Mijn puntgaat erom dat gezien onze controlerende taak wij als Tweede Kamer dejaarverslagen kunnen inzien. Het zijn verenigingen, het zijn stichtingen.Die zijn niet onderhevig aan een publicatieplicht voor jaarverslagen. Ik wilgraag dat in het subsidiekader wordt opgenomen dat die jaarverslagenworden geopenbaard. Dat is mijn eerste vraag.De voorzitter:Zullen we het een voor een doen? Dan kan de Minister hier eerstantwoord op geven.Minister Klever:We stellen strenge eisen aan organisaties die subsidie ontvangen van deoverheid. Zij moeten financiële verantwoording aan het ministerieafleggen. Ze moeten ook een accountantsverklaring overleggen. Het lijktmij niet handig om al die zaken naar de Kamer te sturen. Mocht de heerRam daar wat meer over willen weten, dan zijn we natuurlijk altijd bereidom daar een vertrouwelijke briefing over te geven.De voorzitter:Een tweede interruptie van de heer Ram.De heer Ram (PVV):Dat is wat onbevredigend. Ik had graag een andere uitkomst gewild. Maargoed. Mijn andere vraag gaat over de voorwaarden als het gaat omantisemitisme. Eén punt wil ik noemen. De Europese Commissie geeft ookgeld aan deze ngo’s, maar heeft in al haar contracten eenanti-incitementclausule opgenomen, die letterlijk stelt dat er geenantisemitisme kan worden gebruikt. De Europese Unie kan dit wel, duswaarom zou de Nederlandse overheid dit niet ook gewoon kunnen?Waarom voert zij niet een clausule in waarin staat dat men geen antisemi-tisme ondersteunt of wat dan ook?Minister Klever:Dank voor deze toelichting. Met die antisemitismepassage uit decontracten van de Europese Commissie ben ik niet bekend, maar we zijnnu bezig met de uitwerking van de beleidskaders, dus ik kan er zeker naarkijken of zo’n mogelijkheid ook voor het nieuwe beleidskader vantoepassing zou kunnen zijn. Ik zeg u hierbij toe dat ik daarnaar ga kijken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7239 Dan noteren we die als toezegging. Dan zijn we hiermee gekomen aan heteinde van de termijn van de zijde van het kabinet. Ik kijk even rond of ernog behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie mensen knikken. Mijnverzoek is om dat wel kort te doen en in ieder geval niet allemaal nieuwepunten op te brengen. Daarvoor zou ik willen verwijzen naar het SO dat ernog is aanstaande vrijdag. Ik vraag u om te focussen op wat is er blijvenliggen in dit debat. De heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het is duidelijk dat de Minister en de ChristenUniehet over een aantal punten niet eens zijn. Het borgen van expertise lijktniet de prioriteit van de Minister te hebben. Als we het hebben over hetborgen dat we vanwege het belang voor de samenleving zo veel mogelijken waar dat kan financiering via het maatschappelijk middenvelddoen – dat is een beleidskeuze – lijkt de Minister ook daar van mening teverschillen met de ChristenUnie. Ik zou een tweeminutendebat willenaanvragen omdat ik een aantal beleidskeuzes wil bijsturen. Dat gaat ookover het beleidskader dat nog ingevuld moet worden over hoe maatwerkgeleverd zal worden als het gaat om het drempelcriterium. Dus dat zou ikgraag willen doen.Hoelang heb ik nog, voorzitter?De voorzitter:We hebben eigenlijk helemaal geen tijd meer, maar u had nog zeventienseconden.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan laat ik het hierbij, voorzitter.De voorzitter:De heer Ram.De heer Ram (PVV):Ik wil de Minister bedanken voor haar antwoorden. Met een aantal dingenben ik tevreden. Het enige punt dat nog open is, is de openbaarmakingvan die geldstromen. Daarom sluit ik aan bij de aanvraag voor eentweeminutendebat.De voorzitter:We noteren het tweeminutendebat, met als eerste spreker de heer Ceder.Voor de rest geldt gewoon een andere inschrijving, dus hou dat in degaten. Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor de beantwoording.Het blijft ons niet echt duidelijk wat het nou betekent ten aanzien van deverhouding lokale organisaties en de ngo’s. Ik denk dat ze vaak nietzonder elkaar kunnen. Mevrouw Kamminga zei het ook: hoe gaat het metde directe financiering? We wachten de brief af, want eigenlijk hebben weover iets gesproken wat er nog niet is. We hopen dat die brief gauw naarde Kamer komt.De voorzitter:Dank u wel. Dan tot slot mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Ook dank aan de Minister voor de beantwoording van vragen.Ik vond de beantwoording zelf relatief onbevredigend. Ik had gehoopt opeen goede onderbouwing van deze radicale wending op basis van allerapporten die de Minister heeft gelezen. Die onderbouwing hoor ik niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7240 Juist de rapporten zeggen dat het huidige beleid ontzettend effectief is,dus ik betreur ten zeerste dat er zo’n grote verandering plaatsvindt. Ik hebook grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de plannen. Zuidelijkeorganisaties moeten maatwerk leveren met een apparaat waar fiks opbezuinigd wordt, zeker op de posten, verwachten we, in een aantal van delanden waar juist deze zuidelijke organisaties zich bevinden. Daar maak ikme grote zorgen over, want deze organisaties zijn mede van de Neder-landse steun afhankelijk. Ik zal dus zeker gebruikmaken van het tweeminu-tendebat.Dan heb ik nog één onbeantwoorde vraag, die ik toch even beantwoordwil hebben. De vraag was of de Minister beseft dat zij kritische stemmenin autocratische regimes alleen via ngo’s kan bereiken, omdat deNederlandse overheid uit diplomatieke overwegingen vaak alleengezagstrouwe organisaties kan steunen. Wederom illustreert dit hetbelang van de structuren, de effectieve structuren die er bestaan. Kan deMinister beamen dat zij in ieder geval die lijnen in stand zal houden?De voorzitter:Dank u wel. Dan zie ik gelet op de tijd af van mijn tweede termijn. Ik hoorook dat er een tweeminutendebat aankomt, dus wie weet heb ik daar dannog tijd voor vragen. Ik kijk even naar de Minister of zij nog behoefte heeftaan een reflectie- of een schorsingsmoment.Minister Klever:Ik heb één vraag gehoord van mevrouw Hirsch, dus die kan ik welbeantwoorden. Zij vroeg mij of ik mij realiseer dat kritische stemmen inautocratische regimes alleen via ngo’s bereikt kunnen worden. Ja, datrealiseer ik mij. Daarom zorg ik er ook voor dat het geld dat overblijft, zoveel mogelijk rechtstreeks naar lokale ngo’s gaat. Ik heb ook eeninstrument voor mensenrechtenverdedigers, specifiek om dat doel tekunnen bereiken. Volgens mij kom ik hier juist tegemoet aan de wens vanmevrouw Hirsch.De voorzitter:Dank u wel. Dan rest mij nog te benoemen dat wij een toezegging hebben.Die toezegging is gedaan aan de heer Ram. Excuus, deze is aan mijgedaan.–De Minister zegt toe in de uitwerking van het beleid inzake nieuwmaatschappelijk middenveld goed te kijken naar de periode waarophet drempelcriterium wordt gebaseerd.–De tweede toezegging is aan de heer Ram. De Minister stelt voor bij deuitwerking van het nieuwe beleidskader het stellen van eventuelevoorwaarden om antisemitisme tegen te gaan te betrekken/bezien.Minister Klever:Kunt u dat nog één keer zeggen? Ik was even afgeleid.De voorzitter:De Minister zegt toe in de uitwerking van het beleid inzake het nieuwekader maatschappelijk middenveld het stellen van eventuele voorwaardenom antisemitisme tegen te gaan te betrekken/beschouwen.Minister Klever:Onderzoeken.De voorzitter:Onderzoeken. Ik kijk even naar de heer Ram. Hij knikt. Dan noteren we dataldus. Met excuus. Ik had een bril op, maar die was kennelijk toe aanvernieuwing, als ik het zo zie. Met excuus. Hiermee zijn we aan het eindegekomen van dit debat. Ik dank iedereen voor de aanwezigheid, ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7241 mensen op de tribune, die dat toch weer ruim tweeënhalf uur volge-houden hebben. Ik dank uiteraard ook de leden. Ik sluit deze vergaderingen zie u allemaal weer bij het tweeminutendebat.Sluiting 18.41 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVII, nr. 7242

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4c8b3595e6eee6cc

14 okt 2026 · 4b9bcdaec6ef6fc4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.