KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

17 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cb90bcb763df2030 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2025MEMORIE VAN TOELICHTINGNr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 INHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen51.Leeswijzer52.Beleidsagenda11Beleidsprioriteiten11Belangrijkste beleidsmatige mutaties25Openbaarheidsparagraaf31Strategische Evaluatie Agenda34Overzicht risicoregelingen363.Beleidsartikelen46Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten46Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei63Beleidsartikel 3 Toekomstfonds95Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering107Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief 1104.Niet-beleidsartikelen112Artikel 40 Apparaat112Artikel 41 Nog onverdeeld1175.Begroting agentschappen118Dienst ICT Uitvoering (DICTU)119Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)125Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)1326.Bijlagen137Bijlage 1: ZBO's en RWT's137Bijlage 2: Specifieke uitkeringen Ministerie van EZ138Bijlage 3: Verdiepingsbijlage140Bijlage 4: Moties en toezeggingen157Bijlage 5: Subsidieoverzicht172Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda177Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland185Bijlage 8: Nationaal Groeifondsprojecten EZ187Bijlage 9: Klimaatfondsprojecten EZ192Bijlage 10: Conversietabel193Lijst van afkortingen2212Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 3.251,7 mln.465,8465,81.976,01.976,0293,1293,1516,8516,81. Goedfunctionerendeeconomie en markten2. Bedrijvenbeleid:innovatie enondernemerschap voorduurzamewelvaartsgroei3. ToekomstfondsNiet-beleidsartikelen01.0002.000Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 497,3 mln.43,743,7390,1390,140,740,722,822,81. Goedfunctionerendeeconomie en markten2. Bedrijvenbeleid:innovatie enondernemerschap voorduurzamewelvaartsgroei3. ToekomstfondsNiet-beleidsartikelen01.0002.0003Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begro­tingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begro­tingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agent­schappen.De Minister van Economische Zaken,D.S. Beljaarts4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELENHet Ministerie van Ecomische Zaken en Klimaat heeft twee begrotingen:1.de beleidsbegroting (Hoofdstuk XIII van de Rijksbegroting) en2.de fondsbegroting van het Nationaal Groeifonds (NGF) (Hoofdstuk L van de Rijksbegroting)Voor u ligt de beleidsbegroting Hoofdstuk XIII.1. LeeswijzerDe leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:1.Begrotingsstructuur;2.Prestatiegegevens;3.Groeiparagraaf;4.Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.;5.Ondergrenzen toelichtingen.1. BegrotingsstructuurBeleidsagendaDe beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZ hebben de beleidsprioriteiten de volgende opbouw: Inleiding, Macro-economisch beeld, Profiterende samenleving, Onderne­mingsklimaat en regeldruk (pact en programma, talent, regeldruk, finan­ciering en mvo), Fysieke ruimte en regionale economie, Concurrerende en weerbare economie (digitale economie, mededinging, industriebeleid en economische veiligheid), Innovatieve economie (innovatie en start/scale-ups), Internationale aspecten van EZ thema’s en Slotparagraaf. Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, de openbaarheidsparagraaf, de Strate­gische Evaluatie Agenda en het overzicht van de risicoregelingen.BeleidsartikelenAansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsarti­kelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instru­menten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.In de begroting zijn verder de volgende bijlagen opgenomen: (bijlage 1) een overzicht van de ZBO’s/RWT’s vallend onder het Ministerie van Economische Zaken, (bijlage 2) een overzicht met de specifieke uitkeringen van EZ, (bijlage 3) een toelichting op de mutaties ten opzichte van de stand Voorjaarsnota en Incidentele Suppletoire begrotingen, (bijlage 4) 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Moties en toezeggingen, (bijlage 5) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meest recent uitgevoerde evaluatie en geprogrammeerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van de subsidie, (bijlage 6) een nadere uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en de meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties met hyperlinks naar de betreffende rapporten, (bijlage 7) een overzicht van de uitgaven ten behoeve van Caribisch Nederland, (bijlage 8) een overzicht met de projecten op de EZ-begroting, gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds (NGF), (bijlage 9) een overzicht met de middelen uit het Klimaatfonds die aan de EZ-begroting zijn toegevoegd. Bijlage 10 bevat een conversietabel die inzichtelijk maakt welke delen van de voormalige EZK-begroting zijn overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.BegrotingsreservesEen begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 2.21, lid 1 Comptabiliteitswet 2016). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de EZ-begroting worden ingezet voor de volgende doelen:–Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstelling MKB-kredieten (inclusief het Corona en Groen luik), Garantie Ondernemings­financiering (inclusief Corona luik), Groeifaciliteit, Klein Krediet Corona, MKB financiering. Uit deze begrotingsreserves kunnen eventuele mismatches in de tijd tussen (premie-) inkomsten en uitgaven (verliesde­claraties) worden opgevangen;Tabel 1 Omvang reserves eind 2023 (bedragen x € 1 mln)Totaal% Juridisch verplichtSpecificatie naar type reserve (x € 1 mln)Borg garantiesDuurzame energie en klimaattransitieLening ECNArtikel 2580,8100%580,8Totaal580,8100%580,80,00,0In de 1e suppletoire begroting 2024 is er in 2024 een onttrekking opgenomen van € 20,8 mln op beleidsartikel 2. Dit betreft de Garantie Ondernemingsfi­nanciering (GO). Voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB), Borgstelling MKB-Groen (BMKB-Groen), Groeifaciliteit, Garantie MKB­financiering en Klein Krediet Corona (KKC) zijn geen stortingen of onttrekkingen aan de begrotingsreserves opgenomen.In het betreffende beleidsartikel van deze begroting wordt de boven­genoemde begrotingsreserve apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer en de aangenomen motie Ronnes c.s. (Kamerstuk 34 475, nr. 20) wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserves in het beleidsartikel 2 toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsre­serves opgenomen . Als opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 2. PrestatiegegevensIn de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZ voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstel­lingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZ een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleids­terrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.3. GroeiparagraafHet eerder in de Rijksbegrotingsvoorschriften voorgeschreven overzicht coronamaatregelen in de beleidsagenda van de ontwerpbegroting komt vanaf de ontwerpbegroting 2025 te vervallen aangezien dit overzicht niet meer relevant is.Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 komt ook de overzichtstabel Bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Innovatiebeleid te vervallen uit de beleidsagenda omdat deze niet meer relevant is en niet meer aansluit bij de informatiebehoefte van de Tweede Kamer. Overigens wordt op de EZ-begroting jaarlijks inzichtelijk gemaakt welke innovatiemiddelen worden ingezet ten behoeve van de vastgestelde missies ter adressering van de innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei.Herverkaveling In het Hoofdlijnenakkoord 2024 is besloten dat per 1 januari 2025 een nieuw ministerie wordt opgericht, namelijk Klimaat en Groene Groei. Dit heeft geleid tot een afsplitsing van middelen van de EZ-begroting. Het gaat voornamelijk om middelen voor klimaat- en energiebeleid, maar ook middelen voor en uit mijnbouwactiviteiten zijn overgegaan naar KGG. Naast dit nieuwe ministerie is door het nieuwe kabinet gekozen om de schadeaf­handeling en de versterkingsoperatie in Groningen onder te brengen bij BZK. Daarom zijn de middelen niet meer terug te vinden op de EZ-begroting maar op de begroting van BZK.Bijlage 10 bevat een conversietabel die de herverkaveling van hoofdstuk 13 Economische Zaken naar hoofdstuk 7 Binnenlandse Zaken en Konink­rijksrelaties en hoofdstuk 23 voor het nieuwe departement Klimaat en Groene Groei inzichtelijk maakt.VoedingsartikelHet voedingsartikel voor fondsbegrotingen wordt per direct afgeschaft, omdat een fondsbegroting in de systematiek hetzelfde gaat werken als een departementale begroting. Dit heeft ertoe geleid dat artikel 6 Bijdrage aan het Nationaal Groeifonds leeg is geboekt.Brede welvaartBrede welvaart gaat om de kwaliteit van het leven van huidige generaties in Nederland én dat van latere generaties en mensen in andere landen. In de begroting van 2025 wordt in het onderdeel beleidsprioriteiten aandacht 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 besteed aan de bijdrage van het beleid aan brede welvaart. Dat doen we met behulp van indicatoren uit de CBS factsheet brede welvaart. Deze factsheet is voor het voormalige EZK department opgesteld, waardoor een aantal indicatoren die relevant zijn voor het nieuwe EZ zijn gekozen uit de 15 EZK-indicatoren. Daarmee voeren wij motie Hammelburg1,2 uit.InformatievoorzieningEZ hecht aan hoogwaardige, betrouwbare informatievoorziening om de impact van haar beleid en de voortgang op doelen te monitoren. Uitvoe­ringsorganisaties worden aangestuurd om relevante monitoringsinfor­matie te verzamelen over de voortgang en impact van beleid voor burgers en bedrijven. Daarnaast zet EZ in op gebruik van onafhankelijke voortgangs­informatie zoals van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Planbureau, de EU en de OESO. EZ communiceert thematisch over beleids­voortgang op websites als www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl, dashboard­klimaatbeleid.nl en dashboardgroningen.nl. Voor voortgang op brede welvaart publiceert het CBS de Monitor Brede Welvaart en Sustainable Development Goals. Daarnaast is informatie, zoals ook genoemd in de toelichting bij de beleidsartikelen, te vinden op websites van betreffende uitvoeringsorganisaties. Tot slot wordt op rijksfinancien.nl alle budgettaire data verzameld. Deze website biedt ook de mogelijkheid om gerelateerde informatie toe te voegen aan de reguliere begrotingsinformatie. Dat zijn bijvoorbeeld beleidsevaluaties, visualisaties van financiële tabellen, bijbehorende officiële stukken, en links naar aanvullende beleidsinformatie.EZ tracht de informatiewaarde van de begrotingsstukken voor de Kamer stelselmatig te verbeteren. Er lopen rijksbreed verschillende initiatieven om de informatie toegankelijker te maken. Hierover lopen de gesprekken tussen de Commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer en het Ministerie van Financiën. Qua informatiewaarde van de begrotingsstukken zijn de rijksbrede trajecten te zien als de aangewezen plek waar meer grootschalige en verstrekkende veranderingen kunnen worden gerealiseerd. EZ spant zich in om hier volop in te participeren.4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland op grond van het Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2024-2025 (COM(2023) 619 final) wordt onder andere aanbevolen:–De uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk, aanzienlijk versnellen en ervoor zorgen dat de hervormingen en investeringen uiterlijk in augustus 2026 tot een goed einde zijn gebracht. De uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s versnellen. In het kader van de tussentijdse evaluatie daarvan gericht blijven op de overeengekomen prioriteiten en het testen en proefdraaien van oplossingen ter beperking van de congestie op het elektriciteitsnet 1 Kamerstukken II 2021/22, 35 925, nr. 1222 Kamerstukken II 2021/22, 34 298, nr. 378Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 bevorderen, en daarbij de kansen die het platform voor strategische technologieën voor Europa biedt om het concurrentievermogen te verbeteren, in overweging nemen (aanbeveling 2);–Randvoorwaarden verbeteren om investeringen in het elektriciteits­transmissie- en het elektriciteitsdistributienet te stimuleren, en met name de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen en het concurren­tievermogen te verbeteren (aanbeveling 4).In de begroting van het Ministerie van Economische Zaken wordt op deze aanbevelingen als volgt ingegaan: beleidsartikel 1 (Goed functionerende economie en markten) voor de prioriteit ‘Versnellen van de digitale transitie’ binnen het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan en beleidsartikel 2 (Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaarts­groei) voor de beleidsinstrumenten EFRO, INTEREG A en het Fonds voor Rechtvaardige Transitie binnen het cohesiebeleid.Landspecifieke afspraken HVPDe uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU hoofdstuk, aanzienlijk versnellen en ervoor zorgen dat de hervormingen en investeringen uiterlijk in augustus 2026 tot een goed einde zijn gebracht.Op 23 oktober 2023 is het aangepaste Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) goedgekeurd, inclusief een REPowerEU-hoofdstuk. Het Nederlandse HVP bestaat uit 50 maatregelen. Het Ministerie van Economische Zaken geeft uitvoering aan de volgende vier maatregelen:1.C2.1 I1 Quantum Delta NL2.C2.1 I2 AINED3.C4.2 I1 NOLAI4.C5.1 I4 Health RIHet kabinet werkt momenteel hard aan een spoedige implementatie van het HVP, alsook aan de uitvoering van het REPowerEU-hoofdstuk dat daar onderdeel van is. Over de voortgang van de implementatie van het HVP wordt de Kamer minimaal tweejaarlijks geïnformeerd.Nederland heeft op 24 mei 2024 het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,3 mld ingediend bij de Europese Commissie. Het Ministerie van Economische Zaken is voor het eerste betaalverzoek verantwoordelijk voor de uitvoering en verantwoording van de maatregelen C2.1 I1 Quantum Delta NL en C5.1 I4 Health RI. Hierbij hoort ook het borgen van de financiële belangen van de Europese Unie voor de relevante maatregelen van het Ministerie van Economische Zaken. Over de beoordeling van het eerste betalingsverzoek door de Europese Commissie wordt de Kamer te zijner tijd geïnformeerd.Nederland is voornemens om eind 2024 het tweede betalingsverzoek bij de Europese Commissie in te dienen. Ook over de indiening en beoordeling van dit tweede betalingsverzoek wordt de Kamer te zijner tijd geïnformeerd.Motie Hachchi c.s.Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van EZ voor Caribisch Nederland in 2025 bedragen € 5,4 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1 en 2.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 In bijlage 6: Rijksuitgaven Caribisch Nederland zijn alle uitgavenreeksen van het Ministerie van EZ ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.5. Ondergrenzen toelichtingenVoor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoenBeleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)< 5012=> 50 en < 20024=> 200 < 1000510=> 10001020In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 2. BeleidsagendaBeleidsprioriteitenInleidingHet verdienvermogen, de productiviteit en economische groei zijn belangrijk voor de welvaart in Nederland, nu en in de toekomst. Het verdienvermogen gaat over onze basis om blijvende welvaart te creëren. Productiviteit speelt hierin een belangrijke rol, want als we productiever zijn, kunnen we als samenleving meer doen of slimmer omgaan met dezelfde middelen. Dit leidt tot economische groei en een hoger inkomen voor bedrijven, huishoudens en de overheid. Een goed draaiende economie zorgt voor goede banen, hogere lonen en bestaanszekerheid. Ook kan Nederland blijven investeren in belangrijke voorzieningen zoals gezond­heidszorg, pensioenen, onderwijs en een sociaal zekerheidsstelsel dat werkt voor mensen die het nodig hebben.Ondernemers, van grote bedrijven tot het mkb, spelen een onmisbare rol hierin. Het kabinet wil bedrijven koesteren en meer waardering uiten voor het belang van bedrijven voor onze welvaart. Nederlandse ondernemers vinden de oplossingen voor wereldwijde problemen en versterken daarmee ons verdienvermogen. Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) wil dat ondernemers kunnen doen waar ze goed in zijn: nieuwe ideeën bedenken en daarmee producten en diensten verkopen. Daarom ondersteunt het Ministerie van EZ bedrijven in hun economische, sociale en maatschap­pelijke rol, zodat ondernemers kansen kunnen benutten en daarvoor ook de waardering krijgen die ze verdienen.Samen met nationale en internationale partners werkt het Ministerie van EZ aan een innovatief, ondernemend en weerbaar Nederland. Hierbij hebben we aandacht voor een goed ondernemersklimaat, het verminderen van regeldruk, voldoende fysieke ruimte voor bedrijvigheid en dat onze economie concurrerend, weerbaar en innovatief is. En houden we oog voor de uitdagingen waar ondernemers nu maar ook in de toekomst tegenaan lopen, zoals het tekort aan gekwalificeerd personeel, een gelijk internationaal speelveld en toenemende geopolitieke spanningen.Macro-economisch beeldNa een turbulente periode met de coronacrisis, sterke herstelgroei en de energiecrisis, keert de Nederlandse economie naar verwachting terug naar een gematigd groeipad.3 De energieprijzen zijn niet verder gestegen, de inflatie is gedaald en de verwachting is dat over 2024 de lonen en koopkracht sterk zullen stijgen met een doorsnee koopkrachtverbetering van 2,5 procent. Daarmee is het macro-economische beeld van de Nederlandse economie verbeterd ten aanzien van voorgaande jaren, al blijven er grote uitdagingen bestaan.Voor 2025 wordt een economische groei van 1,6 procent verwacht, mede door stijgende koopkracht en door stijgende consumptie van huishoudens. De economie koelt iets af en de werkloosheid loopt in 2025 licht op tot 3 https://www.cpb.nl/augustusraming-202411Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 3,9 procent, maar blijft historisch gezien laag. Ook komt het doel van prijsstabiliteit - inflatie rond de 2 procent- weer in zicht. De inflatie4 daalt in 2024 naar 3,5 procent en daalt daarna naar verwachting geleidelijk verder.We hebben een sterke economie, waarin veel goed gaat maar tegelijkertijd staat ons verdienvermogen onder druk, zoals blijkt uit de recente terugval van onze economie op de IMD-concurrentielijst en de daling van de arbeidsproductiviteit. De Nederlandse economie is veerkrachtig gebleken tijdens de coronapandemie en energiecrisis, en bedrijven en huishoudens kunnen schokken beter opvangen dan in het verleden.5 Op het gebied van innovatie staan we zevende in de wereld in 2023, mede dankzij sterke clusters bij Eindhoven en Wageningen.6 Het percentage van het bbp dat wordt uitgegeven aan R&D blijft echter wel achter op buurlanden zoals Duitsland en België.7 Een welvarende economie leidt ertoe dat we de vierde plek hebben in de EU gemeten naar bbp per inwoner.8 Nederlanders zijn bovendien over het algemeen gelukkig, zo blijkt uit de zesde plek in ‘Happiness Index’ in de periode 2021 tot 2023.9Onze welvaart is niet gegarandeerd: geopolitieke spanningen, schaarste op de arbeidsmarkt en op het terrein van de fysieke ruimte en het milieu, evenals afnemende productiviteitsgroei maken de economie kwetsbaar op korte en lange termijn. Nederland is recent gedaald van de 5e naar de 9e plek op de IMD-concurrentieranglijst.10 Dit is een zorgelijke ontwikkeling omdat een internationaal concurrerende economie een voorwaarde is voor bijvoorbeeld een weerbare economie en voor de betaalbaarheid van onze publieke voorzieningen. Er is een dalend sentiment onder bedrijven over ons ondernemingsklimaat, waaronder het vestigingsklimaat. En er zijn structureel hogere energiekosten in Europa dan in andere regio’s.11 Dit zet ons lange termijn verdienvermogen onder druk.Voor een open economie als Nederland brengen geopolitiek fragmentatie, onrust en conflicten in andere landen risico’s mee omdat onze welvaart afhankelijk is van onze handel. Actief overheidsbeleid uit andere landen verstoort het gelijke speelveld op de wereldmarkt, waardoor Nederlandse bedrijven steeds meer oneigenlijke concurrentie ervaren. We kunnen niet alle tegenslagen voorkomen, maar wel zorgen dat we op de korte termijn in staat zijn schokken op te vangen door goed voorbereid en snel te handelen als dit nodig is. Het is wel mogelijk om risicovolle strategische afhanke­lijkheden te voorkomen en te verminderen en op de langere termijn het verdienvermogen van de Nederlandse economie te vergroten.12De arbeidsmarkt is en blijft de komende jaren krap, wat problemen oplevert voor ondernemers die moeilijk geschikt personeel kunnen vinden. In het tweede kwartaal van 2024 waren er bijvoorbeeld tegenover elke 100 werklozen 108 vacatures13. In de periode 2025 ‒ 2028 groeit de beroepsbe­volking met slechts 0,2 procent en de werkgelegenheid in uren met 0,1 procent, en tussen 2031-2040 zal het aantal netto instromers bijna nul 4 Europees geharmoniseerd, HICP5 Risico rapportage financiële markten 2024 (cpb.nl)6 Global Innovation Index 2023 – Innovation in the face of uncertainty (wipo.int)7 Nederland verliest economisch terrein door achterblijvende R&D-investeringen | TNO8 Nederlands bbp per inwoner in 2023 op vierde plek in EU | CBS9 Happiness of the younger, the older, and those in between | The World Happiness Report10 WCR-Rankings - IMD business school for management and leadership courses11 European Commission 2023 energy prices and costs in Europe EUR-Lex - 52024DC0136 - EN - EUR-Lex (europa.eu)12 DNB Voorjaarsramingen juni 202413 Minder vacatures, meer banen in tweede kwartaal van 2024 | CBS12Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 zijn.14 Dit betekent dat de beroepsbevolking nauwelijks zal uitbreiden in de komende jaren. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar arbeid door vergrijzing en de opgaven uit de transities zoals de digitale- en energie-transitie. Om ervoor te zorgen dat Nederland wel welvaartsgroei blijft realiseren, is een forse toename van de arbeidsproductiviteit nodig: bedrijven en overheden moeten slimmer en efficiënter omgaan met het beschikbare personeel, bijvoorbeeld door bepaalde taken te digitaliseren.De arbeidsproductiviteit vertoont echter een dalende trend. Dit komt omdat veel werkgelegenheid naar laagproductieve sectoren is verplaatst 15 en het lastig blijkt om binnen de dienstverlening technologie en innovatie toe te passen.16 In 2023 daalde deze met 1,2 procent, en voor komende jaren (2025 – 2028) wordt slechts een bescheiden groei van gemiddeld 1,2 procent verwacht.17 Achterblijvende productiviteitsgroei is onder ontwikkelde economieën een wereldwijd fenomeen, maar ook binnen de groep van ontwikkelde economieën lijkt Nederland ondermaats te presteren.18 Het verhogen van de arbeidsproductiviteit is daarom een belangrijke doelstelling van het EZ-beleid. Hierbij kijken we op sectoraal niveau hoe de productiviteit verhoogd kan worden, waarbij we er rekening mee houden dat de economie niet maakbaar is en dat diensten en producten niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk veel toegevoegde waarde kunnen toevoegen.Het is belangrijk dat niet alleen op macroniveau de welvaart groeit, maar dat mensen ook daadwerkelijk merken dat het beter gaat. De hoge prijzen en de inflatie van de laatste jaren zijn voor veel mensen moeilijk. Maar gelukkig herstelt de koopkracht in 2024 met 2,5 procent flink. Profiteren van een goed functionerende economie betekent ook dat zowel werknemers als het bedrijfsleven de vruchten plukken van een sterke economie. Deze verdeling wordt bijvoorbeeld weergegeven met de arbeidsinkomensquote (AIQ). Recent is de AIQ wat gedaald, van ongeveer 73,9 procent in 2019 naar 68,6 procent in 2024. Dit komt onder andere omdat lonen vastliggen in Cao’s en daarom met vertraging reageren op de economische omstandigheden. Nu de lonen stijgen, stijgt de AIQ ook weer. De komende jaren wordt een aanhoudende loonstijging die hoger is dan de inflatie verwacht, onder andere door de aanhoudende arbeidsmarktkrapte. Het CPB raamt dat de AIQ in 2028 (70 procent) iets onder het niveau van voor de coronacrisis in 2019 (73,9 procent) zal liggen.Een profiterende samenlevingDe factsheet Brede Welvaart tracht het brede spectrum van EZ-beleid19 te vatten in zes bredewelvaartsindicatoren. Voor het Ministerie van EZ zijn het bruto binnenlandsproduct per inwoner, (maatschappelijk verantwoord) ondernemerschap, het grote en kleine bedrijfsleven, innovatie en digita­lisering belangrijke beleidsterreinen. Vandaar dat in de factsheet ook indicatoren zijn opgenomen op het gebied van uitgaven aan R&D, het bbp en investeringen in ICT. Hiermee voldoet het Ministerie van EZ aan de verplichting om dit inzichtelijk te maken.14 DNB Analyse - Arbeidsmarktkrapte: het nieuwe normaal?15 Hugo Erkens - Lage groei productiviteit mede door ongunstige structuur economie16 CBS - Arbeidsproductiviteit neemt steeds minder toe in afgelopen 50 jaar17 Centraal Economisch Plan 2024 (cpb.nl)18 Arbeidsproductiviteit | Kernindicatoren | Bedrijvenbeleid in beeld; DNB jaarverslag 202319 SDG’s 7, 8, 9, 11, 12 en 13.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Goed functionerende economie en marktenGoed functionerende markten zijn belangrijk voor een dynamische economie die zorgt voor economische groei en innovatie voor nu en op de langere termijn. Dit geldt voor zowel de Nederlandse markt als de Europese interne markt. De Europese interne markt levert door de schaalgrootte nieuwe afzetmogelijkheden, de mogelijkheid om als land of regio meer te specialiseren en voor nieuwe bedrijven de ruimte om snel op te schalen. Het kabinet zet zich nationaal, Europees en internationaal in voor regels en afspraken die ervoor zorgen dat consumenten keuzevrijheid hebben, bedrijven op een gelijk speelveld opereren en markten open, veilig en transparant zijn. Het Ministerie van EZ zet daarom in op het scheppen van goed functionerende markten, zowel fysiek als digitaal.Bedrijvenbeleid, het Toekomstfonds en het Nationaal Groeifonds Het bedrijvenbeleid ondersteunt de transitie naar een economie met een sterk verdien- en, innovatievermogen, een hoge arbeidsproductiviteit en een uitmuntend ondernemings- en vestigingsklimaat die bijdragen aan de welvaart van alle burgers. Dit beleid zorgt voor hoogwaardige werkgele­genheid, stimuleert investeringen in R&D, zorgt ervoor dat Nederland een technologisch hoogwaardige industrie behoudt en moedigt ondernemers aan maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Daarnaast versterkt het bedrijvenbeleid onze weerbaarheid en zorgt ervoor dat financiering voor het mkb makkelijk toegankelijk blijft. Het Toekomstfonds (artikel 3) versterkt het bedrijvenbeleid zoals beschreven in artikel 2. Met het Toekomstfonds investeren we in het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Het fonds richt zich op het stimuleren van valorisatie en stelt middelen beschikbaar voor het innovatief en snelgroeiend mkb. Valorisatie ondersteunen we onder andere door kennisinstellingen daarop thematisch samen te laten werken om op basis van hun gezamenlijke kennis nieuwe startups te creëren en financieren (TTT-regeling). Om de toegang tot risico­kapitaal te vergroten, financiert het Ministerie van EZ vanuit het Toekomst­fonds diverse instrumenten, zoals de regeling Vroegefasefinanciering (VFF), de Seed Capital regeling en het Dutch Venture Initiative (DVI). Ook de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) die zich richten op de versterking van het innovatief mkb en het ondernemingsklimaat door te investeren, innoveren en internationaliseren zijn deels ondergebracht in het Toekomstfonds. In de ROM’s werken Rijk, provincies en lokale aandeel­houders samen hieraan.Met het Nationaal Groeifonds wordt ingezet op 51 projecten die met inves­teringen van ruim € 11 mld het duurzaam verdienvermogen van Nederland versterken. Deze projecten zijn gericht op kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie. Het Ministerie van EZ zet zich als mede-fondsbeheerder in om de doelstellingen van het Nationaal Groeifonds te realiseren. Daarnaast is het Ministerie van EZ als uitvoerend departement verantwoordelijk voor de uitvoering van 11 Nationaal Groeifonds projecten. De komende jaren stuurt het Ministerie van EZ vanuit haar rol als fondsbeheerder en uitvoerder aan op het behalen van een zo groot mogelijke economische en maatschap­pelijke impact. Dit doet het Ministerie van EZ samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en andere publieke en private partijen die betrokken zijn bij deze projecten.Ondernemingsklimaat en regeldrukHet kabinet vindt het belangrijk om het Nederlandse vestigings- en onder­nemingsklimaat aantrekkelijk te houden. Nederland ambieert daarom in de top 5 van meest concurrerende landen wereldwijd te staan. Het Nederlands 14Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Comité voor Ondernemerschap adviseert het Ministerie van EZ over onder­nemerschap en het groeipotentieel van het mkb. Het Comité kijkt daarbij naar de toegang tot financiering en talent en verbetering mkb-dienst­verlening. Het regeerprogramma kondigt maatregelen aan waarmee het kabinet actiegericht gaat werken aan de versterking van het ondernemings­klimaat en de vermindering van regeldruk in 2025.Pact en programma ondernemingsklimaatActiegericht met én voor ondernemers het ondernemingsklimaat verbeteren: dat gaat dit kabinet doen via een Pact Ondernemingsklimaat. Via dialoog en samenwerking met het bedrijfsleven, departementen, sociale partners en de wetenschap gaan we knelpunten aanpakken. Dit vereist dat alle partijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en goede afspraken maken over wie wat bijdraagt. Daarnaast zetten we in op betere communicatie tussen betrokken partijen en met de samenleving.20 De resultaten die uit het Pact voortkomen vormen mede input voor het programma versterking ondernemingsklimaat dat knelpunten gaat aanpakken op het gebied van regeldruk, fiscaliteit, fysieke ruimte, netcon­gestie, talent en financiering. Via de Monitor Ondernemingsklimaat wordt jaarlijks de stand van zaken gemeten en, op basis van de resultaten, verdere actie ondernomen.Menselijk kapitaal De menselijke kennis en kunde is essentieel voor bedrijven en daarom blijft inzetten op het versterken van hun potentieel en inzetbaarheid belangrijk. Het Actieplan Groene en Digitale Banen beoogt samen met andere ministeries, het onderwijs en branches te werken aan oplossingen voor de personeelstekorten, met name in de sectoren en banen die voor de economische transities belangrijk zijn. Daarom richt het Actieplan zich op het verhogen van de instroom in bètatechnisch onderwijs en technische sectoren vanuit de arbeidsmarkt, en het tegengaan van versnipperd beleid en subsidieregelingen. Daarnaast zetten we in op Leven Lang Ontwikkelen (LLO), het belang van (ondernemende) vaardigheden en arbeidsbesparende innovaties. Ook zal het Ministerie van EZ via een beleidsexperiment - in samenwerking met de TU Delft, TNO en de branches Metaalunie en Bouwend Nederland - onderzoeken hoe arbeidsbesparende procesinno­vaties in het mkb kunnen worden ingevoerd. Gezien de personeelstekorten in de technische en innovatieve sectoren zijn ook kennismigranten en buitenlandse talenten belangrijk. Het kabinet investeert ook in het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent. Het doel is om zo spoedig mogelijk extra technisch talent voor de microchipindustrie in Nederland op te leiden. Hiervoor heeft het kabinet incidenteel € 450 mln beschikbaar gesteld.Vermindering regeldrukDit kabinet gaat werk maken van de vermindering van regeldruk. Doel hierbij is om een merkbare vermindering van regeldruk te realiseren en daarmee ruimte te creëren voor bedrijven om te doen waar ze goed in zijn. We gaan hier actie- en resultaatgericht mee aan de slag.20 Ten eerste komt er een nieuw programma om knellende wet- en regelgeving te verminderen.20 Het kabinet zet geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid en heroverweegt en schrapt waar nodig en mogelijk bestaande nationale koppen die zorgen voor extra regeldruk op basis van bestaande en aanvullende inventarisaties. Het bedrijfsleven voelt de gevolgen van 20 Zie ook hoofdstuk 10 van het regeerprogramma15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 wet- en regelgeving en daarom blijft dit kabinet ook in gesprek met de ondernemers over hoe zij denken dat de regeldruk verminderd kan worden en handelt daarnaar.FinancieringFinanciering is voor ondernemers cruciaal om te ontkiemen, bloeien en groeien. Op basis van de aanbevelingen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) bedrijfsfinanciering zal het kabinet specifieke maatregelen inventariseren die toegang tot private en publieke mkb­finan­ciering verbeteren. Een beleidsinhoudelijke reactie op het IBO zal volgen in het najaar. In deze reactie zal worden ingegaan op eventuele beleidswij­zigingen die volgen uit het IBO. Het kabinet zet ook de financieringshub door en geeft opvolging aan het Nationaal Convenant mkb­financiering om samen met de sector een optimaal functionerend financieringsklimaat te creëren.21 We blijven inzetten op versterking van mkb­financiering door samenwerking met Europa. En door bedrijven te ondersteunen bij export met de exportkredietverzekering.Het Toekomstfonds richt zich op het vergroten en beschikbaar stellen van (risico)financiering voor bedrijven met verschillende instrumenten.22 Naast het Toekomstfonds fungeert Invest-NL als vehikel voor investeringen in de latere ontwikkelfase van innovatieve mkb-bedrijven, hiervoor is vanuit het hoofdlijnenakkoord € 1 mld beschikbaar gesteld.Dienstverlening en kadersDe Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-2026 richt zich op het toekomst­bestendig maken en houden van het brede mkb door het verbeteren van de publieke dienstverlening. In samenwerking met de RVO, de Kamer van Koophandel (KvK), ROM’s, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven werken we toe naar dienstverlening die voor ondernemers logisch geordend en gemakkelijk en snel te vinden is. De behoefte van de ondernemer staat hierbij centraal. Met de Datavisie Handelsregister waaraan, het Ministerie van EZ en KvK werken, worden de doelstellingen op het gebied van rechtszekerheid, fraudebestrijding en privacy verenigd en bevorderd. Dit vergt een nieuwe financieringssystematiek voor het handelsregister die op termijn kostenneutraal zal zijn.We willen ook voor ondernemers en met name voor het mkb zorgen dat faillissementen beter en sneller kunnen worden afgewikkeld. Met oog voor de belangen van de ondernemer zelf, de schuldeiser en  andere belangheb­benden zoals werknemers en klanten. Dit vergt actualisering van zakelijke zekerheidsrechten, zoals het pandrecht en het insolventie(proces)recht, adequate financiering van de taken van de curator en de mogelijkheid van stille voorbereiding van procedures. Het lopende Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)-onderzoek zal naar verwachting aanknopingspunten hiervoor gaan bieden.Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)Bedrijven en ondernemers hebben vaak een maatschappelijke functie: zo bedenken zij innovatie oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, jagen zij het lokale verenigingsleven aan en behouden ze de leven­digheid van winkelstraten. Vanuit de EU komt nieuwe wetgeving over 21 Zie ook hoofdstuk 10 van het regeerprogramma22 Zoals de regeling Vroegefasefinanciering (VFF), Seed Capital en de Dutch Venture Initiatieven (DVI). Ook de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn ondergebracht in het Toekomstfonds.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).23 Het Ministerie van EZ onderzoekt daarom de impact op bedrijven en richt zich op beleidscohe­rentie en uitvoerbaarheid om administratieve lasten te verminderen. We ondersteunen het mkb bij de implementatie van de Corporate Sustaina­bility Reporting Directive (CSRD) via capaciteitsopbouw en voorlichting, en verkennen hoe we MVO beter kunnen integreren in EZ-beleidsinstru­menten. Het Ministerie van EZ ondersteunt de continuering van het Nederlands corporate governance stelsel als instrument van zelfregulering. De Corporate Governance Code blijft aanvullend op de nieuwe wetgeving. Het Invest in Holland netwerk blijft zich inzetten voor het aantrekken van investeringen en bedrijven die onze ecosystemen versterken. Acquisitie inspanningen zijn gericht op dat wat bijdraagt aan strategische prioriteiten en maatschappelijke uitdagingen.Fysieke ruimte en regionale economieEr is sprake van een toenemende ruimtedruk in Nederland. Opgaven zoals de woningbouw, de energietransitie, bereikbaarheid, bedrijvigheid en oplossingen voor de stikstofproblematiek concurreren om schaarse ruimte. Wet- en regelgeving is in sommige gevallen eerder belemmerend dan faciliterend. Als kabinet dragen we de verantwoordelijkheid om te denken in mogelijkheden. Hiervoor is het belangrijk integrale afwegingen te blijven maken over de inrichting van Nederland.Samen met partners zoals provinciale, regionale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en (vertegenwoordiging van) bedrijfsleven geeft het Ministerie van EZ uitvoering aan het Programma Ruimte voor Economie met als doel een nationale aanpak te bieden voor de ruimtelijke economische uitdagingen.24 Het Ministerie van EZ wil dat relevante bedrijven zich in Nederland kunnen blijven ontwikkelen, doorgroeien en investeren. Ook voldoende locaties voor samenwerking tussen innovatieve onderzoekers en ondernemende startups binnen kennis- en innovatie­clusters zijn onderdeel van de aanpak.De beleidslijn voor grote bedrijfsvestigingen, het starten van pilots voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, en ruimtelijke planning zijn belangrijke onderdelen. Het Ministerie van EZ werkt daarnaast mee aan de ruimtelijke ordening van Nederland via de Nota Ruimte.25 Voor de economische aspecten in deze nota ontwikkelen we een Ruimtelijk Economische Verkenning (REV) die de ruimtelijke economische ontwik­kelingen op de langere termijn in kaart brengt.26 Deze wordt dit najaar gepubliceerd. Hierbij zit een nauwe link met de verduurzaming van de industrieclusters en hun ruimtevraag.Naar aanleiding van de opgebouwde kennisbasis in de REV, publiceert het Ministerie van EZ deze kabinetsperiode een visie op de ruimtelijke en economische structuur. Met deze visie zet het kabinet stappen voor een grote toekomst voor schone bedrijven die toegevoegde waarde leveren. Het biedt een stip op de horizon waarmee de integrale keuzes binnen de ruimtelijke ordening kunnen worden gemaakt. Deze visie gaat o.a. in op de benodigde beleidsinzet op het regionaal economisch domein voor ontwik­23 Waaronder de CSDDD, CSRD, Ontbossingverordening en Anti-Dwangarbeidverordening.24 Kamerstuk 34 682, nr. 10325 Kamerstuk 29 435, nr. 264 en Kamerstuk 29 435, nr. 26726 Kamerstuk 34 682, nr. 17817Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 keling en behoud van sterke en competitieve regio’s, zoals Brainport.27 Voor de doorontwikkeling van de regionale ecosystemen van nationaal belang is het cruciaal dat prangende vraagstukken t.a.v. fysieke ruimte, netcongestie, talent en infrastructuur integraal worden afgewogen en worden ingevuld.Concurrerende en weerbare economieEen concurrerende en weerbare economie is belangrijk voor de welvaart van Nederland. Het Ministerie van EZ speelt hierin een belangrijke rol. We zien kansen in nieuwe digitale technologieën en groeimarkten. We pleiten voor eerlijke spelregels in een internationaal gelijk speelveld voor gezonde concurrentie. Het Ministerie van EZ coördineert en ontwikkelt industriebeleid in samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en andere departementen. Daarbij bewaken we de veiligheid en weerbaarheid van Nederland. Dit doen we nationaal, Europees en internationaal, zodat we effectief kunnen reageren wanneer de situatie hierom vraagt. En onze hoogwaardige technologie en kennis kunnen beschermen en versterken waar nodig. Hiermee versterken we onze concurrerende en weerbare economie.Digitale economie De digitale transitie en snelle ontwikkelingen in digitale technologieën bieden ongekende kansen voor de Nederlandse economie en samenleving, maar vereisen ook aanpassingsvermogen van bedrijven en burgers. Door deze transitie te faciliteren, te stimuleren en juiste randvoorwaarden te scheppen, zorgen we voor duurzame economische groei, veiligheid en eerlijke concurrentie. Een digitaal veilig Nederland waarin bedrijven en burgers ten volle kunnen profiteren van de digitale economie is een blijvende prioriteit. Dit vereist voortdurende aandacht voor digitale weerbaarheid.De ambities van het Ministerie van EZ richting 2030 zijn vastgelegd in de Strategie Digitale Economie en de Agenda voor een Digitale Open Strategische Autonomie.28 In 2025 richten we ons op versterking van de digitalisering van het mkb, het stimuleren van digitale innovatie en vaardig­heden, het creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten, het behouden en versterken van een veilige, betrouwbare, hoogwaardige digitale infrastructuur en het versterken van cybersecurity.De focus in 2025 blijft op het stimuleren van digitale innovatie (AI, data, cloud, 6G en cybersecurity) met een grote impact op de economische en maatschappelijke vooruitgang. Daarbij hebben we speciale aandacht voor het mkb, de doorgroei van startups, en de implementatie van digitale sleuteltechnologieën in sectoren landbouw, energie, zorg en mobiliteit. Denk hierbij op het gebied van AI aan het faciliteren van het AI-ecosysteem in de benodigde bouwstenen (rekenkracht, data en talent). Dit doet het Ministerie van EZ door publiek-private samenwerking, het versterken van digitale vaardigheden, door opschaling van succesvolle initiatieven voor om- en bijscholing voortbouwend op gehonoreerde Groeifondspro­jecten en door te investeren in innovatieve clouddiensten (mogelijk via Important Project of Common European Interest, IPCEI). Om het tekort aan digitaal talent aan te pakken, intensiveren we de aanpak om zo het doel van 1 miljoen digitaal geschoolden in 2030 te bereiken. Dit doen we met opschaling van succesvolle initiatieven en het aantrekkelijker maken 27 Zie ook hoofdstuk 10 van het regeerprogramma.28 Kamerstuk 26 643, nr. 94118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 van digitale banen. Hierbij is er extra aandacht voor het opleiden van AI-specialisten en cybersecurityspecialisten voor een innovatieve, veilige en weerbare samenleving.Het mkb wordt in 2025 verder ondersteund in het digitaliseren van hun bedrijfsprocessen vanuit de Smart industry schaalsprongagenda 2022-2026 en de European Digital Innovation Hubs (EDIH’s), met zes actieve hubs in Nederland met financiering van de Europese Commissie uit het Digital Europe budget en cofinanciering van het Ministerie van EZ, het Ministerie van BZK en de regio’s. Deze programma’s blijven in samenwerking met partners zoals FME, Metaalunie, TNO en KVK en de regio’s een bijdrage leveren aan het verbeteren van de productiviteit en de concurrentiekracht van het mkb. Daarnaast wordt door provincies, gemeenten en ondernemers onder leiding van het Platform Techniek voor Technologie gewerkt aan een plan van aanpak om de Digitale Werkplaatsen (DW’s) door te ontwikkelen.Het Ministerie van EZ streeft naar een eerlijke en transparante markt voor data, cloud en AI en het zorgen dat (grote) online platforms meer verantwoordelijkheid nemen voor een eerlijke en open digitale economie. Samen met de toezichthouders, zoals de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), blijft het Ministerie van EZ werken aan een effectieve implementatie van Europese regelgeving en inrichting van het toezicht in Nederland (Digital Services Act, Data Governance Act, Data Act, AI Act, eIDAS). Daarnaast zet het Ministerie van EZ in 2025 gezamenlijk met de toezichthouders in op het uitvoeren van een midterm-review van de Europese digitale regelgeving.Nederland heeft een hoogwaardige, betrouwbare en digitale infrastructuur. Het behoud van onze sterke concurrentiepositie als digitaal knooppunt is niet vanzelfsprekend. Daarom zetten we in op het verstevigen van hoogwaardige digitale infrastructuur om onze positie als digitaal knooppunt te borgen.Met de Staat van de Digitale Infrastructuur29 is in kaart gebracht wat het belang is van onze digitale infrastructuur, en wat er wordt ondernomen om de digitale infrastructuur nu en in de toekomst optimaal te laten werken. In 2025 wordt onderhandeld over en uitvoering gegeven aan wetgeving van de Commissie over de toekomst van connectiviteit naar aanleiding van het uitgebrachte witboek daarover. De Commissie beoogt de uitrol van snelle netwerken (Gigabit Infrastructure Act) en een weerbare digitale infrastructuur te bevorderen. Tegelijkertijd werken we aan het realiseren van sterke en betrouwbare clouddienstverlening voor het bedrijfsleven. De financiering van de digitale infrastructuur van de toekomst vraagt om actieve betrokkenheid van het Ministerie van EZ in 2025 voor het behoud van een gunstig vestigings- en ondernemingsklimaat.Ter ondersteuning van een maximale beschikbaarheid van draadloze communicatiediensten zorgen we voor anticiperend spectrumbeleid en een spoedige ingebruikname van vergunde frequenties. Digitalisering biedt ook kansen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen, door productiepro­cessen efficiënter te maken, bestaande capaciteit van netwerken beter te gebruiken en het mogelijk maken van circulair grondstoffen- en materiaal­29 Kamerstuk 26 643, nr. 111919Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 gebruik. Tegelijkertijd vraagt digitalisering om een verduurzamingsopgave voor de sector zelf. In 2025 wordt uitvoering gegeven aan het Actieplan Duurzame Digitalisering dat deze zomer aan de Kamer is aangeboden.30Een digitaal veilig Nederland heeft weinig zorgen over cyberrisico’s, wat aandacht vereist voor de digitale weerbaarheid van zowel bedrijven als burgers. Door in Europees verband wet- en regelgeving en certificering te creëren, bijvoorbeeld via de Cyber Resilience Act, kunnen consumenten en bedrijven vertrouwen op veilige digitale producten en diensten. De imple­mentatie van de herziene Europese richtlijn voor Netwerk- en Informatiebe­veiliging (NIS2) maakt een grotere groep bedrijven verplicht om digitale weerbaarheidsmaatregelen te treffen. Het Digital Trust Center ondersteunt bedrijven in het verhogen van hun digitale weerbaarheid, terwijl Publieks­campagnes zoals ‘Doe je Updates’ en platforms als veiliginternetten.nl burgers informeren over hoe zij zichzelf digitaal kunnen beschermen. Door structureel in te zetten op cybersecurity kennisontwikkeling, innovatie en personeel, dragen we bij aan het verdienvermogen van Nederland.Mededinging, interne markt en consumentenbeleid Ook in 2025 blijft het Ministerie van EZ zich inzetten om concurrentie tussen bedrijven te waarborgen, ervoor te zorgen dat consumenten zoveel mogelijk waar voor hun geld krijgen, en om consumenten te beschermen. Een goed werkend mededingingsbeleid is essentieel voor een gunstig vestigingsklimaat en is nauw verbonden met het algemene economische beleid. Het Ministerie van EZ werkt samen met toezichthouders en andere belanghebbenden om regelgeving en instrumenten te verbeteren, zodat markten beter functioneren.Daarnaast levert het Ministerie van EZ een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de concurrentiekracht en interne markt van Europa, voor zowel burgers als bedrijven. Zo zet het Ministerie van EZ via een actieagenda voor de interne markt in op het wegnemen van belemmeringen die ondernemers ervaren, het verbeteren van de toepassing van interne marktregels en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt. Het Ministerie van EZ trekt voor het verbeteren van de interne markt samen op met lidstaten, en betrekt ondernemers actief bij deze inzet. Ook voor consumenten moet de interne markt beter functioneren. Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken van territoriale leveringsbeperkingen in de EU. Dit beperkt de vrijheid van Nederlandse bedrijven om producten in te kopen van bedrijven uit andere lidstaten en kan daarmee ook bijdragen aan een hogere prijs voor de consument. De rapporten van Letta en Draghi zullen van invloed zijn op de richting en de beleidskeuzes voor de interne markt van de toekomst en het concurrentievermogen.Het Ministerie van EZ gaat in 2025 door met de inzet op een goed samenspel tussen Europa, de overheid, toezichthouders, bedrijven en consumenten. Zo krijgen bedrijven eerlijke kansen en vergroten we de maatschappelijke waarde van de overheidsinkoop. Prioriteiten zijn het strategisch benutten van aanbesteden om duurzame en sociale doelen te behalen, de borging van de goede dialoog uit het programma Beter Aanbesteden, de verbetering van de rechtsbescherming van ondernemers, de effectieve toepassing van het International Procurement Instrument (IPI) en de verordening buitenlandse subsidies (Foreign Subsidies Regulation). Een andere prioriteit betreft moderne en toekomstbestendige 30 Kamerstuk 26 643, nr. 119620Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 consumentenregelgeving op zowel nationaal als Europees vlak. Dit bevordert een sterke positie van consumenten, gezonde concurrentie, keuzevrijheid en kwalitatief goede producten en diensten. Het Ministerie van EZ zal op nationaal gebied consumenten beschermen door de regels over telemarketing en colportage verder aan te scherpen en het opzeggen van abonnementen te vergemakkelijken.Versterken concurrentievermogen via gericht industriebeleid Met gericht industriebeleid streeft het Ministerie van EZ ernaar het Nederlandse verdienvermogen te behouden en te versterken. Hierbij dienen groeimarkten en de nationale technologie strategie (NTS) als bouwsteen voor toekomstig industrie- en innovatiebeleid. Groeimarkten zijn markten waar mondiaal sterke groei verwacht wordt, zijn hoogtechnologisch en Nederlandse bedrijven zijn er bijzonder goed op gepositioneerd. Inzet op een verdiepende publiek-private en (inter)nationale samenwerking is hiervoor van belang. Met het Topsectorenbeleid ontwikkelt het Ministerie van EZ, in samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en overheden, programma’s om uitdagingen en kansen die boven het vermogen van individuele partijen uitgaan. Het Topsectorenbeleid wordt vernieuwd in samenwerking met deze betrokken partijen, in lijn met de groeimarkten en de NTS. Dit omvat mede een nieuwe publiek-private governance structuur op sectoraal niveau.Deze publiek-private samenwerking krijgt daarnaast vorm via het gezamenlijk opstellen en uitvoeren van sectorale programma’s (zoals bijvoorbeeld de sectoragenda Maritieme maakindustrie31, de Defensie Industrie Strategie, de retailagenda en de aanpak gastvrijheidssector). Zo moet de sectoragenda voor de maritieme maakindustrie leiden tot een versterking van de maritieme maakindustrie zodat we nu en in de toekomst in staat zijn om onze nationale vitale belangen32 te borgen. De agenda zal worden uitgevoerd en actueel worden gehouden door een interdepar­tementaal Rijksregiebureau dat organisatorisch valt onder het Ministerie van EZ. Daarnaast werken het Ministerie van EZ en het Ministerie van BZ aan de Semicon Valley Agenda ter versterking van de Nederlandse positie in de machinebouw en chipproductie. Een sterke Nederlandse en Europese halfgeleiderindustrie is belangrijk voor onze economie. Hiermee helpt het kabinet bedrijven om sleutelposities in strategische waardeketens te versterken, bemachtigen en behouden. Ten slotte, beschermt en versterkt het Ministerie van EZ een hoogwaardige, technologische en concurrerende Nederlandse defensie-industrie via o.a. industriële participatie.Daarnaast zet het Ministerie van EZ met Europees Industriebeleid in op strategische markten die op EU-niveau actie vereisen. Bijvoorbeeld via IPCEI-trajecten en financiering van strategische projecten voor weerbare ketens.Economische veiligheid Met het bouwen aan een sterk Nederland in een weerbaar Europa versterkt het kabinet onze economische veiligheid. Een innovatief en ondernemend Nederland en een sterke industriële basis draagt hieraan bij. Het verkrijgen van sleutelposities in technologische waardeketens zoals halfgeleiders, zorgt ervoor dat andere landen niet om ons heen kunnen en daarom ook afhankelijk van ons worden. Zo behouden we toegang tot al het cruciale 31 Kamerstuk 31 409, nr. 42332 Militaire veiligheid; droge voeten; energie-onafhankelijkheid; kritische infrastructuur Noordzee; verdienvermogen.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 van andere landen wat we niet zelf hebben of maken. Ook beschermt het kabinet kennis en technologie en de continuïteit van vitale processen, o.a. tegen spionage en sabotageactiviteiten, en voorkomt en vermindert het risicovolle strategische afhankelijkheden. Dit gebeurt o.a. via de Bescher­mingsvoorziening Economische Veiligheid en het stelsel van de investe­ringstoetsing. De komende kabinetsperiode wordt de veiligheidsheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) uitgebreid naar nieuwe kennisgebieden en vitale aanbieders. Ook wordt wetgeving rondom kennis­migranten aangescherpt en aangesloten bij Europese ontwikkelingen. Tot slot wordt de weerbaarheid van het kennisintensieve mkb en kennisinstel­lingen over economische veiligheid verhoogd, o.a. door het Ondernemers­loket Economische veiligheid (OLEV), informatiesessies en rondetafels. Ook in het digitale domein zal het Ministerie van EZ zich in EU-verband inzetten om digitale open strategische autonomie te versterken door bewustzijn van kritische technologieën te vergroten en daarmee de vitale ICT- en telecom infrastructuur weerbaarder te maken.GrondstoffenHet Ministerie van EZ versterkt de leveringszekerheid van kritieke grond­stoffen in den brede via de Nationale Grondstoffenstrategie. De inzet op hergebruik van kritieke grondstoffen is hier onderdeel van, in samenhang met het Nationaal Programma Circulaire Economie. Ook onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om strategische voorraden aan te leggen van essentiële producten en start een traject richting het aanleggen van reserves voor kritieke grondstoffen. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheid van een Europees stelsel onder de Critical Raw Materials Act.Innovatieve economieVoor het behoud van ons verdienvermogen en onze toekomstige brede welvaart blijft het kabinet een innovatief en ondernemend Nederland stimuleren. Zo speelt het bedrijfsleven een cruciale rol bij het bedenken van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Het Ministerie van EZ ondersteunt dit proces door generiek en specifiek innovatiebeleid en het ondersteunen van innovatieve en snelgroeiende bedrijven via het start- en scale-up beleid. Vooral in de hoogtechnologische groeimarkten is het van belang dat Nederland zijn excellente kennis en comparatieve voordelen (beter) benut.Innovatie Innovatie draagt bij aan het Nederlandse verdienvermogen en het oplossen van maatschappelijke problemen. Met algemeen innovatiebeleid stimuleren we innovatie in de hele economie door middel van fiscale kortingen voor R&D-investeringen (WBSO), de Innovatiebox, optimali­sering van intellectueel eigendomsrecht, en investeringen in onderzoek­sinfrastructuur. Specifiek innovatiebeleid richt zich op innovaties van nationaal belang. Zo stimuleren we met de Nationale Technologiestra­tegie en het missiegedreven innovatiebeleid innovatie in bijvoorbeeld de gezondheidszorg en veiligheid, en versterken we het verdienvermogen. De lopende Nationaal Groeifondsprojecten en internationale programma’s binnen Horizon Europe en Eureka versterken dit beleid.Het Ministerie van EZ zet zich daarnaast in op zoveel mogelijke succesvolle deelname aan internationale en Europese innovatieregelingen. Het EU-kaderprogramma Horizon is het belangrijkste programma, maar ook fondsen van het multilaterale Eureka-netwerk en het EU-cohesiebeleid, 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 vaak regionaal uitgevoerd, zijn belangrijk. Het Ministerie van EZ onder­handelt in Brussel met de andere lidstaten om tot zo goed mogelijke programma’s voor het Nederlandse bedrijfsleven en kennisveld te komen.Publieke én private partners werken in het missiegedreven innovatiebeleid aan de uitvoering van de Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA) die voor de periode 2024-2027 zijn opgesteld. Deze agenda’s gaan over de onderwerpen Klimaat en Energie; Circulaire Economie; Landbouw, Water en Voedsel; Gezondheid en Zorg; Veiligheid; Sleuteltechnologieën; Digitalisering; en Maatschappelijk Verdienvermogen. Met deze kennis- en innovatieagenda’s wordt ook gewerkt aan human capital, internationalisering en valorisatie met regio’s en onderwijs.Daarnaast wordt er ook voor specifieke ontwikkelingen en sectoren innova­tiebeleid gemaakt. Zo is de ruimtevaartsector een innovatieve sector en belangrijk voor de veiligheid en autonomie van Nederland. Door geopo­litieke, economische en technologische ontwikkelingen is de ruimtevaart­sector sterk aan het veranderen. Op verzoek van de Tweede Kamer is een lange-termijnruimtevaartagenda ontwikkeld die onder andere hierop ingaat.33 Daarnaast werkt het kabinet aan een Rijksbrede visie op de snelle ontwikkelingen binnen de biotechnologie (zoals kweekvlees), in samenwerking met de departementen Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hierbij worden de verschillende (burger)perspectieven en ethische aspecten via consultaties zorgvuldig meegenomen en afgewogen. Daarnaast wordt samenhang gezocht met het Europees traject ter bevordering van biotech­nologie en biofabricage.34Ook is het van belang het beleid blijvend te evalueren en waar nodig wetgeving te verbeteren. Zo wordt in 2024-2025 de Rijksoctrooiwet 1995 aangepast voor een versteviging van het Nederlands octrooisysteem. Ook de evaluatie van de toegepaste onderzoeksorganisaties (TO2) wordt in 2025 afgerond.Start- en scale-ups Start- en scale-ups zijn cruciaal voor de productiviteitsgroei, en daarmee het verdienvermogen. Daarnaast zijn ze de katalysator voor economische vernieuwing en weerbaarheid en de aanjager van transities. Het Ministerie van EZ zet in op de start en doorgroei van deze bedrijven, bijvoorbeeld door te bevorderen dat ze toegang hebben tot talent, kapitaal, kennis en internationale netwerken en markten. Samen met de sector – verenigd in Techleap - wordt gewerkt aan onderwerpen als: medewerkersparticipatie, valorisatie (Deltaplan) en meer investeringen vanuit pensioenfondsen. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor kennis- en kapitaalintensieve bedrijven (deeptech) waarbij de NTS en de Groeimarkten richtinggevend zijn. In lijn met bovenstaande zal Techleap.nl zich de komende periode (2024-2026) focussen op deeptech ondernemingen, de NTS en de Groei­markten.33 Kamerstuk 33 009, nr. 13534 Kamerstuk 22 112, nr. 394623Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Internationale aspecten van EZ-brede thema’sHet Ministerie van EZ zal actief deelnemen aan Europese en internationale thema’s en discussies over onderwerpen zoals concurrentievermogen, industriebeleid, kritieke grondstoffen, regeldruk, ketenverduurzaming, kennis- en economische veiligheid regionale economische ontwikkeling (cohesiebeleid) en (onderzoeks -en) innovatiebeleid. Op deze onderwerpen is Europese samenwerking cruciaal, voor zowel het creëren van een zo groot mogelijke markt voor onze bedrijven en kennisinstellingen, als voor het kunnen aangaan van de concurrentie op mondiaal niveau. Het Ministerie van EZ zorgt dat Nederlandse standpunten worden bepaald over voorstellen die voortkomen uit het nieuwe werkprogramma van de Europese Commissie dat gepland staat voor het eerste kwartaal van 2025. Dit doet het Ministerie van EZ, door actief samen te werken met andere, gelijkgestemde EU-lidstaten om gezamenlijk belangrijke Nederlandse standpunten te promoten en innovatieve, economische krachten te bundelen.Voldoende financiering voor bedrijven blijft een uitdaging voor het beleid van het Ministerie van EZ op Europees niveau. In 2025 richten we ons op het verkennen en optimaal benutten van Europese financieringsmogelijk­heden, zoals de EU-meerjarenbegroting, de Europese Investeringsbank, de kapitaalmarktunie versterken, en projecten in het kader van de Technical Support Instrument voor hervormingen en investeringen. Het kabinet hecht ook veel waarde aan een zorgvuldige uitvoering van nationale plannen met hervormingen en investeringen onder het Recovery and Resilience Facility (RRF). In 2025 zal het Ministerie van EZ de aangepaste hervormingsplannen en betalingsverzoeken van verschillende lidstaten analyseren en van een kabinetsstandpunt voorzien. Ook zal het Ministerie van EZ met de lokale en regionale partners blijven afstemmen om de middelen die Nederland ontvangt uit het EU-cohesiebeleid zo optimaal mogelijk te benutten.Het Ministerie van EZ blijft zich inspannen om steun te bieden aan Oekraïne, ook bij het aantreden van een nieuwe Europese Commissie. Dit doet het Ministerie van EZ onder andere door middel van het leveren van noodhulp, net als de implementatie en toezicht van de Europese sancties. Deze sancties zijn erop gericht om de Russische oorlogsmachine zoveel mogelijk te belemmeren. Zo zal het Ministerie van EZ verantwoordelijkheid blijven nemen in de naleving van de sanctiewetgeving en sanctieverordeningen, bijvoorbeeld ten aanzien van ondernemingen waar sprake is van eigendom en zeggenschap door personen of entiteiten die op de Europese sanctielijst zijn geplaatst.Tot slotIn de verantwoordelijkheden van het Ministerie van EZ komen grote uitdagingen samen. We ondersteunen de economische, sociale en maatschappelijke rol van bedrijven, van mkb tot grootbedrijf. Op die manier dragen we bij aan het oplossen van grote uitdagingen zoals het versterken van het ondernemingsklimaat en de bestaanszekerheid van mensen. Dit doen we door randvoorwaarden te scheppen voor innovatie en eerlijke concurrentie, de digitalisering van bedrijven te bevorderen, regeldruk aan te pakken, en investeringen in hoogwaardige sectoren te stimuleren. Dit kan het Ministerie van EZ echter niet alleen. Alleen in samenwerking met nationale en internationale partners kan worden gebouwd aan een sterke economie waarvan de samenleving profiteert.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Belangrijkste beleidsmatige mutatiesTotaaloverzicht belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaarIn deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zijn opgetreden tussen de begroting 2024 (incl. amendementen en Nota’s van Wijziging) en de begroting 2025.Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024 (inclusief NvW en amendementen)12.715.90110.871.39512.745.70012.323.82013.301.9335.729.312Incidentele suppletoire begroting20.00024.00065.00020.00063.0008.000Eerste suppletoire begroting mutaties1.514.1651.071.745170.463‒ 480.471‒ 1.526.4266.401.005Eerste suppletoire begroting EZK14.250.06611.967.14012.981.16311.863.34911.838.50712.138.317Herverkaveling Groningen5‒ 2.996.258‒ 2.488.275‒ 1.202.337‒ 1.045.104‒ 258.503Herverkaveling Klimaat en Groene Groei1,2,4,5‒ 5.173.893‒ 6.330.300‒ 6.321.119‒ 6.421.621‒ 6.338.527Eerste suppletoire begroting EZ14.250.0663.796.9894.162.5884.339.8934.371.7825.541.287Belangrijkste mutatiesUitfaseren Nationaal Groeifonds (HLA)‒ 180.000‒ 730.000‒ 1.200.000‒ 980.000‒ 2.375.000Taakstelling Subsidies EZ (HLA)1,2,3‒ 11.467‒ 24.193‒ 34.264‒ 51.456‒ 45.499Taakstelling Apparaat (HLA)1,2,3,40‒ 22.023‒ 41.632‒ 62.232‒ 78.876‒ 87.292Verlaging Fonds Onderzoek Wetenschap (HLA)1,2,3‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200Taakstelling non-ODA middelen (HLA)1,2‒ 834‒ 1.370‒ 2.024‒ 2.703‒ 2.915Korting Specifieke Uitkeringen EZ (HLA)2‒ 896Invest NL blended finance (HLA)30100.000100.00050.000Invest NL Beschermingsvoorziening economische veiligheid (HLA)325.00025.000Afboeken voedingsartikel Nationaal Groeifonds6‒ 208.855‒ 393.158‒ 733.509‒ 617.167‒ 913.405‒ 949.684Kasschuiven Regulier‒ 621.64630.259‒ 26.264104.66840.078124.484Kasschuiven Klimaatfonds‒ 1.309.195‒ 1.000‒ 2.0005.0005.0005.000Kasschuiven Nationaal Groeifonds‒ 802.664‒ 29.230287.35844.7558.38153.000Overige mutaties62.18062.362‒ 57.063‒ 37.812‒ 26.425‒ 1.620Stand ontwerpbegroting 202511.369.8863.251.6982.932.8192.615.6172.397.1762.236.561ToelichtingIncidentele suppletoire begrotingVóór de eerste suppletoire is een Incidentele suppletoire begroting (ISB) aan uw Kamer gestuurd voor Maatwerkfinanciering CO2-reductie Verduur­zaming Industrie (totaal € 200 mln).Eerste suppletoire begroting mutatiesIn de eerste suppletoire begroting 2024 zijn verschillende mutaties verwerkt. De belangrijkste waren: het openstellen van de Indirecte Kosten Compensatie ETS (€ 186 mln), toevoegen van de eindejaarsmarge op Klimaatfondsmiddelen (€ 421 mln), ramingsbijstelling SDE-domein (totaal van € 4,7 mld), ramingsbijstelling schade en versterken (totaal van € 648 mln) en het toevoegen van de loon- en prijsbijstelling (totaal van € 1,2 mld).25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Herverkaveling Groningen Door het Kabinet-Schoof is besloten dat Herstel Groningen onder wordt gebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarom zijn de middelen overgeheveld naar de begroting van BZK.Herverkaveling Klimaat en Groene Groei Door het Kabinet-Schoof is besloten dat een nieuw ministerie wordt opgericht, namelijk het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit heeft geleid tot een afsplitsing van middelen van die oorspronkelijk onderdeel waren van de EZK-begroting. Op de EZK-begroting waren dit de middelen op het beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering), de middelen voor Verduurzaming industrie (onderdeel van beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid) en de middelen die samenhangen met mijnbouw (onderdeel van beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief). In deze reeks zijn ook de aandelen van KGG in de taakstellingen verwerkt. Dit zijn korting SPUKS, prijsrisicobuffer 10% SDE, en subsidietaakstelling.Uitfaseren Nationaal Groeifonds (HLA) In het Hoofdlijnenakkoord (HLA) is besloten tot uitfasering van het Nationaal Groeifonds (NGF). De afspraken van de rondes 1 t/m 3 worden nagekomen; de middelen voor ronde 4 en 5 komen te vervallen. Hiermee wordt in totaal € 6,8 mld bezuinigd, waarvan € 5,5 mld in de meerjarenperiode t/m 2029.Taakstelling Subsidies EZ (HLA) In het HLA is afgesproken om Rijksbreed € 1 mld structureel te bezuinigen op subsidies. Het totaal van de taakstelling voor het voormalige EZK loopt op tot € 174 mln in 2029, waarvan € 45 mln voor EZ. Sommige regelingen zijn ontzien, waaronder instrumenten met Europese cofinanciering en of instrumenten waarop wordt bezuinigd vanwege andere maatregelen in het HLA. Bij Voorjaarsnota 2025 vindt mogelijk een heroverweging plaats van de invulling op basis van dan actuele inzichten en prioriteiten.Tabel 3 Invulling Maatregel 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreed (HLA)bedragen in € miljoenen20252026202720282029EZ-begroting‒ 11,5‒ 24,2‒ 34,3‒ 51,5‒ 45,5Artikel 1‒ 0,6‒ 1,3‒ 3,6‒ 3,5‒ 2,7Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties‒‒ 0,2‒ 0,5‒ 0,4‒Digital trust centre‒‒ 0,2‒ 0,2‒ 0,2‒EU­cofinanciering Digital Europe‒‒‒‒ 1,0‒ 1,6Cyber security‒ 0,1‒ 0,2‒ 1,3‒ 0,6‒ 0,3ICT beleid‒ 0,2‒ 0,4‒ 1,0‒ 0,8‒ 0,3CSIRT - DSP‒ 0,3‒ 0,4‒ 0,6‒ 0,6‒ 0,6Artikel 2‒ 10,4‒ 22,7‒ 30,4‒ 47,5‒ 42,3MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)‒‒ 7,1‒ 10,7‒ 14,3‒ 8,4Bevorderen ondernemerschap‒‒ 3,2‒ 3,8‒ 6,0‒ 3,5Topsectoren overig‒ 2,9‒ 1,9‒ 9,9‒ 19,1‒ 21,3Cofinanciering EFRO incl. Interreg‒‒ 5,0‒‒‒Bijdrage aan ROM's‒‒ 2,4‒ 2,9‒ 3,8‒ 2,3Invest-NL‒‒ 2,5‒ 3,0‒ 4,0‒ 2,4Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI‒ 7,6‒‒‒‒IPCEI Cloudinfrastructuur en services‒‒‒‒‒ 1,5IPCEI Micro elektronica‒‒‒‒‒ 2,8Ruimte voor economie / bedrijventerreinen‒‒ 0,4‒‒‒26Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 bedragen in € miljoenen20252026202720282029Overig‒‒ 0,2‒ 0,2‒ 0,2‒ 0,1Artikel 40‒ 0,5‒ 0,2‒ 0,3‒ 0,5‒ 0,5Overig apparaat EZ/KGG‒ 0,5‒ 0,2‒ 0,3‒ 0,5‒ 0,5Aandeel KGG-begroting‒ 26,0‒ 66,0‒ 99,0‒ 170,0‒ 129,0Totaal‒ 37,5‒ 90,2‒ 133,3‒ 221,5‒ 174,5Taakstelling Apparaat (HLA) In het HLA is afgesproken om € 1 mld structureel te bezuinigen op de apparaatsuitgaven van de ministeries. De taakstelling start in 2025 en loopt voor het voormalige ministerie van EZK op tot € 91 mln in 2029. Een deel van de apparaatstaakstelling wordt ingevuld op basis van een efficiencykorting van 0,5% per jaar, oplopend tot 2,5% in 2029. Daarbij worden ook de uitvoeringsorganisaties van EZ en KGG meegenomen. In totaal wordt langs deze weg € 24,6 mln bezuinigd op de bijdragen van EZ en KGG aan uitvoe­ringsorganisaties. Deze kortingen zijn verwerkt in de ontwerpbegrotingen van EZ en KGG. Het resterende bedrag dat oploopt naar € 66,3 mln in 2029, is in mindering gebracht op het centrale apparaatsartikel van EZ (artikel 40), in afwachting van een nadere verdeling van deze taakstelling over EZ en KGG. Aansluitende tabel geeft het overzicht van de taakstelling en hoe deze verwerkt is in de Ontwerpbegroting 2025.Tabel 4 Invulling Maatregel 26. Terugdraaien groei appraat Rijksoverheid (HLA)Verwerking apparaatstaakstelling (bedragen in € miljoenen)20252026202720282029A. Taakstelling apparaat EZ en KGG22,943,364,681,990,9B. Efficiencykorting uitvoering (0,5% p.j.)5,310,315,320,224,6wv. diensten (CPB, SodM, ACM), adv.raad WKR0,81,52,32,93,4wv. agentschappen (RVO, RDI, DICTU en NEa)1,53,14,55,97,4wv. ZBO's/RWT's (TNO, CBS, KvK en RvA)2,95,88,611,413,8C. Resterende taakstelling EZ/KGG (=A-B)17,632,949,361,766,3Verdeling efficiencykorting over EZ en KGG (bedragen in € miljoenen)20252026202720282029Efficiencykorting uitvoering (0,5% p.j.)5,310,315,320,224,6wv. verwerkt in de EZ-begroting4,48,713,017,221,0wv. verwerkt in de KGG-begroting0,81,62,43,03,6Verlaging Fonds Onderzoek Wetenschap (HLA) In het HLA is afgesproken om cumulatief € 1,05 mld te bezuinigen op het Fonds Onderzoek en Wetenschap (O&W). Het voormalige EZK heeft in 2022 middelen uit dit fonds gekregen voor (cofinanciering van) Europese Partner­schappen en de Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO). De taakstelling wordt daarom naar rato verdeeld over EZ en OCW. Dit resulteert in een bezuiniging van € 25,2 mln per jaar van 2025 tot en met 2029 op de betreffende posten op de EZ-begroting.Taakstelling non-ODA middelen (HLA) In het HLA is afgesproken om te bezuinigen op non-ODA budget (Official Development Assistance) vanaf 2025, oplopend tot € 100 mln in 2029. Voor het voormalige EZK betekent deze taakstelling dat er (oplopend per jaar, tot aan 2029) tot € 6 mln wordt bezuinigd op deze budgetten. Het non-ODA budget bestaat voor het grootste deel uit het budget voor het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Innovatie Attaché Netwerk (IAN); daar wordt oplopend tot € 5,6 mln in 2029 op bezuinigd.27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Korting Specifieke Uitkeringen (HLA) In het HLA is afgesproken om Rijksbreed de specifieke uitkeringen te verlagen met 10%. Dit leidt op de voormalige EZK-begroting tot een bezuiniging oplopend tot € 89 mln in 2029. Het overgrote deel van de taakstelling landt op de begroting van KGG. Deze mutatie is het EZ-aandeel.Invest NL blended finance (HLA)Uit het IBO bedrijfsfinanciering is gebleken dat er kansen zijn voor Invest-NL om haar huidige taak breder te in te vullen om hiermee beter knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren, in het bijzonder bij hoog-risico-projecten met hoge maatschappelijke baten waar de rendements­doelstelling van Invest-NL knellend kan werken. Met deze blended finance faciliteit krijgt Invest-NL de mogelijkheid om effectiever te investeren in de doorgroei van risicovolle startups en scaleups en daarmee de opschaling van belangrijke innovaties. Invest NL Beschermingsvoorziening economische veiligheid (HLA)Onze gereedschapskist om dreigingen tegen de nationale veiligheid het hoofd te bieden is goed gevuld. Een krachtig laatste redmiddel als de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid mag daarin niet ontbreken. Verhoogde geopolitieke spanningen vergroten echter de druk op de Beschermingsvoorziening. Daarom verruimen we de huidige voorziening van € 100 miljoen naar € 150 miljoen. Zo blijft het instrument de komende tijd voldoende slagvaardig mocht nood aan de man zijn.Afboeken voedingsartikel Nationaal Groeifonds Het voedingsartikel voor fondsbegrotingen wordt per direct afgeschaft, omdat de systematiek van een fondsbegroting gelijk wordt gesteld aan die van een departementale begroting. Dit heeft ertoe geleid dat artikel 6 Bijdrage aan het Nationaal Groeifonds van de EZ-begroting (hoofdstuk XIII) leeg is geboekt.Kasschuiven Regulier Deze reeks bestaat uit de reguliere kasschuiven op de EZ begroting. De grootste zijn KVK (€ 35 mln) en het herijken van het Toekomstfonds (€ 363 mln). Bij het Toekomstfonds is, voor het gehele artikel, gekeken hoe het kasbudget in een beter ritme kan worden gezet. Dat heeft geleid tot verschil­lende kasschuiven op Fund To Fund (€ 73 mln), SEED (€ 63 mln), ETCI (€ 68 mln) en Innovatiekrediet (€ 54 mln). Het bedrag in 2024 is hoog omdat hier nog de kasschuiven voor KGG inzitten, de begroting KGG gaat 1 januari 2025 in daarom vindt het eerste jaar van de kasschuif plaats op deze begroting. De toelichting op deze kasschuiven is terug te vinden in de KGG begroting.Kasschuiven Klimaatfonds In deze reeks zitten de kasschuiven voor het Klimaatfonds op de EZ begroting, er is o.a. voor Qredits (€ 7 mln) en voor Actieplan Groene en Digitale banen (€ 10 mln) geschoven. Voor Actieplan Groene en Digitale banen wordt met deze kasschuif de middelen in het goede ritme gezet om de juiste beschikkingen uit te zetten. Het bedrag in 2024 is hoog omdat hier nog de kasschuiven voor KGG inzitten, de begroting KGG gaat 1 januari 2025 in daarom vindt het eerste jaar van de kasschuif plaats op deze begroting. De toelichting op deze kasschuiven is terug te vinden in de KGG begroting.Kasschuiven Nationaal Groeifonds In deze reeks zitten de kasschuiven voor het Nationaal Groeifonds, er is o.a. geschoven op het voedingsartikel (€ 363 mln), Quantumdelta (€ 74 mln) en 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 kleinere kasschuiven. De grootste kasschuif is voor het fonds zelf, hier wordt het kasbudget voor de voorwaardelijke projecten en reserveringen in een beter ritme gezet.Overige mutaties Deze reeks bestaat uit overboekingen met andere departementen, technische mutaties en interne overboekingen.Tabel 5 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024 (inclusief NvW en amendementen)5.789.7655.351.3334.924.3227.856.3466.229.5191.920.000Belangrijkste mutatiesEerste sup mutaties78.832‒ 1.126.648‒ 415.399‒ 561.377‒ 1.060.4862.454.231Eerste suppletoire begroting EZ5.868.5974.224.6854.508.9237.294.9695.169.0334.374.231Herverkaveling Groningen5‒ 1.708.584‒ 2.103.850‒ 1.848.001‒ 876.405‒ 752.209Herverkaveling Klimaat en Groene Groei1,2,4,5‒ 1.898.558‒ 2.113.569‒ 5.218.669‒ 4.053.237‒ 3.398.237Eerste suppletoire begroting EZ5.868.597617.543291.504228.299239.391223.785Ramingsbijstelling ETS450.000Bijstelling ontvangsten Mijnbouwwet580.000Bijstelling Dividenduitkering EBN5400.000Frequentieveilingen1147.427Tegemoetkoming Vaste Lasten276.70056.600Corona overbruggingslening32.412‒ 204.496143.117Kasschuiven‒ 24.600‒ 21.800‒ 30.000‒ 23.000‒ 23.000187.400Overige mutaties195.90029.38929.81630.08224.54225.424Stand ontwerpbegroting 20256.719.736497.336491.037235.381240.933436.609ToelichtingEerste suppletoire begroting mutaties Bij de eerste suppletoire begroting 2024 zijn verschillende mutaties verwerkt. De belangrijkste waren: ramingsbijstelling ontvangsten NAM (totaal € 2,31 mld), negatieve bijstelling Dividenduitkering EBN (€ 1,98 mld), en een negatieve bijstelling ETS- ontvangsten (€ 4,30 mld).Herverkaveling Groningen Door het Kabinet-Schoof is besloten dat de budgetten voor het herstel in Groningen onder worden gebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarom zijn de middelen overgeheveld naar de begroting van BZK.Herverkaveling Klimaat en Groene Groei Door het Kabinet-Schoof is besloten dat een nieuw ministerie wordt opgericht, namelijk het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit heeft geleid tot een afsplitsing van middelen die oorspronkelijk onderdeel waren van de EZK-begroting. Op de EZK-begroting waren dit de middelen op het beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering), de middelen voor Verduurzaming industrie (onderdeel van beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid) en de middelen die samenhangen met mijnbouw (onderdeel van beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief).29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Ramingsbijstelling ETSDe gestegen ETS1-prijs en, vanaf 2027, de toevoeging van de veilingin­komsten van de ETS2 opt-in leiden tot hogere verwachte veilinginkomsten. De verwachte veilinginkomsten voor 2025 vallen per saldo lager uit wegens een sterker dan verwacht effect van de marktstabiliteitsreserve.Bijstelling ontvangsten MijnbouwwetDeze post bestaat uit winstaandelen van de vergunninghouders voor gaswinning, cijns (heffing van een percentage van deomzet) en oppervlak­terecht. Een deel van deze ontvangsten zijn het gevolg van de vergoeding die NAM ontvangt op basis van het Norg akkoord.Bijstelling Dividenduitkering EBNKGG ontvangt dividend van EBN over het geconsolideerde nettoresultaat. De verwachte winst van GasTerra, die voor 40% bij EBN terechtkomt, heeft een effect op de verwachte ontvangsten.Frequentieveilingen Dit betreft met name de ontvangsten van de veiling van de frequenties voor de landelijke 5G-netwerken die in de zomer van 2024 heeft plaatsgevonden. Hiermee is in totaal € 174,4 mln opgehaald.Tegemoetkoming Vaste Lasten Voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten is er in 2025 en 2026 budget benodigd ivm het afhandelen van lopende beroep- en bezwaarzaken bij RVO. Gegrondverklaring van deze zaken hebben tot gevolg dat onderne­mingen met terugwerkende kracht TVL-subsidie moeten ontvangen. Bij de beleidsbrief/VJN is voor 2024 generale middelen beschikbaar gesteld. Om te zorgen dat RVO in het begin van 2025 en in 2026 budget beschikbaar heeft wordt er budget opgevraagd voor 2025 en 2026. De verwachting is dat een groot deel van de beroepszaken in 2025 zullen worden afgehandeld. Echter, dit betekent niet dat alle beroepszaken in 2025 zijn afgehandeld. Hierdoor hebben zij een derde van het kas- en verplichtingenbudget genomen van 2025. Dit komt neer op 10 miljoen euro. Zij verwachten dat wij hiermee voldoende dekking zullen hebben voor 2026, mits er geen grote impactvolle beroepszaken gegrond zullen gaan in 2026.Corona overbruggingslening Deze ontvangsten zijn bijgesteld, ze worden met 58 mln verlaagd (doordat bedrijven failliet gegaan zijn), daarnaast worden ze ook in een nieuwe ritme gezet.KasschuivenDeze reeks bestaat uit de reguliere kasschuiven op de EZ begroting. Dit zijn twee kasschuiven op het Toekomstfonds, Fund to Fund (€ 119 mln) en DVI II (€ 68 mln). Bij het Toekomstfonds is, voor het gehele artikel, gekeken hoe het kasbudget in een beter ritme kan worden gezet. Het bedrag in 2024 is hoog omdat hier nog een kasschuif voor KGG inzit, de begroting KGG gaat 1 januari 2025 in daarom vindt het eerste jaar van de kasschuif plaats op deze begroting. De toelichting op deze kasschuiven is terug te vinden in de KGG begroting.Overige mutatiesDeze reeks bestaat uit overboekingen met andere departementen, technische mutaties en interne overboekingen.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OpenbaarheidsparagraafDit is de openbaarheidsparagraaf bij de begroting voor 2025 van het Ministerie van EZ en de bijbehorende dienstonderdelen.35 De paragraaf komt voort uit het besluit tot actieve openbaarmaking van informatie, de plannen ter verbetering van de informatiehuishouding en artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo). We beschrijven hoe de middelen voor de verbetering van de informatiehuishouding en het transparanter maken van de organisatie worden ingezet en welke initiatieven daarvoor in gang worden gezet.ContextOpenbaarheid en transparantie liggen aan de basis van het vertrouwen van de maatschappij in de overheid. Als EZ willen we hierin dan ook verdere stappen zetten door het handelen van het ministerie inzichte­lijker te maken en meer openheid en transparantie hierover te creëren. De invoeringstoets van de Woo en publicaties van onder andere het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding en de Open State Foundation laten zien dat dit geen gemakkelijke opgave is. De afhandeling van Woo-verzoeken binnen de termijnen blijkt niet altijd haalbaar. De uitdaging daarbij is om enerzijds te voldoen aan de verwachtingen van de samenleving en anderzijds de uitvoerbaarheid niet uit het oog te verliezen. We werken samen met de andere ministeries en overheden aan het optima­liseren van het Woo-proces en een betere uitvoerbaarheid van de Woo. Een goede uitvoering van openbaarmakingsverplichtingen vereist ook een informatiehuishouding die op orde is. Hier ligt een verantwoordelijkheid bij de bedrijfsvoering van het ministerie om de juiste randvoorwaarden te scheppen, maar ook bij iedere ambtenaar om overheidsinformatie juist op te slaan en te bewaren. Dit komt onder andere naar voren in de gewijzigde ambtseed/belofte waarin iedere ambtenaar zweert of belooft om bij te dragen aan een open overheid en zorgvuldig om te gaan met informatie.Verbetering van de informatiehuishoudingHet op orde zijn van de informatiehuishouding (IHH) is randvoorwaardelijk om te kunnen voldoen aan de wettelijke openbaarmakings- en archiverings­verplichtingen. Hier wordt in 2025 verder op ingezet. EZ heeft de ambitie om in 2027 informatie volledig, betrouwbaar en duurzaam toegankelijk te krijgen en te houden.–Groeiplan IHH. Het doel van EZ is om in 2026 bij de jaarlijkse volwas­senheidsmeting van de IHH een score van 3,0 te behalen. Hiervoor is een groeiplan met activiteiten voor elke actielijn van Open op Orde ontwikkeld. Hieronder wordt per actielijn beschreven welke stappen worden gezet.–Informatieprofessionals. Binnen EZ werken we aan een betere inbedding van de informatieprofessionals in de organisatie en aan gedrags­verandering bij medewerkers. Dit gebeurt aan de hand van een IHH-organisatieontwerp, dat inzicht geeft in welke expertises en infor­matieprofessionals er structureel nodig zijn voor een goed functione­rende IHH-keten. Daarnaast wordt met een strategisch opleidings- en veranderplan gezorgd dat de kennis en kunde van deze informatie­professionals op peil blijft. Met bewustwordingscampagnes worden medewerkers gewezen op het belang van IHH en worden zij aan de hand genomen om hun gedrag hierin te veranderen.35 De volgende dienstonderdelen schrijven een eigen openbaarheidsparagraaf: Kamer van Koophandel.31Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 –Volume en aard van de informatie. Het volume van de te verwerken informatie binnen de organisatie neemt exponentieel toe. Met behulp van informatiebeheerplannen wordt duidelijk waar informatie te vinden is, wie er toegang toe hebben en hoe er voor de informatie gezorgd wordt. Daarbij kijken we ook naar een goede standaardindeling van de mappenstructuur en zoekprotocollen om de vindbaarheid van informatie te waarborgen. Met een beheerplan zorgen we ervoor dat de juiste informatie bewaard blijft en dat informatie die niet bewaard hoeft te worden, vernietigd wordt.–Informatiesystemen. Om ervoor te zorgen dat de ICT-systemen die we bij EZ in gebruik hebben zo goed mogelijk passen bij onze werkprocessen en de organisatie, werken we aan een doel-, applicatie-, proces- en informatiearchitectuur. Zo worden medewerkers beter ondersteund in hun werk.–Bestuur en naleving. We willen dat duidelijk is wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de IHH en hoe gestuurd kan worden op het behalen van de gewenste resultaten. Daarom wordt een kwaliteitssysteem ontwikkeld waarin is vastgelegd aan welke eisen de IHH moet voldoen. De informatie die nodig is om te kunnen sturen, komt beschikbaar in een IHH-dashboard.Openbaarmaking – passief en (pro)actiefIn 2025 werken we verder aan het terugdringen van de afhandeltermijnen van Woo-verzoeken en de invulling van de verplichtingen tot openbaar­making uit eigen beweging (actieve openbaarmaking). Begin 2024 is het principebesluit genomen om de thema’s Woo en openbaarheid bij EZ centraler te organiseren. Bij het organiseren van openbaarmaking binnen EZ is ook aandacht voor de dwarsverbanden tussen passieve, verplichte actieve en proactieve openbaarmaking. Het doel daarbij is om alle processen en onderliggende organisatorische aspecten zoveel mogelijk te harmoniseren.–Passieve openbaarmaking. In 2025 gaan we bij het beantwoorden van Woo-verzoeken gerichter werken met specialisten (informatie-, zoek & vind-specialisten en Woo-regisseurs). Ook gaan we aan de slag met acties die zien op verbetering en versnelling van het Woo-proces, zoals het meer gebruik maken van tooling en AI en verbeteren van contact met verzoekers. Daarnaast worden de maatregelen die zijn aangekondigd als reactie op de invoeringstoets Woo vertaald naar de organisatie.–Actieve openbaarmaking van 17 informatiecategorieën. In 2025 werken we verder aan het openbaar maken van de 17 categorieën uit artikel 3.3 van de Woo. De belangrijkste focus is het goed aansluiten van de informatie op een generiek rijksbreed publicatieplatform zodat informatie snel en goed te vinden is voor de burger. We werken samen met de andere ministeries om dit platform te realiseren.–Actieve openbaarmaking als inspanningsverplichting. Om beter aan de informatiebehoefte van de samenleving te kunnen voldoen, maken we bij EZ steeds meer dossiers uit eigen beweging openbaar. We willen het proces van actieve openbaarmaking op grond van artikel 3.1 Woo voor EZ zoveel mogelijk harmoniseren. Daarom stellen we in 2025 een richtlijn vast die duidelijk maakt hoe we bij EZ invulling geven aan deze inspanningsverplichting tot openbaarmaking. De richtlijn maken we op basis van eerder opgedane ervaringen met proactieve openbaarmaking, zowel binnen EZ als interdepartementaal.32Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 –Beslisnota’s. EZ maakt beslisnota’s bij kamerstukken volgens de richtlijnen openbaar. Op basis van de conclusies van het onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de openbaarmaking van beslisnota’s wordt gekeken of deze werkwijze moet worden aangepast.Overkoepelende activiteitenNaast de acties die we inzetten op het verbeteren van de informatiehuis­houding en op het vlak van openbaarmaking, werken we ook aan overkoe­pelende activiteiten die raken aan deze thema’s en/of deze ondersteunen.–Netwerk informatiehuishouding, openbaarmaking en transparantie. Specifiek voor medewerkers die betrokken zijn bij openbaarmaking en informatiehuishouding worden themabijeenkomsten georganiseerd ter bevordering van verbinding, kennisdeling, training, ontwikkeling en samenwerking.–Leerlijnen en gedragsverandering. De leerlijnen IHH en Openbaarheid zijn bedoeld voor medewerkers en leidinggevenden bij EZ. Doel van deze leerlijnen is het borgen van een doorlopend opleidingsaanbod binnen de organisatie zodat medewerkers beschikken over voldoende kennis en vaardigheden over informatiehuishouding en openbaarheid en dit toepassen in hun werk. De leerlijnen worden ontwikkeld op basis van de vereiste kennis, vaardigheden en het benodigde gedrag om op een open en transparante manier te werken.–Maatschappelijke correspondentie. Openbaarheid gaat ook over hoe wij als overheid in contact staan met de samenleving. Bijvoorbeeld via telefonische vragen, whatsappberichten, e-mails en brieven. Op vragen en opmerkingen vanuit de samenleving willen wij zo goed mogelijk reageren. Het uitgangspunt daarbij is dat de behoefte van de maatschappij centraal staat. In 2025 willen we vaker telefonisch contact opnemen met vraagstellers om zo sneller duidelijkheid te krijgen over hun informatiebehoefte. Daarnaast wordt op basis van de uitkomsten van een pilot onderzocht of het mogelijk is om de beschikbare informatie op rijksoverheid.nl aan te passen naar aanleiding van de vragen die aan EZ worden gesteld.Financiële toelichtingBovenstaande activiteiten worden deels gefinancierd uit de POK-gelden en Woo-gelden. Naast deze gelden zijn er eigen/reguliere middelen en capaciteit vanuit de lijnorganisatie en ICT-investeringen. Het totale budget aan POK- en Woo-gelden voor 2025 bedraagt € 23,8 mln, waarvan € 10,1 mln voor de dienstonderdelen.Tabel 6 Financieel overzicht (bedragen x € 1.000)POKWooTotaalKerndepartement2.74611.00013.746Diensten7.5822.49310.075Totaal10.32813.49323.821De bovenstaande bedragen zijn totaalbedragen voor de ministeries van EZ, KGG en LVVN. Deze ministeries worden op de thema’s IHH en openbaar­making bediend door één werkorganisatie.33Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Strategische Evaluatie AgendaConform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Voorheen waren beleidsdoorlich­tingen primair gericht op de doorlichting van afzonderlijke begrotingsarti­kelen; in de SEA staan tegenwoordig de beleidsthema’s van de missie van EZ centraal. Daarmee komt het vizier meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema (zoals energietran­sitie of innovatie) en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Met de SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen benut worden om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt.Strategische Evaluatie Agenda (SEA)De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s die het merendeel van de EZ-begroting afdekken. Hierbij is met name ingegaan op onderdelen waar geen recente beleidsdoorlichting of ander integraal onderzoek is ingepland/uitgevoerd en waar behoefte is aan nader inzicht. Deels gaat het om het verbeteren van methoden van onderzoek en opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatre­gelen. In bijlage 6 wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt.Tabel 7 Strategische Evaluatie AgendaThemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsGoed functionerende (digitale) economie en marktenPeriodieke Rapportage2027Te starten1Toelichting met stand van inzicht:De beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZ-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat het synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre beleid heeft bijgedragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor de periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. In bijlage 6 wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.Steun- en herstelbeleid CoronaPeriodieke Rapportage2025Te startenDit beleid diende ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij wordt samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement heeft de verantwoordelijkheid voor de eigen maatregelen.2 en 3Toelichting met stand van inzicht:De overheid meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. Eind 2020 verstuurden de ministers van Financiën (FIN), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een Kamerbrief met daarin een eerste uitwerking van de evaluatieplanning (Kamerstuk 35 420, nr. 227). Over de voortgang van de monitorings- en evaluatieactiviteiten is de Kamer in de afgelopen jaren jaarlijks geïnformeerd door middel van updates in Kamerbrieven en de Strategische Evaluatieagenda’s van de departementen. Hiernaast heeft het CPB in 2021 een eerste analyse van macro-economische effecten opgeleverd (Kamerstuk 35 420, nr. 453). Gezien de budgettaire omvang en de maatschappelijke impact van de steunmaatregelen wordt door de ministeries FIN, EZ en SZW ook een gezamenlijke synthesestudie uitgevoerd op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. De synthesestudie zal zich richten op de grootste steunmaatregelen (TVL/TOGS, NOW, TOZO en belastinguitstel). Deze vier genoemde regelingen zullen bezien worden in relatie tot het totale steunpakket. De uitkomsten van de monitorings- en evaluatiestudies van de overige steunmaatregelen zullen daarom worden meegenomen voor zover deze beschikbaar zijn. Centraal bij deze synthese staat de vraag hoe doeltreffend en doelmatig de opeenvolgende steunpakketten als geheel zijn geweest. Tevens kijken we wat de belangrijkste lessen en eventuele onbedoelde neveneffecten zijn op basis van de individuele evaluaties. De studie wordt 2025 naar de Kamer gestuurd (zie Kamerstuk 35 420, nr. 532; plan van aanpak synthesestudie coronasteunmaatregelen). In bijlage 6 wordt ingegaan op de stand van kennis, kennisbehoefte en 34Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsevaluatieplanning van de belangrijkste maatregelen die door EZ zijn opgesteld. Vanwege de aard van diverse EZ-coronamodules (o.a. leningen en garanties met een langere looptijd) zullen de evaluaties hiervan later dan de synthesestudie en zoveel mogelijk gezamenlijk plaatsvinden.OndernemerschapPeriodieke Rapportage2025Te starten2 en 3Toelichting met stand van inzicht:In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Daarnaast vindt in 2024 ook een meta-evaluatie van het kapitaalmarktinstrumentarium plaats. De conclusie van de vorige meta-valuatie was dat het deel van de beleidsmix dat de toegang tot kapitaalmarktfinanciering beoogt te vergroten (met garanties en kredietenfaciliteiten) er in slaagt additionaliteit bij de ondersteunde bedrijven te realiseren. Bedrijven verwerven op de kapitaalmarkt additionele financiering voor hun bedrijfsactiviteiten, die zonder overheidsondersteuning niet verworven zouden zijn. Op het terrein van de fiscale ondernemerschapsbevordering is relatief weinig bekend over de additionaliteit. In 2024 wordt een nieuwe evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze instrumenten afgerond. Dialogic stelde eerder vast dat additionaliteit niet aannemelijk lijkt op het terrein van fiscale ondernemerschapsstimulering, in de zin dat het niet bijdraagt aan meer innovatie en ondernemersgroei. Deze instrumenten richten zich echter niet louter op innovatiebevordering, maar zijn ook bedoeld om ondernemerschap in algemene zin te bevorderen. De evaluatieplanning is er op gericht om in 2025 een nieuw synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) te doen naar de thema’s op het gebied van ondernemerschap. Beoogd is dat in de periodieke rapportage bestaande uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van afzonderlijke beleidsinstrumenten, alsmede het doelgroepbereik in kaart worden gebracht. Vervolgens zal in de periodieke rapportage het niveau van afzonderlijke instrumenten overstegen dienen te worden door de beleidsmix te beoordelen op (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid, mede in relatie tot doelgroepen waar het beleid zich op richt.Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve SamenlevingInnovatiebeleidPeriodieke Rapportage2025Te starten2 en 3Toelichting met stand van inzicht:In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Innovatie is van groot belang voor het welzijn en de welvaart van alle Nederlanders. Het beeld dat uit de evaluaties naar voren komt over de beleidsmix van het bedrijvenbeleid bevestigt in grote lijnen het beeld dat ook al de voorgaande beleidsdoorlichting naar voren is gekomen. Van instrumenten die zich direct richten op R&D- en innovatiebevordering (Innovatiekrediet, WBSO, Innovatiebox, MIT en SBIR) is het aannemelijk dat de interventies doeltreffend zijn. Vooral voor de fiscale innovatiestimulering (WBSO) en ook voor de Innovatiekredieten zijn substantiële additionele effecten van het beleid vastgesteld. Ook van de innovatiemaatregelen die zich richten op kennisoverdracht tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven en op publiek-private onderzoeksamenwerking (PPS, zoals de TKI’s), een kerndoel van het beleid en een belangrijk middel om innovaties tot stand te laten komen, is het aannemelijk dat ze in meer of mindere mate additionaliteit realiseren, zo laten de evaluaties zien. De evaluatieplanning is erop gericht om in 2025 opnieuw een synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) uit te kunnen voeren voor het thema innovatie. Beoogd is dat in de periodieke rapportage bestaande uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van afzonderlijke beleidsinstrumenten, alsmede het doelgroepbereik in kaart worden gebracht. Vervolgens zal in de periodieke rapportage het niveau van afzonderlijke instrumenten overstegen dienen te worden door de beleidsmix te beoordelen op (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid, mede in relatie tot doelgroepen waar het beleid zich op richt.Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve SamenlevingVoor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en doorlich­tingen, zie: Jaarverslag EZK 2023, bijlage 3: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek. Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfinanciën.nl.35Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Overzicht risicoregelingenTabel 8 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitstaande Garanties 2023Geraamd te verlenen 2024Geraamd te vervallen 2024Uitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande Garanties 2025Garantie­plafondTotaal plafondArtikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiBMKB1.300.797765.000423.6971.642.100765.000423.6971.983.403765.000BMKB-Corona103.53882.91720.62110.31010.311735.000Garantie Ondernemingsfinanciering213.304400.00091.000522.304400.00091.000831.304400.000Garantie Ondernemingsfinanciering Corona57.01319.00038.01319.00019.0132.100.000Groeifaciliteit51.02985.0008.680127.34985.0008.680203.66985.000Klein Krediet Corona garantieregeling25.88814.23511.65311.6458250.000Microkredieten82.38425.00014.33193.05314.33178.722130.000Garantie MKB financiering54.57054.57054.570268.200Totaal1.888.5231.275.000653.8602.509.6631.250.000578.6633.181.0001.250.0003.483.20036Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 9 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitgaven 2023Ontvangsten 2023Stand risico­voorziening 2023Saldo 2023Uitgaven 2024Ontvangsten 2024Stand risico­voorziening 2024Saldo 2024Uitgaven 2025Ontvangsten 2025Stand risico­voorziening 2025Saldo 2025Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiBMKB13.76319.969174.0106.20642.22833.000174.010‒ 9.22840.24833.000174.010‒ 7.248BMKB-Corona4.5364372.981‒ 4.49372.981072.9810Garantie Ondernemingsfinanciering5.21770.5095.21711.74513.00070.5091.25511.74513.00070.5091.255Garantie Ondernemingsfinanciering Corona7.4003.850161.529‒ 3.55015.000140.779‒ 15.00015.000140.779‒ 15.000Groeifaciliteit4.6541.78564.132‒ 2.8698.9728.00064.132‒ 9728.9728.00064.132‒ 972Klein Krediet Corona garantieregeling1.00417015.077‒ 83415.077015.0770Microkredieten39539500MKB financiering44822.53244822.532022.5320Totaal31.35731.877580.77052077.94554.000560.020‒ 23.94575.96554.000560.020‒ 21.96537Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ToelichtingArtikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiBorgstelling MKB-kredieten (BMKB)De BMKB biedt zowel banken als niet-bancaire financiers een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (≤ 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond MKB – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).De gemiddelde eenmalige premie voor het borgstellingskrediet bedraagt 4,8%, waarbij de premie afhankelijk is van de looptijd van het krediet. Er zal gedifferentieerd worden tussen de premies voor enerzijds startende en gevestigde bedrijven (gemiddeld 4,65%) en anderzijds voor innovatieve bedrijven (gemiddeld 6,65%). Hierbij wordt de mogelijkheid geboden de premiebetaling gedeeltelijk over de looptijd van het krediet te voldoen. In 2023 is de BMKB (inclusief het groene luik, de BMKB-Groen) met 4 jaar verlengd tot 1 juli 2027. Per 16 maart 2020 was de regeling verruimd met een corona variant dat openstond tot 1 juli 2022.Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is namelijk conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren. Er is ook een begrotingsreserve aangelegd voor de BMKB-Corona en de BMKB-Groen.Klein Krediet Corona (KKC)De garantieregeling KKC was voor kleine ondernemers met kredietaan­vragen van € 10.000 tot € 50.000. Er was een grote kans dat juist dit type bedrijven als gevolg van de coronacrisis extra liquiditeit nodig had, maar hiervoor niet bij een financier terecht kon. De regeling stond open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000,-, die voor de corona­crisis voldoende winstgevend waren en die voor 1 januari 2019 waren ingeschreven bij de KvK. De Staat garandeerde 95% van het kredietbedrag dat kredietinstellingen verstrekken aan mkb-ondernemingen. De Staat ontving een eenmalige premie van 2% voor deze garantie. De kosten die financiers aan de ondernemers mogen doorrekenen als zij gebruik maken van deze garantieregeling was gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Er is een begrotingsreserve voor de KKC en de horizonbepaling van de KKC was 1 juli 2022.Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)De garantieregeling GO is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabili­teits- en continuïteitsperspectieven. De GO is voor nieuwe bankleningen en/of bankgaranties van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 150 mln met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO is door het huidige kabinet structureel gemaakt met een jaarlijks garantieplafond van € 400 mln.38Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Het kredietbeheer ligt primair bij de bank. De bank heeft geen ander belang bij de betaling van rente en aflossing dan de overheid. Naast de 50% garantie van de overheid draagt de bank namelijk zelf eveneens 50% risico. RVO.nl beoordeelt de kredietaanvragen en wijziging van kredieten. Daarnaast is een kredietcommissie met externe deskundigen geïnstalleerd, die de kredietvoorstellen eveneens beoordeelt. De commissie toetst – additioneel aan RVO.nl – het risico van het betreffende voorstel en bij fiattering wordt de premie bepaald op basis van het risico. De premie bestaat in hoofdzaak uit de provisie op de rentemarge voor het debiteuren­risico van de bank, onder aftrek van 0,25% die de bank voor haar beheersac­tiviteiten mag behouden. Andere bronnen van inkomsten zijn bijvoorbeeld afsluitprovisies en fees die ten gunste van bank en overheid komen. Uitgangspunt is dat de GO-regeling kostendekkend is. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar worden afgestort naar dan wel onttrokken aan de begrotingsreserve. De horizonbepaling voor de GO is 1 juli 2025.GO CoronaDe GO was tot en met 31 december 2021 verruimd met een GO-corona­module (GO-C), met als doel te voorzien in de liquiditeitsbehoefte als gevolg van de coronacrisis. In tegenstelling tot de reguliere GO konden landbouwsectoren eveneens aanspraak doen op de GO-C. Met de GO-C konden leningen tot een maximum van € 150 mln worden gegarandeerd, met een staatsgarantie van 90% voor het mkb met een omzet tot € 50 mln en 80% voor het (middel)grootbedrijf met een omzet vanaf € 50 mln.De Staat ontving een garantieprovisie naar rato van het garantiepercentage. Dit is dezelfde provisie als die de financier ontvangt over het niet-gegaran­deerde deel van de lening, onder aftrek van 0,5% die de bank voor haar beheeractiviteiten mag behouden. De afsluitprovisie komt geheel ten goede aan de bank. Deze zal nooit meer bedragen dan 1,0%. Naast de begrotings­reserve is er ook kasbudget gereserveerd voor GO-C. De horizonbepaling van de GO-C was 1 juli 2022.GroeifaciliteitDe regeling Groeifaciliteit helpt bedrijven bij het aantrekken van risico­dragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaat­schappijen aan ondernemingen. De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal. De regeling wordt ook opengesteld voor bedrijven uit de agrosector. Alleen deelnemende financiers kunnen een garantieaanvraag bij de overheid indienen. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen en banken vallen tot maximaal € 25 mln per financier onder de garantieregeling. In totaal kan er voor € 50 mln per bedrijf onder garantie worden gebracht. De garantie van de overheid bedraagt maximaal 50%.Financiers betalen om de garantie te verwerven in ieder geval een eenmalige premie van 1% van het garantiebedrag vooraf en vervolgens een premie van 3% over het uitstaande garantiebedrag. Het uitgangspunt is dat de Groeifaciliteit hiermee kostendekkend is. Deze jaarlijkse premie kan gedurende de looptijd van de garantiemaatregel worden herzien en zo nodig naar boven worden bijgesteld om ervoor te zorgen dat de premies de kosten van de regeling blijven dekken. Een eventueel verschil 39Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar wordt afgestort in de begrotingsreserve. De horizonbepaling voor de Groeifaci­liteit is verlengd (zonder openstelling) tot 1 januari 2025.MKB-financieringIn het kader van het aanvullend actieplan MKB­financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet inmiddels € 268,2 mln aan garanties verstrekt om de funding van nieuwe aanbieders van MKB­financiering mogelijk te maken. Naast alle andere initiatieven en plannen was er behoefte aan nieuwe financiers en nieuwe financieringsmogelijkheden voor het verstrekken van vreemd vermogen aan het MKB. Het vinden van funding hiervoor was echter, bij gebrek aan voldoende track-record van dergelijke financiers, lastig. Met het Aanvullend Actieplan MKB­financiering is er daarom voor goede initiatieven ruimte beschikbaar gesteld om die funding te vereenvou­digen met behulp van een overheidsgarantie. De verstrekte overheidsga­ranties zijn kostendekkend en mogen geen staatssteun inhouden. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven.QreditsEr is een eenmalige garantie verstrekt aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln op de funding van Qredits met € 100 mln voor de verstrekking van micro- en MKB-krediet. Voor deze garantie is een premie van 0,4% verschuldigd. Daarnaast is een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits met een bedrag van € 16,6 mln waarvoor eveneens een premie van 0,4% is verschuldigd. Een garantie van € 25 mln is verstrekt aan het BNG voor € 50 mln funding van Qredits. Qredits is een premie van 0,4% verschuldigd op de garantie. In 2020 is een garantie van € 5 mln aan de CEB verstrekt ten behoeve van de funding van € 10 mln aan Qredits. Voor de CEB-garantie is Qredits een premie van 0,4% verschuldigd.Tabel 10 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)nr.Artikel omschrijvingLeningnemerSaldo 01-07-2024Looptijd lening1Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenBiopartner13.52431-12-20212Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenMARIN6.8071-1-25003Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenMicrokrediet Ned (Qredits)44.6301-4-20454Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenMicrokrediet Ned (SZW)270onbepaald5Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenProvincie Limburg (voorheen LIOF Swentibold)15.88231-12-20236Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenQredits1.7651-2-20267Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenStichting Qredits Microfinanciering47.50015-6-20308Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenB.V. Finance Continuïteit IHC5.0001-1-25009Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenStichting Garantiefonds Reisgelden115.6168-4-202810Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenStichting Qredits Microfinanciering Nederland10.00021-5-202811Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenSticht. Garantiefds. Gespecial. Touroperators (GGTO)75015-12-202640Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 nr.Artikel omschrijvingLeningnemerSaldo 01-07-2024Looptijd lening12Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenStichting Qredits Microfinanciering Nederland5.0001-4-203013Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenVZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.50015-12-202614Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenSmart Photonics Holding B.V.60.00020-2-203315Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemenPhiX B.V.4.54931-12-203316Artikel 3 ToekomstfondsBOM Capital I B.V. (COL1/2)19.57531-12-202617Artikel 3 ToekomstfondsBOM Capital I B.V. (Smart Photonics)20.00030-6-203018Artikel 3 ToekomstfondsBOM Life Science & Health Fund Brabant (Pivot Park)2.00031-12-202219Artikel 3 ToekomstfondsHorizon Flevoland (Col1/2)5.73031-12-202620Artikel 3 ToekomstfondsInnovationQuarter (COL1/2)41.23131-12-202621Artikel 3 ToekomstfondsROM Utrecht Region (COL1/2)9.03931-12-202622Artikel 3 ToekomstfondsNH Inwest (COL1/2)35.71631-12-202623Artikel 3 ToekomstfondsInnovation Quarter6.70031-12-202624Artikel 3 ToekomstfondsImpuls Zeeland (COL1/2)1.67731-12-202625Artikel 3 ToekomstfondsLIOF (COL1/2)10.54531-12-202626Artikel 3 ToekomstfondsNedermaas Hightech Ventures5.54231-12-202327Artikel 3 ToekomstfondsNOM (COL1/2)14.78931-12-202628Artikel 3 ToekomstfondsNWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen)11.10031-12-203229Artikel 3 ToekomstfondsNWO-TTW 20187.20031-12-203030Artikel 3 ToekomstfondsOntwikkelingsmaatschappijOost-Nederland N.V. (COL1/2)31.54031-12-202631Artikel 3 ToekomstfondsParticipatiemij Oost Nederland NV DVI-264.5001-1-203532Artikel 3 ToekomstfondsParticipatiemij Oost Nederland NV DVI-I94.0731-1-203033Artikel 3 ToekomstfondsStW 2014-20153.8081-1-250034Artikel 3 ToekomstfondsStW 2016-20178.2461-1-250035Artikel 3 ToekomstfondsInvest-NL Capital N.V.14.09431-12-204236Artikel 3 ToekomstfondsInvest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund11.05331-12-203837Artikel 3 ToekomstfondsNWO 2022/2023/20241.50031-12-203538Artikel 3 ToekomstfondsInvest-NL Deeptechfonds35.00015-08-2023739Artikel 3 ToekomstfondsEIF European Investment Fund / ETCI21.90031-12-204341Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Toelichting1 BiopartnerDit betreft een in het jaar 2000 verstrekte lening ten behoeve van een startup participatiefonds life sciences. De lening is verlengd tot 31 december 2021 om tot een definitieve afwikkeling te komen. Het doel is om de lening in 2024 afgewikkeld te hebben.2 MARINDe lening van € 6,8 mln is in 2003 tussen de Staat en MARIN vastgelegd in een aangepaste overeenkomst van geldlening, in verband met de in 2003 opgerichte MARIN Stakeholders Association (MSA). In deze overeenkomst is bepaald dat MARIN is vrijgesteld van aflossingsverplichting voor zover de MSA voor ten minste het bedrag van de lening deelnemersovereenkomsten heeft gesloten.3 Microkrediet Nederland (Qredits)Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van micro- en mkbkrediet aan ondernemers.4 Microkrediet Nederland (Qredits SZW)Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van microkrediet aan ondernemers.5 Provincie LimburgDit betreft een lening aan de Provincie Limburg in het kader van Industriepark Swentibold.6 Qredits (pilot achtergestelde leningen fonds)Dit betreft een subsidie met terugbetaalverplichting in het kader van de pilot achtergestelde leningenfonds van Qredits.7 Stichting Qredits microfinancieringDit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan ondernemers.8 B.V. Financiering Continuïteit IHCDit betreft een vergoeding aan de Staat van € 5 mln voor een overbruggings­lening voor de continuiteit van Koninklijke IHC. Deze vergoeding staat voor onbepaalde tijd uit als lening aan B.V. Financiering Continuiteit IHC.9 Stichting Garantiefonds Reisgelden VoucherfondsHet kabinet heeft in 2021 een faciliteit van € 400 mln aan SGR beschikbaar gesteld voor de verstrekking van liquiditeitsleningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.10 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland Corona overbruggingskrediet startersDit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan startende ondernemers ten tijde van de Coronacrisis.11 Stichting Garantiefonds Gespecialiseerde Touroperators (GGTO)Dit betreft een lening aan GGTO in verband met verwacht extra beroep dat bedrijven in de reissector zullen doen op dit garantiefonds ten gevolge van de coronacrisis.42Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 12 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland TOA-kredietDit betreft een lening aan Qredits voor de uitvoering van de TOA-faciliteit. Dit is een faciliteit voor mkb-ondernemers die met gebruikmaking van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), hun bedrijf willen doorstarten in de periode 2021-2024.13 VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.Dit betreft een lening aan VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A. in verband met verwacht extra beroep dat bedrijven in de reissector zullen doen op deze verzekering ten gevolge van de coronacrisis.14 Smart Photonics Holding b.v.Dit betreft een lening aan Smart Photonics als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.15 PhiX B.V.Dit betreft een lening aan Phix B.V. als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.16 BOM Capital I B.V. (COL 1/2)Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.17 BOM Capital I B.V. Smart PhotonicsDit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van de investering in Smart Photonics, een Eindhovense scale-up voor de productie van fotonische chips.18 BOM Life Sciences & Health Fund Brabant (Pivot Park)Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij die in 2013 is verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling van de Life Sciences & Health sector in Noord-Brabant.19 Horizon de Aanjager (COL 2)Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.20 Innovation Quarter (COL 1/2)Dit betreft een lening aan Innovation Quarter voor de investering in Innogenerics B.V. ten behoeve van de overname van de geneesmiddelen fabrikant Apotex.21 Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. (COL 1/2)Dit betreft een lening aan COL RU ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.22 Noord Holland Inwest (COL 1/2)Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord-Holland.23 Innovation QuarterDit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.43Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 24 Investeringsfonds Zeeland B.V. (COL 1/2)Dit betreffen leningen aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.25 LIOF (COL 1/2)Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.26 Nedermaas Hightech VenturesDit betreft een in 2009 aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF verstrekte lening ten behoeve van Nedermaas Hightech Ventures, een nieuw venture-capital fonds dat zich richt op de vroege financiering van hightech start up's in de Provincie Limburg.27 NOM (COL 1/2)Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.28 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2019, 2020 en 2021Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase­financiering.29 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase­financiering.30 Oost NL N.V. (COL 1/2)Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.31 Participatiemij Oost NL N.V. DVI-2Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative II.32 Participatiemij Oost NL N.V. DVIDit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative.33 STW 2014-2015Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase­finan­ciering.34 STW 2016-2017Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase­finan­ciering.35 Invest-NL Capital N.V.Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Alternative Credit Instrument (DACI).36 Invest-NL Capital N.V. Dutch Future FundDit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Future Fund.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 37 NWO 2022/2023/2024Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.38 Invest-NL Capital N.V. DeeptechfondsDit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Deeptechfonds.39 EIF European Investment Fund / ETCIDit betreft een lening aan EIF ten behoeve van European Tech Champions Initiative45Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 3. BeleidsartikelenBeleidsartikel 1 Goed functionerende economie en marktenA. Algemene doelstellingGoed functionerende markten zijn een motor voor economische ontwik­keling, innovatie en brede welvaart. Dit geldt voor zowel de Nederlandse markt als de Europese interne markt. De Europese interne markt levert door de schaalgrootte nieuwe afzetmogelijkheden, de mogelijkheid om meer te specialiseren en voor nieuwe uitdagers de ruimte om snel op te schalen. Het kabinet zet zich daarom nationaal, Europees en internationaal in voor regels en afspraken die ervoor zorgen dat: (1) consumenten keuzevrijheid hebben, (2) bedrijven op een gelijk speelveld opereren en (3) markten open en transparant zijn.EZ zet in op het realiseren van de volgende strategische doelen:–Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten;–Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie;–Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken.1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende marktenDe Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Goed functio­nerende markten die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie.  Een goed functionerende interne markt is niet vanzelfsprekend en staat onder druk vanwege geopolitieke spanningen. Daarnaast staat de interne markt in toenemende mate onder druk door oneerlijke concurrentie van binnen en buiten de EU. Digitalisering en vergroening leiden eveneens tot nieuwe uitdagingen. De rapporten van Letta en Draghi over de staat van de interne markt en concurrentiekracht geven weer wat de uitdagingen zijn voor de interne markt. Via een actieagenda voor de interne markt wordt ingezet op het wegnemen van belemmeringen, het verbeteren van de toepassing van interne-marktregels en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 3437).EZ zet zich in EU-verband sterk in voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten. Hierdoor wordt de concurrentie tussen bedrijven geborgd, het vrije verkeer van diensten en goederen bevorderd en consumenten beschermd. Modern en toekomstbestendig consumentenbeleid draagt bij aan een sterke positie van consumenten, gezonde concurrentie, keuzevrijheid en kwalitatief goede producten en diensten. Goedwerkend mededingingsbeleid is een belangrijke randvoorwaarde voor de economie als geheel en het generieke vestigingsklimaat in Nederland. Het hangt nauw samen met de rest van ons economische beleid en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het mogelijk maken van de complexe transities waar bijvoorbeeld klimaat, energie en digitalisering om vragen. Ook werkt EZ aan goede kaders om aanbestedingen te gebruiken als strategisch beleidsinstrument om doelen 46Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 als duurzaamheid en open strategische autonomie te bevorderen. Ook de waarborg-, normalisatie- en accreditatiestelsels dragen bij aan de hiervóór genoemde doelen.2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economieDe digitale transitie levert ongekende kansen op voor economie en samenleving. Het plukken van de vruchten van de digitale transitie zorgt voor duurzame economische groei en de aanpak van maatschap­pelijke uitdagingen zoals rond onderwijs, zorg, klimaat en vergrijzing. De ambities, doelstellingen en acties van EZ op het gebied van de digitale economie richting 2030, staan beschreven in de Strategie Digitale Economie (Kamerstuk 26 643, nr. 941) en de agenda digitale open strategische autonomie (Kamerstuk 36 259, nr. 21). Vertrouwen is bij de digitale transitie van essentieel belang. Daarom moeten belangrijke randvoorwaarden als innovatie, veiligheid, eerlijke concurrentie en grip op gegevens geborgd zijn, en moeten we waar nodig risicovolle strategische afhankelijkheden op het gebied van digitale technologieën mitigeren.In lijn met het Europese digitale beleidsprogramma is een doel van het kabinet om een concurrerende, weerbare en innovatieve digitale economie te behouden en te versterken. Om uitdagingen te adresseren en de vruchten van de digitale transitie te blijven plukken, zet EZ in op het versterken van ons verdienvermogen, digitale open strategische autonomie en de randvoorwaarden hiervoor in een steeds geopolitiekere context met de volgende prioriteiten: –Versnellen van digitalisering mkb–Stimuleren digitale innovatie en vaardigheden–Creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten–Behouden en versterken van een veilige, betrouwbare en hoogwaardige digitale infrastructuur–Versterken van cybersecurity3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistiekenEZ is voor het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) systeemverantwoor­delijk voor het in stand houden van de onafhankelijke productie van goede en betrouwbare statistieken, en voor rechtmatige en doelmatige besteding van publieke gelden die daarmee gemoeid zijn. Het CBS heeft als onafhan­kelijk kennisinstituut de taak om betrouwbare statistische informatie te leveren. Onafhankelijke en betrouwbare statistieken zijn van belang om meer inzicht te krijgen in de samenleving en maatschappelijke fenomenen. Deze informatie draagt bij aan het voeren van becijferde maatschappelijke debatten en inzichten voor beleid.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van Economische Zaken ziet het als zijn taak belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. In dat verband is de Minister systeem­verantwoordelijk voor de Mededingingswet, de Aanbestedingswet en voor het functioneren van de Autoriteit Consument en Markt. Ook is hij systeemverantwoordelijk voor de Dienstenwet, de Wet EU-beroeps­kwalificaties, de Metrologiewet, de Waarborgwet en het stelsel van normalisatie en accreditatie. Hij is voorts op grond van de Telecommu­nicatiewet verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 mobiele communicatienetwerken. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden zoals beschreven in de Strategie Digitale Economie (Kamerstuk 26 643, nr. 941). De Minister van Economische Zaken is beleidsverantwoordelijk voor de digitale infrastructuur. Onder de digitale infrastructuur verstaan we de hele keten die zorgt voor connectiviteit, van de telecomnetwerken, zee- en landkabels, datacenters, hosting en internet exchanges tot en met toegang tot de cloud. Op 22 januari 2024 is de Staat van de Digitale Infrastructuur (SDI) naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 26 643 nr. 1119). De SDI legt de basis voor een integrale aanpak van de digitale infrastructuur door de maatschappelijke meerwaarde van de digitale infrastructuur, de footprint daarvan, het belang van een weerbare en hoogwaardige digitale infrastructuur, en aandachts­punten voor de toekomst, met elkaar te verbinden. De Minister heeft een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:Stimuleren–Het stimuleren van een goede balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten met generiek consumentenbeleid.–Het stimuleren van innovatie met digitale technologie in het bedrijfs­leven.–Het stimuleren van een goede werking van privaat-publieke samen­werking binnen de metrologie, waarborg, normalisatie en accreditatie.Financieren–Het bijdragen aan het goed functioneren van markten door het financieren van een deel van de exploitatie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), van TenderNed (het elektronisch aanbe­stedingssysteem), PIANOo, en diverse organisaties op het gebied van metrologie, normalisatie, accreditatie en markttoezicht.–Het financieren van een deel van de exploitatie van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) en het verrichten van uitgaven voor opdrachten inzake beleidsvoorbereiding en evaluaties voor frequentie­beleid en veiligheid.–Het financieren van het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van, uit onderzoek samengestelde, statistieken mogelijk te maken.–Het bijdragen aan een vrij, veilig en open internet door een financiële bijdrage te leveren aan een aantal (internationale) organisaties op het terrein van Internet Governance, waaronder het Internet Governance Forum (IGF).(Doen) uitvoeren–Het tegengaan van mededingingsbeperkende gedragingen met generiek mededingingsbeleid, zoals opgenomen in de Mededin­gingswet.–Het bijdragen aan de ontwikkeling van Europees en nationaal beleid ten aanzien van consumentenbescherming, aanbestedingsregelgeving, interne markt en mededinging.–Het ontwikkelen van frequentiebandspecifiek beleid, in afstemming met Europees spectrumbeleid en gebaseerd op de WRC-23 onderhande­lingsresultaten.48Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 –Het opstellen van regels voor het gebruik van het nationale spectrum, door afspraken te maken in internationaal verband voor harmonisatie en door – in geval van schaarste – te bepalen op welke wijze het nationale spectrum wordt verdeeld.–Het realiseren van hoogwaardige en innovatieve breedbandige mobiele communicatie en omroeptoepassingen door verruiming van gebruiks­mogelijkheden van het spectrum en door de uitgifte van frequentie­ruimte.–Het evalueren van spectrumuitgifte (MBV 2020 en 3,5 GHz band veiling) en Nota’s Frequentiebeleid (2016) en Mobiele Communicatie (2019).Regisseren–Het borgen van een hoogwaardige en weerbare Nederlandse digitale infrastructuur om bij te dragen aan het huidige en toekomstige verdien­vermogen.–Het bevorderen van goed functionerende markten door het scheppen van randvoorwaarden via wet- en regelgeving.–Het scheppen van de juiste voorwaarden voor concurrentie met de Waarborgwet, de Wet markt en overheid, de Winkeltijdenwet, de Aanbe­stedingswet 2012, de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en de Metrologiewet.–Het moderniseren van de telecommunicatieregelgeving en digitale wetgeving om deze te kunnen laten meegroeien met de ontwikkelingen in de markt en de behoeftes in de economie en samenleving.Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website van het CBS de planning van de CBS-publicaties. Actuele en gedetailleerde informatie over de specifieke beleidsgebieden kunt u vinden op de websites van PIANOo, de ACM (o.a. over de telecommunicatiemarkt), Rijksinspectie Digitale Infra­structuur (Staat van de Ether, jaarberichten), TNO (Monitor Draadloze Technologie) het CBS (Cybersecuritymonitor en DAB+ ontvangers), NCSC (cybersecurity dreigingen, incidenten en maatregelen) en het Digital Trust Center (DTC) en de website Bedrijvenbeleid in beeld.Tabel 11 Prestatie-indicatorenKengetallen20192020202120222023Ambitie 2025Bron1. Connectiviteit – beschikbaarheid vast breedband97%99%>99%>99%>99%>99%DESI/EZ12. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 4G99+%99+%99+%n.v.t.n.v.t.n.v.t.DESI23. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 5Gn.v.t.n.v.t.80%97%99+%99+%DESI34. ICT-veiligheidsincidenten in het bedrijfslevenCBS4- Uitval ICT-dienst door ICT-veiligheidsincident27%13%11%11%- Vernietiging data door ICT-veiligheidsincident3%2%1%1%- Onthulling door intern incident2%1%1%1%1Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 1b1 (30 Mbps) voor de jaren 2014-2018 en beschikbaarheid op basis van EZ breedbandkaart (100Mbps) vanaf jaar 2019.2Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator «4G mobile broadband coverage» tot het jaar 2021.3Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator «5G coverage» vanaf het jaar 2021.4Aandeel van de bedrijven die te maken hebben gehad met ICT-veiligheidsincidenten op basis van de Cybersecuritymonitor van het CBS.49Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 In bovenstaande tabel staan de kengetallen uit de laatste Index Digitale Economie en Samenleving (DESI) van de Europese Commissie en de meeste recente CBS-statistieken. De cijfers hebben betrekking op het voorgaande jaar. De kengetallen voor de beschikbaarheid van vast breedband (ten minste 100 Mbits/s, indicator 1) vanaf 2019 zijn afkomstig van de inventarisatie van EZ naar breedbanddekking in Nederland. De cijfers tonen de beschikbaarheid voor het betreffende jaar. In de kolom ambitie 2025 staan de streefwaarden van EZ aan voor genoemde activiteiten. Omdat de DESI vanaf 2021 alleen nog de beschikbaarheid van mobiel breedband via 5G dekking opneemt en niet langer via 4G dekking, is er een extra indicator (4) toegevoegd aan de tabel.In het kader van het meten van brede welvaart geeft het zich voordoen van ICT-veiligheidsincidenten in het bedrijfsleven een indicatie voor de mate van digitale veiligheid. De tabel presenteert op basis van cijfers van het CBS het percentage bedrijven dat te maken had met ICT-veiligheidsincidenten. Er is enige vertraging in het beschikbaar komen van deze cijfers door het CBS, waardoor alleen de cijfers t/m 2022 in de tabel zijn opgenomen.C. Beleidswijzigingen1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende marktenGoed functionerende markten zijn niet alleen de motor achter economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart in Nederland. Soepel werkende markten zijn ook nodig om complexe transities mogelijk te maken die bijvoorbeeld klimaat, energie en digitalisering vragen.Versterking en herstel interne marktVia een actieagenda voor de interne markt wordt ingezet op het wegnemen van belemmeringen, het verbeteren van de toepassing van interne-marktregels en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 3437). EZ trekt daarvoor samen met lidstaten op om de interne markt verder te verbeteren. De rapporten van Letta en Draghi36, geschreven op verzoek van respectievelijk de Europese Raad en de Europese Commissie, zullen van invloed zijn op de beleidskeuzes voor de interne markt in 2025. Denk bijvoorbeeld aan het adresseren van territoriale leveringsbeperkingen in de EU. Dit beperkt de vrijheid van Nederlandse bedrijven om producten in te kopen van bedrijven uit andere lidstaten.Digital Markets ActDe Digital Markets Act (DMA) moet de concurrentie op digitale markten vergroten en daarmee de keuzevrijheid van consumenten en ondernemers verbeteren. De komende tijd zullen de beoogde effecten steeds beter merkbaar worden. Effectief toezicht en handhaving zijn daarbij essentieel, evenals duidelijke informatievoorziening aan ondernemers. Daarom ligt de focus in 2025 op het meten en waar nodig versterken van de effectiviteit van de DMA. Zowel nationaal via de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot uitvoering van de DMA en de ontwikkeling van een nieuw afwegingskader, als Europees in het kader van de geplande evaluatie van de DMA in 2026.36 Het rapport van Mario Draghi over de interne markt volgt naar verwachting in september.50Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Versterking positie consumentEZ zet zich ook in 2025 in voor de versterking van de positie van de consument. Onder andere door het beschermen van consumenten in de digitale economie. EZ blijft bij de Commissie aandacht vragen om met name kwetsbare consumenten, zoals kinderen, beter te beschermen tegen bepaalde schadelijke online handelspraktijken rondom in-app en in-game aankopen. In dat kader gaat EZ de Commissie voorstellen de Europese regelgeving zodanig aan te passen dat loot boxes onder alle omstandigheden kwalificeren als een oneerlijke handelspraktijk. Daarnaast is EZ voornemens de Commissie te vragen om praktijken zoals pay-to-win mechanismen en het gebruik van virtuele munten op Europees niveau strakker te reguleren. Tevens wordt de positie van de consument verder beschermd door de regels over telemarketing en colportage aan te scherpen en het opzeggen van abonnementen te vergemakkelijken. Ook werkt EZ in 2025 aan de implementering van de Europese richtlijn ‘grotere rol voor de consument in de groene transitie’ welke in maart 2026 van kracht gaat. In 2025 worden bedrijven geïnformeerd over de nieuwe regels door middel van een informatietraject. Ook wordt de Europese richtlijn ‘gemeenschap­pelijke regels voor het stimuleren van reparatie’ naar verwachting voor de zomer van 2024 formeel vastgesteld. Deze richtlijn verplicht producenten onder meer om een product (tegen betaling) te repareren tot maximaal tien jaar nadat het op de markt werd gebracht. In 2025 werkt EZ aan het implementatietraject.Beter AanbestedenHet programma Beter Aanbesteden zet zich sinds 2021 in voor het verspreiden van kennis en kunde over het inkoopproces en het belang van dialoog en samenwerking bij overheden en marktpartijen. Dat doet het programma door regionale ondersteuning, bijeenkomsten, projecten en een subsidieregeling. Beter Aanbesteden stopt na 2024, maar het bevorderen van professionaliteit en dialoog blijft natuurlijk ook daarna relevant. De regiomanagers zijn het gezicht en een belangrijke succesfactor van Beter Aanbesteden. In 2025 werken we aan het onderbrengen van de regiomanagers bij PIANOo zodat dit werk kan worden voortgezet. Waar nodig worden nieuwe doelgroepen betrokken bij het werk en gaat EZ de constructieve dialoog met de samenwerkingspartners (VNO-NCW/MKB Nederland, VNG en PIANOo) voortzetten en waar nodig uitbreiden.Opdrachtgeverschap en evaluatie PIANOoPIANOo, het expertisecentrum aanbesteden, speelt een onmisbare rol bij de voorlichting en bewustwording over aanbesteden en inkopen en de professionalisering van de aanbestedingspraktijk. PIANOo brengt experts op inkoop- en aanbestedingsgebied bij elkaar, bundelt kennis en ervaring en geeft advies en praktische tips. Verder stimuleert het expertisecentrum de dialoog tussen opdrachtgevers bij de overheid en het bedrijfsleven. Deze rol wordt in de komende jaren alleen maar belangrijker. Daarom investeert EZ in 2025 verder in juridische expertise en voorlichting bij PIANOo. Hierbij worden de resultaten van de beleidsevaluatie van PIANOo in 2024 meegenomen.RechtsbeschermingMomenteel wordt een wijziging van de Aanbestedingswet 2012 voorbereid om de klachtafhandeling bij aanbestedingen te verbeteren. Een onderdeel van de wetswijziging is het aanpassen van de rol van de bestaande Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE), zodat zij meer klachten van ondernemers in behandeling kan nemen en sneller kan adviseren. In de voorgenomen nieuwe situatie zal de CvAE haar adviezen binnen 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 14 dagen moeten uitbrengen waar tijdens aanbestedende diensten hun aanbestedingsprocedures moeten pauzeren. Dit is een aanzienlijk kortere adviestermijn dan nu de praktijk is. De verwachte inwerkingtreding van de aangepaste wet is januari 2026. We willen dat de CvAE halverwege 2025 volledig kan werken volgens de aangepaste kaders.2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economieHet kabinet wil een concurrerende, weerbare en innovatieve digitale economie waarin ondernemen aantrekkelijk is, bedrijven op een gelijk speelveld concurreren, en consumenten keuzevrijheid en vertrouwen hebben.EZ is verantwoordelijk voor het creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten. Het zorgen voor een eerlijke, transparantere markt voor data, cloud en AI. En dat online platforms waar mensen massaal gebruik van maken en moeilijk omheen kunnen, meer verantwoordelijkheid nemen voor een eerlijke en open digitale economie, en voor inspanningen met betrekking tot illegale en schadelijke content. Ook is EZ verantwoordelijk voor de implementatie van Europese (digitale) regelgeving zoals de Digitale dienstenverordening, de Dataveror­dening en de Datagovernanceverordening, de AI Verordening, en de eIDAS Verordening en de e-privacy verordening. Daarnaast is EZ verantwoordelijk voor implementatie van Europese regelgeving die tot doel heeft de fysieke en digitale weerbaarheid van onder de richtlijn vallende bedrijven en organi­saties te vergroten, waaronder de NIS2, de CER-richtlijnen en de Gigabit Infrastructure Act.Digitale dienstenverordening (Digital Services Act - DSA)De DSA harmoniseert de regels die van toepassing zijn op zogenaamde aanbieders van tussenhandeldiensten, waaronder online platforms, online marktplaatsen, sociale mediadiensten en internetaanbieders. De DSA is met ingang van 17 februari 2024 van toepassing op alle tussenhandel­diensten. Vanaf die datum moeten zij voldoen aan de verplichtingen uit de verordening en moet er toezicht op worden gehouden door de lidstaten. In 2025 zet EZ in op het effectief mogelijk maken van dat toezicht en dat de aangewezen toezichthouders van de benodigde bevoegdheden gebruik kunnen maken.Dataverordening (Data Act) en de Datagovernanceverordening (DGA)De Dataverordening beoogt het gebruik van data te bevorderen en de waarde van data gelijkwaardiger te verdelen over gebruikers en andere betrokken partijen. Voor de Dataverordening wordt onder andere toezicht gehouden op aanbieders van IoT-producten en aanbieders van cloud­diensten in alle sectoren, op dataverzoeken van overheden in de Europese Unie, op partijen die contracten voor datadeling opstellen en op operators in dataruimtes.De DGA schept een kader voor het vertrouwd delen van data. Het doel is om data meer beschikbaar te maken voor hergebruik en tegelijk organisaties en personen meer grip op hun data te geven. Samen met de Dataverordening vormt de DGA een kader om de data-economie te stimuleren en tegelijk het vertrouwen in de data-economie te vergroten. De DGA regelt gelijke toegang tot overheidsdata die niet onder de opendata richtlijn valt, regels voor databemiddelingsdiensten (partijen die datadeling faciliteren), eisen aan een vrijwillige label voor data-altruïstische organisaties. In 2025 werkt EZ aan een effectief en consistent toezicht op de verordeningen door het 52Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 creëren van beoordelingskaders in samenwerking met de aangewezen toezichthouders en het aan de buitenwereld te communiceren van de implicaties van deze verordeningen.AI Verordening (AI-Act)De Europese AI Verordening reguleert AI-systemen in het private en publieke domein op basis van het risico dat deze technologie met zich meebrengt. De verordening heeft als doel burgers vertrouwen te geven in AI door te zorgen dat veilige AI-systemen de interne markt op komen met waarborgen voor de bescherming van fundamentele rechten. Regels om de specifieke risico’s van Al-systemen te voorkomen en te mitigeren worden tussen februari 2025 en augustus 2027 stapsgewijs van toepassing. De verordening brengt nieuwe toezichtstaken met zich mee waar uiterlijk in 2025 invulling aan moet worden gegeven. Nederland is als lidstaat op grond van het Europese verdrag en de betreffende wetgeving verplicht om te borgen dat deze wetgeving effectief wordt geïmplementeerd. EZ trekt het opstellen van de benodigde uitvoeringswet om o.a. het toezicht wettelijk vast te leggen. Het streven is om die wetgeving in 2025 naar het parlement te kunnen sturen. Daarnaast zet EZ in 2025 in op ondersteuning van bedrijven bij het voldoen aan de AI Verordening. Dit gebeurt door middel van heldere communicatie, het ondersteunen van de NEN bij het opstellen van AI-normen en de voorbereiding van de inrichting van regulatory sandboxes bij de toezichthouders.eIDAS Verordening en de e-privacy verordeningHet beschermen van persoonsgegevens en de verbetering van de beveiliging en vertrouwelijkheid van communicatie verdient blijvende aandacht. EZ werkt ook in 2025 aan het waarborgen van het vertrouwelijke karakter van communicatie door middel van de uitvoeringswetgeving herziene eIDAS-verordening (gedeeltelijk samen met BZK), wijziging besluit en regeling vertrouwensdiensten en het voortzetten van deelname aan Large Scale Pilots om continuïteit te borgen. EZ blijft zich ook inzetten voor de totstandkoming van de e-privacy verordening.NIS2, CyberbeveiligingswetVanuit de Europese Unie wordt sinds 2020 gewerkt aan regelgeving ter bescherming van belangrijke, essentiële en kritieke entiteiten. Dit heeft geleid tot de NIS2 en de CER-richtlijnen. Het doel van deze richtlijnen is om de weerbaarheid in het digitale en fysieke domein van specifieke sectoren binnen de EU naar een hoger gemeenschappelijk niveau te brengen. Deze richtlijnen worden door het Ministerie van J&V gecoördineerd en in samenhang met sectorale regelgeving geïmplementeerd. Entiteiten moeten passende en evenredige maatregelen nemen om de risico’s voor de beveiliging van hun netwerk- en informatiesystemen, die zij gebruiken voor hun werkzaamheden of voor het verlenen van hun dienst, te beheersen. Deze maatregelen omvatten o.a. afhandeling van incidenten, bedrijfsconti­nuïteit en de beveiliging van toeleveringsketens (supply chain security). In 2025 zet EZ in op de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn NIS2. Essentiële entiteiten vallen onder proactief toezicht en belangrijke entiteiten vallen onder reactief toezicht.Gigabit Infrastructure Act (GIA)Eindgebruikers moeten op termijn beschikken over een 1 Gbps aansluiting en dekking van 5G of gelijkwaardige technologie in alle bevolkte gebieden. De verordening moet onder meer zorgen dat vergunningen in alle lidstaten gemakkelijker zijn te verkrijgen zodat infrastructuur zoals glasvezel en 5G sneller wordt uitgerold. Hiermee worden nieuwe regels opgesteld om 53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 aanbieders en communicatienetwerken in staat te stellen de toegang tot fysieke infrastructuur en digitale toegankelijke vergunningsprocedures te verbeteren. Iedere burger moet dan in heel Nederland beschikken over toegang tot een hoogwaardige digitale infrastructuur waarvan de eisen over tijd meebewegen met de actuele stand van de techniek. In 2024 werkt EZ aan het afronden van de Europese onderhandelingen over de GIA. Vanaf 2025 zet EZ de implementatie daarvan in Nederland voort.Digitale infrastructuur en connectiviteitIn 2024 is de Staat van de Digitale Infrastructuur uitgebracht, waarmee in kaart is gebracht wat het belang is van onze digitale infrastructuur en wat EZ doet om de digitale infrastructuur te onderhouden, te versterken en te beschermen. In 2025 werkt EZ zowel op nationaal als Europees niveau verder aan beleid voor het behouden en versterken van een veilige, betrouwbare en hoogwaardige digitale infrastructuur. Hierbij wordt ook specifieke aandacht besteed aan de situatie in Caribisch Nederland.Actieplan Duurzame DigitaliseringDigitalisering biedt grote kansen voor het behalen van de klimaatdoelstel­lingen voor Nederland. Tegelijkertijd draagt digitalisering zelf ook bij aan de emissie van broeikasgassen. Hier ligt een verduurzamingsopgave voor de sector zelf. Er zijn in 2023 onderzoeken gedaan waarop in 2024 concreet beleidsvoorstellen gedaan zijn in het Actieplan Duurzame Digitalisering. In 2025 zet EZ in nauwe samenwerking met andere departementen in op het uitvoeren van het actieplan.Future Network Services (FNS)Het 6G Future Network Services programma (FNS) is een meerjarig publiek-privaat onderzoeks- en innovatieprogramma met een groot aantal betrokken bedrijven, onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Het FNS programma richt zich op het verzilveren van kansen voor 6G en daarmee op het creëren van een internationale toppositie voor Nederland in 6G. De focus ligt op specifieke en onderling verbonden onderdelen van 6G: intelligente radiocomponenten en antennes, intelligente netwerken en leidende toepassingen in belangrijke sectoren. Het programma is begin 2024 van start gegaan. In 2025 continueert EZ het werk rond het uitvoeren van de eerste fase van het FNS-programma met middelen van het Nationaal Groeifonds.IPCEI CIS/CloudEZ zet in 2025 verder in op het monitoren van de uitvoering van de IPCEI CIS (Important Project of Common European Interest Cloud Infrastructuur en Services) ten behoeve van de verbetering van de digitale infrastructuur en diensten via dit instrument.AI-ecosysteemEZ richt zich in 2025 op het verder versterken van het AI-ecosysteem, onder andere door de uitvoering van het publiek-private meerjaren programma AiNed. AiNed is een investeringsprogramma om het potentieel van artificiële intelligentie (AI) voor de Nederlandse economie en samenleving te benutten, bijvoorbeeld door AI-projecten van het mkb te ondersteunen. Momenteel werkt AiNed aan de voorbereiding van verschillende AI-innova­tielabs, waarbij kansen voor generatieve AI worden geïncorporeerd met toepassingen in gezondheidszorg, energie, productie en mobiliteit. Ook wordt het ecosysteem versterkt via de publiek-private Nederlandse AI Coalitie (NLAIC). Deze coalitie is erop gericht om (internationale) publiek-private samenwerking in het land te versterken en krachten te bundelen op 54Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 het gebied van kennis, innovatie en vaardigheden. Dit moet Nederland internationaal positioneren als één AI-ecosysteem, met als doel het aanjagen van het verzilveren van kansen voor mensgerichte AI. Zeven regionale AI-hubs zorgen voor het verbinden van innovatieve mkb, kennis­instellingen en andere organisaties bij de Nederlandse AI-benadering. Voor de financiering van digitale innovatie op AI worden ook open calls van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoeken (NWO) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ingezet. In dit kader zal het meerjarige ROBUST-programma met ICAI-labs verder worden uitgerold om fundamenteel AI-onderzoek met bedrijven te stimuleren. Ten slotte zet EZ in 2025 verder in op het versterken van het Nederlandse AI-ecosysteem door de toegang voor bedrijven en onderzoekers tot supercomputers, hoogwaardige kennis en data te faciliteren. Nationaal Onderwijs Lab AI (NOLAI) is een Nationaal Groeifonds project gericht op het ontwikkelen van AI toepassingen samen met het onderwijs tussen 2022 en 2032. Samen met scholen, wetenschappers en bedrijven worden co-creatie projecten ontwikkeld die aansluiten op de behoeften van het basis, speciaal en voortgezet onderwijs. Tegelijkertijd heeft NOLAI het doel om de pedago­gische, maatschappelijke en sociale consequenties van digitale onderwijs­innovaties inzichtelijk te maken. Wetenschappers vanuit verschillende disciplines werken samen om het verantwoordelijk gebruik van AI te borgen in het Nederlandse onderwijs. In 2025 continueert EZ het werk rond NOLAI gericht op het monitoren van de co-creatie projecten en opschalen van succesvolle projecten.KIA-digitaliseringDe Nederlandse overheid werkt met Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA) om de nationale inspanningen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie te coördineren en te sturen. In 2023 is voor het eerst een KIA Digitalisering gepresenteerd. Deze agenda biedt een strategisch kader voor de programmering van kennis en innovatie op het gebied van digitalisering en digitale innovatie binnen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatie­beleid. Hierbij hoort het stimuleren van de samenwerking tussen kennisin­stellingen, bedrijven en overheden, zoals de Nederlandse AI Coalitie. Door krachten te bundelen kan nieuwe kennis en kunde sneller ontwikkeld en toegepast worden op het gebied van (sleutel)technologieën zoals AI, cloud, 6G, immersive technologie en digital twinning in lijn met de uitwerking van de Nationale Technologie Strategie. EZ ondersteunt ook in 2025 het Topteam ICT bij de realisatie van het Kennis- en Innovatieconvenant 2024-2027 voor uitvoering van deze KIA Digitalisering. Dit betekent ook concreet het ondersteunen van publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) zoals de hierboven vermelde Nederlandse AI Coalitie.Motie SchouwMet de uitvoering van het (digitaal) economisch beleid geeft het kabinet mede invulling aan de landenspecifieke aanbeveling van de Europese Commissie voor 2024-2025 om overheidsinvesteringen aan te moedigen en toe te spitsen op de versnelling van de digitale transitie, met name op de ontwikkeling van digitale vaardigheden. In de afgelopen jaren heeft het kabinet diverse investeringen gedaan in de digitale transitie die ook in 2025 worden voortgezet. Zo loopt via het Nationaal Groeifonds de investeringen in kunstmatige intelligentie en onderwijsinnovatie (AiNed investeringsprogramma en NOLAI) door. Binnen artikel 1 van de EZ- begroting wordt daarnaast invulling gegeven door het DIGITAL Europe programma. Het kabinet continueert ook het in februari 2023 uitgebrachte actieplan groene en digitale banen gericht op het verhogen van de instroom 55Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 in bètatechnisch onderwijs, het behoud en vergroten van de instroom in de bètatechnische arbeidsmarkt, arbeidsproductiviteits-groei, en het versterken van governance en tegengaan van versnippering. Hiermee voldoet het kabinet aan de motie Schouw (Kamerstuk 21 501-20, nr. 537).D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen349.133477.191469.758327.262360.354316.695326.441Uitgaven335.956400.083465.763423.200424.720390.814342.488Subsidies (regelingen)31.80078.344138.748101.534103.59769.28423.399Cyber security6.4162.1541.176Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland3.5607.8003.5003.5003.5003.5003.500EU­cofinanciering Digital Europe4.2464.54613.05013.77514.5968.6473.446Beter aanbesteden297295NGF - project AiNed10.51932.83836.84137.62056.2046.0003.000NGF - project Nationaal Onderwijslab6.5385.9249.82116.7569.09635.7972.000NGF - project 6G24.78725.7599.682NGF - projecten Subsidie route20.20120.20120.20115.34011.453Inkoopdomein224Digitale veiligheid28.400Opdrachten31.50027.81147.09746.58846.73547.40846.206Onderzoek&opdrachten2.4844.4876.9043.6235.6153.7473.622Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties3.6933.4754.1084.0434.4787.1555.068Digital trust centre4083.7636.9366.8007.6457.6757.875Cyber security4.0837.74111.60912.08511.85412.61912.901ICT beleid8.2985.0028.33811.7099.0058.0848.612Terugbetaling boetes ACM11.338CSIRT - DSP191.0406.9718.3288.1388.1288.128Nationaal Groeifonds1.1772.2312.231Vervolgprogramma beter aanbesteden72Bijdrage aan agentschappen67.54077.15869.37266.05666.66566.86966.540Bijdrage RVO.nl23.59927.11215.78313.21313.19213.13613.079Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)43.94150.04653.58952.84353.47353.73353.461Bijdrage aan ZBO's/RWT's201.068211.223205.821204.242202.985202.551201.637Bijdrage Metrologie17.29312.23812.92412.92412.92412.92412.924Raad voor de Accreditatie1.3941.6458381.009481479476Bijdrage ACM726899899899899899899Bijdrage aan het CBS181.655196.441191.160189.410188.681188.249187.338Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties4.0485.5474.7254.7804.7384.7024.706Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut1.2541.4681.4681.4681.4681.4681.468Bijdrage aan internationale organisaties2.7944.0793.2573.3123.2703.2343.238Ontvangsten171.159222.08043.67944.68445.92347.17448.235Ontvangsten ACM162162162162162162162Ontvangsten High Trust28.06040.20041.55042.45043.57544.70044.700Diverse ontvangsten142.937181.7181.9672.0722.1862.3123.37356Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 13 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen349.133477.191469.758327.262360.354316.695326.441waarvan garantieverplichtingenwaarvan overige verplichtingen349.133477.191469.758327.262360.354316.695326.441Geschatte budgetflexibiliteitTabel 14 Geschatte budgetflexibiliteit2025Juridisch verplicht93%Bestuurlijk gebonden7%Beleidsmatig gereserveerd0%Vrij te besteden0%Juridisch verplicht–Subsidies (regelingen): Een groot deel van de subsidie-instrumenten zijn volledig juridisch verplicht; voorbeelden zijn NGF-project AlNed en Cyber Security.–Opdrachten: Een aantal opdrachten is reeds voor meerdere jaren aangegaan en dus juridisch verplicht. Dit geldt voor o.a. de bemidde­lingsdienst voor doven en slechthorenden.–Bijdragen aan agentschappen: De opdrachten worden voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt en zijn daarmee 100% juridisch verplicht. Dit geldt bijvoorbeeld voor opdrachten aan RDI en RVO.–Bijdragen aan ZBO's en RWT's: Betreft wettelijke taken van o.a. VSL, RvA en CBS.–Bijdragen aan Internationale Organisaties: Betreft o.a. de bijdrage aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN).Bestuurlijk gebonden–Betreft deels subsidies in het kader van EU­cofinanciering Digital Europe waarvoor voor 2025 al afspraken zijn gemaakt op basis van eerdere calls, en middelen voor de opdrachten en onderzoek door het Nationaal Groeifonds.Beleidsmatig gereserveerd–Overige beschikbare budgetten waarover EZ momenteel in gesprek is met interne en externe organisaties.E. Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesCybersecurity Naast de activiteiten van het Digital Trust Center wordt subsidie verstrekt aan groepen van bedrijven in niet-vitale sectoren die op cybersecurity-terrein willen samenwerken, in hun keten, regio of sector. De uitvoering van de subsidieregeling Cyberweerbaarheid ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarnaast wordt voor het verhogen van cyberveiligheid bij kleinere midden- en kleinbedrijf (2-50 werknemers) de subsidieregeling Mijn Cyberweerbare Zaak opengesteld. Deze bedrijven kunnen producten en/of diensten aanschaffen en subsidie hiervoor ontvangen. Met een hoge cyberweerbaarheid zijn hun IT-systemen beter beschermd tegen externe bedreigingen zoals cyberaanvallen.57Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Telecom Caribisch NederlandOmdat de vaste lasten van essentiële diensten, zoals telecommunicatie en meer specifiek vast internet, op Caribisch Nederland relatief hoog zijn en deze diensten meer dan ooit nodig zijn in het kader van digitalisering, neemt het kabinet maatregelen om deze kosten te verlagen. Voor telecommuni­catie stelt het kabinet voor 2023-2026 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar op Bonaire en 35 USD per aansluiting per maand voor Saba en Sint Eustatius om de kosten van een vaste internetverbinding te verlagen. Hiervoor is in totaal € 3,5 mln per jaar beschikbaar.EU- cofinanciering Digital EuropeHet Digital Europe Programme (DEP) is een programma binnen het MFK (Meerjarig Financieel Kader van de EU) om het innovatie- en concurrentie­vermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te versterken. Dit is aanvullend op het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op onderzoek en innovatie. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: artificiële intelligentie, cybersecurity en vertrouwen, digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital Innovation Hubs.Projecten Nationaal Groeifonds (NGF)Voor een toelichting op de projecten die worden gefinancierd uit het NGF wordt verwezen naar Bijlage 8: Nationaal Groeifondsprojecten EZ.OpdrachtenOnderzoek en opdrachtenDit betreft onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere marktordening, mededinging, consumenten, aanbestedingen, Europese zaken en strategie en telecom en digitaal.Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en FrequentiesDit betreft opdrachten die gericht zijn op het verdelen van frequentie­banden, lokaal beleid en digitale connectiviteit, straling en gezondheid, programma omroep, regulering telecommarkt/telecomcode nummerbeleid en opdrachten die gericht zijn op een robuuste en betrouwbare digitale communicatie-infrastructuur die weerbaar is tegen diverse dreigingen voor de nationale veiligheid. Hieronder vallen sabotage of verstoring van vitale infrastructuur, weglekken van sensitieve technologie en kennis, en het ontstaan van risicovolle strategische afhankelijkheden binnen vitale infra­structuur of sensitieve technologie waarmee Nederland politiek onder druk kan worden gezet.Digital Trust Center (DTC)Het DTC is er om het «niet-vitale bedrijfsleven» beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren. De middelen worden o.a. gebruikt voor het beheer, de doorontwikkeling en gebruik van een online platform/community, kennisopbouw over cyberrisico's en kennisdeling met de doelgroep niet-vitaal bedrijfsleven. In 2025 zal de integratie van het DTC met Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verder vorm worden gegeven opdat deze integratie gericht op het realiseren van één nationaal loket voor bedrijven en «best of both worlds» eind 2025 voltooid is.58Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 CybersecurityDit betreft opdrachten en subsidies voor o.a. de publiekscampagne ‘Doe je updates’, het versterken van inzet op Europese wet- en regelgeving zoals de Cyber Resilience Act, certificering en toezichtstaken en de werkzaamheden rondom cybersecurity kennis, innovatie en personeel via het platform Dcypher en het Nationaal Coördinatiecentrum (NEXIS-NCC).ICT-beleidAantal werkzaamheden bestaan uit het doen van concrete kennis- en innovatie calls, die voortvloeien vanuit de Kennis- en Innovatie Agenda. Deze innovatie- en onderzoekscalls zullen mede worden vormgegeven door de (vak)departementen. Het in te zetten instrumentarium zal onder meer bestaan uit calls in samenwerking met NWO, formuleren en versterken van specifieke kennisvragen met SMO (Samenwerkingsmiddelen Onderzoek) programmering van TNO en het (mede) ontwikkelen van instrumenten ten behoeve van een technology transfer facility. Het kabinet heeft als doel om in 2030 één miljoen geschoolde mensen werkzaam te hebben op de arbeidsmark ICT ten behoeve van de digitale transitie van Nederland (Actieplan Groene en Digitale banen). Ter ondersteuning hiervan wordt voor de jaren 2024-2027 in totaal ruim € 3,8 mln beschikbaar gesteld voor publiek en private samenwerking in de regio.CSIRT - DSPHet CSIRT voor digitale diensten (Computer Security Incident Response Team) is een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een beveiligingsincident met computers of netwerk. Een CSIRT geeft, naast het nemen van maatregelen, advies bij incidenten en zorgt voor het opsporen en analyseren van dreigingen. Het CSIRT-DSP verzorgt de informatievoorziening voor clouddiensten, onlinezoekmachines en online-marktplaatsen. In 2025 zal de integratie van CSIRT-DSP met het NCSC definitief beslag krijgen.Opdracht- en onderzoeksbudget Nationaal GroeifondsDit betreft het budget voor de ondersteuning van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds. Hieronder vallen de onkostenvergoedingen van de commissieleden en inhuur van expertise ter ondersteuning van en commu­nicatie ten behoeve van de adviescommissie.Bijdrage aan agentschappenRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)RVO is als uitvoerende dienst van het Ministerie van EZ onder meer verant­woordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsre­gelgeving. Hieronder vallen ook de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor het elektronisch aanbesteden. Daarnaast is RVO verantwoor­delijk voor o.a. opdrachten op het gebied van digitalisering en cybersecurity, zoals het National Contact Point Digital EU en National Coordination Centre voor digitale veiligheid. Ook voert RVO ondersteunende taken uit voor het NGF.Rijksinspectie Digitale Infrastuctuur (RDI)RDI draagt onder meer zorg voor de toelating tot het frequentie spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningvrije toepassingen. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht 59Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 op ondergrondse netten (WIBON), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie, en de Cybersecuritywet voor netwerkbeveiliging en informatiebeveiliging (NIB-richtlijn). De RDI voert het toezicht uit op de Europese eIDAS-Verordening, de Cyber Security Act (CSA) en de NIS2- en CER-richtlijnen.Bijdrage aan ZBO's/ RWT'sMetrologieMet de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen voor een internationaal herleidbare metrolo­gische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel- en consumentenbescherming. VSL B.V. is het nationaal metrologisch instituut (NMI) van Nederland. VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden in opdracht van EZ op basis van een overeen­komst voor onbepaalde tijd.Raad voor Accreditatie (RvA)De RvA is een ZBO dat controleert of een keuringsinstantie, certificerings­instantie, inspectie-instantie of een laboratorium aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de RvA zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor Europese en internationale activiteiten die relevant zijn voor de accre­ditatiesector als geheel. Verder ontvangt de RvA van 2022 t/m 2026 een subsidie voor het ICT-programma Informatiegestuurd Werken en voor de jaren 2024 en 2025 een Werk aan Uitvoering (WaU)-uitkering.Autoriteit Consument en Markt (ACM)De ACM is belast met wettelijke taken op het gebied van het generieke mededingingstoezicht (Mededingingswet), generieke consu­mentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming), de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer. De apparaatsuitgaven van de ACM zijn geraamd op artikel 40 van de EZ-begroting, net als de kosten van de ACM die worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM.Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)Het CBS is opgericht vanuit de behoefte aan onafhankelijke, betrouwbare informatie om maatschappelijke vraagstukken te begrijpen. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut dan ook tot taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden. Het werkterrein van het CBS omvat onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Informatie over het CBS en Caribisch Nederland treft u onder meer aan op Statline, de databank van het CBS. Voor Caribisch Nederland maakt het CBS statistieken over tal van onderwerpen.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesNederlands Normalisatie Instituut (NEN)NEN ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van werkzaam­heden die voortvloeien uit de Europese verordening voor normalisatie (Verordening (EU) Nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012) en de Overeenkomst inzake technische 60Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 handelsbelemmeringen die gaat over het verstrekken van informatie over normen. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN de bijdrage voor een deel van de contributies die het NEN verschuldigd is aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen, voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regelgeving en kennisgeving aan ministeries indien verwezen wordt naar ingetrokken normen.Internationale organisatiesDit betreft bijdragen aan:–Universal Postal Union (UPU): een internationale organisatie die de verschillende postovergangen tussen UPU-lidstaten controleert. Elke lidstaat gaat dan ook akkoord met de regels voor het internationaal postverkeer. Het is formeel een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. De UPU speelt een belangrijke rol in het optimaliseren van postdiensten. De hoofddoelen van de UPU zijn de promotie van het mondiale postverkeer, toename van het aantal verwerkte poststukken door te voorzien in moderne producten en diensten, en een hoge servi­cekwaliteit voor de consument.–International Telecommunication Union (ITU): binnen de ITU worden o.a. internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen.–European Conference of Postal and Telecommunications Administra­tions (CEPT): De inzet in de UPU en ITU wordt regionaal voorbereid. Voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZ draagt jaarlijks bij aan de kosten van ERO (het permanente ondersteunende bureau van CEPT in Kopenhagen).–Internationale organisaties metrologie. Dit betreft bijdragen aan Organi­sation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC en Bureau International des Poids et Mesures (BIPM). De bijdragen liggen vast in internationale verdragen.–Internet Governance Forum (IGF). EZ doneert jaarlijks een bedrag aan het secretariaat van het IGF. Dit forum is voortgekomen uit de VN-top World Summit on Information Society in 2005.–Global Partnership on Artificial Intelligence (GPAI) Secretariat, een jaarlijkse bijdrage aan OECD.–Het Verdrag inzake het onderzoek en de stempeling van edelmetalen werken, Wenen, 15 november 1972. De bijdrage ligt vast in Annex 1 van de "Compilation of Act» van het Verdrag.Toelichting op de ontvangstenHigh TrustDeze ontvangsten hebben betrekking op boetes die toezichthouders van EZ opleggen en waar – in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid – een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.Diverse ontvangstenDit betreft de ontvangsten van de veiling van de frequenties voor de landelijke 5G-netwerken die in de zomer van 2024 heeft plaatsgevonden.61Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Btw-vrijstelling voor post. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiA. Algemene doelstellingHet bedrijvenbeleid ondersteunt de transitie naar een duurzame, weerbare en inclusieve economie met een sterk verdienvermogen, een hoge arbeids­productiviteit(groei) en een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat dat bijdraagt aan de welvaart van alle burgers nu en in de toekomst.De maatschappelijke bijdrage van bedrijven is groot. Een gezonde economie en florerende bedrijven zijn noodzakelijk voor de welvaart in Nederland. Ze bieden voor veel mensen bestaanszekerheid. Zonder een stabiele economie en een krachtig mkb zijn er geen banen en is er geen geld voor publieke voorzieningen. Ondernemers zijn nodig om te investeren en zijn van grote waarde voor onze samenleving. Door innovatie en ondernemerschap te bevorderen draagt het bedrijvenbeleid bij aan brede welvaartsgroei, door economische vooruitgang op een evenwichtige wijze te combineren met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie. Opdat Nederland internationaal aantrekkelijk blijft om in te wonen, te werken en te leven.Bedrijven spelen ook een onmisbare rol bij het voorzien in de basisbe­hoeften, de materiële welvaart en de maatschappelijke vooruitgang waarop onze samenleving drijft: voedsel, medische hulpmiddelen, huizen, werk, inkomen, ontplooiingsmogelijkheden, mobiliteit, connectiviteit, energie, veiligheid, ontspanningsmogelijkheden in de vrije tijd en digitale diensten. Dit geldt ook op het terrein van verduurzaming zoals met zonnepa­nelen, windmolens, energiebesparingsmogelijkheden, de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen zoals waterstof en bij het realiseren van maatschappelijke vernieuwing door te investeren in de ontwikkeling van de technologieën van de toekomst en toepassingen te ontwikkelen van nieuwe sleuteltechnologieën. Bedrijven dragen op deze manier wezenlijk bij aan de kwaliteit van ons bestaan. Ze vervullen daarmee een sleutelrol in onze samenleving.De overheid geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen en stuurt bij waar nodig. Hiervoor schept de overheid randvoorwaarden. De overheid kan helpen waar het knelt om maatschappelijke opgaven te behalen. Bijvoorbeeld door netcongestie aan te pakken. Een sterk ondernemers­klimaat is gebaat bij voldoende ruimte voor ondernemen en werken, zowel op bedrijventerreinen als in de stad.Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid is cruciaal voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf inclusief startups en scale-ups is essentieel voor het ondernemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie als de onze. Strate­gische samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen is belangrijk omdat de wetenschap en de (hoge)scholen fundamentele ideeën en ontwikkelcapaciteit bieden, en het bedrijfsleven de mogelijkheden ziet waar nieuwe technologieën kunnen worden toegepast in nieuwe producten of productieprocessen. Deze samenwerking is ook belangrijk op het terrein van de maatschappelijke uitdagingen zoals fossielarm energiegebruik, gezondheid, hybride werken en veiligheid. Door ruimte te geven aan onder­63Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 nemende geesten ontstaan kansen voor bestaande en nieuwe bedrijven. Dat gebeurt in partnerschap tussen Rijk, regionale overheden, Europa en met bilaterale internationale samenwerking.Een stabiele Nederlandse economie en gezonde bedrijven kunnen niet zonder een goed vestigingsklimaat. Dit kabinet heeft de ambitie om weer tot de top-5 van meest concurrerende landen wereldwijd te horen. Kijkend naar de internationale ranglijsten dan behoort Nederland vaak tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende (kennis)economieën ter wereld. In de basis kent Nederland dan ook een goede uitgangs­positie. Toch zijn er aandachtspunten en is ons concurrentievermogen geenszins een vanzelfsprekendheid. Het belastingklimaat, uitvoerbaarheid van regelgeving, financiering (specifiek durfkapitaal), voorspelbaarheid van beleid en het sentiment over het bedrijfsleven komen naar voren als algemene verbeterpunten, zo blijkt uit de Monitor Ondernemings­klimaat 2023.Nederland kent een solide ondernemingsklimaat, maar de kunst is dit hoge niveau vast te houden en tijdig verbetering aan te brengen waar nodig. Het kabinet versterkt de komende kabinetsperiode het verdienver­mogen, het ondernemingsklimaat en de bestaanszekerheid. Dat doen we samen met bedrijven, werkenden, vakbonden, maatschappelijke organi­saties en medeoverheden. Het verbeteren van het Nederlandse onderne­mersklimaat en het terugdringen van de regeldruk zijn belangrijke stappen om ondernemers in hun kracht te zetten. Bovendien moet er voldoende fysieke ruimte komen voor bedrijven en moeten we ons mkb en grootbedrijf beschermen en weerbaarder maken tegen buitenlandse dreigingen. Onze kenniseconomie maakt Nederland tot een aantrekkelijk doelwit voor landen die kennis en technologie willen vergaren ten gunste van hun eigen (techno­logische) positie. Geopolitiek spanningen verhogen de risico’s voor onze economische veiligheid. Dit vraagt om een aanpak die deze risico’s adequaat ondervangt en de weerbaarheid van Nederland versterkt.Om het verdienvermogen te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende drie strategische doelen op terrein van bedrijfsleven & innovatie:–Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende en weerbare economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst.–Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap.–Het faciliteren van de transitie naar een toekomstbestendige circulaire en inclusieve economie.1) Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende en weerbare economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomstInnovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken, onder meer op de terreinen «Energietransitie», «Circulaire Economie», «Landbouw, Water en Voedsel», «Gezondheid en Zorg» en «Veiligheid». Om bedrijven aan te zetten tot innovatie, stimuleert en financiert de overheid onderzoek en ontwikkeling (R&D) bij publieke kennisinstellingen en bedrijven. Dat 64Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 gebeurt met generiek beleid gericht op innovatie in het bedrijfsleven, met gericht industrie- en innovatiebeleid om sterke posities in hoogwaardige waardeketens te realiseren en met missiegedreven innovatiebeleid dat zich richt op het adresseren van maatschappelijke uitdagingen en sterktes in sleuteltechnologieën. Daarnaast zetten we in op de bedrijven van de toekomst met het startup en scale-upbeleid: het beleid voor jonge innovatieve technologie gedreven bedrijven.Voor een innovatieve economie streeft het kabinet naar de doelstelling om in 2030 3% van het bruto binnenlands product uit te geven aan inves­teringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D). Dit betreft een voortzetting van de door het vorige kabinet geformuleerde ambitie voor de omvang van de R&D-uitgaven in Nederland (Kamerstukken 33 009, nr. 117 en 33 009, nr. 131), waarbij wordt aangesloten bij de in EU-verband geldende R&D-ambitie van 3% van het bruto binnenlands product in 2030 voor de EU in totaliteit (COM(2023) 168 final). Investeren in R&D is echter geen doel op zich, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land, naast een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financie­ringsmarkt (zie hiervoor ook beleidsartikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel. Nederland kan en moet beter presteren bij het toepassen en het economisch en maatschappelijk benutten van kennis. Daarom krijgt in het innovatiebeleid juist dat meer specifieke aandacht: valorisatie van kennis bij publieke instellingen, het vergroten van innovatieve toepassingen door effectieve samenwerking in innovatie-ecosystemen, het versterken van het ecosysteem voor startups en scale-ups en het realiseren van een excellent toepassingsgericht kennisstelsel gericht op maatschappelijke en economische vooruitgang.Met het missiegedreven innovatiebeleid worden R&D-investeringen van publieke en private partijen gericht op het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Dat gebeurt mede met behulp van inzet op sleuteltechnologieën en digitalisering, die een belangrijke rol vervullen bij het adresseren van maatschappelijke uitdagingen en voorts van groot belang zijn voor het economisch verdienvermogen van Nederland. Met de uitvoering van de Kennis- en Innovatieagenda’s en het daaraan gerela­teerde Kennis- en Innovatieconvenant voor de periode 2024-2027 wordt invulling gegeven aan dit beleid door bedrijven, kennisinstellingen en overheidspartijen (Kamerstuk 33 009, nr. 135). Daarbij is het missiegedreven innovatiebeleid sterker dan in de periode 2020-2023 gericht op de grote transities waar Nederland voor staat, met name waar het gaat om klimaat/energie, digitalisering en circulaire economie. Ook wordt in de Kennis- en Innovatieagenda’s en het Kennis- en Innovatieconvenant voor de periode 2024-2027 sterker dan voorheen ingezet op het naar de markt brengen van kennis en innovaties, met specifiek inzet op valorisatie en marktcreatie als speerpunt. Dat gebeurt onder andere via het verbinden van de netwerken en instrumenten van de provincies en de ROM’s voor het versterken van de regionale innovatie-ecosystemen met de inzet van de overige partners. Als nieuwe partner levert ook Invest-NL een belangrijke bijdrage aan valorisatie en impact binnen het Kennis- en Innovatieconvenant, door middelen in te zetten langs de lijnen van Capital en Business Development. Het financiële commitment binnen het Kennis- en Innovatieconvenant wordt jaarlijks geactualiseerd; voor 2025 gebeurt dat pas eind 2024 als alle begrotingen bekend zijn. Voor het jaar 2024 was een totaalbedrag van € 5,7 mld aan voorgenomen budgetten van de deelnemende partners opgenomen, bestaande uit € 4,3 mld publieke middelen en € 1,4 mld private middelen.65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Op het terrein van sleuteltechnologieën is een Nationale Technologiestra­tegie (NTS) opgesteld, die in januari 2024 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 33 009, nr. 140). De strategie geeft bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door 10 prioritaire sleuteltechnologieën te identificeren waar het Nederlandse kennisveld en het Nederlandse bedrijfs­leven een positieve impact mee kan maken en waar een unieke Nederlandse positie op mogelijk is. Het kabinet laat actieagenda’s opstellen op de tien kansrijke technologieën uit de NTS.Op het terrein van sleuteltechnologieën is een Nationale Technologiestra­tegie opgesteld, die in januari 2024 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 33 009, nr. 140). De strategie geeft bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door 10 prioritaire sleuteltechnologieën te identificeren waar het Nederlandse kennisveld en het Nederlandse bedrijfsleven een positieve impact mee kan maken en waar een unieke Nederlandse positie op mogelijk is. De potentiële impact van de sleutel­technologieën is daarbij bezien vanuit drie invalshoeken: bijdragen aan het economisch verdienvermogen, bijdragen aan het adresseren van maatschappelijke uitdagingen en bijdragen aan de nationale veiligheid. Voor de prioritaire sleuteltechnologieën zijn ambities geformuleerd voor 2035 en op hoofdlijnen agenda’s geschetst voor het realiseren van die ambities. Met de Nationale Technologiestrategie strategie is de komende jaren richting te geven aan keuzes bij de publieke inzet op sleuteltech­nologieën. De strategie wordt verder betrokken in de Kennis- en Innova­tieagenda Sleuteltechnologieën voor 2024-2027, door inhoudelijke keuzes binnen deze agenda af te stemmen op de Nationale Technologiestrategie (Kamerstuk 33 009, nr. 135).Tezamen met een sterke positie van Nederland in prioritaire sleuteltechnolo­gieën is een goede positionering op groeimarkten een belangrijke uitdaging voor de toekomst van Nederland. In een rapport dat in december 2023 naar de Tweede Kamer is gestuurd, zijn kansrijke groeimarkten voor Nederland in kaart gebracht (Kamerstuk 33 009, nr. 137). De groeimarkten worden betrokken in het bedrijvenbeleid van EZ, vooral dat deel van het beleid dat zich richt op specifieke technologieën en sectoren. De analyse van groei­markten heeft reeds input gevormd voor keuzes van prioritaire sleuteltech­nologieën in de NTS. Sleuteltechnologieën bieden oplossingen die kunnen worden toegepast in groeimarkten. De keuzes van prioritaire sleuteltechno­logieën in de NTS zijn daarom mede op groeimarkten gebaseerd.Het Nederlandse bedrijfsleven en specifiek onze industrie spelen een cruciale rol in het versterken van de weerbaarheid en het concurrentiever­mogen van Nederland. De ambitie is het behouden van een veilige en weerbare economie, met een sterk technologisch hoogwaardige industrie als belangrijk onderdeel daarvan. Hiervoor is naast het stimuleren van strategische markten en technologieën, ook het beschermen van onze economische veiligheid van belang. Het kabinet doet dit door middel protect-beleid (beschermende maatregelen) als promote-beleid (stimule­rende en versterkende maatregelen). In september 2023 is een overzicht van het instrumentarium op het gebied van economische veiligheid en een toelichting op de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid gedeeld met de kamer (Kamerstuk 30821, nr. 199).In 2020 heeft het kabinet Rutte 3 het Nationaal Groeifonds (NGF) opgericht om daarmee vanaf 2021 € 20 mld aan (publieke) investeringen te doen in R&D en innovatie, infrastructuur en kennisontwikkeling (Kamerstuk 35 300, nr. 83). In de vorige kabinetsperiode zijn de middelen herverdeeld, 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 waarbij de middelen voor de pijler ‘Onderzoek, ontwikkeling en innovatie’ en Kennisontwikkeling binnen het Nationaal Groeifonds in totaliteit met € 6,7 mld werden verhoogd en de pijler infrastructuur werd overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds. Een deel van de middelen van het NGF vloeit via toekenningen voor NGF-projecten naar artikel 2 van EZ-begroting, waarbij het primair om middelen vanuit de pijler ‘Onderzoek, ontwikkeling en innovatie’ gaat. Er zijn de afgelopen jaren drie indieningsronden geweest voor de aanvraag van middelen uit het NGF ter financiering van projecten. In het hoofdlijnenakkoord van de huidige regering is bepaald dat het Nationaal Groeifonds wordt uitgefaseerd door de vierde en de vijfde ronde te laten vervallen.Vanuit het budget voor Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO) is onder het kabinet Rutte 4 in totaal € 500 mln over een periode van 10 jaar beschikbaar gekomen voor versterking van faciliteiten voor toegepast onderzoek bij TO2-instellingen en Rijkskennisinstellingen (Kamerstuk 31 288, nr. 964). In 2023 heeft de eerste financieringsronde plaatsgevonden. Daarin is een bedrag van € 185 mln aan financiering toegezegd voor 14 hoogwaardige faciliteiten voor toegepast onderzoek (Kamerstuk 27 406, nr. 230). De gehonoreerde investeringsvoorstellen zijn afkomstig van de TO2-instel­lingen TNO, MARIN, NLR en Wageningen Research en van de Rijkskennis­instellingen Naturalis, Nederlands Forensisch Instituut, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en RIVM. Op advies van de Adviescommissie Facili­teiten voor Toegepast Onderzoek is beoogd dat op een tweetal thema’s, te weten digitalisering en duurzaamheid, TO2-instellingen en de RKI’s in 2024 gezamenlijke voorstellen uitwerken, waarmee een verdere € 103 mln bestemd kan worden (Kamerstuk 27 406, nr. 230). Voor het bestemmen van de resterende middelen is een tweede financieringsronde beoogd in 2025. Hier is cumulatief circa € 76 mln euro minder voor beschikbaar vanwege de taakstelling van het kabinet op het Fonds Onderzoek en Wetenschap.In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2024-2025 (COM(2024) 619 final) zijn in relatie tot artikel 2 van de EZ-begroting enkele aanbevelingen opgenomen ten aanzien van het cohesiebeleid. Aanbevolen is: a) de uitvoering van de cohesiebe­leidsprogramma’s te versnellen en 2) in het kader van de tussentijdse evaluatie van die programma’s gericht te blijven op de overeengekomen prioriteiten en voorts het testen en proefdraaien van oplossingen ter beperking van de congestie op het elektriciteitsnet te bevorderen, daarbij in overweging nemend de kansen die het platform voor strategische techno­logieën voor Europa biedt om het concurrentievermogen te verbeteren. Beleidsinstrumenten op artikel 2 van de EZ-begroting zijn in dit verband EFRO, INTERREG A en het Fonds voor Rechtvaardige Transitie. Hierbij zijn de door EZ beschikbaar gestelde financiële middelen cofinancieringsmiddelen in aanvulling op de middelen die worden verstrekt door de Europese Unie. Deze regelingen worden uitgevoerd door regionale uitvoeringsorga­nisaties. In het geval van EFRO en INTERREG A heeft EZ een systeemverant­woordelijkheid. In het geval van het Fonds voor Rechtvaardige Transitie is er een gedeelde verantwoordelijkheid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met EZ. Het Fonds voor Rechtvaardige Transitie is in 2023 tot uitvoer gekomen met zes regionale subsidieprogramma’s. Bij EFRO en INTERREG A is in respectievelijk 2023 en 2022 gestart met de eerste openstellingen binnen de nieuwe programmaperiode 2021-2027. De programma’s onder het cohesiebeleid in Nederland zijn op dit moment bezig met de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid en hebben daartoe allemaal stappen ondernomen om tot een gedegen evaluatie te komen van het onder de programma’s ingezette beleid. Over het algemeen 67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 is de verwachting dat de eerder overeengekomen prioriteiten van belang zullen blijven, al kan dit per programma en per regio verschillen. De energie­transitie in den brede is hierbij een onderwerp dat in veel programma’s aandacht krijgt.2) Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschapLangs verschillende wegen stimuleert EZ het bedrijfsleven om goed en maatschappelijk verantwoord te functioneren. Zo helpt EZ bedrijven in het vernieuwen en toekomstbestendig maken van hun business model door middel van wet- en regelgeving, onder meer ten aanzien van zaken als bescherming van intellectueel eigendom en het merkenrecht. Bij het ontwikkelen van wet- en regelgeving is toetsing op werkbaarheid en uitvoerbaarheid voor met name het mkb steeds vaker de norm. Dit is belangrijk, aangezien regeldruk een veelgehoord knelpunt is voor ondernemers. In opschaling en uitrol van bijvoorbeeld nieuwe technolo­gieën ondersteunt EZ het bedrijfsleven onder andere door standaardisatie en het vastleggen van voorwaarden. Andere knelpunten waar ondernemers tegenaan lopen zien bijvoorbeeld toe op fiscaliteit, de energie-infrastructuur en een negatief sentiment jegens het bedrijfsleven.Ons concurrentievermogen valt of staat met voldoende mensen met de juiste vaardigheden die willen en kunnen werken. Met name in kraptesec­toren zoals de techniek, ‘groene’ banen en digitale banen. Toegang tot talent is cruciaal voor bedrijven om te kunnen ondernemen. Daartoe zet dit kabinet het Actieplan Groene en Digitale Banen voort, verkent het kabinet de best practices in om- en bijscholingsprogramma’s en schaalt initiatieven die aantoonbaar goed werken op.De schaarste aan ontwikkelruimte - in fysiek opzicht, maar ook gezien restricties ten aanzien van stikstof, geluid en andere milieufactoren - vraagt om een actieve rol van het Rijk Samen met partners zoals provinciale, regionale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en (vertegenwoordiging van) bedrijfsleven geeft EZ uitvoering aan het Programma Ruimte voor Economie met als doel een nationale aanpak te bieden voor de ruimtelijke economische uitdagingen (Kamerstuk 34 682, nr. 103). De beleidslijn voor grote bedrijfsvestigingen, het starten van pilots voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, en ruimtelijke planning zijn belangrijke onderdelen. EZ werkt daarnaast mee aan de ruimtelijke ordening van Nederland via de Nota Ruimte (Kamerstuk 29 435, nr. 264). Daarnaast ontwikkelen we een Ruimtelijk Economische Verkenning (REV) die de ruimtelijke economische ontwikkelingen op de langere termijn in kaart brengt (Kamerstuk 29 435, nr. 267) en (Kamerstuk 34 682, nr. 178) als opmaat naar een visie op de ruimtelijke en economische structuur.Via een Pact Ondernemingsklimaat wil het kabinet het vertrouwen van ondernemers versterken door samen met ondernemers, experts uit het bedrijfsleven, sociale partners en wetenschap het ondernemingsklimaat te verbeteren. Zo maakt het kabinet de waardering voor ondernemers zichtbaar en geeft ondernemers een stem. Steeds vaker vraagt deze tijd bovendien om groter te denken: onze economie en samenleving staan voor grote uitdagingen en de wereld staat niet stil. Geopolitieke ontwikkelingen en een veranderend mondiaal speelveld hebben impact op ons verdien­vermogen en ondernemingsklimaat. Dit heeft onder meer betrekking op economische veiligheid; denk aan het beschermen van vitale belangen en sectoren, het voorkomen van ongewenste strategische afhankelijkheden 68Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 en het vrijwaren van spionage en sabotage. Daarnaast zitten concurre­rende economieën ook niet stil en nemen zij soms maatregelen die tot pull-effecten kunnen leiden en/of het internationaal gelijk speelveld kunnen beïnvloeden. Heden ten dage geldt eens te meer dat een sterke interne markt en openheid naar derde landen het uitgangspunt moeten vormen van ons handelen, zij het met inachtneming van mogelijke risico’s. Bedrijven moeten de kans krijgen om op een veilige en eerlijke manier internationaal te ondernemen en mee te profiteren van de schaalvoordelen die de interne markt ons biedt.Tot het bedrijvenbeleid in internationaal opzicht wordt daarnaast het streven naar voorspelbaar en stabiel beleid gerekend. Het kabinet zet waar mogelijk geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid en heroverweegt en schrapt waar nodig en mogelijk bestaande nationale koppen op basis van bestaande en aanvullende inventarisaties.3) Het faciliteren van de transitie naar een toekomstbestendige, circulaire en inclusieve economieDe industrie vervult een centrale rol in de realisatie van een circulaire Nederlandse economie. In 2050 moet de industrie circulair zijn en worden er geen primaire grondstoffen (van niet-biogene oorsprong) meer gebruikt. De bijdrage die EZ levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 draagt hier mede aan bij. Daarnaast versterkt het kabinet voor de weerbaarheid van Nederland de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen via de Nationale Grondstoffenstrategie. De inzet op hergebruik van kritieke grondstoffen is hier onderdeel van een breder pallet aan handelingsperspectieven. Als randvoorwaarde wil het kabinet de concurrentiepositie van de industrie behouden en versterken. Verduurzaming en circulaire economie biedt immers grote kansen voor bedrijven die voorop lopen in de transitie. Verder zorgt EZ ervoor dat bedrijven de economische en maatschappelijke kansen kunnen pakken die de digitalisering van de economie biedt (zie verder beleidsartikel 1 van deze begroting).Bedrijven zijn verantwoordelijk om rekening te houden met mens, milieu in hun waardeketens en bedrijfsvoering. Om dit te stimuleren ondersteunt EZ, met andere ministeries (BZ is hiervoor primair verantwoordelijk), het opstellen van effectieve (Europese) (I)MVO-wetgeving, die een groep grotere bedrijven verplicht inzicht te vergroten in hun waardeketens en eventuele misstanden aan te pakken. Zo stimuleert EZ dat bedrijven transparant rapporteren over de impact van hun bedrijfsvoering en beleid op mens en milieu, ofwel hoe zij maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Sinds 2004 werd hiervoor de Transparantiebenchmark uitgevoerd. Per 2024 stopt EZ hiermee. De komst van de Europese Corporate Sustai­nability Reporting Directive (CSRD), die begin november 2022 door het Europees parlement is goedgekeurd, maakt de Transparantiebenchmark vanaf boekjaar 2024 overbodig. De CSRD verplicht een groep bedrijven om in hun jaarrapportage hun duurzaamheidsprestaties te rapporteren volgens nieuwe en meer gedetailleerde richtlijnen. Nationaal wordt ook gewerkt aan wetgeving (Kamerstuk 26485, nr. 398). Daarnaast worden (I)MVO-standaarden toegepast op het bedrijfsleveninstrumentarium van EZ. Zo worden bedrijven geïnformeerd over risico’s voor mens en milieu wanneer zij een subsidie ontvangen voor de inkoop van zonnepanelen of een innovatietraject, en geadviseerd en gestimuleerd om op een verant­woorde manier met deze risico’s om te gaan door ze in kaart te brengen, te mitigeren en zo nodig waardeketens te verleggen en/of toegang tot herstel 69Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 te bieden. Op deze manier worden bedrijven geholpen met MVO. Tot eind 2023 liep hiervoor een pilot, die gebruikt wordt om de komende jaren (I)MVO proportioneel te integreren in het instrumentarium.Kengetallen bedrijvenbeleidIn de aansluitende tabel staan de voornaamste kengetallen voor het bedrij­venbeleid. Het kabinet heeft de ambitie dat Nederland wereldwijd moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Op basis van de meest recente World Competitiveness Ranking staat Nederland negende. Verder wordt met het bedrijvenbeleid gestreefd naar een koppositie voor Nederland op de internationale ranglijsten van de arbeidsproductiviteitsniveau en het European Innovation Scorebord.Tabel 15 KengetallenKengetallen2018201920202021202220232024Bron1. Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)9910101010n.n.b.Conference Board2. Global Competitiveness Index (positie NL)6444659World Economic Forum3. European Innovation Scoreboard (positie NL)445444n.n.b.Europese Commissie4. R&D intensiteit (in % van BBP)2,142,182,322,272,3n.n.b.n.n.b.CBS5. Rapportcijfer ondernemingsklimaat door bedrijven6,76,4n.n.b.Monitor ondernemingsklimaat6. Aandeel industrie in bbp (in %)11,110,810,811,111,411,6n.n.b.CBS-statlineOm – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl verdere informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZ-begroting.B. Rol en verantwoordelijkheidOnderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijken die de Minister van Economische Zaken heeft in het Bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de twee hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.Tabel 16 Rol en verantwoordelijkheidStimulerenFinancierenRegisseren(Doen) uitvoerenHet stimuleren van innovatie met een grote impact op de economische en maatschappelijke vooruitgang en voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen√√√Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie√√√Het faciliteren van de transitie naar een klimaatneutrale, circulaire en inclusieve economie.√√70Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Het stimuleren van innovatieve, concurrerende en weerbare economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen.StimulerenDe minister stimuleert innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang door private investeringen in R&D te bevorderen via onder meer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksini­tiatieven wordt onder meer de PPS Innovatieregeling ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).Financieren/regisserenDe Minister van EZ is verantwoordelijk voor toegepast onderzoek en innovatie en werkt nauw samen met de Minister van OCW, die verantwoor­delijk is voor het stelsel van (fundamenteel) onderzoek en wetenschap en de verwevenheid met onderwijs. De Minister van EZ coördineert en ontwikkelt het industriebeleid en het missiegedreven innovatiebeleid en financiert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking. Dit doet de minister onder meer door: –de TO2-instituten TNO, Deltares, MARIN en NLR te financieren;–gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZ specifiek NWO-TTW subsidieert;–cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling); voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de minister systeemverantwoordelijkheid;–het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;–het stimuleren van strategische markten en technologieën met o.a. sectoragenda’s;–het bevorderen van de start en groei van startups naar scale-ups, o.a. door de inzet van TechLeap;–Het beschermen van de economische veiligheid o.a. met de Bescher­mingsvoorziening Economische Veiligheid en het ondernemersloket Economische Veiligheid.Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschapStimulerenDe minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:–het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen; daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samen­hangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investe­ringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie ook beleidsartikel 3 van deze begroting);–het stapsgewijs integreren van advies en eisen met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen in het bedrijfsleveninstru­mentarium;–het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellec­tueel eigendom.71Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 RegisserenDe minister regisseert en coördineert de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:–samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners;–informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK);–mkb-ondernemers meer bij wet- en regelgeving betrekken via MKB-toets;–het regisseren en uitvoeren van het nieuwe ‘programma vermindering regeldruk ondernemers’.(Doen) uitvoerenDe minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:–de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;–het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van hoogwaardige buitenlandse inves­teerders, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke­lingssamenwerking;–het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van sectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.Het faciliteren van de transitie naar een toekomstbestendige, circulaire en inclusieve economieStimulerenDe minister stimuleert de transitie naar een toekomstbestendige, circulaire en inclusieve economie door onder meer:–het stimuleren van transparante MVO-rapportage door bedrijven, middels de Transparantiebenchmark en Europese wetgeving;–samen met IenW in te zetten op maatschappelijk verantwoord inkopen en circulair ondernemen;–versnelling van en toepassing van digitalisering in het mkb.RegisserenDe minister regisseert en coördineert de condities voor inclusieve economie door onder meer:–eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken, gedragscodes of regelgeving (corporate governance, franchise, betaal­termijnen);–in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken als beleids­verantwoordelijk ministerie en andere ministeries inzetten op totstand­koming en invoering van (Europese) IMVO-wetgeving;–MVO-eisen te verbinden aan het instrumentarium van bedrijvenbeleid van EZ.C. BeleidswijzigingenIn 2025 worden de navolgende beleidswijzigingen met betrekking tot het bedrijvenbeleid doorgevoerd. Het gaat dan om beleid ten aanzien van enkele Nationaal Groeifonds projecten, een evaluatie met betrekking tot de toegepaste onderzoeksinstellingen, de vernieuwing van topsectoren en bedrijfsfinanciering.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Nationaal Groeifonds projectenMet het Nationaal Groeifonds (NGF) worden complexe langjarige programma’s gefinancierd ter versterking van het duurzaam verdienver­mogen.Op artikel 2 van de EZ-begroting staan op dit moment 11 projecten die gefinancierd worden met middelen uit het Nationaal Groeifonds (NGF). Sinds de ontwerpbegroting van EZ voor 2024 zijn er twee bijgekomen: BioBased Circular en Material Independence & Circular Batteries. Dit zijn projecten uit de derde ronde van het Nationaal Groeifonds. In oktober 2023 hebben deze projecten respectievelijk € 102 mln en € 118 mln toegekend gekregen vanuit de begroting van het Nationaal Groeifonds (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 7). In maart en juni 2024 zijn er aanvullende toekenningen van respectievelijk € 39,9 mln, € 99 mln en € 342 mln toegevoegd voor de projecten Material Independence & Circular Batteries, Groenvermogen NL en Quantum Delta NL. Deze bedragen komen bovenop de reeds toegekende middelen voor deze projecten. (Kamerstuk 36 410 L, nr. 12 & 36 410 L nr. 15).Per 1 januari 2025 zijn de middelen die toegekend zijn aan artikel 2 van de EZK-begroting voor de projecten Groenvermogen, Circulaire Plastics en Biobased Cirular overgeheveld naar de begroting van KGG.Evaluatie Toegepaste OnderzoeksinstellingenIn het voorjaar van 2025 zal de evaluatie met betrekking tot de vijf toegepaste onderzoeksinstellingen (TO2-organisaties) worden afgerond. De vijf TO2-organisaties (TNO, Wageningen Research, Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartorganisatie, Deltares en MARIN), worden door een onafhan­kelijke commissie geëvalueerd. De Kamer zal over de uitkomsten van de evaluatie geïnformeerd worden.Vernieuwing TopsectorenTopsectoren zijn samenwerkingsverbanden tussen overheid, kennisinstel­lingen en het bedrijfsleven in sectoren die essentieel zijn voor Nederland in termen van banen en exportpotentieel. Na de financiële crisis van 2009 hebben de Topsectoren een cruciale rol gespeeld bij het herstel van de Nederlandse economie door gezamenlijk publieke en private middelen te investeren.In reactie op veranderende behoeften en omstandigheden is de focus van de Topsectorenaanpak in de loop der jaren veranderd. Sinds 2019 legt het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid de nadruk op economische kansen die voortvloeien uit maatschappelijke uitdagingen, zoals duurzaamheid, digitalisering en gezondheid.Vandaag staan we opnieuw voor veranderingen. Het geopolitieke landschap verandert en de economische positie van Nederland en Europa staat onder druk. EZ streeft er met gericht industriebeleid naar om het Nederlandse verdienvermogen te behouden en te versterken. Door de Topsectore­naanpak verder te ontwikkelen, waarbij groeimarkten en de Nationale Technologiestrategie (NTS) als bouwstenen dienen voor toekomstig bedrijven- en industriebeleid, kan de doeltreffendheid worden vergroot.Het is essentieel om voort te bouwen op de bewezen sterktes van de tripartiete samenwerking. Tegelijkertijd moet een goede balans worden gevonden tussen maatschappelijke opgaven, verdienvermogen en het verminderen van strategische afhankelijkheden. Internationale samen­werking speelt hierin een cruciale rol, zodat Nederland beter kan inspelen 73Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 op wereldwijde kansen en uitdagingen. Het stimuleren van innovatie en het bevorderen van economische groei, terwijl tegelijkertijd maatschap­pelijke problemen worden aangepakt, blijft het centrale doel. Met het vernieuwde Kennis- en Innovatieconvenant van 2024 is hiervoor een stevig fundament gelegd.BedrijfsfinancieringHet afgelopen jaar zijn diverse onderzoeken en evaluaties uitgevoerd op het gebied van bedrijfsfinanciering en is er een advies gekomen van een Inter­departementaal Beleidsonderzoek naar Bedrijfsfinanciering. Het kabinet zal inzichten uit deze trajecten meenemen in mogelijke aanpassingen van het bedrijfsfinancieringsinstrumentarium. Een beleidsinhoudelijke reactie op het IBO zal volgen in het najaar. In deze reactie zal worden ingegaan op eventuele beleidswijzigingen die volgen uit het IBO.Financiering van het nieuwe beleid wordt gedekt door het budget voor startups en voor bevorderen ondernemerschap op artikel 2 en andere instru­menten die direct of indirect bijdragen aan versterking van het onderne­mingsklimaat voor startups, zoals het NGF. In de startupbrief aan de Tweede Kamer is het nieuwe beleid voor startups en scale-ups voor 2023-2026 aangekondigd. In het nieuwe beleid blijft Techleap.nl nog voor drie jaar als een neutrale externe organisatie nodig om het vestigingsklimaat voor startups te versterken. In die periode werken we aan een structurele inbedding van de taken van Techleap.nl in één of meer publieke en private organisaties, zoals de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en InvestNL. Daarnaast zet het kabinet in op beleidsinterventies die het verschil maken voor startups en scale-ups («gamechangers») en wordt gewerkt aan verbinding van het technologie- en innovatiebeleid aan innovatief onderne­merschap.Om voor mkb-ondernemers de toegang tot financiering te verbeteren ontwikkelt de KvK, in opdracht van EZ, met publieke en private partijen een financieringshub. De ondernemer kan hier terecht voor informatie over financieringsopties en adviesmogelijkheden. Financiers en dienstver­leners die een ondernemer niet zelf kunnen helpen, kunnen naar deze hub doorverwijzen, zodat er ‘no wrong door’ is voor de ondernemer. Inzake de financieringshub is een motie aangenomen (Kamerstuk 32637, nr. 608)[1] die er op toeziet dat de minister ernaar streeft om de centrale financie­ringshub dit jaar operationeel te maken en dat deze ondergebracht wordt bij een onafhankelijke publieke of private organisatie met specifieke kennis van mkb­financiering. In samenspraak met en brede consultatie tussen de gezant mkb­financiering met de verschillende convenantpartijen is besloten om de uitvoering van de financieringshub onder te brengen bij de Kamer van Koophandel.Qredits gaat vanaf 1 oktober 2024 duurzaamheidsleningen verstrekken aan het mkb. Het Klimaatfonds heeft € 10 mln van de € 25 mln aan middelen beschikbaar gesteld zodat Qredits duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 kan verstrekken. Qredits haalt € 60 mln aan eigen funding op. De € 10 mln van het Klimaatfonds wordt ingezet om een lening met een lage rente aan te kunnen bieden. Qredits zal hiermee ca. 1.700 leningen kunnen verstrekken aan ondernemers.74Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen3.812.3074.288.5522.758.1652.450.8832.271.2662.231.7202.216.367Uitgaven2.282.1482.739.9211.976.0101.662.8641.385.6581.316.7771.162.518Subsidies (regelingen)1.073.2881.362.880841.761558.405327.529276.193177.897MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)9.1728.88724.12427.07232.46028.81834.729Eurostars20.64522.67522.55822.74821.15621.13921.140Bevorderen ondernemerschap18.76619.06837.31918.79012.31612.01914.483Cofinanciering EFRO24.44131.97732.07719.07524.07724.07724.077Bijdrage aan ROM's13.10917.38211.6239.2218.7677.7889.372Verduurzaming industrie57.21782.338Startup beleid11.6777.0384.2144.1291.155Urgendamaatregelen Industrie3.79211.940Invest-Nl20.23712.48812.2319.7069.2238.1979.863Tegemoetkoming vaste lasten236.81052.00030.00010.0000Europees Defensie Fonds cofinanciering171.4001.2001.2001.200Omscholing naar tekortsectoren11Tegemoetkoming vaste lasten Startersregeling3.6251.003500100Infrastructuur duurzame industrie (PIDI)1.192100Herstructurering winkelgebieden15.21514.75814.88812.28711.30218.2266.364R&D mobiliteitssectoren33.58133.10027.90012.700SEG13.1456.900NGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie30.607142.937NGF - project Health-RI12.00012.00011.00011.0008.0005.000NGF - project RegMed XB12.0618.3915.7511.2713213.564NGF - project QuantumDeltaNL82.50890.000151.714116.57679.05546.2101.503NGF - project Oncode-PACT44.96870.92140.875NGF - project Circulaire Plastics NL7.27992.207NGF - project NXTGEN HIGH TECH126.61693.03958.70556.14137.49321.31413.997NGF - project PhotonDelta39.81273.26153.26133.261NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs38.25642.18335.08934.519NGF - project Biobased Circular21.492NGF - project Material Independence & Circular Batteries58.31970.86818.9489.638Tegemoetkoming Energiekosten156.23323.1905.3872.703Indirecte Kosten Compensatie ETS186.000IPCEI Cloudinfrastructuur en services1.50612.01214.25214.80912.45010.3176.497IPCEI Micro elektronica21.17338.61520.81185.19824.60647.15012.506Aanvullende tegemoetkoming evenementen2671.900Investeringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds3.94751.010EuroHPC64765813.0007.32311.6138.2008.095EuroQCI15.177Qredits duurzaamheid3.0004.0003.000Actieplan Groene en Digitale Banen05.0005.0005.0005.0005.000Stikstofaanpak piekbelasters industrie4.600Brexit Adjustment Reserve9.50436081.136Ruimte voor economie / bedrijventerreinen2.7899.77013.3029.7531.00075Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 2023202420252026202720282029Maritieme Maakindustrie18.0006672.0012.6684.664Overig3.25210.9429.3317.6595.9435.5065.607Leningen64.54930.00000000Qredits30.000NGF - project PhotonDelta64.549Garanties31.35777.94575.96574.64557.99556.34556.345BMKB18.29942.22840.24838.92837.27835.62835.628Klein Krediet Corona garantieregeling1.004Groeifaciliteit4.6548.9728.9728.9728.9728.9728.972Garantie Ondernemersfinanciering11.74511.74511.74511.74511.74511.745Garantie Ondernemersfinanciering Corona7.40015.00015.00015.000Opdrachten9.06521.8569.93910.1539.6609.6089.674Onderzoek en opdrachten4.9819.0776.0396.3535.8605.8085.760Caribisch Nederland169816799799799799799Regeldruk1.1341.1632.3362.3362.3362.3362.450Budget Samenwerking regio2231.205765665665665665Small Business Innovation Research1.05815000Stikstofaanpak piekbelasters industrie1.5008.625Verduurzaming industrie820Bijdrage aan agentschappen165.473185.839112.647111.267108.149106.827106.107Bijdrage RVO.nl164.670185.056111.868110.491107.377106.059105.343Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)803783779776772768764Bijdrage aan ZBO's/RWT's431.896510.451428.546404.496389.111368.147351.463Bijdrage aan TNO251.535285.696237.764215.734202.275199.865198.680Kamer van Koophandel159.177200.121160.148158.607156.681138.127122.628Bijdrage aan NWO-TTW21.18424.63430.63430.15530.15530.15530.155Bijdrage aan medeoverheden38.27432.70719.0108.066000MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)38.27432.70719.0108.066Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties428.175518.243488.142495.832493.214499.657461.032Internationaal Innoveren45.40652.82752.75251.65051.15562.92962.929PPS toeslag185.314197.026189.311189.311189.161187.161187.161TO2 (excl. TNO)63.01078.95770.72463.63763.52762.02762.027Topsectoren overig9.35529.91818.19817.03320.73323.07019.254Ruimtevaart (ESA)85.68584.90185.40385.19482.39382.13982.139Bijdrage NBTC10.49710.82610.28510.5969.8189.5589.558Overige bijdragen aan organisaties2.5455.4726.1926.3426.3426.3426.342Economische ontwikkeling en technologie4.0156.6573.2295.3208.2638.263EU­cofinanciering JTF18.96117.73016.3315.1564.156156156Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI26.84124.00056.83155.10554.32923.203NGF - projectNXTGEN Ruimtevaart7.4029.7308.2896.8535.5043.683Storting begrotingsreserve40.071000000Storting reserve BMKB15.161Storting reserve GO24.154Storting reserve MKB financiering756Ontvangsten330.798309.794390.119244.275129.481134.156117.48976Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 2023202420252026202720282029Luchtvaartkredietfaciliteit3.065863Rijksoctrooiwet52.85745.96647.06645.96645.91647.66647.666Eurostars4.9064.2504.2504.0004.0004.0004.000F-354.89310.57610.57610.57610.57610.57610.576Diverse ontvangsten17.5255.5011.2441.2461.2471.2471.247Bedrijfssteun34.53241.70040.36739.0335.70016.667Noodloket (TOGS)26Tegemoetkoming vaste lasten173.682100.00076.70056.600Tegemoetkoming vaste lasten starters728Omscholing tekortsectoren23BMKB23.11233.00033.00033.00033.00033.00033.000Onttrekking reserve Klein Krediet Corona778Klein Krediet Corona170Groeifaciliteit1.7858.0008.0008.0008.0008.0008.000Onttrekking reserve Groeifaciliteit2.647SEG9Garantie Ondernemingsfinanciering9.06713.00013.00013.00013.00013.00013.000Onttrekking reserve GO20.750Tegemoetkoming Energiekosten13726.18834.91632.8548.042MKB financiering843Brexit Adjustment Reserve13121.000Tabel 18 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen3.812.3074.288.5522.758.1652.450.8832.271.2662.231.7202.216.367waarvan garantieverplichtingen368.8221.275.0001.250.0001.250.0001.250.0001.250.0001.250.000waarvan overige verplichtingen3.443.4853.013.5521.508.1651.200.8831.021.266981.720966.367Geschatte budgetflexibiliteitTabel 19 Geschatte budgetflexibiliteit2025Juridisch verplicht89%Bestuurlijk gebonden9%Beleidsmatig gereserveerd2%Vrij te besteden0%Juridisch verplicht–Subsidies (regelingen): Een groot van de subsidie-instrumenten is juridisch verplicht; voorbeelden zijn bijdrages aan ROM’s, Invest-NL en een aantal NGF-projecten.–Bijdragen aan ZBO's/RWT's: De bijdragen aan TNO en Kamer van Koophandel zijn juridisch verplicht.–Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: De kasbudgetten voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn grotendeels juridisch verplicht. Voorbeelden van juridisch verplichte instrumenten zijn ESA programma NSO en bijdrage NBTC.Bestuurlijk gebonden–Subsidies (regelingen): Een klein deel van de subsidies is bestuurlijk gebonden. Voorbeelden zijn EuroHPC en EuroQCI.–Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Een deel van deze kasbud­getten is bestuurlijk gebonden, bijvoorbeeld Internationaal Innoveren en PPS-toeslag.77Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsmatig gereserveerd–Subsidies (regelingen): Een groot deel van het subsidiebudget van het instrument Bevorderen Ondernemerschap is beleidsmatig gereser­veerd.–Opdrachten: Binnen de categorie opdrachten is een deel van het kasbudget beleidsmatig gereserveerd. Het instrument Betere regelgeving is hiervan een voorbeeld.–Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Enkele van deze kasbud­getten zijn beleidsmatig gereserveerd; een voorbeeld is het instrument Economische ontwikkeling en technologie.E. Toelichting op de financiële instrumentenDe financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Bij de toelichting op de instrumenten worden de interventies daarom samenhangend per strategisch beleidsdoel beschreven. Voor elk van de strategische doelen wordt vervolgens, overeenkomstig de voorschriften, de indeling van de begrotingstabel naar aard van de financiële beleidsinterventie gehanteerd. Op die manier wordt zowel de inhoudelijke samenhang van verschil­lende instrumenten, alsook de aard van de financiële interventie zichtbaar gemaakt. Voor elk van de instrumenten worden kengetallen gepresenteerd. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden op Bedrijvenbeleid in beeld. Voor elk instrument is een verwijzing opgenomen naar de relevante website.Strategisch doel 1: Het stimuleren van innovatie met een grote impact op de economische en maatschappelijke vooruitgang en voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemenTabel 20 Kengetallen behorend bij strategische doel 1Kengetallen behorend bij strategisch doel 1201520162017201820192020202120222023BronMIT1RVOAantal bedrijven dat deelneemt aan MIT1.2061.2871.4341.4221.6931.8461.5761.498n.n.b.2Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)868396106112119114111n.n.b.EurostarsRVOAantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars697572726874878182waarvan bedrijven505249554348646767waarvan hightech MKB (%)96%90%98%93%88%94%95%91%90%Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)322830363033403941Horizon2020RVO/ ECAantal Nederlandse deelnemers aan H20207129851.3881.5671.8532.1832.438n.v.t.n.v.t.waarvan bedrijven5007131.0031.1481.3781.6251.855n.v.t.n.v.t.Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)1.0161.6442.2723.0264.0014.8225.379n.v.t.n.v.t.waarvan aan bedrijven (%)28%25%27%26%25%25%24%n.v.t.n.v.t.Retourpercentage voor Nederland (%)7,7%7,5%7,6%7,6%7,7%7,6%7,9%n.v.t.n.v.t.Horizon Europe3RVO/ ECAantal Nederlandse deelnemers aan Horizon Europe398061.267waarvan bedrijven8527871Omvang Horizon EU-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)34,51.3653.124waarvan aan bedrijven (%)5%19,7%26,5%78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Kengetallen behorend bij strategisch doel 1Retourpercentage voor Nederland (%)5,9%9,0%9,4%WBSO4RVOAantal bedrijven (met S&O verklaring) dat gebruik maakt van WBSO22.98022.33021.26520.27920.04620.34020.33919.48419.392Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln)3.8683.9304.0084.0424.2914.3964.6114.7285.017Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln)2.4262.7872.6862.7462.8312.8573.1503.4943.689TO2Klanttevredenheid Deltares8,78,68,28,79,29,18,79,1n.n.b.DeltaresKlanttevredenheid MARIN8,88,99,198,99,29,19,6n.n.b.MarinKlanttevredenheid NLR8,88,78,78,78,78,78,98,9n.n.b.NLRKlanttevredenheid TNO8,48,68,68,88,78,98,98,9n.n.b.TNOKennisbenutting Deltares96%97%93%95%88%82%96%93%n.n.b.DeltaresKennisbenutting Marin97%100%100%100%97%100%100%100%n.n.b.MarinKennisbenutting NLR99%99,5%99%96%97%98%96%98%n.n.b.NLRKennisbenutting TNO98%98%98%99%96%97%97%97%n.n.b.TNOEuropese Ruimtevaartorganisatie (ESA)Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA5121121136160179193208218n.n.b.ESARuimtevaart geo-return/retour (%)1,021,181,161,111,131,071,0961,08n.n.b.ESA1De kerncijfers voor de MIT over het jaar 2020 zijn gewijzigd, omdat eerder per abuis een aantal projecten van regio Oost uit 2019 was verwerkt in de cijfers, in plaats van de projecten uit 2020. Dit zorgde voor een incorrect beeld. Het aantal bedrijven dat deelneemt was 1840 en is nu gecorrigeerd naar 1846. De omvang van de ondersteunde private R&D-uitgaven is toegenomen van € 116 naar € 119 mln. Vanwege een kleine administratieve correctie is het aantal deelnemers van de MIT in 2021 bijgesteld naar 1.594.2De cijfers van 2023 zijn nog niet beschikbaar. In de zomer van 2024 verwachten we de cijfers wel beschikbaar te hebben.3Het Horizon 2020 programma is afgerond. Cijfers van opvolger Horizon Europe zijn inmiddels beschikbaar. Hiervan zijn cijfers van 2022 in het overzicht opgenomen. Peildatum voor de 2022-cijfers is 5 december 2022.4De cijfers van 2022 zijn nog niet beschikbaar. In de zomer van 2023 verwachten we de cijfers wel beschikbaar te hebben.5Doordat ESA in 2015 is gestart met een nieuwe, opgeschoonde database valt de realisatiewaarde vanaf 2015 substantieel lager uit dan de referentiewaarde en de cumulatieve waarden tot en met 2014. De realisatiewaarde betreft een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.6De gewogen returnfactor is 1,09 – dit is lager dan voor 2000 omdat met ESA medio 2020 afspraken zijn gemaakt over aanpassing van de rekenmethode met als resultaat dat de nominale contractwaarde in 2020 vergelijkbaar is met vorige jaren maar de gewogen waarde lager uitvalt; dit om de NL returnfactor reëler weer te geven.SubsidiesMKB Innovatiestimulering Regio en TopsectorenDe regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) richt zich op het bevorderen van innovatie bij het mkb. Ook stelt de regeling het mkb beter in staat zich via de Topsectoren aan te sluiten bij de door de Topsectoren opgestelde innovatieagenda’s, het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en de regionale innovatiestrategieën. Dit krijgt onder andere vorm door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het mkb. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. In 2024 wordt de MIT herzien in samenwerking met de provincies en uitvoeringsinstanties. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.EurostarsEurostars is een internationaal programma dat gezamenlijk gefinancierd wordt door de deelnemende landen en de EU. De regeling is met name gericht op het hightech-mkb en ondersteunt bedrijven en kennisinstellingen die met buitenlandse partijen samenwerken in projecten die gericht zijn op marktgericht technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.79Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREGInnovatiestimulering en de transitie naar een koolstofarme economie zijn de hoofddoelen van de programma’s die worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), aansluitend bij de EU-beleidsdoelstellingen: 1. Een slimmer Europa - innovatieve en slimme economische transformatie; en 2. Een groener, koolstofarm Europa. Daarbij is het mkb de belangrijkste doelgroep. Voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie neemt EZK namens het Rijk de voor EFRO vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening. Naast het Rijk dragen ook decentrale overheden en private partijen bij aan cofinanciering van EFRO-projecten. Bij de projectselectie wordt aansluiting gezocht bij het Missiegedreven (Topsectoren- en) Innova­tiebeleid (MTIB).Programmaperiode 2021-2027Voor de programmaperiode 2021-2027 zijn inmiddels nieuwe EFRO- en INTERREG-programma’s goedgekeurd door de Europese Commissie (EC). Deze programma’s zijn in uitvoering. Net als in de afgelopen programma­periode zijn innovatiestimulering en de transities naar een koolstofarme/circulaire economie een belangrijk doel in deze programma’s. In INTERREG-programma’s zal ook invulling worden gegeven aan andere EU-beleidsdoel­stellingen, zoals het verminderen van de barrièrewerking van grenzen.Voor de programmaperiode 2021-2027 ontvangt Nederland in totaal € 506 mln. Voor de vier landsdelige EFRO-programma’s (Noord, Oost, Zuid en West) en € 274 mln. voor drie grensoverschrijdende INTERREG A programma’s (Duitsland-Nederland, Maas-Rijn (NL-BE-DE) en Vlaanderen-Nederland).  EZK heeft voor cofinanciering een bedrag beschikbaar gesteld van € 99,4 mln. voor de landsdelige programma’s en van € 49 mln. voor de INTERREG-programma’s. Deze cofinanciering is in te zetten voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen, bijv. projecten die passen bij het MTIB.In 2025 is de administratieve afhandeling van de programmaperiode 2014-2020 voorzien.IPCEI CISDe IPCEI CIS (Important Project of Common European Interest Cloud Infrastructure and Services) heeft als doel om uiteindelijk een volledig nieuwe Europese gedecentraliseerde software-infrastructuur voor het geavanceerde gebruik van computerbronnen op het gebied van cloud en edge te bouwen. Drie aan het Europese IPCEI CIS ecosysteem deelnemende Nederlandse projecten krijgen op grond van de Nederlandse IPCEI subsidie­regeling subsidie verstrekt.IPCEI Micro-elektronicaDe Important Project of Common European Interest (IPCEI) Micro-elektronica is een grootschalig Europees consortium met als doel de Europese industrie toegang te garanderen tot moderne en duurzame micro/nano-elektronica, inclusief de benodigde software, door de huidige waardeketen verder te versterken en uit te bouwen.EuroHPCEuroHPC is een publiek-privaat partnerschap dat zich richt op het versterken van de Europese positie op het gebied van supercomputers. Het programma ondersteunt het ontwikkelen, uitrollen en breed beschikbaar stellen van de kennis en infrastructuur op het gebied van supercomputers.80Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 EuroQCIEuroQCI is een Europees Partnerschap waarin in Europees verband een Quantumcommunicatie-Infrastructuur wordt opgebouwd. In samen­werking met de Europese Commissie en het Europees Ruimteagentschap (ESA) wordt gewerkt aan het ontwerpen, ontwikkelen en implementeren van EuroQCI. EuroQCI zal gebruik maken van innovatieve quantumcommu­nicatie-technologieën en daarmee bijdragen aan het versterken van de wetenschappelijke, technologische, en industriële capaciteiten van Europe op het gebied van cyberbeveiliging en kwantumtechnologieën.R&D mobiliteitssectorenDe subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren is aangekondigd in de Kamerbrief van 21 januari 2021 (Kamerstuk 35 420, nr. 217) over het coronasteun- en herstelpakket. Deze regeling beoogt de teruggang in R&D-investeringen in de Nederlandse automotive, luchtvaart en maritieme industrie, die het gevolg is van de coronacrisis, te mitigeren door het stimuleren van R&D-projecten. Tevens wordt hiermee een bijdrage geleverd aan transities op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. De regeling is op 17 mei 2021 opengesteld, met een budget van € 150 ml. Aan 8 projecten van consortia van mkb, grootbedrijf en/of kennisinstellingen is subsidie toegekend, zoals vermeld in de Kamerbrief van 29 november 2021 (Kamerstuk 35 420, nr. 460). Deze projecten hebben een looptijd van 3 tot 4 jaar.Startup-beleidDe rijksoverheid helpt ambitieuze ondernemers en startups die snel willen doorgroeien. Startups zijn jonge innovatieve, technologiegedreven bedrijven. Ze werken aan een schaalbaar verdienmodel en hebben inter­nationale groeiambitie. Voor de uitvoering van de startup- en scale-up-agenda wordt in 2025 € 4,2 mln beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het programma van TechLeap.NL, voor initiatieven vanuit het ecosysteem, en voor flankerend beleid van EZ.Projecten Nationaal Groeifonds (NGF)Voor een toelichting op de projecten die worden gefinancierd uit het NGF wordt verwezen naar Bijlage 8: Nationaal Groeifondsprojecten EZ.OpdrachtenOnderzoek en opdrachtenDe middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid (evidence based policy making), beleidsgerichte data-ontwikkeling, beleidsexperimenten en proefprojecten.Bijdrage aan agentschappenBijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – Octrooicentrum NederlandDe bijdrage aan Octrooicentrum Nederland, onderdeel van RVO, is bestemd voor de uitvoering van taken die bij, of op grond van, wetten of verdragen zijn opgedragen, zoals de verlening en registratie van octrooien, de inning van taksen, de vertegenwoordiging van Nederland in Europese en mondiale organisaties, de uitvoering van andere wettelijke taken onder de Rijksoctrooiwet 1995, evenals de nakoming van Europese en internationale verplichtingen. Daarnaast geeft Octrooicentrum Nederland voorlichting en advies aan bedrijven, kennisinstellingen, overheden en uitvinders. Doel is 81Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 het vinden van de juiste balans tussen enerzijds kennisbescherming, om bedrijven te stimuleren om te innoveren, en anderzijds de verspreiding en benutting van kennis.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sBijdrage aan TNODe Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) werkt samen met MARIN, Deltares, Wageningen Research en NLR in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZ investeert samen met een aantal andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO-kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschap­pelijke veiligheid en arbeid & gezondheid. Tevens voert TNO wettelijke onderzoekstaken uit op het terrein van de mijnbouwwet en basisregi­stratie ondergrond. Bijdrage aan NWO-TTWDe Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch-wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universi­teiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK wordt met name het Perspectiefprogramma gefinancierd, dat is gericht op technologieont­wikkeling binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid.Bijdrage aan medeoverhedenMKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren regeling (MIT)Dit betreffen de middelen voor de decentrale MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren regeling (MIT). De decentrale MIT-regeling wordt uitgevoerd door de provincies. Er is een apart instrument voor de decentrale MIT-regeling, aangezien EZ de middelen hiervoor rechtstreeks overhevelt naar de provincies middels een specifieke uitkering (SPUK). De landelijke MIT wordt uitgevoerd door RVO.nl. Voor meer informatie over deze regeling, zie de toelichting bij MIT onder ‘subsidies’.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesInternationaal InnoverenIn het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka (Eurostars, Global Stars, Eureka-clusters) en de Chips Joint Undertaking, dat is gelieerd aan Horizon Europe. Beide initia­tieven ondersteunen innovatiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit de EU-lidstaten en EU-geassoci­eerde landen als partners buiten de EU. Op Volginnovatie.nl (https://www.rvo.nl/ onderwerpen/volg-innovatie) vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van Joint Technology Initiatives, Horizon Europe en Eureka.82Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 PPS-toeslagIn 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel hiervan is om meer privaat-publieke samen werkingsprogramma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de Topsectoren te genereren, die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën onder het MTIB. De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend.Na een grondige evaluatie in 2021 is de PPS-toeslagregeling in 2022 verlengd met vijf jaar (Kamerstuk  33 009, nr. 116). Tevens is de regeling in 2023 herzien en heeft het een nieuwe naam, de ‘PPS-Innovatieregeling’ (Stcrt. 2023, 28651). Hierin is de oude grondslag-systematiek vervangen door een vast budgetplafond per TKI op basis van de private inzet uit het verleden. Dit is noodzakelijk gebleken voor de budgettaire beheersbaarheid van de regeling. ‘Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op www.rvo.nl/onderwerpen/volg-innovatie’.Toegepaste onderzoeksorganisaties (TO2)De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de Topsectoren, maatschappelijke thema’s en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën, en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsi­dieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Staatscourant 2018, 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Naast TNO (zie "Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s") omvat TO2 de volgende instituten:–Deltares (Delta Research): Instituut op het gebied van deltatechno­logie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2025 ruim € 23,8 mln.–MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): Instituut op het gebied van hydrodynamisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en van de topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan MARIN bedraagt in 2025 ruim € 13,2 mln.–NLR (Koninklijk Nationaal Lucht- en Ruimtevaartcentrum): Instituut op het gebied van militaire en civiele lucht- en ruimtevaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR bedraagt in 2025 ruim € 33,7 mln.–Wageningen-Research: De middelen voor deze TO2 zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LVVN.Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKIMet een financieringsimpuls van ruim € 400 mln voor de periode tot 2031 beoogt dit instrument de achterstand in te lopen die in Nederland is ontstaan rond nieuwe onderzoeksfaciliteiten en de modernisering van bestaande faciliteiten. Het gaat hier om unieke en strategische, zowel instituutsgebonden (bijv. het onderzoek naar dierziektes of nieuwe zonnecellen) als ecosysteemdienende faciliteiten (bijv. voor testen en opschalen gericht op marktintroducties), en ook om nieuwe digitale onder­zoeksmogelijkheden (Augmented Reality, Virtual Reality, Digital Twins) met 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 de bijbehorende dataopslag en rekencapaciteit. Eind 2023 is er uit deze financieringsimpuls een bedrag ter grootte van ruim € 190 mln bestemd. De budgetten hiervoor zijn opgenomen in de begrotingen voor de komende jaren van EZ en de betreffende vakdepartementen.Topsectoren overigDeze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de topteams in het kader van het topsectorenbeleid. Ook vallen onder dit budget de middelen voor eventuele compensatie van de TO2-instituten.Ruimtevaart (ESA)Het ruimtevaartprogramma bestaat uit bijdragen aan verplichte programma’s en inschrijvingen in optionele programma’s van het Europese Ruimtevaartagentschap (ESA). Tijdens de Ministeriële Conferentie 2022 van ESA is voor de periode 2023 tot en met 2025 de Nederlandse inschrijving bepaald. Daarvan draagt EZ voor € 300,5 mln bij voor deze drie jaar. Deze middelen vloeien terug naar Nederland via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onder­scheiden ruimtevaartprogramma’s ("Geo Return"- systeem). Daarnaast kent het ruimtevaartprogramma een (beperkt) nationaal flankerend programma, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee technologieontwikkeling en de benutting van satellietdata door overheden gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Office (NSO).Economische ontwikkeling en technologieDe veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om zo sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. Het kabinet heeft hiertoe een bedrag oplopend naar € 10 mln vanaf 2021 structureel beschikbaar gesteld om een aanzet te geven aan investeringen in sleutel technologieën, die ook naar voren komen in de Nationale Technologiestra­tegie. De middelen worden ingezet voor (meerjarige) samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of kennisinstellingen in nationaal of internationaal verband. Dat is nodig om in de verdere ontwikkeling, diffusie en opscha­lingsfasen concurrerend te zijn en te blijven ten opzichte van andere landen.WBSODe fiscale regeling WBSO is gericht op het stimuleren van Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O) door het bedrijfsleven, door het verlagen van de aan S&O gerelateerde kosten (loonkosten en overige kosten en uitgaven). Informatie over de WBSO en de vastgestelde cijfers vindt u opOnder­steunde projecten door RVO | RVO.nl | Rijksdienst.84Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Strategisch doel 2: Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van een uitmuntend ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschapTabel 21 Kengetallen behorend bij strategisch doel 2Kengetallen behorend bij strategisch doel 2201520162017201820192020202120222023BronBMKB1RVOVerstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%)401591502527538380301326311Totaal aantal verstrekte garanties2.5453.6883.2993.0942.7511.9621.1381.042975BMKB-Corona2RVOVerstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%)4484210Totaal aantal verstrekte garanties4.12324570Groeifaciliteit3RVOVerstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln193721191031086Totaal aantal verstrekte garanties141781097776Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)RVOVerstrekte garanties GO, x € 1 mln13758915645158341141Totaal aantal verstrekte garanties7636805431156611GO-Corona4RVOVerstrekte garanties GO, x € 1 mln57291,320Totaal aantal verstrekte garanties921410Klein Krediet Corona5RVOVerstrekte garanties KKC, x € 1 mln (95%)36270,20Totaal aantal verstrekte garanties1.11791380QreditsQreditsAantal verstrekte kredieten61.3731.7502.2383.5574.2774.9884.1553.835n.n.b.Innovatie Attaché NetwerkIAN/RVO.nlGeformaliseerde samenwerkingsverbanden789760573715215169Klanttevredenheid8,68,18,288,68,28,28,48,7Netherlands Foreign Investment AgencyNFIA/RVO.nlProjecten207227224248268180265211174Investeringsomvang (x € 1 mln)1.7651.4671.2272.7554.1051.4432.0743.819n.v.t.Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)7.7797.5708.1588.47510.8666.3979.9057.9434.228KvKKvKWaardering Kamer van Koophandel77,17,2‒ 10‒ 10‒ 556n.n.b.n.n.b.1In 2019 is door EZK afgesproken dat voor de cijfers van de BMKB niet meer wordt uitgaan van 100% van het borgstellingskrediet, maar van 90% van het krediet, waar we daadwerkelijk borg voor staan. Dit is voor de hele reeks met terugwerkende kracht aangepast.2In december 2022 is de BMKB-groen (BMKB-G) gestart om de financieringsmogelijkheden voor verduurzamingsinvesteringen voor het mkb te vergroten, waarbij in 2022 2 borgstellingen zijn verleend. In 2023 is het aantal BMKB-G borgstellingen gegroeid tot 8 borgstellingen met een garantieomvang van € 4,1 mln.Sinds het 3e kwartaal van 2022 is de corona-verruiming BMKB-C gestopt. Daarom zijn er in 2023 geen resultaten voor BMKB-C.3Per 1 juli 2021 is het maximale bedrag dat voor achtergestelde leningen onder garantie kan worden gebracht verhoogd van € 5 mln naar € 25 mln per financier en € 50 mln in totaal per onderneming.4De corona-verruiming GO-C is sinds het 3e kwartaal van 2022 gestopt. Daarom zijn er geen 2023-resultaten van de GO-C in 2023.5In 2020 is er door EZK afgesproken dat voor de cijfers van de KKC, net als bij de BMKB niet wordt uit gegaan van 100% borgstelling, maar van 95% van het krediet, waar we daadwerkelijk borg voor staan.6Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet. De cijfers voor 2019 en 2020 zijn geüpdatet.7De waardering van KvK wordt sinds 2017 uitgedrukt als een Net Promotor Score (NPS). Een NPS score meet hoe klanten van de KvK producten of diensten aanbevelen bij collega’s of zakenrelaties en wordt berekend als het verschil tussen het percentage promotors (score hoger dan 9) en criticasters (score lager dan 6). De NPS zelf wordt niet uitgedrukt als een percentage, maar als een absoluut getal. Een score van ‒ 5 geeft aan dat een score boven 9 dus 5 procentpunt minder is gegeven dan een score onder 6. Het cijfer in 2020 en 2019 heeft betrekking op Informatie & Advies.85Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 SubsidiesBevorderen ondernemerschapDeze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, zoals de ondersteuning van de digitalisering van het mkb, de financieringshub, het stimuleren van ondernemerschapson­derwijs en maatregelen ten behoeve van het programma Actieplan digitale en groene banen.Bijdrage aan ROM’sMet deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) ondersteund: NOM (Noord-Nederland), BOM (Noord-Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Gelderland en Overijssel), Innovation Quarter (Zuid-Holland), Impuls Zeeland (Zeeland), ROM Regio Utrecht (Utrecht), Horizon Flevoland (Flevoland) en ROM InWest (Noord-Holland). Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen. In juli 2022 is de evaluatie van de ROM’s over de periode 2016-2020 aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 32 637, nr. 502, bijlage 1). In algemene zin schetst de evaluatie een positief beeld van de toegevoegde waarde van de ROM’s, waarbij de meerwaarde vooral zit in de geïntegreerde aanpak van investeren, innoveren en internationaliseren in de regio, waarbij verbindingen met landelijk beleid worden georganiseerd. In de Kamerbrief (Kamerstuk 32 637, nr. 502) is aangegeven hoe de aanbevelingen uit de evaluatie worden opgevolgd.Invest-NLIn 2025 is € 12,2 mln beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwik­kelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en interna­tionale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden, zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.Tegemoetkoming energiekosten mkb (TEK)Op basis van het gebruik van de subsidieregeling Tegemoetkoming energie­kosten mkb in de afgelopen maanden is de TEK voor 2024 bijgesteld in de voorjaarsnota. De verwachting is dat in 2025 een totaal van € 5,4 mln nodig is. Herstructurering winkelgebiedenHet kabinet investeert de komende jaren € 100 mln in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Met de Regeling specifieke uitkering Impulsaanpak winkelgebieden kunnen gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkel­gebieden en binnenstedelijke winkelstraten. De eerste openstellingsronde had een beschikkingsruimte van € 22 mln en is in mei 2022 opengesteld. In totaal volgen vier openstellingen waarmee naar verwachting ongeveer 40 projecten worden ondersteund.86Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Ruimte voor Economie/ BedrijventerreinenHet Ministerie van Economische Zaken werkt aan een nationaal programma Ruimte voor economie dat in de zomer van 2023 is gepubliceerd. Doel van het programma is het borgen van voldoende fysieke ruimte voor bedrijven op de juiste plek in kwantitatief en kwalitatief opzicht.Het doel is om verduurzaming en herontwikkeling van bedrijventerreinen een impuls te geven en ervaring opdoen met het anders organiseren en financieren van het verduurzamen, toekomstbestendig maken en heront­wikkelen van bestaande terreinen.In 2024 wordt gestart met het ontwikkelen van 12 investeringsplannen om in kaart te brengen aan welke opgaven gewerkt moet worden om de bedrijventerreinen te verduurzamen en toekomstbestendig te maken en welke investeringen dat vraagt van zowel publieke als private partijen.Brexit Adjustment ReserveDe BAR is een door de EU ter beschikking gesteld fonds om kosten te dekken die door de lidstaten zijn gemaakt in verband met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Momenteel bevindt de implementatie zich in een afrondende fase waarbij de focus ligt op het succesvol declareren van de onder de BAR bestede middelen bij de Europese Commissie.Het was de kabinetsinzet dat Nederland de vanuit de verordening ter beschikking staande gelden van € 886,2 mln volledig en doelmatig zou benutten. De huidige verwachting is dat met de declaratie van gelden onder de BAR-beleidssporen van € 524,0 mln in combinatie met een overheveling naar de Nederlandse Herstel- en Veerkracht Faciliteit (hierna: HVF) van € 280,0 mln in totaal € 804,0 mln van de € 886,2 mln aan Nederland gealloceerde BAR-middelen aan Nederland ten goede zullen komen.Op basis van de uiteindelijke declaratie zal in 2025 de verrekening plaats­vinden. Alle subsidie regelingen die zijn opgezet naar aanleiding van de BAR-verordening zijn inmiddels gesloten.Maritieme MaakindustrieDe Maritieme Maakindustrie richt zich op het ondersteunen maar de Maritieme sector via het maritiem innovatieprogramma (in samenwerking met het Ministerie van Defensie en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en de Duurzame innovatieve Scheepsbouw (SDS). Het doel van de SDS is het stimuleren van innovatieve, duurzaamheid bevorderende experimentele technologieën binnen de scheepsnieuwbouw- en ombouw. Overige subsidiesDeze middelen worden aangewend voor onder andere de bijdragen aan Nederland Maritiem Land (NML) voor Maritieme Innovatie Impulsprojecten en aan Stichting Toekomstbeeld der Techniek.GarantiesBorgstelling MKB-kredieten (BMKB)De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De overheidsborg bedraagt 90% van het borgstellingskrediet van 50% van het totaal verstrekte krediet (voor starters en innovatieve bedrijven gelden in verhouding hogere borgstellingskredieten ten opzichte van het 87Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 totaal verstrekte krediet). De kredietverstrekker kan, mocht dat nodig zijn, voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Het kabinet heeft in 2017 besloten de BMKB permanent open te stellen voor niet-bancaire partijen (Kamerstuk 32 637, nr. 286). Het gebruik van de regeling hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven, ontwikkeling van de conjunctuur en risicobereidheid van financiers. De raming betreft de verwachte schades die kredietverstrekkers bij EZ declareren als kredieten niet terug kunnen worden betaald. Tegenover de schades staan premies en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. In de budgettaire tabel is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke schadebetalingen en stortingen in de begrotingsre­serve BMKB.  Het totale garantieplafond voor de BMKB (inclusief BMKB-Groen) in 2025 bedraagt € 765 mln. De BMKB-corona (BMKB-C) module is vervallen op 30 juni 2022, wel is er nog een kasbuffer aangehouden voor eventuele schades.GroeifaciliteitDe Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen – zoals aandelenkapitaal van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de groei- en expansiefase van een bedrijf of voor opvolging/overnames. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen en banken vallen tot maximaal € 25 mln per financier onder de garantieregeling. In totaal kan er voor € 50 mln per bedrijf onder garantie worden gebracht. De garantie van de overheid bedraagt 50%. Financiers betalen een premie voor het gebruik van de garantie, de regeling is kostendekkend. De Groeifaciliteit is verlengd tot 1 januari 2025 zonder budget voor nieuwe openstellingen. Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)De GO geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kerngezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 400 mln aan garanties worden verleend, waarbij het gebruik afhankelijk is van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. De GO is kostendekkend. Het totale garantieplafond voor de GO in 2025 bedraagt € 400 mln. De GO-corona (GO-C) module is vervallen op 30 juni 2022. Wel is er nog een kasbuffer aangehouden voor eventuele schades.OpdrachtenCaribisch NederlandHet budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.RegeldrukWerkbaarheid, proportionaliteit en het zoveel mogelijk beperken van regeldruk van zowel voorgenomen als bestaande regelgeving staan centraal. Er komt een nieuw regeldrukreductieprogramma dat gericht is op het merkbaar en meetbaar aanpakken van knellende wet- en regelgeving voor bedrijven, die met de MKB-indicatorbedrijvenaanpak voor verschil­lende sectoren in kaart zijn en worden gebracht. Met de aanpassing van de Bedrijfseffectentoets, de uitbreiding van het mandaat voor het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR), de bouw van het prototype WetWijzer voor bedrijven en aandacht voor regeldruk als gevolg van 88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 lokale en Europese regelgeving wordt aan de hand van de vier pijlers werkbaar, merkbaar, meetbaar en vindbaar het regeldrukprogramma verder vormgegeven.Budget samenwerking regioDit budget heeft als doel de uitwisseling van ervaringen en kennis tussen Rijk en regio te stimuleren, en verbindingen te realiseren door partijen samen te brengen rondom EZ-thema’s als innovatie, ondernemerschap, digitalisering en ruimte voor economische activiteiten.Bijdragen aan agentschappenBijdrage aan RVO.nl – Innovatie Attachés (IA)De Innovatie Attachés, onderdeel van RVO.nl, werken in opdracht van EZ in veertien landen vanuit ambassades en consulaten. Zij leveren kennis en informatie over ontwikkelingen en trends op het terrein van innovatie, technologie en wetenschap in het buitenland, creëren verbindingen tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden, en bevorderen daarmee de internationale innovatiesamenwerking ten behoeve van het Nederlandse concurrentievermogen. Door innovatiesa­menwerking komt voor de betrokken partijen de beste kennis en kunde beschikbaar, worden lange termijn relaties gesmeed en handels- en inves­teringsrelaties versterkt. Zo werken de Innovatie Attachés samen met de NFIA aan de acquisitie van buitenlandse R&D. De Innovatie Attachés zijn voorts actief betrokken bij de beleidsvorming en -uitvoering op het gebied van open strategische autonomie en economische veiligheid en bij de internationalisering van NGF-projectvoorstellen.Bijdrage aan RVO - Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)De bijdrage van de NFIA is erop gericht om investeringen van buiten­landse bedrijven in Nederland te stimuleren. De NFIA ondersteunt buiten­landse bedrijven die zich willen vestigen in Nederland of die hier willen uitbreiden bij hun investeringsbeslissing. Tevens coördineert de NFIA de samenwerking met regionale partijen binnen het Invest in Holland netwerk en heeft het een signaalfunctie naar beleid over actuele ontwik­kelingen in het vestigingsklimaat. De NFIA focust zich op het aantrekken van buitenlandse bedrijven die juist ook bijdragen aan versterking van de innovatie-ecosystemen (samen met het IA-netwerk) en de verduur­zaming en digitalisering van de Nederlandse economie. De dienstverlening voor buitenlandse bedrijven bestaat onder meer uit informatievoorziening, praktische assistentie en introductie bij relevante partijen.Bijdrage aan RVO – uitvoering instrumentariumDeze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings­ en innovatie-instrumenten (zoals MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Internationaal Innoveren, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifa­ciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instru­menten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.Bijdrage aan Rijksinspectie Digitale InfrastructuurMet deze bijdrage verzorgt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevaartvoorwerpen, deelname aan internationale 89Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 gremia, en adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergun­ningen.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sKamer van KoophandelDe Kamer van Koophandel (KVK) voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: beheren van het Handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemersplein(en). Daarnaast beheert KVK in het kader van het Wwft-beleid de registers van uiteindelijk belang­hebbenden van juridische entiteiten en constructies zoals trusts.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesBijdrage NBTCEZ stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor het Nederlands Bureau van Toerisme en Congressen (NBTC) voor bestem­mingsmanagement, waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congressenwerving.Overige bijdragen aan organisatiesDit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het MKB en de Koning Willem I Stichting (€ 0,37 mln, waarvan € 0,07 mln wordt bijgedragen door IenW), bijdragen aan Holst Centre en Wetsus uit hoofde van de SBO-regeling en een bijdrage ten behoeve van het eengemaakt octrooigerecht (Unified Patent Court, UPC).Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:–Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid–Dividendbelasting vrijstelling inkoop van eigen aandelen–Fiscale regeling aandelenoptierechtenVoor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramings­grond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.90Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 22 Fiscale regelingen 2023–2025, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln)202320242025FOR aftrek34‒‒1FOR belaste afneming‒ 129‒ 126‒ 122Zelfstandigenaftrek13701056739Extra zelfstandigenaftrek starters121123126Meewerkaftrek777Stakingsaftrek171819Aftrek speur- en ontwikkelingswerk444Willekeurige afschrijving starters888Doorschuiving stakingswinst325346361Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit728698709Mkb-winstvrijstelling251525532609Innovatiebox221923582417Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO143714461582Btw Verlaagd tarief Logiesverstrekking125212861340Btw Kleineondernemersregeling311334334MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers2108911961256BPM Vrijstelling bestelauto ondernemers39621185‒OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer4293030Terbeschikkingstellingsvrijstelling212223Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek622598611Dividendbelasting dooruitdelingskorting DB9090901[-] = Regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling in dat jaar afgerond nihil.2MRB = Motorrijtuigenbelasting3BPM = Belasting van personenauto's en motorrijwielen4OVB = OverdrachtsbelastingToelichting op de ontvangstenRijksoctrooiwetDe ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van Octrooi­centrum NL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudings­taksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.BedrijfsteunDe ontvangsten betreffen steun terugbetalingen naar aanleiding van de coronacrisis. Hier vallen onder andere de Voucherkredietfaciliteit en Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS) onder.EurostarsDe ontvangsten Eurostars betreffen de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage bedraagt 25% van de nationale bijdrage.F-35De ontvangsten F-35 betreffen de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZ.91Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tegemoetkoming energiekosten mkb (TEK)De geraamde terugontvangsten voor de TEK betreffen € 35 mln in 2025. De TEK is vastgesteld in 2024 waarbij een deel van de uitgekeerde subsidie terugbetaald dient te worden.BMKB, Groeifaciliteit, GODe ontvangsten voor de BMKB, Groeifaciliteit en Garantie Ondernemings­financiering (GO) betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.Brexit Adjustment ReserveDe BAR is een door de EU ter beschikking gesteld fonds om kosten te dekken die door de lidstaten zijn gemaakt in verband met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Momenteel bevindt de implementatie zich in een afrondende fase waarbij de focus ligt op het succesvol declareren van de onder de BAR bestede middelen bij de Europese Commissie.Het was de kabinetsinzet dat Nederland de vanuit de verordening ter beschikking staande gelden van € 886,2 mln volledig en doelmatig zou benutten. De huidige verwachting is dat met de declaratie van gelden onder de BAR-beleidssporen van € 524,0 mln in combinatie met een overheveling naar de Nederlandse Herstel- en Veerkracht Faciliteit (hierna: HVF) van € 280,0 mln in totaal € 804,0 mln van de € 886,2 mln aan Nederland gealloceerde BAR-middelen aan Nederland ten goede zullen komen.Op basis van de uiteindelijke declaratie zal in 2025 de verrekening plaats­vinden. Alle subsidie regelingen die zijn opgezet naar aanleiding van de BAR-verordening zijn inmiddels gesloten. Er lopen nog een aantal bezwaren op bijvoorbeeld het visserijspoor waar het Ministerie van LVVN verantwoor­delijk voor is.Toelichting op de begrotingsreservesDe begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZ indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZ een borgstelling heeft afgegeven. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB (inclusief de BMKB-C), de BMKB-Groen, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) (inclusief de GO-C), de Groeifaciliteit (GF), de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB­financiering. De BMKB, BMKB-G, GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB­financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten in principe toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo begrotingsjaar wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.92Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 23 Stand begrotingsreserves per 31 december 2023 (bedragen x € 1 mln)Waarvan juridisch verplichtBorgstelling MKB-kredieten (BMKB)234100%Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen)13100%Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)232100%Groeifaciliteit64100%Garantie MKB-faciliteiten22100%Klein Krediet Corona (KKC)15100%Budgetflexibiliteit begrotingsreservesBMKBDe begrotingsreserve dient ertoe om een discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen en als buffer voor het niet-kosten­dekkende deel van de regeling. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2023 circa € 233,9 mln (inclusief de BMKB-C € 72,9 mln) en van de BMKB Groen € 13,1 mln, waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is.Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begro­tingsreserve ertoe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accom­moderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2023 €  232,1 mln (GO) (inclusief de GO-C € 45,1 mln) en € 64,1 mln (GF), de volledige reserves voor de GO regeling is juridisch verplicht, voor de GF is dit 80%. De omvang en benutting van de begrotingsreserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen.MKB-faciliteitenDit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB­financiering. De begro­tingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieont­vangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2023 van deze garanties is €  21,5 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.Klein Krediet CoronaDit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC). De begrotingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2023 van deze garanties is € 15,1 mln, waarmee 100% van de voorziening juridisch is verplicht.93Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Voorgenomen stortingen of onttrekkingen begrotingsreservesTabel 24 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/2025234,0234,0234,0Tabel 25 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen) (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/202513,113,113,1Tabel 26 Overzicht geraamd verloop Garantie Ondernemersfinanciering(GO) (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/2025232,0‒ 20,8211,2211,2Tabel 27 Overzicht geraamd verloop Groeifaciliteit (GF) (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/202564,164,164,1Tabel 28 Overzicht geraamd verloop MKB-faciliteiten (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/202522,522,522,5Tabel 29 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC) (x € 1 mln)Stand per 1/1/2024Verwachte toevoe­gingen 2024Verwachte onttrek­kingen 2024Verwachte stand per 1/1/2025Verwachte toevoe­gingen 2025Verwachte onttrek­kingen 2025Verwachte stand per 31/12/202515,115,115,1Op basis van de daadwerkelijke verliesdeclaraties en premieontvangsten wordt ultimo boekjaar bepaald of voor deze reserves een aanvullende onttrekking of storting aan de reserves dient plaats te vinden. Dit geldt voor de begrotingsreserves van de BMKB, BMK Groen, GO, GF, MKB-faciliteiten en KKC. Op dit moment zijn deze stortingen of onttrekkingen nog niet precies te ramen.Strategisch doel 3: Het faciliteren van de transitie naar een klimaatneutrale, circulaire en inclusieve economieEU-Cofinanciering Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (JTF)Dit fonds zal zich vooral richten op de economische diversificatie van de, door de klimaattransitie, zwaarst getroffen gebieden en op de omscholing en actieve inclusie van de werknemers en werkzoekenden in deze gebieden. De middelen zijn toebedeeld op COROP-niveau. EZ neemt de voor JTF vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het Missiege­dreven Topsectoren-en Innovatiebeleid (MTIB) en het nationale Klimaatak­koord. De cofinanciering door EZ bedraagt € 60 mln verplichtingenbudget in 2023, waarvan de kasuitgaven zijn geraamd in de periode 2023-2027. Ook decentrale overheden en private partijen zullen bijdragen aan cofinan­ciering van JTF-projecten.94Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 3 ToekomstfondsA. Algemene doelstellingHet Toekomstfonds is onderdeel van het bedrijvenbeleid zoals beschreven in artikel 2 en richt zich op het vergroten en beschikbaar stellen van (risico)financiering voor bedrijven en onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties. Het beoogt de innovatiekracht van Nederland te versterken en mogelijk te maken door het beschikbaar stellen van financiering voor het innovatief en snelgroeiend mkb en voor fundamenteel en toegepast onderzoek. Om de toegang tot risicokapitaal te faciliteren zet EZ met het Toekomstfonds diverse instrumenten in, zoals de regeling Vroegefasefinanciering (VFF), Seed Capital (incl. Seed Business Angel) en de Dutch Venture Initiatieven (DVI). Ook de Regionale Ontwikke­lingsmaatschappijen (ROM’s) zijn ondergebracht in het Toekomstfonds.Per juni 2024 is besloten het onderzoeksdeel en bedrijvendeel van het Toekomstfonds te integreren om duurzame financiering van valorisatie te borgen (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97). Hiertoe is besloten omdat het onderzoeksdeel niet voldoende revolverend is en hierdoor dit onderdeel als zelfstandig deel op termijn niet levensvatbaar is. Deze situatie is onwenselijk, want investeringen in valorisatie zijn onmisbaar voor de ontwikkeling van start- en scale-ups en het innovatief mkb. Met de integratie wordt enerzijds geborgd dat de totale middelen in het Toekomstfonds doelmatiger kunnen worden ingezet en anderzijds dat er in valorisatie geïnvesteerd kan blijven worden, zonder dat dit ten koste gaat van de financiering van start- en scale-ups.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van EZ is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven, en verant­woordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat.De Minister van EZ heeft sinds de integratie volledige formele zeggenschap over het Toekomstfonds. Beslissingen over investeringen in valorisatie en fundamenteel en toegepast onderzoek worden in gezamenlijkheid met de Minister van OCW gemaakt (zie artikel 2). Vanuit deze verantwoorde­lijkheden heeft de minister een financierende en faciliterende rol, zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting.Financieren/faciliteren–Het mede­financieren van investeringen in R&D en innovatie waaronder ten behoeve van kennisbenutting (valorisatie); zie tevens artikel 2;–Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven.Om – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrij­venbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZ-begroting.95Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 C. BeleidswijzigingenOp het terrein van startups en mkb­financiering stonden de eerste drie kwartalen van 2024 in het teken van de evaluaties van verschillende regelingen binnen het Toekomstfonds, waaronder de regelingen Innova­tiekrediet, SEED Capital, VFF en het DVI. Daarnaast is de samenhang van deze regelingen en daarmee de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het risicokapitaalinstrumentarium van EZ als geheel geëvalueerd in een meta-analyse. In het laatste kwartaal van 2024 worden de uitkomsten van deze evaluaties aan de Kamer aangeboden. Naast deze evaluaties is in 2024 het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar bedrijfsfinanciering afgerond. Na het afronden van de meta-analyse en het IBO zal worden bezien of de bovengenoemde regelingen uit het Toekomstfonds aanpassing behoeven om de Nederlandse start- en scale-ups de juiste ondersteuning te blijven bieden. Voor de SEED Capital regeling zal er in 2025 een additionele tender worden opengesteld voor specifiek deeptech investeringsfondsen, om investeringen in deze sector te stimuleren. Daarnaast wordt verkend of het NWO-luik van de VFF opgehoogd moet worden wegens de hoge vraag en de consistentie met de bredere VFF-regeling.Op het terrein van investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek zullen in 2025 de eerste samenwerkingsverbanden van start gaan met hun onderzoeksprojecten op basis van de Subsidiemodule Regeneratief Geneeskundig Onderzoek (SRGO) die in 2024 is gepubliceerd en waarvan de eerste tender heeft plaatsgevonden. Tevens loopt de TTT-regeling af en zal er worden bezien om deze te verlengen zodat een derde tender kan worden opengesteld. De bedoeling is om middelen aan vier consortia te verstrekken op de terreinen van klimaattechnologie, deeptech, medische technologie en kunstmatige intelligentie (AI) & datawe­tenschappen. Wanneer deze nieuwe investering naast de SRGO doorgang kan vinden wordt valorisatie in Nederland verder versterkt, zowel door aanbod gedreven valorisatie (technology push; TTT) als vraag gedreven valorisatie (technology push; SRGO).Tot slot, Invest-NL krijgt in totaal € 900 mln tot en met 2029 aan additionele middelen waarmee haar slagkracht wordt vergroot. Hiervan wordt cumulatief € 600 mln gebruikt voor versterking van het kernkapitaal (via de begroting van het ministerie van Financiën), wat onder meer bijdraagt aan de doorgroei van startups naar scaleups. Met cumulatief € 250 mln krijgt Invest-NL de mogelijkheid blended finance-financiering uit te breiden om hiermee knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren. Daarmee wordt het innovatief mkb aanvullend geholpen om door te groeien en neemt de maatschappelijke impact van Invest-NL nog meer toe. Tevens wordt cumulatief € 50 mln toegevoegd in het Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV), waarmee als laatste redmiddel een belang kan worden genomen in bedrijven wanneer voorziene investeringen van statelijke actoren onze nationale veiligheid bedreigen.Ter ondersteuning van de financiering van internationale Nederlandse bedrijfsleven door Invest International wordt een bedrag van €100 mln in 2026 vrijgemaakt uit de gereserveerde middelen in het Hoofdlijnenakkoord voor Invest-NL (via de begroting van het ministerie van Financiën). Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd hoe de continuïteit van Invest International voor de toekomst kan worden geborgd, onder andere door te bezien of, 96Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 en zo ja onder welke voorwaarden, een integratie van beide organisaties mogelijk is op zodanige wijze dat de beleidsdoelen van beide organisaties worden versterkt (binnen de geldende budgettaire afspraken).D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen216.531240.250270.486302.172294.237239.781294.462Uitgaven208.266368.526293.096371.594350.322266.334318.745Subsidies (regelingen)3.4132.4203.6505.1505.1273.5503.550Smart Industry (subsidie)13420Haalbaarheidsstudies STW547Thematisch Technology Transfer2.8532.0003.6505.1505.1273.5503.550Leningen195.836356.554279.942356.988335.786253.422305.881Startups / MKB financieringVolledig revolverendFund to Fund7.00011.90511.90511.90511.90511.905120.939ROM's19.3013.0592.45712.2942.185Dutch Future Fund4.33312.5842.000Deep Tech Fund35.00070.00050.00020.000Fonds Alternatieve Financiering6.25025.90710.000Economische Veiligheid Fonds100.00025.00025.000European Tech Champions Initiative (ETCI)21.90010.00025.00025.00018.100Deels revolverendInnovatiekrediet43.59153.00050.00064.00074.00065.00067.000Risicokapitaal SEED41.09941.00053.92049.60249.60249.60249.602Vroege fase / informal investors10.39420.99835.44333.02333.14132.34031.275Start ups / MKB25.00025.00025.000Blended finance faciliteit Invest-NL100.000100.00050.000Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoekMet vermogensbehoudInvesteringen in fundamenteel en toegepast onderzoek4.036Onco research2.2093.1005.5005.5005.5005.5001.625Smart Industry (leningen)19279Thematische Technology Transfer4.7404.5005.5006.4507.1506.3645.800RegMed XB2223.2174.2145.1677.7114.640Bijdrage aan agentschappen9.0179.5529.5049.4569.4099.3629.314Bijdrage RVO.nl9.0179.5529.5049.4569.4099.3629.314Ontvangsten138.56579.27140.692179.23237.13136.757248.039ROM's64.13432.4125.504143.117Fund to Fund125.350DVI II85.050Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek635768777704720494533Thematische Technology Transfer106Smart Industry18791411411411263Innovatiekredieten58.10033.00021.00022.00023.00023.00024.000SEED13.64813.00013.00013.00013.00013.00013.00097Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 2023202420252026202720282029Ontvangsten VFF1.861Tabel 31 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen216.531240.250270.486302.172294.237239.781294.462waarvan garantieverplichtingenwaarvan overige verplichtingen216.531240.250270.486302.172294.237239.781294.462Geschatte budgetflexibiliteitTabel 32 Geschatte budgetflexibiliteit2025Juridisch verplicht87%Bestuurlijk gebonden13%Beleidsmatig gereserveerd0%Vrij te besteden0%Juridisch Verplicht–Subsidies (regelingen): Een groot deel van het budget voor subsidies is in 2025 juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen in het kader van de regeling Thematische Technology Transfer (TTT).–Leningen: De verschillende leningen zijn grotendeels juridisch verplicht. Dit betreft een groot deel van het budget voor de Seed Capital regeling, de regeling Thematische Technology Transfer en Deep Tech Fund.Bestuurlijk gebonden–Leningen: Een deel van de leningen is bestuurlijk gebonden. Dit betreft uitgaven voor het REGMED-instrument, Innovatiekredieten en Vroegefa­sefinanciering.RevolverendheidOpbrengsten van succesvolle innovaties vloeien terug in het Toekomst­fonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.98Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Figuur 3 Instrumenten Volledig revolverend (x € 1 mln)1.0441.0441501503535t/m 202320242025uitgavenontvangsten05001.0001.500Figuur 4 Instrumenten Gedeeltelijk revolverend (x € 1 mln)1.1801.180416416100100t/m 202320242025uitgavenontvangsten05001.0001.500Figuur 5 Instrumenten Fundamenteel en toegepast onderzoek (x € 1 mln)6969551919t/m 202320242025uitgavenontvangsten050100Toelichting: In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de (geraamde) uitgaven van de diverse regelingen en de (geraamde) terug-ontvangsten op verstrekte kredieten. Ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen worden eerst na verloop van een aantal jaar gerealiseerd. Bij instrumenten die relatief kort bestaan (bijvoorbeeld investeringen in funda­menteel en toegepast onderzoek) zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. Dit is het geval bij MKB­financiering volledig 99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 revolverend (DVI sinds ultimo 2012 en het Co-investeringsfonds sinds 2017) en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (sinds 2016). In de komende jaren zullen naar verwachting de ontvangsten relatief gaan toenemen op de uitgaven. In de evaluatie van het deel van het Toekomst­fonds voor fundamenteel en toegepast onderzoek wordt een eerste voorzichtige inschatting gemaakt van de uiteindelijke revolverendheid van dit deel van 48% tot 60% (Kamerstuk 36200-XIII-127). De instrumenten in het onderdeel MKB­financiering zijn gedeeltelijk revolverend, zoals de Seed Capital regeling en het Innovatiekrediet, bestaan al langer en kennen hierdoor al een substantiële ontvangstenrealisatie.E. Toelichting op de financiële instrumentenDe middelen in het Toekomstfonds worden revolverend ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toegepast onderzoek. Voorheen was het Toekomstfonds opgedeeld in een bedrijvendeel en een onderzoeksdeel. Met de Kamerbrief uit juni 2024 (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97) is het onderzoeksdeel geïnte­greerd met het bedrijvendeel. Hierdoor vallen alle instrumenten onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZ. Tot en met 2024 had de Minister van OCW een gedeelde verantwoordelijkheid over het onder­zoeksdeel.Zoals aangekondigd in de eerste suppletoire begroting 2024 zijn alle ramingen op het Toekomstfonds geactualiseerd in overleg met het Ministerie van Financiën en uitvoering. Deze nieuwe ramingen zijn te zien in de budgettaire tabel in sectie D. en in de Suppletoire Begroting September voor het begrotingsjaar 2024. Alle uitgaven en ontvangstenramingen zijn indien nodig geactualiseerd op basis van de meest recente uitvoeringsinfor­matie en beleidsdoelen. In deze nieuwe ramingen is zo veel als mogelijk rekening gehouden met het vervallen van de 100% Eindejaarsmarge op het Toekomstfonds zoals besloten in de Startnota van het nieuwe Kabinet Schoof I.SubsidiesSmart IndustryDit betreft de uitfinanciering van het subsidiedeel van de regeling Smart Industry. Daarnaast is er € 1,6 mln beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de schaalsprong-agenda Smart Industry 2023-2025. Dit wordt bekostigd vanuit Bevorderen Ondernemerschap op artikel 2 van de EZ-begroting.Thematische Technology TransferDe TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Het subsidie-gedeelte van de TTT richt zich op de genoemde activiteiten van de thematische samenwer­kingsverbanden gericht op kennisoverdrachtsactiviteiten op een bepaald thema, met als doel het helpen oprichten van kennisstarters in de periode 2019-2026. Daarnaast worden er twee nieuwe tenders ontwikkeld en opengesteld, met een focus op de terreinen van klimaattechnologie, deeptech, medische technologie en kunstmatige intelligentie (AI) & datawe­tenschappen.100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 LeningenHet in 2014 gevormde Toekomstfonds (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5) bestaat uit volledig revolverende instrumenten en gedeeltelijk revolverende instru­menten in de vorm van het financiële instrument leningen.MKB-financiering: volledig revolverendFund to Fund (DVI I en DVI II)Het Dutch Venture Initiative (DVI) heeft een vliegwieleffect voor de risicoka­pitaalmarkt omdat het in fondsen investeert waarin private investeerders tussen de minimaal 50% en 90% meefinancieren. Dit effect wordt versterkt door het feit dat bedrijven met dit risicokapitaal gemakkelijker nieuw vreemd vermogen kunnen aantrekken. Met ondersteuning van DVI-fund-of-funds is sinds 2014 meer dan € 4,2 mld aan risicokapitaal beschikbaar gekomen. De venture capital fondsen verkrijgen tussen € 5 mln en € 20 mln uit DVI I en II. Begin 2023 hadden 390 ondernemingen financiering uit DVI-fondsen verkregen. De uitvoering van DVI I en DVI II is belegd bij de ROM OostNL en het Europees Investeringsfonds (EIF).Het eerste DVI-fonds van € 202,5 mln (EZK-bijdrage € 130 mln, EIF-bijdrage € 67,5 mln en BOM-bijdrage € 5 mln) is opgericht in 2013 en is inmiddels volledig gecommitteerd in 14 venture capital fondsen, waaronder een specifiek fonds voor business angels van € 45 mln. Het tweede DVI fund-of-funds van € 200 mln (EZK-bijdrage € 100 mln, EIF-bijdrage € 100 mln) is opgericht in 2016 en er zijn inmiddels 13 fondsen operationeel.Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)Participaties in de ROM’s worden onder de revolverende investeringen verantwoord. In 2023 was er € 4 mln beschikbaar voor een kapitaalstorting aan de ROM Flevoland. Tevens was er € 5 mln voor een kapitaalstorting aan het Innovatiefonds Zeeland in het kader van de compensatie van het niet doorgaan van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen. Voor 2026 is er nog € 10 mln gereserveerd voor additionele kapitaalstortingen.Dutch Future Fund (DFF)Het Dutch Future Fund met een omvang van € 300 mln wordt uitgevoerd door het Europees Investeringsfonds (EIF) in samenwerking met Invest-NL. Het fonds investeert in risicokapitaalfondsen, zodat via die fondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse innovatieve groeibe­drijven wordt vergroot. EZ heeft in totaal € 25 mln voor dit fonds beschikbaar gesteld. De uitfinanciering van dit fonds vindt plaats over de komende jaren.Deep Tech Fund (DTF)Het Deep Tech Fonds betreft een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk kan maken. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet hebben bewezen en waar relatief grote risico’s aan kleven. Het fonds is uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. De omvang van het fonds bedraagt € 250 mln, waarvan € 175 mln door EZ is ingebracht en € 75 mln door Invest-NL.Fonds Alternatieve Financiering (Dutch Alternative Credit Instrument; DACI)Samen met Invest-NL en het Europees Investeringsfonds (EIF) is een fonds opgericht voor de funding van alternatieve financiers. De fondsomvang bedraagt € 200 mln, waarvan € 50 mln door EZ is ingebracht. Met het 101Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 fonds kan het aanbod van funding voor alternatieve financiers worden vergroot. Hierdoor verkrijgen alternatieve financiers meer slagkracht om leningen te verstrekken aan ondernemers en kunnen zij een aantrekkelijk alternatief bieden voor bancaire financiering. Zo draagt het fonds bij aan een divers financieringslandschap.European Tech Champions Initative (ETCI)Het European Tech Champions Initiative (ETCI) heeft als doel het vergroten van de slagkracht van Europese risicokapitaalfondsen waardoor Europese innovatieve scale-ups minder afhankelijk worden van niet-Europees risico­kapitaal. Het ETCI is belegd bij het Europees Investeringsfonds (EIF), Nederland neemt sinds 2023 deel aan ETCI voor in totaal € 100 mln.Beschermingsfonds Economische VeiligheidOnze gereedschapskist om dreigingen tegen de nationale veiligheid het hoofd te bieden is goed gevuld. Een krachtig laatste redmiddel als de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid mag daarin niet ontbreken. Verhoogde geopolitieke spanningen vergroten echter de druk op de Beschermingsvoorziening. Daarom verruimen we de huidige voorziening van € 100 mln naar € 150 mln. Zo blijft het instrument de komende tijd voldoende slagvaardig mocht nood aan de man zijn.Figuur 6 Participaties Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ultimo 2023 (x € 1 mln)42,042,046,646,656,856,835,335,369,269,219,219,224,024,06,76,730,430,4N.V. BOMN.V. NOMROM Innovation Quarter B.V.N.V. LIOFOost N.V.Investeringsfonds Zeeland B.VROM Regio Utrecht B.VGroeifonds Flevoland B.V.ROM InWest B.V.01020304050607080MKB-financiering: gedeeltelijk revolverendBlended financeUit het IBO bedrijfsfinanciering is gebleken dat er kansen zijn voor Invest-NL om haar huidige taak breder te in te vullen om hiermee beter knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren, in het bijzonder bij hoog-risico-projecten met hoge maatschappelijke baten waar de rendements­doelstelling van Invest-NL knellend kan werken. Met deze blended finance faciliteit krijgt Invest-NL de mogelijkheid om effectiever te investeren in de doorgroei van risicovolle startups en scaleups en daarmee de opschaling van belangrijke innovaties. Dit is met name relevant voor bedrijven die 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 werken aan innovaties en technologie met een hoog Technology Readiness Level die richting een definitieve markttoepassing gaan en daarmee privaat verdienvermogen kunnen opleveren maar waarbij de risico’s nog substan­tieel zijn om (volledig) door de markt en/of Invest-NL gefinancierd te worden. Hiermee nemen bovendien de mogelijkheden tot het mobiliseren van privaat kapitaal toe en wordt de slagkracht en maatschappelijke impact van Invest-NL vergroot.InnovatiekredietHet Innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve mkb en startups, en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50-75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten. Risicokapitaal SEED - SEED Capital en SEED Business AngelsOnder het instrument Risicokapitaal SEED valt de SEED Capital regeling en de SEED Business Angel regeling. De SEED Capital regeling ondersteunt innovatieve start-ups bij het verkrijgen van risicokapitaal door het verstrekken van een renteloze geldlening van maximaal € 10 mln per fonds aan investeringsfondsen om het ingebrachte private kapitaal te verdubbelen. De SEED Business Angel regeling faciliteert private investe­ringen in technische- en/of creatieve start-ups door renteloze geldleningen te verstrekken welke gelijk is aan het private inlegbedrag tot maximaal € 1 mln.Voor de SEED Capital regeling zal er in 2025 een additionele tender worden opengesteld voor specifiek deeptech investeringsfondsen, om investeringen in deze sector te stimuleren.Vroege fase / informal investors (VFF)De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering in de vorm van een geldlening aan academische, HBOen TO2 starters, voor innovatieve starters en kleine bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onder­bouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt ook de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd. Ook bevat de regeling een regionale module, waarmee regionale financiers cofinanciering kunnen verkrijgen ten behoeve van het verstrekken van vroegefasefinanciering aan ondernemingen. Voor 2025 wordt er gekeken naar de mogelijkheden om meer middelen beschikbaar te stellen voor het NWO-luik van de VFF, zowel om meer hoogwaardige aanvragen te kunnen honoreren als het budget per aanvraag op gelijke voet te brengen met de bredere VFF-regeling.Startup / MKBHet Startup/MKB instrument dient om aflopende instrumenten op het Toekomstfonds te financieren en voorspelbaar overheidsbeleid te kunnen realiseren. Revolverende ontvangsten van aflopende regelingen en inves­teringen keren terug op dit instrument en worden daarna opnieuw ingezet binnen het Toekomstfonds om zo de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toegepast onderzoek te faciliteren.103Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Q4CNaar aanleiding van het advies «versterking eigen vermogen mkb» van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap zijn er middelen beschikbaar gesteld ter versterking van het eigen vermogen van het MKB. Het doel is de solvabiliteitspositie van het MKB te versterken en de toegang tot anders­oortige financiering te vergroten. Hierdoor krijgen mkb-ondernemers ruimte om te investeren in groei en belangrijke transities als verduurzaming en digitalisering. Bovengenoemde instrumenten versterken en stimuleren private vermogensverschaffers om innovatieprojecten van bedrijven te financieren en voorzien in de behoefte van bedrijven aan betere toegang tot risicokapitaal voor innovatie.In 2023 is € 15 mln beschikbaar gesteld voor de financiering van Techleap . Bij de begrotingsbehandeling 2024 is het amendement van Strien aangenomen waarmee € 4 mln vanuit het budget van Q4C is vrijgemaakt voor de ROM's (36410-XIII nr. 19). Het resterende budget na verwerking van de amendementen is niet voldoende om het originele doel van Q4C te behalen, deze middelen (€ 5,6 mln) worden daarom vanaf begrotingsjaar 2025 elders ingezet binnen het Toekomstfonds.Figuur 7 Gebruik regelingen ToekomstfondsAantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruiktAantal participaties via Seed Capital en Fund of FundsAantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruiktAantal participaties via TTT201520162017201820192020202120222023050100150200104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 33 KengetallenKengetallen201520162017201820192020202120222023BronInnovatiekredietRVOAantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt333229312927191622Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)11913615917313916797116134Seed Capital en Fund of funds1RVO.nl/EIFAantal participaties via SEED (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)35374858775142108110Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED (x € 1 mln) (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)31,131,640,44754,652,869,679,488,3Vroegefasefinanciering2RVO.nl/NWO-TTWAantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt2122192019172271Thematische Technology Transfer (TTT) regeling3RVOHet aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen101423n.n.b.Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband62475n.n.b.1In verband met de migratie naar het nieuwe systeem zijn de cijfers herzien. Hierdoor is het aantal participaties via SEED en SEED Business Angels over het jaar 2022 gewijzigd van 67 (zonder de correcties) naar 108 (met de correcties).De begrotingsindicator heeft betrekking op SEED Capital (uitgevoerd door RVO) en Fund of Funds (DVI). Het cijfer in bovenstaande tabel betreft uitsluitend SEED en SEED Business Angels (met ingang van 2018).2Sinds 2021 zijn er ook regionale loketten opengesteld die het merendeel van de VFF­financieringen uitvoert.Een deel van de Vroege Fase Financiering loopt via TTW (tot 1 januari 2017 STW). TTW levert dat cijfer rechtstreeks aan het Ministerie van EZK. Het cijfer dat RVO aanlevert is dus slechts een deelindicator.3Door het beschikbaar komen van nieuwe monitoringsinformatie zijn de cijfers voor de TTT-regeling met terugwerkende kracht bijgewerkt voor de jaren 2020 t/m 2022. Op dit moment zijn er nog geen nieuwe cijfers beschikbaar voor de TTT, de verwachting is dat na de zomer nieuwe cijfers beschikbaar zijn.Fundamenteel en toegepast onderzoek: gedeeltelijk revolverendInvesteringen in fundamenteel en toegepast onderzoekDe middelen waren t/m 2022 nodig voor de uitfinanciering van de regeling Toekomstfonds Onderzoeksfaciliteiten (TOF), waarmee van 2015 tot en met 2017 investeringen in hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten zijn ondersteund. Nu geldt het als bufferinstrument voor het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds. Hierop komen alle ontvangsten van het onder­zoeksdeel terecht.Oncode ResearchOncode Institute wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op excellent onderzoek en Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de toepassing van wetenschappelijk oncologisch onderzoek voor betaalbare oplossingen voor de patiënt. In 2023 is fase 2 van de pilot ingegaan. Smart Industry (leningen)De uitfinanciering van het leningendeel van de regeling Smart Industry Fieldlabs die in 2017 is gepubliceerd en eenmalig is opengesteld loopt t/m 2023. De regeling heeft als doel om de digitalisering van de industrie te versnellen door slimme inzet van nieuwe productietechnologieën (bijvoorbeeld 3D-printers, robots, drones en sensoren) in combinatie met ICT. De subsidie bestaat voor tweederde uit een renteloze lening.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Thematische Technology TransferDe TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Dit wordt gedaan door middel van TTT-fondsen in de periode 2019 tot en met 2026. De investeringen van de fondsen hebben een looptijd van maximaal 9 jaar en na vervreemding vloeien de opbrengsten daarvan terug naar het Toekomstfonds. Daarnaast worden er twee nieuwe tenders ontwikkeld en opengesteld, met een focus op de terreinen van klimaattechnologie, deeptech, medische technologie en kunstmatige intelligentie (AI) & datawetenschappen.RegMed XBEr is € 30 mln inclusief uitvoeringskosten aan middelen uit het Toekomst­fonds beschikbaar voor de financiering van publiek-private samenwer­kingen. Hier wordt middels de Subsidiemodule Regeneratief Geneeskundig Onderzoek (SRGO) uitvoering aan gegeven. Met een revolverend financieel instrument worden deze middelen ingezet voor de financiering van projecten om innovatie en bottom-up samenwerking en valorisatie tussen het mkb en kennisinstellingen te stimuleren. Die projecten richten zich op het ontwikkelen van medische oplossingen op het gebied van regeneratieve geneeskunde, waarmee ook wordt bijgedragen aan de beheersing van zorgkosten. Van de beschikbare € 30 mln is € 15 mln afkomstig van de begroting van het Ministerie van VWS.Bijdrage aan agentschappenBijdrage aan RVODit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de SEED Capital en SEED Bussiness Angels regeling, de regeling Vroegefasefinanciering, en de TTT-regeling.Toelichting op de ontvangstenDe ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZ-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente indien van toepassing) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinan­ciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de SEEDCapital en SEED Business Angels regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwik­kelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden en opbrengsten van aandelenverkoop. Ook hebben de ontvangsten betrekking op de terugontvangst van de middelen die aan de ROM's ter beschikking zijn gesteld voor het verstrekken van de Corona-overbruggingsleningen (COL) aan bedrijven tussen 2020 en 2022.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingD: Budgettaire gevolgen van beleidVanaf begrotingsjaar 2025 zijn de budgetten overgeheveld naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De budgetten vanaf 2025 staan op artikel 31 van de begroting van KGG en worden daar toegelicht.Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen18.448.40215.589.989Uitgaven7.707.0144.202.006Subsidies (regelingen)5.725.2513.093.685Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)66.17659.414Hernieuwbare Energietransitie (HER+)31.11425.419Energie­efficiency2.435984Green Deals2.28456Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)49.77764.486Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)2.9392.672Projecten Klimaat en Energieakkoord7062.740SDE701269.500SDE+397.600666.946SDE++102.375532.965Aardwarmte30.00038.593ISDE-regeling510.696500.357Carbon Capture Storage (CCS)2.7864.510Hoge Flux Reactor6.4015.610Caribisch Nederland19.06417.793Overige subsidies49.13432.639Opschalingsinstrument waterstof2.15052.400Maatregelen voor CO2-reductie0615Ombouw grootverbruikers1.9490Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)0302Subsidieondersteuning verduurzaming MKB6550IPCEI waterstof124.282177Vulmaatregelen gasopslag67.921104.746MIEK5.8215.284Schadeafhandeling mijnbouw Limburg273.528Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)786.100NGF-project NieuweWarmteNu!10.15335.551Tegemoetkoming energieprijzen 20229.3661.000Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 20233.668.290224.336Compensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten059.853Tegemoetkoming blokaansluitingen496.880225.880Uitbreiding ontwikkelfonds energiecoöperaties warmteprojecten26.7910Investeringen waterstofbackbone36.70033.751NGF - project Circulaire zonnepanelen021.768Kwaliteitsbudget energieprojecten014.700107Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Omschrijving2023202420252026202720282029Subsidie project Djewels026.000Correctieregeling duurzame warmte031.130Efficiëntere benutting elektriciteitsnetten021.880Realisatie Zon op Zee00Leningen83.80024.370Lening EBN19.00024.000Lening InvestNL64.800370Opdrachten34.309104.731Onderzoek mijnbouwbodembeweging1.3524.439SodM onderzoek1.7812.247Uitvoeringsagenda klimaat275105Klimaat mondiaal330886Onderzoek en opdrachten23.05616.938Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)78.896Energiehulp Oekraïne7.50829.500Projecten Kernenergie041.720Bijdrage aan agentschappen140.635176.486Bijdrage RVO.nl119.398146.180Bijdrage RDI4.6217.835Bijdrage NEa12.84316.104Bijdrage KNMI1.8722.792Bijdrage NVWA01.018Bijdrage RIVM087Bijdrage RWS1.9012.470Bijdrage aan ZBO's/RWT's148.464169.177Doorsluis COVA­heffing104.973111.000TNO kerndepartement41.71855.992TNO SodM1.7732.185Bijdrage aan medeoverheden367.187596.538Uitkoopregeling2.7491.055Regeling toezicht energiebesparingsplicht12.85813.610Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden351.580581.873Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties9.34437.019Nuclear Research Group (NRG)8.19420.199Internationale contributies1.15016.681PBL Rekenmeesterfunctie0139Storting/onttrekking begrotingsreserve1.198.0240Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie1.198.0240Ontvangsten2.407.8272.586.354Ontvangsten COVA104.973111.000Opbrengst heffing ODE (SDE++)259.7795.000Ontvangsten zoutwinning2.5362.511Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie454.1861.218.529ETS-ontvangsten1.281.353900.000Diverse ontvangsten241.535288.457Opbrengsten tenders Wind op Zee63.46560.857108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 35 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen18.448.40215.589.989waarvan garantieverplichtingenwaarvan overige verplichtingen18.448.40215.589.989109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectiefD. Budgettaire gevolgen van beleidVanaf begrotingsjaar 2025 zijn de meeste budgetten overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De budgetten vanaf 2025 staan op artikel 15 van de begroting van BZK en worden daar toegelicht. Enkele budgetten gerelateerd aan mijnbouwactiviteiten zijn ovbergeheveld naar artikel 31 van de begroting van KGG en worden daar toegelicht.Tabel 36 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen2.630.1634.011.689Uitgaven2.507.9982.897.117Subsidies (regelingen)559.841175.210Waardevermeerderingsregeling46.61267.124Geestelijke bijstand574550Uitgaven Nadeelcompensatie510Duurzaam herstel014.078Woonbedrijf1.3301.330Diverse subsidies versterken151.20263.387Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken203.8337.914Huurderscompensatie473350Nieuwbouwregeling2.7664.930Economische bedrijvigheid010.693Uitbreiding bereik woningsverbeteringssubsidie153.0004.854(Schade)vergoeding330.657817.985Vergoeding fysieke schade167.744424.479Vergoeding waardedaling20.86564.000Vergoeding immateriële schade100.62088.215Commissie Bijzondere Situaties1.5273.231Herbeoordeling waardedaling21.150522Vastgelopen dossiers2419.310Vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen5.516232Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen8.31163.450Knelpunten (bestuurlijke afspraken)3.0815.084Versterken industrie991.359Knelpunten IMG035.453Versterken in eigen beheer1.720111.650Duurzaam herstel01.000Opdrachten1.144.8331.219.258Werkbudgetten3.00526.174Versterkingsoperatie377.947637.837Knelpunten (bestuurlijke afspraken)4.91523.642Versterken industrie101241Vergoeding Norg akkoord756.647490.897Vastgelopen dossiers2.1853.500Verduurzaming bij versterken3328.967Duurzaam herstel08.000110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Omschrijving2023202420252026202720282029Vermogensverschaffing/-onttrekking00Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen00Bijdrage aan agentschappen229.986275.092Bijdrage RVO.nl227.416272.522Bijdrage aan bestuur Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)2.5702.570Bijdrage aan ZBO's/RWT's1.4619.458TNO publieke SDRA1.4611.400Raad voor de Rechtbijstand08.058Bijdrage aan medeoverheden241.220393.654Mkb-programma (bestuurlijke afspraken)4.4007.264Nationaal Programma Groningen100.28498.306Compensatie gemeenten en provincie (bestuurlijke afspraken)35.670114.766Clustering en gebiedsfonds (bestuurlijke afspraken)93.78296.640Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten (bestuurlijke afspraken)6.5847.158NCG bijdrage aan medeoverheden5006.700Knelpunten gemeenten sociaal domein014.400Leefbaarheid en wijkontwikkeling020.000Sociale agenda015.100Erfgoedprogramma013.320Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties06.460Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)0168Raad voor Rechtspraak06.292Ontvangsten4.779.9613.380.978Ontvangsten Mijnbouwwet2.429.474280.000Dividenduitkering EBN2.159.3911.567.000Dividenduitkering GasTerra3.6003.600Ontvangsten NAM fysieke schade0450.418Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade236398.998Ontvangsten NAM waardedaling11860.747Ontvangsten NAM immateriële schade17159.572Ontvangsten NAM publieke SDRA6023.506Ontvangsten NAM versterken industrie3593.073Ontvangsten NAM versterkingsoperatie146.439389.183Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)050.000Ontvangsten NAM Nieuwbouwregeling06.665Diverse ontvangsten39.7254145Ontvangsten NAM juridische bijstand04071Tabel 37 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen2.630.1634.011.68900000waarvan garantieverplichtingen00waarvan overige verplichtingen2.630.1634.011.689111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 4. Niet-beleidsartikelenArtikel 40 ApparaatOp dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van EZ en KGG geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kernde­partement (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZ en KGG (ACM37, CPB en SodM). Enkele stafdirecties van EZ werken als gemeenschappelijke dienst voor EZ, KGG en LVVN. In deze begroting is enkel het EZ en KGG-aandeel van deze gedeelde diensten geraamd, te weten 57%. De overige 43% van het budget staat op de LVVN-begroting geraamd. De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel een raming voor de bijdragen aan DICTU voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van de kernministeries EZ en KGG.Tabel 38 Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen610.217762.233516.829475.161454.917423.251412.810Uitgaven610.217762.233516.829475.161454.917423.251412.810Personele uitgaven453.036585.490386.034365.603351.429340.162333.544eigen personeel328.537408.572231.818236.066254.712270.839304.237inhuur externen117.410152.435140.540108.52777.12354.54421.126overige personele uitgaven7.08924.48313.67621.01019.59414.7798.181Materiële uitgaven157.181176.743130.795109.558103.48883.08979.266ICT6.81616.08433.30332.70743.57027.97528.363bijdrage aan SSO's28.83431.40328.83928.10728.06327.98616.040bijdrage aan agentschap DICTU42.99328.31727.25627.13727.11627.12831.588overige materiële uitgaven78.538100.93941.39721.6074.73903.275Ontvangsten91.493141.25922.84622.84622.84622.84622.846NCG46.575117.02800000Overig44.91824.23122.84622.84622.84622.84622.846Toelichting op de uitgavenPersonele uitgavenDe personele uitgaven betreffen alle personeelsuitgaven voor het kernde­partement en de diensten. De ramingen voor externe inhuur zijn apart gespecificeerd. Onder de overige personele uitgaven vallen onder andere het sociaal plan, wachtgelduitgaven en kosten voor de landsadvocaat.Materiële uitgavenBetreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de diensten. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de 37 De leden van het Bestuur ACM vormen een ZBO. De uitgaven voor dit ZBO zijn geraamd op beleidsartikel 1.112Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere het Rijksvast­goedbedrijf (RVB) en de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.Toelichting op de ontvangstenDe ontvangsten betreffen bij de ACM de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post alsook de vergoe­dingen voor fusiemeldingen. Bij het SodM betreft het retributieontvangsten. Bij het CPB gaat het om ontvangsten in verband met werken voor tweeden. De ontvangsten van het kerndepartement bestaan o.a. uit ontvangsten voor doorbelaste kosten en voor vakliteratuur.Externe inhuurVoor 2025 wordt voor totaal EZ en KGG een percentage externe inhuur voorzien dat ruim boven de zgn. Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor alle onderdelen van EZ en KGG.Tabel 39 Percentage externe inhuur202320242025Kerndepartement11,8%11,2%11,7%Autoriteit Consument & Markt13,5%10,0%12,4%Centraal Planbureau0,2%0,0%0,2%Staatstoezicht op de Mijnen116,3%12,0%10,0%Nationaal Coördinator Groningen262,7%62,0%Rijksdienst voor Ondernemend Nederland27,3%29,0%24,0%Rijksinspectie Digitale Infrastructuur20,8%22,0%20,8%Dienst ICT Uitvoering58,0%47,1%41,0%Nederlandse Emissieautoriteit36,8%10,0%Totaal30,9%29,9%23,3%1De ministeriële verantwoordelijkheid over de Staatstoezicht op de Mijnen is overgegaan naar de Minister van Klimaat en Groene Groei. In de begrotingsadministratie moet dit nog verwerkt worden.2Vanaf 2025 wordt de Nationaal Coördinator Groningen als dienst in de BZK-begroting opgenomen.3Vanaf 2025 wordt de Nederlandse Emissieautoriteit als agentschap in de KGG-begroting opgenomen. –RVO verzorgt de uitvoering van ruim 650 regelingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen voor een groot aantal verschillende opdrachtgevers, namelijk meerdere ministeries, decentrale overheden en de Europese Unie. Dit betreft een breed scala aan activiteiten zoals subsidies voor boeren, octrooiverlening, ondersteuning bij het verkennen van buitenlandse markten en de afhandeling van schade­gevallen in Groningen. Voor kwalitatief hoogstaande dienstverlening zijn per taak toegesneden expertise en ook een flexibele capaciteits­inzet als randvoorwaarden vereist. Daarnaast draagt ook de uitvoering van crisismaatregelen bij aan een hogere inhuur door de extra benodigde capaciteit.–Het hogere aandeel van externen bij DICTU wordt veroorzaakt door de behoefte aan specifieke ICT-expertise, vooral bij de ontwikkeling van nieuwe applicaties en de structureel toenemende vraag van opdracht­gevers (o.a. door rijks digitalisering en overheid op orde). Gezien de 113Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 kerntaken en de fluctuerende opdrachtenportefeuilles van DICTU is de Roemer-norm van 10% voor DICTU niet haalbaar in de huidige zeer krappe arbeidsmarkt.–Rijksinspectie Digitale Infrastructuur heeft hoofdzakelijk externe inhuur op de IV-functies (IT en Data) naast een aantal zeer specialistische functies op de werkvelden die vanuit Europese wet- en regelgeving opgedragen zijn (NIS, AI, CER, CRA enz.). De concurrentie op de arbeids­markt is hoog voor deze functies waardoor inhuur in veel gevallen de enige optie is. In sommige gevallen leidt ook de uitstel van wetgeving ertoe dat er met inhuurcontracten moet worden gewerkt.–Er worden maatregelen getroffen om de inhuur te beperken. Voor DICTU zijn deze maatregelen onder meer de bedrijfs- en sourcing strategie, waaronder twee aanbestedingen, met als doel diensten voor innovatie, beheer en ontwikkeling af te nemen van de markt i.p.v. inhuur, verscherpt toezicht op de duur van inhuur, verambtelijking en samen­werking met hogescholen en universiteiten. DICTU zet daarnaast in op het beperken van haar dienstverlening tot het verzorgingsgebied van EZ/KGG/LVVN en het op basis van een afwegingskader leveren van generieke diensten breder in het Rijk. Daarbij wordt ingezet op het maken van keuzes in het dienstverleningsportfolio in overleg met CIO Rijk door het anders beleggen van generieke diensten. Voor 2025 ‒ 2029 zet RDI in op een inhuurpercentage van maximaal 22%. Jaarlijks herijkt het agentschap de verwachting rondom de benodigde inzet van de externe inhuur. Ook zet het agentschap bij gebleken geschiktheid en waar dat kan altijd in op het omzetten van extern personeel naar ambtelijk personeel.Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’sDe onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZ en KGG weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de diensten alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 40 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)20232024202520262027202820291. Totaal apparaatsuitgaven ministerie610.217762.233516.829475.161454.917423.251412.810Kerndepartement (beleid en staf)324.311395.720352.361318.871300.583272.903261.161Apparaatsuitgaven dienstenCentraal Planbureau (CPB)20.28923.13321.81120.55720.30219.62219.622Autoriteit Consument en Markten (ACM)92.296113.313109.736103.408102.37999.073101.215Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)121.42633.31532.92132.32531.65331.65330.812Nationaal Coördinator Groningen (NCG)2151.895196.752000002. Totaal apparaatskosten agentschappen1.538.1641.732.3541.747.7701.724.9821.601.1121.581.4531.572.131Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)70.48286.54598.652100.17898.99798.99798.997Dienst ICT Uitvoering (DICTU)357.569356.598380.666388.279396.045403.966412.045Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)313.14622.03600000Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)1.096.9671.267.1751.268.4521.236.5251.106.0701.078.4901.061.0893. Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT'sCentraal Bureau voor de Statistiek225.2944245.598Stichting COVA1.92652.127Raad voor Accreditatie14.50615.873Bestuur Autoriteit Consument en Markt726899TNO534.1866595.058Kamer van Koophandel275.1107282.4371De ministeriële verantwoordelijkheid over de Staatstoezicht op de Mijnen is overgedragen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei. In de begrotingsadministratie moet dit nog verwerkt worden.2Vanaf 2025 wordt de Nationaal Coördinator Groningen als dienst in de BZK-begroting opgenomen.3Vanaf 2025 wordt de Nederlandse Emissieautoriteit als agentschap in de KGG-begroting opgenomen.4Bij het jaarverslag 2023 was € 209.348 opgenomen, omdat de realisatie 2023 nog niet bekend was.5Bij het jaarverslag 2023 was € 1.908 opgenomen, omdat de realisatie 2023 nog niet bekend was.6Bij het jaarverslag 2023 was het bedrag € 559.522 opgenomen, omdat de realisatie 2023 nog niet bekend was.7In dit bedrag zijn de afschrijvingskosten en dotaties aan en onttrekkingen van voorzieningen meegenomen.In de bovenstaande tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter, deze apparaatskosten worden niet alleen door EZ en KGG gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.Tabel 41 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)2025Totaal apparaat516.829DG Klimaat en Energie50.603DG Bedrijfsleven en Innovatie48.609DG Groningen en Ondergrond15.154DG Economie en Digitalisering24.028Diensten CPB, ACM en SodM163.707Stafdirecties BBR, DC, DEIZ, FEZ, IV, M&O en WJZ (incl. EZ-aandeel gezamenlijke onderdelen EZ/LVVN)80.962Materiele en centrale budgetten kerndepartement133.766Bovenstaande tabel maakt onderscheid naar de personele uitgaven van het DG Klimaat en Energie, DG Bedrijfsleven en Innovatie, DG Groningen en Ondergrond, DG Economie en Digitalisering, de stafdirecties, en de materiële en centrale uitgaven voor de onderdelen binnen het kerndepar­tement. Op de materiele en centrale budgetten kerndepartement kan het 115Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 gehele kerndepartement een beroep doen en bestaat o.a. uit materiële budgetten en externe inhuur. Het DG Klimaat en Energie en een deel van de DG's Bedrijfsleven en Innovatie en Groningen en Ondergrond verrichten werkzaamheden voor de minister van Klimaat en Groene Groei.116Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Artikel 41 Nog onverdeeldTabel 42 Budgettaire gevolgen artikel 41 (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen0000000Uitgaven0000000LoonbijstellingPrijsbijstellingOnverdeeldOnvoorzienOntvangsten0000000Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats.117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 5. Begroting agentschappenIn het najaar 2024 wordt bezien hoe bij de agentschappen invulling wordt gegeven aan de efficiencykorting, oplopend van 0,5% in 2025 tot 2,5% in 2029. Zie de toelichting in de paragraaf Belangrijkste beleidsmatige mutaties van de Beleidsagenda van deze begroting. In deze ontwerpbe­groting zijn de bijdragen aan de agentschappen die geraamd worden op de beleidsartikelen meerjarig verlaagd met de hiervoor genoemde efficiency­korting.118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Dienst ICT Uitvoering (DICTU)De Dienst ICT Uitvoering (DICTU) is een van de grotere ICT-dienstver­leners binnen de Rijksoverheid. DICTU ondersteunt met name de primaire processen van de ministeries van Economische Zaken (EZ), Klimaat en Groene Groei (KGG) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en hun uitvoeringsorganisaties.Tabel 43 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Baten- Omzet372.222374.000396.933404.872412.969421.229429.653waarvan omzet moederdepartement264.459259.623256.892262.030267.271272.616278.068waarvan omzet overige departementen106.867113.935139.143141.926144.765147.660150.613waarvan omzet derden896442898916934953972Rentebaten39000000Vrijval voorzieningen818000000Bijzondere baten10000000Totaal baten373.089374.000396.933404.872412.969421.229429.653LastenApparaatskosten357.569356.598380.666388.279396.045403.966412.045- Personele kosten240.598236.549234.305208.991183.171186.835190.571waarvan eigen personeel98.833117.857132.902135.560138.271141.036143.857waarvan inhuur externen138.387111.52096.14268.06539.42640.21541.019waarvan overige personele kosten3.3787.1725.2625.3675.4745.5845.695- Materiële kosten116.971120.049146.361179.288212.874217.131221.474waarvan apparaat ICT26.69536.60546.40977.337108.884111.061113.282waarvan bijdrage aan SSO's26.26325.83227.95728.51629.08629.66830.262waarvan overige materiële kosten64.01357.61271.99573.43574.90476.40277.930Rentelasten413300857875892910928Afschrijvingskosten15.43016.60214.91015.20815.51215.82216.139- Materieel11.43012.94012.37812.62512.87813.13513.398waarvan apparaat ICT11.43012.94012.37812.62512.87813.13513.398waarvan overige materiële afschrijvingskosten0000000- Immaterieel4.0003.6622.5322.5832.6352.6872.741Overige lasten108500500510520531541waarvan dotaties voorzieningen12500500510520531541waarvan bijzondere lasten96000000Totaal lasten373.520374.000396.933404.872412.969421.229429.653Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening‒ 431000000Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten‒ 431000000Toelichting op de batenNa een verwachte afvlakking van de omzet in 2024 zien we dit in de realisatie zich niet voordoen. Als gevolg van volume en prijseffecten wordt een omzetgroei van 6% verwacht in 2025, ten opzichte van 2024. In 2025 heeft 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 een herverdeeleffect van de indirecte kosten in de tarieven plaatsgevonden, waardoor dit een effect heeft op de vergelijkbaarheid van de tarieven van de diensten over de jaren.Tabel 44 Omzet moederdepartement per soort dienst (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Applicatiebeheer (applicatieservices)81.48490.68988.61790.38992.19794.04195.922Ontwikkelopdrachten107.69450.46249.86350.86051.87752.91553.973Generieke Diensten040.83434.18634.86935.56736.27837.004Werkplekservices66.17969.86972.75474.20975.69377.20778.751Overige omzet1.5245123.6713.7443.8193.8953.973Generieke eBS7.5797.2577.8027.9588.1178.2808.445Totaal264.459259.623256.892262.030267.271272.616278.068In 2023 werd de omzet Generieke Diensten gerapporteerd onder Ontwikke­lopdrachten. Om het type dienstverlening beter inzichtelijk te maken wordt deze omzet vanaf 2024 apart gepresenteerd.De omzetgroei bij het moederdepartement volgt voornamelijk uit hogere werkplekdiensten door groei van het aantal medewerkers en locatie gebonden diensten.Tabel 45 Omzet overige departementen per soort dienst (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Applicatiebeheer (applicatieservices)55.88554.37561.91763.15664.41965.70767.021Ontwikkelopdrachten25.49810.8516.5776.7096.8436.9807.119Generieke Diensten017.11528.61929.19129.77530.37130.978Werkplekservices19.50922.28729.13029.71330.30730.91331.531Overige omzet4.6837.91111.28211.50811.73811.97312.212Generieke eBS1.2921.3961.6181.6501.6831.7171.751Totaal106.867113.935139.143141.926144.765147.660150.613Tabel 46 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Ministerie van KGG002.3732.4202.4692.5182.569Ministerie van BZK31.00737.49350.87751.89452.93253.99155.071Ministerie van Fin134556145148151154157Ministerie van IenW11.48910.78216.22016.54516.87517.21317.557Ministerie van J&V1.5352.7021.7401.7741.8101.8461.883Ministerie van LVVN52.84150.19258.02359.18460.36861.57562.806Ministerie van OCW168196198202206211215Ministerie van SZW2851.659593605617629642Ministerie van VWS8.7169.5848.3038.4698.6388.8118.987Overig692771672685699713727Totaal106.867113.935139.143141.926144.765147.660150.613De omzet overige departementen stijgt in 2025 voornamelijk als gevolg van indexatie. In de overige omzet zien we een groei van de bijzondere werkplek.120Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 47 Omzet derden (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)487497507517527Staatsbosbeheer359367374381389Overige Derden5152535455Totaal898916934953972De omzet derden betreft in 2025 voornamelijk de klanten Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) en Staatsbosbeheer (SBB).Toelichting op de lastenPersonele kostenTen opzichte van 2024 is een indexatie toegepast op kosten eigen personeel, conform de nieuwe CAO Rijk 2024-2025, en bij kosten extern personeel conform de marktontwikkeling. Daarnaast wordt ingezet op verambtelijking van het personeelsbestand, wat in de praktijk lastig is vanwege de krappe arbeidsmarkt. De eerdere verwachting voor 2024 dat een daling van de post inhuur externen zichtbaar zou zijn als gevolg van de implementatie van de nieuwe bedrijfsstrategie is vertraagd. De DICTU bedrijfsstrategie en de daarvan deel uitmakende sourcingstrategie werkt toe naar een samenwerking met Rijkspartners, meer doen door en met marktpartijen en op termijn minder zelf doen. Dit leidt op termijn tot een verschuiving van uren (inhuur) naar inkoop van diensten bij Rijkspartners dan wel markt­partijen. Samen met opdrachtgevers wordt invulling gegeven aan deze andere sourcingstrategie, maar het beeld voor 2025 is aangepast, omdat de implementatie van de strategie langer vergt dan initieel is aangenomen.Materiële kostenDe post «waarvan apparaat ICT» zal naar verwachting stijgen ten opzichte van 2025 als gevolg van de nieuwe sourcingsstrategie en de hierboven vermelde afname van de post inhuur externen. De kosten Bijdrage aan SSO’s zijn hoger door indexatie van de huisvestingskosten. De overige materiele kosten stijgen met name door hogere licentiekosten als gevolg van prijsstijgingen.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten dalen in 2025 door minder investeringen vanwege implementatie van de sourcingsstrategie waarbij meer dienstverlening wordt gedaan door marktpartijen. Vanaf 2026 wordt een stijging verwacht door de ontwikkeling van platformdiensten.121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 48 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 2024202520262027202820291.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen27.95715.40715.40715.40715.40715.40715.407+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom374.317374.000396.933404.872412.969421.229429.653-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 343.453‒ 357.398‒ 382.023‒ 389.664‒ 397.457‒ 405.406‒ 413.5142.Totaal operationele kasstroom30.86416.60114.91015.20815.51215.82216.139-/- totaal investeringen‒ 13.094‒ 20.000‒ 25.000‒ 30.000‒ 20.000‒ 20.000‒ 20.000+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen100000003.Totaal investeringskasstroom‒ 13.084‒ 20.000‒ 25.000‒ 30.000‒ 20.000‒ 20.000‒ 20.000-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 17.100000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement362000000-/- aflossingen op leningen‒ 16.128‒ 16.601‒ 14.910‒ 15.208‒ 15.512‒ 15.822‒ 16.139+/+ beroep op leenfaciliteit6.95720.00025.00030.00020.00020.00020.0004.Totaal financieringskasstroom‒ 25.9093.39910.09014.7924.4884.1783.8615.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)19.82815.40715.40715.40715.40715.40715.407Operationele kasstroomDe operationele kasstroom geeft de kasstroom weer uit de reguliere bedrijfsuitoefening.InvesteringskasstroomDICTU verwacht in 2025 en latere jaren op een lager investeringsniveau uit te komen vanwege implementatie van de sourcingstrategie. In 2025 en 2026 zijn investeringen voorzien in platformdiensten.FinancieringskasstroomDICTU begroot een financieringskasstroom die aansluit bij het begrote investeringsniveau. Het beroep op de leenfaciliteit volgt hierbij de verwachte investeringsbehoefte.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 49 Overzicht doelmatigheidsindicatorenStand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Omschrijving generiek deelKostprijzen per product (groep)a. Basistarief werkplek CW3.0262.9603.0193.0793.1413.2043.268Tarieven/uura. Senior medewerker (ontwikkeling)141161160163166170173b. Medior medewerker (bouw)116132126129131134136c. Junior medewerker (test en beheer)103118107109111114116IndicatorenAantal werkplekken CW19.18619.43119.88219.88219.88219.88219.882FTE-totaal (excl. externe inhuur)19251.0581.1451.1451.1451.1451.145Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s54,0%65,0%70,8%77,7%86,0%86,0%86,0%Saldo van baten en lasten (%)‒ 0,12%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%Ziekteverzuim6,1%4,0%4,0%4,0%4,0%4,0%4,0%Klanttevredenheid7,37,07,07,07,07,07,0Beschikbaarheid applicaties99,7%98,0%98,0%98,0%98,0%98,0%98,0%Aantal grote verstoringen25max 5max 5max 5max 5max 5max 5Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten8,57,0 ‒ 7,57,0 ‒ 7,57,0 ‒ 7,57,0 ‒ 7,57,0 ‒ 7,57,0 ‒ 7,5Oplospercentage 1e lijn helpdesk83%75%75%75%75%75%75%Servicedesk; in 1 keer geholpen80%80%80%80%80%80%Servicedesk; dienstverleningsniveau volgens afspraken85%85%85%85%85%85%Betalingen aan crediteuren: min. 95% cf. betaaltermijn95%95%95%95%95%1Gemiddeld aantal FTE over het jaar.2Dit zijn nieuwe indicatoren. Een grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de prioriteitenmatrix Incidenten DICTU.Cloud Werkplek (wijziging)De toerekening van kosten aan de Cloud Werkplek is in 2024 in lijn gebracht met de rijksbrede afspraken. Voor 2025 zijn de licentie kosten toegenomen en is er een herverdeel effect m.b.t. de indirecte kosten. Door een positief volume effect op het aantal werkplekken is de tarief stijging beperkt gebleven tot 2%. Aantal werkplekken CWIn de ontwerpbegroting is gerekend met een gemiddeld aantal van 19.882 werkplekken CW, a.g.v. een lichte groei van het aantal medewerkers van EZ/KGG/LVVN.Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’sDe percentages in 2025 en verder stijgen ten opzichte van het percentage in 2024. Dat heeft te maken enerzijds met dat er wordt ingezet op veramb­telijking van het personeelsbestand. Anderzijds door de implementatie van een nieuwe bedrijfsstrategie en andere sourcingsstrategie, welke vanaf 2025 zichtbaar wordt in een daling van externe inhuur.ZiekteverzuimIn de ontwerpbegroting 2025 is het streefgemiddelde van 4% opgenomen. Het terugbrengen van ziekteverzuim naar dit streefgemiddelde blijft echter een aandachtspunt.123Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 KlanttevredenheidIedere maand ontvangt een aantal willekeurige eindgebruikers een vragenlijst, waarin een oordeel gegeven kan worden over de werkplek, kantoor applicaties en bedrijfsapplicaties.Beschikbaarheid applicatiesDe beschikbaarheid van frontend-applicaties wordt gemeten door middel van tooling (BSM). Er wordt per applicatie gemeten per maand over beschik­baarstellingsperiode, exclusief overeengekomen onderhoudsperioden. De in de doelmatigheidsindicatoren opgenomen percentages betreffen basis en basis 24, met als doel de beschikbaarheid van 98%. Bij basis gaat het om beschikbaarheid op werkdagen van 7.00 ‒ 18.00 uur. Bij basis 24 op alle dagen 00.00 ‒ 24.00 uur.Aantal grote verstoringenEen grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de priori­teitenmatrix Incidenten DICTU.Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidentenIedere dag wordt aan een aantal willekeurig gekozen personen die een incident hebben ingediend dat de dag ervoor is opgelost, een uitnodiging voor een onderzoek gestuurd dat betrekking heeft op de afhandeling van incidenten. De respondent kan op een tienpuntschaal aangeven in hoeverre hij tevreden is over de afhandeling van het betreffende incident. De KPI wordt gemeten per kalendermaand.Oplospercentage 1e lijn helpdeskGeeft aan welke percentage van de calls wordt opgelost door de 1e lijn.In één keer geholpen80% van elk contact van een gebruiker met de Servicedesk dient direct afgehandeld te worden.Dienstverleningsniveau volgens afspraken85% van de meldingen van gebruikers bij de Servicedesk dienen binnen afgesproken dienstverleningsniveaus afgehandeld te worden.Betalingen aan crediteurenMinimaal 95% van de betalingen aan leveranciers dient binnen betaal­termijn te zijn.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)Tabel 50 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 20231e suppletoire begroting 202420252026202720282029Baten- Omzet1.104.5551.251.9431.256.9141.229.0201.099.4861.071.8731.054.426waarvan omzet moederdepartement573.458630.357223.598217.913217.551214.049213.549waarvan omzet overige departementen504.835589.4651.008.574989.126861.078836.981821.286waarvan omzet derden26.26232.12124.74221.98120.85620.84319.591Rentebaten7.4397.0007.0007.0007.0007.0007.000Vrijval voorzieningen69000000Bijzondere baten4000000Totaal baten1.112.0671.258.9431.263.9141.236.0201.106.4861.078.8731.061.426LastenApparaatskosten1.096.9671.267.1751.268.4521.236.5251.106.0701.078.4901.061.089- Personele kosten703.956734.961735.702717.184641.521625.524615.432waarvan eigen personeel489.749521.822537.062537.888493.971494.164498.500waarvan inhuur externen186.302191.090176.568157.781128.304112.59498.469waarvan overige personele kosten27.90522.04922.07121.51619.24618.76618.463- Materiële kosten393.011532.213532.750519.340464.550452.966445.657waarvan apparaat ICT1.9395.3225.3275.1934.6454.5304.457waarvan bijdrage aan SSO's203.971292.717293.012285.637255.502249.131245.112waarvan overige materiële kosten187.101234.174234.410228.510204.402199.305196.089Rentelasten71601.1341.2661.3161.2841.238Afschrijvingskosten15.89512.10012.60012.60012.60012.60012.600- Materieel37100100100100100100waarvan apparaat ICT0000000waarvan overige materiële afschrijvingskosten37100100100100100100- Immaterieel15.85812.00012.50012.50012.50012.50012.500Overige lasten8.281000000waarvan dotaties voorzieningen286000000waarvan bijzondere lasten7.995000000Totaal lasten1.121.8591.279.2751.282.1851.250.3911.119.9871.092.3741.074.927Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening‒ 9.792‒ 20.332‒ 18.271‒ 14.371‒ 13.501‒ 13.501‒ 13.501Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten‒ 9.792‒ 20.332‒ 18.271‒ 14.371‒ 13.501‒ 13.501‒ 13.501Tabel 51 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x € 1.000)Voorgestelde resultaatbestemming(Voorgesteld het resultaat als volgt te verdelen)Toevoeging/ onttrekking:- Pok/ Wau *19.20020.33218.27014.37013.50013.50013.500- Exploitatiereserve9.407000000Saldo van baten en lasten‒ 9.792‒ 20.332‒ 18.271‒ 14.371‒ 13.501‒ 13.501‒ 13.501125Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Toelichting op de batenTabel 52 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 20231e suppletoire begroting 202420252026202720282029DG Bedrijfsleven en Innovatie175.290185.334168.862165.875165.875165.875165.875DG Klimaat en Energie109.447134.940N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.DG Groningen en Ondergrond245.343259.392N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.DG Groningen en Ondergrond kosten commissie1.8725.000N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.N.v.t.DG Economie en Digitalisering21.69221.74830.70930.20929.70929.10928.609Overig19.81423.94324.02621.82921.96719.06519.065Totaal573.458630.357223.598217.913217.551214.049213.549RVO voert opdrachten uit voor verschillende opdrachtgevers. De onder­staande toelichtingen bevatten een algemene beschrijving van opdrachten per opdrachtgever. De omzet fluctueert per jaar als gevolg van verande­ringen in de opdrachtenpakketten.Moederdepartement Economische Zaken (EZ)Het opdrachtenpakket van EZ neemt met meer dan 50% af vanaf 2025, omdat opdrachten van DG Bedrijfsleven en Innovatie, DG Klimaat en Energie en DG Groningen en Ondergrond overgaan naar andere ministeries.DG Bedrijfsleven en Innovatie (DG B&I)RVO voert opdrachten voor het DG B&I uit die zich richten op het versterken van de Nederlandse economie door vernieuwing op innovaties, technologieën en manieren van werken en samenwerken. Vernieuwing is onmisbaar in een wereld die steeds sneller verandert door mondiali­sering en technologische vernieuwing waaronder digitalisering. Ook is vernieuwing noodzakelijk als reactie op maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing en om de brede welvaart te behouden. De opdracht van DG B&I bevat tevens verschillende regelingen als onderdeel van het steunpakket naar aanleiding van de coronacrisis, hiervan zal de TVL in 2025 in ieder geval nog doorlopen. De opdrachtenbundel is onder te verdelen in financiële instrumenten om innovaties te bevorderen, het beschermen van innovaties, het stimuleren van internationale samenwerking bij innovaties en het werven van buitenlandse bedrijven.DG Economie en Digitalisering (DG E&D)Digitalisering is één van de belangrijkste drijvers van economische groei en biedt volop kansen voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Het kabinet wil dat iedereen in Nederland van deze kansen kan profiteren. Het kabinet zet daarom stevig in op versnelling van toepassing van digitale technologie in het bedrijfsleven. RVO voert taken uit in opdracht van de DG E&D. Dit werkpakket bestaat uit verschillende componenten. De grootste opdracht is het beheer en de doorontwikkeling van TenderNed, het elektronisch systeem voor aanbesteden. Daarnaast geeft RVO advies en voorlichting over met name de aanbestedingswet en door het delen van informatie via de website PIANOo.nl en door het beantwoorden van vragen hierover. Vanuit DG E&D worden ook werkzaamheden uitgevoerd voor Nationaal Groeifonds (NGF). Cybersecurity gaat ook een steeds belang­rijkere rol spelen binnen het opdrachtenpakket van E&D.126Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OverigIn opdracht van het moederdepartement worden inkooptaken uitgevoerd door het Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC), dat is ondergebracht bij RVO. Daarnaast is hier het budget opgenomen voor de Expert National Detaché (END).Tabel 53 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 20231e suppletoire begroting 202420252026202720282029Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur301.651344.363305.413300.105294.903289.805284.809Ministerie van Klimaat en Groene GroeiN.v.t.N.v.t.142.833142.833142.833142.833142.833Ministerie van Buitenlandse Zaken112.719134.849128.234126.774126.774126.774126.774Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningN.v.t.N.v.t.32.23432.13131.49130.89130.329Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties37.23944.229333.407326.096206.510189.878179.960Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat38.04848.29248.31648.22747.63645.87045.650Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap5.7767.0837.0797.0947.0947.0947.094Ministerie van Justitie en Veiligheid2.2731.4861.830772772772772Ministerie van Asiel en MigratieN.v.t.N.v.t.725725725725725Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid701544691664664664664Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport5.5297.6427.8113.7051.6761.6761.676Overig89897800000Totaal504.835589.4651.008.574989.126861.078836.981821.286Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)Vanuit een opgavegerichte houding voert RVO opdrachten uit voor LVVN in het kader van eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Economisch perspectief, duurzaamheid en welzijn bij het produceren in verbondenheid door boeren, tuinders en vissers staan centraal. Belangrijk hierbij is het herstel en behoud van Nederlandse natuur. Een belangrijk doel is ook om de internationale koppositie van de agrarische sector te verstevigen met een nadruk op het benutten van kennis en innovatie. Daarmee draagt Nederland bij aan de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk. Regelingen die worden uitgevoerd door RVO zijn onder andere het Europees Gemeen­schappelijk Landbouw- en Visserijbeleid, de Mestwetgeving en het beleid met betrekking tot Visserij, Natuur en Dierenwelzijn & gezondheid. Samen met LVVN kijkt RVO dan ook vroegtijdig naar haalbaarheid, uitvoerbaarheid en doenbaarheid teneinde een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te realiseren.Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)DG Klimaat en Energie (DG K&E) is overgegaan naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. In opdracht van het KGG draagt RVO bij aan het bereiken van klimaatneutraliteit en energieverduurzaming. Duurzame energieproductie, energiebesparing, energie-innovatie, een goed werkende energiemarkt en infrastructuur en het faciliteren bij de transitie van bedrijven naar een koolstofarme economie staan hierbij centraal. In toenemende mate is hierbij sprake van complexe opgaven door verwevenheid van duurzaamheidsdoelen op het gebied van energie, klimaat, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie en regio. Communi­catie en intensieve interactie met markt en samenleving is cruciaal, en 127Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 maakt een groot en groeiend deel van de opdracht uit. Qua financiële instrumenten voert RVO voor KGG onder andere de Stimuleringsre­geling Duurzame Energieproductie (SDE+), Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE), de regelingen die voortvloeien uit het missie gedreven innovatiebeleid (Topsector Energie (TSE), Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) en Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI)) en de Energie-investeringsaftrek (EIA) uit.Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)RVO voert activiteiten uit op de beleidsterreinen van BZ en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Voor het DG Internationale Samenwerking (DGIS) is de expertise en inzet van RVO met name toegespitst op duurzame handel en investeringen, ontwikkeling van de private sector, duurzame productieketens, verbeterd waterbeheer, sanitatie en drinkwater, toegang tot duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. RVO voert voor het DG Buiten­landse Economische Betrekkingen (DG BEB) de opdracht Internationaal Ondernemen uit. Uitgangspunt bij deze opdracht is het bieden van een volledig pakket aan diensten (kennis & regelingen) aan ondernemers, hetgeen hen ondersteunt in alle opeenvolgende stappen die zij nemen bij het realiseren van omzet in dan wel met het buitenland.Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)De opdrachten over de woningmarkt en ruimtelijke ordening die RVO voor BZK uitvoerde, zullen nu in opdracht van het Ministerie van Volkshuisves­tiging en Ruimtelijke Ordening worden uitgevoerd.RVO werkt voor VRO aan opdrachten op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving en wonen. Ook voert RVO opdrachten uit in het kader van de beleidsdoelstellingen energietransitie in de gebouwde omgeving, leefbaarheid en bouwkwaliteit, woningmarkt en ruimtelijke ordening en de omgevingswet. RVO werkt ook aan opdrachten in Caribisch Nederland en op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten op het gebied van duurzame economische ontwikkeling (financiering, toerisme, landbouw, ondernemerschap stimulering).Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)De verklaring voor de flinke toename van het opdrachtenpakket van BZK aan RVO heeft te maken met de verplaatsing van IMG van EZ naar BZK. RVO werkt voor BZK aan opdrachten op het gebied van de digitale overheid en Groningen. Ook voert RVO opdrachten uit in het kader van de beleids­doelstellingen openbaar bestuur en democratie. In het kader van beleids­doelstellingen op het gebied van informatievoorziening naar ondernemers, maatschappelijk verantwoord inkopen en e-overheidsvoorzieningen voert RVO ook opdrachten uit. De opdrachten richten zich met name op het beheer van systemen, zoals onder andere e-facturen en de centrale berich­tenbox voor bedrijven en websites zoals het Digitaal Ondernemers Plein en diverse regelhulpen.Sinds het aantreden van het nieuwe kabinet valt het DG Groningen en Ondergrond niet meer onder de het Ministerie van EZ, maar vallen de opdrachten van Groningen onder BZK. Daarom is het opdrachtenpakket van BZK vanaf 2025 flink toegenomen. De aanvragen tot schadevergoe­dingen door bodembeweging in het Groningse gasveld worden vanaf 1 juli 2020 afgehandeld door het IMG. Het IMG neemt hiertoe ondersteunende diensten af bij RVO. Deze ondersteunende diensten betreffen o.a. het voeren van de financiële administratie en het inlenen van personeel ten behoeve 128Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 van de uitvoeringsorganisatie van het IMG. De uitvoeringskosten voor RVO ten behoeve van de ondersteuning van het (Bureau) IMG worden door het IMG jaarlijks in de begroting van het IMG opgenomen. RVO ontvangt van DGGO de benodigde middelen voor het uitvoeren van deze opdracht. Voor het jaar 2025 is dit een raming die is omgeven met de nodige onzekerheden, aangezien er veel onzekere variabelen aanwezig zijn zoals het aantal binnenkomende schademeldingen (voor zowel reguliere als forfaitaire afhandeling), binnenkomende aanvragen voor immateriële schadevergoeding, de waardedalingsregeling, de regelingen duurzaam herstel en aanvullende vaste vergoedingen. In lijn met de meerjarenbe­groting van IMG verwacht RVO in 2027 minder werk, maar dit is wel sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in de afhandelingen van de komende jaren. Op 1 januari 2023 zijn diverse opdrachten overgeheveld van DG K&E naar DG G&O. De werkzaamheden voor DG G&O dragen bij aan het bereiken van de energietransitie. De grootste opdrachten zijn Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), Ondersteuning Mijnbouwpro­jecten (OMP), Commissie Mijnbouwschade en Secretariaat Adviesorganen Mijnbouwwet (SAM).Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)De opdrachten die RVO voor IenW uitvoert zijn samen te vatten in drie maatschappelijke opgaven: (i) transitie naar een circulaire economie, (ii) slimme en groene mobiliteit en (iii) klimaatadaptatie. Voor de transitie naar de circulaire economie (CE) ondersteunt RVO CE-innovaties en circulaire ketenprojecten met kennis, netwerken en middelen. Voor de verduur­zaming van  mobiliteit ondersteunt RVO IenW met kennis, instrumenten en netwerken. Daarnaast zijn er op dit thema onder andere stimulerings­regelingen voor de aanschaf van elektrische personenauto’s (voor particu­lieren), voor de aanleg van walstroom en voor de aanschaf van emissieloze trucks (voor ondernemers). RVO draagt bij aan de verduurzaming van alle modaliteiten (van fiets tot luchtvaart). Aan klimaatadaptatie werkt RVO via de programma’s Water as Leverage en Verbinding Topsector Water en Maritiem. Met het oog op de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord, de Aanpak Stikstof en het Klimaatakkoord stimuleert RVO ook de aanschaf van schone mobiele bouwwerktuigen en bouwvoertuigen. Sommige instru­menten die RVO voor IenW uitvoert zijn generiek van aard en dragen bij aan alle bovengenoemde transities, zoals bijvoorbeeld de MIA\Vamil, GroenBeleggen, Interreg en Horizon Europe. RVO levert op voornoemde thema’s ook monitoringsexpertise.Tabel 54 Omzet derden (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 20231e suppletoire begroting 202420252026202720282029Europese Unie3.1285.0414.2204.2204.2204.2204.220Provincies21.50325.75719.24816.52315.53815.53814.299Overig1.6311.3221.2751.2381.0991.0851.072Totaal omzet derden26.26232.12124.74221.98120.85620.84319.591De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, de provincies en een aantal kleinere opdrachtgevers. De opdracht voor de provincies bevat onder andere de omzet voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, de uitvoering van het Plattelands-ontwikkelingspro­gramma 3 (POP3) en het Nationaal strategisch plan van het Ministerie van LVVN.129Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Toelichting op de lastenPersonele kostenDoor een stijging van de lonen vanwege de nieuwe CAO Rijk stijgen de personele kosten in de begroting 2025 ten opzichte van de begroting 2024. RVO zet actief in op verambtelijking van medewerkers. Daarnaast zal RVO bij een daling in de omvang van het opdrachtenpakket in eerste instantie streven naar een afname van inzet van externe inhuur.Materiële kostenDe totale begrote materiële kosten voor 2025 blijven nagenoeg gelijk ten opzichte van de begroting 2024. De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten. De bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s) bestaan uit kosten voor producten en diensten van DICTU en het Rijksvastgoedbedrijf voor de huisvestings­kosten. Daarnaast zijn automatiseringskosten (niet zijnde DICTU kosten) begroot onder apparaat ICT.Tabel 55 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 20231e suppletoire begroting 2024202520262027202820291.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen184.479151.076143.556137.738133.738128.808124.868+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom1.102.1291.258.9431.263.9151.236.0211.106.4871.078.8741.061.427-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 1.148.230‒ 1.267.175‒ 1.269.585‒ 1.237.791‒ 1.107.387‒ 1.079.774‒ 1.062.3272.Totaal operationele kasstroom‒ 46.101‒ 8.232‒ 5.670‒ 1.770‒ 900‒ 900‒ 900-/- totaal investeringen‒ 26.814‒ 33.700‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen7.9250000003.Totaal investeringskasstroom‒ 18.889‒ 33.700‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000‒ 15.000-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement24.04720.33220.33218.27014.37013.50013.500-/- aflossingen op leningen‒ 15.160‒ 19.620‒ 20.480‒ 20.500‒ 18.400‒ 16.540‒ 15.000+/+ beroep op leenfaciliteit22.70033.70015.00015.00015.00015.00015.0004.Totaal financieringskasstroom31.58734.41214.85212.77010.97011.96013.5005.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)151.076143.556137.738133.738128.808124.868122.468De investeringen worden gefinancierd via de leenfaciliteit van Ministerie van Financiën. Vanwege hogere investeringsbedragen in de voorgaande jaren, neemt het aflossingsbedrag de komende jaren af. Onder eenmalige storting door moederdepartement zijn de ontvangsten uit het programma Werk aan Uitvoering (WaU), Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK) en Parlementaire Enquête COVID opgenomen. De kosten die hiervoor worden gemaakt zijn onderdeel van de totale lasten in de ontwerpbegroting.130Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 56 Overzicht doelmaigheidsindicatorenStand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029InputindicatorenVerhouding direct/indirect personeel80%83%87%87%87%87%87%OutputindicatorenTariefindex in reële termen100,7%100%100%100%100%100%100%FTE-totaal (excl. externe inhuur)5.4365.4005.5005.3625.2005.2005.200Saldo van baten en lasten (%)0,7%0%0%0%0%0%0%KwaliteitsindicatorenKlanttevredenheid7,67,77,77,77,77,77,7Gehonoreerde bezwaarschriften40%25%25%25%25%25%25%RVO maakt zijn overhead inzichtelijk met de indicator die het percentage geeft van de directe personele kosten als onderdeel van de totale personele kosten. Hoe hoger dit percentage van directe personele kosten, hoe lager de overhead. RVO streeft voor het totaal van de organisatie naar een percentage van 87% (overhead: 13%). De ambtelijke bezetting zal in grote lijnen stabiel blijven in de komende 2 jaar. In eerste instantie verwacht RVO fluctuaties in het opdrachtenpakket op te vangen met externe inhuur. De tariefindex en het saldo van baten en lasten zijn indicatoren die aangeven dat RVO werkt met een kostendekkende begroting38. De klanttevredenheid meet RVO per kwartaal, waarbij gestreefd wordt naar het realiseren van een hoge klanttevredenheid over de jaren heen. RVO streeft er naar maximaal 25% van de ontvangen bezwaarschriften te honoreren.38 Het saldo van baten en lasten is inclusief de voorgestelde onttrekking uit de POK-/Wau-reserve.131Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)Tabel 57 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Baten- Omzet73.94485.21297.435100.781100.923100.923100.923waarvan omzet moederdepartement41.22953.65752.03152.93453.14853.70453.704waarvan omzet overige departementen6.4518.24119.69522.13822.06621.51021.510waarvan omzet derden26.26423.31425.70925.70925.70925.70925.709Rentebaten9430375188000Vrijval voorzieningen0000000Bijzondere baten297000000Totaal baten75.18585.21297.809100.968100.923100.923100.923LastenApparaatskosten70.48186.54598.652100.17898.99798.99798.997- Personele kosten51.04154.35767.87367.63567.63567.63567.635waarvan eigen personeel37.93540.09449.89649.65949.65949.65949.659waarvan inhuur externen10.39111.35214.10814.10814.10814.10814.108waarvan overige personele kosten2.7152.9113.8693.8683.8683.8683.868- Materiële kosten19.44032.18830.77932.54431.36331.36331.363waarvan apparaat ICT120325899899899899899waarvan bijdrage aan SSO's14.81413.57013.31113.31113.31113.31113.311waarvan overige materiële kosten4.50618.29316.56818.33317.15217.15217.152Rentelasten135100313453541541541Afschrijvingskosten4.5344.2004.8006.0006.0006.0006.000- Materieel2.1532.0003.0003.6003.6003.6003.600waarvan apparaat ICT67901.2001.4001.4001.4001.400waarvan overige materiële afschrijvingskosten1.4732.0001.8002.2002.2002.2002.200- Immaterieel2.3822.2001.8002.4002.4002.4002.400Overige lasten4.126757575757575waarvan dotaties voorzieningen‒ 250757575757575waarvan bijzondere lasten4.376000000Totaal lasten79.27890.920103.840106.706105.614105.614105.614Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening‒ 4.093‒ 5.708‒ 6.031‒ 5.738‒ 4.691‒ 4.691‒ 4.691Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten‒ 4.093‒ 5.708‒ 6.031‒ 5.738‒ 4.691‒ 4.691‒ 4.691Tabel 58 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x € 1.000)Voorgestelde resultaatbestemmingStand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029(Voorgesteld het resultaat als volgt te verdelen)Toevoeging/ onttrekking:- Pok/ Wau‒ 5.312‒ 5.708‒ 6.031‒ 5.738‒ 4.691‒ 4.691‒ 4.691- Exploitatiereserve1.219000000Saldo van baten en lasten‒ 4.093‒ 5.708‒ 6.031‒ 5.738‒ 4.691‒ 4.691‒ 4.691132Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Het saldo baten en lasten geeft het beeld van een kostendekkende (meerjarige) agentschapsbegroting, een reële begroting. Om dit resultaat te realiseren is het een randvoorwaarde om het uurtarief 2025 nominaal te laten stijgen met 4,27%. Daarmee komt het uurtarief gemiddeld uit op € 168,96.Toelichting op de batenTabel 59 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Structurele bijdragen moederdepartementBeleidsopdrachten (DG E&D)9.60511.47710.22610.22610.22610.22610.226Toezichttaken23.26035.41633.47535.45335.52636.08236.082Subtotaal structurele bijdragen32.86546.89343.70145.67945.75246.30846.308Incidentele bijdragenProjecten8.3646.7648.3307.2557.3967.3967.396Subtotaal projecten8.3646.7648.3307.2557.3967.3967.396Totaal omzet moederdepartement41.22953.65752.03152.93453.14853.70453.704De structurele bijdragen moederdepartement zijn in overeenstemming met de opdrachtverstrekkingen. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur gaat ervan uit dat de budgetten zoals beschikbaar bij de opdrachtgever(s), met inachtneming van de nominale loon- en prijsstijging, hierop aansluiten.Tabel 60 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Ministerie van Defensie1.4321.4091.6291.6291.6291.6291.629Ministerie van IenW1.1961.1801.3361.3361.3361.3361.336Ministerie van J&V660707721721721721721Ministerie van OCW69757878787878Ministerie van VWS119690716716716716716Ministerie van BZK2.9754.1818.1608.1608.1608.1608.160Ministerie van KGG007.0559.4989.4258.8698.869Totaal omzet overige departementen6.4518.24119.69522.13822.06621.51021.510De omzet overige departementen geeft inzicht in de bijdrage die de Rijksin­spectie Digitale Infrastructuur ontvangt voor de uit te voeren opdrachten vanuit overige departementen. In 2025 is de omzet vanuit het Ministerie van BZK hoger als gevolg van intensivering de Network and Information Security Directive (NIS2) Overheid. Daarnaast verschuift de bijdrage voor de opdrachten NIS2 (deels), CER en Netcode naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).Energiemeterwissel (EMW) is niet meegenomen in deze begroting omwille van het nog niet van kracht zijn van een wettelijk kader.133Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 61 Omzet derden (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Vergunninghouders en overige:24.25921.38923.57523.57523.57523.57523.575- Landelijke exclusieve vergunningen (exclusief omroep)3.3383.2473.6763.6763.6763.6763.676- Vergunningen met algemene planning met regionaal bereik2.6952.7752.9502.9502.9502.9502.950- Vergunningen met individuele planning met regionaal bereik3.6443.7103.9953.9953.9953.9953.995- Vergunning regionale planning tijdelijk gebruik540681672672672672672- Omroep6.0195.6376.3936.3936.3936.3936.393- Vergunningen straalverbindingen1.9181.8491.9031.9031.9031.9031.903- Registraties radiozendamateurs en maritiem3.3213.4903.9863.9863.9863.9863.986- Certificaten626000000- Eindapparaten2.158000000Satellietoperators618615724724724724724Caribisch Nederland1.3751.2001.3001.3001.3001.3001.300Hercontroles meetinstrumenten12555555555555Diversen / verlengingen overdracht0555555555555Totaal omzet derden26.26423.31425.70925.70925.70925.70925.709Onder Omzet derden staan alle opbrengsten die voortvloeien uit de werkzaamheden in het kader van de Telecommunicatiewet en overige opbrengsten uit de markt. Bij de vaststelling van de tarieven voor de Markt voor 2025 kijkt RDI naar de meerjarige kostendekking per categorie en maakt op basis daarvan een keuze voor de tariefmutatie.Toelichting op de lastenPersonele kostenDe verwachte bezetting voor 2025 is 497 fte (incl. externe inhuur). De gemiddelde loonkosten per FTE worden voor ambtelijk en niet-ambtelijk personeel begroot op € 127.741. Het percentage externe inhuur is financieel meerjarig begroot op 22% als gevolg van inbedding van nieuwe gespeciali­seerde taken en de huidige krappe arbeidsmarkt.Materiële kostenDe bijdrage aan SSO’s wordt grotendeels gevormd door de bijdrage aan Dienst ICT en Uitvoering (DICTU) en Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst en onze huisvestingskosten. De bijdrage aan DICTU is voor kosten werkplekservices, infraservices, regulier beheer en licenties.RentelastenDe rente betreft de vergoeding die de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa, zoals elektronische apparatuur, voertuigen en antennes, te financieren.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten nemen toe als gevolg van ICT-ontwikkelingen, aanschaf van meetapparatuur en installaties.134Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Dotaties voorzieningenVoor 2025 is de dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren begroot op € 75.000.Tabel 62 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 2024202520262027202820291.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen24.95523.68627.45527.60228.20027.36825.443+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom74.39885.21297.809100.968100.923100.923100.923-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 74.054‒ 86.720‒ 98.965‒ 100.631‒ 99.539‒ 99.539‒ 99.5392.Totaal operationele kasstroom343‒ 1.508‒ 1.1563371.3841.3841.384-/- totaal investeringen‒ 2.461‒ 5.750‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen00000003.Totaal investeringskasstroom‒ 2.461‒ 5.750‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000‒ 8.000-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 4.31500000+/+ eenmalige storting door moederdepartement5.4525.7086.0315.7384.6914.6914.691-/- aflossingen op leningen‒ 3.848‒ 5.750‒ 4.727‒ 5.477‒ 6.907‒ 8.000‒ 8.000+/+ beroep op leenfaciliteit3.7855.7508.0008.0008.0008.0008.0004.Totaal financieringskasstroom5.3901.3939.3048.2615.7844.6914.6915.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)28.22717.82127.60228.20027.36825.44323.518Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.Operationele kasstroomDDe operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.InvesteringskasstroomDe investeringskasstroom bestaat uit investeringen in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur, (elektrische) auto’s, antennes en ICT-projecten.FinancieringsstroomVoor de financiering van de begrote investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.Tabel 63 Overzicht doelmatigheidsindicatorenStand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Omschrijving Generiek DeelKostprijzen per product (reële stijging Regeling Vergoedingen)0,00%0,00%‒ 2,67%0,00%0,00%0,00%0,00%Tarieven/uur (reële stijging)0,00%0,00%‒ 2,51%0,00%0,00%0,00%0,00%FTE-totaal (excl. externe inhuur)377,1391,0440,0440,0440,0440,0440,0Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)‒ 5,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%Loonkosten per fte€ 114.571€ 113.669€ 127.741€ 127.703€ 127.703€ 127.703€ 127.703135Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Een randvoorwaarde voor een kostendekkende begroting is het nominaal stijgen van het uurtarief 2025 van 4,27%. De toegestane loon- en prijsbij­stelling volgens prijsindexatie (IMOC) uit CPB-raming maart 2024 en loonin­dexatie volgens CAO is 6,78%. De reële mutatie van het uurtarief voor 2025 is daarmee ‒ 2,51%.De personeelskosten per FTE bedragen € 127.741. Doordat de nieuwe opdrachten van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zeer specialistisch (soms extern) personeel vergen, stijgen de kosten per FTE. Daarnaast stijgen de kosten door het opbouwen van het IKB-spaarverlof en de CAO wijzigingen. Het percentage externe inhuur bedraagt 22%.136Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 6. BijlagenBijlage 1: ZBO's en RWT'sTabel 64 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) (bedragen x € 1.000)Naam organisatieRWT/ZBOBegrotingsartikelBegrotingsramingenUitgevoerde evaluatie ZBO onder KaderwetVolgende evaluatie ZBOCentraal Bureau voor de StatistiekRWT/ZBO1191.160Kamerstuk 25 268, nr. 2092026Edelmetaal Waarborg NederlandRWT/ZBO1Geen bijdrageKamerstuk 27 879, nr. 892027Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008RWT1Geen bijdrageEvaluatieplicht niet van toepassingnvtKeuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 TelecommunicatiewetZBO1Geen bijdrageEvaluatieplicht niet van toepassingnvtRaad voor de AccreditatieRWT/ZBO1838Kamerstuk 25 268, nr. 2032026Bestuur Autoriteit Consument en MarktZBO1899Kamerstuk 25 268, nr. 1952025VSLRWT112.924Evaluatieplicht niet van toepassingnvtDe in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurdersZBO1Geen bijdrageKamerstuk 33 159, nr. 32024WaarborgHollandRWT/ZBO1Geen bijdrageKamerstuk 27 879, nr. 892027Kamer van KoophandelZBO2154.0551Kamerstuk 32 637, nr. 3022024TNORWT/ZBO2237.764Evaluatieplicht niet van toepassingnvt1Dit bedrag is exclusief budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 6.093.000.Tabel 65 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries) (bedragen x € 1.000)Naam organisatieMinisterieRWT/ZBOBegrotingsartikelBegrotingsramingenNWO-TTWOCWZBO230.634137Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 2: Specifieke uitkeringen Ministerie van EZAls het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. In deze bijlage is voor het Ministerie van Economische Zaken (XIII) aangegeven welke specifieke uitkeringen uitgekeerd worden en welke voornemens er zijn voor specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit). Indien nodig wordt er onder de tabel een toelichting gegeven.Tabel 66 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1 mln)SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029F25NaamMkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)13,079,819,81Korte duidingDe MIT stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat het mkb bijdraagt aan de kennis- en innovatie-agenda's van de Missies voor de toekomst. De MIT kent verschillende instrumenten: R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsstudies en kennisvouchers. Daarnaast is er geld beschikbaar voor TKI-Netwerkactiviteiten en TKI-Innovatiemakelaars.Juridische grondslagMinistriele regeling: Stcrt. 2023, 8117Maatschappelijke effectenHet doel van de MIT-regelingen is om het mkb aan te laten sluiten bij één of meer maatschappelijke thema’s. Vanaf 2021 gaat de MIT niet meer op basis van de innovatieagenda’s van de topsectoren, maar op basis van de KIA’s (Kennis Innovatie Agenda’s). De thema’s zijn opgedeeld in zes maatschappelijke Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s):Energie & DuurzaamheidGezondheid & ZorgVeiligheidSleuteltechnologieënLandbouw, Water en VoedselMaatschappelijk VerdienvermogenOntvangende partijenProvincie Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Groningen (in de vorm van SNN als vertegenwoordiging van de 3 noorderlijke provincies) en de provincie Noord-Brabant (in de vorm van Stimulus als vertegenwoordiger van de 3 zuidelijke provincies).ArtikelBeleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiF39/F39BNaamSpecifieke uitkering uitbreiding capaciteit omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG)3,00Korte duidingUitbreiding van capaciteit bij omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG) voor vergunningverlening bij Maatwerkaanpak Verduurzaming IndustrieJuridische grondslagArtikel 2 eerste lid onder a (energie en duurzaamheid) en h (klimaat) van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies in samenhang met artikel 17, tweede lid van de Financiële verhoudingswet.Maatschappelijke effectenIn het coalitieakkoord heeft het kabinet afgesproken om met de 10 tot 20 grootste CO2 uitstoters maatwerkafspraken te maken. In het kader van de maatwerkaanpak zijn op 15 juli 2022 het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Provincie Noord-Holland met Tata Steel Nederland (TSN) een herziene Expression of Principles (EoP) overeengekomen. Het doel van deze EoP is om met alle partijen zo snel als mogelijk kunnen bijdragen aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 en aan het verminderen van de impact op de leefomgeving. De Provincie Noord-Holland heeft als bevoegd gezag in beeld gebracht wat er nodig is op het gebied van vergunningverlening, om de benodigde vergunningen voor het verduurzamingstraject te kunnen afhandelen is er extra capaciteit nodig bij omgevingsdienst NZKG.-Energie & Duurzaamheid-Klimaat138Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029Ontvangende partijenProvincie Noord-Holland voor uitbreiding van de capaciteit bij de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG)ArtikelBeleidsartikel 2: Bedrijfsleven & Innovatie, Verduurzaming Industrie (VI), Maatwerkaanpak Industrie (90810)VNaamMkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)11,909,009,00Korte duidingDe MIT stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat het mkb bijdraagt aan de kennis- en innovatie-agenda's van de Missies voor de toekomst.'De MIT kent verschillende instrumenten: R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsstudies en kennisvouchers. Daarnaast is er geld beschikbaar voor TKI-Netwerkactiviteiten en TKI-Innovatiemakelaars.Juridische grondslagMinistriele regeling: Stcrt. 2023, 8117Maatschappelijke effectenHet doel van de MIT-regelingen is om het mkb aan te laten sluiten bij één of meer maatschappelijke thema’s. Vanaf 2021 gaat de MIT niet meer op basis van de innovatieagenda’s van de topsectoren, maar op basis van de KIA’s (Kennis Innovatie Agenda’s). De thema’s zijn opgedeeld in zes maatschappelijke Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s):Energie & DuurzaamheidGezondheid & ZorgVeiligheidSleuteltechnologieënLandbouw, Water en VoedselMaatschappelijk VerdienvermogenOntvangende partijenProvincie Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Groningen (in de vorm van SNN als vertegenwoordiging van de 3 noorderlijke provincies) en de provincie Noord-Brabant (in de vorm van Stimulus als vertegenwoordiger van de 3 zuidelijke provincies).ArtikelBeleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiTotaal27,9718,8118,810,000,000,00139Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 3: VerdiepingsbijlageBeleidsartikel 1 Goed functionerende economie en marktenTabel 67 Uitgaven beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024365.745366.097372.591392.930363.661406Mutatie Nota van Wijziging 202441.00020.000Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 202410.4712.5631.1773613.801325.678Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024‒ 1.700‒ 300Nieuwe mutatiesHerverkaveling naar H23 KGG‒ 7.426‒ 9.254‒ 9.199‒ 8.675‒ 8.675Invulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheid‒ 1.237‒ 2.478‒ 3.725‒ 4.977‒ 6.220Invulling Maatregel 35. Verlaging non-ODA middelen (HLA)‒ 58‒ 53‒ 97‒ 135‒ 131Invulling Maatregel 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreed‒ 571‒ 1.288‒ 3.577‒ 3.472‒ 2.712Kasschuiven‒ 49.49426.3658.5385.5916.0003.000NGF - project AINed13.20013.2002.100NGF - projecten subsidie route20.20120.20120.20115.34011.453Digitale veiligheid28.400CBS loon- en prijsbijstelling9.6579.4549.4829.5449.5189.518Overig‒ 3.99617.47511.08410.5919.75310.171Stand ontwerpbegroting 2025400.083465.763423.200424.720390.814342.488ToelichtingHerverkaveling naar H23 KGGDe middelen voor de toezichts- en CSIRT-taken voortkomend uit de Europese NIS2- en CER-richtlijnen stonden volledig op artikel 1. Met de oprichting van het ministerie van Klimaat en Groene Groei is het KGG-deel van deze middelen verplaatst naar de KGG-begroting.Invulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheidRijksbreed is besloten dat als onderdeel van de opgave om de groei van het apparaat van de Rijksoverheid terug te draaien de taakorganisaties van EZ een efficiency korting opgelegd krijgen van 0,5% per jaar, oplopend naar 2,5% strcutureel. Voor artikel 1 ziet deze korting op o.a. de organisaties RVO, RDI en CBS.Invulling Maatregel 35. Verlaging non-ODA middelen (HLA)Het kabinet bezuinigt structureel € 100 mln op de non-ODA middelen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Voor artikel 1 slaat deze bezuiniging o.a. neer op de budgetten voor interna­tionale samenwerking.Invulling Maatregel 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreedDe generieke subsidietaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord is binnen artikel 1 ingepast.140Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 KasschuivenDit betreft diverse kasschuiven waaronder voor de NGF-projecten AiNed en 6G Future Network Services, het Digital Europe programma en middelen voor Digitale Veiligheid inzake frequentiebeleid.NGF-project AiNedDit betreft de toekenning van € 28,5 mln uit het Nationaal Groeifonds voor het project AiNed. De kasmiddelen zijn vervolgens verdeeld over de jaren 2025 t/m 2029.NGF-projecten subsidie routeDit betreft middelen voor de uitfinanciering van NGF-projecten via de subsidieroute. Deze middelen zijn op artikel 1 geplaatst om ruimte te maken voor de administratie van het ministerie van KGG.Digitale VeiligheidDit betreft overheveling van de Aanvullende Post «Digitale Veiligheid» naar de EZ-begroting inzake frequentiebeleid.Bijdrage aan het CBSDit betreft de uitkering van de loon- en prijsbijstelling.Tabel 68 Ontvangsten beleidsartikel 1 (bedragen x € 1000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202474.57943.28444.18445.30946.434Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 20247439550061474048.235Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesFrequentie veiling147.427Stand ontwerpbegroting 2025222.08043.67944.68445.92347.17448.235ToelichtingDiverse OntvangstenDit betreft de ontvangsten van de veiling van de frequenties voor de landelijke 5G-netwerken die in de zomer van 2024 heeft plaatsgevonden.141Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiTabel 69 Uitgaven beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20242.268.7122.044.7441.738.0541.496.7061.452.86772.100Mutatie Nota van Wijziging 202474.70096.90048.400Mutatie amendement 202414.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 202424.00065.00020.00063.0008.000Mutatie 1e suppletoire begroting 2024795.799‒ 17.435201.41921.73252.3911.279.553Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesHerverkaveling naar H23 KGG‒ 425.141‒ 428.996‒ 251.301‒ 266.121‒ 142.852Loon- en prijsbijstelling73.76170.32461.27359.47960.28858.222Invulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheid‒ 2.189‒ 4.300‒ 6.339‒ 8.368‒ 10.208Invulling Maatregel 35. Verlaging non-ODA middelen (HLA)‒ 776‒ 1.317‒ 1.927‒ 2.568‒ 2.784Invulling Maatregel 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreed‒ 10.429‒ 22.712‒ 30.423‒ 47.528‒ 42.288Invulling Maatregel 69. Fonds Onderzoek Wetenschap (HLA)‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200‒ 25.200Kasschuiven‒ 480.00982.831‒ 41.82462.796‒ 2.730‒ 31.282Bevorderen Ondernemerschap2.52812.0762.641‒ 4.209‒ 6.290‒ 3.826Tegemoetkoming vaste lasten30.00010.000NGF - project QuantumDeltaNL101.71471.57650.21846.2101.503Actieplan Groene en Digitale Banen10.00010.00010.000Ruimte voor economie / bedrijventerreinen8.00010.6368.0001.000Maritieme Maakindustrie7.50010.5006672.0012.6684.664Garanties MKB­financiering Qredits‒ 10.000Bijdrage TNO51.61125.17911.2684.0063.8573.629TO2 (Excl TNO)14.4478.7372.0391.929429429Topsectoren overig‒ 19.156‒ 32.008‒ 29.654‒ 25.670‒ 20.170‒ 20.746Faciliteiten toegepast onderzoek‒ 61.639‒ 44.695‒ 30.739‒ 12.302803.004Overig‒ 2.3338.87814.63316.16212.96210.600Stand ontwerpbegroting 20252.739.9211.976.0101.662.8641.385.6581.316.7771.162.518ToelichtingHerverkaveling naar H23 KGGHet kabinet heeft besloten een nieuw ministerie van Klimaat en Groene Groei op te richten. Een deel van de beleidsmiddelen van artikel 2 van deze begroting wordt met deze mutatie herverkaveld naar artikel 31 van Hoofdstuk XIII Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit betreffen de beleidsmiddelen van de directie Verduurzaming Industrie.Invulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid (HLA)Rijksbreed is besloten dat als onderdeel van de opgave om de groei van het apparaat van de Rijksoverheid terug te draaien de taakorganisaties van EZ een efficiency korting opgelegd krijgen van 0,5% per jaar, oplopend naar 2,5% structureel. Voor EZ ziet deze korting op de organisaties RVO, TNO, KVK en RDI.142Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Invulling Maatregel 35. Verlaging non-ODA middelen (HLA)Het kabinet bezuinigt structureel € 100 mln op de non-ODA middelen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Voor EZ slaat deze bezuiniging voornamelijk neer op de budgetten voor het Innovatie Attaché Netwerk en het NFIA. Omdat deze budgetten samenhangen met het postennetwerk is besloten dat de taakstelling op deze budgetten wordt gelimiteerd tot 10%.Invulling Maatregel 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreed (HLA)De generieke subsidietaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord is propor­tioneel verdeeld over de subsidie-instrumenten van artikel 2. Deze verdeling houdt rekening met de juridische verplichtingen en andere specifieke taakstellingen. In de eerste suppletoire begroting 2025 kan de verdeling van de generieke subsidietaakstelling wijzigen.Invulling Maatregel 69. Fonds Onderzoek Wetenschap (HLA)Het kabinet heeft een bezuiniging van cumulatief € 1,1 mld opgelegd op de budgetten uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap. EZ heeft in 2022 middelen ontvangen uit dit fonds voor Europese Partnerschappen en de Faciliteiten Toegepast Onderzoek. De taakstelling voor EZ telt cumulatief op tot € 25,2 mln per jaar van 2025 tot en met 2029 en wordt proportioneel over de Europese Partnerschappen (€ 10,1 mln per jaar) en de Faciliteiten Toegepast Onderzoek (€ 15,1 mln per jaar).KasschuivenDit betreft opsomming van verschillende kasschuiven die plaats hebben gevonden op artikel 2. Dit betreft onder andere schuiven op een aantal NGF-projecten die op de EZ begroting staan, zoals PhotonDelta, Quantum­Delta, en Groenvermogen. De flucatie in de totale cumulatieve schuif komt doordat voor 2024 de middelen voor de directie Verduurzaming Industrie nog een effect hebben op de EZ begroting en vanaf 2025 zijn herverkaveld naar de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Andere grote kasschuiven met budgettair effect in 2025 worden hieronder verder toegelicht.Bevorderen ondernemerschapDit betreft een opsomming van allerlei bijdragen en uitgaven ter bevordering van het ondernemerschap. Bijvoorbeeld maatregelen om de arbeidsmarktkrapte tegen te gaan, dat getrokken wordt door EZ.Tegemoetkoming Vaste LastenVoor de Tegemoetkoming Vaste Lasten is er in 2025 en 2026 budget benodigd i.v.m. het afhandelen van lopende beroep- en bezwaarzaken bij RVO. Gegrondverklaring van deze zaken hebben tot gevolg dat onderne­mingen met terugwerkende kracht TVL-subsidie moeten ontvangen. Bij de beleidsbrief/VJN is voor 2024 generale middelen beschikbaar gesteld. Om te zorgen dat RVO in het begin van 2025 en in 2026 budget beschikbaar heeft wordt er budget opgevraagd voor 2025 en 2026. De verwachting is dat een groot deel van de beroepszaken in 2025 zullen worden afgehandeld.NGF-project QuantumDeltaNLOp basis van de prognoses van RVO en de uitbetalingsbehoefte van Stichting QuantumDelta worden de kasmidelen van het NGF-project QuantumDeltaNL naar latere jaren geschoven. Dit betreft onder andere de uitfinanciering van de subsidiebeschikking aan de Stichting Quantum­Delta en een verwachte uitfinanciering van een nog te beschikken subsidie rondom internationale samenwerking.143Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Actieplan Groene en Digitale BanenIn het kader van het actieplan groene en digitale banen worden er middelen vrijgemaakt voor de opschalling van omscholingstrajecten Twin Transition uit het Klimaatfonds.Ruimte voor economie/bedrijventerreinenDit betreft dekking voor 8 additionele pilots voor toekomstbestendige bedrij­venterreinen van cumulatief € 24 mln, inclusief € 4 mln uitvoeringskosten. In totaal kan met dit additionele budget 12 pilots worden uitgevoerd, één in elke Provincie (waar toegezegde cofinanciering vanuit de Provincies tegenover staat).Maritieme MaakindustrieDe Maritieme Maakindustrie richt zich op het ondersteunen maar de Maritieme sector via het maritiem innovatieprogramma. Dit betreft dekking voor het maritiem innovatieprogramma zoals toegezegd in de sectoragenda Maritieme Maakindustrie aan de Kamer door de ministers van EZ, IenW en de staatssecretaris van Defensie.Bijdrage TNOHet budget voor de Rijksbijdrage aan TNO is opgehoogd met € 32,9 mln in 2025. Deze ophoging bestaat uit de bijdragen van andere departementen voor door TNO uit te voeren onderzoeken, de toekenning aan TNO rondom de Faciliteiten Toegepast Onderzoek, en de uitkering van de loon- en prijsbij­stelling.TO2 (excl.TNO)Voor de Toegepaste Onderzoeksinstellingen (TO2s) Deltares, MARIN, en NLR waarvoor EZ beleidsverantwoordelijk is zijn de toekenningen voor de eerste ronde van de Faciliteiten Toegepast Onderzoek toegevoegd aan het budget voor deze instellingen.Topsectoren overigDit betreft een verzameling van mutaties op meerdere instrumenten, waaronder uitkering van de loon- en prijsbijstelling, beschikbaar stellen van budget voor het werkbudget Topsectoren, en actualisatie van de budgetten voor NWO en SBO.Faciliteiten toegepast onderzoekVoor de Faciliteiten Toegepast Onderzoek is in het najaar van 2023 een besluit genomen over de toekenning van de middelen van de eerste ronde. De middelen voor de toegekende projecten zijn overgeheveld naar de instrumenten en beleidsverantwoordelijke departementen vanaf waar de middelen worden beschikt aan de betreffende instellingen (o.a. TNO, Deltares, MARIN, NLR, KNMI, Naturalis, WR, NFI). Hiernaast is het budget voor de FTO met € 15,1 mln per jaar vanaf 2025 naar beneden bijgesteld als gevolg van de taakstelling op het Fonds Onderzoek en Wetenschap zoals besloten in het HLA.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 70 Ontvangsten beleidsartikel 2 (bedragen x € 1000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024258.597278.503154.821121.439134.156Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 202410.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 202436.93834.91632.8548.0420117.489Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesTegemoetkoming vaste lasten76.70056.600Overig4.259Stand ontwerpbegroting 2025309.794390.119244.275129.481134.156117.489ToelichtingTegemoetkoming Vaste LastenDe ontvangsten voor de Tegemoetkoming Vaste Laten (TVL) houden met name verband met terugvorderingen in geval de omzetderving lager is dan door de aanvrager geraamd en in geval van geconstateerd misbruik.145Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 3 ToekomstfondsTabel 71 Uitgaven beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024282.206219.261243.816168.878159.878Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024‒ 4.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024436.880153.378Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesInvulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheid‒ 48‒ 96‒ 143‒ 190‒ 238Kasschuiven‒ 373.025‒ 158.24755.580174.321102.689160.766Economische Veiligheid Fonds50.000Innovatiekrediet13.0004.0004.0004.0004.0004.000Blended finance faciliteit Invest-NL150.000100.000Overig13.46528.130‒ 31.7063.266‒ 43839Stand ontwerpbegroting 2025368.526293.096371.594350.322266.334318.745ToelichtingInvulling Maatregel 26. Terugdraaien groei apparaat rijksoverheidRijksbreed is besloten dat als onderdeel van de opgave om de groei van het apparaat van de Rijksoverheid terug te draaien de taakorganisaties van EZ een efficiency korting opgelegd krijgen van 0,5% per jaar, oplopend naar 2,5% strcutureel. Voor EZ ziet deze korting op de organisaties RVO, TNO, KVK en RDI.KasschuivenZoals aangekondigd in de eerste suppletoire begroting 2024 is in overleg met het Ministerie van Financiën en de uitvoering alle ramingen op het Toekomstfonds geactualiseerd. Alle uitgaven en ontvangstenramingen zijn indien nodig geactauliseerd op basis van de meest recente uitvoeringsin­formatie en beleidsdoelen. Dit betreffen onder andere schuiven op het Deep Tech Fund doordat follow-on investeringen sneller volgen dan initieel geraamd, het European Tech Champions Initiative (ETCI) om aan te sluiten op de verwachte capital calls van het Europees Investeringsfonds (EIF), en nieuwe ramingen voor de SEED Capital, Vroegefasefinanciering (VFF), en het Innovatiekrediet op basis van de huidige uitvoeringsinformatie van RVO.Deep Tech FundAls onderdeel van de gehele herijking van het Toekomstfonds is de raming voor de uitfinanciering van het Deep Tech Fund aangepast op basis van de verwachtte capital calls van InvestNL. Dit doordat follow-on investeringen sneller volgen dan initieel geraamd doordat bedrijven en fondsen waar sinds 2022 in is geïnvesteerd sneller groeien dan verwacht.Economische veiligheid FondsOnze gereedschapskist om dreigingen tegen de nationale veiligheid het hoofd te bieden is goed gevuld. Een krachtig laatste redmiddel als de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid mag daarin niet ontbreken. Verhoogde geopolitieke spanningen vergroten echter de 146Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 druk op de Beschermingsvoorziening. Daarom verruimen we de huidige voorziening van € 100 mln naar € 150 mln. Zo blijft het instrument de komende tijd voldoende slagvaardig mocht nood aan de man zijn.European Tech Champions Initiative (ETCI)Om aan te sluiten op de capital calls van het Europees Investeringsfonds (EIF) worden de resterende kasmiddelen van de initiele € 100 mln verdeeld over de jaren 2024 tot en met 2027.InnovatiekredietAls onderdeel van de gehele herijking van het Toekomstfonds is de raming voor het Innovatiekrediet aangepast. Onder andere de ontvangstenraming is aangepast, wat ook een effect heeft op de uitgavenkant door het revolve­rende karakter van de regeling.Risicokapitaal SEEDAls onderdeel van de gehele herijking van het Toekomstfonds is de raming voor de SEED aangepast op basis van de huidige uitvoeringsinformatie van RVO. Hiernaast wordt er in 2025 een extra deep tech tender uitgezet van € 25 mln.Vroege faseAls onderdeel van de gehele herijking van het Toekomstfonds is de raming voor de Vroegefasefinanciering (VFF) aangepast op basis van de huidige uitvoeringsinformatie van RVO en NWO-TTW. Hiernaast is het budget voor het NWO-TTW luik van de VFF opgehoogd met € 5 mln per jaar vanaf 2025 tot en met 2029.Startup/ MKBAls onderdeel van de herijking van het Toekomstfonds is deze raming aangepast. Deze middelen dienen om aflopende instrumenten op het Toekomstfonds te financieren en voorspelbaar overheidsbeleid te kunnen realiseren.Blended finance faciliteit Invest-NLUit het IBO bedrijfsfinanciering is gebleken dat er kansen zijn voor Invest-NL om haar huidige taak breder te in te vullen om hiermee beter knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren, in het bijzonder bij hoog-risico-projecten met hoge maatschappelijke baten waar de rendements­doelstelling van Invest-NL knellend kan werken. Met deze blended finance faciliteit krijgt Invest-NL de mogelijkheid om effectiever te investeren in de doorgroei van risicovolle startups en scaleups en daarmee de opschaling van belangrijke innovaties. Dit is met name relevant voor bedrijven die werken aan innovaties en technologie met een hoog Technology Readiness Level die richting een definitieve markttoepassing gaan en daarmee privaat verdienvermogen kunnen opleveren maar waarbij de risico’s nog substan­tieel zijn om (volledig) door de markt en/of Invest-NL gefinancierd te worden. Hiermee nemen bovendien de mogelijkheden tot het mobiliseren van privaat kapitaal toe en wordt de slagkracht en maatschappelijke impact van Invest-NL vergroot.147Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 72 Ontvangsten beleidsartikel 3 (bedragen x € 1000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202480.300263.00061.80055.55056.300Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 202469.60056.300Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesROM's2.412‒ 204.496143.117Fund to fund‒ 80.550‒ 13.800‒ 13.000‒ 6.000‒ 6.000119.350DVI II‒ 9.050‒ 8.000‒ 17.000‒ 17.000‒ 17.00068.050Innovatiekredieten13.0004.0004.0004.0004.0004.000Overig3.559‒ 12315581‒ 543339Stand ontwerpbegroting 202579.27140.692179.23237.13136.757248.039ToelichtingROM'sDe ontvangstenraming voor de Corona Overbruggingsleningen (COLs) is geactualiseerd. De raming is met € 58 mln naar beneden bijgesteld doordat bedrijven falliet zijn gegaan en de leningen dus niet meer terug kunnen betalen. Hiernaast is het verwachte ritme van de ontvangsten aangepast omdat deze over een langere periode terug komen dan initieel geraamd.Fund to FundDe ontvangsten voor DVI I worden gesaldeerd bij de uitvoerder OostNL en de investeerder EIF. Hierdoor zijn de ontvangsten op de investeringen binnen het Dutch Venture Initiative I nog niet teruggekomen naar de EZ-begroting. De ontvangsten binnen EIF en OostNL worden opnieuw ingezet voor additionele investeringen in DVI I waardoor ook de uitgaven lager zijn. Om inzichtelijk te houden dat er nog ontvangsten terug moeten komen op DVI I, ten minste €130 mln, worden alle ontvangsten in de huidige begroting naar 2029 geschoven.DVI IIDe ontvangsten voor DVI II worden gesaldeerd bij de uitvoerder OostNL en de investeerder EIF. Hierdoor zijn de ontvangsten op de investeringen binnen het Dutch Venture Initiative II nog niet teruggekomen naar de EZ-begroting. De ontvangsten binnen EIF en OostNL worden opnieuw ingezet voor additionele investeringen in DVI II waardoor ook de uitgaven lager zijn. Om inzichtelijk te houden dat er nog ontvangsten terug moeten komen op DVI II, ten minste €100 mln, worden alle ontvangsten in de huidige begroting naar 2029 geschoven.InnovatiekredietAls onderdeel van de gehele herijking van het Toekomstfonds is de raming voor het Innovatiekrediet aangepast. Dit betreft de aanpassing van de ontvangstenraming.148Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTabel 73 Uitgaven beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20244.543.0494.074.3006.525.8756.467.6396.433.9532.468.233Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024112.3005.0005.0005.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 202420.000Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024891.402602.320‒ 991.802‒ 1.201.625‒ 674.4853.370.401Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024‒ 2.300‒ 5.900Nieuwe mutatiesHerverkaveling KGG‒ 4.675.720‒ 5.539.073‒ 5.271.014‒ 5.759.468‒ 5.838.634Ontrekking reserve SDE+113.021Bijdrage aan RVO.nl31.829Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden‒ 48.482Ramingsbijstelling tegemoetkoming blokaansluitingen‒ 18.675Kasschuiven klimaatfonds‒ 1.213.195Kasschuif NGF‒ 113.232Overige kasschuiven‒ 218.678Loon- en prijsbijstelling96.119Overig8.848Stand ontwerpbegroting 20254.202.00600000ToelichtingHerverkaveling KGGHet kabinet heeft besloten het ministerie van Klimaat en Groene Groei op te richten. De budgetten van Beleidsartikel 4 worden per 2025 verantwoord op artikel 31 van Hoofdstuk XXIII Ministerie van Klimaat en Groene Groei.Ontrekking reserve Duurzame energie en klimaattransitieDoor de gedaalde energieprijzen is RVO in de laatste prognose van de uitgaven op de SDE-regelingen uitgegaan van lagere correctiebedragen. Hierdoor stijgen de uit te keren subsidievoorschotten in 2024. Omdat hierdoor een tekort ontstaat op het budget van de SDE-regelingen, wordt dit tekort gedekt door een onttrekking van € 113 mln aan de reserve duurzame energie en klimaattransitie.Bijdrage RVOOm de hogere uitvoeringskosten van RVO in 2024 te dekken wordt het uitvoeringsbudget van RVO opgehoogd. Dekking vindt plaats uit de beleids­budgetten waar sprake is van hogere uitvoeringskosten.Uitvoeringskosten klimaat medeoverhedenDe verlaging van het budget 2024 heeft meerdere oorzaken. er heeft een overheveling van € 29,1 mln naar het BTW-Compensatiefonds plaatsge­vonden (afdracht BTW CDOKE-regeling) en een overheveling van € 13 mln naar de begroting van het Ministerie van IenW als bijdrage aan de Nationale Agenda Laadinfrasctructuur (NAL). Ook heeft een overheveling naar het Gemeentefonds en het BTW-Compensatiefonds plaatsgevonden voor de financiering van formatie aann te nemen in de 30 RES-regio's.149Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Ramingsbijstelling tegemoetkoming blokaansluitingenHet budget van de Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaanslui­tingen (TTB) voor 2024 wordt naar beneden bijgesteld op basis van de meest recente raming van de uitvoerder van de regeling (de Belastingdienst).Kasschuiven klimaatfondsOp de middelen gefinancierd uit het Klimaatfonds zijn diverse kasschuiven verwerkt, zodat de kasritmes aansluiten bij de verwachte uitgaven.Kasschuif NGFOp de NGF-budgetten voor Groenvermogen van de Nederlandse economie, Biobased Circular en Circulaire zonnepanelen hebben kasschuiven van 2024 naar 2025 en verder plaatsgevonden. Ook deze doorgeschoven middelen worden verantwoord op de KGG-begroting.Overige kasschuivenOok op een aantal andere beleidsbudgetten op de EZ-begroting vinden kasschuiven plaats naar latere jaren. Deze worden eveneens verantwoord op de KGG-begroting.Loon- en prijsbijstellingDe aan de EZ-begroting toegekende loon- en prijsbijstelling voor 2024 is aan de relevante beleidsbudgetten toegevoegd.Tabel 74 Ontvangsten beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.935.0771.883.9702.305.2185.855.2184.649.8021.920.000Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024160.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024202.399‒ 627.813‒ 651.750‒ 951.750‒ 851.7501.284.052Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesHerverkaveling‒ 1.256.157‒ 1.653.468‒ 4.903.468‒ 3.798.052‒ 3.204.052ETS-ontvangsten50.000Opbrengsten Wind op Zee60.857Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie113.021Schuif op ontvangsten lening InvestNL65.000Overig000000Stand ontwerpbegroting 20252.586.35400000ToelichtingETS-ontvangstenDe gestegen ETS1-prijs leidt tot hogere verwachte veilinginkomsten op basis van het Emission Trade System (ETS).Opbrengsten Wind op ZeeIn 2024 wordt er € 21 mln aan additionele opbrengsten ontvangen als vergoeding die de winnaars van de tenders van de kavels van het windpark IJmuiden Ver aan het Rijk betalen. Daarnaast vergoeden deze winnaars de kosten die RVO heeft gemaakt voor het uitvoeren van locatieonderzoeken voor deze kavels (€ 39,8 mln).150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Onttrekkking reserve duurzame energie en klimaattransitieZie de toelichting bij de uitgaven.Schuif op ontvangsten lening InvestNLIn 2023 is via InvestNL een lening verschaft aan SIF BV van € 65 mln. Deze lening zou in de periode 2025-2028 terugbetaald worden. Nu is de lening al in zijn geheel in 2024 afgelost. Daarom is een schuif van € 65 mln ontvangstenbudget van 2025-208 naar 2024 doorgevoerd.151Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectiefTabel 75 Uitgaven beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20242.593.5941.713.5941.184.423952.0551.008.2920Mutatie Nota van Wijziging 2024349.000384.000308.000192.00090.000Mutatie amendement 2024104.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 87.208701.8771.143.461674.705203.957541.279Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesHerverkaveling BZK‒ 2.795.460‒ 2.340.616‒ 1.104.677‒ 979.147‒ 258.856Herverkaveling KGG‒ 4.011‒ 295.268‒ 714.083‒ 323.102‒ 282.423Kasschuiven‒ 76.07700000Overig13.80800000Stand ontwerpbegroting 20252.897.11700000ToelichtingHerverkaveling BZKDoor het Kabinet-Schoof is besloten dat Herstel Groningen onder wordt gebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarom zijn de middelen overgeheveld naar de begroting van BZK.Herverkaveling KGGDoor het Kabinet-Schoof is besloten dat een nieuw ministerie wordt opgericht, namelijk het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit heeft geleid tot een afsplitsing van middelen van die oorspronkelijk onderdeel waren van de EZK-begroting. Op de EZK-begroting waren dit de middelen op het beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering), de middelen voor Verduurzaming industrie (onderdeel van beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid) en de middelen die samenhangen met mijnbouw (onderdeel van beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief). In deze reeks zijn ook de aandelen van KGG in de taakstellingen verwerkt. Dit zijn korting SPUKS, prijsrisicobuffer 10% SDE, en subsidietaakstelling.KasschuivenEr zijn een aantal kasschuiven op de middelen voor Herstel Groningen doorgevoerd. Twee kasschuiven hebben betrekking op de budgetten uit de bestuurlijke afspraken die meelopen in de meerjarige regeling met specifieke uitkeringen. Met deze kasschuiven wordt het budget in lijn gebracht met het bestedingsritme van de regio en de planning van de versterkingsoperatie. Daarnaast gaat de uitputting van het budget van het IMG om knelpunten in de schadeafhandeling op te lossen sneller dan eerder geraamd. Met een kasschuif worden daarom middelen naar voren gehaald. Bij de voorjaarsnota 2024 is de reeks voor de PEGA maatregel 14 leefbaarheid en wijkontwikkeling opgevraagd. Hierop wordt een kasschuif doorgevoerd om het budget in lijn te brengen met het door de regio geraamde ritme. Tot slot is een kasschuif doorgevoerd op het budget van economische bedrijvigheid van 2028 naar 2029 om dit beter aan te laten sluiten bij het ritme van de verwachte uitgaven.152Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 76 Ontvangsten beleidsartikel 5 (bedragen x € 1000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20243.184.2872.739.2322.217.2201.639.2661.208.8530Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 283.309‒ 589.967152.357370.081‒ 182.882867.563Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesHerverkaveling BZK‒ 1.532.265‒ 1.934.977‒ 1.719.647‒ 791.871‒ 694.463Herverkaveling KGG‒ 617.000‒ 434.600‒ 289.700‒ 234.100‒ 173.100Bijstelling Divdenuitkering EBN400.000Bijstelling ontvangsten Mijnbouwwet80.000OverigStand ontwerpbegroting 20253.380.97800000ToelichtingHerverkaveling BZKDoor het Kabinet-Schoof is besloten dat Herstel Groningen onder wordt gebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarom zijn de middelen overgeheveld naar de begroting van BZK.Herverkaveling KGGDoor het Kabinet-Schoof is besloten dat een nieuw ministerie wordt opgericht, namelijk het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit heeft geleid tot een afsplitsing van middelen van die oorspronkelijk onderdeel waren van de EZK-begroting. Op de EZK-begroting waren dit de middelen op het beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering), de middelen voor Verduurzaming industrie (onderdeel van beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid) en de middelen die samenhangen met mijnbouw (onderdeel van beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief).Bijstelling Dividenduitkering EBN Er heeft een bijstelling van € 400 mln plaatsgevonden, dit is het effect van de verwachte winst van GasTerra die voor 40% bij EBN landt.Bijstelling ontvangsten MijnbouwwetDe ontvangsten Mijnbouwwet zijn met € 80 mln naar boven bijgesteld op basis van hogere verwachtten ontvangen winstaandeel over 2024. Daarnaast zorgden de realisatiecijfers uit 2022 en 2023 van winnings­bedrijven voor een belastingteruggave. Achteraf blijkt dat bedrijven te veel winstaandeel hebben betaald in 2022 en 2023. De bijstelling in 2024 en de verrekening uit eerdere jaren zorgen per saldo voor hogere verwachte ontvangsten.153Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Artikel 40 ApparaatTabel 77 Uitgaven niet-beleidsartikel 40 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024619.029592.939576.009568.139540.095Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 202492.20986.54628.191‒ 11.771‒ 30.244451.513Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesLoonbijstelling apparaat29.91629.88528.81827.07526.49420.555Prijsbijstelling apparaat4.67414.09311.41911.0799.8428.251Terugdraaien groei Rijksoverheid‒ 18.549‒ 34.758‒ 52.025‒ 65.341‒ 70.626Energiecampagne 20242.500Herverkaveling NCG‒ 189.086‒ 143.435‒ 94.058‒ 63.863Overig13.9051.0018.9176.4786.2683.117Stand ontwerpbegroting 2025762.233516.829475.161454.917423.251412.810ToelichtingLoonbijstelling ApparaatDe bij 1e suppletoire wet 2024 ontvangen loonbijstelling is aan diverse instrumenten uitgekeerd.Prijsbijstelling ApparaatDe bij 1e suppletoire wet 2024 ontvangen prijsbijstelling is aan diverse instrumenten uitgekeerd.Terugdraaien groei RijksoverheidDit betreft de inboeking van de apparaatstaakstelling voor het terugdraaien van de groei van de Rijksoverheid.Energiecampagne 2024Betreft het budget voor de dekking van de kosten voor de energiecam­pagne 2024.Herverkaveling NCGNaar aanleiding van het nieuwe hoofdlijnenakkoord valt de NCG onder de verantwoordelijkheid van BZK in plaats van onder EZ/KGG. Dit betreft de overheveling van de budgetten van de NCG naar BZK vanaf 2025.154Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 78 Ontvangsten niet-beleidsartikelen 40 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202486.925143.344141.079139.564133.974Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 202453.13055.82150.64011.636‒ 26.59480.592Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesHerverkaveling NCG‒ 176.319‒ 168.873‒ 128.354‒ 84.534‒ 57.746Overig1.204Stand ontwerpbegroting 2025141.25922.84622.84622.84622.84622.846ToelichtingHerkaveling NCGNaar aanleiding van het nieuwe hoofdlijnenakkoord valt de NCG onder de verantwoordelijkheid van BZK in plaats van onder EZ/KGG. Dit betreft de overheveling van de ontvangsten van de NCG naar BZK vanaf 2025.155Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Artikel 41 Nog onverdeeld Tabel 79 Uitgaven niet-beleidsartikel 41 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024Mutatie Nota van Wijziging 2024Mutatie amendement 2024‒ 104.000Mutatie incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2024Mutatie 1e suppletoire begroting 2024337.753250.076208.878195.054187.386167.542Mutatie Nota van Wijziging 1e suppletoire begroting 2024Nieuwe mutatiesLoonbijstelling‒ 109.338‒ 114.994‒ 78.188‒ 69.686‒ 58.933‒ 45.917Prijsbijstelling‒ 124.415‒ 135.082‒ 130.690‒ 125.368‒ 128.453‒ 121.625OverigStand ontwerpbegroting 2025000000ToelichtingLoon- en prijsbijstellingBetreft de verdeling van de loon- en prijsbijstellingstranche 2024 over de relevante artikelonderdelen.156Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 4: Moties en toezeggingenDoor de Staten-Generaal aanvaarde motiesTabel 80 Stand van zaken moties Minister van EZ parlementair jaar 2023–2024 (Tweede Kamer)IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementVerhoeven, K. (D66),Verzoekt de regering, in dit onderzoek mee te nemen of het nodig en proportioneel is om publiek toezicht een rol te geven in collectieve bescherming van kleine ondernemers en in de beoordeling hiervan mee te nemen of uit het onderzoek blijkt dat sprake is van schadelijke onevenwichtige verhoudingen.13-11-2018Parlementaire agenda [08-11-2018] - Begroting EZK 2e termijn - (Tijden onder voorbehoud)OnderhandenAmhaouch, M. (CDA)Berg, J.A.M.J. van den (CDA),Verzoekt de regering, binnen Nederland een dialoog te starten over het al dan niet gebruiken van cookiewalls.26-11-2019Parlementaire agenda [21-11-2019] - VAO TelecomraadOnderhandenWeverling, A. (VVD)Aartsen, A.A. (VVD)Verzoekt de regering, te onderzoeken hoe het mkb beter kan worden beschermd tegen misbruik van de positie door grote bedrijven.26-11-2019Parlementaire agenda [20-11-2019] - 2e termijn Begrotingsbehandeling EZKOnderhandenWeverling, A. (VVD)Verzoekt de regering, om in overleg te treden met de betrokken partijen om een oplossing te zoeken waarbij de uitrol van 5G in Noord-Nederland mogelijk gemaakt wordt zonder dat dit tot interruptie leidt van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.11-2-2020Parlementaire agenda [06-02-2020] - Debat inzake 5G + spionageOnderhandenVerhoeven, K. (D66),Verzoekt de regering, na overleg met de betrokken partijen, de Kamer periodiek te informeren over de impact van het wetsvoorstel op de conform de memorie van toelichting als beperkt ingeschatte administratieve lasten voor het (telecom)bedrijfsleven.7-5-2020Parlementaire agenda [20-04-2020] - Debat Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT)Afgedaan met Kamerstuk 35 153, nr. 30Weverling, A. (VVD),Stoffer, C. (SGP)Aartsen, A.A. (VVD)Verzoekt de regering, om vertegenwoordigers van franchisegevers en franchisenemers bij elkaar te brengen in een periodiek overlegorgaan en hen hierbinnen aan te moedigen om te komen tot modelafspraken en overeenkomsten over de invulling van de open normen uit de Wet franchise.16-6-2020Parlementaire agenda [09-06-2020] - Wet FranchiseOnderhandenGraus, D.J.G. (PVV),Verzoekt het kabinet, te onderzoeken hoe de bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-register verbeterd kan worden.26-10-2021Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg FamiliebedrijvenOnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Plas, C.A.M. van der (BBB),Haga, W.R. van (Groep Van Haga)Rahimi, H. (VVD)Verzoekt de regering bij de evaluatie van de wet te onderzoeken of als gevolg van deze wet nadelen zijn ontstaan voor de detaillisten in het mkb, en daarover aan de Kamer te rapporteren.15-3-2022Parlementaire agenda [09-03-2022] - Debat Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen (35 769)Onderhanden157Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementGraaf, M. de (PVV),Verzoekt de regering bij de aanpak regeldruk expliciet aandacht te hebben voor interdepartementale samenwerking en zich maximaal in te spannen zodat er op de verschillende departementen gericht wordt gewerkt aan het meetbaar verminderen van regeldruk en de kamer periodiek over de voortgang te informeren. Spreekt uit om de uitkomsten van de periodieke voortgang te bespreken in de verschillende (departementale) commissies.19-4-2022Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD RegeldrukOnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Stoffer, C. (SGP),Rahimi, H. (VVD)Kröger, S.C. (GL-PvdA),Verzoekt het kabinet van bedrijven die steun krijgen bij het verduurzamingsproces in de maatwerkafspraken als voorwaarde een concreet en onafhankelijk doorgerekend plan te vragen over hoe zij klimaatneutraal worden.7-6-2022Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKEAfgedaan met Kamerstuk 29 826, nr. 203Thijssen, J. (GL-PvdA)Leijten, R.M. (SP),Verzoekt de regering bij de onderhandelingen in te brengen dat nationaal toezicht op en/of nationale toepassing van algoritmen mogelijk moet zijn, ondanks dat er een Europese markt is.7-6-2022Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD TelecomraadAfgedaan met Kamerstuk 21 501-33, nr. 982Rajkowski, Q.M. (VVD)Smolders, H.A.J. (FvD),Verzoekt de regering na twee jaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet te evalueren, boven op de geplande evaluatie na vijf jaar.19-4-2022Parlementaire agenda [13-04-2022] - Debat Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo)OnderhandenHaga, W.R. van (Groep Van Haga)Graus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering om bij de geplande evaluaties van de verschillende instrumenten specifieke aandacht te hebben voor de samenhang tussen de instrumenten rond criteria en termijnen.7-7-2022Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFINOnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Graaf, S.J.F. van der (CU),Stoffer, C. (SGP),Jong, R.H. de (D66)Kröger, S.C. (GL-PvdA),Verzoekt de regering om een noodpakket voor te bereiden om lage- en middeninkomensgroepen te beschermen tegen grote prijsstijgingen van gas, hetzij door vermindering van de vraag naar gas, hetzij door koopkrachtmaatregelen te nemen.7-7-2022Parlementaire agenda [06-07-2022] - TMD Gasmarkt en LeveringszekerheidAfgedaan met Kamerstuk 29 023, nr. 354Thijssen, J. (GL-PvdA)Leijten, R.M. (SP)Verzoekt de regering te regelen dat in de Raadspositie over de Al-verordening duidelijk wordt dat een genomen besluit altijd begrijpelijk kenbaar wordt gemaakt, waarbij ook de gebruikte data worden vermeld teneinde iemand kan toetsen of het besluit op correcte gegevens tot stand is gekomen.1-12-2022Parlementaire agenda [30-11-2022] - TMD TelecomraadAfgedaan met Kamerstuk 21 501-33, nr. 1034Kathmann, B.C. (GL-PvdA)Verzoekt de regering om met een integraal plan te komen voor duurzame digitalisering.22-11-2022Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJVOnderhanden158Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementAmhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering om te onderzoeken, samen met sectoren, of een Wet bevordering industriële ontwikkeling of een ander passend instrument kan worden ingericht waarmee structureel ingezet wordt op proces- en productie-innovatie, met als doel de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen.29-11-2022Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII)OnderhandenJong, R.H. de (D66)Amhaouch, M. (CDA)Verzoekt de regering om samen met provincies een meerjarenplan op te stellen voor de ROM’s, waarbij aandacht is voor bovenregionale samenwerking, programmatische samenwerking met het Rijk en Europa, en te onderzoeken of en hoe het brede mkb beter bediend kan worden door en met passende publiek-private financiering voor de ROM’s, in samenhang met de activiteiten van KVK en RVO.29-11-2022Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII)OnderhandenBoucke, R.M. (D66)Verzoekt de regering te onderzoeken of er een fonds beschikbaar kan worden gemaakt waarmee het kleinbedrijf middels een duurzaamheidslening van maximaal € 50.000 en tegen een lage rente een overbruggingsfinanciering of een investeringskrediet via Qredits kan aanvragen.15-11-2022Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en EnergieAfgedaan met Kamerstuk 32 637, nr. 578Amhaouch, M. (CDA)Verzoekt de regering in gesprek te gaan met verhuurders en een moreel beroep op hen te doen om tot gezamenlijke richtlijnen te komen om maatwerk te bieden aan degenen die toch in de knel dreigen te komen.22-12-2022Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Bedrijfslevenbeleid (CD 19/10)OnderhandenStrien, P.J.T. van (VVD)Verzoekt de regering om de mogelijkheden voor experimenteerruimte beter te benutten en meer onder de aandacht te brengen, en te onderzoeken waar meer ruimte in regelgeving voor maatschappelijk relevante innovaties nodig is, zodat vergunningen eerder kunnen worden verleend, bijvoorbeeld via een experimenteerwet.21-2-2023Parlementaire agenda [16-02-2023] - Debat VestigingsklimaatAfgedaan met Kamerstuk 29 515, nr. 488Boucke, R.M. (D66),Verzoekt de regering om een visie op te stellen op de economie van de toekomst, met daarin in ieder geval de randvoorwaarden voor het groene verdienvermogen van Nederland en onze strategische autonomie binnen de daarvoor beschikbare ruimte (fysiek en milieu), de kansen voor bedrijven (groot en klein) die vooroplopen in de transitie en een risicoanalyse van een achterblijvende transitie voor het Nederlandse vestigingsklimaat, en deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk aankomend najaar met de Kamer te delen.21-2-2023Parlementaire agenda [16-02-2023] - Debat VestigingsklimaatAfgedaan met Kamerstuk 33 009, nr. 131Jong, R.H. de (D66)159Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementBisschop, R. (SGP),Verzoekt de regering bij de piekbelastersaanpak bij industriële bedrijven een ambitieuze bijdrage te formuleren aan het algehele doel van de aanpak piekbelasters van 100 mol per hectare per jaar; verzoekt de regering in de maatwerkaanpak voor de industrie nadrukke-lijker te sturen op de reductie van stikstof (NOx, én, waar relevant, NH3) in aanvulling op het klimaatdoel, en de Kamer te informeren over voortgang en resultaten.7-3-2023Parlementaire agenda [23-02-2023] - Debat NPLG / StikstofAfgedaan met Kamerstuk 29 826, nr. 203Boswijk, D.G. (CDA),Plas, C.A.M. van der (BBB),Grinwis, P.A. (CU)Rajkowski, Q.M. (VVD),Verzoekt de regering om tot een integrale visie te komen over de inzet, het potentieel én de risico’s van nieuwe AI-producten, zoals generatieve AI.4-4-2023Parlementaire agenda [28-03-2023] - TMD Kunstmatige intelligentieAfgedaan met Kamerstuk 26 643, nr. 1125Dekker-Abdulaziz, H. (D66)Rajkowski, Q.M. (VVD),Verzoekt het kabinet te inventariseren welke negatieve gevolgen en uitwassen het gebruik van kunstmatige intelligentie met zich mee kan brengen voor de Nederlandse samenleving; verzoekt het kabinet met organisaties in gesprek te gaan over hoe zij, vooruitlopend op de AI-verordening, verantwoordelijkheid nemen om de risico’s van AI voor de samenleving te verkleinen, en de Kamer hierover uiterlijk in de zomer van 2023 te informeren.4-4-2023Parlementaire agenda [28-03-2023] - TMD Kunstmatige intelligentieAfgedaan met Kamerstuk 26 643, nr. 1125Dekker-Abdulaziz, H. (D66)Kathmann, B.C. (GL-PvdA)Verzoekt de regering verschillende opties voor het opzetten van een landelijke wervingscampagne voor de groene en digitale sector uit te werken en daarbij de benodigde middelen, financieringsmogelijkheden en verwachte effecten in kaart te brengen.27-6-2023Parlementaire agenda [22-06-2023] - TMD Actieplan Groene en Digitale Banen (CD 25/5)Minister EZK + Minister SZW + Minister OCWAfgedaan met Kamerstuk 29 544, nr. 1229Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering om vanuit de departementen EZK en OCW een gezamenlijke inspanning te leveren om het model van het Franse Grande École du Numérique – waar nodig met behulp van middelen uit het Nationaal Groeifonds – ook in Nederland te implementeren ten behoeve van de opschaling van CODAM en vergelijkbare innovatieve opleiders in bijvoorbeeld Rotterdam en de regio Zuid-Oost Nederland.27-6-2023Parlementaire agenda [22-06-2023] - TMD Actieplan Groene en Digitale Banen (CD 25/5)Minister EZK + Minister SZW + Minister OCWOnderhandenBrink, G. van den (CDA)Sjoerdsma, S.W. (D66)Verzoekt de regering om er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat zij optimaal voorbereid zijn om de DSA vanaf inwerkingtreding te handhaven ten opzichte van grote sociale mediaplatformen, en er zorg voor te dragen dat de digitale diensten coördinator operationeel is op 17 februari 6-6-2023[01-06-2023] Debat over persvrijheid en persveiligheidAfgedaan met Kamerstuk 36 531, nr. 5160Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan Parlement2024 om toezicht te houden op in Nederland gevestigde aanbieders van tussenhandeldiensten.Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering om nog dit jaar samen met de ROM’s en de provincies inzichtelijk te maken wat er nodig is om de aanjagende positie te versterken om zo innovatiekracht in de regio beter te ontsluiten.6-7-2023Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Innovatie (CD 21/6)OnderhandenGraaf, S.J.F. van der (CU),Jong, R.H. de (D66),Strien, P.J.T. van (VVD)Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering om deze belemmeringen in kaart te brengen en te onderzoeken op welke manier deze belemmeringen gemitigeerd kunnen worden.6-7-2023Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Innovatie (CD 21/6)OnderhandenJong, R.H. de (D66),Strien, P.J.T. van (VVD)Strien, P.J.T. van (VVD)Verzoekt de regering verkennende voorstellen te doen over hoe, waar nodig, binnen het huidige innovatie- en financieringsinstrumentarium de doelen aangepast dienen te worden zodat deze maximaal aansluiten bij onder andere de ambities in het Perspectief op de Nederlandse Economie, het herijkte missiegedreven innovatiebeleid, de Nationale Technologiestrategie en de groeimarktenstudie ten behoeve van duurzame innovatieve verdienmodellen passende bij de uitdagingen van morgen; verzoekt de regering tevens om met haar inzet ten aanzien van Europese gelden voor innovatie en innovatieve bedrijven, bij deze ambities aan te laten sluiten en deze inzet mee te nemen in bovenstaande voorstellen.6-7-2023Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Innovatie (CD 21/6)OnderhandenPlas, C.A.M. van der (BBB)Verzoekt de regering om te onderzoeken wat wij kunnen leren van landen waar het valoriseren van innovaties beter gaat en dit te verwerken in een actieplan voor Nederland.6-7-2023Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Innovatie (CD 21/6)OnderhandenGraus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering om te onderzoeken wat nodig is om een nieuwe versie van de durfkapitaalregeling op te zetten waarbij particulieren met belastingvoordelen geld kunnen verstrekken aan mkb-bedrijven, en in kaart te brengen welke kosten hiermee gemoeid zijn.17-10-2023Parlementaire agenda [10-10-2023] - TMD Ondernemen en bedrijfsfinanciering (CD 19/4)OnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Jong, R.H. de (D66),Strien, P.J.T. van (VVD)Graus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering marktmachtsmisbruik te voorkomen door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te laten onderzoeken of er sprake is van een eerlijk speelveld in de huurmarkt voor winkelvastgoed.17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenStoffer, C. (SGP),Eerdmans, B.J. (JA21)Graus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering te verkennen of het in aansluiting op de strategische agenda ondernemingsklimaat van toegevoegde waarde is om een wederkerig en 17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal OnderhandenStoffer, C. (SGP),Jong, R.H. de (D66),Eppink, D.J. (JA21),Strien, P.J.T. van (VVD),161Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementHaga, W.R. van (Groep Van Haga)breed ondernemersakkoord te formuleren waarbij de overheid onder andere voorspelbaarheid, dienstbaarheid en wendbaarheid inbrengt en het bedrijfsleven onder andere goed ondernemerschap, belastingbetaling, maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie; Verzoekt de regering om een regierol voor de Minister van EZK in dezen en de verkenningen voor dit traject op korte termijn te starten ten behoeve van de oordeelsvorming van de volgende Kamer en het volgende kabinet, en de Kamer over de voortgang te informeren.Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restGraus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering helder in kaart te brengen hoeveel Europese aanbestedingen in Nederland gegund worden aan Nederlandse, Europese en uit derde landen afkomstige inschrijvers en hoe daarbij de Nederlandse industrie betrokken wordt en beter betrokken kan worden; verzoekt de regering te reageren op het zwartboek aanbestedingen dat in juni aan de Minister van EZK is aangeboden en te verklaren waar de daarin genoemde grote verschillen door ontstaan; verzoekt de regering daarbij ook te onderzoeken welke barrières Nederlandse bedrijven ervaren bij aanbestedingen in andere lidstaten en op basis van deze bevindingen zo nodig voorstellen te doen voor een herziene aanbestedingsstrategie die de aanbestedingspositie van de Nederlandse maakindustrie versterkt; verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk voor de zomer 2024 te rapporteren.17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Eerdmans, B.J. (JA21),Eppink, D.J. (JA21),Strien, P.J.T. van (VVD),Haga, W.R. van (Groep Van Haga)Graus, D.J.G. (PVV),Verzoekt de regering een verkenning te doen naar een Nationale Strategische Industrie & Technologie Tafel in een vorm die bij Nederland past, waarin de industrie, onderzoeks- en kennisinstellingen en de overheid structureel en transparant overleggen over de toekomst van de economie en ons verdienvermogen.17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenAmhaouch, M. (CDA),Stoffer, C. (SGP),Jong, R.H. de (D66),Strien, P.J.T. van (VVD),Koekkoek, M. (Volt)Graaf, S.J.F. van der (CU),Verzoekt de regering een verkenning uit te laten voeren naar de noodzaak van een fonds voor kleine en achtergestelde leningen van 50.000 tot 500.000 euro voor het mkb.17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenStoffer, C. (SGP)Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering de Adviescommissie Gids Proportionaliteit te vragen om te adviseren over een wijziging 17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en OnderhandenGraaf, S.J.F. van der (CU),Stoffer, C. (SGP),162Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementThijssen, J. (GL-PvdA),van de Gids Proportionaliteit waarin wordt verduidelijkt wat de ruimte is voor het een-op-een contracteren van sociale ondernemingen en het klein mkb en waarin het drempelbedrag voor het een-op-een contracteren van sociale ondernemingen en het klein mkb wordt verhoogd; verzoekt de regering om in overleg met sociale ondernemingen en kennisinstellingen te verkennen of in de aanbestedingsregelgeving en de toepassing daarvan meer ruimte kan worden geboden aan sociale ondernemingen.Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restKoekkoek, M. (Volt)Dijk, I. van (CDA)Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering om het initiatief te nemen tot een convenant met marktpartijen en medeoverheden, waarin deze partijen zich gezamenlijk verbinden aan concrete oplossingen om de 19.000 resterende adressen binnen een redelijk tijdsbestek aan te sluiten op snel vast internet.17-10-2023Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenRajkowski, Q.M. (VVD),Dekker-Abdulaziz, H. (D66)Hagen, K.B. (D66)Verzoekt de regering om een publiekscampagne te starten om consumenten te wijzen op hun wettelijke garantie.26-10-2023Parlementaire agenda [26-10-2023] - TMD Circulaire economieOnderhandenAartsen, A.A. (VVD),Verzoekt de regering om te onderzoeken op welke manier de € 150 mln die is vrijgemaakt ter ondersteuning van het mkb bij de aangescherpte energiebesparingsplicht kan worden ingezet om duurzaamheidsleningen voor kleine ondernemers tegen een lage rente beschikbaar te maken.6-7-2023Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Verduurzaming mkb (CD 1/6)Afgedaan met Kamerstuk 32 637, nr. 578Jong, R.H. de (D66)Erkens, S.P.A. (VVD),Verzoekt de regering om op korte termijn een plan van aanpak te maken om de verwerking van grondstoffen die cruciaal zijn voor de energietransitie naar Nederland te halen en de Kamer daarover te informeren uiterlijk eind 2023.30-5-2023Parlementaire agenda [25-05-2023] - TMD Verduurzaming IndustrieOnderhandenBoucke, R.M. (D66)Kröger, S.C. (GL-PvdA),Verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de maatwerkafspraken in lijn zijn met de Nederlandse circulariteitsdoelen voor 2030 en 2050.30-5-2023Parlementaire agenda [25-05-2023] - TMD Verduurzaming IndustrieAfgedaan met Kamerstuk 29 826, nr. 203Thijssen, J. (GL-PvdA)Kröger, S.C. (GL-PvdA),Verzoekt de regering om inzichtelijk te maken in hoeverre de financiële steun uit het Klimaatfonds aan de industrie doelmatig en noodzakelijk is.30-5-2023Parlementaire agenda [25-05-2023] - TMD Verduurzaming IndustrieAfgedaan met Kamerstuk 29 826, nr. 203Thijssen, J. (GL-PvdA)Amhaouch, M. (CDA),Verzoekt de regering in aanvulling op het onderzoek van EZK en ook in samenspraak met relevante partijen: te onderzoeken welke fiscale of financiële regelingen zouden kunnen bijdragen aan het succes van zo’n «financieringshub»; daarbij ook te kijken naar succesvolle regelingen in het buitenland; een lijst met mogelijke opties aan de Kamer te sturen.10-10-2023Algemene Financiële Beschouwingen - MFIN ‒ 5 oktober 2023OnderhandenDijk, I. van (CDA)163Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementKröger, S.C. (GL-PvdA),Verzoekt de regering een haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de mogelijkheid om een regionale ontwikkelingsmaatschappij in het Caribisch deel van het Koninkrijk op te richten, die zich toespitst op lokale business development ten aanzien van digitalisering, klimaat, duurzame landbouw en het (regionale) ondernemingsklimaat en de Kamer voor de zomer van 2024 te infomeren over de uitkomsten.24-10-2023BZK Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2023 19-10-2023OnderhandenJong, R.H. de (D66),Wuite, J. (D66)Bikker, M.H. (CU)Verzoekt de regering de WRR te vragen om in het licht van de grootschalige transities opnieuw het publieke belang voor ten minste deze terreinen te definiëren en tegen het licht te houden wat dat betekent voor zeggenschap en eigenaarschap en de verhouding tussen overheid, samenleving en markt.6-3-2024Parlementaire agenda [27-02-2024] - Debat op hoofdlijnen over democratische zeggenschap over publieke voorzieningen met MBZK en MKEOnderhandenAartsen, A.A. (VVD),Verzoekt de regering om een plan uit te werken om het Predicaat Hofleverancier meer landelijke waardering en aandacht te geven en daarbij deze ideeën te betrekken.23-1-2024Begroting Algemene Zaken (36 410-III) + Koning (36 410-I) antwoord 1e termijn + restOnderhandenKeijzer, M.C.G. (BBB)Groot, T.C. de (D66),Verzoekt de regering met een plan van aanpak te komen voor de manier waarop gevolg wordt gegeven aan de aanbevelingen zoals gedaan in de «Stand van de RVO».19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenWhite, R.J. (GL-PvdA)Grinwis, P.A. (CU),Verzoekt de regering om middels een gesprek met de VNG er bij gemeenten op aan te dringen om de vergunningsduur ambulante handel goed en met actuele gegevens te onderbouwen en daartoe opnieuw de terugverdientijd c.q. de optimale vergunningsduur te onderzoeken.19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenDijk, I. van (CDA),Flach, A.J. (SGP)Grinwis, P.A. (CU),Verzoekt de regering de centrale financieringshub te beleggen bij een onafhankelijke publieke of private organisatie met specifieke kennis van mkb­financiering en met draagvlak van betrokken stakeholders, en ernaar te streven de financieringshub in 2024 operationeel te laten zijn.19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenWhite, R.J. (GL-PvdA),Dijk, I. van (CDA)Grinwis, P.A. (CU),Verzoekt de regering om te bewerkstelligen dat in nieuwe wetsvoorstellen altijd aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid voor vrijstellingen of een lichter regime voor micro- en/of kleinbedrijven en afwegingen hieromtrent terug te laten komen in de memorie van toelichting.19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenDijk, I. van (CDA),Flach, A.J. (SGP)Grinwis, P.A. (CU),Verzoekt de regering in de verplichte bedrijfseffectentoets nadrukkelijk op te nemen dat bij het vaststellen van wettelijke verplichtingen als uitgangspunt wordt gesteld dat de verplichting in 19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenWhite, R.J. (GL-PvdA),Dijk, I. van (CDA),Flach, A.J. (SGP)164Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan Parlementprincipe werkbaar en uitvoerbaar moet zijn binnen de eigen, ook kleine mkb-onderneming; verzoekt de regering bij de volgende voortgangsrapportage over de aanpak regeldruk de Kamer te informeren over de verankering van dit uitgangspunt in de beleidsvorming.Grinwis, P.A. (CU),Verzoekt het presidium het Adviescollege toetsing regeldruk te vragen om mede aan de hand van eerdere ATR-adviezen en na consultatie van mkb-werkgevers een verkenning uit te voeren op EU-regelgeving die mogelijk veel regeldruk met zich meebrengt voor het Nederlandse mkb, en daarover aan de Kamer te rapporteren; verzoekt de regering vervolgens de uitkomsten hiervan over te brengen aan de mkb-gezant van de EU.19-3-2024Parlementaire agenda [28-02-2024] - TMD MKB ondernemen & bedrijfsfinanciering (CD 7/2)OnderhandenZeedijk, F.A. (NSC),Dijk, I. van (CDA),Flach, A.J. (SGP),Kisteman, A. (VVD)Thijssen, J. (GL-PvdA)Verzoekt de regering deze ambitie in de uitvoering van Perspectief op de Nederlandse economie verder uit te werken met acties en tijdlijnen en hierover voor de zomer aan de Kamer te rapporteren.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenThijssen, J. (GL-PvdA)Verzoekt de regering om bij maatregelen voor de verbetering van het vestigingsklimaat te kijken naar de brede welvaart in plaats van enkel naar het belang van bedrijven.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenVermeer, H. (BBB)Verzoekt de regering om met een masterplan te komen om de krimpregio’s een langjarige economische impuls te geven, waarbij er ook gekeken wordt naar de gebieden die buiten de NOVEX-aanpak vallen; verzoekt de regering om in dit plan rekening te houden met de acht raderen van economische groei, te kijken hoe deze verbeterd kunnen worden op een manier die past bij de situaties van de krimpregio’s en gelijktijdig te kijken hoe daarmee het vestigingsklimaat verbeterd kan worden; verzoekt de regering om gelijktijdig na te denken over een juiste uitvoering in samenspraak met provincies en gemeenten, en de Kamer hiervan op de hoogte te houden.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenZeedijk, F.A. (NSC),Verzoekt de regering vaart te maken met het vormgeven van dit proces.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenMartens- America, C. (VVD)Flach, A.J. (SGP),Verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de VNG en het IPO met als doel het benadrukken van het nationale belang van de maakindustrie in relatie tot ons transformatiebeleid.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenMartens-America, C. (VVD)165Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementKoekkoek, M. (Volt)Verzoekt de regering om de regionale ontwikkelingsmaatschappijen de opdracht te geven om met het MBO in gesprek te gaan over hoe ze de samenwerking kunnen verbeteren in de regionale ecosystemen.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenDijk, I. van (CDA),Verzoekt de regering met grote urgentie een samenhangend pakket voor te bereiden om de verdere ontwikkeling van de halfgeleiderindustrie in Nederland mogelijk te maken.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)Afgedaan met Kamerstuk 33 009, nr. 141 en Kamerstuk 32 637, nr. 141Zeedijk, F.A. (NSC)Flach, A.J. (SGP)Verzoekt de regering de wezenlijke knelpunten ten aanzien van ons vestigingsklimaat voor grotere bedrijven in kaart te brengen en handelingsperspectieven en beleidsopties ter verbetering hiervan uit te werken met oog op een volgend kabinet, en de Kamer over de uitkomsten hiervan voor het zomerreces te informeren.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenFlach, A.J. (SGP)Verzoekt de regering terug te keren naar het uitgangspunt van lastenluwe implementatie van EU-wetgeving en daartoe in het Beleidskompas op te nemen dat bij implementaties die verdergaan dan strikt noodzakelijk is, expliciet wordt vermeld dat er sprake is van aanvullende nationale regels en waarom hiervoor gekozen is.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenFlach, A.J. (SGP)Verzoekt de regering voorbereidingen voor de impacttoets ondernemingsklimaat door te zetten en het bedrijfsleven hierbij te betrekken, zodat een volgend kabinet over de invoering hiervan een beslissing kan nemen.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenThijssen, J. (GL-PvdA),Verzoekt de regering als onderdeel van «Beethoven» nadrukkelijk oog te hebben en blokkades weg te nemen voor het in de Brainportregio op peil brengen en houden van de woningvoorraad, sociale cohesie, infrastructuur en faciliteiten als scholen, zorg, bibliotheken en andere culturele instellingen bij verdere groei van ASML, en de Kamer daarover te informeren.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenZeedijk, F.A. (NSC),Dijk, I. van (CDA),Martens-America, C. (VVD)Zeedijk, F.A. (NSC)Verzoekt de regering zich ervoor in te zetten om het intellectueel eigendom uit de projecten van het NGF beschikbaar te houden voor mkb-bedrijven, ook als deze nu nog niet betrokken zijn bij een consortium, en jaarlijks te rapporteren over het gebruik van intellectueel eigendom door het mkb.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)OnderhandenHouwelingen, P. van (FvD)Verzoekt de regering te onderzoeken hoe de kredietverlening aan het mkb verbeterd kan worden.19-3-2024Parlementaire agenda [12-03-2024] - TMD Verdienvermogen van Nederland (CD 15/2)Onderhanden166Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 81 Stand van zaken moties Minister van EZ parlementair jaar 2023–2024 (Eerste Kamer)IndienersOmschrijvingDatum stemmingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementHuizinga-Heringa, J.C. (CU),Verzoekt de regering ten behoeve van zo’n debat binnen drie maanden een voorbereidende notitie aan deze Kamer te doen toekomen, waarin zij gemotiveerd uiteen zet welke nieuwe keuzes gemaakt worden over de rolverdeling tussen huishoudens, overheid en markt bij grote uitdagingen als de klimaattransitie.1-11-2022Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EKOnderhandenRosenmöller, P. (GL-PvdA),Vos, dr. M.L. (GL-PvdA)Overzicht toezeggingen parlementair jaar 2023-2024In het parlementaire jaar 2023–2024 zijn ruim 60 toezeggingen aan de Eerste en Tweede Kamer gedaan. In de onderstaande tabellen staan de stand van zaken rond de uitvoering van een aantal toezeggingen op de verschillende EZ-beleidsterreinen. De tabel biedt daarmee geen uitputtend overzicht, maar geeft een beeld van de wijze waarop een aantal toezeggingen is/wordt afgehandeld.Tabel 82 Toezeggingen Minister van EZ aan Tweede KamerOmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementDe Minister van EZK zal de wens voor microfinanciering van LED-verlichting bij huishoudens onder de aandacht brengen bij de voorzitter van de tafel gebouwde omgeving.Parlementaire agenda [18-04-2018] - 30-leden debat kosten klimaatbeleidAfgedaan door middel van email aan de voorzitter tafel Gebouwde Omgeving.De Staatssecretaris van EZK zegt toe te bekijken welke toerismeplannen reeds op regionaal niveau aanwezig zijn en informeert de Kamer hierover voor 1 mei 2020.Parlementaire agenda [23-01-2020] - AO ToerismeOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe bij concrete wetsvoorstellen de mogelijkheid te onderzoeken om een toets te maken om verdienvermogen te verankeren in beleidsvoorbereiding. Komt een aparte brief over na de brief over het groeifonds (aan Wiersma).Parlementaire agenda [04-02-2020] - Debat GroeibriefAfgedaan met Kamerstuk 36 200, nr. 10.De Minister van EZK zegt toe dat hij het Esco zal vragen het onderzoeksprogramma WATLAS te betrekken bij het monitoringsprogramma voor de winning van zout, specifiek ook bij Frisia.Parlementaire agenda [10-09-2020] - AO Mijnbouw/GroningenOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe specifieke knelpunten voor innovatie toe te voegen aan meldpunt Regeldruk. Daarnaast dit onder de aandacht brengen bij startups.Parlementaire agenda [05-11-2020] - 2e termijn Begrotingsbehandeling EZKOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe dat hij de wet zal evalueren tegelijkertijd met de evaluatie van het convenant.Parlementaire agenda [15-12-2020] - Wetgevingsoverleg MijnbouwwetOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe dat hij voor het AO Mijnbouw-Groningen in februari een brief stuurt over de witte vlekken rondom geothermie/zonneweides enz.Parlementaire agenda [15-12-2020] - Wetgevingsoverleg MijnbouwwetOnderhandenDe Minister van EZK ontvangt over het convenant staalsector en hergebruik van grondstoffen), welke zaken reeds op dit onderwerp gaande zijn.Parlementaire agenda [01-02-2021] - WGO Wind op ZeeOnderhandenDe Minister van EZK zegt een brief toe voor de begrotingsbehandeling hoe het kabinet het proces met het bedrijfsleven gaat inrichten.Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn)Niet langer relevant.De Minister van EZK zegt toe de mkb-toets voor de AI-verordening met de Kamer te delen.Parlementaire agenda [24-11-2021] - CD Telecomraad (formeel) d.d. 3 december 2021Afgedaan met Kamerstuk 21501-33 nr. 982.De Minister van EZK zegt toe de mkb-toets voor de AI-verordening met de Kamer te delen.Parlementaire agenda [24-11-2021] - CD Telecomraad (formeel) d.d. 3 december 2021Afgedaan met Kamerstuk 21501-33 nr. 982.167Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementDe Minister van EZK zal in de tussentijdse evaluatie rapporteren over de vraag in hoeverre veldpartijen het initiatief nemen bij aanvragen, en hoe invulling wordt gegeven aan de verantwoording over en controle op uitgaven die zijn overgeheveld naar andere begrotingen.Parlementaire agenda [21-03-2022] - WGO Nationaal Groeifonds MEZK en MFINAfgedaan met Kamerstuk 36410 L, nr. 7De Minister van EZK zal toetsen of website WHOA voldoende is of dat er meer communicatie nodig is om de regeling onder de aandacht van ondernemers te brengen.Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII)Afgedaan met Kamerstuk 35 420 nr. 531De Minister van EZK zegt toe om te kijken naar signalen met betrekking tot twaalf jaar en twee keer zes jaar (radio).Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en PostAfgedaan met Kamerstuk 24 095, nr. 575TZ202211-073: De Minister van EZK zegt toe om de uitkomsten van de pilotregeling Mijn Digitale Zaak te evalueren en deze evaluatie in het derde kwartaal aan de Kamer te doen toekomen.Parlementaire agenda [01-11-2022] - CD Innovatie en RuimtevaartAfgedaan met brief aan de Kamer «Evaluatie Mijn Digitale Zaak», d.d. 13 november 2023, met Kamerstuk 32 637, nr. 590TZ202302-018: De Minister van EZK zegt toe, in samenwerking met de Staatssecretaris van Defensie, te onderzoeken of een revolverend fonds voor de defensie-industrie opportuun is en hierover aan de Kamer in het najaar te rapporteren.Parlementaire agenda [01-02-2023] - CD Defensie Industrie Strategie met MDEF/SDEF/MEZKOnderhandenTZ202302-140: De Minister van EZK zegt toe af te wegen of Nederland investeert in ETCI en informeert daarover de Kamer voor het einde van het eerste kwartaal.Parlementaire agenda [16-02-2023] - Debat VestigingsklimaatAfgedaan met Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 2De Minister van EZK zal laten weten onder welk ministerie de motie 11 van het lid Van Haga en PVV valt. (verzoekt de regering om groen bedrijven met sbi code 8130 vóór de inwerkingtreding van de nieuwe tranche op 9 mei 2023 op te nemen in de subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmateriaal sseb).Parlementaire agenda [16-02-2023] - Debat VestigingsklimaatOnderhandenTZ202305-011: De Minister van EZK zegt toe om vanaf september een halfjaarlijkse voortgangsbrief mkb aan de Kamer te doen toekomen.Parlementaire agenda [19-04-2023] - CD Ondernemen & BedrijfsfinancieringAfgedaan met Kamerstuk 32 637, nr. 578De Minister van EZK zal najaar 2023 bij de monitorbrief de uitputting van lopende Europese programma's betrekken.Parlementaire agenda [25-05-2023] - CD Actieplan Groene en Digitale BanenAfgedaan met brief aan de Kamer «Inrichting van de governance en de uitvoering van het Actieplan Groene en Digitale Banen», d.d. 22 december 2023. Kamerstuk 29 544, nr. 1229De Minister van EZK zegt toe te onderzoeken of Codam past binnen de kaders van het NGF-voorstel ‘Innovatieve opleiders ICT’.Parlementaire agenda [25-05-2023] - CD Actieplan Groene en Digitale BanenOnderhandenTZ202306-170: De Minister van EZK zegt toe om het actieplan te laten doorrekenen en de Kamer hierover in te lichten.Parlementaire agenda [25-05-2023] - CD Actieplan Groene en Digitale BanenOnderhandenTZ202307-037: De Minister van EZK zegt toe om voor het einde van het jaar een brief over Techleap naar de Kamer te sturen.Parlementaire agenda [21-06-2023] - CD InnovatieOnderhandenTZ202307-036: De Minister van EZK zegt toe om in het najaar een brief met een nadere rapportage met betrekking tot de Tibi-regeling naar de Kamer te sturen.Parlementaire agenda [21-06-2023] - CD InnovatieOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om in de aankomende Kamerbrief over de doelen van Techleap andere spelers in het ecosysteem te betrekken.Parlementaire agenda [06-07-2023] - TMD Innovatie (CD 21/6)OnderhandenTZ202309-099: De Minister van EZK zegt toe dat de Kamer in het voorjaar van 2024 een rapportage ontvangt over de werking van de DSA op basis van een eerste indruk.CD Kinderen en digitale rechten d.d. 14 september 2023 BZKOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe dat er een onafhankelijk aanjager komt voor MKB­financiering (MKB gezant, financieringshub).Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restAfgedaan met Kamerstuk 32 637, nr. 591168Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementDe Minister van EZK zegt toe de Seed Business Angel regeling te evalueren en met die evaluatie in de hand te kijken hoe het nog beter kan.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restAfgedaan met brief aan de Kamer «Integratie thematische onderdelen Toekomstfonds en aanbieden periodieke evaluaties van verschillende instrumenten», d.d. 13 juni 2024, Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97De Minister van EZK zegt toe samen met de Staatssecretaris van Financiën aan de hand van het PwC rapport te willen kijken naar hoe de durfkapitaalinvesteringen worden belast in het toekomstige box 3-stelsel, en specifiek naar een uitzondering voor investeringen in start-ups en scale-ups zodat deze pas worden belast als het rendement is gerealiseerd, op basis van de vermogenswinstbelasting. Zij zal de Kamer daarover informeren in het tweede kwartaal van 2024.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe te willen kijken naar het idee van een technologietafel en onderzoekt wat de rol van zo’n tafel zou kunnen zijn naast reeds bestaande tafels in het topsectoren- en innovatiebeleid.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe te willen verkennen hoe het idee van een ondernemersakkoord, met een duidelijk afgebakende opgave, zou kunnen bijdragen aan gemeenschappelijke doelen voor ondernemerschap.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenDe Minister van EZK geeft aan dat de positie van de ROM’s versterkt moet worden en zegt toe daarop in Q4 bij de Kamer terug te komen in het meerjarenplan.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om in Q1 2024 te reageren op de tien punten van de ChristenUnie over een duurzamer en socialer inkoopbeleid van de overheid.Parlementaire agenda [12-10-2023] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (36 410-XIII) (inclusief Nationaal Groeifonds (36 410-L) antwoord 1e termijn + restOnderhandenDe Minister van EZK neemt de signalen van knelpunten in regelgeving MKB indicator-bedrijven mee in de volgende voortgangsrapportage inzake regeldruk.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK informeert de Kamer in de volgende voortgangsrapportage over de mogelijkheden voor bundeling en versimpeling van CBS-onderzoek voor MKB bedrijven.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om de Kamer rond de zomer te informeren over het traject mkb-dienstverlening.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om de Kamer in de eerstvolgende voortgangsrapportage te informeren over de uitvoering van de motie-Amhouch/Inge Van Dijk over onderzoeken welke regelingen zouden kunnen bijdragen aan het succes van een financieringshub.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om de Kamer in een volgende voortgangsrapportage te informeren over comply or explain voor regeldruk kleine bedrijven.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om het onderzoek naar MKB-indicatorbedrijven uit te breiden met drie sectoren.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om na te gaan welke mogelijkheden er zijn om drempels voor het klein mkb structureel te onderzoeken, wellicht drempels in Europees verband.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om in de gaten houden of er balans is in het speelveld van de online verkoop (marketplaces) voor kleinere ondernemersParlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om te kijken of de successen van het programma Beter Aanbesteden kunnen worden doorgezet en Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhanden169Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan Parlementmogelijk kunnen worden uitgebreidt naar andere doelgroepen zoals maatschappelijke ondernemingen en dit mee te nemen in de gesprekken met de partners.De Minister van EZK zegt toe om voor het einde van dit kwartaal met een kabinetsreactie komen op het het WRR-rapport Goede Zaken. Hier zal ingegaan worden op de maatschappelijke rol van werk en de bredere invloed van bedrijven op samenleving.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringAfgedaan met Kamerstuk 32 637, nr. 635De Minister van EZK zegt toe om met de VNG in contact treden en navraag doen naar wat de ervaringen zijn met de uitvoering van de Dienstenrichtlijn en de terugverdientijd van vergunningen. En of op het gebeid van communicatie en informatievoorziening nog iets nodig is.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om tijdens het gesprek met VNG over de Dienstenrichtlijn ook in te gaan op de problematiek van schaarse vergunningen van standplaatsen voor marktmensen en de brandbrief erbij halen alvorens ik het gesprek met VNG voer.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om na te gaan of het onderzoek van SEO uit 2019 naar vergunningsverlening van gemeentes nog volstaat en zal kijken naar goede richtlijnen voor gemeentes over redelijke terugverdientijd. Zal kijken wat de VNG doet en wat daar aanvullend voor nodig is.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenTZ202308-032: De Minister van EZK zegt toe om vóór het einde van het jaar een brede kabinetsreactie op de diverse onderzoeken die worden uitgevoerd in het kader van de kritieke grondstoffen (kritikaliteitsanalyse grondstoffen) naar de Kamer te sturen.Parlementaire agenda [29-06-2023] - CD Nationale GrondstoffenstrategieOnderhandenTZ202308-033: De Minister van EZK zegt toe om in de tweede helft van 2023 een brief met betrekking tot de uitwerking van grondstoffenketens, de mogelijkheden en focus met betrekking tot raffinage in de Europese context en een analyse van groeimarkten voor Nederland naar de Kamer te sturen.Parlementaire agenda [29-06-2023] - CD Nationale GrondstoffenstrategieOnderhandenDe Minister van EZK zegt toe om in de volgende voortgangsrapportage in te gaan op de verbeteringen in en de voortgang van de Brexit Adjustment Reserve, SPUK, SDE++, in het kader van de bevindingen van RVO.Parlementaire agenda [07-02-2024] - CD MKB: ondernemen & bedrijfsfinancieringOnderhandenTZ202402-149: De Minister van EZK stuurt de Kamer in het tweede kwartaal 2024 een brief over interdepartementaal onderzoek (ibo) naar bedrijfsfinanciering, de financieringsproblematiek en de oplossingsrichtingen.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTZ202402-150: De Minister van EZK gaat in brief over het programma ruimte voor de economie ook in op de voortgang van het regionaal investeringsfonds.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTZ202402-151: De Minister van EZK informeert de Kamer in het derde kwartaal 2024 over de resultaten van de verkenning over de durfkapitaalregeling.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTZ202402-153: De Minister van EZK informeert de Kamer binnenkort over de invulling van de monitoringscommissie inzake de corporate governance code.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTZ202402-154: De Minister van EZK informeert de Kamer in het tweede kwartaal 2024 over de meerjarenstrategie van de ROM’s.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandAfgedaan met Kamerbrief Meerjarenstrategie ROM's, verzonden 13 juni 2024, kenmerk 2024D24623170Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 OmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementTZ202402-155: De Minister van EZK bericht de Kamer over de uitkomst van de gesprekken met de VNG naar aanleiding van het onderzoek over de richtlijnen ten aanzien van ambulante handel.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTZ202402-156: De Minister van EZK informeert de Kamer in de volgende voortgangsrapportage inzake programma vermindering regeldruk over het onderzoek naar lagere regelgeving en nationale koppen bij implementatie van EU-regelgeving.Parlementaire agenda [15-02-2024] - CD Verdienvermogen van NederlandOnderhandenTabel 83 Toezeggingen Minister van EZ aan Eerste KamerOmschrijvingVindplaatsStand van zaken te melden aan ParlementDe minister van EZK komt op korte termijn met een visie op de Nederlandse economie in 2050, waarin aandacht is voor de transitie naar duurzame energie en hoogwaardige arbeid.Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EKAfgedaan met Kamerstuk 33 009, nr. 131T02811: De minister van EZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Otten (Fractie-Otten), toe de Kamer vooraf te informeren indien de aanvullende overeenkomst wezenlijk zal worden gewijzigd.Parlementaire agenda [12-11-2019] - Invest-NLDoorlopend - zodra er wijzigingen zijn, wordt dit gemeld.171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 5: SubsidieoverzichtIn deze bijlage zijn de subsidies van EZ opgenomen. De subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht wordt hierin gebruikt. Deze wet definieert een subsidie als volgt (artikel 4.21 Awb):«De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten».Per beleidsartikel zijn de subsidie(-regelingen) opgenomen. Het subsi­dieoverzicht sluit zoveel mogelijk aan op de Verantwoord Begroten-categorie «subsidies» in de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen uit de begroting.In lijn met Verantwoord Begroten zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s niet vermeld als subsidies. De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn terug te vinden in de bijlage «ZBO’s en RWT’s».Voor een aantal subsidies is (nog) geen volgende evaluatie gepland. In veel gevallen gaat het om nieuwe subsidies die nog worden vormgegeven of subsidies die al enige tijd geleden zijn gestopt, waardoor alleen nog sprake is van uitfinanciering.De einddatum geeft het moment aan dat de laatste verlening plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Voor een aantal subsidies, waarbij sprake is van een structurele subsidierelatie met een jaarlijkse verlening, is als einddatum ‘Jaarlijks’ opgenomen. Als periodiek besluitvorming plaatsvindt over de verlening, bijvoorbeeld over een volgende programmaperiode, is dit aangeduid als ‘Periodiek’.Door de herverkaveling van de ministeries gaat een aantal subsidies over van de EZ-begroting naar de begrotingen van KGG en BZK. Deze subsidies zijn in de subsidiebijlagen van de begrotingen van KGG- en BZK opgenomen.Tabel 84 Subsidies (bedragen x € 1.000)Art.Naam Subsidie (regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)Artikel 1 Goed functionerende economie en markten1Cybersecurity6.4162.1541.17600002020202420231Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland (Corona)3.5607.8003.5003.5003.5003.5003.500Geen2024Jaarlijk1EU­cofinanciering Digital Europe4.2464.54613.05013.77514.5968.6473.446Geen202520291Beter aanbesteden29729500000Geen202520241Inkoopdomein224000000GeenGeenGeen1Digitale veiligheid0028.4000000Geen1NGF - project AiNed10.51932.83836.84137.62056.2046.0003.000Geen203020271NGF - project Nationaal Onderwijslab6.5385.9249.82116.7569.09635.7972.000Geen203320281NGF - project 6G Future Network Services024.78725.7599.682000Geen203120251NGF - projecten subsidieroute0020.20120.20120.20115.34011.453Geen1Subtotaal31.80078.344138.748101.534103.59769.28423.399172Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Art.Naam Subsidie (regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei2MKB Innovatieregeling Topsectoren (MIT)9.1728.88724.12427.07232.46028.81834.7292023202820242Eurostars20.64522.67522.55822.74821.15621.13921.1402020202620252Bevorderen ondernemerschap18.76619.06837.31918.79012.31612.01914.48320202025Jaarlijks2Cofinanciering EFRO, inclusief Interreg124.44131.97732.07719.07524.07724.07724.07720182024Jaarlijks2Bijdrage aan ROM's13.10917.38211.6239.2218.7677.7889.37220222026Periodiek2Startup-beleid11.6777.0384.2144.1291.155002023202820282Invest NL20.23712.48812.2319.7069.2238.1979.86320222027Periodiek2Tegemoetkoming vaste lasten236.81052.00030.00010.000000Geen202420222Europees Defensie Fonds cofinanciering171.4001.2001.2001.20000Geen202520242Omscholing naar tekortsectoren110000002022202620232Tegemoetkoming vaste lasten Startersregeling3.6251.003500100000Geen202420222Herstructurering winkelgebieden15.21514.75814.88812.28711.30218.2266.364Geen203220312R&D mobiliteitssectoren33.58133.10027.90012.700000Geen202620222SEG13.1456.90000000Geen202420222NGF - project Health RI12.00012.00011.00011.0008.0005.0000Geen202920282NGF - project RegMed XB12.0618.3915.7511.2713213.5640Geen202920282NGF - project QuantumDeltaNL82.50890.000151.714116.57679.05546.2101.503Geen202920272IPCEI Cloudinfrastructuur en services1.50612.01214.25214.80912.45010.3176.497Geen2027Jaarlijks2IPCEI Micro elektronica21.17338.61520.81185.19824.60647.15012.506Geen2027Jaarlijks2Aanvullende tegemoetkoming evenementen2671.90000000Geen202420222NGF - project Oncode-PACT44.96870.92140.8750000Geen203320252EuroHPC64765813.0007.32311.6138.2008.095Geen203020272EuroQCI0015.1770000Geen202520242NGF - project NXTGEN HIGH TECH126.61693.03958.70556.14137.49321.31413.997Geen203120292NGF - project PhotonDelta39.81273.26153.26133.261000Geen202920272NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs38.25642.18335.08934.519000Geen203120272Tegemoetkoming Energiekosten156.23323.1905.3872.703000Geen20242023248 NGF - project Material Independence & Circular Batteries058.31970.86818.9489.63800Geen20322027250 Qredits duurzaamheid03.0004.0003.000000Geen22Actieplan Groene en Digitale Banen005.0005.0005.0005.0005.0002Brexit Adjustment Reserve9.50436081.1360000Geen202520232Ruimte voor economie / bedrijventerreinen02.7899.77013.3029.7531.0000Geen202820272Maritieme Maakindustrie0018.0006672.0012.6684.6642Overige subsidies3.25210.9429.3317.6595.9435.5065.60720202025Jaarlijkswaarvan: Topsectoren High Tech Vliegtuigindustrie (I&K)2.4439.3438.1866.7085.3835.0065.006Geen20302026Bijdrage aan overige instituten8091.5991.145951560500601GeenGeenJaarlijksSubtotaal969.254770.256841.761558.405327.529276.193177.897173Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Art.Naam Subsidie (regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)Artikel 3 Toekomstfonds3Smart Industries13420000002023202820203Haalbaarheidsstudies STW5470000002023202820243Thematische Technology Transfer2.8532.0003.6505.1505.1273.5503.550202320282024Subtotaal3.4132.4203.6505.1505.1273.5503.550Totaal1.004.467851.020984.159665.089436.253349.027204.8461De subsidie wordt verleend uit hoofde van Europees Beleid.2De regeling moet nog opengesteld worden.Tabel 85 Subsidies geraamd onder categorie bijdrage aan (inter) nationale organisaties (bedragen x € 1.000)Art.Naam Subsidie (regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)2Internationaal Innoveren45.40652.82752.75251.65051.15562.92962.9292020202520242PPS-Toeslag (voorheen TKI-toeslag)185.315197.026189.311189.311189.161187.161187.161202120262025Topconsortia Kennis en InnovatieTopconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) zijn private stichtingen die ten behoeve van de erkende Topsectoren de kennis- en innovatieagenda vormgeven en laten uitvoeren. Hiertoe voeren de TKI’s activiteiten uit gericht op het samen met de relevante bedrijven en kennisinstellingen voor hun thema programmeren van activiteiten, bouwen van PPS-consortia om innovatie vorm te geven, informeren, coördineren en enthousiasmeren van partijen om een bijdrage te leveren aan de kennis- en innovatieagenda. Eén van de instrumenten die TKI’s hiervoor aanwenden betreft de PPS-toeslag, een subsidie die de TKI’s bij de Minister van EZ kunnen aanvragen op grond van de Regeling nationale EZ- en LVVN-subsidies (RNES).De PPS-toeslag is bedoeld om privaat-publieke samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) te stimuleren. De 10 erkende topsectoren zijn Agri & Food, Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, High Tech Systemen en Materialen (HTSM), Energie, Logistiek, Creatieve industrie, Life Sciences & Health, Chemie, Water en Maritiem en vanaf 2022 is ook ICT een formele topsector.Om als TKI opgenomen te worden in de begroting moet het aan de volgende criteria voldoen:–Het TKI is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die bestemd is voor het tot stand brengen en doen uitvoeren van een meerjarig onderzoeks­programma, waarin ondernemers, publiekrechtelijke rechtspersonen en onderzoeksorganisaties participeren.–Het onderzoeksprogramma vindt plaats voor gezamenlijke rekening en risico van bedrijven en onderzoeksorganisaties.–De minimale omvang van het jaarlijkse onderzoeksprogramma bedraagt € 5 mln.–Het onderzoeksprogramma dat het TKI voorstaat voorziet in een behoefte en is nog niet afgedekt door andere TKI’s.–Bij een TKI zijn minimaal 3 ondernemingen en 3 publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties betrokken.174Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 –Het is transparant en onder redelijke voorwaarden mogelijk voor bedrijven en kennisinstellingen om aansluiting te krijgen bij een TKI.–Binnen een TKI is een goede vertegenwoordiging van het midden- en kleinbedrijf (MKB). Een TKI wordt dan ook geacht betrokkenheid van het MKB actief te bevorderen.–Het TKI gebruikt de publieke middelen die het ontvangt om private bijdrage aan het onderzoek in PPS-verband te stimuleren.Periodiek wordt bezien of de TKI’s aan de voorwaarden voldoen om in de begroting opgenomen te blijven.In 2013 is de PPS-toeslag geïntroduceerd. De kenmerken van de regeling betreffende de PPS-toeslag zijn:–De toeslag is een generiek vormgegeven instrument: grondslag van de toeslag is de private bijdrage (waarvan een beperkt aandeel in natura) aan onderzoeksorganisaties voor privaat-publieke samenwer­kingsprojecten uit het meerjarig onderzoeksprogramma van de TKI en de cash-bijdrage van bedrijven aan onderzoeksopdrachten die voor het TKI onderzoeksprogramma relevant zijn. Deze grondslag bepaalt de omvang van de toeslag.–Het toeslagpercentage is 30%, voor de eerste € 20.000 per bedrijf is het percentage 40%. Voor ANBI-bijdragen geldt een toeslagpercentage van 25% tot een maximum van € 90 mln per jaar over alle topsectoren heen.–De PPS-toeslag die het TKI ontvangt wordt door het TKI ingezet in publiek private samenwerkingsprojecten binnen het onderzoekspro­gramma van het TKI.–Het onderzoek voor zowel grondslag als de inzet van PPS-toeslag betreft fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experi­mentele ontwikkeling.In het najaar 2023 zal de PPS-toeslagmodule in de RNES worden gewijzigd en daar verder gaan onder de naam PPS-innovatieregeling. Op grond daarvan kan een TKI PPS-programmasubsidie aanvragen. De kenmerken van de PPS-innovatiemodule zijn:–Jaarlijks wordt per TKI een subsidieplafond gepubliceerd, waarvoor het TKI een aanvraag voor subsidie voor een PPS-programma kan indienen.–De PPS-innovatiemiddelen die het TKI ontvangt, worden door het TKI ingezet in publiek private samenwerkingsprojecten binnen dit onder­zoeksprogramma van het TKI.–Het onderzoek waar de PPS-innovatiemiddelen op wordt ingezet kan de hele range van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling betreffen.Hieronder volgen de TKI’s die een aanvraag kunnen indienen voor PPS-programmasubsidie. Deze TKI’s kunnen daarnaast subsidie aanvragen voor hun programma-ondersteunende activiteiten en hun bijdragen aan het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid (MTIB) (POA-subsidie). Hiervoor is vanuit artikel 2 van de EZ-begroting € 6,65 mln per jaar beschikbaar voor alle TKI’s samen. TKI’s kunnen ook subsidie ontvangen van andere begrotingsartikelen van de EZ-begroting en van andere depar­tementen, waarbij de middelen van het betreffende departement naar de begroting van EZ worden overgeboekt. TKI’s mogen ook verzoeken om een beperkt deel van het initieel beschikbare PPS-innovatiebudget om te zetten in budget voor de POA-subsidie dat ze na aanvraag en verlening mogen gebruiken voor programma-ondersteunende activiteiten.175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 De programma-ondersteunende activiteiten moeten direct verband houden met het tot stand brengen van PPS-verbanden (netwerkvorming, consor­tiavorming), management van het TKI PPS-onderzoeksprogramma, kennis­overdracht en valorisatie.De drie TKI’s genoemd onder 10 a, b en c vormen een bij elkaar horend cluster ten behoeve van de topsector Water en Maritiem.Tabel 86 Overzichtstabel TKI’sStatutaire naam1Stichting TKI Agri&Food2Stichting TKI ICT3Stichting TKI Groene Chemie en Circulariteit4Stichting TKI CLICKNL5Stichting TKI Energie6Stichting TKI HTSM7Stichting Life Sciences Health – TKI8Stichting TKI Logistiek9Stichting TKI Tuinbouw en Uitgangsmaterialen10aStichting TKI Maritiem10bStichting TKI Deltatechnologie10cTopconsortium for Knowledge and Innovation Water technologyTKI EnergieDe Topsector Energie ontvangt niet alleen POA-subsidie vanuit het boven­vermelde budget van € 6,65 mln uit artikel 2 van de EZ-begroting in het kader van het bedrijfslevenbeleid, maar ook vanuit het energie-innovatiebudget ex artikel 4 van de EZ-begroting. Dit laatste houdt verband met het feit dat het TKI Energie namelijk een dubbele doelstelling hanteert: zowel versterking van de energiesector als ook versnelling van de energietransitie. Om het TKI Energie (ook) in dit kader goed te laten functioneren en ook een stimulerende rol te laten vervullen in het betrekken van bedrijfsleven en kennisinstellingen ontvangt het TKI ook POA-subsidie vanuit de  specifieke energie-innovatiemiddelen die daartoe op grond van begrotingsartikel 4 beschikbaar zijn.Het TKI Energie dat voor de Topsector Energie de programma-ondersteu­nende activiteiten uitvoert, doet ook op eigen initiatief, op basis van de kennis en expertise binnen deze topsector, voorstellen voor de inzet door EZ van andere energie-innovatiemiddelen uit het artikel 4-budget . Omdat het TKI voor (onder meer) deze activiteit tot het doen van voorstellen ook POA-subsidie kan aanvragen (die dan vanuit het artikel 4-budget kan worden verleend) , worden aan dit TKI wel hoge eisen gesteld op het punt van onafhankelijkheid, transparantie en zorgvuldigheid. Dit impliceert dat deze activiteiten (tot het doen van voorstellen over aanwending) niet door partijen kunnen worden uitgevoerd die (direct) baat hebben bij de uitkomsten van die activiteiten – dat zou immers de schijn van belangenver­strengeling kunnen wekken.176Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie AgendaConform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). In de afgelopen jaren is dat proces bij EZ tot stand gebracht. De overgang naar een SEA is nader toegelicht in de beleidsagenda, onderdeel ‘Strategische Evaluatieagenda’.In deze ‘Bijlage Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda’ worden de beleidsthema’s in de SEA toegelicht en nader uitgewerkt met onderlig­gende instrumentevaluaties. Aanvullend volgt een overzicht met overige evaluaties die niet direct onder een beleidsthema zijn te plaatsen.Strategische Evaluatie Agenda (SEA)De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s die het merendeel van de EZ-begroting afdekken. Deels gaat het om het opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatregelen. In deze evaluatiebijlage wordt toegelicht welke onder­liggende evaluatieplanning hiermee samenhangt. Indien in de kolom «toelichting onderzoek» geen toelichting wordt vermeld, gaat het om reguliere periodieke evaluaties. In de kolom «vindplaats» staan links naar afgeronde onderzoeken, Kamerbrieven of relevante monitors die input vormen voor vervolgonderzoek en voor de «Periodieke Rapportage» (syntheseonderzoek) van het beleidsthema.Tabel 87 SEA-uitwerking: Goed functionerende markten voor bedrijven en consumentenThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsGoed functionerende (digitale) economie en marktenPeriodieke Rapportage20271Toelichting met stand van inzicht:De beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZ-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat het synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre beleid heeft bijgedragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. Hieronder wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.Instrumentevaluaties / monitor:Evaluatie roadmap digitaal veilige hard- en softwareex-post20221Kamerstuk 26 643, nr. 867Evaluatie subsidie ECP (DE-breed)ex-post20231Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorendenex-post20221Kamerstuk 26 643, nr. 906Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorendenex-post20271Nulmeting Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coordinatie JenV, WODC)ex-ante2023/2024JenV neemt het voortouw.1Kamerstuk 26 643, nr. 1128Evaluatie Roadmap digitaal veilige hard- en software, als onderdeel van (Tussentijdse) Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)ex-durante2025JenV neemt het voortouw.1177Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsEvaluatie roadmap digitaal veilige hard- en software, als onderdeel van Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)ex-post2028JenV neemt het voortouw.1Evaluatie Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON)ex-post20231Kamerstuk 34 739, nr. 12Evaluatie Wet Ongewenste Zeggenschap Telecom (WOZT)ex-post20251Evaluatie multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-band veiling (2023)ex-post20251Evaluatie nota frequentiebeleidex-post20251Evaluatie radiobeleidex-post2025In deze evaluatie ligt de focus op de veiling van radiofrequenties in het licht van de opkomst van DAB+.1Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewetex-post20241Kamerstuk 33 159, nr. 7Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewetex-post20271Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwetex-post2022Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.1Kamerstuk 27 879, nr. 89Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwetex-post2027Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.1Evaluatie Raad voor Accreditatieex-post20261Evaluatie Autoriteit Consument en Markt (ACM)ex-post20251Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)ex-post20241Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 94Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)ex-post20271Evaluatie Ministeriële Regeling en beleidsregel CBSex-post20231Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 131Evaluatie doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBSex-post2026Betreft de evaluatie van het CBS in de periode 2021-2025.1Evaluatie Adviesgroep Gids Proportionaliteitex-post20221Kamerstuk 34 252, nr. 23Evaluatie Adviesgroep Gids Proportionaliteitex-post20251Evaluatie PIANOoex-post20241Evaluatie PPS kennis en innovatieex-post20241Evaluatie Universele Postdienstex-post20221Kamerstuk 29 502, nr. 184Evaluatie Universele Postdienstex-post20251Evaluatie EU­cofinanciering Digital Europeex-post20251Evaluatie Winkeltijdenwetex-post20261Evaluatie Commissie aanbestedingsexperts (Cvae) bij klachtenafhandelingex-postPMAls gevolg van een voorgenomen wijziging van de Aanbestedingswet verandert de rol van de Commissie. Nadat de nieuwe Aanbestedingswet van kracht is zal deze evaluatie opnieuw ingepland worden.1NGF - Evaluatie project Nationaal onderwijslabex-post2033Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)1NGF - Evaluatie project AiNedex-post2030Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)1NGF - Evaluatie project 6G Future Network Servicesex-post2031Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)1IPCEI Cloud Infrastructuur en Services (CIS)ex-post20292178Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Tabel 88 SEA-uitwerking: Steun- en herstelbeleid CoronaThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsSteun- en herstelbeleid CoronaPeriodieke Rapportage2025Dit beleid diende ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij wordt samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement heeft de verantwoordelijkheid voor de eigen maatregelen.2 en 3Toelichting met stand van inzicht:De overheid meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. Eind 2020 verstuurden de ministers van Financiën (FIN), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een Kamerbrief met daarin een eerste uitwerking van de evaluatieplanning (Kamerstuk 35 420, nr. 227). Over de voortgang van de monitorings- en evaluatieactiviteiten is de Kamer in de afgelopen jaren jaarlijks geïnformeerd door middel van updates in Kamerbrieven en de Strategische Evaluatieagenda’s van de departementen. Hiernaast heeft het CPB in 2021 een eerste analyse van macro-economische effecten opgeleverd (Kamerstuk 35 420, nr. 453). Gezien de budgettaire omvang en de maatschappelijke impact van de steunmaatregelen wordt door de ministeries FIN, EZ en SZW ook een gezamenlijke synthesestudie uitgevoerd op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. De synthesestudie zal zich richten op de grootste steunmaatregelen (TVL/TOGS, NOW, TOZO en belastinguitstel). Deze vier genoemde regelingen zullen bezien worden in relatie tot het totale steunpakket. De uitkomsten van de monitorings- en evaluatiestudies van de overige steunmaatregelen zullen daarom worden meegenomen voor zover deze beschikbaar zijn. Centraal bij deze synthese staat de vraag hoe doeltreffend en doelmatig de opeenvolgende steunpakketten als geheel zijn geweest. Tevens kijken we wat de belangrijkste lessen en eventuele onbedoelde neveneffecten zijn op basis van de individuele evaluaties. De studie wordt 2025 naar de Kamer gestuurd (zie Kamerstuk 35 420, nr. 532; plan van aanpak synthesestudie coronasteunmaatregelen). Hieronder wordt ingegaan op de stand van kennis, kennisbehoefte en evaluatieplanning van de belangrijkste maatregelen die door EZ zijn opgesteld. Vanwege de aard van diverse EZ-coronamodules (o.a. leningen en garanties met een langere looptijd) zullen de evaluaties hiervan later dan de synthesestudie en zoveel mogelijk gezamenlijk plaatsvinden.Instrumentevaluaties / monitor:Monitor Coronamaatregelen ter ondersteuning bedrijfslevenex-durante2020 e.v.Monitor om inzicht te krijgen in gebruikers van steunmaatregelen en een traject om de databronnen op microniveau van alle ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven te koppelen aan het ABR van het CBS voor impact-analyses (B&I, RVO, CBS). Deze data-infrastructuur biedt de basis voor een evaluatie van het noodpakket (vanaf 2023), waarvan betrokken departementen (FIN, SZW en EZ) gebruik kunnen maken. In oktober 2022 heeft het CBS in samenwerking met EZK/B&I en RVO een afrondende publicatie opgesteld:2 en 3zie: Monitor CoronamaatregelenCBS-publicatie: «Twee jaar Coronasteun»Onderzoek overkoepelende macro-economische effecten (CPB)ex-durante2021Het CPB is in december 2020 door FIN (i.s.m. EZK en SZW) verzocht een analyse te maken van de macro-economische effecten van de opeenvolgende steunpakketten die door het kabinet tijdens de Coronacrisis zijn ingezet en de eerste resultaten in de zomer van 2021 te publiceren. Doel was inzicht te krijgen in hoeverre de steunpakketten de economische schade van de Coronamaatregelen hebben beperkt en daarmee lessen te trekken voor de toekomst.Specifiek is aandacht gevraagd voor de samenstelling van de steunpakketten met indien mogelijk onderscheid naar een aantal grote maatregelen zoals de TVL, NOW, TOZO en Uitstel van Belastingbetaling. Daarnaast zijn de economische uitkomsten in Nederland waar mogelijk afgezet tegen de ontwikkelingen in het buitenland. Deze analyses bieden een basis voor het trekken van lessen voor de toekomst en dienen als bouwstenen voor vervolgevaluaties.2 en 3Kamerstuk 35 420, nr. 453Internationale vergelijking steunpakkettenex-post2024Betreft een internationale vergelijking van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de steunpakketten in 2020 t/m 2022 (in opdracht van FIN, SZW en EZK).2 en 3BMKB-Cex-post2026Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.2GO-coronamoduleex-post2024Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere GO-evaluatie.2179Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsOverbruggingskredieten en aflossing met rentekorting verschaft door Qreditsex-post2026Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de Qredits evaluatie.2Corona Overbruggingslening (COL) verschaft door Regionale ontwikkelingsmaatschappijenex-post2026Ondersteunen (innovatieve) ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de ROM's evaluatie.2Garantieregeling Kleine Kredieten Coronaex-post2026Ondersteunen kleine ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.2TVL/TOGSex-post2024Ondersteunen ondernemers MKB en later ook voor grote bedrijven. Zal tezamen met NOW-evaluatie van SZW geëvalueerd worden. Betreft een kwantitatief onderzoek naar de doeltreffendheid van de NOW-regeling en TVL/TOGS-regeling. Vanwege de grote overlap in gebruik van de regelingen, de doelstellingen en de doelgroep, worden de regelingen in samenhang bezien. Naast deze kwantitatieve evaluatie naar doeltreffendheid, worden de doelmatigheid van de NOW-regeling en TVL-regeling in separate evaluaties onderzocht.2TVL Caribisch Nederlandex-post2024Het steunpakket voor Caribisch Nederland zal integraal geëvalueerd worden (BZK neemt het voortouw). De TVL Caribisch Nederland maakt onderdeel uit van deze evaluatie. Het doel van de evaluatie is om zicht te krijgen op het functioneren van het steunpakket voor Caribisch Nederland en daarvan te leren.2Kamerstuk 36 410 IV, nr. 70Garantieregeling evenementen/tijdelijke subsidieregeling evenementen (TRSEC/SEG)ex-post2024Ondersteunen specifieke doelgroep2TOA (Time Out Arrangement)ex-post2026Betreft een lening voor een doorstart die wordt verstrekt via Qredits. Gezien het beperkte gebruik wordt deze meegenomen in de evaluatie van Qredits (2026), uitvoerder van dit instrument.2Subsidieregeling R&D mobiliteitssectorenex-post2026Ondersteunen specifieke doelgroep2Voucherkredietfaciliteitex-post2027Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)2Leningsfaciliteiten reissectorex-post2027Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)2Tabel 89 SEA-uitwerking: OndernemerschapThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsOndernemerschapPeriodieke Rapportage20252 en 3Toelichting met stand van inzicht:In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Daarnaast vindt in 2024 ook een meta-evaluatie van het kapitaalmarktinstrumentarium plaats. De conclusie van de vorige meta-valuatie was dat het deel van de beleidsmix dat de toegang tot kapitaalmarktfinanciering beoogt te vergroten (met garanties en kredietenfaciliteiten) er in slaagt additionaliteit bij de ondersteunde bedrijven te realiseren. Bedrijven verwerven op de kapitaalmarkt additionele financiering voor hun bedrijfsactiviteiten, die zonder overheidsondersteuning niet verworven zouden zijn. Op het terrein van de fiscale ondernemerschapsbevordering is relatief weinig bekend over de additionaliteit. In 2024 wordt een nieuwe evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze instrumenten afgerond. Dialogic stelde eerder vast dat additionaliteit niet aannemelijk lijkt op het terrein van fiscale ondernemerschapsstimulering, in de zin dat het niet bijdraagt aan meer innovatie en ondernemersgroei. Deze instrumenten richten zich echter niet louter op innovatiebevordering, maar zijn ook bedoeld om ondernemerschap in algemene zin te bevorderen. De evaluatieplanning is er op gericht om in 2025 een nieuw synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) te doen naar de thema’s op het gebied van ondernemerschap. Beoogd is dat in de periodieke rapportage bestaande uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van afzonderlijke beleidsinstrumenten, alsmede het doelgroepbereik in kaart worden gebracht. Vervolgens zal in de periodieke rapportage het niveau van afzonderlijke instrumenten overstegen dienen te worden door de beleidsmix te beoordelen op (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid, mede in relatie tot doelgroepen waar het beleid zich op richt.Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve SamenlevingInstrumentevaluaties / monitor:Beschermingsvoorziening Economische Veiligheidex-post20292Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)ex-post2022Dit betreft de reguliere evaluatie, exclusief corona2Kamerstuk 32 637, nr. 502180Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsBorgstelling MKB Kredieten (BMKB)ex-post2026Zal geëvalueerd worden tezamen met BMKB-C2Europees Defensiefonds (EDF)ex-post2026Europees instrument met Nederlandse cofinanciering2Garantiefaciliteit Ondernemersfinancieringex-post2020Dit betreft de reguliere evaluatie, exclusief corona2Kamerstuk 35 420, nr. 154Garantiefaciliteit Ondernemersfinancieringex-post2024/2025Zal geëvalueerd worden tezamen met GO-C2Toerisme / NBTCex-post20242Evaluatie NFIAex-post20202Kamerstuk 32 637, nr. 415Evaluatie NFIAex-post20252Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolgingex-post20222Kamerstuk 35 925 IX, nr. 30Kamerstuk 32 637, nr. 525Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolgingex-post2030Inclusief Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer. Op dit moment worden nog aanpassingen aan de wetgeving geïmplementeerd die vanaf 2025 gelden. Vijf jaar vanaf dat moment is een goed evaluatiemoment.2Funding Garantieex-post20252Maritieme Innovatie Impulsprojectenex-post20282MIT-NL Program Fundex-durante20272Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)ex-post2022Dit betreft de reguliere evaluatie van de ROM's. Coronamaatregelen worden apart geëvalueerd, hoewel deze wel effect gehad kunnen hebben op het reguliere instrumentarium. In die hoedanigheid wordt dit wel aangestipt.2Kamerstuk 32 637, nr. 502Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)ex-post2026Zal geëvalueerd worden tezamen met COL.2Qreditsex-post2022Dit betreft de reguliere evaluatie, exclusief corona2Kamerstuk 32 637, nr. 502Qreditsex-post2026Zal geëvalueerd worden tezamen met corona overbruggingskrediet starters, bestaande ondernemers en uitstel van aflossing met rentekorting en de Time Out Arrangement (TOA).2Regeldruk (ATR)ex-post20202Evaluatie ATRRegeldruk (ATR)ex-post2024Inclusief Mkb-toets regeldruk.2Evaluatie MKB-toetsex-post20212Kamerstuk 32 637, nr. 476MKB-!deeex-post20242Evaluatie MKB-(digi)werkplaatsenex-post20242Evaluatie pilot Mijn Digitale Zaakex-durante20232Kamerstuk 32 637, nr. 590Fiscale regelingen startups/gebruikelijk loonregeling innovatieve startupsex-post20222Kamerstuk 36 202, nr. 3Evaluatie Startupdelta en Techleapex-post20232Kamerstuk 32 637, nr. 565Evaluatie Techleapex-post20282Wet op KvK /ZBO KvKex-post20242Fiscale ondernemersregelingenex-post20242Kamerstuk 32 140, nr. 199IBO BedrijfsfinancieringIBO20242Kamerstuk 32 637, nr. 646Groeifaciliteit (GF)ex-post2024Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.2Kamerstuk 35 420, nr. 534Seed Capital regelingex-post2024Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.3Dutch Venture Initiative (DVI)ex-post2024Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.3181Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsVroege Fase Financiering (VFF)ex-post2024Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.3Meta-analyse risico-kapitaalinstrumentenoverig20242 en 3Doorlichting Agentschap RVOoverig20221, 2, 3, 4 en 51Doorlichting Agentschap RVOBrexit adjustment reserveex-post20242Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief MKB (TEK)ex-post20252Evaluatie Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)ex-post2026In samenwerking met FIN; EZ heeft het voortouw.2Evaluatie Kleine Ondernemersregeling (KOR)ex-post2026In samenwerking met FIN2Impulsaanpak winkelgebiedenex-durante2027Verplaatst vanaf 2024 aangezien de subsidieontvangers op dit moment nog in de voorbereidende fase zitten en er nog geen (tussentijdse) resultaten zijn om te evalueren.2Invest-NLoverig20222Kamerstuk 35 123, nr. 40Invest-NLoverig20272Dutch Alternative Credit Instrument (DACI)ex-post20263Dutch Future Fund (DFF)ex-post20263Evaluatie vrijstellingen OVB in de ondernemingssfeer en vrijstellingen van technische aardex-post2028In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.2NGF-Evaluatie project Opschaling PPS in het beroepsonderwijsex-post2031Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)21Dit betreft o.a. artikel 4 en 5 van de EZK-begroting.Tabel 90 SEA-uitwerking: InnovatiebeleidThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsInnovatiebeleidPeriodieke Rapportage20252 en 3Toelichting met stand van inzicht:In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Innovatie is van groot belang voor het welzijn en de welvaart van alle Nederlanders. Het beeld dat uit de evaluaties naar voren komt over de beleidsmix van het bedrijvenbeleid bevestigt in grote lijnen het beeld dat ook al de voorgaande beleidsdoorlichting naar voren is gekomen. Van instrumenten die zich direct richten op R&D- en innovatiebevordering (Innovatiekrediet, WBSO, Innovatiebox, MIT en SBIR) is het aannemelijk dat de interventies doeltreffend zijn. Vooral voor de fiscale innovatiestimulering (WBSO) en ook voor de Innovatiekredieten zijn substantiële additionele effecten van het beleid vastgesteld. Ook van de innovatiemaatregelen die zich richten op kennisoverdracht tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven en op publiek-private onderzoeksamenwerking (PPS, zoals de TKI’s), een kerndoel van het beleid en een belangrijk middel om innovaties tot stand te laten komen, is het aannemelijk dat ze in meer of mindere mate additionaliteit realiseren, zo laten de evaluaties zien. De evaluatieplanning is erop gericht om in 2025 opnieuw een synthese-onderzoek (Periodieke rapportage) uit te kunnen voeren voor het thema innovatie. Beoogd is dat in de periodieke rapportage bestaande uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van afzonderlijke beleidsinstrumenten, alsmede het doelgroepbereik in kaart worden gebracht. Vervolgens zal in de periodieke rapportage het niveau van afzonderlijke instrumenten overstegen dienen te worden door de beleidsmix te beoordelen op (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid, mede in relatie tot doelgroepen waar het beleid zich op richt.Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve SamenlevingInstrumentevaluaties / monitor:Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleidex-duranteEerste resultaten in 2021De Monitoring en effectmeting (M&E) van het innovatiebeleid (Innovatiehelix, voorheen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid) is in opbouw. Op deze wijze zullen eerste data verzameld worden. Zie de voortgangsrapportage van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid in de afgelopen jaren (Kamerstuk 33 009, nr. 102). Dit kan later input vormen voor de evaluatie-aanpak die in de «Expertcommissie Evaluatiemethoden» wordt uitgewerkt.2zie: Uitvoeren Missiegedreven Topsectoren- en InnovatiebeleidEureka / Eurostars / JTI’sex-post20202Kamerstuk 21 501-07, nr. 1711182Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsEureka / Eurostars / JTI’sex-post20252European High Performance Computing (EuroHPC)ex-post2028In samenhang met EuroQCI evalueren2European Quantum Communication Infrastructure (EuroQCI)ex-post2028In samenhang met EuroHPC evalueren2Ruimtevaartex-post2025Inclusief Rijksdienst voor Digitale Infrastructuur (RDI).2Evaluatie Netherlands Space Office (NSO)ex-post20222Kamerstuk 24 446, nr. 77Evaluatie Netherlands Space Office (NSO)ex-post20272Intellectueel Eigendomsbeleidex-post20252Evaluatie Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleidex-post202612Innovatieprestatiecontracten (IPC)ex-post2023Deze evaluatie van IPC wordt in samenhang met de evaluatie MIT uitgevoerd.2Kamerstuk 32 637, nr. 588Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)ex-post20212Kamerstuk 32 637, nr. 453Evaluatie subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek (TO2-regeling)ex-post20222Kamerstuk 32 637, nr. 453Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)ex-post20252Strategisch Belangrijke Onderzoeksprogramma's (SBO)ex-post2027Subsidieregeling is inmiddels gesloten, maar looptijd subsidies is van 2023 tot 2027.2Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO)ex-post2029Regeling loopt van 2024 tot 20292TSH Vliegtuigmaakindustrieex-post20262Innovatieboxex-post2023In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.2Kamerstuk 36 418, nr. 127Innovatieboxex-post2028In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.2Fundamenteel en toegepast onderzoekex-post2023Dit betreft diverse regelingen op het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds. Het gaat om de Thematische Technology Transfer regeling, Toekomstfondskrediet OnderzoeksFaciliteiten, Haalbaarheidsstudies, Smart Industry, Oncode en Regeneratieve Geneeskunde.3Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 127Fundamenteel en toegepast onderzoekex-post2028Dit betreft diverse regelingen op het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds. Het gaat om de Thematische Technology Transfer regeling, Toekomstfondskrediet OnderzoeksFaciliteiten, Haalbaarheidsstudies, Smart Industry, Oncode en Regeneratieve Geneeskunde.3Innovatiekrediet (IK)ex-post2024Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.3PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag)ex-post20212Kamerstuk 33 009, nr. 101PPS-innovatieregeling (voorheen PPS-toeslag)ex-post20262NWOex-post2020Betreft een algemene evaluatie van NWO door OCW.2Kamerstuk 29 338, nr. 221NWO-TTWex-post2022Betreft specifiek het EZK­gefinancierde deel NWO-TTW2Kamerstuk 33 009, nr. 118NWO-TTWex-post2027Betreft specifiek het EZ­gefinancierde deel NWO-TTW2Evaluatie MITex-post2023Deze evaluatie van MIT wordt in samenhang met de evaluatie IPC uitgevoerd.2Kamerstuk 32 637, nr. 588Evaluatie MITex-post20282Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2014-2020)ex-post20252183Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsWBSOex-post20252SBIRoverig20242Evaluatie Regeling Duurzame Scheepsbouwoverig202442Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 96Venture Challengeex-post20242Kamerstuk 32 637, nr. 632Venture Challengeex-post20292Midterm evaluatie Just Transition Fund (JTF)ex-durante2025SZW heeft het voortouw.2Evaluatie Just Transition Fund (JTF)ex-post2029SZW heeft het voortouw.2Deep Tech Fundex-post20273IPCEI Microelektronica II (ME2)ex-post20272NGF - Evaluatie project QuantumDeltaNLex-post2029Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Evaluatie project RegMed XBex-post2029Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Evaluatie project Health RIex-post2029Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Evaluatie project Oncode-PACTex-post2033Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Material Independence & Circular Batteriesex-post2032Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Evaluatie project NXTGEN HIGHTECHex-post2031Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)2NGF - Evaluatie project Photon Deltaex-post2029Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)21Evaluatie in 2026. Een tussenevaluatie in 2023 bleek niet haalbaar om al effecten te meten. Tevens wordt er in 2023 een nieuw Kennis- en innovatieconvenant (KIC) opgesteld. Naar aanleiding van het rapport van Commissie Ter Weel (Durf te leren, ga door met meten, 2022) worden mogelijkheden voor evaluatie verder bezien.2Dit betreft artikel 4 van de EZK-begroting.Meerjarenplanning van overige geplande evaluaties/doorlichtingen die niet of deels onder voornoemde thema's vallen:Tabel 91 SEA-uitwerking: Overige evaluaties/doorlichtingenThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotings-artikelVindplaatsDoorlichting Agentschap RDIoverig20251Doorlichting Agentschap DICTUoverig202240Doorlichting Agentschap DICTUDoorlichting Agentschap DICTUoverig202740Doorlichting Agentschap RVOoverig20221,2,3,4 en 51Doorlichting Agentschap RVODoorlichting Agentschap RVOoverig20271,2 en 31Dit betreft o.a. artikel 4 en 5 van de EZK-begroting.184Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch NederlandTer uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28,) brengen departementen reeds langer in kaart welke uitgaven zij doen ten behoeve van Caribisch Nederland, uitgesplitst per beleidsartikel en per instrument. Voor zover die uitgavenreeksen de € 1 mln te boven gaan, maken de departementen deze in een aparte regel (regeling onder een instrument) expliciet zichtbaar in de tabel budgettaire gevolgen van beleid en de bijbehorende toelichting. Bedragen onder de € 1 mln hoeven niet apart zichtbaar te worden gemaakt in de budgettaire tabel, hierbij volstaat een toelichting.Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) heeft het kabinet besloten het overzicht Rijksuit­gaven (ten behoeve van) Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstuk 35 300 IV, nr. 11). Ter uitvoering hiervan dient deze bijlage waarin alle uitgavenreeksen van het Ministerie van EZ ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) worden opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven. Uitgaven aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba worden hierin niet opgenomen.Tabel 92 Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)Artikel/ instrumentTaakBijdrageOntwerpbegroting 2025202420252026202720282029Totaal uitgaven10.0675.4005.4005.4005.4005.400Artikel 1 Goed functionerende economie en markten9.1514.5014.5014.5014.5014.501Subsidies (regelingen)Rijkstructureel7.8003.5003.5003.5003.5003.500Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sRijkstructureel1.3511.0011.0011.0011.0011.001Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei916899899899899899OpdrachtenRijkstructureel816799799799799799Subsidies (regelingen)Rijk (2020) eilandelijkincidenteel (2020) structureel100100100100100100Artikel 1 Goed functionerende economie en marktenDe subsidie vanuit artikel 1 van de EZ begroting heeft te maken met de Rijkstaak om de Telecom/Internet aansluiting betaalbaar te maken en te behouden. De subsidie betreft 25 USD per aansluiting per maand voor Bonaire en 35 USD voor Eustatius en Saba en is structureel. Verder is er voor 2024 € 1,3 mln beschikbaar gesteld voor de verdere verlaging van vast internet met $15 p/m en € 3 mln voor het verbeteren van het glasvezelnetwerk internet.De bijdragen ten behoeve van het statische werkprogramma van CBS voor Caribisch Nederland maken onderdeel uit van de Rijksbijdrage. De additionele € 0,35 mln in 2024 is bestemd voor budgetonderzoek. Dit zijn nominale cijfers, loon- en prijsbijstellingen en taakstellingen op de Rijksbijdrage als geheel zijn hier niet in verwerkt.185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiHet Rijk reserveert structureel circa € 0,8 mln aan uitgaven voor diverse opdrachten op Caribisch Nederland. Hieronder valt onder andere de Rijkstaak voor aanvullend statistisch onderzoek door het CBS en projecten op het terrein van arbeidsmarkt en ondernemerschap. Hiermee worden verschillende indicatoren gemeten waardoor beleid doeltreffender kan worden opgesteld. Verder verstrekt het Rijk structureel subsidies voor circa € 100.000 aan KvK op de BES-eilanden.186Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 8: Nationaal Groeifondsprojecten EZDeze bijlage bevat financiële informatie en een beknopte toelichting van de stand van zaken van de NGF-projecten die onder verantwoordelijkheid van EZ vallen. Voor de inhoudelijke rapportage over de voortgang van alle NGF-projecten zie de voortgangsrapportage van de beoordelingsad­viescommissie.Tabel 93 Nationaal Groeifonds (NGF) projecten EZK (bedragen x € 1.000)NGF-projectCategorie202320242025202620272028202920302031TotaalTotaal Uitgaven NGF-projecten EZK-begroting440.103460.189328.196238.577137.91765.97713.997001.684.956Totaal Ontvangsten NGF-projecten EZK-begrotingTotaal uitgaven beleidsartikel 117.05763.54964.02152.55856.80034.797000288.7821. AiNedSubsidies10.51932.83831.84129.12050.20400002. Onderwijslab AISubsidies6.5385.9246.42113.7566.59634.7970003. 6G Future Network ServicesSubsidies024.78725.7599.68200000Totaal uitgaven beleidsartikel 2423.046396.640264.175186.01981.11731.18013.997001.396.1741. QuantumDeltaNLSubsidies82.50890.00050.00045.00028.83700002. RegMed XBSubsidies12.0615.6999.5491.5841.2831.1830003. Health-RISubsidies12.00012.00011.00011.0008.0005.00000004. Oncode-PACTSubsidies44.96870.92140.87500000005. NXTGEN HIGHTECH134.018102.76966.99462.99442.99724.99713.997000Bijdrage (inter)nationale organisaties7.4029.7308.2896.8535.5043.6830000Subsidies126.61693.03958.70556.14137.49321.31413.9970006. PhotonDelta104.36173.26153.26133.261000000Leningen64.549000000000Subsidies39.81273.26153.26133.2610000007. Opschaling PPS in het BeroepsonderwijsSubsidies33.13041.99032.49632.180000000ToelichtingAiNedAiNed is een investeringsprogramma om het potentieel van artificiële intel­ligentie (AI) voor de Nederlandse economie en samenleving te benutten. In de eerste helft van 2024 is de derde AI-call opengesteld voor nieuwe R&D-samenwerkingsprojecten van MKB-bedrijven binnen de MIT-regeling. Via de eerst twee AI-calls doen inmiddels ruim 60 ondernemingen mee. In maart 2024 is via NWO een call opengesteld voor voorstellen voor vier 187Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 nieuwe AI-onderzoekslabs voor verantwoorde en betrouwbare AI (ELSA Labs voor zorg, energie, mobiliteit en technische industrie). Ook is een bedrag van € 28,5 mln vrijgekomen (was eerder voorwaardelijk toegekend) voor de realisatie van extra beurzen voor talentvolle AI-onderzoekers, extra ELSA Labs en synergie met Europese AI-programma’s voor onderzoek en innovatie.Nationaal Onderwijslab AIHet Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) investeert in de ontwikkeling van intelligente onderwijsinnovaties die gericht zijn op de verbetering van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs. Ook zal het NOLAI inzichtelijk maken wat de pedagogische, maatschappelijke en sociale conse­quenties van digitale onderwijsinnovaties zijn. Het NOLAI bestaat uit twee onderdelen: 1) Co-creatieprogramma: in co-creatie met PO- en VO-scholen, wetenschappers en het bedrijfsleven ontwikkelen van intelligente educatieve technologieën en 2) Wetenschappelijk en Teachers in Residence programma brengt het brede perspectief op kansen en risico’s van intel­ligente educatieve technologieën. De borging van publieke waarden en human-centric AI staat hierbij centraal. Het NOLAI is op 6 oktober 2022 geopend en is momenteel bezig met de eerste 17 co-creatieprojecten. EZ en OCW werkten afgelopen jaar aan een plan voor het opschalen van de in het NOLAI ontwikkelde innovaties om startups en scale-ups te ondersteunen. Het opschalingsplan is inmiddels goedgekeurd door de Groeifonds Commissie via de departementale route OCW en EZ. Voor het opschalingsplan is een bedrag van € 63 mln van het NGF beschikbaar.6G Future Network ServicesDit project streeft naar een toppositie voor Nederland in de ontwikkeling van 6G, de volgende generatie mobiele communicatie. Met een publiek-private investering in onderzoek, innovatie en onderwijs (human capital) ontstaat in de periode 2024-2030 een sterk Nederlands 6G-ecosysteem. Het project vergroot de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in de mondiale 6G-waardeketen. Ook versnelt het toepassingen in maatschap­pelijk belangrijke sectoren.In 2023 is aan het FNS-project € 61 mln definitief toegekend voor een eerste fase en is € 142 mln gereserveerd voor een tweede fase. EZ heeft in 2024 € 60,2 mln subsidie verleend aan het consortium voor de uitvoering van de eerste fase (2024-2026).Begin 2024 is het project van start gegaan, nadat in de kwartiermakersfase de governance, organisatie en processen zijn ingericht. Komende jaren werkt het consortium van 60 bedrijven, kennisinstellingen en overheden verder aan de vier actielijnen namelijk de ontwikkeling van 1) intelligente componenten, 2) intelligente netwerken en 3) leidende toepassingen, en 4) de versterking van het ecosysteem waaronder de realisatie van een nationaal 6G-testbed.Quantum Delta NLHet project Quantum Delta NL (QDNL) (€ 54 mln voor fase 1 toegekend in 2021, € 228 mln voor fase 2 in 2022) richt zich op het versterken van het Nederlandse quantumecosysteem, door te investeren in drie katalysator­programma’s (KAT’s), R&D, ecosysteemontwikkeling, talentontwikkeling, maatschappelijke inbedding en infrastructuur. Quantum is een technologie in ontwikkeling die onder andere disruptief kan zijn op het gebied van rekenkracht en daarmee voor nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke problemen kan zorgen. Door quantumtechnologie 188Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 kunnen in de toekomst mogelijk veel veiligere netwerken en communicatie tot stand worden gebracht. Ook maakt quantum de ontwikkeling van een groot aantal nieuwe en uiterst gevoelige typen sensoren mogelijk.In 2023 en 2024 werd verder gewerkt aan onder meer de ontwikkeling van de quantumcomputer (KAT-1), een quantumnetwerk (KAT-2) en quantum­sensoren (KAT-3). Bij KAT-1 en KAT-2 zijn in 2023 meer samenwerkingen gestart met een groter aantal startups en bij KAT-3 werden de testbeds opgestart en waardoor concrete projecten in 2023 werden gefinancierd. In 2023 heeft NWO een nieuwe quantum call uitgevoerd (budget € 10,4 mln) en ook een tweede ronde van de MKB-call staat op de rit. In 2024 is verder gewerkt aan diverse activiteiten, zoals valorisatie van de technologie, de Talent & Learning Centers en het Nationaal Living Lab. Voor QDNL was € 333 mln gereserveerd voor een derde fase. Hiervan is € 60,2 mln definitief toegekend voor versterking van de internationale samenwerking (Kamerbrief 36 200-L-11). Hiermee komt de totale bijdrage uit op € 342,2 mln en staat er nog € 272,8 mln gereserveerd voor de derde fase van het project. In april 2024 is de mid term review ingediend ten behoeve van de omzetting van de middelen voor fase 3. De aanbevelingen uit de MTR leiden o.a tot herziening van het fase 3 plan met meer focus op industrialisatie. Dit fase 3 plan is in juli 2024 goedgekeurd voor het vrijgeven van de gehele reservering van € 273 mln.RegMed XBHet project RegMed XB investeert in de bouw van een landelijke regenera­tieve geneeskunde-pilotfabriek met gespecialiseerde locaties (pilotlijnen) voor de verdere ontwikkeling van regeneratieve gezondheidszorg. Regene­ratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelf-herstellend vermogen van ons lichaam. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gen-, cel- en weefseltherapiepro­ducten. Het doel van RegMed XB is enerzijds om op lange termijn chronische ziekten te kunnen voorkomen of genezen, en anderzijds het Nederlandse bedrijfsleven in staat te stellen om innovatieve producten en processen te ontwikkelen en in te spelen op een sterk groeiende buiten­landse markt. Een grote mijlpijl die bereikt is in 2024 was de opening van het Innovation Center for Advanced Therapies (ICAT) in Zeist. Als onderdeel van de pilotfabriek staat hier infrastructuur voor de ontwikkeling van regenera­tieve behandelingen en ATMPs, waaronder celtherapie en ziektemodellen. Daarnaast heeft in juni het Annual Event plaatsgevonden. In Maastricht heeft het internationale netwerk van regeneratieve geneeskunde zich verzameld om te kijken naar presentaties over de onderzoeken die binnen RegMed XB plaatsvinden en meer te leren over deze pilotfabriek.In het licht van internationalisatie heeft er een missie plaatsgevonden richting Zwitserland, wat de relatie tussen de twee landen op innovatief Life Sciences en Health gebied heeft versterkt. Dit bezoek heeft zelfs bijgedragen aan een specifieke call bij Health-Holland voor PPS-i subsidie waarbij partijen uit beide landen betrokken zijn. In 2025 zal ook internationalisatie een rol spelen, mede door een rol die RegMed XB speelt vanuit Nederland in het programma in de Expo Japan 2025 op regeneratieve geneeskunde. Daarnaast ligt de focus op het laten draaien van de faciliteiten van de pilot­fabriek.189Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Health-RIDit project investeert in (i) de ontwikkeling van een geïntegreerde, nationale gezondheidsdata- en onderzoeksinfrastructuur, (ii) het wegnemen van sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afspra­kenstelsel, en (iii) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid, patiëntenorganisaties, gezond­heidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en met elkaar te verbinden. Het voorstel richt zich op het delen en gebruiken van (onderzoeks)data. In 2024 is de subsidiebeschikking voor de resterende € 46,53 mln goedgekeurd, hierna zijn de activiteiten voor fase 2 van het project gestart. Health-RI zal in 2025 verder werken aan actie lijnen 1, 2, 3, en aan het Obstakel Verwijder Traject.  Voor de fase 2 middelen vallen hieronder de volgende milestones: verdere inrichting van de organisatie, duurzame systeeminrichting, Public Policy & Affair en ELSI, de Architectuur, FAIR Gezondheidsdata, knooppunten, Gebruikers, en Eén loket.Oncode AcceleratorHet doel van Oncode Accelerator (voorheen Oncode-PACT) is om een infrastructuur op te zetten met innovatieve modellen en methoden waarmee effectieve kandidaat-kankermedicijnen sneller en goedkoper ontwikkeld worden voor specifieke patiëntengroepen. Hierdoor trekt het project inves­teringen aan en brengt het nieuwe medicijnen die preciezer en eerder werken bij de juiste patiënt. Dit verbetert de kwaliteit van het leven van kankerpatiënten en versterkt het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Voor dit project is in 2022 € 325 mln toegekend uit het Nationaal Groeifonds, waarvan € 161 mln als directe en € 164 mln als voorwaar­delijke toekenning.In september 2023 heeft de kick-off van het projecten plaatsgevonden in aanwezigheid van DG B&I Erwin Nijssen. Vervolgens zijn in de loop van 2024 de consortiumovereenkomsten ondertekend en is de eerste call voor de Demonstrator Projects geopend! Hierin is € 25 mln beschikbaar als cofinan­ciering om bij te dragen aan de ontwikkeling van unieke infrastructuur voor de preklinische fase in het oncologieveld. Na een succesvol intern evenement voor Oncode Accelerator partners begin 2024, zal er later dit jaar een stakeholder evenement plaatsvinden.NXTGEN HIGHTECHNXTGEN HIGHTECH ontwikkelt een nieuwe generatie high tech equipment binnen zes toepassingsdomeinen: lasersatellietcommunicatie, biomedische productietechnologie, semiconductors, composieten, energie en agrifood. Daarnaast draagt het voorstel bij aan de versterking van het innovatie-ecosysteem, dat samenwerkt over wetenschappelijke disciplines en sectoren heen en heeft het voorstel een verdiepingsprogramma voor de doorontwikkeling van hightech apparatuur in nieuwe domeinen zoals plasmatechnologie en ‘thin films’. Voor dit programma is in totaal € 450 mln toegekend voor een periode van 7 jaar. Het programma zal tijdens twee «stage-gates» inhoudelijk worden bijgestuurd.In 2023 is het programma van start gegaan en zijn er 61 projecten uitgerold waaraan 550 partners een bijdrage leveren. In 2024 zal er een inter­nationaliseringsprogramma worden ingediend om het eerdergenoemde 190Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ecosysteem te bevorderen. Ook wordt de tweede NWO-open call gestart in het tweede deel van 2024 en zullen voorbereidende maatregelen worden getroffen voor de eerste «stage-gate» die begin 2025 zal plaatsvinden.PhotonDeltaHet doel van PhotonDelta is versnelling van de ontwikkeling van het Nederlandse fotonica-ecosysteem. Het voorstel bouwt voort op het Nationaal Plan Geïntegreerde Fotonica. Geïntegreerde fotonica houdt in dat chips met optische signalen werken in plaats van elektrische signalen. Communicatie via optische signalen kan meer informatie tegelijk versturen en ook over een langere afstand. Geïntegreerde fotonica heeft daarmee potentieel hogere prestaties en is daarnaast energiezuiniger. De op te zetten waardeketen omvat onderzoek, ontwerp en productie van geïnte­greerde fotonica. Het plan bestaat uit drie programmalijnen. De eerste programmalijn omvat de doorontwikkeling van het ecosysteem met onder andere talentontwikkeling, startup-ondersteuning en gedeelde onderzoeks­faciliteiten. In de tweede programmalijn wordt fundamenteel en industrieel onderzoek gedaan naar fotonische bouwblokken en hun integratie in grotere chipsystemen. Dit om de bewezen fotonicatechnologie zo veel als mogelijk beschikbaar te maken voor nieuwe toepassingen. De derde programmalijn heeft als doel pilot-productiefaciliteiten en een hoog-volume productielijn te ontwikkelen.In de 2e ronde van het NGF is voor dit project € 471,2 mln voorwaardelijk toegekend, waarvan bij Nota van Wijziging op de begroting 2023 € 266,6 mln is omgezet in een definitieve toekenning voor de eerste fase van het programma (2023–2025).Het project is in 2023 van start gegaan met het opzetten van diverse onderzoeks- en innovatieprojecten en het verder uitbouwen van het ecosysteem. Ook is een lening van € 60 mln verstrekt aan SMART Photonics als onderdeel van een grotere investeringsronde ten behoeve van de verdere opschaling van het bedrijf. In 2024 is het PhotonDelta start-up fonds van start gegaan en is er een oproep voor fotonica onderzoek gepubliceerd via NWO. In 2025 zal een mid term review worden uitgevoerd ten behoeve van de omzetting van de middelen voor fase 2 (€ 204 mln voor de periode 2026 – 2028) naar een definitieve toekenning.Opschaling PPS in het beroepsonderwijsHet project Opschaling van succesvolle publiek private samenwerkingen in het beroepsonderwijs overbrugt de kloof tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt, met name het midden- en klein bedrijf, in relatie tot de klimaat- en digitale transitie. Dit gebeurt door talentontwikkeling van huidige en aankomende werknemers en door het versterken van het innovatievermogen van bedrijven. Het budget van € 152,5 mln wordt in 4 jaar tijd besteed aan de opschaling van een kopgroep van 15 publiek-private samenwerkingen (tussen vmbo, mbo, hbo, ondernemersverenigingen en bedrijven) in het beroepson­derwijs. Om de voortgang te monitoren en de kennis en ontwikkelingen van de pps’en te waarborgen, voert van Platform Bèta Techniek (via Katapult) een kennis- en ontwikkelingsprogramma uit. 191Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 9: Klimaatfondsprojecten EZIn onderstaand tabel staan alle Klimaatfondsmiddelen die uit het Klimaat­fonds zijn overgeheveld naar de departementale begroting van het Ministerie van Economische Zaken inclusief een toelichting. In onderstaand overzicht zijn alleen kasbedragen zichtbaar.Tabel 94 Klimaatfondsmiddelen op de EZ begroting2023202420252026202720282029Uitgaven3.0009.0008.0005.0005.0005.000ArtikelKlimaatfondsmaatregelSubsidies3.0009.0008.0005.0005.0005.000Qredits duurzaamheidOndersteuning mkb bij aangescherpte Energiebesparingsplicht3.0004.0003.000Actieplan Groene en Digitale BanenRandvoorwaarden technische arbeidsmarkt05.0005.0005.0005.0005.000ToelichtingQredits duurzaamheidVanuit het klimaatfonds is € 10 mln rentesubsidie beschikbaar gesteld voor duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 voor het klein mkb ter stimulering van verduurzaming en energiebesparing. Met deze subsidie kan Qredits duurzaamheidsleningen aanbieden met een lage rente. Bovenstaande is in lijn met het amendement 15 De Jong en Aartsen dat aangenomen is tijdens de begrotingsbehandeling van de Ontwerpbegroting 2024 van EZ.Actieplan Groene en Digitale banenHet Actieplan Groene en Digitale Banen bestaat uit maatregelen om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken in sectoren met banen die belangrijk zijn voor de klimaat- en digitale transitie.  192Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Bijlage 10: ConversietabelMet ingang van 1 januari 2025 is er een nieuwe ontwerpbegroting voor het nieuwe departement Klimaat en Groene Groei. Ook wordt het beleids­dossier ‘Hersteloperatie Groningen’ overgeheveld van EZK naar BZK.Om inzicht te geven in de herverkaveling wordt bij EZ en de desbetreffende begrotingen (KGG en BZK) een conversietabel toegevoegd als bijlage bij de ontwerpbegroting 2025.Tabel 95 Conversietabel Klimaat en Groene Groei (bedragen x € 1.000)Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13VEconomische Zaken en KlimaatVerplichtingen19.532.27217.321.62790.34680.99278.62669.47767.42923VKlimaat en Groene GroeiVerplichtingen0020.678.4008.389.3468.192.3822.555.0432.740.17513UEconomische Zaken en KlimaatUitgaven8.787.4145.567.765201.630190.394184.091172.993170.22423UKlimaat en Groene GroeiUitgaven004.509.3905.549.9645.588.8545.646.3975.326.34013OEconomische Zaken en KlimaatOntvangsten7.000.8934.440.4600000023OKlimaat en Groene GroeiOntvangsten002.418.1402.418.9036.120.0034.900.9873.886.987Beleidsartikelen (uitsplitsing)13.01.0.0.0VGoed functionerende economie en marktenverplichtingen43.96651.08660.56061.17161.61161.86161.58913.02.0.0.0VBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiverplichtingen236.7561.155.7635.7416.0555.8105.7585.71013.04.0.0.0VEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingverplichtingen18.488.40215.589.9890000013.05.0.0.0VEen veilig Groningen met Perspectiefverplichtingen763.148524.78924.04513.76611.2051.85813023.31.0.0.0VEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingverplichtingen0020.678.4008.389.3468.192.3822.555.0432.740.17513.01.0.0.0UGoed functionerende economie en marktenuitgaven43.96151.08660.56061.17161.61161.86161.58913.02.0.0.0UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiuitgaven275.275796.202117.185115.457111.275109.274108.505193Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.0.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderinguitgaven7.707.0144.202.0060000013.05.0.0.0UEen veilig Groningen met Perspectiefuitgaven761.164518.47123.88513.76611.2051.85813023.31.0.0.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderinguitgaven004.509.3905.549.9645.588.8545.646.3975.326.34013.02.0.5.0UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiSubsidies104.034592.6240000013.04.0.5.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidies5.725.2513.093.6850000013.05.0.5.0UEen veilig Groningen met PerspectiefSubsidies5100000023.31.0.5.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidies003.144.2494.056.2313.670.1654.093.3093.850.85513.02.0.5.8UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiVerduurzaming industrie57.21782.3380000023.31.0.5.60UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVerduurzaming industrie00112.208157.00184.939136.39086.75013.02.0.5.10UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiUrgendamaatregelen Industrie3.79211.9400000023.31.0.5.61UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUrgendamaatregelen Industrie000000013.02.0.5.20UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiInfrastructuur duurzame industrie (PIDI)1.1921000000023.31.0.5.62UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInfrastructuur duurzame industrie (PIDI)005.148000013.02.0.5.25UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiNGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie30.607142.93700000194Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.5.63UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie00123.917103.70380.00035.00010.00013.02.0.5.29UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiIndirecte kostencompensatie ETS0186.0000000023.31.0.5.64UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingIndirecte kostencompensatie ETS000000013.02.0.5.37UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiInvesteringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds3.94751.0100000023.31.0.5.65UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInvesteringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds00221.915179.491140.530107.15073.71513.02.0.5.40UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiNGF - project Circulaire Plastics7.27992.2070000023.31.0.5.66UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF - project Circulaire Plastics0041.91017.6854.5750013.02.0.5.47UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiNGF - project Biobased Circular021.4920000023.31.0.5.67UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF - project Biobased Circular0032.90047.40000013.02.0.5.54UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiStikstofaanpak piekbelasters industrie04.6000000023.31.0.5.68UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStikstofaanpak piekbelasters industrie0021.75028.55021.25010.850013.04.0.5.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMissiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)66.17659.4140000023.31.0.5.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMissiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)0073.40861.19356.89838.39238.158195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.5.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHernieuwbare Energietransitie (HER+)31.11425.4190000023.31.0.5.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHernieuwbare Energietransitie (HER+)0023.795000013.04.0.5.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergie­efficiency2.4359840000023.31.0.5.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergie­efficiency002.2061.9381.7681.3411.60613.04.0.5.4UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingGreen Deals2.284560000023.31.0.5.4UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingGreen Deals00444000013.04.0.5.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDemonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)49.77764.4860000023.31.0.5.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDemonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)00190.703238.710238.565227.846209.11113.04.0.5.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)2.9392.6720000023.31.0.5.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)001.6961.6961.2660013.04.0.5.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProjecten Klimaat en Energieakkoord7062.7400000023.31.0.5.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProjecten Klimaat en Energieakkoord0013.0422.8253.5522.7993.26613.04.0.5.9UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE701269.5000000023.31.0.5.9UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE0046.773340.000366.000373.000384.00013.04.0.5.10UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE+397.600666.94600000196Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.5.10UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE+00593.573644.325749.642931.1751.309.80613.04.0.5.11UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE++102.375532.9650000023.31.0.5.11UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSDE++0089.576207.974462.592720.512859.51213.04.0.5.12UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingAardwarmte30.00038.5930000023.31.0.5.12UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingAardwarmte0012.82812.82800013.04.0.5.14UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingISDE-regeling510.696500.3570000023.31.0.5.14UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingISDE-regeling00578.275534.106180.346166.110173.51413.04.0.5.16UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCarbon Capture Storage (CCS)2.7864.5100000023.31.0.5.16UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCarbon Capture Storage (CCS)003.3694.1094.2284.2284.22813.04.0.5.18UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHoge Flux Reactor6.4015.6100000023.31.0.5.18UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHoge Flux Reactor006.9256.9256.9253.9214.69713.04.0.5.20UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCaribisch Nederland19.06417.7930000023.31.0.5.20UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCaribisch Nederland005.4944.1444.1444.1444.14413.04.0.5.21UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOverige subsidies49.13432.6390000023.31.0.5.21UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOverige subsidies0018.50140.99347.91119.84217.842197Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.5.22UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpschalingsinstrument waterstof2.15052.4000000023.31.0.5.22UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpschalingsinstrument waterstof00166.471476.686468.823316.302273.46313.04.0.5.23UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMaatregelen voor CO2-reductie06150000023.31.0.5.23UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMaatregelen voor CO2-reductie000000013.04.0.5.24UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOmbouw grootverbruikers1.94900000023.31.0.5.24UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOmbouw grootverbruikers000000013.04.0.5.25UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)03020000023.31.0.5.25UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)002.3307.11111.82820.37215.66513.04.0.5.27UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieondersteuning verduurzaming MKB65500000023.31.0.5.27UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidieondersteuning verduurzaming MKB000000013.04.0.5.29UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingIPCEI waterstof124.2821770000023.31.0.5.29UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingIPCEI waterstof00134.759245.558344.003452.41896.56413.04.0.5.30UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVulmaatregelen gasopslag67.921104.7460000023.31.0.5.30UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVulmaatregelen gasopslag00256.737233.00000013.04.0.5.31UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMIEK5.8215.28400000198Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.5.31UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMIEK005.32581800013.04.0.5.32UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSchadeafhandeling mijnbouw Limburg273.5280000023.31.0.5.32UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSchadeafhandeling mijnbouw Limburg005.7172.2124.0004.0004.00013.04.0.5.33UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingWarmtenetten Investeringssubsidie (WIS)786.1000000023.31.0.5.33UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingWarmtenetten Investeringssubsidie (WIS)0026.04158.14489.231117.915153.81213.04.0.5.34UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF-project NieuweWarmteNu!10.15335.5510000023.31.0.5.34UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF-project NieuweWarmteNu!0054.65246.07828.51824.412013.04.0.5.35UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTegemoetkoming energieprijzen 20229.3661.0000000023.31.0.5.35UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTegemoetkoming energieprijzen 2023000000013.04.0.5.36UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 20233.668.290224.3360000023.31.0.5.36UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 20240075.000000013.04.0.5.37UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCompensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten059.8530000023.31.0.5.37UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCompensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten0014.000000013.04.0.5.38UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTegemoetkoming blokaansluitingen496.880225.8800000023.31.0.5.38UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTegemoetkoming blokaansluitingen001.2750000199Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.5.39UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitbreiding ontwikkelfonds energiecoöperaties warmteprojecten26.79100000023.31.0.5.39UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitbreiding ontwikkelfonds energiecoöperaties warmteprojecten000000013.04.0.5.40UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInvesteringen waterstofbackbone36.70033.7510000023.31.0.5.40UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInvesteringen waterstofbackbone0052.461117.461154.961276.36170.00013.04.0.5.41UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF - project Circulaire zonnepanelen021.7680000023.31.0.5.41UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNGF - project Circulaire zonnepanelen0021.89121.42918.41315.1719.00013.04.0.5.42UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingGeothermie (Klimaatfonds)000000023.31.0.5.42UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingGeothermie (Klimaatfonds)009.95982.17929.06425.2901.96913.04.0.5.43UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOndersteuning energiehubs000000023.31.0.5.43UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOndersteuning energiehubs0022.48318.4364.0470013.04.0.5.44UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingKwaliteitsbudget energieprojecten014.7000000023.31.0.5.44UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingKwaliteitsbudget energieprojecten0010.300000013.04.0.5.45UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie000000023.31.0.5.45UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie004.8405.1554.7780013.04.0.5.46UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidie project Djewels026.00000000200Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.5.46UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSubsidie project Djewels0026.00017.0005.0006.000013.04.0.5.47UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpslag waterstof000000023.31.0.5.47UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpslag waterstof00037.00000013.04.0.5.48UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBatterijverplichting voor zonneparken000000023.31.0.5.48UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBatterijverplichting voor zonneparken00017.00017.00017.00017.00013.04.0.5.49UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCorrectieregeling duurzame warmte031.1300000023.31.0.5.49UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCorrectieregeling duurzame warmte000000013.04.0.5.50UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEfficiëntere benutting elektriciteitsnetten021.8800000023.31.0.5.50UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEfficiëntere benutting elektriciteitsnetten0027.11224.46224.46224.46222.49313.04.0.5.51UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingRealisatie Zon op Zee000000023.31.0.5.51UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingRealisatie Zon op Zee006.54010.90610.90610.9066.54013.05.0.5.5UEen veilig Groningen met PerspectiefUitgaven Nadeelcompensatie5100000023.31.0.5.69UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitgaven Nadeelcompensatie000000013.04.0.15.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLeningen83.80024.3700000023.31.0.15.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLeningen0017.6049079076040201Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.15.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLening EBN19.00024.0000000023.31.0.15.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLening EBN0017.000000013.04.0.15.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLening InvestNL64.8003700000023.31.0.15.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingLening InvestNL00604907907604013.01.0.55.0UGoed functionerende economie en marktenOpdrachten191.0406.9718.3288.1388.1288.12813.02.0.55.0UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiOpdrachten6.48118.5226.0396.3535.8605.8085.76013.04.0.55.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpdrachten34.309104.7310000013.05.0.55.0UEen veilig Groningen met PerspectiefOpdrachten759.652517.07123.88513.76611.2051.85813023.31.0.55.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpdrachten00119.25294.51788.89874.51047.05713.01.0.55.8UGoed functionerende economie en marktenCSIRT -DSP191.0406.9718.3288.1388.1288.12823.31.0.55.15UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingCSIRT -DSP004.1014.3784.3934.4034.40313.02.0.55.1UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiOnderzoek en opdrachten4.9819.0776.0396.3535.8605.8085.76023.31.0.55.14UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingMaatwerkaanpak industrie000000013.02.0.55.10UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiStikstofaanpak piekbelasters industrie1.5008.6250000023.31.0.55.11UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStikstofaanpak piekbelasters industrie001.5002.875000202Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.02.0.55.11UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiVerduurzaming industrie08200000023.31.0.55.12UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVerduurzaming industrie001.3301.3301.3211.3211.62313.04.0.55.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnderzoek mijnbouwbodembeweging1.3524.4390000023.31.0.55.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnderzoek mijnbouwbodembeweging005.9106.1666.1666.0842.34413.04.0.55.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSodM onderzoek1.7812.2470000023.31.0.55.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingSodM onderzoek002.3572.5462.5662.5662.56613.04.0.55.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitvoeringsagenda klimaat2751050000023.31.0.55.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitvoeringsagenda klimaat0047347347347347313.04.0.55.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingKlimaat mondiaal3308860000023.31.0.55.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingKlimaat mondiaal0044450044439339913.04.0.55.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnderzoek en opdrachten23.05616.9380000023.31.0.55.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnderzoek en opdrachten0015.54415.0338.7838.3067.63213.04.0.55.8UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProgramma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)78.8960000023.31.0.55.8UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProgramma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)0024.26118.26117.26117.2610203Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.55.9UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergiehulp Oekraïne7.50829.5000000023.31.0.55.9UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingEnergiehulp Oekraïne000000013.04.0.55.10UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProjecten Kernenergie041.7200000023.31.0.55.10UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingProjecten Kernenergie0060.72142.62547.14833.70327.61713.05.0.55.2UEen veilig Groningen met PerspectiefWerkbudgetten3.00526.17423.88513.76611.2051.85813023.31.0.55.13UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingWerkbudgetten002.6113303430013.05.0.55.12UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding NORG akkoord756.647490.8970000023.31.0.55.16UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVergoeding NORG akkoord000000013.01.0.60.0UEen veilig Groningen met PerspectiefVermogensverschaffing/-onttrekking000000023.31.0.60.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVermogensverschaffing/-onttrekking000293.838712.640322.002281.32313.05.0.60.1UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen000000023.31.0.60.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen000293.838712.640322.002281.32313.01.0.65.0UGoed functionerende economie en marktenBijdrage aan agentschappen43.94250.04653.58952.84353.47353.73353.46113.02.0.65.0UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiBijdrage aan agentschappen164.760185.056111.146109.104105.415103.466102.74513.04.0.65.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan agentschappen140.635176.4860000023.31.0.31.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan agentschappen00150.653148.507144.564136.627133.389204Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.01.0.65.3UGoed functionerende economie en marktenRijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)43.94250.04653.58952.84353.47353.73353.46123.31.0.65.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RDI003.3254.8764.8064.2724.27213.02.0.65.1UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiBijdrage RVO.nl164.760185.056111.146109.104105.415103.466102.74523.31.0.65.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RVO.nl000000013.04.0.65.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RVO.nl119.398146.1800000023.31.0.65.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RVO.nl00109.191106.278104.729104.070103.61613.04.0.65.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RDI4.6217.8350000023.31.0.65.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RDI008.8177.6714.0314.0113.99213.04.0.65.4UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage NEa12.84316.1040000023.31.0.65.4UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage NEa0021.21121.12220.04913.23813.17313.04.0.65.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage KNMI1.8722.7920000023.31.0.65.5UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage KNMI004.4924.9924.9305.1192.41913.04.0.65.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage NVWA01.0180000023.31.0.65.6UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage NVWA001.0181.0181.0181.0181.01813.04.0.65.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RIVM08700000205Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.65.7UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RIVM00137872.9932.8912.89113.04.0.65.8UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RWS1.9012.4700000023.31.0.65.8UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage RWS002.4622.4632.0082.0082.00813.04.0.75.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan ZBO’s/RWT’s’148.464169.1770000013.05.0.75.0UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan ZBO’s/RWT’s’1.4611.4000000023.31.0.75.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan ZBO’s/RWT’s’00160.630157.896157.591157.368150.03113.04.0.75.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDoorsluis COVA­heffing104.973111.0000000023.31.0.75.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDoorsluis COVA­heffing00111.000111.000111.000111.000111.00013.04.0.75.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTNO kerndepartement41.71855.9920000023.31.0.75.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTNO kerndepartement0046.05543.63243.33743.12535.79813.04.0.75.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTNO SodM1.7732.1850000023.31.0.75.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTNO SodM002.1752.1642.1542.1432.13313.05.0.75.2UEen veilig Groningen met PerspectiefTNO Publieke SDRA1.4611.4000000023.31.0.75.4UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingTNO Publieke SDRA001.4001.1001.1001.1001.10013.04.0.85.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan medeoverheden367.187596.53800000206Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.85.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan medeoverheden00906.304787.378803.414851.311853.01913.04.0.85.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitkoopregeling2.7491.0550000023.31.0.85.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitkoopregeling000000013.04.0.85.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingRegeling toezicht energiebesparingsplicht12.85813.6100000023.31.0.85.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingRegeling toezicht energiebesparingsplicht0010.29810.96515.41815.41813.41813.04.0.85.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitvoeringskosten klimaat medeoverheden351.580581.8730000023.31.0.85.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingUitvoeringskosten klimaat medeoverheden00896.006776.413787.996835.893839.60113.04.0.95.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan (inter-) nationale organisaties9.34437.0190000023.31.0.95.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingBijdrage aan (inter-) nationale organisaties0010.69810.69010.67510.66610.66613.04.0.95.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNuclear Research Group (NRG)8.19420.1990000023.31.0.95.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingNuclear Research Group (NRG)008.5138.5138.5138.5138.51313.04.0.95.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInternationale contributies1.15016.6810000023.31.0.95.2UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingInternationale contributies002.0462.0472.0362.0272.02713.04.0.95.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingPBL Rekenmeesterfunctie013900000207Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.95.3UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingPBL Rekenmeesterfunctie0013913012612612613.04.0.96.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStorting/-onttrekking begrotingreserves1.198.02400000023.31.0.96.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStorting/-onttrekking begrotingreserves000000013.04.0.96.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStorting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie1.198.02400000023.31.0.96.1UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingStorting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie000000013.02.0.0.0UBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiOntvangsten000000013.04.0.0.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten2.407.8272.586.3540000013.05.0.0.0UEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten4.593.0661.854.1060000023.31.0.0.0UEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten002.418.1402.418.9036.120.0034.900.9873.886.98713.02.0.3.0OBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiOntvangsten000000013.04.0.3.0OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten2.407.8272.586.3540000013.05.0.3.0OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten4.593.0661.854.1060000023.31.0.3.0OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten002.418.1402.418.9036.120.0034.900.9873.886.98713.02.0.3.16OBedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiVerduurzaming industrie0000000208Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen23.31.0.3.42OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingVerduurzaming industrie0017.00061.000139.000224.000013.04.0.3.1OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten COVA104.973111.0000000023.31.0.3.1OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten COVA00111.000111.000111.000111.000111.00013.04.0.3.2OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpbrengst heffing ODE (SDE++)259.7795.0000000023.31.0.3.2OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpbrengst heffing ODE (SDE++)000000013.04.0.3.4OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten zoutwinning2.5362.5110000023.31.0.3.4OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten zoutwinning002.5112.5112.5112.5112.51113.04.0.3.6OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie454.1861.218.5290000023.31.0.3.6OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOnttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie00229.164308.602308.602104.1864.18613.04.0.3.7OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingETS-ontvangsten1.281.353900.0000000023.31.0.3.7OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingETS-ontvangsten00850.0001.150.0004.900.0003.950.0003.300.00013.04.0.3.9OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDiverse ontvangsten241.535288.4570000023.31.0.3.9OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDiverse ontvangsten0012.38017.38017.38017.38023.38013.04.0.3.11OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHeffing gasleveringszekerheid000000023.31.0.3.11OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingHeffing gasleveringszekerheid000146.725146.725146.725146.725209Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Begro­tings­nummersVerplichtingen (V) Uitgaven (U) Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.04.0.3.14OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpbrengsten tenders Wind op Zee63.46560.8570000023.31.0.3.14OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOpbrengsten tenders Wind op Zee0021.08521.08521.08521.08521.08513.05.0.3.5OEen veilig Groningen met PerspectiefDividenduitkering EBN2.159.3911.567.0000000023.31.0.3.43OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDividenduitkering EBN001.020.000487.000409.000293.000247.00013.05.0.3.6OEen veilig Groningen met PerspectiefDividenduitkering GasTerra3.6003.6000000023.31.0.3.44OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingDividenduitkering GasTerra003.6003.6003.6000013.05.0.3.7OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten Mijnbouwwet2.429.473280.0000000023.31.0.3.45OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten Mijnbouwwet00150.000110.00060.00030.00030.00013.05.0.3.10OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM publieke SDRA6023.5060000023.31.0.3.46OEen doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatveranderingOntvangsten NAM publieke SDRA001.40001.1001.1001.100Tabel 96 Conversietabel Hersteloperatie Groningen (bedragen x € 1.000BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.5.0.0.0VEen veilig Groningen met PerspectiefVerplichting1.873.1453.520.442000007.15.0.0.0VEen veilig Groningen met PerspectiefVerplichting002.636.3392.049.512855.963760.534183.10313.5.0.0.0UEen veilig Groningen met PerspectiefUitgave1.749.8392.404.82000000210Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.15.0.0.0UEen veilig Groningen met PerspectiefUitgave002.853.9532.402.8041.154.803953.929217.82313.3.0.0.0OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangst186.8941.526.872000007.15.0.0.0OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangst001.532.2651.934.9771.719.647791.871694.463Beleidsartikelen (uitsplitsing)nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefAlgemeen3.02960.00200000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefAlgemeen0043.83430.91027.89517.154130nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefOpdrachten3.00526.17423.88513.76611.2051.85813013.5.0.50.2UEen veilig Groningen met PerspectiefWerkbudgetten3.00526.174000007.15.1.3.30UEen veilig Groningen met PerspectiefWerkbudgetten0023.88513.76611.2051.858130nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan ZBO's/RWT's08.0588.0587.9507.9507.950013.0.5.75.3UEen veilig Groningen met PerspectiefRaad voor de Rechtsbijstand08.058000007.15.1.13.60UEen veilig Groningen met PerspectiefRaad voor de Rechtsbijstand008.0587.9507.9507.9500nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan (inter-)nationale organisaties06.4605.3915.4625.0083.614013.5.0.95.1UEen veilig Groningen met PerspectiefAdviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)016800000211Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.15.1.15.50UEen veilig Groningen met PerspectiefAdviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)003.3913.4623.5083.614013.5.0.95.3UEen veilig Groningen met PerspectiefRaad voor Rechtspraak06.292000007.15.1.15.51UEen veilig Groningen met PerspectiefRaad voor Rechtspraak002.0002.0001.50000nvtUEen veilig Groningen met Perspectief(Schade)vergoeding2419.3106.5003.7323.7323.732013.5.0.50.8UEen veilig Groningen met PerspectiefVastgelopen situaties2419.310000007.15.1.21.90UEen veilig Groningen met PerspectiefVastgelopen situaties006.5003.7323.7323.7320nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefSchadeherstel592.904979.45800000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefSchadeherstel001.165.8441.233.056396.950245.693200.693nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefSubsidies (regelingen)46.61281.202143.151169.83300013.5.0.5.6UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel014.078000007.15.2.1.10UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel00143.151169.83300013.5.0.5.1UEen veilig Groningen met PerspectiefWaardevermeerderings- regeling46.61267.124000007.15.2.1.11UEen veilig Groningen met PerspectiefWaardevermeerderings- regeling0000000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan medeoverheden4.4007.2647.2645.0005.0005.0000212Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.5.0.85.1UEen veilig Groningen met PerspectiefMKB-programma4.4007.264000007.15.2.14.40UEen veilig Groningen met PerspectiefMKB-programma007.2645.0005.0005.0000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan agentschappen229.986275.092229.107210.95691.29087.22278.30413.5.0.65.9UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan bestuur Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)2.5702.570000007.15.2.17.70UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan bestuur IMG002.5702.5702.4912.4052.40513.5.0.65.1UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage RVO.nl227.416272.522000007.15.2.17.71UEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage RVO00226.537208.38688.79984.81775.899nvtUEen veilig Groningen met Perspectief(Schade)vergoeding311.906615.900786.322847.267300.660153.471122.38913.5.0.50.4UEen veilig Groningen met PerspectiefCommissie Bijzondere Situaties1.5273.231000007.15.2.21.90UEen veilig Groningen met PerspectiefCommissie Bijzondere Situaties003.1063.1063.1063.106013.5.0.50.5UEen veilig Groningen met PerspectiefHerbeoordeling waardedaling21.150522000007.15.2.21.91UEen veilig Groningen met PerspectiefHerbeoordeling waardedaling000000013.5.0.50.13UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten IMG (PEGA)035.453000007.15.2.21.92UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten IMG0015.45310.4535.3025.1510213Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.5.0.50.1UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding fysieke schade167.744424.479000007.15.2.21.94UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding fysieke schade00729.226826.196292.252145.214122.38913.5.0.50.3UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding immateriële schade100.62088.215000007.15.2.21.95UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding immateriële schade0022.5377.51200013.5.0.50.2UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding waardedaling20.86564.000000007.15.2.21.96UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding waardedaling0016.0000000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken en perspectief1.153.9061.365.36000000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken en perspectief001.644.2751.138.838729.958691.56517.000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefSubsidies (regelingen)513.17894.00859.97832.40630.46013.4609.00013.5.0.5.9UEen veilig Groningen met PerspectiefDiverse subsidies versterken151.20263.387000007.15.3.1.10UEen veilig Groningen met PerspectiefDiverse subsidies versterken0022.3601.865420420013.5.0.5.14UEen veilig Groningen met PerspectiefEconomische bedrijvigheid010.693000007.15.3.1.11UEen veilig Groningen met PerspectiefEconomische bedrijvigheid027.54027.54027.54010.5409.00013.5.0.5.2UEen veilig Groningen met PerspectiefGeestelijke bijstand57455000000214Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.15.3.1.12UEen veilig Groningen met PerspectiefGeestelijke bijstand0055048600013.5.0.5.12UEen veilig Groningen met PerspectiefNieuwbouwregeling2.7664.930000007.15.3.1.14UEen veilig Groningen met PerspectiefNieuwbouwregeling004.930000013.5.0.5.10UEen veilig Groningen met PerspectiefSubsidieregelingen bestuurlijke afspraken203.8337.914000007.15.3.1.15UEen veilig Groningen met PerspectiefSubsidieregelingen bestuurlijke afspraken001.748000013.5.0.5.15UEen veilig Groningen met PerspectiefUitbreiding bereik wonings- verbeteringssubsidie153.0004.854000007.15.3.1.16UEen veilig Groningen met PerspectiefUitbreiding bereik wonings- verbeteringssubsidie000000013.5.0.5.8UEen veilig Groningen met PerspectiefWoonbedrijf1.3301.330000007.15.3.1.17UEen veilig Groningen met PerspectiefWoonbedrijf002.5002.5152.5002.500013.5.0.5.11UEen veilig Groningen met PerspectiefHuurderscompensatie473350000007.15.3.1.13UEen veilig Groningen met PerspectiefHuurderscompensatie NAM003500000nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefOpdrachten385.181695.1871.010.527826.127455.792534.710013.5.0.50.15UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel01.000000007.15.3.3.30UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel000000013.5.0.50.11UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten NCG (BA)4.91523.64200000215Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.15.3.3.31UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten NCG0020.00020.0003.7500013.5.0.55.13UEen veilig Groningen met PerspectiefVastgelopen dossiers2.1853.500000007.15.3.3.32UEen veilig Groningen met PerspectiefVastgelopen situaties003.500000013.5.0.55.14UEen veilig Groningen met PerspectiefVerduurzaming bij versterken3328.967000007.15.3.3.33UEen veilig Groningen met PerspectiefVerduurzaming bij versterken0029.000000013.5.0.55.10UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken industrie101241000007.15.3.3.34UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken industrie00241000013.5.0.55.8UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterkingsoperatie377.947637.837000007.15.3.3.35UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterkingsoperatie00957.786806.127452.042534.7100nvtUEen veilig Groningen met PerspectiefBijdrage aan medeoverheden236.820386.390395.956276.471241.372143.3958.00013.5.0.85.4UEen veilig Groningen met PerspectiefClustering en gebiedsfonds93.78296.640000007.15.3.14.40UEen veilig Groningen met PerspectiefClustering en gebiedsfonds0089.74180.46868.25640.556013.5.0.85.3UEen veilig Groningen met PerspectiefCompensatie gemeenten en provincie35.670114.766000007.15.3.14.41UEen veilig Groningen met PerspectiefCompensatie gemeenten en provincie0069.30018.80018.20017.700013.5.0.85.10UEen veilig Groningen met PerspectiefErfgoedprogramma013.32000000216Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.15.3.14.42UEen veilig Groningen met PerspectiefErfgoedprogramma0015.32016.82014.02013.520013.5.0.85.7UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten gemeenten sociaal domein014.400000007.15.3.14.43UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten gemeenten sociaal domein0014.40014.40000013.5.0.85.8UEen veilig Groningen met PerspectiefLeefbaarheid en wijkontwikkeling020.000000007.15.3.14.44UEen veilig Groningen met PerspectiefLeefbaarheid en wijkontwikkeling0060.00060.00060.0000013.0.5.85.2UEen veilig Groningen met PerspectiefNationaal Programma Groningen100.28498.306000007.15.3.14.45UEen veilig Groningen met PerspectiefNationaal Programma Groningen0081.03766.38365.29663.119013.5.0.85.6UEen veilig Groningen met PerspectiefNCG bijdrage aan medeoverheden5006.700000007.15.3.14.46UEen veilig Groningen met PerspectiefNCG bijdrage aan medeoverheden00500000013.5.0.85.5UEen veilig Groningen met PerspectiefSociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten6.5847.158000007.15.3.14.47UEen veilig Groningen met PerspectiefSociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten008.8589.8009.8008.5008.00013.5.0.85.9UEen veilig Groningen met PerspectiefSociale agenda015.100000007.15.3.14.48UEen veilig Groningen met PerspectiefSociale agenda0056.8009.8005.80000nvtUEen veilig Groningen met Perspectief(Schade)vergoeding18.727189.775177.8143.8342.33400217Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.5.0.55.15UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel08.000000007.15.3.21.90UEen veilig Groningen met PerspectiefDuurzaam herstel000000013.5.0.50.11UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten NCG (BA)3.0815.084000007.15.3.21.91UEen veilig Groningen met PerspectiefKnelpunten NCG001.5001.50000013.5.0.50.10UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding schade door versterkingsmaatregelen8.31163.450000007.15.3.21.94UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding schade door versterkingsmaatregelen0063.305000013.5.0.50.14UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken in eigen beheer1.720111.650000007.15.3.21.95UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken in eigen beheer00111.650000013.5.0.50.12UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken industrie991.359000007.15.3.21.96UEen veilig Groningen met PerspectiefVersterken industrie001.35900007.15.3.21.93UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding zelf aangebrachte voorzieningen5.5162320000013.5.0.50.9UEen veilig Groningen met PerspectiefVergoeding zelf aangebrachte voorzieningen0002.3342.3340013.5.0.5.3.0OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten186.8941.526.8720000013.5.0.5.3.0OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten001.532.2651.934.9771.719.647791.871694.463218Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen13.5.0.5.3.1OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM fysieke schade0450.4180000013.5.0.5.3.2OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM uitvoeringskosten schade236398.9980000013.5.0.5.3.8OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM waardedaling11860.7470000013.5.0.5.3.9OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM immateriële schade17159.5720000013.5.0.5.3.11OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM versterken industrie3593.0730000013.5.0.5.3.12OEen veilig Groningen met PerspectiefDiverse ontvangsten39.7254.1450000013.5.0.5.3.14OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM versterkingsoperatie146.439389.1830000013.5.0.5.3.15OEen veilig Groningen met PerspectiefNationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)050.0000000013.5.0.5.3.16OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM Nieuwbouwregeling06.6650000013.5.0.5.3.17OEen veilig Groningen met PerspectiefOntvangsten NAM juridische bijstand04.07100000Niet-beleidsartikelen13.40.0.0VAlgemene bedrijfsvoeringVerplichtingen151.89599.238000007.11.0.0VApparaat KerndepartementVerplichtingen00189.086143.43594.05863.863013.40.0.0UAlgemene bedrijfsvoeringUitgaven151.89599.238000007.11.0.0UApparaat KerndepartementUitgaven00189.086143.43594.05863.863013.40.1.1UEigen personeelEigen personeel119.50182.359000007.11.1.7.1UEigen personeelEigen personeel0062.39145.61527.44916.3020219Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 BegrotingsnummersVerplichtingen (V), Uitgaven (U) en Ontvangsten (O)ArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029Totalen7.11.1.7.2UInhuur externenInhuur externen00106.16477.61946.70827.74007.11.1.7.3UOverige personele uitgavenOverige personele uitgaven00727532320190013.40.2.4UOverige materiële uitgavenOverige materiële uitgaven32.39416.879000007.11.1.8.4UBijdrage SSO'sBijdrage SSO's004747474707.11.1.8.5UICTICT007.7367.6847.6497.66907.11.1.8.6UOverige materiële uitgavenOverige materiële uitgaven007.2797.2297.1977.21507.11.1.17.70UBijdrage aan DICTUBijdrage aan DICTU004.7424.7094.6884.700013.40.0.5ONCGNCG46.575117.028000007.11.99.0.0OOntvangstenOntvangsten00176.319168.873128.35484.53457.746220Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 Lijst van afkortingenACMAutoriteit Consument en MarktACVGAdviescollege Veiligheid GroningenAIQArbeidsinkomensquoteANBIAlgemeen nut beogende instellingenATRAdviescollege toetsing regeldrukBARBrexit Adjustment ReserveBBPBruto Binnenlands ProductBESBonaire, Sint Eustatius, SabaBIPMBureau International des Poids en MesuresBMKBBorgstellingsregeling Midden en KleinbedrijfBMKB-GroenBorgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf-GroenBOMBrabantse Ontwikkelings MaatschappijBPMBelasting van personenauto's en motorrijwielenBTWBelasting over de toegevoegde waardeBZMinisterie van Buitenlandse ZakenBZKMinisterie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesCBSCentraal Bureau voor de StatistiekCCSCarbon Capture and StorageCEBCouncil of Europe BankCEPTEuropese Conferentie van administraties voor Post en TelecommunicatieCOLCorona OverbruggingsleningCOVACentraal Orgaan Voorraadvorming AardolieproductenCPBCentraal PlanbureauCSACyber Security ActCSIRTComputer Security Incident Response TeamCSRDCorporate Sustainability Reporting DirectiveCvAECommissie van AanbestedingsexpertsDACIDutch Alternative Credit InstrumentDEIDemonstratieregeling Energie-innovatieDEPDigital Europe ProgrammeDESIIndex Digitale Economie en SamenlevingDFFDutch Future FundDG B&IDirectoraat-Generaal Bedrijfsleven en InnovatieDG E&DDirectoraat-Generaal Economie en DigitaliseringDG K&EDirectoraat-Generaal Klimaat en EnergieDGADatagovernanceverordeningDICTUDienst ICT UitvoeringDMADigital Markets ActDSADigital Services ActDTCDigitaal Trust CentreDTFDeep Tech FundDVIDutch Venture InitiativeDW'sDigitale WerkplaatsenEBNEnergie beheer NederlandECEuropese CommissieECNEnergieonderzoek Centrum NederlandEDIH'sEuropean Digital Innovation HubsEFROEuropees Fonds voor Regionale OntwikkelingEIAEnergie- investeringsaftrekeIDASElectronic Identification, Authentication and trust ServicesEIFEuropees InvesteringsfondsENDExpert National DetachéESAEuropean Space Agency221Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 ESTECEuropean Space Research and Technology CentreETCIEuropean Tech Champions InitiativeETSEmission Trading Scheme/SystemEUEuropese UnieEZMinisterie van Economische ZakenEZKMinisterie van Economische Zaken en KlimaatFINMinisterie van FinanciënFNSFuture Network ServicesFTEFulltime-equivalentFTOFaciliteiten Toegepast OnderzoekGFGroeifaciliteitGGTOStichting Garantiefonds Gespecialiseerde TouroperatorsGHzGigahertzGIAGigabit Infrastructure ActGOGarantie OndernemingsfinancieringGO-CGarantie Ondernemingsfinanciering­CoronaGPAIGlobal Partnership on Artificial IntelligenceHBOHoger Beroeps OnderwijsHERHernieuwbare Energie RegelingHLAHoofdlijnenakkoordHTSMHighTech Systems & MaterialsHVFNederlandse Herstel- en Veerkracht FaciliteitHVPHerstel- en VeerkrachtplanIAInnovatie AttachésIANInnovatie Attaché NetwerkIBOInterdepartementaal BeleidsonderzoekICATInnovation Center for Advanced TherapiesICTInformatie- en communicatietechnologieIEIntellectueel EigendomIenWMinisterie van Infrastructuur en WaterstaatIGFInternet Governance ForumIHHInformatiehuishoudingIMVOInternationaal Maatschappelijk Verantwoord OndernemenINTERREGEuropese Territoriale SamenwerkingIPCInnovatieprestatiecontractenIPCEIImportant Project of Common European InterestIPIInternational Procurement InstrumentIQInnovation QuarterISBIncidentele Suppletoire BegrotingISDEInvesteringsSubsidie Duurzame EnergieITUInternational Telecommunications UnionIUCInkoop UitvoeringscentrumJ&VMinisterie van Justitie en VeiligheidJTFJust Transition FundJTIJoint Technology InitiativesKGGMinisterie van Klimaat en Groene GroeiKIAKennis- en Innovatieagenda'sKKCGarantieregeling Klein Krediet CoronaKNMIKoninklijk Nederlands Meteorologisch InstituutKvKKamer van KoophandelLIOFDe Limburgse industrie- en investeringsbankLS&HLife Sciences and HealthLVVNMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurMARINMaritime Research Institute NetherlandsMBOMiddelbaar beroepsonderwijsMIAMilieu-investeringsaftrek222Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 MITMKB Innovatiestimulering TopsectorenMKBMidden- en KleinbedrijfMOOIMissie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en InnovatieMRBMotorrijtuigenbelastingMSAMARIN Stakeholders AssociationMVOMaatschappelijk Verantwoord OndernemenNBTCNederlands Bureau voor Toerisme en CongressenNCGNationaal Coördinator GroningenNCSCNationaal Cyber Security CentrumNEaNederlandse EmissieautoriteitNENNederlands Normalisatie InstituutNFIANetherlands Foreign Investment AgencyNGFNationaal GroeifondsNIBNetwerk- en informatiebeveiligingNIS2Europese Richtlijn voor Netwerk-en informatiebeveiligingNLRNationaal Lucht- en RuimtevaartlaboratoriumNMINationaal Metrologisch InstituutNMLNederland Maritiem LandNOLAINationaal Onderwijslab AINOMInvesterings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord - NederlandNPCENationaal Programma Circulaire EconomieNPSNet Promoter ScoreNRGNuclear Research and consultancy GroupNSONetherlands Space OfficeNTSNationale Technologie StrategieNVWANederlandse Voedsel- en WarenautoriteitNWONederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekO&WFonds Onderzoek en WetenschapOCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapODAOfficial Development AssistanceOECDOrganisatie voor Economische Samenwerking en OntwikkelingOIMLOrganisation Internationale de Métrologie LégaleOLEVOndernemersloket Economische VeiligheidOost NLDe ontwikkelingsmaatschappij van Oost-NederlandOVBOverdrachtsbelastingPBLPlanbureau voor de LeefomgevingPIANOoProfessioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor OverheidsopdrachtgeversPOKParlementaire Ondervragingscommissie KinderopvangtoeslagPPSPubliek- Private SamenwerkingQDNLQuantum Delta NLRCRRijkscoördinatieregelingRDIRijksinspectie Digitale InfrastructuurR&DResearch and DevelopmentREVRuimtelijk Economische VerkenningRHBRijks HoofdboekhoudingRIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuROMRegionale OntwikkelingsmaatschappijenRRFRecovery and Resilience FacilityRvARaad voor de AccreditatieRVBRijksvastgoedbedrijfRVO.nlRijksdienst voor Ondernemend NederlandRWSRijkswaterstaatRWTRechtspersonen met een Wettelijke taakSBIRSmall Business Innovation ResearchSDEStimulering Duurzame EnergieproductieSEAStrategische Evaluatie Agenda223Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2 SDSSubsidieregeling Duurzame ScheepsbouwSGRStichting Garantiefonds ReisgeldenSISmart IndustrySMOSamenwerkingsmiddelen OnderzoekS&OSpeur- en OntwikkelingswerkSodMStaatstoezicht op de MijnenSRGOSubsidiemodule Regeneratief Geneeskundig OnderzoekSSOShared Service OrganisatieSTWStichting voor de Technische WetenschappenSZWMinisterie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidTEKTegemoetkoming energiekosten mkbTKI'sTopconsortia voor Kennis en InnovatieTNONederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoekTO2Toegepast Onderzoek OrganisatiesTOFToekomstfondskrediet voor OnderzoeksfaciliteitenTOGSTegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19TSETenderregeling Energie-innovatieTTFTitle Transfer FacilityTTTThematische Technology TransferTTWToegepaste en Technische WetenshappenTVLTegemoetkoming vaste lastenUPUUniversal Postal UnionVAMILRegeling Vervroegde Afschrijving Milieu-investeringenVFFVroegefasefinancieringVNVerenigde NatiesVROMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningVSLVan Swinden LaboratoriumVWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en SportWaUWerk aan UitvoeringWBSOWet Bevordering Speur- en OntwikkelingswerkWELMECEuropese samenwerking op wettelijke MetrologieWIBONWet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerkenWODCWetenschappelijk Onderzoek- en DatacentrumWooWet open overheidWOZTWet ongewenste zeggenschap telecommunicatieZBOZelfstandig Bestuursorgaan224Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 591b60d86c00a487

14 okt 2026 · b0a0c71aeaab7da9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.