Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 78c1a5668c33ce9d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 410 IIIVaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2024MEMORIE VAN TOELICHTINGNr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 INHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen51.Leeswijzer52.Beleidsagenda62.1Ministerie van Algemene Zaken63.Beleidsartikel93.1Ministerie van Algemene Zaken94.Dienst Publiek en Communicatie144.1Begroting van baten en lasten144.2Kasstroomoverzicht174.3Overzicht doelmatigheidsindicatoren185.Kabinet van de Koning21A.Algemene doelstelling21B.Rol en verantwoordelijkheid21C.Beleidswijzigingen21D.Budgettaire gevolgen van beleid21E.Toelichting op de financiële instrumenten216.Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten23A.Algemene doelstelling23B.Rol en verantwoordelijkheid23C.Beleidswijzigingen23D.Budgettaire gevolgen van beleid23E.Toelichting op de financiële instrumenten247.Bijlagen25Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk25Bijlage 2: Moties en toezeggingen27Bijlage 3: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda282Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 96.679.000,-89,489,43,13,14,34,31. Eenheid van hetalgemeenregeringsbeleid2. Kabinet van deKoning3. Commissie vanToezicht op deInlichtingen- enVeiligheidsdiensten0100255075Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 7.837.000,-4,84,83,13,1001. Eenheid van hetalgemeenregeringsbeleid2. Kabinet van deKoning3. Commissie vanToezicht op deInlichtingen- enVeiligheidsdiensten01234563Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.De Minister-President, Minister van Algemene ZakenM. Rutte4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1. LeeswijzerDeze memorie van toelichting betreft de begrotingsstaten voor het jaar 2024 van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief die van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie), van het Kabinet van de Koning en van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Bedoelde begrotingen komen in de hoofdstukken 2 tot en met 6 aan de orde. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan het beleid van het ministerie (hoofdstuk 3) en het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (hoofdstuk 4). Daarna wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op het Kabinet van de Koning en in hoofdstuk 6 op de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Voor wat betreft het verstrekken van beleidsinformatie wordt opgemerkt dat de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken, gelet op de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, beperkt aanknopingspunten biedt tot het verstrekken van beleidsinformatie. Dit neemt niet weg, dat in de AZ-begroting ieder jaar zo goed en zo concreet als mogelijk inzicht wordt gegeven in de activiteiten. Waar mogelijk en zinvol zijn deze gevat in output-indicatoren. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften, exclusief het voorschrift voor een centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven maken – met instemming van de Minister van Financiën – onderdeel uit van de programma-artikelen.5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 2. Beleidsagenda2.1 Ministerie van Algemene Zaken2.1.1 BeleidsprioriteitenVoor het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal.Het kabinet is sinds d.d. 7 juli 2023 demissionair. De minister-president en alle ministers en staatssecretarissen hebben hun ontslag ingediend bij de Koning. De Koning heeft deze ontslagaanvraag in overweging genomen, en het demissionaire kabinet gevraagd te blijven doen wat noodzakelijk is. In het debat met de Tweede Kamer op d.d. 10 juli 2023 is besproken dat het kabinet in ieder geval missionair blijft ten aanzien van de steun aan Oekraïne in de strijd tegen de Russische agressie, de verdere aanpak van zowel het toeslagenschandaal als de gevolgen van de aardgaswinning in Groningen en de verdere afwikkeling van de ramp met het toestel MH17. Verder geeft het kabinet met zijn leden tegen de achtergrond van het voorgaande uitvoering aan (grond)wettelijke taken en internationale verplichtingen.Meer in het bijzonder zijn voor het Ministerie van Algemene Zaken gezien de portefeuille van de Minister-President in algemene zin de volgende onderwerpen relevant.VeiligheidNederland dient zich in toenemende mate te verhouden tot nationale en internationale ontwikkelingen die de veiligheid van ons land direct raken. Dreigingen voor de nationale veiligheid nemen toe in complexiteit en veranderlijkheid. Ook groeit de verwevenheid tussen internationale conflicten en de nationale veiligheid1. Met de oorlog in Oekraïne woedt een conflict in Europa met grote gevolgen voor de internationale veiligheid waarvan ook Nederland direct de gevolgen ondervindt. Tegelijkertijd zijn ook andere dreigingen aan de buitengrenzen van Europa, voortvloeiend uit instabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, onverminderd aanwezig. Ook de veranderende geopolitieke verhoudingen tussen de oude en nieuwe mondiale grootmachten raken aan de Nederlandse nationale veiligheid. Mede daarom besloot het kabinet in 2022 tot instelling van de Nationale Veiligheidsraad (NVR), wat een directe uitwerking is van het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. De NVR is een nieuwe onderraad en vormt een aanvulling op de reeds bestaande Raad Veiligheid en Inlichtingen (RVI) en de Raad Defensie en Internationale, Nationale en Economische Veiligheid (RDINEV). De NVR biedt ruimte voor strategische en verdiepende multidisciplinaire analyses, die inmiddels meermaals en over diverse thema’s plaatsgevonden hebben.Een terroristische aanslag in Nederland blijft voorstelbaar, want de dreiging is aanzienlijk en in de eerste helft van 2023 zelfs toegenomen. Een gezamenlijk overheidsoptreden blijft daarom essentieel. Dat reikt van onderkennen van dreigingen, verstoring van aanslagplannen, strafvervolging en detentie tot begeleiding, deradicalisering en re-integratie. De 1 Zie de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veiligheidsstrategie-voor-het-koninkrijk-der-nederlanden/documenten/publicaties/2023/04/03/veiligheidsstrategie-voor-het-koninkrijk-der-nederlanden6Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 grootste dreiging komt nog altijd uit jihadistische kring, maar rechtsradicalisme en verder opkomend anti-institutioneel extremisme vormen eveneens in toenemende mate een punt van zorg.Digitale processen zijn tegenwoordig onmisbaar voor het ongestoord en naar behoren functioneren van onze maatschappij. De digitale en fysieke wereld zijn meer dan ooit met elkaar verweven. Cyberaanvallen op onze digitale infrastructuur tasten het functioneren van onze samenleving dan ook aan en kunnen zelfs leiden tot verlamming ervan. Digitale weerbaarheid blijft dus ook voor onze nationale veiligheid van groot belang, temeer omdat ook de digitale dreiging groot blijft en de aard van de dreiging veranderlijk is. Hetzelfde geldt voor economische en kennisveiligheid. Het is ons nationale belang om de verworvenheden van de interne markt, het multilaterale handelsstelsel en de vrijheid van onderwijs en onderzoek overeind te houden, maar tegelijkertijd te werken aan onze weerbaarheid ten aanzien van de kwetsbaarheden die een open economie en vrije kenniscultuur met zich meebrengen. Misbruik daarvan mag niet leiden tot aantasting van onze nationale veiligheid. Ongewenst kennisverlies, oneigenlijke concurrentie en ongewenste strategische afhankelijkheden moeten waar mogelijk worden voorkomen. Daartoe wegen we economische, kennis- en veiligheidsbelangen zowel op nationaal, Europees als mondiaal niveau.BuitenlandNederland is een relatief klein en open land en investeren in internationale samenwerking is voor ons daarom van cruciaal belang. Ten eerste is dit van financieel-economisch belang, gezien de nauwe handelsbanden die Nederland wereldwijd onderhoudt. Daarnaast heeft Nederland internationaal een boodschap uit te dragen op het gebied van rechtsstaat, mensenrechten en verduurzaming. Tot slot heeft Nederland als klein welvarend land belang bij een stabiele wereldorde, gebaseerd op goed functionerende multilaterale instellingen. Vanuit deze uitgangspunten zet Nederland in op een constructieve houding in de VN, de NAVO, de EU en in andere multi- en bilaterale samenwerkingsverbanden. De oorlog in Oekraïne heeft eens te meer het belang benadrukt van onze inbedding in deze verbanden. Vooral de relevantie van de NAVO is weer duidelijk voor het voetlicht gekomen, en investeringen in Defensie, waar mogelijk in samenwerking met NAVO-partners, zullen de komende jaren verder vorm moeten krijgen.Bij veel van de vraagstukken waar Nederland de komende periode voor staat, speelt de EU blijvend een essentiële rol. Denk aan klimaatverandering, digitalisering, migratie, interne veiligheid en defensie. De versterking van de economie en werkgelegenheid moet gepaard gaan met verduurzaming en digitalisering. Voor al deze uitdagingen geldt dat een handelingsbekwame Unie van groot belang is. Sterke lidstaten zijn de basis van een sterke Unie. Voor Nederland blijft het belangrijk dat lidstaten de benodigde structurele hervormingen daadwerkelijk doorvoeren om zo economisch sterker en weerbaarder te worden. De Green Deal en de digitale strategie van de Europese Commissie vormen de basis voor de versterking van de concurrentie- en innovatiekracht van de Unie. De Unie is sterk als de fundamenten van goed bestuur en de democratische rechtsstaat stevig zijn verankerd in de lidstaten en de instellingen, en lidstaten gemaakte afspraken nakomen.Tegen deze achtergrond zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat in Europees verband voortgang wordt geboekt op de eigen prioriteiten. Het gaat daarbij om het realiseren van de EU als krachtige geopolitieke speler, het stimuleren van de opwaartse sociale en economische convergentie en 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 het versterken van de rechtsstaat en goed bestuur. Binnen deze agenda zijn een slagvaardige migratieaanpak, een toekomstgerichte agenda voor veiligheid, een sterke en duurzame economie, een effectief klimaatbeleid, digitalisering en een EU die de eigen belangen en waarden verdedigt in de wereld belangrijke thema’s. Nederland zal eveneens aandacht blijven vragen voor het functioneren van de EU, zowel wat betreft de instellingen als de lidstaten, zodat concrete resultaten kunnen worden geboekt. Ook zal Nederland zich waar mogelijk inzetten voor nauwe samenwerking met het VK.2.1.2 OpenbaarheidsparagraafHet Ministerie van Algemene Zaken zet in 2024 de reeds ingezette verbeteringen van de informatiehuishouding voort. De middelen hiertoe worden toegekend in het kader van het Rijksbrede programma Open op Orde en bedragen € 840.000 voor 2024, 2025 en 2026. De toegekende middelen voor deze operatie worden besteed aan versterking van de personele capaciteit, het programmateam en waar nodig inhuur van specialisten – zoals voor emailarchivering. Het budget voor de verbetering van de informatiehuishouding wordt vooral besteed aan de versterking van het projectteam informatiehuishouding. Er zal verder gewerkt worden aan de het project emailarchivering, het openbaar maken van stukken en het vormgeven van het nieuwe Document Management Systeem (DMS) DIAZ. Daarnaast werkt het Ministerie van Algemene Zaken aan het bewustzijn op dit onderwerp door opleidingen en andere acties.2.1.3 Planning Strategische Evaluatie AgendaTabel 1 Planning Strategische Evaluatie AgendaThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotingsartikelCommunicatie: campagnesEvaluatie onderzoek2024Jaarevaluatie campagnes 20231Voor een verdere onderbouwing van de strategische evaluatie agenda zie «Bijlage 3: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda».8Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 3. Beleidsartikel3.1 Ministerie van Algemene Zaken3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleidA. Algemene doelstellingHet Ministerie van Algemene Zaken coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (artikel 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor «het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid». Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Daarnaast is de Minister-President verantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke positie van de WRR als adviesorgaan voor de langetermijn-ontwikkelingen en vraagstukken die de samenleving beïnvloeden. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tevens heeft de Minister-President de beheersmatige verantwoordelijkheid voor het onafhankelijk toezicht en toetsing op de veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) bestaande uit de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Alle ministers dragen op grond van artikel 42 van de Grondwet ministeriële verantwoordelijkheid, maar in de praktijk is het in de eerste plaats de Minister-President die daarover in de Kamer verantwoording aflegt, eventueel met één of meer betrokken ministers.C. BeleidswijzigingenNiet van toepassing.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)2022202320242025202620272028Verplichtingen83.71386.34589.37286.29389.29689.29489.294Uitgaven78.47086.34589.37286.29389.29689.29489.2941.1 Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD)1.3132.4252.4252.4405.3725.3725.3721.2 Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR)4406446446446446446441.3 Apparaatsuitgaven45.05049.97653.46450.95051.02051.01851.0181.4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)1.0071.9061.9061.9061.9071.9071.907Bijdrage aan agentschap1.5 Dienst Publiek en Communicatie30.66031.39430.93330.35330.35330.35330.353Ontvangsten6.4024.7864.7864.7864.7864.7864.786BudgetflexibiliteitHet grootste deel van de uitgaven bij het Ministerie van Algemene Zaken zijn apparaatsuitgaven. Op het totaal begrote bedrag van € 96,7 miljoen (inclusief KvdK en CTIVD) is een relatief klein bedrag van € 3 miljoen voor het jaar 2024 opgenomen als programma-uitgaven, wat neerkomt op 3,2% van de totale begroting van het Ministerie van Algemene Zaken. In verband met het beleidsarme karakter van het Ministerie van Algemene Zaken vindt er geen verdere uitsplitsing plaats naar geschatte budgetflexibiliteit.E. Toelichting op de financiële instrumentenDe hogere uitgaven in 2024 hangen onder andere samen met de verbetering van de informatiehuishouding.In 2023 vindt er een kasschuif plaats van € 2,7 miljoen naar 2024 in verband met de huisvestingskosten van het Ministerie van Algemene Zaken. De hogere stand in het budget voor het jaar 2024 ten opzichte van het jaar 2023 wordt voornamelijk verklaard door deze kasschuif.De bijdrage voor het categoriemanagement vakliteratuur en abonnementen voor de periode 2021-2025 is overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Financiën: in 2021 € 0,6 miljoen en vanaf 2022 t/m 2025 € 2,7 miljoen. Dit verklaart het verschil tussen het budget in de jaren 2025 en 2026.1.1. Coördinatie van het algemene communicatie- en regeringsbeleidAlgemeen RegeringsbeleidBeraadslaging en besluitvorming over het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid van beleid is de taak van de ministerraad. Deze staat onder voorzitterschap van de Minister-President. Het Kabinet van de Minister-President ondersteunt de Minister-President in deze taak in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst.10Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Uit het oogpunt van taakverdeling en efficiënte besluitvorming worden voorstellen waarover de ministerraad dient te besluiten veelal eerst voorgelegd aan een onderraad van de ministerraad. Een dekkend stelsel van onderraden bestrijkt het gehele terrein van rijksbeleid. De Minister-President is voorzitter van alle onderraden. Naast de ministerraad functioneert de ministerraad van het Koninkrijk (de zogeheten rijksministerraad). Aan de vergaderingen van de rijksministerraad nemen naast de leden van de ministerraad gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel. In de vergadering van de rijksministerraad komen alle aangelegenheden van het Koninkrijk aan de orde die meer dan één van de landen raken.Gemeenschappelijk CommunicatiebeleidDe woordvoering van de Minister-President en de ministerraad is een taak van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Daarnaast werkt de RVD intensief samen met de directies Communicatie van de ministeries om het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Rijksoverheid vorm te geven en uit te voeren. De directeuren Communicatie en de directeur van de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) komen hiertoe tweewekelijks samen in de Voorlichtingsraad (VoRa).De VoRa ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie, is verantwoordelijk voor de coördinatie en uitvoering van interdepartementale communicatie-activiteiten en bundelt de uitvoering via het agentschap DPC. De Rijksvoorlichtingsdienst coördineert het algemeen communicatiebeleid van de Rijksoverheid.Rijks- en kabinetsbrede communicatieHet communicatiebeleid is geënt op drie kernbegrippen: eenduidigheid (in vorm en inhoud), herkenbaarheid en toegankelijkheid. Deze kernbegrippen krijgen concreet vorm in bijvoorbeeld de afstemming tussen publieks- en persvoorlichters, persberichten over ministerraadsbesluiten, het beheer van de rijksbrede huisstijl, het informeren van het algemeen publiek en specifieke doelgroepen via publiekscampagnes en de verdere ontwikkeling en het beheer van de rijksbrede website Rijksoverheid.nl.In 2021 heeft de VoRa besloten zijn jaarprogramma met ingang van 2022 te vervangen door een meerjarig communicatieprogramma. Hiervoor is gekozen omdat het realiseren van de meeste ambities een langere adem vergt dan één jaar. Het VoRa-werkprogramma draagt bij aan efficiënte en effectieve communicatie van kabinet en Rijksoverheid. De volgende uitgangspunten staan hierbij centraal: duidelijke communicatie over kabinetsbeleid, een behulpzame overheid die informatiebehoeften van mensen centraal zet en een participerende en minder hiërarchische Rijksoverheid die vaker naast andere partijen staat en minder erboven en maatschappelijke initiatieven de ruimte geeft.In het VoRa-werkprogramma 2022-2025 staan verschillende projecten die onder de verantwoordelijkheid van de VoRa en via daaronder ressorterende interdepartementale werkgroepen worden uitgevoerd. Denk hierbij aan inclusieve(re) overheidscommunicatie, meer communiceren vanuit levensgebeurtenissen en het versterken van de interne en corporate communicatie. Het project ‘Alles begint bij contact’ bestaat uit enkele actielijnen die de Rijksoverheid en het kabinet ondersteunen bij het betekenisvol in contact zijn met de samenleving.11Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 1.2 Bijdrage aan de langetermijnbeleidsontwikkelingDe Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De WRR draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier bij aan dergelijke inzichten. De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms ‘leeft’ een onderwerp al bij de start van een WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat.De raad kan zelfstandig en onafhankelijk onderwerpen agenderen die naar zijn oordeel een grote mate van urgentie en maatschappelijke relevantie bezitten. Tegelijkertijd staat de raad in nauwe verbinding met de ambtelijke en politieke instanties die betrokken zijn bij de totstandkoming van het regeringsbeleid. De raad stelt zijn voorgenomen activiteiten vast in een werkprogramma, na overleg met de minister-president, gehoord de Ministerraad.Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op sector overstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid. De WRR houdt zich vanuit dit perspectief bezig met een aantal brede thema’s die als volgt kunnen worden geformuleerd: 1) Welvaart en welzijn, 2) Burger en overheid, 3) Nederland in de wereld en 4) Digitalisering. De WRR concretiseert deze thema’s in zijn werkprogramma.WerkwijzeDe WRR staat in constante verbinding met zijn omgeving die bestaat uit onder meer burgers, regering en parlement, overheidsorganisaties, universiteiten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en internationale instellingen. Daarbij werkt de WRR met een dynamisch werkprogramma. Er worden meer suggesties gedaan voor onderwerpen dan de acht parallelle projecten die de WRR gemiddeld met zijn huidige capaciteit aankan. Ook zien raad en staf meestal meer relevante onderwerpen dan de capaciteit toestaat. Dat betekent dat de raad scherpe keuzes moet maken met betrekking tot zijn werkprogramma en de balans tussen gevraagde en ongevraagde adviezen moet bewaken.De WRR hanteert een werkwijze die uitgaat van productdifferentiatie en maatwerk. Naast formeel advies aan de regering, verkennende studies, artikelen, essays en internetbijdragen organiseert de raad ook mondelinge briefings en bijdragen aan een gerichte beleidsdialoog met het kabinet en de beide Kamers. Niet ieder onderwerp leidt tot een geschreven advies. Soms kiest de WRR voor een andere vorm, zoals een bijeenkomst met leden van het kabinet, topambtenaren en experts – vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Ter bevordering van de ‘netwerksynergie’ met de adviescolleges van de Kaderwet Adviescolleges en de planbureaus, voert de raad regulier overleg met de voorzitters en secretarissen van deze instellingen. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.12Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Tabel 3 Activiteiten en prestatiegegevens2024Rapporten, Verkenningen, Policy Briefings3Overige publicaties5Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden20Overige briefings met beleidsmakers15Conferenties, workshops, expertmeetings12Lezingen en debatten50In 2023 ging de nieuwe raadsperiode van start. Dit betekent dat conform de dakpanconstructie de huidige raadsleden één voor één zullen stoppen en nieuwe raadsleden zullen aantreden. In 2024 treden Maarten Lindeboom, Tanja van der Lippe, Andrea Evers en Ab Klink tot de raad toe. Daarnaast nemen we afscheid van de adviserende leden Mark Bovens, Godfried Engbersen en Ernst Hirsch Ballin. Verder staat 2024 in het teken van de aanbevelingen die door de evaluatiecommissie zijn gedaan en de in de zelfstudie geformuleerde ambities. In 2024 verwacht de WRR de publicaties: ‘Klimaatbeleid voor de lange termijn’ en ‘Kantelende wereldorde’. Verder zet de WRR in op activiteiten ten behoeve van de doorwerking van eerder verschenen rapporten. In de Springerserie Research for Policy verschijnt de vertaalde uitgave van het rapport ‘Klimaatrechtvaardigheid’.Voor de inhoudelijke beschrijvingen van de projecten wordt verwezen naar de website van de WRR: www.WRR.nl.Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.Momenteel ligt de «tijdelijke wet specifieke voorzieningen onderzoeken AIVD en MIVD» ter behandeling voor in de Tweede Kamer. Deze wet brengt wijzigingen mee voor de wijze van toetsing van de TIB en creëert een beroepsmogelijkheid. Om aan de nieuwe wettelijke taken te kunnen voldoen, is het secretariaat uitgebreid.Met de TIB zal zoveel mogelijk worden omgegaan als een met de CTIVD vergelijkbaar college.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 4. Dienst Publiek en Communicatie4.1 Begroting van baten en lastenBegroting van baten en lastenDe kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt met de uitvoering ervan. De uitvoering van de communicatiediscipline is belegd bij het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het batenlastenagentschap DPC is belast met:–ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de communicatie met publiek en professionals;–ontwikkelen en in stand houden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidscommunicatie en–rijksbreed adviseren, begeleiden en inkoop van communicatiebestedingen als Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC) en aankoopcentrale voor de categorie communicatie.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Tabel 4 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet 2022Vastgestelde begroting 202320242025202620272028Baten- Omzet143.208134.836145.474144.129144.126143.542143.542waarvan omzet moederdepartement28.73329.27030.93330.35330.35330.35330.353waarvan omzet overige departementen97.24368.31874.26973.50473.50172.91772.917waarvan omzet derden17.23237.24840.27340.27340.27340.27340.273Rentebaten840‒‒‒‒‒Vrijval voorzieningen00‒‒‒‒‒Bijzondere baten1660‒‒‒‒‒Totaal baten143.459134.836145.474144.129144.126143.542143.542LastenApparaatskosten- Personele kosten21.46722.17925.08224.87025.21724.88424.692waarvan eigen personeel19.32421.17924.08223.87024.21723.88423.692waarvan inhuur externen1.6731.0001.0001.0001.0001.0001.000waarvan overige personele kosten4700‒‒‒‒‒- Materiële kosten120.308113.265120.392119.260118.909118.659118.851waarvan apparaat ICT5.57310.4256.8586.7556.7556.7556.755waarvan bijdrage aan SSO's00‒‒‒‒‒waarvan overige materiële kosten114.735102.840113.534112.504112.153111.903112.095Rentelasten00Afschrijvingskosten00‒‒‒‒‒- Materieel00‒‒‒‒‒waarvan apparaat ICT00‒‒‒‒‒waarvan overige materiële afschrijvingskosten00- Immaterieel00‒‒‒‒‒Overige lasten730‒‒‒‒‒waarvan dotaties voorzieningen80waarvan bijzondere lasten650‒‒‒‒‒Totaal lasten141.848135.444145.474144.129144.126143.542143.542Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening1.611‒ 60800000Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten1.611‒ 60800000Totaaloverzicht Baten/LastenDe totale omzet van DPC stijgt in 2024 naar verwachting met circa 10 miljoen ten opzichte van 2023. Dit wordt met name veroorzaakt door opdrachten in het kader van rijksbrede programma’s oftewel projecten zoals Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Werk aan Uitvoering (WAU). De omzet van DPC wordt in belangrijke mate bepaald door de omvang van de media-inkoop van de overige departementen en derden zoals ZBO’s en RWT’s.15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 BatenOmzet moederdepartementDit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor opdrachten voortkomend uit de uitvoering van gemeenschappelijke taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen. Deze post bevat de bijdrage voor producten die gefinancierd worden vanuit de zogenaamde taakbijdrage voor de gemeenschappelijke communicatiediensten.Tabel 5 Taakbijdrage per product (bedragen x €1.000)Product2024Realisatie 2022Programma's1.7031.701Professionalisering1.3681.288Beeldadvies1.8701.288Campagnes2.4891.958Communicatiecapaciteit1.011686Communicatieonderzoek2.5432.159Inkoopadvies1.5481.668Media-inkoop00Online advies10.94111.490Redactie Rijksoverheid.nl6.8873.832Rijksportaal573663Vraagbeantwoording03.197Totaal30.93329.930Omzet overige departementenDe omzet bevat tevens de media-inkoop van de overige departementen, die via DPC plaatsvindt. Het gaat hierbij om een geraamd bedrag van€ 74,4 miljoen in 2024. Dit betreft dus geen reguliere bijdragen van de departementen. De kosten die hiermee samenhangen zijn terug te vinden binnen de materiële kosten.Omzet derdenNaast de departementen en de daaronder ressorterende organisaties kunnen ook zbo’, rwt’s, staatsdeelnemingen en medeoverheden gebruik maken van de complete mediadienstverlening. Het aandeel in de totale mediaomzet van deze derden bedraagt ongeveer de helft van het totale volume van circa € 80 miljoen.LastenPersonele kostenDe post personeelskosten omvat de kosten van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. De formatie van DPC zal naar verwachting in 2024 238 fte bedragen.Materiële kostenHet grootste deel van de materiële kosten worden bepaald door de inkoop van mediaruimte. De dienst is grotendeels gehuisvest in panden van het Ministerie van Algemene Zaken. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten.Saldo van baten en lastenDe verwachting is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 4.2 KasstroomoverzichtTabel 6 Kasstroomoverzicht over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)2022 Stand slotwet2023 Vastgestelde begroting202420252026202720281.Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen38.79026.66426.05626.05626.05626.05626.056+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom151.299134.836145.474144.129144.126143.542143.542-/- totaal uitgaven operationele kasstroom150.504135.444145.474144.129144.126143.542143.5422.Totaal operationele kasstroom795‒ 60800000-/- totaal investeringen0000000+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen00000003.Totaal investeringskasstroom0000000-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 1185000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement0000000-/- aflossingen op leningen0000000+/+ beroep op leenfaciliteit00000004.Totaal financieringskasstroom‒ 1.1850000005.Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)38.40026.05626.05626.05626.05626.05626.056ToelichtingHet kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven- en ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen en derden die via DPC lopen. Hoewel DPC hierop niet direct kan sturen, vormen zij een belangrijk onderdeel van de totale omzet van DPC alsmede van de operationele kasstroom, die om die reden gelijk wordt verondersteld aan de omzet. Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media-omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 4.3 Overzicht doelmatigheidsindicatorenTabel 7 Overzicht doelmatigheidsindicatoren2022 Stand slotwet2023 Vastgestelde begroting2024Omschrijving Generiek DeelSaldo van baten en lasten (%)1,12%‒ 0,5%0,0%FTE-totaal (excl. externe inhuur)187,1233,4238Ziekteverzuimpercentage5,90%2,6%2,6%Omschrijving Specifiek DeelAantal beantwoorde vragen per telefoon158.184190.000130.500Service niveau telefonie74,10%80% binnen 40 sec.80% binnen 40 sec.Burgertevredenheid telefonie4,44,04,0Aantal beantwoorde vragen per e-mail60.01280.00042.500Service niveau e-mail88,50%95% binnen 2 werkdagen95% binnen 2 werkdagenBurgertevredenheid e-mail3,43,03,0Media-index RTV31,60%25,0%25,0%Media-index Interactieve Media7,60%10,0%10,0%Media-index Print15,30%17,5%17,5%Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online94%75%75%Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online100%99,90%99,90%Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl223.887.10678.000.00078.000.000Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl6,57,07,0Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nl90%75%75%Aantal bezoeken platformwebsites132.329.495109.000.000109.000.000ToelichtingNaast de generieke indicatoren geven de specifieke indicatoren inzicht in de dienstverlening van DPC met het grootste deel van de totale omzet.Saldo van baten en lastenHet saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. DPC streeft ernaar kostendekkend te zijn.Fte-totaal (exclusief externe inhuur)Deze indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van DPC zich in fulltime equivalenten (fte) ontwikkelt en geeft het maximum aantal in te zetten fte weer. Naast inzet van ambtelijke fte’s is tevens sprake van externe inhuur.ZiekteverzuimpercentageDPC streeft ernaar om onder de Verbaannorm te blijven.Aantal beantwoorde vragen per telefoonDeze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.Serviceniveau telefonieDeze indicator geeft aan welk percentage van de telefonisch gesprekken binnen 40 seconden is opgenomen.Burgertevredenheid telefonieResultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Aantal beantwoorde vragen per e-mailDeze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.Service niveau e-mailDeze indicator geeft aan welk percentage van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen correct afgehandeld dient te worden.Burgertevredenheid e-mailResultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld.Media-index RTVDeze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt.Media-index Interactieve MediaDe index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling, omdat het tarief in dit geval door vraag en aanbod wordt bepaald.Media-index PrintDeze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer, dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en op out-of-home elementen (o.a. muppie, billboard, abri) ten opzichte van de situatie waarbij op individueel niveau media zou zijn ingekocht. Beide mediumtypen hanteren nog steeds een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling, waardoor het rijksmediabureau het behaalde voordeel kan bepalen.Technisch-functionele toegankelijkheid Platform RijksoverheidDPC laat het Platform Rijksoverheid Online jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen. Een 100% score is in de praktijk niet mogelijk en niet iedere webpagina kan getest worden.Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid OnlineDeze indicator staat voor de beschikbaarheid van het Platform Rijksoverheid Online en daarmee de toegang tot informatie voor de bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.Aantal bezoeken Rijksoverheid.nlDeze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nlResultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit het perspectief van de bezoeker beoordeeld.Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nlDPC laat Rijksoverheid.nl jaarlijks, of bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige- en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen. Een 100% score is in de praktijk niet mogelijk en niet iedere webpagina kan getest worden.Aantal bezoeken platformwebsitesDeze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid. nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Het Platform biedt de verschillende websites veiligheid, voldoende toegankelijkheid en efficiency. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.20Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 5. Kabinet van de KoningA. Algemene doelstellingOndersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het Kabinet van de Koning. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en het Kabinet van de Koning zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus. Het Kabinet van de Koning valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.C. BeleidswijzigingenNiet van toepassing.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 8 Budgettaire gevolgen art.2 Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)2022202320242025202620272028Verplichtingen2.9923.1583.0513.0393.0273.0273.027Uitgaven2.9923.1583.0513.0393.0273.0273.027Kabinet van de Koning2.9923.1583.0513.0393.0273.0273.027Ontvangsten2.9963.1593.0513.0393.0273.0273.027BudgetflexibiliteitZie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.E. Toelichting op de financiële instrumentenHet Kabinet van de Koning is een kleine, eigenstandige overheidsorganisatie, die de Koning ondersteunt. De taken van het Kabinet van de Koning omvatten met name:–informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;21Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 –aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;–opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;–behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij het Kabinet van de Koning aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. Het Kabinet informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften en–registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.De uitgaven van het Kabinet van de Koning worden rechtstreeks doorbelast naar de begroting van de Koning. Deze doorbelasting leidt tot ontvangsten op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 6. Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en VeiligheidsdienstenA. Algemene doelstellingOp grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De algemene doelstelling van de CTIVD is het in onafhankelijkheid toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) door middel van het doen van onderzoeken en het publiceren van de uitkomsten daarvan, alsmede het adviseren aan de betrokken ministers over zaken die voortvloeien uit deze wetten, het behandelen van klachten, en van meldingen over misstanden.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de CTIVD. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus.C. BeleidswijzigingenMomenteel ligt de tijdelijke wet «onderzoek AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma» ter behandeling voor in de Tweede Kamer. Deze wet brengt een belangrijke wijziging met zich mee voor het toezicht van de CTIVD. Daarbij zal het toezicht van de CTIVD, naast het reguliere toezicht zoals diepteonderzoeken, worden uitgebreid met toezichtactiviteiten tijdens de uitvoering van de inzet van bijzondere bevoegdheden, met deels bindende oordelen en zal een hogere beroepsmogelijkheid gecreëerd worden. Om aan de nieuwe wettelijke taken te kunnen voldoen, wordt het secretariaat uitgebreid.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 9 Budgettaire gevolgen van art.1 Commissie van Toezicht op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)2022202320242025202620272028Verplichtingen2.0994.3414.2564.2564.2574.2574.257Uitgaven2.1604.3414.2564.2564.2574.2574.257Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten2.1604.3414.2564.2564.2574.2574.257Ontvangsten2000000BudgetflexibiliteitZie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenDe Commissie bestaat uit twee afdelingen, de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling.De afdeling toezicht is belast met:–het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;–het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen. Desgewenst kan de commissie Onze betrokken Ministers vragen deze inlichtingen en adviezen ter kennis van een of beide kamers der Staten-Generaal te brengen, waarbij de werkwijze zoals beschreven in artikel 113 van overeenkomstige toepassing is;–het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers ter zake van de uitvoering van artikel 59.4 en–het toezicht op de toepassing van de bevoegdheid van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de doelmatigheid en proportionaliteit van de toepassing van deze bevoegdheid.De afdeling klachtbehandeling is belast met:–het onderzoeken en beoordelen van klachten–het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 7. BijlagenBijlage 1: VerdiepingshoofdstukArtikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleidTabel 10 Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 202382.81581.72381.36384.12784.1250Mutatie Nota van Wijziging 2023000000Mutatie amendement 2023000000Mutatie 1e suppletoire begroting 20233.5307.6324.9135.1525.1525.152Nieuwe mutatiesExtrapolatie‒‒‒‒‒84.125Additioneel budget Informatiehuishouding 2024 overboeking BZK01717171717Stand ontwerpbegroting 202486.34589.37286.29389.29689.29489.294Tabel 11 Ontvangsten beleidsartikel (bedragen x € 1.000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 20234.6724.6724.6724.6724.6720Mutatie Nota van Wijziging 2022000000Mutatie amendement 2022000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2022114114114114114114Nieuwe mutaties000000Extrapolatie‒‒‒‒‒4.672Stand ontwerpbegroting 20244.7864.7864.7864.7864.7864.786Artikel 2 Kabinet van de KoningTabel 12 Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 20232.9592.8822.8712.8592.8590Mutatie Nota van Wijziging 2022000000Mutatie amendement 2022000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2022199168167167167167Nieuwe mutaties000000Extrapolatie‒‒‒‒‒2.859Additioneel budget Informatiehuishouding KvdK011111Stand ontwerpbegroting 20243.1583.0513.0393.0273.0273.02725Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Tabel 13 Ontvangsten beleidsartikel (bedragen x € 1000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 20232.9592.8822.8712.8592.8590Mutatie Nota van Wijziging 2022000000Mutatie amendement 2022000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2022200168167167167167Nieuwe mutaties000000Extrapolatie‒‒‒‒‒2.859Ontvangsten a.g.v. Additioneel budget Informatiehuishouding KvdK011111Stand ontwerpbegroting 20243.1593.0513.0393.0273.0273.027Artikel 3 Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en VeiligheidsdienstenTabel 14 Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 20234.0834.0284.0284.0284.0280Mutatie Nota van Wijziging 2022000000Mutatie amendement 2022000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2022258228228229229229Nieuwe mutaties000000Extrapolatie‒‒‒‒‒4.028Stand ontwerpbegroting 20244.3414.2564.2564.2574.2574.257Tabel 15 Ontvangsten beleidsartikel (bedragen x € 1.000)202320242025202620272028Stand ontwerpbegroting 2023000000Mutatie Nota van Wijziging 2022000000Mutatie amendement 2022000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2022000000Nieuwe mutaties000000Extrapolatie‒‒‒‒‒0Stand ontwerpbegroting 202400000026Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Bijlage 2: Moties en toezeggingenTabel 16 Door de Staten-Generaal aanvaarde motiesOmschrijving van de motieVindplaatsStand van zakenMotie-Segers/ Bromet over alternatieven voor vervoer per regeringsvliegtuig nadrukkelijker aan de orde laten komen (36 200-III, nr. 9).Begrotingsbehandeling 2022, 11 oktober 2022Afgedaan. Brief van 7 juli 2023 Aanpassing gebruik regeringsvliegtuig (Kamerstukken II 2022/2023, 36200-XII, nr. 117)Tabel 17 Door bewindslieden gedane toezeggingenOmschrijving van de toezeggingVindplaatsStand van zakenDe constitutionele aspecten van een ontslag van een staatssecretaris op voordracht van de minister-president zullen in kaart worden gebracht.Begrotingsbehandeling 2022, 11 oktober 2022Afgedaan. Brief Instelling adviescollege inzake artikel 57 Grondwet van 15 mei 2023 (Kamerstukken II 2022/2023, 35896, nr. 26). De minister van BZK heeft een adviescollege ingesteld dat gaat adviseren over o.a. ontslag van staatssecretarissen (adviescollege inzake de werking van artikel 57 van de Grondwet).27Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2 Bijlage 3: Uitwerking Strategische EvaluatieagendaTabel 18 Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleidThemaType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBegrotingsartikelCommunicatie: campagnesEvaluatie onderzoek2024Jaarevaluatie campagnes 20231Het Ministerie van Algemene Zaken kent geen specifiek beleidsveld, de begroting van Algemene Zaken is een beleidsarme begroting. Om deze reden is er geen (uitgebreide) strategische evaluatieagenda opgenomen in de begroting van Algemene Zaken. Wel wordt ieder jaar gekeken welke evaluaties met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van het uitgevoerde beleid zijn of worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse evaluatie van de campagnes.28Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 III, nr. 2
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.