KamerkringInloggen
Kamerbrief

Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015: deelproduct A2

7 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 153632c3d1d36566 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 538Zorg en maatschappelijke ondersteuningNr. 362 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 oktober 2024In de vorige kabinetsperiode is afgesproken dat in samenwerking metgemeenten een houdbaarheidsstudie ten aanzien van de Wmo 2015 wordtopgezet en uitgevoerd. Een dergelijke studie is noodzakelijk omdat er eenweinig precies beeld is van hoe de Wmo 2015 zich in de nabije toekomstgaat ontwikkelen met het oog op onder andere de demografischeontwikkelingen (vergrijzing). Dit inzicht is echter wel nodig om op basisvan dit inzicht ook gerichter aan een passende vormgeving en uitvoeringvan de Wmo 2015 van de toekomst te kunnen werken.De totale studie bestaat uit twee fases. Onderzoeksfase A betreft vooraleen analysefase met verschillende deelstudies en in onderzoeksfase Bwordt gekeken naar verschillende beleidsopties en mogelijke maatregelendie een bijdrage zouden kunnen leveren aan de houdbaarheid van deWmo 2015. Op 5 februari 20241 heeft uw Kamer het eerste deelproductvan dit onderzoekstraject ontvangen, de historische analyse Wmo 2015.Hierin is een overzicht van de ontwikkelingen van de Wmo 2015 uiteen-gezet en wordt de complexiteit van de wet, onder andere door de somslastige bestuurlijke- en financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten,geschetst. De historische analyse Wmo 2015 biedt een stevig raamwerkvoor de verdere houdbaarheidsstudieHet houdbaarheidsonderzoek is een gezamenlijk traject van Rijk engemeenten, waarin gezamenlijk en onafhankelijk onderzoek gedaan wordtnaar de houdbaarheid van de Wmo 2015 en welke maatregelen (optermijn) getroffen zouden moeten worden om een bijdrage te kunnen televeren aan de houdbaarheid. De onderzoeken uit de analysefase wordenseparaat opgeleverd en zonder uitgebreide beleidsmatige duidingaangeboden aan uw Kamer. Het is van belang dat de beleidsmatigeduiding van de onderzoeken plaatsvindt op basis van een totaalbeeld. De1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 538, nr. 357 kst-29538-362ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 538, nr. 3621 samenwerkende partijen zijn dan ook heel voorzichtig met het trekken vanmogelijke conclusies en deze voorzichtigheid omarm ik.Bijgevoegd aan deze Kamerbrief vindt u het tweede deelproduct: «Desociale basis en de houdbaarheid van de Wmo». In dit onderzoek staat devraag centraal wat de relatie is tussen (gemeentelijke beleidskeuzes in) desociale basis en de Wmo-maatwerkvoorzieningen. Het onderzoek dientmeer inzicht te geven in:•de (ontwikkeling van) sturing van gemeenten ten aanzien van desociale basis;•hoe de sociale basis zich verhoudt tot de maatwerkvoorzieningenbinnen de Wmo 2015, en,•welke uitgaven hier mee gepaard gaan.Het onderzoek is in samenwerking uitgevoerd door het Verwey-JonkerInstituut, BMC en bureau Anderzoek, in afstemming en begeleid door deMinisteries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zakenen Koninkrijkrelaties, Financiën en de VNG/gemeenten. Het onderzoeks-rapport biedt interessante inzichten die relevant zijn voor de discussieomtrent de houdbaarheid van de Wmo 2015 en die ook betrokken wordenin de volgende fase van deze brede studie. De onderzoekers schetsen hetvolgende beeld:•De sociale basis is een diffuus begrip dat lastig is te definiëren en waarverschillende beelden over bestaan. Het scherper definiëren van hetconcept sociale basis zal nu, en in de toekomst, helpen om meer zichtte krijgen op de sociale basis en de werking daarvan. Onduidelijkheidover de definitie van de sociale basis zorgt daarnaast voor aanhou-dende discussie over de nut en noodzaak van een sociale basis.•De onderzoekers sluiten aan bij de onderverdeling in drie sferen vande sociale basis: de persoonlijke sociale basis, de gemeenschappelijkesociale basis en de institutionele sociale basis (zie voor een uitgebreidebeschrijving van de definitie hoofdstuk 2.2.). Voor specifiek dezeonderzoeksvraag hebben de onderzoekers zich gericht op de gemeen-telijke gefinancierde sociale basis, die in alle drie de sferen terugkomten op verschillende manieren effect heeft op Wmo-gebruik vanindividuele burgers, buurten en gemeenten. De scope van ditonderzoek is daarmee smaller dan de gehele sociale basis. Zo wordenbijvoorbeeld wijkteams, onderwijs en kinderopvang (de pedagogischebasis) en armoedebeleid niet meegenomen in dit onderzoek.•In het kader van dit onderzoek is een brede kennissynthese verrichtnaar de werking en ontwikkelingen van de sociale basis. Deze kennis isaangevuld met een verdiepend kwalitatief onderzoek bij zes gemeen-ten.•Geconstateerd wordt dat de sociale basis altijd aanwezig is in buurten,wijken en/of dorpen, sterk of minder sterk, en in zichzelf waardevol is.•De onderzoekers schrijven onder meer: de overheid is «te gast» in desociale basis. Ze kan een positieve, faciliterende rol spelen in deontwikkeling van de sociale basis, maar ze kan deze ook negatiefbeïnvloeden door langlopende ontwikkelingen slechts incidenteel tefinancieren of door burgers en gemeenschappen het eigenaarschap uithanden te nemen, dan wel te overvragen met (zorg)taken.•De instrumentele insteek van het onderzoek (sturing op de socialebasis in relatie tot eventuele verschuiving van Wmo-maatwerkvoorzieningen naar de sociale basis) blijkt zich lastig teverhouden tot de praktijk van mensen en gemeenschappen die desociale basis maken, daar waar zij vaak intrinsiek gemotiveerd zijn omzich in te zetten voor hun naasten en hun gemeenschap. Veel aspectenvan de sociale basis laten zich daarom ook minder makkelijk sturen.•Uit het onderzoek blijkt dat de effecten van de sociale basis lastig tekwantificeren zijn. Het is desondanks aannemelijk dat het zorggebruikin de Wmo 2015 beïnvloed wordt door de sociale basis. De gemeentenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 538, nr. 3622 die deelnamen aan deze studie gaven hiervan heldere, overtuigendevoorbeelden. De onderzoekers geven aan dat gemeenten ervaren datzij de verwachte druk op de zorg en ondersteuning sociaal domeinbreed kunnen dempen, mede als gevolg van investeringen in desociale basis. De onderzoekers adviseren dan ook om te investeren inhet in stand houden en versterken van de sociale basis, om deverwachte groei te helpen temperen.•Waar de overheid toch beleidsverwachtingen van de sociale basis wilmeten en monitoren, is het belangrijk dat de doelen die gemonitordworden ook worden onderschreven en ondersteund door de betrokke-nen zelf, en de uitkomsten van een monitor moeten ook samen metdeze mensen worden geduid.•De enige macro-bron voor (derden) om de ontwikkelingen in de socialebasis te monitoren is Iv3 (informatie voor derden). Uit het onderzoekblijkt dat de bestaande Iv3-systematiek niet door alle gemeentencorrect worden gevolgd, mogelijk omdat zij niet aansluiten bij depraktijk van die gemeenten.•Deze signalen waren al eerder bij het Ministerie van VWS bekend endaarom heeft VWS samen met het Ministerie van BZK en de VNG deIv3-indeling voor het jaar 2025 (en verder) op het terrein van Wmo2015 aangepast om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke praktijk.•Op basis van Iv3-data wordt wel duidelijk dat door de jaren heengemeenten meer aan de sociale basis zijn gaan uitgeven, maarverhoudingsgewijs (nog) meer aan Wmo-maatwerkvoorzieningen.•Geconcludeerd wordt dat de sociale basis een belangrijk en waardevolelement is binnen de Wmo 2015 (en breder), dat de sociale basis vanbetekenis is in de discussie omtrent de houdbaarheid van de Wmo2015, maar dat verwachtingen realistisch moeten zijn en niet voorbijmoeten gaan aan de intrinsieke waarde van de sociale basis opzichzelf.Vervolg houdbaarheidsonderzoekHet onderzoek naar de sociale basis is een tweede deelproduct vanonderzoeksfase A. Er volgt nog een drietal deelproducten: een raminguitgevoerd door het CPB, onderzoek naar de samenhang met aanpalendebeleidsterreinen en onderzoek naar de diversiteit binnen de gemeentelijkeuitvoeringspraktijk. Ik heb de onafhankelijke procesbegeleider van hethoudbaarheidsonderzoek gevraagd tevens met inwoners, cliënten,gemeenten en (zorg)aanbieders in gesprek te gaan, als aanvulling op deonderzoeken. De studies en gesprekken vormen het raamwerk op basiswaarvan ik, samen met gemeenten, in fase B gerichte beleidsmatigevoorstellen wil uitwerken, ter bevordering van de houdbaarheid van deWmo 2015.Ook ik wil u, in navolging van mijn ambtsvoorganger, op het hart drukkenom op basis van dit deelproduct geen voorbarige conclusies te trekken,maar dit (belangrijke) onderzoeksrapport te plaatsen in het bredereperspectief van de gehele houdbaarheidsstudie.Ik kan mij voorstellen dat het bijgevoegde onderzoeksrapport naar desociale basis vragen oproept. Dat is waardevol en dat juich ik toe, want desociale basis is een samenspel tussen inwoners, gemeenschappen,maatschappelijke organisaties en de (lokale) overheid. Mocht uw Kamerde behoefte uitspreken voor nadere uitleg naar aanleiding van hetonderzoeksrapport, ben ik – samen met het secretariaat van het houdbaar-heidsonderzoek – bereid een nadere toelichting te geven in (bijvoorbeeld)een technische briefing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 538, nr. 3623 Tot slot, ik ben voornemens in het najaar een uitgebreide brief aan uwKamer te versturen over de ontwikkelingen in de Wmo 2015, daarin betrekik ook graag actuele ontwikkelingen ten aanzien van de sociale basis. Datstaat vooralsnog los van het onderzoek naar de houdbaarheid van deWmo 2015.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 538, nr. 3624

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 69b3496feeb19304

14 okt 2026 · 73b224a5ad0d5a7d

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie