KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 28 sep 2026 · Tweede Kamer

Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet (ongecorrigeerd)

Brontekst

Tweede Kamer, Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGConcept De vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 28 september 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Heinen, minister van Financiën, over: het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet) (36924); de brief van de minister van Financiën d.d. 22 september 2026 inzake reactie op het verzoek van de rapporteurs op het wetsvoorstel Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet (2026Z19559). Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,Chris Jansen De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,Eerdmans De griffier van de vaste commissie voor Financiën,Weeber Voorzitter: Chris JansenGriffier: Van der Steur Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bushoff, Ceder, Inge van Dijk, Van Eijk, Flach, Hoogeveen, Chris Jansen en Schoonis, en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Heinen, minister van Financiën. Aanvang 10.01 uur. De voorzitter:Goedemorgen, dames en heren. Welkom bij de vergadering van de vaste Tweede Kamercommissie voor Financiën. Vandaag hebben wij een vergadering die in de planning staat van 10.00 uur tot maximaal 16.30 uur. Het betreft een wetgevingsoverleg over de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet, om precies te zijn. Dat betekent dat u in de tweede termijn eventueel moties kunt indienen. Amendementen kunt u natuurlijk altijd indienen. Er is er op dit moment al één ingediend, namelijk door de heer Flach van de SGP. Welkom ook aan de bewindspersonen: de minister van Financiën en de staatssecretaris. Zij zijn beiden aanwezig. Ik kijk naar mijn linkerzijde. Op dit moment zitten er vijf leden. Het kan zijn dat er nog enkelen aanschuiven. We beginnen met de heer Ceder, die onder enige tijdsdruk zit vanwege de aanstaande geboorte van zijn tweede kind. Aan de andere kant gaan we ervan uit dat dat geen gevaar gaat vormen. Gaat uw gang, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, ter verduidelijking: ze ligt niet in het ziekenhuis en ik zit hier. We zitten echter wel in de periode waarin ik een belletje kan krijgen. Dan kan ik ervandoor. Het kan ook nog een paar dagen duren. In ieder geval ga ik dan.Voorzitter. Ik heb een interessante week om meerdere redenen. We zitten hier vandaag natuurlijk voor het wetgevingsoverleg Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet. Het is een langverwacht wetsvoorstel. Het is langverwacht omdat we als politiek en samenleving veel te lang hebben staan toekijken hoe bedrijven als Klarna jongeren de schulden in hielpen, zonder daar de nodige wettelijke instrumenten voor te hebben. Op het wetsvoorstel zelf hebben we ook heel lang moeten wachten. De richtlijn had namelijk al geïmplementeerd moeten zijn in nationale wet- en regelgeving. Dat we hier nu anderhalve maand voor inwerkingtreding zitten, laat zien dat het duidelijk niet is gelukt. Dat is best zorgelijk. Daar kom ik straks op terug.Het doel van het wetsvoorstel is wat mij betreft tweeledig. Allereerst is het bedoeld om consumenten beter te beschermen tegen het aangaan van onverantwoorde kredieten. Dat is heel belangrijk. Ten tweede gaat het om het tegengaan van het normaliseren van schuldgewenning en schuldenstapeling. Voornamelijk jongeren zijn het de afgelopen jaren normaler gaan vinden om op de pof te gaan leven. Dat is echt onverstandig en onverantwoord. Bedrijven als Klarna hebben de afgelopen jaren achteraf betalen volledig gecommercialiseerd. Er is een verdienmodel van gemaakt, voornamelijk ten koste van jongeren en mensen met een slechte inkomenspositie. Het is dus goed dat dit soort producten straks bestempeld worden voor wat ze zijn, namelijk een krediet.Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat elke vorm van uitgesteld betalen tot krediet wordt gebombardeerd. Het is in ons economische verkeer namelijk in principe best heel normaal om achteraf te betalen, bijvoorbeeld via een incasso of vroeger via acceptgiro. Sterker nog, op basis van artikel 7:26, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek mogen bedrijven een aanbetaling van maximaal 50% vragen als het product niet direct wordt geleverd. Kortom, achteraf betalen an sich is niet het probleem. Dat vindt de ChristenUnie ook niet. Dat moet kunnen. Er zijn situaties denkbaar waarin je dat ook heel verstandig zou vinden. De commercialisatie en het gebrek aan toetsing op kredieten is echter wel een probleem. Ook dat roept de ChristenUnie al langer.Voorzitter. Er is nog veel onduidelijkheid over de reikwijdte van het wetsvoorstel. Ook na de technische briefing werd het niet veel duidelijker. Ik hoop dat er in dit debat wel duidelijkheid komt. Er moet duidelijkheid komen. Artikel 7:58 BW biedt een vrijstelling voor diensten die niet worden gezien als kredietovereenkomsten. Mijn zorgen gaan zeer specifiek over de definitie van het verstrekken van krediet. Wanneer de tandarts de rekening laat innen door een factureringsbedrijf en de betaling dus wordt overgenomen, wordt er dan een krediet verstrekt? We hadden hier nu zo'n anderhalve maand van tevoren al duidelijkheid over moeten hebben. Ook de financiële sector vindt dat zorgelijk. Artikel 7:58, lid 2e onder 2 biedt hierover namelijk geen duidelijkheid. Ik hoop dat de minister en staatssecretaris die vandaag wel kunnen geven, niet alleen aan de Kamerleden, maar aan de gehele financiële sector. U kunt begrijpen dat de belangen daar ook groot zijn. Duitsland heeft hierbij zeer nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen wanneer de betalingsvordering wordt overgedragen, zoals bij de tandarts of parkeerapp, en wanneer de klantrelatie wordt overgenomen, bijvoorbeeld bij een "buy now, pay later"-krediet. Mijn vraag is waarom de minister niet een duidelijker onderscheid heeft gemaakt in de wet. Kan de minister klip-en-klaar maken wat er na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel mogelijk is aan betalen op rekening?Voorzitter. Dit wetsvoorstel heeft veel voordelen, maar er zitten ook mogelijk onwenselijke gevolgen aan die we niet kunnen voorkomen, denk ik. Want met een BKR-check voor elke "buy now, pay later"-aankoop van €30 voor deze bedrijven gaat het dus veel aantrekkelijker zijn om een doorlopend krediet aan te bieden, zodat ze maar één keer hoeven te toetsen. We zien nu al de reclames voor de Klarna Card — die was er een paar jaar geleden nog niet — die gewoon een creditcard is. Dat betekent dat veel huidige "buy now, pay later"-transacties zullen overgaan in een doorlopend krediet, omdat de markt nu ook een weg probeert te vinden met de nieuwe regels.Waar mensen nu een schuld aangaan van enkele tientallen euro's, zullen ze vermoedelijk straks een doorlopend krediet van enkele honderden euro's per maand aangaan. Ook daar volgt een BKR-check op. Mijn vraag is of de minister deze ontwikkeling herkent en wat hij ervan vindt. Wat is de verwachting van de minister van het totale gebruik van kredieten, zowel kortlopende als huidige "buy now, pay later"-kredieten, doorlopende kredieten of creditcards? In hoeverre zal de verschuiving van buy now, pay later naar doorlopende kredieten ertoe leiden dat mensen hier minder gebruik van zullen maken, doordat de geregistreerde limiet ook meetelt als maandlast voor hypotheek of huur? Met de huidige regels bij het BKR kan het ook zeer nadelige gevolgen hebben als je later in het leven met een achterstand waarvan je je wel of niet bewust van was moeilijker een hypotheek kan krijgen, in een markt waarin je snel duidelijkheid moet kunnen bieden.Hoe ziet de minister dan de relatie tussen deze ontwikkeling en schuldregistratie? Nu word je bij het te laat betalen van je sokken via een "buy now, pay later"-transactie niet geregistreerd in het BKR. In de nieuwe situatie is het waarschijnlijk dat je een doorlopend krediet aangaat bij Klarna voor laten we zeggen €300 per maand. Als dan het deel van het doorlopend krediet dat je bent aangegaan te laat betaald wordt, zeg je wel "een paar sokken voor €30" maar sta je voor het hele krediet per maand negatief geregistreerd. Dat is wat ik net uitlegde. De registratie blijft vijf jaar zichtbaar bij BKR, waarbij je dus inderdaad later onbedoelde gevolgen kan merken op het moment dat je met een kredietverstrekker te maken krijgt bij een grote aankoop. Mijn vraag is de volgende. Ik begrijp wel dat het zo kan lopen, maar de vraag is ook hoe proportioneel en hoe wenselijk de minister deze verschuiving acht. Hoe moeten we die als Kamerleden wegen?Voorzitter. Ik heb ook vragen over de kredietwaardigheidsbeoordeling. Het is heel goed dat "buy now, pay later"-aanbieders straks ook een kredietwaardigheidsbeoordeling moeten uitvoeren, met op z'n minst een BKR-check. Dat begrijp ik, maar de manier waarop de kredietwaardigheidsbeoordeling uitgevoerd wordt, maakt nogal uit in de praktijk, zowel voor consument als voor aanbieder. We zien namelijk dat kredietwaardigheidsbeoordelingen helpen. Bijvoorbeeld bij telecomberdrijven hebben we gezien dat sinds zij deze beoordelingen uitvoeren, ze een lager percentage wanbetalers hebben. Zij kunnen mensen weigeren als klant als iemand een BKR-registratie heeft of al wanbetaler is geweest. Met dit wetsvoorstel verandert de manier waarop een kredietwaardigheidsbeoordeling moet worden uitgevoerd en verandert de betalingsgrens.Allereest de beoordeling. De richtlijn stelt namelijk dat de beoordeling proportioneel moet zijn. Daar ben ik het helemaal mee eens. In de wet is het ingevuld als informatie die "noodzakelijk is en evenredig met de aard, duur, waarde en risico's van het krediet". De Nederlandse invulling is verder vrij strikt. De kredietwaardigheid moet boven een bedrag van €100 geverifieerd worden, bijvoorbeeld via een bankrekeningcheck. Dat is gevoelige informatie, waarvan ik bijvoorbeeld bij telecombedrijven de twijfel heb in hoeverre dit noodzakelijk is. Zij zeggen allereest zelf deze informatie niet nodig te hebben om onverantwoorde kredieten te weigeren, omdat ze nu al een laag percentage wanbetalers hebben. Daarnaast willen ze de data van hun klanten niet hebben, omdat deze enorm kostbare gegevens ook nog eens vijf jaar bewaard moeten blijven. Dat laatste is met de Odidohack van een paar maanden geleden in het achterhoofd niet per se een vreemde gedachte, ook in een wereld waarin cyberveiligheid een steeds urgenter thema wordt. Daarom graag een reactie van de minister over hoe hij naar de proportionaliteit en wenselijkheid van de wijze van kredietwaardigheidsbeoordelingen voor dit soort producten kijkt. Kan er ook duidelijkheid gegeven worden aan de aanbieders die tussen nu en anderhalve maand daar al hun producten op moeten gaan instellen?Voorzitter. Dan ga ik naar de grens van de kredietwaardigheidsbeoordeling. De grens van de kredietwaardigheidsbeoordeling wordt verlaagd naar €100. Elk krediet boven de €100 moet getoetst worden op kredietwaardigheid. Ook moet deze informatie geverifieerd worden. Maar er is een tenzijbepaling. "Tenzij er sprake is van een lage risicoschatting op basis van het interne risicomodel van de aanbieder." Dit interne risicomodel kan achteraf getoetst worden door de AFM, maar is verder een open norm. Zou een toetsing vooraf door de AFM, in ieder geval bij bedrijven die veel kredieten gaan verstrekken, niet wenselijk zijn? Dat vraag ik aan de minister. Als hier geen duidelijkheid over komt, overweeg ik een motie om duidelijkheid te bieden.Voorzitter. Ik stel al deze kritische vragen trouwens omdat ik de afgelopen maanden als rapporteur samen met mevrouw Van Eijk flink de hort op ben geweest om te kijken hoe deze wet in de praktijk uitpakt. Waar mijn inborst voor betere bescherming voor consumenten natuurlijk de boventoon voert, hebben wij ook ontdekt dat dit vragen oproept. We vinden het, vanuit onze controlerende taak, best urgent dat daar vandaag antwoord op komt.Voorzitter. Met de waarschijnlijke verschuiving van kleine "buy now, pay later"-kredieten naar een doorlopend, hoger krediet, kunnen "buy now, pay later"-bedrijven direct op basis van deze tenzij handelen zonder kredietwaardigheidsbeoordeling en verificatieplicht. Concreet betekent dit dat jongeren die nu vaak aankopen doen van €30, €50 of €80 via buy now, pay later, straks een doorlopend krediet krijgen via Klarna van €1.000 per maand, zonder iets te hoeven aanleveren. Op grond van hun betalingsgeschiedenis zouden ze dan niet gecontroleerd hoeven worden voor dit veel hogere krediet. Deze ontwikkeling, die waarschijnlijk gaat plaatsvinden, vind ik persoonlijk onwenselijk. Ik ben benieuwd hoe de minister dit ziet en of we hier toch niet moeten eisen dat je bij het aangaan van een nieuw product eerst alsnog een kredietwaardigheidstoets moet doen. Het doorlopende krediet is namelijk nieuw, ook al ben je nu al klant bij Klarna of bij een ander "buy now, pay later"-bedrijf. Ook hierover overweeg ik een motie.Voorzitter. Een ander punt waar ik zorgen over heb, is dat het wetsvoorstel over kredietregistratie, dat in zekere zin samenhangt met dit voorstel, nog niet in de Kamer ligt en de inhoud dus ook nog niet bekend is. De minister heeft in de schriftelijke beantwoording van vorige week de relatie tussen dat wetsvoorstel en het voorstel dat we vandaag bespreken, een beetje gebagatelliseerd. In mijn ogen is dat onterecht. De gevolgen van de kredietregistratie die volgen uit dit voorstel, zijn namelijk onbekend. Voor nu wordt het huidige regime aangehouden, maar dit regime gaat dus binnen afzienbare tijd wijzigen. Aangezien de verwachting is dat er meer geregisseerde kredieten en geregisseerde wanbetalers gaan komen, kun je wel vragen stellen over de proportionaliteit van in ieder geval de huidige werkwijze van BKR. BKR kan dat ook niet wijzigen, omdat je afhankelijk bent van de inhoud van de regels van een wetsvoorstel dat nog niet in de Kamer ligt.Voorzitter. Kan de minister een toelichting geven op de stand van zaken van het wetsvoorstel? Wat is de inhoud daarvan? Wanneer is de beoogde implementatie? Hoe krijgen kredieten die volgen uit deze richtlijn ook een vervolg in de Wet stelsel kredietregistratie? Wanneer mensen wanbetaler zijn, kunnen ze daar nog jaren later de gevolgen van ondervinden bij een hypotheekaanvraag, ook al hebben ze op dat moment geen openstaande schulden. Ik heb al uitgelegd dat het bij een BKR-codering, bijvoorbeeld bij een A2-codering, lastiger wordt om een hypotheek te krijgen. Ik heb als advocaat jarenlang geprocedeerd tegen banken. Dan merk je: ja, ze hebben een eigen afwegingskader, maar in de praktijk zitten banken ook klem, omdat ze een zorgplicht hebben en niet te makkelijk kredieten mogen verstrekken. Daardoor vallen mensen tussen wal en schip, wat niet de bedoeling is. Zo'n registratie, die nu waarschijnlijk veel meer gaat plaatsvinden, blijft vijf jaar staan. Mijn vraag is daarom: wordt de huidige praktijk van duur en registratie, die dus niet uit de wet voortvloeit, maar uit de richtlijnen en het protocol van BKR, gehandhaafd in de wet? Of kan de minister al aangeven dat daar wijzigingen in komen, in het licht van de implementatie van de huidige richtlijn?Voorzitter. Kunnen bedrijven en consumenten met de huidige praktijk uit de voeten als het wetsvoorstel in werking treedt in november? Hoe ziet de minister de relatie tussen beide wetsvoorstellen? Ik heb al eerder aangegeven: ik heb het idee dat de relatie en de samenhang worden onderschat. In de nota naar aanleiding van het verslag staat over het BKR-register dat het mogelijk leidt tot een toename van de raadpleging van het register door de aanbieders van krediet. Dat lijkt me een behoorlijk understatement. Is het BKR-register hierop voorbereid? Gaat het goed na november? Denk ook aan de feestdagen die vrij snel na inwerkingtreding van het wetsvoorstel plaats zullen vinden, zoals Black Friday. De ChristenUnie is daar absoluut geen voorstander van, maar je ziet wel dat dat een enorm piekmoment is als het gaat om dit soort aankopen. Sinterklaas en Kerst volgen kort daarop.Voorzitter. Zoals ik in mijn inleiding al zei, heb ik grote moeite met het moment van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. Ik vind het ook wel verwijtbaar in de richting van de regering dat we dit nu pas behandelen, terwijl dit wetsvoorstel over anderhalve maand in werking treedt. Zoals u aan mij merkt, heb ik best veel vragen over dit wetsvoorstel. Ik ben de afgelopen weken bestookt met vragen vanuit de sector, omdat bedrijven zelf ook geen duidelijkheid hebben over waar ze precies aan moeten voldoen. Een zorgvuldige en tijdige wetsbehandeling in de Kamer had dit echt kunnen voorkomen. Daarom is mijn vraag aan de minister: waarom heeft dit zo lang moeten duren?Het tijdstip van de inwerkingtreding is ook beladen. Ik heb al genoemd wat er allemaal aan komt: Black Friday, sinterklaas, kerst en de jaarwisseling. Wij maken ons daarom zorgen of de wet voldoende robuust en duidelijk is om zo snel mogelijk in werking te laten treden, met alle implementaties van dien. Wordt het over anderhalve maand onder het regime van dit kabinet geen enorme chaos bij de financiële sector, en daarmee een daadwerkelijke Black Friday?Voorzitter. Iedereen kon zich voorbereiden op de richtlijn, want die ligt er al een tijdje. De Nederlandse keuzes die eronder liggen, zijn echter pas dit jaar bekend geworden. De meeste keuzes zijn vastgelegd in AMvB's, die nota bene deze zomer pas definitief werden vastgesteld. Hoeveel weken zitten er straks tussen de vaststelling van de AMvB en de inwerkingtreding op 20 november, vraag ik de minister. Ik heb een klip-en-klare vraag: acht de minister dit uitvoerbaar voor de financiële sector?Wat betreft de inwerkingtreding gaat de reactie van het kabinet waarschijnlijk zijn dat er een inbreukprocedure aan onze broek hangt op het moment dat we 20 november niet halen. Het feit is dat we al sinds november vorig jaar in verzuim zijn, want toen had de wet al geïmplementeerd moeten zijn in de nationale wetgeving. Wat is het risico op een inbreukprocedure vanuit de EU op het moment dat de minister het onvoldoende proportioneel vindt om de wet in werking te laten treden op 20 november? Aan welke consequenties moet ik dan denken? Hoe staat het ervoor in de ons omringende landen?De voorzitter:Meneer Ceder, u heeft nog vier minuten.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat gaat lukken, voorzitter. Ik vind dat er op z'n minst een redelijke toezichtspraktijk moet zijn vanuit de AFM, in ieder geval het eerste halfjaar. Echter vraag ik me af of uitstel van de inwerkingtreding van het gehele wetsvoorstel, met uitzondering van het verbod op kredietverlening voor minderjarigen en de reclamevereisten, van minstens een halfjaar niet prudenter is. Dat is een vraag. Ik zeg niet dat we dit per se willen, maar dat hangt wel af van het antwoord dat de minister kan geven op de vraag of het stelsel en de sector voldoende robuust en voorbereid zijn, zodat er geen problemen ontstaan voor de consumenten dan wel voor de financiële sector. Ik vraag me af in hoeverre dit allemaal technisch mogelijk is. Dit biedt namelijk veel meer zekerheid voor bedrijven dan een overgangsregime voor handhaving.Voorzitter. De vereisten uit de CCDII overlappen gedeeltelijk met de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Dit erkent de minister ook. Ik ben heel blij met de Wki — ik denk dat de minister dat ook weet — maar omdat er overlap in zit, maakt het de handhaving best ingewikkeld. De AFM ziet toe op de Wft. De Inspectie JenV ziet toe op de Wki. Beide toezichthouders hebben hun eigen bevoegdheid tot handhaving. Een partij als Klarna heeft zowel met de inspectie te maken, bijvoorbeeld omdat na uitvraag een paar maanden geleden alsnog bleek dat ze niet in de Wki stonden, als met de AFM. Ik wil graag van de minister weten hoe die beide toezichthouders samen gaan werken om te voorkomen dat partijen helemaal niet gecontroleerd worden, bijvoorbeeld vanwege misverstanden, of dat er sprake is van een dubbel regime, aangezien dat ook niet effectief is. Ik zou de minister daarom graag willen vragen om de toezegging dat er voor 20 november een samenwerkingsprotocol komt voor beide toezichthouders, zodat de samenhang en de differentiatie van taken met elkaar gedeeld worden.Voorzitter. Dan kom ik op het reclameverbod. De ChristenUnie is fel voorstander van een verbod op reclame voor "buy now, pay later"-dienstverlening. Helaas geeft de regering aan daar binnen de huidige richtlijn geen mogelijkheden voor te zien. Wat betekent de eerdere Kameruitspraak om de reclame voor "buy now, pay later"-dienstverlening te verbieden voor de lobbypositie van Nederland op dit punt? Gaat Nederland zich in EU-verband actief inzetten om de mogelijkheid te krijgen wel een reclameverbod te kunnen invoeren voor dit soort producten? We zien namelijk nu al de eindeloze reclames van Klarna voor de Klarna Card. Ik krijg ze ook. Jongeren hebben vaak geen idee dat dit niet zomaar een Klarna Card is, maar een doorlopend krediet. Ik heb eerder in mijn betoog uitgelegd wat daar de uiteenlopende risico's van zijn.Ik heb ook nog een andere vraag over de uitzondering in 7:60, lid 6 van het BW. Onder andere "buy now, pay later"-aanbieders hoeven geen precontractuele informatie te verstrekken. Wat houdt dit precies in en waarom is hiervoor gekozen? Kan de minister er klip-en-klaar over zijn dat de informatie vooraf, over dat lenen geld kost, ook voor deze producten gaat gelden?Voorzitter. Jongeren zijn sowieso de meest aantrekkelijke doelgroep voor bedrijven om zo veel mogelijk geld uit de zak te kloppen. Het nieuwe toppunt van overconsumptie en impulsaankopen is de TikTok Shop. Via filmpjes en liveshows worden jongeren verleid om zo veel mogelijk producten, die ze vaak niet nodig hebben, direct aan te schaffen via TikTok. Het is de facto een geüpgradede maar veel schadelijkere vorm van Tel Sell-reclame. Bovendien is er met veel producten iets mis. De Consumentenbond bestelde als proef tien producten. Met de helft, 50%, was wat mis. TikTok Shop heeft lak aan de privacyregels en omzeilt de leeftijdsgrens van 18 jaar. Ik hoop dat deze minister hier een einde aan wil maken en dergelijke shops wil verbieden of daar ten minste in Europees verband voor wil pleiten. Ook daarvoor wil ik met een voorstel komen.Ik zie de voorzitter streng naar mij kijken. Ik ben bijna klaar.Zoals ik al noemde, zie ik het tegengaan van schuldgewenning en schuldenstapeling ook als een van de belangrijkste doelen van het wetsvoorstel. Een manier om de prikkel tot het gebruik van "buy now, pay later"-diensten te verlagen, is om er een vergoeding voor de vragen. Dat mag nu niet of nauwelijks, terwijl bedrijven wel een vergoeding aan Klarna moeten betalen. Wat mij betreft geven we bedrijven de mogelijkheid om hiervoor wel een vergoeding te vragen aan de consument, want dat geeft de prikkel om een bedrag in één keer te betalen. Anderzijds zorgt het ervoor dat bedrijven de kosten voor de "buy now, pay later"-dienstverlening niet uit eigen zak hoeven te betalen.Voorzitter. Mijn laatste vraag gaat over financiële educatie. Meer dan de helft van de Nederlandse 15-jarigen heeft op school les gekregen over omgaan met geld, maar uit onderzoek blijkt dat bijna 20% van de Nederlandse leerlingen niet het basisniveau van financiële geletterdheid heeft. Er gaat dus iets niet goed. Dit cijfer moet omlaag en de financiële educatie moet effectiever. Ik ben benieuwd naar de concrete plannen van het kabinet voor dit voorstel.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Hij sprak namens de ChristenUnie. U bent ruim een minuut over de tijd, dus dat betekent dat de andere partijen ook een kleine bonus van me krijgen. Maar het is niet de bedoeling dat u er minuten overheen gaat. Ik zie geen interrupties, dus we gaan naar de heer Flach, die gaat spreken namens de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Geld lenen, krediet verstrekken en uitstel van betaling: het is een van de basissen onder ons economisch systeem. Het biedt een wereld van mogelijkheden. Het biedt ondernemers de ruimte om te investeren, het geeft mensen de mogelijkheid om een huis te kopen en het biedt consumenten opties om goederen en diensten aan te schaffen. Kortom, het geeft kansen. Maar we moeten ook eerlijk zijn: het zet de deur open voor een scala aan risico's.In de huidige consumptiecultuur lijkt het tijdelijk genot van weer een aankoop op afbetaling vaak hoger geschat te worden dan de rekening die in de toekomst komt, terwijl de rekening die vandaag niet wordt betaald, toch echt wordt doorgeschoven naar de toekomst. Zeker bij bepaalde doelgroepen zijn de risico's op financiële problemen groot, zoals bij jongeren en jongvolwassenen. Allerlei onderzoeken tonen dat aan. De recente ontwikkelingen in het aanbieden van krediet, zoals buy now, pay later, jagen dat alleen maar aan. De richtlijn en het wetsvoorstel dat voorligt, bieden hier extra regels voor op basis van een Europees kader. De SGP steunt dit voorstel in grote lijnen, omdat het extra bescherming biedt tegen financiële ellende.Voorzitter. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om minderjarigen uit te sluiten van het verkrijgen van krediet in de vorm van uitstel van betaling. Hier valt bijvoorbeeld buy now, pay later onder. De grens voor minderjarigen ligt op 18 jaar. De SGP heeft een voorstel ingediend om die grens te verhogen naar 21 jaar. De financiële kwetsbaarheid en de schuldenproblematiek stoppen helaas niet bij 18 jaar. Allerlei onderzoeken laten dat zien. Zo blijkt uit een recent onderzoek van de AFM dat 9% van de "buy now, pay later"-gebruikers tussen de 18 en 24 jaar wordt overgedragen aan een incassobureau. Ook blijkt uit onderzoek van Deloitte dat 18- tot 24-jarigen vaker dan gemiddeld financieel ongezond zijn en veel gebruikmaken van buy now, pay later. Het gaat om 42%. Deze informatie bevestigt het beeld dat buy now, pay later bijdraagt aan financiële problemen, juist ook bij jongvolwassenen. Deelt de minister die analyse?Ik snap dat het amendement de ruimte voor jongeren om uitgaven te doen, inperkt. De negatieve maatschappelijke en financiële gevolgen van het gebruik van buy now, pay later werken echter ook door bij consumenten tot 21 jaar. Met de ophoging van de leeftijdsgrens kunnen problematische schulden en schuldgewenning bij onder meer jongeren beter voorkomen worden en kunnen ook de negatieve maatschappelijke gevolgen voor de samenleving verkleind worden. Hoe ziet de minister dit?Ik weet dat er ook voor de groep 18- tot 21-jarigen beschermingsmaatregelen worden ingevoerd, waaronder een kredietwaardigheidsbeoordeling. Dat is belangrijk, maar ik vraag me wel af of dat voldoende is. Zo hoeft de kredietwaardigheidsbeoordeling slechts beperkt te worden vormgegeven bij kredieten tot €100. Overigens verhoogt mijn amendement alleen de leeftijd voor kredieten in de vorm van uitstel van betaling. Voor de overige vormen van krediet legt het amendement geen verdere beperking op. Er blijft daar bijvoorbeeld geen toestemming van een wettelijke vertegenwoordiger nodig. Graag een reactie op het amendement.De voorzitter:Excuses. U krijgt een interruptie van de heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb ook geworsteld met het inbrengen van dit punt, in ieder geval in de vorm van een amendement. Ik ben het namelijk volledig met u eens. Ik kwam bij mijzelf tot de ontdekking, of in ieder geval tot de conclusie, dat de Europese kaders dat niet toelaten. We hebben als richtlijn een aantal knoppen waaraan we kunnen draaien. Ik wil daar ook dankbaar gebruik van maken, denk ik, maar dit is daar juist niet een van. Wij mogen dit als Nederland juridisch ook niet doen, is in ieder geval mijn conclusie. Mijn vraag is of het ook uw conclusie is. Moeten we niet kijken hoe we dit, linksom of rechtsom, wel gewoon binnen de juiste kaders kunnen regelen?De voorzitter:Voordat u antwoordt, meneer Flach, wil ik vragen om de interrupties allemaal wat compacter te houden, dan kunt u er ook meer plaatsen. Ik heb er voorlopig geen limiet op, maar ik wil gewoon dat u elkaar volop kunt interrumperen, als u dat wenst.De heer Flach (SGP):Ik stel vast dat de heer Ceder en ik het doel delen, namelijk dat we willen dat jongeren schuldenvrij aan hun toekomst kunnen beginnen, dus op het moment dat ze uit die kwetsbare fase komen. Het is ook voor de SGP een zoektocht geweest van: kan dit nou wel of kan dit nou net niet? Ik ben ook heel benieuwd naar de beoordeling van de minister. Wij zouden heel graag zien dat die leeftijdsgrens opgehoogd wordt naar 21 jaar. Dat soort discussies spelen ook weleens rond alcoholgebruik enzovoort. Biologisch gezien houdt de hersenontwikkeling ongeveer op rond je 21ste. Dat is dus ook een hele logische leeftijd om de grens te leggen als het gaat om buy now, pay later en krediet op afbetaling, denk ik. Of het juridisch mogelijk is, gaan we horen van de minister. Wij zouden het in ieder geval heel graag zien.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Ceder heeft geen vervolgvraag. Ik zie ook geen andere leden. Dan kunt u verdergaan, meneer Flach.De heer Flach (SGP):Voorzitter. De kredietmarkt draait uiteindelijk ook gewoon om winst maken. Op zich is daar niks mis mee, maar als de schuldenproblematiek groter wordt of er winst wordt gemaakt over de rug van kwetsbare groepen, moet er gehandhaafd worden. Voor bepaalde vormen van kredietverlening, zoals buy now, pay later, wordt dat nu geregeld. Toch blijf ik wel beducht voor alternatieve routers. De AFM wijst hier ook op: bestaande producten kunnen worden vervangen door andere producten. Mijn collega Ceder heeft daar een aantal duidelijke voorbeelden van gegeven. Hoe wordt dat ontwijkgedrag gemonitord en, vooral, voorkomen? Biedt het wetsvoorstel voldoende ruimte om snel op nieuwe vormen van schadelijke kredietverlening te kunnen anticiperen?Voorzitter. Om een goede kredietbeoordeling te kunnen doen, moeten kredietverstrekkers persoonsgegevens aanvragen. Dat is best een ingewikkeld spanningsveld. Het gaat dan al snel om heel gevoelige persoonlijke gegevens, waarbij ook snel te veel of te persoonlijke informatie wordt opgevraagd. Wat de SGP betreft worden hier echt duidelijke grenzen aan gesteld. De Raad van State besteedt hier ook aandacht aan in zijn advies. In artikel 4.34a wordt nu geregeld dat kredietverstrekkers geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens in de beoordeling mogen betrekken. Dat betekent dat die gegevens wel opgevraagd kunnen worden, al dan niet bewust. Moet dit in het kader van goede privacy en bescherming van persoonsgegevens niet meer worden ingekaderd? Is het niet beter om bijvoorbeeld te stellen dat bijzondere categorieën van persoonsgegevens niet mogen worden opgevraagd?Het wetsvoorstel stelt ook extra regels voor reclame-uitingen. Het is heel goed dat dit wettelijk wordt vastgelegd. Juist die aantrekkelijke reclame waarin allerlei fantastische deals en voordelen worden gepresenteerd, kunnen enorm misleidend zijn. Het is goed dat hier paal en perk aan wordt gesteld. Ook hier geldt dat sommige groepen, sommige consumenten, gevoeliger zijn voor dit soort reclames dan andere. Het is niet verrassend dat deze reclame-uitingen juist op social media breed worden ingezet met als doel jongeren te bereiken. Waarom heeft de minister hier geen extra eisen aan gesteld of regels voor opgesteld? Is het niet raadzaam om juist bij reclame gericht op kwetsbare doelgroepen extra waarborgen in te voeren?Voorzitter. Het is al eerder gezegd: de richtlijn moet uiterlijk 20 november in werking treden, over minder dan twee maanden. We behandelen vandaag de wet, maar er volgt ook nog een wetgevingsproces in de Eerste Kamer. Er komen nog een implementatiebesluit, een advies van de Raad van State, een ministeriële regeling en ga zo maar door. Ik vraag me af hoe de minister deze uitdagingen in de tijd precies gaat oplossen, want bij mijn weten heeft hij ook nog een aantal andere verplichtingen in zijn agenda staan. Kan hij zijn plan hiervoor schetsen? Zowel consumenten als kredietverstrekkers moeten op tijd weten waar ze aan toe zijn. Dat vraagt om snelle helderheid over de precieze wetsteksten en ingangsdata. Graag een reactie.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. U bent uitstekend binnen de tijd gebleven, zeg ik tegen de heer Flach. Ook de heer Ceder vindt dat zeer knap, begrijp ik. We gaan naar mevrouw Van Eijk, die gaat spreken namens de VVD. U heeft twaalf minuten spreektijd.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. De VVD steunt de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet. Consumenten moeten beter worden beschermd tegen problematische schulden. Nieuwe kredietvormen, zoals koop nu, betaal later, mogen geen achterdeur zijn om verantwoord kredietbeleid te omzeilen. Tegelijkertijd moet de implementatie proportioneel en uitvoerbaar zijn. Regels moeten aansluiten bij de daadwerkelijke risico's. Ze moeten niet leiden tot onnodige regeldruk voor ondernemers of tot onnodige belemmeringen voor consumenten die verantwoord gebruikmaken van kortlopend krediet.Voorzitter. De gevolgen voor de regeldruk. Europese regelgeving moet wat de VVD betreft zo lastenluw mogelijk en in beginsel een-op-een worden geïmplementeerd. Het is daarom positief dat het kabinet verschillende lidstaatopties benut om onnodige regeldruk te beperken, onder meer bij informatie- en reclameverplichtingen en voor kleinere kredietbemiddelaars die slechts als nevenactiviteit bemiddelen. Tegelijkertijd wordt niet overal voor de meest lastenluwe implementatie gekozen. Voor kaarten met uitgestelde debitering kiest Nederland voor een relatief zwaar regime. De verplichte kredietwaardigheidsbeoordelingen, BKR-raadplegingen en verificatieverplichtingen veroorzaken aanzienlijke structurele kosten. De proportionaliteitsnorm uit artikel 18 van de CCD II moet wat de VVD betreft niet alleen gelden voor het inwinnen van informatie, maar ook voor het verifiëren daarvan. Alleen dan kan artikel 113 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft daadwerkelijk risicogebaseerd worden toegepast. Kan de minister bevestigen dat dit inderdaad het geval is?In reactie op ons laatste informatieverzoek gaat de minister in op de toekomstige invulling van die kredietwaardigheidsbeoordeling. Daarbij wordt verwezen naar de beoogde herziening van de leennormen van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland. Daaruit blijkt dat voor kredieten tot €1.000 en met een looptijd tot drie maanden de mogelijkheid wordt geboden voor een intern risicomodel, terwijl die voor kredieten tot €1.000 met een looptijd langer dan drie maanden niet geldt. Met deze invulling dreigt een situatie te ontstaan dat voor koop nu, betaal later tot drie maanden en een maandlast die kan oplopen tot €333 een veel soepeler regime gaat gelden dan voor een langerlopend krediet tot €1.000, zoals telecomkrediet, met een maandlast tot maximaal €42. Graag krijg ik hier een reactie van de minister op. Als dit een juiste lezing is, blijft er dan naast de VFN-leennormen een op maat gemaakte telecomkredietcode waarin invulling kan worden gegeven aan een verificatieregime dat daarvoor passend is?Voorzitter. Dan de gevolgen voor consumenten. De sterke groei van koop nu, betaal later vraagt om duidelijke regels. Het is goed dat deze kredietvorm onder het Europese kader voor consumentenkrediet komt te vallen en dat vergunningseisen, kredietwaardigheidstoetsen, BKR-raadplegingen en betere bescherming van minderjarigen gaan gelden. Maar ook hier moeten de regels aansluiten bij het daadwerkelijke risico. Kortlopende betaalfaciliteiten voor kleine bedragen verschillen wezenlijk van langlopende consumptieve kredieten. Ze kunnen consumenten bovendien helpen om timingverschillen tussen inkomsten en uitgaven op te vangen. Extra toezicht- en nalevingskosten kunnen tegelijkertijd leiden tot hogere prijzen of een kleiner aanbod. Daarom hoor ik graag van de minister hoe wordt geborgd dat de kredietwaardigheidstoets en de verificatie van gegevens proportioneel blijven en dat bij kleine laagrisicotransacties geen onnodig zware uitvraag plaatsvindt.Daarbij is ook meer duidelijkheid nodig over de reikwijdte van de regels richting het dagelijkse betalingsverkeer. Het kabinet legt de beoordeling of een constructie onder het kredietregime valt nu in belangrijke mate bij aanbieders zelf. Juist bij telecomdiensten, parkeerapps, zorgfactuur- en mobiliteitsdiensten kan daardoor onduidelijkheid ontstaan. De VVD wil daarom een zo concreet en limitatief mogelijke toelichting op welke gangbare betaal- en facturatievormen wel en niet onder de nieuwe regels vallen.Voorzitter. Specifiek over de telecomdiensten wil ik het volgende zeggen. Telecomaanbieders bieden als onderdeel van het telecomabonnement of via het gebruik van de tv-mediabox de mogelijkheid om bepaalde digitale content te betalen via de maandfactuur voor de afgenomen elektronische consumentendienst. Het gaat om de administratieve afwikkeling van de aankoop van bijvoorbeeld apps, digitale nieuwsdiensten en elektronische tickets voor bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Deze factureringsdienst is voor een beperkt aantal categorieën van digitale producten en tot een maximumbedrag opgenomen als telecom-exceptie in de Payment Services Directive, en is daarmee uitgezonderd als gereguleerde betaaldienst. Rond deze implementatiewet is discussie ontstaan over de reikwijdte van de kredietregels. Kan de minister bevestigen dat de telecom-exceptie als doorlopende factureringsdienst voor de levering van beperkte categorieën van digitale producten valt onder de uitzondering voor overeenkomsten voor doorlopende dienstverlening en doorlopende levering van dezelfde soort goederen, waarbij de consument, zolang de dienst of goederen worden geleverd, de kosten daarvan in termijnen betaalt?Voorzitter. De implementatietermijn is een breed gedragen zorg. De Europese richtlijn ging uit van ongeveer twaalf maanden voorbereidingstijd, maar belangrijke onderdelen van de lagere regelgeving worden pas kort voor de inwerkingtreding op 20 november 2026 definitief. Voor aanbieders die hun systemen moeten aanpassen, is enkele weken voorbereidingstijd niet realistisch. Dit knelpunt raakt veel aanbieders. De VVD wil daarom een harde uiterste publicatiedatum voor het implementatiebesluit en de ministeriële regeling. Kan de minister aangeven wat die uiterste datum is? Wat zijn de consequenties als die datum niet wordt gehaald?Daarnaast wil ik graag duidelijkheid over de handhavingslijn van de AFM in de eerste maanden na inwerkingtreding. Ook vraag ik de minister om de Kamer vóór de inwerkingtreding te informeren over eventuele achterstanden bij vergunningaanvragen. Voor aanbieders van kaarten met uitgestelde betaling is er een overgangstermijn van zes maanden. Hebben bestaande aanbieders daarmee voldoende tijd om hun systemen en processen zorgvuldig aan de nieuwe Nederlandse eisen aan te passen, zo vraag ik de minister.Voorzitter. In het verlengde daarvan heb ik nog een punt over bemiddeling en provisies. Nu de deferred debit card als krediet wordt gereguleerd, kunnen partijen die worden ingeschakeld bij de totstandkoming ervan, zogenoemde "co-branders", als bemiddelaar worden aangemerkt. Daardoor gelden na de vergunningsplicht en de provisieregels de artikelen 154 en 155 van het besluit. Deze partijen kunnen dan aanspraak maken op doorlopende provisie over uitstaand krediet, terwijl ze na de aanvraag geen rol meer hebben in de beheerfase. Zo'n doorlopende provisie past niet bij hun feitelijke werkzaamheden. Om de mogelijkheid te creëren om een vergoeding af te spreken die wel aansluit bij de daadwerkelijke rol van bemiddelaars, kan de AFM de bevoegdheid worden gegeven om de ontheffing van het provisieverbod te verlenen. Heeft de minister het voornemen om dit zo te regelen?Voorzitter. Dan de evaluatie en de monitoring. Na de inwerkingtreding moeten we zorgvuldig volgen of deze wet daadwerkelijk doet waarvoor deze bedoeld is: het beter beschermen van consumenten, het tegengaan van overcreditering en problematische schulden, en het creëren van een gelijk speelveld tussen kredietvormen. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar betalingsachterstanden, schuldstapeling en het gebruik van "koop nu, betaal later". We moeten ook kijken naar de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van verantwoord consumentenkrediet, de administratieve lasten, de werking van de kredietwaardigheids- en verificatieprocessen, en de gevolgen voor het dagelijks betalingsverkeer. Ik hoor daarom graag van de minister op welk concreet moment de gevolgen voor de prijzen, de beschikbaarheid en de concurrentiepositie worden geëvalueerd, naast de gerealiseerde winst voor de consumentenbescherming.Ook mogelijke ontwijkconstructies en verschuivingen naar andere kredietvormen moeten daarbij worden gevolgd. Als blijkt dat nationale keuzes onevenredige lasten of hogere consumentenkosten veroorzaken zonder aantoonbare verbetering van de consumentenbescherming, verwacht de VVD dat het kabinet bereid is deze keuzes opnieuw te bezien.Voorzitter. Nog twee onderwerpen: de productinterventiebevoegdheid en de kredietregistratie. De VVD begrijpt dat de AFM in uitzonderlijke gevallen moet kunnen ingrijpen als kredietproducten ernstige risico's voor consumenten opleveren, maar een productinterventiebevoegdheid is een zwaar instrument. Waarom vindt er voor de inwerkingtreding van deze bevoegdheid geen invoeringstoets plaats, in overeenstemming met het advies van het ATR? Of kan de productinterventiebevoegdheid als een expliciet onderdeel worden meegenomen in een eerste evaluatie, bijvoorbeeld na drie jaar?De VVD steunt een volledig en toekomstbestendig stelsel van kredietregistratie. Het is daarom ongelukkig dat de registratieverplichting onder de CCD2 al op 20 november ingaat, terwijl het wetsvoorstel voor het stelsel van kredietregistratie naar verwachting pas begin 2027 wordt ingediend. Kan de minister aangeven hoe de registratie, de registratiegrenzen en de bewaartermijn in deze tussenperiode juridisch en praktisch worden geborgd? Welke gevolgen heeft dit tijdelijke stelsel voor het zicht op de stapeling van kleine kredieten? Daarbij moet ook worden bezien of registratie van zeer klein krediet noodzakelijk en proportioneel is. Zou bij kleine bedragen bijvoorbeeld een negatieve registratie bij betalingsachterstanden kunnen volstaan, zoals het BKR heeft verzocht? Tegelijkertijd zijn er partijen die juist verzoeken om bij positieve registraties van álle kredieten geen ondergrens te hanteren en voor negatieve registraties een ondergrens van €250 te behouden. Ik hoor graag hoe de minister deze verschillende belangen weegt om tot een proportioneel en effectief registratiestelsel te komen.Voorzitter. Ik had nog een punt over de gemeentelijke kredietbanken, maar ik denk dat collega Inge van Dijk daar nog op ingaat. Dat punt sla ik dus over.Afrondend. De VVD steunt het doel van deze implementatiewet: betere bescherming van consumenten, het tegengaan van problematische schulden en duidelijke regels voor nieuwe kredietvormen. Effectieve consumentenbescherming vraagt echter ook om proportionaliteit, uitvoerbaarheid en rechtszekerheid, geen zwaardere verplichtingen dan het risico rechtvaardigt, geen onnodige regeldruk en voldoende voorbereidingstijd voor partijen die de nieuwe regels moeten uitvoeren. Ik kijk uit naar de reactie van de minister en de staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb toch een interruptie voor u van de heer Bushoff namens PRO.De heer Bushoff (PRO):Die gaat over de kredietwaardigheidstoets. Ik hoorde de VVD daar terecht over zeggen dat daar door de open norm nog onduidelijkheid over is. Tegelijkertijd zien we eventueel ook een risico, namelijk dat er verschillende toetsen gaan plaatsvinden. Wat de VVD betreft moet het vooral proportioneel zijn, oftewel: waar het risico klein is, moet het niet te veel vragend zijn. We weten alleen ook dat het risico bij jongeren best groot is. Zou de leeftijd dan dus zwaar moeten meewegen bij zo'n kredietwaardigheidstoets? Zou de VVD bijvoorbeeld iets voelen voor een verzwaarde kredietwaardigheidstoets voor jongeren?Mevrouw Van Eijk (VVD):Los van de vraag of dit überhaupt juridisch houdbaar is en of dit kan onder de richtlijn die nu geïmplementeerd wordt, heb ik vooral bedoeld te zeggen dat er vanuit kredietverleners op een goede manier getoetst moet worden en dat die toetsing proportioneel moet zijn. Dat kan betrekking hebben op welke gegevens je opvraagt, op de manier waarop je die gegevens verifieert en op het type krediet dat aan de orde is. Ik ben zelf ook heel erg aan het zoeken naar welke balans we hierin met elkaar gaan vinden. Ik heb daar dus het antwoord niet op. Dat is echt een zoektocht, ook in combinatie met die nieuwe Wet stelsel kredietregistratie. Daar gaan we namelijk weer met elkaar over die grenzen praten. Ik denk dat het doel heel erg helder is: je wil voorkomen dat met name jongeren en kwetsbaren door het gebruik van dit soort kredieten in de problemen komen. De vraag is: hoe zorg je ervoor dat je dat zo gericht mogelijk probeert te voorkomen binnen de ruimte die de richtlijn ons geeft?De voorzitter:Dank u wel. Is dat voldoende voor u, meneer Bushoff? Niet? Ga uw gang.De heer Bushoff (PRO):Helder, dank. De vraag is inderdaad welke juridische ruimte we hebben. Tegelijkertijd denk ik dat het begrip "proportionaliteit" aan de ene kant een hele open norm biedt, maar aan de andere kant misschien ook wel ruimte biedt om, juist waar het risico groot is, wat zwaarder te toetsen. We weten dat het risico bij jongeren tot 24 jaar best groot is. Daarom vraag ik of er bij de VVD eventueel de bereidwilligheid is om, als dat juridisch mogelijk is, voor jongeren te kijken of we een stapje extra kunnen doen bij die kredietwaardigheidstoets.De voorzitter:Is er bereidwilligheid, mevrouw Van Eijk?Mevrouw Van Eijk (VVD):Nou, ik ga sowieso met interesse luisteren naar ieders inbreng en ook naar de moties die daar eventueel over worden ingediend, maar ik wil wel voorzichtig zijn met alles op één hoop gooien. Ik snap echt de kwetsbaarheid van jongeren en van mensen met een wat lager inkomen. Anderzijds moeten we er wel voor zorgen dat ook jongeren en kwetsbare mensen in onze samenleving op een normale manier kunnen blijven meedoen. Soms horen daar ook gewoon kredietvormen bij. Ik denk dat het een zoektocht is om te kijken hoe we daar met elkaar de balans in gaan vinden.De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij is dat overigens een zoektocht die binnen de hele commissie nog gaande is en waar de minister ons misschien bij gaat helpen. Ik zie geen verdere interrupties, dus we gaan naar mevrouw Van Dijk, die namens het CDA gaat spreken. Ik spiek heel even wat uw spreektijd is. U heeft vijftien minuten aangevraagd.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Een paar merkschoenen van €160 euro. Je hebt het geld eigenlijk niet en je hebt thuis nog prima schoenen staan, maar al je vrienden lopen ermee. Een paar klikken later heb jij ze ook. De schoenen heb je vandaag en de rekening later. En dan zie je die ene gave jas. Ook die kan achteraf worden betaald. Alsof het zo moet zijn, gaan een paar dagen later je oortjes kapot. Die heb je toch echt nodig, dus ook die bestel je opnieuw met achteraf betalen. Ieder bedrag lijkt vrij overzichtelijk — drie relatief kleine bedragen bij verschillende aanbieders — tot de rekeningen tegelijk komen. Dat is precies het risico van achteraf betalen. Niet alleen één grote lening kan iemand in de problemen brengen, maar ook een stapeling van kleine, ogenschijnlijk overzichtelijke kredieten kan ongemerkt een probleem worden.Voorzitter. Van de "buy now, pay later"-gebruikers onder de 25 jaar heeft 42% minstens één ingebrekestelling ontvangen. Uit onderzoek onder 16- tot 19-jarigen blijkt dat een op de tien zelf zegt recent in de problemen te zijn gekomen door kopen op afbetaling. We zijn toe aan het bewegen naar een samenleving die steeds meer leeft op de pof. Dat is wat het CDA betreft de verkeerde kant op bewegen. Daarom hebben we de afgelopen jaren al heel vaak gevraagd om betere bescherming bij buy now, pay later door middel van goede leeftijdsverificatie en een serieuze kredietwaardigheidsbeoordeling en om te voorkomen dat mensen ongemerkt verschillende schulden naast elkaar opbouwen. Met deze wet gebeurt daar veel aan en daar zijn we positief over. Buy now, pay later wordt eindelijk gereguleerd als consumentenkrediet, aanbieders komen onder financieel toezicht en worden vergunningsplichtig, er moet een kredietwaardigheidsbeoordeling plaatsvinden en Nederland voegt een verbod toe aan het aanbieden van uitstel van betaling aan minderjarigen. Dat is positief. Tegelijkertijd stoppen de risico's natuurlijk niet op iemands 18de verjaardag. Juist onder jongvolwassenen zien we in alle cijfers veelvuldig gebruik van buy now, pay later en betalingsproblemen. Het blijft wat het CDA betreft een gemiste kans om de leeftijd niet wat verder op te rekken. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is hij bereid de ontwikkelingen onder jongvolwassenen van 18 tot bijvoorbeeld 21 jaar nauwgezet te blijven monitoren en, als de cijfers daar aanleiding toe geven, een verhoging van de leeftijdsgrens alsnog door te voeren? Kan de minister daarnaast aangeven of de kwetsbaarheid van jongvolwassenen bij buy now, pay later ook in andere lidstaten onderwerp van discussie is? Ziet hij mogelijkheden om hierin gezamenlijk op te trekken, bijvoorbeeld bij een toekomstige evaluatie van de richtlijn?Voorzitter. Toch blijft bij ons ook de ongemakkelijke vraag bestaan of we nu daadwerkelijk gaan reguleren wat we willen reguleren. Ik wil het toch weer hebben over het kopen op de pof in de winkelstraat. We hebben het kabinet al meerdere keren gevraagd om buy now, pay later daar te verbieden of ten minste sterk te ontmoedigen. Thuis iets bestellen, het product eerst willen bekijken of passen en vervolgens betalen kan een hele praktische functie hebben. Ook het oorspronkelijke doel, consumenten beschermen tegen malafide webwinkels, snappen we heel goed. Maar voor de kassa staan, het product eigenlijk niet kunnen betalen en vervolgens direct krediet aangeboden krijgen om het toch in je tas mee naar huis te nemen, is echt iets anders.Het kabinet stelt dat een afzonderlijk Nederlands verbod op buy now, pay later in fysieke winkels niet verenigbaar is met het maximumharmonisatiekarakter van de CCDII. De richtlijn maakt geen onderscheid tussen online en offline. Ook verdergaande ontmoediging blijkt volgens het kabinet na gesprekken met de detailhandel praktisch niet haalbaar. Begrijp ons goed: we zijn niet van plan onze detailhandel weer te overspoelen met verplichtingen. Toch vindt het CDA dit geen goede uitkomst. Er zit namelijk een ongemakkelijke tegenstelling in deze wet. Door buy now, pay later beter te reguleren beschermen we consumenten tegen de risico's ervan, maar tegelijkertijd dreigt daarmee het gebruik van buy now, pay later verder te worden genormaliseerd, ook op plekken waar die ontwikkeling juist onwenselijk is. Daarom vraag ik de minister of hij het wenselijk vindt dat buy now, pay later straks een normale betaalmogelijkheid wordt bij de fysieke kassa. Als zijn antwoord daarop nee is maar Nederland door de CCDII nationaal onvoldoende ruimte heeft, vraag ik hem wat hij Europees gaat doen.Voorzitter. De ontwikkelingen in de betaaltechniek maken het risico op kopen op de pof in de winkelstraat nog groter. Ik heb het over de digitale wallet op onze telefoon. We denken bij buy now, pay later nog vaak aan de winkel die achteraf betalen aanbiedt, maar die keuze kan steeds meer in de telefoon van de consument zelf zitten. Je staat bij de kassa, houdt je telefoon tegen de betaalautomaat en kiest niet alleen waarmee je betaalt, maar mogelijk ook wanneer je betaalt. Daarom heeft het CDA met de ChristenUnie gevraagd te onderzoeken of ook buy now, pay later via de wallet in fysieke winkels kan worden verboden of streng ontmoedigd. Maar ook hierbij zegt het kabinet dat het op dit moment niet mogelijk is om het toevoegen van buy now, pay later aan bijvoorbeeld Apple Wallet te verbieden. We kunnen buy now, pay later aan de kassa door de harmonisatie-eis in deze wet dus niet tegenhouden. Hetzelfde geldt voor betalen via een wallet direct aan de kassa. Wat betekent onze wens om buy now, pay later uit de winkelstraat te houden dan nog in de praktijk? Hoe voorkomen we dat de grens tussen betalen en lenen steeds verder vervaagt? We kunnen blijkbaar alleen nog iets met reclamebeperkingen. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook om hier maximaal op in te zetten, al blijft het gek voelen dat alleen reclame waarbij gemak of snelheid benadrukt wordt, verboden is en dat er geen totaalverbod ingesteld kan worden. Hoe wordt dit onderscheid gemaakt? Welke ruimte ziet de minister om de normalisering van buy now, pay later verder tegen te gaan?Voorzitter. Er is natuurlijk ook een andere kant. Niet iedere vorm van uitgestelde betaling kent hetzelfde risico. De richtlijn zelf geeft dat ook aan. Een mkb'er of fysieke winkel die zelf, dus zonder een derde kredietaanbieder, een klant kosteloos maximaal 50 dagen geeft om te betalen, kan onder voorwaarden buiten het kredietregime blijven. Dat vinden we terecht. De fietsenmaker die zijn klant wat meer tijd geeft om de rekening te betalen is wat ons betreft echt anders dan een commerciële kredietaanbieder die achteraf betalen als verdienmodel heeft. We zien in de richtlijn dus een bewust onderscheid naar de aard van het product en het risico van de consument, maar hierover is ook veel onduidelijkheid. Dat blijkt wel uit de vragen van mijn voorgangers.Juist daarom heeft het CDA vragen over een andere keuze die Nederland bij deze implementatie maakt, namelijk wat betreft de gewone creditcard. Aan het einde van de maand wordt daarbij het volledige openstaande bedrag afgeschreven. Dit is daarmee een vorm van uitgestelde betaling. Deze kaarten vallen door de CCDII voortaan onder het kredietregime, maar Europa geeft Nederland expliciet de mogelijkheid om bepaalde kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen. Nederland kiest daar niet voor, ondanks het advies van het ATR. Dat wijst daarbij op de aanzienlijke regeldruk en het risico dat deze kaarten daardoor duurder worden. Het kabinet heeft daar ook argumenten voor. Het CDA begrijpt dat we niet aan de voorkant strengere regels voor buy now, pay later moeten invoeren en tegelijkertijd aan de achterkant een ontsnappingsroute moeten openlaten.Maar hoe zit het dan met de proportionaliteitsvraag? Het kabinet erkent namelijk ook dat de betalingsachterstanden bij de bestaande kaarten met uitgestelde debitering op dit moment bijzonder laag zijn en dat zich hier weinig problemen voordoen. Mijn vraag is waarom de oplossing dan is om alle bestaande kaarten met uitgestelde debitering onder het kredietregime te brengen. Heeft het kabinet serieus onderzocht of die ontwijkroute gerichter kan worden afgesloten? Kan er bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen een traditionele kaart, waarbij het volledige bedrag iedere maand automatisch wordt afgeschreven, en nieuwe producten die feitelijk dezelfde functie hebben als buy now, pay later? Als dat juridisch niet kan, is mijn vraag: waarom niet? De extra regels hebben namelijk wel consequenties. Het kabinet erkent zelf dat ze tot hogere kosten kunnen leiden en dat die kosten uiteindelijk bij consumenten terecht kunnen komen. Kan hij dit nogmaals toelichten?Voorzitter. Het CDA gelooft in problemen voorkomen. Deze wet wil dat organiseren door verantwoord krediet te eisen en vroeg in te grijpen, maar geeft onvoldoende antwoord op het zogenaamde schulden stapelen. Dat is bij buy now, pay later een aangetoond risico. In 2024 gebruikte een derde van de "buy now, pay later"-gebruikers onder de 35 jaar meerdere aanbieders. Onder frequente gebruikers, dat wil zeggen meer dan twaalf "buy now, pay later"-betalingen per jaar, gebruikte zelfs 65% meerdere aanbieders binnen één maand. De AFM waarschuwt dat aanbieders daardoor niet altijd zicht hebben op wat iemand elders al verschuldigd is, waardoor schulden zich kunnen opstapelen.Daar komt bij dat betalingsproblemen juist vooral bij kleine bedragen voorkomen. De AFM becijfert dat negen van de tien "buy now, pay later"-transacties die uiteindelijk bij een incassobureau terechtkwamen, onder de €250 lagen. Hier zien we dus toch een probleem. Straks moet bij ieder krediet, ongeacht het bedrag, het BKR worden geraadpleegd, maar het kabinet is voornemens de huidige kredietregistratiegrens van €250 te handhaven. Een klein "buy now, pay later"-krediet kan aanleiding zijn om in het register te kijken, maar datzelfde krediet wordt vervolgens dus niet in dat register zichtbaar voor een volgende aanbieder. Het risico op stapeling blijft dus bestaan. Het volledige inzicht ontbreekt.Daarnaast speelt er de snelheid van registratie. Kredietaanbieders hebben nu drie weken om kredieten bij het BKR te registeren. De AFM zegt expliciet dat daardoor "buy now, pay later"-schulden kunnen ontstaan die uit het zicht blijven van andere kredietaanbieders, waardoor stapeling mogelijk blijft. Mijn vraag is: kan een consument straks op één dag bij meerdere aanbieders "buy now, pay later"-kredieten afsluiten zonder dat andere aanbieders dit zien? Zo ja, blijft daarmee het risico op schuldenstapeling niet juist bestaan, terwijl we dat met deze wet willen voorkomen?Ik ben me er goed van bewust dat aanpassingen aan het kredietregistratiestelsel thuishoren bij de behandeling van de nieuwe Wet stelsel kredietregistratie, maar deze wet blijft maar op zich wachten. Kan de minister toezeggen bij dit wetsvoorstel expliciet te bezien of de registratiegrens en registratietermijn voldoende bescherming bieden tegen de stapeling van kleine kredieten? Wanneer kan de Kamer dit voorstel eindelijk verwachten?Voorzitter, een laatste punt. Ons bereiken signalen dat het nieuwe verbod op koppelverkoop mogelijk gevolgen heeft voor het goede werk van gemeentelijke kredietbanken. Bij schuldsanering wordt een saneringskrediet immers soms gecombineerd met bijvoorbeeld budgetbeheer. Volgens de memorie van toelichting zijn kredieten van gemeentelijke kredietbanken onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd. Dan geldt het verbod op koppelverkoop niet. Kan de minister bevestigen dat gemeentelijke kredietbanken hun integrale schuldhulpverlening hierdoor gewoon kunnen voortzetten en dat hier in de praktijk geen onbedoelde belemmeringen ontstaan?Echt tot slot. We bespreken vandaag een wet waar we al langere tijd op wachten. Het CDA heeft het kabinet meermaals gevraagd deze zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen. Inmiddels staat de implementatie onder flinke tijdsdruk. Dat hadden we al zien aankomen. Waarom is er toch voor dit tijdspad en voor deze planning gekozen? Ik zou toch graag een reflectie van de minister willen op hoe we dit in het vervolg beter kunnen doen. Welke lessen trekt de minister hieruit om te voorkomen dat we bij een volgende Europese richtlijn opnieuw achter de feiten aan lopen en we marktpartijen en toezichthouders uiteindelijk met een zeer korte voorbereidingstijd opzadelen?Tot zover. Ik ben benieuwd naar de beantwoording van de minister.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog meer dan vier minuten over.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Nou, kijk!De voorzitter:Ik zie dat de andere leden geen interrupties hebben, dus dan gaan we naar de heer Bushoff. Hij gaat spreken namens PRO.De heer Bushoff (PRO):Volgens mij heb ik veel te weinig tijd opgegeven, voorzitter. Gelukkig is het een wetgevingsoverleg.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Hier heb je er vier!De heer Bushoff (PRO):Ik heb wellicht al vier minuten extra van mevrouw Van Dijk.De voorzitter:U heeft zeven minuten aangevraagd en u krijgt er acht van me.De heer Bushoff (PRO):Dat gaat niet lukken, denk ik, maar ik ga mijn best doen. We gaan kijken hoe ver ik kom. Bij wetgeving is de spreektijd altijd indicatief, maar ik ga mijn best doen, voorzitter.Allereerst. De wet die we vandaag bespreken, implementeert de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet II. De kern is eigenlijk natuurlijk dat vormen van krediet die nu grotendeels buiten het consumentenkredietrecht vallen, daar straks wel onder vallen. Een belangrijke vorm daarvan is het "buy now, pay later"-concept. Kleine kredieten en kaarten met uitgestelde debitering gaan ook aan nieuwe, strengere eisen moeten voldoen. Aanbieders komen onder toezicht te staan. Consumenten krijgen op die manier betere bescherming. Op zich is dat allemaal ontzettend goed. Dat is heel erg belangrijk, omdat kredietverlening in onze economie een enorme functionele waarde heeft, maar we tegelijkertijd zien dat het in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij jongeren, weleens wil leiden tot het doen van aankopen die ze zich niet kunnen veroorloven, wat allerlei heel nadelige en negatieve gevolgen heeft. Dat wil je zo veel mogelijk voorkomen. In die zin is de implementatiewet die vandaag voorligt een concrete stap in de goede richting, want dat "buy now, pay later"-concept wordt ook echt behandeld als krediet. Ook kleine kredieten vallen zo meteen onder strengere regels. Minderjarigen mogen straks niet meer onder het concept buy now, pay later gaan vallen. Dat zijn allerlei hele goede dingen. Tegelijkertijd probeer je natuurlijk het gewone handelsverkeer zo goed mogelijk doorgang te laten vinden waar geen probleem is. Het is natuurlijk ook heel belangrijk dat dat gewoon plaats kan vinden. Hoe je dat op een goede manier doet, is best een ingewikkelde weging. Daar heb ik een aantal punten over die ik voor het voetlicht zou willen brengen.Ik wil beginnen met de kredietwaardigheidstoets. Onder de €100 volstaat een beperkte toets, namelijk raadpleging bij het BKR en een beperkte raadpleging bij het Centraal curatele- en bewindregister, maar vanaf €100 is er sprake van een verplichte kredietwaardigheidstoets. Alleen, de aanbieder mag grotendeels zelf bepalen welke gegevens daar proportioneel voor zijn en hoe die toets er dan precies uitziet. De regering zegt daarbij zelf dat de vormgeving van deze toets grotendeels in de praktijk plaatsvindt, dat het daarbij proportioneel moet zijn en dat de AFM toezicht houdt. Maar er is dus geen wettelijk voorgeschreven uniforme minimumtoets voor kredieten boven de €100. Ergens snap ik dat wel, maar toch vraag ik de minister — volgens mij zat dit ook ergens in de vraag van de VVD verpakt — hoe je nou voorkomt dat er zo meteen allerlei verschillende toetsen plaatsvinden, waarbij de ene een zware toets uitvoert die misschien eigenlijk niet proportioneel is, en er bij de ander, waarbij je zou willen dat er wel een zwaardere toets plaatsvindt, juist een te lichte toets plaatsvindt. Hoe voorkom je de willekeur in toetsing, zou ik de minister in dit geval willen vragen. Welke minimumeisen hanteert de AFM wat betreft haar toezicht, zou ik de minister op dit punt ook willen vragen.Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn tweede punt hierover: zou het niet zinvol zijn om juist ook voor jongeren een wat zwaardere kredietwaardigheidstoets te laten gelden? We weten uit onderzoek dat heel veel jongeren toch te vaak in de problemen komen wat betreft kredieten die ze afsluiten, of het doen van aankopen die ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven. Dan gaat het niet alleen om jongeren tot 18 jaar, maar juist ook daarboven, om jongvolwassenen. Daarom vraag ik mij eigenlijk het volgende af. Nu is het in de Europese richtlijn zo opgeschreven dat zo'n kredietwaardigheidstoets proportioneel moet zijn en dat we dat laten aan het veld. Is het niet juridisch mogelijk om een iets zwaardere toets voor jongeren te laten gelden, of überhaupt om leeftijd zwaarder te laten wegen bij de kredietwaardigheidstoets? Dat zou ik de minister willen vragen. Ik ben benieuwd welke juridische ruimte daarvoor is. Dat is één. Twee: acht hij dit wenselijk, mits die juridische ruimte er is?Voorzitter. Dan een tweede onderwerp. Dat gaat over het BKR. Wat er nu verandert, is dat ook de aanbieder het BKR moet raadplegen bij kleine kredieten. Die grens van €250 verdwijnt, maar de huidige systematiek van wanneer een krediet positief wordt geregistreerd in het BKR-register blijft voorlopig nog bestaan, want we wachten nog op het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie. Dat levert een beetje een bijzondere situatie op. Dat zou er namelijk voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld voor een krediet van €160 het register wel geraadpleegd wordt, maar dat dat krediet vervolgens niet geregistreerd wordt, waardoor er wel een stapeling van kredieten aangegaan kan worden zonder dat die opvalt in het register. Het is natuurlijk heel erg raar dat er een grote kans bestaat dat wat je wil checken in het register überhaupt niet in dat register staat, omdat het niet geregistreerd wordt. Ik ben wel benieuwd of de minister hierop in kan gaan, of hij dit ook een probleem vindt en of hij voornemens is om bij het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie hier verandering in aan te gaan brengen. Het lijkt me namelijk heel onwenselijk dat je aan de ene kant bij kleine kredieten dus wel in het BKR-register moet gaan kijken, maar dat ze vervolgens niet geregistreerd gaan worden. Is de minister bereid om daar bij het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie een verandering in aan te brengen, zodat ook die kleinere kredieten wel geregistreerd worden en in ieder geval een stapeling zonder dat die opvalt in het register voorkomen kan worden? Daarbij geef ik wel weer mee: je moet natuurlijk ook voorkomen dat iemand die in een bepaalde tijd zijn betalingsachterstand gewoon volledig heeft weggewerkt daar vervolgens in de jaren daarna alsnog heel veel last van heeft. Zou daar dan ook een verandering op moeten plaatsvinden bij het voorstel voor de Wet stelsel kredietregistratie? Dat zou ik de minister willen vragen.Voorzitter. Dan ga ik naar een aantal uitzonderingen die nu gemaakt worden, namelijk voor fysieke winkels en het mkb. Zij kunnen zelf kosteloos uitstel van betaling geven tot 50 dagen. Voor grote webwinkels zonder fysieke winkel geldt wel 14 dagen. De Klarna's van deze wereld vallen allemaal onder het nieuwe kredietregime. Volgens mij was het de regering zelf die in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag aanhaalde dat we het bijvoorbeeld heel gebruikelijk vinden dat een loodgieter na zijn werk een factuur stuurt die je binnen 30 dagen moet betalen. Dat moet ook gewoon zonder hinder doorgang kunnen vinden. Hetzelfde geldt als je een bank koopt bij een meubelzaak die later geleverd wordt en die je op factuur betaalt. Ook dat is een hele gangbare praktijk waarvan we met z'n allen zeggen: dat is precies wat mogelijk moet blijven, want daar ontstaan weinig problemen. Althans, daar zien we op dit moment heel weinig problemen. Maar ik vraag de minister het volgende. Met deze uitzonderingen, die wel blijven bestaan, en aan de andere kant het strenger maken van het "buy now, pay later"-principe … Wordt deze uitzondering straks niet gebruikt om die "buy now, pay later"-constructies in de fysieke winkelstraat te brengen? Dat lijkt me dan weer heel erg onwenselijk. Hoe ziet de minister dit? Ziet hij dit risico? Deelt hij de opvatting van PRO dat dat onwenselijk is en dat we dat zo veel mogelijk zouden moeten voorkomen? Ik zou willen vragen: hoe gaat de minister dat monitoren?De voorzitter:Meneer Bushoff, u bent al over de tijd heen. U kreeg van mij een minuut extra, dus ik zou zeggen: gebruik die nuttig.De heer Bushoff (PRO):Sorry, voorzitter, ik had het beter moeten opgeven van tevoren, dus daarvoor steek ik de hand in eigen boezem, maar het is wetgeving, dus in principe heb je zo veel tijd als je wil. Ik ga echt proberen om het kort te houden, hoor. Ik heb nog twee punten.Voorzitter. Het tweede punt kan ik ook kort houden, want ook mijn collega van het CDA heeft volgens mij een punt gemaakt over de gemeentelijke kredietbanken. Die nemen schulden over van mensen en zijn dan vervolgens de enige kredietverstrekker, maar helpen mensen ook om uit die schulden te komen. Normaal gesproken is die dubbelfunctie eigenlijk niet toegestaan, maar voor gemeentelijke kredietbanken is het heel wenselijk dat die dubbelfunctie wel blijft bestaan. De regering schrijft ook in de memorie van toelichting op bladzijde 9 dat die mogelijkheid blijft bestaan omdat zij dit zonder winstoogmerk doen, maar maakt dat vervolgens niet expliciet in de wet. Ze leggen deze uitzondering voor gemeentelijke kredietbanken dus niet wettelijk vast. Daarover is toch wel wat onduidelijkheid ontstaan bij de NVVK. Ik ben benieuwd of de minister die onduidelijkheid zou kunnen wegnemen, namelijk door te garanderen dat de bestaande praktijk van gemeentelijke kredietbanken zoals we die nu hanteren, gewoon ongehinderd doorgang kan vinden. Dat is namelijk heel erg belangrijk.Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Dat is eigenlijk een net iets ander punt dan tot nu toe, maar dit wordt wel geregeld in deze wet. Dit punt gaat over de schone-lei-regeling. Ook daarvoor komt er een richtlijn vanuit Europa. We hebben in Nederland al een eigen schone-lei-regeling. Voor mensen die ziek zijn geweest, bijvoorbeeld kanker hebben gehad, en verzekeringen willen afsluiten of krediet willen afsluiten, gelden vaak strengere voorwaarden omdat ze ziek zijn geweest. Maar als je gezond bent, vervallen die strenge voorwaarden na een bepaalde periode en mag ziekte niet langer meespelen. Dat is superbelangrijk, omdat mensen anders, terwijl ze genezen zijn, in de jaren daarna in hun gezonde leven alsnog achtervolgd worden omdat ze ooit ziek zijn geweest.Eigenlijk heb ik daarbij twee vragen. Eén. Lees ik goed dat we de nationale schone-lei-regeling blijven volgen als die ruimer is dan wat de Europese richtlijn voorschrijft, en dat we de Europese richtlijn volgen als die een verbetering voorstelt? Kortom, hebben we voor de meest gunstige situatie gekozen voor degenen die het betreft? Heb ik dat goed begrepen?Tot slot zou ik de minister ook willen vragen naar de toezegging die hij eerder op schriftelijke vragen van mij heeft gedaan om hierover in gesprek te gaan met betrokkenen, om te kijken of de termijnen waarna je weer met een schone lei kunt beginnen, aangepast kunnen worden, zodat je nadat je genezen bent, weer sneller onder het normale regime valt en niet nog te lang achtervolgd wordt door je ziekte. De minister zei dat hij daarover in gesprek zou gaan. Ik ben benieuwd of dat is gebeurd, wat de uitkomsten daarvan zijn en of daar nog positieve ontwikkelingen op te melden zijn.Tot slot sluit ik me op het punt van de reclames aan bij de vragen van de ChristenUnie, want ik ben ruim door de tijd heen die ik had opgegeven.De voorzitter:Dank u wel. Nou, het was slechts ruim drie minuten. We gaan naar de heer Schoonis. Hij spreekt namens D66.De heer Schoonis (D66):Dank u, voorzitter. Nog nooit was lenen zo makkelijk als nu: één klik bij het afrekenen en je hebt een lening, vaak zonder dat je het doorhebt. Een paar kleine aankopen kunnen eindigen in een stapel aanmaningen en incassokosten. Mijn collega's hebben hier al mooie voorbeelden van gegeven. Juist jongeren komen hierdoor dus in de problemen. Dat wil niet zeggen dat deze producten an sich slecht zijn, want ze bieden gemak en vrijheid voor consumenten en mkb'ers, maar de regels komen uit 2008 en lopen daarmee achter. Het is dus goed dat ze worden geactualiseerd. Voor D66 betekent dat: ruimte voor innovatie, maar niet ten koste van mensen.Voorzitter. Ik begin bij een van de kwetsbaarste groepen van de "buy now, pay later"-dienstverlening, namelijk de jongeren. Ze werden al door meerdere collega's genoemd. In 2023 werden bijna 600.000 BNPL-betalingen gedaan via rekeningen van 13- tot en met 17-jarigen. Dat zijn jongeren die impulsief besluiten dat ze dat ene kledingstuk toch willen hebben, terwijl ze dat niet kunnen betalen. Jongeren hebben eigenlijk weinig financiële buffers. Een gemiste betaling wordt zo al snel een schuld, terwijl je juist op die leeftijd wil voorkomen dat schulden normaal worden. Om deze groep te beschermen, steunt D66 daarom de minimumleeftijd van 18 jaar voor achteraf betalen. De vraag is echter hoe aanbieders deze leeftijdsgrens gaan handhaven. Dat heb ik nog niet gehoord vandaag, dus dat is mijn vraag aan de minister. De Consumentenbond en de grote platforms roepen zelf op om één voorgeschreven methode te hanteren, zodat duidelijk is welke gegevens aangeleverd moeten worden en de privacy wordt gewaarborgd. Kan de minister toelichten hoe hij aankijkt tegen een vaste methode voor het handhaven van de leeftijdsgrens? Kan hij aangeven hoe de privacy van consumenten in het huidige voorstel wordt gewaarborgd?Mijn volgende punt gaat over reclame, al is daar ook al veel over gezegd. Wij zijn groot voorstander van die minimumleeftijd, maar voor ons is dat niet voldoende. Er is daarom ook iets nodig aan de voorkant, namelijk ervoor zorgen dat jongeren en volwassenen zich bewust zijn van de risico's van deze producten. Studenten kregen onlangs nog een mail over een studietraining met de tekst: "Kies Klarna bij afrekening. Vandaag €0, tegen die tijd is je studiefinanciering binnen." Nergens stond de echte prijs, er werd geen woord gesproken over de risico's, maar er was wel een aanbieding die om middernacht verliep. Collega Ceder heeft daar ook al een paar voorbeelden van genoemd en de naam "Klarna" is al vaker voorgekomen. Dit is echt heel onwenselijk. Nu gaat het om een training, maar wat is het de volgende keer? In de gokindustrie hebben we gezien wat er gebeurt wanneer onlinereclame en influencers worden ingezet om jongeren binnen te halen. Toen is de verstandige keuze gemaakt om strenger te zijn in wat wel en niet mag als het gaat om reclame. Kan de minister toelichten waarom de reclameregels voor onlinegokken, zoals een verbod op influencers en reclames gericht op jongeren, niet ook gelden voor reclames voor krediet? Als de Europese regels dat nu niet toelaten, is de minister dan bereid om zich daar in Europa voor in te zetten? Vallen promotie via influencers en in apps überhaupt onder deze reclameregels? Hoe houdt de AFM daar toezicht op?Voorzitter. De kern van het probleem is het verdienmodel van BNPL-producten. De AFM concludeerde dat bij een deel van de aanbieders tot 40% van de omzet binnenkwam via kosten voor te laat betalen. Bij Klarna — daar is-ie weer — oordeelde de rechter vorig jaar zelfs dat de incassokosten onderdeel waren van het verdienmodel. Schuldhulpverleners zien dagelijks de gevolgen. De NVVK, de branchevereniging voor schuldhulpverlening, ziet deze kredieten steeds vaker in de schuldenlijsten. De groep mensen die achteraf betaalt om het einde van de maand te halen, groeit. Het is geen gezond verdienmodel om te verdienen aan mensen die hun rekening niet kunnen betalen. Dat is een morbide vorm van ondernemen. Volgens de AFM zijn jongeren tussen de 18 en 24 jaar oververtegenwoordigd bij het incassobureau. Wat D66 betreft moeten aanbieders dan ook een actieve rol hebben bij het voorkomen en oplossen van schulden, maar uit de beantwoording van deze minister blijkt dat een aanbieder de consument alleen hoeft te wijzen op de schuldhulpverlening bij de gemeente. Deelt de minister de zorg dat juist mensen die al in de problemen zitten die stap vaak niet zetten? Zo ja, hoe zorgt hij ervoor dat die hulp hen wel bereikt? Ziet hij daarin een grotere rol voor de aanbieder of zijn er andere instrumenten die beter werken? Daarnaast zijn de prikkels nu zo ingericht dat aanbieders verdienen aan mensen die niet op tijd kunnen betalen. Wat D66 betreft moet het andersom: het moet lonen om problemen te voorkomen. Welke mogelijkheden ziet de minister om dat te bereiken?Tot slot. Eén aanbieder heeft al een register waarmee consumenten zichzelf kunnen blokkeren. Andere aanbieders staan daar positief tegenover. Is de minister bereid om zich ervoor in te spannen dat zo'n register sectorbreed verplicht wordt? Het moet uiteraard wel privacyveilig ingericht worden.Voorzitter. Ik heb nog een ander punt. Dat raakt niet aan het onderwerp van vandaag, maar wel aan de Wet op het financieel toezicht. Gezien de relevantie van het onderwerp wil ik deze kans niet laten liggen. Het woord "duurzaamheid" is nog niet gevallen, maar dat heeft hierin ook een plek. De gestegen energieprijzen door de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten benadrukken het belang van het isoleren en aardgasvrij maken van woningen. Hoe energiezuiniger de woning, hoe lager de energierekening. Zo zorgen we ervoor dat mensen hun energierekening kunnen betalen. Juist nu is dat extra belangrijk. Huiseigenaren die hun woning willen verduurzamen, kunnen naast de bestaande subsidieregelingen ook gebruikmaken van gebouwgebonden financiering. Op dit moment komt dit product door de afwijkende complexiteit nog onvoldoende van de grond. Daarmee dreigt een route die kan helpen bij de verduurzaming van woningen in de praktijk te worden afgesloten. Daarom dien ik een motie in om te onderzoeken hoe gebouwgebonden financiering voor de verduurzaming van woningen makkelijker gemaakt kan worden voor huiseigenaren.Voorzitter. Tot slot kom ik terug op het onderwerp van vandaag. Deze wet is een belangrijke stap om de regels weer bij te laten lopen met de producten van vandaag. Voor D66 staan twee dingen centraal. Ten eerste willen we jongeren beschermen, met een leeftijdsgrens die werkt en die privacyvriendelijk is, en met grenzen aan reclame die hen verleidt. Ten tweede mogen schulden nooit een verdienmodel zijn. Het moet voor aanbieders lonen om problemen te voorkomen in plaats van dat ze eraan verdienen. Er moet ruimte zijn voor innovatie, maar niet ten koste van mensen. Ik kijk uit naar de antwoorden van de minister.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Voordat u iets anders kunt gaan doen, krijgt u eerst een interruptie van de heer Flach van de SGP.De heer Flach (SGP):Mijn vraag spitst zich toe op het blokje duurzaamheid in de bijdrage van collega Schoonis. Voor mijn gevoel was dat een beetje offtopic, dus het eerste deel van mijn vraag is: wat heeft dat te maken met dit wetsvoorstel? Aangezien u het toch heeft genoemd, wil ik nog het volgende zeggen. Ik heb hier eerder ook werk van gemaakt en een motie over ingediend. Hoe ziet de collega die gebouwgebonden financiering voor zich?De heer Schoonis (D66):Dat klopt. Dat zei ik ook gelijk aan het begin, maar het raakt toch aan de Wet op het financieel toezicht. We wilden daarvoor een plek creëren en dat kon hier. Aangezien duurzaamheid belangrijk is voor iedereen — dat heeft u volgens mij net ook gezegd — wilden we dit nogmaals naar voren brengen met een motie. Als we samen kunnen werken, dan zou ik dat heel graag willen. We vragen ook om dit te onderzoeken, want het is nog niet duidelijk hoe dit precies zou kunnen. Dat staat hier ook en dat heb ik ook gezegd. Er is sprake van complexiteit, dus laten we samen met de minister kijken hoe we dat kunnen vormgeven.De voorzitter:Dat is voldoende voor de heer Flach. Dan gaan we naar de laatste spreker van de kant van de Kamer: de heer Hoogeveen, die namens JA21 gaat spreken. Hij heeft acht minuten aangevraagd.De heer Hoogeveen (JA21):Dank u, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat JA21 de wens deelt om problematische schulden bij jongeren via "koop nu, betaal later" aan te pakken. De reikwijdte van deze wet gaat echter verder. Dit raakt meer bedrijven. De snelheid waarmee we dit als Kamer behandelen, baart ons zorgen.Voorzitter. We hebben de minister in de schriftelijke ronde voor de zomer al gevraagd naar de korte implementatietermijn. Die is al door een aantal collega's aangekaart. De richtlijn had uiterlijk 20 november 2025 in nationale wetgeving omgezet moeten zijn, waarna oorspronkelijk een jaar resteerde voordat de nieuwe regels vanaf 20 november 2026 daadwerkelijk zouden moeten worden toegepast. Vandaag behandelen we het wetsvoorstel, minder dan twee maanden voor die datum. Als de wet pas eind oktober in het Staatsblad verschijnt, resteert voor de definitieve Nederlandse regels ongeveer vier weken in plaats van twaalf maanden. Het kabinet erkent zelf dat de marktpartijen weliswaar al langer bekend zijn met de richtlijn, maar dat ze weinig voorbereidingstijd hebben voor de nationale keuzes en de daarmee samenhangende verplichtingen.Voorzitter. Meerdere marktpartijen die hiermee te maken krijgen, waarschuwen ervoor dat dit onvoldoende tijd is om deze wetgeving zorgvuldig te implementeren. Ik begrijp dat de minister de datum van 20 november niet zomaar kan verschuiven, maar ik vraag hem wel om in te zetten op een zachte landing in de handhaving. Is de minister bereid om hierover met de AFM in overleg te treden en om te bevorderen dat er bijvoorbeeld gedurende de eerste zes maanden sprake is van een proportionele en risicogebaseerde handhavingsaanpak? Daarbij moet uiteraard wel direct prioriteit liggen bij wezenlijke consumentenbescherming, zoals de leeftijdsverificatie om minderjarigen te beschermen, maar kan tegelijkertijd rekening worden gehouden met bonafide ondernemers die aantoonbaar bezig zijn om hun complexe IT-systemen en processen aan definitieve regelgeving aan te passen. Als het kabinet voor kaarten met uitgestelde debitering wel aanleiding ziet voor een overgangstermijn van zes maanden, waarom zou enige vorm van overgang naar of coulance voor andere ondernemingen met grote implementatieproblemen dan bij voorbaat onmogelijk zijn?Voorzitter. Wij vragen ons af of de zeer brede implementatie voldoende onderscheid maakt tussen verschillende vormen van kredietverlening. Doorlopende constructieve kredieten, achterafbetalingen bij een webshop en een kortlopende praktische betalingstermijn dragen niet hetzelfde risico. Kan de minister daarom uiteenzetten in hoeverre de voorgestelde reikwijdte ook situaties kan raken waarin geen sprake is van een klassiek kredietproduct, maar van een praktische betaaltermijn? Denk bijvoorbeeld aan parkeerapps, mobiliteitsdiensten of facturen voor zorg. Onder welke omstandigheden vallen dergelijke betaalconstructies straks wel en niet onder het kredietregime? Vindt de minister dat voor ondernemingen voldoende duidelijk en voorspelbaar is wanneer zij vergunningsplichtig worden?De richtlijn kent namelijk zelf uitzonderingen voor bepaalde vormen van kosteloos uitstel van betalingen. Voor onder meer mkb-ondernemingen geldt onder voorwaarden een termijn van 50 dagen, terwijl voor bepaalde grote webwinkels een 14 dagenregime geldt. Collega Van Dijk kaartte al aan dat hetzelfde geldt voor de creditcards zoals wij die in Nederland kennen, de zogeheten deferred debit cards, waarbij de consument het saldo aan het einde van iedere maand volledig terugbetaalt. Waarom worden producten met aantoonbaar verschillende kenmerken en risicoprofielen op onderdelen toch gelijk behandeld, vraag ik de minister.De richtlijn geeft lidstaten namelijk expliciet de mogelijkheid om kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen. Duitsland, Frankrijk en België maken van die mogelijkheid gebruik, Nederland niet. Is de minister bereid om nogmaals te bezien of Nederland gebruik kan maken van de uitzonderingsbepaling in artikel 2, lid 5 van de richtlijn? Als hij dat niet wil, waarom wegen de argumenten voor regulering in Nederland dan zwaarder dan in de omringende landen?Voorzitter. Dat brengt mij bij een fundamenteler punt: de afbakening van wat onder krediet valt. In de schriftelijke behandeling is veel discussie geweest over gewone vormen van uitstel van betaling en over de rol van derden, bijvoorbeeld bij factoring. Het kabinet stelt dat Nederland en Duitsland voor de uitzondering voor kortdurend uitstel van betaling in beginsel hetzelfde regime hanteren, omdat de uitzondering rechtstreeks uit de richtlijn volgt. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de richtlijn 23 lidstaatopties en verschillende open normen bevat, waardoor in de praktijk toch verschillen tussen landen kunnen ontstaan. Daarom vraag ik de minister of hij risico's ziet dat ondernemingen die economisch vrijwel dezelfde dienst aanbieden, door verschillen in nationale implementatie of interpretatie toch onder verschillende regimes komen te vallen. Hoe wordt voorkomen dat Nederlandse bedrijven, bijvoorbeeld bij grensgevallen, met een zwaarder regime worden geconfronteerd dan vergelijkbare bedrijven in onze buurlanden? Kan de minister daarnaast toezeggen dat hij bij relevante onduidelijkheden actief afstemming zoekt met de Europese Commissie en andere lidstaten, zodat bedrijven vooraf zo veel mogelijk rechtszekerheid hebben?Voorzitter. Dan de kredietwaardigheidsbeoordeling. Wij waarderen het dat de minister voor kredieten tot €100 een lichtere toets toestaat. Het is wat ons betreft niet proportioneel als consumenten voor kleine alledaagse aankopen onnodig een diepgaand inzicht in hun persoonlijke financiën moeten geven. Maar die grens van €100 ligt vrijwel precies op de gemiddelde waarde van een BNPL-transactie. Die bedroeg in 2024 zo'n €96,60. Daarmee kan een gewone aankoop van bijvoorbeeld €120 of €130 al buiten het expliciet lichtere regime vallen. Daarom vraag ik de minister waarom er precies voor €100 is gekozen. Is hij bereid om te bezien of het drempelbedrag uit artikel 113 van de Wgfo kan worden verhoogd, bijvoorbeeld naar €150, zonder dat daarmee de bescherming tegen daadwerkelijke overkreditering onevenredig wordt aangetast?Voorzitter. Boven die grens is ook niet alles koek en ei. De minister geeft aan dat de informatie die in het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling wordt opgevraagd, moet worden geverifieerd. In Duitsland en Zweden gebeurt verificatie volgens het kabinet eveneens verplicht, maar er wordt gesproken over "verificatie op passende wijze". In het Belgische wetsvoorstel lijkt volgens het kabinet meer ruimte te bestaan voor een zelfverklaring van de consument. Tegelijkertijd geldt voor de richtlijn voor alle lidstaten dat de kredietwaardigheidsbeoordeling proportioneel moet zijn. De vraag is daarom hoe zwaar die verificatie in Nederland bij relatief kleine bedragen in de praktijk wordt. Neem een consument die voor €120 of €150 een paar schoenen of kleding achteraf betaalt, omdat hij of zij die eerst wil passen en daarna retourneren. Kan de minister uitsluiten dat bij zulke alledaagse bedragen automatisch loonstroken, volledige bankafschriften of integrale transactiedata moeten worden aangeleverd? Kan hij concreet aangeven wanneer een eenvoudige plausibiliteitscontrole voldoende is en wanneer aanvullende verificatie noodzakelijk wordt?Kredietaanbieders moeten bij een kredietwaardigheidsbeoordeling financiële gegevens kunnen verwerken. Dat gaat niet zonder privacyrisico's. Bankafschriften en transactiedata kunnen buitengewoon gevoelige informatie bevatten, bijvoorbeeld aan welke organisatie iemand doneert, waar iemand zijn boodschappen doet of welke medische of andere persoonlijke uitgaven iemand heeft. Wij worstelen daarom ook wel een beetje met die proportionaliteit. Staat de verwerking van zulke gegevens bij relatief lage kredietbedragen nog wel in verhouding tot het risico? Hoe weegt de minister dit tegenover het beginsel van dataminimalisatie uit de AVG? Kan hij bevestigen dat er niet meer financiële informatie mag worden verwerkt dan voor de specifieke kredietwaardigheid noodzakelijk is? Bij welke partijen kunnen deze gegevens terechtkomen en hoelang mogen zij eigenlijk worden bewaard nadat de toets is uitgevoerd? Het kabinet zegt zelf dat door de proportionaliteitsnorm naar verwachting niet meer informatie wordt opgevraagd dan nodig is, terwijl uit de richtlijn geen specifieke aanvullende beveiligingswaarborgen voor die gegevens volgen. Daarom vraag ik de minister om bij de uitwerking van artikel 13 van het BGfo maximaal ruimte te bieden aan een risicogebaseerde aanpak: een eenvoudige controle waar dat kan en aanvullende verificatie waar dat nodig is. Kan de minister toezeggen dat bij verdere uitwerking van de kredietwaardigheidsbeoordeling dit uitgangspunt leidend zal zijn?Voorzitter. Tot slot wil ik graag stilstaan bij de kosten. Uitgesteld betalen is voor verkopers geen gratis betalingsoptie. Aan het aanbieden ervan zijn ook kosten verbonden, die uiteindelijk ergens moeten worden gedragen. Valt het te overwegen en acht de minister het redelijk dat verkopers voor specifieke kredietproducten gerichte en transparante kosten in rekening kunnen brengen bij degene die van die dienst gebruikgemaakt, in plaats van dat die kosten ergens verdwijnen in een algemene prijs? Dat maakt de werkelijke kosten niet alleen transparanter, maar het kan bovendien een bijkomend voordeel hebben: de consument wordt aangespoord om nog eens extra na te denken voordat hij of zij voor krediet kiest. Wat is de reactie van de minister?Ik kijk uit naar de beantwoording. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Hoogeveen. Ik zie geen interrupties van de kant van de Kamer. Dan kijk ik aan mijn rechterzijde naar de bewindspersonen. Hoelang heeft u nodig voor de beantwoording van de vragen?Minister Heinen:Het is uiteindelijk uw oordeel. Wij kunnen over een halfuurtje of zo; we moeten natuurlijk even heen en weer lopen. Hoe wilt u het aanpakken? We kunnen ook proberen om het voor de lunchschorsing allemaal netjes te beantwoorden.De voorzitter:Ook gezien de tijd lijkt het mij handig dat we eerst beginnen met de beantwoording van de bewindspersonen en dat wij daarna nog kort schorsen voor een lunchpauze, omdat het nu misschien nog wat aan de vroege kant is. Maar ik kijk ook naar de leden. Hoe ziet u dat zelf? Mijn voorstel zou zijn om over een halfuur verder te gaan met de beantwoording. Dan kunnen we daarna een pauze inlassen om even een broodje te pakken. Ik zie geknik.De heer Hoogeveen (JA21):Ik lunch altijd om 11.30 uur, dus ik vind het prima om nu een halfuurtje te lunchen en dan in één keer door te gaan.De voorzitter:Een halfuur? Goed, we gaan over een halfuur verder. Voor de duidelijkheid: dat is dus rond 11.53 uur.De vergadering wordt van 11.24 uur tot 12.08 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren. Iedereen is weer aanwezig na een korte pauze. Ik kijk even naar de leden. De staatssecretaris heeft het verzoek gedaan of zij met voorrang één vraag uit de eerste termijn kan beantwoorden, omdat ze daarna naar eventuele andere verplichtingen wil gaan. Hebben de leden daar moeite mee? Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, mits de appreciatie van de moties dan uiteraard ook door minister Heinen gedaan kan worden als deze gericht zijn op een onderwerp uit de portefeuille van mevrouw Van Bruggen.De voorzitter:Dat is een goed verzoek, denk ik. Ik zie bij de andere leden ook geen bezwaren, dus we gaan in eerste instantie naar de staatssecretaris luisteren. Die zal één vraag beantwoorden. De minister is het er volgens mij ook mee eens.Minister Heinen:Voorzitter, zal ik even het debat inleiden en er wat structuur in aanbrengen? Dan zal ik daarna het woord aan de staatssecretaris geven, want die had inderdaad één vraag. Dan pak ik het daarna verder op. Is dat een goed voorstel?De voorzitter:Dat lijkt mij prima. Gaat uw gang.Minister Heinen:Dank, voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld, waarvoor dank. We hebben het vandaag, als ik het samenvat, over de bescherming van de consument. We hebben vaak debatten die wat meer macro-economisch van aard zijn: hoe werkt de eurozone, hoe is ons vestigingsklimaat en werkt de financiële sector goed? Vandaag hebben we het over de bescherming van de consument. Daar heeft de Kamer ook vaak aandacht voor gevraagd, met name ten aanzien van nieuwe dienstverlening, bijvoorbeeld buy now, pay later. Maar dit is natuurlijk breder, omdat we ons ook, denk ik, in den brede zorgen maken over schuldontwikkeling en mensen in kwetsbare posities. Het is ook een rol van de overheid om mensen daarbij te beschermen in het economische verkeer. Dat geldt niet alleen in Nederland; dat geldt ook in Europa. Daar is een richtlijn voor gemaakt. Wij stellen vandaag voor om die te implementeren. Daarbij verwerken we eerdere wensen van de Kamer over buy now, pay later ook in deze implementatiewet. Daar komt veel bij kijken, met name wat betreft het raadplegen van kredietregistraties. Er komt nog een wet de kant van uw Kamer op over hoe die kredieten worden geregistreerd. Ik snap heel goed dat de Kamer zegt: dat hadden we het liefst tegelijkertijd gedaan. Ik zal straks wat schetsen over het tijdpad.Er zijn veel vragen gesteld. Ik wilde de beantwoording in de eerste plaats via de inwerkingtreding en de handhaving doen. Dan kunnen we ook kort stilstaan bij het proces, dus de aanloop waar ik net al een voorschot op nam. Dan gaan we naar "buy now, pay later"-diensten op zichzelf, waarvoor de Kamer natuurlijk ook al lang veel aandacht vraagt. Dan komen we op de reikwijdte van de implementatiewet en de kredietwaardigheidstoets; daarna volgt de BKR. Er komt later natuurlijk ook nog wetgeving uw kant op, waar we verder over zullen spreken. Tot slot heb ik nog een categorie overig.Voorzitter. Dat betreft alle vragen die aan mij zijn gesteld, maar er was inderdaad ook nog een vraag aan de staatssecretaris gesteld, dus met uw goedkeuren zou ik haar graag het woord willen geven.De voorzitter:Dat lijkt me prima. Dan gaan we naar de staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Voorzitter, hartelijk dank. Hartelijk dank ook aan de minister voor deze introductie. Het ging bij mij inderdaad vaak over het onderdeel buy now, pay later in combinatie met de schuldenproblematiek die we bij jongeren zien. Ik voer dat debat ook op verschillende plekken met een aantal van u als het gaat over armoede en schulden. Maar de minister zei het ook al: dit wetsvoorstel is breder dan dat. Ik ben blij dat we nu met elkaar echt de stappen zetten om onder andere het verbod op achteraf betalen voor minderjarigen wettelijk te verankeren. Ik hoor de positieve inbreng van een aantal van u, van: we zijn er. Dat vind ik heel mooi. De collega van PRO gaf aan dat dit heel veel positieve effecten in zich heeft. Tegelijkertijd zien we ook dat er een risico is. Daar is de vraag aan mij op toegespitst. Dat gaat bijvoorbeeld over de samenloop. Je ziet een samenloop tussen de CCD II en de Wki, waarvoor ik verantwoordelijk ben vanuit het Burgerlijk Wetboek omtrent de consumentenkredietovereenkomst. De genoemde toezichthouders, maar ook de ACM en het Bureau Financieel Toezicht, hebben gezamenlijk al een samenwerkingsprotocol met afspraken voor effectief en doelmatig toezicht. Daar zag de vraag van de heer Ceder op. Ik kan hierbij toezeggen dat dat er dus al is. Ik kan bevestigen dat het samenwerkingsprotocol er is en kan toezeggen dat ik met deze toezichthouders in gesprek zal gaan over de samenloop van deze wetten. We willen dat iedereen weet waarop de handhaving de komende periode actief moet zijn.De voorzitter:Dat roept natuurlijk een vraag op bij de heer Ceder. Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Daar ben ik blij mee. Ik probeer het iets te concretiseren. Zouden wij vóór de inwerkingtreding — dat gebeurt op 20 november, tenzij minister Heinen vandaag iets spannends zegt — geïnformeerd kunnen worden over hoe dat er dan uitziet? Misschien kan het ook openbaar gemaakt worden, want volgens mij is het niet zo spannend. Dan weten we voor die tijd hoe het loopt en dan weten bedrijven ook waar ze aan toe zijn.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat kunnen we toezeggen. Het betreft namelijk het bestaande samenwerkingsprotocol. Dat zullen we heel specifiek terugleggen bij de Kamer, om aan te geven hoe dat eruitziet.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de leden geen vragen meer hebben. Ik dank de staatssecretaris voor haar inbreng en wens haar nog een productieve dag. Dan gaan wij terug naar de minister. Hij gaat beginnen aan de beantwoording aan de hand van de mapjes.Minister Heinen:Voorzitter, dank u wel. Laten we nogmaals in herinnering brengen waar we het over hebben: hoe beschermen we consumenten? Er bestaat een spanningsveld bij de implementatie van deze richtlijn. Enerzijds vraagt de Kamer al langer aandacht voor hoe we met nieuwe innovaties vanuit onze wetgevende taak bescherming kunnen blijven bieden. Tegelijkertijd is het zo dat als je met wetgeving komt, ik heel goed de vraag snap wat dat dan betekent voor de aanbieders, of we niet doorschieten et cetera. Daar zit gewoon een spanningsveld. Ik zou graag dit debat willen gebruiken voor de vraag of we de balans hebben gevonden tussen enerzijds bescherming en anderzijds het in vrijheid laten functioneren van de vrije economie. Ik heb de Kamer namelijk ook niet horen zeggen dat kopen op krediet op zichzelf slecht is. Dat is onderdeel van het economisch verkeer en consumenten willen dat soms ook heel graag, bijvoorbeeld als ze iets online bestellen. Dan zeggen ze: "Ik doe het liever via een derde partij, ook om mezelf te beschermen. Ik moet eerst maar eens zien of ik het product geleverd krijg." Als we het hierover met elkaar hebben, moeten we ook weten waar het over gaat. Uiteindelijk gaat het om consumentenbescherming en, als ik het platsla, de vraag of we daar niet in doorschieten. Ik zal de vraag dan ook vanuit die insteek beantwoorden.Laat ik eerst wat zeggen over het proces. Wij beseffen namelijk dat we vanuit de zijde van het kabinet veel van de Kamer vragen als het gaat om de korte deadlines die hiervoor lopen. Ik heb in interviews ook weleens gezegd dat ik vind dat we met z'n allen harder moeten werken. Als dat voor één directie niet geldt, is dat de directie die hierop zit. Daar wordt echt dag en nacht door een heel team van mensen op tenen gelopen. Als je ziet wat we elkaar, om goede redenen, aan wetgeving allemaal aandoen vanuit Europa, maar ook nationaal, en kijkt naar de vele terechte vragen vanuit de Kamer om aanpassingen en bijvoorbeeld gebruikmaking van lidstaatopties, wordt er echt heel hard gewerkt. Mensen proberen dat allemaal op tijd klaar te hebben. Tegelijkertijd hebben wij in Nederland hele zorgvuldige wetgevingstrajecten. We doen natuurlijk aan internetconsultaties, waarin iedereen kan reageren. We toetsen het bij de Autoriteit Persoonsgegevens, het ATR en de Raad van State, en natuurlijk in een goede parlementaire behandeling met schriftelijke rondes en vragen. In de tussentijd proberen we ook recht te doen aan uw rol, waarin u het kabinet aanjaagt om haast te maken. Een doorlooptijd van twee jaar voor een wet is dan voor een mens natuurlijk heel lang. Als je twee jaar lang op een keuken zou moeten wachten, denk je: dat accepteer ik niet. Bij een wet is dat helaas vaak wel het geval, laat staan als het dan ook nog eens een richtlijn is die door mijn team op het ministerie wordt geduid als een van de meest complexe richtlijnen waaraan is gewerkt, ook vanuit Europa. Er staan heel veel uitzonderingen en heel veel lidstaatopties in, waar wij deels ook weer gebruik van willen maken. Wij moeten ook bij de toezichthouders, alle betrokkenen en alle veldpartijen toetsen of we wel het goede doen. Daar zit dus gewoon ontzettend veel werk in. Dat neemt niet weg dat wij op tijd moeten zijn. Ik schets alleen de context waarom we het vandaag bespreken. Er zijn ook een aantal specifieke vragen over gesteld, die ik wil langsgaan.Ik begin bij de heer Ceder, precies op dit punt. Hij vroeg: wat is dan het risico op een inbreukprocedure en wat voor consequenties heeft dat? We moeten eerlijk bekennen dat er al een inbreukprocedure loopt, wegens het overschrijden van de implementatiedeadline. Ik heb uw Kamer daarover op 13 april 2026 geïnformeerd. Dit is even in formele zin. De volgende stap die de Europese Commissie kán zetten, is het starten van een zaak bij het Europese Hof van Justitie, wegens te late implementatie. In zo'n zaak kan in ultieme vorm natuurlijk ook een boete worden opgelegd. De hoogte is dan afhankelijk van de ernst en de duur van de inbreuk. Ik zeg daar wel bij dat er nauw contact is met de Europese Commissie over de voortgang van de implementatie. Iedereen ziet dat hier hard aan wordt gewerkt. Nogmaals, dank aan de zijde van de Kamer dat we dit vandaag behandelen. Het is namelijk de week waarin we ook de Algemene Financiële Beschouwingen hebben. Er wordt dus ook veel van u gevraagd in de voorbereiding. Dit is even de formele kant van de zaak. Wij hopen natuurlijk dat het nooit zover zal komen. We blijven ook in goed contact staan met de Commissie. Er wordt ook gezien dat we hier serieus mee bezig zijn en het zorgvuldig willen doen.De heer Ceder vroeg ook waarom het überhaupt zo lang heeft geduurd voordat de wet bij de Kamer lag. Ik heb er net al in algemene zin wat over gezegd. Meer specifiek: een implementatietermijn van twee jaar is binnen het Nederlandse wetgevingstraject sowieso heel krap; dat is ook goed om te beseffen. Voor deze complexe richtlijn gold dat des te meer. Er zijn 23 lidstaatopties, die allemaal apart beoordeeld dienen te worden en ook beoordeeld zijn. Ook is op sommige punten een nationale invulling nodig geweest. Denk bijvoorbeeld aan regels over maximale kosten en over raadpleging van het BKR. Parallel is met de Kamer een debat gevoerd over de zorgen rond buy now, pay later. Dit heeft ook geleid tot de wens van de Kamer voor een leeftijdsverbod onder de 18 jaar. Daar is de implementatiewet op aangepast. Dat allemaal tezamen heeft geleid tot vertraging. Ik zeg dat echt met de grootste waardering voor het team dat hier hard aan heeft gewerkt, maar u kunt mij natuurlijk altijd aanspreken als ik wetten te laat naar uw Kamer stuur.Meerderen van u, waaronder de heer Flach, de heer Ceder en volgens mij ook mevrouw Van Eijk, vroegen: kunt u dan een plan schetsen tot de inwerkingtreding van de wet op 20 november? Hoe ziet dat er precies uit? We zetten nu alles op alles om de wet, het besluit en de regelingen zo snel mogelijk in werking te laten treden. De publicatie van de wet zal in het gunstige geval op 17 december zijn. Dat hangt wel af van de parlementaire behandeling. Dat gaan we gewoon zorgvuldig doen. Als de wet door de Tweede Kamer is aangenomen, gaat het besluit voor advies naar de Raad van State. Ik ga de Raad van State ook vragen om dit advies met prioriteit te behandelen. De regeling wordt nu geconsulteerd en vergt geen advies van de Raad van State. Dat nemen ze natuurlijk goed mee in dit hele traject. Zodra de wet klaar is, kan de regeling dan ook gepubliceerd worden. De AFM — dat is denk ik waar de Kamer naar vroeg — houdt er dus rekening mee dat de regels pas net bestaan en zal dat in die context beoordelen.Daar zijn ook vervolgvragen over gesteld, voorzitter, dus die maak ik even af. Mevrouw Van Eijk vroeg wat de consequenties zijn als 20 november niet wordt gehaald. In het gunstigste geval zal de wet er 17 december zijn. De Europese Commissie kan dan besluiten een zaak te starten; daar ga ik even niet van uit. Maar feit is dat consumenten minder beschermd zijn als de wet later in werking treedt. Wij willen natuurlijk die leeftijdsgrens. Daar heeft de Kamer ook vaak toe opgeroepen. Ik weet dat mevrouw Van Dijk eerder al vaak zei: ik vind überhaupt dat het te lang duurt voordat we naar de leeftijdsgrens kunnen gaan. Ik denk dat we dus allemaal zien dat het zaak is om het zo snel mogelijk te behandelen, maar nogmaals: daarvoor is het ook nodig dat het kabinet dat tijdig bij u aanbiedt.Dan de vraag of geheel uitstel van de wet mogelijk is met uitzondering van leeftijdsverificatie en reclameregels. De heer Ceder vroeg daarnaar. Algeheel uitstel van de wet op een paar bepalingen na is technisch heel complex en foutgevoelig. Ik vind het daarom onwenselijk, moet ik er eerlijk bij zeggen. Dat gaat in tegen de richtlijn en verhoogt het risico op een zaak bij het Europees Hof van Justitie en dus ook een boete. Daarnaast — dat is misschien belangrijker, los van de zwaarte van zo'n boete — is het gewoon onwenselijk in het kader van de consumentenbescherming, die echt breder is dan alleen de leeftijdsverificatie en reclameregels. De AFM heeft aangegeven bij het toezicht rekening te houden met late implementatie. Die voorziet dus ook in een ingroeipad. Maar ik denk dat het wel zaak is om geen knippen te maken en om te proberen deze wet nu in zijn geheel verder te brengen.Ook de heer Hoogeveen had in het verlengde hiervan een vraag, namelijk of ik met de AFM in overleg wil om duidelijkheid te verschaffen over de handhaving in de maanden na inwerkingtreding. De AFM heeft al aangegeven ruimte te zien om in haar toezicht rekening te houden met de tot nu toe beperkte duidelijkheid en de bekendheid van nieuwe normen in de markt. De AFM ziet dus een ingroeipad voor zich in het toezicht. Indien de AFM ziet dat bepaalde handelingen niet voldoen aan de normen of verwachtingen, zal die eerst het gesprek aangaan met partijen en daar niet gelijk heel hard op ingaan. Uiteindelijk moeten we het natuurlijk aantrekken in het belang van consumentenbescherming, maar iedereen ziet dat we dit ook zorgvuldig moeten doen in de richting van marktpartijen, die ook de tijd moeten hebben om dat allemaal te implementeren.Ik hoop dat mijn stem het overleeft tot het einde van dit WGO. Dan waren er nog twee vragen over dit punt.De voorzitter:Sorry, minister, er is een interruptie voor u van meneer Ceder.Minister Heinen:Dat helpt. Dan kan ik een slok water nemen.De heer Ceder (ChristenUnie):Fijn dat dit ook al loopt en dat de AFM, die natuurlijk onafhankelijk is, daar kennelijk oog voor heeft en goed in gesprek is met de regering. Ik zou het graag concreter willen hebben. Ik heb volgens mij ook geopperd om bijvoorbeeld een overgangsregime van ongeveer zes maanden af te spreken, niet in de wet, maar wel in de handhaving. De reden daarvoor is dat je bedrijven dan ruimte geeft en dat je ze duidelijkheid geeft over hoe daarmee om te gaan. Mijn vraag is of de minister in ieder geval kan toezeggen — anders heb ik daar een motie voor — dat hij in ieder geval dat gesprek met de AFM gaat voeren, om te kijken in hoeverre je daarover openlijk kan communiceren. Uiteraard moet iedereen zich aan de wet houden, maar het is ook een beetje gek dat er coulance wordt afgekondigd zonder dat duidelijk is wanneer die ophoudt, ook gezien het om heel grote bedragen gaat. Mijn vraag is of de minister in ieder geval kan toezeggen dat verder te concretiseren. Wat de ChristenUnie betreft lijkt zes maanden een prima tijdsperiode.Minister Heinen:Kijk, de AFM is natuurlijk onafhankelijk. Ik vind het dus lastig om vanuit mijn rol een harde termijn voor te schrijven voor hoe zij hun werk moeten doen, maar ik denk dat de AFM u ook goed heeft gehoord. Laat ik dit in ieder geval in de gesprekken met de AFM naar voren brengen en de AFM vragen hierover te communiceren. Ik zal de AFM de wens van de Kamer meegeven. Ik heb natuurlijk niet de bevoegdheid om de AFM op dit punt instructies mee te geven of om dat af te dwingen, maar in de contacten die wij hebben met de toezichthouder, wordt dit punt echt wel erkend. Ik zal de AFM ook vragen duidelijk te communiceren over hoe die dit ziet.De heer Ceder (ChristenUnie):Fijn. Mijn vraag is dan ook of de minister bereid is om de Kamer daarover een terugkoppeling te geven. Ja, ik weet dat de AFM onafhankelijk is. Daar gaat het niet om, maar het gaat meer over de uitkomst daarvan, zodat voor iedere consument, voor ieder bedrijf en voor de Kamer duidelijk is wat wel of niet het regime is. Kan ik dat als toezegging beschouwen?Minister Heinen:Dat zal ik doen. Dat is bij dezen de toezegging. Ik erken uiteraard dat er bij de Kamer geen enkele twijfel is over de onafhankelijkheid. Ik hechtte eraan dat de toezichthouder, mocht die het debat volgen, van ons, zowel van het kabinet als van de Kamer, hoort dat we haar onafhankelijkheid zien en borgen met elkaar.Voorzitter. De laatste vraag op dit punt was van mevrouw Van Eijk. Die ging specifiek over achterstanden bij vergunningverlening. Ze vroeg of die er überhaupt zijn. Alle vergunningaanvragen die nu bij de AFM zijn ingediend, worden op tijd behandeld. Marktpartijen die nog een aanvraag moeten indienen, krijgen mogelijk pas na inwerkingtreding van de CCD II hun vergunning. Als dit laatste het gevolg is van onduidelijkheid in de wetgeving, gaat de AFM hier ook coulant mee om, hebben ze laten weten.Voorzitter. Nu wil ik specifiek gaan naar de "buy now, pay later"-dienstverlening.De voorzitter:Ik kijk heel even naar de leden. Volgens mij zijn alle vragen hieromtrent beantwoord. Dan kunt u naar het volgende onderwerp.Minister Heinen:Ik heb dit onderwerp bovenaan de stapel gelegd, omdat dit het belangrijkste onderwerp aan de zijde van de Kamer is, denk ik. Mocht de heer Ceder een telefoontje krijgen, hoeft hij nu niet in spanning te wachten totdat dit aan bod komt.De heer Ceder (ChristenUnie):Heel fijn.Minister Heinen:Er zijn veel vragen gesteld. Ik loop ze gewoon allemaal af en ik hoor het wel als er een aanleiding is voor aanvullende vragen.Ten eerste, de leeftijdsgrens. De heer Flach heeft gevraagd: zou je die grens niet nog hoger moeten leggen, bijvoorbeeld naar 21 jaar? Dat zijn, zoals hij dat noemt, jongvolwassenen. Laat ik nog één stap terugdoen. Ik herken de informatie die de heer Flach naar voren bracht, namelijk dat transacties van jongvolwassenen vaker worden overgedragen aan incassobureaus en dat zij vaker dan gemiddeld financieel ongezond zijn. Dat is gewoon niet goed. De wet pakt dit ook aan. We zien dit ook echt als een onwenselijke ontwikkeling. Bovenop het leeftijdsverbod voor minderjarigen, dus onder 18 jaar, zullen er ook andere strengere regels gelden. Zo moet een kredietaanbieder de kredietwaardigheidstoets uitvoeren en gaat er een maximum gelden voor de kosten die in rekening worden gebracht. We gaan daar straks nog uitvoeriger over spreken. Ik verwacht dat de strengere kredietregels de verlening van kredieten aan jongvolwassenen en ook de achterstanden bij jongvolwassenen beperken. De leeftijdsgrens is dus een eerste stap, maar het is niet zo dat we daarboven niks doen. Ook daarboven zal strenger beoordeeld moeten worden.Wij denken dus dat dit nu de goede stap is om te zetten. Ik denk wel dat we heel goed in de gaten moeten blijven houden hoe deze ontwikkelingen gaan als het gaat om stapeling van achterstanden, het overdragen aan incassobureaus en de financiële ongezondheid van jongvolwassenen. Ik zou zeggen: laten we deze stap in ieder geval zetten, met alles wat hierachter hangt, maar dit wel heel goed monitoren. Ik denk dat het goed is dat wij de Kamer regelmatig informeren over wat we zien gebeuren. Aanscherping van wetgeving kan altijd, maar ik zou zeggen: laten we nu deze stap zetten.Ik vind een leeftijdsverhoging naar 21 jaar wel vrij ver gaan, omdat een verbod van buy now, pay later tot 21 jaar ook niet helemaal strookt met het uitgangspunt dat burgers vanaf 18 jaar handelingsbekwaam zijn. Ze kunnen ook een huis kopen, een creditcard aanschaffen of zelfs het leger in gaan. Het is dus raar als je wel een huis mag aanschaffen, maar geen gebruik kan maken van buy now, pay later. Er gaan namelijk ook veel dingen goed. Het is een financiële innovatie waar consumenten ook tevreden over zijn. Het is ook mooi dat er in het economische verkeer allemaal nieuwe initiatieven ontstaan. Laten we dus niet doen alsof het allemaal schandalig is. Het draagt ook bij aan efficiëntie in het economische verkeer. Op basis van de Grondwet moet een verbod tot 21 jaar wel echt noodzakelijk en proportioneel zijn. Dit is echt een hele hoge drempel, die goed onderbouwd moet worden om, zoals dat formeel heet, leeftijdsdiscriminatie te voorkomen.Wij zien onvoldoende onderbouwing om de leeftijdsgrens voor buy now, pay later op 21 jaar vast te leggen. Ons voorstel zou dus zijn: deze stap zetten en heel goed monitoren. Aanscherpen kan altijd, maar wellicht zijn daar andere instrumenten voor nodig. Daar kom ik zo ook over te spreken. Denk bijvoorbeeld aan financiële educatie.De heer Flach (SGP):Ik hoor goed wat de minister zegt. 18-jarigen mogen zelfs stemmen en je ziet waar dat toe leidt. Nee hoor, haha. Laat ik het daarbij laten.Ik snap de redenering. Tegelijkertijd hoor ik de minister niet zeggen dat het juridisch niet kan. Hij beargumenteert uitgebreid waarom hij het niet wenselijk vindt op dit moment. Misschien is de vergelijking niet goed, hoor, maar we hebben ook een apart regime voor bijvoorbeeld rijvaardigheid, zelfs tot 24 jaar. Juist omdat je ziet dat veel aanbieders zich richten op die jongere groep via social media, dat er aparte inzet plaatsvindt op die jongeren en ze ook bovengemiddeld veel in de problemen raken, zou je ook kunnen beargumenteren dat het wel proportioneel is. Ik snap ook dat je mensen die een huis mogen kopen, niet kunt verbieden om voor €300 een telefoon — ik noem maar wat — aan te schaffen via afbetaling. Zegt de minister dus dat het niet wenselijk is of zegt hij dat het eigenlijk gewoon niet kan?Minister Heinen:De zwaarwegende onderbouwing om de grens bij 21 jaar te leggen, zien wij niet. Ik grijp even terug naar mijn inleiding bij dit wetgevingsoverleg. Uiteindelijk is consumentenbescherming het doel. Een leeftijdsgrens is daar onderdeel van. We zien dit vooral bij jongeren, dus we achten de grens bij 18 jaar verstandig. Het is niet zo dat daarboven niks gebeurt. Er komen nieuwe kredietregistraties, eisen aan raadpleging en regels voor reclame. We zetten ook in op financiële educatie. We nemen een heel palet aan maatregelen om de financiële weerbaarheid van jongvolwassenen te versterken. Een leeftijdsgrens is niet de enige maatregel die je daarvoor kunt inzetten. Wij vinden dit een erg zwaar instrument en zeggen: start met 18 jaar. Laten we aan het einde van dit wetgevingsoverleg het totaal aan maatregelen goed wegen en kijken of het bijdraagt aan de financiële weerbaarheid van jongeren.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil het nog even hebben over dit punt. Ik gaf de heer Flach een beetje op zijn kop, maar ik ben niet te klein of te groot om mijn keutel indien nodig in te trekken. Zegt de minister dat dit volgens de richtlijn een van de knoppen is waar je aan kunt draaien en dat dit technisch gezien een amendement is dat mag van Europa? Als ik de argumenten van de minister en van de heer Flach weeg, dan vind ik dit best wel een sympathiek voorstel.Minister Heinen:Dit heeft niks met de richtlijn te maken, want dit is iets wat wij nationaal doen. De Grondwet kijkt vooral naar de proportionaliteit. Wij zien de onderbouwing niet om te kunnen beargumenteren waarom leeftijdsdiscriminatie zo zwaar van toepassing is op deze specifieke dienstverlening. We komen zo nog te spreken over buy now, pay later. De grens met een creditcard vervaagt steeds meer. Die kun je ook gewoon aanvragen. Nogmaals, je mag wel op je 18de een huis kopen en creditcards aanvragen, maar voor deze specifieke dienst moet je 21 zijn omdat we als politiek vinden dat dit instrument niet wenselijk is. Dan ga je als politiek echt heel ver. Het is natuurlijk uiteindelijk aan de Kamer, maar wij zien niet hoe je dit juridisch onderbouwd krijgt. Maar dat heeft niks met de richtlijn te maken. Het gaat dan voornamelijk om onze nationale wetgeving.Voorzitter. Ik ga door, want er zijn meer vragen over dit thema gesteld. Sorry, ik had een klein onderonsje buiten de microfoon. Onder anderen mevrouw Van Dijk vroeg naar de kwetsbaarheid van jongvolwassenen bij buy now, pay later en naar hoe het zit in andere lidstaten. Is het daar ook een onderwerp van discussie? In het wetgevingsproces is eerder aan andere lidstaten gevraagd of zij aanvullende maatregelen overwegen tegen buy now, pay later voor jongvolwassenen, in het licht van de discussie die we hier nu hebben. Dat is niet het geval. Het onderwerp lijkt vooral in Nederland te leven. Naar ons weten is alleen van België bekend dat zij net als Nederland een "buy now, pay later"-verbod voor personen onder de 18 jaar invoeren.Nederland loopt heel erg voorop in Europa als het gaat om financiële innovatie en überhaupt om digitalisering. Het is niet zo dat de discussie in andere landen niet speelt, maar misschien spelen sommige discussies hier eerder dan in andere lidstaten. Als u op vakantie bent in andere lidstaten, dan ziet u hoe ongelofelijk gedigitaliseerd onze samenleving is. Je hoeft maar naar Duitsland te gaan en de schoteltjes met munten liggen op het tafeltje. Ik moet er zelf ook aan wennen dat je überhaupt geen portemonnee meer bij je hebt. Nederland is een heel gedigitaliseerd land. Dat heeft voordelen, maar er komen ook nieuwe vraagstukken naar voren, zoals buy now, pay later. Naar ons weten loopt Nederland hierin voorop, maar ik wil daarmee niet suggereren dat Nederland strenger is dan de ons omringende landen. Het kan ook zijn dat sommige discussies hier eerder spelen dan in de ons omringende landen. Ik zie ook op andere fronten, bijvoorbeeld bij het witwasdossier, dat bepaalde problematiek hier eerder speelt. Ik zie dat bij andere lidstaten nu langzamerhand ook het besef komt "wat gebeurt er?", terwijl wij hier al jaren zien dat dat is doorgeschoten. Dit is het antwoord op de vraag van mevrouw Van Dijk.In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Van Dijk of er mogelijkheden zijn om met andere lidstaten op te trekken rondom extra maatregelen voor jongvolwassenen, bijvoorbeeld bij een toekomstige evaluatie van de richtlijn. Ja, dat blijven we doen. Er wordt op dit punt door andere lidstaten ook naar Nederland gekeken: wat gebeurt daar en kunnen we daar lessen uit trekken? Meer in algemene zin kan ik u zeggen dat alle consumenten door deze wet natuurlijk beter worden beschermd tegen onverantwoord lenen en financiële problemen, dus ook jongvolwassenen. Ik verwees er net al naar dat we dit goed moeten blijven monitoren. Indien uit cijfers blijkt dat de regels niet goed werken, trek ik natuurlijk graag samen met andere lidstaten op om deze problemen aan te pakken. Dat speelt op dit moment nog niet, omdat eigenlijk alle landen nog bezig zijn met de huidige implementatie of die net hebben afgerond. Dat was het ten aanzien van de leeftijdsgrens.De heer Schoonis had een vraag over de methodiek. Kan er een vaste methode komen voor de handhaving van de leeftijdsgrens voor achteraf betalen? Hij vroeg ook hoe de privacy van consumenten wordt gewaarborgd. Nu ziet u al gelijk weer de spanning in dit debat. Het wetsvoorstel schrijft nu nog geen vaste methode voor. Op grond van de AVG zijn aanbieders wel verplicht om bijvoorbeeld aan dataminimalisatie te doen en de beveiliging op orde te hebben. Dat loopt dus weer via andere wetgeving. Ik wil daarnaast ook voorkomen dat de wet nu een specifieke methode voorschrijft, die vervolgens alweer heel snel achterhaald is. Dat zie je natuurlijk vaak bij financiële innovaties: hoe meer je inregelt, hoe makkelijker het toch ook weer is om die te omzeilen. De EU gaat overigens mogelijk ook voorschriften stellen als het gaat om leeftijdsverificatie. Het wetsvoorstel bevat wel een grondslag om in een besluit nadere regels te stellen voor leeftijdsverificatie. Als blijkt dat extra veiligheidsvoorschriften nodig zijn, kunnen we die uiteraard altijd snel invoeren, maar voor nu hanteren we op dit punt nog een open norm.De heer Schoonis (D66):Dank voor het antwoord. Ik snap de afweging natuurlijk ook. De minister zei al dat we hierin eigenlijk een voorloper zijn. Kan dit misschien dus juist ook een kans zijn voor Nederland om deze voorzet te geven en dat we dan kijken hoe daarop wordt gereageerd? Volgens mij kan je het ook van die kant bekijken. Dat is mijn vraag aan de minister.Minister Heinen:Zeker. Wij nemen dat ook mee in onze Europese overleggen. Desgevraagd kunnen wij ook best practices delen.De heer Schoonis (D66):Als dat een kleine toegeving is, dan …De voorzitter:Een soort toezegging zoekt u, begrijp ik dat goed?De heer Schoonis (D66):Ja, precies.Minister Heinen:Uiteraard, voorzitter. Dan had de heer Schoonis nog een vraag over de reclames. Hij vroeg specifiek of reclame die het gemak van krediet benadrukt nog is toegestaan. Het korte antwoord daarop is nee. In het wetsvoorstel is gebruikgemaakt van de lidstaatoptie in de richtlijn om dit soort reclames te verbieden. De richtlijn bevat dwingende regels over kredietreclame. Lidstaten kunnen hier niet van afwijken. Een "buy now, pay later"-reclame mag bijvoorbeeld niet meer gericht zijn op minderjarigen. De reclame moet passen bij de doelgroep. Minderjarigen zijn dat niet meer, omdat BNPL voor hen via deze wet verboden wordt. De AFM houdt toezicht en kan optreden als reclame niet aan de wettelijke eisen voldoet.In het verlengde hiervan vroeg de heer Flach waarom er geen extra regels gelden voor reclames die gericht zijn op jongeren, bijvoorbeeld via social media. De reclameregels gelden voor alle reclamevormen, ongeacht het kanaal, dus ook voor influencers en in apps. De AFM houdt toezicht en kan optreden als reclame niet aan de wettelijke eisen voldoet.Dan ga ik even door, want er waren meer vragen op dit punt. De heer Flach stelde de retorische vraag of het niet raadzaam is om juist extra waarborgen in te voeren voor reclames die gericht zijn op een kwetsbare doelgroep. Er gelden al regels voor reclames. Een "buy now, pay later"-reclame mag zich bijvoorbeeld niet meer richten op minderjarigen. Nogmaals, een reclame moet passen bij de doelgroep en jongeren zijn dat in dit geval niet. In die zin is het als gevolg van deze wet dus al vrij gericht.Dan had mevrouw Van Dijk, en ik geloof ook de heer Ceder, een vraag over de fysieke winkels. Ik weet dat mevrouw Van Dijk daar al langer aandacht voor vraagt, vanuit de zorg dat we via andere vormen aan het overcrediteren zijn. Meer specifiek vraagt mevrouw Van Dijk of ik het niet wenselijk vind dat buy now, pay later straks een normale betaalmogelijkheid wordt bij de fysieke kassa. Wat kunnen we daar eventueel in Europees verband aan doen? Nogmaals, er zijn straks strengere regels voor buy now, pay later. Dat geldt ook zoals ze in de winkels worden aangeboden. Dat weet mevrouw Van Dijk ook. Een algeheel verbod voor buy now, pay later in winkels is echter niet mogelijk. Dat laat de richtlijn niet toe. Ik begrijp natuurlijk wel de zorg. Ik zal dit ook onder de aandacht blijven brengen bij andere lidstaten en de Europese Commissie. Mogelijk kan het ook mee in de Europese evaluatie van de richtlijn in 2029. Ik zal het ook daar vragen. Ik zeg er ook nogmaals bij, ook naar aanleiding van mijn inleiding van het wetgevingsoverleg, dat het uiteindelijk gaat om consumentenbescherming en dat het daarom ook belangrijk is dat we kijken naar de kredietwaardigheid van de consument. Kan die überhaupt een krediet krijgen? Als die kredieten heeft, hoe voorkomen we dan dat er overcrediteringen zijn? Wat betreft de dienst op zichzelf zit er uiteindelijk niet zo heel veel verschil meer tussen een creditcard en een buy now, pay later. Het heeft een fancyere naam. De drempel was laag. We vinden met elkaar dat die te laag was, dus daar grijpen we nu ook op in. Op zich is op krediet kopen natuurlijk een economische activiteit die niet verboden is en ook niet per se slecht hoeft te zijn. Het kan ook leiden tot efficiëntie in het economische verkeer of het kan ertoe leiden dat consumenten daar voorkeur aan geven. Als een consument via andere methoden wil betalen, moet dat op zichzelf mogelijk zijn. We moeten vooral voor ogen houden of we niet aan het overcrediteren zijn en het gemak van kopen op krediet te veel aan het stimuleren zijn. Daar zoeken we natuurlijk het evenwicht in.De heer Bushoff (PRO):Ik heb eigenlijk twee vragen. Mijn eerste gaat over het vorige punt, die reclame. Als ik het goed begrijp, is het inderdaad zo dat zo meteen reclame richten op minderjarigen niet meer mag, maar Europa biedt eigenlijk geen ruimte om strengere reclameregels wat betreft volwassenen in te stellen, of althans geen ruimte om een verbod op "buy now, pay later"-reclames in te stellen. Klopt dat, vraag ik de minister. Is hij bereid om zich in ieder geval daar sterker voor te maken? Ik vind dat namelijk onwenselijk. Dat is de eerste vraag. De tweede komt zo.Minister Heinen:Het korte antwoord daarop is: ja. Ik wil daar uiteraard aandacht voor blijven vragen, want ik zie dezelfde risico's. Het echt targeten op jongeren, bijvoorbeeld via socialmediakanalen — ik zie sowieso vrij beperkt succes van social media — kan gewoon echt niet meer, dus dat bepaalde apps heel doelgericht zeggen: dit is makkelijk, dus koop je concertkaartje en doe het snel.De voorzitter:Uw tweede vraag, meneer Bushoff.De heer Bushoff (PRO):Helder, dank. Het is fijn dat de minister zich daar ook in Europees verband hard voor wil maken, want ik denk dat dat nodig is. De tweede vraag ziet eigenlijk op de mogelijkheid om in de fysieke winkelstraat nog wel op afbetaling aankopen te kunnen doen. Stel je voor dat een Klarna van deze wereld, een dergelijke dienst, een fysiek loket in zo'n winkelstraat opent om de regels te omzeilen en dergelijke. Als dat soort geitenpaadjes worden gezocht, biedt de huidige wet- en regelgeving die we hebben dan voldoende mogelijkheden om die geitenpaadjes tegen te gaan? Ziet de minister dat soort risico's? Of zijn die risico's er volgens de minister überhaupt niet?Minister Heinen:Een econoom ziet altijd risico's met elkaar. Er zit geen onderscheid tussen fysiek en online. Dat vervaagt. De regels gelden in elke vorm. Ook als er andere vormen worden gekozen, zal er in elke vorm een krediettoets, of in ieder geval die raadpleging moeten zijn. We komen zo op de vraag of we met elkaar de grenzen goed hebben gelegd, maar die zal sowieso plaats moeten vinden. In de wet is daarom gekozen voor een open norm, zodat de toezichthouder hierop kan inspringen. Misschien worden er vormen gevonden die nu we nu nog niet kennen. Dan is het aan de AFM om daarover aan de bel te trekken. Op het moment dat wij zien dat we niet meer kunnen handhaven omdat we de toekomst niet kunnen voorspellen, is er aanleiding voor aanvullende wetgeving. De richtlijn beidt wel mogelijkheden om het later aan te scherpen als dat nodig is. Als de richtlijn dat niet doet, zal ik mij er in Europa hard voor maken om dat aan te passen. Nogmaals, ik merk dat het belang van het beschermen van consumenten op één staat. Overcreditering bij specifiek jongvolwassenen willen we met elkaar voorkomen. Dat is, zoals de Engelsen zouden zeggen: bipartisan. Dat belang ziet iedereen.De heer Bushoff (PRO):Op dit punt dan nog. Dus als ik het goed begrijp, kan de AFM gewoon naar eigen inzicht handhaven op het moment dat het eigenlijk niet goed gaat. Ik denk dat dat een geruststelling is. Tegelijkertijd is het natuurlijk is zo dat er in de toekomst best geitenpaadjes gevonden kunnen worden die we nu nog niet voorzien. De minister zei dat er in Europees verband een evaluatie van deze richtlijn wordt gedaan, maar wat gebeurt er op nationaal niveau om dit soort geitenpaadjes te kunnen dichten als wij die op een gegeven moment bemerken?Minister Heinen:Ik zit even te denken hoe we die evaluatie nationaal kunnen doen. Ik denk dat het goed is om dat ook nationaal te doen, want je wil natuurlijk voorkomen dat het probleem in Europees verband niet wordt gezien, maar door ons specifiek in Nederland wel. Daar vraagt de heer Bushoff ook naar Laten we daar dan ook samen in oplopen. Ik kan een voorstel naar de Kamer sturen. U kunt het ook amenderen. Ik weet niet of dat in de wet kan met een horizonbepaling. Maar goed, laten we met elkaar afspreken dat we het belang zien. Ik heb net toegezegd dat ik terugkoppel wat er uit het gesprek met de AFM komt. Ik zal ook aan de AFM vragen: hoe ziet u dit en wat lijkt u een goed moment om dit evalueren of om aan de bel te trekken? Daar zal ik ook over communiceren.De voorzitter:We voegen dit toe aan de toezegging die net is gedaan. Ik zie de heer Schoonis, maar ik zag de heer Ceder eerst. Is uw vraag hieraan gerelateerd, meneer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag gaat over "buy now, pay later"-betalen op straat.De voorzitter:Meneer Schoonis, zit uw vraag dichter bij het onderwerp? Dat is het geval. Dan gaan we eerst naar de heer Schoonis en daarna naar de heer Ceder.De heer Schoonis (D66):Nog even voor de duidelijkheid het volgende. Ik gaf als voorbeeld het online gokken. Voor meerderjarigen zouden we dus ook een verbod op influencers kunnen krijgen in apps? Begrijp ik dat goed, dus voor jongvolwassenen?Minister Heinen:Voor minderjarigen, dus onder de 18, geldt dat verbod. Dat geldt dus ook in de vorm zoals u het beschrijft. Ik moet zo even terugkomen op hoe het zit met de reclameregels voor jongvolwassenen. Daar kom ik in de tweede termijn op terug.De heer Schoonis (D66):Ik vraag het even specifiek, omdat het voorbeeld van online gokken is gegeven.Minister Heinen:Daar gelden weer andere reclameregels voor. Die heb ik hier niet bij de hand. Ik wil u goed informeren, dus we checken even hoe dat zit. Over wat we van online gokken vinden, hebben natuurlijk weer een heel ander debat. Dat is niet specifiek dit punt. Ik weet dat we hier recent een heel debat over hebben gevoerd. We vragen aan de ambtenaren om dat terug te halen.De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag gaat over het "buy now, pay later"-betalen op straat. Ik hoorde de minister, maar omdat we volgens mij de ontwikkeling zien dat alle "buy now, pay later"-bedrijven overgaan naar doorlopende kredieten, ontstaat er een grote economische wissel. Heel veel meer jongeren gaan namelijk een doorlopend krediet aannemen dan voorheen het geval is geweest. Ik snap dat dat innovatie is. Innovatie kan je niet tegenhouden, maar ik vraag me wel af in hoeverre we voldoende beducht zijn op deze ontwikkeling en op het punt dat jongeren niet weten dat ze een doorlopend krediet aanschaffen en om die reden over een paar jaar met de gevolgen geconfronteerd worden. Mijn vraag is dus of de minister erkent dat, even los van de punten die hij net aanstipte, er wel degelijk een grote verschuiving dreigt plaats te vinden. De vraag is ook of dat wenselijk is.Minister Heinen:Ik kwam inderdaad op deze vragen van de heer Ceder. Hij vroeg naar die doorlopende kredieten van honderden euro's per maand en hoe we deze ontwikkeling zien. Ik heb vernomen dat ook "buy now, pay later"-aanbieders overwegen om over te stappen naar doorlopende kredieten of dit al hebben gedaan. Dit kan er inderdaad voor zorgen dat meer mensen straks een doorlopend krediet hebben en meer op krediet gaan kopen. Daar staat tegenover dat de kredietwaardigheidsbeoordeling en het achterstandsbeheer bij een hoger, doorlopend krediet strenger is dan bij kleine enkele "buy now, pay later"-transacties. De consument wordt bij een doorlopend krediet dus beter beschermd. Dat is de aanscherping die we hier voorstaan.De heer Ceder (ChristenUnie):Hoe voorkomen we dat we over twee jaar een nieuwsbericht krijgen over het aantal jongeren dat verschrikt is omdat ze geen hypotheek meer kunnen krijgen omdat ze een paar sokken van €30 hebben gekocht, niet wetende dat het niet om €30 gaat, maar om een doorlopend krediet van — ik noem maar wat — €300? Ik vraag me af of wij hier nu niet te naïef denken over de gevolgen, waardoor we dit over twee jaar aan de achterkant weer moeten gaan repareren. Mijn vraag is of de minister iets van een prognose zou kunnen of durven geven of kan erkennen dat we ons inderdaad op glad ijs begeven.De voorzitter:Die sokken gaat de voorzitter nooit kopen, zeg ik alvast.Minister Heinen:Het is natuurlijk niet zo zoals de heer Ceder schetst, dat als je een paar sokken op krediet koopt, je geen hypotheek meer kan krijgen, maar ik snap de achterliggende zorg natuurlijk wel. Op doorlopende kredieten komt nu dus ook een strengere toets. Maar ik denk dat de heer Ceder nu meer vraagt naar de registratie van kredieten. Ik bedoel het geenszins in flauwe zin, maar die wet gaan we nog apart behandelen. Die gaat er ook over welke normen we daarin neerleggen en welke eisen daarin zitten. De Kamer heeft precies op het punt van BKR veel voorstellen gedaan, dus om bewaartermijnen in te korten of om drempelbedragen anders vorm te geven. Dat wetsvoorstel komt zo snel mogelijk, volgens mij in het eerste kwartaal van volgend jaar, naar uw Kamer. Dat wordt aan het eind van dit jaar naar de Raad van State gestuurd, ook naar aanleiding van alle zorgen van de Kamer en de voorstellen die ze heeft gedaan. Daar gaan we dus nog specifiek over spreken. Dit ziet echt op het raadplegen van de kredieten en hoe we nou zorgen dat we voorkomen dat een consument te veel kredieten gaat stapelen. Daarbij zijn er vaak vragen — die begrijp ik — van de zijde van de Kamer: ja, maar als je iets registreert, pas op, dan krijg je straks geen ander krediet meer. Dat is waar, maar dat is natuurlijk ook wel een beetje de bedoeling vanuit het belang van de bescherming van de consument. Je wil namelijk voorkomen dat kredieten opstapelen. Uiteindelijk kijk je ernaar of een consument een krediet kan dragen. Als je veel kredieten hebt lopen, dan is het niet heel verstandig om een nieuw krediet daarbovenop te stapelen. Dat kan dus wel een consequentie zijn; dat moeten we ook onder ogen zien. Maar specifiek dit komt wel erg naar voren bij het andere wetsvoorstel dat we nog gaan behandelen.Voorzitter. Ik ga even door, want er waren op dit thema meerdere vragen gesteld. U kunt ze misschien in één interruptie samenbundelen.Er was namelijk ook de vraag wat de uitzondering van de precontractuele informatieplicht precies inhoudt; die was volgens mij ook van de heer Ceder. Kredietaanbieders moeten de consument voorafgaand aan de kredietovereenkomst informatie verstrekken. De richtlijn schrijft voor welke informatie precies moet worden verstrekt. De richtlijn bevat een lidstaatoptie om een lichter regime voor informatieverstrekking te regelen voor kleine en kortlopende kredieten. Het ATR heeft geadviseerd om deze lidstaatoptie ook te gebruiken voor die kleine kredieten. Dit is dus ook opgevolgd. Aanbieders van kleine en kortlopende kredieten hoeven bijvoorbeeld geen informatie te verstrekken over geautomatiseerde gegevensverwerking of informatie over de mogelijkheid voor klanten om naar het Kifid te gaan et cetera. Daar is dus gebruik van gemaakt.Dan had mevrouw Van Dijk de vraag welke ruimte ik zie om normalisering van buy now, pay later verder tegen te gaan, eigenlijk in het licht van de eerdere discussie die we hadden over de winkelstraten. De wet zorgt ervoor dat buy now, pay later wordt gekwalificeerd als krediet. Dat was natuurlijk niet het geval. Dat is, denk ik, al belangrijk naar jongeren toe, om te laten zien: je koopt hier gewoon op krediet en daar gelden andere regels voor; het is allemaal niet gratis. Consumenten zullen dus niet meer in alle gevallen buy now, pay later kunnen gebruiken. Sowieso kan dat niet meer als je onder de 18 bent. Ook kan dat niet meer met de snelheid waarmee dat nu gebeurt. Er gaan dus strengere kredietregels gelden, zoals een kredietwaardigheidsbeoordeling en een raadpleging van het BKR. Ook zal bijvoorbeeld wat we al deden nu ook hiervoor gelden, namelijk dat er een waarschuwing "geld lenen kost geld" wordt getoond. Ik blijf me ook inzetten voor financiële educatie om mensen bekend te maken met de risico’s van buy now, pay later, onder andere via Wijzer in geldzaken. Ik heb in dat initiatief ook met de koningin mooie scholen mogen bezoeken, waarbij dat gesprek op gang kwam. Dan word je er enerzijds mee geconfronteerd welke enorme boomers wij zijn; wie zijn wij om anderen de les te lezen als het gaat om nieuwe technieken? Tegelijkertijd hebben wij natuurlijk ook wel een verantwoordelijkheid om de jongeren te helpen financieel volwassen te worden op dit punt. We moeten enerzijds voorkomen dat de verleiding te groot wordt en anderzijds het ook deels eigen verantwoordelijkheid laten, financiële educatie bieden en het gesprek aangaan zodat ze in het economisch verkeer kunnen acteren.Dan had ook de heer Ceder nog een aantal vragen over specifiek de financiële educatie. Dat was bijvoorbeeld de vraag welke plannen het kabinet heeft om de financiële geletterdheid van jongeren te verbeteren. Het mooie is: die Wijzer in geldzaken is een term geweest die de koningin op de G20-agenda heeft gezet. Ook de Amerikaanse minister van Financiën was zeer geïnteresseerd in dit onderwerp, omdat ze in de Verenigde Staten zien hoe het ook wel door kan schieten. Die probeert ook te leren wat wij hier doen om financieel volwassen te worden op jonge leeftijd. Dus daar heeft ook de koningin een grote rol in gespeeld. We hebben in G20-verband laten zien wat wij in Nederland allemaal doen. Iedereen daar was er wel van onder de indruk hoe ook de financiële sector zelf, dus banken, verzekeraars en alle branchevertegenwoordigers, samen optrekken en wat zij zelf allemaal doen om dit te voorkomen. Er is namelijk geen financiële instelling die het leuk vindt om jongeren te overcrediteren. Financiële instellingen zelf maken in apps dus ook allemaal innovaties met vroegtijdige waarschuwingen, zo van: pas op! De leukste vond ik de "betaal later"-kater. Dat vond ik als boomer weer erg grappig. Dat zijn echt wel weer mooie initiatieven. De sector zelf voelt dus ook die verantwoordelijkheid.Specifieker is er vanaf volgend jaar een nieuw curriculum voor het basisonderwijs en de onderbouw van het middelbaar onderwijs; dat hebben we ook geregeld met elkaar. Een belangrijke verbetering is dat daarin ook aandacht is voor financiële vaardigheden. We zien namelijk ook dat economisch volwassen worden heel belangrijk is in de moderne samenleving. Veel scholen doen nu al mee met de Week van het geld en het platform Wijzer in geldzaken. De meneer die naast mij zit, steekt daar zelf ook heel veel tijd en energie in. Alle waardering daarvoor. Daarmee is er in de klas ook aandacht voor bijvoorbeeld achteraf betalen, crypto's, finfluencers, influencers en alles wat daar speelt. We voeren daar allemaal hele leuke gesprekken. Eerder dit jaar konden scholen ook een subsidie aanvragen om dit onderwerp een vaste plek in het onderwijs te geven. Wijzer in geldzaken ondersteunt bijvoorbeeld ook met lesmateriaal en expertise over leren omgaan met geld. Ik waardeer alle Kamerleden die daar een aandeel in hebben en daarin lesgeven zeer.Dan ben ik bij de regulering van creditcards. Dat gebied wordt natuurlijk steeds grijzer. Mevrouw Van Dijk vraagt of er ook een onderscheid kan worden gemaakt tussen traditionele kaarten, die elke maand afschrijven en waar eigenlijk minder problemen mee zijn, zoals mevrouw Van Dijk dat duidt, en de "buy now, pay later"-creditcards, de nieuwe ontwikkeling. We hebben onderzocht of er een onderscheid mogelijk is tussen de kaarten van "buy now, pay later"-aanbieders en de wat meer traditionele kaarten. Daar blijken geen mogelijkheden toe te zijn. De "buy now, pay later"-aanbieders kunnen een product aanbieden met dezelfde kenmerken als een traditionele kaart. Daarmee vallen ze ook onder dezelfde richtlijndefinitie. Het onderscheid is dan uitsluitend gebaseerd op wie de kredietaanbieder is. Zo'n onderscheid mag niet. Mevrouw Van Dijk geeft ook aan dat zij dat weet. Je ziet dus dat doordat buy now, pay later nu als krediet wordt gezien, het onder dezelfde richtlijn gaat vallen, met dezelfde voorwaarden aan kredietchecks, het steeds meer naar elkaar toe groeit. Dat was het op dat punt.Dan had de heer Ceder ook een vraag over het accountmodel of, specifieker gezegd, wat de verwachting is van het totaalgebruik van kredieten, zowel kortlopende als de huidige "buy now, pay later"-kredieten, doorlopende kredieten en creditcards. We zagen in de afgelopen jaren — dat is uw Kamer niet ontgaan — dat er een hele grote stijging van het aantal "buy now, pay later"-transacties plaatsvond. Voor iedereen die het debat volgt, zal ik wat cijfers noemen. In 2024 waren het zo'n 53 miljoen transacties met een totaalbedrag van 5,1 miljard. Echt ongelofelijk, hè? De verwachting is dat kredietaanbieders overstappen naar een model waarbij de klant een account met een bepaalde limiet heeft, in plaats van het huidige model waarin er een krediet per transactie is. Dan zullen er wellicht minder individuele "buy now, pay later"-kredieten zijn en mogelijk meer andere vormen van krediet.De wet heeft natuurlijk een grote invloed op de kredietmarkt. Het is op dit moment niet heel goed in te schatten wat voor verschuivingen dat tot gevolg heeft. Ik vind het daarom ook lastig om een inschatting te maken. Maar we zien wel dat er ook van de zijde van de consumenten een enorme behoefte is aan dit soort dienstverlening en het soms consumenten ook echt kan helpen. Nogmaals, we proberen consumenten te beschermen en ieder zit natuurlijk anders in de wedstrijd. Vanuit het kabinet proberen we niet bepaalde diensten op zichzelf te verbieden; we proberen vooral te voorkomen dat het nadelige gevolgen heeft voor de consument, nogmaals, voor jongvolwassenen.Mevrouw Van Eijk had een vraag over overgangstermijnkaarten met uitgestelde betaling. Specifieker ging dat over de vraag of de overgangstermijn van zes maanden voldoende is voor bestaande aanbieders van kaarten met uitgestelde debitering om hun systemen en processen zorgvuldig aan te passen aan de wet. Wij denken van wel. Wij denken dat een uitstelperiode van zes maanden voldoende is om de systemen en processen aan te passen voor bestaande aanbieders van kaarten met uitgestelde debitering. Een langere uitstelperiode heeft natuurlijk weer gevolgen voor consumentenbescherming. We hebben hier geprobeerd de balans in te zoeken. Buy now, pay later in de vorm van een creditcard valt nu namelijk ook onder een dergelijk uitstel. Het is dus even zoeken naar de balans. Wij denken dat dit kan. Bij verder uitstel op de lange termijn speelt ook het belang van bescherming. Zoals ik net al aangaf, kan ik in de regels helaas geen onderscheid maken tussen bestaande aanbieders van traditionele kaarten met uitgestelde debitering en "buy now, pay later"-aanbieders die ook een dergelijke kaart aanbieden. Wij denken dus dat dit een balans is.Voorzitter. Als laatste in deze categorie had de heer Schoonis nog de vraag of ik me wil inspannen voor een verplicht register voor zelfuitsluiting voor "buy now, pay later"-diensten. Er is inderdaad één aanbieder — ik geloof dat dat Billink was — die al beschikt over een register voor zelfuitsluiting. Je kunt dan dus zelf aangegeven: mij niet bellen. Dat kan zowel op verzoek van de consument als op verzoek van de hulpverlener. Dit zijn natuurlijk initiatieven die wij toejuichen. Andere "buy now, pay later"-aanbieders hebben in de contacten die het ministerie met hen had, aangegeven dat zij ook positief staan tegenover deelname aan dit register. Ik moedig kredietaanbieders nogmaals aan om zich aan te sluiten bij het register en zal hierover, met het ministerie, contact met hen blijven voeren. Het gaat ook om zelfbescherming. Wellicht zit je in een periode in je leven waarin alles even helderder is, maar dan is het goed om dat aan te geven. We kennen immers ook allemaal donkere periodes. Dit soort initiatieven zijn dan natuurlijk zeer welkom.De heer Schoonis (D66):Dank aan de minister daarvoor. We hebben dit soort dingen ook gezien bij Holland Casino. Dat werkt dus. Dank.De heer Flach (SGP):Volgens mij zei de minister dat hij aan het einde van een blokje was gekomen. Hij haalt nu zijn schouders op. Eerder kwam het onderwerp privacy al aan de orde. Ik was daar even benieuwd naar. Ik heb een vraag gesteld over het betrekken van persoonsgegevens en dat die niet meer opgevraagd zouden mogen worden. Zit die vraag in dit blokje of komt die later?Minister Heinen:Die komt in het blokje kredietwaardigheidstoets. Dan gaan we hier uitgebreid op in.Dan was er nog één vraag over dit onderwerp, buy now pay later, van de heer Hoogeveen. Hij vroeg of winkels kosten in rekening mogen brengen aan klanten voor buy now, pay later. Winkeliers mogen nu geen kosten rekenen voor buy now, pay later, omdat zij kwalificeren als kredietbemiddelaar en omdat de Wft dat bemiddelaars verbiedt. Ik begrijp de wens om winkels de mogelijkheid te geven om kosten te rekenen voor het duurdere buy now, pay later. Als de Kamer dat wenst, zou ik dat ook in het implementatiebesluit kunnen regelen. Ik kijk dus even naar de zijde van de Kamer of dit een bredere wens is.De voorzitter:De minister geeft aan dat hij alles heeft beantwoord binnen dit blokje. Ik zie bij de leden dat de heer Hoogeveen nog een vraag heeft.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb nog een vraag over de creditcards met uitgestelde debitering. Komt dat later nog? Dat werd namelijk net wel besproken.Minister Heinen:Dat hangt even van de vraag af.De heer Hoogeveen (JA21):De vraag ging over de mogelijkheid die de richtlijn biedt aan lidstaten om die kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen. Duitsland, Frankrijk en België maken wel gebruik van die mogelijkheid, Nederland niet. Mijn vraag was of de minister bereid is om daar toch nog eens naar te kijken.Minister Heinen:In het voorliggende implementatiewetsvoorstel brengen wij daar bewust geen onderscheid in aan. Dat is een bewuste keuze geweest. Alles kan, maar wij hebben ervoor gekozen om dat niet te doen.De heer Hoogeveen (JA21):Dan is mijn vraag: waarom?Minister Heinen:De reden is de wens die ook eerder breder in de Kamer is geuit: voorkomen dat er op dit punt weer ontsnappingsmogelijkheden — "ontsnapping" is misschien de verkeerde term — uitwijkmogelijkheden zijn en zoeken naar bredere consumentenbescherming.De heer Hoogeveen (JA21):Bij deze kaarten zie je dat je online betaalt en het letterlijk dezelfde maand nog wordt geïncasseerd. Het kabinet geeft zelf ook aan dat bij deze kaarten dat risico eigenlijk helemaal niet zit. Dat werd eerder ook door collega Inge van Dijk aangekaart. Door veel Nederlanders worden die gebruikt als methode om een internationale betaling te doen met een creditcard. Dat is dus heel toegankelijk en dat wordt nu toch wel complexer. Ik zou de minister dus toch willen vragen om daarop te reflecteren.Minister Heinen:Ja, maar dat is in het licht van wat de heer Ceder naar voren bracht. Hij zei: we willen ook voorkomen dat we nu iets regelen, er later achter komen dat we iets niet hebben geregeld en de risico's zich naar een andere vorm gaan verspreiden. In den brede willen we, even ongeacht de vorm of het instrument, aan consumentenbescherming doen. We gaan dus geen onderscheid meer maken tussen de verschillende vormen. Dat doen we ook om te voorkomen dat als je de ene route inperkt, vanuit de overtuiging die ik in het begin heb neergezet, het gebruik dan naar een andere vorm gaat en je misschien de risico's zich daar ziet opstapelen. Ik ben het dus op zich met de heer Hoogeveen eens dat je misschien nog geen risico's ziet, maar ze kunnen daar wel ontstaan. Wij hebben dus gezegd: laten we nou ongeacht de vorm, de consumentenbescherming breder vormgeven en vooral kijken naar kredietwaardigheid. Daarmee geven we de grens, waarover ik zo zal komen te spreken, vorm.Voorzitter. Dan wil ik naar het derde onderwerp gaan, de reikwijdte van de wet. Daarover zijn ook veel vragen gesteld. Daarbij zitten ook de meeste zorgen, denk ik, van: waar hebben we het nou over? In de eerste plaats vroeg de heer Hoogeveen: gaan ook parkeerapps en ov-chipkaarten onder de kredietregeling vallen? In meer retorische zin vroeg hij of dat nou wel wenselijk was. Voor bepaalde vormen is de wet echt heel duidelijk. Factoring van medische facturen en sportschoolabonnementen vallen bijvoorbeeld nadrukkelijk niet onder de richtlijn. Dat is ook in de richtlijn genoemd als voorbeeld van categorieën die daar niet onder vallen. Er is echter een grijs gebied. Dat geef ik ook toe. De richtlijn bevat een uitzondering voor doorlopende dienstverlening, waar natuurlijk ook al veel onder valt. Mevrouw Van Eijk noemde die volgens mij ook al.De AFM publiceert voor 20 november ook haar interpretatie van het normale handelsverkeer, zoals we zeggen. De AFM staat ook open voor overleg met partijen die hierover vragen hebben, om hier meer duidelijkheid over te verschaffen. We hadden het hier zojuist ook intern over. Gezien de hoeveelheid vragen die hierover zijn gesteld, kan ik die interpretatie ook aan de Kamer sturen, met een appreciatie erbij, zo van: hoe ziet de toezichthouder dit nou en hoe appreciëren wij dit? Dan bent u in de gelegenheid om daar vervolgvragen over te stellen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is voor ons een belangrijk punt, omdat wij dit wetsvoorstel vooral bekijken vanuit de bescherming van de consument. Maar wij zien ook gewoon dat dit voor de financiële sector en de IT-systemen die hierop ingericht moeten worden een heel belangrijke vraag is, waar heel veel kosten, belangen en geld mee gemoeid zijn. Kan het zo zijn dat het moment waarop de minister dit stuurt eigenlijk te kort dag voor de inwerkingtreding is, waardoor het niet ingeregeld kan worden? Heeft de minister signalen dat daar voldoende tijd voor is wanneer dat naar de Kamer wordt gestuurd? Zo nee, kan de minister er dan wat preciezer in zijn wanneer de sector duidelijkheid krijgt en hij dat dus naar de Kamer toestuurt?Minister Heinen:Mocht dat het geval zijn, dan valt dit precies onder die coulance en het ingroeipad van de AFM. Laat mij dit dus meenemen in dat gesprek. Laat mij dan aangeven tot welk oordeel de AFM komt op basis van de richtlijn, die ook echt wel voor de toezichthouder richtinggevende categorieën heeft genoemd. Dan zal ik uw Kamer daarover informeren.Voorzitter. Er zijn meerdere vragen op dit punt gesteld, dus ik ga even door. Wellicht wilt u dat namelijk in één interruptie meenemen. De heer Ceder had ook over het normale handelsverkeer vragen gesteld. Dan gaan we heel specifiek een aantal voorbeelden langs. Hij noemde bijvoorbeeld, zeg ik via u, voorzitter, en dan bedoel ik de heer Ceder, een geval waarin de tandarts de rekening laat innen door een factureringsbedrijf en de betalingsvordering wordt overgenomen. Wordt er dan een krediet verstrekt, ja of nee? Meer specifiek wees hij naar artikel 7:58, lid 2e Burgerlijk Wetboek. Dat biedt hier onvoldoende duidelijkheid over, gaf de heer Ceder aan. Het specifieke voorbeeld van een tandarts die zijn vordering overdraagt, is genoemd in de memorie van toelichting. Ik denk dat die daarom hier naar voren komt. Deze situatie valt onder de wettelijke uitzondering, want er is geen derde partij die een krediet aanbiedt en de betalingstermijn is niet langer dan 50 dagen. In dit geval is er dus geen sprake van krediet. In de preambule van de richtlijn staat een vergelijkbaar voorbeeld genoemd, namelijk van medische rekeningen.Voorzitter. De heer Ceder wees ook op Duitsland. Hij gaf aan te zien dat daar onderscheid wordt gemaakt tussen situaties waarin de betalingsvordering wordt overgedragen, zoals in het geval van de tandarts of een parkeerapp, en situaties waarin de klantrelatie wordt overgenomen, zoals bij een "buy now, pay later"-krediet. Hij vraagt waarom er niet een duidelijker onderscheid wordt gemaakt in de Nederlandse wet. Allereerst dank voor deze scherpe vraag. Ik ben, of in ieder geval is het ministerie bekend met het onderscheid in Duitsland ten aanzien van de overdracht van vorderingen. In Duitsland valt uitstel van betaling niet onder de wet indien dit voor maximaal veertien dagen wordt gegeven. Dit geldt ook als er sprake is van een derde partij aan wie alleen de vordering wordt overgedragen. Het is de vraag of dit de juiste uitleg is. In de richtlijn wordt dit onderscheid namelijk niet gemaakt. Ik zie dus ook nadelen van de Duitse interpretatie, omdat daarmee sommige partijen buiten schot kunnen blijven. "Buy now, pay later"-aanbieders werken bijvoorbeeld ook met overdracht van vorderingen. Dit kan weer tot ontwijking leiden, wat we proberen te voorkomen met elkaar. Het gras bij de buren is dus niet altijd groener. Ik wijs er wel op dat we in Nederland voornamelijk de focus hebben liggen op de bescherming van consumenten, ook in het licht van het debat dat we hebben gevoerd over "buy now, pay later"-diensten. Het kan dus zijn dat Nederland dit strenger doet dan omringende landen, maar dat is waartoe de Kamer heeft opgeroepen.Voorzitter. Dan gaan we wat verder op de voorbeelden in. Mevrouw Van Eijk heeft namelijk een vraag over de telecomexceptie, -uitzondering, in CCD II en doorlopende dienstverlening. Ik noemde 'm daarnet al. Ze vraagt specifiek of ik kan bevestigen dat de telecomexceptie als doorlopende factoringsdienst onder de uitzondering voor overeenkomsten voor doorlopende dienstverlening valt. Ik zal mijn antwoord daarop geven, mevrouw Van Eijk. Als er sprake is van doorlopende dienstverlening of doorlopende levering van dezelfde soort goederen, dan vormt dat inderdaad een uitzondering op het toepassingsbereik van de richtlijn. Het kabinet kan er echter niet over oordelen of een bepaald product wel of geen krediet is. Dat is echt aan de AFM. De AFM publiceert op 20 november haar interpretatie; daar verwees ik net naar. Ik zal die dan aan de Kamer doen toekomen. De AFM staat overigens open voor overleg met alle partijen die hier vragen over hebben. Dit biedt partijen meer duidelijkheid. De AFM wordt dus ook in die zin wel gezien als een constructieve partij waar goed overleg mee mogelijk is.De heer Hoogeveen had een vraag over ...De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Even een kleine stap terug, naar de vergelijking met Duitsland en de clash qua interpretatie. Volgens mij is dit een Europese bepaling en niet een knop waarbij smaken verschillen. Als dat waar is, dan hebben óf de Nederlandse juristen gelijk — complimenten daarvoor — óf de Duitse juristen, en móét een van de twee het aanpassen. Volgens mij is het namelijk niet een van de knoppen. Mijn vraag is of dat klopt en, zo ja, of de minister kan toezeggen hier zo snel mogelijk uitsluitsel over te geven door met Duitsland overleg te voeren om te kijken wie er nou gelijk heeft, en om dit, als er nog tijdig bijgestuurd kan worden, mee te nemen voor de inwerkingtreding.Minister Heinen:Dan wordt echt het onmogelijke van het team op het ministerie van Financiën gevraagd, namelijk om met elke lidstaat een vergelijking te maken en dat uit te zoeken. Het is uiteindelijk aan de Europese rechter. Het is een richtlijn. Wij implementeren die. Als partijen van mening zijn dat die richtlijn verschillend is geïnterpreteerd, dan moet er een zaak komen. Dan is het aan de rechter om dat verschil te duiden. Wij kunnen niet op voorhand op ambtelijk niveau alle lidstaten afbellen om te vragen hoe het wordt geïnterpreteerd en daar dan een juridische toets op doen. Ik snap wel waar de heer Ceder naar vraagt. Wij zijn echt van mening dat wij het op de goede manier implementeren. Ik denk dat dat voor andere lidstaten ook geldt. Als daar verschil bestaat, dan kan een dienstverlener natuurlijk ook naar de Europese rechter stappen, een zaak aanhangig maken en daar een uitspraak over vragen, zodat er jurisprudentie ontstaat. Als het nodig is, passen wij het dan aan. Sterker nog, de jurisprudentie is dan leidend.Voorzitter. Ik ga door, specifiek over creditcards. De heer Hoogeveen had daarnaar gevraagd. Dat hebben we zojuist al deels besproken. Hij vroeg of we als kabinet gebruik gaan maken van de lidstaatoptie om creditcards uit te zonderen. Uit het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen, blijkt dat we creditcards niet willen uitzonderen. Dat doen we vanuit het belang van consumentenbescherming, want ook jongeren kunnen een creditcard aanvragen. Creditcards en andere producten met uitgestelde debitering blijven een vorm van krediet en dat is natuurlijk het centrale thema. Het gaat niet zozeer om de instrumenten, maar om de vraag hoe we overkreditering kunnen voorkomen. Als creditcards niet worden gereguleerd, ontstaat er een ongelijk speelveld tussen aanbieders van krediet, ongeacht de vorm. Ik wil voorkomen dat "buy now, pay later"-aanbieders creditcards gaan uitgeven en daarmee de kredietregels kunnen omzeilen. Ik begreep dat er al een "buy now, pay later"-aanbieder is die een dergelijke kaart aanbiedt. Ik wil daar geen oordeel over hebben, want nogmaals: ik juich elk ondernemerschap en elke nieuwe vorm van dienstverlening toe. Wij kijken hoe de consumentenbescherming eruitziet. Ik probeer uit te zoomen en niet te kijken naar specifieke instrumenten of aanbieders, maar vooral vanuit het belang van de consument te blijven redeneren. Dat passen we in den brede toe.De heer Hoogeveen (JA21):Ik wil daar toch nog even op terugkomen. Ik ben daar niet van overtuigd. Als Klarna zo'n kaart uitgeeft, waarschijnlijk onder Mastercard of Visa, dan is dat precies dezelfde constructie die nu al wordt aangeboden door American Express et cetera. Je betaalt en het wordt dezelfde maand geïncasseerd. Het kabinet zegt zelf dat daar niet het grote risico zit. Ik vraag me echt af of we het voor consumenten nu niet moeilijker maken om gebruik te maken van een heel toegankelijk betalingsproduct.Minister Heinen:Het succes van de nieuwe dienstverleners kwam juist doordat sommige vormen als minder toegankelijk werden gezien. Maar los daarvan, nogmaals: geredeneerd vanuit de bescherming van de consument tegen overkreditering — het maakt mij niet uit in welke vorm het plaatsvindt — wil je voorkomen dat er een stapeling van kredieten plaatsvindt, waardoor vooral jongvolwassenen in de problemen komen. Als je de ene kant wel reguleert en de andere kant niet, dan verplaatsen de risico's zich naar een andere vorm. Daarom trekken we één lijn in dit wetsvoorstel, maar het is uiteraard aan u om dat te wegen. Wij denken dat dit verstandig is.Voorzitter. Ik wil naar het accountmodel en de BKR-registratie. Specifiek de heer Ceder vroeg daarnaar. Hij vroeg of mensen minder gebruikmaken van kredieten doordat de geregistreerde doorlopende limiet ook meetelt als maandlast voor de hypotheek of huur. De kredieten die in het BKR worden geregistreerd, tellen mee bij de beoordeling van een hypotheekaanvraag. Dat was altijd al zo. Dit beschermt de consument tegen te hoge lasten. Dit kan ertoe leiden dat mensen minder gebruik gaan maken van dit soort kredieten, bijvoorbeeld om te anticiperen op een nieuwe hypotheekaanvraag. Pas na inwerkingtreding van de wet is het effect hiervan goed te beoordelen.Meer in algemene zin: ik krijg vaak vragen hierover. We krijgen aan de ene kant de oproep vanuit de Kamer om consumenten te beschermen en om overkreditering te voorkomen, maar vervolgens hoor ik ook vaak — dit is partijneutraal — "ja, maar de studieschuld mag niet meetellen" of "ja, maar deze dienst niet". Krediet is krediet. We willen uiteindelijk dat de consument niet vastloopt. Daar proberen we bescherming voor te bieden. Ik snap dat dat ergens anders discomfort kan geven, als het meetelt bij de kredietaanvraag, maar uiteindelijk is het in het belang van de consument om te voorkomen dat krediet op krediet op krediet gestapeld kan worden waardoor de maandlasten uiteindelijk niet meer gedragen kunnen worden. Dat is uiteindelijk elke keer het belang. Je kunt uitzonderingen maken voor kredieten zodat ze niet meetellen, maar uiteindelijk worden ze wel maandelijks van je rekening afgeschreven, of ze nu wel of niet geregistreerd worden. Dat proberen we vooral inzichtelijk te maken. Het heeft natuurlijk ook een positieve werking. Als het allemaal netjes gaat, dan wordt je kredietwaardigheid in positieve zin beoordeeld en kan het wellicht ook makkelijker worden om aan krediet te komen. Daar kom ik straks nog wat specifieker over te spreken als we het over het BKR hebben. Dat is het laatste onderwerp dat ik wilde behandelen.De heer Flach had ook een vraag over ontwijking. Hij vroeg meer specifiek hoe ontwijkgedrag in de kredietmarkt wordt gemonitord en hoe dat wordt voorkomen. Dit is echt aan de AFM. Die houdt toezicht op de kredietmarkt en heeft daarbij uiteraard ook aandacht voor ontwijkgedrag. De AFM is doorlopend in gesprek met verschillende stakeholders, van aanbieders tot consumentenorganisaties. Daarbij heeft iedereen natuurlijk ook een belangrijke signaleringsfunctie. De AFM kan dan verder onderzoek doen als dat nodig is.Dan had de heer Flach in dit licht ook de vraag of dit wetsvoorstel voldoende ruimte biedt om snel op nieuwe schadelijke vormen van kredietverlening te anticiperen, eigenlijk in het verlengde van waar de heer Ceder eerder naar vroeg. Ja, we zijn van mening dat dat het geval is. Dit wetsvoorstel bevat namelijk een zogenoemde productinterventiebevoegdheid voor de AFM. Daarmee kan de AFM "schadelijke" producten of praktijken verbieden of beperken. Die bevoegdheid is er voor situaties waarin de bestaande wetgeving of het bestaande toezichtinstrumentarium tekortschiet bij toekomstige ontwikkelingen, omdat we natuurlijk nooit helemaal kunnen overzien wat er weer allemaal wordt bedacht. Voor deze bevoegdheid gelden dan strengere eisen. Dit instrument mag pas ingezet worden als alle andere opties van de AFM niet werken. Het is dus een ultieme remedie, maar die mogelijkheid is er wel.Voorzitter. Als laatste had de heer Ceder over het onderwerp van de reikwijdte nog de vraag hoe proportioneel en wenselijk het is dat iemand vanwege een kleine achterstand voor het hele krediet negatief geregistreerd is. Laat ik die vraag nu beantwoorden. We komen daar straks nog wat uitgebreider over te spreken. Een betalingsachterstand wordt niet meteen geregistreerd. Ik denk dat het ook wel goed is om dat te benoemen. Individuele "buy now, pay later"-transacties worden straks na een achterstand van twee maanden geregistreerd. Creditcardtransacties worden na drie maanden achterstand geregistreerd. Dat is de huidige praktijk. Later gaan we dat harmoniseren. Het registreren van een dergelijke achterstand is natuurlijk belangrijk voor het ontdekken en voorkomen van financiële problemen. Dat is uiteindelijk waarom we het doen, vanuit het belang van de consument en om de consument in die zin te beschermen. Dat betekent niet direct een afwijzing voor nieuwe kredieten. Een volgende kredietaanbieder moet de achterstand wel meewegen en kan hierover ook informatie opvragen. Dat is natuurlijk het hele idee hierachter. In het wetsvoorstel Kredietregistratie, waar ik dus later mee naar de Kamer kom, wordt dus ook gekeken naar de lengte van de bewaartermijn en de registratie. Ik heb alle wensen van de Kamer die hierover zijn geuit, goed gehoord. Die verwerken we nu en dan kunnen we daarover het debat aangaan. Ik spreek ook graag nader over wat we hierbij allemaal doen, want ik weet dat dit onderwerp heel belangrijk is voor de Kamer.Ik ben hiermee aan het einde gekomen van de reikwijdte.Dan wil ik in het verlengde hiervan doorgaan naar de kredietwaardigheidstoetsen, voorzitter, met uw toestemming.De voorzitter:Toch zie ik nog een vraag van de heer Bushoff.De heer Bushoff (PRO):Ja, een praktische vraag. Later komen we ook nog over de BKR-registraties te spreken. Ik denk dat daar het punt in zit van aan de ene kant inzicht in kredieten onder de €250, maar die niet registreren. Ja? Oké.Minister Heinen:Ja, dat klopt. Dan hoor ik ook graag hoe de Kamer dat ziet, want dat kunnen we samen inregelen.Voorzitter. Dan wil ik door naar de kredietwaardigheidstoets. Daar zijn veel vragen over gesteld.Dan begin ik bij de heer Bushoff, die vraagt of er geen zwaardere kredietswaardigh… Excuus, voorzitter, ik heb last van mijn keel. Ik heb veel kopjes koffie gedronken in de afgelopen tijd. De heer Bushoff vroeg of er een zwaardere kredietwaardigheidstoets voor jongeren kan gaan gelden, welke juridische ruimte daarvoor bestaat mochten we daartoe besluiten, en of dat wenselijk is. Een zwaardere kredietwaardigheidsbeoordeling voor jongvolwassenen betekent dus dat er een onderscheid gemaakt wordt naar leeftijd; dan hebben we het specifiek over jongvolwassenen. Dit mag niet, tenzij het proportioneel en noodzakelijk is om jongvolwassenen te beschermen. Die onderbouwing zie ik niet. Dan verwijs ik naar wat ik hierover eerder heb gezegd in het licht van de … Ja …De voorzitter:Op een eerder moment.Minister Heinen:De implementatietermijn, daarbij had ik het genoemd.De voorzitter:Er is een interruptie.Minister Heinen:Ja, ik maak het even af. Ik denk namelijk dat de kredietwaardigheidsbeoordeling zoals die nu verplicht wordt, voor jongvolwassenen dus, echt zal beschermen tegen overkreditering. Dat is dan een antwoord wat betreft het oordeel dat van mij werd gevraagd.De heer Bushoff (PRO):Hoewel ik het amendement van mijn collega Flach heel sympathiek vind, kan ik me best voorstellen dat een verbod uitbreiden naar de leeftijd tot 21 jaar juridische moeilijkheden met zich meebrengt bij het beargumenteren van de proportionaliteit. Aan de andere kant vraag ik niet om het voor jongeren onmogelijk te maken, maar om op het moment dat een jongvolwassene krediet aanvraagt, leeftijd wel degelijk mee te laten wegen als een zwaardere risicofactor. Ik zie daar wel de ruimte toe, denk ik. De minister zegt: we doen al genoeg om jongeren te beschermen. Ik ben wel benieuwd wat dat dan specifiek is als het gaat om de kredietwaardigheidstoets. Dat zou ik graag nog van de minister willen horen.Minister Heinen:Ik snap de vraag. Ik antwoord natuurlijk in formele zin, maar ik snap ook de zoektocht van de Kamer. Ik kan dit opnemen met de AFM en vragen hoe zij dit beoordelen. Ik snap namelijk de achtergrond van de vraag van de heer Bushoff. Ik zou zelf willen voorkomen dat de leeftijdsgrens op specifieke diensten wordt verhoogd, maar ik hoor ook de zorg van de Kamer, die zegt: wij zien toch wel een verhoogd risico, dus je zou de leeftijdscategorie daarin moeten meewegen. Laat mij vragen aan de AFM wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Sowieso wil ik dat we in de evaluatie van de wet, die we eerder met elkaar hebben afgesproken, specifiek aandacht hebben voor deze doelgroep. Ik wil ook kijken: welke ontwikkelingen zien we hierbij in het licht van het nieuwe wetsvoorstel?De heer Schoonis (D66):Ik wilde even een toevoeging doen over het risicoprofiel. Volgens mij doen verzekeraars dat ook bij jongvolwassenen, bijvoorbeeld voor autoverzekeringen et cetera. Even als voorbeeld.Minister Heinen:Dan ga ik wat speculeren. Ik kan het me wel voorstellen, maar als je kijkt of iemand kredietwaardig is, kijk je ook naar vaste contracten en het inkomen. Er wordt dus breder gekeken. Ik ga nu wat meer in de filosofische houding komen. Daar moet ik altijd mee oppassen bij wetgevingsoverleggen, want alles wat ik zeg, wordt onderdeel van de wetsbehandeling. Ik probeer het dus allemaal heel formeel en netjes te beantwoorden. Als u daar nog specifieke vragen over heeft, zal ik daar in de tweede termijn op terugkomen. Dat komt dus later.Voorzitter. De heer Bushoff had nog een vraag over wettelijk voorgeschreven normen voor krediet boven de €100. Hoe voorkomen we dat er verschillende toetsen van verschillende aanbieders komen? De wet bevat bewust een open norm voor de krediettoets. Dat zit ook in de richtlijn. Het is niet wenselijk om voor elke kredietvorm een bepaalde toets voor te schrijven. De branchevereniging van aanbieders van krediet voor consumenten, de Vereniging van Financieringsondernemingen, de VFN, bepaalt in overleg met de sector en de AFM de kaders voor die krediettoets. Daarnaast houdt de AFM ook doorlopend toezicht op de uitvoering van de krediettoets door de aanbieders. De leennormen van de VFN en het toezicht van de AFM waarborgen grosso modo wel de consistentie van de krediettoets.De heer Bushoff (PRO):Ik heb daar nog een hele specifieke vraag over. Niet alle aanbieders zijn gehouden aan die VFN-leennormen. Daarom is de vraag: hoe gaat het daar dan in zijn werk?Minister Heinen:Een terechte vraag. Dat is dus ook aan de AFM. Dat neem ik dan ook weer mee. Dat is een terecht punt, maar nogmaals: de toezichthouder maakt daar op zichzelf natuurlijk geen onderscheid tussen. De aanbieder is de aanbieder. Regels gelden voor iedereen. Dat staat los van of je bij een branchevereniging zit. Het is ook niet zo dat ik harder mag rijden op de snelweg omdat ik lid ben van de ANWB. Dan zouden de VVD-aanmeldingen ineens toenemen.De heer Hoogeveen had een vraag over die grens van €100. Hij vroeg of die niet van €100 naar €150 kan. Ik hoor graag van de zijde van de Kamer hoe u dat ziet. De heer Hoogeveen wees er al op dat de €100-grens tot stand is gekomen omdat dat het gemiddelde bedrag is van de "buy now, pay later"-kredieten die worden aangegaan. Daarom is men op dit bedrag gekomen. Hoe hoger je de grens legt, hoe minder kleine kredieten eronder vallen. De Kamer had zorgen over de stapeling van die kleine kredieten. €100 is in onze positie misschien niet veel geld, maar voor een jongvolwassene is dat natuurlijk wel heel veel geld. Dan kan het zomaar zijn dat je achterstand op achterstand krijgt. Ik kijk hiervoor ook naar de Kamer. Dit bedrag is niet ideologisch tot stand gekomen, maar puur pragmatisch, vanuit een gemiddeld bedrag. In die zin zitten wij er open in. We proberen een balans te zoeken tussen consumentenbescherming enerzijds en anderzijds de vraag van de heer Hoogeveen of we niet doorschieten in de regelgeving. Het gemiddelde BNPL-bedrag is dan een neutrale grens. Maar laten we straks nog bezien met welke moties u komt en waar de meerderheden liggen. Overigens is deze grens ook in afstemming met de AFM gedefinieerd.Dan had mevrouw Van Eijk ook nog de vraag of er een risico bestaat dat er voor buy now, pay later onder de €1.000 en onder de drie maanden een veel soepeler regime gaat gelden. Bij kredieten vanaf €100 moet een aanbieder in principe informatie opvragen en deze informatie dus ook verifiëren. Dat is een strenger regime dan nu het geval is. Het is dus niet soepeler, maar misschien heb ik de vraag verkeerd opgeschreven. In de huidige situatie moet je pas bij een krediet vanaf €1.000 informatie van de klant verifiëren. De grens gaat dus echt naar beneden. Alleen als het een bestaande klant betreft met een goede betaalgeschiedenis, kan de "buy now, pay later"-limiet stapsgewijs worden verhoogd zonder verificatie. Daarmee zoeken we wederom naar een balans tussen de consumentenbescherming en de eenvoud voor de consument enerzijds, en de lastendruk voor de aanbieder anderzijds.Voorzitter. Dan had mevrouw Van Eijk ook een vraag gesteld over proportionaliteit in de kredietwaardigheidsbeoordeling en de verificatieplicht. Meer specifiek vroeg ze hoe er wordt geborgd dat de kredietwaardigheidstoets en -verificatie van gegevens proportioneel blijft en dat er bij kleine laagrisicotransacties geen onnodig zware uitvraag plaatsvindt. De verificatie van door de consument aangeleverde informatie voorkomt dat de consument een krediet krijgt op basis van bewust onjuiste informatie. De verificatieplicht is al proportioneel, want de verificatie is niet nodig bij een aankoop onder de €100 of als een klant een goede betaalgeschiedenis heeft. Dit voorkomt een onnodig zware uitvraag die niet in verhouding staat tot de situatie. Ik denk dat dat ook de achtergrond van de vraag van mevrouw Van Eijk was. Daarnaast geldt de regel dat alleen als de aanbieder informatie opvraagt, de aanbieder deze informatie moet verifiëren.Dan had mevrouw Van Eijk ook nog de vraag of er bij kleine kredietbedragen kan worden volstaan met een negatieve registratie bij betalingsachterstanden. Het is misschien goed om ook hier een paar dingen uit elkaar te halen. Een positieve registratie houdt dus louter in dat het BKR registreert dat een consument een krediet heeft. Er zit dus geen oordeel bij. Het gaat puur om het benoemen ervan. Een negatieve registratie is een registratie van een betalingsachterstand. Dat is natuurlijk een signaal dat het problematisch kan worden. Dat gebeurt niet gelijk bij de eerste keer, want we vergeten allemaal weleens een rekening, maar daar zit natuurlijk de eerste signalering. Op dit moment wordt dus niet ieder klein krediet ook positief geregistreerd. Een krediet wordt dus pas positief geregistreerd — nogmaals, er zit dus geen oordeel aan — vanaf een kredietbedrag van €250 en een minimale looptijd van een maand. De voorbeelden die we voorbij zagen komen, leiden überhaupt niet eens tot een registratie. Hierboven heb je wel een registratie, maar die is dus niet negatief. Het betekent gewoon puur en alleen dat u dat krediet heeft. Dit staat allemaal in het reglement van het BKR. De registratiegrenzen worden wettelijk opgenomen in het wetsvoorstel Stelsel kredietregistratie. De Kamerbehandeling van dat wetsvoorstel komt dus nog. Nogmaals, ik begrijp dat de Kamer het graag in samenloop had gehad, maar het loopt nu uiteen. Dit wetsvoorstel komt nog naar de Kamer. We zullen er nog specifiek bij stilstaan en we kunnen er ook nog verder over spreken.Ik kijk even naar de heer Bushoff, want ik zie hem aanstalten maken om een vraag te stellen.De voorzitter:Ja, ik zag dezelfde aarzeling als de minister.De heer Bushoff (PRO):Op dit punt heb ik toch ook nog een vraag aan de minister. Hoe weegt hij dan dat er nu bij die kleinere kredieten wel gekeken wordt naar het BKR-register, maar dat die kleine kredieten vervolgens niet geregistreerd worden? Hoe ziet de minister de risico's op stapeling van kredieten? Ik snap dat hij zegt dat dat ook nog deels terugkomt bij dat andere wetsvoorstel, maar dat is voor dit debat toch best relevant eigenlijk.Minister Heinen:Daarom probeer ik ook heel open aan te geven dat dit een zoektocht is. Kleine kredieten hoeven op zichzelf niet direct tot problemen te leiden, zoals de Kamer ook stelt. Tegelijkertijd kan een klein krediet bij grotere bedragen met betaalachterstanden de situatie natuurlijk wel verder versterken. Dit is zoeken naar een grens. Ik hoor ook heel graag hoe de Kamer het ziet. We hebben echt geprobeerd om aan te sluiten bij gemiddeldes, bij wat we redelijk achten. Hierbij probeer ik ook te kijken naar wat in de situaties waarover wij spreken misschien kleine bedragen lijken, maar wat voor een jongvolwassene natuurlijk ineens hele grote bedragen zijn. Achterstanden kunnen zich ook ineens opstapelen. Dan kom je ineens in een heel andere situatie terecht. Maar ook hier zitten we er echt open in. Als de Kamer zegt het graag op andere grenzen te zien, kunnen we daar ook het debat over voeren. Ik denk dat ik iedereen zie zoeken naar de balans tussen de consumentenbescherming enerzijds en het niet doorschieten in regelgeving anderzijds. Ik doe gewoon een voorstel en ik hoor graag of ik daarin een verkeerde afweging heb gemaakt.De heer Ceder vroeg ook of het niet de eis moet zijn dat bij het aangaan van een nieuw product bij een partij waar je al klant bent, er nog een keer een kredietwaardigheidstoets gedaan wordt. Dat is een terechte vraag. Het korte antwoord is ja. Een kredietaanbieder moet een verhoging van het krediet bij een klant zorgvuldig afwegen, zeker als het een grote verhoging betreft. Als bijvoorbeeld een account van een klant bij een "buy now, pay later"-aanbieder van €250 wordt verhoogd tot €1.000, dan moet de aanbieder een uitgebreide kredietwaardigheidstoets doen, ongeacht of die klant daar al geregistreerd is. In dit geval gaat het erom of je die verhoging ook kunt dragen, omdat het weer een aanvullend risico is.Ook de heer Hoogeveen had in het verlengde hiervan een vraag, namelijk of de verificatieplicht ook alleen indien nodig zou kunnen. Het is belangrijk dat aanbieders informatie verifiëren. Anders kunnen consumenten uiteraard makkelijk een te hoog krediet of een te hoge "buy now, pay later"-limiet krijgen. Bovendien is er al proportionaliteit ingebouwd. De verificatie is dus niet nodig onder de €100 of als de klant een goede betaalgeschiedenis heeft. Volgens ons inzicht biedt dat voldoende proportionaliteit bij de uitvraag van gegevens. Maar als de gegevens worden uitgevraagd, moeten deze wel worden geverifieerd. Dat voorkomt het krijgen van krediet op basis van bewust verkeerd aangeleverde informatie. We gaan er natuurlijk van uit dat iedereen te goeder trouw is, maar je moet toch even die toets doen.De heer Hoogeveen had ook een terechte zorg over privacy. Dat is ook veel aan bod gekomen. Hij vroeg bij welke partijen data terechtkomen en wat de bewaartermijnen zijn. De data komen in beginsel bij de kredietaanbieder terecht. Deze moet de gegevens dan vijf jaar bewaren op basis van huidige wetgeving. Mogelijk maakt een aanbieder gebruik van een bureau om bijzondere persoonsgegevens te lakken. Deze zijn op grond van de AVG ook verplicht om aan dataminimalisatie te doen en om gegevens niet langer dan noodzakelijk te bewaren. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt hier toezicht op. Die houdt enerzijds toezicht op hoe dat binnen een aanbieder is geregeld. Die kijkt dus bij verschillende aanbieders of daar voldoende Chinese walls zitten en of gegevens voldoende gelakt worden. Dat kan ook worden uitbesteed aan een externe partij. Daar houdt de Autoriteit Persoonsgegevens dan ook toezicht op. Dit moet natuurlijk goed gaan. Dat is op deze manier geborgd.Ook de heer Ceder had hier vragen over. Hij vroeg of de verificatie van informatie door het opvragen van financiële informatie voor telecomkredietproducten dan wel proportioneel is. Op dit moment werkt de telecomsector met zelfverklaringen. Die zelfverklaringen volstaan straks niet meer, zoals ook staat in het concept-implementatiebesluit. Zelfverklaringen bieden namelijk niet altijd een getrouw beeld van de werkelijkheid. Voor buy now, pay later achten wij dit niet verstandig, maar ook niet voor telefoonkredieten. Het is gewoon alle twee krediet, wat ook de aanbieder is. Ook bij telecomkredieten is er sprake van een lange looptijd van een of twee jaar en zit je eraan vast. De telecomsector kan samen met de AFM komen tot een proportionele invulling van de kredietwaardigheidsbeoordeling en dus het opvragen van gegevens, ook al heeft de telecomkredietsector nu eigen leennormen.De heer Ceder had ook een vraag over het interne risicomodel van kredietaanbieders bij de kredietwaardigheidsbeoordeling. Hij vroeg of dat achteraf getoetst kan worden door de AFM en of toetsing überhaupt wenselijk is. Het is in de eerste plaats aan kredietaanbieders zelf om ervoor te zorgen dat zij zich aan de normen van de wet houden. De AFM is doorlopend in gesprek met marktpartijen over hoe zij de normen invullen. De AFM is dus uiteraard betrokken hierbij, ook vooraf. Het toezicht op de naleving van de normen vindt dan achteraf plaats om te beoordelen of kredietaanbieders dit wel goed doen.Dan nog een laatste vraag van de heer Ceder in deze categorie. Dat is dan ook een bruggetje naar het volgende onderwerp. De heer Ceder vroeg mij of het BKR-register wel voorbereid is op de toename van raadplegingen. Hij wees bijvoorbeeld op Black Friday. "Asking for a friend", zou ik zeggen. Het BKR heeft aangegeven klaar te zijn voor de grote toename in raadplegingen. Hiervoor is ook doorlopend nauw contact met BKR. Mocht dat leiden tot andere inzichten, dan zal ik u dat uiteraard melden.Dan wil ik naar het volgende onderwerp gaan, namelijk BKR.De voorzitter:We blijven toch nog even hangen in dit mapje. Ik zag als eerste mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik hoop dat ik de minister goed heb begrepen als het gaat om de leennormen. Daar wordt in eerste instantie met VFN over gesproken, maar ernáást is er voor branches, bijvoorbeeld de telecomsector, altijd ruimte om in overleg met de AFM te kijken naar een code of een manier van verificatie die passend is voor dat product en voor die sector.Minister Heinen:Zo is het precies.De heer Ceder (ChristenUnie):Twee vragen. Privacygevoeligheid is een belangrijk punt, ook gezien de toenemende mogelijkheden van AI. Mijn vraag is of third-party verification — dat betekent dat een bank een vinkje kan geven in plaats van dat die allemaal gegevens hoeft uit te wisselen — de voorkeur verdient en, zo ja, op welke wijze de minister daar misschien ook wel een aanjagende rol in kan spelen, waardoor je qua snelheid maar misschien ook qua informatie-uitwisseling veel minder data deelt met elkaar; ik denk dat het in ieders belang is om dat zo veel mogelijk te minimaliseren. Mijn vraag is in hoeverre de minister dat wenselijk vindt en in hoeverre hij denkt daar een aanjagende rol in te kunnen spelen.Minister Heinen:Dat laatste kan natuurlijk altijd. Ik zie het in die zin ook als een oproep. Laten wij dit ook meenemen in dezelfde brief — het wordt nu een vrij uitgebreide brief — die ik stuur over de AFM; laat me dan ook specifiek op dit punt terugkomen. Dan ga ik daar ook in overleg over.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat beschouw ik dan als een concrete en ook een aparte toezegging, omdat dit voor ons wel belangrijk is. Dit hangt namelijk samen met de privacy en dataminimalisatie in verhouding tot hoe je dat dan met elkaar doet. Inmiddels zijn er mogelijkheden waarmee je met elkaar checkt of iemand kredietwaardig is zonder dat je echt de papieren bij een ander hoeft voor te leggen.Het tweede punt is het curatele- en bewindregister. Daar vallen ongeveer 25.000 mensen onder. Het is momenteel niet verplicht dat er een check wordt gedaan bij aanbieders om dat te doen. Het kabinet gaf eerder aan dat het voornemens is om dat te verplichten. Later gaf het in een brief aan: dat is vooral een handreiking en niet per se een verplichting. De vraag is of de minister concreet kan toezeggen om in ieder geval bij de evaluatie mee te nemen in hoeverre mensen onder curatele toch alsnog door de mazen kruipen en in hoeverre die verplichting niet alsnog naast de BKR-check wenselijk is.Minister Heinen:Ja, slim.De voorzitter:Meneer Ceder vraagt om twee toezeggingen, volgens mij.Minister Heinen:Ja, en beide vind ik verstandig, dus die kan ik ook toezeggen.Voorzitter. Dan wilde ik gaan naar het onderwerp BKR. Daar had de heer Ceder, of meerdere leden van uw Kamer, ook een aantal vragen over.Allereerst was de vraag of bedrijven en consumenten met de huidige praktijk uit de voeten kunnen als dit wetsvoorstel in werking treedt, en wat dan de relatie is tussen dit wetsvoorstel en het wetsvoorstel Stelsel kredietregistratie. Nogmaals, ik snap dat de Kamer dat graag in samenhang had behandeld. Er zit uiteraard samenhang tussen de wetsvoorstellen, maar het huidige BKR blijft bestaan en kan ook gebruikt worden. Deze implementatiewet implementeert de CCD II-richtlijn. Onderdeel hiervan is de raadpleging van het BKR. Dat kan dus ook gedaan worden in het huidige BKR. Het wetsvoorstel Stelsel kredietregistratie gaat het BKR wettelijk verankeren. Het BKR hanteert al registratiegrenzen en bewaartermijnen, maar die worden dus ook opgenomen in de wet. De Kamer heeft ook voorstellen gedaan om die aan te passen. Daar komen we dus mee naar de Kamer. Die komen dus nog apart. Dan gaat het dus specifiek over de registratie. Vandaag hebben we het puur over de raadpleging.Dan had de heer Ceder en ook mevrouw Van Dijk, geloof ik, de vraag of ik een toelichting kan geven op de stand van zaken van het wetsvoorstel Kredietregistratie, op de inhoud en de beoogde implementatie ervan. Dat kan ik doen. Het wetsvoorstel Stelsel kredietregistratie — ik maak het even heel formeel, ook voor de Handelingen — maakt van BKR een rechtspersoon met een wettelijke taak. Het BKR wordt wettelijk verankerd. Zaken als registratiegrenzen en bewaartermijnen worden dan dus ook opgenomen in de wet. Onlangs ontving ik het tweede advies van de Autoriteit Persoonsgegevens op het wetsvoorstel Kredietregistratie. Dat wordt nu verwerkt door hetzelfde team. Ik verwacht eind oktober het wetsvoorstel naar de Rekenkamer te sturen voor het advies en het wetsvoorstel eind dit jaar naar de Raad van State te sturen. Dan kan het wetsvoorstel na verwerking van dit advies naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Dat doe ik dan zo snel mogelijk. Dat is natuurlijk wel afhankelijk van de adviezen van de Raad van State en de Rekenkamer. We verwachten dat het begin volgend jaar in uw Kamer ligt, zodat we het verder kunnen behandelen. Dan is het de wet; daar kunt u ook weer amendementen op indienen of die aanpassen. Maar we hebben alle eerdere zaken die de Kamer heeft meegegeven … Volgens mij had de D66-fractie, collega's van de heer Schoonis, er ook al richting in meegegeven om termijnen in te korten.Mevrouw Van Eijk vroeg welke gevolgen het later indienen van de Wet stelsel kredietregistratie heeft voor het zicht op de stapeling van kleine kredieten. De nieuwe kredietsoorten, zoals creditcards en "buy now, pay later"-krediet, zullen dus geregistreerd gaan worden. Het BKR en de kredietaanbieders hebben samen besloten om de registratie daarvan uit te stellen tot mei 2027, zodat de vereiste technische veranderingen ook kunnen plaatsvinden. Dit kunnen zij doen omdat de registratiegrenzen nu nog niet wettelijk, maar enkel in het BKR-reglement geregeld zijn. Voor creditcards geldt ook de eerste zes maanden geen verplichting om te registreren, vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de regels voor de creditcards. Daar heb ik het aan het begin van het WGO al over gehad. Dit betekent dat deze kredieten dus niet meteen geregistreerd gaan worden. Onze inschatting is dat de volledige bescherming tegen de stapeling van schulden er dan pas vanaf mei 2027 is. In de tussenperiode zullen kredietaanbieders uiteraard een overzicht hebben van de bij hen aangegane kredieten. We kunnen de consument wel doorverwijzen en bijvoorbeeld respijtmaatregelen treffen als dat nodig is. Het implementeren van de richtlijn en de wettelijke normen als het gaat om buy now, pay later is voor nu het belangrijkste. Het andere wetstraject vervolgen we dan later.De heer Ceder vroeg nog hoe de kredieten die uit deze richtlijn volgen een vervolg krijgen in het stelsel kredietregistratie. De nieuwe kredietsoorten zullen dus geregistreerd worden bij het BKR, indien deze boven de bestaande BKR-registratiegrens van €250 vallen met een minimale looptijd van een maand. Ik heb daar eerder al naar verwezen. Dit is dus vanaf mei 2027, omdat er nog wordt gewerkt aan de technische veranderingen die nodig zijn in het register en bij de aanbieders.Dan had mevrouw Van Eijk nog een vraag over hoe de registratie, de registratiegrenzen en de bewaartermijnen juridisch en praktisch geborgd worden tot de inwerkingtreding van de Wet stelsel kredietregistratie. De registratiegrenzen en de bewaartermijnen van het BKR zijn momenteel geborgd via het reglement van het BKR. De kredietaanbieders zijn daarbij aangesloten. Het bestuur van het BKR kan kredietaanbieders schorsen als zij zich niet aan het reglement houden. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de privacy en kan boetes opleggen. Juist om de juridische borging van het BKR te versterken, wordt er nu gewerkt aan de Wet stelsel kredietregistratie, mede naar aanleiding van de vele discussies die wij hierover in de Kamer hebben gevoerd.Mevrouw Van Eijk vroeg hoe de verschillende belangen bij kredietregistratie worden gewogen en hoe er dan tot een proportioneel en effectief registratiestelstel wordt gekomen. Nogmaals, op dit moment staan de registratiegrenzen in het reglement van het BKR. In de Wet stelsel kredietregistratie worden deze kredietgrenzen wettelijk verankerd. Nogmaals, tot de inwerkingtreding van dat wetsvoorstel gelden de huidige registratiekaders. Uiteraard wegen we in dat wetsvoorstel de verschillende belangen mee, zodat er een proportioneel en effectief registratiestelsel komt. Bij de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel ga ik uiteraard graag met u in gesprek over de aanpassing van die grenzen, zoals ik net ook al zei.Dan vroeg mevrouw Van Dijk of een consument op één dag zonder BKR-registratie meerdere "buy now, pay later"-kredieten kan afsluiten en zo schulden kan stapelen. Dat is een terechte vraag. Het antwoord is: ja, dat kan. De stapeling kan niet volledig worden voorkomen, zeg ik daar heel eerlijk bij, want het BKR biedt momenteel geen realtimeregistratie en -informatie. Ik denk dat mevrouw Van Dijk daarnaar verwijst. Bij de uitwerking van de Wet stelsel kredietregistratie zal ik wel kijken naar de registratiegrenzen en naar de vraag of het wenselijk is dat alle kleine kredieten ook in het BKR komen te staan. Voor "buy now, pay later"-aanbieders gaat wel een actualisatiebeleid gelden. Bij signalen die wijzen op financiële problemen moeten zij opnieuw de kredietwaardigheid beoordelen.Voorzitter. De heer Bushoff had ook nog een vraag over schuldenstapeling, namelijk of ik van plan ben het BKR-wetsvoorstel zo te wijzigen dat schuldenstapeling van kleine kredieten niet meer mogelijk is. De bescherming tegen de stapeling van kredieten zal ik ook meenemen in de verdere uitwerking van de Wet stelsel kredietregistratie. Zoals ik net al aangaf, zal ik bij die uitwerking dan ook kijken naar de registratiegrenzen en de vraag of het wenselijk is dat alle kleine kredieten in het BKR komen te staan. Tot die tijd geldt natuurlijk het huidige registratiekader. Nogmaals, we nemen dit mee in het volgende stelsel, want ik zie dat iedereen hier dezelfde zorgen over heeft.Dan als laatste de vraag van de heer Ceder. Hij wees op het feit dat een negatieve BKR-registratie nu vijf jaar blijft staan en hij vroeg of de huidige praktijk van de duur van de registratie wordt gehandhaafd. Ik wees hier net al impliciet op. Volgens mij was dit ook een voorstel van de collega van D66. Het voornemen is om de bewaartermijn te verkorten naar drie jaar. Dit staat ook in de consultatieversie van het Wetsvoorstel stelsel kredietregistratie — we moeten echt naar een andere naam voor dat wetsvoorstel. Ik probeer het heel zorgvuldig te doen. Zoals ik net al aangaf moet het wetsvoorstel nog naar de Raad van State voor advies. Daarna gaat het naar de Tweede Kamer en praat ik hier graag verder over met u. Maar het staat er dus wel in, ook naar aanleiding van de oproep van de Kamer.Dan wil ik naar de categorie overig gaan. Er waren ook nog wat diversere vragen gesteld die we niet echt in een onderwerp konden onderbrengen. Zo, ik pak het huiswerk er even bij.De heer Bushoff had een vraag gesteld over de schone-lei-regeling. Dat was misschien een beetje buiten de orde, maar het is wel een belangrijke regeling; er worden ook vaak Kamervragen over gesteld. Hij wees namelijk op de nationale schone-lei-regeling voor mensen die ziek zijn geweest, met name ex-kankerpatiënten, die ruimer is dan de Europese regeling. Dat was de aanleiding van de vraag. Hij vroeg of dat wel zo blijft met deze wet. De nationale schone-lei-regeling blijft bestaan zoals we die kennen. Daarnaast komt er een regime ter implementatie van de schone lei uit de richtlijn. Dit is een extra regime voor situaties waarin een overlijdensrisicoverzekering wordt afgesloten bij een consumentenkrediet. Dit komt niet tot zeer beperkt voor in Nederland, maar toch. Er zijn dus geen of zeer beperkte wijzigingen voor consumenten. In de praktijk betekent dit dat de gunstige voorwaarden van het oude regime wel blijven bestaan. Dank dat u hier aandacht voor blijft vragen, want het zal je maar overkomen. Dat is al erg genoeg. Dan wil je ook dat je snel met een schone lei weer een nieuwe start kan maken.De heer Bushoff vroeg ook naar de uitkomst van de gesprekken over de nationale schone-lei-regeling wat betreft verzekeringen. In reactie op Kamervragen hebben we vaak aangegeven dat we in gesprek zijn. Ik voel me dus ook een beetje een aanjager hiervan. Ik moet hier helaas wel bij zeggen dat ik uw Kamer zal informeren als er een uitkomst is van die gesprekken. Het komt volgend jaar in een Kamerbrief. De gesprekken lopen goed, maar we willen uw Kamer daar zorgvuldig over informeren. Ik kan er wel bij zeggen dat dit onderwerp gevoeld wordt op het ministerie, om ervoor te zorgen dat we dit goed doen. Sterker nog, het hele initiatief van de schone-lei-regeling was juist bedoeld om te voorkomen dat mensen die schoon zijn verklaard, nog met dit soort nasleep te maken krijgen. Hier wordt dus heel hard aan getrokken op het ministerie, maar ook in de sector, zeg ik erbij. We proberen die informatie in een bredere Kamerbrief naar uw Kamer te sturen, zodat u daar niet elke keer Kamervragen over hoeft te stellen. Uiteraard kunnen we dat dan ook nog meenemen in de debatten die dan gepland staan. Misschien kan dat bij een debat over de financiële markten.De heer Schoonis vroeg of de minister de zorg deelt dat mensen in de schulden niet de stap zetten naar schuldhulpverlening. Hij vroeg hoe zij dan bereikt worden. Het kabinet pakt de schuldenproblematiek in de volle breedte aan. Alle maatregelen staan in het Nationaal Programma Armoede en Schulden. De wettelijke vroegsignalering is belangrijk voor onder meer wooncorporaties en energiebedrijven. Zij hebben de wettelijke plicht om betaalachterstanden te melden. Vanaf 2027, dus vanaf volgend jaar, stelt het kabinet structureel 20 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten om ook mensen met beginnende schulden beter te bereiken. Dit zijn slechts twee voorbeelden. Zo moet de hulp stap voor stap makkelijker worden gemaakt. Afgelopen donderdag zijn de bestuurlijke afspraken over vroegsignalering ondertekend. Die komen uiteraard ook naar de Kamer. We zijn er dus mee bezig. Ook hierbij ziet iedereen het belang van de vroegsignalering om erger te voorkomen.De heer Schoonis (D66):Dank aan de minister. Volgens mij zitten we op dezelfde golflengte. In het verlengde daarvan: hoe kijkt de minister aan tegen de verantwoordelijkheid van de platforms zelf om daarmee aan de gang te gaan?Minister Heinen:Ik wil de Kamer goed bedienen, maar dit heb ik nu niet zozeer paraat. We hebben ons namelijk vooral voorbereid op vragen over het voorliggende wetsvoorstel. Ik kijk even naar de heer Schoonis. Kan ik daar op een later moment op terugkomen en deze vragen dan beantwoorden, of wilt u de antwoorden in dit debat? Dan moeten we voor de tweede termijn namelijk even achterhalen wat de stand van zaken precies is.De heer Schoonis (D66):Nee, ik ben daarmee akkoord.De voorzitter:Minister, voordat u verdergaat heeft meneer Bushoff toch nog een vraagje over het vorige onderwerp.De heer Bushoff (PRO):Ja, een brief volgend jaar is fijn en dat de gesprekken lopen en dat de intentie er is, kan ik me goed voorstellen. Alleen, de enige indicatie is eind volgend jaar. Dat vind ik best laat, maar ik neem aan dat het eerder is.Minister Heinen:Nee, we kijken elkaar gelijk aan. Dat moet sowieso in het eerste kwartaal, maar dat vind ik al te laat als je dan in maart zit. Dat moet dus echt begin volgend jaar zijn. Voor alle geschiedkundigen die dit debat teruglezen: we zitten nu eind september-oktober. We zitten dus al bijna in het volgende jaar. Dit moet echt zo snel mogelijk zijn, dus echt begin volgend jaar, januari-februari. Ik wens alle historici die dit debat teruglezen heel veel plezier!De heer Bushoff had ook de vraag of ik kan bevestigen dat gemeentelijke kredietbanken uitgezonderd blijven. Ja, dat kan ik bevestigen. Gemeentelijke kredietbanken blijven dus onder de bestaande uitzonderingen vallen, dus daarvoor verandert er niks.De heer Ceder had het nog over TikTok Shop. Die kende ik niet. Ik blijf maar benadrukken wat een boomer je af en toe kan zijn. Hij vroeg of ik een einde wil maken aan de TikTokshops en of ik me daarvoor in Europees verband wil inzetten. Een verbod acht ik niet proportioneel en niet uitvoerbaar. Het kabinet deelt wel de zorg dat TikTok Shop consumenten kan aanzetten tot impulsieve aankopen en daarmee financiële problemen bij sommige consumenten kan vergroten. Echter, binnen de Europese Unie geldt de vrijheid van ondernemerschap. Daar moet ik formeel wel even op wijzen. Dat betekent dat de overheid niet zomaar een bedrijf of een bedrijfsvorm kan verbieden.Deze vrijheid van ondernemerschap is uiteraard niet onbegrensd, zeg ik ook richting de heer Ceder. Het bedrijf moet zich houden aan de wet- en regelgeving op onder meer het gebied van gegevensbescherming, de AVG, productveiligheid en consumentenbescherming. Voor TikTok — ik begrijp dat dat een zeer groot online platform is — gelden bovendien de meest strenge eisen in de Digital Service Act, de DSA. De Europese Commissie houdt hier ook toezicht op. Zo is TikTok verplicht om alle systeemrisico's die voortvloeien uit de dienst te analyseren en te beperken. Ook is TikTok in contact geweest met de Europese Commissie over TikTok Shop. We zullen achterhalen wat daarbij de laatste stand van zaken is. Ik begrijp vanuit de maatschappijvisie van de heer Ceder de zorgen hierover, maar nogmaals: we kunnen niet zomaar individuele bedrijven gaan verbieden.De voorzitter:De heer Ceder heeft een interruptie over TikTok Shop.De heer Ceder (ChristenUnie):Het probleem hiermee is het volgende. In theorie volg ik de minister volledig, maar het is algemeen bekend dat TikTok zich niet aan de regels houdt, niet aan die over privacy noch aan die over leeftijdsverificatie. Daarmee doet het eigenlijk gewoon wat het wil. Wat we hier bespreken, glipt daarmee volledig weg op TikTok. Dat is volgens mij ook het meest gebruikte platform onder jongeren. Ik denk dus dat ik daar wel een motie over indien om toch wat meer urgentie te krijgen vanuit de minister. Hij gaf wel aan dat hij de stand van zaken gaat achterhalen. Dat kan in ieder geval helpen om de feiten op orde te krijgen. Misschien helpt dat ook om de minister ervan te doordringen dat dit echt een serieus probleem is. Mijn vraag is wanneer de minister dat naar de Kamer kan toesturen. Ik ga daar wel een motie over indienen, maar wie weet kan dat helpen om te kijken hoe we elkaar kunnen vinden in de gezamenlijke opgave om jongeren te beschermen.Minister Heinen:Laat ik vooropstellen dat we deze zorg delen met elkaar. Als je zelf kinderen hebt en je ziet wat er online allemaal voor innovatie plaatsvindt, denk je af en toe: gaat dat wel goed? Ik moet wel zeggen dat dit onderwerp echt bij mijn collega, de minister van EZK, zit. De motie zie ik dus graag tegemoet — ik sta daar uiteraard positief tegenover — maar dan moet ik die doorgeleiden naar mijn collega voor een appreciatie. Laten we het dan zo doen. Dan zou ik de collega ook vragen om bij die appreciatie aan te geven wat de laatste stand van zaken is. Dan kunt u altijd nog wegen of u de motie indient of niet. Nogmaals, ik zie de motie graag tegemoet, met een positieve grondhouding. Ik heb het dictum nog niet gezien, maar ik snap wat u probeert te bereiken, zeg ik via u, voorzitter. Dan zal ik mijn collega in het kabinet vragen om de motie breder te appreciëren dan alleen oordeel Kamer of niet.Voorzitter. Dan kom ik bij nog een aantal resterende vragen. Specifiek over het provisieverbod had mevrouw Van Eijk nog een vraag, namelijk of ik overweeg om de AFM de bevoegdheid te geven een ontheffing van het provisieverbod te verlenen voor creditcardaanbieders. Creditcardaanbieders hebben aangegeven dat de verplichting om maandelijks provisie te betalen aan een aanbieder niet passend is bij de werkzaamheden van een bemiddelaar. Ik zie wel bezwaren tegen het toekennen van de bevoegdheid aan de AFM om een ontheffing van de provisieregels te verlenen aan de creditcardsector. Bij een ontheffing moet de AFM dat namelijk per partij gaan regelen. Ik vind het echter passender om dit dan per besluit te regelen voor de gehele creditcardsector, in plaats van via een ontheffing door de AFM. Ik kan dus wel toezeggen dat ik dit verwerk in het implementatiebesluit, als dat tegemoetkomt aan het punt van mevrouw Van Eijk. Ik zie instemmend geknik, dus laat ik dat dan op deze manier doen.Mevrouw Van Eijk had ook een vraag over een invoeringstoets voor de productinterventiebevoegdheid van de AFM. Zij vroeg of ik dat met de Kamer kan delen. De productinterventiebevoegdheid van de AFM kwam al eerder aan de orde in dit debat. Dat is een zwaar instrument. Er moet worden voldaan aan strikte voorwaarden. Het mag alleen worden ingezet als bestaande instrumenten tekortschieten. Dat is ook op deze wijze verankerd in de wet. De AFM zal deze bevoegdheid daarom niet vaak inzetten, is de verwachting. De meerwaarde zit 'm wel in het afschrikeffect en de mogelijkheid om op te treden bij toekomstige ontwikkelingen. Daar vroeg de heer Ceder ook aandacht voor. Een invoeringstoets voor inwerkingtreding levert naar onze overtuiging op dit moment geen verdere informatie op. De bevoegdheid dient immers voor situaties die nog niet waren voorzien in de richtlijntekst. Dat kan ik er in formele zin over zeggen. Als hier van de zijde van de Kamer zorgen over zijn, kan ik wel toezeggen de bevoegdheid na invoering ook mee te nemen in de evaluatie, om even te zien of het nou werkt of dat er meer nodig is. Ook daar zie ik een bevestiging op, dus laten we dat dan ook zo doen.Voorzitter. Als laatste ben ik dan bij de vraag van de heer Ceder of ik kan toezeggen dat er een samenwerkingsprotocol komt tussen de Inspectie van Justitie en Veiligheid en de AFM. Zo te zien is mijn collega het daar helemaal mee eens. Dat kan ik toezeggen, want de AFM en de Inspectie Justitie en Veiligheid hebben al een samenwerkingsprotocol opgesteld, met afspraken over de onderlinge samenwerking en afstemming. Laat ik dat bij dezen dus ook in formele zin toezeggen.Voorzitter. Als allerlaatste is er nog een vraag van mevrouw Van Eijk, maar die vraag hebben we al gehad, denk ik. Zij wil weten op welk moment de gevolgen van de wet voor de prijs en de beschikbaarheid van krediet, de consumentenpositie en de consumentenbescherming evalueren. Die hebben we uitgebreid aan de orde gehad, dus dat gaan we ook op die manier doen.Ja, dan ben ik aan het einde gekomen van alle vragen die zijn gesteld, denk ik.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik naar de leden. De minister heeft alle vragen beantwoord die gesteld zijn. Zijn er leden die nog een vraag missen? Op voorhand is dat niet het geval. Heeft u zelf nog een toevoeging?Minister Heinen:Ik moet nog een amendement appreciëren.De voorzitter:Ja, ga uw gang.Minister Heinen:Dat doe ik dan in formele zin, want we hebben het al uitgewisseld in het debat. Dat was een amendement van de heer Flach, op stuk nr. 10. Ik zeg even voor de Handelingen dat het ging om amendement op stuk nr. 10 (36924) van de heer Flach. Dat moet ik formeel ontraden. Dat gaat over de verhoging van de leeftijdsgrens van 18 jaar naar 21 jaar. Ik verwijs naar de argumentatie zoals die is gewisseld in dit wetgevingsoverleg.De voorzitter:Dank u wel. Dan hebben wij de eerste termijn van beide zijden gehad. Dan gaan we door naar de tweede termijn. Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik wil de minister en de staatssecretaris bedanken voor de beantwoording. We hebben veel vragen gesteld, omdat er veel vragen waren, maar de minister heeft ook veel antwoord gegeven, denk ik. Een deel van onze vragen hangt af van de Wet kredietstelsel, waarvan de minister, denk ik, goed gehoord heeft wat in ieder geval voor de ChristenUnie belangrijk is. Dat is namelijk dat er ook een passend protocol komt bij de huidige implementatierichtlijn. We hebben een aantal casussen voorgelegd waarbij we hebben aangegeven dat het belangrijk is om duidelijkheid te geven. De minister heeft aangegeven dat hij er in het gesprek met de AFM op terugkomt en de AFM daar ook duidelijkheid over geeft. Dat gaat dus om de vraag wanneer er wel of niet sprake is van een bepaald regime. Ik heb de minister ook een aantal toezeggingen horen doen. Ik denk dat die heel goed zijn en dat we ermee uit de voeten kunnen. Ik heb nog wel drie punten.De voorzitter:Excuses. Voordat u verdergaat, zie ik dat de heer Schoonis iets wil zeggen.De heer Schoonis (D66):Ik wilde de heer Ceder niet echt onderbreken, maar ik wil graag een technische break van een paar minuten hebben, als dat kan.De voorzitter:Dan gaan we een handenwasmoment van vijf minuten invoeren.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan mag ik weer opnieuw beginnen.De voorzitter:Dan mag u weer opnieuw beginnen, meneer Ceder.De vergadering wordt van 14.05 uur tot 14.12 uur geschorst.De voorzitter:Goed, dames en heren. We hadden een korte schorsing. We gaan verder met de tweede termijn. De heer Ceder mag beginnen. Hij spreekt namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, ik houd het kort. Ik heb een paar moties. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat artikel 4:74, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht kredietbemiddelaars verbiedt een vergoeding voor bemiddeling bij de consument in rekening te brengen, bijvoorbeeld bij een aankoop via een "buy now, pay later"-aanbieder;overwegende dat een beperkte en vooraf kenbare vergoeding voor achteraf betalen consumenten kan stimuleren om bewuster af te wegen of gebruik van krediet voor de betreffende aankoop noodzakelijk en passend is, en daarmee kan bijdragen aan het voorkomen van schuldgewenning en overcreditering;verzoekt de regering om op grond van artikel 4:74, derde lid, een wijziging van lagere regelgeving voor te bereiden die het bedrijven met een betaalmogelijkheid via achteraf betalen toestaat om voor achteraf betalen een vergoeding te vragen, mits: de vergoeding alleen de aantoonbare en rechtstreeks aan de betaaloptie toe te rekenen kosten dekt en geen winstopslag heeft; de consument kan kiezen om te betalen via een methode zonder vergoeding, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Van Eijk en Hoogeveen.Zij krijgt nr. 11 (36924).De heer Ceder (ChristenUnie):De volgende motie gaat over de leeftijdsgrens van buy now, pay later. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met dit wetsvoorstel het expliciet verboden wordt om krediet te verstrekken aan minderjarigen;overwegende dat uit onderzoek blijkt dat minderjarigen en jongeren gevoelig zijn voor het aangaan van krediet via "buy now, pay later"-diensten met schuldgewenning en in sommige gevallen daadwerkelijk problematische schulden als gevolg;verzoekt de regering de AFM te verzoeken het gebruik van "buy now, pay later"-kredieten door jongeren van 18 jaar tot en met 21 jaar actief te monitoren en hierover te rapporteren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 12 (36924).De heer Ceder (ChristenUnie):En tot slot: de befaamde TikTok Shop-motie. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat TikTok de mogelijkheid heeft geïntegreerd om via dit platform direct producten te bestellen die influencers via TikTok aanprijzen, zonder tussenkomst van een webshop of platform;overwegende dat de doelgroep van TikTok voornamelijk bestaat uit jongeren die via influencers worden aangezet tot impulsaankopen en normalisering van het aangaan van schulden;overwegende dat de Consumentenbond heeft gewaarschuwd voor de risico's van de TikTok Shop;verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken voor een verbod op de TikTok Shop en wanneer dit niet direct mogelijk is te pleiten voor een verbod, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 13 (36924).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik kijk uit naar de beantwoording.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de andere commissieleden. De heer Hoogeveen heeft aangegeven dat hij onder een enorme tijdsdruk staat en zo direct eerder weg moet. Het verzoek is of hij na de heer Ceder namens JA21 als tweede het woord mag voeren. Ik zie dat iedereen denkt: het moet dan maar, vooruit. Nee hoor, gaat uw gang, meneer Hoogeveen!De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter, dank u wel. Het is een nobel doel. Ik heb namelijk het eerste gesprek op de basisschool van mijn dochter, dus daar wil ik wel op tijd bij aanwezig zijn.Ik heb een drietal moties. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de herziene Richtlijn consumentenkrediet een lidstaatoptie kent die de mogelijkheid biedt om kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen van het toepassingsgebied, en dat omringende landen zoals Duitsland, Frankrijk en België gebruikmaken van deze uitzonderingsbepaling en Nederland niet;overwegende dat dit kan leiden tot een ongelijk speelveld, een verslechtering van de concurrentiepositie en disproportionele lasten voor aanbieders van betaalmiddelen met geringe betalingsproblematiek;verzoekt de regering alsnog gebruik te maken van de uitzonderingsbepaling van artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn voor kaarten met uitgestelde debitering die aan de daarin gestelde voorwaarden voldoen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.Zij krijgt nr. 14 (36924). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het implementatiebesluit een beperkte kredietwaardigheidsbeoordeling is geregeld voor kredieten tot €100;overwegende dat de gemiddelde orderwaarde in de praktijk te dicht op de grens ligt waardoor consumenten voor kleine aankopen te snel met een onevenredig zware kredietwaardigheidsbeoordeling te maken krijgen;verzoekt de regering om het drempelbedrag in artikel 113, tweede lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) te verhogen van €100 naar €150,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.Zij krijgt nr. 15 (36924). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de herziene Richtlijn consumentenkrediet voorschrijft dat informatie voor de kredietwaardigheidsbeoordeling naar behoren en "indien nodig" middels onafhankelijk verifieerbare stukken moet wordt geverifieerd;constaterende dat omringende landen in hun implementatie vasthouden aan een dergelijke risicogerichte en proportionele toets terwijl Nederland in het implementatiebesluit verplicht is in alle gevallen aangeleverde informatie te verifiëren;overwegende dat dit leidt tot disproportionele regeldruk waarbij consumenten voor risicoarme aankopen verplicht loonstroken of bankafschriften moeten overleggen;verzoekt de regering de verificatieplicht in artikel 113, eerste lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) risicogericht in te richten, in lijn met de richtlijn en de ons omringende landen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Van Eijk.Zij krijgt nr. 16 (36924).De heer Hoogeveen (JA21):Dan wil ik, via de voorzitter, de minister nog danken voor dit wetgevingsoverleg. Het was goed gepland, zo vlak voor de Algemene Financiële Beschouwingen. Ik wens de minister daar veel sterkte mee.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ook dank, namens de heer Hoogeveen, aan de andere commissieleden dat hij voor mocht. Mevrouw Van Eijk van de VVD.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor zijn uitgebreide beantwoording en zijn ruimhartige opstelling door de Kamer tegemoet te komen bij heel veel vragen en vervolgtrajecten. We spreken mekaar nog verder bij de Wet stelsel kredietregistratie. Dan zullen heel veel vragen weer opnieuw aan de orde komen. Ik ben heel benieuwd hoe dat eruit gaat zien.Dank voor de toezegging op het punt van de doorlopende provisie voor creditcards en de beheerfase daarvan. Die motie kan ik achterwege laten.Hetzelfde geldt voor de toezegging om in ieder geval goed te kijken naar de productinterventiebevoegdheid van de ACM. De minister zei het al: het is een streng instrument. Laten we met elkaar goed bekijken hoe we dat gaan inzetten en überhaupt hoe vaak het voorkomt en hoe vaak het nodig is. De markt gaat altijd sneller dan de wetgever, dus ik denk dat het goed is om erbovenop te blijven zitten.Ik heb nog één vraag — die houdt me toch wel bezig — over het onderscheid tussen een doorlopend krediet waar monitoring zou volstaan en een aflopend krediet waar je continu aan het toetsen bent. Ik vraag me af of dat wel zo proportioneel is. Misschien kan de minister daar nog kort iets over zeggen.Voorzitter. Ik heb nog één motie. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat bij onder meer telecomdiensten, parkeerapps, zorgfacturen en mobiliteitsdiensten onduidelijkheid kan ontstaan over de vraag wanneer sprake is van krediet waarop het kredietregime van toepassing is;overwegende dat rechtszekerheid vereist dat voor aanbieders en consumenten vooraf zo duidelijk mogelijk kenbaar is welke verplichtingen van toepassing zijn;verzoekt de regering om vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels de Autoriteit Financiële Markten (AFM) te verzoeken richtlijnen te publiceren over de reikwijdte van het kredietregime voor gangbare betaal- en facturatievormen, met daarbij bij voorkeur een zo concreet en limitatief mogelijke afbakening, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijk, Schoonis en Ceder.Zij krijgt nr. 17 (36924).Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Inderdaad, de zoektocht naar balans was duidelijk te merken in de Kamer. Er zijn dan ook veel toezeggingen gedaan die hiernaartoe komen in een inmiddels lange brief. Ik denk dat het belangrijk is dat ook degenen voor wie dit relevant zou kunnen zijn, hierover actief geïnformeerd worden, al weet ik dat zij waarschijnlijk ook reikhalzend naar de brief zullen uitkijken, omdat er voor hen ook gewoon belangrijke dingen in zullen terugkomen.Met betrekking tot digitaal betalen zijn wij inderdaad al fors vooruitgelopen op andere landen. De minister gaf aan: dat herkennen we ook. Het is dan ook logisch dat sommige zorgen bij ons misschien nadrukkelijker spelen dan andere landen. Dat geeft ook wel meteen een stukje verantwoordelijkheid, als het aan mij ligt, om ervoor te zorgen dat we dit tijdig adresseren. De minister onderschreef dat ook wel, volgens mij.Ik heb hierover een lange motie. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat buy now, pay later onder de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet (CCD II) verder wordt gereguleerd;constaterende dat het maximumharmonisatiekarakter van CCD II Nederland beperkt in de mogelijkheid om nationaal aanvullende maatregelen te nemen;overwegende dat nieuwe digitale betaalvormen ertoe kunnen leiden dat consumentenkrediet steeds meer als gewone betaalmethode wordt aangeboden;overwegende dat het daarom van belang is de ontwikkeling van buy now, pay later en de effecten van de nieuwe regelgeving nauwlettend te blijven volgen;verzoekt de regering de ontwikkeling van "buy now, pay later"-gebruik, betalingsproblemen en problematische schulden te blijven monitoren, met bijzondere aandacht voor jongeren en jongvolwassenen en de stapeling van kleine kredieten, en indien deze ontwikkeling daartoe aanleiding geeft, zich in Europees verband in te zetten voor verdere aanscherping van het consumentenkredietkader, waarbij in ieder geval worden betrokken: het kunnen verbieden van buy now, pay later in fysieke winkels; het kunnen beperken van buy now, pay later in digitale wallets; het invoeren van een Europese minimumleeftijd voor buy now, pay later, met ruimte voor lidstaten om een hogere leeftijdsgrens te hanteren; verdergaande beperkingen of een algeheel verbod op reclame voor buy now, pay later; en andere verdergaande beperkingen van buy now, pay later indien de ontwikkeling van problematische schulden daartoe aanleiding geeft; en verzoekt de regering daarbij actief medestanders onder andere lidstaten te zoeken en de Kamer over de ontwikkelingen en de Nederlandse inzet te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Schoonis en Ceder.Zij krijgt nr. 18 (36924).Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan nog een motie over de registratie van kredieten. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat kredietaanbieders onder de implementatie van CCD II bij ieder krediet, ongeacht de hoogte daarvan, het kredietregister moeten raadplegen;constaterende dat het kabinet voornemens is in de toekomstige Wet stelsel kredietregistratie de huidige registratiegrens van €250 te handhaven;overwegende dat hierdoor kleine kredieten wel aanleiding geven tot raadpleging van het kredietregister, maar zelf niet altijd zichtbaar zijn voor andere kredietaanbieders;overwegende dat juist bij buy now, pay later het risico bestaat dat consumenten bij verschillende aanbieders meerdere kleine kredietverplichtingen aangaan en de AFM waarschuwt voor schuldenstapeling;verzoekt de regering bij de Wet stelsel kredietregistratie de registratiegrens van €250 opnieuw te bezien en daarbij expliciet te onderzoeken hoe ook de stapeling van kleine kredieten tijdig zichtbaar kan worden voor kredietaanbieders;verzoekt de regering de Kamer hierover bij indiening van het wetsvoorstel te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Schoonis en Ceder.Zij krijgt nr. 19 (36924).Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben tot slot blij om te horen dat de gemeentelijke kredietbanken hun goede werk kunnen blijven doen. Dat scheelt me weer een motie. Ik denk dat het ook fijn is dat dergelijke initiatieven er zijn in de praktijk.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Bushoff namens PRO.De heer Bushoff (PRO):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de beantwoording van alle vragen. We zijn gezamenlijk op zoek naar de balans: hoe kun je aan de ene kant consumenten beschermen en aan de andere kant het normale handelsverkeer zijn doorgang laten vinden? Want dat willen we volgens mij allebei. Tegelijkertijd moeten we in die zoektocht nog wat losse eindjes aan elkaar knopen. De minister gaf de ruimte om dat gezamenlijk te doen. In dat licht heb ik nog enkele moties. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat jonge gebruikers van koop nu, betaal later het eerder als betaalmiddel zien dan als schuld;verzoekt de regering meer bewustzijn te creëren door een waarschuwingszin te verplichten bij het afrekenen met koop nu, betaal later,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.Zij krijgt nr. 20 (36924). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nibud laat zien dat jongvolwassenen frequente gebruikers zijn van koop nu, betaal later, het vaak als gewoon betaalmiddel zien en meer dan gemiddeld in financieel kwetsbare situaties zitten;overwegende dat jongvolwassenen daarom kwetsbaarder zijn voor koop nu, betaal later en dit meegenomen moet worden in de kredietwaardigheidsbeoordeling;verzoekt de regering de ruimte die een proportionele kredietwaardigheidsbeoordeling biedt te gebruiken om leeftijd als risicofactor mee te nemen, zodat jongvolwassenen beter worden beschermd tegen het aangaan van schulden,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.Zij krijgt nr. 21 (36924). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de nieuwe richtlijn een aantal uitzonderingen zitten, zoals het toestaan van krediet binnen een termijn van 14 dagen voor grote onlinewinkels en binnen een termijn van 50 dagen voor fysieke winkels;overwegende dat deze uitzonderingen misbruikt kunnen worden doordat aanbieders constructies kiezen die binnen de uitzonderingen vallen, maar in de praktijk werken als achteraf betalen;verzoekt de regering om in overleg met de AFM de toepassing van deze uitzonderingen nationaal te evalueren, daarbij specifiek te bezien of sprake is van oneigenlijk gebruik of risico's voor consumenten, en indien de uitkomsten daartoe aanleiding geven passende maatregelen te treffen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.Zij krijgt nr. 22 (36924).De heer Bushoff (PRO):De laatste motie die ik wil indienen, is eigenlijk al door mijn collega Inge van Dijk ingediend. Als ik het voorstel mag doen aan mevrouw Van Dijk om één ding toe te voegen aan haar motie, dan wil ik daar misschien wel onder staan. Het gaat erom dat kredieten onder de €250 niet in het BKR geregistreerd worden, terwijl dat wel logisch zou zijn in het licht van het voorkomen van een stapeling van kredieten. Dat lijkt me logisch. Volgens mij verzocht mevrouw Inge van Dijk daar ook om in de motie die zij voorlas.Tegelijkertijd zou ik daar één punt aan willen toevoegen, namelijk dat we in het wetsvoorstel dat nog naar de Kamer gaat, ook regelen dat de termijnen verkort worden voor negatieve registraties wanneer een tijdelijke betalingsachterstand volledig is ingelopen. Dan zoeken we volgens mij de juiste balans. Ik zie de minister heel moeilijk kijken. Ik snap dat het een beetje ingewikkeld is om te onderhandelen over moties via de microfoon, maar als we de motie zo kunnen aanpassen, dan dien ik mijn motie niet in en zet ik mijn naam graag onder die van mevrouw Inge van Dijk. Ik kijk stiekem naar haar. Volgens mij gaat dat goedkomen en hoef ik mijn motie daarover niet in te dienen.Voorzitter. Ik had nog een motie, maar de minister heeft al toegezegd dat hij zich ook in Europees verband wil inzetten voor een reclameverbod op koop nu, betaal later, wanneer dat nodig is om consumenten te beschermen. Ook daarvoor is dus geen motie nodig. Ik ben ook blij met de toezegging van de minister dat de gemeentelijke kredietbanken hun goede werk kunnen blijven doen. Ik kijk ook uit naar de schone-lei-regeling en de brief die nog komt.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef als laatste het woord aan de heer Schoonis namens D66.De heer Schoonis (D66):Dank u, voorzitter. Ook van mij natuurlijk dank aan de minister en aan de staatssecretaris, die al weg is, voor de beantwoording. Mijn punt over de verduurzaming was een beetje een vreemde eend in de bijt, maar ik dien daar toch een motie over in. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat door de gestegen energieprijzen door de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten de energierekening van huishoudens snel is gestegen;overwegende dat het isoleren en aardgasvrij maken van woningen de energiezuinigheid verbetert en daarmee resulteert in een lagere energierekening voor huishoudens;overwegende dat huishoudens in goed geïsoleerde aardgasvrije woningen een stuk minder kwetsbaar zijn voor plotselinge energieprijsstijgingen door geopolitieke ontwikkelingen;constaterende dat gebouwgebonden financiering een product is waarmee huiseigenaren de financiering van verduurzaming rond kunnen krijgen, maar dat door de complexiteit het product nog onvoldoende van de grond komt;overwegende dat daarmee een route die kan helpen bij de verduurzaming van woningen dreigt te worden afgesloten;verzoekt de regering om voor het eind van het jaar te onderzoeken hoe gebouwgebonden financiering voor verduurzaming van woningen makkelijker gemaakt kan worden voor huiseigenaren;verzoekt de regering daarbij in te gaan welke stappen nodig zijn ten aanzien van de interpretatie van de Wft, verduidelijking van nationale kredietwetregelgeving of andere juridische belemmeringen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Schoonis, Flach en Ceder.Zij krijgt nr. 23 (36924).Dank u wel. Ik kijk heel even naar onze telling. Volgens mij heb ik gehoord dat er veertien moties werden aangekondigd. Ik kijk even of dat klopt. De griffier heeft er twaalf, dus misschien dat we ergens nog iets gaan vinden. Ik kijk naar de minister. Heeft u een paar minuutjes nodig of gaat u direct door?Minister Heinen:Als u mij vijf minuten geeft, dan maken we de administratie even in orde.De voorzitter:Ik schors voor vijf minuten.De vergadering wordt van 14.28 uur tot 14.36 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan nu verder met de beantwoording van het kabinet en de appreciatie van de moties. Als het goed is, zijn er dertien moties ingediend en is er één vraag gesteld. Het woord is aan de minister.Minister Heinen:Ik had nog twee openstaande vragen. Ik had een vraag van mevrouw Van Eijk, die in tweede termijn was gesteld, namelijk of in een kredietwaardigheidstoets het verschil tussen een aflopend en een doorlopend krediet wel proportioneel is. Op grond van het wetsvoorstel moet een kredietwaardigheidsbeoordeling altijd proportioneel zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de kenmerken van het krediet, bijvoorbeeld of dat aflopend of doorlopend is.De heer Schoonis stelde de vraag of kredietaanbieders een grotere rol krijgen bij de vroegsignalering. Op grond van de richtlijn krijgen aanbieders daarin al een rol. Bij betaalachterstanden worden ze verplicht de klant te wijzen op gemeentelijke schuldhulpverlening. Zij moeten betaalachterstanden dus in de gaten houden. De AFM houdt hier ook toezicht op.Dan wilde ik naar de appreciatie van de moties gaan.De voorzitter:U krijgt toch nog een vraag hierover van de heer Schoonis.De heer Schoonis (D66):Dat hadden wij begrepen, alleen kun je dat, bij wijze van spreken, ook op pagina 67 van de website zetten. Mijn vraag was of het een prominentere plek zou kunnen krijgen.Minister Heinen:Op zich snap ik de vraag. Het is wel de AFM die toezicht houdt op de goede communicatie daarover en dergelijke. Dat vraagt de heer Schoonis niet, maar ik wil voorkomen dat ik zeg op welke pagina iets moet staan. Uiteindelijk is het aan de AFM om erop toe te zien dat het duidelijk is.Dan wil ik naar de moties gaan. Op het laatste moment zijn er nog een paar samengevoegd, dus we gaan het even heel zorgvuldig doen, zodat het allemaal goed gaat en we het goed lezen met elkaar. Ik kan er veel oordeel Kamer geven.Allereerst de motie op stuk nr. 11 van de heer Ceder, mevrouw Van Eijk en de heer Hoogeveen. Die kan ik oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 12 van de heer Ceder kan ik ook oordeel Kamer geven. Wel moet ik daar iets bij zeggen. In het dictum staat: "verzoekt de regering de AFM te verzoeken (…)". Het is expliciet een verzoek, open neerleggend en AFM-onafhankelijk. Het is dus geen aanwijzing. Als we dat samen zo lezen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.Dan de motie op stuk nr. 13 van de heer Ceder, over de TikTok Shop. Ik snap dat hij die motie heeft ingediend, maar ik zou hem willen vragen om 'm aan te houden. Dan kan ik de motie doorgeleiden naar mijn collega van EZK om deze te appreciëren. Ik zal ook vragen dat voor de volgende stemming te doen. Die is morgen, dus dan zal ik dat vanmiddag nog proberen. Of staat dit volgende week op de stemmingslijst? Ja? Dan zorg ik dat u volgende week, voor de stemming, de appreciatie heeft. Als u de motie dus kan aanhouden, dan kan de minister van EZK die volledig appreciëren.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is goed, maar als ik voor dinsdag een briefje krijg, dan hoeft de motie in principe niet aangehouden te worden, toch?De voorzitter:Wat is dan de appreciatie?Minister Heinen:Dan zou ik 'm moeten ontraden. Daarom zei ik: als u 'm aanhoudt, heeft u een open …De heer Ceder (ChristenUnie):Ik snap het. Ik hou 'm dan aan tot de stemming van volgende week dinsdag.De voorzitter:Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (36924, nr. 13) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Heinen:Dan geleiden wij dit door naar onze collega in het kabinet.Dan de motie op stuk nr. 14 van de heer Hoogeveen. Die moet ik ontraden. Ik verwijs naar wat we daarover in het debat met elkaar hebben uitgewisseld.Dan de motie op stuk nr. 15 van de heer Hoogeveen. Die leg ik echt heel open neer. Ik stel natuurlijk die grens van €100 voor. Het is aan de Kamer. Ik ga de motie dus even heel traditioneel zuiver interpreteren: het is aan het oordeel van de Kamer. Ik heb in het debat aangegeven dat ik zoek naar een balans. Als uw Kamer dit een beter bedrag vindt, dan kunnen we dat uiteraard verwerken. Ik wijs er wel op dat wij het zelf verstandiger vonden om de grens op €100 te zetten. Maar om de motie op basis daarvan te ontraden, vind ik ook te ver gaan. We hebben hier namelijk een heel open debat met elkaar om een goede balans te vinden. Met die duiding erbij leg ik 'm dus heel open neer en zou ik 'm oordeel Kamer willen geven, hoewel mijn oorspronkelijk voorstel €100 was.Dan de motie op stuk nr. 16 van de heer Hoogeveen en mevrouw Van Eijk. Die zou ik ook oordeel Kamer willen geven.Dan de motie op stuk nr. 17 van mevrouw Van Eijk, de heer Schoonis en de heer Ceder. Het dictum zegt: "verzoekt de regering om vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels de Autoriteit Financiële Markten te verzoeken richtlijnen te publiceren (…)". Als ik de motie zo mag lezen dat ik vraag om guidance van de AFM, kan ik 'm oordeel Kamer geven.De uitgebreide motie op stuk nr. 18, van mevrouw Van Dijk, de heer Schoonis en de heer Ceder, kan ik oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 19 is op het laatste moment samengevoegd. Ik wil even zeker weten dat we elkaar goed begrijpen, want het dictum verzoekt om iets te doen, maar ook om iets te onderzoeken. Het dictum verzoekt namelijk om te onderzoeken hoe de stapeling van kleine kredieten tijdig zichtbaar kan worden voor kredietverleners en — dat is eraan toegevoegd — om de registratietermijn voor negatieve registraties te verkorten. Zou ik dat in hetzelfde onderzoek mogen meenemen? Dan is het minder dwingend en kunnen we het betrekken bij de wetsbehandeling. Wij nemen het dan mee en dan kunnen we het … Ja? Oké. Precies, dan kunnen we de balans zoeken. Dan lees ik de motie zo dat we ook in het onderzoek meenemen of die termijn verkort kan worden. Ik kan de motie dan oordeel Kamer geven. Dat is de motie van mevrouw Van Dijk, de heer Schoonis, de heer Ceder en de heer Bushoff.De motie op stuk nr. 20, van de heer Bushoff, kan ik oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 21, van de heer Bushoff, kan ik oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 22, van de heer Bushoff, krijgt ook oordeel Kamer. Dat is een strike!De motie op stuk nr. 23, van de heer Schoonis, de heer Flach en de heer Ceder, wil ik het oordeel "ontijdig" geven. Dat heeft met het volgende te maken. KPMG heeft in opdracht van de minister van VRO onderzoek gedaan naar gebouwgebonden financiering. De Kamer heeft dit rapport voor de zomer ontvangen. Binnen een paar weken — dat hebben we net nog even gecheckt — ontvangt u ook een kabinetsreactie op het rapport van KPMG. We kunnen dus twee dingen doen. Ik kan de motie het oordeel ontijdig geven, maar u kunt 'm ook aanhouden en dan geleid ik 'm door naar mijn collega in het kabinet. Die kan de motie dan meenemen in de kabinetsreactie. In het licht van wat ik net zei, vond ik het onhandig om er nu een oordeel aan te geven.De heer Schoonis (D66):Dan hou ik de motie even aan.De voorzitter:Op verzoek van de heer Schoonis stel ik voor zijn motie (36924, nr. 23) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Heinen:Ik zal mijn collega in het kabinet dan wijzen op deze motie en vragen om die te betrekken bij de kabinetsreactie.Voorzitter. Als onze administratie klopt, waren dat de dertien moties. Dan wil ik u bedanken voor uw voorzitterschap en de Kamer voor het constructieve debat dat we hier hebben gevoerd.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog één keer naar de leden. Ik zie in ieder geval een hand van de heer Schoonis.De heer Schoonis (D66):Ik weet niet hoe het precies werkt, maar kunnen we de toezeggingen nog eventjes herhalen? O, die komen nog. Oké.De voorzitter:Inderdaad. We zijn aan het einde van de administratie gekomen, dus nu komt er een hele rits toezeggingen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid informeert de Kamer voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet over het gesprek met de betrokken toezichthouders (AFM, Inspectie JenV, ACM, BFT) over het bestaande samenwerkingsprotocol. Dit is een toezegging aan de heer Ceder. De minister gaat in gesprek met de AFM over eventuele coulance in de handhaving en mogelijke concretisering daarvan, over de beste manier om deze wet te evalueren, over de vraag hoe om te gaan met de doelgroep jongvolwassenen en de specifieke risico's voor die groep en over de manieren van verificatie, waarbij privacy en dataminimalisatie het uitgangspunt zijn, zoals "zero-knowledge proof"-verificatie. Hij geeft een terugkoppeling van deze zaken aan de Kamer. Dit is een toezegging aan de heer Ceder en de heer Bushoff. Op 20 november 2026 publiceert de AFM haar interpretatie van normaal handelsverkeer. De minister deelt deze interpretatie met de Kamer, vergezeld van een kabinetsappreciatie. Dit is een toezegging aan de gehele commissie. De minister koppelt begin volgend jaar de uitkomsten terug van de gesprekken die worden gevoerd over de schoneleiregeling. Dit is een toezegging aan de heer Bushoff. De minister van EZK zal bij de appreciatie van de motie-Ceder over de TikTok Shop een update van de stand van zaken geven over de gesprekken die met de Europese Commissie worden gevoerd over de TikTok Shop. Dit is een toezegging aan de heer Ceder. Dat zijn alle toezeggingen die ik hier heb.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb er nog eentje, namelijk dat er bij de evaluatie ook specifiek gekeken wordt of het curatele systeem van het CCBR niet een wat meer verplicht karakter zou moeten krijgen, daar waar het nu vooral als handreiking is bedoeld.De voorzitter:Ik kijk naar de minister. Ik zie hem knikken, dus die klopt ook.Minister Heinen:Dat hadden wij inderdaad toegezegd, voorzitter.De voorzitter:Dan kijk ik nog één keer naar mijn linkerzijde of alle toezeggingen zijn genoemd.De heer Schoonis (D66):Ik heb er nog een paar opgeschreven; ik houd de schaduwadministratie bij. Een daarvan ging over de mogelijkheid van het register om zichzelf te blokkeren. Volgens mij had ik de toezegging van de minister dat hij daar actief mee aan de slag gaat.De voorzitter:Zou u dat willen herhalen? Ik werd even afgeleid, zeg ik tegen de heer Schoonis.De heer Schoonis (D66):Het ging om het register om jezelf te blokkeren. Volgens mij had ik een toezegging dat de minister daarmee aan de slag gaat. Ik zeg het even heel kort.De voorzitter:Minister?Minister Heinen:Klopt.De voorzitter:Dat klopt ook. Dan noteer ik die ook als een toezegging.De heer Schoonis (D66):Dan had ik nog staan dat we misschien een standaardmethode gingen neerzetten om die leeftijdsgrens van 18 jaar te controleren. De minister zou een voortrekkersrol nemen in Europa, zodat we eindelijk weer eens koploper worden in Europa.Minister Heinen:Ik neem dit ook mee in de Europese overleggen. Als wij het over dit onderwerp hebben, zal ik het naar voren brengen. Waar nodig zal ik natuurlijk gelijk optrekken. Ik zeg er wel eerlijk bij: ik ga er geen aparte kopgroep voor inrichten. Maar dat is volgens mij ook niet waar de heer Schoonis naar vraagt.De heer Schoonis (D66):Jamais deux sans troix. Nooit twee zonder drie, zeggen ze in Frankrijk. Volgens mij had ik ook een toezegging dat we voor meerderjarigen gingen bekijken of het mogelijk is dat er geen reclames kunnen worden gemaakt via apps en influencers, net zoals met onlinegokken.Minister Heinen:Ik heb even overlegd. Er wordt mij ingefluisterd dat het op het gebied van gokken niet Europees gereguleerd is. Daar zit het verschil is. Daarom kunnen we in het voorliggende wel verder gaan.De voorzitter:Dank u wel. De reden voor het verschil tussen of een toezegging door de bewindspersoon wel of niet is genoteerd is de volgende. Een toezegging is een nieuw voornemen van een bewindspersoon om activiteiten te zullen ontplooien, maar punt twee is dat de Tweede Kamer op een bepaald moment met een concreet resultaat zal worden gepresenteerd. Dat geldt natuurlijk niet voor alle toezeggingen. Als er wordt gevraagd om een inspanning, is dat niet zozeer iets wat concreet bij de Kamer terugkomt. Een bewindspersoon doet die inspanning. Daar kunt u hem later eventueel over bevragen, maar het is zo dat daar een schriftelijke bevestiging op komt. Vandaar dat de toezeggingen soms anders lopen, dat er verschil bestaat tussen wat u als Kamer als toezegging denkt te krijgen en wat wij noteren. Vandaar de uitleg.Ik denk dat we hierbij alles hebben afgehandeld. Dank aan de mensen in de zaal, de mensen thuis, de minister, de ambtenaren en natuurlijk de leden voor de deskundige inbreng. Ik sluit de vergadering. Sluiting 14.49 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAMVerslag OSV 4 2026-2027 van 28 september 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected]

Versie c9520967-f18f-4f0d-ad8c-debca0198c96 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 9c0893e16bd22233

13 okt 2026 · b2ae5beedee424a1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.