KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie ANBI-evaluatie ANBI- en SBBI-regelingen

1 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f2334f87de65d1e0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 2025Nr. 46 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2025Op 23 april jl. heb ik het rapport «evaluatie ANBI- en SBBI-regelingen» vanBerenschot naar uw Kamer gestuurd.1 Daarbij heb ik aangekondigd dekabinetsreactie op deze evaluatie vóór de zomer aan uw Kamer te sturen.In deze brief ga ik tevens in op het rapport «Fiscaal onderzoek naar hetvermogen in familiestichtingen»2 voor zover dat betrekking heeft opalgemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Daarnaast kom ik hierbijterug op de toezegging in reactie op de motie-Eerdmans3 dat verkend zalworden in hoeverre het toevoegen van extra strafbare feiten aan deAlgemene wet inzake rijksbelastingen als grond voor intrekking van deANBI-status wenselijk en mogelijk is. Ook informeer ik u met deze briefover de uitvoering van de motie-Grinwis.4 Deze motie verzoekt deregering om signalen van willekeur bij het niet toekennen dan welintrekken van een ANBI-status te onderzoeken en bestuurders van ANBI’sbij dergelijke beschikkingen van de inspecteur beter te wijzen op hunmogelijkheden voor bezwaar en beroep.Ik hecht eraan om vooraf te benadrukken dat ik en met mij het kabinetinitiatieven die het maatschappelijke belang dienen zeer waardeer entoejuich. Instellingen die het algemeen belang dan wel een sociaal belangbeogen en behartigen zijn cruciaal voor onze samenleving. Uit hetonderzoek Geven in Nederland 2024 blijkt dat particulieren en bedrijvengoede doelen steunen door giften en vrijwilligerswerk, en dat Nederlandin het jaar 2022 in totaal € 5,3 miljard aan goede doelen heeft gegeven.5 Ikben daarom van mening dat ANBI’s en sociaal belang behartigendeinstellingen (SBBI’s) ook binnen de fiscaliteit de ruimte moeten (blijven)krijgen om zich daarvoor in te zetten. Dit betekent echter ook dat1Kamerstukken II 2024/25, 36 600, nr. 42.2Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 38.3Kamerstukken II 2024/25, 34 324, nr. 35.4Kamerstukken II 2024/25, 31 066, nr. 1487.5VU Amsterdam, Geven in Nederland 2024, www.geveninnederland.nl kst-36600-IX-46ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 461 organisaties die niet een dergelijk belang dienen, niet in aanmerkingzouden moeten komen voor de fiscale voordelen. Om oneigenlijk gebruikte voorkomen zonder de bestaande ruimte te verkleinen, ziet mijn inzetdaarom vooral op het verbeteren van de handhaving door deBelastingdienst.Hoewel Berenschot niet eenduidig heeft kunnen vaststellen of de ANBI-enSBBI-regeling doeltreffend en doelmatig zijn, is het onderzoek zeker vanmeerwaarde voor het kabinet. Hierna wordt ingegaan op de belangrijksteconstateringen in het onderzoek en hoe het kabinet – ook in het kader vande aanbevelingen – hier een vervolg aan zal geven.In deze brief ga ik achtereenvolgens in op de ANBI-regeling en deevaluatie van Berenschot over de ANBI-regeling, waarna de kabinetsre-actie op de evaluatie van de ANBI-regeling volgt. Daarna volgt dit voor deSBBI-regeling en de steunstichting SBBI. Deze brief kent de volgendeinhoudsopgave:1.De ANBI-regeling.2.Aanpassingen in de ANBI-regeling na de vorige evaluatie.3.De evaluatie van de ANBI- en SBBI-regeling en de kabinetsreactieANBI-regeling.4.Kabinetsreactie (steunstichting) SBBI-regeling.5.Conclusie en vervolg.1. De ANBI-regeling Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) is een instelling die hetalgemeen nut beoogt en dit uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (voor tenminste 90%) dient en aan een aantal specifieke voorwaarden voldoet. Hetbegrip «algemeen nut» is in de Algemene wet inzake rijksbelastingen(AWR) neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentieblijkt, neutraal getoetst. Dat is een belangrijke eigenschap van deANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee een afspiegeling zijn van eendiverse samenleving waarbinnen verschillende doelen en verschillendemanieren om die doelen te realiseren als wenselijk worden gezien. Alsalgemeen nut kunnen bijvoorbeeld worden beschouwd: bijdragen aanwelzijn, cultuur, onderwijs, wetenschap en onderzoek, bescherming vannatuur en milieu, gezondheidszorg en religie, levensbeschouwing enspiritualiteit. Instellingen die voor meer dan 10% particuliere belangenbehartigen, kunnen niet kwalificeren als een ANBI. De andere specifiekevoorwaarden waaraan een ANBI dient te voldoen betreffen kortgezegd:•De instelling heeft geen winstoogmerk met het geheel van haaralgemeen nuttige activiteiten.•Geen enkele natuurlijk persoon of rechtspersoon mag beschikken overhet vermogen van de instelling alsof het zijn eigen vermogen is. Zomag een bestuurder of beleidsbepaler geen meerderheid hebben in dezeggenschap over het vermogen van de instelling.•De instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijsnodig is voor de algemeen nuttige werkzaamheden van de instelling.•De beloning voor beleidsbepalers (zoals de bestuurders of de ledenvan de Raad van Toezicht) is beperkt tot een onkostenvergoeding ofminimale vacatiegelden.•De instelling heeft een actueel beleidsplan.•De instelling heeft een redelijke verhouding tussen beheerkosten enbestedingen.•Uit de regelgeving van de instelling blijkt dat het geld dat overblijft naopheffing van de instelling wordt besteed aan een ANBI, of aan eenbuitenlandse instelling die voor minimaal 90% gericht is op hetalgemeen nut.•De instelling voldoet aan bepaalde administratieve verplichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 462 •De instelling publiceert jaarlijks specifieke gegevens op een eigen ofgemeenschappelijke website (publicatieplicht).•De instelling en haar bestuurders, feitelijk leidinggevenden engezichtsbepalende personen voldoen aan de integriteitstoets.Een stichting kan de ANBI-status (digitaal) aanvragen door middel van hetformulier Aanvraag ANBI-beschikking.6 Er zijn circa 45.000 ANBI’s.Instellingen die de ANBI-status bezitten kunnen gebruikmaken vanbepaalde belastingvoordelen. Zo betaalt een ANBI bijvoorbeeld geenschenk- of erfbelasting over schenkingen en erfenissen die de instellingontvangt.7 Ook schenkingen door een ANBI blijven onbelast indien dezeworden gedaan in het kader van het algemeen belang. Het budgettairebelang van de vrijstelling schenk- en erfbelasting voor ANBI’s en SBBI’swordt geraamd op € 709 miljoen (2025). Daarnaast kunnen donateursonder voorwaarden hun giften aan een ANBI in aftrek brengen in deaangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.8 Het budgettaire belangvan de giftenaftrek wordt geraamd op € 531 miljoen (2025).9Een ANBI die voor ten minste 90% is gericht op cultuur, kan verzoeken omeen culturele ANBI-beschikking.10 De giftenaftrek in de inkomsten- envennootschapsbelasting kent een multiplier voor giften aan cultureleANBI’s.11Een ANBI verliest de ANBI-status, mogelijk met terugwerkende kracht, alsde stichting niet meer voldoet aan de voorwaarden. Een ANBI kan ook opeigen verzoek de ANBI-status laten beëindigen, ook als deze ANBI nog welaan de voorwaarden voldoet.2. Aanpassingen in de ANBI-regeling na de vorige evaluatie Begin 2017 is de vorige evaluatie van de ANBI- en SBBI-regeling gepubli-ceerd.12 Zoals destijds in de kabinetsreactie op de evaluatie13 is verwoord,achtte het kabinet het wenselijk om gelet op het grote maatschappelijkedraagvlak voor de giftenaftrek en andere fiscale regelingen voor de ANBIen SBBI deze regelingen qua uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid teverbeteren. Een werkgroep waarin het Ministerie van Financiën, deBelastingdienst en de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie14(SBF) waren vertegenwoordigd, heeft daartoe voorstellen gedaan die eenvervolg hebben gekregen in de Fiscale Verzamelwet 2021.15 Dit betrof6https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/aanvraag_beschikking_algemeen_nut_beogende_instellingen.7Art. 32 en 33 Successiewet 1956.8Daarnaast zijn er ook fiscale regelingen voor ANBI’s in de loonheffingen, energiebelasting,overdrachtsbelasting en hebben gemeenten de mogelijkheid om de onroerendezaakbelastingte verlagen.9Inclusief de vrijstelling in box 2 voor giften uit de vennootschap.10Voor een culturele ANBI geldt dat het batig liquidatiesaldo besteed moet worden aan eenANBI (of buitenlandse instelling die voor minimaal 90% gericht is op het algemeen nut) meteen soortgelijk doel.11De multiplier in de inkomstenbelasting bedraagt in 2025 1,25 van de culturele giften(eenmalige en periodieke) met een maximum van € 1.250 voor belastingplichtige en partnertezamen (per huishouden). De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting kent ook eenmultiplier voor giften aan culturele ANBI’s. Bij een gift aan een culturele ANBI wordt demaximale aftrek in de vennootschapsbelasting verhoogd met 50% van het bedrag van degiften die zijn gedaan aan een culturele instelling, maar ten hoogste met € 2.500.12Evaluatie van de praktijk rondom ANBI’s en SBBI’s (januari 2017), Ministerie van Financiën,bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 34 522, nr. 7.13Kamerstukken II 2017/18, 34 785, nr. 84.14De SBF is in het najaar 2023 opgeheven. Sindsdien werken Goede Doelen Nederland en hetCIO samen, de Fondsen in Nederland (FIN) opereert apart.15Wet van 11 november 2020 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten(Fiscale verzamelwet 2021), Stb. 2020, nr. 472.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 463 voor de ANBI-regelgeving bijvoorbeeld de aanscherping van de integri-teitstoets en de automatische toekenning van de ANBI-status vooroverheidsinstellingen.De aanscherping van de integriteitstoets was tweeërlei. Ten eerste kan deinspecteur een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) eisen bij geredetwijfels over de integriteit.16 Daarnaast is het aantal misdrijven dat onderde integriteitstoets valt uitgebreid naar de artikelen 137c, eerste lid, 137d,eerste lid, en 266 van het Wetboek van Strafrecht. Daardoor kan deANBI-status sinds 2021 ook ingetrokken of geweigerd worden bijveroordelingen voor (groeps)belediging, aanzetten tot haat, discriminatieof geweld. Deze wijziging was het gevolg van een motie van TweedeKamerleden Omtzigt en Lodders.17 De conclusie van de huidige evaluatieis dat de aangepaste integriteitstoets de Belastingdienst meer mogelijk-heden geeft om de ANBI-status in te trekken, maar dat in de uitvoerings-praktijk de ANBI-status van instellingen nog nooit alleen op basis hiervanis ingetrokken. De uitbreiding van het aantal misdrijven waarvoor deANBI-status kan worden ingetrokken, heeft daardoor geen meetbaar effectgehad.Automatische toekenning als ANBI geldt niet langer voor publiekrechte-lijke lichamen van landen buiten de EU/EER en het Koninkrijk. Dezeaanpassing werd voorafgegaan door Kamervragen en een motie waarbijKamerleden vroegen om een wetsvoorstel om ANBI’s inzage te latengeven in geldstromen die direct of indirect uit onvrije landen komen.18 Alsgevolg van deze aanpassing moeten deze lichamen vanaf 2021 voldoenaan de ANBI-voorwaarden, zoals de publicatieplicht en de integriteits-toets. De bevinding van Berenschot is dat deze aanpassing in de praktijkwaarschijnlijk weinig effect heeft. Dit is conform de verwachting die dewetgever had bij het voorstel tot deze aanpassing.3. Evaluatie ANBI- en SBBI-regeling en kabinetsreactie ANBI-re-geling Het Ministerie van Financiën heeft Berenschot gevraagd een evaluatie vande ANBI- en SBBI-regelingen uit te voeren over de periode 2016 tot en met2023. Het doel van deze evaluatie is het in kaart brengen van de doeltref-fendheid en doelmatigheid van de ANBI- en SBBI-regelingen. Hierbijworden «doeltreffend» en «doelmatig» voor de evaluatie van deregelingen als volgt gedefinieerd:•Doeltreffend betekent dat instellingen die het algemeen nut beogen(en ook realiseren) dan wel een sociaal belang behartigen daadwerke-lijk als zodanig erkend worden en, omgekeerd, dat instellingen die nietaan de voorwaarden voldoen, niet voor de ANBI- dan wel SBBI-regeling in aanmerking komen.•Doelmatig houdt in dat het doel bereikt wordt tegen aanvaardbarekosten.16Zie het achtste lid van artikel 5b AWR. De inspecteur kan de ANBI-status intrekken of weigerenals de VOG niet tijdig wordt verstrekt.17Hun voorstel was te onderzoeken hoe ervoor gezorgd kan worden dat organisaties die zich in«hun doelstellingen, uitlatingen en handelen» niet houden aan de Grondwet, het EVRM eninternationaal recht de ANBI-status verliezen of deze niet toegekend krijgen. Kamerstukken II2017/18, 34 785, nr. 92.18Kamerstukken II 2017/18, 34 785, nr. 95, en Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 2269, p. 3–4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 464 3.1 Hoofdconclusie evaluatie ANBI-regeling Uit de evaluatie blijkt dat vanwege de beperkte beschikbaarheid van datageen harde conclusie kan worden getrokken over de vraag of deANBI-regeling doeltreffend is. Hierdoor kunnen er ook geen uitsprakenworden gedaan over de doelmatigheid van de regeling. Berenschot steltdaarom voor om meer zicht te verkrijgen op de gegevens die de Belas-tingdienst nodig heeft. Een portal of een andere wijze van digitaliseringdie de taakuitvoering voor de Belastingdienst ondersteunt, zou een goedeaanzet hiervoor zijn. Berenschot geeft verder aan dat naast de eigentoezichtsactiviteiten van de Belastingdienst meer ingezet zou kunnenworden op vormen van sectorale regelgeving, codes en zelfregulering. Ditzijn wat mij betreft de belangrijkste boodschappen die uit de evaluatievoortvloeien en waar ik met volle kracht mee aan de slag ga.3.2 Toezicht houden op ANBI’s Het beeld uit de gesprekken die Berenschot heeft gevoerd, is dat hetaanvraagproces voor de ANBI-status als doeltreffend wordt beschouwd.Wel constateert Berenschot dat de Belastingdienst weinig zicht heeft opde activiteiten van de ANBI’s als deze eenmaal in het ANBI-register zijnopgenomen. Er is daarnaast geen zicht op de omvang van deze instel-lingen en of de instellingen actief of slapend zijn. Een portal met actueleinformatie over ANBI’s of een andere wijze van digitalisering die detaakuitvoering voor het ANBI-team ondersteunt, zou een bijdrage kunnenleveren aan dit inzicht. Berenschot adviseert nader te onderzoeken welkedatabronnen de Belastingdienst kan gebruiken om te achterhalen ofinstellingen bijvoorbeeld actief of juist slapend zijn, welke verschillendecategorieën en grootte van ANBI’s er zijn en in hoeverre instellingen nogvoldoen aan de voorwaarden van de ANBI-regeling. Relevante informatiezou deels gehaald kunnen worden uit bestaande informatiebronnen/databases die ingezet worden voor toezicht door andere partijen of voorandere doelen (bijvoorbeeld transparantie en verantwoording). Daarnaastzou in het kader van doeltreffendheid en doelmatigheid meer ingezetkunnen worden op vormen van sectorale regelgeving, codes en zelfregu-lering, naast de eigen toezichtsactiviteiten van de Belastingdienst. Ditverlicht, zo blijkt uit het onderzoek, de toezichtslast van de Belasting-dienst, en draagt bij aan het verminderen van de administratieve lastenvoor ANBI’s. In het onderzoek heeft Berenschot niet kunnen vaststellen inwelke mate er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik van de ANBI-en SBBI-regelingen. Wel zijn door de Belastingdienst enkele cases aan deonderzoekers toegelicht, zoals in het rapport familiestichtingen.Het kabinet is zich ervan bewust dat als gevolg van het grote aantalANBI’s (circa 45.000) en het gebrek aan een gestructureerde vorm vangegevensverkrijging en -verwerking de huidige vorm van toezicht op denaleving van de ANBI-regelgeving beperkingen kent.19 Het ANBI-team vande Belastingdienst is verantwoordelijk voor het aanvraagproces en hettoezicht op ANBI’s. Het ANBI-team bestaat in totaal uit 42 medewerkers(35,7 fte). Een groot deel van dit team houdt zich bezig met uitvoering vande administratieve processen binnen het aanvraagproces. Het toezicht isarbeidsintensief vanwege het handmatig verzamelen van gegevens op dewebsites van de individuele ANBI’s om deze te kunnen controleren opvolledigheid, juistheid en tijdigheid. Daarnaast moet de Belastingdienstsignalen uit informatiebronnen binnen de Belastingdienst en informatiedie bij de ANBI is opgevraagd, handmatig controleren. Het centraliserenen structureren van de gegevensverkrijging door het ANBI-team dient zosnel als mogelijk plaats te vinden door een zogenoemde ANBI-portal te19Zie bijvoorbeeld de kabinetsreactie op het rapport Toezicht op algemeen nut in 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 465 introduceren. In het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2026, dat op25 april jl. bij uw Kamer is ingediend, wordt de wettelijke grondslag voorde ANBI-portal geregeld.20In dat wetsvoorstel wordt ten eerste voorgesteld te regelen dat al hetinkomende en uitgaande berichtenverkeer tussen de ANBI en deBelastingdienst gestructureerd – via elektronische weg – plaats gaatvinden (werktitel: portal-ANBI toezicht). Deze portal dient ertoe deregistratie van ANBI’s, het systematisch verzamelen van gegevens overANBI’s en de communicatie met ANBI’s te digitaliseren in het kader vanhet verbeteren van het toezicht van de Belastingdienst. Daarnaast wordteen wettelijke grondslag gecreëerd voor een portal waarmee een betereinvulling wordt gegeven aan de publicatieverplichting. ANBI’s dienen dande gegevens voor de publicatieverplichting via een standaardformulier tepubliceren via een centraal digitaal punt dat wordt gefaciliteerd door deBelastingdienst (werktitel: portal-ANBI publicatieplicht). De gepubliceerdegegevens zijn via dit centraal digitaal punt voor het algemene publiektoegankelijk. Vanwege de volle IV-portfolio in de betreffende keten en degrote capaciteit die nodig is voor de ontwikkeling van een onlineportal, isde portal waarschijnlijk per 2030 volledig operationeel. Daar kan deverbetering van het toezicht op ANBI’s niet op wachten. Ik zet mij daaromin om op korte termijn het toezicht op de ANBI’s te verbeteren en teversterken. Zo wordt voor eind 2025 een tactisch handhavingsplan ANBI’sopgesteld. Daarnaast zal onder andere aandacht zijn voor:•Het intensiveren van het toezicht op ANBI’s.•Verbeteren van de beschikbaarheid van data over ANBI’s.•Versterken en uitbreiden van de samenwerking met de filantropischesector.Toezicht op ANBI’s slimmer inrichten en intensiverenIn verhouding tot het aantal ANBI’s is er vanuit het ANBI-team weinigtoezichtcapaciteit beschikbaar. Het ANBI-team van de Belastingdienst datzich bezighoudt met de ANBI-regelgeving bestaat in totaal uit 42medewerkers (35,7 fte).21 Daarvan houden 5 fte zich voornamelijk bezigmet het toezicht. Daarnaast houdt een deel van de medewerkers (2,1 fte)zich ook bezig met bijvoorbeeld vooroverleg met de instellingen.Om het toezicht op ANBI’s te versterken, worden nieuwe medewerkersbreder opgeleid en het aanvraagproces efficiënter ingericht. Hierdoorontstaat meer ruimte voor het uitoefenen van toezicht achteraf op ANBI’s.De nieuwe medewerkers (8 fte) worden op dit moment opgeleid. Dezecapaciteit is daarom vanaf 2026 beschikbaar. Naar verwachting kunnenvanaf 2026 onder andere frequenter steekproeven worden uitgevoerd.Hierbij wordt een methode in acht genomen waarbij geborgd wordt datde steekproeven op willekeurige wijze worden getrokken.Verbeteren van de beschikbaarheid van data over ANBI’s.Vanwege gebrek aan een gestructureerde vorm van gegevensverkrijgingis informatie van ANBI’s moeilijk doorzoekbaar. Het introduceren van eenANBI-portal verbetert de informatiepositie van de Belastingdienst. Omdatde ANBI-portal niet wordt voorzien vóór 2030, gaat de Belastingdienstactief en structureel data verzamelen binnen de kaders van de huidige20Kamerstukken II 2024/25, 36 735, nr. 2.21Team 1 bestaat uit 25 medewerkers (18,9 fte) die met name de administratieve processenuitvoeren binnen het aanvraagproces. Het andere team bestaat uit 17 medewerkers (16,8 fte)en neemt de zwaardere/complexere zaken op zich. Dit team houdt zich met name bezig metbezwaar, verzoeken tot vooroverleg, beroepszaken en het toezicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 466 wet- en regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan informatie van de bijde Kamer van Koophandel beschikbare data, bij koepels waar instellingenbij zijn aangesloten en inzet van geavanceerde analysetechnieken (AI).Hiermee wordt beoogd om een beter inzicht te krijgen in de activiteiten enfinanciële stromen van de instellingen en om mogelijke fiscale risico’s bijinstellingen te identificeren. Specifiek wordt verkend hoe ANBI’s ondersectoraal toezicht, zoals woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijs-instellingen, via samenwerking met hun toezichthouders efficiënterbeoordeeld kunnen worden.Versterken samenwerking met de filantropische sectorDe Belastingdienst heeft in het convenant Erkenningsregeling GoedeDoelen met Vereniging Goede Doelen Nederland (GDN) en het CentraalBureau Fondsenwerving (CBF) afspraken vastgelegd. De ruim 700 ErkendeGoede Doelen onder CBF-toezicht vertegenwoordigen circa € 4,7 miljardaan geefgeld, ongeveer 80% van de particuliere donaties in Nederland.Het vermogen van deze Erkende Goede Doelen bedraagt ongeveer € 4,6miljard.22 Ook heeft de Belastingdienst in 2017 een geactualiseerdconvenant gesloten met het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken(CIO).Convenanten zijn een belangrijk middel voor de Belastingdienst. Hetdraagt bij aan vertrouwen, begrip en transparantie tussen de Belasting-dienst en de organisatie/koepel. Afhankelijk van de gemaakte afspraken ineen convenant kan het de Belastingdienst in staat stellen om op hettoezicht van de koepels te steunen, wat de eigen toezichtlast verlicht. Dekomende periode zet ik mij daarom in op het verder versterken van desamenwerking met de filantropische sector. Op dit moment wordtonderzocht hoe bestaande partners (beter) kunnen bijdragen aaneffectiever toezicht. Daarnaast zal de Belastingdienst bezien of hetmogelijk is om met andere partners binnen de filantropiesector eenconvenant af te sluiten.Motie GrinwisNaar aanleiding van het commissiedebat Nationale Fiscaliteit op 26 maart2025 is de motie Grinwis c.s. door uw Kamer aangenomen.23 Deze motieverzoekt de regering de signalen te onderzoeken dat in sommige gevallensprake zou zijn van willekeur bij het niet toekennen dan wel intrekken vaneen ANBI-status door een inspecteur en maatregelen te treffen omwillekeur in dergelijke beschikkingen tegen te gaan. De Belastingdienst(her)kent niet dat sprake zou zijn van willekeur bij het niet toekennen ofintrekken van een ANBI-status door de inspecteur. Daarvan zijn geensignalen bekend.ANBI’s die van mening zijn dat sprake is (geweest) van willekeur bij hetniet toekennen dan wel intrekken van een ANBI-status door eeninspecteur, kunnen dit melden bij het ANBI-loket of de postbus MMA(Meld Misbruik ANBI).De toetsing of een ANBI-status bij beschikking wordt toegekend of wordtingetrokken vindt plaats aan de hand van de daarvoor geldende criteria,zoals beschreven in paragraaf 1 van deze brief. Tijdens bovengenoemdcommissiedebat heb ik reeds een algemene24 reactie gegeven op het door22Erkende Goede Doelen moeten hun jaarverslag opstellen volgens de richtlijnen die zijnopgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. In deze richtlijnen wordt ook aangegevenhoe de verantwoording over reserves en fondsen moet plaatsvinden. Dit bedrag is gebaseerdop de jaarverslagen van 2021.23Kamerstukken II 2024/25, 31 066, nr. 1487.24In verband met de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 467 het lid Grinwis genoemde voorbeeld van een stichting die financiëleondersteuning biedt aan een buitenlandse instelling die hulp biedt aanoorlogsslachtoffers. Ter verheldering wil ik in zijn algemeenheid aangevendat het ANBI’s toegestaan is om hun algemeen nuttige doelstelling insamenwerking met of via een andere (buitenlandse) instelling te verwe-zenlijken. Zij kunnen dit bijvoorbeeld doen door financiële ondersteuningte bieden aan een andere als ANBI aangemerkte instelling.25 Ook kan ditdoor bepaalde algemeen nuttige projecten van een andere instellingzonder ANBI-status te ondersteunen. Het is in dat geval aan de ANBI omaannemelijk te maken dat de gegeven gelden daadwerkelijk aan dezealgemeen nuttige projecten worden besteed. Binnen de ANBI-regelgevingis het niet toegestaan om (financiële) ondersteuning te bieden aaninstellingen zonder ANBI-status wanneer dit niet voor een specifiekalgemeen nuttig project, vanuit en in lijn met haar eigen ANBI-waardigedoelstelling, wordt bestemd. In dat geval kan door de gevende instellingnamelijk geen zekerheid worden geboden dat het geld algemeen nuttig isgebruikt, omdat de instelling die het geld heeft gekregen zelf kanbeslissen over de manier waarop deze gelden worden aangewend.Daarnaast wordt in de motie Grinwis c.s. opgeroepen om te bezien hoebestuurders van ANBI’s beter gewezen kunnen worden op hun mogelijk-heden tot bezwaar en beroep bij het niet toekennen dan wel intrekken vaneen ANBI-status. Volgens de standaardmodellen die worden gebruiktbinnen het ANBI-team wordt bij (het voornemen tot) intrekking ofafwijzing altijd gewezen op de mogelijkheid tot bezwaar en/of beroep.Daarnaast wordt ook door het ANBI-loket hierop gewezen.26 Geanonimi-seerde brieven waarin de bestuurders op deze mogelijkheid wordengewezen zijn opgenomen als de bijlage bij deze Kamerbrief.3.3 Bestedingscriterium Een cruciale voorwaarde is dat een ANBI het algemeen nut beoogt en ditmet haar feitelijke activiteiten uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (voorten minste 90%) dient. In beginsel wordt hierbij getoetst of tenminste 90%van de uitgaven/kosten van de instelling in het algemeen belang zijn.Daarnaast, zoals in paragraaf 1 is vermeld, mogen ANBI’s in beginsel nietmeer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continu-ïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstellingvan de instelling (ook wel aangeduid als anti-oppoteis).27 Dit criteriumbetreft een relatief open norm, omdat het een diverse groep betreft diemaatwerk nodig heeft.28 Uit het onderzoek van Berenschot blijkt dat deregeling goed kan inspelen op de diversiteit van werkzaamheden ensoorten instellingen in het ANBI-bestand. Tegelijkertijd biedt het minderzekerheid, voor instellingen die aan de norm moeten voldoen en voor deBelastingdienst die erop moet toezien. Daarnaast heeft de Belastingdienstgeen totaaloverzicht van het vermogen van instellingen of hun beste-dingspatronen. Hierdoor is het houden van toezicht vanuit de Belasting-dienst hierop bijzonder lastig.25Zie artikel 5b, derde lid, onderdeel m, AWR.26https://anbiloketbelastingdienst.nl/page/view/3b8d42ba-34ff-43f2-8abb-e2fdbc7fa820/niet-eens-met-de-beslissing.27Artikelen 1a, onderdeel d, en 1b Uitvoeringsregeling AWR 1994.28Zie ook Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 juni 2012, Stcrt. 2012, nr. 12737,p. 12.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 468 In de kabinetsreactie op het rapport «Toezicht op algemeen nut» istoegezegd om de door die commissie aanbevolen aanscherping van hetbestedingscriterium te onderzoeken.29 Deze suggestie houdt in dat ANBI’sjaarlijks een bepaald minimum aan activiteiten moeten verrichten of eenminimumbedrag aan het algemeen nut besteden. Zo kunnen instellingendie nauwelijks activiteiten ondernemen geen ANBI zijn. Deze extra eisvoorkomt dat instellingen en hun begunstigers van de ANBI-statusprofiteren zonder dat zij voldoende bijdragen aan het algemeen nut.Berenschot heeft onderzocht of het bestedingscriterium voor ANBI’s kanworden aangescherpt en zo ja, wat daar de voor- en nadelen van zijn.Berenschot concludeert na verschillende gesprekken, uitwisseling vanbeelden en literatuurstudie, waaronder de behandeling in het buitenland,dat het niet voor de hand ligt om aanvullende inhoudelijke aanpassingente doen in de regelgeving, maar in te zetten op informatievoorziening aande Belastingdienst. Hierbij kan de aangekondigde ANBI-portal deBelastingdienst helpen om instellingen te identificeren en beter toezicht tehouden op instellingen die een bepaalde periode geen uitgaven hebbengedaan. Ik kan dit enkel onderschrijven.3.4 Integriteitstoets Indien een ANBI niet langer voldoet aan de in paragraaf 1 genoemdevoorwaarden, zal de inspecteur de ANBI-status bij beschikking intrekken.30Een inspecteur zal een ANBI-status ook bij beschikking intrekken (of eenaanvraag weigeren) indien niet wordt voldaan aan de zogenoemde«integriteitstoets». Een ANBI, haar bestuurders, feitelijk leidinggevendenen gezichtsbepalende personen moeten aan integriteitsvereisten voldoen.Kortgezegd houdt deze integriteitstoets in dat de ANBI-status door deinspecteur wordt ingetrokken als het hem kenbaar is dat de instelling ofeen bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon vandie instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens het – in die hoeda-nigheid – opzettelijk plegen van een in de ANBI-regelgeving genoemdmisdrijf. Om een ANBI-status te kunnen intrekken mogen er op datmoment nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken en dient het misdrijfgezien zijn aard of de samenhang met andere door de ANBI of genoemdepersonen begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde op televeren. De ANBI-status wordt ook ingetrokken als de inspecteur geredetwijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemdebetrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoekdaartoe van de inspecteur, niet binnen zestien weken een verklaringomtrent gedrag (VOG) kan overleggen.Uit het onderzoek van Berenschot blijkt dat de ANBI-status van instel-lingen sinds de invoering van de integriteitstoets in 2010 en de uitbreidingdaarvan in 2021 niet uitsluitend op basis van de integriteitstoets isingetrokken. Uitbreiding van het aantal misdrijven waarvoor deANBI-status kan worden ingetrokken heeft daarom geen meetbaar effectgehad, is de conclusie van Berenschot. Ik heb in reactie op de motie-Eerdmans31 toegezegd dat verkend zal worden in hoeverre het toevoegenvan extra strafbare feiten in de integriteitstoets als grond voor intrekking29Bekkers, R.H.F.P., Van Leijenhorst, G.J. en Leijten, A.E.M. (2022). Toezicht op algemeen nut.Bijlage bij Kamerstukken II 2022/23, 36 107 nr. 9. Daarbij noemt de commissie als nadeel datinstellingen waarvan het vermogen met name bestaat uit onroerende zaken of «slapendeinstellingen» niet eenvoudig aan dit aangescherpte vereiste kunnen voldoen. De commissieziet als voordeel dat ANBI’s die over te grote reserves beschikken, meer activiteiten zullengaan ontplooien.30De Belastingdienst gaat hier zorgvuldig mee om. De organisatie valt bij intrekking van deANBI-status dan namelijk (vaak) ook niet meer onder het toezicht van de Belastingdienst.31Kamerstukken II 2024/25, 34 324, nr. 35.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 469 van de ANBI-status wenselijk en mogelijk is. Het toevoegen vanmisdrijven op grond waarvan een ANBI-status kan worden ingetrokken, iswetstechnisch mogelijk, maar heeft naar mijn oordeel geen meerwaarde.Ik licht dit als volgt toe.In de eerste plaats dient eenieder zich aan de wet- en regelgeving tehouden. Een ANBI-status maakt daarin geen verschil. De Nederlandsestrafwet regelt wanneer sprake is van een strafbaar feit, niet het fiscalerecht. Weliswaar verbindt de fiscale wetgeving gevolgen aan bepaaldeveroordelingen, maar het uitgangspunt hierbij is en blijft dat strafbarefeiten strafrechtelijk moeten zijn afgedaan. De belastinginspecteur mag enkan niet op de stoel van de strafrechter gaan zitten. In de tweede plaatskan schending van de integriteitstoets pas aan de orde zijn indien ersprake is van een onherroepelijke veroordeling van een in de AWRgenoemd misdrijf dat gepleegd is in de hoedanigheid van een bestuurder,feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon van die instelling.Daarnaast moet het misdrijf een ernstige inbreuk op de rechtsordeopleveren. Dat wordt bezien in samenhang met de ANBI of andere doordie persoon gepleegde misdrijven. Hierbij geldt dat de onherroepelijkeveroordeling naar haar aard aanleiding moet zijn om de ANBI-status in tetrekken. Dit is ook eerder door de Raad van State bij de behandeling vande integriteitstoets opgemerkt.32 De aard en ernst van het (toe te voegen)strafbare feit moet dus op grond van het evenredigheidsbeginsel deintrekking van de ANBI-status kunnen rechtvaardigen. Naar mijn idee zijner geen strafbare feiten die niet reeds deel uitmaken van de integriteits-toets en op grond waarvan het evenredig zou zijn om de ANBI-status in tetrekken. Ik ben daarom, mede gezien de demissionaire status van hetkabinet, niet voornemens om op dit punt met een voorstel te komen.3.5 Familiestichtingen met een ANBI-status Op 24 april jl. heb ik uw Kamer de kabinetsreactie op een onderzoek naarhet vermogen in familiestichtingen toegezonden.33 Daarin is aange-kondigd dat het kabinet in de kabinetsreactie op de evaluatie van deANBI-regeling zal ingaan op de conclusies uit het rapport over familie-stichtingen voor zover deze ANBI’s betreffen.Vermogen in stichtingen is volgens civiel recht eigendom van de stichtingen niet van een huishouden. Er bestaat geen algemeen geaccepteerdedefinitie van een familiestichting. Ten behoeve van dit onderzoek zijn tweesoorten familiestichtingen te onderscheiden: de «statutaire familie-stichting» en de «feitelijke familiestichting» De feitelijke familiestichtingenzijn stichtingen waarbij leden van een gelieerde groep, meestal familie,ten minste de helft van het zittende bestuur leveren. De statutairefamiliestichtingen zijn stichtingen waarbij in de statuten een bestuur-dersrol voor bepaalde leden van een familie is vastgelegd. In sommigegevallen is vastgelegd dat expliciet een meerderheid van het bestuur, ofzelfs het gehele bestuur, uit familie dient te bestaan of zijn regels overopvolging van bestuurders bij overlijden vastgelegd. Deze twee soortenfamiliestichtingen zijn stichtingen waarop één groep familieleden eensignificante mate van invloed heeft.32Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 4. Zo geeft de Raad van State bij het voorgestelde artikel6.33, vierde lid, Wet IB 2001 (oud) aan dat het niet aan de inspecteur, maar aan de strafrechteris om te bepalen of de rechtsorde wordt aangetast. Om die reden zou een rechterlijk oordeelaan de diskwalificatie als ANBI van een instelling vooraf dienen te gaan.33Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 38. Brief van 17 februari jl., aanbieding fiscaal onderzoeknaar het vermogen in familiestichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4610 De feitelijke familiestichtingen met meer dan € 100.000 vermogen en detop 50 statutaire familiestichtingen bezaten gezamenlijk € 30,8 miljard aanvermogen, dat voornamelijk bestaat uit beleggingsvermogen, zoalshuurwoningen, effecten en in de rol van aandeelhouder het eigendom vanbedrijven.34 Van deze € 30,8 miljard aan vermogen komt € 4 miljardvermogen voor bij de 1.252 familiestichtingen die een ANBI zijn.35De conclusie van belang voor dit kabinetsstandpunt is dat van het totaalvan circa 45.000 ANBI’s er iets meer dan 6.000 in de vorm van eenstatutaire of feitelijke familiestichting zijn. Kijkend naar de feitelijkefamiliestichtingen met meer dan € 100.000 vermogen en de top 50statutaire familiestichtingen gaat het om 1.252 ANBI’s met eengezamenlijk vermogen van € 4 miljard. Een ander opmerkelijk punt is datvan deze 1.252 ANBI’s de helft slechts één of twee bestuurders heeft. Uitde evaluatie naar de praktijk van ANBI’s uit 2016 bleek dat non-compliancezich met name voordoet daar waar sprake is van gelieerdheid tussen eenANBI en ANBI-bestuurder of tussen ANBI-bestuurders onderling.Daarnaast acht ik het vanuit het oogpunt van onafhankelijkheid en eengoede governance wenselijk om een minimumaantal bestuurders bijANBI’s te verlangen. Dit zou dan gelden voor alle ANBI’s, niet alleen voorfamiliestichtingen. Daarover ga ik graag op korte termijn in gesprek metde filantropiesector.Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 van het onderzoek drie situaties beschrevendie bij de Belastingdienst bekend zijn. Van deze structuren kan insommige gevallen de vraag gesteld worden of deze maatschappelijkwenselijk zijn. Ik wil hier graag nader bij stilstaan.De eerste betreft een landgoed dat voldoet aan de voorwaarden van deNatuurschoonwet 1928 (NSW)36 dat via aftrekbare giften via een feitelijkefamiliestichting in een ANBI wordt geplaatst. De doelstelling van de NSWis van oudsher dat natuurschoon en cultureel erfgoed in particulier bezitte bevorderen en behouden blijven en versnippering van landgoederen inNederland wordt voorkomen. Hiermee faciliteert de overheid particuliereeigenaren om hun landgoed te beheren en als eenheid te behouden.Vanaf de invoering van de wet is ook de openstelling van landgoederenvoor het publiek een belangrijk doel. Het landgoed moet aan allenatuurschoonvereisten voldoen, en aan de instandhoudings- en bezit-seisen.37 De fiscale faciliteiten voor NSW-landgoederen betreffeneenmalige faciliteiten bij de verkrijging van een landgoed (de erf- ofschenkbelasting en de overdrachtsbelasting) en jaarlijkse faciliteiten (deonroerendezaakbelasting, de inkomstenbelasting en de vennootschapsbe-lasting).38 Het aantal NSW-landgoederen bedroeg 6.655 in 2024.NSW-landgoederen zijn in de praktijk regelmatig in eigendom van eenfamiliestichting, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het landgoedverwatert over vele afstammelingen. Het komt voor dat hetNSW-landgoed in een familiestichting wordt ondergebracht die deANBI-status heeft. Dat kan door schenking van het landgoed aan deze34Het werkelijke bedrag aan vermogen zal nog hoger liggen, omdat het onderzoek bij destatutaire familiestichtingen beperkt is tot de 50 grootste.35Zie tabel 5 van dat onderzoek.36NSW-landgoederen zijn landgoederen die voldoen aan de voorwaarden van de Natuur-schoonwet (NSW);het landgoed moet minimaal vijf hectare bedragen en onder anderevoldoende natuurterreinen hebben.37Met ingang van 1 januari 2021 gelden striktere regels voor natuur. Voor bestaandeNSW-landgoederen is overgangsrecht voor 10 jaar tot 1 januari 2031 getroffen om voor defaciliteiten in aanmerking te komen.38Zie uitgebreider Aanhangsel Handelingen II 2024/25, 1066. Antwoorden op de schriftelijkevragen van het lid Stultiens (GroenLinks-PvdA) over de landgoederenvrijstelling 2024Z21694(ingezonden 19 december 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4611 ANBI waarbij gebruik wordt gemaakt van de (periodieke) giftenaftrek. Ookkomt het voor dat de kosten van onderhoud van het NSW-landgoedvervolgens als (periodieke) gift in aftrek worden gebracht. Volgens cijfersvan de Belastingdienst waren er in 2019 ruim 100 ANBI-instellingeneigenaar van een NSW-landgoed. Er kan een zekere spanningsveldontstaan, indien de voormalige eigenaren van het landgoed gerechtigdblijven om op het landgoed te blijven wonen (bijvoorbeeld op grond vaneen eeuwigdurende huurovereenkomst) en zij het landgoed nog als hun(familie)bezit zien. Dat komt doordat de kern van de ANBI-regeling is dateen ANBI het algemeen nut moet beogen en voor ten minste 90% moetdienen. Dit maakt dat voor minder dan 10% sprake mag zijn van eenparticulier belang. De vraag rijst dan of en in hoeverre er sprake mag zijnvan het verplicht permanent door de ANBI verhuren van het landgoed ofde woning aan de familie en het gebruik van de giftenaftrek door dezelfdefamilie voor het onderhoud van het in de ANBI opgenomenNSW-landgoed dat materieel nog wordt beleefd als het familielandgoed.Ik wil enkele kanttekeningen plaatsen bij deze situatiebeschrijving. In deeerste plaats is de giftenaftrek voor periodieke giften niet langeronbegrensd, maar geldt sinds 1 januari 2023 een plafond van € 250.000.Dit plafond is met ingang van 1 januari 2025 verhoogd tot € 1,5 miljoenper jaar. In de tweede plaats hoeft het in theorie geen bezwaar te zijn datde familie op het landgoed woont, zolang dit zakelijk is geregeld (dat wilzeggen met een zakelijke huurprijs). Gelet op het specifieke karakter vandeze situatie wordt dit momenteel diepgaander bezien, ook met het oogop de vraag of wettelijke aanpassingen wenselijk/noodzakelijk zijn. Ik komhier op terug zodra dit mogelijk is.De tweede situatie is het familiebedrijf met giftenaftrek schenken aan eenfamiliestichting met ANBI-status. De ANBI kan het familiebedrijf blijvenbeheren, al dan niet met familieleden als bestuurders. De baten van hetfamiliebedrijf komen niet langer ten goede aan de familie zelf maar aan deANBI. In het kader van stewardownership kan het een maatschappelijkgewenste uitkomst zijn dat familiebedrijven worden overgedragen aaneen ANBI die onafhankelijk is en een goede governance kent. Daarbijspeelt bijvoorbeeld de vraag of de ANBI invloed kan uitoefenen op deuitkering van de baten. Voor deze situatie ben ik van oordeel dat zolanggoed geborgd blijft dat deze ANBI’s het maatschappelijke belang bovenhet familiebelang blijven stellen, dit als wenselijk kan worden beschouwd.Hier is dus van belang dat de handhaving adequaat is.Over de derde situatie – het intrekken van de ANBI-status van eenfamiliestichting na verzilvering van de fiscale voordelen – kan ik kort zijn.Dit acht ik maatschappelijk onwenselijk. Bij de Belastingdienst ziet men, inhet bijzonder bij familiestichtingen, enkele gevallen waarbij deANBI-status wordt ingetrokken kort nadat van de fiscale voordelen gebruikis gemaakt (de giftenaftrek en de vrijstelling van schenkbelasting). DeBelastingdienst kan vervolgens niet anders dan akkoord gaan met deintrekking. Na intrekking van de ANBI-status hoeft de familiestichting nietlanger aan de voorwaarden van een ANBI te voldoen. De fiscale voordelenuit voorgaande jaren, zoals de vrijstelling van schenk- en erfbelasting,hoeven dan niet te worden terugbetaald. Het vermogen in de stichtingblijft wel «beklemd» en mag, als het ooit wordt uitgegeven, alleen aan hetalgemeen nut worden besteed. Jaarlijks worden ongeveer 1.500 tot 2.000ANBI-stichtingen uitgeschreven uit het Handelsregister, zo blijkt uit eenvoor dit onderzoek uitgevoerde analyse. Daarnaast wordt bij 500 tot 1.000stichtingen de ANBI-status ingetrokken zonder dat de stichting zelf wordtopgeheven of Nederland verlaat. Vaak is dat op verzoek van de stichtingzelf. Het gaat relatief vaak (in meer dan een derde van de gevallen) omfeitelijke familiestichtingen. Het is evident dat de huidige toezichtmogelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4612 heden voor de Belastingdienst, zoals de informatieplicht voor voormaligeANBI’s niet voldoende zijn om deze belastingstructuren tegen te gaan.Daarom is hierop actie nodig. Hierna ga ik in op de bestaande verplich-tingen voor voormalige ANBI’s en mijn inzet op dit vlak.3.6 Verplichtingen voormalige ANBI’s De ANBI-status heeft een aantal fiscale voordelen. Zo zijn legaten engiften die ANBI’s ontvangen vrijgesteld van erf- en schenkbelasting.Daarnaast kunnen de donateurs onder voorwaarden gebruikmaken van degiftenaftrek in de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Als deANBI-status van een instelling is ingetrokken, kan de instelling geengebruik meer maken van deze voordelen. Bij een voormalig ANBI kan welde heffing van schenkbelasting aan de orde zijn. Daarom is de informatie-verplichting voor voormalige ANBI’s ingevoerd. Indien de waarde van hetANBI-vermogen op het moment van intrekking meer dan € 25.000bedraagt, is de voormalige ANBI verplicht om jaarlijks informatie aan deBelastingdienst te verstrekken over bijvoorbeeld het verloop van hetANBI-vermogen, maar ook een uitgesplitst overzicht van de schenkingendie de instelling heeft gedaan, voor welk bedrag en aan wie of welkeinstellingen (renseigneringsverplichting ook wel informatieverplichtinggenoemd).39 De voormalige ANBI dient daartoe jaarlijks het formulierOpgaaf Vermogen en schenkingen Voormalige algemeen nut beogendeinstellingen (ANBI’s) 40 in te vullen en aan de Belastingdienst teverstekken. Deze verplichting geldt voor ieder jaar dat het ANBI-vermogen€ 25.000 of meer bedraagt. Het jaar dat het ANBI-vermogen onder de€ 25.000 uitkomt, is het laatste jaar waarin het formulier dient te wordeningevuld en verstrekt.In de evaluatie van 2017 werd aangegeven dat het aantal ex-ANBI’sjaarlijks groeit.41 In de evaluatieperiode 2016–2023 lijkt de jaarlijkse groeivan het aantal ex-ANBI’s zich niet meer te hebben voorgedaan.42 Dit ispositief. Het overgrote deel van de voormalige ANBI’s voldoet aan deinformatieverplichting binnen de daarvoor gestelde termijn. De sanctievoor het schenden van de informatieplicht heeft een beperkt toepassings-bereik en de informatieplicht leidt tot hogere administratieve lasten bijzowel de Belastingdienst als de instellingen zelf. Uit de huidige evaluatieblijkt dat de informatieverplichting geen goede sanctie is om te zorgen datin alle situaties het voormalige ANBI-vermogen algemeen nuttig wordtbesteed. Indien de instelling naar het buitenland wordt verplaatst, is deinformatieverplichting niet van toepassing. Dit punt wordt ook benoemdin het rapport «Toezicht op Algemeen Nut»43 en in het onderzoek naarvermogen in familiestichtingen. In het laatstgenoemd onderzoek wordtaangegeven dat in enkele gevallen de ANBI-status op verzoek van deinstelling is ingetrokken kort nadat van fiscale voordelen gebruik isgemaakt.44 Berenschot concludeert dat de gevolgen van het verlies van deANBI-status gaten vertoont, waardoor het toezicht op (voormalige) ANBI’s39De informatieverplichting is gebaseerd op artikel 75 van de Successiewet 1956 en voor deex-ANBI uitgewerkt in artikel 10e van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.40https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/opg-vermog-schenk-anbi-ib0741z41fol.pdf .41Evaluatie van de praktijk rondom ANBI’s en SBBI’s (januari 2017), Ministerie van Financiën,bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 34 522, nr. 7, en 34 785, nr. 77.42Kamerstukken II 2024/25, 36 600, nr. 42. Het aantal voormalige ANBI’s dat informatieplichtig is,betrof in 2017 1.326. Over het algemeen lijkt het aantal instellingen dat informatieplichtig is inde evaluatieperiode redelijk stabiel: over de gehele periode vanaf 2017 is geen significantetoename of daling te zien. In 2023 waren er 1.403 informatieplichtige ANBI’s.43Bekkers, R.H.F.P., Van Leijenhorst, G.J. en Leijten, A.E.M. (2022). Toezicht op algemeen nut.44Ministerie van Financiën, (2025) «Fiscaal onderzoek naar het vermogen in familiestichtingen»,p. 24.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4613 niet voldoende functioneert. Daarmee is de regeling naar de mening vanBerenschot op dit punt niet doeltreffend of doelmatig.Om oneigenlijk gebruik of misbruik van de ANBI-status te voorkomen achtik aanpassing van de verplichtingen voor ex-ANBI’s noodzakelijk. In hetrapport van Berenschot worden de volgende drie aanpassingsmogelijk-heden geschetst:1.Het invoeren van een fiscale eindheffing bij het verlies van deANBI-status. Hierbij kan ervoor worden gekozen om deze heffingachterwege te laten indien de ex-ANBI het ANBI-vermogen aan eenandere ANBI uitkeert of in het kader van het algemeen nut besteedt.2.Alle ex-ANBI’s verplichten het ANBI-vermogen binnen een afzienbaretijd aan algemeen nuttige doelstellingen te besteden.3.Invoeren van een algemene belastingplicht voor stichtingen enverenigingen. Dit betreft een alternatief voor de informatieplicht.Ik ben voornemens om deze aanpassingsmogelijkheden, in overleg metde filantropiesector, verder te verkennen. Ik zal uw Kamer na dezeverkenning zo snel mogelijk over de uitkomsten informeren. Metbetrekking tot optie 3, is mijn streven om dit najaar aan uw Kamer eenbrief te doen toekomen over de vennootschapsbelastingplicht vanstichtingen.454. Kabinetsreactie (steunstichting) SBBI-regeling Een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) is een instelling die eensociaal belang behartigt. Voorbeelden van SBBI’s zijn bijvoorbeeldmuziekverenigingen, amateursportverenigingen, buurtverenigingen enscoutingclubs. Het onderscheid van sociaal belang ten opzichte vanalgemeen nut is dat het sociaal belang in feite een particulier belang iswaaraan maatschappelijk een grote waarde wordt toegekend. Sociaalbelang behartigende instellingen dienen in de eerste plaats het belangvan de leden van de instelling.Voor SBBI’s bestaat er sinds 2010 een vrijstelling voor de schenk- enerfbelasting. Zonder de SBBI-regeling zou schenk- of erfbelasting moetenworden betaald indien een erfenis of schenking aan een SBBI meerbedraagt dan € 2.690 (2025).46 De SBBI-regeling bevat een aantalvoorwaarden. In de eerste plaats moet uit de regelgeving van de instellingals ook uit de feitelijke werkzaamheden blijken dat de instelling het sociaalbelang behartigt. Daarnaast geldt dat de instelling niet aan een winstbe-lasting mag zijn onderworpen of moet zij daarvan zijn vrijgesteld. Ookmag het bestuur van de SBBI geen bovenmatige vergoedingen ontvangenen moet zij in Nederland, de EU of een andere aangewezen staat zijngevestigd.Er bestaat, anders dan voor ANBI’s, geen formele SBBI-status. Instellingenof burgers die bijvoorbeeld bij een voorgenomen schenking voorafzekerheid willen over de kwalificatie van een instelling als SBBI, kunnendeze vraag voorleggen aan de Belastingdienst.47 De Belastingdienst heeftgeen cijfermatige informatie over het gebruik van de SBBI-regeling omdatin de erfbelastingaangifte geen uitsplitsing wordt gemaakt in ANBI enSBBI. Wel blijkt uit navraag binnen de Belastingdienst dat gemiddeld circa45Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 38.46Artikel 5c AWR en de artikelen 32, eerste lid, onder 8o, en 33, onder 13o Successiewet 1956.47Evaluatie 2017: Als een instelling is gekwalificeerd als SBBI hoeft er voor giften die zij ontvangten ook daadwerkelijk besteedt ten behoeve van het sociaal belang geen aangifte schenkbe-lasting gedaan te worden. Bij verkregen erfenissen dient in de aangifte erfbelasting wel teworden aangegeven dat er sprake is van een SBBI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4614 drie uur wordt besteed aan vooroverleg of aanslag per mogelijke SBBI endat het gaat om gemiddeld vijftig tot honderd vooroverleggen per jaarover de gehele periode tussen 2016 en 2023. Berenschot concludeert dater gezien het zeer beperkte zicht op de mate waarin er gebruik wordtgemaakt van de SBBI-regeling, geen harde uitspraak kan worden gedaanover de doeltreffendheid en doelmatigheid van de SBBI-regeling enbeveelt aan om meer data te verzamelen over het doelbereik van deSBBI-regeling.48 Ik deel deze conclusie en zal bezien op welke wijzeuitvoering kan worden gegeven aan deze aanbeveling, maar wat mijbetreft ligt de focus in eerste instantie op het verbeteren van de uitvoeringvan de ANBI-regeling.Steunstichting SBBIEen steunstichting SBBI is een instelling die uitsluitend is opgericht omgeld in te zamelen ten behoeve van een SBBI die lid is van een landelijke,representatieve koepel op het gebied van sport of muziek, ter gelegenheidvan een lustrum of voor een bijzondere investering.49 Een stichting kanzich voor de periode van maximaal één kalenderjaar kwalificeren alssteunstichting SBBI. Sinds 2012 zijn niet alleen eenmalige giften aanANBI’s aftrekbaar in de inkomstenbelasting en Vpb, maar ook eenmaligegiften aan steunstichtingen SBBI’s als gevolg van een amendement vande Tweede Kamerleden Omtzigt en Neppérus.50Uit de evaluatie blijkt dat er in zeer beperkte mate gebruik wordt gemaaktvan de mogelijkheid tot het oprichten van een steunstichting SBBI,namelijk 0 tot 5 per jaar.51 Dat wijst erop dat de regeling voor steunstich-tingen niet doelmatig of doeltreffend is. Vanuit vereenvoudigingsoogpuntacht ik het wenselijk de regeling voor steunstichtingen SBBI te latenvervallen. Gezien de demissionaire status van het kabinet kom ik niet meteen voorstel.5. Conclusie en vervolg Zoals gezegd, het kabinet juicht initiatieven die het maatschappelijkebelang dienen toe. Instellingen die het algemeen nut beogen dan wel eensociaal belang behartigen, zijn cruciaal voor onze samenleving. Voor mij isin het bijzonder van belang dat deze instellingen ook door middel van deANBI- en SBBI-regelingen de ruimte blijven krijgen om zich daarvoor in tezetten.Uit de evaluatie van de ANBI- en SBBI-regelingen blijkt volgens Beren-schot dat vanwege de beperkte beschikbaarheid van data geen hardeconclusie kan worden getrokken over de doeltreffendheid en doelma-tigheid van de regelingen. De belangrijkste boodschap die ik trek uit deevaluatie, is dat de verbetering van de dataverzameling voor het toezichtop ANBI’s met de introductie van de ANBI-portal prioriteit moet hebben.En tevens ben ik van mening dat naast de eigen toezichtsactiviteiten van48Te denken valt aan het totaal aantal aanvragen (toegewezen en afgewezen), aantal voorover-leggen, omvang van schenkingen, categorie SBBI (soort organisatie) en de urenregistratie vanbetrokken belastingdienstmedewerkers.49Het begrip steunstichting SBBI is vastgelegd in artikel 5d AWR en uitgewerkt in de Uitvoe-ringsregeling AWR 1994. De statuten van een steunstichting SBBI moeten aan verschillendeeisen voldoen. De gelden die ingezameld worden, moeten bijvoorbeeld een statutairebestemming hebben als bijzondere investering of een lustrumviering. De ingezamelde geldendienen verder in het jubileumjaar, het jaar ervoor of het jaar erna uitgegeven te worden.Daarnaast zijn er onder andere vereisten aan de administratie en mag het bestuur geenbovenmatige vergoeding krijgen. Verder mag een batig liquidatiesaldo niet in de eigen SBBIgestoken worden, maar moet dat worden besteed aan een ANBI.50Kamerstukken II 2011/12, 33 006, nr. 11.51Overzicht steunstichtingen SBBI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4615 de Belastingdienst meer ingezet zou kunnen worden op vormen vansectorale regelgeving, codes en zelfregulering.Op de korte termijn worden naar aanleiding van de evaluatie de volgendemaatregelen getroffen en nadere onderzoeken naar aanpassingsmogelijk-heden verricht:•Het toezicht op de ANBI’s door de Belastingdienst wordt versterkt enverbeterd, vooruitlopend op de verbetering van de informatiepositievan de Belastingdienst met het introduceren van een ANBI-portal per2030.•Ik ga op korte termijn in gesprek met de filantropiesector of en zo ja,op welke wijze een minimum aantal bestuurders voor ANBI’s kanworden verlangd.•Constructies van ANBI’s met NSW-landgoederen worden momenteeldiepgaander bezien, ook met het oog op de vraag of wettelijkeaanpassingen wenselijk/noodzakelijk zijn. Ik kom hier op terug zodradit mogelijk is.•Om oneigenlijk gebruik of misbruik van de ANBI-status te voorkomenzal ik in overleg met de filantropiesector onderzoeken op welke wijzede verplichtingen voor voormalige ANBI’s het beste kunnen wordenaangescherpt en uw Kamer zo snel mogelijk over de uitkomsteninformeren.•Ik vind het wenselijk dat vanuit vereenvoudigingsoogpunt de regelingvoor steunstichtingen SBBI vervalt, maar gezien de demissionairestatus van het kabinet kom ik niet met een dergelijk voorstel.De Staatssecretaris van Financiën,T. van OostenbruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 4616

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · db5cf326c8ca4061

14 okt 2026 · 43c662b23a206020

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.