KamerkringInloggen
Kamerbrief

Wateroverlast door grootschalige extreme regen

30 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 728033c205599381 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625WaterbeleidNr. 721 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 oktober 2025Na de Watersnoodramp in 1953 nam de overheid maatregelen omNederland beter te beschermen tegen overstromingen. Van die maatre-gelen plukken we vandaag nog steeds de vruchten. De laatste jaren zienwe echter een steeds groter wordende noodzaak om ons land niet alleengoed te beschermen tegen water vanuit zee en rivieren, maar ook tegenwateroverlast door regen.Door klimaatverandering neemt de kans op extreem veel neerslag toe (ziede KNMI’231 klimaatscenario’s en Deltascenario’s2). Op de kortere termijngaat dit bijvoorbeeld om het ’s zomers vaker optreden van hoosbuien, enin de winter om toename van periodes met langdurige regenval. Oplangere termijn zorgt de zeespiegelstijging er daarnaast voor dat waterminder makkelijk naar zee kan worden afgevoerd.1De kans op extreme regen is sterk toegenomen: het aantal dagen met zware regen (meer dan50 mm) is met 85% gestegen in de periode van 1951 tot 2022. Per graad opwarming verwachthet KNMI zo’n 3 tot 7 procent meer waterdamp in de lucht, waardoor regenbuien intenserworden. (https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/knmi-23-klimaatscenario-s)2Zie Deltascenario’s 2024. (https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/kennisontwikkeling-en-signalering/deltascenarios) kst-27625-721ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7211 Wateroverlast kan leiden tot schade aan de (vitale) infrastructuur, cultureelerfgoed, het landschap, de gebouwde omgeving, de natuur en landbouw-gebieden. Extreme regen kan ook grote impact op de (mentale)gezondheid hebben. In Limburg hebben we in 2021 kunnen zien dat degevolgen van grootschalige extreme regen groot zijn. Ook elders inNederland en in Europa is de laatste jaren zichtbaar geworden dat veelneerslag in korte tijd tot forse schade kan leiden, denk bijvoorbeeld aan deoverstromingen rond Valencia in oktober 2024 (zie toelichting enaanvullende voorbeelden in bijlage 1).1. Aanleiding Met bovenstaande in gedachten is het verstandig om meer maatregelente treffen die de risico’s van extreme regen beteugelen. Enerzijds door bijde ruimtelijke inrichting van ons land meer rekening te houden met debeperkingen die water en bodem geven en de mogelijkheid dat water-overlast op kan treden. In de Ontwerp-Nota Ruimte3 is daarom ookopgenomen dat bij het plannen en ontwikkelen van de fysieke leefom-geving systematisch rekening wordt gehouden met de huidige entoekomstige effecten van klimaatverandering. De maatregelen wordendaarbij integraal gewogen in relatie tot de andere ruimtelijke opgaven.En anderzijds door daar waar effecten zich voordoen, goed voorbereid tezijn om ontwrichting te beperken en waar mogelijk adequate maatregelente treffen. Via deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over dit laatstepunt, dat opgenomen wordt in de te ontwikkelen Nationale AanpakWateroverlast.We spreken van wateroverlast als er door hoosbuien4 of langdurige regente veel water samenkomt op een plek waar dit niet gewenst is. Bijvoor-beeld als wegen tijdelijk onbegaanbaar worden of water vanaf de straat3Kamerstuk, 29 435, nr. 2694Definitie extreme neerslag (KNMI): meer dan 25 millimeter neerslag in één uur is een«hoosbui» en meer dan 50 millimeter in één dag «een dag met zware neerslag».(https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag)Figuur 1 Vaker overlast, grotere gevolgen (bron: Deltascenario’s 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7212 gebouwen binnendringt, maar ook als een overstroming ontstaat door hetbuiten de oevers treden of overlopen van beken of sloten (zie ook bijlage2). Dit kan leiden tot ernstige wateroverlast en schade5 zoals in Limburg in2021 of in Enschede in 2024.De gevolgen van extreme regen uiten zich in verschillende soortenwateroverlast:•Wateroverlast die optreedt als door extreme regen over een langereduur het regionale watersysteem overbelast raakt. De wateroverlast inNoord-Holland en Friesland in 2023 zijn hier voorbeelden van.•Een andere vorm van wateroverlast kan optreden door plaatselijkeextreme regen. Hierbij is er kortdurend zeer zware regen op eenkleinere plek, dit kan vooral in stedelijk gebied zorgen voor sneloptredende wateroverlast, waarbij vaak ook het rioolsysteemoverstroomt. De wateroverlast in Enschede in 2024 is hiervan eenvoorbeeld, waar bewoners van 66 woningen niet terug kunnen, omdathet te ongezond is.•Tot slot is er wateroverlast als extreme regen tegelijk over een grootgebied valt en hierdoor verschillende watersystemen vol kunnen lopenen interactie met elkaar kunnen krijgen. De overstromingen in Limburgen buurlanden in 2021 zijn hier een voorbeeld van.2. Welke nieuwe inzichten zijn er in de kwetsbaarheid vanNederland voor grootschalige extreme neerslag? Tot nu toe was er in Nederland weinig zicht op de kwetsbaarheid voorgrootschalige extreme neerslag. Naar aanleiding van de overstromingenin Limburg in 2021 is onderzocht welke stappen nodig zijn om beterinzicht te krijgen. Eén van de afspraken uit de hieruit voortkomendeBeleidstafel Wateroverlast en Hoogwater6 is om bovenregionalestresstesten uit te voeren.Deze bovenregionale stresstesten moeten inzicht geven in het effect, metname op de vitale infrastructuur, van een neerslaggebeurtenis van200 mm regen die in 48 uur in een groot gebied valt. Deze neerslaghoe-veelheid is qua orde van grootte vergelijkbaar met die van de extremegebeurtenis in Limburg, Duitsland en de Ardennen in 2021. Door overaldezelfde neerslag als input te gebruiken zijn resultaten vergelijkbaar en tecombineren.Bij grootschalige extreme neerslag gaat het om regen die zo extreem isdat wateroverlast die ontstaat niet valt binnen de normen voor watersys-temen; die normen worden opgesteld door bijvoorbeeld een provincie,gemeente of waterschap. In dat geval spreken we van een «bovennorma-tieve» bui7, waarvan we de gevolgen redelijkerwijs niet kunnenvoorkomen door preventieve maatregelen in het watersysteem of in deruimtelijke ordening. De provincies voeren deze stresstesten uit insamenwerking met de waterschappen, het Ministerie van Infrastructuuren Waterstaat (IenW), Rijkswaterstaat, de veiligheidsregio’s, degemeenten en de netwerkbeheerders. IenW is in dit traject verantwoor-5Verzekeraars hebben in 2024 ruim 100 miljoen euro uitgekeerd voor beschadigde huizen enauto’s door neerslag. (https://www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/ruim-100-miljoen-aan-schade-door-neerslag)6Eindadvies Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater: Voorkomen kan niet, voorbereiden wel.De Beleidstafel was een adviesorgaan om nav Limburg in 2021 om Nederland beter voor tebereiden op extremere neerslag en hoogwater als gevolg van klimaatverandering. De 21aanbevelingen worden uitgevoerd door bestaande programma’s en organisaties, voortgangwordt gemonitord door het Bestuurlijk Overleg Water. (Bijlage bij Kamerstuk 32 698, nr. 74)7Meer informatie over normeringen is te vinden op het klimaatadaptatieportaal:https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/wateroverlast/hoe-georganiseerd/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7213 delijk voor de benodigde kaders voor uitvoering van de stresstesten, hetfaciliteren van landelijke afstemming tussen regio’s en het opstellen vaneen landelijk beeld met overzicht van de kwetsbare locaties in Nederland.De bovenregionale stresstesten zijn een aanvulling op de lokalestresstesten die in het kader van het Deltaprogramma RuimtelijkeAdaptatie worden uitgevoerd (zie ook bijlage 3).De eerste stap in dit proces is nu afgerond: het opstellen van water-beelden per regio en een landelijke overzichtskaart (zie figuur 2). Dit wordttoegelicht in het rapport «Landelijk waterbeeld bij grootschalige extremeregen»8, dat als bijlage bij deze brief is gevoegd. Het landelijk beeld isopgesteld door te kijken naar de meest in het oog springende resultatenvan de 13 regio’s9. Het beeld geeft daardoor nu alleen de meest kenmer-kende karakteristieken weer en bevat geen detailinformatie enweerspiegelt ook niet alle mogelijke scenario’s.Deze waterbeelden hebben een signalerende functie: ze geven eenalgemeen beeld van de kwetsbaarheid van een gebied als er heel veelregen tegelijk valt. Het beeld geeft informatie over bijvoorbeeld waar hetwater langdurig of juist diep komt te staan. Hoewel de kans hierop klein is,geeft dit wel belangrijke inzichten voor onder meer de vitale sectoren.Deze gaan op basis van de waterbeelden mogelijke gevolgen in beeldbrengen. Er wordt nog geen duiding van de gevolgen gegeven. De criteriaop basis waarvan elementen op de kaart gezet zijn, staan beschreven inhet bij deze brief gevoegde rapport over het landelijke beeld.8Rapport Landelijk waterbeeld grootschalige extreme regen – Totstandkoming en toelichting(Deltares, 2025) https://publications.deltares.nl/11211522_001_0004.pdf9De 13 regio’s zijn ingedeeld op basis van stroomgebiedgrenzen, zie:https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/handreiking-bovenregionale-stresstesten/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7214 Op basis van de waterbeelden kunnen we concluderen dat op veellocaties in het watersysteem bij grootschalige extreme neerslag andereeffecten te verwachten zijn dan bij kortdurende lokale hoosbuien.Dit heeft ermee te maken dat bij grootschalige extreme neerslag:•water uit een groot gebied samen kan komen in waterlopen, waardoorde waterstanden daar stijgen en er niet voldoende kan wordenafgevoerd;•er meer interactie is tussen hoge (vrij afwaterende) delen vanNederland en lagergelegen gebieden (de «polderboezemsystemen»);•er meer interactie is tussen het hoofdwatersysteem en het regionalewatersysteem;•het langer duurt voordat in bemalen gebieden het water kan wordenweggepompt;Figuur 2 – Overzichtskaart grootschalige extreme regen, op basis van waterbeelden.Gevolgen van de extreme regen zijn hier nog niet inzichtelijk gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7215 •objecten zoals wegen en sluizen obstructies vormen voor het water,waardoor daarachter kwetsbare plekken ontstaan;•er sprake kan zijn van instroom van water uit het buitenland (zoals inLimburg het geval was).Een effect is bijvoorbeeld dat er grote waterdieptes kunnen ontstaan (totlokaal wel 1 à 2 meter diep), met name in de hellende gebieden, degebieden langs beken en de overgangsgebieden van hoog naar laagNederland. Ook kan het lang duren voordat het water weer weg is (somsweken), met name in de gebieden waar het water alleen door bemalingweg kan. Er zijn ook locaties met een mogelijk extra risico op gevaarlijkesituaties, bijvoorbeeld door tijdelijk snelstromend water of een groterekans op kadedoorbraken.3. Vervolgstappen: Opstellen Nationale Aanpak Wateroverlast Zoals in het begin van deze brief gemeld, zien we een toename in de kansop en gevolgen van extreme neerslag. IenW zal daarom een NationaleAanpak Wateroverlast ontwikkelen, die wordt geborgd in het NationaalWaterprogramma. Hiermee wordt invulling gegeven aan de systeemver-antwoordelijkheid voor het watersysteem. Uiteraard doet IenW dit inafstemming en nauwe samenwerking met andere betrokken departe-menten, decentrale overheden, waterschappen, veiligheidsregio’s en devitale sectoren.De Nationale Aanpak Wateroverlast zal bestaan uit twee onderdelen:•Op basis van de in deze brief gepresenteerde waterbeelden stellenprovincies, waterschappen en de vitale sectoren «gevolgenbeelden»op. De planning is dat die in het eerste kwartaal van 2026 klaar zijn. Degevolgenbeelden geven onder meer inzicht in de risico’s op schade,het aantal getroffen burgers, de uitval van vitale infrastructuur en debereikbaarheid van ziekenhuizen als gevolg van wateroverlast. Metdeze informatie zal IenW vervolgens een landelijk beeld opstellen metdaarin een duiding van de mogelijke gevolgen. Hierna gaan debetrokken partijen, waaronder IenW, met elkaar in gesprek over welkerisico’s worden geaccepteerd en welke niet. Ook worden mogelijkemaatregelen besproken. Over de uitkomsten van dit traject wordt deTweede Kamer in de Nationale Aanpak Wateroverlast geïnformeerd.•Naast het traject van de bovenregionale stresstesten, werkt IenWsamen met andere partijen aan het vergroten van de weerbaarheid enveerkracht van Nederland bij verschillende situaties van wateroverlast.Dit gaat niet alleen over situaties zoals bij de bovenregionale stresstes-ten, maar bijvoorbeeld ook over kortdurende piekneerslag. Voor eengroot deel zijn deze acties al in gang gezet, aangezien ze een logischvervolg zijn van afspraken die zijn gemaakt door de BeleidstafelWateroverlast en Hoogwater (zie bijlage 4). In deze brede aanpak wordtaangesloten bij bestaande trajecten. Het wordt onder andere opgepaktin samenhang met andere water- en ruimtelijke vraagstukken ingebieden, conform de Ontwerp-Nota Ruimte, waar naast verschillendewatervraagstukken ook andere ruimtelijke opgaven spelen.MeerlaagsveiligheidBij de uitwerken van de Nationale Aanpak Wateroverlast wordt hetprincipe van meerlaagsveiligheid gevolgd. Met dit principe wordt sinds2008 gewerkt, met als doel om zowel de kans op een overstroming als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7216 gevolgen ervan te verkleinen. Het principe van meerlaagsveiligheid omvatde volgen lagen10:(0)Waterbewust handelen,(1)Preventie in het watersysteem,(2)Gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting,(3)Crisisbeheersing en(4)Waterrobuust herstel.Het is een «meervoudige aanpak» («én-én-én»), waarbij maatregelen uitiedere laag op een specifiek moment en met specifieke doelen enverantwoordelijkheden van de betrokken overheden worden ingezet.Borging in nationale programma’sDe planning is om de Nationale Aanpak Wateroverlast eind 2026 aan deKamer aan te bieden. Keuzes en maatregelen om de weerbaarheid bijwateroverlast te vergroten zullen als advies aan het kabinet wordenopgenomen als een Deeldeltabeslissing Wateroverlast in het Deltapro-gramma 2027–2033. De acties zoals vermeld in deze kamerbrief zullen,waar nodig, geborgd worden in de Nationale Klimaatadaptatiestrategie(NAS’26) en het Nationaal Water Programma 2028–2033 (NWP). Water-overlast is één van de 15 opgaven uit de NAS’26. De NAS’26 zal inzichtgeven in de maatregelen waarmee op de middellange en lange termijnwateroverlast kan worden beperkt. In het NWP worden beleidskeuzes eninstrumenten uitgewerkt en geborgd. Dit gebeurt in samenhang metandere waterthema’s en onder voorwaarde dat ze worden geïmplemen-teerd in de periode 2028–2033. In beide programma’s wordt de relatiegelegd met andere ruimtelijke opgaven en worden de ruimtelijkemaatregelen integraal gewogen, zoals we hebben verwoord in deOntwerp-Nota Ruimte.InternationaalIn de grensregio’s is samenwerking met buurlanden van belang omvoorbereid te zijn op wateroverlast. Conform het advies van de Beleids-tafel wateroverlast en hoogwater is daarom gestart met de uitwerking vangrensoverschrijdende stresstesten in de regionale watersystemen. Perstroomgebied wordt ingezet op netwerkvorming en op het ontwikkelenvan aanpakken voor stresstesten die passen bij de samenwerkings-partners in de buurlanden. Rond onder meer de Vecht, Roer en Mark krijgteen gezamenlijke aanpak al concreet vorm. Daarnaast worden mogelijkemaatregelen in kaart gebracht om wateroverlast te beperken. Het doel isom met onze buurlanden tot duurzame samenwerkingsverbanden enmaatregelen te komen op regionaal niveau.10Na de ervaringen met de overstromingen in Limburg in 2021 zijn in het Eindadvies van deBeleidstafel Wateroverlast en Hoogwater de lagen waterbewustzijn en herstel toegevoegd.Figuur 3 MeerlaagsveiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7217 Caribisch NederlandIn Caribisch Nederland is de impact van extreme regen anders, vanwegede gebiedskenmerken en de ligging. We inventariseren welke acties uit deNationale Aanpak Wateroverlast ook toepasbaar zijn voor CaribischNederland. De aanpak die uit die inventarisatie voortkomt wordtopgenomen in de NAS’26, die in 2026 naar de Kamer gaat.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7218 Recente voorbeelden van de gevolgen van wateroverlast (bijbuitenlandse voorbeelden moet de context worden meegenomen,bijvoorbeeld de lokale weerssituaties en de gebiedskenmerken)•Kopenhagen, 2011: een hoosbui van 150 mm in twee uur treftKopenhagen, wat leidt tot grootschalige wateroverlast en schade terwaarde van ruim 1 miljard euro (Stowa, 2019). Dit extreme weerseventis de aanleiding voor de ontwikkeling van het Cloudburst ManagementPlan met een investeringscapaciteit van 1,5 miljard euro. Het planomvat de uitbreiding van het rioolnetwerk en ongeveer 300 oppervlak-teprojecten gericht op het bergen en afvoeren van water11.•Limburg, 2021: een bui van 160 mm in 48 uur treft grote delen vanZuid-Limburg, België en Duitsland. De impact op goederen en de(mentale) gezondheid van burgers is groot en de financiële schadewordt geschat op 433 miljoen euro. In België vielen 31 doden, inDuitsland 184.•Bonaire, 2022: een onweersbui met 100 mm neerslag in één nachttreft Bonaire. Verschillende wijken komen zonder stroom te zitten12.•Noord-Holland en Friesland, 2023: in Noord-Holland valt er lokaalflinke neerslag. Tijdens de hoosbuien ligt het verkeer plat en gaanbedrijven in Purmerend, Hoorn en Drachten tijdelijk dicht vanwege eenoverstroomde riolering. Ook staat akkerland langere tijd onder water.De gewasschade is groot.13•Valencia, 2024: tijdens extreme regen (een weersfenomeen dat«DANA» wordt genoemd) wordt 770 mm neerslag in 24 uur geregis-treerd. Er vallen ruim 220 doden en de schade wordt geschat op31,4 miljard14.•Enschede, 2024: er valt een bui van 55 mm in een uur. De kortdurenderegenbui in Enschede in juli 2024 veroorzaakt veel leed. 66 woningenzijn onbewoonbaar, onder meer door rioolwater dat in de woningen isgekomen. Bewoners moeten acuut hun woning verlaten. Er zijn geendoelmatige maatregelen denkbaar die gaan voorkomen dat dezewoningen bij een toekomstige bui weer onderlopen; daarom isbesloten dat de bewoners definitief moeten verhuizen15.11https://international.kk.dk/sites/default/files/2021-09/Cloudburst%20Management%20plan%202010.pdf12https://nos.nl/artikel/2451698-bonaire-kampt-met-hevige-regenval-straten-overstroomd13https://www.nhnieuws.nl/nieuws/321479/van-open-sluis-naar-zeiknat-huis-storm-poly-zorgt-voor-ondergelopen-schuren-in-hoorn14https://fd.nl/economie/1536123/schade-door-noodweer-in-spanje-volgens-eerste-schatting-31-4-mrd15https://www.1twente.nl/artikel/5274306/het-blijft-nog-jaren-spoken-in-pathmos-enschedese-huurders-keren-na-overstroming-definitief-niet-terug-in-hun-huizenBijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7219 Wat verstaan we onder wateroverlast?Als door hoosbuien of langdurige regen te veel water samenkomt op eenplek waar dit niet gewenst is, spreken we van wateroverlast. Dit isbijvoorbeeld het geval als water vanaf de straat gebouwen binnendringtof wegen tijdelijk onbegaanbaar maakt, maar ook wanneer eenoverstroming ontstaat door het buiten de oevers treden of overlopen vanbeken of sloten.Wateroverlast kan leiden tot maatschappelijke impact of schade.Vergeleken met overstromingen, bijvoorbeeld als gevolg van eendijkdoorbraak, is bij wateroverlast de kans op slachtoffers klein, maar inextreme gevallen kan de veiligheid wel in het geding komen.In onderstaand tekstblok is een overzicht gegeven van verschillendevormen van wateroverlast. Ook staat aangegeven wat (naar verwachting)wel en niet wordt meegenomen in de Nationale Aanpak Wateroverlast.In de praktijk beïnvloeden verschillende typen wateroverlast elkaar.Hevige regen kan zo’n hoge waterstand in regionale wateren veroorzakendat een boezemkade of regionale kering bezwijkt. Vervolgens ontstaat eenoverstroming. Ook kan het water in het hoofdwatersysteem zo hoog staandat het regionale watersysteem niet voldoende kan afvoeren. Het gevolgis wateroverlast in het regionale systeem, zoals in beken of polders. Elkgebied heeft zijn eigen karakteristieken en kent daardoor zijn eigen«maatgevende weerscondities». Een gebouwde omgeving met relatiefweinig ruimte voor waterberging is gevoelig voor een kortdurendehoosbui (denk aan Enschede, 2024). In het landelijk gebied kunnen zowellangdurige neerslagperioden als een kortdurende hoosbui invloedhebben, afhankelijk van het water- en bodemsysteem en het soortlandgebruik (Friesland, 2023)16.16STOWA: welke neerslaginformatie is beschikbaar. https://www.stowa.nl/sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202024/STOWA_2024-03_%20praatplaat-neerslaginformatie-11062024%20met%20doorlinks.pdfBijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72110 Hoe verhouden bovenregionale stresstesten zich tot andereanalyses?In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie 201517 en herijking in 202118 isafgesproken dat alle overheden elke zes jaar DPRA-stresstesten uitvoeren.Het doel daarvan is om steeds beter voorbereid te zijn op extreme regen.De eerste ronde stresstesten vond plaats in 2018, de tweede ronde zal in2025 plaatsvinden. In de eerste ronde is qua wateroverlast gefocust op dekwetsbaarheid voor kortdurende extreme hoosbuien en de impact die ditsoort buien hebben in bebouwd gebied. Er kan sprake zijn van regenvalvan lokaal 70 mm in een uur (zie de bijsluiter DPRA-stresstesten19). Ook inCaribisch Nederland zijn stresstesten uitgevoerd, die binnenkort wordentoegevoegd aan de Klimaateffectatlas20.Op basis van de inzichten uit de DPRA-stresstesten zijn veel lokalemaatregelen getroffen, zoals de aanleg van «wadi’s» (om regenwater opte vangen) en de uitbreiding van het hemelwaterstelsel (onderdeel van hetriool). Die maatregelen zijn mogelijk gemaakt met een cofinancieringscon-structie van het Rijk en regio, via de Tijdelijke Impulsregeling Klimaat-adaptatie 2021–202721. Vanuit de programma’s Woontop en STOER isverkend of het mogelijk is om vanuit het Rijk een bui vast te stellen waarrekening mee moet worden gehouden bij nieuwbouw (zie bijlage 5, punt2b). Eind 2025 wordt er een principe besluit voorgelegd over de mogelijkenormen. Indien hiervoor akkoord is zal er een wetgevingstraject gestartworden om een landelijke norm vast te stellen.In de DPRA-stresstesten worden situaties gesimuleerd, zoals lokalehoosbuien (vergelijkbaar met de gebeurtenissen in Enschede, 2024) enlangdurige regen. Die simulaties leiden niet tot inzicht in de kwets-baarheid voor extreme regen als meerdere gebieden tegelijk getroffenworden en water doorspoelt naar andere regio’s. In 2022 werd in heteindadvies22 van de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater geconclu-deerd dat we in Nederland geen goed beeld hebben van de knelpuntendie ontstaan als gevolg van grootschalige regen, zoals in 2021 in en rondLimburg23. Daarom is bestuurlijk afgesproken ook bovenregionalestresstesten uit te voeren.17https://www.deltaprogramma.nl/documenten/2014/09/16/deltaprogramma-201518https://www.deltaprogramma.nl/documenten/2020/09/15/dp2021-nl-printversie19https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/bijsluiter/bepalen-dreigingen/wateroverlast/uniforme-uitgangspunten-invoergegevens/20https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/21https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/deltaplan/stimuleren-faciliteren/impulsregeling-klimaatadaptatie/22Bijlage bij Kamerstuk 32 698, nr. 7423Rapport Deltares, 2021: Wat als «de waterbom» elders in Nederland was gevallen?https://klimaatadaptatienederland.nl/@255456/rapport-wat-als-de-waterbom-elders-nederland/Bijlage 3:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72111 Lopende actiesNaast de stappen die worden gezet binnen het traject van de bovenregi-onale stresstesten, die nieuwe inzichten geven over bovenregionale enboven-normatieve situaties, voert IenW samen met andere departe-menten en decentrale overheden de volgende acties al uit. Deze komengrotendeels voort uit de aanbevelingen van de Beleidstafel Wateroverlasten Hoogwater. De hoofdverantwoordelijke staat Vetgedrukt en deprioritaire aanbevelingen worden als eerste genoemd. De indeling volgtde lagen van Meerlaagsveiligheid:(0)Waterbewust handelen,(1)Preventie in het watersysteem,(2)Gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting,(3)Crisisbeheersing en(4)Waterrobuust herstel.0. Inwoners en ondernemers zijn waterbewust en zij weten hoe tehandelen bij extreme regen. a)Opstellen en implementeren van een Landelijke aanpak waterweer-baarheid bij wateroverlast, naar aanleiding van de conclusies uit hetonderzoek «Waterbewust handelen bij wateroverlast»24. De kennis enervaring die is opgedaan in Limburg wordt hiervoor gebruikt onder denoemer «Wacht niet op water»25. Ook worden lessen geleerd vansteden als Dordrecht en van landen als Engeland en Frankrijk. Er dientrekening te worden gehouden met verschillen tussen groepen mensenin kwetsbare posities en het zo effectief mogelijk bereiken van dezegroepen. In de landelijke aanpak zal de nadruk liggen op het verkrijgenvan inzichten in het gedrag van inwoners en bedrijven om op basisdaarvan te kunnen bepalen hoe ze tot waterbewust handelen kunnenworden aangezet. Deze landelijke aanpak richt zich op het faciliterenvan gemeenten in het uitvoeren van gedragsinterventies (IenW, Unievan Waterschappen (UvW), Watermanagementcentrum Nederland(WMCN), de veiligheidsregio’s, het Rode Kruis, gemeenten, 2027 inNAS/NWP).b)Informatie over lokale risico’s op wateroverlast op een toegankelijkemanier ontsluiten door het introduceren van een Waterwijzer(voorheen het «waterlabel»)26. Voor het ontwikkelen van de Waterwij-zer wordt gebruikgemaakt van bestaande initiatieven, zoals deWaterhoogtechecker Limburg en Overstroomik.nl27. Hierbij hanterenwe het uitgangspunt dat het zo duidelijk mogelijk moet zijn voor dedoelgroep en dat het bij voorkeur aan een bestaande applicatie wordttoegevoegd (IenW, 2026 in NAS/NWP).c)Vergroten van het waterbewustzijn vanuit het programma «Leven metwater», waarin onder andere de thema’s «verminderen van waterover-last» en «voorbereid op wateroverlast» zijn opgenomen (IenW, UvW,Vewin, doorlopend). Een aandachtspunt is dat kwetsbare inwonersminder veerkrachtig met deze situaties kunnen omgaan; zij hebbenmeer ondersteuning nodig. Het draagvlak voor het klimaatbeleid komtonder druk te staan als de lasten niet als rechtvaardig wordenervaren28. Ook wordt er een link gelegd met de campagne «Denkvooruit» van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en24Rapport Waterbewust handelen bij wateroverlast door extreme regen https://klimaatadaptatienederland.nl/@305435/rapport-waterbewust-handelen-bij-wateroverlast /25https://wachtnietopwater.nl/26https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/11/eerste-verkennend-onderzoek-waterlabel-deltares27https://overstroomik.nl/28Zie WRR-rapport «Rechtvaardigheid in klimaatbeleid. Over de verdeling van klimaatkosten»https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2023/02/16/rechtvaardigheid-in-klimaatbeleidBijlage 4:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72112 Veiligheid (NCTV), die zich richt op het voorbereiden van Nederlandersop noodsituaties.d)Samen met de partijen in de coalitie «Een groener Nederland begint inje eigen tuin» invulling geven aan het thema «verminderen vanwateroverlast», Dat gebeurt bijvoorbeeld door activiteiten te organise-ren als de Week van de Groene Tuin, «Plant je mee» en het NKTegelwippen. Het succes van de activiteiten wordt versterkt doorgebruik te maken van inzichten uit onderzoek naar maatregelen als hetvervangen van tegels door groen en het realiseren van wateropvang inde tuin (IenW, «Een groener Nederland begint in je eigen tuin» enUvW, 2025).1. Voorkomen van wateroverlast vanuit het watersysteem: water-en bodemsysteem in balans om wateroverlast en droogte zoveelmogelijk te voorkomen. a)Om beter aan te sluiten bij de principes van meerlaagsveiligheid enrekening houden met water en bodem29, werken aan het verbredenvan de normering wateroverlast naar een meer risicogerichtebenadering. Daarbij worden de volgende stappen voorzien: 1) Huidigenormering optimaliseren (2025–2026) 2) Huidige normering aanpassenbinnen het huidige juridisch kader (2026) 3) Toewerken naar eenrisicogerichte aanpak wateroverlast (na 2026) en (wanneer nodig)juridisch verankeren (UvW, Interprovinciaal Overleg (IPO), IenW,Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in NAS/NWP)b)Opstellen van een handreiking sponswerking. De handreiking zal eenhulpmiddel zijn voor waterschappen, provincies en gemeenten om demaatregelen voor droogte en wateroverlast in balans met elkaar tebrengen. Om water vast te houden wordt de sponswerking vergrootop plekken waar dit relevant is, zoals op de hoge zandgronden. Eengoede sponswerking van het bodem- en watersysteem is een«Nature-Based Solution». Sponswerking zorgt ervoor dat eenlandschap het vermogen heeft te functioneren als een spons dievolloopt in tijden van veel water. Het water wordt vastgehouden enkan dit leveren in tijden van droogte als het water nodig is30 (IenW,Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN),Deltares, 2026 in NAS/NWP)31.c)Opstellen van een redeneerlijn waterberging door STOWA in 2025.Bepalen welke acties nodig zijn voor het aanwijzen van zoekgebiedenvoor piek- of seizoensberging (IenW, IPO, UvW, 2026)32.d)In het Deltaprogramma Centraal Holland werken aan het waterover-lastbeleid door het Rijk samen met regionale overheden (Deltapro-gramma Centraal Holland, IenW, heden-2028).e)Naast de bovenregionale stresstesten ook grensoverstijgendestresstesten uitvoeren (IenW in samenwerking met de provincies, dewaterschappen en buitenlandse partners).f)Slim watermanagement bij watertekort en wateroverlast ook inzettenom crisissituaties te vermijden (IenW, waterschappen, doorlopend).29Kamerstuk 27 625, nr. 68830https://klimaatadaptatienederland.nl/@293596/rapport-sponswerking-van-landschappen-nederland/ (Rapporten Deltares, 2024, 2025)31Dit sluit aan bij de structurerende keuzes 16, 17, 24, 30 uit de Kamerbrief Water en BodemSturend. Zie Kamerstuk 27 625, nr. 592 en Kamerstuk 27 625, nr. 68832Dit sluit aan bij de structurerende keuze 13 uit de Kamerbrief Water en Bodem Sturend. ZieKamerstuk 27 625, nr. 592 en Kamerstuk 27 625, nr. 688Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72113 2. Nieuwbouw, gebouwde omgeving en landelijk gebied zijningericht om maatschappelijke impact en schade te beperken33. a)Opstellen standaarden voor klimaatadaptatie die relevant zijn voor deaanpak wateroverlast (IenW, 2026–2028, NWP).b)Uitwerken van afspraken over water en bodem die zijn gemaakt in hetprogramma Woontop. Afspraak 10b luidt: «uniforme kaders voorwateroverlast». Convenant sluiten tussen waterschappen en gemeen-ten om de samenwerking ten behoeve van integrale, toekomstbesten-dige ruimtelijke planvorming te versterken. Bieden van handelingsper-spectief voor locaties die een opgave hebben via het innovatietraject«Waterrijk wonen». De Unie van Waterschappen (UvW), VNG, IPO,IenW en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening(VRO) werken samen aan landelijke uniforme kaders en werkwijzenvoor de onderwerpen wateroverlast en bodemdaling in het stedelijkgebied (specifiek voor nieuwbouw). Eerder opgestelde hulpmiddelenals het Ruimtelijk afwegingskader (waar te bouwen)34 en de Landelijkemaatlat (hoe te bouwen)35 helpen bij het opstellen van deze kaders.Eenduidigheid draagt bij aan een versnelling van de woningbouwop-gave, maar dan wel op verantwoorde wijze met voldoende water- enbodemmaatregelen. Deze actie gebeurt binnen het proces van deWoontop 202436 (VRO en IenW, 2026, in NAS/NWP). Dit gebeurt insamenhang met de verkenning voor het aanpassen van de bestaandenormering wateroverlast (zie actie 1a).c)Kijken naar kansen voor meervoudig ruimtegebruik in de HollandseWaterlinies, door IenW het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (OCW). Dit gebied is Werelderfgoed; het is de moeitewaard te onderzoeken of de voormalige inundatiegebieden in gevalvan nood kunnen worden ingezet voor waterberging en dat tegelijker-tijd de bestaande waarden van het erfgoed worden versterkt. Dit doenwe door de resultaten van de bovenregionale stresstesten langs dewaterliniegrenzen te leggen (OCW, IenW, eind 2026).d)In breder verband werken we aan het klimaatbestendig maken van devitale infrastructuur van Nederland. In het kader van (nieuwe)«vitaalwetgeving» is een handreiking «klimaatbestendige vitaleinfrastructuur»37 gemaakt en gedeeld. Voor de organisaties die straksonder De Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke) en de Cyberbe-veiligingswet (Cbw) vallen is het verplicht om zo’n risicoanalyse uit tevoeren, waarbij juist ook fysieke dreigingen, zoals overstromings- enklimaatrisico’s moeten worden meegenomen. Extreme neerslag is éénvan de dreigingen. De genoemde handreiking dient daarbij alsondersteuning. (IenW, handreiking gereed. Bredere aanpak klimaatbe-stendige vitale infrastructuur: IenW, interdepartementale samenwer-king, decentrale overheden en vitale sectoren, continue proces).e)Samen met de aanbieders van vitale infrastructuur, zoals Rijkswater-staat, netbeheerders en het KNMI, via een NEN-commissie (groepexperts en belanghebbenden) werken aan een nieuwe norm mettechnische uitgangspunten voor het toepassen van klimaatscenario’s.Hierbij worden klimaatscenario’s, extreem weer en herhalingstijdenaan elkaar gekoppeld. Het doel is een «level playing field» voor vitaleaanbieders waarbij duidelijk wordt aan welke eisen nieuwe «assets»moeten voldoen. Dit is belangrijk, omdat niet helder is welk niveau van33Dit sluit aan bij de structurerende keuzes 7, 21, 22, 23 uit de Kamerbrief Water en BodemSturend. Zie Kamerstuk 27 625, nr. 592 en Kamerstuk 27 625, nr. 68834Bijlage bij Kamerstuk 27 625, nr. 66635Bijlage bij Kamerstuk 32 813, nr. 119536Kamerstuk 32 847, nr. 123737https://www.deltares.nl/nieuws/nieuwe-handreiking-helpt-vitale-aanbieders-klimaatrisicos-beter-in-kaart-te-brengenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72114 klimaatadaptatie bereikt moet worden en welke mate van investeringwenselijk en noodzakelijk is. De NEN-commissie wordt voor een grootdeel gefinancierd door het IenW en is in juli 2025 gestart, waarbij hetgebruikelijke NEN-traject wordt doorlopen38 (NEN samen metcommissieleden uit vitale sectoren en overheden. Publieke consultatievan het uitgangspuntendocument zal naar verwachting in 2026plaatsvinden).3. Crisisbeheersing en berichtgeving zijn ingericht voor extremeregen. a)Het onderwerp wateroverlast en de rollen en verantwoordelijkhedenvoor de berichtgeving bij extreme regen vastleggen in een LandelijkCrisisplan Hoogwater en Overstromingen (IenW, WMCN, Ministerievan Justitie en Veiligheid (JenV), KNMI en de veiligheidsregio’s, 2026).b)Verkennen op welke manier berichtgeving over extreme regen beterverankerd kan worden binnen procedures van veiligheidsregio’s enwaterschappen. Hierbij kunnen «Early Warning»-instrumenten,ontwikkeld binnen het Early Warning Centre, benut worden. (KNMI,JenV, Veiligheidsregio’s, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid(NIPV), n.t.b.).4. Schade na extreme regen wordt zo veel mogelijk waterrobuusthersteld. a)Onderzoeken hoe waterrobuust herstel onderdeel kan zijn vanverzekeringen. Hiervoor wordt in kaart gebracht wie wat kan doen ofkan aanpassen om juridische, beleidsmatige, financiële of procesma-tige obstakels weg te nemen en zo waterrobuust herstel mogelijk temaken. De meeste opstal- en inboedelverzekeringen bevatten eenzogenaamde neerslagclausule; daarmee zijn wateroverlast als gevolgvan neerslag en schade door een overstroming van een regionaaloppervlaktewater gedekt. Waterrobuust herstel echter nog niet, wantdit zijn reparaties die toekomstige, al verzekerbare schade door nieuwehevige regen voorkomen of verminderen (IenW samen met een bredegroep stakeholders bestaande uit medeoverheden, de financiëlesector, verzekeraars, schadeherstellers en wetenschappers, 2026).38Rapport Deltares, 2024: Kennisoverzicht wateroverlast in relatie tot vitale en kwetsbarefuncties https://klimaatadaptatienederland.nl/@293597/kennisoverzicht-wateroverlast-vitaal-kwetsbaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72115

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a4e4403bf39e4e76

14 okt 2026 · db15a726dd800516

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.