Toezegging gedaan tijdens het debat Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de verplichtstelling van een verklaring omtrent het gedrag in het aanvullend onderwijs (Kamerstuk 36479), over de mogelijkheid om omzetbelasting te heffen op commerciële bijlesbureaus en de middelen terug laten vloeien naar het publiek bekostigde onderwijs
Brontekst
Versie 81366585753f6433 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 479Wijziging van enkele onderwijswetten inverband met de verplichtstelling van eenverklaring omtrent het gedrag in het aanvullendonderwijsNr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ONDERWIJS,CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 maart 2025Tijdens de wetsbehandeling van de verplichtstelling van een VerklaringOmtrent Gedrag in het aanvullend onderwijs op 4 september jl. is doorhet lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) gevraagd of het mogelijk is omomzetbelasting te heffen op commerciële bijlesbureaus en de middelenterug laten vloeien naar het publiek bekostigde onderwijs. Met deze briefinformeren wij de Tweede Kamer over de toezeggingen om dit teverkennen.1Om omzetbelasting te heffen op commerciële bijlesbureaus zou het nodigzijn om een onderscheid te maken tussen winstbeogende enniet-winstbeogende aanbieders van onderwijs. In die laatste categorie kangedacht worden aan aanbieders zoals scholen in het openbaar enbijzonder onderwijs. Sinds 1993 geldt voor alle aanbieders die zich bezighouden met het geven van regulier onderwijs in beginsel een vrijstellingvan omzetbelasting, ook wel een btw-vrijstelling genoemd. Tot 1993 wasde toepassing van de btw-vrijstelling voorbehouden aan niet-winst-beogende ondernemers. Dit leidde destijds in de praktijk tot eenongewenste concurrentieverstoring: de dienstverlening is, ongeacht of deaanbieder winst beoogt, immers hetzelfde maar destijds met verschil-lende btw-gevolgen. Om die reden werd deze voorwaarde geschrapt. Hetherintroduceren van deze voorwaarde zou ook nu weer tot concurrentie-verstoring leiden.Daarbij laten de begrotingsregels het door de scheiding van inkomsten enuitgaven niet toe om een specifieke bestemming te geven aan deinkomsten die voortvloeien uit een eventuele heffing op commerciëlebijlesbureaus. Middelen die volgen uit een dergelijke maatregel kunnendaardoor niet terugvloeien naar het publiek-bekostigde onderwijs.1TZ202412-029 en TZ202409-046 kst-36479-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 479, nr. 161 Om deze redenen achten wij het onverstandig omzetbelasting te heffen opcommerciële aanbieders van aanvullend onderwijs en is het niet mogelijkom deze opbrengsten vervolgens terug te laten vloeien naar het publiek-bekostigde onderwijs.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulDe Staatssecretaris van Financiën,T. van OostenbruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 479, nr. 162
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris bestudeert samen met de bewindspersonen van het ministerie van Financiën de mogelijkheden om commerciële onderwijsaanbieders omzetbelasting
De staatssecretaris bestudeert samen met de bewindspersonen van het ministerie van Financiën de mogelijkheden om commerciële onderwijsaanbieders omzetbelasting te laten betalen, zodat de middelen terugvloeien naar het publiek bekostigde onderwijs. Over de uitkomsten hiervan en de eventuele stappen d
- De staatssecretaris informeert de Kamer begin 2025 per brief over de uitkomst van de verkenning over bijlessen en examentrainingen niet langer vrij te stellen v
De staatssecretaris informeert de Kamer begin 2025 per brief over de uitkomst van de verkenning over bijlessen en examentrainingen niet langer vrij te stellen van btw.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.