KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang oplossingen alleenverdienersproblematiek

1 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2d197485943b45e3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 899 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2026Mensen moeten kunnen vertrouwen op goedwerkende stelsels vanfiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen. Het was daarom pijnlijk dat eengroep huishoudens een te laag recht op toeslagen had doordat verschil-lende regelingen tegen elkaar inwerken. Jaarlijks leefden hierdoor tussende 6.000 en 8.000 huishoudens onder het bestaansminimum.1 Omdat hetgaat om huishoudens voor wie de uitkering van één van beide partners,bijvoorbeeld een Wajong- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, de enige ofbelangrijkste bron van inkomsten is, is dit de alleenverdienersproble-matiek gaan heten.2 In 2023 vond het kabinet samen met gemeenten enuitvoerders voor deze mensen een oplossing.3 Deze oplossing verlooptsindsdien in drie stappen: in 2023 en 2024 compenseerden gemeentenmet bijzondere bijstand; in 2025, 2026 en 2027 verstrekken gemeenten eenvaste tegemoetkoming; en vanaf 2028 voert de Belastingdienst een fiscaleregeling uit om de problematiek op te lossen. Met deze brief informeer iku over de voortgang van deze stapsgewijze oplossing. Dit doe ik medenamens de Staatssecretaris van Financiën. Eerst breng ik verslag uit overde tijdelijke tegemoetkomingsregeling naar aanleiding van een wettelijkeverplichting en een invoeringstoets. Daarna kijk ik kort vooruit naar defiscale regeling.1Het bestaansminimum is het netto sociaal minimum voor het betreffende huishouden plus hetbedrag aan toeslagen waar een vergelijkbaar huishouden met alleen een bijstandsuitkeringrecht op heeft.2Voor een uitgebreide uitleg van de problematiek, zie de memorie van toelichting bij hetwetsvoorstel Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Kamerstukken II 2024/25, 36 616,nr. 3, pp. 5–7). Voor een reconstructie van het verloop van de problematiek, zie het NSOB-essaySterke signalen, wisselende verhalen signalen, bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 26 448,nr. 773 (Sterke signalen, wisselende verhalen | Rijksoverheid.nl).3Kamerstukken II 2023/24, 26 448, nr. 728 kst-26448-899ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8991 Tegemoetkomingsregeling via gemeentenIn 2025, 2026 en 2027 verstrekken gemeenten aan huishoudens in dealleenverdienersproblematiek jaarlijks een tegemoetkoming op basis vande Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek.4 Gemeentenwaren onder voorwaarden bereid deze regeling ter overbrugging uit tevoeren toen bleek dat de Belastingdienst de fiscale regeling niet eerderdan 2028 kon invoeren vanwege het overvolle IV-portfolio.5 In samen-spraak met gemeenten is vervolgens een regeling ontworpen.Daarbij hebben we geaccepteerd dat de regeling niet perfect is; wekunnen lang niet alle huishoudens in de actualiteit helpen.6 De proble-matiek is te ingewikkeld om van huishoudens te verwachten dat zij dezezelf herkennen en zich bij de gemeente melden. Maar ongerichtevoorlichting zou leiden tot veel aanvragen van voornamelijk huishoudensdie niet door de problematiek worden geraakt. Dit zou onuitvoerbaar zijnvoor gemeenten. Tegelijkertijd beschikt de overheid pas een jaar later overde benodigde inkomensgegevens om mensen gericht te bereiken. En metdeze gegevens kunnen we niet nauwkeurig voorspellen wie in deactualiteit een tegemoetkoming nodig heeft. Bijna de helft van dezehuishoudens zit tegen die tijd niet meer in de problematiek doordat hunsituatie is veranderd. Een vergelijkbaar aantal nieuwe huishoudens in deproblematiek is dan nog niet in beeld. Om zoveel mogelijk mensen in deactualiteit te helpen, is er voor gekozen om gemeenten op basis van dezeinkomensgegevens de tegemoetkoming ambtshalve te laten uitkeren, ookal krijgen dan ook huishoudens die geen nadeel meer hebben detegemoetkoming. De ontbrekende huishoudens proberen we te bereikenvia proactieve dienstverlening en doorverwijzing door ketenpartners.Gemeenten keren inmiddels voor het tweede jaar de tegemoetkoming uit.Voor 2026 bedraagt deze € 1.100 netto en voor 2025 € 1.000.7 In januari2025 en 2026 hebben gemeenten een lijst met BSN’s van de Belasting-dienst ontvangen voor ambtshalve toekenning. Bij de implementatie ende uitvoering krijgen gemeenten ondersteuning van een team vanuit deVereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie vanSZW. Het team heeft onder meer handreikingen, modeldocumenten eneen communicatietoolkit beschikbaar gesteld, organiseert regelmatigdigitale bijeenkomsten en beantwoordt vragen van individuelegemeenten.InvoeringstoetsOm tijdig inzicht te krijgen in eventuele knelpunten voor de uitvoering,heeft de VNG op verzoek van mijn ministerie een invoeringstoetsuitgevoerd. Hiervoor heeft de VNG in het najaar van 2025 de ervaringenvan 130 gemeenten verzameld. De invoeringstoets en de bestuurlijkereactie van de VNG hierop heb ik bij deze brief gevoegd.De invoeringstoets laat zien dat gemeenten geen grote structureleknelpunten in de uitvoering van de tijdelijke regeling ervaren. Gemeentenvinden de regeling een aanzienlijke verbetering ten opzichte van decompensatie met bijzondere bijstand voor 2023 en 2024. Door de vastetegemoetkoming hoeft in de meeste gevallen niet het gemiste bedrag aantoeslag te worden berekend. Daarnaast biedt de regeling mogelijkhedenom inwoners te bereiken zonder aanvraag en uitgebreide toetsing.4Stb. 2024, 407 en artikel 78gg, Participatiewet5Kamerstukken II 2023/24, 26 448, nr. 728, p. 26Zie voor een toelichting op de beleidsmatige keuzes: Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 7637De onderbouwing voor de bedragen is terug te vinden in de toelichting bij de ministeriëleregelingen: Stcrt. 2024, nr. 42274 en Stcrt. 2025, nr. 44064.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8992 Nagenoeg alle gemeenten keren ambtshalve uit aan de inwoners van wiezij het BSN doorkrijgen van de Belastingdienst, zonder nadere toetsing.Hierbij ondervinden zij weinig moeilijkheden. Ongeveer 15% van degemeenten geeft aan dat zij soms moeite moeten doen om het IBAN vaneen inwoner te krijgen of dit niet krijgen. Daarnaast doorzoekt twee derdevan de gemeenten ook de eigen gegevensbestanden naar potentieelrechthebbende inwoners of gaf aan dit van plan te zijn. Hiermee kunnenzij huishoudens vinden die na 2023 – het jaar op basis waarvan zij voor2025 de BSN’s hebben gekregen – in de alleenverdienersproblematiekterecht zijn gekomen.Van de gemeenten die actief onderzoek doen, identificeert ruim 60%meerdere huishoudens die potentieel recht hebben op de tegemoet-koming. Een derde van de gemeenten loopt hierin wel tegen moeilijk-heden aan. De bestandsanalyse wordt als complex ervaren of kost veeltijd. Huishoudens die op basis van de analyse proactief worden benaderd,dienen niet altijd een aanvraag in of beschikken niet over de benodigdegegevens. Als de aanvraag wordt afgewezen, kost het de gemeente veelmoeite om dit uit te leggen.Uit de invoeringstoets komt naar voren dat naar verwachting 85% van degemeenten de tegemoetkoming voor 2025 in dat jaar ambtshalve heeftuitgekeerd. De overige gemeenten verwachtten dit pas in 2026 te doen.Gemeenten geven hiervoor verschillende redenen. Vaak kostte deimplementatie bovengemiddeld meer tijd; de gemeente moet beleids-regels opstellen, werkprocessen inrichten en medewerkers trainen. Eendeel van de gemeenten wilde eerst de compensatie voor 2023 en 2024afronden. Sommige gemeenten betalen begin 2026 uit om te voorkomendat de tegemoetkoming eind 2025 zou meetellen in de vermogenstoetsvoor de kwijtschelding van lokale belastingen.De meeste gemeenten hebben desondanks geen (71%) of maximaal twee(23%) aanvragen gehad van huishoudens die niet proactief warenbenaderd. Gemeenten geven aan dat de beoordeling van deze aanvragenveel expertise en tijd vereist, vooral wanneer de woon- of inkomens-situatie uitzonderlijk is. Door het geringe aantal aanvragen zijn er noggeen capaciteitsproblemen, maar kunnen gemeenten ook geen ervaringopdoen en de benodigde inzet niet goed inschatten. Driekwart van degemeenten gebruikt geen algemene communicatiemiddelen om meeraanvragen binnen te krijgen. Gemeenten verwachten dat hiermee niet dejuiste huishoudens kunnen worden bereikt.Gemeenten zijn ook gevraagd naar de beleving van hun inwoners.Daarnaast heeft mijn ministerie gesproken met de Landelijke Cliëntenraaden de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden. Hieruit blijkt datinwoners over het algemeen positief reageren op de ambtshalveuitkering. Inwoners die proactief worden benaderd om de tegemoet-koming aan te vragen, reageren wel vaker terughoudend. Dan zijnmeerdere contactmomenten nodig of lukt het niet om hen te overtuigen.Sommige inwoners zijn wantrouwend richting de overheid of vinden deinspanningen van een aanvraag niet opwegen tegen de mogelijkheid vaneen tegemoetkoming. Dat de problematiek moeilijk is uit te leggen, speeltwaarschijnlijk een rol. Tegelijkertijd leidt het contact over de tegemoet-koming regelmatig tot meer vertrouwen, waardoor inwoners ookgeholpen kunnen worden met andere problemen, zoals niet-gebruik vanregelingen, belastingaangifte of doorverwijzing naar andere hulpver-lening. Gemeenten en sociaal raadslieden benoemen dit als een belang-rijke positieve bijkomstigheid van de regeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8993 Reactie op de invoeringstoetsIk dank de VNG voor het opstellen van deze invoeringstoets. Ik vind hetpositief dat met de regeling de beoogde vereenvoudiging is gerealiseerdten opzichte van de compensatie met bijzondere bijstand en datgemeenten niet tegen onvoorziene knelpunten aanlopen. Dit neemt nietweg dat onderdelen van de regeling nog altijd een forse belasting voor deuitvoering met zich mee (kunnen) brengen, want de problematiek isingewikkeld en gemeenten kampen met personeelstekorten. Het kabinet isgemeenten daarom dankbaar dat zij vijf jaar lang een oplossing biedenvoor mensen die anders in de knel komen.Ik heb er daarbij begrip voor dat het niet alle gemeenten gelukt is om detegemoetkoming in 2025 ambtshalve uit te keren. Naast de genoemderedenen besef ik ook dat de wet- en regelgeving pas eind 2024 klaar was.Gemeenten konden daardoor pas tijdens het eerste uitkeringsjaarbeginnen met de voorbereidingen. Mijn indruk is dat de meestegemeenten het belang van tijdig uitkeren delen en ernaar streven om voor2026 en 2027 in het eerste kwartaal uit te keren. Ik roep de overigegemeenten op om dit ook te doen.Het aantal huishoudens dat zelf om de tegemoetkoming vraagt, is zoalsverwacht uitermate laag. Dit is inherent aan de ingewikkeldheid van deproblematiek. Ik steun gemeenten in hun gerichte aanpak en waardeer hetdat veel gemeenten gemotiveerd zijn om zoveel mogelijk getroffenhuishoudens te vinden met bestandsanalyses en via hulpverleners zoalssociaal raadslieden. Ik moedig alle gemeenten aan om deze aanpak overte nemen, zodat we de grootste groep mensen in de actualiteit kunnenondersteunen.Uit de invoeringstoets blijkt dat veel gemeenten een aanhoudendebehoefte hebben aan expertise. Om gemeenten beter te helpen bijingewikkelde aanvragen, heeft het ondersteuningsteam aanvullendeinformatie beschikbaar gesteld, waaronder extra voorbeeldberekeningenvoor bijzondere huishoudsituaties en een bijgewerkte handreiking.Daarnaast heb ik met de VNG afgesproken dat het ondersteuningsteam ende goede onderlinge samenwerking worden voortgezet tot eind 2028. Hetteam gaat gemeenten ook ondersteunen in de overgang naar de fiscaleregeling, onder andere met een communicatietoolkit en een aanvullendehandreiking.Bereik van de regeling in 2025Tijdens de behandeling van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienerspro-blematiek heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen. Ditamendement bepaalt dat de Staten-Generaal uiterlijk 1 juli 2026 eenverslag ontvangt over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in depraktijk.8 Bij de appreciatie van het amendement heeft de toenmaligStaatssecretaris Participatie en Integratie aangegeven dat de gesteldedatum te vroeg is voor een dergelijke evaluatie, want de benodigdeinkomensgegevens komen pas in 2027 beschikbaar.9 Zonder dezegegevens valt niet te bepalen welke huishoudens in 2025 bereikt haddenmoeten worden en welk bedrag zij tekortkwamen. Tegen de tijd dat metdeze gegevens onderzoek kan zijn gedaan, is de periode waarop de wetziet al bijna voorbij. Ik ben daarom voornemens om de regeling na afloopop onder meer de doeltreffendheid te evalueren. Om de wettelijkebepaling naar omstandigheden zo goed mogelijk uit te voeren, heb ik het8Stb. 2024, nr. 4079Kamerstukken II 2024/25, 36 617, nr. 16, pp. 29–30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8994 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven om bij tehouden hoeveel huishoudens de tegemoetkoming ontvangen.Het CBS telt 4.840 huishoudens in 219 gemeenten die in 2025 detegemoetkoming hebben ontvangen. De werkelijke aantallen liggen hoger.Dit blijkt uit steekproeven die het CBS en de VNG hebben gedaan onderde gemeenten die geen tegemoetkomingen hebben geregistreerd.Ongeveer de helft van deze gemeenten heeft de uitgekeerde tegemoetko-mingen niet of verkeerd geregistreerd. Daarnaast is er een groepgemeenten die begin 2026 heeft uitgekeerd, dus na de meetperiode, zoalsook naar voren kwam uit de invoeringstoets.Ook blijkt uit analyses dat ieder jaar ongeveer twintig kleine gemeentengeen huishoudens uit de doelgroep onder hun inwoners hebben. Hettotaalbeeld is dat inmiddels bijna alle gemeenten over 2025 hebbenuitgekeerd. Slechts een enkele gemeente heeft nog niet kunnen uitkeren,door lokale problemen in de uitvoering. Rekening houdend methuishoudens die niet ingegaan zijn op verzoeken van hun gemeente, schatik dat tussen de 5.500 en 6.000 huishoudens de tegemoetkoming voor2025 hebben ontvangen.Het is moeilijk om op basis van deze cijfers te bepalen welk aandeel vande getroffen huishoudens wordt bereikt. De werkelijke omvang van dedoelgroep in 2025 is nog niet bekend. En een deel van de tegemoetko-mingen zal uitgekeerd zijn aan huishoudens die vanwege de verouderdeinkomensgegevens ambtshalve nog de tegemoetkoming kunnen krijgen,maar niet meer door de problematiek worden benadeeld. Op basis vaneerdere jaren schat ik dat tussen 2.500 en 3.000 huishoudens nog niet zijnbereikt. Zij zijn na 2023 in de alleenverdienersproblematiek terechtge-komen, waardoor de gemeente hun BSN nog niet heeft gekregen van deBelastingdienst. Voor ongeveer 2.000 huishoudens van deze groep valtniet te verwachten dat gemeenten hen kunnen bereiken op basis van bijde gemeente bekende gegevens. Deze huishoudens ontvangen geenbijstand en zijn daarom niet vindbaar in de gemeentelijke administratie.Ik vind het belangrijk dat de getroffen huishoudens de tegemoetkomingkrijgen, ook als dit redelijkerwijs niet tijdig kan. Gemeenten worden instaat gesteld om ook met terugwerkende kracht de huishoudens tebereiken die zij niet in de actualiteit in beeld konden hebben. Omhuishoudens alsnog de tegemoetkoming voor 2025 te geven kunnengemeenten de lijst met BSN’s gebruiken die zij begin 2027 ontvangen.Deze lijst is gebaseerd op de definitieve inkomensgegevens over 2025,waardoor de gehele doelgroep van 2025 in beeld komt. Zodra dedefinitieve inkomensgegevens over 2026 en 2027 beschikbaar zijn,ontvangen gemeenten op basis hiervan BSN’s van huishoudens die datjaar daadwerkelijk door de problematiek zijn getroffen. Dit zal begin 2028en 2029 zijn. De regeling blijft tot ten minste eind 2029 van kracht omhiervoor de juridische grondslagen te bieden.Invoering fiscale regelingPer 2028 wordt een oplossing door de Belastingdienst ingevoerd in deinkomstenbelasting, deze vervangt de tijdelijke regeling bij gemeenten.Het kabinet houdt vast aan geprioriteerde invoering vanwege de uitspraakvan de Centrale Raad van Beroep in dit dossier en de toezegging aangemeenten.10 De fiscale regeling zal voor een groep alleenverdienerhuis-houdens de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstver-10Kamerstukken II 2024/25, 31 066, nr. 1429, p. 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8995 dienende partner verruimen.11 Het uitbetaalde bedrag hangt onder meeraf van het inkomen en wordt gekoppeld aan de hoogte van de resterendedubbele algemene heffingskorting in de bijstand. De fiscale regelingvoorkomt daarmee dat huishoudens onder het bestaansminimum komen,mits zij de uitbetaling aanvragen bij de Belastingdienst. De benodigdewetgeving is in 2024 als onderdeel van het Belastingplan 2025 al door hetparlement aanvaard.12 De Ministeries van Financiën en van Sociale Zakenen Werkgelegenheid werken samen met de Belastingdienst en de VNGaan een goede overgang tussen de regelingen voor de betrokkenhuishoudens.Tot slotDe alleenverdienersproblematiek is een duidelijk voorbeeld van waaromonze stelsels van belastingen en toeslagen, inkomensregelingen en-verzekeringen aan herziening toe zijn. Het is goed dat we een oplossinghebben voor de getroffen huishoudens. Maar de noodzakelijke regelingenvergroten de ingewikkeldheid voor mensen en de uitvoering. Het kabinetzet daarom in op vereenvoudiging en verbetering van onze stelsels.Hierover wordt uw Kamer separaat geïnformeerd.De Minister van Werk en Participatie,A.A. Aartsen11Voor de doelgroep en de hoogte van de uitbetaling gelden voorwaarden, zie de memorie vantoelichting: Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 3, pp. 47–52.12Stb. 2024, nr. 434Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8996

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cfb98740ef888eeb

14 okt 2026 · fe30fe6e2196a057

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.