Verzamelbrief Sport en Bewegen 2025
Brontekst
Versie 365c8820af8e8ec4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 234Toekomstig sportbeleidNr. 434 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 december 2025Vooruitkomen in je leven is gebaat bij een leven in goede gezondheid:lichamelijk, mentaal en sociaal. Sporten en bewegen is daarbij vanpositieve invloed. We gunnen iedereen het plezier van sporten enbewegen en de waarde ervan voor een gezond dag- en weekritme.Uiteraard door het zelf te doen, maar ook als supporter, betrokken ouderlangs de lijn of als vrijwilliger. Want als ik iets heb gemerkt in hetafgelopen half jaar dat ik demissionair Staatssecretaris Jeugd, Preventieen Sport ben, dan is het wel dat sport en bewegen op zo veel verschil-lende manieren mensen kan enthousiasmeren.Dat zag ik bij het willen winnen van de wedstrijd tijdens het EuropeesKampioenschap voetbal voor vrouwen (Nederland-Wales) samen metduizenden meegereisde fans, maar dat merkte ik net zo zeer toen ik inHeerlen-Noord van sporters en bevlogen beleidsmedewerkers hetallereerste sociale beweegplan1 in ontvangst mocht nemen. Ik zag hoesport en bewegen mensen energie geeft in de gesprekken die ik had metgedreven sportbestuurders in Rotterdam-Zuid en ik hoorde sportersuitleggen wat sport met ze doet tijdens mijn bezoek aan AV Gouda in deNationale Sportweek. En natuurlijk enthousiasmeert sport mij iederweekend. Langs de baan, de bak of de mat, waar ook mijn eigen kinderenalles om zich heen vergaten.We kunnen ons als betrokkenen moeilijk een leven zonder sport enbewegen voorstellen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat sporten enbewegen voor groepen in de samenleving nog geen deel is van een dag-of weekritme. Nog steeds beweegt bijna 40 procent van de kinderen tottwaalf jaar onvoldoende. Onder jongeren tussen de twaalf en zeventien1Dit sociale beweegplan richt zich domeinoverstijgend op het bouwen en versterken van eenactieve leefomgeving waar samen bewegen vanzelfsprekend is in het dagelijks leven, met eenfocus op onze jeugd. kst-30234-434ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4341 jaar is dit zelfs 60 procent2. Mensen met een handicap of met een lagerinkomen ervaren drempels om te sporten of te bewegen.3 Daarmee is dewaarde van sport en bewegen (zowel lichamelijk, mentaal als sociaal) nogniet vanzelfsprekend.Ik blijf mij met betrokken partners inzetten voor de ambities zoals vermeldin de Najaarsbrief4 Sport en Bewegen 2024. Dit betekent dat het ons doelis om onder bovengenoemde groepen de sport- en beweegdeelname alsvolgt te verhogen:•Het aandeel kinderen (4 t/m 11 jaar) dat voldoet aan de beweegrichtlijnis in 2028 toegenomen naar 65 procent (61,5 procent in 2024). Voorjongeren (12 t/m 17 jaar) geldt dat dit aandeel naar 50 procent istoegenomen (41,5 procent in 2024).•Sportdeelname (wekelijks) van mensen met een handicap is toegeno-men naar 50 procent in 2028 (32,6 procent in 2024).•Sportdeelname (wekelijks) van kinderen en volwassenen in armoede istoegenomen naar 52 procent in 2028 (38 procent in 2024).Doelstellingen van verhoogde deelname zijn gebaat bij een prettige enveilige sportomgeving. Dat is voor mij een omgeving waarin iedereen metplezier actief bezig is, waarbij niemand bang hoeft te zijn voor intimidatie,discriminatie, misbruik of andere vormen van grensoverschrijdendgedrag. Hierbij let ik extra op meisjes en vrouwen aangezien zij zich ietsminder vaak veilig voelen in de sport dan mannen (resp. 77 en 85procent). Die omgeving creëert de sportwereld in de eerste plaats zelf.Maar ik zie dat dit niet altijd goed gaat of dat de sport hier hulp bij nodigheeft. Om ervoor te zorgen dat een ongewenste situatie gemeld enonderzocht kan worden, richt ik een onafhankelijk centrum Integere SportNederland (ISN) op.Met deze brief beschrijf ik op welke wijze is gewerkt aan de doelstellingenvan deze geprioriteerde thema’s: jeugd, mensen met een handicap,mensen in armoede en een sociaal veilige sport. Als het gaat om depassages over de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC), Konings-spelen en schoolzwemmen ontvangt u deze brief mede namens dedemissionair Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(SOCW).De moties en toezeggingen die verband houden met deze geprioriteerdethema’s vindt u in deze brief en bijlagen 2 tot en met 5. Moties entoezeggingen die gerelateerd zijn aan andere beleidsthema’s beschrijf ik inbijlage 1.Op 17 oktober 2025 bood ik uw Kamer het rapport Evaluatie Sportinno-vator aan.5 Dit rapport is de uitkomst van een onderzoek van KPMG naarde effectiviteit van de werkwijze en de impact van Sportinnovator sindszijn oprichting in 2015. In bijlage 2 bij deze brief deel ik mijn beleidsreactieop het rapport met uw Kamer. Daarnaast geef ik in bijlage 3 de toege-zegde beleidsreactie op het rapport «Vlammende ambitie».6 De moties entoezeggingen die verband houden met zwemvaardigheid zijn gecombi-2Beweegrichtlijnen jeugd (4–18 jaar): dagelijks minimaal één uur matig of zwaar intensieveinspanning én drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten.Beweegrichtlijnen volwassenen: minstens 150 minuten per week matig of zwaar intensieveinspanning én twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten. Senioren vullen ditaan met balansoefeningen. Alle groepen moeten dienen veel stilzitten te voorkomen.3www.sportenbewegenincijfers.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)/Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS))4Kamerstuk 30 234, nr. 396.5Kamerstuk 30 234, nr. 430.6Kamerstuk 30 234, nr. 407.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4342 neerd in bijlage 4. Bijlage 5 is een beschrijving van de inspanningen envoortgang bij het terugdringen van regeldruk voor sportverenigingen.Bij deze brief vindt u daarnaast nog de volgende bijlagen:6.Uitvoeringsplan Strategie Handicap 20307.Voortgangsmonitor Strategie Handicap 20308.Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2024C8A: Rapport profiel cultuurcoachC8B: Rapport profiel combinatiefunctionaris onderwijsC8C: Factsheet over afbouw inzet vakleerkrachten vanuitBRC-regeling9.Behoefteanalyse Sportpas10.Eindevaluatie steunpakketten voor de sportsector11.Rapportage Topsportpodium Nederland12.Factsheet topsportbegroting NOC*NSF 202613.Infographic «Verandering openbare zwembaden in de periode van2013 tot 2024»I. Jeugd meer laten sporten en bewegen Huidige situatie en doelstellingenNiet alle kinderen en jongeren groeien op met sport en bewegen. Dat iseen gemis voor deze groep, maar ook de samenleving is erbij gebaat datkinderen en jongeren bewegen. Want kinderen en jongeren die nu actiefzijn, zullen de rest van hun leven baat hebben bij de positieve fysieke,mentale en sociale effecten van sport en bewegen.Kamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefdec ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Het aandeel kinderen (4 t/m 11 jaar) datvoldoet aan de beweegrichtlijn60,4%61,5%65%Het aandeel jongeren (12 t/m 17 jaar) datvoldoet aan de beweegrichtlijn39,3%41,5%50%Bron: www.sportenbewegenincijfers.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)/Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)) Bij de laatste meting (meetjaar 2024) was een licht stijgende trendzichtbaar. Ik hoop dat deze trend doorzet, en de nieuwe cijfers (meetjaar2025) in het voorjaar van 2026, dit bevestigen.Kern van beleidDat sommige kinderen minder sporten en bewegen kan komen doordathun omgeving daar niet toe uitnodigt, maar ook doordat ze simpelwegniet met passend sport- en beweegaanbod in contact komen. Daarom ishet van belang dat kinderen in aanraking komen met goed en diversaanbod, waarbij het uitproberen van verschillende sport- en beweeg-vormen (sterk) aangemoedigd wordt. Mijn inzet organiseer ik volgens driepijlers:1.De kwaliteit van het sport- en beweegaanbod: jeugdsport en talentont-wikkeling.2.De ondersteuning van sport- en beweegaanbieders: strategiesportverenigingen.3.De randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen: eentoekomstbestendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4343 Beleidsinzet 20251. De kwaliteit van het sport- en beweegaanbod: Jeugdsport entalentontwikkeling Waar het gaat om jeugdsport en talentontwikkeling richt ik mij op dekwaliteit van het sport- en beweegaanbod, onder andere door samen metpartners te werken aan het plan waarin de ontwikkeling van beweeg-wijsheid bij kinderen en jongeren centraal staat, door de Koningsspelenstructureel te ondersteunen en mij in te zetten voor toegankelijke zwemlesvoor alle kinderen.•Eerder dit jaar ontving uw Kamer een plan van aanpak voorJeugdsport en talentontwikkeling. Hierin staat het ontwikkelenvan beweegwijsheid centraal. Dit begrip is een vertaling van hetinternationaal gehanteerde physical literacy, en beschrijft of iemand nuen onder veranderende omstandigheden passend sport- en beweegge-drag vertoont.Dit plan van aanpak is samen met de partners in Sportakkoord II(NOC*NSF, Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), Platform Onderne-mende Sportaanbieders (POS)) en de kennispartners Mulier Instituuten Kenniscentrum Sport en Bewegen (KCSB) vastgesteld. Op ditmoment werken dezelfde partijen aan een programmaplan dat deinspanningen tot en met 2032 beschrijft. Ik verwacht dit programma-plan voor de zomer van 2026 aan uw Kamer toe te sturen.•Sinds de inhuldiging van Koning Willem-Alexander in 2013 worden inons land ieder jaar de Koningsspelen georganiseerd. De RichardKrajicek Foundation (RKF) en de Johan Cruijff Foundation (JCF) zijn defounding fathers en organiseren de Koningsspelen samen. DeKoningsspelen beogen om kinderen in het primair onderwijs en hunouders te laten zien dat samen goed ontbijten en bewegen belangrijken ook heel leuk is. Jaarlijks doen ruim 1 miljoen kinderen mee aan deKoningsspelen, afkomstig van 6.000 basisscholen in Nederland, hetCaribisch deel van het Koninkrijk en Nederlandse scholen in hetbuitenland.De Koningsspelen worden sinds de eerste editie mede mogelijkgemaakt door ondersteuning van het Ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) en het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport (VWS). Tot en met de editie van 2025 betrof datperiodieke projectsubsidies. Vanaf 2026 stellen wij gezamenlijk eenstructurele jaarlijkse ondersteuning van ruim 500.000 euro beschik-baar, ter ondersteuning van dit initiatief.•Zoals u kon lezen in de brief7 die ik op 10 november 2025 aan uwKamer stuurde, is het nog steeds niet voor alle kinderen vanzelfspre-kend om in de basisschoolleeftijd (4–12 jaar) een zwemdiploma tehalen. Het is echter positief dat 94 procent van de kinderen in deperiode 2020–2024 de basisschool verliet met een zwemdiploma. Ookben ik blij te kunnen melden dat meer kinderen (38%) dan ooit hun A-,B- en C-diploma haalden in 2024. Daarmee voldoet deze groep aan denorm die de Nationale Raad Zwemveiligheid stelt om zwemveilig tezijn. Het is tegelijkertijd zorgwekkend dat kinderen in armoede, meteen migratieachtergrond en/of een handicap hierin ondervertegen-woordigd zijn.Tijdens het vorige commissiedebat riep uw Kamer via verschillendemoties van de leden Mohandis (GL-PvdA) en Van Nispen (SP) op om hetzwem(les)aanbod te verbeteren. Hierbij ging het specifiek om invulling tegeven aan slimme varianten van schoolzwemmen8, 9, het wettelijk7Kamerstuk 30 234, nr. 432.8Kamerstuk 30 234, nr. 419.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4344 vastleggen van de kwaliteit van zwemles10 en het ondersteunen vanzwembaden.11 In de komende periode ga ik het volgende wel en nietdoen:CScholen zijn niet verplicht schoolzwemmen aan te bieden. Daaromworden ze vanuit de rijksoverheid niet actief gestimuleerd om dit tedoen. In lijn met de Kamerbrief Zwemmen in Nederland en overigebeleidsontwikkelingen, zien de Ministeries van OCW en VWS geen rolvoor zichzelf weggelegd om hierin nog nadere inzet op te plegen.CHet proces om te komen tot één normering voor de kwaliteit vanzwemlessen en -instructeurs ondersteun ik. Dit doe ik door eenbijdrage aan de oprichtingskosten van een nieuwe onafhankelijkeautoriteit, los van de Nationale Raad Zwemveiligheid.CIn het beleidsplan Toekomstbestendige sportinfrastructuur en ruimtevoor sport en bewegen, dat ik uw Kamer op 31 oktober jl. toezond12, isspecifiek aandacht voor zwembaden. Met bouwconcepten, kennispro-ducten en verdienmodellen wordt zo beoogd om zwembadentoekomstbestendig, betaalbaar en maatschappelijk functioneel tehouden.In bijlage 4 licht ik nader toe op welke wijze ik deze moties binnen hetonderwerp zwemmen ter hand heb genomen.•Om meer gelijkwaardigheid tussen meisjes en jongens, en tussenvrouwen en mannen in de sport te creëren, is stichting SAM13 gestartmet het op gang brengen van een landelijke beweging in de sport.Daarbij werkt SAM aan het verbeteren van de zichtbaarheid vanvrouwensport, vrouwelijke rolmodellen, minder uitval van meisjes/vrouwen in de sport en gelijke kansen en beloningen. Waar nodigwordt gekeken naar sportspecifieke aspecten, bijvoorbeeld de cultuurop en rond de golfbaan, of de doorstroommogelijkheden van meisjesnaar de top in het wielrennen. De komende drie jaar ontvangt stichtingSAM een opstartsubsidie van VWS (in totaal 500.000 euro).De ondersteuning van sport- en beweegaanbieders: strategie sportvereni-gingen•Sportverenigingen spelen een belangrijke rol in de sportontwikkelingvan onze jeugd. Driekwart van de sportende kinderen (4–11 jaar) doetdat bij een sportvereniging. Samen met de partners in Sportakkoord IIen betrokken partijen in het veld werk ik aan een meerjarige strate-gie sportverenigingen, conform de motie van het lid Mohandis c.s.14Op basis van de afspraken in Sportakkoord II is veel in gang gezet omverenigingen te ondersteunen bij de uitdagingen die zij op zich af zienkomen. De onderliggende afspraken met bestuurlijke partners hebbeneen looptijd tot en met 2026. Aanvullend ben ik met diezelfde partnerscontinu in gesprek om de lokale infrastructuur en de clubondersteu-ning ook na 2026 goed te kunnen borgen.•Daarnaast is medio 2025 een onafhankelijke evaluatie gestart van hetSportakkoord als beleidsinstrument en de inzet van de gemeenten opverenigingsondersteuning via de Brede SPUK-regeling. Deze wordtnaar verwachting het eerste kwartaal van 2026 opgeleverd en vormtbelangrijke input om de meerjarige strategie voor sportverenigingenzo nodig verder uit te breiden. Het is aan mijn ambtsopvolger om hier9Kamerstuk 30 234, nr. 413.10Kamerstuk 30 234, nr. 420.11Kamerstuk 30 234, nr. 414.12Kamerstuk 30 234, nr. 431.13Founding partners zijn BrabantSport en Bernardus Golf/Solheim Cup. SAM werkt samen metNOC*NSF, de Nederlandse Golf Federatie (NGF) en de Koninklijke Nederlandsche WielrenUnie (KNWU).14Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 134.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4345 een vervolg aan te geven. In bijlage 5 licht ik de voortgang toe op deaanpak regeldruk.•Parallel aan deze inzet neem ik de taken en verantwoordelijkhedenvoor verenigingsondersteuning mee in de bredere afweging rondomde wettelijke verankering van sport- en beweegbeleid.2. De randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen: toekomstbe-stendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegen •Om de waarde van sport en bewegen te kunnen ervaren is eenbeweegvriendelijke omgeving inclusief goede en toegankelijkesportaccommodaties essentieel. Daarom heb ik dit najaar, conformmijn toezegging15, het hiervoor genoemde beleidsplan toekomstbe-stendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegen metuw Kamer gedeeld.16 Samen met relevante partners als VSG, hetMulier Instituut, RIVM, Platform31 en KCSB ga ik aan de slag met deuitvoering van dit beleidsplan.•Daarnaast heeft uw Kamer mij via de motie van de leden Inge van Dijk(CDA) en Van Nispen (SP)17 verzocht de regels voor de DUMAVA aante passen, zodat deze meer gelijk gaat lopen met de oorspronkelijkeBOSA.In bijlage 1 licht ik toe dat verbreding van de DUMAVA naar nieuw-bouw niet aan de orde is. Het aanpassen van de regeling is uiteindelijkaan het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening(VRO).II. Mensen met een handicap meer laten sporten Huidige situatie en doelstellingDe sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap blijft aljaren achter. Voor hen is sport en bewegen nog geen vanzelfsprekendonderdeel van het dagelijks leven. Het doel is dat de helft van de mensenmet een handicap in 2028 wekelijks sport.Tussen meetjaren 2023 en 2024 daalde het aandeel mensen met eenhandicap dat wekelijks sport. Zoals aangegeven in de Kamerbrief Sport enBewegen van juni jl. is de daling tussen deze twee meetjaren nietsignificant.18 Ik verwacht dat de kwantitatieve resultaten van beleidsinzetpas op de langere termijn zichtbaar zullen worden. De verwachting is datin 2026 de cijfers over 2025 bekend worden.Kamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefdec ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Sportdeelname (wekelijks) van mensen meteen handicap38,0%32,6%50%Bron: www.sportenbewegenincijfers.nl (RIVM/CBS) 15Kamerstuk 30 234, nr. 408.16Kamerstuk 30 234, nr. 431.17Kamerstuk 30 234, nr. 415.18Het RIVM geeft aan dat de cijfers met betrekking tot de wekelijkse sportdeelname van mensenmet een handicap van jaar tot jaar schommelen, omdat het om een kleine groep gaat binneneen grote dataset. Hierdoor kunnen kleine veranderingen al snel groot lijken. Het verschiltussen 2023 en 2024 is niet significant. Het RIVM kan daarom niet vaststellen of het verschil insportdeelnamecijfer daadwerkelijk wordt veroorzaakt door een verandering in het gedrag vanmensen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4346 Kern van beleidOm iedereen de waarde van sport en bewegen te laten ervaren, is hetnodig dat belemmeringen voor mensen met een handicap wordenweggenomen. Om dat voor elkaar te krijgen richt ik mij op de volgendetwee onderdelen:1.Realiseren van passend sportaanbod.2.Invullen van de randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen.Dit doe ik via de uitvoering van de strategie «Sporten voor mensen meteen handicap is vanzelfsprekend in 2030» (hierna: de Strategie 2030). Derandvoorwaarden die nodig zijn om te kunnen sporten en bewegen, zoalssporthulpmiddelen en vervoer, vormen een integraal onderdeel van destrategie.Beleidsinzet 20251. Realiseren van passend sportaanbod De Strategie 2030 heeft als doel om sporten en bewegen voor mensenmet een handicap vanzelfsprekend te maken. De strategie richt zich op hetrealiseren van passend sportaanbod voor mensen met een handicap, inelke levensfase. Ook de topsport heeft een plek binnen de strategie, metthema’s als het verder professionaliseren van classificatie, talentontwik-keling en innovatie. Ten slotte wordt actief samengewerkt met, en geleerdvan, het internationale veld.•In de strategie staat de behoefte van mensen met een handicapcentraal. Om het sport- en beweegaanbod beter te laten aansluiten ophun wensen en behoeften, is het belangrijk inzicht te krijgen in deknelpunten en kansen in elke levensfase. Daarom wordt gewerkt aanhet ontwikkelen van een klantreis. Dit kan helpen het sportaanbodduurzaam te versterken.•Het uitvoeringsplan voor de Strategie 2030 is gereed (bijlage 6). Devoortgang op de geformuleerde acties wordt jaarlijks gemonitord doorhet Mulier Instituut (bijlage 7), conform de motie van het lid VanNispen (SP) c.s.19 en de hieraan gerelateerde toezegging.20 Dezerapportage richt zich met name op de lange-termijn indicatoren en destappen die in het proces zijn doorlopen.2. Invullen van de randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen Het proces rondom de toekenning van sporthulpmiddelen is voor veelbetrokken partijen (sporters, zorgverzekeraars en gemeenten) nogonvoldoende duidelijk. Sporters krijgen nog (te) vaak te maken metonduidelijkheid over waar zij een aanvraag kunnen indienen, welkevoorwaarden gelden en welke vergoedingen mogelijk zijn. Bovendienverschilt dit per gemeente. Deze onduidelijkheid belemmert de toeganke-lijkheid tot passend sportmateriaal en kan ertoe leiden dat mensen meteen handicap minder snel of helemaal niet gaan sporten. Daarom heb ikde afgelopen periode samen het Fonds Gehandicaptensport, de EstherVergeer Foundation, het KCSB, de VSG en het Zorginstituut Nederlandgewerkt aan een meer samenhangende aanpak voor sporthulpmiddelen.•Samen met het Fonds Gehandicaptensport, de Esther VergeerFoundation en gemeenten is op 1 oktober jl. gestart met een pilot voorhet «Uniek Sporten Centraal Loket» ten behoeve van hetverstrekken van sporthulpmiddelen zoals de motie van het lid Van den19Kamerstuk 30 234, nr. 270.20Kamerstuk 30 234, nr. 296.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4347 Hil (VVD) c.s.21 vraagt. Met deze pilot22 wordt getoetst of de voorge-stelde invulling van dit centrale loket daadwerkelijk bijdraagt aan eentoegankelijker, kostenefficiënter, duurzamer en eenvoudiger procesvoor sporters met een handicap. Hiermee doe ik de toezegging23 deKamer te informeren over de invulling en werking van het centraleloket voor de verstrekking van sporthulpmiddelen af. Ook geef ikhiermee een jaarlijkse update over het fonds voor sporthulpmiddelen,conform de toezegging24 aan uw Kamer.Uw Kamer heeft het amendement van de leden Saris (NSC) enMohandis (GL-PvdA)25 aangenomen die de regering verzoekt om in2025 750.000 euro beschikbaar te stellen voor extra ondersteuning vanhet Uniek Sporten Centraal Loket. Deze middelen zijn inmiddelstoegekend.•Op dit moment is weinig inzicht in de gemiddelde prijs vansporthulpmiddelen. De prijzen lopen sterk uiteen per type hulpmid-del, leverancier en uitvoering. Daarnaast zijn vaak geen transparanteoverzichten beschikbaar. Dit gebrek aan inzicht maakt het lastig voorbetrokken partijen om goed beleid en regelingen te ontwikkelenrondom vergoeding. Ook voor sporters is de financiële haalbaarheidvan een sporthulpmiddel vaak onduidelijk. Daarom laat het KCSB inkaart brengen wat de gemiddelde prijzen zijn van sporthulpmiddelenin Nederland. Hiermee doe ik de toezegging26 om de Kamer in hetnajaar van 2025 te informeren over de voortang van het opzetten vaneen kostprijsonderzoek sporthulpmiddelen af.•Topsporters met een handicap moeten hun sport op een maatschappe-lijk verantwoorde manier kunnen beoefenen. Daarbij hoort geschikt enpassend materiaal, zoals topsporthulpmiddelen. Helaas ervaren zijdaarbij nog knelpunten. Daarom heeft NOC*NSF in 2025 150.000 eurovanuit VWS ontvangen om een vangnet te bieden voor de vergoedingvan topsporthulpmiddelen vanuit de Paralympische topsportprogram-ma’s. NOC*NSF heeft een toekenning gedaan aan zes bonden met eenconcreet en waardevol plan voor activiteiten die in 2025 nog uitge-voerd kunnen worden. Dit zijn deels nieuwe materialen, verbeteringvan bestaand materiaal en expert-inzet voor het optimaliseren vanbijvoorbeeld de zitpositie bij een handbike of een rolstoel. Hiermee doeik de toezegging27 af om de Kamer voor het wetgevingsoverleg van2025 te informeren over de mogelijke oplossingsrichting voortopsporthulpmiddelen.•Ten aanzien van financiële toegankelijkheid heeft het KCSB allelokale en regionale financiële regelingen in kaart gebracht en gepubli-ceerd op de website Kennis over Sportondersteuning.28 Dit maakt hetvoor mensen met een (kind met een) handicap inzichtelijk in welkegemeente welke ondersteuning mogelijk is.21Kamerstuk 36 600-XVI, nr. 123.22Binnen de pilot Uniek Sporten Centraal Loket is gestart met een nieuwe werkwijze voor deaanvraag en beoordeling en het beschikbaar stellen van sporthulpmiddelen. De pilot heeft alsdoel om sporters en gemeenten te ondersteunen met specialistisch en onafhankelijk advies.Deze expertise wordt gebundeld in het Uniek Sporten Centraal Loket.23Kamerstuk 30 234, nr. 408.249541.25Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 12.26Kamerstuk 30 234, nr. 408.27Kamerstuk 30 234, nr. 408.28https://www.kennisoversportondersteuning.nl/financiele-regelingen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4348 III. Mensen in armoede meer laten sporten Huidige situatie en doelstellingHet verkleinen van de gezondheidskloof en het vergroten van gelijkekansen in sport en bewegen is een belangrijke prioriteit. Volgens de meestrecente cijfers van het Mulier Instituut, RIVM en CBS ligt de wekelijksesportdeelname van mensen met de laagste inkomens tussen 38 en 44procent. Van de mensen met de hoogste inkomens sport bijna 70 procentwekelijks29.Mijn ambtsvoorganger heeft in de Kamerbrief Sport en Bewegen van junijl. aangegeven dat wordt gestreefd naar een sportdeelname van 52procent onder mensen in armoede in 2028. In onderstaande tabel blijktdat de deelname gedaald is. Het Mulier Instituut geeft aan dat het lastig isduiding te geven over de veranderingen ten opzichte van vorig jaar,doordat er wordt gerekend met een kleine groep mensen binnen eengrote dataset. Het is daarom van belang te kijken naar de trends op delangere termijn. De doelstelling is ambitieus en ik richt mij op het zoveelmogelijk wegnemen van belemmeringen voor deze mensen en hetversterken van de lokale uitvoeringskracht.Kamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefdec ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Sportdeelname (wekelijks) van mensen inarmoede43,9%38%52%Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. het RIVM (2014–2024). Kern van beleidOm de belemmeringen om te sporten en bewegen voor mensen met lageinkomens waar mogelijk weg te nemen, richt ik me specifiek op tweepijlers:1.Directe financiële ondersteuning.2.Verkenning naar de mogelijkheden voor een sportpas, inclusief hetverbeteren van de vindbaarheid van beschikbare financiële regelin-gen.Beleidsinzet 20251. Directe financiële ondersteuning aan mensen in armoede •Gemeenten ontvingen in 2025 89 miljoen euro voor het stimuleren vansport en beweeggedrag via de inzet van BRC-functionarissen30, metspecifieke aandacht voor mensen in kwetsbare posities. De begelei-ding en toeleiding naar sport is van grote waarde voor deze groepmensen. In de BRC-monitor van het Mulier Instituut uit 2024 (ziebijlage 8) staat dat in ruim vier op de vijf gemeenten 74 procent van de29www.sportenbewegenincijfers.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)/Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS))30BRC-functionarissen zijn personen die zijn aangesteld via de Brede-Regeling Combinatie-functies (BRC). Deze functionarissen worden ingezet om sport en cultuur te verbinden metandere maatschappelijke sectoren zoals onderwijs en zorg. Er zijn zes typenBRC-functionarissen: buurtsportcoach, cultuurcoach, combinatiefunctionaris onderwijs,clubkadercoach, beweegcoach en coördinator sport en preventie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4349 BRC-functionarissen zich specifiek richt op mensen met een laaginkomen, een lage sociaaleconomische positie of die in armoedeleven. Echter, de impact van deze BRC-functionarissen op hetbeweeggedrag bij deze groepen is niet herleidbaar op basis van demonitor.•Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het VolwassenenfondsSport & Cultuur wordt directe financiële ondersteuning gegeven aanmensen die willen sporten en bewegen, maar het niet kunnen betalen.Deze organisaties ontvingen vanuit VWS een financiële bijdrage vanruim 1,5 miljoen, waarvan eenmalig een aanvullend bedrag van500.000 euro voor zwemlessen en ongeveer 370.000 euro. HetJeugdfonds werkt momenteel samen met 205 gemeenten en verwachtaan het einde van het jaar 88.000 kinderen financieel te hebbenondersteund. Het Volwassenenfonds werkt samen met 115 gemeentenen heeft in 2025 ruim 20.000 volwassenen financiële steun geboden.•Daarnaast ondersteunde ik in 2025 de Beweegalliantie met 150.000euro om in twintig wijken binnen het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid samen met lokale partners tot aanpak enondersteuning te komen die aansluit bij lokale beweeg- en sportbe-hoeften van de doelgroepen in de wijk.2. Verkenning naar de mogelijkheden voor een sportpas Ik heb afgelopen periode meerdere stappen gezet om de mogelijkhedenvan een concept van een sportpas in kaart te brengen.•Begin 2026 starten drie pilots in Dordrecht, Heerlen en Waadhoeke,gericht op jongeren van 12 tot en met 23 jaar. In deze pilots wordtonderzocht wat de effecten zijn van een universele sportpas op hetsportaanbod en het sport- en beweeggedrag van jongeren, metspecifieke aandacht voor jongeren met een lager inkomen. Deresultaten worden eind 2027 verwacht. Ter voorbereiding op dezepilots is een behoefteonderzoek (bijlage 9) uitgevoerd.Daarnaast zijn de voorbereidingen gestart voor het onderzoek naarvergelijkbare bestaande initiatieven die financiële drempels voormensen met een laag inkomen wegnemen. Hiermee wordt inzichtverkregen in de uitvoerbaarheid en effectiviteit van verschillendemodellen. De eerste resultaten worden medio 2026 verwacht. Tenslotte zijn de voorbereidingen voor het onderzoek naar de kostenvoor een universele sportpas in gang gezet. Dit onderzoek is naarverwachting eind 2026 gereed en wordt dan met uw Kamer gedeeld.•De NLSportraad is op mijn verzoek gestart met de uitwerking van deadviesaanvraag rond kansengelijkheid in sport en bewegen. Ditgeeft input in wat verder nodig en mogelijk is om kansengelijkheid inde sport- en beweegsector te vergroten. Het advies wordt medio 2026verwacht.IV. Sociaal veilige en eerlijke sport Huidige situatie en doelstellingEen sociaal veilige en eerlijke sport is het fundament voor een sportsectorwaarin iedereen met plezier kan en wil sporten. Het is van groot belangdat iedereen zonder angst voor pesten, intimidatie, discriminatie, misbruikof andere vormen van grensoverschrijdend gedrag sport kan beoefenenen beleven. Daarnaast is het belangrijk dat mensen kunnen sporten in eenintegere sportomgeving, zonder bijvoorbeeld matchfixing en het gebruikvan doping. Alleen zo kan sport zijn positieve, inspirerende waardebehouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 43410 Kern van beleidZoals ik eerder stelde, is het in eerste instantie de verantwoordelijkheidvan de sportwereld zelf om een sociaal veilige en eerlijke sport terealiseren. Echter, de sport blijft kwetsbaar voor integriteitsschendingen.Dit geldt zowel voor de topsport als voor breedtesport. Daarom neem ikmijn verantwoordelijkheid om de sport hierbij te ondersteunen. Ik richt medaarbij op twee pijlers:1.Onafhankelijk Integriteitscentrum: Integere Sport Nederland (ISN)2.Realiseren van een sociaal veilig sportklimaatBeleidsinzet 20251. Onafhankelijk integriteitscentrum Mede op verzoek van uw Kamer werk ik aan de oprichting van eenonafhankelijk integriteitscentrum voor de sport op het gebied vangrensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing, Integere SportNederland (ISN). ISN zal meldingen over integriteitsschendingen kunnenontvangen en onderzoeken, en advies geven aan sportorganisaties en-instellingen over de opvolging van de melding.•Op 1 september 2025 heb ik het conceptwetsvoorstel, de Wet integeresport, in internetconsultatie gebracht. Daarnaast heb ik aan diverseadviesorganen advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel en eenaantal uitvoeringstoetsen laten uitvoeren. Op dit moment worden allebinnengekomen reacties en adviezen grondig bestudeerd en gewogen.Hiermee wil ik het wetsvoorstel verder verbeteren.2. Realiseren van een sociaal veilig sportklimaat Discriminerende, racistische, antisemitische en homofobe uitingen,gedragen of spreekkoren in de sportwereld worden niet getolereerd.Samen de departementen van JenV, OCW en SZW, en met de Sportak-koord II partners, zet ik me in voor het realiseren van een sociaal veiligsportklimaat. Want iedereen die (top)sport heeft recht op een sociaalveilige omgeving.•De departementen VWS, JenV, OCW en SZW ondersteunen deprogramma’s Ons Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI) van de KNVB enOnze Club Is Van Iedereen (OCIVI) van NOC*NSF. In 2026 richten weons op het bestendigen van behaalde resultaten en het laten werkenvan succesvolle maatregelen in beleid en praktijk. In 2026 wordt ookingezet op verdere technologische ontwikkeling en kennisdeling, metde nadruk op online (haat)gedrag. Een voorbeeld van technologischeontwikkeling is de toepassing van de Persoonlijke Digitale Toegang bijwedstrijden bij meerdere betaalde voetbalclubs.OCIVI wordt uitgevoerd door NOC*NSF, in samenwerking met POS,actief betrokken sportbonden en brancheorganisaties. Binnen OCIVIworden interventies ingezet met als doel inclusie binnen Nederlandsesportorganisaties te bevorderen en discriminatie aan te pakken. Hetafgelopen jaar zijn er in totaal 129 interventies afgenomen. De ambitieis om dit aantal te laten groeien in 2026. Ook gaan we aan de slag ominterventies op maat, of met een koppeling naar een breder thema alssociale veiligheid te ontwikkelen. In de eerste maanden van 2026 zal devolgende monitor over OVIVI en OCIVI verschijnen. Deze zal ik uwKamer doen toekomen.•In de strijd tegen antisemitisme stelt het demissionaire kabinetvanaf 2026 jaarlijks extra middelen beschikbaar voor amateurvoetbal-clubs. De middelen zijn bestemd voor een terugkerende bewustwor-dingscampagne over de Holocaust en hedendaags antisemitisme.Momenteel wordt verkend hoe deze middelen ingezet kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 43411 •In Sportakkoord II is vastgelegd dat een sociaal veilige sport vanzelf-sprekend moet zijn. Samen met de partners stimuleer ik sportaanbie-ders om met de basiseisen sociale veiligheid te werken. Dezebestaan uit de vier V’s: (1) Vastgestelde gedragscode, (2) Vertrouwens-contactpersoon, (3) Verklaring Omtrent het Gedrag en (4) Vakkundigetrainer-coaches. Ook stimuleren we dat integriteitsmanagers aange-steld worden. Daarom is eind oktober een gezamenlijke campagne vanNOC*NSF en POS gestart genaamd «Nederland Sport Veilig». In decampagne wordt aandacht gevraagd voor het werken met de vier V’swaarbij voor bonden en verenigingen de nadruk ligt op het werkenmet de vastgestelde gedragscode. Binnen de ondernemende sportstaat het werken met de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)centraal.•Daarnaast informeer ik uw Kamer over het feit dat het WereldAnti-Doping Agentschap (WADA) sinds 2023 werkt aan een herzie-ning van de mondiale dopingregels, die vervat zijn in de WereldAnti-Doping Code (de Code). De nieuwe Codetekst zal in december2025 door de WADA Foundation Board worden vastgesteld. Ik benvoornemens om de nieuwe Wereld Anti-Doping Code in het eerstekwartaal van 2026 te publiceren in de Staatscourant.•De Monitor Topsport in Nederland (TiN), uitgevoerd door hetMulier Instituut, brengt de belangrijkste ontwikkelingen binnen deNederlandse topsport in kaart. In bijlage 1 reageer ik op de meestrecente rapportage. Eerder heb ik uw Kamer geïnformeerd31 over hetvoornemen om het periodiek onderzoek naar dopingprevalentie in deNederlandse topsport onder te brengen in de TiN. Het Mulier Instituutwerkt momenteel aan een bundeling van een aantal thema’s die rakenaan integriteit, waaronder doping. De dataverzameling zal voor heteerst plaatsvinden in 2026 waarna de rapportage over deze cijfersvanaf 2027 volgt.Tot slotSport en bewegen zijn van grote waarde voor lichamelijke, mentale ensociale gezondheid van iedereen. Iedere Nederlander komt dagelijks voorde keuze te staan wel of niet in beweging te komen. Is dat voor iedereenaltijd en overal vanzelfsprekend? Zeker niet. Veel mensen organiseren welhun eigen sport- en beweegmomenten. Maar tegelijk stel ik ook opnieuwvast dat diverse groepen niet kunnen of durven te kiezen voor sporten ofbewegen. Ik zet daarom in op de jeugd, die ik een brede sport- enbeweegbasis wil bieden. Daarnaast richt ik me op het wegnemen vandrempels voor mensen met een handicap en mensen in armoede. Tot slotwerk ik aan een sociaal veilige en eerlijke sport, zodat het plezierig is vooriedereen.In sommige gevallen neem ik het initiatief, zoals bij de oprichting van eenonafhankelijk integriteitscentrum. Maar veel vaker ondersteun ik bevlogenpartners (strategie «Sporten voor mensen met een handicap is vanzelf-sprekend in 2030»), bestuurders (verenigingsstrategie), sporters(sporthulpmiddelen) en beleidsmakers (sportaccommodaties) die allemaalhet beste voor hebben met sport en bewegen. Het is precies hun energiedie het verschil maakt en ik ben blij dat ik daaraan bij kan dragen. Want inbeweging blijven is eenvoudiger dan in beweging komen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. Tielen31Kamerstuk 30 234, nr. 396.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 43412
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris onderzoekt wat nodig is om ervoor te zorgen dat alle kinderen een zwemdiploma kunnen halen en onderzoekt hierbij de scenario’s voor de invoe
De staatssecretaris onderzoekt wat nodig is om ervoor te zorgen dat alle kinderen een zwemdiploma kunnen halen en onderzoekt hierbij de scenario’s voor de invoering van schoolzwemmen. Hij stuurt de uitkomsten van dit onderzoek in 2025 aan de Kamer.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.